LS003GZ01 - Zaag MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis LS003GZ01 MAKITA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding LS003GZ01 - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. LS003GZ01 van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING LS003GZ01 MAKITA
Schuifbare accu-afkortverstekzaag GEBRUIKSAANWIJZING 127
Dikte van houten hulpstuk op de geleider voor extra zaaghoogte 15 mm 115 mm x 155 mm 25 mm 120 mm x 140 mm Zaagcapaciteiten voor speciale zaagsneden Type zaagsnede Zaagdiepte Kroon-proellijst, type 45° (met gebruik van de kroon-proellijstaanslag) 203 mm Plint (met gebruik van horizontale spanschroef) 171 mm
- In verband met ononderbroken research en ontwikkeling, behouden wij ons het recht voor de bovenstaande technische gegevens zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen.
- De technische gegevens van de accu kunnen van land tot land verschillen.
- De waarde van het nettogewicht is inclusief de lichtste en zwaarste combinatie van het/de hulpmiddel(en) voor normaal en veilig gebruik en de accu('s), zoals opgegeven in de gebruiksaanwijzing. Toepasselijke accu’s en laders Accu BL4020 / BL4025 / BL4040* / BL4040F* / BL4050F* / BL4080F*
- : Aanbevolen accu Lader DC40RA / DC40RB / DC40RC / DC40WA / BCC01 / BCC02
- Sommige van de hierboven vermelde accu’s en laders zijn mogelijk niet leverbaar afhankelijk van waar u128 NEDERLANDS woont. WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend de accu’s en laders die hierboven worden genoemd. Gebruik van enige andere accu of lader kan leiden tot letsel en/of brand. Symbolen Hieronder staan de symbolen die voor het gereedschap kunnen worden gebruikt. Zorg ervoor dat u de betekenis ervan kent voordat u het gereedschap gaat gebruiken. Lees de gebruiksaanwijzing. Draag oogbescherming. Om letsel door rondvliegende houtsnippers te voorkomen, blijft u na het zagen de zaagkop omlaag geduwd houden totdat het zaagblad volledig tot stilstand is gekomen.
Wanneer u een schuine zaagsnede maakt, draait u de knop eerst linksom en kantelt u vervolgens de slede. Draai daarna de knop rechtsom om vast te zetten. Voor het uitvoeren van schuivend zagen trekt u eerst de slede helemaal naar u toe, brengt u vervolgens het handvat omlaag, en duwt u tenslotte de slede naar de geleider. Houd de ontgrendelknop ingedrukt wan- neer u de slede naar rechts kantelt. Stel de aanslaghendel in wanneer u een plint onder een verstekhoek van 45° zaagt. Houd handen en vingers uit de buurt van het zaagblad. Kijk niet rechtstreeks in de lamp wanneer deze aan is. A: Diameter zaagblad B: Diameter middengat Breng de horizontale spanschroef niet aan in dezelfde richting als het verstekza- gen. (Dit symbool staat op de horizontale spanschroef.) Ni-MH Li-ion Alleen voor EU-landen Als gevolg van de aanwezigheid van schadelijke componenten in het apparaat, kunnen oude elektrische en elektronische apparaten, accu‘s en batterijen negatieve gevolgen hebben voor het milieu en de gezondheid van mensen. Gooi elektrische en elektronische appara- ten en accu‘s niet met het huisvuil weg! In overeenstemming met de Europese richtlijn inzake oude elektrische en elek- tronische apparaten en inzake accu‘s en batterijen en oude accu‘s en batterijen, alsmede de toepassing daarvan binnen de nationale wetgeving, dienen oude elektrische apparaten, accu‘s en batterijen gescheiden te worden opgeslagen en te worden ingeleverd bij een apart inzame- lingspunt voor huishoudelijk afval dat de milieubeschermingsvoorschriften in acht neemt. Dit wordt op het apparaat aangegeven door het symbool van een doorgekruiste afvalcontainer. Doeleinden van gebruik Dit gereedschap is bedoeld voor nauwkeurig recht zagen en verstekzagen in hout. Gebruik de zaag niet voor het zagen van iets anders dan hout, aluminium of soortgelijke materialen. Geluidsniveau De typische, A-gewogen geluidsniveaus zijn gemeten volgens EN62841-3-9: Geluidsdrukniveau (L
): 100 dB (A) Onzekerheid (K): 3 dB (A) OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestme- thode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereed- schap te vergelijken met andere gereedschappen. OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: Draag gehoorbescherming. WAARSCHUWING: De geluidsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgege- ven totale waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getroen ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak- tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha- keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur).129 NEDERLANDS Verklaringen van conformiteit Alleen voor Europese landen De EU-verklaring van conformiteit vindt u via de vol- gende URL. https://support.makita.biz/doc/doc_index.html Voor het VK De Verklaring van conformiteit is bijgevoegd in Bijlage A bij deze gebruiksaanwijzing. VEILIGHEIDSWAAR- SCHUWINGEN Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap WAARSCHUWING Lees alle veiligheidswaar- schuwingen, instructies, afbeeldingen en techni- sche gegevens die bij dit elektrisch gereedschap worden geleverd. Als niet alle onderstaande instructies worden opgevolgd, kan dat leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. De term "elektrisch gereedschap" in de veiligheidsvoor- schriften duidt op gereedschappen die op stroom van het lichtnet werken (met snoer) of gereedschappen met een accu (snoerloos). Veiligheidsinstructies voor verstekzagen
1. Verstekzagen zijn bedoeld voor het zagen van
hout of houtachtige materialen. Ze kunnen niet worden gebruikt met doorslijpschijven voor het doorslijpen van ferro-materialen, zoals stangen, staven, draadeinden, enz. Door het slijpstof zullen bewegende delen, zoals de onder- ste beschermkap, vastlopen. De vonken die bij doorslijpen worden geproduceerd, verbranden de onderste beschermkap, het zaagsnede-inzetstuk en andere kunststofonderdelen.
2. Gebruik klemmen om het werkstuk vast te
zetten wanneer dat mogelijk is. Als u het werk- stuk met de hand vasthoudt, moet u uw hand altijd minstens 100 mm van beide kanten van het zaagblad weg houden. Gebruik deze zaag niet voor het zagen van werkstukken die te klein zijn om stevig vast te klemmen of met de hand vast te houden. Als uw hand te dicht bij het zaagblad is geplaatst, is de kans groter dat u letsel oploopt door het aanraken van het zaagblad.
3. Het werkstuk moet stil liggen en vastgeklemd
zijn of vastgehouden worden tegen zowel de geleider als de tafel. Voer het werkstuk niet in het zaagblad aan, en zaag nooit ‘uit de vrije hand’. Losliggende of bewegende werkstukken kunnen op hoge snelheid worden weggeworpen en letsel veroorzaken.
4. Duw het zaagblad door het werkstuk. Trek
het zaagblad niet door het werkstuk. Om een zaagsnede te maken, brengt u de zaagkop omhoog en trekt u het naar u toe boven het werkstuk zonder te zagen. Start de motor, duw de zaagkop omlaag en duw het zaagblad door het werkstuk. Als tijdens de trekkende beweging wordt gezaagd, klimt het zaagblad waarschijnlijk uit het werkstuk en wordt de zaagkop met kracht in de richting van de gebruiker geworpen.
5. Kruis met uw hand nooit de beoogde zaaglijn,
hetzij vóór dan wel achter het zaagblad. Het ‘kruislings’ vasthouden van het werkstuk, waarbij het werkstuk aan de rechterkant van het zaagblad wordt vastgehouden met de linkerhand, of vice versa, is bijzonder gevaarlijk. ► Fig.1
6. Reik niet achter de geleider met een van uw
handen dichter dan 100 mm bij een van de kanten van het zaagblad, om houtsnippers te verwijderen of om welke andere reden dan ook, terwijl het zaagblad draait. U realiseert zich mogelijk niet hoe dicht uw hand bij het draaiende zaagblad is en u kunt ernstig letsel oplopen.
7. Inspecteer uw werkstuk voordat u begint te
zagen. Als het werkstuk gebogen of verdraaid is, klemt u het vast met de buitenkant van het gebogen oppervlak tegen de geleider. Verzeker u er altijd van dat er geen opening is tussen het werkstuk, de geleider en de tafel langs de zaaglijn. Gebogen of verdraaide werkstukken kunnen zich draaien of verschuiven, en kunnen het draaiende zaagblad doen verlopen tijdens het zagen. Er mogen geen spijkers of vreemde voor- werpen in het werkstuk zitten.
8. Gebruik de zaag niet totdat de tafel vrij is van
alle gereedschappen, houtsnippers, enz., behalve het werkstuk. Kleine stukjes afval, losse stukjes hout of andere voorwerpen die in aanra- king komen met het draaiende zaagblad, kunnen met hoge snelheid worden weggeworpen.
9. Zaag slechts één werkstuk tegelijkertijd.
Meerdere, opgestapelde werkstukken kunnen niet goed worden vastgeklemd of vastgehouden, en kunnen het zaagblad doen vastlopen of tijdens het zagen verschuiven.
10. Verzeker u er vóór gebruik van dat de verstek-
zaag is bevestigd of geplaatst op een stevig werkoppervlak. Een horizontaal en stevig wer- koppervlak verkleint de kans dat de verstekzaag instabiel wordt.
11. Plan uw werkzaamheden. Elke keer wanneer
u de instelling voor de schuine hoek of ver- stekhoek, verzekert u zich ervan dat de ver- stelbare geleider correct is afgesteld om het werkstuk te steunen en tevens het zaagblad130 NEDERLANDS of beschermingssysteem niet raakt tijdens gebruik. Zonder het gereedschap in te schakelen en zonder een werkstuk op de tafel, beweegt u het zaagblad langs een volledige, gesimuleerde zaag- snede om er zeker van te zijn dat het zaagblad niets raakt en er geen gevaar is dat in de geleider wordt gezaagd.
12. Zorg voor voldoende ondersteuning, zoals
tafelverlengingen, zaagbokken, enz. voor een werkstuk dat breder of langer is dan het bovenoppervlak van de tafel. Werkstukken die breder of langer zijn dan de verstekzaagtafel, kun- nen kantelen als ze niet goed worden ondersteunt. Als het afgezaagde deel of het werkstuk kantelt, kan het de onderste beschermkap optillen of wor- den weggeworpen door het draaiende zaagblad.
13. Gebruik niet een andere persoon als ver-
vanging van een tafelverlenging of als extra ondersteuning. Een instabiele ondersteuning van het werkstuk kan ertoe leiden dat het zaagblad vastloopt of het werkstuk verschuift tijdens het zagen, waardoor u en de helper in het draaiende zaagblad worden getrokken.
14. Het afgezaagde deel van het werkstuk mag op
geen enkele wijze tegen het draaiende zaag- blad bekneld raken of gedrukt worden. Indien opgesloten, d.w.z. bij gebruik van lengteaansla- gen, kan het afgezaagde deel tegen het zaagblad bekneld raken en met kracht weggeworpen worden.
15. Gebruik altijd een klem of een bevestigings-
methode die bedoeld is om ronde werkstuk- ken, zoals een staaf of buis, te ondersteunen. Staven neigen te verrollen tijdens het zagen, waardoor het zaagblad zich ‘vastbijt’ en het werkstuk met uw hand in het zaagblad wordt getrokken.
16. Laat het zaagblad de volle snelheid bereiken
voordat deze het werkstuk raakt. Dit verkleint de kans dat het werkstuk wordt weggeworpen.
17. Als het werkstuk of zaagblad vastloopt, scha-
kelt u de verstekzaag uit. Wacht totdat alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen en trek de stekker uit het stopcontact en/of verwij- der de accu. Verwijder daarna het vastgelopen materiaal. Als u blijft zagen met een vastgelopen zaagblad, kunt u de controle over de verstekzaag verliezen of deze beschadigen.
18. Nadat u de zaagsnede hebt voltooid, laat u
de schakelaar los, blijft u de zaagkop omlaag gedrukt houden en wacht u tot het zaagblad stilstaat voordat u het afgezaagde deel verwij- dert. Het is gevaarlijk om met uw hand in de buurt van het nalopende zaagblad te reiken.
19. Houd het handvat stevig vast bij het maken
van een onvolledige zaagsnede en bij het loslaten van de schakelaar voordat de zaagkop helemaal omlaag is geduwd. Door het remeect van het zaagblad kan ertoe leiden dat de zaagkop plotseling omlaag getrokken wordt, waardoor een kans op letsel ontstaat.
20. Gebruik uitsluitend een zaagblad met een
diameter zoals aangegeven op het gereed- schap of vermeld in de gebruiksaanwijzing. Het gebruik van een zaagblad met een verkeerde afmeting, kan een goede bescherming of werking van het zaagblad verhinderen, wat kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
21. Gebruik altijd een zaagblad dat is gemarkeerd
met een toerental dat gelijk is aan of hoger is dan het toerental dat is aangegeven op het gereedschap.
22. Gebruik de zaag niet voor het zagen van iets
anders dan hout, aluminium of soortgelijke materialen.
23. (Alleen voor Europese landen)
Gebruik altijd een zaagblad dat voldoet aan EN847-1. Aanvullende instructies
1. Houd de werkplaats kinderveilig met
2. Ga nooit op het gereedschap staan. Er kan
ernstig letsel ontstaan als het gereedschap omvalt of als het snij-/zaaggarnituur per ongeluk wordt aangeraakt.
3. Laat het gereedschap nooit ingeschakeld
achter. Schakel de voeding uit. Laat het gereedschap niet achter totdat het volledig tot stilstand is gekomen.
4. Gebruik de zaag niet zonder dat de
beschermkappen zijn aangebracht. Controleer vóór elk gebruik of de beschermkap goed sluit. Gebruik de zaag niet indien de beschermkap niet goed beweegt en niet snel over het zaag- blad sluit. Klem of bind de beschermkap nooit in de geopende stand vast.
5. Houd uw handen uit de buurt van het zaagblad.
Voorkom contact met het nog nadraaiende zaagblad. Het kan nog steeds ernstig letsel veroorzaken.
6. Om de kans op letsel te verkleinen, schuift u
de slede terug naar zijn achterste stand na elke afkortzaagsnede.
7. Zet alle bewegende onderdelen vast alvorens
het gereedschap te dragen.
8. De aanslagpen of aanslaghendel die de
zaagkop in de onderste stand vergrendelt, wordt alleen gebruikt voor het dragen en opbergen van het gereedschap en niet voor zaagbedieningen.
9. Controleer vóór het gebruik het zaagblad
zorgvuldig op barsten of beschadiging. Vervang een gebarsten of beschadigd zaag- blad onmiddellijk. Gom of hars dat op het zaagblad is opgedroogd vertraagt het zaag- blad en verhoogt de kans op terugslag. Houd het zaagblad schoon door dit eerst van het gereedschap te demonteren en het vervolgens schoon te maken met een schoonmaakmiddel voor gom en hars, heet water of kerosine. Gebruik nooit benzine om het zaagblad schoon te maken.
10. Tijdens het uitvoeren van schuivend
zagen, kan een TERUGSLAG optreden. Een TERUGSLAG treedt op wanneer het zaagblad vastloopt in het werkstuk tijdens het zagen en et zaagblad snel in de richting van de gebrui- ker wordt bewogen. Dit kan leiden tot verlies van controle over het gereedschap en ernstig persoonlijk letsel. Wanneer het zaagblad begint vast te lopen tijdens het zagen, zaagt u131 NEDERLANDS niet verder maar laat u de schakelaar onmid- dellijk los.
11. Gebruik alleen enzen die voor dit gereed-
montagevlak) of de bout niet beschadigt. Beschadiging van deze onderdelen kan zaag- bladbreuk veroorzaken.
13. Zorg dat het draaibaar voetstuk goed vast-
gezet is, zodat het tijdens het zagen niet kan bewegen. Gebruik de gaten in het voetstuk om de zaag te bevestigen op een stevig werk- platform of een stevige werkbank. Gebruik het gereedschap NOOIT wanneer de gebruiker in een ongemakkelijke houding moet staan.
14. Zet de asblokkering in de vrije stand alvorens
de schakelaar in te drukken.
15. Zorg ervoor dat het zaagblad in zijn laagste
positie niet in aanraking komt met het draai- baar voetstuk.
16. Houd het handvat stevig vast. Denk eraan dat
de zaag bij het starten en stoppen even op- en neergaat.
17. Zorg dat het zaagblad bij het inschakelen niet
in contact is met het werkstuk.
18. Laat het gereedschap een tijdje draaien
alvorens het op het werkstuk te gebruiken. Controleer op trillingen of schommelingen die op onjuiste montage of op een slecht uitgeba- lanceerd zaagblad kunnen wijzen.
19. Stop onmiddellijk met zagen indien u iets
20. Probeer niet om de trekkerschakelaar in de
ingeschakeld stand te vergrendelen.
21. Gebruik uitsluitend de accessoires die in deze
gebruiksaanwijzing worden aanbevolen. Het gebruik van ongeschikte accessoires, zoals slijpschijven, kan letsel veroorzaken.
22. Sommige materialen bevatten chemische
stoen die giftig kunnen zijn. Wees voorzichtig dat u geen stof inademt en het stof niet op uw huid komt. Volg de veiligheidsinstructies van de leverancier van het materiaal op.
23. Gebruik geen bekabelde voeding met dit
gereedschap. Aanvullende veiligheidsvoorschriften voor een lamp wanneer deze aan is
1. Kijk niet direct in het lamplicht of in de
lichtbron. BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betreende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwij- zing kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. Belangrijke veiligheidsinstructies voor een accu
1. Lees alle voorschriften en waarschuwingen op
(1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product waarvoor de accu wordt gebruikt, alvorens de accu in gebruik te nemen.
2. Haal de accu niet uit elkaar en saboteer hem
niet. Dit kan leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.
3. Als de gebruikstijd van een opgeladen accu
aanzienlijk korter is geworden, moet u het gebruik ervan onmiddellijk stopzetten. Voortgezet gebruik kan oververhitting, brand- wonden en zelfs een ontplong veroorzaken.
4. Als elektrolyt in uw ogen is terechtgeko-
men, spoelt u uw ogen met schoon water en roept u onmiddellijk de hulp van een dokter in. Elektrolyt in de ogen kan blindheid veroorzaken.
5. Voorkom kortsluiting van de accu:
(1) Raak de accuklemmen nooit aan met een geleidend materiaal. (2) Bewaar de accu niet in een bak waarin andere metalen voorwerpen zoals spij- kers, munten e.d. worden bewaard. (3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van een grote stroomafgifte, oververhitting, brand- wonden, en zelfs defecten.
6. Bewaar en gebruik het gereedschap en de
accu niet op plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50 °C of hoger.
7. Werp de accu nooit in het vuur, ook niet wan-
neer hij zwaar beschadigd of volledig versleten is. De accu kan ontploen in het vuur.
8. Laat de accu niet vallen, sla er geen spijker in,
snijd er niet in, gooi er niet mee en stoot hem niet tegen een hard voorwerp. Dergelijke hande- lingen kunnen leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.
9. Gebruik nooit een beschadigde accu.
10. De bijgeleverde lithium-ionbatterijen zijn
onderhevig aan de vereisten in de wetgeving omtrent gevaarlijke stoen. Voor commercieel transport en dergelijke door derden en transporteurs moeten speciale vereis- ten ten aanzien van verpakking en etikettering worden nageleefd. Als voorbereiding van het artikel dat wordt getransporteerd is het noodzakelijk een expert op het gebied van gevaarlijke stoen te raadplegen. Houd u tevens aan mogelijk strengere nationale regelgeving. Blootliggende contactpunten moeten worden afgedekt met tape en de accu moet zodanig worden verpakt dat deze niet kan bewegen in de verpakking.
11. Wanneer u de accu wilt weggooien, verwijdert
u de accu vanaf het gereedschap en gooit u hem op een veilige manier weg. Volg bij het weggooien van de accu de plaatselijke voorschriften.
12. Gebruik de accu’s uitsluitend met de132 NEDERLANDS
gereedschappen die door Makita zijn aan- bevolen. Als de accu’s worden aangebracht in niet-compatibele gereedschappen, kan dat leiden tot brand, buitensporige warmteontwikkeling, een explosie of lekkage van elektrolyt.
13. Als u het gereedschap gedurende een lange
tijd niet denkt te gaan gebruiken, moet de accu vanaf het gereedschap worden verwijderd.
14. Tijdens en na gebruik, kan de accu heet wor-
den waardoor brandwonden of koude brand- wonden kunnen worden veroorzaakt. Wees voorzichtig bij het hanteren van een hete accu.
15. Raak de aansluitpunten van het gereedschap
niet onmiddellijk na gebruik aan omdat deze heet genoeg kunnen zijn om brandwonden te veroorzaken.
16. Zorg ervoor dat geen steenslag, stof of grond
vast komt te zitten op/in de aansluitpunten, openingen en groeven van de accu. Hierdoor kan oververhitting, brand, een barst en een storing in het gereedschap of de accu ontstaan waar- door brandwonden of persoonlijk letsel kunnen ontstaan.
17. Behalve indien gebruik van het gereedschap
is toegestaan in de buurt van hoogspannings- leidingen, mag u de accu niet gebruiken in de buurt van een hoogspanningsleiding. Dit kan leiden tot een storing of een defect van het gereedschap of de accu.
18. Houd de accu uit de buurt van kinderen.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. LET OP: Gebruik uitsluitend originele Makita accu’s. Het gebruik van niet-originele accu’s, of accu’s die zijn gewijzigd, kan ertoe leiden dat de accu ontploft en brand, persoonlijk letsel en schade veroor- zaakt. Ook vervalt daarmee de garantie van Makita op het gereedschap en de lader van Makita. KENNISGEVING: Makita is niet verantwoordelijk voor enig ongeval voortvloeiend uit het gebruik van niet-originele Makita-accu's of accu's die zijn gewij- zigd. Originele Makita-accu's zijn streng gecontro- leerd op compatibiliteit met Makita-gereedschappen en -acculaders, en voldoen aan de toepasselijke regelgeving en veiligheidsnormen. Tips voor een maximale levens- duur van de accu
1. Laad de accu op voordat hij volledig ontladen
is. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap is afgenomen.
2. Laad een volledig opgeladen accu nooit
opnieuw op. Te lang opladen verkort de levensduur van de accu.
3. Laad de accu op bij een omgevingstempera-
tuur tussen 10 °C en 40 °C. Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden.
4. Als de accu niet wordt gebruikt, verwijdert u
hem vanaf het gereedschap of de lader.
5. Laad de accu op als u deze gedurende een
lange tijd (meer dan zes maanden) niet gaat gebruiken. Belangrijke veiligheidsinstructies voor de draadloos-eenheid
1. Haal de draadloos-eenheid niet uit elkaar en
2. Houd de draadloos-eenheid uit de buurt van
kinderen. Indien per ongeluk ingeslikt, raad- pleegt u onmiddellijk een arts.
3. Gebruik de draadloos-eenheid uitsluitend met
4. Stel de draadloos-eenheid niet bloot aan regen
of natte omstandigheden.
5. Gebruik de draadloos-eenheid niet op plaatsen
waar de temperatuur hoger is dan 50 °C.
6. Bedien de draadloos-eenheid niet op plaatsen
in de buurt van medische instrumenten, zoals een pacemaker.
7. Bedien de draadloos-eenheid niet op plaatsen
in de buurt van geautomatiseerde apparaten. Bij bediening ervan kan in de geautomatiseerde apparaten een storing of fout optreden.
8. Bedien de draadloos-eenheid niet op plaatsen
met een hoge temperatuur of op plaatsen waar statische elektriciteit of elektrische ruis kan worden gegenereerd.
9. De draadloos-eenheid kan elektromagnetische
velden genereren, maar deze zijn niet schade- lijk voor de gebruiker.
10. De draadloos-eenheid is een nauwkeurig
instrument. Wees voorzichtig dat u de draad- loos-eenheid niet laat vallen of ergens tegen- aan stoot.
11. Raak de aansluitpunten van de draadloos-een-
heid niet aan met blote handen of metaalach- tige materialen.
12. Verwijder altijd de accu uit het apparaat wan-
neer u de draadloos-eenheid erin aanbrengt.
13. Open de afdekking van de gleuf niet op plaat-
sen waar stof of vocht in de gleuf kan binnen- dringen. Houd de ingang van de gleuf altijd schoon.
14. Breng de draadloos-eenheid altijd in de juiste
15. Druk niet te hard op de knop voor draad-
loos inschakelen op de draadloos-eenheid en/of druk niet op de knop met een scherp voorwerp.
16. Sluit altijd de afdekking van de gleuf tijdens
17. Verwijder de draadloos-eenheid niet uit de
gleuf terwijl voeding wordt geleverd aan het gereedschap. Als u dit doet, kan een storing optreden in de draadloos-eenheid.
18. Verwijder de sticker op de draadloos-eenheid
19. Plak geen stickers op de draadloos-eenheid.
20. Laat de draadloos-eenheid niet liggen op een
plaats waar statische elektriciteit of elektrische ruis kan worden gegenereerd.
21. Laat de draadloos-eenheid niet liggen op een
plaats die is blootgesteld aan hoge tempe- raturen, zoals in een auto die in de zon staat133 NEDERLANDS geparkeerd.
22. Laat de draadloos-eenheid niet liggen op een
plaats met veel stof of poeder, of op een plaats waar corrosief gas kan worden gegenereerd.
23. Door een plotselinge verandering in tempe-
ratuur kan condens op de draadloos-eenheid worden gevormd. Gebruik de draadloos-een- heid niet voordat de condens volledig is verdampt.
24. Veeg de draadloos-eenheid voorzichtig
schoon met een droge, zachte doek. Gebruik geen wasbenzine, thinner, geleidend vet en dergelijke.
25. Bewaar de draadloos-eenheid in de bijgele-
verde doos of een antistatische container.
26. Breng geen andere apparaten dan een draad-
loos-eenheid van Makita aan in de gleuf van het gereedschap.
27. Gebruik het gereedschap niet als de afdekking
van de gleuf beschadigd is. Water, stof en vuil die in de gleuf binnendringen, kunnen een storing veroorzaken.
28. Trek en draai niet meer dan nodig is aan de
afdekking van de gleuf. Plaats de afdekking terug als deze los komt van het gereedschap.
29. Vervang de afdekking van de gleuf als deze
► Fig.2 1 Knop (voor schuine hoek) 2 Inbussleutel 3 Stelschroef (aanslag van onderste stand) 4 Stelbout (voor maximale zaagdiepte) 5 Aanslagarm 6 Uit-vergrendelknop 7 Trekkerschakelaar 8 Afdekking (voor draadloos-eenheid) 9 Gat voor hangslot 10 Knop voor draadloos inschakelen 11 Lamp van draadloos inschakelen 12 Lampknop 13 Vacuümknop 14 Zaagbladkast 15 Beschermkap 16 Hulpgeleider 17 Vergrendelhendel (voor draaibaar voetstuk) 18 Ontgrendelhendel (voor draaibaar voetstuk) 19 Handgreep (voor draai- baar voetstuk) 20 Zaagsnedeplaat 21 Verstekhoekschaal 22 Wijzer (voor verstekhoek) 23 Draaibaar voetstuk 24 Hulpvoetstuk 25 Ontgrendelknop (voor schuine hoek rechts) 26 Verticale spanschroef 27 Aanslagpen (voor schui- ven van slede) 28 Sledestang ► Fig.3 1 Handvat 2 Accu 3 Stofzak (indien vervangen door stofafzuigslang) 4 Slang (voor stofafzuiging) 5 Schuine-hoekschaal 6 Stelbout voor 0° (voor schuine hoek) 7 Wijzer (voor schuine hoek) 8 Stelbout voor 45° (voor schuine hoek) 9 Vergrendelhendel (voor schuine hoek) 10 Ontgrendelhendel (voor schuine hoek van 48°) 11 Geleider (bovenste geleider) 12 Geleider (onderste geleider) 13 Aanslagpen (voor omhoog brengen van slede) 14 Asblokkering - - - - BEVESTIGEN De handgreep aanbrengen Draai de draadstang van de handgreep in het draaibaar voetstuk. ► Fig.4: 1. Handgreep 2. Draaibaar voetstuk De stofafzuigslang aanbrengen en verwijderen Bevestig de kniekoppeling van de slang aan de boven- ste poort met de vergrendelknop omhoog gericht. Steek de mof van de slang in de onderste poort door de aan- slagknoppen op de mof in te drukken en uit te lijnen met de geleiderinkepingen in de poort. Zorg ervoor dat de kniekoppeling en de mof goed pas- sen op de poorten van het gereedschap. ► Fig.5: 1. Stofafzuigslang 2. Kniekoppeling
Om de kniekoppeling van de slang uit de poort te ver- wijderen, houdt u de vergrendelknop ingedrukt en trekt u aan de kniekoppeling. ► Fig.6: 1. Vergrendelknop 2. Kniekoppeling Om de mof van de slang vanaf de poort te verwijderen, drukt u de aanslagknoppen aan beide zijden van de134 NEDERLANDS poort in terwijl u aan de mof trekt. ► Fig.7: 1. Aanslagknop 2. Mof Op een werktafel bevestigen Tijdens verzending is het handvat met behulp van de aanslagpen vergrendeld in de onderste stand. Duw het handvat iets omlaag, trek aan de aanslagpen en draai hem 90°. ► Fig.8: 1. Vergrendelde stand 2. Ontgrendelde stand
Dit gereedschap moet met vier bouten worden gemon- teerd op een horizontale en stabiele ondergrond met gebruikmaking van de boutgaten in het voetstuk van het gereedschap. Hierdoor wordt voorkomen dat het gereedschap kan omvallen en letsel kan veroorzaken. ► Fig.9: 1. Bout WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat het gereedschap niet beweegt op de ondergrond. Als de verstekzaag tijdens het zagen beweegt ten opzichte van de ondergrond, kan dat leiden tot verlies van controle over het gereedschap en ernstig per- soonlijk letsel.
FUNCTIES WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat het gereedschap is uitgeschakeld en dat de accu is verwijderd voordat u de functies van het gereed- schap aanpast of controleert. Als het gereedschap niet wordt uitgeschakeld en de accu niet uit het gereedschap wordt verwijderd, kan dat na per onge- luk inschakelen leiden tot ernstig persoonlijk letsel. De accu aanbrengen en verwijderen LET OP: Schakel het gereedschap altijd uit voordat u de accu aanbrengt of verwijdert. LET OP: Houd het gereedschap en de accu stevig vast tijdens het aanbrengen of verwijderen van de accu. Als u het gereedschap en de accu niet stevig vasthoudt, kunnen deze uit uw handen glippen en het gereedschap of de accu beschadigen, of kan persoonlijk letsel worden veroorzaakt. Om de accu aan te brengen lijnt u de lip op de accu uit met de groef in de behuizing en duwt u de accu op zijn plaats. Steek de accu zo ver mogelijk in het gereed- schap tot u een klikgeluid hoort. Wanneer het rode deel zichtbaar is, zoals aangegeven in de afbeelding, is de accu niet geheel vergrendeld. Om de accu te verwijderen verschuift u de knop aan de voorkant van de accu en schuift u tegelijkertijd de accu uit het gereedschap. ► Fig.10: 1. Rood deel 2. Knop 3. Accu LET OP: Breng de accu altijd helemaal aan totdat het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap vallen en u of anderen in uw omgeving verwonden. LET OP: Breng de accu niet met kracht aan. Als de accu niet gemakkelijk in het gereedschap kan worden geschoven, wordt deze niet goed aangebracht. Gereedschap-/ accubeveiligingssysteem Het gereedschap is uitgerust met een gereedschap-/ accubeveiligingssysteem. Dit systeem kan automatisch de stroomtoevoer naar de motor afsluiten om de levens- duur van het gereedschap en de accu te verlengen. Het gereedschap zal tijdens gebruik automatisch stoppen wanneer het gereedschap of de accu zich in een van de volgende omstandigheden bevindt: Onder bepaalde omstandigheden gaan de indicatorlampjes branden. Overbelastingsbeveiliging Als het gereedschap/de accu wordt bediend op een manier waardoor een abnormaal hoge stroom wordt getrokken, stopt het gereedschap automatisch. Schakel in die situatie het gereedschap uit en stop het gebruik dat ertoe leidde dat het gereedschap overbelast raakte. Schakel daarna het gereedschap in om het weer te starten. Oververhittingsbeveiliging Wanneer het gereedschap of de accu oververhit is, stopt het gereedschap automatisch en knippert de lamp. In die situatie laat u het gereedschap eerst afkoe- len voordat u het gereedschap opnieuw inschakelt. Beveiliging tegen te ver ontladen Als de acculading laag is, stopt het gereedschap auto- matisch. Als het gereedschap niet in- en uitschakelt volgens de bediening van de schakelaar, verwijdert u de accu vanaf het gereedschap en laadt u hem op. De resterende acculading controleren Druk op de testknop op de accu om de resterende acculading te zien. De indicatorlampjes branden gedu- rende enkele seconden. ► Fig.11: 1. Indicatorlampjes 2. Testknop Indicatorlampjes Resterende acculading Brandt Uit Knippert 75% tot 100% 50% tot 75% 25% tot 50%135 NEDERLANDS Indicatorlampjes Resterende acculading Brandt Uit Knippert 0% tot 25% Laad de accu op. Er kan een storing zijn opgetreden in de accu. OPMERKING: Afhankelijk van de gebruiksomstan- digheden en de omgevingstemperatuur, is het moge- lijk dat de aangegeven acculading verschilt van de werkelijke acculading. OPMERKING: Het eerste (meest linker) indicator- lampje knippert wanneer het accubeveiligingssys- teem in werking is getreden. Handvatvergrendeling LET OP: Houd altijd het handvat vast wanneer u de aanslagpen ontgrendelt. Anders springt het handvat omhoog en kan persoonlijk letsel ontstaan. Het handvat kan worden vergrendeld in de onderste stand of in de bovenste stand met behulp van de aan- slagpen. Breng het handvat volledig omlaag of omhoog, en trek daarna de aanslagpen uit en draai deze naar een vergrendelde stand. Om het handvat te ontgren- delen, duwt u het handvat iets omlaag, trekt u aan de aanslagpen en draait u hem 90° naar een ontgrendelde stand. ► Fig.12: 1. Vergrendelde stand 2. Ontgrendelde stand 3. Aanslagpen Schuifvergrendeling Trek aan de aanslagpen en draai hem 90° naar de ont- grendelde stand zodat de slede vrij kan bewegen. Om de schuifbeweging te vergrendelen, duwt u de slede zo ver mogelijk tegen de arm en plaatst u de aanslagpen terug in de vergrendelde stand. ► Fig.13: 1. Vergrendelde stand 2. Ontgrendelde stand 3. Aanslagpen 4. Arm Beschermkap WAARSCHUWING: Zet de beschermkap nooit vast en verwijder nooit de beschermkap of de veer die eraan is bevestigd. Een blootliggend zaagblad als gevolg van een buiten werking gestelde beschermkap kan tijdens gebruik leiden tot ernstig persoonlijk letsel. WAARSCHUWING: Gebruik het gereed- schap nooit wanneer de beschermkap of de veer beschadigd, defect, of verwijderd is. Het gebruik van het gereedschap met een beschadigde, defecte of verwijderde beschermkap kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. LET OP: Voor een veilig gebruik zorgt u ervoor dat de beschermkap altijd goed werkt. Stop het gebruik onmiddellijk als de bescherm- kap zich abnormaal gedraagt. Controleer of de veer goed werkt zodat de beschermkap goed terugkeert. Wanneer het handvat omlaag wordt gebracht, gaat de beschermkap automatisch omhoog. De beschermkap is veerbelast zodat zij naar haar oorspronkelijke positie terugkeert wanneer het zagen voltooid is en het hand- vat omhoog wordt gebracht. ► Fig.14: 1. Beschermkap Reinigen Als de doorzichtige beschermkap vuil is geworden of er zaagsel aan kleeft zodat het zaagblad en/of het werk- stuk niet meer goed zichtbaar is, verwijdert u de accu en maakt u de beschermkap voorzichtig schoon met een vochtige doek. Gebruik geen oplosmiddelen of een schoonmaakmiddel op petroleumbasis op de kunststof- fen beschermkap omdat hierdoor de beschermkap kan worden beschadigd. Volg de vermelde stapsgewijze instructies voor het voorbereiden van de reiniging.
1. Zorg ervoor dat het gereedschap is uitgeschakeld
en de accu is verwijderd.
2. Draai de inbusbout met de bijgeleverde inbussleu-
tel linksom terwijl u de middenkap tegenhoudt.
4. Nadat het reinigen klaar is, plaatst u de midden-
kap terug en draait u de inbusbout vast door de boven- staande stappen in omgekeerde volgorde uit te voeren.
5. Zorg ervoor dat het cirkelzaagblad en de midden-
kap weer worden aangebracht in hun oorspronkelijke posities en de inbusbout wordt vastgedraaid. ► Fig.15: 1. Inbussleutel 2. Inbusbout 3. Middenkap
WAARSCHUWING: Verwijder de veer van de beschermkap niet. Als de beschermkap beschadigd is na verloop van tijd of door blootstelling aan ultraviolet licht, neemt u contact op met een Makita-servicecentrum om een vervangingson- derdeel te bestellen. DE BESCHERMKAP NOOIT VASTZETTEN OF VERWIJDEREN. De zaagsnedeplaat afstellen Om scheuren op de uitlaatkant van een snede tot een minimum te beperken, is dit gereedschap voorzien van zaagsnedeplaten in het draaibaar voetstuk. De zaagsnedeplaten zijn in de fabriek zodanig afgesteld dat het cirkelzaagblad niet met de zaagsnedeplaten in aanraking komt. Stel de zaagsnedeplaten als volgt af alvorens de zaag in gebruik te nemen:
1. Zorg ervoor dat de accu is verwijderd. Draai
daarna alle schroeven (3 aan zowel de linkerzijde als de rechterzijde) los waarmee de zaagsnedeplaten zijn bevestigd. ► Fig.16: 1. Zaagsnedeplaat 2. Schroef136 NEDERLANDS OPMERKING: De achterste schroeven kunnen gemakkelijk worden los- en vastgedraaid door het draaibare voetstuk onder een hoek te draaien. Verzeker u ervan het handvat volledig omhoog te brengen wanneer u het draaibare voetstuk wilt draaien.
2. Trek de schroeven weer aan in zulke mate dat de
zaagsnedeplaten nog gemakkelijk met de hand kunnen worden bewogen. OPMERKING: Verzeker u ervan het draaibare voet- stuk terug te draaien naar zijn oorspronkelijke stand (0° verstekhoek) voordat u de zaagsnedeplaten weer aanbrengt.
3. Breng het handvat volledig omlaag en trek en
draai daarna de aanslagpen om het handvat in de onderste positie te vergrendelen.
4. Trek aan de aanslagpen op de sledestang en
draai deze zodat de slede kan schuiven. ► Fig.17: 1. Aanslagpen 2. Vergrendelde stand
3. Ontgrendelde stand
5. Trek de slede helemaal naar u toe.
6. Stel de positie van de zaagsnedeplaten af zodat
deze net in aanraking komen met de zijkanten van de zaagbladtanden. ► Fig.18 ► Fig.19: 1. Zaagblad 2. Zaagbladtanden
3. Zaagsnedeplaat 4. Linkse schuine snede
5. Rechte snede 6. Rechtse schuine snede
7. Trek de voorste schroeven aan (niet te hard
8. Duw de slede zo ver mogelijk naar de geleiders en
stel daarna de positie van de zaagsnedeplaten zodanig af dat deze net in aanraking komen met de zijkanten van de zaagbladtanden.
9. Trek de middelste schroeven aan (niet te hard
10. Nadat de zaagsnedeplaten zijn afgesteld, ontgren-
delt u de aanslagpen voor het vergrendelen van het handvat en brengt u het handvat omhoog. Trek vervol- gens alle schroeven stevig aan. KENNISGEVING: Zorg na het instellen van de schuine hoek ervoor dat de zaagsnedeplaten goed worden afgesteld. Een juiste afstelling van de zaagsnedeplaten bevordert een goede ondersteuning van het werkstuk en minimaliseert het splinteren van het werkstuk. Een maximale zaagdiepte behouden Dit gereedschap is in de fabriek afgesteld om de maxi- male zaagdikte te leveren met een zaagblad met een diameter van 305 mm. Controleer bij het aanbrengen van een nieuw cirkel- zaagblad altijd de onderste stand van het cirkelzaag- blad en stel deze zo nodig als volgt af:
1. Verwijder de accu. Draai daarna de aanslaghen-
del naar de ingeschakelde stand. ► Fig.20: 1. Aanslaghendel
2. Duw de slede zo ver mogelijk naar de geleiders en
breng het handvat volledig omlaag. ► Fig.21: 1. Geleider 2. Stelbout
3. Draai met behulp van de inbussleutel de stelbout
tot het cirkelzaagblad iets lager komt dan het kruispunt van de geleiders en het bovenoppervlak van het draai- bare voetstuk. ► Fig.22: 1. Bovenoppervlak van draaibaar voetstuk
4. Houd het handvat helemaal omlaag gedrukt en
draai het cirkelzaagblad met de hand rond om u ervan te verzekeren dat het cirkelzaagblad geen enkel onder- deel van het onderste voetstuk raakt. Stel opnieuw een beetje af, indien nodig. WAARSCHUWING: Na het aanbrengen van een nieuw cirkelzaagblad controleert u, terwijl de accu is verwijderd, altijd of het cirkelzaagblad geen enkel onderdeel van het voetstuk raakt wanneer de handvat zo ver mogelijk omlaag wordt geduwd. Als het cirkelzaagblad het voetstuk raakt, kan dit een terugslag veroorzaken en leiden tot ern- stig persoonlijk letsel. ► Fig.23 LET OP: Zet na het afstellen altijd de aanslag- hendel terug in zijn oorspronkelijke stand. Aanslagarm Met de aanslagarm kunt u de onderste stand van het cirkelzaagblad gemakkelijk instellen. Stel in door de aanslagarm in de richting van het pijltje te bewegen, zoals afgebeeld. Draai de stelschroef zodanig dat het cirkelzaagblad stopt in de gewenste stand wanneer het handvat helemaal omlaag wordt gebracht. ► Fig.24: 1. Stelschroef 2. Aanslagarm LET OP: Houd bij het afstellen het hand- vat altijd stevig vast. Als u dit niet doet, kan dat ertoe leiden dat de slede omhoog springt en letsel veroorzaakt. Afstellen van de verstekhoek LET OP: Na het veranderen van de verstek- hoek, zet u altijd het draaibare voetstuk vast door de vergrendel-/ontgrendelhendel terug te zetten in de vergrendelde stand en de handgreep stevig vast te zetten. KENNISGEVING: Verzeker u ervan het handvat volledig omhoog te brengen voordat u het draai- bare voetstuk draait.
1. Draai de handgreep linksom. Houd daarna de
vergrendelhendel ingedrukt in een ontgrendelde stand.
2. Houd de handgreep vast en zwenk hem van links
naar rechts om het draaibare voetstuk te draaien.
3. Lijn de wijzer uit met uw gewenste hoek op de
Klikstopfunctie Deze verstekzaag heeft een klikstopfunctie. U kunt snel een linkse/rechtse verstekhoek van 0°, 15°, 22,5°, 31,6°, 45° en 60° instellen.
1. Draai de handgreep linksom.
2. Houd de vergrendelhendel ingedrukt in een ont-
3. Draai het draaibare voetstuk tot vlakbij de
gewenste klikstophoek en laat de vergrendelhendel los.
4. Draai het draaibare voetstuk naar uw gewenste
klikstophoek tot het wordt vergrendeld.
OPMERKING: Om de klikstopfunctie van het draai- bare voetstuk uit te schakelen, drukt u de ontgren- delhendel omlaag. Het draaibare voetstuk kan dan vrij draaien zonder de vergrendelhendel te moeten indrukken. Zwenk de handgreep om het draaibare voetstuk naar uw gewenste hoek te draaien en draai daarna de handgreep vast. ► Fig.27: 1. Ontgrendelhendel Afstellen van de schuine hoek LET OP: Na het wijzigen van de schuine hoek, dient u altijd de arm vast te zetten door de knop op de sledestang rechtsom vast te draaien. KENNISGEVING: Verwijder altijd de bovenste geleiders en de verticale spanschroef voordat u de schuine hoek instelt. KENNISGEVING: Wanneer u het cirkelzaagblad gaat kantelen, verzekert u zich ervan dat de slede helemaal omhoog staat. KENNISGEVING: Wanneer u de schuine hoek wijzigt, dient u de zaagsnedeplaten in de juiste positie te zetten zoals beschreven in het tekstdeel over het afstellen van de zaagsnedeplaten. KENNISGEVING: Draai de knop op de slede- stang niet te strak vast. Als u dat doet, kan een storing ontstaan in het vergrendelingsmecha- nisme voor de schuine hoek. Het cirkelzaagblad naar links kantelen
2. Trek aan de vergrendelhendel en draai hem naar
de afgebeelde stand. ► Fig.29: 1. Vergrendelhendel
3. Houd het handvat vast en kantel de slede naar
4. Lijn de wijzer uit met uw gewenste hoek op de
Het cirkelzaagblad naar rechts kantelen
1. Draai de knop op de sledestang linksom.
2. Houd het handvat vast en kantel de slede iets
3. Kantel de slede naar rechts terwijl u op de ont-
grendelknop voor een schuine hoek rechts drukt.
4. Lijn de wijzer uit met uw gewenste hoek op de
te zetten. ► Fig.31: 1. Knop 2. Handvat 3. Ontgrendelknop voor schuine hoek rechts 4. Schuine-hoekschaal Het cirkelzaagblad kantelen met behulp van de klikstopfunctie Deze verstekzaag heeft een klikstopfunctie. U kunt een hoek van 22,5° en 33,9° naar zowel links als rechts snel instellen.
kantel de slede tot vlakbij de gewenste klikstophoek.
3. Zet de vergrendelhendel in de horizontale stand.
4. Kantel de slede naar uw gewenste klikstophoek
tot deze wordt vergrendeld.
5. Om de hoek te veranderen, trekt u de vergren-
delhendel naar de voorkant van het gereedschap en kantelt u de slede opnieuw.
6. Draai de knop rechtsom vast om de sledearm vast
te zetten. ► Fig.32: 1. Knop 2. Vergrendelhendel Het cirkelzaagblad verder dan het bereik 0° - 45° kantelen
1. Draai de knop op de sledestang linksom.
2. Houd het handvat vast en kantel de slede over 45°
naar links of rechts.
3. Trek de slede iets terug en schuif de ontgrendel-
hendel voor een schuine hoek van 48° naar de voorkant van het gereedschap.
4. Kantel de slede verder naar links of rechts terwijl u
de hendel ontgrendeld houdt.
5. Draai de knop rechtsom vast om de sledearm vast
te zetten. ► Fig.33: 1. Knop 2. Handvat 3. Ontgrendelhendel voor een schuine hoek van 48°138 NEDERLANDS Werking van de schakelaar WAARSCHUWING: Voordat u de accu(’s) aanbrengt in het gereedschap, controleert u altijd of de trekkerschakelaar correct werkt en na losla- ten terugkeert naar de uit-stand. Druk de trekker- schakelaar niet hard in zonder dat de uit-vergren- delknop is ingedrukt. Hierdoor kan de schakelaar kapot gaan. Het gereedschap gebruiken zonder dat de schakelaar goed werkt, kan leiden tot verlies van controle en ernstig persoonlijk letsel. WAARSCHUWING: Gebruik het gereedschap NOOIT met een defecte trekkerschakelaar. Ieder gereedschap met een defecte trekschakelaar is UITERST GEVAARLIJK en moet worden gerepareerd voordat het gereedschap wordt gebruikt of ernstig persoonlijk letsel wordt veroorzaakt. WAARSCHUWING: U mag NOOIT de uit-ver- grendelknop buiten werking stellen door hem met tape vast te zetten of iets dergelijks. Een schake- laar met een buiten werking gestelde uit-vergrendel- knop, kan leiden tot onbedoeld inschakelen en ernstig persoonlijk letsel. WAARSCHUWING: Gebruik het gereed- schap NOOIT als het start door alleen maar de trekkerschakelaar in te knijpen zonder de uit-ver- grendelknop in te drukken. Een schakelaar die moet worden gerepareerd, kan leiden tot onbedoeld inschakelen en ernstig persoonlijk letsel. Stuur het gereedschap op naar een Makita-servicecentrum voor reparatie ZONDER het verder te gebruiken. ► Fig.34: 1. Trekkerschakelaar 2. Uit-vergrendelknop
3. Gat voor hangslot
Een uit-vergrendelknop is aanwezig om te voorkomen dat de trekkerschakelaar per ongeluk wordt ingedrukt. Om het gereedschap te starten, drukt u de uit-vergren- delknop in en drukt u vervolgens de trekkerschakelaar in. Laat de trekkerschakelaar los om het gereedschap te stoppen. In de trekkerschakelaar is een gat aangebracht waar een hangslot door past om het gereedschap af te sluiten. WAARSCHUWING: Gebruik geen slot met een beugel of kabel met een diameter kleiner dan 6,35 mm. Met een dunnere beugel of kabel wordt het gereedschap mogelijk niet goed in de uit-stand vergrendeld, waardoor onbedoelde bediening kan plaatsvinden die kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. Een zaaglijn weergeven LET OP: De lamp is niet waterdicht. Was de lamp niet met water en gebruik het gereedschap niet in de regen of op een vochtige plaats. Als u dat toch doet, kunnen elektrische schokken en rook ontstaan. LET OP: Raak de lens van de lamp niet aan aangezien deze zeer heet is wanneer de lamp brandt en kort na het uitschakelen. Dit kan brand- wonden veroorzaken. LET OP: Stoot niet tegen de lamp omdat deze hierdoor kan worden beschadigd of de levens- duur ervan kan worden verkort. LET OP: Kijk niet direct in het lamplicht of in de lichtbron. De LED-lamp werpt een lichtbundel over het cirkel- zaagblad en de schaduw van het zaagblad valt op het werkstuk en dient als een kalibratie-vrije zaaglijn-aan- duiding. Druk op de lampknop om een lichtbundel te werpen. Een schaduwlijn wordt geworpen waar het zaagblad het oppervlak van het werkstuk zal raken, en deze wordt donkerder naar mate het zaagblad omlaag komt. ► Fig.35: 1. Lampknop 2. Lamp 3. Zaaglijn De aanduiding helpt bij het doorzagen over een bestaande zaaglijn die op het werkstuk is getekend.
1. Houd het handvat vast en breng het cirkelzaag-
blad omlaag zodat een donkere schaduw van het zaag- blad wordt weergegeven op het werkstuk.
2. Lijn de zaaglijn die op het werkstuk is getekend uit
met de schaduwlijn van het zaagblad.
3. Stel de verstekhoek en schuine hoek zo nodig af.
OPMERKING: Vergeet niet na gebruik om de lamp- schakelaar uit te zetten omdat een ingeschakelde lamp acculading verbruikt. OPMERKING: De lamp gaat automatisch uit 5 minu- ten nadat u de bediening stopt. Elektronische functie Elektrische rem Dit gereedschap is voorzien van een elektrische zaag- bladrem. Als het gereedschap voortdurend niet snel de werking afbreekt nadat de trekkerschakelaar is losge- laten, laat u het gereedschap onderhouden door een Makita-servicecentrum. LET OP: Het zaagbladremsysteem is geen vervanging van de beschermkap. Gebruik het gereedschap nooit zonder een werkende beschermkap.. Een onbeschermd zaagblad kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. Constant-toerentalregeling Het gereedschap is uitgerust met een elektronische toerentalregeling die helpt een constant toerental van het zaagblad te handhaven, ook onder belasting. Een constant toerental van het zaagblad zorgt voor een zeer139 NEDERLANDS gladde zaagsnede. Zachte-startfunctie Deze functie laat het gereedschap soepel starten door het startkoppel te beperken. MONTAGE WAARSCHUWING: Controleer altijd of het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd voordat u aan het gereedschap gaat werken. Als u het gereedschap niet uitschakelt en de accu niet verwijdert, kan dat leiden tot ernstig per- soonlijk letsel. Opbergen van de inbussleutel Wanneer u de inbussleutel niet gebruikt, bergt u deze op de plaats aangegeven in de afbeelding op, om te voorkomen dat deze wordt verloren. ► Fig.36: 1. Inbussleutel Het zaagblad aanbrengen en verwijderen WAARSCHUWING: Zorg er altijd voor dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu is ver- wijderd, voordat u het cirkelzaagblad verwijdert of aanbrengt. Als het gereedschap per ongeluk start, kan dat leiden tot ernstig persoonlijk letsel. WAARSCHUWING: Gebruik voor het verwij- deren of aanbrengen van het cirkelzaagblad uit- sluitend de bijgeleverde Makita-sleutel. Als deze sleutel niet wordt gebruikt, kan de inbusbout te strak of onvoldoende strak worden vastgezet met ernstig persoonlijk letsel tot gevolg. WAARSCHUWING: Gebruik of vervang nooit onderdelen die niet bij dit gereedschap werden geleverd. Het gebruik van dergelijke onderdelen kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. WAARSCHUWING: Nadat het cirkelzaagblad is aangebracht, verzekert u zich er altijd van dat het stevig is bevestigd. Een losse bevestiging van het cirkelzaagblad kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. Het zaagblad verwijderen Om het cirkelzaagblad te verwijderen, gaat u als volgt te werk:
1. Vergrendel de slede in de bovenste stand door
aan de aanslagpen te trekken en deze naar de vergren- delde stand te draaien. ► Fig.37: 1. Aanslagpen 2. Ontgrendelde stand
3. Vergrendelde stand
2. Gebruik de inbussleutel om de inbusbout, waar-
en draai met de inbussleutel de inbusbout rechtsom los. Verwijder daarna de inbusbout, de buitenens en het cirkelzaagblad. ► Fig.39: 1. Inbusbout (linkse schroefdraad)
2. Buitenens 3. Asblokkering
4. Als de binnenens verwijderd is, brengt u deze
aan op de as met zijn verzonken zijde naar het cirkel- zaagblad gericht. Als de binnenens verkeerd wordt aangebracht, zal de ens tegen het gereedschap aanlopen. ► Fig.40: 1. Inbusbout (linkse schroefdraad)
2. Buitenens 3. Cirkelzaagblad 4. Ring
5. Binnenens 6. As 7. Verzonken zijde
Het zaagblad aanbrengen WAARSCHUWING: Voordat het zaagblad op de as wordt geplaatst, moet u ervoor zorgen, dat de juiste ring, passend voor het asgat van het zaagblad, is aangebracht tussen de binnen- en buitenens. Het gebruik van een verkeerde asgatring kan resulteren in een gebrekkige montage van het zaagblad, waardoor dit gaat bewegen en sterk trillen met als gevolg dat u de controle over het gereedschap kunt verliezen en ernstig persoonlijk letsel kan worden veroorzaakt. LET OP: Zorg ervoor dat u het cirkelzaag- blad zodanig aanbrengt dat de richting van de pijl op het zaagblad overeenkomt met die op het zaagbladhuis. Als u dat niet doet, kan dat leiden tot persoonlijk letsel en schade aan het gereedschap en/ of het werkstuk. Om het cirkelzaagblad aan te brengen, gaat u als volgt te werk:
1. Breng het cirkelzaagblad zorgvuldig aan op de
binnenens. Zorg ervoor dat de richting van de pijl op het cirkelzaagblad overeenkomt met de richting van de pijl op het zaagbladhuis. ► Fig.41: 1. Pijl op het zaagbladhuis 2. Pijl op het cirkelzaagblad
2. Monteer de buitenens en de inbusbout, en draai
daarna met de inbussleutel de inbusbout stevig linksom vast terwijl u de asblokkering ingedrukt houdt. ► Fig.42: 1. Inbusbout (linkse schroefdraad)
2. Buitenens 3. Cirkelzaagblad 4. Ring
5. Binnenens 6. As 7. Verzonken zijde
3. Breng de beschermkap en de middenkap terug
naar hun oorspronkelijke positie. Draai daarna de inbusbout rechtsom vast om de middenkap vast te zetten.
4. Trek aan de aanslagpen en draai deze naar een
ontgrendelde stand om de slede te ontgrendelen uit zijn bovenste stand. Breng de slede omlaag en controleer of de beschermkap goed beweegt. LET OP: Controleer voordat u begint te zagen of de asblokkering de as niet langer vergrendelt.140 NEDERLANDS Stof WAARSCHUWING: Afhankelijk van het materiaal waarmee wordt gewerkt en het gebruikte accessoire, kan het stof dat door gebruik van het gereedschap wordt gegenereerd, schadelijk zijn. De gebruiker wordt geadviseerd om een geschikte stofafzuigapparatuur te gebrui- ken om de blootstelling te verminderen. Raadpleeg het hoofdstuk "OPTIONELE ACCESSOIRES" in deze gebruiksaanwijzing voor alle beschikbare optionele hulpstukken voor stofafzuigapparatuur. Extra waarschuwingen:
- Om inademing van stof te voorkomen, advi- seren wij u om ook een FFP2-stofmasker of P2-ademhalingsapparaat te gebruiken.
- Raadpleeg het hoofdstuk "ONDERHOUD" in de gebruiksaanwijzing van de aangesloten stofafzuigapparatuur om de eectiviteit van de stofafzuiging te houden.
- Volg alle toepasselijke wettelijke vereisten voor stofpreventie in het land waarin de werkzaamheden worden uitgevoerd.
- Gebruik geen stofafzuigapparatuur bij metaalbewerking met behulp van elektrisch gereedschap. De metaaldeeltjes die tijdens de metaalbewerking worden geproduceerd, kunnen het verzameld stof doen ontbranden en het stolter binnenin de stofafzuigapparatuur beschadigen, waardoor groot brandgevaar ontstaat.
- Alleen voor Europese landen De gebruiker wordt geadviseerd om sto- fafzuigapparatuur van de M- of H-klasse te gebruiken (zoals gedenieerd in EN 60335-2-69). Voor hulp en ondersteuning met betrekking tot stofaf- zuigapparatuur, neemt u contact op met uw plaatselijke Makita-servicecentrum. Aansluiten op stofafzuigapparatuur Wanneer u tijdens het zagen schoon wilt werken, sluit u een Makita-stofzuiger aan op de kniekoppeling (bovenste stofuitwerppoort) met behulp van het voorste aansluitstuk 24 (optioneel accessoire). De binnendiameter van de kniekoppeling voor de slan- gaansluiting is 36 mm. ► Fig.43: 1. Aansluitmond 24 2. Slang 3. Stofzuiger Stofzak LET OP: Bij het zagen bevestigt u altijd de stofzak of sluit u een stofzuiger aan om gevaar door stof te voorkomen. Door de stofzak te gebruiken werkt u schoon en kan het zaagsel eenvoudig worden opgeruimd. Om de stofzak aan te brengen, verwijdert u de stofafzuigslang vanaf het gereedschap en bevestigt u de stofzak op het mondstuk (bovenste stofuitwerppoort). ► Fig.44: 1. Stofafzuigslang 2. Stofzak 3. Mondstuk (bovenste stofuitwerppoort) Wanneer de stofzak ongeveer halfvol is, maakt u hem los van het gereedschap en trekt u de sluitstrip eruit. Maak de stofzak leeg en tik er zachtjes op voor het verwijderen van achtergebleven stofdeeltjes die verdere stofopvanging zouden kunnen belemmeren. ► Fig.45: 1. Sluitstrip Werkstuk vastklemmen WAARSCHUWING: Het is uiterst belangrijk om het werkstuk altijd goed vast te klemmen in het juiste type spanschroef of kroon-proel- lijstaanslag. Als u dat niet doet, kan dat leiden tot ernstig persoonlijk letsel en schade aan het gereed- schap en/of het werkstuk. WAARSCHUWING: Wanneer u een werkstuk zaagt dat langer is dan het voetstuk van de ver- stekzaag, ondersteunt u de volledige lengte van het werkstuk buiten het voetstuk zodat het werk- stuk horizontaal blijft. Een goede ondersteuning van het werkstuk helpt voorkomen dat het zaagblad vastloopt en een mogelijke terugslag optreedt die kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. Vertrouw niet alleen op de verticale en/of horizontale spanschroef om het werkstuk op zijn plaats te houden. Dun materi- aal hangt gemakkelijk door. Ondersteun het werkstuk over zijn hele lengte om vastklemmen van het zaag- blad en mogelijke TERUGSLAG te voorkomen. ► Fig.46: 1. Steun 2. Draaibaar voetstuk Geleiders WAARSCHUWING: Alvorens het gereed- schap te bedienen, controleert u of de bovenste geleider stevig is vastgezet. WAARSCHUWING: Controleer voor het zagen van een schuine hoek of geen enkel onder- deel van het gereedschap, vooral het zaagblad, de bovenste en onderste geleiders raakt wanneer het handvat in elke positie volledig omlaag en omhoog wordt gebracht en de slede over het hele bereik wordt verschoven. Als het gereedschap of het zaagblad de geleider raakt, kan terugslag of een onverwachte beweging van het werkstuk worden veroorzaakt met ernstig persoonlijk letsel tot gevolg. Gebruik de bovenste geleiders om een werkstuk te ondersteunen dat hoger is dan de onderste geleiders. Steek de bovenste geleider in het gat in de onderste geleider en draai de klemschroef vast. ► Fig.47: 1. Bovenste geleider 2. Onderste geleider
3. Klemschroef 4. Stelschroef
KENNISGEVING: De onderste geleiders zijn in de fabriek bevestigd aan het voetstuk. Verwijder de onderste geleiders niet. KENNISGEVING: Als de bovenste geleider nog steeds los is nadat de klemschroef is vast- gedraaid, draait u de stelschroef om de spleet te dichten. De stelschroef is in de fabriek afgesteld. U hoeft deze niet te gebruiken, behalve indien nodig. Wanneer de bovenste geleider niet wordt gebruikt, kan deze worden opgeborgen op de pijp van het141 NEDERLANDS hulpvoetstuk. Gebruik de klem op de bovenste geleider om hem op de pijp van het hulpvoetstuk te bevestigen. ► Fig.48: 1. Hulpvoetstuk 2. Bovenste geleider
Verticale spanschroef WAARSCHUWING: Tijdens alle bedieningen moet het werkstuk door de spanschroef stevig tegen het draaibaar voetstuk en de geleider wor- den gedrukt. Als het werkstuk niet goed wordt vast- gezet tegen de geleider, kan het tijdens het zagen bewegen en zo het zaagblad beschadigen, waardoor materiaal kan worden weggeslingerd en u de controle over het gereedschap kunt verliezen met ernstig persoonlijk letsel als gevolg. De verticale spanschroef kan worden aangebracht in de linker- of rechterkant van het voetstuk en hulpvoetstuk. Steek de spanschroefstang in het gat in het voetstuk of hulpvoetstuk. ► Fig.49: 1. Verticale spanschroef 2. Gat voor verticale spanschroef 3. Hulpvoetstuk
3. Klemschroef 4. Spanschroefknop
Zet de spanschroefarm in de positie die geschikt is voor de dikte en vorm van het werkstuk, en zet de spanschroefarm vast door de schroef vast te draaien. Als de klemschroef de slede raakt, brengt u de verticale spanschroef aan op het hulpvoetstuk of op de tegen- overgestelde kant van het voetstuk. Controleer of geen enkel deel van het gereedschap in aanraking komt met de spanschroef wanneer het handvat helemaal omlaag wordt gebracht. Als enig deel de spanschroef raakt, moet u de positie van de spanschroef veranderen. Druk het werkstuk vlak tegen de geleider en het draai- baar voetstuk. Plaats het werkstuk in de gewenste zaagpositie en zet het stevig vast door de spanschroef- knop vast te draaien. OPMERKING: Om het werkstuk snel te plaatsen, draait u de spanschroefknop 90° linksom waarna de spanschroefknop omhoog en omlaag kan worden bewogen. Om na het plaatsen van het werkstuk dit vast te zetten, draait u de spanschroefknop rechtsom. Horizontale spanschroef Optioneel accessoire WAARSCHUWING: Draai altijd de span- schroefmoer rechtsom tot het werkstuk stevig is vastgezet. Als het werkstuk niet goed wordt vastgezet, kan het tijdens het zagen bewegen en zo het cirkelzaagblad beschadigen, waardoor materiaal kan worden weggeslingerd en u de controle over het gereedschap kunt verliezen met ernstig persoonlijk letsel als gevolg. WAARSCHUWING: Bij het zagen van een dun werkstuk, zoals een plint, tegen de geleider, gebruikt u altijd de horizontale spanschroef. LET OP: Wanneer u een werkstuk met een dikte van 20 mm of minder zaagt, moet u altijd een vulblok gebruiken om het werkstuk vast te klemmen. De horizontale spanschroef kan worden aangebracht in de linker- of rechterkant van het voetstuk. Als de hoek van de verstekzaagsnede 22,5° of groter is, plaatst u de horizontale spanschroef in de kant tegenovergesteld aan de richting waarin het draaibare voetstuk wordt gedraaid. ► Fig.51: 1. Spanschroefplaat 2. Spanschroefmoer
Door de spanschroefmoer linksom te kantelen, wordt de spanschroef ontgrendeld en kan deze snel naar voren en achteren worden getrokken. Om het werkstuk vast te zetten, duwt u de spanschroefknop naar voren tot de spanschroefplaat het werkstuk raakt, waarna u de spanschroefmoer rechtsom kantelt. Draai daarna de spanschroefknop rechtsom om het werkstuk vast te zetten. OPMERKING: De maximumbreedte van het werkstuk dat door de horizontale spanschroef kan worden vastgezet is 228 mm. Hulpvoetstuk WAARSCHUWING: Ondersteun een lang werkstuk altijd zodanig dat het horizontaal ligt met de draaibaar voetstuk om een nauwkeurige zaagsnede te verkrijgen en om gevaarlijk verlies van controle over het gereedschap te voorko- men. Een goede ondersteuning van het werkstuk helpt voorkomen dat het zaagblad vastloopt en een mogelijke terugslag optreedt die kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. WAARSCHUWING: Verzeker u er vóór het zagen van dat de hulpvoetstukken zijn vastgezet met de schroeven. Om lange werkstukken horizontaal te houden, zijn hulpvoetstukken aangebracht op beide zijkanten van het gereedschap. Draai de schroeven los en schuif de hulpvoetstukken uit tot een lengte die geschikt is voor het ondersteunen van het werkstuk. Draai daarna de schroeven vast. ► Fig.52: 1. Hulpvoetstuk 2. Schroef Plaats voor het zagen het werkstuk plat tegen de gelei- der en de hulpgeleider op het hulpvoetstuk. ► Fig.53: 1. Geleider 2. Hulpgeleider 3. Hulpvoetstuk BEDIENING Dit gereedschap is bedoeld voor het zagen van hout- producten. Met geschikte, originele Makita-zaagbladen kunnen ook de volgende materialen worden gezaagd: — Aluminiumproducten Raadpleeg onze website of neem contact op met uw plaatselijke Makita-dealer voor de correcte cirkelzaag- bladen die moeten worden gebruikt voor het te zagen materiaal.142 NEDERLANDS WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat het zaagblad niet het werkstuk, e.d. raakt voordat u de schakelaar inknijpt. Wanneer u het gereedschap inschakelt terwijl het zaagblad reeds het werkstuk aanraakt, kan dat leiden tot een terugslag en ernstig persoonlijk letsel. WAARSCHUWING: Nadat u klaar bent met zagen, mag u het zaagblad pas omhoog brengen nadat het volledig tot stilstand is gekomen. Als u het handvat omhoog brengt terwijl het zaagblad nog ronddraait, kan dat leiden tot ernstig persoonlijk letsel en schade aan het werkstuk. WAARSCHUWING: Voer geen afstellingen op het gereedschap uit, zoals het draaien van de handgreep, knop en hendels, terwijl het zaagblad draait. Afstellen terwijl het zaagblad draait, kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. LET OP: Laat de zaagkop niet ongecontro- leerd los vanuit de laagste stand. De ongecontro- leerde zaagkop kan tegen u aan komen waardoor persoonlijk letsel zal ontstaan. KENNISGEVING: Vergeet niet vóór gebruik de aanslagpen naar buiten te trekken op het handvat uit de onderste stand te ontgrendelen. KENNISGEVING: Oefen tijdens het zagen geen overmatige druk op het handvat uit. Wanneer u te hard drukt, kan de motor overbelast raken en/of de zaageciëntie afnemen. Druk alleen zo hard als nodig is voor soepel zagen zonder dat het toerental van het zaagblad aanzienlijk vermindert. KENNISGEVING: Druk het handvat zachtjes naar beneden om te zagen. Als u het handvat met kracht omlaag drukt of zijwaartse druk erop uitoefent, kan het zaagblad gaan trillen en een vlek (brandplek) op het werkstuk achterlaten, en kan ook de zaags- nede minder nauwkeurig zijn. KENNISGEVING: Voor schuivend zagen duwt u de zaagslede langzaam en zonder te stoppen naar de geleider. Als de beweging van de slede tijdens het zagen wordt gestopt, zal een vlek op het werkstuk ontstaan en zal de zaagsnede minder nauwkeurig zijn. Rechtzagen WAARSCHUWING: Vergrendel altijd de schuifbeweging van de slede wanneer rechtzagen wordt uitgevoerd. Door te zagen zonder vergrende- ling kan een terugslag worden veroorzaakt, wat kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. Werkstukken tot 92 mm hoog en 183 mm breed kunnen op de volgende manier worden gezaagd: ► Fig.54: 1. Aanslagpen
1. Duw de slede helemaal naar de geleider en ver-
grendel hem met behulp van de aanslagpen.
2. Klem het werkstuk vast met het juiste type
3. Schakel het gereedschap in zonder dat het cir-
kelzaagblad het werkstuk raakt en wacht totdat het cirkelzaagblad op maximaal toerental draait voordat u het omlaag brengt.
4. Breng het handvat langzaam omlaag naar de
laagste positie om het werkstuk te zagen.
5. Nadat de zaagsnede klaar is, schakelt u het
gereedschap uit en wacht u tot het cirkelzaagblad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het cirkel- zaagblad omhoog brengt tot in de hoogste positie. Schuivend (duwend) zagen (zagen van brede werkstukken) WAARSCHUWING: Bij het schuivend zagen, trekt u eerst de slede helemaal naar u toe en brengt u het handvat helemaal omlaag, waarna u de slede helemaal naar de geleider duwt. Begin nooit met zagen zonder de slede helemaal naar u toe te trekken. Als u schuivend zaagt zonder dat de slede helemaal naar u toe is getrokken, kan een onverwachte terugslag optreden die kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. WAARSCHUWING: Probeer nooit schuivend te zagen terwijl u de slede naar u toe trekt. Door de slede zagend naar u toe te trekken, kan een onver- wachte terugslag optreden die kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. WAARSCHUWING: Schuivend zagen mag nooit worden uitgevoerd terwijl het handvat in de laagste positie is vergrendeld. ► Fig.55: 1. Aanslagpen
1. Ontgrendel de aanslagpen zodat de slede vrij kan
2. Klem het werkstuk vast met het juiste type
3. Trek de slede helemaal naar u toe.
4. Schakel het gereedschap in zonder dat het zaag-
blad het werkstuk raakt en wacht totdat het zaagblad op maximaal toerental draait.
5. Duw het handvat omlaag en duw de slede zo ver
mogelijk naar de geleider en door het werkstuk.
6. Nadat de zaagsnede klaar is, schakelt u het
gereedschap uit en wacht u tot het zaagblad volle- dig tot stilstand is gekomen voordat u het zaagblad omhoog brengt tot in de hoogste positie. Verstekzagen Raadpleeg het tekstdeel over het afstellen van de verstekhoek.143 NEDERLANDS Een schuine zaagsnede maken WAARSCHUWING: Nadat het zaagblad is ingesteld op een schuine zaagsnede, controleert u of de slede en het zaagblad vrij kunnen bewe- gen over de hele lengte van de te maken zaags- nede voordat u het gereedschap bedient. Wanneer de beweging van de slede of het zaagblad tijdens het zagen wordt onderbroken, kan een terugslag worden veroorzaakt die kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. WAARSCHUWING: Houd bij het maken van een schuine zaagsnede uw handen uit de buurt van het pad van het zaagblad. De hoek van het zaagblad kan verwarrend werken op de gebruiker met betrekking tot het werkelijke zaagpad dat tijdens het zagen beschreven wordt, en aanraking van het zaagblad zal leiden tot ernstig persoonlijk letsel. WAARSCHUWING: Het zaagblad mag niet omhoog gebracht worden voordat het volledig tot stilstand is gekomen. Tijdens het maken van een schuine zaagsnede kan het afgezaagde deel van het werkstuk tegen het zaagblad aan liggen. Als het zaagblad omhoog wordt gebracht terwijl het nog ronddraait, kan het afgezaagde deel door het zaag- blad weggeslingerd worden waardoor het uiteenvalt en ernstig persoonlijk letsel kan veroorzaken. KENNISGEVING: Wanneer u het handvat omlaag drukt, dient u druk uit te oefenen even- wijdig met het zaagblad. Indien u verticale druk op het draaibaar voetstuk uitoefent of de drukrichting tijdens het zagen verandert, zal de zaagsnede minder nauwkeurig zijn. ► Fig.56
1. Verwijder de bovenste geleider aan de kant waar-
naar u de slede gaat kantelen.
2. Ontgrendel de aanslagpen.
3. Stel de schuine hoek af aan de hand van de pro-
cedure beschreven in het tekstdeel over het afstellen van de schuine hoek. Draai daarna de knop vast.
4. Zet het werkstuk vast met een spanschroef.
5. Trek de slede helemaal naar u toe.
6. Schakel het gereedschap in zonder dat het zaag-
blad met het werkstuk in contact is en wacht totdat het zaagblad op maximaal toerental draait.
7. Breng dan het handvat langzaam omlaag naar de
laagste positie terwijl u druk uitoefent parallel aan het zaagblad en duw de slede zo ver mogelijk naar de geleider om het werkstuk te zagen.
8. Nadat de zaagsnede klaar is, schakelt u het
gereedschap uit en wacht u tot het zaagblad volle- dig tot stilstand is gekomen voordat u het zaagblad omhoog brengt tot in de hoogste positie. Gecombineerd zagen Gecombineerd zagen betekent dat het werkstuk tege- lijk met een schuine hoek en een verstekhoek wordt gezaagd. Gecombineerd zagen is mogelijk voor de hoeken aangegeven in de onderstaande tabel. Verstekhoek Schuine hoek Links en rechts 0° - 45° Links en rechts 0° - 45° Voor het uitvoeren van gecombineerd zagen, raad- pleegt u het tekstdeel over rechtzagen, schuivend (duwend) zagen, verstekzagen en schuine zaagsnede. Plinten zagen LET OP: Gebruik altijd de horizontale span- schroef (optioneel accessoire) wanneer u een plint zaagt. LET OP: Wanneer u een werkstuk met een dikte van 20 mm of minder zaagt, moet u altijd een vulblok gebruiken om het werkstuk vast te klemmen. Als u de plint onder een verstekhoek van 45° zaagt, stelt u de aanslaghendel in om te voorkomen dat het zaagbladhuis tegen de plint komt. Dit handhaaft de speling tussen de plint en het zaagbladhuis wanneer de slede helemaal naar voren is geduwd. Raadpleeg de TECHNISCHE GEGEVENS voor de capaciteit bij het zagen van plinten. ► Fig.57: 1. Aanslaghendel 2. Vulblok 3. Horizontale spanschroef Kroon-proellijsten en kwarthol- proellijsten zagen Kroon-proellijsten en kwarthol-proellijsten kunnen worden gezaagd op een gecombineerd-verstekzaag waarbij de sierlijsten plat op het draaibaar voetstuk liggen. Er zijn twee veelvoorkomende typen kroon-proellijsten en één veelvoorkomend type kwarthol-proellijsten: kroon-proellijsten met een wandhoek van 52/38°, kroon-proellijsten met een wandhoek van 45°, en kwarthol-proellijsten met een wandhoek van 45°. ► Fig.58: 1. Kroon-proellijst met een wandhoek van 52/38° 2. Kroon-proellijst met een wand- hoek van 45° 3. Kwarthol-proellijst met een wandhoek van 45° Er zijn verbindingen van kroon-proellijsten en van kwarthol-proellijsten die passen in binnenhoeken van 90° (zie (a) en (b) in de afb.), en om buitenboeken van 90° (zie (c) en (d) in de afb.). (a) (b) (c) (d)
Opmeten Meet de breedte van de wand, en pas de breedte van het werkstuk daarop aan. Zorg er altijd voor dat de breedte van het raakvlak met de wand van het werkstuk hetzelfde is als de breedte van de wand. ► Fig.59: 1. Werkstuk 2. Breedte van de wand
3. Breedte van het werkstuk 4. Raakvlak
met de wand Gebruik altijd meerdere proefwerkstukken om de beno- digde zaaghoek te controleren. Bij het zagen van kroon-proellijsten en kwarthol-pro- ellijsten stelt u de verstekhoek en schuine hoek in, zoals aangegeven in tabel (A), en legt u de sierlijst op het bovenoppervlak van het draaibaar voetstuk, zoals aangegeven in tabel (B). Voor een linker schuine zaagsnede (a) (b) (c) (d)
Gedeelte van de proellijst in de afbeelding Schuine hoek Verstekhoek Hoek 52/38° Hoek 45° Hoek 52/38° Hoek 45° Binnen- hoek (a) Links 33,9° Links 30° Rechts 31,6° Rechts 35,3° (b) Links 31,6° Links 35,3° Buiten- hoek (c) (d) Rechts 31,6° Rechts 35,3° Tabel (B) – Gedeelte van de proel- lijst in de afbeelding Kant van de sierlijst die tegen de geleider moet liggen Afgewerkt werkstuk Binnenhoek (a) Kant die tegen het plafond komt moet tegen de geleider liggen. Het afge- werkte werk- stuk ligt aan de linkerkant van het zaagblad. (b) Kant die tegen de wand komt moet tegen de geleider liggen. Buitenhoek (c) Het afge- werkte werk- stuk ligt aan de rechter- kant van het zaagblad.(d) Kant die tegen het plafond komt moet tegen de geleider liggen. Voorbeeld: In het geval u een kroon-proellijst zaagt van het type 52/38° voor gedeelte (a) in de bovenstaande afbeelding:
- Kantel de zaag naar de stand voor een schuine hoek van 33,9° LINKS.
- Stel een verstekhoek in van 31,6° RECHTS.
- Leg de kroon-proellijst op het gereedschap met de achterkant (verborgen) naar onderen gericht op het draaibaar voetstuk en de KANT DIE TEGEN HET PLAFOND KOMT tegen de geleider.
- Het afgewerkte werkstuk dat u gaat gebruiken ligt altijd LINKS van het zaagblad nadat het zagen klaar is. Voor een rechter schuine zaagsnede (a) (b) (c) (d)
Gedeelte van de proellijst in de afbeelding Schuine hoek Verstekhoek Hoek 52/38° Hoek 45° Hoek 52/38° Hoek 45° Binnen- hoek (a) Rechts 33,9° Rechts 30° Rechts 31,6° Rechts 35,3° (b) Links 31,6° Links 35,3° Buiten- hoek (c) (d) Rechts 31,6° Rechts 35,3° Tabel (B) – Gedeelte van de proel- lijst in de afbeelding Kant van de sierlijst die tegen de geleider moet liggen Afgewerkt werkstuk Binnenhoek (a) Kant die tegen de wand komt moet tegen de geleider liggen. Het afge- werkte werk- stuk ligt aan de rechter- kant van het zaagblad. (b) Kant die tegen het plafond komt moet tegen de geleider liggen. Buitenhoek (c) Het afge- werkte werk- stuk ligt aan de linkerkant van het zaagblad.(d) Kant die tegen de wand komt moet tegen de geleider liggen. Voorbeeld: In het geval u een kroon-proellijst zaagt van het type 52/38° voor gedeelte (a) in de bovenstaande afbeelding:
- Kantel de zaagkop en zet hem vast op de instel- ling voor een schuine hoek van 33,9° RECHTS.
- Stel een verstekhoek in van 31,6° RECHTS.
- Leg de kroon-proellijst op het gereedschap met de achterkant (verborgen) naar onderen gericht op het draaibaar voetstuk en de KANT DIE TEGEN DE WAND KOMT tegen de geleider.
- Het afgewerkte werkstuk dat u gaat gebruiken ligt altijd RECHTS van het zaagblad nadat de zaags- nede is gemaakt. Kroon-proellijstaanslag Optioneel accessoire Kroon-proellijstaanslagen maken het gemakkelijker proellijsten te zagen doordat het niet nodig is het zaagblad te kantelen. Breng deze aan op het draaibare voetstuk zoals aangegeven in de afbeelding. Met een verstekhoek van 45° naar rechts ► Fig.60: 1. Kroon-proellijstaanslag L 2. Kroon- proellijstaanslag R 3. Draaibaar voetstuk
Met een verstekhoek van 45° naar links ► Fig.61: 1. Kroon-proellijstaanslag L
2. Kroon-proellijstaanslag R 3. Draaibaar
voetstuk 4. Geleider Leg de kroon-proellijst met de KANT DIE TEGEN DE WAND KOMT tegen de geleider en de KANT DIE TEGEN HET PLAFOND KOMT tegen de kroon-proel- lijstaanslagen, zoals aangegeven in de afbeelding. Stel de kroon-proellijstaanslagen in overeenkomstig het formaat van de kroon-proellijst. Draai de schroeven vast om de kroon-proellijstaanslagen vast te zetten. Raadpleeg tabel (C) voor de verstekhoek. ► Fig.62: 1. Geleider 2. Kroon-proellijstaanslag (a) (b) (c) (d)
Tabel (C) – Gedeelte van de proel- lijst in de afbeelding Verstekhoek Afgewerkt werkstuk Binnenhoek (a) Rechts 45° Werkstuk rechts naast zaagblad (b) Links 45° Werkstuk links naast zaagblad Buitenhoek (c) Werkstuk rechts naast zaagblad (d) Rechts 45° Werkstuk links naast zaagblad Aluminiumproelen zagen ► Fig.63: 1. Spanschroef 2. Vulblok 3. Geleider
4. Aluminiumproel 5. Vulblok
Als u een aluminiumproel wilt vastklemmen in de span- schroef, maakt u gebruik van vulblokken of stukken afvalhout, zoals aangegeven in de afbeelding, om te voorkomen dat het aluminiumproel vervormt. Gebruik snijolie als smeermiddel bij het zagen van een alumini- umproel om te voorkomen dat aluminiumslijpsel zich op het cirkelzaagblad ophoopt. WAARSCHUWING: Probeer nooit dikke of ronde aluminumproelen te zagen. Dikke of ronde aluminumproelen zijn moeilijk vast te zetten en kun- nen tijdens het zagen loskomen, waardoor u de con- trole over het gereedschap kunt verliezen en ernstig persoonlijk letsel kan worden veroorzaakt.146 NEDERLANDS Werkwijze voor speciale maximale zaagbreedte De maximale zaagmaat in de breedte van dit gereed- schap kan worden bereikt door de onderstaande stap- pen te volgen: Voor de maximale zaagmaat in de breedte van dit gereedschap raadpleegt u de maximale zaag- maten voor speciale zaagsneden in het hoofdstuk “TECHNISCHE GEGEVENS”.
1. Stel het gereedschap in op een verstekhoek van
0° of 45° en zorg ervoor dat het draaibaar voetstuk vast staat. (Raadpleeg het tekstdeel over het afstellen van de verstekhoek.)
2. Verwijder tijdelijk de bovenste geleiders links en
rechts, en leg ze aan de kant.
3. Zaag een grondplaat met de afmetingen aan-
gegeven in de afbeelding en een dikte van 38 mm uit een vlakke plaat van bijvoorbeeld hout, multiplex of spaanplaat. ► Fig.64: 1. 0° verstekhoek: Meer dan 450 mm 2. 45° verstekhoek: Meer dan 325 mm 3. 38 mm
WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat de grondplaat vlak is. Als de grondplaat niet vlak is, kan deze tijdens het zagen gaan bewegen, wat kan leiden tot terugslag en ernstig persoonlijk letsel. OPMERKING: De maximale zaagdikte wordt ver- minderd met dezelfde afstand als de dikte van de grondplaat.
4. Plaats de grondplaat op het gereedschap zodat
het even ver uitsteekt over beide zijkanten van het voetstuk van het gereedschap. Bevestig de grondplaat op het gereedschap met behulp van vier houtschroeven van 6 mm door de vier gaten in de onderste geleiders. ► Fig.65: 1. Schroeven (twee aan elke kant)
2. Onderste geleider 3. Voetstuk
WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat de grondplaat vlak ligt op de zool van het gereed- schap en bevestig hem stevig aan de onderste geleiders met gebruikmaking van de vier schroef- gaten. Als u de grondplaat niet stevig bevestigt, kan deze tijdens het zagen gaan bewegen, wat kan leiden tot terugslag en ernstig persoonlijk letsel. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat het gereedschap stevig is bevestigd op een stabiele en vlakke ondergrond. Als het gereedschap niet goed wordt bevestigd, kan het gereedschap instabiel worden, waardoor u de controle over het gereed- schap kunt verliezen, en/of vallen, wat kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
5. Monteer de bovenste geleiders op het
gereedschap. WAARSCHUWING: Gebruik het gereedschap niet zonder dat de bovenste geleiders zijn aan- gebracht. De bovenste geleiders bieden voldoende steun, vereist voor het zagen van het werkstuk. Als het werkstuk niet voldoende wordt gesteund, kan het tijdens het zagen gaan bewegen, waardoor u de controle over het gereedschap kunt verliezen, wat kan leiden tot terugslag en ernstig persoonlijk letsel.
6. Plaats het werkstuk dat u wilt zagen op de grond-
plaat die aan het gereedschap is bevestigd.
7. Klem het werkstuk stevig tegen de bovenste gelei-
ders met behulp van een spanschroef voordat u begint te zagen. ► Fig.66: 1. Bovenste geleider 2. Verticale span- schroef 3. Werkstuk 4. Grondplaat
8. Maak langzaam een zaagsnede door het werkstuk
aan de hand van de bedieningen beschreven in het tekstdeel over schuivend (duwend) zagen. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat het werk- stuk wordt vastgeklemd door de spanschroef en zaag langzaam. Als u dat niet doet, kan het werkstuk tijdens het zagen gaan bewegen, wat kan leiden tot terugslag en ernstig persoonlijk letsel. WAARSCHUWING: Wees erop bedacht dat na meerdere zaagsneden onder verschillende ver- stekhoeken de grondplaat verzwakt kan zijn. Als de grondplaat verzwakt is als gevolg van meerdere kerfsneden die in de grondplaat zijn gemaakt, moet de grondplaat worden vervangen. Als de verzwakte grondplaat niet wordt vervangen, kan het werkstuk tijdens het zagen gaan bewegen, wat kan leiden tot terugslag en ernstig persoonlijk letsel. Groeven zagen WAARSCHUWING: Probeer niet dit type zaagsnede uit te voeren met een breder zaagblad of sokkelzaagblad. Als u probeert een groef te zagen met een breder zaagblad of een sokkelzaag- blad, kan dat resulteren in een onverwacht zaagre- sultaat en een terugslag die kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. WAARSCHUWING: Breng de aanslagarm terug naar zijn oorspronkelijke positie voor andere zaagbedieningen dan het zagen van groe- ven. Als u een zaagsnede probeert te zagen met de aanslagarm in de verkeerde positie, kan dat resulte- ren in een onverwacht zaagresultaat en een terugslag die kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. U kunt als volgt een groef in een werkstuk zagen:
1. Stel de laagste positie van het cirkelzaagblad in
met behulp van de stelschroef en de aanslagarm, om de zaagdiepte van het cirkelzaagblad te beperken. Raadpleeg het tekstdeel over de aanslagarm.
2. Nadat de laagste positie van het cirkelzaagblad is
ingesteld, kunt u evenwijdige groeven over de breedte van het werkstuk zagen met behulp van schuivend (duwend) zagen. ► Fig.67: 1. Groeven zagen met het zaagblad
3. Verwijder het werkstukmateriaal tussen de147 NEDERLANDS
groeven met behulp van een beitel. Houten bekleding WAARSCHUWING: Bevestig het houten hulpstuk aan de geleider met behulp van schroe- ven. De schroeven moeten zodanig worden gemonteerd dat de schroefkoppen onder het oppervlak van het houten hulpstuk vallen zo dat ze niet in de weg zitten van het werkstuk dat wordt gezaagd. Als het werkstuk dat wordt gezaagd verkeerd is uitgelijnd, kan het tijdens het zagen onverwacht gaan bewegen, wat kan leiden tot verlies van controle over het gereedschap en ernstig per- soonlijk letsel. LET OP: Gebruik voor het houten hulpstuk een recht stuk hout van gelijkmatige dikte. LET OP: Om een werkstuk met een hoogte van 107 mm tot 120 mm volledig door te zagen, dient op de geleider een houten hulpstuk te wor- den gebruikt. Het houten hulpstuk houdt het werk- stuk weg van de geleider zodat het zaagblad dieper in het werkstuk kan zagen. KENNISGEVING: Als de houten bekleding op de geleider is bevestigd, mag u het draaibaar voetstuk niet meer draaien terwijl het handvat omlaag staat. Als u dit doet, kan het zaagblad en/of het houten hulpstuk worden beschadigd. Het gebruik van een houten hulpstuk helpt om splinter- vrije sneden te krijgen. Gebruik de gaten in de geleider en schroeven van 6 mm om een houten hulpstuk aan de geleider te bevestigen. Zie de afbeelding voor de afmetingen van een dergelijk houten hulpstuk. ► Fig.68: 1. Gat 2. Meer dan 15 mm 3. Meer dan 270 mm 4. 90 mm 5. 145 mm 6. 19 mm 7. 115 - 120 mm VOORBEELD Wanneer u een werkstuk van 115 mm en 120 mm hoog zaagt, gebruikt u een houten hulp- stuk van de volgende dikte. Verstekhoek Dikte van houten hulpstuk 115 mm 120 mm 0° 20 mm 38 mm Links en Rechts 45° 15 mm 25 mm Links en Rechts 60° 15 mm 25 mm Het gereedschap dragen Verzeker u ervan dat de accu is verwijderd en alle beweegbare delen van de verstekzaag zijn vastgezet voordat u het gereedschap draagt. Controleer altijd het volgende punten:
- De accu is verwijderd.
- De slede moet ingesteld en vastgezet zijn op een schuine hoek van 0°.
- De slede moet omlaag gebracht en vergrendeld zijn.
- De slede moet helemaal naar de geleiders geschoven en vergrendeld zijn.
- Het draaibare voetstuk moet in de stand voor maximale rechter verstekhoek staan en vergren- deld zijn.
- De hulpvoetstukken moeten ingeschoven en vastgezet zijn. Draag het gereedschap door beide zijden van de gereedschapsvoet vast te houden. ► Fig.69 WAARSCHUWING: De aanslagpen voor het omhoog brengen van de slede wordt alleen gebruikt voor het dragen en opbergen van het gereedschap en niet tijdens het zagen. Het gebruik van de aanslagpen tijdens het zagen kan leiden tot onverwachte bewegingen van het cirkelzaagblad, wat kan leiden tot een terugslag en ernstig persoonlijk letsel. LET OP: Zet alle bewegende onderdelen vast alvorens het gereedschap te dragen. Als tijdens het dragen onderdelen van het gereedschap bewegen of verschuiven, kunt u uw balans of de controle over het gereedschap verliezen, wat kan leiden tot persoonlijk letsel. LET OP: Verzeker u ervan dat de slede goed wordt vergrendeld in de onderste stand door de aanslagpen. Als de aanslagpen niet correct is geplaatst, kan de slede plotseling omhoog springen en persoonlijk letsel veroorzaken. FUNCTIE VOOR DRAADLOOS INSCHAKELEN Mogelijkheden van de functie voor draadloos inschakelen Met de functie voor draadloos inschakelen kunt u schoon en comfortabel werken. Door een ondersteunde stofzuiger aan te sluiten op het gereedschap, kunt u de stofzuiger automatisch laten in- en uitschakelen bij bediening van de schakelaar van het gereedschap. ► Fig.70 Om de functie voor draadloos inschakelen te gebruiken, dient u de volgende zaken voor te bereiden:
- Een draadloos-eenheid (optioneel accessoire)
- Een stofzuiger die de functie voor draadloos inschakelen ondersteunt In het kort bestaat het instellen van de functie voor draadloos inschakelen uit de volgende punten. Raadpleeg elke paragraaf voor informatie over de procedure.
1. De draadloos-eenheid aanbrengen
2. Registratie van het gereedschap op de stofzuiger
3. De functie voor draadloos inschakelen starten148 NEDERLANDS
De draadloos-eenheid aanbrengen Optioneel accessoire LET OP: Plaats het gereedschap op een vlakke en stabiele ondergrond wanneer u de draadloos-eenheid aanbrengt. KENNISGEVING: Verwijder het stof en vuil vanaf het gereedschap voordat u de draad- loos-eenheid aanbrengt. Stof en vuil kunnen een storing veroorzaken wanneer ze binnendringen in de gleuf voor de draadloos-eenheid. KENNISGEVING: Om een storing als gevolg van statische elektriciteit te voorkomen, raakt u een materiaal aan dat statische elektriciteit ontlaadt, zoals een metalen onderdeel van het gereedschap, voordat u de draadloos-eenheid oppakt. KENNISGEVING: Let er bij het aanbrengen van de draadloos-eenheid altijd op dat de draadloos-eenheid in de correcte richting wordt aangebracht en dat de afdekking volledig wordt gesloten.
1. Open de afdekking op het gereedschap, zoals
aangegeven in de afbeelding. ► Fig.71: 1. Afdekking
2. Breng de draadloos-eenheid aan in de gleuf en
sluit vervolgens de afdekking. Wanneer u de draadloos-eenheid aanbrengt, lijnt u de uitsteeksels uit met de uitsparingen in de gleuf. ► Fig.72: 1. Draadloos-eenheid 2. Uitsteeksel
3. Afdekking 4. Uitsparing
Wanneer u de draadloos-eenheid verwijdert, opent u langzaam de afdekking. De haken op de achterkant van de afdekking, tillen de draadloos-eenheid op terwijl u de afdekking omhoog trekt. ► Fig.73: 1. Draadloos-eenheid 2. Haak 3. Afdekking Nadat de draadloos-eenheid is verwijderd, bewaart u hem in de bijgeleverde doos of een antistatische container. KENNISGEVING: Gebruik altijd de haken op de achterkant van de afdekking wanneer u de draad- loos-eenheid verwijdert. Als de haken niet aangrij- pen op de draadloos-eenheid, sluit u de afdekking volledig en opent u hem weer langzaam. Registratie van het gereedschap op de stofzuiger OPMERKING: Een stofzuiger van Makita die de func- tie voor draadloos inschakelen ondersteunt, is vereist voor registratie van het gereedschap. OPMERKING: Voltooi het aanbrengen van de draad- loos-eenheid in het gereedschap voordat u de regis- tratie van het gereedschap start. OPMERKING: Voorkom dat de volgende schake- laars worden ingeschakeld tijdens registratie van het gereedschap:
- trekkerschakelaar op het gereedschap
- vacuümschakelaar op het gereedschap
- aan-uitschakelaar op de stofzuiger OPMERKING: Raadpleeg tevens de gebruiksaanwij- zing van de stofzuiger. Als u wilt dat de stofzuiger wordt ingeschakeld tegelijk met de bediening van de schakelaar van het gereed- schap, moet u van tevoren de registratie van het gereedschap voltooien.
1. Breng de accu’s aan in de stofzuiger en het
2. Zet de standbyschakelaar op de stofzuiger op
“AUTO”. ► Fig.74: 1. Standbyschakelaar
3. Houd de knop voor draadloos inschakelen op de
stofzuiger gedurende 3 seconden ingedrukt totdat de lamp van draadloos inschakelen groen knippert. En houd daarna op dezelfde manier de knop voor draad- loos inschakelen op het gereedschap ingedrukt. ► Fig.75: 1. Knop voor draadloos inschakelen
2. Lamp van draadloos inschakelen
Nadat de stofzuiger en het gereedschap met succes aan elkaar zijn gekoppeld, zullen de lampen van draad- loos inschakelen gedurende 2 seconden groen bran- den, waarna ze blauw gaan knipperen. OPMERKING: De lampen van draadloos inschake- len stoppen na 20 seconden met groen knipperen. Druk op de knop voor draadloos inschakelen op het gereedschap terwijl de lamp van draadloos inschake- len op de stofzuiger knippert. Als de lamp van draad- loos inschakelen niet groen knippert, drukt u kort op de knop voor draadloos inschakelen en houdt u deze weer ingedrukt. OPMERKING: Als u twee of meer gereedschappen registreert op één stofzuiger, voltooit u de registratie van de gereedschappen één voor één. De functie voor draadloos inschakelen starten OPMERKING: Voltooi de registratie van het gereed- schap op de stofzuiger voordat u de functie draadloos inschakelen gebruikt. OPMERKING: Raadpleeg tevens de gebruiksaanwij- zing van de stofzuiger. Nadat een gereedschap in de stofzuiger is gere- gistreerd, wordt de stofzuiger automatisch in- en149 NEDERLANDS uitgeschakeld door de bediening van de schakelaar van het gereedschap. Knijp de trekkerschakelaar van het gereedschap in om tijdens het gebruik de stofzuiger in te schakelen. De stofzuiger wordt ook ingeschakeld door tijdens het zagen op de vacuümknop op het gereedschap te drukken. ► Fig.76
1. Breng de draadloos-eenheid aan in het
2. Sluit de slang van de stofzuiger aan op het
gereedschap. ► Fig.77
3. Zet de standbyschakelaar op de stofzuiger op
“AUTO”. ► Fig.78: 1. Standbyschakelaar
4. Druk kort op de knop voor draadloos inschakelen
op het gereedschap. De lamp van draadloos inschake- len knippert blauw. ► Fig.79: 1. Knop voor draadloos inschakelen
2. Lamp van draadloos inschakelen
5. Knijp de trekschakelaar van het gereedschap in.
Controleer of de stofzuiger wordt ingeschakeld wanneer de trekkerschakelaar wordt ingeknepen.
6. Druk op de vacuümknop om de stofzuiger in te
schakelen. Controleer of de lamp van draadloos inscha- kelen blauw brandt en de stofzuiger ingeschakeld blijft tot u weer op de knop drukt.
7. Om de stofzuiger uit te schakelen, laat u de
trekkerschakelaar los of drukt u nogmaals op de vacuümknop. De stofzuiger stopt enkele seconden nadat de bediening van de schakelaar, waarna de lamp blauw knippert. OPMERKING: De status van schakelaar (in-/uitscha- kelen van de stofzuiger) kan worden afgelezen aan de lamp van draadloos inschakelen. Raadpleeg voor meer informatie het tekstdeel met de beschrijving van de status van de lamp van draadloos inschakelen.
8. Om het draadloos inschakelen van de stofzuiger
te stoppen, drukt u op de knop voor draadloos inscha- kelen op het gereedschap. OPMERKING: De lamp van draadloos inschakelen op het gereedschap stopt met blauw knipperen wan- neer gedurende 2 uur geen bediening plaatsvindt. In dat geval zet u de standbyschakelaar van de stofzui- ger op “AUTO” en drukt u nogmaals op de knop voor draadloos inschakelen op het gereedschap. OPMERKING: De stofzuiger wordt met een vertra- ging in- en uitgeschakeld. Er treedt een tijdsvertra- ging op wanneer de stofzuiger de bediening van de schakelaar van het gereedschap detecteert. OPMERKING: Het zendbereik van de draadloos-een- heid kan variëren afhankelijk van de locatie en omgevingsomstandigheden. OPMERKING: Als twee of meer gereedschappen zijn geregistreerd in één stofzuiger, kan de stofzuiger worden ingeschakeld ondanks dat u niet de trekker- schakelaar inknijpt of op de vacuümknop drukt omdat een andere gebruiker de functie voor draadloos inschakelen gebruikt. Beschrijving van de status van de lamp van draadloos inschakelen ► Fig.80: 1. Lamp van draadloos inschakelen De lamp van draadloos inschakelen toont de status van de functie voor draadloos inschakelen. Raadpleeg de onder- staande tabel voor de betekenis van de status van de lamp. Status Lamp van draadloos inschakelen Beschrijving Kleur Brandt Knippert Duur Standby Blauw 2 uur Het draadloos inschakelen van de stofzuiger is beschikbaar. De lamp wordt automatisch uitgeschakeld wanneer gedurende 2 uur geen bediening plaatsvindt. Bij inge- schakeld gereed- schap. Het draadloos inschakelen van de stofzuiger is beschikbaar en het gereedschap is ingeschakeld. Registratie van het gereed- schap Groen
seconden Klaar voor registratie van het gereedschap. Wachten op registra- tie door de stofzuiger.
seconden De registratie van het gereedschap is voltooid. De lamp van draadloos inschakelen knippert blauw. Registratie van het gereed- schap annuleren Rood
seconden Klaar om de registratie van het gereedschap te annuleren. Wachten op annuleren door de stofzuiger.
seconden Het annuleren van de registratie van het gereedschap is voltooid. De lamp van draadloos inschakelen knippert blauw. Overig Rood 3 seconden De draadloos-eenheid wordt van stroom voorzien en de functie voor draadloos inschakelen start nu op. Uit - - Het draadloos inschakelen van de stofzuiger is gestopt.150 NEDERLANDS Registratie van het gereedschap op de stofzuiger annuleren Voer de volgende procedure uit om de registratie van het gereedschap in de stofzuiger te annuleren.
1. Breng de accu’s aan in de stofzuiger en het
2. Zet de standbyschakelaar op de stofzuiger op
“AUTO”. ► Fig.81: 1. Standbyschakelaar
3. Houd de knop voor draadloos inschakelen op de
stofzuiger gedurende 6 seconden ingedrukt. De lamp van draadloos inschakelen knippert groen en brandt daarna rood. Houd daarna op dezelfde manier de knop voor draadloos inschakelen op het gereedschap ingedrukt. ► Fig.82: 1. Knop voor draadloos inschakelen
2. Lamp van draadloos inschakelen
Als het annuleren met succes is uitgevoerd, zullen de lampen van draadloos inschakelen gedurende 2 secon- den rood branden, waarna ze blauw gaan knipperen. OPMERKING: De lampen van draadloos inschakelen stoppen na 20 seconden met rood knipperen. Druk op de knop voor draadloos inschakelen op het gereed- schap terwijl de lamp van draadloos inschakelen op de stofzuiger knippert. Als de lamp van draadloos inschakelen niet rood knippert, drukt u kort op de knop voor draadloos inschakelen en houdt u deze weer ingedrukt. Storingzoeken van de functie voor draadloos inschakelen Alvorens u verzoekt om reparatie, kunt u zelf als volgt het probleem opsporen en oplossen. Als u met een probleem kampt dat in deze handleiding niet wordt beschreven, probeer dan niet het gereedschap te demon- teren. Laat reparaties over aan een erkend Makita-servicecentrum, uitsluitend met gebruik van originele Makita-vervangingsonderdelen. Probleemomschrijving Waarschijnlijke oorzaak (storing) Oplossing De lamp van draadloos inschakelen brandt/knippert niet. De draadloos-eenheid is niet aange- bracht in het gereedschap. De draadloos-eenheid is verkeerd aangebracht in het gereedschap. Breng de draadloos-eenheid op de juiste wijze aan. De aansluitingen van de draadloos-een- heid en/of de gleuf zijn vuil. Veeg het stof en vuil op de aansluitingen van de draadloos-eenheid voorzichtig af en reinig de gleuf. Er is niet op de knop voor draadloos inschakelen op het gereedschap gedrukt. Druk kort op de knop voor draadloos inschakelen op het gereedschap. De standbyschakelaar op de stofzuiger is niet op “AUTO” gezet. Zet de standbyschakelaar op de stofzuiger op “AUTO”. Geen voeding. Voorzie het gereedschap en de stofzuiger van voeding.151 NEDERLANDS Probleemomschrijving Waarschijnlijke oorzaak (storing) Oplossing De registratie van het gereedschap/ het annuleren van de registratie van het gereedschap kan niet met succes worden voltooid. De draadloos-eenheid is niet aange- bracht in het gereedschap. De draadloos-eenheid is verkeerd aangebracht in het gereedschap. Breng de draadloos-eenheid op de juiste wijze aan. De aansluitingen van de draadloos-een- heid en/of de gleuf zijn vuil. Veeg het stof en vuil op de aansluitingen van de draadloos-eenheid voorzichtig af en reinig de gleuf. De standbyschakelaar op de stofzuiger is niet op “AUTO” gezet. Zet de standbyschakelaar op de stofzuiger op “AUTO”. Geen voeding. Voorzie het gereedschap en de stofzuiger van voeding. Onjuiste bediening Druk kort op de knop voor draadloos inschakelen en voer de procedures voor de registratie/het annule- ren van de registratie opnieuw uit. Het gereedschap en de stofzuiger staan te ver uit elkaar (buiten het zendbereik). Plaats het gereedschap en de stofzuiger dichter bij elkaar. Het maximale zendbereik is ongeveer 10 meter, echter, dit kan verschillen afhankelijk van de omstandigheden. Voordat de registratie van het gereed- schap/het annuleren van de registratie van het gereedschap werd voltooid: - de trekkerschakelaar van het gereed- schap werd ingeknepen of; - de vacuümknop op het gereedschap werd ingeschakeld of; - de aan-uitknop op de stofzuiger werd ingeschakeld. Druk kort op de knop voor draadloos inschakelen en voer de procedures voor de registratie/het annule- ren van de registratie opnieuw uit. De procedure voor de registratie van het gereedschap op het gereedschap of de stofzuiger is niet voltooid. Voer de procedure voor de registratie van het gereedschap tegelijkertijd uit op het gereedschap en de stofzuiger. Radiostoring door andere apparaten die sterke radiogolven genereren. Houd het gereedschap en de stofzuiger uit de buurt van apparaten zoals Wi-Fi-apparaten en magnetrons. De stofzuiger wordt niet in- en uitgeschakeld tegelijk met de bedie- ning van de schakelaar van het gereedschap. De draadloos-eenheid is niet aange- bracht in het gereedschap. De draadloos-eenheid is verkeerd aangebracht in het gereedschap. Breng de draadloos-eenheid op de juiste wijze aan. De aansluitingen van de draadloos-een- heid en/of de gleuf zijn vuil. Veeg het stof en vuil op de aansluitingen van de draadloos-eenheid voorzichtig af en reinig de gleuf. Er is niet op de knop voor draadloos inschakelen op het gereedschap gedrukt. Druk kort op de knop voor draadloos inschakelen en controleer of de lamp van draadloos inschakelen blauw knippert. De standbyschakelaar op de stofzuiger is niet op “AUTO” gezet. Zet de standbyschakelaar op de stofzuiger op “AUTO”. Meer dan 10 gereedschappen zijn geregistreerd in de stofzuiger. Voer de registratie van het gereedschap opnieuw uit. Als meer dan 10 gereedschappen zijn geregistreerd in de stofzuiger, wordt de eerste registratie van een gereedschap automatisch gewist. De stofzuiger kon de gereedschappen niet met succes registreren. Alle gereedschappen opnieuw registreren. De stofzuiger heeft alle registraties van de gereedschappen gewist. Voer de registratie van het gereedschap opnieuw uit. Geen voeding. Voorzie het gereedschap en de stofzuiger van voeding. Het gereedschap en de stofzuiger staan te ver uit elkaar (buiten het zendbereik). Plaats het gereedschap en de stofzuiger dichter bij elkaar. Het maximale zendbereik is ongeveer 10 meter, echter, dit kan verschillen afhankelijk van de omstandigheden. Radiostoring door andere apparaten die sterke radiogolven genereren. Houd het gereedschap en de stofzuiger uit de buurt van apparaten zoals Wi-Fi-apparaten en magnetrons. De stofzuiger is ingeschakeld terwijl geen schakelaar op het gereedschap is bediend. Andere gebruikers gebruiken op hun gereedschap de functie voor draadloos inschakelen van de stofzuiger. Schakel de knop voor draadloos inschakelen van de andere gereedschappen uit of annuleer de registra- tie van de andere gereedschappen.152 NEDERLANDS ONDERHOUD WAARSCHUWING: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens te beginnen met onderhoud of inspectie. Als het gereedschap niet is uitgescha- keld en de accu niet is verwijderd, kan het gereed- schap per ongeluk worden ingeschakeld, waardoor ernstig persoonlijk letsel kan worden veroorzaakt. WAARSCHUWING: Zorg altijd dat het cir- kelzaagblad scherp en schoon is om optimale en veilige prestaties te krijgen. Als u probeert te zagen met een bot en/of vuil zaagblad, kan een terugslag optreden die kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. LET OP: Verzeker u er altijd van dat de beschermkap wordt gesloten tot in de oorspron- kelijke stand voordat u inspectie- of onderhouds- werkzaamheden probeert uit te voeren. Klem of bind de beschermkap nooit in de geopende stand vast tijdens reinigingswerkzaamheden. Een bloot- liggend zaagblad kan leiden tot persoonlijk letsel. KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was- benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt. Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoud of afstellingen te worden uitgevoerd bij een erkend Makita-servicecentrum of de Makita-fabriek, en altijd met gebruik van Makita-vervangingsonderdelen. Afstellen van de zaaghoek Dit gereedschap werd in de fabriek nauwkeurig afge- steld en uitgelijnd, maar door ruwe behandeling kan de uitlijning ervan verslechterd zijn. Doe het volgende indien uw gereedschap niet meer juist is uitgelijnd: Verstekhoek Breng het handvat volledig omlaag en vergrendel het in de onderste stand met behulp van de aanslagpen. Duw de slede naar de geleider. Draai de handgreep linksom en zet het draaibare voet- stuk klaar voor de klikstopfunctie met behulp van de vergrendelhendel. Draai vervolgens de schroeven los waarmee de wijzer en verstekhoekschaal zijn vastgezet. ► Fig.83: 1. Handgreep 2. Vergrendelhendel
3. Schroef op wijzer 4. Schroeven op ver-
stekhoekschaal 5. Verstekhoekschaal Zet het draaibare voetstuk in de stand 0° met behulp van de klikstopfunctie. Zet de zijkant van het cirkelzaag- blad haaks op de voorzijde van de geleider met behulp van een geodriehoek of winkelhaak. Houd deze haaks en draai de schroeven op de verstekhoekschaal vast. Lijn daarna de wijzers (zowel links als rechts) uit met de stand 0° op de verstekhoekschaal en draai daarna de schroef op de wijzer vast. ► Fig.84: 1. Geodriehoek 2. Wijzer Schuine hoek Schuine hoek van 0° Duw de slede naar de geleiders en vergrendel de schuifbeweging met behulp van de aanslagpen. Breng de slede volledig omlaag en vergrendel hem in de onderste stand met behulp van de aanslagpen. Draai de knop linksom en draai daarna de stelbout voor 0° twee of drie slagen linksom om het cirkelzaagblad naar rechts te kantelen. ► Fig.85: 1. Knop 2. Stelbout voor 0° 3. Schroef op de wijzer Zet met behulp van een geodriehoek, winkelhaak, enz., de zijkant van het cirkelzaagblad nauwkeurig haaks op het bovenoppervlak van het draaibare voetstuk door de stelbout voor 0° rechtsom te draaien. Draai vervolgens de knop stevig vast om de ingestelde hoek van 0° vast te zetten. ► Fig.86: 1. Geodriehoek 2. Zaagblad
3. Bovenoppervlak van draaibaar voetstuk
Controleer opnieuw of de zijkant van het cirkelzaagblad haaks staat op het oppervlak van het draaibare voet- stuk. Draai de schroef op de wijzer los. Lijn de wijzer uit met de stand 0° op de schuine-hoekschaal en draai daarna de schroef vast. Schuine hoek van 45° KENNISGEVING: Alvorens de schuine hoek van 45° af te stellen, voltooit u de afstelling van de schuine hoek van 0°. Draai de knop los en kantel de slede volledig naar de kant die u wilt controleren. Controleer of de wijzer de stand 45° op de schuine-hoekschaal aanwijst. ► Fig.87: 1. Knop Als de wijzer niet de stand 45° aanwijst, lijnt u deze uit met de stand 45° door de stelbout in de schuine-hoek- schaal aan de tegenovergestelde kant van het voetstuk te draaien. ► Fig.88: 1. Stelbout voor 45° links 2. Stelbout voor 45° rechts De hulpgeleiders afstellen Stel de hulpgeleiders op de hulpvoetstukken af als deze niet zijn uitgelijnd met de geleiders.
1. Draai de bouten los waarmee de hulpgeleiders
zijn vastgezet met behulp van de inbussleutel.
2. Leg een recht staaf, zoals een stalen kokerproel,
plat tegen de geleiders.
3. Terwijl de staaf plat tegen de geleiders ligt, plaatst
u de hulpgeleiders zodanig dat het voorvlak van de hulpgeleider vlak tegen de staaf ligt. Draai daarna de bouten vast. ► Fig.89: 1. Bout 2. Hulpgeleider 3. Geleider 4. Staaf De lens van de lamp reinigen LET OP: Verwijder altijd het cirkelzaagblad voordat u de lens van de lamp reinigt.153 NEDERLANDS KENNISGEVING: Verwijder de schroef waarmee de lens is bevestigd niet. Als de lens niet eruit komt, draait u de schroef verder los. KENNISGEVING: Gebruik een droge doek om het vuil van de lens van de lamp af te vegen. Wees voorzichtig dat u de lens van de lamp niet bekrast omdat dan de verlichting minder wordt. KENNISGEVING: Gebruik geen oplosmiddelen of op petroleum gebaseerde schoonmaakmidde- len op de lens. De LED-lamp is moeilijk zichtbaar wanneer de lens van de lamp vuil is geworden. Maak de lens regelmatig schoon. Verwijder de accu. Draai de schroef los en trek de lens eruit. Reinig de lens voorzichtig met een vochtige, zachte doek. ► Fig.90: 1. Schroef 2. Lens Na het gebruik Veeg na gebruik alle zaagsel en stof op het gereed- schap eraf met een doek of iets dergelijks. Houd de beschermkap schoon volgens de instructies die in de paragraaf "Beschermkap" werden beschreven. Smeer de schuivende delen in met machineolie om roestvor- ming te voorkomen. OPTIONELE ACCESSOIRES WAARSCHUWING: Deze Makita-accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita-gereedschap dat in deze gebruiks- aanwijzing is beschreven. Het gebruik van enige andere accessoires of hulpstukken kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. WAARSCHUWING: Gebruik de Makita- accessoires of -hulpstukken uitsluitend voor de aangegeven gebruiksdoeleinden. Misbruik van een accessoire of hulpstuk kan leiden tot ernstig persoon- lijk letsel. Wenst u meer bijzonderheden over deze acces- soires, neem dan contact op met het plaatselijke Makita-servicecentrum.
- Set kroon-proellijstaanslagen
Notice-Facile