BHR202RFE - Boor MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis BHR202RFE MAKITA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Boor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BHR202RFE - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BHR202RFE van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING BHR202RFE MAKITA
Snoerloze boorhamer Gebruiksaanwijzing
- In verband met ononderbroken research en ontwikke- ling behouden wij ons het recht voor bovenstaande technische gegevens te wijzigen zonder voorafgaande kennisgeving.
- Opmerking: De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen. Veiligheidswenken Voor uw veiligheid dient u de bijgevoegde Veiligheids- voorschriften nauwkeurig op te volgen. BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
gebruiksaanwijzing bevat belangrijke veilig- heids- en bedieningsvoorschriften betreffende de acculader.
2. Lees alle voorschriften en waarschuwingen die
zijn aangebracht op (1) de acculader, (2) de accu en (3) het product waarvoor de accu wordt gebruikt, aandachtig door alvorens de acculader in gebruik te nemen.
3. LET OP— Om gevaar voor verwonding te voor-
komen, dient u met de acculader uitsluitend MAKITA oplaadbare accu’s te laden. Accu’s van andere merken kunnen gaan barsten en verwon- dingen of schade veroorzaken.
4. Stel de acculader niet bloot aan regen of
5. Het gebruik van een accessoire dat door de
fabrikant van de acculader niet wordt aanbevo- len of verkocht, kan brandgevaar, elektrische schok of verwondingen veroorzaken.
6. Om beschadiging van het netsnoer en de stekker
te voorkomen, dient u de stekker vast te pakken om het netsnoer uit het stopcontact te halen.
7. Zorg ervoor dat het netsnoer zodanig is
geplaatst, dat niemand erop kan stappen of erover kan struikelen, en dat het niet aan beschadiging of druk is blootgesteld.
8. Gebruik de acculader niet met een beschadigd
netsnoer of een beschadigde stekker — vervang deze onmiddellijk.
9. Gebruik de acculader niet indien deze een sterke
schok heeft ondergaan, op de grond is gevallen, of een andere vorm van beschadiging heeft opgelopen; breng deze naar een bevoegde mon- teur.
10. Haal de acculader of de accu niet uit elkaar;
breng deze naar een bevoegde monteur wanneer onderhoud of reparatie nodig is. Onjuist opnieuw ineenzetten kan namelijk een elektri- sche schok of brandgevaar opleveren.
11. Om gevaar voor een elektrische schok te voorko-
men, trekt u de stekker van de acculader uit het stopcontact alvorens met onderhoud of reinigen te beginnen. Het gevaar voor een elektrische schok wordt niet voorkomen door de acculader alleen maar uit te schakelen.
12. De acculader is niet bedoeld voor gebruik door
kleine kinderen of geestelijk gestoorden waarop geen toezicht wordt gehouden.
13. Houd toezicht op kleine kinderen om te voorko-
1. Laad de accu niet op bij een temperatuur BENE-
DEN 10°C of BOVEN 40°C.
2. Gebruik voor het opladen nooit een verho-
gingstransformator, een dynamo of een gelijkstroombron.
3. Zorg ervoor dat de ventilatiegaten van de accula-
der niet afgesloten worden of verstopt raken.
4. Voorkom kortsluiting van de accu:
(1) Raak de accuklemmen nooit aan met een geleidend materiaal. (2) Bewaar de accu niet in een bak waarin ook andere metalen voorwerpen zoals spijkers, munten e.d. worden bewaard. (3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van een grote stroomafgifte, oververhitting, brand- wonden en zelfs defecten.27
5. Bewaar het gereedschap en de accu niet op
plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50°C of hoger.
6. Werp de accu nooit in het vuur, zelfs niet wan-
neer deze zwaar beschadigd of volledig versle- ten is. De accu kan namelijk ontploffen in het vuur.
7. Wees voorzichtig dat u de accu niet laat vallen
en hem niet aan schokken of stoten blootstelt.
8. Laad de accu niet op in een bak of container.
Laad hem uitsluitend op in een goed geventi- leerde ruimte. AANVULLENDE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
VOOR HET GEREEDSCHAP
1. Denk eraan dat dit gereedschap altijd gebruiks-
klaar is, omdat het niet op een stopcontact hoeft te worden aangesloten.
2. Houd het gereedschap bij de geïsoleerde hand-
grepen vast wanneer u boort op plaatsen waar het gereedschap met verborgen elektrische bedrading in aanraking kan komen. Door contact met een onder spanning staande draad, zullen ook de niet-geïsoleerde metalen delen van het gereedschap onder spanning komen te staan en zal de gebruiker een elektrische schok krijgen.
3. Draag oorbeschermers wanneer u het gereed-
schap voor langere tijd doorlopend gebruikt. Langdurige blootstelling aan sterk lawaai kan gehoorverlies veroorzaken.
4. Draag een hard hoofddeksel (veiligheidshelm),
een veiligheidsbril en/of gezichtsbescherming. Het is ook zeer aan te bevelen een stofmasker en dikke handschoenen te dragen.
5. Controleer of de boor goed vastgezet is alvorens
met uw werk te beginnen.
6. Tijdens normale bediening brengt dit gereed-
schap trillingen voort. De schroeven kunnen daarom gemakkelijk loskomen, met een defect of ongeluk als mogelijk gevolg.
7. Laat het gereedschap enkele minuten onbelast
warmdraaien wanneer het koud weer is of wan- neer het gereedschap langere tijd niet werd gebruikt. Hierdoor zal het smeermiddel vloeibaar worden. Hameren is moeilijk indien het gereed- schap niet goed warmgedraaid is.
8. Zorg ervoor dat u altijd stevige steun voor de
9. Controleer of er zich niemand beneden u bevindt
wanneer u het gereedschap op een hoge plaats gaat gebruiken.
10. Houd het gereedschap stevig vast met beide
11. Houd uw handen uit de buurt van draaiende
12. Laat het gereedschap niet achter terwijl het nog
in bedrijf is. Bedien het gereedschap alleen wan- neer u het met beide handen vasthoudt.
13. Richt het gereedschap tijdens het gebruik niet
op personen die zich in de nabije omgeving bevinden. De boor zou kunnen losraken en ern- stige verwondingen veroorzaken.
14. Raak de boor of onderdelen in de nabije omge-
ving van de boor niet aan onmiddellijk na het gebruik. Deze kunnen erg heet zijn en brandwon- den veroorzaken. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN. BEDIENINGSVOORSCHRIFTEN Installeren of verwijderen van de accu (Fig. 1)
- Schakel het gereedschap altijd uit alvorens de accu te installeren of te verwijderen.
- Om de accu te verwijderen, haalt u deze uit het gereed- schap terwijl u de knop op de accu verschuift.
- Om de accu te installeren, doet u de tong op de accu overeenkomen met de groef in de behuizing en dan schuift u de accu erin. Schuif de accu zo ver mogelijk erin totdat deze op zijn plaats vastklikt. Wanneer het rode gedeelte op de bovenkant van de knop nog zicht- baar is, zit de accu niet volledig erin. Schuif hem volle- dig erin totdat het rode gedeelte niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk eruit vallen en uzelf of andere personen in uw omgeving verwon- den.
- Als de accu moeilijk in de houder gaat, moet u niet pro- beren hem met geweld erin te duwen. Indien de accu er niet gemakkelijk ingaat, betekent dit dat u hem niet op de juiste wijze erin steekt. Laden (Fig. 2)
1. Sluit de acculader aan op het stopcontact. De twee oplaadlampjes zullen herhaaldelijk groen knipperen.
2. Volg de aanduidingen op de acculader en schuif de accu zo ver mogelijk in de acculader. Het deksel van de accu-
lader gaat open wanneer u de accu erin steekt, en gaat weer dicht wanneer u de accu eruit haalt.
3. Wanneer de accu volledig erin zit, zal de kleur van het oplaadlampje veranderen van groen in rood en zal het
opladen beginnen. Tijdens het opladen zal het oplaadlampje blijven branden. Eén rood oplaadlampje duidt aan dat de accu 0 – 80% is opgeladen, en twee rode oplaadlampjes 80 – 100%.
4. Nadat de accu volledig is opgeladen, zullen beide oplaadlampjes veranderen van rood in groen.
5. Indien u de accu na volledig opladen in de acculader laat zitten, zal de acculader overschakelen naar de “bijladen
(handhaven van de lading)” stand die ongeveer 24 uur zal duren.
6. Trek de stekker van de acculader uit het stopcontact nadat het opladen is voltooid.
Model van batterijpak Capaciteit (mAh) Aantal cellen Oplaadtijd met (DC24SA) Oplaadtijd met (DC24WA) B2420 (Ni-MH) 2 000 20 ca. 30 min. ca. 55 min. B2433 (Ni-MH) 3 300 20 ca. 60 min. ca. 90 min.28 Koelsysteem ( alleen voor DC24SA)
- Deze acculader is voorzien van een ventilator voor het afkoelen van een warmgeworden accu om verslechtering van de accuprestaties te voorkomen. Tijdens het koelen zult u het geluid van de koelingslucht horen. Dit is normaal en betekent niet dat er iets mankeert aan de acculader.
- Een geel waarschuwingslampje zal knipperen in de volgende gevallen. - Er mankeert iets aan de koelventilator. - De accu wordt slecht afgekoeld omdat deze verstopt is met stof e.d. Zelfs wanneer het gele waarschuwingslampje knippert, kan de accu worden opgeladen. In dat geval zal het opladen echter langer duren dan normaal. Controleer of het geluid van de koelventilator normaal is. Controleer ook of de luchtuitlaatopeningen op de accu en de acculader niet door stof verstopt zijn.
- Indien het gele waarschuwingslampje niet knippert hoewel u geen geluid van de koelventilator hoort, is het koelsys- teem in orde.
- Houd de luchtuitlaatopeningen op de acculader en de accu altijd schoon om een goede koeling te verzekeren.
- Indien het gele waarschuwingslampje vaak gaat knipperen, moet u de producten naar een servicecentrum zenden voor reparatie of onderhoud. Optimaal heropladen ( alleen voor DC24SA) De functie voor optimaal heropladen verlengt de levensduur van de accu door de optimale oplaadconditie van de accu in elke situatie automatisch te bepalen. Wanneer u een accu herhaaldelijk in de volgende omstandigheden gebruikt, zal deze rap verslijten en zal het gele waarschuwingslampje mogelijk gaan knipperen.
1. Een accu bij een te hoge temperatuur opladen
2. Een accu bij een te lage temperatuur opladen
3. Een volledig opgeladen accu opnieuw opladen
4. Een accu te veel ontladen (de accu blijven gebruiken hoewel deze bijna leeg is)
5. Een accu opladen terwijl het koelsysteem defect is
Het opladen van een dergelijke accu duurt langer dan normaal. Bijladen (Handhaven van de lading) Wanneer u een volledig opgeladen accu in de oplader laat zitten om spontaan ontladen te voorkomen, zal de oplader overschakelen naar de “Bijladen (Handhaven van de lading)” stand waardoor de accu vers en in volledig opgeladen toestand wordt gehouden. Wenken om een maximale levensduur van de accu te handhaven
1. Laad de accu op alvorens deze volledig is ontladen.
Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap verminderd is.
2. Laad een volledig opgeladen accu nooit opnieuw op.
Wanneer u de accu te veel oplaadt, zal deze minder lang meegaan.
3. Laad de accu op bij een kamertemperatuur tussen 10°C en 40°C.
Laat een warme accu afkoelen alvorens deze op te laden.
4. Laad de nikkel-metaalhydride accu op wanneer u deze langer dan zes maanden niet gebruikt.
- De acculader is uitsluitend bestemd voor het opladen van Makita accu’s. Gebruik deze nooit voor andere doeleinden of voor het opladen van accu’s van andere fabrikanten.
- Een nieuwe accu of een accu die gedurende lange tijd niet werd gebruikt, kan soms niet volledig worden opgeladen. Dit is normaal en wijst niet op een defect. Nadat u de accu een paar keer volledig hebt ontladen en herladen, kunt u deze weer volledig opladen.
- Wanneer u de accu van een zojuist gebruikt gereedschap oplaadt, of een accu die voor langere tijd aan direct zon- licht of hitte werd blootgesteld, gebeurt het wel eens dat het oplaadlampje in rood knippert. Wacht in zo’n geval een tijdje. Het opladen zal beginnen nadat de accu door de koelventilator in de acculader is afgekoeld
alleen voor DC24SA). Wanneer de inwendige temperatuur van de accu hoger is dan ongeveer 70°C, zullen de twee oplaad- lampjes soms in rood knipperen; bij een temperatuur tussen ongeveer 50°C en 70°C, zal één oplaadlampje in rood knipperen.
- Indien het oplaadlampje afwisselend in groen en rood knippert, is opladen niet mogelijk. De klemmen op de accu of acculader zijn met vuil verstopt, of de accu is versleten of beschadigd.
- Indien een van de volgende condities optreedt, is de accu en/of acculader beschadigd. Laat deze nakijken door een erkend Makita Servicecentrum of Fabriek servicecentrum.
1) Het oplaadlampje knippert niet (groen) nadat u de acculader op een stopcontact hebt aangesloten.
2) Het oplaadlampje brandt niet of knippert niet (rood) nadat u de accu in de acculader hebt gestoken.
3) Het opladen is nog niet voltooid hoewel reeds meer dan twee uur zijn verstreken nadat het rode lampje aan het
begin van het opladen is aangegaan.29 Werking van de trekschakelaar (Fig. 3) LET OP: Alvorens de accu in het gereedschap te plaatsen, moet u altijd controleren of de trekschakelaar juist werkt en bij het loslaten naar de “OFF” positie terugkeert. Om het gereedschap in te schakelen, drukt u gewoon de trekschakelaar in. Hoe dieper de trekschakelaar wordt ingedrukt, hoe sneller het gereedschap draait. Om het gereedschap uit te schakelen, de trekschakelaar losla- ten. Werking van de omkeerschakelaar (Fig. 4) LET OP:
- Controleer altijd de draairichting alvorens het gereed- schap te gebruiken.
- Verander de stand van de omkeerschakelaar alleen nadat het gereedschap volledig tot stilstand is geko- men. Indien u de draairichting verandert terwijl de boor nog draait, kan het gereedschap beschadigd raken.
- Zet de omkeerschakelaar altijd in de neutrale stand wanneer u het gereedschap niet gebruikt. Dit gereedschap heeft een omkeerschakelaar voor het veranderen van de draairichting. Druk de omkeerschake- laar in vanaf zijde A voor rechtse draairichting, of vanaf zijde B voor linkse draairichting. Wanneer deze schake- laar in de neutrale stand staat, kan de trekschakelaar niet worden ingedrukt. Kiezen van de gewenste werking Boren plus hameren (Fig. 5) Voor boren in beton, metselwerk e.d., drukt u de vergren- delknop in en draait u de keuzedraaiknop zodat de wijzer naar het H symbool wijst. Gebruik een boor met een wolfraamcarbide punt. Alleen boren (Fig. 6) Voor boren in hout, metaal of plastic materialen, drukt u de vergrendelknop in en draait u de keuzedraaiknop zodat de wijzer naar het
symbool wijst. Gebruik een spiraalboor of een houtboor. Alleen hameren (Fig. 7) Voor beitelen, afbikken of slopen, drukt u de vergrendel- knop in en draait u de keuzedraaiknop zodat de wijzer naar het
symbool wijst. Gebruik een puntbeitel (bull point), koudbeitel, bikbeitel, enz. LET OP:
- Verdraai de keuzedraaiknop niet terwijl het gereed- schap draait, aangezien het gereedschap daardoor beschadigd zal raken.
- Om vroegtijdige slijtage van het wisselmechanisme te voorkomen, moet u ervoor zorgen dat de keuzedraai- knop altijd juist op een van de drie werkingsposities is ingesteld. Installeren of verwijderen van de boor Belangrijk: Controleer altijd of het gereedschap is uitgeschakeld en de accu is verwijderd alvorens de boor te installeren of te verwijderen. Reinig de boorschacht en smeer er boorvet (bijgeleverd) op alvorens de boor te installeren. (Fig. 8) Steek de boor in de machine. Draai de boor en duw deze naar binnen tot zij vergrendelt. (Fig. 9) Indien de boor niet naar binnen kan worden geduwd, dient u deze eruit te nemen en het boorkopdeksel enkele keren omlaag te trekken. Steek dan de boor opnieuw erin. Draai de boor en duw deze naar binnen tot zij ver- grendelt. (Fig. 10) Nadat de boor is geïnstalleerd, moet u altijd controleren of de boor goed vastzit door te proberen hem eruit te trekken. Om de boor te verwijderen, trekt u het boorkopdeksel helemaal omlaag en dan trekt u de boor eruit. (Fig.11) Dieptemaat (Fig. 12) De dieptemaat is handig voor het boren van gaten van gelijke diepte. Draai de klemschroef los, stel de diepte- maat af op de gewenste diepte, en draai dan de klem- schroef weer stevig vast. OPMERKING: De dieptemaat kan niet worden gebruikt in de positie waar deze tegen het tandwielhuis/motorhuis aanstoot. Zijgreep (Fig.13) LET OP: Om een veilige bediening te verzekeren, dient u de zij- greep altijd te gebruiken wanneer u gaat boren in beton, metselwerk, enz. De zijgreep kan naar beide zijden van de machine wor- den gedraaid, zodat de machine in elke positie gemakke- lijk te hanteren is. Draai de zijgreep naar links los, draai hem naar de gewenste stand en draai hem vervolgens naar rechts vast. Boorhoek (voor beitelen, afbikken of slopen) Belangrijk: Controleer altijd of het gereedschap is uitgeschakeld en de accu is verwijderd alvorens de boor te installeren of te verwijderen. Om de boorhoek te wijzigen, drukt u de vergrendelknop in en draait u de wisselhefboom zodat de wijzer naar het
symbool wijst. Draai de boor naar de gewenste hoek. (Fig. 14) Druk de vergrendelknop in en draai de wisselhefboom zodat de wijzer naar het
symbool wijst. (Fig. 15) Draai daarna de boor een beetje om te controleren of deze goed vastzit.30 Bediening LET OP:
- Schuif de accu altijd zo ver mogelijk erin totdat hij op zijn plaats vergrendeld is. Zolang als het rode gedeelte op de bovenzijde van de knop zichtbaar is, is de accu niet goed vergrendeld. Steek hem volledig erin totdat het rode gedeelte niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap val- len zodat u of iemand anders in uw omgeving verwond raakt.
- Wanneer u boven het hoofd boort, moet u altijd ervoor zorgen dat de accu goed vergrendeld is zodat hij niet uit het gereedschap kan vallen. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk eruit vallen zodat u of iemand anders in uw omgeving verwond raakt. Hamerboren (Fig. 16) Zet de wijzer van de wisselhefboom tegenover het H symbool. Plaats de punt van de boor op de plaats waar geboord moet worden en druk dan de trekschakelaar in. Forceer de machine niet. Een lichte druk geeft de beste resultaten. Houd de machine stevig op zijn plaats en zorg dat deze niet uit het boorgat wegslipt. Oefen geen grotere druk uit op de machine wanneer het gat vol raakt met boorspanen of gruis. Laat in plaats daarvan de machine onbelast draaien en verwijder deze uit het gat. Door dit enkele keren te herhalen wordt het gat gezuiverd. LET OP: Wanneer de boor door het beton heenkomt of op betonij- zer stuit, kan de machine gevaarlijk vooruit- of terug- schieten. Bewaar daarom tijdens het boren een goede balans en een stevige steun voor de voeten, en houd de machine met beide handen stevig vast. Koppelbegrenzer De koppelbegrenzer wordt geaktiveerd wanneer een bepaald koppel wordt bereikt. De motor wordt dan ont- koppeld van de uitgangsas. Wanneer dit gebeurt, zal de boor ophouden met draaien. LET OP: Schakel de machine uit zodra de koppelbegrenzer wordt geaktiveerd. Hierdoor wordt vroegtijdige slijtage van de machine voorkomen. Beitelen/Afbikken/Slopen (Fig. 17) Zet de wijzer van de wisselhefboom tegenover het
symbool. Houd de machine met beide handen stevig vast. Schakel de machine in en oefen niet meer druk uit op de machine dan nodig is om deze onder controle te houden. Door grote kracht op de machine uit te oefenen verloopt het werk niet sneller. Boren (Fig. 18) Gebruik de los verkrijgbare boorkop. Om deze te installe- ren, zie “Installeren of verwijderen van de boor” op de vorige bladzijde. U kunt boren tot maximaal 13 mm dia- meter in metaal en tot maximaal 27 mm diameter in hout. Draai de keuzedraaiknop zodat de wijzer naar het
symbool wijst. Gebruik altijd boorolie wanneer u in metaal boort. De enige uitzondering is koper dat droog geboord dient te worden. LET OP:
- Door overmatige druk op het gereedschap uit te oefe- nen verloopt het boren niet sneller. Integendeel, teveel druk op het gereedschap zal alleen maar de boorpunt beschadigen, de prestatie van het gereedschap ver- minderen en de gebruiksduur verkorten.
- Gebruik nooit “roteren met hameren” wanneer de boor- kop op het gereedschap is gemonteerd. De boorkop kan hierdoor namelijk beschadigd raken. Blaasbalgje (Fig. 19) Gebruik het blaasbalgje om het gat schoon te maken. Stofvanger (Fig. 20) Gebruik de stofvanger om te voorkomen dat stof op de machine en op uzelf terechtkomt wanneer u boven uw hoofd boort. Bevestig de stofvanger aan de boor. De dia- meter van de boren waaraan de stofvanger kan worden bevestigd, is als volgt. Voetstuk Verwijder het voetstuk wanneer u de accu B2417 gebruikt. Dit maakt het gemakkelijker om het gereedschap stabiel te plaatsen. (Fig. 21) Installeer het voetstuk wanneer u de accu B2430 gebruikt. Dit maakt het gemakkelijker om het gereedschap stabiel te plaatsen. (Fig. 22) ONDERHOUD LET OP: Controleer altijd of het gereedschap is uitgeschakeld en de accu is losgekoppeld vooraleer onderhoud uit te voe- ren aan het gereedschap. Vervangen van koolborstels (Fig. 23 en24) Verwijder en controleer de koolborstels regelmatig. Ver- vang de koolborstels wanneer ze tot aan de limietstreep versleten zijn. Houd de koolborstels schoon zodat ze soepel in de houders glijden. Beide koolborstels dienen tegelijkertijd te worden vervangen. Gebruik uitsluitend identieke koolborstels. Gebruik een schroevendraaier om de borstelhouderdop- pen te verwijderen. Haal de versleten koolborstels eruit, schuif de nieuwe erin en zet de borstelhouderdoppen vast. Opdat het gereedschap veilig en betrouwbaar blijft, die- nen alle reparaties, onderhoud of afstellingen te worden uitgevoerd bij een erkend Makita service centrum. Boordiameter (mm) Stofvanger 5 6 – 14,5 Stofvanger 9 12– 1631 ESPAÑOL Explicación de los dibujos 1Botón 2 Cartucho de batería 3 Tapa del terminal 4 Cargador de batería 5 Luces de carga 6 Interruptor de gatillo 7 Palanca del interruptor de inversión 8 Lado A 9 Lado B 10 Hacia la derecha 11 Hacia la izquierda 12 Giro con percusión 13 Botón de bloqueo 14 Indicador 15 Palanca de cambio 16 Giro solamente 17 Percusión solamente 18 Espiga de la broca 19 Grasa para brocas 20 Broca 21 Cubierta del mandril 22 Tope de profundidad 23 Tornillo de fijación 24 Apretar 25 Aflojar 26 Empuñadura lateral 27 Mandril para taladrar 28 Protector de polvo 29 Pata 30 Cartucho de batería 31 Tornillo 32 Cartucho de batería 33 Marca límite 34 Tapón portaescobillas 35 Destornillador ESPECIFICACIONES Modelo BHR200 Capacidades Hormigón ........................................................... 20mm Acero ................................................................. 27mm Madera .............................................................. 13mm Velocidad en vacío (min
- SDS Plus boor met wolfraamcarbide punt
- Hulpstuk voor stofafscheiding
Geluidsniveau en trilling De typische A-gewogen geluidsniveau’s zijn geluidsdrukniveau: 89dB (A) geluidsenergie-niveau: 102 dB (A) – Draag oorbeschermers. – De typische gewogen effectieve versnellingswaarde is 9m/s
Notice-Facile