D620 - Luchtbevochtiger QLIMA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis D620 QLIMA in PDF-formaat.
| Technische specificaties | Reservoircapaciteit: 2,5 liter |
|---|---|
| Type bevochtiging | Bevochtiging door verdamping |
| Vochtstroom | 300 ml/u |
| Bedekt oppervlak | Tot 40 m² |
| Geluidsniveau | 30 dB |
| Gebruik | Ideaal voor droge ruimtes, verbetert het ademhalingscomfort |
| Onderhoud | Regelmatige reiniging van het reservoir en de filters |
| Veiligheid | Automatische uitschakeling wanneer het reservoir leeg is |
| Algemene informatie | Elektrisch verbruik: 25 W |
Veelgestelde vragen - D620 QLIMA
Download de handleiding voor uw Luchtbevochtiger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding D620 - QLIMA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. D620 van het merk QLIMA.
GEBRUIKSAANWIJZING D620 QLIMA
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN Lees deze gebruikershandleiding aandachtig alvo- rens het toestel te gebruiken en bewaar het voor later. Installeer dit toestel enkel wanneer het vol- doet aan de lokale/nationale wetgeving, regel- geving en normen. Dit product is bedoeld om gebruikt te worden als een luchtontvochtiger in woningen en is alleen geschikt voor gebruik bin- nenshuis in woonkamers, keukens, badkamers en garages, in normale huishoudelijke omstandighe- den. Dit apparaat is uitsluitend geschikt voor een geaard stopcontact, aansluitspanning 220-240 V./ ~50 Hz. ALGEMEEN
- Om een optimaal resultaat te krijgen, het appa- raat niet dicht bij een radiator of een andere warmtebron plaatsen.
- Zorg ervoor dat alle ramen gesloten zijn om maximale efficiëntie te bereiken.
- De ontvochtigingscapaciteit is afhankelijk van de temperatuur en de luchtvochtigheid in de ruimte. Het is normaal dat bij een lage tempe- ratuur minder vocht wordt onttrokken.
- Zorg ervoor dat het luchtfilter schoon blijft. Dit voorkomt onnodig energieverbruik en waar- borgt een optimaal resultaat.
- Als de stekker uit het stopcontact is geweest, start het apparaat pas na 5 minuten weer op. De automatische vertraging beschermt de com- pressor.
BELANGRIJK Het apparaat MOET altijd geaard worden aangesloten. Als de stroomvoorziening niet geaard is, mag u het apparaat absoluut niet aansluiten. De stekker moet altijd makkelijk toegankelijk zijn als het apparaat is aangesloten. Lees deze gebruiksinstructie zorgvuldig en volg de aanwijzingen. Controleer voor het aansluiten van het apparaat of:
- de aansluitspanning overeenkomt met die op het typeplaatje;
- stopcontact en stroomvoorziening geschikt zijn voor het apparaat;
- de stekker van het snoer in het stopcontact past;
- het apparaat op een stabiele en vlakke ondergrond staat. Laat de elektrische installatie controleren door een erkend vakman als u er niet zeker van bent dat alles in orde is.
- Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door per- sonen (inclusief kinderen) met verminderde licha- melijke, geestelijke of zintuiglijke vermogens, of gebrek aan ervaring en kennis, tenzij er toezicht wordt gehouden op en instructies worden gegeven voor het gebruik van het apparaat door iemand die verantwoordelijk is voor hun veiligheid.
- Dit apparaat is volgens de CE veiligheidsnormen gefabriceerd. Toch dient u, zoals bij ieder elektrisch apparaat, voorzichtig te zijn.
- Het luchtinlaat- en/of uitblaasrooster nooit afdek- ken.
- Leeg het waterreservoir voordat u het apparaat verplaatst.
- Breng het apparaat nooit in contact met chemica- liën.
- Het apparaat nooit in water onderdompelen.
- Steek geen voorwerpen in de openingen van het apparaat.
- Haal altijd eerst de stekker uit het stopcontact voor- dat het apparaat of een onderdeel ervan moet worden schoongemaakt of vervangen.
- Sluit het apparaat NOOIT aan met behulp van een verlengsnoer. Is een geschikt geaard stopcontact niet voorhanden, laat dit dan installeren door een erkend elektricien.
- Er dient toezicht te worden gehouden op kinderen om er zeker van te zijn dat zij niet met het appa- raat spelen.
- Laat eventuele reparaties altijd uitvoeren door een erkend servicemonteur of uw leverancier. Volg de onderhoudsinstructies
- Haal altijd de stekker van het apparaat uit het stop- contact als het niet wordt gebruikt.
- Indien de voedingskabel beschadigd is, dient deze vervangen te worden door de fabrikant, zijn klan- tenservice of personen met vergelijkbare kwalifica- ties om gevaren te voorkomen.
- Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en mensen met een lichamelijke, zin- tuiglijke of verstandelijke beperking en door men- sen die geen ervaring met of kennis over het appa- raat hebben als er toezicht op hen wordt gehou- den of ze instructies hebben gekregen over veilig gebruik van het apparaat en op de hoogte zijn van de risico’s.
- Zorg ervoor dat kinderen niet met het apparaat spelen.
- Reiniging en onderhoud dient niet te worden uit- gevoerd door kinderen waarop geen toezicht wordt gehouden.
Specifieke informatie met betrekking tot toestel- len met R290 / R32 koelgas.
- Lees alle waarschuwingen aandachtig.
- Gebruik tijdens het ontdooien en reinigen van het toestel geen andere hulpmiddelen dan deze die aanbevolen worden door de fabrikant.
- Het toestel moet geplaatst worden in een ruim- te zonder continue ontstekingsbronnen (bij- voorbeeld: open vuur, toestellen op gas of elek- triciteit in werking).
- Niet doorboren en niet verbranden.
- Dit toestel bevat Y g (zie typeplaatje op de ach- terkant van het toestel) R290 / R32 koelgas.
- R290 / R32 is een koelgas dat voldoet aan de Europese richtlijnen op milieugebied. Geen delen van het koelmiddelcircuit doorboren. Houd er rekening mee dat koelmiddelen een geurstof kunnen bevatten.
- Als het toestel geïnstalleerd, gebruikt of bewaard wordt in een niet geventileerde ruim- te, moet deze ruimte geschikt zijn om de opho- ping van koelmiddel te voorkomen. Een risico op brand of een explosie kan het gevolg zijn vanwege het ontsteken van het koelmiddel door elektrische verwarmers, kachels of andere ontstekingsbronnen.
- Het toestel moet opgeslagen worden op een manier waarop mechanische defecten voorko- men worden.
- Personen die aan het koelmiddelcircuit wer- ken of het bedienen moeten over de juiste cer- tificatie beschikken die werd uitgegeven door een erkende organisatie die de bekwaamheid garandeert voor het werken met koelmiddelen overeenkomstig een specifieke beoordeling die erkend wordt door de industriële organisaties.
- Reparaties moeten uitgevoerd worden geba- seerd op de aanbevelingen van de fabrikant. Onderhoud en reparaties die de hulp van ander gekwalificeerd personeel vereisen, moeten uitge- voerd worden onder toezicht van een persoon die gespecialiseerd is in het gebruik van brandbare koelmiddelen. Het apparaat moet worden geïnstalleerd, gebruikt en bewaard in een kamer met een oppervlakte van meer dan 4 m
. Het apparaat moet worden bewaard in een goed geventileerde ruimte met afmetingen die overeenstemmen met de gespeci- ficeerde afmetingen voor werking. INSTRUCTIES VOOR HET HERSTELLEN VAN APPARATEN DIE R290 / R32 BEVATTEN 1 ALGEMENE INSTRUCTIES Deze gebruiksaanwijzing is bedoeld voor personen met de nodige ervaring in elektronica, elektriciteit, koeltechniek en mechanica.
1.1 Controle van de omgeving
Voer vóór het werken aan systemen die brandbare koelmiddelen bevatten de veiligheidscontroles uit die nodig zijn om te verzekeren dat het risico op ontsteking minimaal is. Vooraleer het koelsysteem hersteld kan worden moet vóór aanvang van de werkzaamheden aan de volgende voorzorgsmaatregelen voldaan zijn.
Het werk zal uitgevoerd worden volgens een gecontroleerde procedure om het risico uit te sluiten dat er een brandbaar gas of brandbare damp aanwezig is terwijl het werk uitgevoerd wordt.
1.3 Algemene werkomgeving
Al het onderhoudspersoneel en alle andere personen die in de omgeving aan het werk zijn zullen op de hoogte gebracht worden van het werk dat uitgevoerd wordt. Werken in besloten ruimtes zal vermeden worden. De omgeving rond de werken zal afgezet worden. Verzeker dat de toestand in de ruimte veilig is en vrij is van brandbare stoffen.
1.4 Controle op de aanwezigheid van koelmiddel
De omgeving zal vóór en tijdens de werkzaamheden gecontroleerd worden met een geschikt detectiemiddel voor koelmiddel om te verzekeren dat de technicus op de hoogte is van mogelijk brandbare atmosferen. Verzeker dat de apparatuur die gebruikt wordt voor lekdetectie geschikt is om gebruikt te worden bij koelmiddelen, dit wil zeggen vonkvrij, adequaat afgedicht of intrinsiek veilig.
1.5 Aanwezigheid van een brandblusapparaat
Als er heet werk uitgevoerd wordt op de koeluitrusting of daaraan verbonden onderdelen zal geschikte brandblusapparatuur ter plaatse beschikbaar zijn. Plaats een brandblusapparaat met droog poeder of CO
naast het laadgebied.
1.6 Geen ontstekingsbronnen
Niemand zal tijdens werken aan een koelsysteem waarbij leidingen blootgesteld worden waarin zich eerder het brandbare koelmiddel bevond of nog steeds in bevindt, ontstekingsbronnen gebruiken op een manier die een risico op brand of
een explosie met zich meebrengt. Alle mogelijke ontstekingsbronnen, inclusief sigaretten roken, moeten op een voldoende afstand gehouden worden tijdens het installeren, herstellen, verwijderen en afvoeren. Tijdens deze handelingen kan brandbaar koelmiddel in de omgeving vrijkomen. Vóór aanvang van de werken zal de omgeving rond de apparatuur gecontroleerd worden om te verzekeren dat er geen brandgevaar of risico op explosie aanwezig is. Er zullen borden met “Verboden te roken” geplaatst worden.
1.7 Geventileerde omgeving
Verzeker dat de omgeving open is of dat er voldoende geventileerd wordt vooraleer het systeem te openen of heet werk uit te voeren. Het niveau van ventilatie zal behouden blijven tijdens de periode waarin de werkzaamheden uitgevoerd worden. De ventilatie moet vrijgekomen koelmiddel veilig afvoeren en het liefst zo veel mogelijk naar de atmosfeer verdrijven.
1.8 Controles van de koeluitrusting
Wanneer er elektrische onderdelen vervangen worden zullen de nieuwe onderdelen geschikt zijn voor hun doel en aan de juiste specificaties voldoen. De onderhoudsrichtlijnen van de fabrikant zullen te allen tijde gevolgd worden. Contacteer bij twijfel de technische dienst van de fabrikant voor bijstand. De volgende controles zullen uitgevoerd worden bij installaties die brandbare koelmiddelen gebruiken:
- De grootte van de lading overeenkomstig de afmetingen van de kamer waarin de onderdelen die koelmiddel bevatten geïnstalleerd worden is.
- De in- en uitlaten van de ventilatie naar behoren werken en niet geblokkeerd worden.
- Als er een onrechtstreeks koelcircuit gebruikt wordt, zal het secundaire circuit gecontroleerd worden op de aanwezigheid van koelmiddel.
- De aanduidingen op de uitrusting zichtbaar en leesbaar blijven. Aanduidingen en tekens die onleesbaar zijn zullen gecorrigeerd worden.
- Leidingen of onderdelen met koelmiddel worden in een positie geïnstalleerd waarbij het onwaarschijnlijk is dat ze blootgesteld worden aan stoffen die de onderdelen die koelmiddel bevatten zullen corroderen, tenzij de onderdelen gemaakt zijn uit materialen die van nature bestand zijn tegen corrosie of gepast beveiligd zijn tegen corrosie.
1. 9 Controle van elektrische apparatuur
Initiële veiligheidscontroles zullen deel uitmaken van de procedure voor het herstellen en onderhouden van elektrische onderdelen. Indien er een fout aanwezig is die de veiligheid in het gedrang kan brengen zal er geen voeding op het circuit aangesloten worden tot wanneer dit probleem opgelost is. Als de fout niet onmiddellijk gecorrigeerd kan worden maar de werking verder gezet moet worden, zal een adequate tijdelijke oplossing gebruikt worden. Dit zal gemeld worden aan de eigenaar van de uitrusting zodat alle partijen op de hoogte zijn. Initiële veiligheidscontroles zullen het volgende bevatten:
- dat condensatoren ontladen zijn: dit zal gebeuren op een veilige manier om de kans op vonken te vermijden;
- dat er geen onderdelen en bedrading onder spanning blootgesteld worden tijdens laden, recupereren of spoelen van het systeem;
- dat het systeem voortdurend geaard is.
2 HERSTELLINGEN AAN AFGEDICHTE ONDERDELEN
2.1 Tijdens herstellingen aan afgedichte onderdelen moet alle elektrische voeding
afgekoppeld worden van de apparatuur vóór het verwijderen van afgedichte deksels, enz. Als het absoluut nodig is dat de voeding tijdens onderhoudswerken aan de apparatuur aangesloten blijft moet een permanente lekdetectie geplaatst worden ter hoogte van het meest kritische punt om te waarschuwen voor een mogelijk gevaarlijke situatie.
2.2 Er zal in het bijzonder aandacht besteed worden aan het volgende om te
verzekeren dat tijdens het werken aan elektrische onderdelen de behuizing niet gewijzigd wordt op een manier waarop het niveau van beveiliging beïnvloed wordt. Dit zal beschadiging van kabels, een teveel aan aansluitingen, klemmenblokken die niet volgens specificatie zijn, beschadigingen aan dichtingen, onjuiste plaatsing van pakkingen, enz. bevatten. Verzeker dat de apparatuur stevig gemonteerd is. Verzeker dat de dichtingen of dichtingsmaterialen niet zodanig verouderd zijn dat ze het binnendringen van brandbare atmosferen niet meer kunnen voorkomen.
Vervangonderdelen zullen voldoen aan de specificaties van de fabrikant. OPMERKING Het gebruik van siliconen afdichtingsmiddel kan de effectiviteit van sommige types van apparatuur voor lekdetectie verminderen. Intrinsiek veilige onderdelen moeten niet geïsoleerd worden vooraleer er aan gewerkt wordt.
3 HERSTELLINGEN AAN INTRINSIEK VEILIGE ONDERDELEN
Breng geen permanent inductieve of capacitieve ladingen aan op het circuit zonder te verzekeren dat deze de maximaal toegelaten spanning en stroom voor de gebruikte apparatuur niet overschrijden. Intrinsiek veilige onderdelen zijn enkel deze onderdelen van het type waaraan gewerkt kan worden onder spanning in een brandbare atmosfeer. De testapparatuur zal van de juiste klasse zijn. Vervang onderdelen enkel door onderdelen met de specificaties van de fabrikant. Andere onderdelen kunnen leiden tot ontsteking van het koelmiddel in de atmosfeer ten gevolge van een lek. 4 BEKABELING Controleer dat de bekabeling niet beïnvloed is door slijtage, corrosie, overmatige druk, trillingen, scherpe randen of andere negatieve omgevingseffecten. De controle zal ook rekening houden met de effecten van veroudering of voortdurende trillingen die veroorzaakt worden door compressoren of ventilatoren.
5 DETECTIE VAN BRANDBARE KOELMIDDELEN
Er zullen onder geen omstandigheden mogelijke ontstekingsbronnen gebruikt worden tijdens het zoeken naar of detecteren van lekken van koelmiddel. Een halidelamp (of een andere detector met open vlam) zal niet gebruikt worden.
6 METHODES VAN LEKDETECTIE
De volgende methodes van lekdetectie worden als aanvaardbaar beschouwd voor systemen die brandbare koelmiddelen bevatten. Elektronische lekdetectoren zullen gebruikt worden om brandbare koelmiddelen te detecteren maar de gevoeligheid kan onvoldoende zijn of ze moeten opnieuw gekalibreerd worden. (Detectieapparatuur zal gekalibreerd worden in een omgeving vrij van koelmiddel.) Verzeker dat de detector geen mogelijke ontstekingsbron is en geschikt is voor het gebruikte koelmiddel. Lekdetectie-apparatuur zal ingesteld worden op een percentage van de LEL van het koelmiddel en zal gekalibreerd worden volgens het koelmiddel dat gebruikt wordt en het gepaste percentage aan gas (25 % maximum) bevestigd is. Vloeistoffen voor lekdetectie zijn geschikt voor gebruik voor de meeste koelmiddelen maar het gebruik van detergenten die chloor bevatten zal vermeden worden omdat het chloor kan reageren met het koelmiddel en het koperen leidingwerk kan corroderen. Als er een vermoeden van een lek is zullen alle open vlammen verwijderd/gedoofd worden. Als er een lek van koelmiddel gevonden dat soldeerwerk vereist zal al het koelmiddel uit het systeem gerecupereerd worden of geïsoleerd worden (door middel van afsluitventielen) in een deel van het systeem op een veilige afstand van het lek. Zuurstofvrije stikstof (OFN) zal dan door het systeem geblazen worden, zowel vóór als tijdens het soldeerwerk.
7 VERWIJDEREN EN VERDRIJVEN
Bij het openen van het koelmiddelcircuit om herstellingen uit te voeren - of voor een andere reden - zullen de conventionele procedures gebruikt worden. Het is echter belangrijk dat de beste praktijken gevolgd worden omdat er met brandbaarheid rekening gehouden moet worden. De volgende procedure zal gevolgd worden: verwijder het koelmiddel; spoel het circuit met een inert gas; verdrijf; spoel opnieuw met het inert gas; open het circuit door snijden of solderen. De lading aan koelmiddel zal gerecupereerd worden in de gepaste recuperatieflessen. Het systeem zal “gespoeld” worden met OFN om de eenheid in een veilige toestand te brengen. Dit proces moet mogelijk enkele keren herhaald worden. Perslucht of zuurstof zal niet gebruikt worden voor deze taak. Spoeling zal bereikt worden door het breken van het vacuüm met OFN en er zal verder gevuld worden tot de werkingsdruk bereikt wordt. Daarna wordt de druk afgelaten naar atmosfeer en wordt er uiteindelijk terug vacuüm getrokken. Dit proces zal herhaald worden tot er zich geen koelmiddel meer in het systeem bevindt. Na het gebruiken van de laatste lading OFN zal de druk afgelaten worden tot atmosferische druk om werken aan de apparatuur toe te laten. Deze handeling is zeer belangrijk als er soldeerwerken aan het leidingwerk uitgevoerd moeten worden. Verzeker dat de uitlaat van de vacuümpomp zich niet in de buurt bevindt van ontstekingsbronnen en dat er ventilatie is.
8 LAADPROCEDURES Naast de conventionele laadprocedures zullen de volgende vereisten gevolgd worden. Verzeker dat de verschillende koelmiddelen niet gemengd worden tijdens het gebruiken van de laadapparatuur. Slangen of leidingen zullen zo kort mogelijk zijn om de hoeveelheid aan koelmiddel dat zich hierin kan bevinden te minimaliseren. De flessen zullen rechtop geplaatst worden. Verzeker dat het koelsysteem geaard is vooraleer het systeem met koelmiddel geladen wordt. Breng etiketten aan op het systeem als het volledig geladen is (als dit nog niet het geval is). Men moet uiterst voorzichtig zijn om het koelsysteem niet te overvullen. Vooraleer het systeem opnieuw te laden zal er een druktest met OFN uitgevoerd worden. Het systeem zal na het laden, maar vóór ingebruikname, getest worden op lekken. Een tweede controle op lekken zal uitgevoerd laten vóór het verlaten van de site. 9 ONTMANTELING Vooraleer deze procedure uitgevoerd wordt is het van essentieel belang dat de technicus de apparatuur en al zijn details volledig kent. Het is goede praktijk dat alle koelmiddelen veilig verwijderd worden. Vóór het uitvoeren van deze taak zal een monster van de olie en het koelmiddel genomen worden voor het geval een analyse vereist is vooraleer het gerecupereerde koelmiddel opnieuw gebruikt wordt. Het is van essentieel 4 GB belang dat er voeding beschikbaar is vooraleer met deze taak gestart wordt. a) Leer de uitrusting en de werking kennen. b) Isoleer het systeem elektrisch. c) Verzeker vóór het proberen uitvoeren van deze procedure dat: mechanische behandelingsapparatuur beschikbaar is, indien nodig, voor het behandelen van de flessen met koelmiddel. d) Alle persoonlijke beveiligingsapparatuur beschikbaar is en gebruikt wordt; er wordt te allen tijde tijdens het recuperatieproces toezicht gehouden door een bevoegd persoon. e) Recuperatie-apparatuur en flessen voldoen aan de gepaste normen. f) Pomp het koelsysteem leeg, indien mogelijk. g) Maak, als er geen vacuüm getrokken kan worden, een verdeelstation zodat het koelmiddel uit de verschillende delen van het systeem verwijderd kan worden. h) Verzeker dat de fles op de weegschaal staat vóór aanvang van de recuperatie.
i) Start de recuperatiemachine en bedien deze volgens de instructies van de
fabrikant. j) Overvul de flessen niet. (Niet meer dan 80 % van het volume van vloeibare lading.) k) Overschrijd de maximale werkdruk van de fles niet, zelfs niet tijdelijk. l) Verzeker dat de flessen na het vullen en het voltooien van het proces de flessen en de apparatuur onmiddellijk van de site verwijderd worden en dat alle isolatiekleppen op de apparatuur in gesloten stand staan. m) Gerecupereerd koelmiddel zal niet in een ander koelsysteem geladen worden tenzij het gereinigd en gecontroleerd werd. 10 ETIKETTERING Er zal een etiket op de apparatuur aangebracht worden dat aangeeft dat het ontmanteld werd en er geen koelmiddel meer aanwezig is. Dit etiket zal gedateerd en ondertekend worden. Verzeker dat er etiketten op de apparatuur aangebracht zijn die aangeven dat de uitrusting brandbaar koelmiddel bevat. 11 RECUPERATIE Bij het verwijderen van koelmiddel uit een systeem, voor onderhoud of ontmanteling, is het goede praktijk dat alle koelmiddelen veilig verwijderd worden. Verzeker dat tijdens het overbrengen van koelmiddel in flessen de juiste flessen voor recuperatie van koelmiddel gebruikt worden. Verzeker dat een voldoende aantal flessen voor het opslaan van de totale lading van het systeem beschikbaar is. Alle cilinders die gebruikt zullen worden zijn toegewezen aan het gerecupereerde koelmiddel en voorzien van een etiket voor dat koelmiddel (dit wil zeggen speciale cilinders voor de recuperatie van koelmiddel). Cilinders zullen voorzien zijn van een overdrukventiel en bijhorende afsluitventielen die zich in goed werkende staat bevinden. De inhoud van recuperatieflessen wordt verdreven en, indien mogelijk, worden de flessen gekoeld vóór de recuperatie van start gaat. De recuperatie-apparatuur zal zich in goed werkende staat bevinden en voorzien zijn van een reeks met instructies betreffende de beschikbare uitrusting en zal geschikt zijn voor de recuperatie van brandbare koelmiddelen. Daarnaast zal een set van goed werkende, gekalibreerde weegschalen beschikbaar zijn. Slangen zullen volledig zijn met lekvrije koppelingen en in goede staat verkeren. Controleer vóór het gebruiken
van de recuperatiemachine dat deze goed werkt, gepast onderhouden werd en dat verbonden elektrische onderdelen afgedicht zijn om ontsteking te voorkomen in het geval van vrijgekomen koelmiddel. Raadpleeg de fabrikant bij twijfel.Het gerecupereerde koelmiddel zal terug gestuurd worden naar de leverancier in de juiste fles en met de correct ingevulde Waste Transfer Note. Meng koelmiddelen niet in recuperatie-eenheden en vooral niet in cilinders. Verzeker dat, wanneer compressoren of de olie van compressoren verwijderd moet worden, deze leeg gemaakt werden tot een aanvaardbaar peil om te garanderen dat er geen brandbaar koelmiddel achterblijft in het smeermiddel. Het verwijderingsproces zal uitgevoerd worden vooraleer de compressoren teruggestuurd worden naar de leveranciers. Elektrische verwarming van de behuizing van de compressor zal enkel toegepast worden om dit proces te versnellen. Wanneer olie uit een systeem afgelaten wordt, zal dit op een veilige manier gebeuren. LET OP!
- Gebruik het apparaat nooit met een beschadigd snoer of stekker. Klem het snoer nooit af en voorkom contact met scherpe kanten. ≥ 10 cm≥ 10 cm≥ 10 cm≥ 20 cm
- Niet volgen van de aanwijzingen kan leiden tot het vervallen van de garantie op het apparaat. BEDIENINGSPANEEL
Laagste omgevingswaarden tijdens bedrijf: 5 °C / 40% relatieve luchtvochtigheid Hoogste omgevingswaarden tijdens bedrijf: 35 °C / 90% relatieve luchtvochtigheid
- De wateropvangbak moet correct zijn geïnstalleerd om met de ontvochtiger te kunnen werken.• Verwijder de opvangbak niet als het apparaat in bedrijf is.• Als u een afvoerslang wilt gebruiken om het water af te voeren, installeer de slang dan zoals beschreven is in het gedeelte "Afvoermethode".• Elke keer dat u een knop indrukt op het bedieningspaneel, zal een piep weerklinken.• Als u het apparaat inschakelt, brandt het indicatielampje. Het indicatielampje is uit in de stand-bymodus.
AAN / UIT: Schakelt de voeding aan / uit
Modus: Druk op deze toets om automatisch drogen (Dru) of ontvochtigen (Dehu) in te stellen
Instellen: Om ononderbroken bedrijf (CO) of de gewenste vochtigheidsgraad in te stellen
Druk samen op de toetsen "Nachtmodus" indicatielampje te doven. (Uitgezonderd het lampje van het KINDERslot.)
Swing: Druk om de luchtuitlaatklep te regelen
Snelheid: Druk om de snelheid van de ventilator in te stellen
Wanneer de stekker van de eenheid in een stopcontact wordt gestoken zijn er 2 pieptonen hoorbaar. Het display zal leeg blijven totdat er op de Aan/Uit-toets gedrukt wordt.
Druk op “MODE” om de ontvochtigingsmodus (Dehu) of de droogmodus (Dry) in te stellen. (1) In de Dry-modus verschijnt het Dry-symbool samen met CO (ononderbroken) op het display. De snelheid van de ventilator zal oplopen tot de hoogste snelheid (enkel beschikbaar in de Dry-modus). Deze verhoogde snelheid van de ventilator is belangrijk om zaken sneller te drogen. We raden ook aan om de luchtuitlaatklep in de swing-modus te plaatsen om te helpen bij het sturen van de lucht naar het object dat moet gedroogd worden. (2) Wanneer de “Dehu”-modus geselecteerd is. U kan op INSTELLEN drukken om een gewenste relatieve luchtvochtigheid te selecteren (40%~50%~60%~70%~CO). Er is ook een optie CO beschikbaar, CO staat voor ononderbroken, waarbij de machine niet zal stoppen bij een bepaalde relatieve luchtvochtigheid maar verder zal gaan met drogen ongeacht de relatieve vochtigheidsgraad in de kamer.
KINDERSLOT Druk gedurende 3 seconden op de toets "VERGRENDELEN” om de vergrendelfunctie te activeren. Alle functietoetsen zijn vergrendeld. Druk nogmaals gedurende 3 seconden op de toets VERGRENDELEN om deze functie uit te schakelen.
Druk op “INSTELLEN” om de gewenste relatieve luchtvochtigheid te selecteren 40%~50%~60%~70%~CO. De aanbevolen instelwaarde voor de vochtigheid is 50%. Wanneer het toestel bijvoorbeeld detecteert dat de huidige omgevingsvochtigheid groter is dan of gelijk aan 55%RH zal het toestel aanschakelen en zal de ventilator aan hoge snelheid draaien, wanneer het toestel detecteert dat de huidige omgevingsvochtigheid lager is dan of gelijk aan 49%RH zal de compressor stoppen en de ventilator draaien aan lage snelheid, het indicatielampje van de voeding zal branden.
SWING: Druk op deze toets om de swingfunctie aan/uit te schakelen. Druk op “SWING” om de swingfunctie van de luchtuitlaatklep te activeren. Druk opnieuw om deze functie te stoppen.
SNELHEID Druk op “SNELHEID” om de werkingssnelheid van de ventilator in te stellen op “Hoge snelheid” of “Lage snelheid”.
TIMER (Aan of Uit) De stekker van het toestel moet in een stopcontact zitten en het toestel moet van voeding voorzien worden. Druk, wanneer het apparaat UIT-geschakeld is op het bedieningspaneel (het display en alle LED’s zullen UIT zijn), herhaaldelijk op de toets TIMER om het aantal uren (1H/2H/4H/8H) te selecteren die zullen voorbijgaan vooraleer het toestel wordt AAN- geschakeld. Om het toestel UIT te schakelen: Druk, wanneer het apparaat AAN-geschakeld is op het bedieningspaneel, herhaaldelijk op de toets TIMER om het aantal uren (1H/2H/4H/8H) te selecteren die zullen voorbijgaan vooraleer het toestel wordt UIT-geschakeld.
INDICATIELICHTBALK (1) Wanneer de machine in werking is zal het blauwe lampje branden. (2) Wanneer de watertank vol is zal het oranje lampje en het indicatielampje tank “Vol” branden
NACHTMODUS Wanneer het apparaat in werking is en de lichtknop tegelijkertijd ingedrukt wordt biept de buzzer een maal. Het digitale display, LED licht en blauwe decoratie licht zijn uit maar het power licht is aan. (Opmerking: het child lock licht is aan als het apparaat in de child lock modus is.) Wanneer er opnieuw op de lichtknop gedrukt wordt biept de buzzer een maal. Het digitale display werkt normaal, desbetreffende modus of functie lichten werken normaal. WATERTANK VOL Wanneer de watertank vol is zal het toestel automatisch uitschakelen en een zoemer zal 10 maal hoorbaar zijn. Het indicatielampje “aan” en “tank vol” zal branden. Het ontvochtigingsproces zal enkel opnieuw starten als de condensaattank leeg werd gemaakt en opnieuw geplaatst is. Zodra deze opnieuw correct geplaatst is zal de LED doven. Probeer het vlottermechanisme NIET aan te passen of te verwijderen; dit zou kunnen leiden tot het overlopen van de tank. GEHEUGENFUNCTIE
Wanneer de eenheid uitgeschakeld is en in stand-by staat zal het toestel de laatste instelling herinneren wanneer het terug aangeschakeld wordt.
In geval van een stroomonderbreking zal het toestel automatisch terug aanschakelen met de instellingen die geselecteerd werden voorafgaand aan de stroomonderbreking.
Wanneer gebruikers de functies “kinderslot” en “timer” instellen zal het toestel uitschakelen wanneer de tijd verstreken is maar de kinderslotfunctie zal pas uitgeschakeld worden wanneer het toestel opnieuw start.
AUTOMATISCH ONTDOOIEN Wanneer de machine werkt bij lage omgevingstemperaturen kan de verdamper aanvriezen. Om het koelsysteem te beschermen is dit toestel uitgerust met een automatische ontdooifunctie. FUNCTIE VOOR HET BESCHERMEN VAN DE COMPRESSOR Dit toestel is uitgerust met een functie voor het beschermen van de compressor wat betekent dat de ventilator 3 minuten zal draaien vooraleer de compressor ingeschakeld wordt. FUNCTIE VOOR HET DETECTEREN VAN EEN LEK VAN HET KOELMIDDEL De functie voor het detecteren van een lek van het koelmiddel zal het toestel automatisch uitschakelen indien er een lek gedetecteerd wordt. Het digitale display zal flikkeren en de toetsen zullen niet reageren totdat de eenheid opnieuw opgestart wordt. PERMANENTE WATERAFVOER Een afvoerslang met diameter van 15mm is inbegrepen. Plaats de afvoerslang in de uitlaat en voer de slang naar een geschikt afvoerpunt. LUCHTFILTER De ontvochtigers zijn uitgerust met een 3-laags filter om de lucht die in de ruimte circuleert te filteren. Het 3-laags filterpakket bestaat uit een gaasfilter en (een apart verpakt) Apollo en actief koolfilter. Deze filters moeten volgens de aanwijzingen worden geplaatst, voordat de ontvochtigers worden gebruikt.
Gaasfilter; voor het verwijderen van grotere stofdeeltjes.
Apollo-filter; om ongezonde deeltjes uit de lucht te verwijderen, zoals pollen, bacteriën, dierlijke huidschilfers en stof.
Actief koolfilter; om geuren te verwijderen.
FILTERS REINIGEN, INSPECTEREN OF VERVANGEN
FILTERS VERWIJDEREN:
- Verwijder het waterreservoir (zie hoofdstuk AFVOEROPTIES)
- Verwijder het gaasfilter door met 2 of 3 vingers stevig op de bovenkant ervan te drukken. Het gaasfilter zal buigen, zodat de twee bevestigingshaakjes aan de bovenkant van het filter uit de gaatjes kunnen worden getrokken. Het gaasfilter is nu los en kan eenvoudig worden verwijderd.
- Nu zijn het Apollo-filter en het actief koolfilter zichtbaar. Verwijder beide filters. Het gaasfilter moet regelmatig schoongemaakt worden met een stofzuiger om blokkering van de luchtstroom te voorkomen. Dit filter hoeft niet regelmatig te worden vervangen. Nieuw filter Vernieuwing van filter aanbevolen Het actief koolfilter kan indien stoffig schoongemaakt worden met een stofzuiger maar dient gelijktijdig met het Apollo-filter vervangen te worden.
- Gebruik het apparaat nooit zonder gaasfilter!
- De unit gebruiken zonder actief koolfilter en/of Apollo filter is niet schadelijk voor de ontvochtiger. In dat geval worden ongezonde stofdelen niet verwijderd.
- Vervangend filterpakket is verkrijgbaar bij uw dealer / www.qlima.com FILTERS TERUGPLAATSEN:
- Plaats een nieuw Apollo filter en een nieuw actief koolfilter. Het actief koolfilter in het binnenste deel van het apparaat, het Apollo filter aan de buitenkant van het apparaat.
- Plaats de 2 haakjes aan de onderkant in de betreffende gaatjes, en plaats de bovenste twee haakjes in de bijbehorende gaatjes. Druk met 2 of 3 vingers lichtjes bovenop het gaasfilter, zodat het iets doorbuigt. Wanneer het groene filterlampje blijft branden ondanks de reiniging, reset dan de onderhoudstijd van 168 gebruiksuren om aan te geven dat het filter gereinigd is. Druk eenvoudigweg 5 seconden op de "timer"-toets terwijl het apparaat in werking is. Het controlelampje zal 5 keer knipperen, waardoor de filter servicetijd wordt gereset. Het groene licht gaat uit. AFVOEROPTIES
- Verwijder de opvangbak niet als het apparaat in bedrijf is of net gestopt is. Anders kan er water op de vloer druppen.
- Gebruik de slang niet als u de opvangbak gebruikt om het water op te vangen. Als de slang is aangesloten, wordt het water hierdoor afgevoerd in plaats van naar de opvangbak.
Houd de handgreep aan de onderkant van de wateremmer vast en trek deze uit het toestel in de richting van de pijl. Maak de emmer leeg door de handgreep aan de onderkant van de emmer met één hand vast te nemen en de bovenkant van de emmer met de andere hand. Plaats de opvangbak terug in de ontvochtiger in de richting van de pijl.
OPTIE 2 AFVOERSLANG EN ZWAARTEKRACHT
Gebruik de meegeleverde slang. Verwijder de opvangbak uit het apparaat volgens de instructies.
Rijg de afvoerslang door het mondstuk en zorg dat hij goed vastzit. Plaats de opvangbak terug. Zorg dat de afvoerslang door het afvoergat van de opvangbak gaat en naar beneden gericht is. Leid de slang door het afvoergat in de bode en dek het gat af met een deksel. Let op: de afvoerslang mag niet worden afgeknepen, anders kan het water niet worden afgevoerd.
OPMERKING! Als u de afvoerslang wilt verwijderen, zorg dan dat u een opvangbak bij de hand hebt om onder het mondstuk te plaatsen.
REINIGING EN ONDERHOUD
- Schakel de ontvochtiger uit en trek de netvoeding uit het contact voordat u hem gaat schoonmaken. Anders loopt u het risico een elektrische schok op te lopen.• Was de ontvochtiger niet met water, dit kan leiden tot elektrische schokken.• Gebruik geen vluchtige vloeistoffen (zoals thinner of waterbenzine) om de ontvochtiger te reinigen. Dit kan het uiterlijk van uw ontvochtiger beschadigen.
Rooster en behuizing Om de behuizing schoon te maken: Als er stof op de behuizing ligt, gebruik dan een zachte doek om de behuizing af te stoffen. als de behuizing erg vuil (vet) is, gebruikt u een mild afwasmiddel om hem te reinigen. Om het rooster schoon te maken: Gebruik een stofwisser of borstel.
- Trek de stekker uit het stopcontact.
- Reinig het luchtfilter en de behuizing.
- Reinig stof en obstakels van de ontvochtiger.
- Leeg de opvangbak. PROBLEMEN OPLOSSEN
- Controleer het volgende alvorens technische ondersteuning te contacteren. Probleem Oorzaak Oplossing De eenheid werkt niet. De voedingsspanning is niet aangesloten. Steek de stekker in een stopcontact. Het toestel ontvochtigt niet. De watertank is vol. Verwijder het water uit de tank. De watertank werd niet op de juiste positie geplaatst. Plaats de watertank op de juiste positie. Het luchtfilter is geblokkeerd. Reinig het luchtfilter. De temperatuur of de relatieve vochtigheidsgraad in de kamer waarin het toestel werkt is te laag. Het is normaal dat het toestel niet ontvochtigt onder deze omstandigheden De ontvochtiger werkt maar vermindert de relatieve vochtigheidsgraad onvoldoende. De ruimte is te groot. We raden het gebruik van een ontvochtiger met grotere capaciteit aan. Er zijn teveel bronnen van vocht. We raden het gebruik van een ontvochtiger met grotere capaciteit aan. Er is te veel ventilatie. Verminder de ventilatie (zoals door het sluiten van ramen en deuren.)
GARANTIEVOORWAARDEN U krijgt op uw ontvochtiger twee jaar garantie vanaf de aankoopdatum. Binnen deze periode worden materiaal- en fabricagefouten kosteloos verholpen. Hierbij gelden de volgende regels:
- Alle verdere aanspraken op schadevergoeding, inclusief gevolgschade, worden niet gehonoreerd.
- Reparatie of vervanging van onderdelen binnen de garantietermijn leidt niet tot verlenging van de garantie.
- De garantie geldt niet wanneer veranderingen zijn aangebracht, niet-originele onderdelen zijn gemonteerd of reparaties zijn verricht door derden.
- Onderdelen die aan normale slijtage onderhevig zijn vallen buiten de garantie.
- De garantie geldt uitsluitend als u de originele, gedateerde aankoopbon overlegt en als daarop geen veranderingen zijn aangebracht.
- De garantie geldt niet bij schade ontstaan door handelingen die afwijken van die in de gebruiksaanwijzing zijn vermeld of door verwaarlozing.
- De verzendkosten en het risico van het opsturen van de ontvochtiger of onderdelen daarvan, komen altijd voor rekening van de koper. Om onnodige kosten te voorkomen, raden wij u aan eerst altijd zorgvuldig de gebruiksaanwijzing te raadplegen. Wanneer deze geen uitkomst biedt, breng de ontvochtiger dan ter reparatie naar uw dealer. Werp elektrische apparatuur niet weg bij het huisvuil; lever het in op de daarvoor aangewezen plaats. Neem contact op met de plaatselijke autoriteiten voor informatie waar apparatuur kan worden ingeleverd. Wanneer elektrische apparaten worden weggegooid op de vuilstort of in de dump, kunnen gevaarlijke stoffen in het grondwater en in de voedselketen terecht komen met alle gevolgen voor de gezondheid. Bij de vervanging van oude apparaten door nieuwe is de leverancier wettelijk verplicht zonder kosten het oude apparaat voor vernietiging in te nemen. Batterijen niet in het vuur werpen, daar deze kunnen exploderen of gevaarlijke vloeistoffen kunnen uitstoten. Indien u de afstandsbediening vervangt of vernietigt, de batterijen uitnemen en deze conform de geldende wetgeving·weggooien daar deze schadelijk zijn voor het milieu. Milieu-informatie: Deze apparatuur bevat gefluoreerde broeikasgassen zoals opgenomen in het Protocol van Kyoto. De apparatuur mag alleen worden gerepareerd of gedemonteerd door professioneel, geschoold personeel. Deze apparatuur bevat koelmiddel R290 in de hoeveelheid als aangegeven in bovenstaande tabel. Laat R290 niet ontsnappen in de atmosfeer: R290 is een gefluoreerd broeikasgas met een broeikasgaseffect (GWP) = 3.
TECHNISCHE SPECIFICATIES Model D620 D625 Opgenomen vermogen (nom / max) kW 0.34 0.36 Netspanning V / Hz / Ph 220-240 / ~ 50 / 1 220-240 / ~ 50 / 1 Stroomsterkte A 1.3 1.2 Huidige zekering voor PCB 2010 Serie(s), AC250V;T;5,0A;L Huidige zekering voor 1 PCB 2010 Serie(s), AC250V;T;1,6A;L Ontvochtigingscpaciteit (ont- vochtiging bij 30°C, 80% RH) L / 24h 20 25 Ontvochtigingscpaciteit (ont- vochtiging bij 27°C, 60% RH) L / 24h 12 15 Inhoud waterreservoir L 4 4 Luchtstroom (nom.) * m
/h 200 200 Voor ruimtes tot * m
- Te gebruiken als indicatie De fabrikant is het recht voorbehouden veranderingen door te voeren zonder voorafgaand bericht.
9154BELANGRIJKE ONDERDELEN Bedieningspaneel Uitlaat van droge lucht Uitneembaar waterreservoir Inlaat van vochtige lucht Luchtfilter Afvoertuit (ø 13 mm) met dop Zwenkwieltje Stekker en snoer Handvat
Als u informatie nodig hebt of als u een probleem hebt, bezoek dan de onze website (www.qlima.nl / www.qlima.be) of neem contact op met de afdeling sales support (T: +31 412 694 694 / +32 (0)3 326 39 39).
Notice-Facile