SBC 22 - Bloeddrukmeter SANITAS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SBC 22 SANITAS in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - SBC 22 SANITAS
Download de handleiding voor uw Bloeddrukmeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SBC 22 - SANITAS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SBC 22 van het merk SANITAS.
GEBRUIKSAANWIJZING SBC 22 SANITAS
4. Waarschuwingen en veiligheidsrichtlijnen .....................111
5. Beschrijving van het apparaat ........................................114
Inhoudsopgave Lees deze gebruiksaanwijzing aandachtig door, bewaar deze voor later gebruik, laat deze ook door andere gebruikers lezen en neem alle aanwijzingen in acht.
1. OMVANG VAN DE LEVERING
Controleer of de buitenkant van de verpakking intact is en of alle onderdelen aanwezig zijn. Alvorens het apparaat te ge- bruiken, moet worden gecontroleerd of het apparaat en de toebehoren zichtbaar beschadigd zijn en moet al het verpak- kingsmateriaal worden verwijderd. Wij adviseren u het appa- raat bij twijfel niet te gebruiken en contact op te nemen met de verkoper of met de betreende klantenservice. 1 bloeddrukmeter met manchet 2 AAA-batterijen van 1,5 V, type LR03 1 opbergbox 1 gebruiksaanwijzing
1082. VERKLARING VAN DE SYMBO-
LEN In de gebruiksaanwijzing, op de verpakking en op het type- plaatje van het apparaat en de toebehoren worden de volgen- de symbolen gebruikt: WAARSCHUWING Waarschuwing voor situaties met verwon- dingsrisico’s of gevaar voor uw gezond- heid. LET OP Waarschuwing voor mogelijke schade aan het apparaat of de toebehoren. Productinformatie Verwijzing naar belangrijke informatie. Handleiding in acht nemen Lees voor aanvang van het werk en/of het bedienen van apparaten of machines de handleiding. Scheiding van de toegepaste delen Type BF Galvanisch gescheiden toegepast deel (Fstaat voor floating), voldoet aan de eisen aan lekstromen voor type B Gelijkstroom Het apparaat is alleen geschikt voor gelijkstroom. Verwijder het apparaat conform de EU-richtlijn voor afgedankte elektrische en elektronische apparatuur – WEEE (Waste Electrical and Electronic Equipment). Batterijen die schadelijke stoen bevatten, mogen niet met het huisvuil worden wegge- gooid.
Aanduiding voor de identificatie van het verpakkingsmateriaal. A = materiaalafkorting, B = materiaalnummer: 1-6 = kunststoen, 20-22 = papier en karton Fabrikant Temperatuurbegrenzing Geeft de temperatuurgrenswaarden aan waaraan het medisch hulpmiddel veilig kan worden blootgesteld. Luchtvochtigheid, begrenzing Geeft het vochtigheidsbereik aan waaraan het medisch hulpmiddel veilig kan worden blootgesteld. IP22 IP-klasse Het apparaat is beschermd tegen voor- werpen van ≥12,5 mm en tegen schuin neervallende druppels
Serienummer CE-markering Dit product voldoet aan de eisen van de geldende Europese en nationale richtlijnen.
Doel De bloeddrukmeter is bedoeld voor de volautomatische, niet-invasieve meting van de arteriële bloeddruk- en hart- slagwaarden aan de pols met een polsomtrek van 14cm tot 19,5 cm. Het apparaat is alleen bedoeld voor gebruik bin- nenshuis en mag uitsluitend worden gebruikt door volwas- senen. Doelgroep De bloeddrukmeter is ontwikkeld voor zelfmeting in de thuis- omgeving door volwassen mensen en is geschikt voor men- sen met een polsomtrek die binnen het op de manchet weer- gegeven bereik ligt. Indicaties/klinische voordelen Met dit apparaat kan de gebruiker snel en eenvoudig zijn bloeddruk- en hartslagwaarden registreren. De vastgestelde meetwaarden worden conform internationaal geldende richt- 110lijnen geclassificeerd en grafisch beoordeeld. Het apparaat slaat de geregistreerde meetwaarden op en kan ook gemid- delde waarden van vorige metingen weergeven.
- Gebruik de bloeddrukmeter niet bij baby’s, kinderen en huisdieren.
- Personen met een beperkt fysiek, zintuiglijk of geestelijk vermogen mogen het apparaat alleen gebruiken wanneer het gebruik plaatsvindt onder toezicht van een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon en wanneer zij van deze persoon aanwijzingen hebben ontvangen over het gebruik van het apparaat.
- Alvorens het apparaat in een van de volgende gevallen te gebruiken, moet u uw arts raadplegen: bij hartritme- stoornissen, doorbloedingsstoornissen, diabetes, zwan- gerschap, pre-eclampsie, hypotensie, koude rillingen of trillingen.
- Personen met een pacemaker of een ander elektrisch im- plantaat dienen vóór gebruik van het apparaat hun arts te raadplegen.
- De bloeddrukmeter mag niet in combinatie met een chi- rurgisch apparaat met hoge frequenties worden gebruikt.
- Breng de manchet niet aan bij personen die een borstam- putatie hebben ondergaan.
- Plaats de manchet niet over wonden, omdat dit kan lei- den tot meer verwondingen.
- Let op dat de manchet niet om een pols wordt aange- bracht waarvan de (slag)aderen een medische behande- ling ondergaan, zoals intravasculaire toegang, intravas- culaire therapie of een arterioveneuze shunt. Algemene waarschuwingen
- De waarden die u hebt gemeten, dienen slechts als in- dicatie – ze vormen geen vervanging van een medisch onderzoek! Bespreek uw gemeten waarden met uw arts. Neem in geen geval zelf medische beslissingen op basis van deze waarden (bijv. met betrekking tot de dosering van medicijnen)!
- Het apparaat is alleen bedoeld voor het in deze gebruiks- aanwijzing beschreven gebruik. De fabrikant is niet aan- 111sprakelijk voor schade die is veroorzaakt door oneigenlijk of verkeerd gebruik.
- Gebruik van de bloeddrukmeter buiten de thuisomgeving of terwijl u in beweging bent (bijv. tijdens een rit in een auto of een ambulance, tijdens een vlucht in een helikop- ter of tijdens lichamelijke inspanning zoals sport), kan de meetnauwkeurigheid beïnvloeden en foutieve metingen veroorzaken.
- Aandoeningen aan hart en bloedvaten kunnen leiden tot foutieve metingen of kunnen de meetnauwkeurigheid be- invloeden.
- Gebruik het apparaat niet gelijktijdig met andere medi- sche elektrische apparaten (ME-apparaten). Dit kan lei- den tot een storing van het meetapparaat en/of tot een onnauwkeurige meting.
- Gebruik het apparaat niet buiten de aangegeven omstan- digheden voor opslag en gebruik. Dit kan leiden tot on- juiste meetresultaten.
- Gebruik voor dit apparaat uitsluitend de meegeleverde of in deze gebruiksaanwijzing beschreven manchetten. Het gebruik van een andere manchet kan leiden tot onnauw- keurige meetresultaten.
- Let op dat de functie van het betreende ledemaat tijdens het oppompen van de manchet kan worden beïnvloed.
- Voer de metingen niet vaker uit dan nodig is. Als gevolg van een beperking van de bloeddoorstroming kunnen er bloeduitstortingen ontstaan.
- De bloedsomloop mag niet onnodig lang worden afge- bonden door de bloeddrukmeting. Haal bij storingen van het apparaat de manchet van de pols.
- Breng de manchet uitsluitend om de pols aan. Breng de manchet niet om andere delen van het lichaam aan.
- Kleine onderdelen kunnen bij inslikken verstikkingsge- vaar opleveren voor kleine kinderen. Kinderen moet daar- om altijd onder toezicht worden gehouden. Algemene veiligheidsmaatregelen
- De bloeddrukmeter bestaat uit elektronische onderdelen en precisieonderdelen. De nauwkeurigheid van de meet- waarden en de levensduur van het apparaat zijn afhanke- lijk van de zorgvuldige hantering van het apparaat.
- Stel het apparaat niet bloot aan schokken, vocht, vuil, sterke temperatuurschommelingen en direct zonlicht.
- Laat het apparaat op kamertemperatuur komen voordat u met de meting begint. Als het meetapparaat rond de maximale of minimale opslag- en transporttemperatuur is opgeslagen en in een omgeving met een temperatuur van 11220°C wordt gebracht, wordt aanbevolen om ca. 2uur te wachten alvorens het apparaat te gebruiken.
- Laat het apparaat niet vallen.
- Gebruik het apparaat niet in de buurt van sterke elektro- magnetische velden en houd het uit de buurt van radio- apparatuur of mobiele telefoons.
- Als het apparaat gedurende langere tijd niet wordt ge- bruikt, adviseren wij u de batterijen uit het apparaat te halen. Maatregelen met betrekking tot het gebruik van batterijen
- Als vloeistof uit een batterij in aanraking komt met de huid of de ogen, moet u de betreende plek met water spoelen en een arts raadplegen.
- Gevaar voor inslikken! Kleine kinderen kunnen bat- terijen inslikken, met verstikking als gevolg. Bewaar batterijen daarom buiten bereik van kleine kinderen!
- Explosiegevaar! Gooi batterijen niet in vuur.
- Als er een batterij is gaan lekken, moet u veiligheids- handschoenen aantrekken en het batterijvak met een droge doek reinigen.
- Haal batterijen niet uit elkaar, open ze niet en hak ze niet in stukken.
- Neem de aanduiding van de polariteit (plus (+) en min (-)) in acht.
- Bescherm batterijen tegen overmatige hitte.
- Batterijen mogen niet worden opgeladen en niet wor- den kortgesloten.
- Haal de batterijen uit het batterijvak als u het apparaat langere tijd niet gebruikt.
- Gebruik alleen hetzelfde of een gelijkwaardig type batterij.
- Vervang altijd alle batterijen tegelijk.
- Gebruik geen accu’s! Aanwijzingen met betrekking tot elektromagnetische compatibiliteit
- Het apparaat is geschikt voor gebruik in alle omgevingen die in deze gebruiksaanwijzing worden vermeld, waaron- der de thuisomgeving.
- Het apparaat kan bij de aanwezigheid van elektromagne- tische storingen onder omstandigheden mogelijk slechts beperkt worden gebruikt. Als gevolg daarvan kunnen bijv. foutmeldingen ontstaan of kan het display/apparaat uit- vallen.
- Het gebruik van dit apparaat direct naast andere appara- ten of opgestapeld met andere apparaten moet worden 113vermeden, omdat dit een onjuiste werking tot gevolg kan hebben. Als gebruik op de hiervoor beschreven wijze noodzakelijk is, moeten dit apparaat en de andere appa- raten in de gaten worden gehouden om er zeker van te zijn dat ze correct werken.
- Het gebruik van andere toebehoren dan de toebehoren die de fabrikant van dit apparaat vastgelegd of beschik- baar gesteld heeft, kan verhoogde elektromagnetische storingen of een verminderde bestandheid tegen storin- gen tot gevolg hebben, waardoor het apparaat mogelijk niet correct werkt.
- Als deze instructies niet in acht worden genomen, kan dit de prestatiekenmerken van het apparaat negatief be- invloeden.
5. BESCHRIJVING VAN HET APPA-
RAAT De bijbehorende tekeningen staan op pagina 3.
Geheugen oproeptoets
Deksel van het batterijvak Weergaven op het display: De bijbehorende tekeningen staan op pagina 3.
Nummer van de geheugenplaats / geheugenweergave gemiddelde waarde(
Gemeten hartslagwaarde
Lucht weg laten lopen
Gebruikersgeheugen /
- Verwijder het deksel van het batterijvak aan de linkerkant van het apparaat
- Plaats twee AAA-batterijen van 1,5V (alkaline, type LR03) in het batterijvak. Let er goed op dat de batterijen met de 114juiste polariteit worden geplaatst, zoals aangeduid
Gebruik geen oplaadbare accu’s.
- Sluit het deksel van het batterijvak weer zorgvuldig. Als het symbool voor het vervangen van de batterijen verschijnt, kan er niet meer gemeten worden en moet u alle batterijen vervangen. Instellingen configureren Om alle functies volledig te kunnen gebruiken, is het belang- rijk dat u het apparaat voorafgaand aan het gebruik correct instelt. Alleen zo kunnen uw gemeten waarden met de juiste datum en tijd worden opgeslagen en later weer door u worden opgevraagd. Het menu voor het configureren van de instellingen kunt u op twee manieren openen:
- Voor het eerste gebruik en na het vervangen van de batterijen: Als u batterijen in het apparaat plaatst, gaat u automa- tisch naar het betreende menu.
- Als de batterijen al zijn geplaatst: Houd als het apparaat uitgeschakeld is de START/ STOP-toets ca. 5 seconden ingedrukt. In dit menu kunt u achtereenvolgens de volgende instellingen configureren: Uurweergave Datum Tijd Uurweergave Op het display knippert de uurweergave.
- Selecteer met de geheugentoets de ge- wenste uurweergave en bevestig uw selectie met de START/STOP-toets . Datum Op het display knippert het jaartal.
- Selecteer met de geheugentoets het gewenste jaartal en bevestig uw selectie met de START/STOP-toets . Op het display knippert de maand.
- Selecteer met de geheugentoets de ge- wenste maand en bevestig uw selectie met de START/STOP-toets . Op het display knippert de dag.
- Selecteer met de geheugentoets de gewenste dag en bevestig uw selectie met de START/STOP- toets . 115Als de uurweergave 12h is ingesteld, worden de dag en de maand andersom weergegeven. Tijd Op het display knippert het uur.
- Selecteer met de geheugentoets het ge- wenste uur en bevestig uw selectie met de START/STOP-toets . Op het display knipperen de minuten.
- Selecteer met de geheugentoets het ge- wenste aantal minuten en bevestig uw selectie met de START/STOP-toets . Nadat u alle gegevens hebt ingesteld, wordt het apparaat au- tomatisch uitgeschakeld.
- De bloeddruk kan in principe aan beide polsen worden gemeten. Bepaalde afwijkingen tussen de gemeten bloeddruk aan de rechter- en linkerpols hebben fysiologi- sche redenen en zijn volkomen normaal. U dient de me- ting altijd aan de pols met de hogere bloeddrukwaarden uit te voeren. Raadpleeg daarom eerst uw arts voordat u met de zelfmeting begint. Meet uw bloeddruk voortaan altijd aan dezelfde pols.
- Het apparaat mag alleen worden gebruikt met de mee- geleverde manchet die vast aan het apparaat is beves- tigd. De gebruiker moet voorafgaand aan het gebruik van het apparaat controleren of de manchet goed past en er daarbij op letten of zijn polsomtrek binnen het bereik ligt dat op de manchet wordt vermeld.
- Ontbloot uw pols. Zorg ervoor dat de doorbloeding van de pols niet wordt belemmerd door bijvoorbeeld te strak- ke kledingstukken.
- Breng de manchet zodanig om de pols aan dat uw hand- palm en het display van het apparaat naar boven wijzen B 1
- Plaats de manchet zodanig dat er een afstand van 1,0 tot 1,5 cm tussen de manchet en de bal van uw hand aanwezig is B 2
- Sluit de manchet nu met behulp van de klittenbandslui- ting stevig om uw pols. Zorg ervoor dat de manchet goed aansluit, maar niet te strak om uw pols zit B 3
Juiste lichaamshouding aannemen
- Zorg ervoor dat u tijdens de bloeddrukmeting rechtop en comfortabel zit. Leun met uw rug tegen de stoelleuning.
- Leg uw arm op een ondergrond
116• Plaats uw voeten naast elkaar plat op de grond.
- De manchet moet zich ter hoogte van het hart bevinden.
- Blijf tijdens de meting zo rustig mogelijk en praat niet. Bloeddrukmeting uitvoeren Meting Druk op de START/STOP-toets om de bloeddrukmeter in te schakelen. Alle displayelementen worden kort weergege- ven.
- Druk op de START/STOP-toets om de bloeddrukmeter in te schakelen. Alle displayweergaven worden kort verlicht.
- De laatste meetwaarde wordt weer- gegeven en na 3 seconden begint de bloeddrukmeter automatisch met de meting. U kunt de meting op elk moment afbreken door op de START/STOP-toets te drukken. Zodra er een hartslag wordt herkend, wordt het symbool voor de hartslag weergegeven.
- De meetresultaten voor systolische druk, diastolische druk en hartslag worden weergegeven.
_ verschijnt wanneer de meting niet juist kon worden uitgevoerd. Lees het hoofdstuk “Foutmel- dingen/storingen verhelpen” in deze ge- bruiksaanwijzing en herhaal de meting.
- Selecteer nu het gewenste gebruikersge- heugen door op de geheugentoets te drukken. Als u geen gebruikersgeheugen selecteert, wordt het meet- resultaat in het laatst gebruikte gebruikersgeheugen op- geslagen. Het betreende symbool of wordt op het display weergegeven.
- Schakel de bloeddrukmeter uit met de START/STOP- toets . Daarbij wordt het meetresultaat in het geselec- teerde gebruikersgeheugen opgeslagen. Als u vergeet het apparaat uit te schakelen, dan wordt het na ongeveer 1 minuut automatisch uitgeschakeld. Ook in dit geval wordt de waarde in het geselecteerde of het laatst gebruikte gebruikersgeheugen opgeslagen. 117Wacht minstens 1 minuut voordat u een nieuwe meting uitvoert! Resultaten beoordelen Algemene informatie over de bloeddruk
- De bloeddruk is de kracht waarmee de bloedstroom te- gen de wanden van aders drukt. De arteriële bloeddruk verandert in de loop van een hartcyclus constant.
- De bloeddruk wordt altijd in de vorm van twee waarden weergegeven: - De hoogste druk in de cyclus wordt systolische bloeddruk genoemd. Deze ontstaat wanneer de hartspier zich samentrekt en het bloed daardoor in de bloedvaten wordt gedrukt. - De laagste druk is de diastolische bloeddruk. Dit is de druk die aanwezig is wanneer de hartspier zich volledig uitgerekt heeft en het hart zich met bloed vult.
- Schommelingen in de bloeddruk zijn normaal. Zelfs bij een herhaalde meting kan er sprake zijn van aanzienlijke verschillen tussen de gemeten waarden. Eenmalige of onregelmatige metingen geven daarom geen betrouw- bare informatie over de werkelijke bloeddruk. Een be- trouwbare beoordeling is alleen mogelijk als u regelmatig metingen uitvoert onder vergelijkbare omstandigheden. Risico-indicator De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft de in de vol- gende tabel vermelde, internationaal erkende classificatie vastgelegd voor het beoordelen van gemeten bloeddruk- waarden: Gebied van de bloeddruk waarden Systolisch (in mmHg) Diastolisch (in mmHg) Maatregel Niveau 3: ernstige hypertonie ≥ 180 ≥ 110 Raadpleeg een arts Niveau 2: gemiddel- de hypertonie 160 – 179 100 – 109 Raadpleeg een arts Niveau 1: lichte hypertonie 140 – 159 90 – 99 Regelmatige controle door een arts Hoog-normaal 130 – 139 85 – 89 Regelmatige controle door een arts Normaal 120 – 129 80 – 84 Zelfcontrole Optimaal < 120 < 80 Zelfcontrole Bron: WHO, 1999 (World Health Organization) De risico-indicator (de pijlen op het display en de bijbehoren- de schaalverdeling op het apparaat) geeft aan binnen welk bereik de vastgestelde bloeddruk zich bevindt. Als de geme- 118ten waarden zich in twee verschillende bereiken bevinden (bijv. systolisch in het bereik ‘hoog-normaal’ en diastolisch in het bereik ‘normaal’), dan geeft de risico-indicator altijd het hoogste bereik weer; in het beschreven voorbeeld is dat ‘hoog-normaal’. Houd er rekening mee dat deze standaardwaarden uitslui- tend opgevat mogen worden als algemene richtlijn, omdat de bloeddruk per persoon en ook per leeftijdsgroep enz. kan verschillen of afwijken. Bovendien moet u er rekening mee houden dat de waarden die u thuis zelf meet over het algemeen lager zijn dan de waar- den die bij uw arts worden gemeten. Daarom is het belangrijk dat u regelmatig uw arts raadpleegt. Alleen uw arts kan u ver- tellen wat uw persoonlijke streefwaarden zijn voor een gecon- troleerde bloeddruk – met name als u een medicamenteuze behandeling ondergaat. Onregelmatige hartslag Dit apparaat kan bij de analyse van uw geregistreerde hart- slagsignaal tijdens de bloeddrukmeting eventuele stoornissen van het hartritme identificeren. In dat geval wijst het apparaat na de meting door middel van het symbool op het display op eventuele onregelmatigheden in uw hartslag. Dit kan wij- zen op aritmie. Als het symbool na de meting op het display wordt weer- gegeven, moet u de meting herhalen, omdat de nauwkeu- righeid mogelijk negatief is beïnvloed. Gebruik voor de be- oordeling van uw bloeddruk alleen de resultaten die zonder onregelmatigheden in uw hartslag zijn geregistreerd. Raad- pleeg uw arts als het symbool vaak wordt weergegeven. Alleen hij kan in het kader van zijn diagnostische mogelijk- heden de aanwezigheid van aritmie tijdens een onderzoek vaststellen. Meetwaarden opslaan, opvragen en wissen Gebruikersgeheugen De resultaten van elke succesvolle meting worden samen met de datum en de tijd opgeslagen. Bij meer dan 60 meetgege- vens wordt telkens de oudste meting overschreven.
- Druk op de geheugentoets om het meetresultaat op te vragen. Op het display knippert
De gemiddelde waarde van alle in dit ge- bruikersgeheugen opgeslagen meetwaar- den wordt weergegeven. Houd de geheugentoets ongeveer 2 seconden ingedrukt om van gebruikersgeheugen te wisselen. 119Gemiddelde waarden
- Druk op de geheugentoets . Op het display knippert AMAM
De gemiddelde waarde van de ochtendme- tingen van de laatste 7dagen wordt weer- gegeven (ochtend: 05.00 uur – 09.00 uur).
- Druk op de geheugentoets . Op het display knippert PMPM
De gemiddelde waarde van de avondme- tingen van de laatste 7dagen wordt weer- gegeven (avond: 18.00 uur – 20.00 uur). Afzonderlijke meetwaarden
- Als u nogmaals op de geheugentoets drukt, wordt de laatste afzonderlijke me- ting op het display weergegeven (in dit voorbeeld meting 03).
- Als u nogmaals op de geheugentoets drukt, kunt u de afzonderlijke meetwaarden bekijken.
- Druk op de START/STOP-toets om het apparaat weer uit te schakelen. U kunt het menu op elk moment verlaten door op de START/STOP-toets te drukken. Meetwaarden wissen
- Om het betreende gebruikersgeheugen te wissen, moet u eerst een gebruikersgeheugen selecteren.
- Start het laden van de gemiddelde meetwaarden. Op het display knippert A, de gemiddelde waarde van alle opge- slagen meetwaarden van dit gebruikersgeheugen wordt weergegeven.
- Houd de geheugentoets en de START/STOP-toets 5 seconden ingedrukt, afhankelijk van het gebruikersge- heugen waarin u zich bevindt. Alle waarden van het huidige gebruikersgeheu- gen worden gewist en het apparaat wordt uit- geschakeld.
8. REINIGING EN ONDERHOUD
- Reinig het apparaat en de manchet voorzichtig met alleen een licht bevochtigde doek.
- Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen.
- Dompel het apparaat en de manchet nooit onder in water, omdat er anders vocht kan binnendringen, waardoor het apparaat en de manchet beschadigd kunnen raken.
- Zorg ervoor dat er geen zware voorwerpen op het appa- raat en de manchet worden geplaatst als u deze opbergt. Haal de batterijen uit het apparaat. 1209. PROBLEMEN OPLOSSEN Fout- melding Mogelijke oorzaak Oplossing
De systolische of diastolische druk kon niet gemeten worden. Herhaal de meting na een pauze van een minuut. Let erop dat u tijdens de meting niet spreekt of beweegt.
De systolische of diastolische druk valt buiten het meetbereik. Herhaal de meting na een pauze van een minuut. Let erop dat u tijdens de meting niet spreekt of beweegt. Als de melding opnieuw wordt weergegeven, moet u een arts raadplegen of controleren of u het ap- paraat op de juiste wijze hebt bediend.
De manchet is niet juist aangebracht. Neem de aanwijzingen in het hoofdstuk met de titel “Manchet aanbrengen” in acht. Fout- melding Mogelijke oorzaak Oplossing De bloeddruk is langer dan 1,5se- conde hoger dan 300mmHg. Herhaal de meting na een pauze van een minuut. Let erop dat u tijdens de meting niet spreekt of beweegt. Als de melding opnieuw wordt weergegeven, moet u een arts raadplegen of controleren of u het ap- paraat op de juiste wijze hebt bediend. Het oppompen duurt meer dan 180 seconden. Controleer bij een nieuwe meting of de manchet correct kan worden opgepompt. Neem de aanwijzingen in het hoofdstuk met de titel “Manchet aanbrengen” in acht. 121Fout- melding Mogelijke oorzaak Oplossing
Er is een systeem- of apparaatfout opgetreden. Neem contact op met de klantenservice. De batterijen zijn bijna leeg. Plaats nieuwe batterijen in het apparaat.
Reparatie en verwijdering van het apparaat
- U mag het apparaat niet zelf repareren of afstellen. Wan- neer u dit toch doet, kan een storingsvrije werking niet langer worden gegarandeerd.
- Maak het apparaat niet open. Wanneer u deze instructie niet in acht neemt, vervalt de garantie.
- Reparaties mogen alleen door de klantenservice of ge- autoriseerde verkopers worden uitgevoerd. Controleer voordat u een klacht indient altijd eerst de batterijen en vervang deze als dat nodig is.
- Met het oog op het milieu mag het apparaat aan het einde van zijn levensduur niet met het gewone huisvuil worden weggegooid. U kunt het apparaat inleve- ren bij gespecialiseerde inzamelpunten in uw land. Verwijder het apparaat conform de EU-richtlijn voor afgedankte elektrische en elektronische apparatuur – WEEE (Waste Electrical and Electronic Equipment). Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de verantwoordelijke instanties voor afvalverwijdering in uw gemeente. Batterijen verwijderen
- Batterijen mogen niet met het huisvuil worden weg- gegooid. Ze kunnen giftige zware metalen bevatten en moeten daarom overeenkomstig de richtlijnen voor giftig afval worden verwijderd.
- Deze tekens kunt u aantreen op batterijen met schadelijke stoen: Pb = batterij bevat lood Cd = batterij bevat cadmium Hg = batterij bevat kwik 12211. TECHNISCHE GEGEVENS Type SBC 22 Model SBC 15 Meetmethode Oscillometrische, non-invasieve bloeddrukmeting aan de pols Meetbereik Manchetdruk 0 – 300 mmHg, systolisch 60 – 260 mmHg, diastolisch 40 – 199 mmHg, polsslag 40 – 180 slagen/minuut. Nauwkeurigheid van de weergave Systolisch ± 3 mmHg, diastolisch ± 3 mmHg, hartslag ± 5% van de weergegeven waarde Meetonzekerheid Max. toelaatbare standaardafwijking conform klinische controle: systolisch 8 mmHg / diastolisch 8 mmHg Geheugen 2 x 60 geheugenplaatsen Afmetingen L 84 mm x b 60 mm x h 29 mm Gewicht Ongeveer 92 g (zonder batterijen, met manchet) Manchetmaat 140 tot 195 mm Toegestane omstan- digheden voor gebruik + 10 °C tot +40 °C, ≤85% relatieve luchtvochtigheid (niet condenserend) Toegestane om- standigheden voor opbergen -20 °C tot +50 °C,≤ 85% relatieve luchtvochtigheid, 800 – 1050 hPa omgevingsdruk Voeding 2 x 1,5 V AAA-batterijen Levensduur batterijen Voor ongeveer 170 metingen, afhankelijk van de hoogte van de bloeddruk en de oppompdruk Classificatie Interne voeding, IP22, geen AP of APG, ononderbroken werking, toegepast deel type BF Het serienummer staat op het apparaat of in het batterijvak. Wijzigingen van de technische gegevens zonder kennisgeving zijn om actualiseringsredenen voorbehouden.
- Dit apparaat voldoet aan de Europese norm EN60601-1-2 (overeenstemming met CISPR 11, IEC 61000-4-2, IEC 61000-4-3, IEC 61000-4-8) en is onderworpen aan bijzondere veiligheidsmaatregelen op het gebied van elektromagnetische compatibiliteit. Let er daarbij op dat draagbare en mobiele HF-communicatieapparatuur dit apparaat negatief kan beïnvloeden. 123• Het apparaat voldoet aan de EU-richtlijn 93/42/EEC voor medische hulpmiddelen, de Duitse wet inzake medische hulpmiddelen en de normen EN 1060-1 (Niet-invasieve bloeddrukmeters deel 1: Algemene eisen), EN 1060-3 (Niet-invasieve bloeddrukmeters deel 3: Aanvullende ei- sen voor elektromechanische bloeddrukmeetsystemen) en IEC80601-2-30 (Medische elektrische toestellen deel 2 – 30: Speciale eisen voor basisveiligheid en essentiële prestaties van niet-invasieve bloeddrukmeters).
- De nauwkeurigheid van deze bloeddrukmeter is zorgvul- dig gecontroleerd en het apparaat is ontwikkeld met het oog op een lange gebruiksduur. Wanneer het apparaat in de geneeskunde wordt gebruikt, moeten meettechni- sche controles met daarvoor geschikte middelen worden uitgevoerd. Uitgebreide informatie over het controleren van de nauwkeurigheid kan worden aangevraagd via het servicepunt.
12. GARANTIE/SERVICE
Meer informatie over de garantie en de garantievoorwaarden vindt u in het meegeleverde garantieblad. Fouten en wijzigingen voorbehouden
Notice-Facile