SBM 42 - Bloeddrukmeter SANITAS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis SBM 42 SANITAS in PDF-formaat.

📄 56 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag ⚙️ Specs
Notice SANITAS SBM 42 - page 38
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Italiano IT Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : SANITAS

Model : SBM 42

Categorie : Bloeddrukmeter

SKIP

Veelgestelde vragen - SBM 42 SANITAS

Download de handleiding voor uw Bloeddrukmeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SBM 42 - SANITAS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SBM 42 van het merk SANITAS.

GEBRUIKSAANWIJZING SBM 42 SANITAS

tel: 068 938 602 138 Lees deze gebruikershandleiding aandachtig door, berg deze op voor later gebruik, zorg dat andere gebruikers deze handleiding kunnen lezen en houd u aan de instructies.

De bovenarmbloeddrukmeter dient voor het non-invasief meten en controleren van de arteriële bloeddrukwaarden van volwassenen. U kunt daardoor snel en eenvoudig uw bloeddruk meten, de meetwaarden opslaan en het verloop en het gemiddelde van de meetwaarde laten weergeven. Bij eventueel aanwe- zige hartritmestoornissen wordt u gewaarschuwd. De gemiddelde waarden worden conform WHO-richtlijnen geclassificeerd en grafisch beoordeeld. Berg deze gebruiksaanwijzing op voor later gebruik en zorg dat andere gebruikers deze handleiding ook kunnen lezen.

2. Belangrijke aanwijzingen

Verklaring van symbolen In de gebruiksaanwijzing, op de verpakking en op het type- plaatje van het apparaat en de accessoires worden de vol- gende symbolen gebruikt: Voorzichtig Aanwijzing Verwijzing naar belangrijke informatie Neem de gebruiksaanwijzing in acht Toepassingsdeel type BF Gelijkstroom Verwijder het apparaat conform EU-richt- lijn 2002/96/EG betreffende de verwij- dering van elektrische en elektronische apparatuur – WEEE (Waste Electrical and Electronic Equipment) Fabrikant -20°C 50°C Toegestane temperatuur bij opslag O ) NEDERLANDS39 RH <85% Toegestane luchtvochtigheid bij opslag Niet blootstellen aan vocht SN Serienummer

Met de CE-markering wordt aangetoond dat het apparaat voldoet aan de funda- mentele eisen van de richtlijn 93/42/EEG voor medische hulpmiddelen. Gebruiksaanwijzingen

Meet uw bloeddruk altijd op hetzelfde tijdstip, zodat de gemeten waarden vergelijkbaar zijn.

Rust voor iedere meting ongeveer 5 minuten uit!

Als u meerdere metingen bij dezelfde persoon wilt uitvo- eren, moet tussen de afzonderlijke metingen telkens 5 minuten rust worden gehouden.

Ten minste 30 minuten voor de meting mag u niet eten, drinken of roken, en geen lichamelijke inspanningen ver- richten.

Herhaal de meting wanneer u twijfelt over de gemeten waarden.

De waarden die u hebt gemeten, dienen slechts als indi- catie – ze vormen geen vervanging van een medisch onderzoek! Bespreek uw meetwaarden met uw arts. Neem in geen geval op eigen grond medische beslissin- gen op basis van deze waarden (bijv. met betrekking tot medicijnen en hun doseringen)!

Gebruik de bloeddrukmeter niet bij baby’s, zwangeren en vrouwen met pre-eclampsie.

Aandoeningen aan het hart en de bloedvaten kunnen leiden tot foutieve metingen of de meetnauwkeurigheid beïnvloeden. Dit is ook het geval bij een zeer lage blo- eddruk, diabetes, doorbloedings- en hartritmestoornissen en bij koude rillingen of trillingen.

De bloeddrukmeter mag niet in combinatie met een een chirurgisch apparaat met hoge frequenties worden gebru- ikt.

Gebruik het toestel alleen bij personen met een bovenar- momvang die geschikt is voor het apparaat.

Let op dat de functie van het betreffende ledemaat tijdens het oppompen kan worden beïnvloed.

De bloedsomloop mag door de bloeddrukmeting niet onnodig lang worden afgebonden. Haal bij storingen van het apparaat de manchet van de arm.

Zorg ervoor dat de manchetslang niet wordt bekneld, samengedrukt of geknikt.40

Voorkom een aanhoudende druk in de manchet en veel- vuldige metingen. De belemmering van de bloeddoorstro- ming die daardoor ontstaat, kan leiden tot verwondingen.

Let op dat de manchet niet om een arm wordt geplaatst waarvan de slagaderen of aderen een medische behande- ling ondergaan, zoals intravasculaire toegang, intravascu- laire therapie of een arterioveneuze shunt.

Plaats de manchet niet bij personen die een borstamputa- tie hebben ondergaan.

Plaats de manchet niet over wonden, omdat dit kan leiden tot meer verwondingen.

U kunt de bloeddrukmeter gebruiken met batterijen of met een netadapter. Houd er rekening mee dat u alleen gege- vens kunt overdragen en opslaan als uw bloeddrukmeter wordt voorzien van stroom. Zodra de batterijen leeg zijn of de netadapter wordt losgekoppeld van het elektriciteits- net, verliest de bloeddrukmeter datum en tijd.

Om de batterijen te sparen, wordt de bloeddrukmeter automatisch uitgeschakeld als er één minuut lang geen toets wordt ingedrukt.

Dit apparaat is alleen bedoeld voor het in deze gebruik- saanwijzing beschreven gebruik. De fabrikant is niet aan- sprakelijk voor schade die is veroorzaakt door onjuist of verkeerd gebruik. Aanwijzingen voor het opbergen en de verzorging

De bloeddrukmeter bestaat uit elektronische onderdelen en precisieonderdelen. De nauwkeurigheid van de meet- waarden en de levensduur van het apparaat zijn afhanke- lijk van de zorgvuldige omgang hiermee: – Bescherm het apparaat tegen schokken, vocht, vuil, sterke temperatuurschommelingen en direct zonlicht. – Laat het apparaat niet vallen. – Gebruik het apparaat niet in de buurt van sterke elektro- magnetische velden en houd het uit de buurt van radio- grafische apparaten en mobiele telefoons.

Gebruik uitsluitend de meegeleverde of originele vervan- gende manchetten. Anders krijgt u foutieve meetwaarden.

Druk niet op de toetsen, zolang de manchet niet is aange- bracht.

Indien het apparaat gedurende langere tijd niet wordt gebruikt, raden wij aan de batterijen te verwijderen. Aanwijzingen m.b.t. batterijen

Batterijen levensgevaarlijk zijn als ze worden ingeslikt. Berg daarom batterijen en producten buiten het bereik van kleine kinderen op. Mocht een batterij zijn ingeslikt, moet u onmiddellijk medische hulp zoeken.

Batterijen mogen niet worden opgeladen of anderszins worden gereactiveerd, niet uit elkaar worden gehaald, in het vuur geworpen of worden kortgesloten.41

Haal de batterijen uit het apparaat, wanneer deze leeg zijn of wanneer u het apparaat langere tijd niet zult gebruiken. Zo voorkomt u schade door lekkende batterijen. Vervang altijd alle batterijen tegelijk.

Gebruik niet verschillende soorten of merken of batterijen met verschillende capaciteit door elkaar. Gebruik uit voor- zorg alkalinebatterijen Aanwijzingen voor reparatie en afvalverwijdering

Batterijen horen niet thuis in het huisvuil. Deponeer de lege batterijen in daarvoor voorziene inzamelplaatsen.

Maak het apparaat niet open. Doet u dit toch, dan vervalt de garantie.

Het apparaat mag niet zelf worden gerepareerd of afge- steld. Een storingsvrije werking is in dat geval niet meer gewaarborgd.

Reparaties mogen alleen door de klantenservice of een geautoriseerd verkooppunt worden uitgevoerd. Controleer echter voordat u een klacht indient de batterijen en vervang deze zo nodig.

Verwijder het apparaat conform EU-Richtlijn 2002/96/EC betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur – WEEE (Waste Electrical and Electronic Equipment). Als u vragen hebt, neemt u contact op met de verantwoordelijke voor afvalverwijde- ring in uw gemeente.

3. Apparaatbeschrijving

5. Functietoetsen -/+

6. LED WHO-schaalverdeling

7. Aansluiting voor stekker van manchet

Weergaves op het display:

1. Tijdstip en datum

7. Lucht weg laten lopen

9. Gebruikersgeheugens

10. Symbool hartritmestoornis

4. Meting voorbereiden

Open het deksel van het batterijvak.

Plaats vier batterijen van het type 1,5 V AA (Alkaline Type LR6). Let goed op dat de batterijen zoals aangeduid met correcte polariteit geplaatst worden. Gebruik geen oplaadbare batterijen.

Sluit het deksel van het batterijvak weer zorgvuldig.

Voorzien van batterijen geeft het apparaat continu de tijd, datum en het gekozen gebruikersgeheugen weer. Wanneer de batterijwisselweergave continu wordt weergegeven, kan er niet meer worden gemeten en moeten alle batterijen worden vervangen. Wanneer de batterijen uit het apparaat worden verwijderd, moet de tijd opnieuw worden ingesteld. Lege batterijen horen niet thuis in het restafval. Deponeer ze bij uw elektrohandelaar of de milieudienst in uw woonplaats. U bent hiertoe wettelijk verplicht. Aanwijzing: Deze tekens kunt u aantreffen op batterijen met schadelijke stoffen: Pb: batterij bevat lood, Cd: batterij bevat cadmium, Hg: batterij bevat kwik.

4 x AA (LR6) 1,5 V43 Datum en tijd instellen De datum en de tijd moeten absoluut ingesteld worden. Al- leen zo kunt u uw gemeten waarden correct met datum en tijdstip opslaan en later laden. De tijd wordt weergegeven in het 24-uurs-formaat. Om de datum en de tijd in te stellen, gaat u als volgt te werk:

Houd de geheugentoets M langer dan drie seconden ingedrukt.

Het jaar begint te knipperen. Stel met de functietoetsen -/+ het jaar in en bevestig met de geheugentoets M.

Stel maand, dag, uur en minuten in en bevestig iedere keer met de geheugentoets M.

Laat het apparaat op kamertemperatuur komen voor u aan de meting begint. Manchet aanbrengen Breng de manchet op de ontblote linker bovenarm aan. De doorbloe- ding van de arm mag niet worden belemmerd, bijvoorbeeld door te nauwe kledingstukken. De manchet moet zo op de boven- arm worden geplaatst dat de onderste rand 2 – 3 cm boven de elleboog en boven de slagader ligt. De slang wijst naar het midden van de handpalm. Breng nu het vrije uiteinde van de manchet nauw, maar niet strak, om de arm aan en sluit deze met de klittenband. De manchet moet zo strak worden aangebracht dat nog twee vingers onder de manchet passen. Steek nu de manchetslang in de aansluiting voor de manchetstek- ker. Attentie: Het apparaat mag alleen met de originele manchet gebruikt worden. De manchet is geschikt voor een armom- vang van 22 tot 36 cm.44

Controleer of er geen knik in de manchet zit en of het verstevigde uiteinde vlak op uw arm ligt. Neem de juiste lichaamshouding aan

Rust voorafgaand aan iedere meting ongeveer 5 minuten uit. Anders ontstaan er mogelijk afwijkingen.

U kunt de meting zittend of liggend uitvoeren. Let er in ie- der geval op dat de manchet zich ter hoogte van het hart bevindt.

Zorg ervoor dat u tijdens de bloeddrukmeting comfortabel zit. Ondersteun uw rug en armen. Ga niet met gekruiste benen zitten. Plaats uw voeten plat op de vloer.

Om het meetresultaat niet te beïnvloeden is het belang- rijk dat u zich tijdens de meting rustig gedraagt en niet spreekt. Geheugen selecteren Druk op de functietoets - of +. Selecteer het gewenste gebruikersgeheugen ( ... ) door op de functietoetsen -/+ te drukken. Er zijn vier geheugens met elk 30 geheugenplaatsen beschikbaar om de meetgegevens van vier verschillende personen gescheiden van elkaar op te slaan. Bevestig uw keuze met de toets START/STOP . Uitvoeren van een bloeddrukmeting

Breng zoals eerder beschreven de manchet aan en neem de houding aan waarin u de meting wilt uitvoeren.

Start het bloeddrukmeetapparaat met de toets START/ STOP . Na de volledige weergave wordt het laatst opgeslagen meetresultaat weergegeven. Wanneer er geen meting is opgeslagen, wordt er een 0 weergegeven.

De manchet wordt automatisch opgepompt. De luchtdruk in de manchet wordt langzaam verlaagd. Bij een al waar- genomen tendens in de richting van een hoge bloeddruk wordt nog een keer bijgepompt om de manchetdruk te verhogen. Zodra er een polsslag herkend wordt, wordt het symbool polsslag weergegeven.45

De meetresultaten systolische druk, diastolische druk en polsslag worden weergegeven.

U kunt de meting te allen tijde door middel van de toets START/STOP annuleren.

_ verschijnt wanneer de meting niet juist kon worden uitgevoerd. Lees het hoofdstuk “Foutmeldingen/Storingen verhelpen” in deze gebruikshandleiding en herhaal de me- ting.

Het meetresultaat wordt automatisch opgeslagen.

U kunt het apparaat uitschakelen door op de toets START/STOP te drukken. Wanneer u vergeet het apparaat uit te schakelen, wordt het na ongeveer 1 minuut automatisch uitgeschakeld. Wacht minstens 5 minuten voor een nieuwe meting.

6. Resultaten beoordelen

Hartritmestoornissen: Dit apparaat kan tijdens het meten eventuele storingen van het hartritme identificeren. Indien dit voorkomt, wordt dit na de meting met het symbool weergegeven. Dit kan een indicator voor een aritmie zijn. Aritmie is een aandoening waarbij het hartritme abnormaal is vanwege storingen in het bio-elektrische systeem dat de hartslag stuurt. De symp- tomen (overslaand hart of voortijdige hartslagen, langzame of te snelle hartslag) kunnen ondermeer het gevolg zijn van hartaandoeningen, ouderdom, lichamelijke aanleg, over- matig gebruik van genotmiddelen, stress of slaapgebrek. Aritmie kan uitsluitend worden vastgesteld via medisch onderzoek. Herhaal de meting, indien het symbool na de meting op de display wordt weergegeven. Let er op dat u 5 minuten rust moet nemen en dat u tijdens de meting niet praat of beweegt. Indien het symbool vaak wordt Bereik van de bloeddrukwaarden Systolisch (in mmHg) Diastolisch (in mmHg) Maatregel Niveau 3: zeer hoge bloeddruk > = 180 > = 110 raadpleeg een arts Niveau 2: hoge bloeddruk 160 – 179 100 – 109 raadpleeg een arts Niveau 1: licht verhoogde bloeddruk 140 – 159 90 – 99 regelmatige controle door een arts Hoog-normaal 130 – 139 85 – 89 regelmatige controle door een arts Normaal 120 – 129 80 – 84 zelfcontrole Optimaal < 120 < 80 zelfcontrole Bron: WHO, 199946 weergegeven, raadpleeg dan uw arts. Zelfdiagnose en behandeling op basis van de meetgegevens kan gevaarlijk zijn. Volg de aanwijzingen van uw arts op. WHO-classificatie: Aan de hand van richtlijnen/definities van de Wereldgezond- heidsorganisatie (WHO) worden de meetresultaten geclas- sificeerd en beoordeeld volgens de volgende tabel: Het staafdiagram in het display en de schaalverdeling op het apparaat geven aan binnen welk bereik de vastgestelde bloeddruk zich bevindt. Als de systolische en diastolische waarde zich in twee verschillende WHO-gebieden bevinden (bijvoorbeeld sys- tolisch in het gebied hoog-normaal en diastolisch in het gebied normaal), geeft de grafische WHO-indeling op het apparaat het hoogste gebied weer, in het voorbeeld is dat hoog-normaal.

7. Meetwaarden opslaan, oproepen en

De resultaten van iedere succesvolle meting worden sa- men met de datum en de tijd opgeslagen. Bij meer dan 30 meetgegevens worden telkens de oudste meetgegevens overschreven.

Druk op de functietoets - of +. Selecteer het gewenste ge- bruikersgeheugen ( ... ) door op de functietoetsen -/+ te drukken. Bevestig uw keuze met de toets START/STOP .

Door op de geheugentoets M te drukken, wordt het gemiddelde van alle opgeslagen meetgegevens in het gebruikersgeheugen weergegeven. Druk nogmaals op de geheugentoets M om de gemiddelde waarde van de laat- ste 7 dagen van de ochtendmeting weer te geven. (Och- tend: 5.00 uur – 9.00 uur, weergave ). Druk nogmaals op de geheugentoets M om de gemiddelde waarde van de laatste 7 dagen van de avondmeting weer te geven. (Avond: 18.00 uur – 20.00 uur, weergave ). Druk nog- maals op de geheugentoets M om de laatste individuele meetwaarden met datum en tijdstip weer te geven.

U kunt het geheugen wissen door de toets M 3 seconden ingedrukt te houden.

U kunt het apparaat uitschakelen door op de toets START/STOP te drukken.

Wanneer u vergeet het apparaat uit te schakelen, wordt het automatisch na 1 minuut uitgeschakeld.

8. Foutmeldingen/Storingen verhelpen

Bij storingen wordt op het display de foutmelding _ weer- gegeven. Foutmeldingen kunnen optreden indien

  • de systolische of diastolische druk niet gemeten kon wor- den ( of op het display verschijnt),

de systolische of diastolische druk buiten het meetbereik ligt (op het display wordt of weergegeven),47

de manchet te strak of te los is vastgemaakt ( of op het display verschijnt),

de oppompdruk hoger is dan 300 mmHg ( verschijnt op het display),

het oppompen meer dan 160 seconden duurt ( ver- schijnt op het display),

een systeem- of apparaatfout is opgetreden ( , , of op het display verschijnt),

de batterijen bijna leeg zijn . Herhaal in zulke gevallen de meting. Let erop dat u niet beweegt of praat. Plaats de batterijen opnieuw of vervang ze.

Reinig uw bloeddrukcomputer voorzichtig met alleen een licht bevochtigde doek.

Gebruik geen reinigings- of oplosmiddel.

Dompel het apparaat nooit onder in water omdat anders water kan binnendringen en het apparaat beschadigd raakt.

Indien u het apparaat opbergt, mogen er geen zware voorwerpen op het apparaat drukken. Verwijder de bat- terijen. De manchetslang mag niet worden geknikt.

10. Technische gegevens

Modelnr. SBM 42 Meetmethode Oscillometrische non-invasieve bloed- drukmeting op de bovenarm. Meetbereik Manchetdruk 0-300 mmHg, systolisch 60-260 mmHg, diastolisch 40-199 mmHg, hartslag 40-180 slagen/minuut Nauwkeurigheid van de weergave systolisch ± 3 mmHg, diastolisch ± 3 mmHg, hartslag ± 5 % van de weergegeven waarde Meetafwijking max. toelaatbare standaardafwijking conform klinische controle: systolisch 8 mmHg / diastolisch 8 mmHg Geheugen 4 x 30 geheugenplaatsen Afmetingen l 134 mm x b 102 mm x h 52,5 mm Gewicht Ongeveer 280 g (zonder batterijen en manchet) Manchetgrootte 22 tot 36 cm Toegelaten gebruiksvoor- waarden +10 °C tot +40 °C, ≤ 85 % relatieve lucht- vochtigheid (niet condenserend)48 Toegelaten voor- waarden voor bewaring -20 °C tot +50 °C, ≤ 85 % relatieve lucht- vochtigheid, 800-1050 hPa omgevings- druk Voeding 4 x 1,5 V AA-batterijen Levensduur bat- terij Voor ongeveer 500 metingen, afhankelijk van de hoogte van de bloeddruk c.q. de oppompdruk Accessoires Gebruiksaanwijzing, 4 x 1,5 V AA-batte- rijen, opbergtas Classificatie Interne voorziening, IPX0, geen AP of APG, ononderbroken werking, toepassingsdeel type BF Wijzigingen van de technische gegevens zonder kennisge- ving zijn om actualiseringsredenen voorbehouden.

Dit apparaat voldoet aan de Europese norm EN60601-1-2 en is onderworpen aan bijzondere veiligheidsmaatrege- len op het gebied van elektromagnetische verdraagzaam- heid. Houd er daarbij rekening mee dat draagbare en mobiele HF-communicatie-installaties dit apparaat kun- nen beïnvloeden. U kunt uitgebreide informatie aanvragen bij de klantenservice op het aangegeven adres of deze aan het eind van de bijgevoegde gebruiksaanwijzing op pagina 50-55 nalezen.

Het apparaat is in overeenstemming met de EU-richtlijn voor medische hulpmiddelen 93/42/EG, de Duitse wet inzake medische producten en de normen EN1060-1 (Non-invasieve bloeddrukmeters deel 1: Algemene eisen) en EN1060-3 (Non-invasieve bloeddrukmeters deel 3: Aanvullende eisen voor elektromechanische bloeddruk- meetsystemen) en IEC80601-2-30 (Medische elektrische toestellen deel 2 – 30: Bijzondere eisen voor de veiligheid, met inbegrip van essentiële gebruikseigenschappen, van automatische non-invasieve bloeddrukmeters).

De nauwkeurigheid van deze bloeddrukmeter is zorgvul- dig gecontroleerd en het apparaat is ontwikkeld met het oog op een lange gebruiksduur. Wanneer het apparaat wordt gebruikt in de geneeskunde moeten meettechni- sche controles met daarvoor geschikte middelen worden uitgevoerd. Uitgebreide informatie voor het controleren van de nauwkeurigheid kan worden aangevraagd via het serviceadres.

11. Garantie / Ser vice

Wij verlenen 3 jaar garantie vanaf koopdatum voor materiaal- en productiefouten van het product. De garantie geld niet:

in geval van schade die terug te voeren is op ondeskundig gebruik,

voor slijtageonderdelen,49

voor gebreken die de klant reeds bij aankoop bekend waren,

bij door de klant zelf veroorzaakte schade. De wettelijke garantieverlening voor de klant blijft onaange- tast. Voor garantieclaims binnen de garantieperiode dient de klant het bewijs van aankoop te leveren. De garantie moet binnen een periode van 3 jaar vanaf koopdatum tegenover Hans Dinslage GmbH, Riedlinger Str. 28, 88524 Uttenweiler, Germany. geclaimd worden. In garantiegevallen heeft de klant het recht op reparatie van het artikel bij onze eigen of door ons geautoriseerde ser- vicepunten. Open het apparaat in geen geval – wanneer u het apparaat opent of verandert, komt de garantieverlening te vervallen. De klant heeft (op grond van de garantie) geen verderstrekkende rechten. In veel gevallen ligt de oorzaak voor reklamaties in bedie- ningsfouten. Deze kunnen zondermeer telefonisch verhol- pen worden. Richt u zich aub. aan de voor u ingestelde Service-Hotline: