SBC 27 - Bloeddrukmeter SANITAS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SBC 27 SANITAS in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - SBC 27 SANITAS
Download de handleiding voor uw Bloeddrukmeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SBC 27 - SANITAS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SBC 27 van het merk SANITAS.
GEBRUIKSAANWIJZING SBC 27 SANITAS
Tél. : 0 220 081 0320 Lees deze gebruikershandleiding zorgvuldig door, bewaar het voor latere raadpleging, stel het beschikbaar voor andere gebruikers en neem de aanwijzingen in acht.
De polsbloeddrukmeter dient voor het non-invasief meten en controleren van de arteriële bloeddrukwaarden van volwas- senen. U kunt snel en eenvoudig uw bloeddruk meten, de meetwaar- den opslaan en het verloop van de meetwaarden visualiseren. Opgepast bij eventueel bestaande hartritmestoornissen. De gemeten waarden worden volgens richtlijnen van de WHO geclassificeerd en grafisch geëvalueerd. Bewaar deze gebruikershandleiding voor latere raadpleging en stel deze beschikbaar voor andere gebruikers.
2. Belangrijke aanwijzingen
Gebruiksaanwijzingen
Meet uw bloeddruk altijd op hetzelfde tijdstip zodat de gemeten waarden vergeleken kunnen worden.
Rust vóór iedere meting ongeveer 5 minuten uit!
Tussen twee metingen moet u 5 minuten wachten!
De waarden die u heeft gemeten zijn slechts ter indicatie - ze vormen geen vervanging van een medisch onderzoek! Bespreek uw meetwaarden met uw arts. Neem in geen geval eigen medische beslissingen op basis van deze waarden (bijv. medicijnen en hun doseringen)!
Bij verminderde doorbloeding van een arm wegens chroni- sche of acute aderziekten (onder andere ader vernauwingen) is de polsmeting minder precies. Kies in dat geval voor een bloeddrukmeter die metingen uitvoert aan de bovenarm.
Foutieve metingen kunnen optreden bij hart- en vaat- ziekten, bij zeer lage bloeddruk, doorbloedings- en ritme- stoornissen alsook bij vroegere ziekten.
Gebruik het toestel alleen bij personen met een polsom- vang die binnen de grenswaarden ligt voor het apparaat.
De bloeddrukmeter werkt uitsluitend op batterijen. Houd er rekening mee dat u alleen gegevens kunt opslaan, als uw bloeddrukmeter onder stroom staat. Vanaf het moment de batterijen leeg zijn, houdt de bloeddrukmeter de datum en tijd niet meer bij. De opgeslagen meetwaarden blijven ech- ter bewaard.
Om de batterijen te sparen, schakelt de bloeddrukmeter zichzelf automatisch uit als er één minuut lang geen toets ingedrukt wordt. Aanwijzingen voor bewaring en onderhoud
De bloeddrukmeter bestaat uit elektronische onderdelen en precisieonderdelen. De nauwkeurigheid van de meet- waarden en de levensduur van het apparaat hangen af van een zorgvuldige behandeling:
Stel het apparaat niet bloot aan schokken, vochtigheid, vuil, sterke temperatuurschommelingen en direct zonlicht. – Laat het apparaat niet vallen. O ) NEDERLANDS21 – Gebruik het apparaat niet in de buurt van sterke elektro- magnetische velden, houd het steeds ver van radio zend- installaties of mobiele telefoons.
Druk niet op toetsen, zo lang de manchet niet is aange- bracht.
In het geval dat het apparaat voor langere tijd niet wordt gebruikt, is het aanbevolen om de batterijen te verwijderen. Aanwijzingen voor batterijen
Batterijen kunnen levensgevaarlijk zijn als ze worden inge- slikt. Bewaar daarom batterijen en producten op een voor kinderen onbereikbare plaats. Indien er een batterij is inge- slikt, moet u onmiddellijk medische hulp zoeken.
Batterijen mogen niet opgeladen of met andere middelen geheractiveerd, niet uit elkaar gehaald, in vuur geworpen of kortgesloten worden.
Neem de batterijen uit het apparaat als deze leeg zijn of als u het apparaat voor langere tijd niet gebruikt. Zo voorkomt u schade die door lekkage kan ontstaan. Vervang de bat- terijen altijd gelijktijdig.
Gebruik geen verschillende batterijtypes, batterijmerken of batterijen met verschillende capaciteit. Gebruik bij voor- keur alkalinebatterijen. Aanwijzingen voor reparatie en verwijdering
Batterijen horen niet thuis bij het huisvuil. Deponeer de lege batterijen in daarvoor voorziene inzamelplaatsen.
Open het apparaat niet. Bij niet naleven vervalt de garantie.
Het apparaat mag niet zelf gerepareerd of bijgesteld worden. Een foutloze werking is in dat geval niet meer verzekerd.
Reparaties mogen alleen door de klantenservice of geautoriseerde handelaars uitgevoerd worden. Controleer voor iedere klacht de batterijen en vervang deze eventueel.
Verwijder het apparaat conform Verordening 2002/96/EC betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur - WEEE (Waste Electrical and Electronic Equipment). Als u vragen heeft, neemt u contact op met de verantwoordelijke voor afval- verwijdering in uw gemeente.
6. Symbool voor gebruiker 1, 2
7. Diastolische druk
8. Tijdstip en datum
9. Geheugenplaatsnummer
4. De meting voorbereiden
Verwijder het deksel van het batterijcom- partiment aan de linkerzijde van het apparaat.
Plaats twee batterijen van het type 1,5 V micro (alkaline type LR 03). Let goed op dat de batterijen zoals aangeduid met correcte polariteit geplaatst worden. Gebruik geen heroplaadbare batterijen.
Sluit het deksel van het batterijcompartiment weer zorgvul- dig. Als het symbool batterij vervangen verschijnt, kan er niet meer gemeten worden en moet u alle batterijen vervangen. Lege batterijen horen niet thuis bij het huisvuil. Deponeer ze bij uw elektrohandelaar of uw plaatselijk afvalpunt. U bent hiertoe wettelijk verplicht. Aanwijzing: deze tekens vindt u terug op bat- terijen die schadelijke stoffen bevatten: Pb: batterij bevat lood, Cd: batterij bevat cadmium, Hg: batterij bevat kwik. Datum en tijdstip instellen De datum en de tijd moeten absoluut ingesteld worden. Alleen zo kunt u uw gemeten waarden correct met datum en tijdstip opslaan en later laden. De tijd wordt weergegeven in het 24-uurs-formaat.
Om de datum en de tijd in te stellen, gaat u als volgt te werk:
Schakel de bloeddrukmeter in met de toets .
Druk langer dan 5 seconden op de functietoets .
De maand begint te knipperen. Stel met de functietoets „+“ de maand 1–12 in en bevestig met de functietoets .
Stel dag / uur / minuut in en bevestig telkens met de functie- toets .
Bevestig uw keuze met de functietoets .
Ontbloot uw linkerpols Zorg ervoor dat de doorbloeding van de arm niet door te strakke kleding of iets soortgelijks wordt beperkt. Breng de manchet aan op de binnenkant van uw pols.
Sluit de manchet met de klittenband zodat de bovenkant van het apparaat ca. 1 cm onder de handbal zit.
De manchet moet strak rond de pols zitten, maar mag niet knellen. Neem een correcte houding in
Rust voor iedere meting ongeveer 5 minuten uit! Anders kan de meting afwijkingen vertonen.
U kunt de meting zittend of staand uitvoeren. Ondersteun en buig uw arm. Zorg er in ieder geval voor dat de manchet zich op harthoogte bevindt. Anders kan de meting aanzienlijke afwijkingen vertonen. Ontspan uw arm en handpalmen.
Om een juist resultaat te behalen, is het belangrijk dat u tijdens de meting rustig blijft en niet spreekt. Geheugen selecteren Schakel de bloeddrukmeter in met de toets . Selecteer de gewenste geheugenplaats met behulp van de functietoets „+“. U heeft twee geheugens met 60 geheugenplaatsen waarin u de meetresultaten van 2 personen afzonderlijk kunt opslaan of metingen ’s morgens en ’s avonds apart kunt opslaan. Bloeddruk meten
Breng, zoals reeds beschreven, de manchet aan en neem de houding in waarin u de meting wilt uitvoeren.
Kies met de toets „+“ het gebruikersgeheugen 1 of 2. Start de bloeddrukmeting met behulp van de toets . Na de controle van de display, waarbij alle cijfers oplich- ten, pompt de manchet zich automatisch op. Tijdens het oppompen registreert het apparaat al meetwaarden om de oppompdruk te bepalen. Mocht deze druk niet voldoende zijn, dan pompt het apparaat automatisch bij.
Dan wordt de druk in de manchet langzaam verlaagd en de pols geregistreerd.
Wanneer de meting is beëindigd, wordt de resterende druk zeer snel verlaagd. De pols, de systolische en diastolische bloeddruk worden weergegeven.
U kunt de meting te allen tijde door middel van annule- ren.
Het symbool E_ verschijnt als de meting niet naar behoren kon worden uitgevoerd. Lees het hoofdstuk foutmelding/ oplossingen in deze gebruikershandleiding en herhaal de meting.
Het apparaat schakelt zichzelf na 1 minuut automatisch uit. Wacht minstens 5 minuten voor een nieuwe meting! Resultaten beoordelen Hartritmestoornissen: Dit apparaat kan tijdens de meting eventuele hartritmestoor- nissen identificeren en maakt u na de meting hierop attent met het symbool
Dit kan een indicator voor een ritmestoornis zijn. Aritmie is een ziekte waarbij het hartritme door fouten in het bio- elektrische systeem, dat de hartslag stuurt, abnormaal is. De symptomen (opgewonden of vroegtijdige hartslagen, een langzame of te snelle pols) kunnen o.a. het gevolg zijn van hartaandoeningen, ouderdom, aanleg, overmatig gebruik van genotmiddelen, stress of slaapgebrek. Aritmie kan uitsluitend vastgesteld worden door een medisch onderzoek. Herhaal de meting als het symbool na de meting op de display verschijnt. Let op, u moet eerst 5 minuten rusten en tijdens de meting niet spreken of bewegen. Mocht het sym- bool vaak verschijnen, raadpleeg dan uw arts. Zelf een diagnose stellen of een behandeling opstarten op basis van de meetresultaten kan gevaarlijk zijn. Volg absoluut de aan- wijzingen van uw arts op. WHO-classificatie: Aan de hand van richtlijnen/definities van de Wereldgezond- heidsorganisatie (WHO) en de laatste onderzoeken kunnen de resultaten geclassificeerd en beoordeeld worden volgens de volgende tabel. Bereik van de bloeddruk waarden Systole (in mmHg) Diastole (in mmHg) Maatregel Niveau 3: sterke hypertonie >=180 >=110 Raadpleeg een arts Niveau 2: gemiddelde hypertonie 160-179 100-109 Raadpleeg een arts Niveau 1: lichte hypertonie 140-159 90-99 Regelmatige controle bij een arts Hoog-normaal 130-139 85-89 Regelmatige controle bij een arts Normaal 120-129 80-84 Zelfcontrole Optimaal <120 <80 Zelfcontrole Bron: WHO, 199925 De grafische balk in de display en de schaalverdeling op de bloeddrukmeter geven aan binnen welk gebied de gemeten bloeddruk zich bevindt. Als de systolische en diastolische waarde zich in twee ver- schillende WHO-gebieden bevinden (bijv. systolisch in het gebied hoog-normaal en diastolisch in het gebied normaal), dan geeft de grafische WHO-classificatie op het apparaat het hoogste gebied weer; in het voorbeeld is dat hoog-normaal.
De resultaten van elke succesvolle meting worden opgeslagen met de bijbehorende datum en tijd. Als alle 60 plaatsen bezet zijn, wordt telkens de oudste meet- waarde verwijderd.
Selecteer met de toets MEM en daarna met de toets „+“ het gewenste gebruikersgeheugen. Druk nogmaals op de toets MEM om de gemiddelde waarde van alle meetre- sultaten van het gebruikersgeheugen weer te geven. Druk nogmaals op de toets MEM om de gemiddelde waarde van de laatste 7 dagen van de dagmeting weer te geven. (Dag: 5:00 uur – 9:00 uur, weergave „A“). Druk nogmaals op de MEM-toets om de gemiddelde waarde van de laatste 7 dagen van de nachtmeting weer te geven. (Nacht: 17:00 – 21:00 uur, weergave „P“). Druk nogmaals op de geheu- gentoets MEM om de laatste individuele meetwaarden met datum en tijdstip weer te geven.
Om het geheugen te wissen drukt u eerst op de MEM- toets; nr. 1 verschijnt op de display. Met de toets „+“ kunt u dan het gebruikersgeheugen selecteren en met MEM bevestigen. Druk nu gelijktijdig voor 5 seconden op de toetsen „+“ en . („CLA“ verschijnt op de display).
Indien u het gebruikersgeheugen wilt wijzigen, zie dan het hoofdstuk „geheugen kiezen“.
7. Foutmelding/oplossing
Bij fouten verschijnt op de display de foutmelding E_. Foutmeldingen kunnen optreden als
1. de oppompdruk hoger is dan 300 mmHg: E2,
2. de bloeddruk buitengewoon hoog of laag is: E3,
3. u tijdens de meting beweegt of spreekt (naast E3 wordt
ook het hartritmesymbool op de display weergege- ven),
4. de manchetslang niet naar behoren is aangekoppeld: E1,
5. het oppompen langer duurt dan 25 seconden: E1.
Herhaal in deze gevallen de meting. Zorg ervoor dat de manchetslang naar behoren is aangekoppeld en dat u niet beweegt of spreekt. Plaats de batterijen opnieuw of ver- vang ze.
8. Reiniging en onderhoud
Reinig uw bloeddrukcomputer voorzichtig met alleen een licht bevochtigd doekje.
Gebruik geen reinigings- of oplosmiddel.
Dompel het apparaat nooit onder in water omdat anders water kan binnendringen en het apparaat beschadigd raakt.
Plaats geen zware voorwerpen op het apparaat.26
9. Technische gegevens
Modelnr.: SBC 27 Meetmethode Oscillerend, non-invasieve polsbloed- drukmeting Meetbereik systolisch 40 – 280 mmHg, diastolisch 40 – 280 mmHg, Pols 40 – 199 slagen / minuut Precisie van de bloeddrukweergave systolisch ± 3 mmHg, diastolisch ± 3 mmHg, Pols ± 5 % van de weergegeven waarde Meetafwijking max. toegelaten standaardafwijking conform klinische controle: systolisch 8 mmHg / diastolisch 8 mmHg Geheugen 2 x 60 geheugenplaatsen Afmetingen L 69 x B 66 x H 31 mm Gewicht ongeveer 115 g Manchetgrootte Voor een polsomvang van ca. 135 tot 195 mm Temperatuurbereik +10 °C tot +40 °C, < 85 % relatieve luchtvochtigheid Temperatuurbereik voor bewaring -20 °C tot +70 °C, < 85 % relatieve luchtvochtigheid Voeding 2 x 1,5 V Micro (alkaline type LR 03) Levensduur batterij Voor ca. 250 metingen Toebehoren Bewaardoos, gebruikershandleiding, 2 „AAA“-batterijen Classificatie Toepassingsdeel type BF Symboolverklaring Toepassingsdeel type BF Opgepast! Lees de gebruikershandleiding
Dit apparaat voldoet aan de Europese norm EN60601-1-2 en is onderworpen aan bijzondere veiligheidsmaatregelen op het gebied van elektromagnetische verdraagzaamheid. Pas op: draagbare en mobiele HF-communicatie-installa- ties kunnen dit apparaat beïnvloeden. Meer informatie kunt u bekomen bij de klantenservice.
Het apparaat is in overeenstemming met de EU-richtlijn voor medische producten 93/42/EC, de Duitse wet inzake medische producten en de Europese normen EN1060-1 (non-invasieve bloeddrukmeters deel 1: Algemene Vereis- ten) en EN 1060-3 (non-invasieve bloeddrukmeters deel 3: Aanvullende voorschriften voor elektromagnetische bloed- drukmeetsystemen).
Als u het apparaat gebruikt voor professionele doeleinden gebruikt, moet u, conform de Duitse gebruiksverordening voor medische producten, regelmatig meettechnische con- troles uitvoeren. Ook voor privégebruik bevelen wij u aan om tweejaarlijks een meettechnische controle bij de fabri- kant te laten uitvoeren.27
10. Garantie / Service
Wij verlenen 3 jaar garantie vanaf koopdatum voor materiaal- en productiefouten van het product. De garantie geld niet:
in geval van schade die terug te voeren is op ondeskundig gebruik,
voor slijtageonderdelen,
voor gebreken die de klant reeds bij aankoop bekend waren,
bij door de klant zelf veroorzaakte schade. De wettelijke garantieverlening voor de klant blijft onaange- tast. Voor garantieclaims binnen de garantieperiode dient de klant het bewijs van aankoop te leveren. De garantie moet binnen een periode van 3 jaar vanaf koop- datum tegenover Hans Dinslage GmbH Riedlinger Straße 28 88524 Uttenweiler Germany geclaimd worden. In garantiegevallen heeft de klant het recht op reparatie van het artikel bij onze eigen of door ons geautoriseerde service- punten. Open het apparaat in geen geval - wanneer u het apparaat opent of verandert, komt de garantieverlening te vervallen. De klant heeft (op grond van de garantie) geen verderstrek- kende rechten. In veel gevallen ligt de oorzaak voor reklamaties in bedie- ningsfouten. Deze kunnen zondermeer telefonisch verholpen worden. Richt u zich aub. aan de voor u ingestelde Service- Hotline:
Notice-Facile