SCHEPPACH HS100S - Zaag

HS100S - Zaag SCHEPPACH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis HS100S SCHEPPACH in PDF-formaat.

📄 132 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag ⚙️ Specs
Notice SCHEPPACH HS100S - page 80
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : SCHEPPACH

Model : HS100S

Categorie : Zaag

SKIP

Veelgestelde vragen - HS100S SCHEPPACH

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HS100S - SCHEPPACH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HS100S van het merk SCHEPPACH.

GEBRUIKSAANWIJZING HS100S SCHEPPACH

Tafelcirkelzaag Vertaling van de originele gebruikshandleiding

Verklaring van de symbolen op het apparaat Lees voorafgaand aan de ingebruikname de gebruikshandleiding en de veiligheidsvoorschriften! Draag een veiligheidsbril! Draag gehoorbescherming! Bescherm de luchtwegen bij stofontwikkeling! Draag veiligheidshandschoenen! Let op! Gevaar voor letsel! Raak het draaiende zaagblad niet aan! Beschermingsklasse II Het product voldoet aan de geldende EU-bepalingen. m Let op! In deze gebruikshandleiding hebben wij punten, die uw veiligheid betre󰀨en van dit teken m voorzien. Het product voldoet aan de geldende Servische richtlijnen.www.scheppach.com

Aan het apparaat mogen alleen personen werken, die voor het gebruik van het apparaat geïnstrueerd en over de daarmee verbonden gevaren geïnformeerd zijn. De vereiste minimumleeftijd moet in acht worden geno- men. Naast de in deze gebruikshandleiding opgenomen vei- ligheidsvoorschriften en de bijzondere voorschriften van uw land moet u de algemeen erkende technische voorschriften in acht nemen voor de werking van ma- chines van hetzelfde type. Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor on- gevallen of schade, veroorzaakt door niet-naleving van deze handleiding of de veiligheidsvoorschriften.

2. Apparaatbeschrijving (afb. 1 - 4)

11. Aan-, uitschakelaar (groene toets “I”, rode toets

16.a Rubbervoeten 16.b Standbeugel

Fabrikant: Scheppach GmbH Günzburger Straße 69 D-89335 Ichenhausen Geachte klant, Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe apparaat. Aanwijzing: De fabrikant van dit apparaat is volgens de van kracht zijnde wet inzake productaansprakelijkheid niet aan- sprakelijk voor schade die aan dit apparaat of door dit apparaat ontstaan bij:

  • ondeskundige behandeling
  • Niet in acht nemen van de gebruikshandleiding
  • Reparaties door derden, niet geautoriseerde vak- mensen
  • Inbouw en vervanging van niet-originele reserveon- derdelen
  • Uitvallen van de elektrische installatie bij het niet in acht nemen van de elektrische voorschriften en VDE-voorschriften 0100, DIN 57113 / VDE 0113 Let op: Lees voor de montage en voor de ingebruikname de complete tekst van de gebruikshandleiding door. De gebruikshandleiding is bedoeld om het gemakkelij- ker te maken, uw apparaat te leren kennen en de be- oogde toepassingsmogelijkheden van het apparaat te benutten. De gebruikshandleiding bevat belangrijke aanwij- zingen, hoe u met het apparaat veilig, vakkundig en economisch werkt en hoe u gevaren vermijdt, repa- ratiekosten uitspaart, uitvaltijden vermindert en de betrouwbaarheid en levensduur van het apparaat ver- hoogt. Aanvullend op de veiligheidsbepalingen van deze ge- bruikshandleiding moet u absoluut de voor de werking van het apparaat geldende voorschriften van uw land in acht nemen. Bewaar de gebruikshandleiding bij het apparaat in een plastic hoes, beschermd tegen vuil en vocht. De ge- bruikshandleiding moet door elke operator voor aan- vang van de werkzaamheden worden gelezen en zorg- vuldig worden nageleefd.www.scheppach.com

m Let op! Bij het gebruik van apparaten moeten enkele veilig- heidsmaatregelen in acht genomen worden, om letsel en schade te voorkomen. Lees daarom absoluut de- ze gebruikshandleiding / veiligheidsvoorschriften door. Bewaar deze daarom goed, zodat u de informatie te allen tijde ter beschikking heeft. Indien u het apparaat aan andere personen mocht overhandigen, overhandig dan tevens deze gebruiks- aanwijzing/veiligheidsaanwijzingen. Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen of schade, veroorzaakt door niet-naleving van deze handleiding of de veiligheidsvoorschriften. De fabrikant is niet aansprakelijk voor wijzigingen die aan de machine worden aangebracht en de hieruit voortvloeiende schade. Ondanks beoogd gebruik kunnen bepaalde restrisico- factoren niet volledig worden vermeden. Op grond van de constructie en montage van de machine kunnen de volgende risico’s optreden:

  • Aanraken van het zaagblad in het niet afgedekte zaaggebied.
  • In het draaiende zaagblad grijpen (snijwonden).
  • Terugslag van werkstukken en delen van werkstuk- ken.
  • Wegslingeren van slechte hardmetalen delen van het zaagblad.
  • Gehoorschade wanneer de vereiste gehoorbe- scherming niet wordt gedragen.
  • Schadelijke emissies van houtstof bij gebruik in af- gesloten ruimtes. m Let erop, dat onze apparaten reglementair niet voor bedrijfsmatig, ambachtelijk of industrieel gebruik ge- construeerd zijn. Wij aanvaarden geen aansprakelijk- heid wanneer het apparaat in bedrijfsmatige, ambach- telijke of industriële ondernemingen of bij soortgelijke werkzaamheden wordt ingezet. m WAARSCHUWING! Dit elektrisch apparaat gene- reert een elektromagnetisch veld als het is ingescha- keld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden interfereren met actieve of passieve medische implan- taten. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te be- perken, raden we personen met medische implantaten aan om hun arts en de fabrikant van het medische im- plantaat te raadplegen voordat het elektrische appa- raat wordt gebruikt.
  • Rubbervoeten 4x (16a)
  • Parallelaanslag (15)

De tafelcirkelzaag dient voor het in de lengte zagen en afschuinen (alleen met dwarsaanslag) van alle soorten hout, overeenkomstig de machinegrootte. Rondhout, van welke soort dan ook, mag niet gezaagd worden. De machine mag uitsluitend voor het voorgeschreven doel worden gebruikt. Elk ander of verdergaand gebruik is niet volgens de voorschriften. De gebruiker/operator en niet de fabri- kant is aansprakelijk voor de hieruit voortvloeiende schade of enige vorm van letsel. Er mogen uitsluitend voor de machine geschikte zaag- bladen (HM- of CV-zaagbladen) worden gebruikt. Het gebruik van alle typen HSS-zaagbladen en snijwie- len is verboden. Ook de naleving van de veiligheids- voorschriften, de montagehandleiding en de aanwijzin- gen in de gebruikshandleiding maken deel uit van het beoogd gebruik. Personen die de machine bedienen of die onderhoud aan de machine verrichten, moeten hiermee bekend zijn en op de hoogte zijn van de mogelijke gevaren. Bo- vendien moeten de van kracht zijnde voorschriften ter voorkoming van ongevallen strikt worden nageleefd. Andere algemene arbo-, gezondheids- en veiligheids- voorschriften moeten in acht worden genomen.www.scheppach.com

c) Houd elektrisch gereedschap uit de buurt van regen of vocht. Het indringen van water in een elektrisch apparaat vergroot het risico op een elektrische schok. d) Gebruik het netsnoer niet om het elektrische gereedschap te dragen, aan op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trek- ken. Houd het netsnoer uit de buurt van hitte, scherpe randen of bewegende delen. Bescha- digde of opgewikkelde snoeren verhogen het risi- co op een elektrische schok. e) Als u met een elektrisch gereedschap in de open lucht werkt, gebruik dan alleen een ver- lengsnoer dat ook geschikt is voor gebruik buitenshuis. De toepassing van een voor bui- tenshuis gebruik geschikt verlengsnoer vermin- dert het risico op een elektrische schok. f) Als het gebruik van het elektrische gereed- schap in een vochtige omgeving niet kan wor- den vermeden, gebruik dan een aardlekscha- kelaar. Het gebruik van een aardlekschakelaar voorkomt het risico op een elektrische schok.

3) Veiligheid van personen

a) Wees altijd voorzichtig, let op waar u mee bezig bent en ga verstandig te werk bij werk- zaamheden met elektrisch gereedschap. Maak geen gebruik van elektrisch gereedschap als u moe bent of onder invloed bent van drugs, alcohol of medicamenten. Een moment van on- achtzaamheid bij gebruik van het elektrische ge- reedschap kan leiden tot ernstig letsel. b) Draag persoonlijke beschermingsmiddelen en ook altijd een veiligheidsbril. Het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen zoals een stofmasker, antislip-veiligheidsschoenen, een veiligheidshelm of gehoorbescherming, al naar gelang het soort gereedschap en de toepassing ervan, verkleint het risico op verwondingen. c) Vermijd ingebruikname zonder toezicht. Con- troleer of het elektrisch gereedschap is uitge- schakeld voordat u het op de stroomvoorzie- ning en/of de accu aansluit, het gereedschap oppakt of draagt. Als u tijdens het dragen van het elektrische gereedschap uw vinger op de schake- laar hebt of het reeds ingeschakelde elektrische apparaat op de stroomvoorziening aansluit, kan dit tot letsel en ongevallen leiden.

5. Veiligheidsvoorschriften

Algemene veiligheidsvoorschriften voor elektri- sche apparaten m WAARSCHUWING: Lees alle veiligheidsvoor- schriften, aanwijzingen, afbeeldingen en techni- sche gegevens die bij dit elektrische gereedschap zijn meegeleverd. Nalatigheden bij het niet naleven van de onderstaande aanwijzingen kunnen elektrische schok, brand en/of ernstige verwondingen veroorzaken. Bewaar alle veiligheidsvoorschriften en -aanwij- zingen voor toekomstig gebruik. Het in de veiligheidsvoorschriften gebruikte begrip “Elektrisch gereedschap” is van toepassing op netge- voed elektrisch gereedschap (met netsnoer) of op ac- cugevoed elektrisch gereedschap (zonder netsnoer).

1) Veiligheid op de werkplek

a) Houd uw werkomgeving schoon en goed ver- licht. Rommel of slecht verlichte werkplaatsen kunnen leiden tot ongevallen. b) Werk met het elektrisch gereedschap niet in een explosiegevaarlijke omgeving, waarin zich brandbare vloeisto󰀨en, gas of stof bevinden. Elektrisch apparaat produceert vonken, waardoor stof of dampen kunnen ontbranden. c) Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik uit de buurt van het elektrische ge- reedschap. Bij afbuiging kunt u de controle over het elektrische apparaat verliezen.

2) Elektrische veiligheid

a) De aansluitstekker van het elektrische ge- reedschap moet in het stopcontact passen. De stekker mag op geen enkele wijze worden gewijzigd. Gebruik geen adapterstekker sa- men met geaard elektrisch gereedschap. On- gewijzigde stekkers en passende stopcontacten verminderen het risico op elektrische schok. b) Let op dat u geen fysiek contact maakt met geaarde onderdelen zoals bijv. buizen, radi- atoren, elektrische haarden, koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico op een elektrische schok als uw lichaam geaard is.www.scheppach.com

d) Bewaar niet-gebruikte elektrische apparaten buiten bereik van kinderen. Laat het elektrisch apparaat niet gebruiken door personen die er niet mee vertrouwd zijn of deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Elektrische apparaten zijn gevaarlijk als deze door onervaren personen wor- den gebruikt. e) Voer zorgvuldig onderhoud uit aan elektrische apparaten en inzetstukken. Controleer of be- wegende delen probleemloos functioneren en niet klemmen, of onderdelen gebroken of beschadigd zijn, waardoor de functie van het elektrische gereedschap wordt beïnvloed. Laat beschadigde onderdelen voor gebruik van het elektrische apparaat eerst repareren. Veel ongevallen ontstaan door slecht onderhou- den elektrische apparaten. f) Houd snijgereedschap scherp en schoon. Zorgvuldig onderhouden snijgereedschap met scherpe snijranden klemt minder snel vast en is makkelijker te gebruiken. g) Gebruik elektrische apparaten, accessoires en inzetstukken, etc. overeenkomstig deze aanwijzingen. Houd daarbij rekening met de omstandigheden waarin gewerkt wordt en de uit te voeren werkzaamheden. Het gebruik van elektrisch gereedschap voor andere toepassingen dan het voorgeschreven gebruik kan leiden tot ge- vaarlijke situaties. h) Houd grepen en greepoppervlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Als grepen en greepoppervlakken glad zijn, kan het elektrisch gereedschap in onvoorziene situaties niet veilig bediend en onder controle gehouden worden.

a) Laat uw elektrisch gereedschap uitsluitend door gekwaliceerd deskundig personeel re- pareren met uitsluitend originele reserveon- derdelen. Hiermee wordt de veiligheid van het elektrische gereedschap gewaarborgd. Veiligheidsvoorschriften voor tafelcirkelzagen Veiligheidsafdekkingsgerelateerde veiligheids- voorschriften a) Laat de veiligheidsafdekkingen gemonteerd. Veiligheidsafdekkingen moeten functionerend en juist gemonteerd zijn. d) Verwijder instelgereedschap of de moersleutel, voordat u het elektrische gereedschap inscha- kelt. Een gereedschap of sleutel dat/die zich in een draaiend onderdeel van het elektrische gereed- schap bevindt, kan verwondingen veroorzaken. e) Voorkom een onnatuurlijke lichaamshouding. Zorg voor een stabiele positie en zorg ervoor dat u altijd stabiel staat. Daardoor kunt u het elektrische gereedschap in onverwachte situaties beter onder controle houden. f) Draag geschikte kleding. Draag geen wijde kleding of sieraden. Houd haren en kleding uit de buurt van bewegende delen. Loszittende kleding, sieraden of lange haren kunnen worden vastgegrepen door bewegende delen. g) Als stofafzuig- en -opvanginrichtingen kun- nen worden gemonteerd, moeten deze worden aangesloten en juist worden toegepast. Het gebruik van een stofafzuiging kan gevaar door stof verminderen. h) Voorkom een vals gevoel van zekerheid en houd u altijd aan de veiligheidsvoorschriften voor elektrische apparaten, ook als u ervaren bent met het elektrisch apparaat. Achteloos handelen kan in een fractie van een seconde tot ernstige verwondingen leiden.

4) Gebruik en behandeling van het elektrisch ge-

reedschap a) Zorg dat het elektrische gereedschap niet overbelast raakt. Gebruik voor de werkzaam- heden het daarvoor bedoelde elektrische ge- reedschap. Met het juiste elektrische apparaat werkt u beter en veiliger in het aangegeven ver- mogensbereik. b) Gebruik geen elektrisch apparaat, waarvan de schakelaar defect is. Een elektrisch gereed- schap, dat niet meer in- of uitgeschakeld kan wor- den, is gevaarlijk en moet gerepareerd worden. c) Trek de stekker uit het stopcontact en/of ver- wijder de uitneembare accu voordat u de appa- raatinstellingen wijzigt, inzetstukken vervangt of het elektrische apparaat weglegt. Deze voor- zorgsmaatregel voorkomt dat het elektrische ge- reedschap per ongeluk wordt gestart.www.scheppach.com

b) Geleid het werkstuk alleen tegen de draairich- ting van de het zaagblad of snijwerktuig in. Aanvoeren van het werkstuk in dezelfde richting als de draairichting van het zaagblad boven de ta- fel kan er toe leiden dat het werkstuk en uw hand in het zaagblad wordt getrokken. c) Gebruik bij langssneden nooit de verstekaan- slag om het werkstuk aan te voeren, en gebruik bij dwarssneden met de verstekaanslag nooit de parallelaanslag voor de lengte-instelling. Het gelijktijdig aanvoeren van het werkstuk met de parallelaanslag en de verstekaanslag verhoogt de risico dat het zaagblad komt vast te zitten en er een terugslag ontstaat. d) Voer bij langssneden de aanvoerkracht op het werkstuk altijd uit tussen aanslagrail en zaag- blad. Gebruik een schuifstok als de afstand tussen de aanslagrail en het zaagblad minder is dan 150 mm en een schuifblok als de afstand minder is dan 50 mm. Dergelijke hulpmiddelen zorgen er voor dat uw hand op veilige afstand van het zaagblad blijft. e) Gebruik uitsluitend de meegeleverde schuif- stok van de fabrikant of een die overeenkom- stig de instructies is vervaardigd. De schuifstok zorgt voor voldoende afstand tussen hand en zaagblad. f) Gebruik nooit een beschadigde of ingezaagde schuifstok. Een beschadigde schuifstok kan breken en er toe leiden dat uw hand in het zaagblad terecht komt. g) Werk niet “zonder handbescherming”. Gebruik altijd de parallelaanslag of de verstekaanslag om het werkstuk aan te leggen en te geleiden. “Zonder handbescherming” betekent dat het werkstuk in plaats van met de parallelaanslag of de verstekaanslag met de handen wordt on- dersteund of geleid. Het zagen zonder handbescherming leidt tot on- juiste uitlijning, vastklemmen en terugslag. h) Grijp nooit om of over een draaiend zaagblad. Het grijpen naar een werkstuk kan tot onvoorzien aanraken van het draaiende zaagblad leiden.

i) Ondersteun lange en/of brede werkstukken

achter en/of aan de zijkant van de zaagtafel zo- dat deze horizontaal blijven. Lange en/of brede werkstukken kunnen aan de rand van de zaagtafel kantelen; dit leidt tot min- der controle, vastklemmen van het zaagblad en terugslag. Losse, beschadigde of niet juist functionerende veiligheidsafdekkingen moeten worden gerepa- reerd of worden vervangen. b) Gebruik voor eindsneden altijd de zaag- blad-veiligheidsafdekking en de splijtwig. Voor eindsneden waarbij het zaagblad volledig door de werkstukdikte zaagt, reduceert de veilig- heidsafdekking en andere veiligheidsvoorzienin- gen het risico op letsel. c) Plaats na het voltooien van de werkprocessen (bijv. felsen, gutsen of opdeling tijdens het omslaan), waarbij het verwijderen van de vei- ligheidsafdekking en/of splijtwig noodzakelijk is, direct het veiligheidssysteem terug. De veiligheidsafdekking reduceert het risico op letsel. d) Controleer voor het inschakelen van het elek- trisch gereedschap of het zaagblad niet de vei- ligheidsafdekking, de splijtwig of het werkstuk raakt. Onvoorziene aanraking van deze componenten met het zaagblad kan tot een gevaarlijke situatie leiden. e) Stel de splijtwig af volgens de beschrijving in deze gebruikshandleiding. Onjuiste afstanden, positie en uitlijning kunnen de reden er voor zijn dat de splijtwig een terugslag niet vermijdt. f) Opdat de splijtwig kan functioneren, moet deze op het werkstuk inwerken. Bij sneden in werkstukken die te kort zijn, om de splijtwig te laten functioneren, is de splijtwig niet actief. Onder deze voorwaarden kan een terug- slag niet door de splijtwig worden voorkomen. g) Gebruik het zaagblad dat bij de splijtwig past. Om ervoor te zorgen dat de splijtwig goed werkt, moet de diameter van het zaagblad dunner zijn dan bij de splijtwig passen, moet het basisblad van het zaagblad dunner zijn dan de splijtwig en moet de bandbreedte dikker zijn dan de dikte van de splijtwig. Veiligheidsvoorschriften voor het zagen a) m GEVAAR: Kom met uw vingers en handen nooit in de buurt van het zaagblad of in het zaaggebied. Een moment van onachtzaamheid of bij wegslip- pen kan uw hand in het zaagblad schieten wat kan leiden tot ernstig letsel.www.scheppach.com

Hierdoor kan het zaagblad onvoorzien worden aangeraakt of kan een terugslag ontstaan waar- door uw vingers in het zaagblad kunnen worden getrokken. c) Houd en druk het werkstuk, dat wordt afge- zaagd, nooit tegen het draaiende zaagblad. Door het werkstuk, dat wordt afgezaagd, tegen het zaagblad te drukken, wordt deze vastgeklemd en ontstaat er een terugslag. d) Lijn de aanslagrail parallel uit met het zaag- blad. Een niet uitgelijnde aanslagrail drukt het werkstuk tegen het zaagblad en genereert zo een terugslag. e) Gebruik bij afgedekte zaagsneden (bijv. vou- wen, gutsen of opdeling tijdens het omslaan) een drukkam om het werkstuk tegen de tafel en de aanslagrail te geleiden. Met een drukkam kunt u het werkstuk bij terugslag beter onder controle houden. f) Weeg met name voorzichtig bij het zagen in verborgen bereiken van samengevoegde werkstukken. Het invallende zaagblad kan in objecten zagen die een terugslag kunnen veroorzaken. g) Ondersteun grote platen om het risico op een terugslag door een ingeklemd zaagblad te ver- minderen. Grote platen kunnen onder het eigen gewicht door- buigen. Platen moeten overal worden ondersteund waar deze uitsteken ten opzichte van het tafelblad. h) Wees met name voorzichtig bij het zagen van werkstukken die verdraaid, los zitten of vervormd zijn of niet over een rechte kant beschikken waarmee ze met een verstekaan- slag of langs een aanslagrail kunnen worden geleid. Een vervormd, losgeraakt of verdraaid werkstuk is instabiel en leidt tot onjuiste uitlijning van de zaag- voeg met het zaagblad, zal vastklemmen en een terugslag veroorzaken.

i) Zaag nooit meerdere op elkaar of achter elkaar

gestapelde werkstukken. Het zaagblad kan een of meer onderdelen vastgrij- pen en een terugslag veroorzaken. j) Als u een zaag, die in het werkstuk steekt, weer wilt starten, centreert u het zaagblad in de zaagsnede dusdanig dat de zaagtanden niet in het werkstuk vastzitten. Als het zaagblad vastklemt, kan deze het werkstuk optillen en een terugslag veroorzaken als de zaag opnieuw wordt gestart. j) Voer het werkstuk gelijkmatig aan. Verbuig of verdraai het werkstuk niet. Als het zaagblad vastklemt, schakelt u het elektrisch gereed- schap direct uit, trekt u de voedingsstekker los en verhelpt u de oorzaak voor het vast- klemmen. Het vastklemmen van het zaagblad door het werk- stuk kan leiden tot terugslag of het blokkeren van de motor. k) Verwijder niet het afgezaagde materiaal terwijl de zaag loopt. Afgezaagd materiaal kan zich vastzetten tussen het zaagblad en de aanslagrail of in de veiligheids- afdekking vast komen te zitten en bij het verwijde- ren uw vingers in het zaagblad trekken. Schakel de zaag uit en wacht tot het zaagblad tot stilstand is gekomen, voordat u het materiaal verwijdert. l) Gebruik voor langssneden aan de werkstuk- ken die dunner zijn dan 2 mm, een extra pa- rallelaanslag die contact heeft met het tafelop- pervlak. Dunnere werkstukken kunnen vastlopen achter de parallelaanslag wat tot terugslag kan leiden. Terugslag - Oorzaken en overeenkomstige veilig- heidsvoorschriften Een terugslag is een plotselinge reactie van het werkstuk als gevolg van een hakend, vastklemmend zaagblad of een door het zaagblad schuin uitgevoer- de zaagsnede in het werkstuk of als een deel van het werkstuk tussen het zaagblad en de parallelaanslag of een ander vast object wordt vastgeklemd. In de meeste gevallen wordt bij een terugslag het werkstuk door het achterste gedeelte van het zaagblad vastgegrepen, van de zaagtafel opgetild en in de rich- ting van de operator geslingerd. Een terugslag is het gevolg van een onjuist of verkeerd gebruik van de ta- felcirkelzaag. Dit kan door passende voorzorgsmaatre- gelen worden voorkomen, zoals hieronder beschreven. a) Sta nooit direct in lijn met het zaagblad. Ver- blijf altijd aan de zijde van het zaagblad waar de aanslagrail zich bevindt. Bij een terugslag kan het werkstuk met hoge snel- heid naar personen worden geslingerd die voor en op lijn met het zaagblad staan. b) Grijp nooit over of achter het zaagblad om het werkstuk aan te trekken of te steunen.www.scheppach.com

h) Gebruik nooit beschadigd of onjuist montage- materiaal voor het zaagblad, zoals bijv. en- sen, onderlegringen, schroeven of moeren. Het montagemateriaal van dit zaagblad is speciaal afgestemd op uw zaag en staat garant voor opti- maal vermogen en bedrijfsveiligheid.

i) Ga nooit op de tafelcirkelzaag staan en ge-

bruik de tafelcirkelzaag niet als opstapkrukje. Er kan ernstig letsel ontstaan als het elektrisch gereedschap kantelt of als u onvoorzien met het zaagblad in aanraking komt. j) Controleer of het zaagblad in de juiste draai- richting is gemonteerd. Gebruik geen slijp- schijf of staalborstel met de tafelcirkelzaag. Ondeskundige montage van het zaagblad of het gebruik van niet aanbevolen accessoires kan tot ernstig letsel leiden. Veiligheidsvoorschriften voor de behandeling van zaagbladen

1. Gebruik alleen inzetstukken als u weet hoe u er-

2. Houd rekening met het maximale toerental. Het

maximale toerental dat op het inzetstuk staat vermeld, mag niet worden overschreden. Houd u, indien aangegeven, aan het toerentalbereik.

3. Let op de draairichting van de motor en het zaag-

4. Gebruik geen inzetstukken dat barsten vertoont.

Gooi het inzetstukken weg als het barsten ver- toont. Reparatie is niet toegestaan.

5. De klemoppervlakken moeten van vuil, vet, olie

en water worden ontdaan.

6. Gebruik geen losse pasringen of -bussen om het

boorgat van cirkelzaagbladen te verkleinen.

7. Zorg ervoor dat de bevestigde pasringen voor de

borging van het inzetstuk dezelfde parameter heb- ben en dat ze minimaal 1/3 van de snijdiameter hebben.

8. Zorg, dat bevestigde pasringen evenwijdig staan

9. Wees voorzichtig bij het gebruik van de inzetstuk-

ken. Bewaar ze bij voorkeur in de originele verpak- king en of in speciale houders. Draag veiligheids- handschoenen om de grip te vergroten en de kans op persoonlijk letsel nog verder terug te dringen.

10. Controleer voordat u de inzetstukken gebruikt of

de veiligheidsvoorzieningen correct zijn bevestigd. k) Zorg dat de zaagbladen schoon blijven, scherp en voldoende geschrankt is. Gebruik nooit vervormde zaagbladen of zaagbladen met scheuren of afgebroken tanden. Scherpe en juist geschrankte zaagbladen minima- liseren het vastklemmen, blokkeren of terugslag. Veiligheidsvoorschriften voor het gebruik van de tafelcirkelzagen a) Schakel de tafelcirkelzaag uit en koppel deze los van de stroomvoorziening voordat u het ta- felinzetstuk verwijderd, het zaagblad vervang, instellingen aan de splijtwig of de afdekking van het zaagblad aanbrengt en als de machine zonder toezicht is. Voorzorgsmaatregelen dienen ter vermijding van ongevallen. b) Laat de tafelcirkelzaag nooit zonder toezicht lopen. Schakel het elektrisch gereedschap uit en ga pas weg als deze volledig tot stilstand is gekomen. Een zaag die zonder toezicht draait, vormt een on- gecontroleerd gevaar. c) Stel de tafelcirkelzaag op een locatie op die waterpas is en goed wordt geventileerd en waar u veilig kunt staan en het evenwicht kunt bewaren. De opstellingslocatie moet voldoen- de ruimte bieden om de maat van uw werkstuk- ken goed te kunnen hanteren. Rommel en slecht verlichte werkomgevingen en one󰀨en, gladde vloeren kunnen leiden tot onge- vallen. d) Verwijder regelmatig het zaagsel en zaagmeel onder de zaagtafel en/of uit de stofafzuiging. Opgehoopt zaagmeel is brandbaar en kan uit zich- zelf gaan ontbranden. e) Borg de tafelcirkelzaag. Een tafelcirkelzaag die niet volgens de voorschrif- ten is geborgd, kan gaan bewegen of kantelen. f) Verwijder instelgereedschap, houtresten etc. van de tafelcirkelzaag voordat u deze inscha- kelt. Aeiding of mogelijk vastklemmen kan gevaarlijk zijn. g) Gebruik altijd zaagbladen van het juiste for- maat en met passende opnameboring (bijv. ruitvormig of rond). Zaagbladen, die niet bij de montagedelen van de zaag passen, lopen niet rond en leiden tot verlies van de controle.www.scheppach.com

  • Restrisico’s kunnen worden geminimaliseerd als de veiligheidsvoorschriften en het gebruik conform de voorschriften alsook de gebruikshandleiding in acht worden genomen.
  • Voorkom onnodige belasting van de machine: als bij het zagen teveel druk wordt uitgeoefend, zal het zaagblad snel beschadigen. Dit kan leiden tot ge- ringere prestaties van de machine bij de verwerking en minder nauwkeurige zaagsnedes.
  • Voorkom dat u de machine onbedoeld inschakelt: als u de stekker in het stopcontact steekt, mag de startknop niet worden ingedrukt.
  • Gebruik gereedschap dat in deze handleiding wordt aanbevolen. U verkrijgt dan optimale prestaties met uw zaag.
  • Houd uw handen buiten de werkomgeving, wanneer de machine in bedrijf is. Schakel het apparaat uit en trek de voedingsstekker uit het stopcontact voordat u instel- of onderhoudswerk- zaamheden uitvoert.

Hardmetalen zaagblad ø 250 x ø 30 x 2,8 mm Aantal tanden 24 Dikte splijtwig 2 mm Tafelgrootte 563 x 583 x 28 mm Zaaghoogte max. 90° 85 mm Zaaghoogte max. 45° 65 mm Hoogteverstelling 0 - 85 mm Zaagblad zwenkbaar 0 - 45° Afzuigaansluiting ø 35 mm Gewicht ca. 19 kg

  • Bedrijfsmodus S6 25%: Continubedrijf met tus- senbelasting (cyclusduur 10 min.). Om de motor niet ontoelaatbaar te verwarmen, mag de motor 25% van de cyclusduur met het aangegeven no- minale vermogen worden gebruikt en moet ver- volgens 75% van de cyclus door zonder last door- lopen.

11. Controleer vóór gebruik of het toegepaste inzet-

stuk aan de technische eisen van deze machine voldoet en of het goed bevestigd is.

12. Gebruik het meegeleverde zaagblad alleen voor

het zagen van hout en nooit voor het bewerken van metalen.

13. Gebruik het juiste zaagblad voor het te bewerken

14. Gebruik alleen een zaagblad met een diameter die

op de zaag staat aangegeven.

15. Gebruik alleen zaagbladen, die met een gelijk of

hoger toerental dan op het elektrisch gereedschap gemarkeerd zijn.

16. Gebruik alleen door de fabrikant aanbevolen

zaagbladen, die, indien deze voor het zagen van hout of gelijksoortige materialen zijn bedoeld, overeenkomen met EN 847-1.

17. Draag geschikte persoonlijke beschermingsmid-

delen, zoals bijv.: - Gehoorbescherming; - Veiligheidshandschoenen bij het hanteren van zaagbladen.

18. Gebruik alleen door de fabrikant aanbevolen

zaagbladen die voldoen aan EN 847-1. Waarschu- wing! Let er bij het wisselen van het zaagblad op, dat de zaagbreedte niet geringer en de dikte van het stamblad niet groter is dan de dikte van de splijtwig!

19. Voorkom bij het zagen van hout en kunststo󰀨en

een oververhitting van de zaagtanden. Reduceer de aanvoersnelheid om te voorkomen dat het kunststof smelt.

20. Houd er rekening mee dat gecompliceerde pro-

cessen met verborgen sneden en het snijden van afschuiningen/wiggen niet zijn toegestaan.

21. Voer lengtesneden met een neiging niet op de zij-

de uit, waarnaar de neiging is gericht.

22. Controleer bij de montage of instelling van de pa-

rellelaanslag of de parallelaanslag parallel ten op- zichte van het zaagblad staat. Restrisico’s Het elektrisch apparaat is vervaardigd volgens de stand van de techniek en de erkende veiligheids- technische regels. Toch kan tijdens de werkzaam- heden sprake zijn van enkele restrisico’s. Gevaar voor de gezondheid, veroorzaakt door elektri- citeit bij gebruik van onjuiste snoeren.

  • Daarnaast kan er, ondanks alle voorzorgsmaatre- gelen, sprake zijn van niet-zichtbare restrisico’s.www.scheppach.com
  • Overtuig u voor het aansluiten van de machine, dat de gegevens op het typeplaatje overeenkomen met de gegevens van het stroomnet.
  • Sluit de machine alleen aan op een correct geïnstal- leerd geaard stopcontact dat met minimaal 16 A is gezekerd.

9. Montage en bediening

Let op! Voor alle onderhouds-, ombouw- en mon- tagewerkzaamheden aan de cirkelzaag moet de voedingsstekker worden losgekoppeld. Plaats alle meegeleverde onderdelen op een vlakke ondergrond. Groepeer gelijke delen. Aanwijzing: Als verbindingen met een bout (ronde kop /of zeskant), zeskantmoeren en onderlegring worden geborgd, moet de onderlegring onder de moer worden aangebracht. Schroeven van buiten naar binnen aanbrengen, verbin- dingen met moeren van binnenuit vastzetten. Aanwijzing: Haal de moeren en bouten tijdens de mon- tage alleen handvast aan, zodat ze er niet uitvallen. Als u de moeren en schroeven als voor de eindmonta- ge aanhaalt, kan de eindmontage niet correct en sta- biel worden opgesteld.

9.1 Tafelverbredingen monteren (afb. 5)

1. Draai de zaag om en zet hem ondersteboven met

de tafel op de grond.

2. Lijn de tafelverbreding (8) uit op de zaagtafel (1).

3. Bevestig de tafelverbreding (8) met de zeskant-

bouten (19) en de dwarsarm (21c) losjes op de zaagtafel (1). Herhaal deze werkwijze aan de te- genoverliggende zijde.

4. Schroef de schoren (21a, 21b) met de zeskantbou-

ten (19) en de dwarsarm (21c) op de tafelverbre- dingen (8).

5. Draai vervolgens alle bouten vast.

9.2 Montage onderstel (afb. 5 - 7.1)

1. Schroef de vier poten (16) samen met de schoren

(21a, 21b) met behulp van de zeskantbouten (19) vast op de zaag (afb. 6). Gebruik hiervoor de mee- geleverde zaagbladsleutel (22a). (afb. 6).

2. Plaats nu de rubbervoeten (16a) op de poten (16)

(afb. 6,1). Geluidswaarden De geluidswaarden zijn overeenkomstig EN 62841 bepaald. Geluidsdrukniveau L

107,0 dB Onzekerheid K

3 dB Draag gehoorbescherming. Het e󰀨ect van lawaai kan gehoorverlies zijn. Totale tril- lingswaarden (vectorsom van drie richtingen) bepaald conform EN 62841.

  • Open de verpakking en haal het apparaat er voor- zichtig uit.
  • Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de ver- pakkings- en transportbeveiligingen (indien voor- handen).
  • Controleer of de inhoud van de levering volledig is.
  • Controleer het apparaat en de hulpstukken op trans- portschade.
  • Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het verstrijken van de garantietijd. m LET OP! Het apparaat en de verpakkingsmaterialen zijn geen kinderspeelgoed! Kinderen mogen niet met plastic zakken, folies en kleine onderdelen spelen! Er be- staat gevaar voor inslikken en verstikkingsgevaar!

8. Voor de ingebruikname

  • De machine moet stabiel worden opgesteld, dit bete- kent op bijv. een werkbank, op een onderframe worden vastgeschroefd. Gebruik hiertoe de boorgaten, die zich aan de binnenzijde van de framepoten bevinden.
  • Voor ingebruikname moeten alle afdekkingen en veiligheidsvoorzieningen conform de voorschriften zijn gemonteerd.
  • Het zaagblad moet vrij kunnen draaien.
  • Let bij al bewerkt hout op vreemde voorwerpen, zo- als bijv. spijkers of schroeven etc.
  • Controleer, voordat u op de aan/uit-schakelaar drukt, of het zaagblad correct gemonteerd is en of de bewegende delen soepel lopen.www.scheppach.com

1. Bij slijtage of beschadiging moet het tafelinzetstuk

(2) worden vervangen, anders bestaat er een ver- hoogd gevaar voor letsel.

2. Verwijder de bout (23) met behulp van een kruis-

kopschroevendraaier.

3. Haal het versleten tafelinzetstuk (2) eruit.

4. De montage van het nieuwe tafelinzetstuk gebeurt

in omgekeerde volgorde.

9.6 Montage/vervanging van het zaagblad (afb. 13)

1. Let op! Neem de voedingsstekker uit het stop-

contact en draag veiligheidshandschoenen.

2. Zaagbladbescherming (4) demonteren (zie 8.4).

3. Het tafelinzetstuk (2) verwijderen (zie 8,5).

4. Draai de moer los door de zaagbladsleutel (22a) op

de moer te plaatsen en met de andere zaagbladsleu- tel (22b) de motoras tegen te houden (zie afb. 22).

5. Let op! Draai de moer in de draairichting van het

6. Verwijder de buitenens en neem de binnenens

uit het oude zaagblad.

7. Maak de zaagbladenzen voorzichtig schoon met

een staalborstel voordat u het nieuwe zaagblad monteert.

8. Plaats het nieuwe zaagblad in de omgekeerde

volgorde en draai het vast. Let op! Looprichting in acht nemen, de ver- steksneden van de tanden moeten in de looprichting, d.w.z. naar voren wijzen.

9. Monteer het tafelinzetstuk (2) en de zaagbladbe-

scherming (4) weer en stel deze af (zie 8.4 en 8.5).

10. Controleer of de veiligheidsvoorzieningen goed

functioneren voordat u weer met de zaag aan de slag gaat.

11. Controleer de zaagbladbescherming (4) op juiste

werking. Til de zaagbladbescherming op en laat deze los. De zaagbladbescherming moet zelfstan- dig terugkeren naar de uitgangspositie.

m LET OP! Het apparaat moet voor de ingebruikname volledig zijn gemonteerd!

10.1 In-, uitschakelen (afb. 14)

- Door op de groene toets “I” (11) te drukken, kan de zaagmachine worden ingeschakeld. Voordat u met zagen begint, wacht u tot het zaagblad het maximale toerental heeft bereikt.

3. Schroef vervolgens de lange dwarsstang (17) en

korte dwarsstang (18) met de zeskantbouten (19) en zeskantmoeren (20) vast op de poten (16). Let erop dat stangen van dezelfde lengte te- genover elkaar liggen. De lange dwarsstangen (17 - met “B” aangeduid) moeten evenwijdig aan de bedieningszijde van de zaag worden gemonteerd. (Afb. 7).

4. Bevestig de standbeugels (16b) elk losjes met 2

zeskantbouten (19) en zeskantmoeren (20) in de boorgaten van de achterste poten. (Afb.7.1) Let op! Beide standbeugels moeten aan de achterzij- de van de machine worden bevestigd!

5. Draai vervolgens alle bouten en moeren van het

Let op! Trek de voedingsstekker uit het stop- contact! De instelling van de splijtwig (6) moet voor het gebruik worden gecontroleerd.

1. Stel het zaagblad (3) in op de maximale zaagdiep-

te, plaats het in de 0°-stand en zet het vast.

2. Bout (23) van het tafelinzetstuk (2) met behulp van

een kruiskopschroevendraaier losmaken en het tafelinzetstuk (2) er uit nemen (afb. 8).

3. De afstand tussen het zaagblad (3) en de splijtwig

(6) moet max. 5 mm bedragen. (afb. 9)

4. Maak de bevestigingsschroef (24) los en trek de

splijtwig (6) uit tot deze op de juiste afstand is in- gesteld (afb. 10)

5. Draai de bevestigingsschroef (24) weer vast en

monteer het tafelinzetstuk (2).

1. Plaats de zaagbladbescherming (25) samen met

de bout (4) van boven op de splijtwig (6), zodat de schroef stevig in het sleufgat van de splijtwig (6) zit.

2. Schroef (25) niet te vast aanhalen, de zaagbladbe-

scherming (4) moet vrij kunnen blijven bewegen.

3. Steek de afzuigslang (5) op het afzuigtussenstuk

(26) en de afzuigmof van de zaagbladbescherming (4). Sluit een daartoe geschikte spanenafzuigin- stallatie aan op het afzuigtussenstuk (26).

4. De demontage gebeurt in omgekeerde volgorde.

Let op! Voordat er met zagen wordt gestart, moet de zaagbladbescherming (4) op het zaagproduct worden verlaagd.www.scheppach.com

10.4.3 Instellen van de snijbreedte (afb. 17)

- Bij het in de lengte zagen van houten delen moet de parallelaanslag (15) worden gebruikt. - De parallelaanslag (15) kan op de rechterzijde van het zaagblad (3) worden gemonteerd. - De parallelaanslag (15) van boven op het geleide- blad voor de parallelaanslag (14) zetten. - Op het geleideblad voor de parallelaanslag (14) bevinden zich 2 schalen, die de afstand tussen de parallelaanslag (15) en het zaagblad (3) aangeven. - Selecteer afhankelijk daarvan, of de aanslagrail (27) voor de bewerking van dik of dun materiaal gedraaid is, de passende schaalverdeling: Hoge aanslagrail (dik materiaal), Lage aanslagrail (dun materiaal). - Parallelaanslag (15) op de gewenste maat op het peilglas instellen en met de excenterhendel voor de parallelaanslag (30) xeren. - Controleer bij de montage of instelling van de parel- lelaanslag of de parallelaanslag parallel ten opzichte van het zaagblad staat.

10.5 Dwarsaanslag (afb. 18)

- Dwarsaanslag (7) in een groef (31a/31b) van de zaagtafel schuiven. - Greepschroef (32) losdraaien. - Dwarsaanslag (7) draaien tot de gewenste hoek is ingesteld. De pijl op de dwarsaanslag toont de inge- stelde hoek. (0°-60°) - Greepschroef (32) weer vastdraaien. - De aanslagrail (34) kan op de dwarsaanslag (7) wor- den verschoven. Draai hiertoe de moeren (33) los en schuif de aanslagrail (34) in de gewenste positie. Haal de moeren (34) weer aan. Let op! - Aanslagrail (34) niet te ver in de richting van het zaagblad schuiven. - De afstand tussen de aanslagrail (34) en het zaagblad (3) moet ca. 2 cm bedragen.

Werkinstructies Na elke nieuwe instelling adviseren wij een testsnede om de ingestelde afmetingen te controleren. Na het inschakelen van de zaag moet u wachten tot het zaagblad het maximum toerental heeft bereikt, voordat u de snede uitvoert. Lange werkstukken tegen omkantelen aan het einde van het snijproces borgen (bijv. rolstaander etc.). - Om de zaag weer uit te schakelen, moet de rode knop “0” (11) worden ingedrukt.

10.2 Instellen van de snijdiepte (afb. 14)

Door aan het handwiel voor hoogteverstelling (12) te draaien kan het zaagblad (3) op de gewenste zaag- diepte (traploos) worden ingesteld. - Tegen de klok in: kleinere zaagdiepte - Met de klok mee: grotere zaagdiepte Controleer de instelling aan de hand van een testsne- de.

10.3 Hoekinstelling (afb. 14)

Met de tafelcirkelzaag kunnen schuine versteksneden naar links van 0°- 45° ten opzichte van de aanslagrail worden uitgevoerd. m Controleer voor elke zaagsnede of er geen botsing mogelijk is tussen de aanslagbalk (27), de dwarsaan- slag (7) en het zaagblad (3). - Vergrendelgreep (13) losdraaien. - Door het handwiel (12) in te drukken en te draaien kan de gewenste hoek op de schaalverdeling wor- den ingesteld. - Vergrendelgreep (13) in de gewenste hoekpositie vergrendelen.

10.4 Werken met de parallelaanslag

10.4.1 Instellen van de snijhoogte (afb. 15 - 16)

- De aanslagrail (27) van de parallelaanslag (15) heeft twee geleidingsvlakken met verschillende hoogte. - Afhankelijk van de dikte van het te snijden materiaal, moet de aanslagrail (27) conform afb. 16 voor dik materiaal (meer dan 25 mm werkstukdikte) en con- form afb. 15 voor dun materiaal (minder dan 25 mm werkstukdikte) worden gebruikt.

10.4.2 Aanslagrail instellen (afb. 15 - 16)

- Haal voor het draaien van de aanslagrail (27) eerst de vleugelmoeren (28) los. - Nu kan de aanslagrail (27) van het geleideblad (29) worden afgetrokken en met de overeenkomstige ge- leiding hier weer overheen worden geschoven. - Haal de vleugelmoeren (28) weer aan. - De aanslagrail (27) kan indien nodig links of rechts van het geleideblad (29) worden aangebracht. Mon- teer hiertoe nu de schroeven van de andere zijde van het geleideblad (29).www.scheppach.com

- Schuif het werkstuk altijd door tot aan het einde van de splijtwig. m Let op! Bij korte werkstukken moet de schuifstok di- rect vanaf het begin worden gebruikt.

11.1.2 Uitvoeren van versteksneden (afb. 21)

Schuine versteksneden worden altijd uitgevoerd met behulp van de parallelaanslag (15). - Zaagblad op de gewenste hoekmaat instellen. (zie 9.3) - Stel de parallelaanslag (15) in naar gelang de breed- te en hoogte van het werkstuk (zie 9.4) - Voer de snede overeenkomstig de breedte van het werkstuk uit (zie 10.1)

11.2 Uitvoering van dwarse zaagsnedes (afb. 22)

- Schuif de dwarsaanslag (7) in een van de twee groeven (31 a/b) van de zaagtafel en stel in op de gewenste hoek (zie 9.5). Als het zaagblad (3) bo- vendien schuin wordt gezet, dan moet de groef (31a) worden gebruikt, zodat uw handen en de dwarsaan- slag niet in contact kunnen komen met de zaagblad- bescherming. - Aanslagrail gebruiken. - Druk het werkstuk stevig tegen de dwarsaanslag (7). - Zet de zaag aan. - Schuif de dwarsaanslag (7) en het werkstuk in de richting van het zaagblad om de snede uit te voeren. - Let op: Houd het geleide gedeelte van het werkstuk vast, nooit het vrije gedeelte van het werkstuk, dat moet worden gezaagd. - Dwarsaanslag (7) altijd zo ver naar voren schuiven tot het werkstuk volledig is doorgesneden. - Schakel de zaag weer uit. Zaagafval pas verwijde- ren als het zaagblad stilstaat.

11.3 Zagen van spaanplaten

Om te voorkomen dat de snijranden bij het zagen van spaanplaat afbreken, mag het zaagblad (3) niet hoger dan 5 mm boven de dikte van het werkstuk worden in- gesteld (zie ook punt 9.2).

1. Schakel het elektrisch apparaat altijd uit voor

transport en koppel het los van de voeding.

2. Draag het elektrisch gereedschap in ieder geval

met twee personen, grijp het niet vast bij de tafel- verbredingen. Let op bij het insnijden. Gebruik het apparaat alleen met afzuiging. Controleer en reinig regelmatig de afzuigkanalen. Geschiktheid van de zaagbladen: - 24 tanden: zachte materialen, hoge spanenafvoer, groot zaagbeeld - 48 tanden: harde materialen, geringe spanenafvoer, jn zaagbeeld

11.1 Uitvoering van langssneden (afb. 19)

Hierbij wordt een werkstuk in de lengterichting door- gezaagd. Eén zijde van het werkstuk wordt tegen de parallelaan- slag (15) gedrukt, terwijl de vlakke zijde op de zaagtafel (1) ligt. De zaagbladbescherming (4) moet altijd op het werk- stuk worden neergelaten. De werkpositie bij de langssnede mag nooit in een lijn met het zaagverloop zijn. - Stel de parallelaanslag (15) in overeenkomstig de hoogte van het werkstuk en de gewenste breedte. (zie 9.4) - Zet de zaag aan. - Handen met gesloten vingers vlak op het werkstuk leggen en het werkstuk langs de parallelaanslag (15) in het zaagblad (3) schuiven. - Zijdelingse geleiding met de linker of rechterhand (afhankelijk van de positie van de parallelaanslag) uitsluitend tot aan de voorkant van de zaagbladbe- scherming (4). - Schuif het werkstuk altijd door tot aan het einde van de splijtwig (6). - Het zaagafval blijft op de zaagtafel (1) liggen tot het zaagblad (3) zich weer in rustpositie bevindt. - Lange werkstukken moeten worden ondersteund om te voorkomen dat ze na het zagen omkantelen! (bijv. rolstaander etc.)

11.1.1 Zagen van smalle werkstukken (afb. 20)

Langssneden van werkstukken met een breedte van minder dan 120 mm moeten absoluut met behulp van een schuifstok (9) worden uitgevoerd. Schuifstok is bij de inhoud van de levering inbegrepen. Versleten resp. beschadigde schuifstok direct vervangen. - De parallelaanslag overeenkomstig de betre󰀨ende werkstukbreedte instellen. (zie 9.4) - Werkstuk met beide handen naar voren schuiven, in het bereik van het zaagblad absoluut een schuifstok (9) als hulpmiddel gebruiken.www.scheppach.com

Service-informatie Let op dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan gebruiksmatige of natuurlijke slijtage, resp. de volgende delen als verbruiksmateriaal wordt gebruikt. Slijtageonderdelen*: Koolborstels, tafelinzetstuk, schuifstok, zaagblad

  • niet persé meegeleverd! Reserveonderdelen en accessoires zijn verkrijgbaar bij ons servicecentrum. Scan hiertoe de QR-code op de titelpagina.
  • Sla het apparaat en de accessoires op een donkere, droge en vorstvrije plaats en voor kinderen ontoe- gankelijke plaats op.
  • De optimale opslagtemperatuur ligt tussen 5 en 30 ˚C.
  • Bewaar het elektrisch apparaat in de originele ver- pakking.
  • Dek het elektrisch apparaat af ter bescherming te- gen stof en vocht.
  • Zaagbladen en sleutel die niet in gebruik zijn, kunnen worden opgeborgen zoals in afb. 23 weergegeven.
  • Bewaar de gebruikshandleiding bij het elektrische apparaat.

15. Elektrische aansluiting

De geïnstalleerde elektromotor is bedrijfsklaar aangesloten. De aansluiting voldoet aan de rele- vante VDE- en DIN-voorschriften. De netaanslui- ting van de klant en het gebruikte verlengsnoer moeten eveneens aan deze voorschriften voldoen.

  • Het product voldoet aan de eisen van EN 61000-3- 11 en valt onder de speciale aansluitvoorwaarden. Dit betekent dat gebruik op een willekeurig vrij te kiezen aansluitpunt niet toegestaan is.
  • Het product kan tijdelijke spanningsschommelingen veroorzaken bij ongunstige condities van het elek- triciteitsnet.
  • Het product is uitsluitend voorzien voor het gebruik op aansluitpunten, die a) een maximaal toegestane netimpedantie “Z” niet overschrijden, (Zmax. = 0,346 Ω) mag niet worden overschreden, of b) een duurstroombelastbaarheid van het netwerk van ten minste 100 A per fase hebben.

3. Draag het product niet aan de tafelverbredingen,

maar aan de zaagtafel.

4. Bescherm het elektrisch apparaat tegen schok-

ken, stoten en sterke trillingen, bijvoorbeeld tijdens transport in voertuigen.

5. Beveilig het elektrisch apparaat tegen kantelen en

6. Gebruik nooit de veiligheidsvoorzieningen om het

m Waarschuwing! Trek altijd de voedingsstekker uit het stopcontact voordat u instellings-, onderhouds- of reparatiewerkzaamheden uitvoert!

13.1 Algemene onderhoudswerkzaamheden

- Zorg dat de veiligheidsinrichtingen, de ventilatiesleu- ven en de motorbehuizing zo stof- en vuilvrij mogelijk zijn. Wrijf het apparaat met een schone doek schoon of blaas het met perslucht bij een lage druk uit. - Wij adviseren om het apparaat direct na elk gebruik te reinigen. - Reinig het apparaat regelmatig met een vochtige doek en wat zachte zeep. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen. Hierdoor kunnen de kunststofon- derdelen van het apparaat worden aangetast. Let op dat er geen water in het apparaat terecht komt. - Olie om de levensduur van het apparaat te verlen- gen eenmaal per maand de draaiende delen. De motor niet oliën. - Reinig de stofopvangsystemen door deze met pers- lucht uit te blazen.

- Bij overmatige vonkvorming moet u de koolborstels door een elektricien laten controleren. Let op! De koolborstels mogen alleen door een elektricien wor- den vervangen.

13.3 Overbelastingsschakelaar

De motor van dit apparaat is met een overbelastings- schakelaar (11a) tegen overbelasting beschermd. Bij overschrijding van de nominale stroom schakelt de overbelastingsschakelaar (11a) het apparaat uit. Ga in dit geval als volgt te werk: - Het apparaat meerdere minuten laten afkoelen. - De overbelastingsschakelaar (11a) indrukken. - Het apparaat door het indrukken van de groene knop “I” inschakelen.www.scheppach.com

Vermeld in geval van vragen de volgende gegevens:

  • Stroomtype van de motor
  • Gegevens van het typeplaatje van de machine
  • Gegevens van het typeplaatje van de motor

16. Afvalverwerking en hergebruik

Aanwijzingen op de verpakking De verpakkingsmaterialen zijn re- cyclebaar. Verpakkingen milieu- vriendelijk afvoeren. Aanwijzingen betre󰀨ende de wetgeving Afgedank- te elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur behoort niet bij het huishoude- lijke afval, maar moeten worden ingeza- meld resp. gescheiden worden afgevoerd!

  • Oude batterijen of accu’s die niet vast in het afge- dankte apparatuur zijn geïntegreerd, moeten vóór het afvoeren op niet-destructieve wijze worden ver- wijderd! Het afvoeren hiervan is geregeld in de wet- geving inzake batterijen.
  • Eigenaars resp. gebruikers van elektrische en elek- tronische apparaten zijn wettelijk verplicht om na gebruik de batterijen en accu’s in te leveren.
  • De eindgebruiker is verantwoordelijk voor het wis- sen van persoonsgerelateerde gegevens op het af te voeren afgedankte apparaat!
  • Het symbool van de doorgekruiste vuilnisbak bete- kent dat afgedankte elektrische en elektronische ap- paratuur niet bij het huishoudelijk afval mag worden gegooid.
  • Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur kunnen bij de volgende punten kosteloos worden ingeleverd: - Openbare afvalverwijderings- of inzamelingspun- ten (b.v. gemeentewerven). - Verkooppunten van elektrische apparaten (statio- nair en online), voor zover dealers verplicht zijn ze terug te nemen of dit vrijwillig aanbieden. - Tot drie afgedankte elektronische apparaten per apparaattype, met een randlengte van niet meer dan 25 centimeter, kunnen gratis naar de fabrikant worden teruggebracht zonder eerst een nieuw apparaat van de fabrikant te hoeven kopen, of naar een ander erkend verzamelpunt in je om- geving worden gebracht.
  • Als gebruiker moet u, zo nodig in overleg met uw energiebedrijf, ervoor zorgen dat het aansluitpunt dat u voor het product wilt gebruiken aan een van beide genoemde eisen a) of b) voldoet. Belangrijke aanwijzingen Bij overbelasting van de motor schakelt deze vanzelf uit. Na een afkoeltijd (deze tijd is verschillend) kan de motor weer worden ingeschakeld. Defecte elektrische aansluitkabel Bij elektrische aansluitkabels treedt vaak schade aan de isolatie op. Mogelijke oorzaken zijn:
  • Drukpunten, als aansluitkabels door venster- of deuropeningen worden geleid.
  • Knikken door een onvakkundige bevestiging of ge- leiding van het netsnoer.
  • Snijplekken omdat over het netsnoer is gereden.
  • Beschadigde isolatie omdat de stekker uit de wand- contactdoos is getrokken.
  • Scheuren door veroudering van de isolatie. Dergelijke defecte elektrische aansluitkabels mogen niet worden gebruikt en zijn levensgevaarlijk als de isolatie is beschadigd. Controleer de elektrische aansluitkabels regelmatig op schade. Let erop dat bij het controleren het netsnoer niet op het stroomnet is aangesloten. Elektrische aansluitkabels moeten aan de relevante VDE- en DIN-voorschriften voldoen. Gebruik uitslui- tend netsnoeren met de aanduiding H05VV-F. Op de aansluitkabel moet de type-aanduiding vermeld staan. Wisselstroommotor
  • De netspanning moet 230V~ zijn.
  • Verlengsnoeren moeten tot een lengte van 25 m een doorsnede hebben van 1,5 vierkante millimeter. Aansluitingen en reparaties van de elektrische appa- ratuur mogen uitsluitend door een elektromonteur wor- den uitgevoerd. Aansluittype Y Als het netsnoer moet worden vervangen, dan moet dit door de fabrikant of zijn vertegenwoordiger worden ge- daan om veiligheidsrisico’s te voorkomen.www.scheppach.com

17. Verhelpen van storingen

Storing Mogelijke oorzaak Oplossing Zaagblad laat los na het uitschakelen van de motor Bevestigingsmoer te licht aangedraaid Bevestigingsmoer rechts schroefdraad vastdraaien Motor start niet Uitval netzekering Netzekering controleren Verlengsnoer defect Verlengsnoer vervangen Aansluitingen op de motor of schakelaar niet OK Door elektricien laten controleren Motor of schakelaar defect Door elektricien laten controleren Motor heeft geen vermogen, de zekering wordt geactiveerd Onvoldoende doorsnede van het verlengsnoer zie Elektrische aansluiting Overbelasting door stomp zaagblad Zaagblad vervangen Brandplekken op de zaagsnede Stomp zaagblad Zaagblad slijpen, vervangen Onjuist zaagblad Zaagblad vervangen - Voor verdere aanvullende terugnamevoorwaar- den van de fabrikanten en distributeurs verzoe- ken wij u contact op te nemen met de betre󰀨ende klantenservice.

  • Bij levering van een nieuw elektrisch apparaat door de fabrikant aan een particulier huishouden, kan de fabrikant op verzoek van de eindgebruiker zorgen voor het kosteloos afhalen van het afgedankte elek- trische apparaat. Neem hiertoe contact op met de klantenservice van de fabrikant.
  • Deze uitspraken zijn alleen geldig voor apparaten die in de landen van de Europese Unie worden ge- installeerd en verkocht en die onder de Europese Richtlijn 2012/19/EU vallen. In landen buiten de Eu- ropese Unie kunnen andere voorschriften gelden voor het afvoeren van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur.www.scheppach.com

EU-conformiteitsverklaring Vertaling van de originele conformiteitsverklaring Wij verklaren onder eigen verantwoordelijkheid dat het hier beschreven pro- duct voldoet aan de geldende richtlijnen en normen. Het hier beschreven onderwerp van deze verklaring voldoet aan de voorschriften van richtlijn 2011/65/EU van het Europese Parlement en de Raad van 8 juni 2011 omtrent de beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke sto󰀨en in elektrische en elektronische apparaten. * Technische documentatie verkrijgbaar bij: ** Artikelnummer *** Artikelnaam: Tafelcirkelzaag HS100s Merk ****

18. Conformiteitsverklaring