SinePower MSI2312T - Kamperen WAECO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SinePower MSI2312T WAECO in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - SinePower MSI2312T WAECO
Gebruikersvragen over SinePower MSI2312T WAECO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Kamperen in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SinePower MSI2312T - WAECO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SinePower MSI2312T van het merk WAECO.
GEBRUIKSAANWIJZING SinePower MSI2312T WAECO
Montagehandleiding en gebruiks- aanwijzing
DA 153 Sinus ensretter
Lees deze handleiding voor de montage en de ingebruikname zorg-vuldig door en bewaar hem. Geef de handleiding bij het doorgeven van het product aan de gebruiker.
Inhoudsopgave
1 Verklaring van de symbolen.... 130
2 Algemene veiligheidsinstructies.... 130
3 Omvang van de levering 133
4 Toebehoren 133
5 Doelgroep van deze handleiding 133
6 Gebruik volgens de voorschriften 134
7 Technische beschrijving.... 134
8 Omvormer monteren 138
9 Omvormer aansluiten. 139
10 Omvormer gebruiken 145
11 Omvormer onderhouden en reinigen 148
12 Verhelpen van storingen 148
13 Garantie 149
14 Afvoer.... 149
15 Technische gegevens 150
1 Verklaring van de symbolen

WAARSCHUWING!
Veiligheidsaanwijzing: Het niet naleven kan leiden tot overlijden of ernstig letsel.

LET OP!
Het niet naleven ervan kan leiden tot materiële schade en de werking van het product beperken.

INSTRUCTIE
Aanvullende informatie voor het bedienen van het product.
▶ Handeling: dit symbool geeft aan dat u iets moet doen. De vereiste handelingen worden stap voor stap beschreven.
√Dit symbool beschrijft het resultaat van een handeling.
Afb. 1 5, pagina 3: deze aanduiding wijst u op een element in een afbeelding, in dit voorbeeld op „positie 5 in afbeelding 1 op pagina 3”.
2 Algemene veiligheidsinstructies
2.1 Algemene veiligheid
De fabrikant kan in de volgende gevallen niet aansprakelijk worden gesteld voor schade:
● montage- of aansluitfouten
- beschadiging van het product door mechanische invloeden en overspanningen
- veranderingen aan het product zonder uitdrukkelijke toestemming van de fabrikant
- gebruik voor andere dan de in de handleiding beschreven toepassingen

WAARSCHUWING!
- Gebruik het toestel alleen volgens de voorschriften.
-
Gebruik het toestel niet in een vochtige of natte omgeving.
-
Gebruik het toestel niet in de buurt van brandbare materialen.
- Gebruik het toestel niet in explosieve omgevingen.
- Het onderhoud en de reparaties mogen alleen door een vakman worden uitgevoerd die bekend is met de eraan verbonden gevaren en de betreffende voorschriften.
- Personen (ook kinderen) die door hun fysieke, sensorische of geestelijke vaardigheden, of hun onervarenheid of onwetendheid niet in staat zijn om het product veilig te gebruiken, mogen dit niet zonder toezicht of instructie door een verantwoordelijke persoon doen.
- Elektrische toestellen zijn geen speelgoed!
Bewaar en gebruik het toestel buiten het bereik van kinderen.
2.2 Veiligheid bij de installatie van het toestel

WAARSCHUWING!
- De installatie van het toestel mag uitsluitend worden uitgevoerd door goed opgeleide vakmensen die bekend zijn met de in acht te nemen richtlijnen en veiligheidsmaatregelen.
- Bij een verkeerde installatie van elektrische toestellen op boten kan er corrosieschade aan de boot ontstaan. De installatie van het toestel dient door een deskundige (boot-)elektricien uitgevoerd te worden.

LET OP!
- Let op een stabiele stand!
Het toestel moet zo veilig opgesteld en bevestigd worden, dat het niet kan omvallen of naar beneden kan vallen. - Stel het toestel niet bloot aan een warmtebron (zonnestraling, verwarming enz.). Vermijd zo een extra opwarming van het toestel.
- Als leidingen door plaatwanden of andere wanden met scherpe randen geleid moeten worden, gebruik dan holle buizen resp. leidingdoorvoeren.
- Installeer de leidingen niet los of scherp geknikt op elektrisch geleidend materiaal (metaal).
- Trek niet aan leidingen.
-
Plaats een 230-V-netsnoer en 12/24-V-gelijkstroomleiding niet samen in dezelfde kabelgoot (holle buis).
-
Bevestig de leidingen goed.
- Installeer de leidingen zodanig dat er niet over gestruikeld kan worden en beschadiging van de kabel uitgesloten is.
2.3 Veiligheid bij het gebruik van het toestel

WAARSCHUWING!
- Gebruik het toestel alleen als de behuizing en de leidingen onbeschadigd zijn.
- Ook na het uitvallen van de veiligheidsinrichting (zekering) blijven delen van de omvormer onder spanning staan.
- Onderbreek bij werkzaamheden aan het toestel altijd de stroomtoevoer.

LET OP!
- Let erop dat de luchtinlaat- en uitlaatopeningen van het toestel niet worden afgedekt.
- Let op een goede ventilatie. De omvormer produceert verlieswarmte, die moet worden afgevoerd.
- Verbind de 230-V-uitgang van de omvormer (afb. 5 7, pagina 4) niet met een andere 230-V-bron.
3 Omvang van de levering
| Pos. in afb. 1, Omschrijving pag. 3 |
| 1 Sinusomvormer |
| 2 Aansluitkabel met geaarde koppeling (voor 230-V~ -uitgang) |
| 3 Aansluitkabel met geaarde stekker (voor 230-V~ -voeding) |
| - Gebruiksaanwijzing |
4 Toebehoren
Omschrijving Artikelnr.
Afstandsbediening MCR-7
Afstandsbediening MCR-9
5 Doelgroep van deze handleiding

WAARSCHUWING!
De elektrische installatie (hoofdstuk „Omvormer aansluiten” op pagina 139) mag uitsluitend worden uitgevoerd door gekwalificeerde vakmensen die bekend zijn met de geldende richtlijnen en normen van het land waarin het toestel wordt geïnstalleerd en gebruikt.
6 Gebruik volgens de voorschriften

WAARSCHUWING!
De omvormer mag niet worden gebruikt in voertuigen waarbij de pluspool van de accu met het chassis is verbonden.
De omvormers zijn bestemd om gelijkspanning van
● 12 V== (MSI2312T, MSI3512T)
● 24 V== (MSI 2324T, MSI3524T)
in een 200 – 240-V-wisselspanning van 50 Hz of 60 Hz om te zetten.
7 Technische beschrijving
De omvormers kunnen overal worden gebruikt waar
- een 12-V---aansluiting (MSI2312T, MSI3512T)
- een 24-V---aansluiting (MSI2324T, MSI3524T)
aanwezig is. Door het geringe gewicht en de compacte constructie kan dit toestel zonder problemen in campers, bedrijfsvoertuigen of motor- en zeilboten worden ingebouwd.
De uitgangsspanning komt overeen met de huishoudspanning uit het stopcontact (zuivere sinusspanning, THD < 3%).
Neem de waarden voor continu uitgangsvermogen en piekuitgangsvermo-gen in acht, zoals ze in hoofdstuk „Technische gegevens” op pagina 150 staan vermeld. Toestellen met een hogere vermogensbehoefte mogen niet worden aangesloten.

INSTRUCTIE
Houd er bij de aansluiting van toestellen met elektrische aandrijving (bijv. boormachine, koelkast, e.d.) rekening mee dat die voor het opstarten vaak een hoger vermogen nodig hebben dan is aangegeven op het typeplaatje.
De omvormer beschikt over verschillende beveiligingen:
- Overspanningsbeveiliging: De omvormer schakelt uit, als de spanningswaarde boven de uitschakelwaarde stijgt. Hij start weer, als de spanning tot de herstartwaarde daalt.
- Onderspanningsbeveiliging: De omvormer schakelt uit, als de spanningswaarde onder de uitschakelwaarde daalt. Hij start weer, als de spanning tot de herstartwaarde stijgt.
- Oververhittingsbeveiliging: De omvormer schakelt uit, als de temperatuur binnen in het toestel of de temperatuur bij de koelplaat hoger is dan een uitschakelwaarde. Hij start weer, als de spanning tot de herstartwaarde stijgt.
- Overbelastingsbeveiliging en beveiliging tegen kortsluiting De LED op de omvormer meldt een bedrijfsstoring (rood continulicht), als er een te grote last is aangesloten of een kortsluiting werd veroorzaakt. De toestelzekering moet, nadat die bij overstroom is uitgevallen, handmatig weer worden ingedrukt.
- Beveiliging tegen verkeerd polen: De beveiliging tegen verkeerd polen voorkomt bij de aansluiting van de omvormer een verkeerde polariteit.

INSTRUCTIE
De afzonderlijke schakelwaarden vindt u in het hoofdstuk „Technische gegevens” op pagina 150.
De omvormers zijn uitgerust met een 230-V\~ -stopcontact en een aansluit-klemlijst voor vaste aansluiting.
Door de spanningssynchronisatie met de AC-ingangsspanning is de omvormer geschikt voor het gebruik van gevoelige verbruikers die reageren op onregelmatigheden in de voedingsspanning.
Daarnaast kan het toestel via een RS-232-interface door een pc en met de DIP-schakelaars aan het toestel geconfigureerd worden.
De omvormer kan in een energiebesparende modus worden geschakeld, zo- dat de aangesloten accu niet te snel ontlaadt.
In de parallelmodus kunnen twee tot maximaal drie omvormers (identieke modellen) tegelijkertijd worden gebruikt.
Met een afstandsbediening (toebehoren) kan de omvormer eenvoudig worden bediend.
7.1 Bedieningselementen
Bedieningselementen van de omvormer (afb. 5, pag. 4)
| Pos. Omschrijving Beschrijving | |
| 1 DIP-schakelaar Voert instellingen uit aan de omvormer(bijv. netspanning, netfrequentie, energiebesparende modus) | |
| 2 LED Zie hoofdstuk „Bedrijfsindicaties” oppagina 145 | |
| 3 Hoofdschakelaar„ON/OFF/REMOTE” | Schakelt het toestel in, uit of in de modus met de afstandsbediening (toebehoren) |
| 4 Zekering Beveiligt de omvormer tegen overbelasting.De zekering kan weer worden ingedrukt,nadat deze is uitgevallen. | |
| 58 Aardingsschroef Plaatst of verwijdert de aardleiding | |
7.2 Aansluitingen
Aansluitingen van de omvormer (afb. 5, pag. 4)
| Pos. Omschrijving Beschrijving | ||||||||
| 6 AC Input 230-V~ -ingangsbus | ||||||||
| 7 AC Output 230-V~ -uitgangsbus | ||||||||
| 8 Massaklem Aarding aan de carrosserie van het voertuig | ||||||||
| 9 | P | O | S | + | P | I | u | s |
| 10 CAN1- en CAN2-poort CAN-BUS-aansluitingen | ||||||||
| 11 Groene klem | Instelling van afstandsbedie-ning en parallelmodus | |||||||
| 12 RS232-interface, REMOTE-poort | Aansluiting van een PC via een seriële RS232-interface of aansluiting van de afstands-bediening MCR-7, MCR-9 | |||||||
| 13 NEG- | Min-klem | |||||||
| 14 LCM | Aansluiting voor afstandsbe-diening | |||||||
8 Omvormer monteren
8.1 Benodigd gereedschap
Voor de elektrische aansluiting heeft u de volgende hulpmiddelen nodig:
- krimptang
- 3 flexibele aansluitkabels in verschillende kleuren. De vereiste diameter kunt u vinden in de tabel in het hoofdstuk „Omvormer aansluiten” op pagina 139.
- Kabelschoenen en adereindhulzen
Voor de bevestiging van de omvormer heeft u de volgende hulpmiddelen nodig:
- machineschroeven (M4) met onderlegschijven en zelfborgende moeren of
- plaat- resp. houtschroeven.
8.2 Montage-instructies
Neem bij de keuze van de montageplaats de onderstaande instructies in acht.
- De omvormer kan horizontaal en verticaal worden gemonteerd.
- De omvormer moet op een plaats worden ingebouwd die beschermd is tegen vocht.
- De omvormer mag niet in omgevingen met ontvlambare materialen worden ingebouwd.
- De omvormer mag niet in stoffige omgevingen worden ingebouwd.
- De montageplaats moet goed geventileerd zijn. Bij installaties in gesloten, kleine ruimtes moet er ventilatie mogelijk zijn. De vrije minimumafstand om de omvormer moet minimaal 25 cm bedragen (afb. 2, pag. 3).
-
De luchtinlaat aan de onderkant resp. de luchtuitlaat aan de achterkant van de omvormer moeten vrij blijven.
-
Bij omgevingstemperaturen boven 50 °C (bijv. in motor- of verwarmingsruimtes, directe zonnestraling), kan door de zelfverwarming van de omvormer bij belasting een automatische uitschakeling optreden.
- Het montagevlak moet vlak zijn en voldoende stevigheid bieden.

LET OP!
Controleer voor het boren of er geen elektrische kabels of andere delen van het voertuig door boren, zagen en vijlen beschadigd kunnen raken.
8.3 Omvormer monteren
Houd de omvormer op de door u gekozen montageplaats en markeer de bevestigingspunten (afb. 3 A, pagina 4).
▶ Bevestig de omvormer door middel van de door u gekozen bevestigingsmethode (afb. 3 B, pagina 4).
9 Omvormer aansluiten
9.1 Algemene instructies

WAARSCHUWING!
- De aansluiting van de omvormer mag alleen door hiervoor opgeleide vakmensen worden uitgevoerd. De volgende informatie is bestemd voor vakmensen die bekend zijn met de betreffende richtlijnen en veiligheidsmaatregelen.
- Bij voertuigen waarbij de pluspool van de accu met het chassis is verbonden, mag de omvormer niet worden gebruikt.
-
Als u geen zekering in de plusleiding van de accu plaatst, kunnen de leidingen overbelast raken. Dit kan brand tot gevolg hebben.
-
De omvormer moet bij installaties in voertuigen of boten met het chassis resp. met massa verbonden zijn.
- Houd u bij de opbouw van een distributiekring via het stopcontact (netopbouw) aan de geldende voorschriften.
- Gebruik uitsluitend koperkabels.
● Houd de kabels zo kort mogelijk (< 1 m).
- Houd u aan de vereiste kabeldiameter en plaats een kabelzekering (afb. 4 3, pagina 4) zo dicht mogelijk bij de accu in de plusleiding (zie tabel).
| Toestel Vereiste kabeldiameter | Kabelzekering (afb. 4 3, pagina 4) |
| MSI2312T 70 mm ^2 350 A | |
| MSI2324T 50 mm ^2 175 A | |
| MSI3512T 95 mm ^2 400 A | |
| MSI3524T 70 mm ^2 200 A |
9.2 Omvormer op accu aansluiten

LET OP!
Zorg ervoor dat de polariteit niet wordt verwisseld. Verkeerde polariteit kan de omvormer beschadigen.

INSTRUCTIE
Draai de schroeven of moeren vast met een aanhaalmoment van max. 15 Nm. Losse verbindingen kunnen tot oververhittingen leiden.
Zet de hoofdschakelaar (afb. 5 3, pagina 4) op „OFF”.
Draai de schroef (afb. 4 1, pagina 4) los uit de rode plus-klem (afb. 4 2, pagina 4).
▶ Schuif de kabelschoen (afb. 4 2, pagina 4) van de plus-kabel in de rode plus-klem en bevestig deze met de schroef.
▶Sluit de min-kabel op dezelfde manier aan op de zwarte min-klem (afb. 4 4, pagina 4).
Leg de plus-kabel van de omvormer naar de plus-pool van de voertuig-accu en sluit deze daar aan.
Leg de min-kabel van de omvormer naar de min-pool van de voertuig-accu en sluit deze daar aan. Er kan een kleine vonk ontstaan, als de condensatoren in de omvormer zijn opgeladen.
▶ Sluit de massaklem (afb. 5 8, pagina 4) aan op de carrosserie van het voertuig.
9.3 230-V-voedingsleiding aansluiten
▶ Steek de 230-V\~-aansluitkabel met geaarde stekker (afb. 1 3, pagina 3) in de 230-V\~-ingangsbus (afb. 5 6, pagina 4).
▶Sluit de geaarde stekker aan op het 230-V-wisselstroomnet.
9.4 230-V-uitgangsleiding aansluiten

WAARSCHUWING!
Zorg er voor het aansluiten van de 230-V\~ -uitgangsleiding voor dat de omvormer met de hoofdschakelaar is uitgeschakeld.
▶ Steek de 230-V\~-aansluitkabel met geaarde koppeling (afb. 1 2, pagina 3) in de 230-V\~-uitgangsbus (afb. 5 7, pagina 4).
9.5 Meerdere verbruikers aansluiten
Het toestel is in de afleveringstoestand uitgerust met een galvanische scheiding. Voor een veilige werking van meerdere verbruikers is het beslist noodzakelijk dat in het verdeeldooscircuit een veiligheidsschakelaar (FI-schakelaar) wordt ingebouwd, zie voorbeeld-schakelschema in afb. 6, pag. 5.
Legenda bij het voorbeeld-schakelschema:
| Pos. in afb. 6, Verklaring pag. 5 |
| 1 230-V~ -spanningsbron |
| 2 Meer toestellen, zoals acculader, koelkast |
| 3 DC-spanningsbron (accu) |
| 4 O m v o r m e r |
| 5 Aardleiding aangebracht (afleveringstoestand: niet aange-bracht, gestippeld weergegeven) |
| 6 Veiligheidsschakelaar (FI-schakelaar) |
| 7 Verdeeldooscircuit voor verbruikers |

WAARSCHUWING! Levensgevaar door stroomschok!
Als u meer dan één verbruiker aan de omvormer wilt aansluiten en hiervoor een verdeeldooscircuit bouwt, dient u een veiligheids-schakelaar (FI-schakelaar) te gebruiken en de aardleiding in de omvormer aan te brengen.
▶ Monteer een FI-schakelaar in het circuit met verdeeldoos.
9.6 Aardleiding aanbrengen (afb. 5 5, pagina 4)
▶Schroef de aardschroef uit het onderste boorgat.
▶Schroef de aardschroef in het bovenste boorgat.
9.7 Afstandsbediening MCR-7 of MCR-9 (toebehoren) aansluiten

LET OP!
- Steek de aansluiting voor de afstandsbediening alleen in de remote-poort. Door verkeerd aansluiten kan het toestel beschadigd raken.
- Zorg ervoor dat afstandsbediening en omvormer met dezelfde ingangsspanning worden gevoed.
- Neem de gebruiksaanwijzing van de afstandsbediening in acht.
▶Sluit de afstandsbediening (toebehoren) aan op de remote-poort (afb. 5 12, pagina 4).
9.8 Externe schakelaar voor het in- en uitschakelen aansluiten

INSTRUCTIE
Gebruik kabels met een kabeldiameter van 0,25 – 0,75 mm ^2 .
Als externe schakelaar kunt u het volgende gebruiken:
- externe schakelaar, spanningsvoorziening uit de omvormer: afb. 8, pag. 6
-
stuureenheid met relais- of transistorschakeling (TR): afb. 9, pag. 6
-
externe schakelaar met spanningsvoorziening via de accu (BAT) van het voertuig: afb. 10, pag. 6
- externe schakelaar met eigen spanningsvoorziening (DC POWER), bijv. door de ontsteking: afb. 11, pag. 6
Zet de hoofdschakelaar (afb. 5 3, pagina 4) op „OFF” en zorg ervoor dat de aansluiting voor de afstandsbediening (afb. 5 12, pagina 4) niet bezet is.
Zet de hoofdschakelaar (afb. 5 3, pagina 4) op „REMOTE”.
▶Sluit de externe aan-/uitschakelaar met de aansluitkabel aan op de groe-ne klem (afb. 5 11, pagina 4).
9.9 Parallelmodus aansluiten

LET OP!
- Gebruik voor de aansluiting op de klemmen voor de parallelmodus kabels met een kabeldiameter van 0,25 – 0,75 mm ^2 .
- De parallelmodus kan alleen bij identieke modellen (dezelfde artikelnummers) worden ingesteld.
- Er kunnen maximaal drie omvormers parallel worden gebruikt.
- De parallel gebruikte omvormers moeten dezelfde instellingen voor netspanning en netfrequentie hebben (zie hoofdstuk „Omvormer instellen” op pagina 146.
Zet de hoofdschakelaar (afb. 5 3, pagina 4) op „OFF”.
▶ Sluit de omvormers volgens het voorbeeld-schakelschema aan (afb. 12, pag. 7).
Let er met name op dat de bruggen voor de parallelmodus juist geplaatst zijn:
- brug (afb. 12 1, pagina 7) bij omvormer A verwijderd, bij omvormer B en C geplaatst.

INSTRUCTIE
De eerste omvormer die na installatie van de parallelmodus wordt ingeschakeld, is de master.
9.10 Pin-indelingen

INSTRUCTIE
Houd de kabellengtes zo kort mogelijk (<10 m), zodat er geen verliezen optreden bij de signaaloverdracht.
De pins van de RS232-poort zijn als volgt ingedeeld:
| Omvormer Computer | |||
| Pin Beschrijving | Beschrijving | Pin | |
| 1 Vrij Vrij 1 | |||
| 2 | G | N | D |
| 3 | R | X | D |
| 4 | T | X | D |
| 5 Vrij Vrij | |||
| 6 Vrij Vrij | |||
De pins van de aansluiting voor afstandsbediening zijn als volgt ingedeeld:
| Omvormer | Afstandsbediening | |
| Pin Beschrijving | Pin | |
| 1 | CANH | 1 |
| 2 | CANL | 2 |
| 3 | PON | 3 |
| 4 | VCC- | 4 |
| 5 | VCC+ | 5 |
| 6 | DIS | 6 |
| 7 | 5VS- | 7 |
| 8 | 5VS+ | 8 |
10 Omvormer gebruiken
10.1 Omvormer inschakelen
Zet de hoofdschakelaar (afb. 5 3, pagina 4) van de omvormer in schakelaarstand „ON”.
Om uit te schakelen, zet u de aan/uit-schakelaar op „OFF”.
▶De omvormer voert een zelfdiagnose uit.
Tijdens de zelfdiagnose komen uit de interne luidspreker tonen en de LED knippert.
√ Als de zelfdiagnose is geslaagd, brandt de LED groen (afb. 5 2, pagina 4).
10.2 Bedrijfsindicaties
De LED (afb. 5 2, pagina 4) geeft de bedrijfstoestand van de omvormer aan.
Indicatie Ingangsspanning
| Groen, continu branden Normaal bedrijf | |
| Groen, langzaam knipperen Energiespaarmodus | |
| Oranje, snel knipperen Ingangsspanning te hoog | |
| Oranje, langzaam knipperen Ingangsspanning te laag | |
| Rood, dubbelknipperen Omvormer oververhit | |
| Rood, snel knipperen Overspanning | |
| Rood, langzaam knipperen Onderspanning | |
| Rood, continu branden | Overbelasting |
| Rood, langzaam knipperen + dubbelknipperen | Ventilatorfout |
De omvormer schakelt uit, als
- de accuspanning onder 10 V (12 V---aansluiting) resp. 20 V (24 V---aansluiting) daalt,
- de accuspanning boven 16 V (12 V---aansluiting) resp. 32 V (24 V---aansluiting) stijgt,
- de omvormer oververhit wordt.
▶ Schakel de omvormer in dit geval met de hoofdschakelaar (afb. 5 3, pagina 4) uit.
▶Controleer of de omvormer voldoende geventileerd wordt en of de ventilatoropeningen en ventilatiesleuven vrij zijn.
Wacht ca. 5 – 10 min. en schakel de omvormer zonder verbruiker weer in.
Bij het gebruik van de omvormer gedurende langere tijd en met maximale belasting adviseren wij de motor te starten om de accu van het voertuig op-nieuw op te laden.
10.3 Omvormer instellen
U kunt het toestel met behulp van de DIP-schakelaar (afb. 5 1, pagina 4) aanpassen.
Netspanning instellen
Met de DIP-schakelaars S1 en S2 kunt u de netspanning instellen.
| DIP-schakelaar | |
| Netspanning S1 S2 | |
| 200 V Uit Uit | |
| 220 V Aan Uit | |
| 230 V Uit Aan | |
| 240 V Aan Aan |
Netfrequentie instellen

WAARSCHUWING! Levensgevaar door stroomschok!
Verstel DIP-schakelaar S3 alleen, als de betreffende frequentie voor de uitgangsspanning moet worden gebruikt.
Met DIP-schakelaar S3 kunt u de netfrequentie instellen.
| DIP-schakelaar | |
| Netfrequentie S3 | |
| 50 Hz Uit | |
| 60 Hz Aan | |
Energiebesparende modus instellen
Met de DIP-schakelaars S4, S5 en S6 kunt u de energiebesparende modus instellen. Daardoor wordt de accu, waarop u de omvormer aansluit, niet zo snel ontladen.
De omvormer werkt dan in de energiebesparende modus, zolang het vereiste vermogen onder de ingestelde vermogenswaarde ligt. Als het benodigde vermogen boven de ingestelde vermogenswaarde ligt, werkt de omvormer in normaal bedrijf.
De waarden die u voor uw omvormer moet instellen, vindt u in de volgende tabel:
| Energiebesparende modus | DIP-schakelaar |
| S4 S5 S6 | |
| Uit Uit Uit Uit | |
| 2% Aan Uit Uit | |
| 3% Uit Aan Uit | |
| 4% Aan Aan Uit | |
| 5% Uit Uit Aan | |
| 6% Aan Uit Aan | |
| 7% Uit Aan Aan | |
| 8% Aan Aan Aan |
Instellingen vastleggen
Met DIP-schakelaar S8 kunt u vastleggen of de instelling van de parameters via de aansluiting voor afstandsbediening of via de DIP-schakelaars moet plaatsvinden.
| Parameter S8 | DIP-schakelaar |
| Aansluiting voor afstandsbediening | Uit |
| DIP-schakelaar | Aan |
11 Omvormer onderhouden en reinigen

LET OP!
Geen scherpe of harde voorwerpen of reinigingsmiddelen bij het reinigen gebruiken. Dit kan het product beschadigen.
▶Reinig het product af en toe met een vochtige doek.
12 Verhelpen van storingen

WAARSCHUWING!
Open het toestel niet. Er bestaat gevaar voor een elektrische schok!

INSTRUCTIE
Bij gedetailleerde vragen over de gegevens van de omvormer kunt u contact opnemen met de fabrikant (adressen, zie achterzijde van de handleiding).
De LED (afb. 5 2, pagina 4) geeft in rood de storing aan:
| LED-indicatie Oorzaak Oplossing | |
| Snel knipperen Te hoge ingangsspanning Controleer de ingangsspanning en verlaag deze. | |
| Langzaam knipperen Te lage ingangsspanning De accu moet worden opgeladen. | |
| Controleer de leidingen en verbindingen. | |
| Periodiek knipperen Thermische overbelasting Schakel de omvormer en de verbruiker uit. | |
| Wacht ca. 5 – 10 minuten en schakel de omvormer zonder verbruiker weer in. | |
| Verminder de belasting en zorg voor een betere ventilatie van de omvormer. Schakel daarna de verbruiker weer in. | |
LED-indicatie Oorzaak Oplossing
| Continu branden Kortsluiting of verkeerde polingTe hoge belasting | Schakel de omvormer uit en verwijder de verbruiker.Schakel de omvormer zonder verbruiker weer in. Als er nu geen te hoge belasting meer wordt aangegeven, is er sprake van kortsluiting bij de verbruiker of de volledige belasting was hoger dan het vermogen dat in het gegevensblad stond. De toestelzekering moet, nadat die bij overstroom is uitgevallen, handmatig weer worden ingedrukt.Controleer de leidingen en verbindingen. |
13 Garantie
De wettelijke garantieperiode is van toepassing. Als het product defect is, wendt u zich tot het filiaal van de fabrikant in uw land (adressen zie achterkant van de handleiding) of tot uw speciaalzaak.
Voor de afhandeling van de reparatie of garantie dient u de volgende documenten mee te sturen:
- een kopie van de factuur met datum van aankoop,
- reden van de klacht of een beschrijving van de storing.
14 Afvoer
▶Laat het verpakkingsmateriaal indien mogelijk recyclen.

Als u het product definitief buiten bedrijf stelt, informeer dan bij het dichtstbijzijnde recyclingcentrum of uw speciaalzaak naar de betreffende afvoervoorschriften.
| MSI2312T MSI2324T MSI3512T MSI3524T | ||||
| Artikelnr.: 9102600119 9102600120 9102600121 9102600122 | ||||
| Nominale ingangsspanning: | 12 V--- | 24 V--- | 12 V--- | 24 V--- |
| Uitgangsspanning bij 25 °C voor 10 min: | 2300 W 3500 W | |||
| Piekuitgangsvermogen: 4000 W 6000 W | ||||
| Uitgangsspanning: | 200 – 240 V~ zuivere sinusgolf (THD < 3%) | |||
| Uitgangsfrequentie: 50 of 60 Hz | ||||
| Stroomverbruik bij nullast: 3,1 A 1,5 A 2,7 A 1,3 A | ||||
| Stroomverbruik in stand-by | 1,1 A 0,7 A | 1,1 A 0,7 A | ||
| Ingangsspanningsbereik: | 10,5 V – 16 V | 21 V – 32 V | 10,5 V – 16 V | 21 V – 32 V |
| Rendement tot: | 92 % | 92 % | 92 % | 92 % |
| Omgevingstemperatuur bedrijf: | -20 °C tot 50 °C | |||
| Omgevingstemperatuur opslag: | -30 °C tot +70 °C | |||
| Afmetingen b x d x h: | 283 x 436 x 128,4 mmzie afb. 13, pag. 8 | 283 x 496 x 128,4 mmzie afb. 13, pag. 8 | ||
| Gewicht: | 7,5 kg | 9 kg | ||
Overspanningsbeveiliging
| Toestel | Overspannings-waarschuwing | Overspanning | |
| Uitschakeling Herstart | |||
| MSI2312T, MSI3512T 15,5 V | 16 V 15 V | ||
| MSI2324T, MSI3524T 31 V 32 V 30 V | |||
Onderspanningsbeveiliging
| Toestel | Onderspannings-waarschuwing | Onderspanning | |
| Uitschakeling Herstart | |||
| MSI2312T, MSI3512T 10,5 V | 10 V 12 V | ||
| MSI2324T, MSI3524T 21,5 V | 20 V 25 V | ||
Certificaten
Het toestel heeft het E13-certificaat.


Conform de EMC-richtlijn 2004/108/EG inclusief 2009/19/EG en laagspanningsrichtlijn 2006/95/EG
IEC61558-1
IEC61558-2-16
EN55014-1
EN55014-2
EN61000-3-2
EN61000-3-3
Uitgangsspanning afhankelijk van omgevingstemperatuur en ingangs-spanning
