Snow Blizzard - Sneeuwblazer STIGA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Snow Blizzard STIGA in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - Snow Blizzard STIGA
Gebruikersvragen over Snow Blizzard STIGA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Sneeuwblazer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Snow Blizzard - STIGA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Snow Blizzard van het merk STIGA.
GEBRUIKSAANWIJZING Snow Blizzard STIGA
GEBRUIKSAANWIJZING NL ... 47
MODE D'EMPLOI FR... 54
INSTRUCCIONES DE USO ES... 61
ISTRUZIONI PER L'USO IT .... 68
INSTRUKCJA OBSŁUGI PL ... 75
Korrekt elektrodeafstand: 0,7 - 0,8 mm.
6.4 KARBURATOR
Op de machine vindt u de volgende symbolen om u eraan te herinneren dat tijdens het gebruik voorzichtigheid en oplettendheid geboden zijn.
Betekenis van de symbolen:

Lees de gebruiksaanwijzing voordat u de machine gaat gebruiken.
Gevaar - draaiende vijzel. Houd uw handen uit de uitvocrpijp.
Gevaar - draaiende ventilator.
Houd uw handen en voeten uit de buurt van draaiende onderdelen.
Houd omstanders op een veilige afstand van de machine.
Richt de uitvoerpijp nooit op omstanders.
Haal de contactsleutel uit de machine voordat u met de werkzaamheden aan de machine begint.
Kans op brandwonden.
Draag altijd gehoorbescherming.
Kans op giftige dampen.
Brandgevaar.
2 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
2.1 ALGEMEEN
- Lees deze instructies zorgvuldig door. Zorg dat u bekend bent met de werking van alle bedieningsmechanismen en het juiste gebruik van de machine.
- Laat kinderen of anderen die niet op de hoogte zijn van deze instructies de sneeuwfrees niet gebruiken. In gemeentelijke verordeningen kunnen beperkingen worden aangegeven voor de leeftijd van de bestuurder.
- Gebruik de machine nooit wanneer anderen, met name kinderen of dieren, in de buurt zijn.
- De bestuurder is aansprakelijk voor ongelukken bij anderen of schade aan het eigendom van anderen.
- Zorg dat u niet struikelt of valt, vooral bij het achteruit bewegen van de machine.
- Gebruik de sneeuwfrees niet wanneer u onder invloed bent van alcohol of geneesmiddelen of als u vermoeid of ziek bent.
2.2 VOORBEREIDING
- Controleer het werkgebied van de sneeuwfrees en verwijder losse of vreemde voorwerpen.
- Schakel alle bedieningselementen uit voordat u de motor start.
-
Gebruik de sneeuwfrees alleen als u geschikte werkkleding draagt. Draag schoenen die een goede grip op de gladde ondergrond hebben.
-
Waarschuwing - benzine is uiterst brandbaar.
a. Bewaar benzine altijd in een verpakking die daarvoor speciaal is bedoeld.
b. U mag de machine alleen buiten met benzine bijvullen. Rook nooit wanneer u de machine met benzine bijvult.
c. Vul de machine met benzine voordat u de motor start. Verwijder de vuldop nooit en vul de machine nooit met benzine als de motor loopt of nog warm is.
d. Draai de vuldop stevig vast en veeg gemorste benzine weg.
- Pas de hoogte van de vijzelbehuizing aan zodat deze boven grindpaden uitsteekt.
- Stel de machine nooit opnieuw af als de motor loopt (tenzij anders aangegeven in de instructies).
- Laat de sneeuwfrees wennen aan de buitentemperatuur voordat u deze in gebruik neemt.
- Draag tijdens onderhoud en service altijd een veiligheidsbril of een vizier.
2.3 GEBRUIK
- Blijf met uw handen en voeten uit de buurt van draaiende onderdelen. Vermijd contact met de opening van de uitvoerpijp.
- Gebruik de sneeuwfrees uitsluitend voor het ruimen van sneeuw.
- Wees voorzichtig bij het rijden op of oversteken van grindpaden, trottoirs en wegen. Wees bedacht op verborgen gevaren en het verkeer.
- Richt de uitvoerpijp nooit op de openbare weg of het verkeer.
- Als de sneeuwfrees op een vreemd voorwerp stoot, stopt u de motor, haalt u de bougickabel los en controlcert u de machine op beschadigingen. Herstel de schade voordat u de machine weer gaat gebruiken.
- Als de machine abnormaal gaat trillen, stopt u de motor en gaat u op zock naar de oorzaak. Trillen duidt doorgaans op een probleem.
- Stop de motor en haal de bougiekabel los: a. als de machine in plaats van in de rijrichting een bepaalde kant op trekt. b. als de vijzelbehuizing of de uitvoerpijp blokkeert en gereinigd moet worden.
c. voordat u reparaties of aanpassingen gaat uitvoeren.
- Zorg dat alle draaiende onderdelen zijn gestopt en de bedieningselementen zijn uitgeschakeld voordat u de machine gaat schoonmaken, repareren of inspecteren.
- Voordat de machine onbeheerd wordt achtergelaten, moeten alle bedieningselementen worden uitgezet, de versnelling in de neutraal worden gezet, de motor worden gestopt en de contactsleutel worden verwijderd.
- Laat de motor nooit binnenshuis draaien, behalve bij het in- en uitrijden van de stalplaats. Zorg er altijd voor dat de deur van de stalplaats geopend is. Uitlaatgassen zijn giftig.
- Rijd nooit dwars over een helling. Rijd van boven naar beneden en van beneden naar boven. Wees voorzichtig bij het veranderen van richting op een helling. Vermijd steile hellingen.
- Gebruik de machine nooit met te weinig bescherming of zonder dat de veiligheidsmechanismen zijn geplaatst.
- U mag bestaande veiligheidsmechanismen niet losmaken of uitschakelen.
- Verander de instelling van de regelaar van de motor niet en laat de motor niet op een te hoog toerental draaien. Bij hoge toerentallen van de motor neemt de kans op letsel toe.
- Gebruik de sneeuwfrees nooit in de buurt van hekken, auto's, ruiten, hellingen enz. zonder dat de blaasinrichting van de uitvocrpijp correct is afgesteld.
- Houd kinderen uit de buurt van het werkgebied. Zorg dat een andere volwassene op de kinderen let.
- Overbelast de machine niet door er te snel mee te rijden.
- Wees altijd voorzichtig bij het achteruit bewegen. Kijk achter u voordat en terwijl u achteruit beweegt, om te controleren of er geen obstakels aanwezig zijn.
- Richt de uitvoerpijp nooit op omstanders. Laat niemand voor de machine staan.
- Ontkoppel de vijzel als u de snceuwfrees gaat vervocren of als deze niet in gebruik is. Rijd niet te snel op een gladde ondergrond tijdens het vervoer.
- Gebruik alleen accessoires die zijn goedgekeurd door de fabrikant van de machine.
- Gebruik de sneeuwfrees niet bij slecht zicht of zonder goede verlichting.
- Zorg altijd voor een goede balans en een goede grip op de handgreep.
- Raak nooit motoronderdelen aan omdat die tijdens het gebruik heet worden. Er bestaat een gevaar voor brandwonden.
2.4 ONDERHOUD EN STALLING
- Zet alle schroeven en moeren zo vast dat de machine veilig kan worden gebruikt. Loop alle bouten regelmatig na.
- Gebruik altijd originele reserveonderdelen. Niet-originele reserveonderdelen kunnen verwondingen veroorzaken, ook al passen ze in de machine.
- Stal de machine nooit met benzine in de tank in gebouwen waar de dampen in aanraking kunnen komen met open vuur of vonken.
- Laat de motor afkoelen voordat u de machine stalt.
- Raadpleeg de aanbevelingen in de instructies voordat u de machine voor langere tijd stalt.
- Vervang beschadigde waarschuwings- en instructiestickers.
- Laat de motor na gebruik een aantal minuten doorlopen met aangekoppelde vijzel. Dit voorkomt dat de vijzel vastvriest.
3 MONTAGE
Opmerking: De instructies over de linker- en rechterkant gaan uit van de startpositie achter de sneeuwfrees.
3.1 INHOUD - BUITENVERPAKKING
De verpakking bevat:
- Eén sneeuwfrees
- Eén instelhendel
- Versnellingshendel
- Eén uitvoerpijp
- Eén setje met instructies
- Eén montagekit
Daarnaast wordt meegeleverd:
- Gereedschap voor het legen van de uitvoerpijp (15 in fig. 8)
- Extra rembouten als reserve
3.2 UITPAKKEN
- Haal alle losse onderdelen uit de verpakking.
- Snijd de vier hoeken los en laat de zijkanten van de verpakking neervallen.
- Haal de schroeven (B) los waarmee de geleiders vastzitten aan de ophanging. Zie fig. 1. (Alleen voor sommige modellen.)
- Rol de sneeuwfrees uit de verpakking.
- Snijd de plastic tape door waarmee de bedrading aan de onderkant van de handgreep bijeen wordt gehouden.
- Haal de borgmoeren in de bovenste gaten los, maar verwijder ze niet.
- Klap het bovenste deel van de handgreep omhoog. LET OP! Let erop dat de bedrading niet vast komt te zitten.
- Plaats schroeven van buitenaf in de onderste gaten en monteer de volgende onderdelen:
A Schroeven
D Borgmoer - Haal de vier moeren aan.
3.4 INSTELHENDEL, ZIE FIG. 3
- Verwijder de sluitpen (12).
- Plaats de as (15) in de bus (16) in het kniegewricht.
- Zet het gewricht vast met behulp van de sluitpen (12).
- Controleer de uitvoerpijp door deze in beide richtingen volledig te draaien. De uitvoerpijp moet vrij kunnen ronddraaien.
3.5 UITVOERPIJP, ZIE FIG. 4
- Draai de instelhendel linksom totdat deze niet verder wil.
- Plaats de uitvoerpijp (2) met een hoek van 90 graden links op de flens, zodat de gaten tegenover elkaar liggen.
- Monteer de vier moeren en bouten.
- Stevig vastdraaien.
- Controleer de uitvoerpijp door deze in beide richtingen volledig te draaien. De uitvoerpijp moet vrij kunnen ronddraaien.
3.6 CONTROLEREN VAN DE BEDRADINGEN
Het kan zijn dat de bedrading moet worden aangepast voordat de sneeuwfrees voor het eerst gebruikt wordt. Zie AANPASSEN BEDRADING hieronder.
3.7 BANDENSPANNING
Controleer de bandenspanning. De juiste waarden zijn: 1,0 - 1,2 bar.
4 BEDIENINGSELEMENTEN
Zie fig. 8-11.
4.1 CHOKE (2)
Te gebruiken bij het starten van een koude motor:

-
De choke is open
-
De choke is gesloten (voor koude start)
4.2 BRANDSTOFINSPUITING (3)

Door op de rubberen knop voor brandstofinspuiting te drukken, wordt er brandstof in de slang naar de carburatcur gespoten en wordt het starten van een koude gemakkelijker.
4.3 CONTACTSLEUTEL (4)
Moet volledig worden ingestoken om de motor te kunnen starten. Draai de sleutel niet!

-
Sleutel volledig ingestoken - motor kan starten.
-
Sleutel verwijderd – motor kan niet starten.
4.4 STARTHENDEL (5)
Handmatige start met een terugrollend koord
4.5 PEILSTOK (6)

Voor het bijvullen en controleren van het oliepeil in de motor. De peilstok heeft markeringen op twee niveaus:
FULL = oliepeil maximaal
ADD = oliepeil minimaal
4.6 VULDOP (7)

a. Voor het bijvullen van benzine.
4.7 OLIEAFTAPPLUG (8)
Voor het aftappen van oude motorolie tijdens het verversen van de olie.
4.8 STARTKNOP - ELEKTRISCHE START (9)
Activeert de elektrische startmotor.
4.9 STROOMKABEL - ELEKTRISCHE START (10)
Voor het leveren van vermogen aan de startmotor. Sluit de kabel via een geaard verlengsnoer aan op een geaard stopcontact van 220/230 volt. Het is verstandig om een geaarde stroomonderbreker te gebruiken.
4.10 VERSNELLINGSHENDEL (11)
De machine heeft 6 versnellingen vooruit en 2 versnellingen achteruit om de snelheid te regelen.
Als de koppelingshendel is ingedrukt, mag de versnel- lingshendel niet worden verplaatst.
4.11 KOPPELINGSHENDEL - RIJDEN (12)

Stuurt de wielen aan in de versnelling en als de hendel richting de handgreep wordt geduwd.
Zit aan de linkerkant van de handgreep.
4.12 KOPPELINGSHENDEL - VIJZEL (13)

Schakelt de vijzel en de ventilator in als de hendel richting de handgreep wordt geduwd.
Zit aan de rechterkant van de handgreep.
4.13 BEDIENING MET ÉÉN HAND
De machine is voorzien van een bediening met één hand. Dat betekent dat als de koppelingshendel van de vijzel is geactiveerd, de koppelingshendel voor rijden wordt geblokkeerd.
Zo gaat u te werk:
- Start de motor.
- Duw de koppelingshendel van de vijzel en de koppelingshendel voor rijden in.
- Als u nu uw hand van de koppelingshendel rijden haalt, blijft deze geactiveerd.
4.14 BLAASINRICHTING (14)
Haal de vleugelmoer los en stel de hoogte van de blaasinrichting in (fig. 9).
Lage positie – kleine uitwerpafstand.
Hoge positie – grote uitwerpafstand.
4.15 INSTELHENDEL (17)
Verandert de richting van de uitgeworpen sneeuw.

- De hendel rechtsom draaien – de uitworp draait naar rechts.

- De hendel linksom draaien – de uitworp draait naar links.
4.16 GELEIDERS (16)
Worden gebruikt om de hoogte van de vijzelbehuizing boven de grond in te stellen.
4.17 KOPLAMP (18)
De koplamp is altijd aan als de motor draait.
4.18 GEREEDSCHAP VOOR HET LEGEN VAN DE UITVOERPIJP (15)
Het gereedschap voor het legen van de uitvoerpijp bevindt zich in een houder op de vijzelbechuizing. Dit gereedschap moet altijd worden gebruikt bij het schoonmaken van de uitvoerpijp en de vijzel.

Zet de motor altijd uit voordat u de uitvoerpijp gaat legen.

Haal de uitvoerpijp nooit met de hand leeg. Kans op ernstig letsel.

Gebruik altijd het meegeleverde gereedschap voor het legen van de uitvoerpijp.
5 DE SNEEUWFREES GEBRUIKEN
5.1 ALGEMEEN
Start de motor pas als alle onder MONTAGE beschreven maatregelen zijn uitgevoerd.

Gebruik de sneeuwfrees niet voordat u de instructies en alle waarschuwings- en instructiestickers op de machine hebt gelezen en begrepen.

Draag tijdens onderhoud en service altijd een veiligheidsbril of een vizier.
5.2 VOOR HET STARTEN
Controleer vóór gebruik de motorolie.

Start de motor niet voordat de olie voldoende is bijgevuld. Zonder olie kan de motor ernstig beschadigd raken.
- Zet de machine op een vlakke ondergrond.
- Haal de peilstok (6) uit het reservoir en lees het oliepeil af. Zic fig. 11.
- Het oliepeil moet tussen de markeringen "ADD" en "FULL" liggen.
- Vul de olie indien nodig bij tot de markering FULL. Zie fig. 11.
- Gebruik een hoogwaardige olie aangeduid met A.P.I service SF, SG of SH. Gebruik SAE 5W30-olie. Gebruik SAE 10W30-olie voor temperaturen onder -18 °C. Gebruik geen SAE 10W40.
5.3 DE BENZINETANK VULLEN
Gebruik altijd loodvrije benzine. Voeg nooit mengsmering voor tweetaktmotoren aan de benzine toe.
LET OP! Denk erom dat normale loodvrije benzine beperkt houdbaar is. Koop niet meer benzine dan u binnen 30 dagen gebruikt.
U kunt ook milieuvriendelijke benzine gebruiken, d.w.z. gealkyleerde benzine. Dit type benzine heeft een samenstelling die minder schadelijk is voor mens en milieu.

Benzine is uiterst brandbaar. Bewaar brandstof altijd in een speciaal daarvoor bestemde tank.

Bewaar de benzine op een koele, goed geventileerde plaats - niet in huis. Bewaar de benzine buiten het bereik van kinderen.

Vul alleen buitenshuis benzine bij en rook niet tijdens het bijvullen. Vul de tank voordat u de motor start. Verwijder de vuldop nooit en vul de machine nooit met benzine als de motor loopt of nog warm is.
Vul de benzinetank niet helemaal tot aan de rand. Draai na het vullen de vuldop stevig vast en veeg gemorste benzine weg.
5.4 DE MOTOR STARTEN (ZONDER ELEKTRISCHE START)
- Zorg ervoor dat de koppelingshendels voor rijden en vijzel zijn uitgeschakeld. Zie 12, 13 in fig. 8.
- Plaats de contactsleutel. Let crop dat de sleutel vastklikt. Draai de sleutel niet!
- Zet de choke in positie .Lopmerking: Bij een warme motor is de choke niet nodig.
- Druk 2 of 3 keer op de rubberen knop voor brandstofinspuiting (3 in fig. 9). Zorg ervoor dat de opening is afgedekt als de knop voor brandstofinspuiting wordt ingedrukt. Opmerking: Gebruik deze functie niet als de motor warm is.
- Trek aan het startkoord totdat u een weerstand voelt. Start de motor met een korte, felle ruk aan het startkoord.
- Als de motor start, draait u de choke linksom totdat deze volledig is geopend.

Laat de machine nooit binnenshuis draaien. De uitlaatgassen bevatten koolmonoxide, een uiterst giftig gas.
- Sluit de aansluitkabel aan op een geaard verlengsnoer. Steck het verlengsnoer daarna in een geaard stopcontact van 220/230 volt.
- Zorg ervoor dat de koppelingshendels voor rijden en vijzel zijn uitgeschakeld. Zie 12, 13 in fig. 8.
-
Plaats de contactsleutel. Let erop dat de sleutel vastklikt. Draai de sleutel niet!
-
Zet de choke in positie .Opmerking: Bij een warme motor is de choke niet nodig.
-
Druk 2 of 3 keer op de rubberen knop voor brandstofinspuiting (3 in fig. 9). Zorg ervoor dat de opening is afgedekt als de knop voor brandstofinspuiting wordt ingedrukt. Opmerking: Gebruik deze functie niet als de motor warm is.
-
De motor starten:
a. Druk op de startknop om de startmotor in te schakelen.
b. Laat de startknop los als de motor start en open de choke door de hendel langzaam linksom naar positie te draaien.
c. Sluit de choke direct als de motor begint te sputteren en probeer deze vervolgens weer langzaam te openen.
d. Haal eerst het verlengsnoer uit het stopcontact. Verwijder daarna het verlengsnoer van de motor.
Opmerking: De elektrische startmotor is voorzien van een overbelastingsbeveiliging. Bij oververhitting stopt de motor automatisch. Herstarten is dan pas weer mogelijk als de motor is afgekoeld, normaal gesproken na ongeveer 5-10 minuten. -
Als de motor start, draait u de choke linksom totdat deze volledig is geopend.

Laat de machine nooit binnenshuis draaien. De uitlaatgassen bevatten koolmonoxide, een uiterst giftig gas.
5.6 VEILIGHEIDSTEST
Deze machine is uitgerust met een aantal mechanische veiligheidssystemen, die speciaal zijn ontwikkeld voor de veiligheid van de operator tijdens het gebruik van deze machine.
Na het starten en vóór het gebruiken van de machine is het van essentieel belang om de onderstaande veiligheidstest uit te voeren.
Als de machine niet naar behoren functioneert, GEBRUIKT U DEZE NIET. Neem dan voor reparatie contact op met een erkende dealer.
Vijzeltest
- Laat de motor draaien.
- Druk de vijzelhendel in zodat de vijzel begint te draaien.
- Laat de vijzelhendel los. De vijzel moet binnen 5 secon- den stoppen.
Rijtest
- Laat de motor draaien met de versnellingshendel in de eerste versnelling of de snelheidshendel op lage snelheid.
- Druk de rijhendel in zodat de machine begint te bewegen.
- Laat de rijhendel los. De machine moet stoppen.
5.7 STOPPEN
- Laat beide koppelingshendels los. Opmerking: als de sneeuwfrees blijft draaien - zie AANPASSEN BEDRA-DING hierondcr.
- Haal de contactsleutel eruit. Draai de sleutel niet!

Als u de machine onbeheerd achterlaat, moet u de motor stoppen en de contactsleutel verwijderen.
5.8 STARTEN
- Start de motor zoals hierboven. Laat de motor vóór gebruik een aantal minuten warmdraaien.
- Stel de blaasinrichting in.
- Draai de instelhendel en stel de blaasinrichting in om de sneeuw in de richting van de wind uit te werpen.
- Stel de versnellingshendel in op de gewenste positie.

Als de koppelingshendel is ingedrukt, mag de ver- snellingshendel niet worden verplaatst.
- Druk de koppelingshendel van de vijzel (13 in fig. 8) in om de ventilator van de vijzel en de uitvoer in te schakelen.

Kijk uit voor de draaiende vijzel. Houd handen, voeten, haar en losse kleding uit de buurt van de bewegende onderdelen van de machine.
- Druk de koppelingshendel van de vijzel in (12 in fig. 8). Afhankelijk van de gekozen versnelling beweegt de snccuwfrees nu vooruit of achteruit.
5.9 RIJTIPS

De demper en de omliggende onderdelen worden zeer heet als de motor draait. U kunt brandwon- den oplopen.
- Pas de snelheid altijd aan de winterse omstandigheden aan. Regel de snelheid met behulp van de versnellings-hendel in plaats van het gas.
- Snecuw kan het beste direct nadat het gevallen is worden verwijderd.
- Werp de sneeuw indien mogelijk altijd in de richting van de wind uit.
- Stel de geleiders met behulp van de schroeven (A in fig. 1) op de betreffende ondergrond in:
- Op een vlakke ondergrond, bijv. asfalt, moeten de geleiders op ongeveer 3 mm onder de sneeuwschuiver worden ingesteld.
- Op een ongelijke ondergrond, bijv. grindpaden, moeten de geleiders op ongeveer 30 mm onder de sneeuwschuiver worden ingesteld.

Stel de geleiders altijd zo in dat er geen grind of steentjes in de sneeuwfrees kunnen komen. Er is kans op letsel als deze steentjes op hoge snelheid worden uitgeworpen.
Let erop dat de geleiders aan beide kanten gelijk zijn afgesteld.
- Pas de snelheid zo aan dat de sneeuw gelijkmatig wordt uitgeworpen.

Verwijder in de uitvoerpijp opgehoopte sneeuw niet voordat:
- beide koppelingshendels zijn vrijgegeven en de motor stopt.
- de contactsleutel is verwijderd.
- Ga nooit met uw handen in de uitvoerpijp of vijzel. Gebruik altijd het meegeleverde gereedschap voor het legen van de uitvoerpijp.
5.10 NA GEBRUIK
- Controleer de machine op losse of beschadigde onderdelen. Vervang indien nodig beschadigde onderdelen.
- Haal losse schroeven en moeren aan.
- Veeg alle sneeuw van de machine.
-
Beweeg alle bedieningselementen een aantal keer heen en weer.
-
Zet de choke in positie H

Dek de machine niet af als de motor en de demper nog warm zijn.
6 ONDERHOUD
6.1 ONDERHOUDSSCHEMA
| Onderhoudsartikel | Frequentie Type | Par. | |
| Veiligheidstest Bij | elke start | 5.6 | |
| Motorolie verversen | Na 2 uur en daarna na iedere 50 uur. | SAE 5W30 - 10W40 | 6.2 |
| Aandrijfriemen, controleren | Na 2 uur en daarna ieder jaar. | 8.2 | |
| Vijzclas, smeren 10 | uur Lithiumvet | 7.2 | |
| Mechanisme voor draaicn uitvocrpijp, smeren/controleren | 10 uur 10W-olie | - | |
| Blaasinrichting, smeren | 10 uur 10W-olie | - | |
| Bedrading, smeren | 10 uur 10W-olie | - | |
| Verbindingen, smeren | 10 uur 10W-olie | - | |
| Bandenspanning, controleren | 50 uur | 3.7 | |
| Wormoverbren-ging vijzel, controleren | 50 uur Olie wor- | moverbren-ging wintergewicht | - |
| Bougie, controle-ren/vervangen | 100 uur RC124Y | C | 6.3 |
6.2 OLIE VERVERSEN
Ververs de olie de eerste keer na 2 uur gebruik en daarna om de 25 werkuren of één keer per seizoen. Ververs de olie bij een warme motor.

Direct na het stoppen van de machine kan de motorolie erg heet zijn. Laat de motor daarom een paar minuten afkoelen voordat u de olie aftapt.
- Laat de sneeuwfrees iets naar rechts overhellen, zodat de olicaftapplug het laagste punt van de motor vormt.
- Schroef de olieaftapplug los.
- Laat de olie in een opvangbak lopen.
- Schroef de olieaftapplug weer vast.
- Vul nieuwe olie bij: zie VOOR HET STARTEN hierboven voor het geschikte type.
Hoeveelheid olie in het carter: 0,8 liter
6.3 BOUGIE
Controleer de bougie één keer per jaar of na iedere honderd gebruiksuren.
Reinig of vervang de bougie als de elektroden zijn verbrand.
De motorfabrikant raadt het volgende aan: Champion RC12YC.
Elektrodeafstand: 0,7/-0,8 mm
6.4 CARBURATEUR
De carburateur wordt in de fabriek afgesteld. Neem contact op met een erkend servicecentrum als de carburateur moet worden afgesteld.
7 SMEREN

Voor nooit onderhoudswerkzaamheden uit voor- dat:
De contactsleutel is verwijderd.
De startkabel is losgemaakt van de bougie.
Als de machine volgens de instructies aan de voorkant moet worden opgetild en op de vijzelbehuizing moet rusten, dan moet eerst de benzinetank worden geleegd.

Leeg de benzinetank buiten wanneer de motor koud is. Roken is tijdens deze handeling verboden.
Leeg de inhoud in een container die voor benzine
is ontworpen.
7.1 UITVOERPIJP
Smeer de flens van de uitvoerpijp en de wormoverbrenging van de instelhendel na 5 gebruiksuren en voorafgaand aan langdurige stalling.
7.2 DE VIJZELAS
Smeer de smeerpunten van de vijzelas na 10 gebruiksuren met behulp van een smeerpistool (fig. 13). Smeer de as ook altijd als de bouten worden vervangen.
Demonteer de bouten voorafgaand aan langdurige stalling.
Gebruik een smeerpistool en laat de vijzel vrij om de as draaien voordat u de bouten vervangt.
7.3 WORMOVERBRENGING
De wormoverbrenging wordt in de fabriek gevuld met een speciaal smeermiddel. Bijvullen is normaal gesproken niet nodig.
Haal de plug één keer per jaar los en controleer of de wormoverbrenging smeermiddel bevat (fig. 13).
Als de wormoverbrenging lekt of is gerepareerd, moet deze met smeermiddel worden bijgevuld. De wormoverbrenging bevat maximaal 92 gram van een smeermiddel.
Gebruik Shell Darina 1, Texaco Thermatex EP1, Mobiltem 78, Benalene #372 Grease of een vergelijkbaar smeermiddel.
8 SERVICE EN REPARATIE

Voor nooit onderhoudswerkzaamheden uit voor- dat:
De contactsleutel is verwijderd.
Als de machine volgens de instructies aan de voorkant moet worden opgetild en op de vijzelchuizing moet rusten, dan moet eerst de benzinetank worden geleegd.

Leeg de benzinetank buiten wanneer de motor koud is. Roken is tijdens deze handeling verboden.
Leeg de inhoud in een container die voor benzine
is ontworpen.
8.1 AFSTELLEN VAN DE SNEEUWSCHUIVER
De sneeuwschuiver kan bij veelvuldig gebruik slijten.
Stel de sneeuwschuiver af (altijd in combinatie met de geleiders).
De sneeuwschuiver is omkeerbaar en kan dus aan beide kan- ten worden gebruikt.
8.2 ALGEMEEN OVER AANDRIJFRIEMEN
De aandrijfriemen moeten één keer per seizoen worden gecontroleerd, afgesteld en indien nodig worden vervangen.
Deze werkzaamheden moeten worden uitgevoerd door een erkend servicecentrum.
8.3 AANPASSEN VAN AANDRIJFBEDRADING
Zie fig. 12.
- Haal de moer (A) los.
- Trek de wieleenheid met de hand naar achteren totdat de speling is verdwenen.
- Draai de moer (A) vast.
8.4 AANPASSEN VAN DE VIJZELBEDRADING
Zie fig. 12.
- Haal de moer (B) los.
- Schroef het bedrade deel (C) in de bus (D) totdat de spe-ling is verdwenen.
- Draai de moer (B) vast.
8.5 VERVANGEN VAN DE BOUTEN
De vijzel wordt op de as bevestigd met speciale bouten (20 in fig. 14) die zijn ontworpen om te breken als er iets in de vijzelbehuizing komt vast te zitten.

Gebruik altijd originele reserveonderdelen. Andere soorten bouten kunnen de machine ernstig beschadigen.
- Zet de motor af.
-
- Haal de startkabel los van de bougie.
- Controleer of alle draaiende onderdelen zijn gestopt.
- Verwijder het voorwerp waardoor de vijzel is vastgelopen.
- Smeer de vijzelas (zie hierboven).
- Stel de openingen in de as en de vijzel op elkaar af.
-
Verwijder de defecte bouten.
-
Monteer een nieuwe originele bout. Als er bij de bout ook gebruik wordt gemaakt van een afstandsring, dan moet deze worden vervangen in de grotere opening op de vijzelas.
8.6 LAMP IN DE KOPLAMP

Maak uitsluitend gebruik van een originele lamp van 27 W. Lampen met meer vermogen kunnen de koplamp beschadigen.
De lamp wordt via een bajonetfitting op de koplamp aangebracht. Zie fig. 7. Om de lamp te vervangen:
- Draai de lamp ongeveer 45° linksom en trek de lamp eruit.
- Haal de kunststof vergrendelingen aan iedere kant van de lamp los en trek de kabelverbinding los van de lamp.
- Plaats de nieuwe lamp in omgekeerde volgorde.
9 STALLING

Stal de sneeuwfrees nooit met benzine in de tank in een besloten ruimte met slechte ventilatie. De ben-zinedampen kunnen in contact komen met open vlammen, vonken, sigaretten enz.
Als de sneeuwfrees langer dan 30 dagen wordt gestald, worden de volgende voorzorgsmaatregelen aangeraden:
- Maak de benzinetank leeg.
- Start de motor en laat deze draaien totdat de brandstof op is.

Leeg de benzinetank buiten wanneer de motor koud is. Roken is tijdens deze handeling verboden. Leeg de inhoud in een container die voor benzine
is ontworpen.
- Ververs de motorolie als dat meer dan 3 maanden geleden is.
- Verwijder de bougie en laat een beetje motorolie (ongeveer 30 ml) in de opening lopen. Start de motor een aantal keer. Plaats de bougie terug.
- Maak de sneeuwfrees grondig schoon.
- Smeer alle onderdelen zoals omschreven onder SME-REN hierboven.
- Inspecteer de sneeuwfrees op beschadigingen. Voer indien nodig reparaties uit.
- Werk lakbeschadigingen bij.
- Behandel metalen oppervlakken met een roestwerend middel.
- Stal de sneeuwfrees indien mogelijk onderdak.
10 ALS ER IETS KAPOTGAAT
Bevocgde servicewerkplaatsen voeren reparaties en garantiewerkzaamheden uit. Gebruik altijd originele reserveonderdelen.
Voert u eenvoudige reparaties zelf uit? Gebruik altijd originele reserveonderdelen. Deze onderdelen passen precies en vereenvoudigen het werk.
De reserveonderdelen zijn beschikbaar via uw dealer en servicccentrum.
Bij het bestellen van reserveonderdelen: geef altijd het model, jaar van aankoop, motormodel en typenummer door.
11 AANKOOPVOORWAARDEN
Fabricagefouten en materiaaldefecten vallen volledig onder de garantie. De gebruiker dient de instructies in de bijgeleverde documentatie zorgvuldig op te volgen.
Garantieperiode
Gebruik consument: één jaar vanaf de aankoopdatum.
Commercieel gebruik: drie maanden vanaf de aankoopdatum.
Uitzonderingen
De garantie geldt niet in de volgende gevallen:
- Nalatigheid van de gebruiker om zich op de hoogte te stellen van de bijgeleverde documentatie.
- Onachtzaamheid.
- Onjuist en ongeoorloofd gebruik of onjuiste en ongeoorloofde montage.
- Het gebruik van andere dan originele reserveonderdelen.
- Het gebruik van accessoires die niet door STIGA zijn geleverd of goedgekeurd.
De garantie geldt ook niet voor:
- Aan slijtage onderhevige onderdelen zoals aandrijfriemen, vijzels, koplampen, wielen, bouten en bedrading.
- Normale slijtage.
- Motoren. Deze zaken vallen onder de garantie van de bijbehorende fabrikant met afzonderlijke voorwaarden.
Op alle aankopen is de nationale wetgeving in het land van de koper van toepassing. De rechten die de koper aan de nationale wetgeving in zijn land kan ontlenen worden door deze garantic niet beperkt.