WS1060 - Weerstation VELLEMAN - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis WS1060 VELLEMAN in PDF-formaat.
| Producttype | Draadloos weerstation |
| Merk | Velleman |
| Model | WS1060 |
| Voeding basisstation | 3 alkalinebatterijen LR6/AA 1.5V (niet inbegrepen) |
| Voeding externe sensoren | 2 alkalinebatterijen LR6/AA 1.5V per sensor (niet inbegrepen) |
| Inbegrepen sensoren | 4 externe sensoren: thermo/hygrometer, anemometer, windrichtingsensor, regenmeter |
| Buitentemperatuurbereik | -40°C tot +65°C |
| Nauwkeurigheid buitentemperatuur | ±1°C |
| Binnentemperatuurbereik | -9,9°C tot +60°C |
| Relatieve luchtvochtigheidsbereik | 1% tot 99% |
| Nauwkeurigheid buitenvochtigheid | ±5% |
| Windsnelheid | 0 tot 180 km/u |
| Neerslaghoeveelheid | 0 tot 999,9 mm (resolutie 0,3 mm) |
| Transmissiefrequentie | 868 MHz |
| Transmissiebereik | 100 m in open veld |
| Weergave | LCD met achtergrondverlichting en meerdere indicatoren |
| Hoofdfuncties | Meting temperatuur/vochtigheid binnen/buiten, windsnelheid en -richting, neerslag, windchill, dauwpunt, DCF-klok, weeralarmen, 24-uursgeschiedenis, min/max-waarden, eeuwigdurende kalender |
| Montage | Muurmontage of vrijstaand |
| Onderhoud en reiniging | Reinigen met een droge doek; vervang lege batterijen; niet blootstellen aan water |
| Veiligheid | Buiten bereik van kinderen houden; niet openen of wijzigen; binnenshuis gebruiken; batterijpolariteit in acht nemen |
| Onderdelen en repareerbaarheid | Vervangbare externe sensoren (ref. Velleman); batterij vervangbaar |
| Garantie | Velleman-garantie volgens voorwaarden aan het einde van de handleiding |
Veelgestelde vragen - WS1060 VELLEMAN
Gebruikersvragen over WS1060 VELLEMAN
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Weerstation in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding WS1060 - VELLEMAN en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. WS1060 van het merk VELLEMAN.
GEBRUIKSAANWIJZING WS1060 VELLEMAN
Aan alle ingezetenen van de Europese Unie
Belangrijke milieu-informatie betreffende dit product

Dit symbolism op het toestel of de verpakking geeft aan dat, als het na+zijn levenscyclus worden weggeworpen, dit toestel schade kan toebrengen aan het milieu. Gooi dit toestel (en eventuele batterijen) Niet bij het gewone huishoudelijkke afval; het要去 bij een gespecialiseerd bedrijfterechtkomen voor recyclage. U要去 dit toestel maar uw verdeler ofaar een lokaal recyclagepunt brengen. Respecteer deplaatselijkke milieuwetgeving.
Hebt u vragen, contacteer dan deplaatselijke autoriteiten betreffend de verwijdering.
Dank u voor uw aankoop! Lees deze handleiding grondig voor u het toestel in gebruik neemt. Werd het toestel beschadigd tijdens het transport, installer het dan Niet en raadpleeg uw dealer.
2. Veiligheidsinstructies

Houd buiten het bereik van kinderen en onbevoegden.
3. Algemene richtlijnen
Raadpleeg de Velleman® service- en kwaliteitsgarantie anscheraan deze handleiding.
| Gebruik het toestel enkel binnenshuis. Bescherm gegen regen, vochtigheid en opspattende vloeistoffen. | |
| Bescherm gegen stof en extreme temperaturen. | |
| Berscherm gegen schokken. Vermijd brute kracht tijdens de bediening. |
- Leer eerst de functies van het toestel kennen voor u het gaat gebruiken.
- Om veiligheidsredenen mag u geen wijzigingen aanbrengen. Schade door wijzigingen die de gebruiker haeft aangebracht valt nicht onder de garantie.
- Gebruik het toestel enkel waar voor het gemaatkt is. Bij onoordeelkundig gebruik vervalt de garantie.
- De garantie geldt nicht voor schade door het negeren van bepaalde richtlijnen in deze handleiding en uw dealer zal de verantwoordelijkheid afwijzen voor defecten of problemen die hierrechtstreeks verband mee honden.
- Bewaar deze handleiding voor verdere raadpleging.
4. Eigenschappen
- meting binnentemperatuur en vochtigheidsgraad
- buitentemperatuur en -luchtvochtigheid via RF
- gevoeltemperatuur, windrichting en neerslag via RF
- temperatuurweergave in ^ C / ^ F
regenval in mm en inch: uur, dag, week, maand en totaal sinds LASTe reset
weergave min./maximumwaarden met tijdstep & datum van registratie - windsnelheid (mph, m/s, km/h, knopen of Beaufort)
- weergave windrichting (8 windrichtingen)
- alarmmodi voor: temperatuur, vochtigheid, gevoeltemperatuur, dauwpunt, regenval, windsnelheid
- ontvangst en weergave radiogestuurdeijd & datum
12/24u displayformaat - eeuwige kalender
instelbare tijdzone - alarm
- LED achtergrundverlichting
-
muurmontage of vrijstaand
-
gesynchroniseerde en directe dataontvangst
- inhoud:
ontvanger
4 buitensensoren: thermo-hygrosensor, anemometer, windrichtingmeter en neerslagmeter.
5. Omschrijving
Raadpleeg de afbeeldingen op pagina 2-3 van deze handleiding.
Display basisstation
| 1 | Icoon alarm ingesteld | 15 | Eenheid neerslag: mm of inch |
| 2 | Ontvangst RCC-siŋnaal | 16 | Hoog/laag alarm buitentemperatuur ingesteld |
| 3 | Dag van de week | 17 | Buitentemperatuur |
| 4 | Datum | 18 | Ontvangst buitensignaal |
| 5 | Alarm windrichting ingesteld | 19 | Vochtigheidsgraad buitenshuis |
| 6 | Weergave maximumwaarden | 20 | Indicator batterij-leeg van de buitenzender |
| 7 | Windrichting | 21 | Hoog/laag alarm vochtigheidsgraad ingesteld |
| 8 | Weergave minimumwaarden | 22 | Neerslag |
| 9 | Alarm bij hoge regenval ingesteld | 23 | Neerslagperiode: 1u, 24u, week, maand, of totaal |
| 10 | Hoog/laag alarm binnentemperatuur ingesteld | 24 | Windsnelheid |
| 11 | Temperatuurenheid: °C of °F | 25 | Eenheid windsnelheid: bft, mph, knopen, km/h, m/s |
| 12 | Binnentemperatuur | 26 | Hoog alarm windsnelheid ingesteld |
| 13 | Hoog/laag alarm vochtigheidsgraad ingesteld | 27 | Tijd |
| 14 | Vochtigheidsgraad binnenshuis |
Buitenstation
| A | Windrichtingsensor | D | Thermo-hygrometer (afgeschermd) en zendereenheid |
| B | Waterpas | E | Metalen stang |
| C | Regencollector | F | Anemometer |
6. Installatie
Raadpleeg de afbeeldingen op pagina 2-3 van deze handleiding.
6.1 Montage
De thermo-hygrometer, regen- en windrichtingmeter zijn al gemonteerd op de metalen stang. Bevestig de windcups voor de anemometer.
- Plaats de windcups op de metalen stang van de anemometer [K].
- Gebruik een inbussleutel (meegelev.) om de moer aan de zijkant van de windcups vast te schroeven [L].
- Draai aan de windcups en zorg ervoor dat ze vrij hunnen bewegen. Als de windcups nicht vrij hunnen bewegen, dan za de gemeten waarde van de windsnelheid Niet correct+zijn.
6.2 Het weerstation opstarten
Alvorens het weerstation op de definitieve plaats te installereren, plaats batterijen in het buiten- en basisstation. Activeer en synchroniseer de toestellen om een goede communicatie:tussen het buiten- en basisstation te garanderen. Vaak kan een slechte communicatie verholpen worden door het weerstation te verplaatsen.
Richtlijnen voor batterij

U mag batterijen nooit doorboren of in het vuur gooien. Herlaad geen alkalinebatterijen. Gooi batterijen weg volgens deplaatselijke milieuwetgeving. Houd batterijen uit het bereik van kinderen.
- Gebruik enkel batterijen van het juiste formaat en met de juiste spanning.
-
Verwijder de batterijen uit de binnen- en buitenstations als het toestel gedurende een langerearend het gebruik worden. Oude batterijen konnen lekken en het toestel beschadigen.
-
Respecteer de polariteit bij hetplaatsen van de batterijen. Een verkeerde polariteit kan het toestel beschadigen.
- Alkalinebatterijen hebben een typisch operationeel temperatuurbereik tussen -20^ +54^ . Gebruik het toestel Niet buiten dit temperatuurbereik.
Batterijenplaatsen in het buitenstation
- Aan dechterzijde van de regencollector, draai de schroef los en schuif het metalenplaatje opzij om het batterijvak te openen [G].
- Trek het batterijvakje uit de houder [H].
- Plaats 2 x AA 1.5V LR6 batterijen conform de polariteitsymbolen aangegeven binnenin het batterijvak [I].
- Plaats het batterijvakje谈起 in de houder van de regencollector [J]. De led aan dechterzijde van de regencollectorlicht op gedurende 4 seconden. Zo Niet, controller of de batterijen correct geplaatst+zijn.
- Schuif het metalenplaatje terug op+zijn plaats om het batterijvak te sluiten en zet hetplaatje vast met de schroef.
Batterijenplaatsen in hetbasisstation
- Open het batterijdeksel aan de onderzijde van het basisstation.
- Plaats 3 x AA 1.5V LR6 batterijen conform de polariteitsymbolen aangegeven binnenin het batterijvak. Alle segmenten op het LCD-schem lichten op gedurende 2 seconden. Zo Niet, controller of alle batterijen correct geplaatst+zijn.
- Sluit het batterijdeksel.
- Druk momenteel nog op geen enkele toets.
Laat het toestel eerst opstarten en synchroniseren met het buitenstation.
Indien nodig, verwijder de batterijen uit het binnenstation en wacht minstens 10 seconden alvorens zed opnieuw te plaatsen.
- Wacht totdat zowel binnen- als buitentemperatuur verschijnen op het scherm alvorens verder te gaan.
Om de 48 seconden stuurt de zender weersinformatie maar het basisstation.
Radiogesturde klok via DCF-ontvangst
Na hetplaatsen van batterijnen stuurt de zender in het buitenstation weersinformatie waar het basisstation enzoekertervolgensaar het DCF-tijdssignaal (RCC) om de datum en tijd automatisch in te stellen. Bij het ontvangen van het DCF-signaal knippert de led aan dechterzijde van de regencollector 5 keer en licht daarna gedurende 20 seconden op.De zender stuurt de tijdsgegevensaar het basisstation.Op het scherm verschijnt
het RCC-icoontje
Wanner er een zwak of geen DCF-siignaal gezonden is, dan stopt de zender met zoeken na 1 minuut en keert terug maar een normale werkingsmodus (= weersinformatie doorsturen maar het basisstation). De zender zoekt opnieuw om de twee uur maar het DCF-siignaal. Als de zender het DCF-siignaal Niet kan vinden of de LASTE
signaalontvangst meer dan 12u geleden is, dan verdwijnt het RCC-icoon van het scherm.
Opmerking: Het Beste tijdstip voor DCF-ontvangst is 's nachts:tussen middernacht en 6u 's morgens want dan is er minder atmosferische storing.
Bij de ontvangst van een DCF-signaal, stuurt de zender geen weersinformatie waar het basisstation. Een DCF-ontvangst duurt maximum 5 minutes.
Opmerking: Indien er geen DCF-siignaal is, können de datum en het uur manueel ingesteld worden. Zie
7.2 Eenheden, datum en tijd. De manuele tijsinstelleningen worden overschreiben wanner de zender het DCF-siignaal ontvangt.
6.3 Installatie
Opmerking: Alvorens het weerstation definitief te installereren,plaats batterijen in het buiten- en basisstation. Activeer en synchroniseer de toestellen om een goede communicatie:tussen het buiten- en basisstation te garanderen. Vaak kan een slechte communicatie verholpen worden door het weerstation te verplaatsen.
Bij het kiezen van een geschikte installmentieplaats voor het buiten- en binnenstation moeten onderstaande punten in acht genomen worden:
- De communicatie tussen zender en basisstation heeft een bereik tot 100m in open veld zonder obstakels zoals gebouwen, bomen, voertuigen, hoogspanningsmasten, enz.
- Radio-interferentie van bijvoorbeeld pc's, radio- en tv-toestellen kan de onderlinge communicatie volledig verstoren.
-
Beschutting zoals bomen, schuttingen, muren kuren de metingen beinvloeden. Kies een open veld waar de weerselementen de sensoren goed kuren bereiken vanuit alle hoeken.
Voor nauwkeurige windsnelheidsmetingen, houd het toestel buiten bereik van gebouwen, bomen of andere obstakels. -
Voor nauwkeurige temperatuurmetingen, houd het toestel buiten bereik van warmtebronnen Zoals gebouwen of de grond, en vermijd directe blootstelling aan zonlicht zonder voldoende aftersming.
Voor nauwkeurige vochtmetingen, houd het toestel buiten bereik van de grond, gras of andere vochtigeplaatsen.
Installer het weerstation als volgt:
- Zorg ervoor dat het buitenstation volledig gemonteerd is en dat er batterijen geplaatst zich in het buiten- en basisstation.
- Plaats het buiten- en basisstation op de gewenste installmentieplaats en controllerer of er een goede communicatie is.
Is dit het geval, ga verder met de volgende stap.
Is dit nicht het geval, verander de installmentieplaats van het buiten- en/of basisstation totdat er goede communicatie is.
- Gebruik de verstelbare bevestigingsringen (meegelev.) om het buitenstation te monteren op een mast [M]. Alvorens de schroeven vast te draaien, controller of het weerstation correct geinstalleerd is, zoals beschreiben hieronder.
- Op de windrichtingsensor staan markeringen [N] die het noorden (N), oosten (E), zuiden (S) en het westen (W) weergeven. Gebruik een kompas (niet meegelev.) om het toestel teplaatsen zodateat dat de markeringen overeenstemmen met de werkelijkke installmentieplaats: de N-markering要去 noordwaarts gericht zich, de E-markering oostwaarts, enz. Indien de sensor Niet correct staat, dan zal de gemeten windrichting Niet correct zich.
- Gebruik de waterpas [B] op de regencollector om het toestel perfect waterpas teplaatsen.
- Plaats het toestel op de definitieve plaatsdoor de schroeven vast te draaien op de verstelbare bevestigingsringen [M].
7. Het basisstation programmeren
Het basisstation is voorzien van 5 toetsen voor een gemakkelijke bediening: SET, +, HISTORY, ALARM, en MIN/MAX.
- Druk op SET om door de instellenen te scrollen.
- Druk op + om waarden te verhogen, of druk op MIN/MAX om de waarden te verlagen.
Houd + of MIN/MAX ingedrukt gedurende 2 seconden om met grotere intervallen te verhogen/verlagen. - De instellingsprocedure stopt automatisch na 30 seconden als er nicht op een toets worden gedrukt of u kunt de instellingsprocedure verlaten wonneer u dat wilt door op HISTORY te drukken.
7.1 Snelle weergavemodus
De informatie op het LCD-schem van het basisstation kan snel gewijzigd worden. De individaten op het scherm duiden aan welke informatie momenteel worden weergegeven. Selecteer de weer te geben informatie als volgt:
- In de normale weergavemodus, druk op SET. Het station is nu in snelle weergavemodus.
- Druk op SET om de huidige instelling te bevestigen en om maar de volgende instelling te gaan; druk op + of MIN/MAX om de waarden te wijzigen.
| Instelling | Weergave | Omschrijving |
| Wind | (niets) | Weergave van de windsnelheid. |
| Gust | Weergave van de snugelheid van een windstoot. | |
| Neerslag | 1h | Weergave van de hoeveelheid neerslag het afgelopen ur. |
| 24h | Weergave van de hoeveelheid neerslag de afgelopen 24u. | |
| week | Weergave van de hoeveel neerslag de afgelopen week. | |
| month | Weergave van de hoeveelheid neerslag de afgelopen maand. | |
| TOTAL | Weergave van de hoeveelheid neerslag sinds de LASTe reset. Opmerking: de weergave van de totale hoeveelheid neerslag kan gereset worden door SET ingedrukt te honden gedurende 2 seconden. | |
| Temperatuur | TEMP | Weergave van de buitentemperatuur. |
| WIND CHILL | Weergave van de gevoeltemperatuur. | |
| DEW POINT | Weergave van het dauwpunt. |
- Omtering te keren naar de normale weergavemodus,druk op HISTORY.
7.2 Eenheden, datum enijd
Ga als volgt te werk om eenheden, datum enijd in te stellen:
- In normale weergavemodus, houd SET ingedrukt gedurende 2 seconden. Het station is nu in instellingsmodus.
- Druk op SET om de huidige instelling te bevestigen en om maar de volgende instelling te gaan; druk op + of MIN/MAX om de waarden te wijzigen.
| Instelling | Omschrijving |
| LCD-helderheid | Stel de HOLDERheid van het LCD-schem inussen 0 en 8. |
| Tijdszone | Selecteer uw tijdszone, van -12 tot +12. In Europa, 0 = GMT+1; 1 = GMT+2; -1 = GMT. |
| Tijdsformaat | Selecteer:tussen 12/24u-formaat voor de weergave van de:tijd [27]. |
| Tijd | Kan er geen DCF-signaal gedetecteerd worden, dan(Int sunt u de huidige:tijd manueel instellen (uren/minutes). |
| Formaat datum | Kies:tussen de formaten dag-maand-jaar (DM) of maand-dag-jaar (MD) om de datum wee tergeteven [4]. |
| Datum | Kan er geen DCF-signaal gedetecteerd worden, dan(Int sunt u de huidige datum manueel instellen. |
| Eenheid windsnelheid | Selecteer om de windsnelheid/snelheid van een windstoot waar te geven in km/u, m/s, bft (Beaufort), mph, of knopen. De overeenstemmende indicator [25]verschijnt op het scherm. |
| Windrichting | Stel de windrichting in. |
| Neerslageenheid | Selecteer om de neerslag waar te geven in mm of inches. De overeenstemmende indicator [15]verschijnt op het scherm. |
| Temperatuurenheid | Selecteer om de temperatuur waar te geven in Celsius of Fahrenheit. De overeenstemmende indicator [11]verschijnt op het scherm. |
- Omtering te keren aan de normale weergavemodus,druk op HISTORY.
7.3 Historiekmodus
In historiekmodus worden metingen van de voorbije 24u weergegeven.
Historiek weergeven
- In normale weergavemodus, druk op HISTORY. Het station is nu in historiekmodus. Op het scherm verschijnt HIS [3].
- In historiekmodus, drukeermaals op MIN/MAX om terug te keren in intervallen van 3u.
- Omtering te keren naar de normale weergavemodus,druk op HISTORY.
Historiek resetten
- In normale weergavemodus, druk op HISTORY. Het station is nu in historiekmodus. Op het scherm verschijnt er HIS [3].
- Druk op SET. Het woord CLEAR knippert op het scherm.
Om de historiek te resetten, houd SET ingedrukt gedurende 2 seconden.
Om de historiek te verlaten zonder te resetten, druk op HISTORY om maar de normale weergavemodus terug te keren.
7.4 Alarmen instellen
Het basisstation kan ingesteld worden om een alarm te triggeren op een bepaald tijdstip of bij bepaalde weersomstandigheden binnen of buiten. Waneer een bepaald alarmpeil bereikt worden, gaat het alarm af gedurende 120 seconden. Het overeenkomstige icoontje za knipperen tot het alarmpeil Niet langer bereikt is.
- Druk op een willekeurige toets om het alarmsignal af te zetten.
- Wonneer het alarmpeil Niet langer bereikt worden, stopt het scherm met knipperen. Hoewel het alarmsignaaluitgeschakeld is, is het alarm nog steeds actief en het zar opnieuw afgaan wonneer het alarmpeiloverschreden worden. Deactiveer het alarm via het alarmmenu om het alarm helemaal uit te schakelen.
- Wonneer een bepaald alarmpeil bereikt worden binnen de 3 uren na het afgaan van het的那一alste alarm, za het icoontje knipperen maar gaat het alarm Niet af. Deze functie voorkomt herhaaldelijk triggering voor bezelfde weersomstandigheid.
Onderstaande alarmen zijn instelbaar:
- hoge alarmpeilen: het alarm gaat af wanner de gemeten waarde het alarmpeil overschrijdt, bijvoorbeeld als de windsnelheid groter worden dan 20m / s .
- lage alarmpeilen: het alarm gaat af wanner de gemeten waarde onder het alarmpeil zakt, bijvoorbeeld als de buitentemperatuur lager worden dan -5^ .
Ga als volgt te werk om een alarm in te stellen, in te schakelen ofuit te schakelen:
- In normale modus, druk op ALARM.
Het station is nu in hoog-alarmmodus om de hoge alarmpeilen in te stellen (zie overzicht in de onderstaande tabel). Op het scherm verschijnt HIAL [4] en de huidige hoge alarmwaarden. Is er een alarmwaarde nicht ingesteld, dan verschijnt er - - ^ 一 op het scherm. - Druk nogmaals op ALARM om over te schakelenaar laag-alarmmodus. Op het scherm verschijnt LOAL [4] en de huidige lage alarmwaarden. Is er een alarmwaarde Niet ingesteld, dan verschijnt er - - ^ 一 op het scherm.
- Druk op SET om door de alarminstellungen te scrollen.
- Druk op + of MIN/MAX om de waarden in te stellen.
- Druk op ALARM om het alarm te activeren/deactiveren. Is het alarm geactiveerd, dan verschijnt het overeeenstemmende alarmicoontje en verschijnt er "HI AL" (of LO AL bij laag alarm) op het scherm.
- Druk op SET om de huidige instelling te bevestigen en om maar de volgende instelling te gaan.
- Omtering te keren naar de normale weergavemodus,druk op HISTORY.
Hoge alarmpeilen (HI)
| Hoog alarm | Omschrijving |
| Alarmtijd | Stel de gewenste alarmtijd in (uren: Minutes). Opmerking: De alarmtijd kan eveneens ingesteld worden via LO alarminstelleningen. |
| Windsnelheid | Stel de drempelwaarde in voor de windselheid (0~50m/s). Het alarm gaat af wanner de windsnelheid hoger is dan de ingestelde waarde. |
| Snelheid van een windstoot | Stel de drempelwaarde in de windstootsnelheid (0~50m/s). Het alarm gaat af wanner de snelheid van een windstoot hoger is dan de ingestelde waarde. |
| Windrichting | Stel de windrichting in. Het alarm gaat af wanner de windkomt van de ingestelde windrichting. |
| 1u neerslag | Stel de waarde in van 1u neerslag (0~999.9mm). Het alarm gaat af waneer er meer neerslag valt in 1u dan de ingestelde waarde. |
| 24u neerslag | Stel de waarde in van 24u neerslag (0~999.9mm). Het alarm gaat af wanner er meer neerslag valt in 24u dan de ingestelde waarde. |
| Vochtigheid buiten | Stel de waarde in voor vochtigheid buitenshuis (1%~99%). Het alarm gaat af wanner de vochtigheid buitenshuis hoger is dan de ingestelde waarde. |
| Buitentemperatuur | Stel de waarde in van de buitentemperatuur (-40°C~+60°C). Het alarm gaat af wanner de buitentemperatuur hoger is dan de ingestelde waarde. |
| Gevoeltemperatuur | Stel de waarde in van de gevoeltemperatuur (-40°C~+60°C). Het alarm gaat af wanner de gevoeltemperatuur hoger is dan de ingestelde waarde. |
| Dauwpunt | Stel de waarde in van het dauwpunt (-40°C~+60°C). Het alarm gaat af wanner de temperatuur van het dauwpunt hoger is dan de ingestelde waarde. |
| Vochtigheid binnen | Stel de waarde in voor vochtigheid binnenshuis (1%~99%). Het alarm gaat af wanner de vochtigheid binnenshuis hoger is dan de ingestelde waarde. |
| Binnentemperatuur | Stel de waarde in van de binnentemperatuur (-9.9°C~+60°C). Het alarm gaat af wanner de binnentemperatuur hoger is dan de ingestelde waarde. |
Lage alarmpeilen (LO)
| Laag alarm | Omschrijving |
| Vochtigkeit bieten | Stel de waarde in voor vochtigkeit buitenshuis (1%~99%). Het alarm gaat af wanner de vochtigkeit buitenshuis lager is dan de ingestelde waarde. |
| Buitentemperatuur | Stel de waarde in van de buitentemperatuur (-40°C~+60°C). Het alarm gaat af wanner de buitentemperatuur lager is dan de ingestelde waarde. |
| Gevoeltemperatuur | Stel de waarde in van de gevoeltemperatuur (-40°C~+60°C). Het alarm gaat af wanner de gevoeltemperatuur lager is dan de ingestelde waarde. |
| Dauwpunt | Stel de waarde in van het dauwpunt (-40°C~+60°C). Het alarm gaat af wanner het alarm van het dauwpunt lager is dan de ingestelde waarde. |
| Vochtigkeit binnen | Stel de waarde in voor vochtigkeit binnenshuis (1%~99%). Het alarm gaat af wanner de vochtigkeit binnenshuis lager is dan de ingestelde waarde. |
| Binnentemperatuur | Stel de waarde in van de binnentemperatuur (-9.9C~+60°C). Het alarm gaat af wanner de binnentemperatuur lager is dan de ingestelde waarde. |
7.5 Minimum en maximum
Het weerstation houdt de minimum- en maximumwaarden bij voor alle weersomstandigheden (sinds de)[-streset), samen met het tijdstip en datum van registratie.
Minimum- en maximumwaarden weergeven
Volg onderstaande stappen om minimum- en maximumwaarden wee ter te geben:
- In normale weergavemodus, druk op MIN/MAX.
Het station is nu in maximummodus. Het scherm toont de maximumindicator [6]. - Druk meermaals op + om de maximumwaarden wee ter te geven voor: windsnelheid, 1u neerslag, 24u neerslag, wekelijkke neerslag, maandelijkse neerslag, vochtigheid buiten, buitentemperatuur, gevoelstemperatuur, dauwpunt, vochtigheid binnen, binnentemperatuur.
- Druk op MIN/MAX om over te schakelen maar minimummodus. Het scherm toont de minimumindicator [8].
- Druk meermaals op + om de minimumwaarden wee ter geven voor: vochtigheid buiten, buitentemperatuur, gevoelstemperatuur, dauwpunt, vochtigheid binnen, binnentemperatuur.
- Druk op HISTORY om terug te keren maar de normale weergavemodus.
Minimum- of maximumwaarden resetten
Om een minimum- of maximumwaarde te resetten:
- Ga in minimum- en maximummodus en druk op + om de waarde die u wilt resetten wee ter goven.
- Houd SET ingedrukt gedurende 3 seconden.
- Herhaal deze stappen voor andere minimum- of maximumwaarden die u wilt resetten.
- Druk op HISTORY om terug te keren maar de normale weergavemodus.
8. Resetten
Om het weerstation terug te zetten waar de fabrieksinstellenen, houd ^+ ingedrukt gedurende 20 seconden.
9. Problemen en oplossingen
| Probleem | Mogelijk oorzaak | Oplossing |
| Ontvangstprobleem | Afstand:tussen twee stations is te groot | Verkort de afstand:tussen de twee stations |
| Isolerend materiaal:tussen twee stations (dikke muur, staal...) | Kies een andere montageplaats | |
| Interferentie van andere bronnen | Schakel de interferentiebron uit | |
| Data op de LCD is nicht leesbaar | Geen dataontvangst | Kies een andere montageplaats |
| Zwakke batterijen | Vervang de batterijen | |
| Foute data | Zwakke batterijen | Vervang de batterijen |
| Verkeerde instelling | Herprogrammeer het station |
10. Kalibreren
Voor nauwkeurige metingen konnen windsnelheid, temperatuur, vochtigheid en neerslagmetingen gekalibreerd worden met kalibreerapparaten (niet meegeleverd).
Om de kalibreermodus waar te gehen:
- In normale weergavemodus, houd HISTORY ingedrukt gedurende 8 seconden.
Het station is nu in kalibreermodus. De cijfers van de windfactor knipperen op het scherm. - Druk op SET om maar de volgende instelling te gaan; druk op + of MIN/MAX om de waarden te wijzigen.
- Om de kalibreermodus te verlaten, druk op HISTORY.
Hieronder worden alle kalibreerinstellungen beschreiben.
Windsnelheid kalibreren
De standard kalibratiewaarde voor windsnelheid is 1.0. De aanpassingsfactor varieertussen 0.75 en 1.25 en kan ingesteld worden in intervallen van 0.01.
Windsnelheid is het meest gevoelig voor ongunstige installmentieomgevingen. De onderstaande factoren beinvloeden de windsnelheidsmeting:
- de installmentieplaats van het weerstation: de nabijheid van gebouwen, bomen of andere obstakels
- slijtage op de bewegende onderdelen van de anemometer.
Om de windselheidsmeting te kalibreren, is het aangeraden om een gekalibreerde windmeter (niet meegeleverd) te gebruiken en een ventilator met contante en hove ventilatiesnelheid (niet meegeleverd).
Temperatuur kalibreren
Het is möglichk om binnen- en buitentemperatuurmetingen te kalibreren.
De onderstaande factoren beinvloeden de temperatuurmeting:
- de nabijheid van warmtebronnen zoals gebouwen, de grond, enz.
- directe blootstelling aan zonlicht zonder voldoende afterscherming.
Om de temperatuur te kalibreren, is het aangeraden om een kwik- of alcoholthermometer (niet meegeverd) te gebruiken. Gebruik geen bimetaal- of digitale thermometer waar die hun eigen foulmarge hebben. Gebruik geenplaatselijk weerstation in uw omgeving (verschillende installmentieplaats,ijdstippen van updates, en eventuele kalibreerfouten).
Ga als volgt te werk om de temperatuurmeting te kalibreren:
- Plaats de temperatuursensor in een gecontroleerde omgeving in de schaduw.
- Plaats de thermometer er vlak naast.
- Laat de installmenté stabiliseren gedurende 48u.
- Vergelijk de temperatuuruiteling op het scherm met deze op de thermometer en regel de instelling in kalibreermodus om te matchen met de thermometer.
De sensor van de hygrometer heeft een nauwkeurigheid van ± 5% . De nauwkeurigheid kan verhoogd worden door het kalibreren van vochtigheidsmetingen binnen- en buitenshuis.
Vochtigheidsmetingen konnen afwijknen na een bepaalde tijd. De nabijheid van bronnen met hoge vochtigheid zoals de grond, gras, enz. beinvloedt de meting.
Het is aangeraden om een slingerpsychrometer (niet meegeleverd) te gebruiken of een kalibreerkit (in de handel verkrijgbaar, nicht meegeleverd) om de vochtigheidsgraad te meten. Regel de instelling in kalibreermodus om de matchen met de meting.
Neerslag kalibreren
De standaard kalibratiewaarde voor neerslag is 1.0. De aanpassingsfactor varieertussen 0.75 en 1.25.
Het is aangeraden om een regenmeter van het buistype (niet meegelev.) te gebruiken met een opening van minstens 10~cm (4^ ) . Een Kleinere opening zou kuren leiden tot onnauwkeurige uitlezingen. Gebruik geen uitlezingen van weerbulletins van op de radio, tv, krant of weerstation van uw buren (verschillende installmentieplaatsen).
Om de neerslagmeting te kalibreren, gaat u als volgt te werk:
- Plaats de buis vlak naast de regencollector van het weerstation.
- Vergelijk de totalen van drie stormen.
- Op basis van dit resultaat, bereken de gemiddelde afwijking.
Totale neerslag kalibreren
Om de waarde van de totale neerslag te kalibreren, moet u er rekening mee houden dat de factor van toepassing is op het huidige totaal en Niet op de individuèle Kantelingen van de opvangbakjes in de regencollector.
De Waarde van de totale neerslag kan aangepast worden in stappen van 0.3mm
De meting van de totale neerslagmeting gaat als volgt:
- De regencollector is standard gekalibreerd zodat de opvangbakjes omkiepen (en neerslag registraren) per 0.3mm (0.01^ ) regen.
- Het totaal aantal keren dat de opvangbakjes omkiepen (sinds de laatste reset) worden geteld en vermenigvuldigd met 0.3 voor een totaalweergave in mm. (Voor een uitlezing in inch, worden een conversiefactor gebruikt.)
- De kalibreerfactor worden toegepast op dit totaal.
11. Reiniging en onderhoud
11.1 Batterijen verrangen
Batterijen verrangen in het basisstation
Vervang de batterijen wonneer het scherm moeilijk leesbaar worden. Zie Batterijenplaatsen in het basisstation.
Opgelet: Bij het verwijderen van de batterijen uit het basisstation, worden alle vorige geveens en alarminstelleningen gewist.
Batterijen verrangen in het buitenstation
Wanner de batterijen in de zender bijna leeg zichn, verschijnt het icoontje op het scherm. In dit geval, cervang de batterijen van de zender zo snel möglichk. Zie Batterijenplaatsen in het buitenstation.
Opmerking: De lage batterij-indicator functioneert enkel correct bij een temperatuurbereik van 10 35^. Buiten dit temperatuurbereik kan de lage batterij-indicator oplichten zichs al zich de batterijen nog goed.
Bij het verrangen van de batterijen in de zender, za de zender opnieuw synchroniseren met het binnenstation binnen de 3 volgende uren. Alle vorige gevevens en alarminstelleningen worden behouden.
Indien u de toestellen sneller wilt synchroniseren, kan u de batterijen verwijderen uit het binnenstation en zen na 10 seconden terugplaatsen.
Opgelet: In dit geval worden alle vorige gevevens en alarminstellungen gewist.
11.2 De sensoren verrangen
Raadpleeg de afbeeldingen op pagina 2-3 van deze handleiding.
De regencollector en thermo-hygrosensor verrangen
Ga als volgt te werk om de regencollector en thermo-hygrosensor te verrangen:
- Draai de drie schroeven [O] los aan de onderkant van de regencollector.
- Neem de regencollector van de basis [P].
- Draai de 4 schroeven van het sensordeksel los en verwijder het deksel [Q].
- Ontkoppel de数据分析 [R].
- Draai de schroef [S] los die de sensorunit vasthoudt en trek de unit voorzichtig los van de metalen stang.
- Schuif de neue sensorunit op de stang en bevestig met de schroef.
- Sluit de数据分析 opnieuw aan.
- Plaats het sensordeksel terug en zet het vast met de schroeven.
- Zet de neue regencollector op de basis.
- Bevestig de regencollector op de basis met de drie schroeven aan de onderkant.
- Controller of het toestel nog steeds loodrecht staat met de waterpas [B]. Indien nodig, pas de positie aan.
Windsensor verrangen
Volg onderstaande stappen om de windsensor te verrangen:
- Ontkoppel de datakabel: zie De regencollector en thermo-hygrosensor verrangen voor instructies.
- Draai de schroef [T] los die de sensorunit vasthoudt en trek de unit voorzichtig los van de metalen stang.
- Schuif de neue sensorunit op de stang en bevestig met de schroef.
- Sluit de数据分析 opnieuw aan.
- Op de windrichtingsensor staan markeringen [N] die het noorden (N), oosten (E), zuiden (S) en het westen (W) weergeven. Gebruik een kompas (niet meegeleverd) om het toestel teplaatsen zodat dat de markeringen overeenstemmen met de werkelijkke installmentieplaats: de N-markering moet noordwaarts gericht zich, de E-markering oostwaarts, enz. Indien de sensor Niet correct staat, dan zal de gemeten windrichting Niet correct zich.
- Controller of het toestel nog steeds loodrecht staat met de waterpas [B]. Indien nodig, pas de positie aan.
12. Technische specificaties
| Buitenstation | ||
| Zendbereik | 100 m in open veld | |
| Zendfrequentie | 868 MHz | |
| meetinterval thermo-hygro sensor | 48 seconden | |
| temperatuur | bereik | -40°C~+65°C |
| nauwkeurigheid | ±1°C | |
| resolutie | 0.1°C | |
| relatieve vochtigheid | bereik | 1%~99% |
| nauwkeurigheid | ±5% | |
| neerslagvolume | bereik | 0~999.9mm (- - wordt afgebeeld wanner buiten bereik) |
| nauwkeurigheid | ±10% | |
| resolutie | 0.3 mm (indien neerslagvolume < 1000 mm); 1 mm (indien neerslagvolume > 1000 mm) | |
| windsnelheid | bereik | 0~180 km/h (- - wordt afgebeeld wanner buiten bereik) |
| nauwkeurigheid | ±1 m/s (windsnelheid < 10 m/s); ±10% (windsnelheid > 10 m/s) | |
| Binnenstation | ||
| meetinterval (temperatuur en vochtigheid) | 30 seconden | |
| Temperatuur | bereik | -9.9°C~+60°C (- - wordt afgebeeld wanner buiten bereik) |
| resolutie | 0.1°C | |
| relatieve vochtigheid | bereik | 1%~99% |
| nauwkeurigheid | ±1% | |
| Verbruik | ||
| Buitensensor | 2 x AA 1.5V LR6 alkalinebatterijen (niet meegelev.) | |
| Basisstation | 3 x AA 1.5V LR6 alkalinebatterijen (niet meegelev.) | |
| Geschatte batterijduur | 12 maanden voor het basisstation | |
| 24 maanden voor de thermo-hygrosensor | ||
| Opmerking: dit is een schatting en is enkel bruikbaar als richtlijn. De werkelijkke batterijduur is afhankelijk van verschillende factoren zoals de omgevingstemperatuur. | ||
Gebruik dit toestel enkel met originele accessoires. Velleman nv is Niet aansprakelijk voor schade of kwetsuren bij (verkeerd) gebruik van dit toestel.
Voor meer informatatie over dit product en de LASTe versie van deze handleiding, zie www.velleman.eu.
De informatatie in deze handleiding kan te allen tjnde worden gewijzigd+zonder voorafgaande kennisgeving.
AUTEURSrecht
Velleman nv heeft het autoursrecht voor deze handleiding. Alle weltwijde rechten voorbehonden.
Het is Niet toegestaan om deze handleiding of gedeelten ervan over te nemen, te kopieren, te vertalen, te bewerken en op te slaan op een elektronisch medium zonder voorafgaande schriftelijktoestemming van de rechthebbende.