Professional 90 - Fornuis FALCON - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Professional 90 FALCON in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Professional 90 - FALCON en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Professional 90 van het merk FALCON.
GEBRUIKSAANWIJZING Professional 90 FALCON
Veiligheid voor alles 74 Kookplaatbranders 74 Bakplaat 75 Grill 75 Ovens 75 Het Handyrack 76 De klok 76 Koken met behulp van de timer 77 Het fornuis schoonmaken 77 Het fornuis verplaatsen 78 Problemen oplossen 78 Algemene veiligheidsvoorschriften 80 Onderhoud en reserveonderdelen 81 Installatie 81 Ombouwen voor gebruik met een andere gassoort 85 Veiligheid voor alles Net als mensen heeft ook uw fornuis behoefte aan schone, frisse lucht. De vlammen van de branders geven gassen, hitte en vocht af. Zorg er- voor dat de keuken goed geventileerd is: houd bestaande ventilatiegaten open of installeer een aangedreven afzuigkap die de dampen naar buiten toe afvoeren. Indien u gedurende lange tijd meerdere branders van het fornuis tegelijk gebruikt, dient u een raam open te zetten of een ventilator aan te zetten. Meer informatie vindt u in de Aanwijzingen voor de instal- latie. Indien u nog nooit een gasfornuis hebt gebruikt, wordt u aangeraden al- lereerst het gedeelte ‘Algemene veiligheidsvoorschriften’ te lezen. Hieronder volgt een aantal algemene richtlijnen voor het veilig gebruik van het gasfornuis. Druk de knop in en draai hem naar de afbeelding van de grote vlam. deze aanwijzing is van toepassing op een reeks modellen met verschillende bedieningsknoppen – de afbeeldingen zijn enkel schematisch. Blijf de knop ingedrukt houden. Er stroomt gas naar de brander. Druk de ontstekingsknop in of steek de brander met een lucifer aan. Houd de knop ongeveer 10 seconden inge- drukt. Als de brander uitgaat wanneer u de knop loslaat, hebt u niet lang genoeg gewacht. Draai de knop naar de uit- stand en wacht een minuut. Probeer het dan nogmaals maar houd de knop deze keer iets langer ingedrukt. U kunt de hoogte van de vlam met behulp van de knop afregelen. De af- beelding van de kleine vlam is de laagste stand. Gebruik geen pannen of ketels met een holle onderkant of met een uitste- kende onderrand. Het gebruik van sudderhulpmiddelen zoals matten van asbest of maas wordt AFGERADEN. Dergelijke hulp- middelen belemmeren de werking van de brander en tasten wellicht de pannenroosters aan. Gas en elektriciteit aan Controleer of de gasvoeding en de stroomvoeding aangesloten en inge- schakeld zijn. Het fornuis gebruikt stroom. Vreemde geuren De eerste keer dat u het fornuis ge- bruikt, geeft het wellicht een lichte geur af. Dit verdwijnt na korte tijd. Kookplaatbranders Bij sommige modellen is de kookplaat van een glazen deksel voorzien. In- dien het deksel gesloten is, dient u het aan de voorkant op te tillen. Het fornuis is voorzien van een veilig- heidsklep die de gastoevoer naar de kookplaat afsluit wanneer het deksel gesloten is. De klep niet gebruiken om de branders uit te zetten. De tekening bij de knoppen geven aan welke brander de betreffende knop regelt. De branders zijn elk voorzien van een speciale veiligheidsmechanisme dat de gas- stroom afsluit indien de vlam uitgaat.Nederlands
De aanbevolen minimumdiameter voor pannen is 120 mm. De maximumdiameter voor pannen is 250 mm. Grote pannen dienen niet te dicht bij elkaar te worden gezet. De wokbrander van 3 ringen (slechts sommige modellen) is bedoeld om de warmte gelijkmatig te verspreiden over een groot oppervlak. Deze bran- der is bijzonder goed geschikt voor grote pannen en wokken. Voor klei- nere pannen zijn de kleinere branders beter geschikt. Bakplaat De bakplaat past op één pannen- rooster, van voor naar achteren. U kunt rechtstreeks op de plaat koken. Zet geen pannen op deze plaat. De bakplaat is van een antiaanbaklaag voorzien. Metalen keukengerei (bijv. spatels) beschadigen deze laag. Ge- bruik keukengerei van hittebestendig plastic of hout. Plaats de bakplaat op een pannen- rooster boven de kookplaatbranders. Zet hem niet dwars neer – dit past niet en is bovendien wankel. Zet de bakplaat niet op de wok- brander of de hoge brander (rechter- kookplaat) – hij past niet op het pannenrooster van de hoge brander. U kunt eventueel vóór gebruik een dunne laag kookolie op de bakplaat aanbrengen. Steek de kookplaat- branders aan. Regel de vlamhoogte af naar wens. Laat de bakplaat niet langer dan 5 mi- nuten opwarmen voordat u er eten op doet. Als u langer wacht kan de plaat beschadigen. Draai de regelknoppen naar de afbeelding van de kleine vlam om de branders lager te zetten. Laat altijd ruimte over aan de zijkan- ten van de bakplaat, zodat de gassen kunnen ontsnappen. Zet in geen ge- val twee bakplaten naast elkaar. Laat de bakplaat na gebruik afkoelen voordat u hem schoonmaakt. Grill Voorzichtig: Tijdens gebruik van de grill worden sommige van de onderdelen die binnen bereik zijn wellicht heet. Houd jonge kinderen uit de buurt. Leg het eten op de grillpan en schuif de grillpan op de inschuifrichels naar binnen. Duw de pan helemaal naar achteren tot hij tegen de achteraan- slag aan zit. De grill is voorzien van twee straalelementen zodat u ofwel de hele grillpan of alleen het rechter- deel van de grillpan kunt verwarmen. Draai de knop naar stand 3. Voor de beste resultaten dient u de grillpan 2 minuten voor te verwarmen. Leg het eten op de grillpan en schuif de grillpan op de inschuifrichels naar binnen. Stel de stand van de grill af met behulp van de regelknop. Doe in geen geval de grilldeur dicht terwijl de grill aanstaat. De grillpan kan worden omgekeerd voor een tweede grillstand. Laat de grill niet langer dan enkele seconden branden zonder dat de grillpan eronder staat. Ovens Beide ovens zijn heteluchtovens. De ventilator doet hete lucht circuleren, wat tot een snellere warmte- overdracht naar het eten leidt. Voordat u de oven voor het eerst ge- bruikt, dient u hem 30 minuten lang op 200°C voor te verwarmen om eventuele productiegeuren te verdrij- ven. Draai de ovenknop naar de gewenste temperatuur. Het ovenlampje gaat branden en dooft pas als de oven de ingestelde temperatuur bereikt heeft. Vervolgens gaat het lampje tijdens het bakken aan en uit. Bij het berei- den van gerechten met een hoog watergehalte (bijv. ovenfriet) ver- schijnt wellicht een kleine hoeveel- heid stoom bij de opening aan de achterkant van de kookplaat. Dit is heel normaal. Beide ovens hebben een stand waar- mee enkel de ventilator ingesteld wordt ( ). In deze stand doet de ven- tilator lucht in de oven circuleren maar gaat het straalelement niet aan. Deze stand leent zich uitstekend voor het ontdooien van diepvriesproducten. Hele kippen en grote stukken vlees dient u in de koelkast te laten ont- dooien. Gebruik de oven niet om voedsel te ontdooien als de oven warm is of als de oven ernaast heet is. Duw de ovenrekken altijd helemaal tot achterin de oven. Bakplaten, vleespannen en dergelijke dienen in het midden van de oven- rekken in de oven te worden ge- plaatst. Zet de platen en schotels niet tegen de zijkanten van de oven aan, anders kan de hete lucht niet circule- ren. De aanbevolen maximumafmetingen voor bakplaten is 325 mm bij 305 mm voor de hoofdoven en 230 mm bij 320 mm voor de grote oven, zodat het ge- recht gelijkmatig bruint . Bij het bereiden van gerechten met een hoog vochtgehalte komt soms veel stoom vrij als u de ovendeur opentrekt. Ga niet te dicht bij de oven staan als u de deur opentrekt en laat de stoom wegtrekken. Zet de deur niet langer open dan noodzakelijk is als de oven aanstaat, anders worden de knoppen wellicht heet. Laat altijd ongeveer een vinger- breedte ruimte vrij tussen verschil- lende gerechten op hetzelfde rek. Zo kan de hitte goed circuleren rond de gerechten. De ‘Cook & Clean’ bekledings- panelen van de hoofdoven (zie ‘Het fornuis schoonmaken’) werken be- ter als vetspetters vermeden worden. Bij het braden van vlees dient u het vlees af te dekken. Indien u groenten aan het hete vet van een braadstuk gaat toevoegen, kunt u het groente goed uitdrogen of van een dunne laag kookolie te voor- zien om spetters te vermijden. De ovenrekken van de hoofdoven De ovenrekken zijn makkelijk in en uit de oven te schuiven. Trek aan het rek tot de achterkant van het rek wordt tegengehouden door de aanslagen van de inschuifrichels.Nederlands
Til de voorkant van het rek op om de achterkant van het rek onder de aan- slag door te halen. Trek het rek er vervolgens uit. Om een rek in de oven te schuiven, kiest u een inschuifrichel en duwt u tegen het rek tot de achterkant van het rek tegen de achteraanslag aan zit. Til de voorkant van het rek op om de achterkant van het rek onder de achteraanslagen door te halen. Duw het rek vervolgens helemaal in de oven. Het Handyrack Het ‘Handyrack’ past uitsluitend op de deur van de linkeroven. Het ‘Handyrack’ heeft een maximum- capaciteit van 5,5 kg. Het ‘Handyrack’ dient uitsluitend te worden gebruikt in combinatie met de bijgeleverde vleespan die op het ‘Handyrack’ past. Andere blikken zijn wellicht onstabiel. Terwijl het ‘Handyrack’ op het hoog- ste rek staat, kunt u het onderste rek van de oven gebruiken om andere gerechten te bereiden. Terwijl het ‘Handyrack’ op het laagste rek staat, kunt u de tweede rekstand van de oven gebruiken om andere gerechten te bereiden. U kunt het ‘Handyrack’ aanbrengen door een kant ervan op de deurhaak te plaatsen. Trek de andere kant uit en klem het vast aan de andere deurhaak. Ovenrekken grote oven De grote oven is voorzien van vier normale ovenrekken en een bordenwarmer. In de grote oven kunt u alle vier rek- ken tegelijk gebruiken; maar zorg wel dat er voldoende ruimte tussen zit zo- dat de warme lucht goed kan circule- ren. De klok U kunt de timer gebruiken om de ovens automatisch aan en uit te zet- ten. Controleer of de klok op de juiste tijd ingesteld is. De tijd instellen: Druk de knop in zoals op de afbeel- ding is weergegeven. Druk tegelijker- tijd op (-) of (+) tot de klok de juiste tijd aangeeft. Denk eraan dat het een 24-uursklok is. Als u een fout maakt of de verkeerde knop indrukt, sluit de stroom dan even af en begin op- nieuw. De tijd instellen voor een bepaald gerecht (minutenteller) Druk ( ) in en houd het ingedrukt. Druk tegelijkertijd op (-) of (+) tot de klok de gewenste kooktijd aangeeft. U kunt op ( ) drukken om te kijken hoeveel tijd nog resteert en u kunt op ( ) drukken om de pieper te annule- ren. De oven automatisch in- en uitschakelen Voordat u de timer instelt, moet u aan twee tijden denken. De ‘kookperiode’, ofwel hoe lang u de oven aan wilt hebben. De ‘stoptijd’, ofwel wanneer u de oven wilt laten uitschakelen. U kunt geen starttijd instellen - deze wordt automatisch bepaald aan de hand van de ingestelde kookperiode en stoptijd.Nederlands
Druk de knop in en houd hem inge- drukt (zie onder). Druk tegelijkertijd op (-) of (+) tot de klok de gewenste ‘kookperiode’ aan- geeft. Druk de knop in en houd hem inge- drukt (zie onder). Druk tegelijkertijd op (-) of (+) tot de klok de gewenste ‘stoptijd’ aangeeft. Get schermpje geeft AUTO weer. Stel de oven in op de gewenste tem- peratuur. Als de kookperiode om is, gaat de pieper af. DRAAI DE OVEN-
KNOP EERST NAAR DE UIT-
STAND en druk vervolgens eenmaal op ( ) om de pieper uit te schakelen en nogmaals op ( ) om op hand- matig koken over te schakelen. Als u niet thuis bent stopt de pieper na enige tijd vanzelf. Als u thuis komt,
DRAAI DE OVENKNOP EERST
NAAR 0 en druk vervolgens twee- maal op ( ) om op handmatig koken over te schakelen. Het schermpje geeft AUTO weer, u wilt handmatig koken. Indien u een automatische instelling wilt annuleren, dient u eerst op ( ) te drukken om de ingestelde kooktijd(en) terug te stellen op 0.00 voordat u op handmatig koken kunt overschakelen. Koken met behulp van de timer Met behulp van de timer kunt u één of beide ovens automatisch in- en uit- schakelen. Dezelfde start- en stoptijd zijn van toepassing op beide ovens maar de temperatuur kan wel apart worden ingesteld per oven. Indien u een van de ovens wilt in- schakelen terwijl de timer voor auto- matisch koken is ingesteld, moet u eerst wachten tot de timer de oven(s) ingeschakeld heeft. Vervolgens kunt u de oven(s) op de normale wijze handmatig instellen. Met behulp van de timer kunt u de oven op elke gewenste tijd binnen de daaropvolgende periode van 24 uur aan laten gaan. Indien u meerdere gerechten wilt be- reiden, dient u gerechten te kiezen die ongeveer even lang duren. U kunt de kooktijd voor een bepaald gerecht echter verlengen door een kleine container te gebruiken en deze in alu- miniumfolie te wikkelen, of juist ver- korten door een kleinere hoeveelheid te bereiden of een grotere container te gebruiken. Indien het lang duurt voordat de auto- matische kookperiode aanvangt, die- nen snel bedervende voedselproducten zoals varkensvlees of vis te worden vermeden, vooral bij warm weer. Plaats geen warm eten in de oven. Gebruik de oven niet indien deze reeds warm is. Gebruik de oven niet indien de oven ernaast warm is. Indien het lang duurt voordat de auto- matische kookperiode aanvangt, dient u het gebruik van wijn en bier te vermijden, aangezien ze kunnen gis- ten. Indien u room gebruikt, dient u dit pas toe te voegen vlak voordat u het ge- recht opdient, aangezien het kan stol- len. Aangezien verse groenten over een lange periode kunnen verkleuren dient u ze met een laag gesmolten vet te bedekken of onder te dompelen in een oplossing van citroensap en water. Bij vruchtentaarten, custardtaarten en andere soortgelijke gerechten met iets vloeibaars op ongebakken deeg mag het niet te lang duren voordat de automatische kookperiode aanvangt. Gerechten die resten gekookt vlees of gevogelte bevatten dient u niet au- tomatisch te koken indien het lang duurt voordat de automatische kook- periode aanvangt. Bij het koken van heel gevogelte dient u het gevogelte volledig te ontdooien voordat u het in de oven plaatst. Controleer of het vlees of het gevo- gelte helemaal gaar is voordat u het opdient. Het fornuis schoonmaken Sluit altijd eerst de stroom af voordat u het fornuis schoonmaakt. Denk er- aan dat u het na afloop weer aansluit. Gebruik in geen geval verfafbijt- middelen, soda, bijtmiddelen, biologi- sche poeders, bleek, bleekmiddelen met chloor, ruwe schuurmiddelen of zout. Meng geen verschillende schoonmaakmiddelen door elkaar – dit leidt wellicht tot gevaarlijke reac- ties. Indien u het fornuis wilt verplaatsen om te kunnen schoonmaken, raad- pleeg dan het gedeelte ‘Het fornuis verplaatsen’. Alle delen van het fornuis kunnen met warm zeepwater worden schoonge- maakt. Pas echter op dat het zeep- water niet bij het fornuis naar binnen sijpelt. Kookplaatbranders Sommige modellen zijn voorzien van een aparte sierring die op de brander- kop past. U kunt de branderkoppen en -kappen verwijderen om ze schoon te maken. Zorg ervoor dat ze goed droog zijn voordat u ze weer aanbrengt. Bakplaat Maak de bakplaat altijd schoon na ge- bruik. Laat hem volledig afkoelen voordat u hem verwijdert. Dompel de bakplaat onder in warm zeepwater. Gebruik een zachte doek of, voor hardnekkige vlekken, een nylon afwasborstel.
NEN AANTASTEN. Grill De grillpan dient met warm zeepwater te worden afgewassen. Indien de grillpan voor vlees of voor ander aan- koekend eten is gebruikt, dient u de grillpan direct na gebruik enkele mi- nuten in de week te zetten in de gootNederlands
steen. Gebruik een nylon borstel om hardnekkig vuil van de pan te verwij- deren. Bedieningspaneel en ovendeuren Vermijd het gebruik van schuur- middelen, onder andere schuimreinigers, op oppervlakken van geborsteld roestvrij staal. Ge- bruik voor de beste resultaten was- vloeistof. Gebruik voor het schoonmaken van het bedieningspaneel en de bedieningsknoppen een zachte, in warm zeepwater gedrenkte, en uit- gewrongen doek. Pas daarbij wel op dat het water niet bij het fornuis naar binnen sijpelt. Neem het oppervlak af met een schone, vochtige doek en poets het droog met een droge doek. Maak de ovendeuren schoon met een zachte, in warm zeepwater ge- drenkte, en uitgewrongen doek. Hoofdoven De hoofdoven is voorzien van demonteerbare panelen met een spe- ciale emaillelaag die gedeeltelijk zelf- reinigend is. De laag beschermt de bekleding niet volledig tegen krassen maar beperkt de handmatige reiniging wel tot een minimum. De ‘Cook & Clean’ panelen werken beter boven 200°C. Indien u de oven meestal op een lagere temperatuur gebruikt, dient u zo af en toe de pane- len te verwijderen en met een pluis- vrije doek en warm zeepwater af te nemen. Droog de panelen vervolgens af en breng ze weer aan. Stel de oven dan in op 200°C en laat hem een uur aanstaan. Zo zorgt u ervoor dat de ‘Cook & Clean’ panelen goed blijven werken. Gebruik geen staalwol (of andere stoffen die wellicht krassen op het op- pervlak maken). Gebruik geen oven- reinigingsdoekjes. De ovenbekleding verwijderen Een aantal van de bekledingspanelen zijn demonteerbaar zodat u de pane- len en achter de panelen kunt schoonmaken. Verwijder eerst de rekken. Schuif het bovenpaneel naar voren en verwijder het. De zijpanelen van de oven zitten vast met vier bevestigingsschroeven. U hoeft de schroeven er niet uit te draaien om de ovenbekledings- panelen te kunnen verwijderen. Til de zijpanelen op en schuif ze van de schroeven af. Trek ze dan naar vo- ren. Als u de bekleding hebt verwijderd, kunt u het emaille aan de binnenkant van de oven schoonmaken. Breng na afloop eerst de zijpanelen aan. Zorg ervoor dat u het bovenpaneel van de oven met de gleuf aan de voorkant aanbrengt. De grote oven Om de zijkanten van de oven schoon te maken, dient u eerst de inschuifrichels los te haken en te ver- wijderen. Het fornuis verplaatsen Sluit de stroom af. Het fornuis is zwaar en dient wellicht door twee mensen te worden opge- tild. Het fornuis is voorzien van twee nivelleerwieltjes aan de achterkant en twee stelvoeten die naar beneden kunnen worden gedraaid aan de voorkant. Doe de deur van de grill en de rechteroven open zodat u goed kunt vasthouden aan de onderkant van het bedieningspaneel terwijl u de oven verplaatst. Til de voorkant van het for- nuis iets op en trek het naar voren. Houd de oven tijdens het verplaatsen niet vast aan de deurhendels of bedieningsknoppen. Verplaats de oven stukje bij stukje en controleer telkens of de gasslang niet is blijven haken. Zorg tijdens het ver- plaatsen van het fornuis telkens dat de stroomkabel en de gasleiding vol- doende speling hebben. Indien het fornuis van een stabiliteits- ketting voorzien is, dient u deze los te koppelen terwijl u het fornuis er voor- zichtig uit trekt. Vergeet niet om de ketting na afloop weer aan te bren- gen. Als u het fornuis weer op zijn plaats zet, dient u wederom te controleren of de stroomkabel en de gasleiding niet blijven haken. Problemen oplossen Er komt stoom uit de oven Bij het koken van voedselproducten met een hoog watergehalte (bijv. ovenfriet), komt er wat stoom uit de opening aan de achterkant. Wees voorzichtig als u de ovendeur open- trekt, aangezien er soms veel stoom vrijkomt. Ga niet te dicht bij de oven staan en laat de stoom wegtrekken. De ovenventilator maakt geluid. De toon van de ovenventilator veran- dert soms naarmate de oven op- warmt – dat is heel normaal. De knoppen worden heet als ik de oven of de grill gebruik. Kan ik dit voorkomen? Ja, de knoppen worden heet door de hitte die uit de oven of de grill opstijgt. Doe de ovendeur dicht. Plaats de grillpan tijdens gebruik helamaal ach- terin, zodat hij tegen de achteraan- slag aan zit.Nederlands
Indien er een probleem is met de installatie, en de oorspronkelijke installateur kan het niet komen repareren, wie betaalt de kosten dan? Onderhoudsbedrijven rekenen voor het rechtzetten van het werk van de oorspronkelijke installateur. Het is in uw voordeel om de oorspronkelijke installateur in te schakelen. Aardlekschakelaars met stroomsturing Indien het fornuis is voorzien van een aardlekschakelaar (RCD) met een gevoeligheid van 30 milliampere, is het mogelijk dat de schakelaar om- slaat wanneer het fornuis gelijktijdig met andere huishoudelijke apparaten wordt gebruikt. In dergelijke gevallen dient de stroomkring van het fornuis wellicht te worden voorzien van een schakelaar van 100 mA. Dit werk dient uitsluitend door een bevoegd elektricien te worden verricht. Het eten kookt te langzaam, te snel of brandt aan. De kooktijden van deze oven wijken wellicht af uw vorige oven. U kunt de temperatuur naar eigen smaak aan- passen om de gewenste resultaten te bereiken. Probeer het eens op een hogere of lagere temperatuur. Het eten wordt niet gelijkmatig gaar in de oven. Gebruik geen bakvormen of -platen die groter zijn dan de bijgeleverde bakplaat (320 mm x 305 mm). Indien u een groot gerecht bereidt, moet u het tijdens het koken om- draaien. Indien u twee rekken gebruikt, dient u voor voldoende tussenruimte te zor- gen, zodat de warmte goed kan circu- leren. Plaats de bakplaat altijd op het midden van het ovenrek. Controleer of de deurzegel bescha- digd is en of de deurgrendel dusdanig is ingesteld, dat de deur stevig tegen de zegel aan wordt gehouden. Let wel dat er bij de linkeroven met opzet tussenruimte gelaten is onder- aan de deur. Indien u een kom met water op het ovenrek plaatst, dient het waterpas te staan. (Indien het bijvoorbeeld ach- teraan dieper is, dient u de achterkant van het fornuis omhoog te brengen of de voorkant te laten zakken.) Indien het fornuis niet waterpas staat, dient u de leverancier te raadplegen om het te laten bijstellen. De oven gaat niet aan als ik hem handmatig aanzet. Is de stroom aangesloten? Brandt het klokje? Zo niet, dan is er wellicht iets mis met de stroomvoeding. Staat het fornuis aan bij de scheidings- schakelaar? Knippert het klokje op 0.00? Zo ja, stel het klokje dan in op de juiste tijd. Is de timer per ongeluk op AUTO ingesteld? Indien het klokje AUTO aangeeft, dient u op de knop voor de kookperiode te drukken en de ingestelde kooktijd met behulp van de knoppen (+) en (-) terug te stellen op 0.00. Druk tweemaal op ( ). Indien het probleem daarmee niet opgelost is, dient u een onderhoudstechnicus in te roepen. De oven gaat niet aan bij automatisch koken. Is de timer goed ingesteld maar is de ovenknop per ongeluk uit blijven staan? De oventemperatuur stijgt naarmate het fornuis veroudert. Indien het niet helpt of slechts tijdelijk helpt als u de ovenknop lager zet, hebt u wellicht een nieuwe thermo- staat nodig. De thermostaat dient door een onderhoudstechnicus te worden geïnstalleerd. De grill werkt niet goed Gebruikt u de met het fornuis bij- geleverde pan en treeft? Zet u de pan neer op de inschuifrichels, en niet op de onderkant van de grillruimte? Zit de grillplaat helemaal achterin, tegen de aanslag aan? Het ovenlicht werkt niet Het lampje is wellicht doorgebrand. Lampjes (vallen niet onder de garan- tie) zijn verkrijgbaar bij de betere elektrische winkel. Vraag om een lampje van 15 W, 240 V, met edisonfitting, VOOR OVENS. Het moet een speciaal lampje zijn, dat hittebestendig is tot aan 300°C. Doe de ovendeur open en verwijder het ‘Handyrack’ (indien aangebracht) en de ovenrekken. Sluit de stroom af. Draai de lampafscherming tegen de klok in om het eraf te draaien. Draai het oude lampje eruit. Draai het nieuwe lampje erin. Draai de lampafscherming er weer op. Sluit de stroom aan en controleer of het lampje gaat branden. De kookplaatontsteking of kookplaatbranders storen Is de stroom aangesloten? Brandt het klokje? Zo niet, dan is er wellicht iets mis met de stroomvoeding. Zit er vuil op de ontstekingselektrode of de sleuven van de branders? Is de sierring van de brander goed aangebracht? Zijn de branderkappen goed aange- bracht? Raadpleeg het gedeelte ‘Het fornuis schoonmaken’ Controleer of de gastoevoer in orde is. U kunt dit doen door te controleren of uw andere gasapparaten goed werken. Gaan de branders branden als u de knop indrukt? Zo niet, controleer dan de voeding - brandt het klokje? Stroomstoring In het geval van een stroomstoring kunt u de kookplaat met een lucifer aansteken.Nederlands
Algemene veiligheidsvoorschriften Dit apparaat dient door een bevoegd persoon te worden geïnstalleerd in overeenstemming met de aanwijzin- gen voor de installatie. De installatie dient aan de relavante voorschriften alsmede de vereisten van het plaat- selijke energiebedrijf te voldoen. Indien u gas ruikt Geen stroomschakelaars aan- of uit- zetten. Niet roken. Geen open vuur gebruiken. Het gas niet uitzetten bij de meter of cilinder. Doe de deuren en ramen open om het gas te laten ontsnappen. Bel het gasbedrijf. Dit apparaat is uitsluitend bedoeld voor huishoudelijk gebruik. Indien het voor andere doeleinden wordt ge- bruikt, maakt dit eventuele garantie- of aansprakelijkheidsclaims wellicht ongeldig. Bij het gebruik van een gasfornuis komt er warmte en vocht vrij in de ruimte waarin het fornuis is geïnstal- leerd. Zorg ervoor dat de keuken goed geventileerd is: houd bestaande ventilatiegaten open of installeer een mechanische ventilator (mechani- sche afzuigkap). Indien u het fornuis gedurende lange tijd gebruikt, is wellicht aanvullende ventilatie nodig. U kunt bijvoorbeeld een raam openzetten of de mechani- sche ventilatie opvoeren, indien van toepassing. Het fornuis dient door een bevoegd elektricien te worden geïnstalleerd in overeenstemming met de aanwijzin- gen voor de installatie. Het mag uit- sluitend worden gerepareerd door een bevoegd onderhoudstechnicus en er mogen uitsluitend goedge- keurde reserveonderdelen worden gebruikt. Vraag de installateur om u de bedieningsschakelaar van het for- nuis te laten zien. Markeer de scha- kelaar zodat u hem makkelijk kunt vinden. Voordat er met schoonmaken of onderhoudswerk wordt begonnen, dient u het fornuis altijd eerst te laten afkoelen en de stroom af te sluiten, tenzij de handleiding iets anders aan- geeft. Alle onderdelen van het fornuis kun- nen heet worden en blijven na het ko- ken een tijd heet. Wees voorzichtig bij het aanraken van het fornuis. Om de kans op brandwonden zoveel mogelijk te be- perken, dient u altijd te controleren of de bedieningsknoppen uitstaan en of het fornuis is afgekoeld voordat u het fornuis schoonmaakt. Gebruik droge ovenwanten indien mogelijk. Bij gebruik van vochtige wanten kunt u zich aan de stoom branden als u een heet oppervlak aanraakt. Bedien het fornuis niet met natte handen. Gebruik geen handdoeken of andere dikke doeken in plaats van een oven- want. Dergelijke doeken kunnen vuur vatten indien ze met een heet opper- vlak in aanraking komen. Wees voorzichtig bij het schoonma- ken. Indien u een natte spons of doek gebruikt om gemorste resten van een heet oppervlak af te vegen, dient u op te passen dat u zich niet aan de stoom brandt. Sommige schoonmaakmiddelen veroorzaken schadelijke dampen wanneer ze met hete oppervlakken in aanraking ko- men. Gebruik geen onstabiele steelpannen en laat de steel nooit aan de voorkant van de kookplaat uitsteken. Zorg ervoor dat baby’s, peuters en jonge kinderen te allen tijde uit de buurt van het fornuis blijven. Laat kin- deren niet op het fornuis zitten of staan. Leer ze om niet met de knop- pen of andere delen van het fornuis te spelen. Berg voorwerpen die voor kinderen van belangstelling zijn niet op in kas- ten boven het fornuis – klimmen op het fornuis kan tot ernstige verwon- dingen leiden. Maak uitsluitend de in deze handlei- ding vermelde onderdelen schoon. Omwille van de hygiëne en de veilig- heid dient het fornuis te allen tijde schoon te worden gehouden aange- zien vet en andere resten vuur kun- nen vatten. Zorg ervoor dat het fornuis op een veilige afstand van brandbare wand- bekledingen en gordijnen en derge- lijke staat. Gebruik geen spuitbussen in de buurt van het fornuis terwijl het fornuis aan- staat. Bewaar en gebruik geen brandbare stoffen en ontvlambare vloeistoffen in de buurt van het fornuis. Probeer vetbranden niet met water te doven. Pak brandende pannen nooit op. Draai de bedieningsknoppen uit. Doof de vlammen door de pan volle- dig af te dekken met een deksel van de juiste maat of met een bakplaat. Gebruik een universeel poeder- or schuimblusapparaat, indien beschik- baar. Laat het fornuis zonder toezicht aan- staat op een hoge temperatuur. Over- kokende pannen kunnen rook veroor- zaken en gemorst vet kan vuur vat- ten. Draag geen loszittende of -hangende kleding tijdens gebruik van het for- nuis. Wees voorzichtig als u iets uit kasten boven de kookplaat pakt. Brandbare stoffen kunnen vuur vatten indien ze met een heet oppervlak in aanraking komen en kunnen ernstige brandwonden veroorzaken. Pas op bij het verwarmen van vet en olie, aangezien het vlam kan vatten als het te heet wordt. Gebruik een frituurthermometer, in- dien mogelijk, om te voorkomen dat het vet boven het rookpunt wordt ver- hit. Laat frituurpannen nooit zonder toe- zicht aanstaan. Verwarm vet altijd langzaam en onder toezicht. Frituur- pannen dienen slechts voor een derde vol vet te zitten. Indien u teveel vet in de pan doet, kan de pan over- stromen wanneer u er eten bij doet. Indien u verschillende soorten olie of vet combineert bij het frituren, dient u de olie te vermengen voordat u het verhit, of, in het geval van vet, terwijl het smelt. Het voedsel dat u gaat frituren dient zo droog mogelijk te zijn. De rijp op diepvriesproducten of het vocht op verse voedselproducten kunnen het hete vet doen bruisen en overstro- men. Wanneer u op hoge of gemiddete temperaturen frituurt, dient u het vet goed in de gaten te houden zodat het niet overstroomt of overver- hit. Probeer nooit om pannen metNederlands
heet vet te verplaatsen, vooral geen frituurpannen. Wacht tot het vet is af- gekoeld. Terwijl de gril aanstaat dient u de bo- venkant van het rookkanaal (de sleuf aan de achterkant van het fornuis) niet te gebruiken om borden of scha- len op te warmen, theedoeken te dro- gen of boter zacht te maken. Bij gebruik van elektrische apparaten in de buurt van het fornuis, dient u op te passen dat het snoer van het appa- raat niet in aanraking komt met de kookplaat. Pas op dat er geen water bij het for- nuis naar binnen sijpelt. Alleen schalen van bepaalde soorten glas, glaskeramiek, aardewerk en an- dere verglaasde schalen of kommen zijn geschikt voor gebruik op de kook- plaat; andere soorten kunnen breken als gevolg van de plotselinge temperatuurverandering. Laat mensen niet op het fornuis klim- men of staan, of eraan hangen. Dek de rekken, de bekleding en het bovenpaneel van de oven niet af met aluminiumfolie. Zorg ervoor dat de keuken te allen tijde goed geventileerd is. Gebruik eventueel aangebrachte luchtverversers of afzuigkappen. Verwarm in geen geval ongeopende voedselcontainers. De drukopbouw kan de container doen stukbarsten, hetgeen letsel kan veroorzaken. Het fornuis is uitsluitend bedoeld voor het bereiden van voedsel en mag niet voor andere doeleinden worden ge- bruikt. De oven dient NIET te worden ge- bruikt om de keuken te verwarmen. Dit is niet alleen een verspilling van het gas, maar kan bovendien tot oververhitting van de bedienings- knoppen leiden. Laat de ovendeur NIET langer dan noodzakelijk openstaan terwijl de oven aanstaat. De specificatie van dit fornuis dient niet te worden gewijzigd. Dit apparaat is zwaar, wees voorzich- tig bij het tillen. Zorg ervoor dat de bedienings- knoppen uitstaan als het fornuis in gebruik is. Onderhoud en reserveonderdelen Vul de onderstaande gegevens over het apparaat in en bewaar ze op een veilige plaats voor het geval u ze in de toekomst nodig hebt. Deze gege- vens helpen ons om uw apparaat nauwkeurig te identificeren, zodat we u beter kunnen helpen. Als u de ge- gevens nu invult, scheelt dat tijd en ongemak mocht er zich later een pro- bleem met het apparaat voordoen. Bovendien kan het nuttig zijn samen met deze folder de aankoopbon te bewaren. Het kan zijn dat u om de bon gevraagd wordt als er iemand langskomt in verband met de garan- tie. Gassoort: Dual Fuel (twee soorten brandstof) Naam en kleur apparaat* Serienummer apparaat* Naam en adres winkel Aankoopdatum Naam en adres installateur Installatiedatum
- Deze gegevens staan op het gegevensplaatje van het apparaat aangegeven. In geval van problemen In het onwaarschijnlijke geval dat er zich een probleem voordoet met het apparaat, dient u eerst de rest van dit boekje te raadplegen, met name het gedeelte ‘Problemen oplossen’, om te controleren of u het apparaat op de juiste manier gebruikt. Indien u nog steeds problemen hebt, neem dan contact op met de winkel. Let op Indien de garantieperiode van het ap- paraat verstreken is, brengt onze onderhoudsleverancier u wellicht in rekening. Indien u een technicus inroept en de storing valt niet onder de verantwoor- delijkheid van de fabrikant, is onze onderhoudsleverancier gerechtigd u hiervoor in rekening te brengen. Indien u er niet bent op de afgespro- ken tijd, kunt u daarvoor in rekening worden gebracht. Buiten de garantie Wij bevelen aan onze apparaten ge- durende de gebruiksduur regelmatig te onderhouden om de beste resulta- ten en efficiëntie te verkrijgen. Het onderhoudswerk dient uitsluitend door technisch bedreven en daartoe bevoegd personeel te worden ver- richt. Reserveonderdelen Voor de beste resultaten en een vei- lige werking dienen uitsluitend origi- nele reserveonderdelen te worden gebruikt. Gebruik geen opgeknapte of niet-goedgekeurde gasregelings- onderdelen. Raadpleeg de winkel. Installatie Het apparaat is geleverd als:- G 20 20millibar CAT II 2H3+ CAT II 2E3+ CAT II 2E3B/P Het dient te worden omgebouwd om als CAT I2L of CAT I 3B/P te werken. Dit apparaat is uitsluitend bedoeld voor huishoudelijk gebruik. Indien het voor andere doeleinden wordt ge- bruikt, maakt dit eventuele garantie- of aansprakelijkheidsclaims wellicht ongeldig.Nederlands
Lees op het gegevensplaatje van het apparaat af voor welke gassoort het fornuis is ingesteld. Ombouwen Met het fornuis wordt een ombouwset bijgeleverd, zodat het kan worden omgebouwd vor gebruik met andere gassoorten. Indien het apparaat dient te worden omgebouwd voor gebruik met een andere gassoort, raden we aan dit vóór de installatie te doen. Raadpleeg het gedeelte ‘Ombouwen’ van de handleiding voor meer informatie. Veiligheidsvoorschriften/- vereisten Het apparaat dient door een bevoegd persoon te worden geïnstalleerd. De installatie dient overeen te komen met de relevante voorschriften als- mede de vereisten van het plaatse- lijke energiebedrijf. Lees de ge- bruiksaanwijzing voordat u het appa- raat installeert of gebruikt. Het is in uw eigen belang en in het belang van de veiligheid om alle gas- apparaten door bevoegd personeel te laten installeren. Indien het apparaat verkeerd wordt aangesloten, maakt dit eventuele garantie- of aansprakelijkheidsclaims wellicht on- geldig, en kunt u vervolgd worden. Controleer vóór de installatie of het fornuis geschikt is voor uw gassoort en voedingsspanning. Kijk op het gegevensplaatje. Het apparaat kan worden omgebouwd voor gebruik met andere gassoorten. Installeer het apparaat in een goed geventileerde ruimte. Ventilatie Het apparaat is niet op een afvoer- inrichting voor verbrandingsproducten aangesloten. Het dient in overeenstemming met de huidige installatievereisten te worden geïnstalleerd en aangesloten. Er dient met name aandacht te worden besteed aan de relevante voorschrif- ten met betrekking tot de ventilatie. De plaatselijke voorschriften betref- fende ventilatie dienen te worden na- gekomen, maar enkel als minimum: Alle kamers moeten voorzien zijn van een raam dat open kan of iets soort- gelijks, en sommige kamers moeten tevens van een permanent ventilatie- kanaal zijn voorzien, afgezien van het raam. Het fornuis dient niet te worden geïnstalleerd in zitslaapkamers met een volume van onder 20 m
. Indien het fornuis in een kamer met een vo- lume van onder 5 m
wordt geïnstal- leerd, is een ventilatiekanaal met een effectief oppervlak van 100 cm
ver- eist; indien het wordt geïnstalleerd in een kamer met een volume van 5 m
, is een ventilatiekanaal met een effectief oppervlak van 50 cm
vereist; en kamers met een volume van boven 11 m
vereisen geen ventilatiekanaal. Indien de kamer echter is voorzien van een buiten- deur, is een ventilatiekanaal niet noodzakelijk, zelfs indien het volume tussen 5 m
ligt. Indien er in de kamer tevens andere apparaten staan, die gas verbruiken, is wellicht meer ventilatie vereist. Het fornuis plaatsen Het fornuis mag in een keuken of open keuken worden geïnstalleerd, maar NIET in kamers met een bad of douche. OPMERKING: Apparaten die geschikt zijn voor ge- bruik op vloeibaar gas (LPG), mogen niet worden geïnstalleerd in kamers of binnenruimten onder de begane grond, bijv. op de kelderverdieping. Om het fornuis correct te kunnen in- stalleren is de volgende apparatuur noodzakelijk: Stabiliteitsklem Indien het fornuis op een flexibele gasleiding wordt aangesloten, dient een stabiliteitsklem of -ketting te wor- den aangebracht. Deze worden niet bijgeleverd. Gasdrukmeter Buigzame gasslang Dient aan de relevante normen te vol- doen. Multimeter (voor elektrische controle) Het fornuis plaatsen Op de afbeeldingen zijn de vereiste minimumafstanden tussen het fornuis en de aangrenzende oppervlakken aangegeven. De rand van de kookplaat dient op gelijke hoogte of boven eventuele naastgelegen werkbladen te zitten. Boven het niveau van de kookplaatNederlands
dient tussen de zijkanten van het for- nuis en eventuele naastgelegen verti- cale oppervlakken een tussenruimte van ten minste 75 mm te worden ge- laten. Bij niet-brandbare oppervlakken (bij- voorbeeld ongeverfd metaal of keramische tegels) is de minimum- afstand 25 mm. Tussen de bovenkant van de kook- plaat en eventuele brandbare hori- zontale oppervlakken erboven dient een tussenruimte van ten minste 650 mm te worden gelaten. Afzuigkappen dienen in overeen- stemming met de aanwijzingen van de betreffende fabrikant te worden geïnstalleerd. Omwille van de veiligheid mag direct achter het fornuis geen gordijn wor- den opgehangen. We bevelen aan tussen de kasten een tussenruimte van 910mm te laten zodat u het fornuis kunt verplaatsen. Indien het fornuis tegen de kasten aan wordt ingebouwd, dient u het for- nuis aan de ene kant tegen de kast aan te plaatsen en aan te sluiten en dan pas de kast aan de andere kant op zijn plaats aanbrengt. Indien het fornuis dicht bij een hoek van de keuken staat, is minimaal 130 mm ruimte vereist zodat de oven- deuren open kunnen. Het fornuis uitpakken Verwijder de verpakking van het for- nuis pas wanneer het vlak vóór de plaats staat, waar het wordt geïnstal- leerd (tenzij het met de verpakking niet door de deur past). Snijd de bevestigingsstroken door en til de kartonnen doos van het fornuis af, zodat het fornuis op de onder- verpakking blijft staan. Raadpleeg het losse blad voor nadere uitpak- instructies. Waterpas stellen Plaats een luchtbelwaterpas op een van de rekken van een oven om te controleren of het fornuis waterpas staat. Zet het fornuis op de bestemde plaats neer. Pas daarbij op dat het niet wordt verdraaid in de ruimte tussen de keukenkasten, aangezien dit het fornuis of de kasten kan beschadi- gen. De voeten aan de voorkant en de wieltjes aan de achterkant kunnen worden afgesteld om het fornuis wa- terpas te stellen. Om het fornuis aan de achterkant in de hoogte te verstel- len, dient u de stelmoeren aan de voorste hoeken aan de onderkant van het fornuis af te stellen met be- hulp van het bijgeleverde nivelleer- werktuig. Om de voeten aan de voorkant in te stellen dient u het fornuis met behulp van de wieltjes aan de achterkant op te tillen of te laten zakken. De handvaten aanbrengen (niet alle modellen) Gebruik de inbussleutel om de inbusschroeven van 4 mm in de deu- ren te verwijderen. Breng de deur- handvaten met behulp van de schroe- ven aan. De handvaten dienen boven de bevestigingsmiddelen te komen. Verwijder de inbusschroeven van 4 mm aan de bovenste hoeken van het bedieningspaneel en bevestig de handrail aan de voorkant. De spatplaat aanbrengen (optioneel - niet alle modellen) Verwijder de twee bevestigings- schroeven (inbuskop van 3 mm) die door de bovenkant van de opening aan de achterkant heen passen, en de bijbehorende moeren. Houd de spatplaat vast op zijn plaats. Steek de twee bevestigingsschroeven er aan de achterkant weer in en breng de moeren weer aan. Klem Indien het fornuis op een flexibele gasleiding wordt aangesloten, dient een klem te worden gebruikt. Deze worden niet bijgeleverd. De klem dient te worden bevestigd aan het ge- bouw en dient los te koppelen zijn zo- dat het fornuis kan worden uitgetrok- ken voor reiniging en onderhouds- doeleinden. Aansluiten op het gas Tussen de gastoevoer en de verbindingsslang dient een gasafsluiter te worden aangebracht. De buigzame slang (niet bijgeleverd) dient aan de relevante normen te vol- doen. Neem in geval van twijfel con- tact op met de leverancier. De afschermkasten aan de achter- kant beperken de positie van het toevoerpunt. De eindaansluiting van de huishoudelijke gasvoeding dient naar beneden te zijn gericht. De aansluiting van het apparaat be- vindt zich aan de achterkant van het fornuis, vlak onder het kookplaat- niveau.Nederlands
De slang dient dusdanig te worden aangesloten, dat zowel de in- als de uitlaataansluiting verticaal is, zodat de slang in de vorm van een U naar beneden hangt. Daar het fornuis in de hoogte verstel- baar is en elke aansluiting anders is, kunnen we geen nauwkeurige afme- tingen geven. De eindaansluiting van de gasvoeding dient idealiter in het gearceerde gedeelte van de afbeel- ding van de achterkant van het for- nuis te vallen. Controleer na het aansluiten van het gas aan de hand van een drukproef of het fornuis gasdicht is. Gebruik geen afwasmiddel om op gaslekken te controleren – het kan corrosie ver- oorzaken. Gebruik producten die speciaal bedoeld zijn voor lekdetectie. Beproeven op druk U kunt de gasdruk meten bij de injector van een van de linker kook- plaatbranders. Verwijder het pan- rooster, de branderkop en -kap. De injector ligt nu bloot. Raadpleeg Technische gegevens achterin deze handleiding voor de testwaarden. Hermonteer de brander op de juiste wijze. Aansluiten op de elektriciteit Het apparaat dient door een bevoegd elektricien te worden aangesloten in overeenstemming met de relevante voorschriften alsmede de vereisten van het plaatselijke energiebedrijf.
AARD Opmerking Het fornuis dient te worden aangeslo- ten op de juiste stroomvoeding, zoals op het spanningslabel van het fornuis vermeld is. Het fornuis dient te wor- den aangesloten via een geschikt regeleenheid voor het fornuis, be- staande uit een tweepolige schake- laar met een tussenruimte van ten minste 3 mm tussen de polen. Het fornuis mag niet op een normaal, huishoudelijk stopcontact worden aangesloten. De totale elektrische belasting van het apparaat bedraagt ongeveer 7,4 kW. De elektriciteitskabel dient aan deze belasting en aan de plaatselijke vereisten te voldoen. U kunt de afschermkast van het aansluitpunt op het achterpaneel ver- wijderen om bij de netaansluiting te komen. Sluit de elektriciteitskabel aan op de juiste aansluitpunten voor de betref- fende soort stroomvoeding. Controleer of de aansluitingen goed vastzitten en of de schroeven van de aansluitpunten goed vastzitten. Zet de elektriciteitskabel vast met de kabelklem. Aardlekschakelaars met stroom- sturing Indien het fornuis is voorzien van een aardlekschakelaar (RCD) met een gevoeligheid van 30 milliampere, is het mogelijk dat de schakelaar om- slaat wanneer het fornuis gelijktijdig met andere huishoudelijke apparaten wordt gebruikt. In dergelijke gevallen dient de stroomkring van het fornuis wellicht te worden voorzien van een schakelaar van 100 mA. Dit werk dient uitsluitend door een bevoegd elektricien te worden verricht. Kookplaat Controleer de branders één voor een. Het fornuis is voorzien van een veiligheidsmechanisme dat de gas- toevoer naar de brander uitschakelt indien de vlam uitgaat. Draai de bedieningsknoppen één voor een naar de grote vlam. Druk de bedieningsknop in. Er stroomt gas naar de brander. Blijf de knop inge- drukt houden en druk op de ontstekingsknop of steek de brander met een lucifer aan. Blijf de knop on- geveer 10 seconden ingedrukt hou- den. Als de brander uitgaat wanneer u de knop loslaat, hebt u niet lang genoeg gewacht. Wacht een minuut en pro- beer het nogmaals maar houd de knop deze keer iets langer ingedrukt. Grill Doe de grilldeur open. Draai de grill- knop aan en controleer of de grill warm wordt. Ovencontrole De ovens werken alleen indien de klok op de juiste tijd is ingesteld. Raadpleeg het gedeelte ‘De klok’ voor instructies voor de tijdsinstelling. Druk tegelijkertijd op - of + tot de klok de juiste tijd weergeeft. Denk eraan dat het een 24-uursklok is. Als u een fout maakt of de verkeerde knop indrukt, sluit de stroom dan even af en begin opnieuw. Zet de oven aan en controleer of de ventilator draait en de oven warm wordt. Zet de oven uit. De plint monteren Draai de 3 schroeven in de onderrand van het fornuis los. Haak het middel- ste spiegat vast over de middelste schroef. Trek en positioneer de an- dere spiegaten boven de andere schroeven. Draai de bevestigings- schroeven vast. Ovenlicht Druk op de knop van het ovenlicht en controleer of het werkt. Opmerking. De garantie dekt het ovenlampje niet. Klantenzorg Leg aan de gebruiker uit hoe het for- nuis werkt en geef hem/haar deze ge- bruiksaanwijzing. Dank u.Nederlands
Ombouwen voor gebruik met een andere gassoort Onderhoud - waarschuwing Het fornuis mag uitsluitend door be- voegde personen worden omge- bouwd. Na de ombouwing dient de in- stallatie aan de relevante voorschrif- ten en de vereisten van het plaatse- lijke energiebedrijf te voldoen. Lees de aanwijzingen voordat u met het ombouwen begint. Indien het apparaat verkeerd wordt omgebouwd, maakt dit eventuele ga- rantie- of aansprakelijkheidsclaims wellicht ongeldig, en kunt u vervolgd worden. Deze aanwijzing dient samen met de rest van de aanwijzingen voor het ap- paraat te worden gebruikt, met name met betrekking tot informatie over normen, het plaatsen van het fornuis, geschikte slangen etc. Bij het repareren of vervangen van gasvoerende onderdelen dient u al- lereerst de gastoevoer af te sluiten en na afloop te controleren of het appa- raat gasdicht is. Gebruik geen opgeknapte of niet- goedgekeurde gasregelings- onderdelen. Ombouwen Koppel de elektriciteit en het gas los voordat u met onderhoudswerk be- gint. Controleer na afloop of het appa- raat veilig is. Het apparaat is geleverd als:- G 20 20millibar CAT II 2H3+ CAT II 2E3+ CAT II 2E3B/P Controleer in het gedeelte Techni- sche gegevens achterin de handlei- ding of het fornuis kan worden omge- bouwd voor de gewenste gassoort. Injectors Verwijder de branderkappen en -kop- pen. Verwijder de oude bekken. Breng de nieuwe bekken aan (raad- pleeg Technische gegevens ach- terin de handleiding voor de juiste bekken). Hermonteer de onderdelen in omgekeerde volgorde. Kraanafstelling Sla de tabel achterin de handlei- ding na om te controleren of de bypass-schroeven moeten worden vervangen of bijgesteld. Trek de bedieningsknoppen eraf. Doe de ovendeur en de grilldeur open en verwijder de bevestigings- schroeven onder het bedienings- paneel. Sommige modellen zijn voor- zien van een plaat onder het bedieningspaneel. Deze plaat wordt op zijn plaats gehouden door de on- derste bevestigingsschroeven. Modellen met een handrail Verwijder de twee bevestigings- schroeven in de eindklemmen van de handrail en verwijder vervolgens de twee kruiskopschroeven die onder de eindklemmen van de handrail verbor- gen waren. Til het bedieningspaneel van de bo- venste borglipjes af. Modellen zonder handrail Schuif het bedieningspaneel naar rechts en trek het naar voren. Pas op dat u de bedrading niet be- schadigt of belast. Ombouwen naar andere gas- soorten. Verwijder de bypass-schroef en ver- vang hem door de juiste schroef. Sla de tabel achterin de handleiding na voor de juiste maat. Breng het bedieningspaneel weer aan. Label opplakken Plak het juiste label op het gegevens- plaatje, dat aangeeft voor welk gas- soort het fornuis nu is aangepast. Beproeven op druk Sluit het apparaat aan op de gas- toevoer. Controleer of het apparaat gasdicht is. Raadpleeg Technische gegevens achterin deze handleiding voor de testwaarden. U kunt de gaswaarde bij de gasbek van een van de linker kookplaat- branders meten. Verwijder een branderkop. Sluit de drukmeter aan op de gasbek. Draai de kookplaat- brander aan en en draai een andere brander aan en steek deze aan. Hermonteer de brander op de juiste wijze. Controleer of het apparaat gasdicht is. Controleer of alle branders goed wer- ken.Norsk
Notice-Facile