P 3300 G - Waterpomp METABO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis P 3300 G METABO in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Waterpomp in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding P 3300 G - METABO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. P 3300 G van het merk METABO.
GEBRUIKSAANWIJZING P 3300 G METABO
Originele gebruiksaanwijzing Wij verklaren op eigen en uitsluitende verantwoording dat: deze pompen/ hydrofoorpompen/hydrofoor automaten, geïdentificeerd door type en serienummer *1), voldoen aan alle relevante bepalingen van de richtlijnen *2) en normen *3). Technische documentatie bij *4) - zie pagina 3. Dit apparaat is bestemd voor het transporteren van schoon water op het gebied van huis en tuin, voor het besproeien en bevloeien, als bron-, regen- en bedrijfswaterpomp en voor het leegpompen van tuinvijvers en waterreservoirs. De pomp is niet bedoeld voor: -continubedrijf - industrieel of commercieel gebruik De pomp is niet geschikt voor de transport van: -drinkwater - levensmiddelen - zout water - explosieve, brandbare, agressieve of voor de gezondheid gevaarlijke stoffen (bijv. chemicaliën) - vloeistoffen warmer dan 35°C - zand bevattend water en schurende vloeistoffen - chloorhoudende vloeistoffen (bijv. zwembadwater) De pomp is niet geschikt voor de drukversterking: voor zover de aansluiting van de pomp aan een reeds onder druk staande leiding dient te geschieden, moet een geschikte drukregelaar ervoor worden geschakeld. De maximale druk van het systeem mag in ieder geval de aangegeven maximale druk van de pomp niet overschrijden. Bovendien moet er rekening mee worden gehouden dat de ingangsdruk wordt opgeteld bij de uitschakeldruk van de pomp! Dit apparaat is niet bestemd voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke capaciteiten of die gebrek aan ervaring en/of kennis hebben. Eigenmachtige veranderingen aan het apparaat en het gebruik van onderdelen die niet zijn getest en vrijgegeven door de fabrikant, zijn niet toegestaan. Elk ondeskundig gebruik van het apparaat is in strijd met de voorschriften; hierdoor kunnen niet te voorziene beschadigingen ontstaan! Alleen de gebruiker is aansprakelijk voor schade door oneigenlijk gebruik. De algemeen erkende ongevallenpreventievoorschriften en de bijgevoegde veiligheidsinstructies moeten in acht worden genomen. Let ter bescherming van uzelf en het apparaat op de met dit symbool aangegeven passages! WAARSCHUWING – Lees de gebruiksaanwijzing om het risico van letsel te verminderen. WAARSCHUWING Lees alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen. Als de veiligheidsinstructies en aanwijzingen niet in acht worden genomen, kan dit een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben. Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen goed met het oog op toekomstig gebruik. Geef de pomp alleen met deze documenten door aan anderen. De informatie in deze gebruiksaanwijzing is als volgt gekenmerkt: Gevaar! Waarschuwing voor lichamelijk letsel of milieuschade. Gevaar voor elektrische schok! Waarschuwing voor lichamelijk letsel door elektrische schok. Let op! Waarschuwing voor materiële schade. Kinderen, jeugdigen en personen die niet vertrouwd zijn met de gebruiksaanwijzing mogen het apparaat niet gebruiken. Er dient op gelet te worden dat kinderen niet met het apparaat spelen. Bij gebruik in tuinvijvers en hun directe omgeving moeten de bepalingen volgens DIN VDE 0100 -702, -738 in acht worden genomen. Het apparaat moet van stroom voorzien worden via een aardlekschakelaar (RCD) met een toegekende lekstroom van niet meer dan 30 mA. Het apparaat mag niet worden gebruikt wanneer er zich personen in het water bevinden. Bij gebruik voor de huishoudelijke watervoorziening dienen de wettelijke water- en afvalwatervoorschriften en de bepalingen volgens DIN 1988 te worden nageleefd. De volgende resterende risico's blijven bij het gebruik van pompen en drukvaten (afhankelijk van de uitvoering) in principe bestaan – ze kunnen ook door veiligheidsvoorzieningen niet volledig worden vermeden.
omgevingsinvloeden! Stel het apparaat niet bloot aan regen. Gebruik het apparaat niet in een natte of vochtige omgeving. Gebruik het apparaat niet in ruimten waar explosiegevaar bestaat of in de buurt van ontvlambare vloeistoffen of gassen!
4.2 Gevaar door heet water!
Gevaar! Breng een terugslagventiel in de zuigaansluiting (8) aan om te voorkomen dat water in de zuigleiding terug kan stromen. Hierdoor kan het volgende gevaar worden beperkt: Door heet water kunnen beschadigingen en lekkages optreden aan het apparaat en de aansluitleidingen, waardoor heet water kan ontsnappen. Gevaar voor brandwonden! Apparaten met de aanduiding HWW...: als de uitschakeldruk van de drukschakelaar door slechte drukverhoudingen of door een defecte drukschakelaar niet wordt bereikt, kan het water in het apparaat verhit raken door interne circulatie. Apparaten met de aanduiding P...: apparaat max. 5 minuten tegen gesloten drukleiding laten werken. Water dat in het apparaat circuleert, raakt verhit. Bij een defect het apparaat van het elektriciteitsnet halen en laten afkoelen. Correcte werking van de installatie laten controleren door een vakman alvorens deze opnieuw in gebruik te nemen.
4.3 Gevaar door elektrische
stroom! Richt de waterstraal niet direct op het apparaat of andere elektrische onderdelen! Levensgevaar door elektrische schok! Bij installatie- en onderhoudswerkzaamheden mag het apparaat niet op het elektriciteitsnet zijn aangesloten. Raak de netstekker nooit aan met natte handen! Trek de stekker nooit aan het snoer uit het stopcontact. Netsnoer en verlengsnoer niet knikken, kneuzen, rukken of overrijden; tegen scherpe kanten, olie en hitte beschermen.
4.4 Gevaar door gebreken aan
het apparaat of storingen! Controleer voor gebruik altijd het apparaat, vooral netsnoer, netstekker en elektrische onderdelen, op eventuele beschadigingen. Levensgevaar door elektrische schok! Een beschadigd apparaat mag pas weer worden gebruikt nadat het deskundig is gerepareerd. Voer nooit zelf reparaties uit aan het apparaat! Alleen vakmensen mogen reparaties aan pompen en drukvaten (afhankelijk van uitvoering) uitvoeren. Let op! Om waterschade, bijv. ondergelopen ruimtes, te voorkomen, veroorzaakt door storingen of gebreken van het apparaat:
1. Conformiteitsverklaring
veiligheidsinstructies
- Plan geschikte veiligheidsmaatregelen in, bijv.: alarminstallati of opvangreservoir met bewaking De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade die veroorzaakt wordt door - foutief gebruik van het apparaat. - overbelasting van het apparaat door permanent gebruik. - gebruik of bewaring van het apparaat zonder vorstbescherming. - het uitvoeren van eigenmachtige veranderingen aan het apparaat. Reparaties aan elektrische apparaten mogen alleen worden uitgevoerd door een elektromonteur! -het gebruik van onderdelen die niet door de fabrikant gecontroleerd en vrijgegeven zijn. - het gebruik van ongeschikt installatiemateriaal (armaturen, aansluitleidingen, enz.). Geschikt installatiemateriaal: - drukbestendig (min. 10 bar) - warmtebestendig (min. 100 °C) Bij gebruik van universele draaikoppelingen (bajonetkoppelingen) alleen uitvoeringen gebruiken met een extra bevestigingsring voor een veilige afdichting. Zie pagina 2. De afbeeldingen gelden als voorbeeld voor alle apparaat. 1 Aan-/uit-schakelaar * 2Pomp 3 Drukvat ("ketel") * 4 Luchtventiel voor voorvuldruk * 5 Wateraftapschroef 6 Drukschakelaar * 7 Manometer (waterdruk) * 8 Zuigaansluiting 9 Watervulschroef 10 Drukaanschluiting 11 Drukschakelaar - verstellen van de in- en uitschakeldruk * 12 Drukschakelaar - verstellen van het drukverschil *
- afhankelijk van de uitvoering
Het apparaat moet op een droge (max. luchtvochtigheid 80%), goed geventileerd en tegen weersinvloeden beschermde plek horizontaal worden geplaatst. Een veilige, vlakke en stevige stand dient ook te worden gewaarborgd bij een maximale watervulling van het apparaat. De ventilatiesleuven mogen niet worden afgedekt over vuil aanzuigen. De afstand tot muren en andere voorwerpen dient minstens 5 cm te bedragen. Beschermen tegen vorst - zie hoofdstuk
Om trillingen te voorkomen mag het apparaat niet worden vastgeschroefd maar dient het op een elastische ondergrond te worden geplaatst. Bij gebruik bij tuinvijvers moet het apparaat zo zijn opgesteld dat het niet kan overstromen en niet in het water kan vallen. Additionele wettelijke vereisten dienen in acht te worden genomen.
6.2 Zuigleiding aansluiten
Let op! De zuigleiding moet zo worden gemonteerd dat deze geen mechanische kracht of spanning op de pomp uitoefent. Let op! Gebruik een aanzuigfilter om de pomp te beschermen tegen zand en vuil. Let op! Om ervoor te zorgen dat het water bij een uitgeschakelde pomp niet wegloopt, is absoluut een terugslagventiel vereist. Wij raden aan een terugslagventiel te monteren in de aanzuigopening van de zuigslang en de zuigaansluiting (8) van de pomp. Afhankelijk van het model is hier reeds een terugslagventiel geïntegreerd (zie hoofdstuk 13. Technische gegevens). Alle schroefverbindingen met afdichtband voor schroefdraad afdichten (ca. 10-15 omwikkelingen in de richting van de schroefdraad). Lekkages veroorzaken het aanzuigen van lucht en verminderen of verhinderen het aanzuigen van water. De zuigleiding moet minstens 1" (25 mm) binnendiameter hebben; hij moet knikvast en vacuümbestendig zijn. De zuigleiding moet zo kort mogelijk zijn, omdat met een toenemende leidinglengte het pompvermogen afneemt. De zuigleiding moet naar de pomp toe gestaag oplopen om luchtblaasjes te voorkomen. Er moet een voldoende watertoevoer gegarandeerd zijn en het uiteinde van de zuigleiding moet zich altijd in het water bevinden. Let erop dat de zuigleiding niet op de bodem ligt, zodat er geen zand of vuil wordt aangezogen. Hiervoor kan bijv. een drijvende afname als toebehoor worden gebruikt.
6.3 Drukleiding aansluiten
Om wrijvingsverlies te verminderen dient de drukleiding minstens 1" (25 mm) binnendiameter te bezitten. Bij gebruik van kleinere diameters, bijvoorbeeld 1/2" kunnen vanwege slechte ventilatie toepassingsproblemen ontstaan. Let op! De drukleiding moet zo worden gemonteerd dat deze geen mechanische kracht of spanning op de pomp uitoefent. Alle schroefverbindingen met afdichtband voor schroefdraad afdichten, om te voorkomen dat water eruit lekt (ca. 10-15 omwikkelingen in de richting van de schroefdraad). Alle onderdelen van de drukleiding moeten drukvast zijn en vakkundig worden gemonteerd. Gevaar! Door niet-drukvaste onderdelen en ondeskundige montage kan de drukleiding springen tijdens het gebruik. U kunt gewond raken door vloeistof die met hoge druk naar buiten spuit!
6.4 Aansluiting op een buizenstelsel
Om trillingen en geruis te beperken moet het apparaat met elastische slangleidingen op het buizenstelsel worden aangesloten. Bij vast geïnstalleerde buizen wordt aanbevolen, deze op de eerste 2 meter alleen stijgend te plaatsen, om een best mogelijke ventilatie te waarborgen.
Gevaar door elektrische stroom! Bedien het apparaat niet in een natte omgeving en alleen onder de volgende voorwaarden: - Het apparaat mag alleen worden aangesloten aan veiligheidscontactdozen die deskundig geïnstalleerd, geaard en getest zijn. - Netspanning, netfrequentie en zekering moeten overeenstemmen met de technische gegevens. - Het apparaat moet van stroom voorzien worden via een aardlekschakelaar (RCD) met een toegekende lekstroom van niet meer dan 30 mA. - De elektrische verbindingen mogen niet in het water liggen en moeten zich in een gebied bevinden dat veilig is voor overstromingen. Bij gebruik in de openlucht moeten zij spatwaterdicht zijn. - Verlengsnoeren moeten een voldoende grote aderdiameter hebben. Kabeltrommels moeten volledig afgerold zijn. - Nationale installatievoorschriften moeten in acht worden genomen.
6.6 Voorvuldruk instellen (alleen HWW...)
Voor ingebruikname de voorvuldruk instellen. Zie hoofdstuk 9.4.
6.7 Pomp vullen en aanzuigen
Opgelet! Bij elke nieuwe aansluiting of bij verlies van water of het aanzuigen van lucht moet de pomp met water worden gevuld. Door gebruik van de pomp zonder watervulling raakt de pomp onherstelbaar beschadigd! Om een wrijvingsloos gebruik te waarborgen, raden wij u voor de eerste ingebruikname een voldoende waterafname aan om het systeem volledig te ontluchten. - Watervulschroef (9) samen met afdichting uitschroeven. - Langzaam schoon water ingieten, tot de pomp gevuld is. - Watervulschroef (9) met afdichting weer inschroeven. - Drukleiding openen (waterkraan resp. spuitkop opendraaien), zodat lucht bij het aanzuigen kan ontwijken. - Apparaat inschakelen (zie hoofdstuk 7.). - Wanneer er gelijkmatig water uitvloeit, is het apparaat klaar voor gebruik. Aanwijzing: de zuigleiding hoeft niet te worden gevuld, omdat de pomp zelfaanzuigend is. Afhankelijk van de leidinglengte en -diameter kan het evenwel enige tijd duren voordat er druk is opgebouwd. Wanneer u de aanzuigtijd wilt verkorten: Een terugslagventiel monteren in de aanzuigopening van de zuigslang en de zuigleiding vullen. Let op! Pomp en zuigleiding moeten aangesloten en gevuld zijn (zie hoofdstuk 6.). Let op! Pomp mag niet drooglopen. Er moet altijd voldoende pompmedium (water) aanwezig zijn. Wanneer de pomp wordt geblokkeerd door vreemde objecten of de motor oververhit is, schakelt een veiligheidsschakeling de motor uit.
7.1 Apparaat gebruiken
Tuinpomp (Apparatenaanduiding P...) Werkingsprincipe: het tapraat loopt, zoalng het is ingeschakeld. Gevaar! Bij gesloten drukleiding de pomp maximaal 5 minuten laten lopen, anders kan er door oververhitting van het water in de pomp schade ontstaan.
1. Netstekker insteken.
2. Indien nodig de pomp vullen - zie hoofdstuk 6.7
3. Apparaat inschakelen:
Het apparaat met behulp van de schakelaar (1) inschakelen.
5. Controleren of er water uitstroomt!
6. Na beëindiging van het werk het apparaat
uitschakelen: Het apparaat met behulp van de schakelaar (1) uitschakelen. Hydrofoorpomp (Apparaataanduiding HWW...) Werkingsprincipe: het apparaat schakelt in wanneer de waterdruk door wateronttrekking onder de inschakeldruk zakt; en weer uit wanneer de uitschakeldruk bereikt is. De ketel bevat een rubberbalg die standaard onder luchtdruk ("voorvuldruk") staat; dit maakt het aftappen van kleine hoeveelheden water mogelijk, zonder dat de pomp aanloopt.
1. Netstekker insteken.
2. Indien nodig de pomp vullen - zie hoofdstuk 6.7
3. Apparaat inschakelen:
Het apparaat met behulp van de schakelaar (1) inschakelen.
5. Controleren of er water uitstroomt! Het
apparaat is nu gereed voor gebruik.
6. Het apparaat schakelt, al naar behoefte, aan en
uit. Gevaar! Alvorens u met werkzaamheden aan het apparaat begint: - Netstekker uit het stopcontact trekken. - Controleren of het apparaat en de aangesloten accessoires drukloos zijn. - Andere dan de hier beschreven onderhouds- of reparatiewerkzaamheden uitsluitend door geschoold personeel laten uitvoeren.
8.1 Regelmatig onderhoud
- Apparaat en accessoires, met name elektrische en onder druk staande onderdelen, controleren op beschadiging en zo nodig laten repareren. - Zuig- en drukleidingen controleren op lekkage. - Wanneer het pompvermogen afneemt aanzuigfilter en filterinzet (indien aanwezig) reinigen en indien nodig vernieuwen. - Voorvuldruk van de ketel (3) (afhankelijk van de uitvoering) controleren en zo nodig verhogen (zie hoofdstuk 9.4 Voorvuldruk verhogen).
Let op! Vorst (< 4 °C) brengt onherstelbare schade aan het apparaat en de toebehoren aan omdat deze altijd water bevatten! - Bij het risico van vorst apparaat en accessoires demonteren en vorstvrij opslaan (zie volgende sectie).
8.3 Apparaat demonteren en bewaren
- Apparaat uitschakelen. Netstekker uit het stopcontact trekken. - Drukleiding openen (waterkraan resp. spuitkop opendraaien), water geheel laten uitstromen. - Pomp (2) en ketel (3) geheel laten leeglopen, hiervoor: - de wateraftapschroef (5) uitdraaien. - zuig- en drukleidingen van het apparaat demonteren. - apparaat in een vorstvrije ruimte (min. 5 °C) opslaan.
8.4 Drukschakelaar instellen (alleen HWW
3500/25 G. Voor de instelling van alle andere HWW neemt u alstublieft contact op met de Metabo-klantenservice) Gevaar! Gevaar op een elektrische schok aan de aansluitklemmen in de drukschakelaar! Alleen elektriciens mogen de drukschakelaar openen en instellingen uitvoeren. De drukschakelaar is af fabriek ingesteld voor de meest gangbare toepassingsgebieden en kan indien nodig als volgt worden ingesteld. Opmerking: door het verstellen van de hoofddrukveer (11) verandert de in- en uitschakeldruk nagenoeg proportioneel, het drukverschil blijft onveranderd. Het verstellen van het drukverschil (12) verandert alleen de uitschakeldruk, de inschakeldruk blijft onveranderd.
1. Pomp uitschakelen, stekker uit het stopcontact
trekken en de afwezigheid van spanning waarborgen.
2. Afdekking verwijderen van de drukschakelaar.
3. Verandering inschakeldruk: hoofddrukveer
(11) verstellen (SW 9 mm; 1 omdraaiing ca. 0,1 - 0,15 bar). Deze instelling verstelt in dezelfde richting nagenoeg proportioneel ook de uitschakeldruk!
4. Verandering uitschakeldruk: drukverschil (12)
veranderen. De inschakeldruk blijft onveranderd.
5. Afdekking op de drukschakelaar monteren en
vakkundige installatie controleren.
6. Pomp in gebruik nemen, gewenste waarde
controleren bij de manometer (7).
7. Indien nodig stappen 1-6 herhalen, totdat de
gewenste waarde is ingesteld. Opgelet! De vermelde maximale druk van de pomp mag niet worden overschreden. De inschakeldruk van de drukschakelaar moet altijd minstens 0,2 bar boven de voorvuldruk van de tank (1,5 bar, zie hoofdstuk 9.4) zijn. Om frequent schakelen van de pomp te verhinderen, dient de verschildruk zo hoog mogelijk (bijvoorbeeld voorinstelling ca. 1,8 bar) te worden gekozen.
Gevaar! -Alvorens u met werkzaamheden aan het apparaat begint: - Netstekker uit het stopcontact trekken. - Controleren of het apparaat en de aangesloten accessoires drukloos zijn.
- Er is geen netspanning. - Aan-/uitschakelaar, snoer, stekker, stopcontact en zekering controleren.
- De netspanning is te laag. - Gebruik een verlengsnoer met voldoende grote aderdiameter.
- Motor oververhit, motorbeveiliging geactiveerd. - Na het afkoelen wordt het apparaat automatisch opnieuw ingeschakeld. - Voor voldoende ventilatie zorgen, luchtspleten vrijhouden. - Maximale aanvoertemperatuur in acht nemen.
- Motor bromt, start niet. - Reparatie noodzakelijk, zie hoofdstuk 11.
- Pomp verstopt of defect. - Pomp demonteren en reinigen. Diffusor reinigen, eventueel vernieuwen. Loopwiel reinigen, eventueel vernieuwen. Zie hoofdstuk 11.
- Leidings-/ingangsdruk hoger dan de inschakeldruk van de pomp. - Er moet een drukregelaar worden voorgeschakeld, zie hoofdschakelaar 2.
9.2 Pomp zuigt niet goed of loopt zeer luid:
- Watertekort. - Controleer of de watervoorraad voldoende groot is.
- Pomp niet voldoende met water gevuld. -Zie hoofdstuk6.7.
- Zuigleiding doorlatend. - Zuigleiding afdichten, schroefverbindingen aantrekken.
- Zuighoogte te groot. - Maximale zuighoogte in acht nemen. - Terugslagventiel plaatsen, zuigleiding met water vullen.
- Aanzuigfilter (toebehoren) verstopt. - Reinigen, eventueel vernieuwen.
- Terugslagventiel (toebehoren) geblokkeerd. - Reinigen, eventueel vernieuwen.
- Water komt vrij tussen motor en pomp, glijringafdichting ondicht. (Een minimale uitstroom van water (max. ca. 30 druppels per dag) is bij glijringafdichtingen afhankelijk van het gebruik). - Glijringafdichtingen vernieuwen. Zie hoofdstuk 11.
- Pomp verstopt of defect. - Zie hoofdstuk 9.1.
9.3 De druk is te laag of de pomp loopt
continu (voortdurend in-/uitschakelen):
- Zuigleiding doorlatend of zuighoogte te groot. -Zie hoofdstuk9.2.
- Pomp verstopt of defect. -Zie hoofdstuk9.1.
- HWW...: drukschakelaar is versteld. - In- en uitschakeldruk van de manometer (7) aflezen en de waarde controleren (zie hoofdstuk 13. Technische gegevens). Neem in geval van een noodzakelijke aanpassing contact op met de Metabo-klantenservice. Zie hoofdstuk 11.
- HWW...: pomp slaat al na geringe wateronttrekking (ca. 0,5 l) aan. - Controleren of de voorvuldruk in de ketel te laag is. Eventueel verhogen. Zie hoofdstuk 9.4.
- HWW...: er loopt water uit het luchtventiel. - Rubberbalg in de ketel permeabel; vernieuwen. Zie hoofdstuk 11.
9.4 Voorvuldruk verhogen (alleen HWW...)
Wanneer de pomp op den duur al na een geringe wateronttrekking (ca. 0,5 l) aanslaat, moet de voorvuldruk in de ketel opnieuw worden opgebouwd. Aanwijzing: de ketel-voorvuldruk (luchtdruk) kan niet worden afgelezen op de manometer (waterdruk) (7).
1. Netstekker uit het stopcontact trekken.
2. Drukleiding openen (waterkraan resp. spuitkop
opendraaien), water geheel laten uitstromen.
3. Kunststof kap aan de voorzijde van de ketel
afschroeven; daarachter bevindt zich het luchtventiel.
4. Luchtpomp of compressorslang met een
„bandenventiel“-aansluiting en drukmeter op het luchtventiel plaatsen.
5. Oppompen tot de voorziene voorvuldruk
(1,5 bar, zie hoofdstuk 13. Technische gegevens).
6. Apparaat weer aansluiten en werking
Gebruik alleen origineel Metabo toebehoor. Gebruik alleen toebehoor dat voldoet aan de in deze gebruiksaanwijzing genoemde eisen en kenmerken. Compleet toebehorenprogramma, zie www.metabo.com of de catalogus. Gevaar! Reparaties aan dit apparaat mogen uitsluitend door een erkende vakman worden uitgevoerd! Neem voor gereedschap van Metabo dat gerepareerd dient te worden contact op met uw Metabo-vertegenwoordiging. Zie voor adressen www.metabo.com. Voor verzending: pomp en ketel volledig legen (zie hoofdstuk 8.3). Lijsten met reserveonderdelen kunt u via www.metabo.com downloaden. Neem de nationale voorschriften in acht voor een milieuvriendelijke verwijdering en de recycling van afgedankte machines, verpakkingen en toebehoren. Verpakkingsmateriaal moet overeenkomstig hun codering volgens de gemeentelijke richtlijnen worden afgevoerd. Meer informatie vindt u op www.metabo.com onder Service Uitsluitend voor EU-landen: geef uw elektrisch gereedschap nooit met het huisvuil mee! Volgens de Europese richtlijn 2012/19/EU inzake gebruikte elektrische en elektronische apparaten en de vertaling hiervan in de nationale wetgeving dienen oud elektrisch gereedschap gescheiden te worden ingezameld en op milieuvriendelijke wijze te worden afgevoerd.
Toelichting op de gegevens van pagina 3. Wijzigingen in het kader van technische verbeteringen voorbehouden. De pompkarakteristiek (schema, pagina 3) geeft het slagvolume aan dat afhankelijk van de opvoerhoogte kan worden bereikt (zuighoogte 0,5 m en 1"-zuigslang). E =elektronica/droogloopbescherming V =terugslagventiel geïntegreerd aan de zuigaansluiting (8) van de pomp K =stroomkabel U=netspanning f=frequentie
Standby =verbruik in stand-by I =nominale stroom C =bedrijfscondensator n =nominaal toerental
h,max =max. opvoerhoogte
=drukschakelaar: inschakeldruk
=drukschakelaar: uitschakeldruk
h,max =max. zuighoogte
temp =max. aanvoertemperatuur
temp =omgevingstemperatuur
=spuitbeveiligingsklasse
=isolatiemateriaalklasse
=materiaal van de pompbehuizing G = grijs gietijzer
=materiaal van de pomp-as
=materiaal van het pomploopwiel
=zuigaansluiting-binnendraad
=drukaansluiting-binnendraad
p,1 =ketel-voorvuldruk A=afmetingen: lengte x breedte x hoogte m =gewicht (met netsnoer) ~ wisselstroom De vermelde technische gegevens zijn tolerantiewaarden (overeenkomstig de betreffende geldige norm). Emissiewaarden Deze waarden maken een beoordeling van de emissie van het elektrisch gereedschap en een vergelijking van de verschillende elektrische gereedschappen mogelijk. Afhankelijk van het gebruik, de toestand van het elektrisch gereedschap of het inzetgereedschap kan de daadwerkelijke belasting hoger of lager uitvallen. Neem voor de beoordeling pauzes en fasen met een lagere belasting in aanmerking. Bepaal op basis van de overeenkomstig aangepaste taxatiewaarden maatregelen ter bescherming van de gebruiker, bijv. organisatorische maatregelen. Typisch A-gekwalificeerd geluidsniveau
WA(G) =gegarandeerd geluidsvermogensniveau conform 2000/14/EG Draag gehoorbescherming!
Notice-Facile