YAMAHA DSPA1 - Home cinema versterker

DSPA1 - Home cinema versterker YAMAHA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis DSPA1 YAMAHA in PDF-formaat.

📄 542 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice YAMAHA DSPA1 - page 466
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over DSPA1 YAMAHA

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Home cinema versterker in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DSPA1 - YAMAHA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DSPA1 van het merk YAMAHA.

GEBRUIKSAANWIJZING DSPA1 YAMAHA

...... weniger als 0,005%

...... weniger als 0,008%

MAIN L/R SP OUT...... weniger als 150 ∝ V

Aan de binnenzijde van de voorafdekking

BIJZONDERHEDEN 2

LET OP 3

OPMERKINGEN BETREFFENDE DE

AFSTANDBEDIENING 4

BESCHRIJVING VAN DEZE APPARATUUR .... 5

OPSTELLING VAN DE LUIDSPREKERS 8

AANSLUITINGEN 10

AANSLUITEN VAN AUDIO/VIDEO BRON-

COMPONENTEN OP DEZE APPARATUUR 10

AANSLUITING VAN DE LUIDSPREKERS .... 18

AANSLUITING VAN DIT APPARAAT OP DE

NETSPANNING 22

BEDIENINGSORGANEN EN HUN FUNCTIES ...... 23

VOORPANEEL 23

DISPLAYPANEEL 25

AFSTELLINGEN ALVORENS DIT APPARAAT IN

GEBRUIK TE NEMEN 26

KIEZEN VAN DE UITGANGSFUNCTIES DIE GESCHIKT

BASISFUNCTIES (bij geopende kap) 62

PROGRAMMEREN VAN NIEUWE

BEDIENINGSFUNCTIES (bij geopende kap) 64

GEBRUIK VAN DE BEDIENINGSREGELTOETSEN

(bij gesloten kap) 66

MACRO BEDIENING (bij gesloten kap) 68

PROGRAMMEREN VAN EEN NIEUWE FUNCTIE ..... 70

MAKEN VAN EEN NIEUWE MACRO 71

WISSEN VAN GEPROGRAMMEERDE FUNCTIES .... 72

STORINGZOEKEN 73

SPECIFICATIONS 76

BIJZONDERHEDEN

- Systeem met 7 luidsprekers

Hoofd: 110W + 110W (8Ω) RMS uitgangsvermogen, 0,015% THD, 20–20 000 Hz

Midden: 110W (8Ω) RMS uitgangsvermogen, 0,015% THD, 20–20 000 Hz

Achter: 110W + 110W (8Ω) RMS uitgangsvermogen, 0,015% THD, 20–20 000 Hz

Voor: 35W + 35W (8Ω) RMS uitgangsvermogen, 0,05% THD, 1 kHz

• Digitale Geluidsveldprocessor
• Dolby Digital (AC-3) Decoder
• Dolby Pro Logic Surround Decoder
- DTS Decoder
- CINEMA DSP: Theater-klankervaring door de combinatie van YAMAHA DSP technologie en Dolby Surround of DTS
- Automatische ingangsbalansregeling voor Dolby Pro Logic Surround
- Test-toongenerator voor gemakkelijkere afstelling van de uitgangsbalans van de luidsprekers
- Mogelijkheid tot wijziging van de luidspreker uitgangsmodus

  • "SET MENU" modus die u 12 opties voor wijziging beschikbaar stelt voor het optimaal instellen en afstellen van dit apparaat voor gebruik met uw audio/video systeem.
  • BASS EXTENSION schakelaar voor de benadrukking van de lage tonen respons
  • Schermdisplayfunctie, van dienst bij de bediening van dit apparaat
  • REC OUT keuzeschakelaar die onafhankelijk is van de keuze van de ingangsbron
  • SLEEP Timer
  • Digitale audiosignaalaansluitingen: 5 OPTICAL ingangen, 3 COAXIAL ingangen, 1 DOLBY DIGITAL (AC-3) RF ingang, 1 OPTICAL uitgang
  • 6 kanaal audiosignaalingangen voor aansluiting op een externe audiosignaaldecoder, enz. (bijv. MPEG 2 voor landen waar enkel het PAL videosignaal formaat gebruikt wordt)
  • Mogelijkheid voor videosignaal ingang/uitgang (Inclusief S Video verbindingen)
  • Programmeerbare afstandbediening

LET OP: LEES EERST DEZE AANWIJZINGEN ALVORENS HET APPARAAT IN GEBRUIK TE NEMEN.

  1. Lees deze handleiding nauwkeurig door om de best mogelijke resultaten te verkrijgen. Bewaar deze handleiding op een veilige plaats voor toekomstige referentie.
  2. Stel het apparaat op een koele, droge, schone plaats op - niet in de buurt van ramen, warmtebronnen of op plaatsen die onderhevig zijn aan trillingen of op buitengewoon stoffige, warme, koude of vochtige plaatsen. Plaats het apparaat niet in de buurt van mogelijke storingsbronnen (zoals transformators of motoren). Stel het apparaat niet bloot aan regen of vocht, om het risiko van brand of een elektrische schok te voorkomen.
  3. Open nooit de behuizing van dit apparaat. Raadpleeg uw dealer, in het geval er een vreemd voorwerp in het apparaat terechtgekomen is.
  4. Nooit overmatige kracht uitoefenen op de schakelaars en regelaars of op de aansluitkabels. Bij het verplaatsen van het apparaat, er op letten eerst de stekker van het netsnoer uit het stopcontact te verwijderen en de verbindingen van de kabels met overige apparatuur los te maken. Nooit aan de kabels zelf trekken.
  5. De openingen in de behuizing zorgen er voor dat de apparatuur voldoende geventileerd wordt. Indien deze openingen geblokkeerd worden, zal de temperatuur binnen in de behuizxing snel oplopen. Let er dus op geen voorwerpen tegen deze openingen te plaatsen en stel de apparatuur op een goed geventileerde plaats op. Zorg er voor een ruimte van tenminste 10 cm aan de linker- en rechterzijde, 10 cm aan de achterzijde en 30 cm boven het bovenpaneel van de apparatuur open te laten. Anders bestaat er niet alleen kans op beschadiging van de apparatuur maar ook op brandgevaar.
  6. De gebruikte spanning dient hetzelfde te zijn als die welke op dit apparaat staat aangegeven. Gebruik van dit apparaat op een hogere spanning dan die welke is aangegeven is gevaarlijk en kan brand of andere ongevallen tot gevolg hebben, hetgeen tot beschadiging kan leiden. YAMAHA stelt zich niet verantwoordelijk voor enigerlei vorm van beschadiging die het gevolg is van het gebruik van dit apparaat met een andere dan de voorgeschreven spanning.
  7. Digitale signalen die door dit apparaat worden opgewekt kunnen storing veroorzaken in overige componenten zoals tuners, receivers of TV's. Plaats dit apparaat verder van dergelijke componenten vandaan indien er blijk is van storing.
  8. Stel de VOLUME regelaar steeds in op “— ∞”, alvorens met de weergave van de audiobron te beginnen; laat het volume geleidelijk tot het gewenste niveau toenemen nadat de weergave begonnen is.
  9. Probeer nooit het apparaat te reinigen met behulp van een chemisch reinigingsmiddel, aangezien hierdoor de afwerking beschadigd kan worden. Gebruik een schone, droge doek.
  10. Alvorens te concluderen dat uw apparaat defect is, eerst het hoofdstuk "STORINGZOEKEN" doorlezen voor advies betreffende het opsporen van veelvoorkomende bedieningsfouten.
  11. Wanneer u het apparaat gedurende een langere periode niet gaat gebruiken (bijv. bij vakantie, enz.), de stekker steeds uit het stopcontact verwijderen.
  12. Verwijder tijdens onweer de stekker van het netsnoer van het apparaat uit het stopcontact en maak de antennekabel los om schade als gevolg van blikseminslag te voorkomen.

  13. Aarding of polarisatie – Er dienen maatregelen genomen te worden dat de aarding of de polarisatie van een apparaat niet ongedaan gemaakt wordt.

  14. Wisselstroom-uitgang Sluit geen audio-apparatuur aan op de wisselstroom- uitgang op het achterpaneel, indien deze apparatuur meer stroom nodig heeft dan de nominale capaciteit waarin deze uitgang kan voorzien.
  15. Spanningskeuzeschakelaar (Alleen modellen voor China en Algemene modellen) De spanningskeuzeschakelaar op het achterpaneel van dit apparaat dient correct ingesteld te worden op de plaatselijke netspanning, ALVORENS de stekker van het netsnoer in het wisselstroom-stopcontact te steken. Instelbare netspanningen zijn 110/120/220/240V wisselstroom, 50/60 Hz.

BELANGRIJK

Noteer het serienummer van dit apparaat in de ruimte hieronder.

Model:

Serienummer:

Het serienummer is aangegeven op de achterzijde van het apparaat. Bewaar deze handleiding op een veilige plaats voor toekomstige referentie.

WAARSCHUWING

STEL HET APPARAAT NIET BLOOT AAN REGEN OF VOCHT OM HET RISIKO VAN BRAND OF EEN ELEKTRISCHE SCHOK TE VOORKOMEN.

Dit apparaat wordt niet losgekoppeld van de netspanning zolang als de stekker er van nog in het stopcontact steekt, ook al wordt het apparaat zelf uitgeschakeld. Deze toestand wordt de standby functie genoemd. In deze toestand zal het apparaat een zeer kleine hoeveelheid stroom verbruiken.

Alleen voor klanten in Nederland

Bij dit produkt zijn batterijen geleverd. Wanneer deze leeg zijn, moet u ze niet weggooien maar inleveren als KCA.

YAMAHA DSPA1 - Alleen voor klanten in Nederland - 1

FREQUENCY STEP schakelaar (Alleen modellen voor China en Algemene modellen)

Aangezien de frekwentie-interval tussen de afzonderlijke zenders afhankelijk van het zendgebied verschillend is, dient u de FREQUENCY STEP schakelaar (aan de achterzijde) in te stellen op de frekwentie-interval in uw woongebied. Alvorens deze schakelaar in te stellen, de stekker van het netsnoer van dit apparaat uit het stopcontact verwijderen.

WAARSCHUWING

Verander de instelling van de IMPEDANCE SELECTOR schakelaar niet als het apparaat aan staat, aangezien dit schade kan veroorzaken aan het apparaat.

ALS HET APPARAAT NIET INGESCHAKELD WORDT BIJ INDRUKKEN VAN DE STANDBY/ON SCHAKELAAR; Het is mogelijk dat de IMPEDANCE SELECTOR schakelaar niet volledig in de bovenste of onderste stand staat. Zet de schakelaar volledig in de juiste stand.

IMPEDANCE SELECTOR VOLTAGE SELECTOR AC OUTLETS (Algemene modellen)

OPMERKINGEN BETREFFENDE DE AFSTANDBEDIENING

Plaatsen van de batterijen
YAMAHA DSPA1 - OPMERKINGEN BETREFFENDE DE AFSTANDBEDIENING - 1

Vernieuwen van de batterijen

Indien de afstandbediening dichter bij de hoofdeenheid gebruikt moet worden, zijn de batterijen uitgeput.

Vervang beide batterijen door nieuwe.

Opmerkingen

  • Gebruik bij vernieuwen uitsluitend AA, R6, UM-3 batterijen.
  • Let er op dat de polariteit van de batterijen correct is. (Zie het schema binnen in het batterijvak.)
  • Verwijder de batterijen, indien u de afstandbediening gedurende langere tijd niet gaat gebruiken.
  • Indien de batterijen zijn gaan lekken, deze onmiddellijk verwijderen. Zorg er voor het uitgelekte materiaal niet aan te raken en voorkom dat dit in aanraking komt met kleding, enz. Reinig het batterijvak grondig alvorens nieuwe batterijen te plaatsen.
  • Na het vervangen van de batterijen er op letten steeds de RESET knop binnen in het batterijvak in te drukken.

Werkingsbereik van afstandbediening
Afstandbedienings- sensor Binnen een bereik van ongeveer 6 m 30° 30°

Opmerkingen

  • Er mogen zich geen grote obstakels bevinden tussen de afstandbediening en de hoofdeenheid.
  • Indien de sensor van de afstandbediening door een sterke lichtinval verlicht wordt (zoals het licht van een doordringende fluorescerende lamp, enz.), kan het voorkomen dat de afstandbediening niet correct functioneert. In dat geval dient u de opstelling van de hoofdeenheid te veranderen, om de directe lichtinval te vermijden.

BESCHRIJVING VAN DEZE APPARATUUR

In deze apparatuur is een geavanceerde digitale geluidsveldprocessor met meerdere programma's ingebouwd. Met behulp van de processor kunt u van zowel audio- als videobronnen de vorm van het audiogeluidsveld op elektronische wijze uitbreiden en wijzigen en daarmee uw luisterkamer in een theater veranderen. Deze apparatuur beschikt over in totaal 12 digitale geluidsveldprocessor (DSP) functies. U kunt een uitstekend audiogeluidsveld produceren door het kiezen van een geschikt geluidsveld (dit zal natuurlijk afhankelijk zijn van hetgeen u beluistert) en daaraan de gewenste afstellingen toevoegen.

Verder omvat deze apparatuur een Dolby Pro Logic Surround decoder en een Dolby Digital (AC-3) decoder voor meerkanaals geluidsreproductie van videobronnen die met Dolby Surround gecodeerd zijn en een DTS decoder voor meerkanaals geluidsreproductie van audio- en videobronnen die met DTS gecodeerd zijn.

De functie van de Dolby Pro Logic Surround, Dolby Digital (AC-3) of DTS decoder kan geregeld worden door het kiezen van een bijbehorend DSP programma waarin de gecombineerde functies van DSP en Dolby Pro Logic Surround, DSP en Dolby Digital (AC-3), of DSP en DTS zijn opgenomen.

Dit apparaat is verder uitgerust met een ingebouwde automatische ingangsalansregeling. Dit circuit biedt u steeds de beste surround-condities zonder dat het nodig is via handbediening afstellingen uit te voeren.

Digitale Geluidsveldprocessing

Wat is het dat live muziek zo aantrekkelijk maakt? De hedendaagse geavanceerde geluidstechniek maakt het mogelijk dat u buitengewoon dicht in de buurt komt van de klank van een live uitvoering, maar de kans bestaat echter nog steeds dat u opmerkt dat er iets ontbreekt: de akoestische omgeving van een live concertzaal. Uitgebreid onderzoek naar de exacte aard van de geluidsweerspiegelingen die de atmosfeer van een grote zaal bepalen hebben het mogelijk gemaakt voor de ingenieurs van Yamaha om u ditzelfde geluid in uw eigen luisterkamer te brengen, zodat u het gevoel krijgt de klanken van een live concert te horen.

Verder zijn onze technici, gewapend met buitengewoon fijngevoelige meetapparatuur, er in geslaagd de akoestiek van een uitgebreid scala van luisteromgevingen, zoals concertzalen, jazz clubs, theaters, enz. van over de gehele wereld na te bootsen, waardoor het mogelijk is op nauwkeurige wijze een van de vele live uitvoering omgevingen te reproduceren, en dit allemaal in uw eigen huis.

Dolby Pro Logic Surround

Deze apparatuur maakt gebruik van een Dolby Pro Logic Surround decoder die gelijk is aan de professionele Dolby Stereo decoders die in veel bioscooptheaters gebruikt worden. Via het Dolby Pro Logic Surround decoder programma is het mogelijk het dramatische realisme en de effecten van Dolby Stereo bioscoopklanken in uw eigen huis te ervaren.

Dolby Pro Logic maakt gebruik van een vier-kanaals vijf-luidspreker systeem. Het Pro Logic Surround systeem verdeelt het ingangssignaal in vier niveaus: de linker en rechter hoofdkanalen, het middenkanaal (gebruikt voor de dialoog) en het geluidskanaal van de achterste surround (gebruikt voor geluidseffecten, achtergrondgeluiden en overige omgevingsgeluiden). Het middenkanaal maakt het mogelijk dat luisteraars die gezeten zijn in zelfs minder dan ideale posities de dialoog kunnen horen die voortkomt uit de actie op het scherm waarbij alsmede een uitstekend stereo-effect te beluisteren is.

Dolby Surround is gecodeerd op vele geluidssporen van vooropgenomen videobanden, laserdiscs en bepaalde TV/kabeluitzendingen. Wanneer u een bron die gecodeerd is met Dolby Surround op deze apparatuur afspeelt, decodeert de Dolby Pro Logic Surround decoder het signaal en verdeelt deze de surround geluidseffecten.

Dolby Digital (AC-3)

Dolby Digital (AC-3) is een Dolby Surround geluidssysteem van een nieuwe generatie. Het is een ruimtelijk klankbewerkingsformaat dat ontwikkeld is voor 35 mm films via het gebruik van audiocodering met lage-bit transmissiesnelheid.

Dolby Digital (AC-3) is een digitaal surround geluidssysteem dat een volledig onafhankelijke meerkanaals-audio biedt voor consumentengebruik. In meerkanaals-formaat biedt Dolby Digital (AC-3) vijf full range kanalen in wat soms een "3/2" opstelling genoemd wordt: drie voorste kanalen (links, midden en rechts) plus twee surround kanalen. Verder is er voorzien in een zesde effectkanaal voor enkel de lage tonen voor de weergave van LFE (lage frekwentie effect) of de low bass effecten die onafhankelijk zijn van de overige kanalen. (Dit is het zogenaamde "subwooferkanaal" of "LFE kanaal".) Dit kanaal wordt geteld als 0,1, waardoor men tot de term 5,1 kanalen in totaal is gekomen.

In vergelijking tot Dolby Pro Logic dat aangeduid wordt als een "3/1" systeem (linksvoor, midden, rechtsvoor en slechts één surround kanaal), voorziet het Dolby Digital (AC-3) systeem in twee surround kanalen, stereo of gescheiden surrounds genaamd, die elk dezelfde full range weergavegetrouwheid bieden als de drie voorste kanalen.

Via het gebruik van de ingebouwde Dolby Digital (AC-3) decoder kunt u in uw eigen huis genieten van het bijzonder krachtige en realistische effect van de Dolby Stereo Digitale theaterklanken.

Het geluid van het brede dynamische bereik dat gereproduceerd wordt door de vijf full range kanalen biedt luisteraars een ongeëvenaarde nieuwe luisterervaring. Nauwkeurige oriëntatie van de klanken welke wordt verkregen door de differentiatie van de digitale geluidsveldverwerking zorgt voor een meer werkelijkheidsgetrouwe weergave van de oorspronkelijke film.

Dolby Digital (AC-3) bestaat uit 5.1 kanalen, zoals reeds werd aangegeven op de voorgaande pagina. Het kan echter ook uit minder kanalen bestaan, bijvoorbeeld 2 kanaal stereo en mono. Het is mogelijk dat u in de verkoop bepaalde 2 kanaal stereo en/of mono bronnen die gecodeerd zijn met het Dolby Digital (AC-3) aantreft.

Als een 2 kanaal stereobron die gecodeerd is met het Dolby Digital (AC-3) als de ingangsbron wordt weergegeven en tegelijkertijd het DSP programma № 10, 11 of 12 wordt gebruikt, zal de bron eerst met behulp van de Dolby Digital (AC-3) decoder in 2 kanalen gedecodeerd worden en vervolgens met behulp van de Dolby Pro Logic decoder gedecodeerd worden. In een dergelijk geval zal enkel de decodering van Dolby Pro Logic op het displaypaneel van dit apparaat worden aangegeven.

Laserdisc en DVD zijn huiskamer-audioformaten die zeer geschikt zijn voor gebruik met Dolby Digital (AC-3). In de nabije toekomst zal Dolby Digital (AC-3) ook toegepast worden op DBS, CATV en HDTV. De uitgave van Dolby Stereo Digitale bioscoopfilms welke nu op gang komt, vormt een onmiddelijk beschikbare bron van video software die met Dolby Digital (AC-3) gecodeerd is.

DOLBY DIGITAL

Geproduceerd onder licentle van: Dolby Laboratories Licensing Corporation. "Dolby", "AC-3", "Pro Logic" en het dubbel D symbool zijn handeismerken van: Dolby Laboratories Licensing Corporation.

Auteursrecht 1992 Dolby Laboratories, Inc. Alle rechten voorbehouden.

Het DTS (Digitale Theater Systemen) systeem werd ontwikkeld ter vervanging van analoge soundtracks van films door zes onafhankelijke kanalen van digitale soundtracks dat nu in veel theaters over de gehele wereld geïnstalleerd is. Het DTS digitale weergavesysteem gaf een nieuwe dimensie aan de manier waarop wij films in theaters ervaren door de introductie van zes onafhankelijke kanalen van schitterende digitale audio.

Via de DTS technologie is het na intensief research en ontwikkeling nu ook mogelijk een soortgelijke onafhankelijke codering/decodering technologie toe te passen op het surround-klank amusement van huiskamer-audiosystemen. De DTS Digital Surround is een codering/decodering systeem dat zes kanalen topkwaliteit, 20-bit audio levert; technisch gesproken 5.1 kanalen, hetgeen betekent 5 full-range (linker, midden, rechts en twee surround) kanalen, plus een subwoofer (LFE) kanaal (als "0.1"). Het is compatibel met de 5.1 luidsprekersystemen die momenteel beschikbaar zijn voor huis-theatersystemen.

De DTS Digital Surround formule is ontwikkeld voor de codering van de zes kanalen van 20-bit audio op elke laserdisc of compact disc (of DVD in de nabije toekomst) met aanzienlijk minder datacompressie.

Via het gebruik van de DTS decoder die in dit apparaat is ingebouwd, kunt u in uw eigen huis genieten van het bijzonder krachtige en realistische effect van de hoge kwaliteit DTS theaterklanken.

Laserdisc en compact disc (en DVD in de nabije toekomst) zijn een huiskamer-audioformaat waarbinnen het DTS zijn multi-kanaal audio van hoge kwaliteit ten uitvoer kan brengen. (Naast films op laserdiscs zullen veel opwindende nieuwe multi-kanaal muziekopnamen verkrijgbaar worden in de vorm van DTS gecodeerde compact discs.)

dts

Gefabriceerd onder licentie van DTS Technology LLC. Verder gepatenteerd onder het volgende US Patent 5,451,942 & Nationale Patent aanvragen ontleend op basis van PCT/US95/00959.

Verdere U.S. en buitenlandse patents in behandeling. De "DTS", "digital surround" en "coherent acoustics" logo's zijn handelsmerken van DTS Technology LLC. Alle rechten voorbehouden.

Het Dolby Surround geluidssysteem en DTS systeem komt het meest tot zijn recht in een groot bioscooptheater, omdat filmgeluiden oorspronkelijk werden ontworpen om te worden gereproduceerd in een groot bioscooptheater met gebruik van vele luidsprekers. Het is moeilijk in uw luisterkamer een akoestische omgeving te scheppen die lijkt op die van een bioscooptheater, aangezien de grootte van de kamer, de gebruikte materialen voor de binnenmuren, het aantal luidsprekers, enz. van uw luisterkamer in hoge mate verschilt van die welke in een bioscooptheater gebruikt worden.

Yamaha DSP technologie maakte het mogelijk met behulp van zijn originele digitale geluidsvelden, gecombineerd met het Dolby Surround geluidsveld of DTS Digital Surround geluid, u in uw luisterkamer nagenoeg dezelfde akoestische ervaring te bieden als die in een groot bioscooptheater door voor het tekort aan effecten en dynamiek in uw luisterkamer te compenseren.

CINEMA DSP

Het YAMAHA "CINEMA DSP" logo geeft aan dat die programma's gecreëerd zijn door de combinatie van en YAMAHA DSP technologie en Dolby Surround of DTS.

Dolby Pro Logic + 2 Digitale geluidsvelden

Er worden digitale geluidsvelden gecreëerd aan respektievelijk de voorste effect-zijde en aan de achterste surround zijde van het met Dolby Pro Logic Surround gedecodeerde geluid. Deze scheppen een brede akoestische omgeving en benadrukken het surround effect in de kamer en laten u veel overige effecten gewaarworden, op een manier alsof u zelf een film aan het bekijken bent in een veel bezochte Dolby Stereo bioscoop.

Deze combinatie is beschikbaar wanneer het digitale geluidsveldprogramma No 7, 8, 9, 10, 11 of "PRO LOGIC/Enhanced" van No 12 is gekozen en het ingangssignaal van de bron analoog, PCM audio of met het Dolby Digital (AC-3) in 2-kanalen gecodeerd is.

YAMAHA DSPA1 - Dolby Pro Logic + 2 Digitale geluidsvelden - 1

Er worden digitale geluidsvelden gecreëerd aan respektievelijk de voorste effect-zijde en aan de onafhankelijke linker en rechter surround zijden van het door Dolby Digital (AC-3) gedecodeerde of het DTS gedecodeerde geluidsveld. Deze scheppen een brede akoestische omgeving en zorgen voor veel surround effect in de kamer zonder dat de hoge kanaalscheiding verloren gaat. Door middel van het brede dynamische bereik van het Dolby Digital (AC-3) of DTS geluid krijgt u de indruk dat u een film aan het bekijken bent in de nieuwste Dolby Stereo Digitale bioscoop of in een theater met DTS systeem. Dit is het meest ideale huiskamer-theatergeluid van tegenwoordig.

Deze combinatie is beschikbaar wanneer het digitale geluidsveldprogramma No 7, 8, 9, 10, 11 of "DOLBY DIGITAL (of DTS DIGITAL SUR.)/Enhanced" van No 12 is gekozen en het ingangssignaal van de bron met het Dolby Digital (AC-3) (behalve in 2-kanalen) gecodeerd is of met het DTS gecodeerd is.

YAMAHA DSPA1 - Dolby Pro Logic + 2 Digitale geluidsvelden - 2

Opstellen van uw luidsprekersysteem

Dit apparaat is ontworpen voor het weergeven van de beste geluidsveld-kwaliteit met een volledig zeven-luidsprekersysteem, waarbij een paar hoofdluidsprekers wordt gebruikt voor de weergave van de hoofdbronklanken alsmede twee extra paar effect-luidsprekers voor het produceren van het geluidsveld plus één middenluidspreker voor de dialoog. Het wordt derhalve aanbevolen een systeem met zeven luidsprekers te gebruiken. Echter een systeem met vier luidsprekers welke gebruik maakt van slechts één paar effect-luidsprekers voor het geluidsveld, zal nog steeds indrukwekkende klanken en effecten bieden, hetgeen een goede manier kan zijn om met deze apparatuur te beginnen. U kunt later dan verder uitbreiden tot het systeem met de volledige zeven luidsprekers. Bij het 4 of 5 luidsprekersysteem is de functie van de digitale geluidsveldprocessing nog steeds werkzaam, echter worden de hoofdluidsprekers gebruikt voor zowel de hoofdkanalen als de voorste effectkanalen.

Gebruik van de midden-dialoogluidspreker wordt aanbevolen

Bij het weergeven van een bron met het Dolby Pro Logic gedecodeerd, of bij het weergeven van een bron die middenkanaalsignalen bevat met het Dolby Digital (AC-3) of het DTS gedecodeerd, zal de dialoog, zang, enz. via het

middenkanaal uitgevoerd worden. Indien u derhalve het audio/video huis-theater systeem wilt uitbreiden, wordt het aangeraden gebruik te maken van de middenkanaalluidspreker.

Indien het om een bepaalde reden niet praktisch is een middenluidspreker te gebruiken, is het mogelijk naar een film te kijken zonder deze luidspreker. De beste resultaten echter worden verkregen met gebruik van het volledige systeem.

Gebruik van een subwoofer voor uitbreiding van uw geluidsveld

Het is ook mogelijk uw systeem nog verder uit te breiden door toevoeging van een subwoofer en een versterker. Het gebruik van een subwoofer is niet alleen effectief voor de versterking van de lage tonen frekwenties van een kanaal of van alle kanalen, maar ook voor het met hoge weergavegetrouwheid weergeven van de signalen op het subwooferkanaal tijdens het afspelen van een bron waarvan het Dolby Digital (AC-3) of het DTS gedecodeerd wordt. U zou voor het gemak kunnen kiezen voor een Yamaha Active Servo Processing Subwoofer Systeem, welke voorzien is van zijn eigen ingebouwde vermogenversterker.

Luidsprekers en opstelling van de luidsprekers

Uw volledige zeven-luidsprekersysteem zal drie paar luidsprekers nodig hebben: de HOOFDLUIDSPREKERS (uw normale stereo luidsprekers), de VOORSTE EFFECT-LUIDSPREKERS en de ACHTERSTE LUIDSPREKERS, plus de MIDDENLUIDSPREKER. Het is ook mogelijk gebruik te maken van een subwoofer.

De HOOFDLUIDSPREKERS dienen modellen te zijn met hoge vermogenscapaciteit welke voldoende is voor de verwerking van het maximum vermogen van uw audiosysteem. De overige luidsprekers hoeven niet gelijk te zijn aan de HOOFDLUIDSPREKERS. Voor een nauwkeurige lokalisering van het geluid echter, is het ideaal gebruik te maken van modellen met hoge capaciteit die in staat zijn de geluiden voor de MIDDENLUIDSPREKERS, de VOORSTE EFFECT en ACHTERSTE LUIDSPREKERS in het volle bereik weer te geven.

Plaats de HOOFDLUIDSPREKERS in de normale positie. Plaats de VOORSTE EFFECT-LUIDSPREKERS verder uit elkaar dan de HOOFDLUIDSPREKERS aan beide zijden van en op een afstand van 50 tot 100 cm achter en boven het paar HOOFDLUIDSPREKERS.

Plaats de ACHTERSTE LUIDSPREKERS achter uw luisterpositie. Deze dienen ongeveer 180 cm van de vloer af aangebracht te worden.

Plaats de MIDDENLUIDSPREKER precies tussen de twee HOOFDLUIDSPREKERS. (Om storing te vermijden, de luidspreker boven of onder de televisie-monitor plaatsen of gebruik maken van een magnetisch afgeschermde luidspreker.)

Indien u gebruik maakt van een SUBWOOFER, zoals een Yamaha Active Servo Subwoofer systeem, is de positie van de luidspreker niet van kritiek belang, aangezien de lage tonen niet bijzonder richtinggevoelig zijn.

Hoofdluidspreker Voorste effect-luidspreker Middenluidspreker Achterste luidsprekerSubwoofer

4 luidsprekersysteem
YAMAHA DSPA1 - Luidsprekers en opstelling van de luidsprekers - 2

Meest eenvoudige systeem

U kunt genieten van breed verspreide klanken door het enkel toevoegen van twee extra luidsprekers aan de achterzijde.

1E. FRONT MIX – Instellen op ON-5ch. (Zie pagina 27.)

1A. CENTER SP – Instellen op NONE. (Zie pagina 26.)

6 luidsprekersysteem
YAMAHA DSPA1 - Meest eenvoudige systeem - 1

Goed voor de geluidsvelden van 2-kanaal stereo bronnen.

Wanneer er een normale stereobron wordt weergegeven met de geluidsveldprogramma's No 1 tot en met No 6 kan er een geluidseffect worden verkregen dat overeenkomt met een 7 luidsprekersysteem. Door toevoeging van effect-luidsprekers linksvoor en rechtsvoor wordt er een meer effectief geluidsveld geproduceerd.

1E. FRONT MIX – Instellen op OFF-7ch. (Zie pagina 27.)

1A. CENTER SP – Instellen op NONE. (Zie pagina 26.)

5 luidsprekersysteem
YAMAHA DSPA1 - Goed voor de geluidsvelden van 2-kanaal stereo bronnen. - 1

Goed voor audio/video bronnen

Via het gebruik van een middenluidspreker worden de middengeluiden (dialoog, zang, enz.) nauwkeurig gelokaliseerd.

1E. FRONT MIX – Instellen op ON-5ch. (Zie pagina 27.)

1A. CENTER SP – Instellen op LRG of SML. (Zie pagina 26.)

7 luidsprekersysteem
YAMAHA DSPA1 - Goed voor audio/video bronnen - 1

Dit is het aanbevolen luidspreker-systeem waarmee de beste geluidseffecten verkregen worden.

De achterluidsprekers en de voorste effect-luidsprekers produceren een geluidsveld van 360 graden en de middenluidspreker voorziet in een nauwkeurige lokatie van het middengeluid. Met behulp van het 7 luidsprekersysteem kunt de geweldige YAMAHA "CINEMA DSP" geluidsvelden volledig ervaren.

1E. FRONT MIX – Instellen op OFF-7ch. (Zie pagina 27.)

1A. CENTER SP – Instellen op LRG of SML. (Zie pagina 26.)

AANSLUITINGEN

Nooit de stekker van dit apparaat en overige componenten insteken alvorens alle aansluitingen tot stand gebracht zijn.

Wanneer u aansluitingen maakt tussen dit apparaat en overige componenten, dient er op te letten dat de verbindingen op correcte wijze tot stand gebracht worden, dit wil zeggen L (links) aan L, R (rechts) naar R, “+” aan “+” en “-” aan “-”. Raadpleeg ook de handleidingen van de betreffende apparatuur die u op dit apparaat gaat aansluiten.

AANSLUITEN VAN AUDIO/VIDEO BRON-COMPONENTEN OP DEZE APPARATUUR

Gebruik voor aansluitingen met audio/video apparatuur pinstekkerkabels van het RCA type, behalve in de verderop beschreven gevallen.

* Indien u beschikt over YAMAHA audio/video apparatuur die op het achterpaneel met de nummers 1, 2, 3, enz. worden aangegeven, kunnen de aansluitingen gemakkelijk tot stand gebracht worden door enkel de signaaluitgangen (of ingangen) van elk apparaat aan te sluiten op de ingangen met hetzelfde nummer op dit apparaat.

BASIS AANSLUITINGEN (voor audio-apparatuur)
YAMAHA DSPA1 - AANSLUITEN VAN AUDIO/VIDEO BRON-COMPONENTEN OP DEZE APPARATUUR - 1

flowchart
graph TD
    A["Platenspeler"] -->|GND OUTPUT| B["Digital Signal"]
    C["Compact disc speler"] -->|OUTPUT| D["Audio Signal"]
    B --> E["Algemene modellen"]
    D --> E
    E --> F["Tuner"]
    E --> G["MD recorder, Tapedeck 1, enz."]
    E --> H["Tapedeck 2"]
    style A fill:#f9f,stroke:#333
    style C fill:#f9f,stroke:#333
    style B fill:#ccf,stroke:#333
    style D fill:#ccf,stroke:#333
    style E fill:#cfc,stroke:#333
    style F fill:#ffc,stroke:#333
    style G fill:#ffc,stroke:#333
    style H fill:#ffc,stroke:#333

^*^1 : GND aansluiting (voor gebruik met platenspeler)

Door de massakabel van de platenspeler te verbinden met de GND aansluiting, kan het optreden van storende bromgeluiden minimaal gehouden worden. In sommige gevallen echter worden er betere resultaten verkregen wanneer de massakabel niet is aangesloten.

BASIS AANSLUITINGEN (voor video-apparatuur)

YAMAHA DSPA1 - BASIS AANSLUITINGEN (voor video-apparatuur) - 1

flowchart
graph TD
    A["Algemene modellen"] --> B["Digital Signal"]
    A --> C["External Decoder Input"]
    B --> D["Video Signal Audio Signal Audio Signal"]
    B --> E["Video S Video"]
    B --> F["Video OUT"]
    B --> G["Main"]
    C --> H["Monitor TV"]
    C --> I["Video IN"]
    D --> J["LD speler"]
    D --> K["TV/Satelliet tuner"]
    E --> L["Video cassette recorder 1"]
    E --> M["Video IN"]
    F --> N["Video cassette recorder 2"]
    F --> O["Video OUT"]
    G --> P["Monitor TV"]
    G --> Q["Video IN"]
    H --> R["Main"]
    I --> S["Video IN"]
    J --> T["IN"]
    K --> U["IN"]
    L --> V["IN"]
    M --> W["IN"]
    N --> X["IN"]
    O --> Y["IN"]
    P --> Z["DVD speler of Videocassetterecorder 3"]
    Q --> AA["Monitor TV"]
    style A fill:#f9f,stroke:#333
    style B fill:#ccf,stroke:#333
    style C fill:#cfc,stroke:#333
    style D fill:#fcc,stroke:#333
    style E fill:#cff,stroke:#333
    style F fill:#ffc,stroke:#333
    style G fill:#fcc,stroke:#333
    style H fill:#cfc,stroke:#333
    style I fill:#cfc,stroke:#333
    style J fill:#cfc,stroke:#333
    style K fill:#cfc,stroke:#333
    style L fill:#fcc,stroke:#333
    style M fill:#fcc,stroke:#333
    style N fill:#fcc,stroke:#333
    style O fill:#fcc,stroke:#333
    style P fill:#fcc,stroke:#333
    style Q fill:#fcc,stroke:#333
    style R fill:#fcc,stroke:#333
    style S fill:#fcc,stroke:#333
    style T fill:#fcc,stroke:#333
    style U fill:#fcc,stroke:#333
    style V fill:#fcc,stroke:#333
    style W fill:#fcc,stroke:#333
    style X fill:#fcc,stroke:#333
    style Y fill:#fcc,stroke:#333
    style Z fill:#fcc,stroke:#333

YAMAHA DSPA1 - BASIS AANSLUITINGEN (voor video-apparatuur) - 2

PAL/NTSC schakelaar (Alleen modellen voor China en Algemene modellen)

Dit apparaat is bestemd voor gebruik met de NTSC en PAL televisieformaten. Zet deze schakelaar in de stand voor het formaat dat door uw TV monitor gebruikt wordt.

PAL: Voert signalen uit in het PAL formaat, ongeacht welk formaat (PAL of NTSC) videosignaal vanuit een extern videoapparaat naar dit apparaat gezonden wordt. In deze stand zetten als uw TV monitor gebruik maakt van het PAL formaat.

NTSC: Voert signalen uit in het NTSC formaat, ongeacht welk formaat (PAL of NTSC) videosignaal vanuit een extern videoapparaat naar dit apparaat gezonden wordt. In deze stand zetten als uw TV monitor gebruik maakt van het NTSC formaat.

Opmerking

Zorg er voor dat het ingevoerde videosignaal gebruik maakt van hetzelfde formaat als waarvan uw TV monitor gebruik maakt, aangezien anders het beeld niet normaal zal worden weergegeven.

Opmerking

Als u een tweede TV monitor (of een projector) op deze apparatuur wenst aan te sluiten, kunt u de DVD/VCR 3 VIDEO OUT aansluiting (en ook de S VIDEO aansluiting) overschakelen naar een tweede monitor-aansluiting voor aansluiting op een andere TV monitor. (Zie pagina 38.)

YAMAHA DSPA1 - Opmerking - 1

flowchart
graph TD
    A["Play MD/TAPE 1"] --> B["3 TAPE 2"]
    B --> C["4 REC"]
    C --> D["MAIN"]
    D --> E["TV/DBS"]
    E --> F["DIS WIDER"]
    F --> G["CENTER"]
    G --> H["DVD/VCR 3"]
    H --> I["S/R/DVD"]
    I --> J["EXTERNAL DECODER INPUT"]
    K["DVD speler, enz."] --> L["AUDIO OUT"]
    L --> M["VIDEO OUT"]
    M --> N["S-VIDEO OUT"]
    N --> O["MONITOR OUT"]
    O --> P["OUT"]
    P --> Q["VCR 2"]
    Q --> R["IN"]
    R --> S["DVD/VCR 3"]
    S --> T["OUT"]
    T --> U["MONITOR OUT"]
    U --> V["S-VIDEO IN"]
    V --> W["Projector"]

Voor aansluiting op een TV monitor die voor de signaalinvoer gebruik maakt van een 21-polige stekker (modellen voor Europa en Groot-Brittannië)

Breng de aansluitingen tot stand zoals aangegeven in onderstaande illustratie met behulp van een in de handel verkrijgbare scart-stekker aansluitkabel.

PLAY MO/TAPIC 1 REC LO TV/DBS DVD/ VCR 3 3 PLAY TAPE 2 4 REC MAIN MODE CENTER SUB VCR 2 OUT IN DVD/ VCR 3 OUT MONITOR OUT MONITOR OUT EXTERNAL DECODER INPUT MONITOR TV Geen aansluiting VIDEO AUDIO L AUDIO R Scart-stekker aansluitkabel

■ Aansluiten op VIDEO AUX aansluitingen (op het voorpaneel)

Deze aansluitingen worden gebruikt voor aansluiting van elke willekeurige videobron, zoals een camerarecorder, op dit apparaat.

YAMAHA DSPA1 - ■ Aansluiten op VIDEO AUX aansluitingen (op het voorpaneel) - 1

flowchart
graph TD
    A["VIDEO AUX"] --> B["S VIDEO"]
    A --> C["L AUDIO R"]
    A --> D["VIDEO OUT L"]
    A --> E["VIDEO OUT"]
    A --> F["S VIDEO OUT"]
    G["Camerarecorder"] --> H["VIDEO OUT R"]
    G --> I["L AUDIO OUT L"]
    G --> J["VIDEO OUT"]
    G --> K["S VIDEO OUT"]
    style A fill:#f9f,stroke:#333
    style G fill:#ccf,stroke:#333
    style G fill:#cfc,stroke:#333

■ Aansluiting op de digitale (optische en coaxiale) signaalaansluitingen

Indien uw CD speler, MD recorder, LD speler, DVD speler, TV/Satelliet tuner, enz is uitgerust met coaxiale of optische digitale audiosignaalaansluitingen, kunnen deze worden aangesloten op de COAXIAL en/of OPTICAL digitale signaalaansluitingen van deze apparatuur.

Voor het maken van een aansluiting tussen de optische digitale audiosignaalaansluitingen, het kapje van elk van deze aansluitingen verwijderen en deze vervolgens met elkaar verbinden via het gebruik van een in de handel verkrijgbare optische glasvezelkabel die voldoet aan de EIAJ normen. De kans bestaat dat andere kabels niet goed functioneren.

Ook als u audio/video-apparatuur op de OPTICAL (of COAXIAL) aansluiting van deze apparatuur aansluit, dient de apparatuur aangesloten te blijven op de gelijknamige analoge audiosignaalaansluitingen van deze apparatuur, aangezien het digitaal signaal niet kan worden opgenomen door een ander tapedeck of videorecorder dat aangesloten is op enkel de analoge audiosignaalaansluitingen van deze apparatuur. U kunt de keuze van de ingangssignalen tussen "digitaal" en "analoog" gemakkelijk overschakelen. (Zie pagina 41 voor bijzonderheden.)

* Indien u echter een MD recorder of DAT op de OPTICAL MD/TAPE 1 PLAY en REC aansluitingen van dit apparaat aansluit, is het mogelijk ingangsbronnen op te nemen die aangesloten zijn op de OPTICAL digitale signaalingangen van dit apparaat.

Opmerkingen

  • Bij aansluiting van audio/video-apparatuur op zowel de digitale als de analoge aansluitingen van deze apparatuur, er op letten de aansluitingen niet met elkaar te verwisselen.
  • Zorg er voor de kapjes op hun plaats aan te brengen waneer de OPTICAL aansluitingen niet gebruikt worden, om de aansluitingen tegen het binnendringen van stof te beschermen.
  • Op alle digitale audiosignaalaansluitingen is een schakelfrekwentie van 32 kHz, 44,1 kHz en 48 kHz van toepassing.
  • Om dit apparaat een succesvolle DTS-decodering te laten uitvoeren, mag de DTS bitstroom tijdens het proces van het versturen van de DIGITAL OUT aansluiting van een apparaat dat een bron weergeeft die gecodeerd is met het DTS naar een digitale signaalingang van dit apparaat niet gewijzigd, omgevormd of gestoord worden.

YAMAHA DSPA1 - Opmerkingen - 1

flowchart
graph TD
    A["Compact disc speler"] --> B["OPTICAL DIGITAL OUT"]
    A --> C["COAXIAL DIGITAL OUT"]
    D["MD recorder, DAT, enz."] --> E["OPTICAL DIGITAL OUT"]
    D --> F["OPTICAL DIGITAL IN"]
    G["DVD speler, enz."] --> H["OPTICAL DIGITAL OUT"]
    G --> I["OPTICAL DIGITAL OUT"]
    J["TV/Satelliet tuner LD speler"] --> K["COAXIAL DIGITAL OUT"]
    J --> L["OPTICAL DIGITAL OUT"]
    M["VIDEO SIGNAL AUDIO SIGNAL AUDIO SIGNAL"] --> N["VIDEO 8 VIDEO"]
    O["VIDEO VCR 3 OUT CAN BE USED OR A SECOND VENTOR AT 1 SELECTED BY SET MENU."] --> P["MONITOR OUT"]
    Q["EXTERNAL DECODER INPUT"] --> R["S.MO.NO"]
    S["LOGIC"] --> T["LD"]
    U["TRIOL"] --> V["CD"]
    W["STOCK"] --> X["TV/DBB"]
    Y["DVD VCR 3 COAXIAL OPTICAL"] --> Z["CLAY MOTARE 1"]
    AA["PLAY MOTARE 1"] --> AB["CLAY MOTARE 2"]
    AC["REC"] --> AD["LD"]
    AE["TV/DBB"] --> AF["LD"]
    AG["DVD VCR 3"] --> AH["Center"]
    AI["DIVID VCR 3 OUT CAN BE USED OR A SECOND VENTOR AT 1 SELECTED BY SET MENU."]
    AJ["PAL NTSC #2"] --> AK["OUT"]
    AL["IN"] --> AM["VCR 1 OUT"]
    AN["VCR 2 OUT"] --> AO["VCR 3 OUT"]
    AP["VIR"] --> AQ["VIR"]

■ Aansluiting op een DOLBY DIGITAL (AC-3) RF uitgang van de LD speler

Indien uw LD speler voorzien is van een DOLBY DIGITAL (AC-3) RF aansluiting, deze verbinden met de DIGITAL (AC-3) RF SIGNAL aansluiting van dit apparaat. Audiosignalen die gecodeerd zijn met de Dolby Digital (AC-3) worden via deze verbinding in deze apparatuur ingevoerd.

* Voor het weergeven van een LD bron met het Dolby Digital gedecodeerd, de ingangsmodus van de LD instellen op "AUTO" of "AC-3 RF". (Zie pagina 41 voor bijzonderheden.)

Ook is het afgezien van de DOLBY DIGITAL (AC-3) RF signaalverbinding noodzakelijk de LD speler aan te sluiten op de OPTICAL digitale audiosignaalaansluiting en/of analoge audiosignaalaansluitingen van deze apparatuur voor het weergeven van een LD bron waarvan de Dolby Pro Logic Surround of het DTS gedecodeerd wordt of voor weergave in normaal stereo (of mono).

Opmerking

Het DOLBY DIGITAL (AC-3) RF audio ingangssignaal kan niet worden opgenomen door een tapedeck, MD recorder of videorecorder. Voor het opnemen van een LD bron moet de LD speler aangesloten worden op de OPTICAL digitale audiosignaalaansluiting en/of analoge audiosignaalaansluitingen van deze apparatuur.

LD speler DIGITAL OUT DOLBY DIGITAL (AC-3) RF OUTPUT AUDIO OUT VIDEO OUT S-VIDEO OUT [AC-3] RF SIGNAL BND LD PHONO 1 CD TV/OBS DVD/ VCR 3 COAXIAL OPTICAL CD PLAY MO/TAPE 1 REC LD TV/OBS DVD/ VCR 3 DIGITAL SIGNAL- EXTERNAL DECODER INPUT VIDEO SIGNAL/AHIND SIGNAL/AHIND SIGNAL VIDEO S VIDEO MAIN TV/OBS IN VCR 1 OUT IN VCR 2 OUT IN DVD/ VCR 3 OUT MONITOR OUT PAL NTSC FRONT DVD/VCR S OUT CAN BE USED AS A SECOND CENTER OUT, P SELECTED BY SET MENU. (Algemene modellen)

■ Aansluiten op S VIDEO aansluitingen

Indien uw videocassetterecorder, LD speler, enz. en uw monitor voorzien zijn van "S" (hoge resolutie) video-aansluitingen, dienen deze op de S VIDEO aansluitingen van deze apparatuur aangesloten te worden en dient de S VIDEO MONITOR OUT aansluiting van deze apparatuur op de "S" video van uw monitor aangesloten te worden. Ook is het mogelijk de gecombineerde video-aansluitingen van uw videocassetterecorder, LD speler, enz. aan te sluiten op de VIDEO aansluitingen van deze apparatuur en de VIDEO MONITOR OUT aansluiting van deze apparatuur aan te sluiten op de gecombineerde videosignaalingang van uw monitor.

Opmerking

Indien de videosignalen naar zowel de S VIDEO als de VIDEO signaalingangen gezonden worden, zullen de signalen onafhankelijk naar hun respektievelijke signaaluitgangen gezonden worden.

Opmerkingen betreffende de video-titeling

- Indien u naar een videobron kijkt die aangesloten is op zowel de S VIDEO als de VIDEO signaalingangen van deze apparatuur, worden de signalen voor de schermdisplay-informatie enkel uitgevoerd via de S VIDEO MONITOR OUT aansluiting.

- Wanneer er geen videosignaal wordt ingevoerd naar de S VIDEO of VIDEO signaalingangen van deze apparatuur, worden de signalen voor de schermdisplay-informatie via zowel de S VIDEO MONITOR OUT en VIDEO MONITOR OUT aansluitingen met een kleuren-achtergrond uitgevoerd.

* Als bij het Algemene model en de modellen voor China de PAL/NTSC schakelaar op het achterpaneel ingesteld is op "PAL", zal er in dit geval niets via de S VIDEO MONITOR OUT en VIDEO MONITOR OUT aansluitingen uitgevoerd worden.

YAMAHA DSPA1 - Opmerkingen betreffende de video-titeling - 1

flowchart
graph TD
    A["LD speler"] --> B["Video OUT"]
    A --> C["S-VIDEO OUT"]
    B --> D["Video IN"]
    B --> E["S-VIDEO OUT"]
    C --> F["Video OUT"]
    C --> G["Video IN"]
    D --> H["TV/SDI5"]
    E --> I["TV/SDI5"]
    F --> J["TV/SDI5"]
    G --> K["TV/SDI5"]
    H --> L["IN"]
    I --> M["IN"]
    J --> N["VCR 1"]
    K --> O["VCR 2"]
    L --> P["IN"]
    M --> Q["VCR 3"]
    N --> R["MONITOR OUT"]
    O --> S["MONITOR OUT"]
    P --> T["MONITOR OUT"]
    Q --> U["MONITOR OUT"]
    R --> V["MONITOR OUT"]
    S --> W["MONITOR OUT"]
    T --> X["MONITOR OUT"]
    U --> Y["MONITOR OUT"]
    V --> Z["MONITOR OUT"]
    W --> AA["MONITOR OUT"]
    X --> AB["MONITOR OUT"]
    Y --> AC["MONITOR OUT"]
    Z --> AD["MONITOR OUT"]
    AA --> AE["MONITOR OUT"]
    AB --> AF["MONITOR OUT"]
    AC --> AG["MONITOR OUT"]
    AD --> AH["MONITOR OUT"]
    AE --> AI["MONITOR OUT"]
    AF --> AJ["MONITOR OUT"]
    AG --> AK["MONITOR OUT"]
    AH --> AL["MONITOR OUT"]
    AI --> AM["MONITOR OUT"]
    AJ --> AN["MONITOR OUT"]
    AK --> AO["MONITOR OUT"]
    AL --> AP["MONITOR OUT"]
    AM --> AQ["MONITOR OUT"]
    AN --> AR["MONITOR OUT"]
    AO --> AS["MONITOR OUT"]
    AP --> AT["MONITOR OUT"]
    AQ --> AU["MONITOR OUT"]
    AR --> AV["MONITOR OUT"]
    AS --> AW["MONITOR OUT"]
    AT --> AX["MONITOR OUT"]
    AU --> AY["MONITOR OUT"]
    AV --> AZ["MONITOR OUT"]
    AW --> BA["MONITOR OUT"]
    AX --> BB["MONITOR OUT"]
    AY --> BC["MONITOR OUT"]
    AZ --> BD["MONITOR OUT"]
    BA --> BE["MONITOR OUT"]
    BB --> BF["MONITOR OUT"]
    BC --> BG["MONITOR OUT"]
    BD --> BH["MONITOR OUT"]
    BE --> BI["MONITOR OUT"]
    BF --> BJ["MONITOR OUT"]
    BG --> BK["MONITOR OUT"]
    BH --> BL["MONITOR OUT"]
    BI --> BM["MONITOR OUT"]
    BJ --> BN["MONITOR OUT"]
    BK --> BO["MONITOR OUT"]
    BL --> BP["MONITOR OUT"]
    BM --> BQ["MONITOR OUT"]
    BN --> BR["MONITOR OUT"]

■ Aansluiten van een externe geluidsprocessor, decoder (bijv. MPEG 2), versterker, enz. op dit apparaat

Dit apparaat is uitgerust met extra 6-kanaals audiosignaalingangen (voor het linker hoofdkanaal, rechter hoofdkanaal, middenkanaal, linker achterste surround-kanaal, rechter achterste surround-kanaal en subwooferkanalen) welke beschikbaar zijn voor de invoer van signalen van uw bestaande versterker, geluidsprocessor, decoder, enz. naar dit apparaat.

Voor het beluisteren van een geluid via het reproduceren van signalen die naar deze ingangen worden gevoerd, de TAPE 2 MON/EXT. DECODER toets op het voorpaneel eenmaal of meerdere malen indrukken zodat "EXT. DECODER IN" op de display verschijnt. Hierdoor worden de signalen die naar deze ingangen worden gevoerd naar de bijbehorende SPEAKERS uitgangen en OUTPUT uitgangen van dit apparaat gevoerd en langs alle overige circuits in dit apparaat omgeleid. Volume, toon, enz. moeten dus op de externe apparatuur geregeld worden.

Opmerking

Wanneer de signalen die naar deze aansluitingen worden gevoerd worden gekozen, kan de digitale geluidsprocessor niet worden gebruikt.

(Algemene modellen) (1) DIGITAL (AC-3) RF SIGNAL GND RDND 1 CD TV/DBS DVD/VCR 3 PROVIAL OPTICAL CO PLAY MO TAPE 1 REC LD TV/DBS DVD/VCR 3 DIGITAL SIGNAL VIDEO SIGNAL AUDIO SIGNAL AUDIO SIGNAL VIDEO B VIDEO LD TV/DBS IN VCR 1 OUT IN VCR 2 OUT IN DVD/VCR 3 OUT MONITOR OUT PAL NTSC FRONT MAIN MAIN OUT CENTER OUT SURROUND OUT SUBWOOFER OUT

Externe geluidsprocessor, decoder, versterker, enz.

AANSLUITING VAN DE LUIDSPREKERS

Gebruik luidsprekers met een impedantie die overeenkomt met de voorgeschreven impedantie aangegeven op de achterzijde van het apparaat.

YAMAHA DSPA1 - AANSLUITING VAN DE LUIDSPREKERS - 1

flowchart
graph TD
    A["Hoofdluidsprekers"] -->|Rechts| B["Coherent"]
    C["Middenluidspreker"] -->|Rechts| D["Achterluidsprekers"]
    E["Subwoofer systeem"] -->|Rechts| F["Overste effect-luidsprekers"]
    B --> G["Speaker 1"]
    D --> H["Speaker 2"]
    F --> I["Speaker 3"]
    G --> J["Main"]
    H --> K["Main"]
    I --> L["Main"]
    J --> M["OUT"]
    K --> N["OUT"]
    L --> O["OUT"]
    M --> P["OUT"]
    N --> Q["OUT"]
    O --> R["OUT"]
    P --> S["OUT"]
    Q --> T["OUT"]
    R --> U["OUT"]
    S --> V["OUT"]
    T --> W["OUT"]
    U --> X["OUT"]
    V --> Y["OUT"]
    W --> Z["OUT"]
    X --> AA["OUT"]
    Y --> AB["OUT"]

Aansluiting:

Sluit de SPEAKERS aansluitingen aan op uw luidsprekers met behulp van een kabel van de juiste dikte en houd de kabels zo kort mogelijk. Indien de aansluitingen op verkeerde wijze tot stand gebracht worden, komt er geen geluid uit de luidsprekers. Let er op dat de polariteit van de luidsprekerkabels correct is, dit wil zeggen dat u dient te letten op de "+" en "-" aanduidingen. Indien deze kabels omgekeerd aangesloten worden, zal het geluid onnatuurlijk klinken en zullen de lage tonen niet doorkomen.

LET OP

Zorg er voor dat de blootgelegde luidsprekerkabels elkaar of de metalen delen van dit apparaat niet raken. Hierdoor kunnen het apparaat en/of de luidsprekers beschadigd worden.

Rood: positief (+)

Zwart: negatief (−)

YAMAHA DSPA1 - LET OP - 1

①Schroef de knop los.
②Steek de blootgelegde kabel in. (Verwijder ongeveer 5 mm van de isolatie van de luidsprekerkabels.)
③Draai de knop aan en klem de kabel vast.

Banaan-stekkerverbindingen zijn ook mogelijk. Steek de banaan-stekker eenvoudigweg in de bijbehorende aansluiting.

YAMAHA DSPA1 - LET OP - 2

Opmerking betreffende de aansluiting van de middenluidspreker:

Op dit apparaat kunnen één of twee middenluidsprekers aangesloten worden. Indien u de middenluidspreker niet bovenop of onder de TV kunt plaatsen, wordt het aanbevolen gebruik te maken van twee middenluidsprekers en deze aan weerszijden van de TV te plaatsen om het middengeluid vanaf de middenpositie gericht te houden.

Bij gebruik van één middenluidspreker, deze aansluiten op de A of B aansluitingen en de CENTER SPEAKERS schakelaar op "A OR B" (onderste stand) zetten. Bij gebruik van twee middenluidsprekers, deze aansluiten op de A en B aansluitingen en de schakelaar op "A + B" (bovenste stand) zetten.

Indien u echter geen gebruik van een middenluidspreker wenst te maken, de functie "1A. CENTER SP" in de SET MENU modus in de "NONE" stand zetten. (Zie pagina 26.)

Middenluidspreker Middenluidspreker CAUTION SEE INSTRUCTION MANUAL FOR CORRECT SETTING MAIN CENTER A B A+B A OR B FRONT REAR SURROUND

CENTER SPEAKERS schakelaar

Opmerking betreffende het aansluiten van een subwoofer:

Voor het weergeven van discrete signalen kunt u een subwoofer toevoegen voor het benadrukken van de lage frekwenties of voor het uitvoeren van de lage tonen van het subwooferkanaal.

Sluit bij gebruik van één subwoofer de SUBWOOFER MONO aansluiting van dit apparaat aan op de INPUT aansluiting van de subwoofer versterker en sluit de luidspreker-aansluitingen van de subwoofer versterker aan op de subwoofer.

YAMAHA DSPA1 - Opmerking betreffende het aansluiten van een subwoofer: - 1

In het geval u meer effect in u luisterkamer wilt hebben, wordt het gebruik van twee subwoofers aanbevolen. Voor het aansluiten van twee subwoofers op deze apparatuur, één SUBWOOFER SPLIT aansluiting aansluiten op de INPUT aansluiting van de versterker die de subwoofer aandrijft en de andere SUBWOOFER SPLIT aansluiting aansluiten op de INPUT aansluiting van de versterker die de andere subwoofer aandrijft en vervolgens elke subwoofer op de bijbehorende versterker aansluiten.

COUPLER MAIN CH CENTER SUBWOODDER PRE OUT MAIN IN OUT MONO SPLIT FRONT REAR (SURROUND) OUT IN

Subwoofer systeem
Subwoofer systeem

Bij bepaalde subwoofers, zoals bij de Yamaha Active Servo Processing Subwoofer Systeem, is de versterker en de subwoofer in hetzelfde component ingebouwd. (Zie pagina 21 voor bijzonderheden betreffende de SUBWOOFER MONO/SPLIT uitgangen.)

■ IMPEDANCE SELECTOR schakelaar

Deze schakelaar mag enkel worden gebruikt wanneer de stroomtoevoer naar dit apparaat niet is ingeschakeld. Kies de stand overeenkomstig de eisen van uw luidsprekersysteem.

WAARSCHUWING

Verander de instelling van de IMPEDANCE SELECTOR schakelaar niet als het apparaat aan staat, aangezien dit schade kan veroorzaken aan het apparaat.

ALS HET APPARAAT NIET INGESCHAKELD WORDT BIJ INDRUKKEN VAN DE STANDBY/ON SCHAKELAAR;

Het is mogelijk dat de IMPEDANCE SELECTOR schakelaar niet volledig in de bovenste of onderste stand staat. Zet de schakelaar volledig in de juiste stand.

IMPEDANCE SELECTOR IMPEDANCE SELECTOR SET BEFORE SHINSE ON 100% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% 110% 120% 130% 140% 150% 160% 170% 180% 190% 200% 210% 220% 230% 240% 250% 260% 270% 280% 290% 300% 310% 320% 330% 340% 350% 360% 370% 380% 390% 400% 410% 420% 430% 440% 450% 460% 470% 480% 490% 500% 510% 520% 530% 540% 550% 560% 570% 580% 590% 600% 610% 620% 630% 640% 650% 660% 670% 680% 690% 700% 710% 720% 730% 740% 750% 760% 770% 780% 790% 800% 810% 820% 830% 840% 850% 860% 870% 880% 890% 900% 910% 920% 930% 940% 950% 960% 970% 980% 990% 1000% MAX. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100% MAX. (Algemene modellen)

(Linkse stand)

Achter: De impedantie van elk van de luidsprekers moet 4Ω of hoger zijn.

Midden: Als u gebruik maakt van twee middenluidsprekers, moet de impedantie van elk van de luidsprekers 4Ω of hoger zijn.

Als u gebruik maakt van één middenluidspreker, moet de impedantie van de luidspreker 4Ω of hoger zijn.

Hoofd: De impedantie van elk van de luidsprekers moet 4Ω of hoger zijn.

Voorste effect:

De impedantie van elk van de luidsprekers moet 6Ω of hoger zijn.

(Rechtse stand)

Achter: De impedantie van elk van de luidsprekers moet 8Ω of hoger zijn.

Midden: Als u gebruik maakt van twee middenluidsprekers, moet de impedantie van elk van de luidsprekers 4Ω of hoger zijn.

Als u gebruik maakt van één middenluidspreker, moet de impedantie van de luidspreker 8Ω of hoger zijn.

Hoofd: De impedantie van elk van de luidsprekers moet 8Ω of hoger zijn.

Voorste effect:

De impedantie van elk van de luidsprekers moet 8Ω of hoger zijn.

■ Aandrijven van de hoofd, midden, voorste effect en/of achterste luidsprekers met behulp van externe versterkers

De luidsprekerverbindingen zoals beschreven op pagina 18 zullen in de meeste gevallen uitstekend voldoen. Indien u echter om een of andere reden de hoofd, midden, voorste effect en/of achterste luidsprekers met behulp van uw bestaande versterker, enz. wilt aandrijven, zijn voor het verbinden van de externe versterker(s) op dit apparaat de volgende aansluitingen beschikbaar.

COUPLER MAIN CH CENTER SUBWODDER PRE OUT MAIN IN OUT MOND SPLIT FRONT REAR ISURROUND ① ② ③ ④

1 MAIN CH PRE OUT/MAIN IN aansluitingen

De PRE OUT aansluitingen zijn voor de voorversterkersignaaluitvoer van het hoofdkanaal en de MAIN IN aansluitingen zijn voor de voorversterkersignaalinvoer naar de ingebouwde hoofdkanaalversterker. De PRE OUT en MAIN IN aansluitingen dienen bij gebruik van de ingebouwde versterker met behulp van de doorverbindingsstekker te worden doorverbonden. Indien u echter de hoofdluidsprekers via een externe stereo-vermogenversterker laat aandrijven, eerst de doorverbindingsstekker verwijderen en vervolgens de ingangsaansluitingen van de externe versterker (MAIN IN of AUX aansluitingen) van een versterker of een receiver met de PRE OUT aansluitingen verbinden. Met de MAIN IN aansluitingen is geen verbinding noodzakelijk.

* De uitgangssignalen van de PRE OUT aansluitingen worden beïnvloed door het gebruik van de BASS, TREBLE, BALANCE regelaars en de BASS EXTENSION schakelaar.

2 CENTER OUT/IN aansluitingen

De CENTER OUT aansluitingen zijn voor de voorversterkersignaaluitvoer van het middenkanaal en de CENTER IN aansluiting is voor de voorversterkersignaalinvoer naar de ingebouwde middenkanaalversterker. De onderzijde van de CENTER OUT aansluitingen en de CENTER IN aansluiting dient bij gebruik van de ingebouwde versterker met behulp van de doorverbindingsstekker te worden doorverbonden. Indien u echter één of meer middenluidsprekers met behulp van een externe vermogenversterker (voor elk) aandrijft, eerst de doorverbindingsstekker verwijderen en vervolgens de ingangsaansluiting(en) van de externe versterker(s) aansluiten op een van beide of op beide CENTER OUT aansluitingen. Met de CENTER IN aansluiting is geen verbinding noodzakelijk.

3 SUBWOOFER aansluitingen

SUBWOOFER MONO aansluiting

Sluit bij gebruik van een subwoofer de versterkeringang daarvan op deze aansluiting aan. Frekwenties beneden 90 Hz die verdeeld worden van de hoofd, midden en/of achterste kanalen worden via deze aansluiting uitgevoerd. Signalen van LFE (lage frekwentie effect) die geproduceerd worden wanneer de Dolby Digital (AC-3) of het DTS gedecodeerd wordt, zullen eveneens worden uitgevoerd als zij aan deze aansluiting toegewezen zijn.

SUBWOOFER SPLIT aansluitingen

Sluit bij gebruik van twee subwoofers de versterkeringangen daarvan op deze aansluitingen aan. Low bass signalen die uitgevoerd worden van de SUBWOOFER MONO aansluiting worden eveneens via deze aansluitingen uitgevoerd. Echter de signalen van het linker hoofdkanaal en het linker achterste kanaal worden via de SPLIT L aansluiting uitgevoerd en de signalen van het rechter hoofdkanaal en het rechter achterste kanaal worden via de SPLIT R aansluiting afzonderlijk uitgevoerd.

4 FRONT aansluitingen

Deze aansluitingen zijn voor de voorversterker- uitgangssignalen van het voorste effectkanaal. Wanneer u gebruik maakt van de ingebouwde versterker, is er geen verbinding naar deze aansluitingen. Indien u echter de voorste effect-luidsprekers via een externe stereo-vermogenversterker laat aandrijven, de ingangsaansluitingen van de externe versterker (MAIN IN of AUX aansluitingen van een versterker of een receiver) met deze aansluitingen verbinden.

5 REAR (SURROUND) aansluitingen

Deze aansluitingen zijn voor de voorversterker- uitgangssignalen van het achterkanaal. Wanneer u gebruik maakt van de ingebouwde versterker, is er geen verbinding naar deze aansluitingen. Indien u echter de achterluidsprekers via een externe stereo-vermogenversterker laat aandrijven, de ingangsaansluitingen van de externe versterker (MAIN IN of AUX aansluitingen van een versterker of een receiver) met deze aansluitingen verbinden.

Opmerkingen

  • Het uitgangsniveau van de signalen van al deze aansluitingen wordt afgesteld met behulp van de VOLUME regelaar op het voorpaneel of de MASTER VOLUME toetsen op de afstandbediening.
  • Indien er een externe vermogenversterker wordt aangesloten op de FRONT of REAR aansluitingen, zal de bijbehorende interne versterker uitgeschakeld worden en zal er geen signaaluitvoer beschikbaar zijn aan de SPEAKERS aansluitingen.

AANSLUITING VAN DIT APPARAAT OP DE NETSPANNING

- Steek na het voltooien van alle aansluitingen het netsnoer in een geschikt stopcontact.

- Indien dit apparaat gedurende een lange tijdsperiode niet gebruikt gaat worden, het netsnoer uit het stopcontact verwijderen.

IMPEDANCE SELECTOR SET BEFORE POWER ON MAIN : 4.WYN, SPEAKER CENTER : 6-B : 6.WYN, SPEAKER A OR B : 6.WYN, SPEAKER REAR : 4.WYN, SPEAKER FRONT EFFECT : 8.WYN, SPEAKER MAIN : 8.WYN, SPEAKER CENTER : A-B : A.WYN, SPEAKER A OR B : B.WYN, SPEAKER REAR : 8.WYN, SPEAKER FRONT EFFECT : B.WYN, SPEAKER VOLTAGE SELECTOR AC OUTLETS SWITCHED UNSWITCHED 100W MAX. TOTAL 200W MAX. (Algemene modellen) * 2 * 1 Naar wisselstroom- stopcontact

^* ^1 Netspanningsaansluitingen [AC OUTLET(S)]

(Modellen voor U.S.A., Canada, China en Algemene modellen) 2 geschakelde netspanningsaansluitingen

1 niet-geschakelde uitgang

(1 UNSWITCHED OUTLET)

(Modellen voor Europa, Groot-Brittannië en Australië)

1 geschakelde netspanningsaansluiting

(1 SWITCHED OUTLET)

Gebruik deze aansluitingen om de netsnoeren van uw overige componenten op aan te sluiten.

De spanning naar de geschakelde netspanningsaansluitingen [SWITCHED OUTLET(S)] wordt geregeld door de STANDBY/ON schakelaar van het apparaat of de SYSTEM POWER ON en STANDBY toetsen van de bijgeleverde afstandbediening. Deze aansluitingen voorzien alle aangesloten apparaten van netspanning, zodra dit apparaat ingeschakeld wordt.

Het maximale vermogen (totale stroomverbruik van de componenten) dat aangesloten kan worden op de SWITCHED AC OUTLET(S) is als volgt.

• Modellen voor U.S.A.: 120W
- Behalve modellen voor U.S.A.: 100W

De spanning naar de UNSWITCHED netspanningsaansluiting wordt niet geregeld door de STANDBY/ON schakelaar of de SYSTEM POWER ON en STANDBY toetsen van de bijgeleverde afstandbediening. Deze uitgang zal het aangesloten component van netspanning blijven voorzien ook als dit apparaat op de standby functie wordt ingesteld.

Het maximale vermogen (totale stroomverbruik van de componenten) dat aangesloten kan worden op de UNSWITCHED AC OUTLET is als volgt.

• Modellen voor U.S.A. en Canada: 180W
• Modellen voor China en Algemene modellen: 200W

^*^2 Spanningskeuzeschakelaar (Alleen modellen voor China en Algemene modellen)

De spanningskeuzeschakelaar op het achterpaneel van dit apparaat dient correct ingesteld te worden op de plaatselijke netspanning, ALVORENS de stekker van het netsnoer in het wisselstroom-stopcontact te steken. Instelbare netspanningen zijn 110/120/220/240V wisselstroom, 50/60 Hz.

BEDIENINGSORGANEN EN HUN FUNCTIES

VOORPANEEL
YAMAHA NATURAL SOUND AV AMPLIFIER DSP-A1 CINEMA DSP 7ch dts STANDBYON INPUT SELECTOR TAPE 2 MON SET DECOODER VOLUME - SET MENU +← NEXT PROGRAM EFFECT INPUT MODE PHONES BASS EXTENSION BASS TRESILE BALANCE REC OUT VIDEO AUX ON OFF 3. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. VIDEO AUX 8.0 VDD L AUDIO S 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50

1 STANDBY/ON schakelaar

Druk deze schakelaar in om de stroomtoevoer naar dit apparaat in te schakelen. Druk de schakelaar nogmaals in om dit apparaat op de standby functie in te stellen.

* Wanneer u deze schakelaar indrukt om het apparaat in te schakelen, zult u een klik horen en de ingebouwde ventilator kortstondig horen draaien.

Standby functie

In deze toestand verbruikt het apparaat een zeer geringe hoeveelheid stroom voor het ontvangen van infrarood signalen van de afstandbediening.

2 Afstandbedieningsensor

Voor het ontvangen van de signalen van de afstandbediening.

3 Displaypaneel

Geeft diverse informatie aan. (Zie pagina 25 voor bijzonderheden.)

4 TAPE 2 MON/EXT. DECODER toets

Wanneer deze toets eenmaal of meerdere malen wordt ingedrukt zodat "TAPE 2 MONITOR ON" op de display verschijnt, wordt de geluidsbron die wordt weergegeven op het apparaat dat aangesloten is op de TAPE 2 PLAY/REC AUDIO SIGNAL aansluitingen aan de achterzijde van dit apparaat als de ingangsbron gekozen en heeft dit voorrang ten opzichte de instelling van de INPUT SELECTOR. Wanneer deze toets eenmaal of meerdere malen wordt ingedrukt zodat "EXT. DECODER IN" op de display verschijnt, worden de geluidssignalen die ingevoerd worden via de EXTERNAL DECODER INPUT aansluitingen aan de achterzijde van dit apparaat als de ingangsbron gekozen en heeft dit voorrang ten opzichte de instelling van de INPUT SELECTOR. Wanneer deze toets eenmaal of meerdere malen wordt

ingedrukt zodat de display naar een normale displaymodus terugkeert, zullen de hierboven genoemde ingangsbronnen geannuleerd worden.

5 INPUT SELECTOR

Voor het kiezen van de ingangssignaalbron die u wenst te beluisteren (en bekijken).

De gekozen bron wordt aangegeven op de display.

6 Hoofd VOLUME regelaar

Met deze regelaar wordt het volumeniveau bij alle uitgangen gelijktijdig geregeld: voorste-effect, hoofd, achterste, midden en subwoofer. (Dit is niet van invloed op het REC OUT niveau.)

* Wanneer het volume afgezwakt wordt door het indrukken van de MUTE toets op de afstandbediening, zal de indicator op de hoofd VOLUME regelaar aan en uit knipperen.

7 PHONES ingang

Steek de stekker van de hoofdtelefoon hierin om privé te kunnen luisteren. Enkel de geluidssignalen van de hoofdkanalen worden hier uitgevoerd. Echter als Dolby Digital (AC-3) of de DTS gedecodeerd wordt, zullen de signalen van alle kanalen over de hoofdkanalen verdeeld worden en hier worden weergegeven.

PHONES

8 BASS EXTENSION schakelaar

Wanneer deze schakelaar naar binnen wordt gedrukt (AAN), wordt de frekwentierespons van de lage tonen op de linker en rechter hoofdkanalen versterkt terwijl de totale klankbalans daarbij gehandhaafd blijft. Als u geen subwoofer heeft, zal het gebruik van deze schakelaar van dienst zijn voor het versterken van de lage tonen frekwenties.

9 SET MENU -/+ toets

Wordt gebruikt voor het uitvoeren van wijzigingen van de instelling en afstellingen voor functies die door het indrukken van de NEXT toets gekozen zijn.

NEXT toets

Telkens wanneer deze wordt ingedrukt, worden er functies gekozen in de SET MENU modus.

10 BASS en TREBLE regelaars

Stel de lage en hoge frekwentierespons af enkel voor respektievelijk het linker hoofdkanaal, het rechter hoofdkanaal en het middenkanaal.

11 PROGRAM keuzetoets

Hiermee worden de digitale geluidsveldprocessing programma's in de of richting achtereenvolgens gekozen.

12 BALANCE regelaar

Deze regelaar is enkel effectief voor het geluid van de hoofdluidsprekers.

Deze regelaar stelt de balans van het uitgangsvolume tussen de linker en de rechter hoofdluidsprekers af voor het compenseren van de onbalans van het geluid dat veroorzaakt wordt door de afstelling van de luidsprekers of door de akoestische eigenschappen van de ruimte waarin u zich bevindt.

13 EFFECT toets

Schakelt het uitgangssignaal van de middenluidspreker, de achterste en voorste effect-luidsprekers aan en uit. In uitgeschakelde toestand zal het geluid normaal 2-kanaals worden.

* Ook wanneer het uitgangssignaal van de middenluidspreker en de achterste en voorste effect-luidsprekers uit is, zullen wanneer het Dolby Digital (AC-3) of het DTS gedecodeerd worden, de signalen van alle kanalen over de hoofdkanalen verdeeld worden en via de hoofdluidsprekers worden weergegeven.

14 REC OUT keuzeschakelaar

Voor het kiezen van de bron die opgenomen gaat worden op een MD recorder (of tapedeck 1) of een videorecorder 1 onafhankelijk van de instelling van de INPUT SELECTOR.

Echter wanneer deze keuzeschakelaar op de stand SOURCE wordt ingesteld, bepaalt de instelling van de INPUT

SELECTOR de bron die op een MD recorder (of tapedeck) of videorecorder zal worden opgenomen.

15 INPUT MODE toets

Voor overschakeling van de modus voor het kiezen van de ingangssignalen tussen de "AUTO", "DTS" en "ANALOG" modus voor bronnen die twee of meerdere soorten signalen naar deze apparatuur voeren. (Zie pagina 41 voor bijzonderheden.)

* Bij een LD bron vindt de overschakeling plaats tussen de "AUTO", "AC-3 RF", "DTS", "DIGITAL" en "ANALOG" modus.

16 VIDEO AUX aansluitingen

Sluit extra video- of audio-ingangsbron apparatuur zoals een camerarecorder op deze aansluitingen aan. Indien de aangesloten video-apparatuur voorzien is van een S video uitgangsaansluiting, deze met de S VIDEO aansluiting verbinden voor het verkrijgen van een beeld met een hoge resolutie. De bron die is aangesloten op deze aansluitingen kan gekozen worden met behulp van de INPUT SELECTOR en REC OUT keuzeschakelaar.

17 Deurtje van bedieningscompartiment

Sluit het deurtje wanneer het gebruik van de bedieningsorganen in het compartiment niet nodig is.

Openen van het deurtje

YAMAHA DSPA1 - Deurtje van bedieningscompartiment - 1

Sluiten van het deurtje

YAMAHA DSPA1 - Deurtje van bedieningscompartiment - 2

Wanneer de ingebouwde DTS decoder is ingeschakeld, gaat een van de dts indicators branden. De rode "dts" indicator gaat branden wanneer er een compact disc of laserdisc die met DTS is gecodeerd wordt weergegeven. De oranje "dts" indicator gaat branden wanneer er een DVD die met DTS is gecodeerd wordt weergegeven.

* Als u op een DVD/LD combi-speler een laserdisc weergeeft die met DTS is gecodeerd, is het mogelijk dat na het weergeven van een Video-CD, DVD, enz. de oranje "dts" indicator gaat branden.

2 Multi-informatie display

Geeft het huidige gekozen DSP programma, of de informatie over de wijzigingen betreffende de diverse afstellingen of instellingen van dit apparaat aan.

3 Ingangsbron-indicators

Geeft de huidige gekozen ingangsbron aan door middel van een pijlvormige cursor.

4 DDDIGITAL en PBD LOGIC indicators

“ DIGITAL” licht op wanneer de ingebouwde Dolby Digital (AC-3) Decoder ingeschakeld is en de signalen van de gekozen bron die gecodeerd is met het Dolby Digital (AC-3) niet in 2-kanaals is.

"PRO LOGIC" licht op wanneer de ingebouwde Dolby Pro Logic Surround Decoder ingeschakeld is.

5 DSP indicator

“DSP” gaat branden wanneer de ingebouwde digitale geluidsveldprocessor ingeschakeld is.

6 Digitale audio ingangssignaal indicators

Deze indicators geven het type digitale signaal aan dat op dat moment naar dit apparaat wordt gevoerd.

Wanneer PCM digitale audio signalen naar dit apparaat worden gevoerd, licht "PCM" op.

Wanneer digitale audio signalen die wel gecodeerd zijn met het Dolby Digital (AC-3) naar dit apparaat worden gevoerd, licht "AC-3" op.

Wanneer digitale audiosignalen die met het DTS gecodeerd zijn naar dit apparaat worden gevoerd, licht "DTS" op.

7 SLEEP indicator

Licht op gedurende de tijd dat de ingebouwde SLEEP timer in bedrijf is.

8 TAPE 2 MON indicator

Deze licht op wanneer het tapedeck (of MD recorder enz.) welke aangesloten is op de TAPE 2 PLAY/REC AUDIO SIGNAL aansluitingen aan de achterzijde van dit apparaat door middel van het indrukken van de TAPE 2 MON/EXT. DECODER toets als de ingangsbron wordt gekozen.

AFSTELLINGEN ALVORENS DIT APPARAAT IN GEBRUIK TE NEMEN

KIEZEN VAN DE UITGANGSFUNCTIES DIE GESCHIKT ZIJN VOOR UW LUIDSPREKERSYSTEEM (IN DE "SET MENU" MODUS)

Deze apparatuur biedt u de volgende functies voor het verdelen van de respektievelijke uitgangssignalen naar geschikte luidsprekers in uw audiosysteem. Kies nadat alle luidsprekeraansluitingen voltooid zijn een juiste instelling voor elke functie teneinde een optimaal gebruik te kunnen maken van uw luidsprekersysteem.

* Zie de pagina's 32 tot 38 voor nadere bijzonderheden betreffende de SET MENU modus.

1. SPEAKER SET

1A. CENTER SP
1B. REAR SP
1C. MAIN SP
1D. LFE/BASS OUT
1E. FRONT MIX
1F. MAIN LEVEL

■ BESCHRIJVING VAN ELKE FUNCTIE

1A. CENTER SP

Keuzes: LARGE (LRG)/SMALL (SML)/NONE Vooringestelde positie: LRG

LRG: Kies deze positie wanneer uw middenluidspreker ongeveer van hetzelfde formaat is als de hoofdluidsprekers.

SML: Kies deze positie wanneer u gebruik maakt van een middenluidspreker die kleiner is dan de hoofdluidsprekers. In deze positie worden de low bass signalen (onder 90 Hz) bij het middenkanaal via de SUBWOOFER aansluitingen uitgevoerd (of via de hoofdluidsprekers als de MAIN positie is gekozen op "1D. LFE/BASS OUT").

NONE: Kies deze positie wanneer u niet over een middenluidspreker beschikt. Het geluid van het middenkanaal wordt dan via de linker en rechter hoofdluidsprekers uitgevoerd.

1B. REAR SP

Keuzes: LARGE/SMALL Vooringestelde positie: LARGE

LARGE: Kies deze positie wanneer uw achterste luidsprekers een grote capaciteit bezitten voor het weergeven van de basklanken of wanneer er parallel een subwoofer is aangesloten op de achterste luidsprekers. In deze positie worden full range signalen uitgevoerd via de achterste luidsprekers.

SMALL: Kies deze positie wanneer uw achterste luidsprekers geen voldoende capaciteit bezitten voor het weergeven van de basklanken. In deze positie worden de low bass signalen (onder 90 Hz) bij de achterste kanalen via de SUBWOOFER aansluitingen uitgevoerd (of via de hoofdluidsprekers als de MAIN positie is gekozen op "1D. LFE/BASS OUT").

1C. MAIN SP

Keuzes: LARGE/SMALL

Vooringestelde positie: LARGE

LARGE: Kies deze positie indien uw hoofdluidsprekers een grote capaciteit bezitten voor het weergeven van de basklanken. In deze positie worden de full range signalen die aanwezig zijn bij de hoofdkanalen uitgevoerd via de hoofdluidsprekers.

SMALL: Kies deze positie wanneer uw hoofdluidsprekers geen voldoende capaciteit bezitten voor het weergeven van de basklanken. Indien er echter in uw systeem geen subwoofer aanwezig is, deze positie niet kiezen. In deze positie worden de low bass signalen (onder 90 Hz) bij de hoofdkanalen via de SUBWOOFER aansluitingen uitgevoerd (als de SW of BOTH positie is gekozen op "1D. LFE/BASS OUT").

1D. LFE/BASS OUT

Vooringestelde positie: SW

MAIN: Kies deze positie indien er in uw systeem geen subwoofer aanwezig is. In deze positie worden de full range signalen die aanwezig zijn bij de hoofdkanalen, de signalen van het LFE kanaal en de overige low bass signalen die gekozen zijn op "1A. CENTER SP" tot en met "1C. MAIN SP" om verdeeld te worden van de andere kanalen via de hoofdluidsprekers uitgevoerd.

SW/BOTH:

Kies de SW of BOTH positie indien er in uw systeem een subwoofer aanwezig is. In beide posities worden de signalen bij het LFE kanaal en de overige low bass signalen die gekozen zijn op "1A. CENTER SP" tot en met "1C. MAIN SP" om verdeeld te worden van de andere kanalen via de SUBWOOFER aansluitingen uitgevoerd. Wanneer de LARGE positie wordt gekozen op "1C. MAIN SP", wordt er in de SW positie geen signaal van de hoofdkanalen naar de SUBWOOFER aansluitingen verdeeld, echter in de BOTH positie worden de low bass signalen van de hoofdkanalen naar zowel de hoofdluidsprekers als de SUBWOOFER aansluitingen uitgevoerd.

1E. FRONT MIX

Keuzes: OFF-7ch/ON-5ch

Vooringestelde positie: OFF-7ch

OFF-7ch: Kies deze positie als uw luidsprekersysteem een paar voorste effect-luidsprekers omvat.

ON-5ch: Kies deze positie als uw luidsprekersysteem niet een paar voorste effect-luidsprekers omvat. Klanksignalen op de linker en rechter voorste effectkanalen worden over respektievelijk de linker en rechter hoofdkanalen verdeeld en via de hoofdluidsprekers weergegeven.

1F. MAIN LEVEL

Keuzes: Normal/-10dB

Vooringestelde positie: Normal

Normal: Kies normaal deze positie.

-10dB: Kies deze positie als de volumeniveaus naar de midden, achterste en/of voorste effect-luidsprekers lager zijn dan het niveau naar de hoofdluidsprekers, alhoewel deze op de maximum zijn afgesteld. Het volumeniveau naar de hoofdluidsprekers wordt verminderd met 10 dB, zodat de balans van het uitgangsniveau van de luidsprekers correct afgesteld kan worden.

■ METHODE VOOR HET VERANDEREN VAN DE SELECTIES

Bedieningsstappen dienen te worden uitgevoerd door te kijken naar de informatie die wordt aangegeven op het displaypaneel van deze apparatuur of op het monitorscherm.

1 YUMA 3,42

PARAMETER/SET MENU 1 2, 3, 4 MODEL 1 MOLD 2 THYTER 7 8 9 EFFECT SLVIF LEVEL PARAMETER TEST SIT MENU SLEEP OR SCREEN SYSTEM POWER ON MASTER VOLUME VOUT VCR STANODY

Als u de afstandbediening gaat gebruiken, de PARAMETER/SET MENU schakelaar op de afstandbediening in de SET MENU stand zetten.

Opmerking: Let er op de afstandbediening te gebruiken met de kap geopend.

YAMAHA DSPA1 - ■ METHODE VOOR HET VERANDEREN VAN DE SELECTIES - 3

1 Schakel de stroomtoevoer van deze apparatuur in. (Als u de informatie op de monitor zichtbaar wilt maken, de monitor inschakelen.)

Voorpaneel

Afstandbediening

YAMAHA DSPA1 - ■ METHODE VOOR HET VERANDEREN VAN DE SELECTIES - 4

of

YAMAHA DSPA1 - ■ METHODE VOOR HET VERANDEREN VAN DE SELECTIES - 5

2 Kies de titel "1. SPEAKER SET" door de hieronder afgebeelde toets eenmaal of meerdere malen in te drukken (zodat de titel op de display verschijnt).

Voorpaneel - + NEXTSET N of Afstandbediening -+

  1. SPEAKER SET Press +/- Key 1 TWISS B=LO VER 1 VOTARS 1 VER 2 TUNER OVALOR 3 CO VAUX PHONE

3 Voorpaneel NEXTSET of Afstandbediening Eenmaal indrukken.

1A. CENTER SP ▶ LRG SML NONE TYDES VOR 1 VOR 2 OUTDOOR 3 V AUX LD MOTARE 1 TUMBER CC PONO

4 Druk "+" of "-" eenmaal of vaker in zodat de pijlvormige cursor de positie aanwijst die u wilt kiezen.

Voorpaneel + NEXTSET of Afstandbediening - +

1A. CENTER SP MLRG SML NONE TUES PUD VCS 1 MOTURE 1 VCS 2 TURUS DCTVCS 3 CC PAA PRONO Cursor

5 Kies op dezelfde manier een juiste positie op "1B. REAR SP", "1C. MAIN SP", "1D. LFE/BASS OUT", "1E. FRONT MIX" en/of "1F. MAIN LEVEL". Kies eerst de titel van de functie door het volgen van stap 2 en kies vervolgens een juiste positie door het volgen van stap 4.

AFSTELLING VAN DE LUIDSPREKERBALANS

Via deze procedure is het mogelijk de balans van het klank-uitgangsniveau tussen de hoofd, midden, achterste en voorste effect-luidsprekers af te stellen via gebruik van de ingebouwde test-toongenerator. Wanneer deze afstelling wordt uitgevoerd zal het uitgangsniveau van het geluid dat bij de luisterpositie gehoord wordt van elke luidspreker hetzelfde zijn. Dit is van belang voor het verkrijgen van het optimale rendement van de digitale geluidsveldprocessor de Dolby Digital (AC-3) decoder, de Dolby Pro Logic Surround decoder en de DTS decoder.

De afstelling van het uitgangsniveau van elk van de luidsprekers dient uitgevoerd te worden vanaf uw luisterpositie met behulp van de afstandbediening. Anders zal het resultaat niet bevredigend zijn.

Opmerking: Let er op de afstandbediening te gebruiken met de kap geopend.

2 1 4 3

5 6 2 PRESENT ALL 1/2/2/2 V-AUDK HALL 1 HALL 2 1 2 3 AVG ON/OFF 4 5 6 OFFICE ON/OFF 7 8 9 MODE MAKE PREAD 10 LEVEL PARAMETER TEST SET MACH SLEEP ON SCREEN SYSTEM POWER ON V-1 STANDSY MASTER VOLUME MUTE V-1 OUT OFF EFFECT 100%

1
Voorpaneel VOLUME 80 18 18 20 4 60 2 80 48

Zet in stand "∞".

2
Schakel het apparaat in.
Voorpaneel
YAMAHA DSPA1 - AFSTELLING VAN DE LUIDSPREKERBALANS - 4
of

Afstandbediening
SYSTEM POWER ON
YAMAHA DSPA1 - AFSTELLING VAN DE LUIDSPREKERBALANS - 5

3
Voorpaneel
YAMAHA DSPA1 - AFSTELLING VAN DE LUIDSPREKERBALANS - 6

YAMAHA DSPA1 - AFSTELLING VAN DE LUIDSPREKERBALANS - 7

YAMAHA DSPA1 - AFSTELLING VAN DE LUIDSPREKERBALANS - 8
Zet in stand "0".

4
Voorpaneel
BASS EXTENSION
YAMAHA DSPA1 - AFSTELLING VAN DE LUIDSPREKERBALANS - 9
Op "UIT ( )zetten.
5

Zet de PARAMETER/SET MENU schakelaar op de afstandbediening in de PARAMETER stand.
Afstandbediening
YAMAHA DSPA1 - AFSTELLING VAN DE LUIDSPREKERBALANS - 10

6
Druk voor het invoeren van de testmodus de TEST toets op de afstandbediening zodanig in dat "TEST DOLBY SUR." op de display verschijnt.
Afstandbediening
YAMAHA DSPA1 - AFSTELLING VAN DE LUIDSPREKERBALANS - 11

YAMAHA DSPA1 - AFSTELLING VAN DE LUIDSPREKERBALANS - 12
TEST DOLEY SUR.

WORDT VERVOLGD

8

CONCERT MUTE 1 2 MODE TOMATO 2 10 LEVEL PARAMETER TEST SET MENU SLEEP ON SCREEN VCR STANDBY TV TV MUTE MASTER VOLUME OFFECT ON/OFF 9 7

7 Draai het volume omhoog.

Afstandbediening

YAMAHA DSPA1 - Draai het volume omhoog. - 1

U hoort dan een test-toon (pink noise) vanuit de linker hoofdluidspreker, vervolgens uit de middenluidspreker, uit de rechter hoofdluidspreker de rechter achterluidspreker en vervolgens uit de linker achterluidspreker gedurende elk ongeveer 2,5 seconden. De display verandert dan zoals hieronder aangegeven.

YAMAHA DSPA1 - Draai het volume omhoog. - 2

flowchart
graph TD
    A["LEFT"] --> B["CENTER"]
    B --> C["RIGHT"]
    C --> D["RIGHT SURROUND"]
    D --> E["LEFT SURROUND"]
    style A fill:#f9f,stroke:#333
    style B fill:#ccf,stroke:#333
    style C fill:#cfc,stroke:#333
    style D fill:#fcc,stroke:#333
    style E fill:#cff,stroke:#333

* De status van het test-toon uitgangssignaal wordt ook aangegeven op het monitorscherm door een afbeelding van een audio-luisterkamer. Dit is handig voor het afstellen van elk van de luidsprekerniveaus.

TEST DOLBY SUR.

YAMAHA DSPA1 - Draai het volume omhoog. - 3

EFFECT LEVEL CENTER + 2dB

* Als de functie "1A. CENTER SP" in de SET MENU modus in de NONE stand is gezet, zult u de test-toon van het middenkanaal uit de linker en rechter hoofdluidsprekers horen komen.

8 Stel de BALANCE regelaar zodanig af dat het uitgangsniveau van de effectklank van de linker hoofdluidspreker en de rechter hoofdluidspreker hetzelfde zijn.

Voorpaneel

YAMAHA DSPA1 - Stel de BALANCE regelaar zodanig af dat het uitgangsniveau van de effectklank van de linker hoofdluidspreker en de rechter hoofdluidspreker hetzelfde zijn. - 1

9 Stel de geluidsuitgangsniveaus van de middenluidspreker en de achterste luidsprekers zodanig af dat deze bijna hetzelfde worden als die van de hoofdluidsprekers.

Manier van afstellen:

Door het indrukken van de + of - toets wordt het niveau naar de luidspreker (behalve de hoofdluidsprekers) afgesteld die op dat moment de test-toon produceert.

* Door het indrukken van de + toets wordt het niveau verhoogd en door het indrukken van de – toets wordt het niveau verlaagd.
* Tijdens het afstellen wordt de test-toon op de gekozen luidspreker vastgelegd.

Afstandbediening
YAMAHA DSPA1 - Manier van afstellen: - 1

Indien gewenst, is het mogelijk een luidspreker voor het produceren van de test-toon te kiezen door het eenmaal of meerdere malen indrukken van de of toets, zodat "CENTER", "RIGHT SURROUND" of "LEFT SURROUND" op de display verschijnt.

* Door de of toets-ingedrukt te houden wordt de test-toon op de gekozen luidspreker vastgelegd.
* "CENTER" geeft aan dat de middenluidspreker is gekozen, "RIGHT SURROUND" geeft de rechter luidspreker aan en "LEFT SURROUND" geeft de linker luidspreker aan.
* Het uitgangsniveau van de gekozen luidspreker kan worden afgesteld met behulp van de + of - toets.

Afstandbediening
YAMAHA DSPA1 - Manier van afstellen: - 2

YAMAHA DSPA1 - Manier van afstellen: - 3

Druk voor het afstellen van het niveau van de voorste effect-luidspreker de TEST toets op de afstandbediening nogmaals in zodat "TEST DSP" op de display verschijnt.

Afstandbediening
TEST → TEST DSP

Een calibreringssignaal wordt dan beurtelings hoorbaar vanuit de hoofdluidsprekers en de voorste effect-luidsprekers.

MAIN Hoofdluidspreker

YAMAHA DSPA1 - Manier van afstellen: - 5

FRONT Voor effect-luidspreker

11

Stel het niveau van de voorste effect-luidspreker af door het indrukken van de + of - toets zodat dit nagenoeg hetzelfde wordt als dat van de hoofdluidsprekers.

* Tijdens het afstellen wordt de test-toon op de voorste effect-luidspreker vastgelegd.

Afstandbediening
YAMAHA DSPA1 - 11 - 1

* Door het indrukken van de of toets wordt de test-toon op respektievelijk de linker voorste effect-luidspreker en rechter voorste effect-luidspreker vastgelegd. Dit is voor u van dienst om te controleren of de elk van de luidsprekers op correcte wijze op dit apparaat is aangesloten.

12

Druk na het voltooien van de afstelling de TEST toets nogmaals in om de test-toon uit te schakelen.

Afstandbediening
TEST → TEST DSP Verdwijnt

Opmerkingen

- Wanneer u eenmaal deze afstellingen voltooid heeft, kunt u het totale klankniveau van uw audiosysteem afstellen met behulp van de VOLUME regelaar (of met de MASTER VOLUME toetsen op alleen de afstandbediening).

- Indien u gebruik maakt van externe vermogenversterkers, kunt u de volumeregelaars daarvan gebruiken voor het verkrijgen van de juiste balans.

- Als in stap 9 de functie "1A. CENTER SP" in de SET MENU modus op de "NONE" positie is ingesteld, kan het uitgangsniveau van het geluid van de middenluidspreker niet worden afgesteld. Dit is omdat in deze functie het middengeluid automatisch via de linker en rechter hoofdluidsprekers wordt weergegeven.

- Indien het uitgangsniveau van het geluid van de midden- en achterluidsprekers onvoldoende is, kunt u het uitgangsniveau van de hoofdluidsprekers verminderen door de functie "1F. MAIN LEVEL" in de SET MENU modus op de positie "-10 dB" in te stellen.

AFSTELLINGEN IN DE "SET MENU" MODUS

Met behulp van de volgende twaalf soorten functies is het mogelijk optimaal gebruik te maken van uw systeem hetgeen u een grotere voldoening verschaft bij het luisteren naar audiobronnen en bekijken van videofilms.

  1. SPEAKER SET
    1A. CENTER SP
    1B. REAR SP
    1C. MAIN SP
    1D. LFE/BASS OUT
    1E. FRONT MIX
    1F. MAIN LEVEL
  2. LOW FREQ. TEST

  3. DLBY DGTL SET
    3A. LFE LEVEL
    3B. D-RANGE

  4. DTS SET
    4A. LFE LEVEL
  5. CENTER DELAY
  6. CENTER GEQ

  7. CINEMA EQ

  8. PARAMETER INI
  9. MEMORY GUARD
  10. VCR3 VIDEO
  11. INPUT MODE
  12. DIMMER

■ METHODE VAN WIJZIGING VAN INSTELLING EN AFSTELLING

CD-ROM 2 1

PARAMETER/SET MENU
1, 2 OFFSET MODE QUANTITY TEACHER LEVEL PARAMETER TEST SET MENU GLEEP ON SCREEN SYSTEM POWER ON VCR STANDING MASTER VOLUME MULTI

Bedieningsstappen dienen te worden uitgevoerd door te kijken naar de informatie die wordt aangegeven op het displaypaneel van deze apparatuur of op het monitorscherm. Als u de informatie op de monitor zichtbaar wilt maken, de monitor inschakelen.

Het gebruik van de afstandbediening wordt aanbevolen voor een gemakkelijkere bediening.

Als u de afstandbediening gaat gebruiken, de

PARAMETER/SET MENU schakelaar op de afstandbediening in de SET MENU stand zetten.

Opmerking: Let er op de afstandbediening te gebruiken met de kap geopend.

YAMAHA DSPA1 - ■ METHODE VAN WIJZIGING VAN INSTELLING EN AFSTELLING - 3

1 Druk eenmaal of meerdere malen in totdat de titel van de functie waarop u een verandering wilt aanbrengen op de display verschijnt.

Voorpaneel NEXTSE of -

2 Kies de gewenste stand of bewerk de parameters op de functie.

Voorpaneel NEXTSET MEN of Afstandbediening

3 Herhaal stap 1 en 2 voor het wijzigen van een instelling of het maken van een afstelling voor overige gewenste functies.

Opmerking

Voor elk van de functies wordt op de pagina's 33 tot 38 een gedetailleerde afstellingsmethode met behulp van de toetsen van de afstandbediening aangegeven. Let bij het maken van afstellingen op het voorpaneel op de volgende punten.

  • De +/- toetsen op de afstandbediening zijn identiek aan de SET MENU +/- toets op het voorpaneel.
  • ∨ key on the remote control transmitter is identical with the NEXT button on the front panel.
  • De toets op de afstandbediening is identiek aan de NEXT toets op het voorpaneel.

Verder moet worden vermeld dat de toets op de afstandbediening kan worden gebruikt voor het veranderen van selecties in de volgorde omgekeerd aan die van de toets.

1. SPEAKER SET (kiezen van de uitgangsfuncties die geschikt zijn voor uw luidsprekersysteem)

Zie pagina 26–28 voor bijzonderheden. (Wanneer u eenmaal de juiste functies heeft gekozen, hoeft u geen wijzigingen meer aan te brengen aan de instellingen tot het moment dat u een verandering in uw luidsprekersysteem tot stand brengt.)

2. LOW FREQ. TEST (afstellen van het niveau van de subwoofer met behulp van de test-toon)

De interne lage frekwentie test-toon generator is van dienst voor het afstellen van het niveau van de subwoofer om er voor te zorgen dat het geluid van de subwoofer overeenkomt met het geluid van de overige luidsprekers in uw audiosysteem.

Bedieningsprocedure

  1. Druk na het kiezen van deze functie (titel) in stap 1 op pagina 32 de + of – toets in om de modus voor afstelling op de display zichtbaar te maken.
  2. Druk de toets zodanig in dat de pijl "TEST TONE · · · OFF" aanwijst. Druk vervolgens de + of
  3. toets in om over te schakelen naar de "ON" stand. De test-toon wordt dan door de gekozen luidspreker(s) voortgebracht.
  4. Druk de toets zodanig in dat de pijl "OUTPUT ...." aanwijst. Druk vervolgens de + of – toets in voor het kiezen van de luidspreker waarvan u het geluid wilt vergelijken met het geluid van de subwoofer. De test-toon wordt dan door de gekozen luidspreker voortgebracht.

* Stel de MASTER VOLUME toetsen zodanig af dat de test-toon op het door u gewenste luisterniveau hoorbaar wordt.

* Indien "SUBWOOFER" wordt gekozen, zal er een testtoon onder 90 Hz door de subwoofer worden voortgebracht.

* De test-toon zal niet noodzakelijkerwijs alleen door de gekozen luidspreker(s) worden voortgebracht. De uitvoermodus van de test-toon is afhankelijk van de instellingen op "1. SPEAKER SET" in de SET MENU modus.
* Ook als er een bron wordt weergegeven wordt in plaats van de brongeluiden de test-toon voortgebracht.

  1. Druk de toets zodanig in dat de pijl

“FREQ. ······ 88 Hz” aanwijst. Verander om te controleren of het geluid van de subwoofer overeenkomt met het geluid van de overige luidsprekers de frekwentie van de test-toon één voor één door het indrukken van de + of – toets. (De frekwentie kan veranderd worden van 35 Hz tot 250 Hz en tenslotte wordt het volledige bereik (35 – 250 Hz) van de frekwenties voortgebracht.)

Stel het subwooferniveau met behulp van de regelaar op de subwoofer zodanig af dat het geluid van de subwoofer overeenkomt met het geluid van de overige luidsprekers in elk bereik van de lage frekwenties.

Opmerking

Deze lage frekwentie test-toon kan ook worden gebruikt om de lage tonen respons in uw kamer te controleren. Voor de beste weergave van de lage tonen, dient het geluid van de lage tonen beslist op elke plaats in uw kamer hoorbaar te zijn. Is dit niet het geval, verander dan de opstelling van de subwoofer of het meubilair in uw kamer.

3. DLBY DGTL (DOLBY DIGITAL) SET

Afstellingsmethode

Druk na het kiezen van de titel "3. DLBY DGTL SET" in stap 1 op pagina 32 de + of – toets in om de titel "3A. LFE LEVEL" te laten verschijnen. Druk voor het kiezen van de titel "3B. D-RANGE" de √ toets in. (Druk voor het opnieuw kiezen van de titel "3A. LFE LEVEL", de toets in.) Maak vervolgens een wijziging van de instelling of een afstelling met behulp van de + of – toets.

3A. LFE LEVEL (afstellen van het uitgangsniveau op het LFE (lage frekwentie effect) kanaal)

  • Regelbereik: -20 dB tot 0 dB Vooringestelde waarde: 0 dB
  • Deze afstelling is enkel effectief wanneer het Dolby Digital (AC-3) gedecodeerd wordt en de signalen van de gekozen bron die gecodeerd is met het Dolby Digital (AC-3) LFE signalen bevatten.

Stelt het uitgangsniveau af op het LFE (lage frekwentie effect) kanaal. Indien de LFE signalen gemengd worden met de signalen op overige kanalen om deze via dezelfde luidsprekers uit te voeren, wordt alleen de verhouding van het niveau van de LFE signalen ten opzichte van het niveau van de overige signalen afgesteld. (Zie pagina 5 voor bijzonderheden betreffende het LFE kanaal.)

3B. D-RANGE (afstellen van het dynamische bereik)

• Keuzes: MAX/STD/MIN Vooringestelde positie: MAX

- Deze afstelling is enkel effectief wanneer het Dolby Digital (AC-3) gedecodeerd wordt.

MAX: "Dynamisch bereik" is het verschil tussen het maximum niveau en het minimum niveau van geluiden. Geluiden op een film welke oorspronkelijk bestemd is voor bioscooptheaters kenmerken zich door een zeer breed dynamisch bereik. Met behulp van de Dolby Digital (AC-3) technologie kan het oorspronkelijke geluidsspoor in een huiskamer-audioformaat worden omgezet waarbij dit brede dynamische bereik onveranderd blijft. In deze positie wordt een bron die gecodeerd is met Dolby Digital (AC-3) in het brede dynamische bereik van het oorspronkelijke geluidsspoor gereproduceerd, waardoor bereikt wordt dat u kunt genieten van krachtige geluiden die vergelijkbaar zijn met die in een bioscooptheater. Het kiezen van deze positie zal nog meer tot zijn recht komen, indien u kunt luisteren naar een bron op een hoog uitgangsniveau in een kamer die speciaal voor het genieten van audio/video geluiddicht gemaakt is.

STD (Standard):

Krachtige geluiden met een buitengewoon breed dynamisch bereik zijn niet altijd geschikt voor huiskamergebruik. Afhankelijk van de omstandigheden van uw luisteromgeving, bestaat de kans dat het niet mogelijk is het uitgangsniveau van het geluid zo hoog in te stellen als in een bioscooptheater het geval is. Echter, op een niveau dat geschikt is voor het luisteren in uw kamer, kunnen de delen van een bron met laag niveau niet goed gehoord worden aangezien deze verloren raken in de achtergrondgeluiden van uw omgeving. Met behulp van Dolby Digital (AC-3) technologie is het eveneens mogelijk het dynamische bereik van een oorspronkelijk geluidsspoor terug te brengen op huiskamer-audioformaat door de data van de klanken "samen te drukken".

In deze positie wordt een bron die gecodeerd is met Dolby Digital (AC-3) gereproduceerd in het "samengedrukte" dynamische bereik van de bron welke geschikt is voor het beluisteren op een laag niveau.

Indien gewenst, kunt u het dynamisch bereik met de hand afstellen alleen wanneer de STD positie is gekozen.

■ H-LEVEL CUT (schaal voor hoogniveau-afsnijding)

Regelbereik: 0,0 tot 1,0 Vooringestelde waarde: 1,0

Stelt het dynamische bereik van de hoogniveau signalen van de bron af. Naarmate de waarde groter is, zal het bereik verder versmald worden. Naarmate de waarde kleiner is, zal het bereik verder verbreed worden.

■ L-LEVEL BST (schaal voor laagniveau-versterking)

Regelbereik: 0,0 tot 1,0 Vooringestelde waarde: 1,0

Stelt het dynamische bereik van de laagniveau signalen van de bron af. Naarmate de waarde groter is, zal het bereik verder verbreed worden. Naarmate de waarde kleiner is, zal het bereik verder versmald worden.

Afstellingsmethode

Kies de titel H-LEVEL CUT of L-LEVEL BST door het indrukken van de of toets en stel de waarde ervan af door het indrukken van de + of - toets.

MIN: In deze positie wordt het dynamische bereik verder versmald dan in de STD positie. Het kiezen van deze positie zal van dienst zijn wanneer u moet luisteren naar een bron op een buitengewoon laag uitgangsniveau.

* In deze positie kan het voorkomen dat afhankelijk van de bron het voortgebrachte geluid zwak is of niet normaal wordt weergegeven. Kies in dat geval de MAX of STD positie.

4. DTS SET

Afstellingsmethode

Druk na het kiezen van de titel "4. DTS SET" in stap 1 op pagina 32 de + of – toets in om de titel "4A. LFE LEVEL" te laten verschijnen. Stel vervolgens het niveau er van af met behulp van de + of – toets.

4A. LFE LEVEL (afstellen van het uitgangsniveau op het LFE (lage frekwentie effect) kanaal)

  • Regelbereik: -10 dB tot 10 dB Vooringestelde waarde: 0 dB
  • Deze afstelling is enkel effectief wanneer de DTS gedecodeerd wordt en de signalen van de gekozen bron die gedeord is met het DTS LFE signalen bevatten.

Stelt het uitgangsniveau af op het LFE (lage frekwentie effect) kanaal. Indien de LFE signalen gemengd worden met de signalen op overige kanalen om deze via dezelfde luidsprekers uit te voeren, wordt alleen de verhouding van het niveau van de LFE signalen ten opzichte van het niveau van de overige signalen afgesteld. (Zie pagina 6 voor bijzonderheden betreffende het LFE kanaal.)

5. CENTER DELAY (afstellen van de vertraging van de middengeluiden (dialoog, enz.))

  • Regelbereik: 0 ms tot 5 ms (in stappen van 1 ms) Vooringestelde waarde: 0 ms
  • Deze afstelling is enkel effectief wanneer het Dolby Digital (AC-3) of het DTS gedecodeerd wordt en de signalen van de gekozen bron die gecodeerd is met het Dolby Digital (AC-3) of het DTS middenkanaalsignalen bevatten.

Stelt de vertraging af tussen de hoofdgeluiden (op de hoofdkanalen) en de dialoog, enz. (op het middenkanaal).

Naarmate de waarde groter is, wordt de dialoog, enz. later ten gehore gebracht.

Het is mogelijk dat in uw audiosysteem de afstand van de middenluidspreker naar uw luisterpositie korter is dan de afstand van de linker of rechter hoofdluidspreker naar uw luisterpositie. In dat geval kunnen de geluiden van de linker hoofdluidspreker, de middenluidspreker en de rechter hoofdluidspreker uw luisterpositie op hetzelfde moment bereiken door het geluid van de middenluidspreker te vertragen.

6. CENTER GEQ (Afstelling van de grafische equalizer van het middenkanaal)

De ingebouwde vijf-band grafische equalizer wordt gebruikt voor afregeling van de totale uitgangsfrekwentierespons van het middenkanaal over een bereik van ± 6 dB. De vijf banden omvatten het complete hoorbare klankspectrum en zijn gecentreerd op 100 Hz, 300 Hz, 1 kHz, 3 kHz en 10 kHz frekwenties. Afstelling dient voor elk van de frekwenties afzonderlijk te worden uitgevoerd.

Afstellingsmethode

Druk na het kiezen van de functie (titel) in stap 1 op pagina 32 de + of – toets in om de toestand van de equalizer zichtbaar te

maken. Kies vervolgens een frekwentie met behulp van de √ of toets en stel het niveau ervan af met behulp van de + of – toets.

* Afstelling kan worden gemaakt door het controleren van de geluiden met behulp van de test-toon. Druk voor het gebruik van de test-toon de TEST toets zodanig in dat "TEST DOLBY SUR." op de display verschijnt alvorens een afstelling te maken. De test-toon wordt voortgebracht door de middenluidspreker(s).

7. CINEMA EQ (afstellen van de klankbalans van de luidsprekers)

Het is moeilijk de klank-kwaliteit van de hoofdluidsprekers, middenluidspreker, de voorste en achterste effect-luidsprekers in balans te brengen, aangezien deze verschillend kunnen zijn in type en formaat en hun plaats van opstelling en hoogten ook verschillend zijn. Met behulp van de ingebouwde CINEMA equalizer is het mogelijk de klank-kwaliteit van de luidsprekers gemakkelijk in balans te brengen door de klank-kwaliteit van de hoofd/midden, voorste effect- en achterste effectkanalen afzonderlijk af te stellen.

Dit is ook van dienst om te compenseren voor het verlies aan klankrespons van de hoofd- en middenluidsprekers wanneer deze luidsprekers achter een projectiescherm geplaatst worden (indien u in plaats van een TV een projector gebruikt).

De CINEMA equalizer bestaat uit de high-shelving equalizer (HIGH) en de parametrische equalizer (PEQ). De hoge frekwentie-karakteristieken worden door de high-shelving equalizer soepel veranderd terwijl de parametrische equalizer er voor zorgt dat alle gekozen frekwenties soepel versterkt of afgesneden worden.

Afstellingsmethode

  1. Druk na het kiezen van deze functie (titel) in stap 1 op pagina 32 de + of – toets in.
  2. Kies de kanalen waarop u afstellingen wilt maken door het indrukken van de of toets zodat de pijl de bijbehorende titel aanwijst.

L, C, R ...... Linker hoofd-, midden-

en rechter hoofdkanaal

FRNT EFCT ...... Voorste effect kanalen

REAR EFCT ...... Achterste kanalen

  1. Druk de + of – toets in om de equalizer voor de gekozen kanalen op "ON" te schakelen.

  2. Druk de toets bij herhaling in totdat de titel van de afstellingsmodus (7A. L,C,R EQ/7B. FRNT EFCT EQ/7C. REAR EFCT EQ) voor de kanalen waarop u de afstellingen wilt maken op de display verschijnt.

* De afstellingsmodus zal niet worden aangegeven voor de kanalen die in stap 2 op "OFF" waren ingesteld.

  1. Maak de afstellingen voor de gekozen kanalen. Kies de optie met de of toets en verander de waarde met de + of - toets.

HIGH: FRQ...... Kiest een kantelfrekwentie van de high-shelving equalizer.

GAIN ...... Stelt het maximum equalizing-niveau af.

PEQ: FRQ...... Kiest een frekwentie die u gaat versterken of afsnijden.

GAIN ...... Stelt het equalizing-niveau op de gekozen frekwentie af.

* Afstelling kan worden uitgevoerd door het controleren van de geluiden met behulp van de test-toon. Druk voor het gebruiken van de test-toon de TEST toets zodanig in dat "TEST DOLBY SUR." of "TEST DSP" op de display verschijnt. De test-toon wordt vastgelegd op de kanalen waarop u een afstelling gaat maken en wordt door de bijbehorende luidsprekers voortgebracht.

Het wordt aanbevolen deze afstellingen uit te voeren samen met de afstelling van de klank-kwaliteit van de middenluidspreker op de functie "6. CENTER GEQ".

Opmerking

Wanneer het GAIN niveau te hoog wordt ingesteld, kan dit een overbelasting veroorzaken. Het wordt aanbevolen het GAIN niveau zodanig af te stellen dat dit lager wordt dan de vooringestelde waarde.

■ Vooringestelde waarde van de CINEMA equalizer

L, C, R EQ

HIGH: FRQ 12,7 kHz

GAIN -3 dB

PEQ: FRQ 12,7 kHz

GAIN -4 dB

YAMAHA DSPA1 - L, C, R EQ - 1

■ Frekwentiekarakteristieken

De volgende curves geven de frekwentiekarakteristieken aan wanneer de high-shelving equalizer (HIGH) wordt afgesteld op de aangegeven waarden.

HIGH: FRQ 1,0 kHz

GAIN ....+6 dB tot -9 dB

YAMAHA DSPA1 - ■ Frekwentiekarakteristieken - 1

line | Frekwentie (Hz) | GAIN (dB) | | --------------- | --------- | | 20 | 0 | | 50 | 0 | | 100 | 0 | | 200 | 0 | | 500 | 0 | | 1k | -3 | | 2k | -4 | | 5k | -5 | | 10k | -6 | | 20k | -7 | | 500 | -8 | | 1000 | -9 |

HIGH: FRQ ... 1,0 kHz tot 12,7 kHz

GAIN ....+6 dB/-9 dB

YAMAHA DSPA1 - ■ Frekwentiekarakteristieken - 2

line | Frekwentie (Hz) | FREKW. PUNTEN | | --------------- | ------------- | | 20 | 1.0k | | 50 | 1.2k | | 100 | 1.5k | | 200 | 2.0k | | 500 | 2.5k | | 1k | 3.2k | | 2k | 4.0k | | 5k | 5.0k | | 10k | 5.7k | | 20k | 6.3k | | 500 | 7.1k | | 1k | 8.0k | | 2k | 9.0k | | 5k | 10.1k | | 10k | 11.3k | | 20k | 12.7kHz |

De volgende curves geven de frekwentiekarakteristieken aan wanneer de parametrische equalizer (PEQ) wordt afgesteld op de aangegeven waarden.

PEQ: FRQ 1,0 kHz

GAIN ....+6 dB tot -9 dB

YAMAHA DSPA1 - ■ Frekwentiekarakteristieken - 3

8. PARAMETER INI (Initialiseren van parameters op een DSP programma)

U kunt alle parameter-instellingen op een DSP programma initialiseren. Een DSP programma heeft echter twee of drie sub-programma's; alle parameters op beide sub-programma's worden door deze bewerking geïntitialiseerd.

Initialiseringsmethode

Druk na het kiezen van deze functie (titel) in stap 1 op pagina 32 de + of - toets in om de DSP programmanummers (1 - 12) op de display te laten verschijnen. Een programmanummer waarvan de parameters veranderd werden wordt gemarkeerd door “★”. Druk een DSP programmakeuzetoets in die overeenkomt met het programmanummer waarvan u de parameters wenst te initialiseren. Wanneer de parameters zijn geïntialiseerd zal de “★” markering verdwijnen.

9. MEMORY GUARD (Vergrendelen van DSP parameters en overige afstellingen)

Indien u abusievelijke wijziging van DSP parameters of overige afstellingen op deze apparatuur wenst te voorkomen, "ON" kiezen. In deze posities zijn de instellingen vergrendeld en kunnen deze niet gewijzigd worden. De volgende functies op deze apparatuur kunnen door deze bedieningswijze vergrendeld worden.

  • DSP parameters
    • Overige functies in de "SET MENU" modus
    • ON SCREEN displaytoets
  • LEVEL toets
  • TEST toets

10. VCR 3 VIDEO (overschakelen van de DVD/VCR 3 VIDEO OUT aansluiting naar een tweede monitor-aansluiting)

Indien u een tweede TV monitor (of een projector) op deze apparatuur wenst aan te sluiten, de "MONTR" positie kiezen. De DVD/VCR 3 VIDEO OUT aansluiting (en ook de S VIDEO aansluiting) wordt overgeschakeld naar een tweede monitor-aansluiting, zodat u deze aansluiting kunt verbinden met de video-aansluiting van een andere TV monitor.

Opmerkingen

  • Zelfs in de "MONTR" positie kan de DVD/VCR 3 VIDEO IN ingang gebruikt worden als een normale video-aansluiting en kunnen de DVD/VCR 3 AUDIO SIGNAL IN/OUT aansluitingen als normale audio signaalingangen en -uitgangen gebruikt worden.
  • Indien de DVD/VCR 3 aansluitingen enkel gebruikt worden voor aansluiting van een derde videocassetterecorder, er op letten de "REC OUT" positie te kiezen. Als het beeld op de monitor gestoord wordt tijdens het gebruik van de derde videocassetterecorder, bestaat de kans dat de "MONTR" positie is gekozen. Kies in dat geval de "REC OUT" positie.

11. INPUT MODE (kiezen van de begin-ingangsmodus van de bronnen die aangesloten zijn op de TV/DBS en DVD/VCR 3 aansluitingen)

Voor enkel de bronnen die aangesloten zijn op de TV/DBS en DVD/VCR 3 aansluitingen van deze apparatuur, kunt u de ingangsmodus bepalen die automatisch wordt gekozen wanneer de stroomtoevoer naar deze apparatuur wordt ingeschakeld.

AUTO: In deze positie wordt de AUTO ingangsmodus altijd gekozen wanneer de stroomtoevoer naar deze apparatuur wordt ingeschakeld.

LAST: In deze positie wordt de ingangsmodus die u het laatst heeft gekozen in het geheugen opgeslagen en zal niet worden veranderd als de stroomtoevoer naar deze apparatuur wordt ingeschakeld.

* Zie pagina 41 voor bijzonderheden betreffende het overschakelen van de ingangsmodus.

Bedieningsmethode

Druk na het kiezen van deze functie (titel) in stap 1 op pagina 32 de + of – toets in. Kies vervolgens de ingangsbron TV/DBS of DVD/VCR 3 door de of toets zodanig in te drukken dat de pijl de naam aanwijst en kies vervolgens de AUTO of LAST modus door het indrukken van de + of – toets.

12. DIMMER (veranderen van de helderheid van het displaypaneel)

U kunt de helderheid van het displaypaneel in vijf stappen afstellen.

BASIS-BEDIENING

WEERGEVEN VAN EEN BRON
2 3 1,6 7 4

3, 4 7 2 6

Opmerking: Let er op de afstandbediening te gebruiken met de kap geopend.

1
Voorpaneel VOLUME 20 18 16 12 8 4 2 0 -48 60 60 40 60 Zet in stand "∞".

2
Schakel het apparaat in.
Voorpaneel
YAMAHA DSPA1 - BASIS-BEDIENING - 4
of

Afstandbediening
YAMAHA DSPA1 - BASIS-BEDIENING - 5
3
Kies de gewenste ingangsbron.
(Schakel voor videobronnen de TV/monitor in.) De gekozen ingangsbron wordt aangegeven op het displaypaneel en op het monitorscherm.

YAMAHA DSPA1 - BASIS-BEDIENING - 6

flowchart
graph TD
    A["Voorpaneel"] --> B["of"]
    B --> C["Afstandbediening"]
    C --> D["LD"]
    D --> E["INPUT: LD, AUTO: ANALOG"]
    style A fill:#f9f,stroke:#333
    style C fill:#ccf,stroke:#333
    style D fill:#cfc,stroke:#333
    style E fill:#fcc,stroke:#333

Naam van de gekozen ingangssignaalbron
Zie pagina 40 voor het kiezen van het tapedeck dat is aangesloten op de TAPE 2 aansluitingen of de bron welke is aangesloten op de EXTERNAL DECODER INPUT aansluitingen.
Voor een bron die twee of meer soorten signalen in deze apparatuur invoert, wordt de huidige ingangsmodus eveneens aangegeven.
Druk voor het veranderen van de ingangsmodus de INPUT MODE toets op het voorpaneel of de ingangskeuzetoets voor de huidige gekozen bron op de afstandbediening in. (Zie pagina 41 voor bijzonderheden betreffende het overschakelen van de ingangsmodus.)

4

Voorpaneel INPUT MODE of Afstandbediening LD INPUT LD AC-3 RF : ---_ Ingangsmodus

5
Schakel de weergave van de bron in.

6
Voorpaneel
Afstandbediening
VOLUME 80 18 12 24 40 60 80 -40 Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q O

of

YAMAHA DSPA1 - BASIS-BEDIENING - 9
Afstellen op het gewenste uitgangsniveau.
Stel indien gewenst de BASS, TREBLE, BALANCE regelaars, enz., af (zie pagina 44) en gebruik de digitale geluidsveldprocessor. (Zie pagina's 45–49.)

7

Wanneer u het gebruik van het apparaat wilt stoppen

Druk de STANDBY/ON schakelaar op het voorpaneel nogmaals in of druk de STANDBY toets op de afstandbediening in om dit apparaat op de standby functie in te stellen.

Voorpaneel
YAMAHA DSPA1 - Wanneer u het gebruik van het apparaat wilt stoppen - 1

Afstandbediening
YAMAHA DSPA1 - Wanneer u het gebruik van het apparaat wilt stoppen - 2

Kiezen van het tapedeck aangesloten op de TAPE 2 aansluitingen van dit apparaat of de bron aangesloten op de EXTERNAL DECODER INPUT aansluitingen als de ingangsbron.

Druk de TAPE 2 MON/EXT. DECODER toets eenmaal of meerdere malen in zodat de bijbehorende indicatie op de display verschijnt.

Voorpaneel
YAMAHA DSPA1 - Kiezen van het tapedeck aangesloten op de TAPE 2 aansluitingen van dit apparaat of de bron aangesloten op de EXTERNAL DECODER INPUT aansluitingen als de ingangsbron. - 1
of

Afstandbediening
YAMAHA DSPA1 - Kiezen van het tapedeck aangesloten op de TAPE 2 aansluitingen van dit apparaat of de bron aangesloten op de EXTERNAL DECODER INPUT aansluitingen als de ingangsbron. - 2

YAMAHA DSPA1 - Kiezen van het tapedeck aangesloten op de TAPE 2 aansluitingen van dit apparaat of de bron aangesloten op de EXTERNAL DECODER INPUT aansluitingen als de ingangsbron. - 3

TAPE2 MONITOR ON
of
YAMAHA DSPA1 - Kiezen van het tapedeck aangesloten op de TAPE 2 aansluitingen van dit apparaat of de bron aangesloten op de EXTERNAL DECODER INPUT aansluitingen als de ingangsbron. - 4
EXT. DECODER IN

"TAPE2 MONITOR ON": Licht gedurende enkele seconden op vlak nadat u het tapedeck heeft gekozen dat aangesloten is op de TAPE 2 aansluitingen.

"EXT. DECODER IN": Licht op wanneer de bron aangesloten op de EXTERNAL DECODER INPUT aansluitingen wordt gekozen.

Opmerking

De ingangsbron die op deze manier is gekozen heeft voorrang boven elke andere ingangsbron die reeds eerder is gekozen. Voor het kiezen van een andere ingangsbron dient de TAPE 2

MON/EXT. DECODER toets te worden ingedrukt, zodat zowel de "TAPE 2 MON" indicator als ook "EXT. DECODER IN" beide niet op de display oplichten.

Opmerkingen betreffende de keuze van de ingangsbronnen

  • Let er op dat bij het kiezen van een naam van een ingangsbron de bron wordt gekozen die aangesloten is op de bijbehorende ingangsaansluitingen op het achterpaneel.
    * Kies "VIDEO AUX" voor het selecteren van een bron aangesloten op de VIDEO AUX aansluitingen op het voorpaneel.
  • De instelling van de TAPE 2 MON/EXT. DECODER toets kan niet worden geannuleerd door het kiezen van een andere ingangsbron. Druk om deze instelling te annuleren de TAPE 2 MON/EXT. DECODER toets nogmaals in zodat zowel de "TAPE 2 MON" indicator als ook "EXT. DECODER IN" beide niet op de display oplichten.
  • Indien u een video-ingangsbron kiest zonder de instelling van de TAPE 2 MON/EXT. DECODER toets te annuleren, zal het weergaveresultaat het videobeeld van de videobron zijn en het geluid dat van de bron zijn die gekozen is met behulp van de TAPE 2 MON/EXT. DECODER toets.
  • Indien met behulp van de ingangskeuzetoetsen op de afstandbediening een andere audiobron wordt gekozen terwijl u naar een videobron kijkt, wordt het geluid van de nieuw gekozen audiobron weergegeven, alhoewel het beeld van de videobron nog steeds zichtbaar blijft.
  • Wanneer u een ingangsbron kiest, zal het DSP programma (of de status die bestond in het geval er geen DSP programma gebruikt werd) welke was ingesteld toen dezelfde ingangsbron de laatste keer werd gekozen, automatisch worden opgeroepen.
  • Als een niet-gestandaardiseerde bron wordt weergegeven of wanneer het apparaat dat de bron weergeeft niet goed functioneert, zal de aanduiding "INPUT DATA ERROR" op de display verschijnen.

Overschakelen van de ingangsmodus

Met deze apparatuur is het mogelijk de ingangsmodus over te schakelen enkel voor bronnen die twee of meer soorten signalen naar deze apparatuur voeren.

■ Voor CD, MD/TAPE 1, TV/DBS en DVD/VCR 3 bronnen:

De volgende twee ingangsmodi zijn beschikbaar.

AUTO:

Deze modus wordt automatisch gekozen wanneer u de stroomtoevoer naar deze apparatuur inschakelt. In deze modus wordt het ingangssignaal automatisch in de volgende rangorde gekozen.

  1. Digitaal signaal dat gecodeerd is met de Dolby Digital (AC-3) of het DTS of normaal digitaal ingangssignaal (PCM)
  2. Analoog ingangssignaal (ANALOG)

* Indien bij CD, TV/DBS en DVD/VCR 3 bronnen de digitale signalen worden ingevoerd via zowel de OPTICAL als de COAXIAL aansluitingen, wordt het digitale signaal van de OPTICAL aansluiting gekozen.

DTS:

In deze modus wordt enkel het digitale ingangssignaal dat gecodeerd is met het DTS gekozen, alhoewel overige signalen tegelijkertijd worden ingevoerd.

ANALOG

In deze modus wordt enkel het analoge ingangssignaal gekozen, ook al wordt het digitale signaal tegelijkertijd ingevoerd.

Kies deze modus wanneer u het analoge ingangssignaal wilt kiezen in plaats van het digitale ingangssignaal.

■ Voor LD bronnen:

De volgende vijf ingangsmodi zijn beschikbaar.

AUTO:

Deze modus wordt automatisch gekozen wanneer u de stroomtoevoer naar deze apparatuur inschakelt. In deze modus wordt het ingangssignaal automatisch in de volgende rangorde gekozen.

  1. Dolby Digital (AC-3) RF signaal (DOLBY DIGITAL)
  2. Digitaal signaal dat gecodeerd is met de Dolby Digital (AC-3) of het DTS of normaal digitaal ingangssignaal (PCM)
  3. Analoog ingangssignaal (ANALOG)

AC-3 RF:

In deze modus wordt enkel het Dolby Digital (AC-3) RF signaal gekozen.

DTS:

In deze modus wordt enkel het digitale ingangssignaal dat gecodeerd is met het DTS gekozen, alhoewel overige signalen tegelijkertijd worden ingevoerd.

DIGITAL:

In deze modus wordt enkel het digitale ingangssignaal gekozen, ook al worden andere soorten signalen tegelijkertijd ingevoerd.

ANALOG

In deze modus wordt enkel het analoge ingangssignaal gekozen, ook al worden andere soorten signalen tegelijkertijd ingevoerd.

Opmerkingen betreffende de keuze van de ingangsmodus

  • Bij de TV/DBS en DVD/VCR 3 bronnen wordt de ingangsmodus die gekozen wordt op de functie "11. INPUT MODE" in de SET MENU modus gekozen wanneer u de stroomtoevoer van dit apparaat inschakelt.
  • Stel voor de weergave van een LD bron waarvan het Dolby Digital (AC-3) gedecodeerd wordt, de ingangsmodus in op "AUTO" of "AC-3 RF".
  • Kies de ANALOG modus wanneer u wilt genieten van een bron die normale 2-kanaal signalen heeftmet een Dolby Pro Logic Surround programma.
  • In de AUTO modus kunnen er zich bij sommige LD spelers of DVD spelers gevallen voordoen waarbij wanneer u tijdens weergave een zoekfunctie gebruikt op een bron die gecodeerd is met het Dolby Digital (AC-3) of het DTS en vervolgens de weergave hervat, het uitgangsgeluid kortstondig wordt onderbroken omdat het digitale ingangssignaal opnieuw wordt gekozen.
  • Voor de bronnen PHONO, TUNER, TAPE 2, VCR 1, VCR 2 en V-AUX kan de ingangsmodus niet worden veranderd aangezien deze enkel analoge signalen in deze apparatuur invoeren.
  • Wanneer de ingangsbron veranderd wordt naar LD, CD, MD/TAPE 1, TV/DBS of DVD/VCR 3 of de ingangsmodus veranderd wordt, zal de huidige gekozen ingangsmodus op het displaypaneel en op het monitorscherm aangegeven worden. Bij verandering naar de AUTO modus, zal het type van het gekozen ingangssignaal eveneens worden aangegeven zoals in onderstaande afbeelding.

INPUT CD AUTO : PCM

YAMAHA DSPA1 - Opmerkingen betreffende de keuze van de ingangsmodus - 1

* Als echter deze bedieningsstappen worden uitgevoerd wanneer de test-toon door deze apparatuur wordt voortgebracht, zal het type van het gekozen ingangssignaal niet worden aangegeven. (Alleen de aanduiding "AUTO" zal verschijnen.)

Opmerkingen betreffende het weergeven van een bron die gecodeerd is met het DTS:

  • Wanneer u een LD of CD bron met het DTS gedecodeerd (waarbij de rode "dts" indicator verlicht op de display wordt aangegeven) weergeeft in de AUTO modus, is het mogelijk dat u een storingsgeluid hoort vlak nadat de weergave begint. Kies de DTS modus om dit storingsgeluid ongedaan te maken. Let er op deze bronnen niet in de ANALOG modus weer te geven. Als deze in de ANALOG modus worden weergegeven, zullen er enkel storingsgeluiden door de luidsprekers voortgebracht worden.
  • Als u een CD of LD bron gecodeerd met het DTS in de AUTO modus weergeeft, zal dit apparaat automatisch in de DTS-decodeerfunctie geblokkeerd worden om te voorkomen dat bij het uitvoeren van daarop volgende bedieningsstappen storingsgeluiden veroorzaakt worden. In deze toestand gaat de rode "dts" indicator knipperen. Als u in deze toestand een CD of LD met normale (PCM) signalen weergeeft, zal er geen geluid voortgebracht worden. Druk om deze bronnen normaal te kunnen weergeven de INPUT MODE toets op het voorpaneel of de ingangskeuzetoets voor het huidige gekozen bron op de afstandbediening in zodat "PCM" op de display verschijnt.

OPNEMEN VAN EEN BRON OP TAPE (OF MD) (OF KOPIEREN VAN EEN BAND NAAR EEN ANDERE)

5 2 3 1

YAMAHA DSPA1 - OPNEMEN VAN EEN BRON OP TAPE (OF MD) (OF KOPIEREN VAN EEN BAND NAAR EEN ANDERE) - 2

Opmerking: Let er op de afstandbediening te gebruiken met de kap geopend.

1 Zet de REC OUT keuzeschakelaar in de SOURCE positie.

YAMAHA DSPA1 - OPNEMEN VAN EEN BRON OP TAPE (OF MD) (OF KOPIEREN VAN EEN BAND NAAR EEN ANDERE) - 3

3 Geef de bron weer en draai vervolgens de VOLUME regelaar omhoog om de ingangssignaalbron te controleren.

Voorpaneel

Afstandbediening

VOLUME 80 15 18 28 45 80 -49 0 2

of

YAMAHA DSPA1 - OPNEMEN VAN EEN BRON OP TAPE (OF MD) (OF KOPIEREN VAN EEN BAND NAAR EEN ANDERE) - 5

4 Begin het opnemen op het tapedeck (of MD recorder, enz.) of de videorecorder die op dit apparaat is aangesloten.

5 Indien het tweede tapedeck (of MD recorder, enz.) dat is aangesloten op de TAPE 2 REC aansluitingen van dit apparaat voor opname gebruikt wordt, kunt u meeluisteren naar de geluiden die worden opgenomen door het indrukken van de TAPE 2 MON/EXT. DECODER toets zodat de "TAPE 2 MON" indicator op de display oplicht.

Opnemen van een bron op tape (of MD) tijdens het beluisteren (of bekijken van een andere bron)

Wanneer u de REC OUT keuzeschakelaar op CD instelt, kan het audiosignaal van uw CD speler door uw eerste tapedeck (of MD recorder) welke is aangesloten op de MD/TAPE 1 REC aansluitingen van dit apparaat worden opgenomen, ongeacht de instelling van de INPUT SELECTOR. Op dezelfde manier kunnen wanneer de REC OUT keuzeschakelaar op LD, TV/DBS, VCR 2, DVD/VCR 3 of VIDEO AUX wordt ingesteld zowel de audio- als videosignalen van de gekozen bron door uw eerste videorecorder welke is aangesloten op de VCR 1 OUT aansluitingen van dit apparaat worden opgenomen.

YAMAHA DSPA1 - Opnemen van een bron op tape (of MD) tijdens het beluisteren (of bekijken van een andere bron) - 1

Opmerking: Let er op de afstandbediening te gebruiken met de kap geopend.

YAMAHA DSPA1 - Opnemen van een bron op tape (of MD) tijdens het beluisteren (of bekijken van een andere bron) - 2

2 Schakel de weergave van de bron in.

3 Bepaal de bron door deze te kiezen met behulp van de INPUT SELECTOR en draai de VOLUME regelaar omhoog.

YAMAHA DSPA1 - Opnemen van een bron op tape (of MD) tijdens het beluisteren (of bekijken van een andere bron) - 3

flowchart
graph TD
    A["Voorpaneel"] -->|of| B["Afstandbediening"]
    B --> C["VOLUME"]
    C --> D["MASTER VOLUME"]
    D --> E["MUTE"]

4 Begin het opnemen op het eerste tapedeck (of MD recorder, enz.) of de eerste videorecorder die op dit apparaat is aangesloten.

5 Voor het meeluisteren naar het op te nemen geluid (en beeld) (of naar het geluid dat wordt opgenomen), het voor opname te gebruiken tapedeck (of VCR) kiezen met behulp van de INPUT SELECTOR.

YAMAHA DSPA1 - Opnemen van een bron op tape (of MD) tijdens het beluisteren (of bekijken van een andere bron) - 4

flowchart
graph TD
    A["Voorpaneel"] --> B["of"]
    B --> C["Afstandbediening"]
    C --> D["Hand Icon with 'MDV/TARE-1'"]
    style A fill:#f9f,stroke:#333
    style B fill:#ccf,stroke:#333
    style C fill:#cfc,stroke:#333

6 Indien u tijdens het opnemen naar een andere bron wilt luisteren, kunt u deze kiezen met behulp van de INPUT SELECTOR.

Opmerkingen

  • Tijdens het opnemen kunt u elke andere videorecorder of tapedeck welke niet door de REC OUT keuzeschakelaar is gekozen gebruiken voor het opnemen van een audio- en videobron welke door de INPUT SELECTOR wordt gekozen.
  • De audio- en videosignalen van VCR 2 (of DVD/VCR 3) worden naar VCR 1 gezonden wanneer de REC OUT keuzeschakelaar op VCR 2 (of DVD/VCR 3) wordt ingesteld.
  • Indien de REC OUT keuzeschakelaar op VCR 2 (of VCR 3) is ingesteld, kunt u niet van uw eerste videorecorder naar de tweede videorecorder (of de derde videorecorder) kopiëren, ook niet wanneer VCR 1 door de INPUT SELECTOR wordt gekozen.
  • Druk voor het kopieren van het audiosignaal van uw tweede tapedeck naar het eerste, de TAPE 2 MON/EXT. DECODER toets in zodat de "TAPE 2 MON" indicator op de display oplicht (en stel de INPUT SELECTOR in op elke andere bron dan MD/TAPE 1 alvorens met het opnemen te beginnen).

Opmerkingen betreffende opnemen

  • De instellingen van de DSP, VOLUME, BASS, TREBLE, BALANCE regelaars en de BASS EXTENSION schakelaar zijn niet van invloed op het opgenomen materiaal.
  • De gecombineerde video en S video signalen worden onafhankelijk door de videocircuits van deze apparatuur gevoerd. Wanneer u derhalve videosignalen opneemt of kopieert en uw videobroneenheid alleen voor een S video (of alleen een gecombineerd videosignaal) is aangesloten, kunt u alleen een S video (of alleen een gecombineerd videosignaal) op uw videorecorder opnemen.
  • En bron die enkel tussen optische digitale aansluitingen op deze apparatuur wordt aangesloten, kan niet door een ander tapedeck of andere videorecorder worden opgenomen dan het tapedeck (of MD recorder, enz.) dat aangesloten is op de OPTICAL MD/TAPE 1 REC aansluiting van deze apparatuur.

  • Het Dolby Digital (AC-3) RF audio ingangssignaal kan niet worden opgenomen door een tapedeck of videorecorder. Voor het opnemen van een LD bron moet de LD speler aangesloten worden op de OPTICAL digitale audiosignaalaansluiting en/of analoge audiosignaalaansluitingen van deze apparatuur.

  • Een bron van signalen die ingevoerd wordt naar de EXTERNAL DECODER INPUT aansluitingen van dit apparaat kan niet worden opgenomen.
  • Controleer de wetten op het auteursrecht in uw land met betrekking tot het maken van opnamen van platen, compact discs, radio, enz. Het opnemen van materiaal waarop auteursrecht rust kan inbreuk plegen op de auteurswet.

Indien u video-software bekijkt welke gebruik maakt van scramble of gecodeerde signalen ter voorkoming van kopieren, kan het gebeuren dat de display-informatie die op het scherm wordt aangegeven en/of het beeld zelf als gevolg van deze signalen gestoord wordt.

VOOR DE GELUIDSREGELING OP DIT APPARAAT

Afstellen van de BALANCE regelaar

Stel de balans van het uitgangsvolume tussen de linker en de rechter luidsprekers af voor het compenseren van de onbalans van het geluid dat veroorzaakt wordt door de afstelling van de luidsprekers of door de akoestische eigenschappen van de ruimte waarin u zich bevindt.

YAMAHA DSPA1 - Afstellen van de BALANCE regelaar - 1

Opmerking

Deze regelaar is enkel effectief voor het geluid van de hoofdluidsprekers.

Gebruik van de BASS EXTENSION schakelaar

U kunt de frekwentierespons van de lage tonen benadrukken door deze schakelaar in de stand "ON" te zetten. Deze schakelaar is enkel van invloed op het geluid van de hoofdluidsprekers.

YAMAHA DSPA1 - Gebruik van de BASS EXTENSION schakelaar - 1

Afstellen van de BASS en TREBLE regelaars

YAMAHA DSPA1 - Afstellen van de BASS en TREBLE regelaars - 1

BASS : Draai deze regelaar naar rechts om het frekwentiebereik van de lage tonen te laten toenemen (of naar links om het lage tonen bereik te laten afnemen).

TREBLE : Draai deze regelaar naar rechts om het frekwentiebereik van de hoge tonen te laten toenemen (of naar links om het hoge tonen bereik te laten afnemen).

Opmerking

De regelaars zijn enkel effectief voor het geluid van de hoofdluidsprekers.

GEBRUIK VAN DE DIGITALE GELUIDSVELDPROCESSOR (DSP)

In deze apparatuur is een geavanceerde digitale geluidsveldprocessor met meerdere programma's ingebouwd. Met behulp van de processor kunt u van zowel audio- als videobronnen de vorm van het audiogeluidsveld op elektronische wijze uitbreiden en wijzigen en daarmee uw luisterkamer in een theater veranderen. U kunt een uitstekend audiogeluidsveld produceren door het kiezen van een geschikt geluidsveldprogramma (dit zal natuurlijk afhankelijk zijn van hetgeen u beluistert) en daaraan de gewenste afstellingen toevoegen.

Verder omvat deze apparatuur een Dolby Digital (AC-3) decoder en een Dolby Pro Logic Surround decoder voor meerkanaals geluidsreproductie van bronnen die met Dolby Surround gecodeerd zijn en een DTS decoder voor de voor meerkanaals geluidsreproductie van bronnen die met het DTS gecodeerd zijn. De functie van deze decoders kan geregeld worden door het kiezen van een bijbehorend DSP programma waarin de gecombineerde functies van de YAMAHA DSP en de Dolby Digital (AC-3), de Dolby Pro Logic Surround of het DTS zijn opgenomen.

Deze apparatuur beschikt over 12 programma's voor digitale geluidsveldprocessing; 6 die afgeleid zijn van werkelijk bestaande akoestische omgevingen uit de gehele wereld en 6 programma's voor audio/videobronnen. Bovendien beschikt elk programma over twee of drie subprogramma's. Alle programma's bevatten diverse parameters die overeenkomstig de persoonlijke voorkeur van de luisteraar afgesteld kunnen worden.

Zie pagina 50 tot 54 voor nadere bijzonderheden betreffende de digitale geluidsveldprogramma's.

AFSPELEN VAN EEN BRON MET GEBRUIK VAN EEN EFFECT VAN DE DIGITALE GELUIDSVELDPROCESSOR (DSP)

2

2 LEVEL PARAMETER TEST SET MENU BLOWER OR SWITCH RESET VOUT VOUT VOUT INT. DECODER TAFE 2 MON PHONO EFFECT ZUTRY

1 Volg de stappen 1 – 7 aangegeven in "BASIS-BEDIENING" op de pagina 39.

2 Bij bediening vanaf het voorpaneel:

Als er geen programmanaam verlicht op het displaypaneel wordt aangegeven, de EFFECT toets indrukken om de digitale geluidsveld-processor in te schakelen zodat een naam van een DSP programma verlicht op het displaypaneel en op het monitorscherm wordt aangegeven.

YAMAHA DSPA1 - AFSPELEN VAN EEN BRON MET GEBRUIK VAN EEN EFFECT VAN DE DIGITALE GELUIDSVELDPROCESSOR (DSP) - 3

YAMAHA DSPA1 - AFSPELEN VAN EEN BRON MET GEBRUIK VAN EEN EFFECT VAN DE DIGITALE GELUIDSVELDPROCESSOR (DSP) - 4

Bij bediening vanaf de afstandbediening:

Zet de PARAMETER/SET MENU schakelaar op de afstandbediening in de PARAMETER stand zetten. Opmerking: Let er op de afstandbediening te gebruiken met de kap geopend.

YAMAHA DSPA1 - AFSPELEN VAN EEN BRON MET GEBRUIK VAN EEN EFFECT VAN DE DIGITALE GELUIDSVELDPROCESSOR (DSP) - 5

WORDT VERVOLGD

2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 3

3 HALL 1 HALL 2 CHICK EXT. DEODDER TAPE 2 NON PHONIO EFFECT ON-OFF LEVEL PARAMETER TEXT SLEEP ON SCREEN DD/□ VDI/DVD VDR 2 DVD VDR 3 V-AUX +/-

3

Kies het gewenste programma dat geschikt is voor de bron.

Bij bediening vanaf het voorpaneel: Bij bediening vanaf de afstandbediening:

YAMAHA DSPA1 - AFSPELEN VAN EEN BRON MET GEBRUIK VAN EEN EFFECT VAN DE DIGITALE GELUIDSVELDPROCESSOR (DSP) - 8

Eenmaal of meerdere malen indrukken

a)

HALL 1 HALL 2 1 2 CHURCH JAZZ CLUB ROCK CONCERT VIDEO 1 CONCERT VIDEO 2 CONCERT 7 MOVIE THEATER 1 THEATER 2 10 11 12 ENTER- TAINMENT 6 TV THEATER 9 DOS SURROUND

b) Kies een gewenst subprogramma door dezelfde DSP programmakeuzetoets eenmaal of meerdere malen in te drukken of door het indrukken van de +/- toetsen.

YAMAHA DSPA1 - AFSPELEN VAN EEN BRON MET GEBRUIK VAN EEN EFFECT VAN DE DIGITALE GELUIDSVELDPROCESSOR (DSP) - 10

* De naam van het gekozen programma wordt verlicht op het displaypaneel en op het monitorscherm aangegeven.

YAMAHA DSPA1 - AFSPELEN VAN EEN BRON MET GEBRUIK VAN EEN EFFECT VAN DE DIGITALE GELUIDSVELDPROCESSOR (DSP) - 11

flowchart
graph TD
    A["PROLOGIC"] --> B["Enhanced"]
    B --> C["Naam van subprogramma"]
    B --> D["Programmanaam"]
    C --> E["VCR 1"]
    C --> F["VCR 2"]
    C --> G["VCR 3"]
    C --> H["VAUX"]
    D --> I["TUROR 1"]
    D --> J["TUROR 2"]
    D --> K["CO"]
    D --> L["PHOM"]

4

  • Stel indien gewenst het uitgangsniveau van elk van de luidsprekers af. (Zie voor nadere bijzonderheden de bijbehorende beschrijvingen op pagina 48 en 49.)
  • Indien gewenst kunt u uw eigen geluidsveld naar eigen voorkeur creëren. (Zie voor bijzonderheden pagina 56 tot 60.)

Opmerkingen

  • De programmakeuze kan worden uitgevoerd met betrekking tot afzonderlijke ingangsbronnen. Zodra u een programma kiest, wordt dit gekoppeld aan de ingangsbron die op dat moment is gekozen. Wanneer u dus de volgende keer dezelfde ingangsbron kiest, wordt hetzelfde programma automatisch opgeroepen.
  • Indien u er de voorkeur aan geeft de DSP te annuleren, de EFFECT toets indrukken. Het geluid zal dan het normale 2-kanaal stereo geluid worden zonder het surround geluidseffect.
  • Wanneer er een mono geluidsbron wordt afgespeeld met het programma DOLBY/DTS SURROUND, komt er geen geluid uit de hoofdluidsprekers en de achterluidsprekers. Er komt dan alleen geluid uit de middenluidspreker. Indien echter de functie "1A. CENTER SP" in de SET MENU modus op de "NONE" positie wordt ingesteld, wordt het geluid van het middenkanaal door de hoofdluidsprekers weergegeven.
  • Wanneer de Dolby Pro Logic Surround decoder, de Dolby Digital (AC-3) decoder of DTS decoder van dit apparaat gebruikt wordt en het geluid van de hoofdbron aanzienlijk gewijzigd wordt door overmatige afstelling van de BASS of TREBLE regelaar, is het mogelijk dat door de relatie tussen het middenkanaal en de achterkanalen een onnatuurlijk effect geproduceerd wordt.
  • Wanneer een bron van signalen die ingevoerd wordt naar de EXTERNAL DECODER INPUT aansluitingen van dit apparaat wordt gekozen, kan de DSP niet worden gebruikt en zal de EFFECT toets eveneens niet functioneren.

Kijken naar een videobron gecodeerd met de Dolby Pro Logic Surround, de Dolby Digital (AC-3) of het DTS

Wanneer u het programma 10, 11 of 12 kiest en het ingangssignaal van de bron 2-kanaal stereo is, wordt Dolby Pro Logic Surround gedecodeerd. Wanneer een bepaald programma is gekozen en het ingangssignaal van de bron gecodeerd is met het Dolby Digital (AC-3), zal het Dolby Digital (AC-3) automatisch gedecodeerd worden. Wanneer een bepaald programma is gekozen en het ingangssignaal van de bron gecodeerd is met het DTS, zal het DTS automatisch gedecodeerd worden.

De volgende indicators op het displaypaneel geven aan welke soort geluidsprocessing er wordt uitgevoerd.

dts dts ① ② ③ DIGITAL ④ PRO LOGIC ⑤ DSP

① Licht op wanneer een DVD bron die gecodeerd is met het DTS wordt weergegeven en het DTS wordt gedecodeerd.
② Licht op wanneer een LD bron of een CD bron die gecodeerd is met het DTS wordt weergegeven en het DTS wordt gedecodeerd.
③ Licht op wanneer het Dolby Digital (AC-3) gedecodeerd wordt en de signalen van de gekozen bron die gedeord is met het Dolby Digital (AC-3) niet in 2-kanaals is. Deze indicator licht eveneens op wanneer de ingangsfunctie op "AC-3 RF" wordt ingesteld, ook als er geen signaal dat met het Dolby Digital (AC-3) gedeord is naar dit apparaat wordt ingevoerd.
④ Licht op wanneer het Dolby Pro Logic Surround gedecodeerd wordt.
⑤ Licht op wanneer de digitale geluidsveldprocessor is ingeschakeld.

Verder zal bij de programma's No 10, 11 en 12 de naam van het gekozen subprogramma op het displaypaneel of het monitorscherm overeenkomstig de soort decoding veranderen. (Zie pagina's 53–54 voor bijzonderheden.)

Opmerkingen

  • De Dolby Digital (AC-3) zal niet worden gedecodeerd voor de bron die niet met de Dolby Digital (AC-3) gecodeerd is. Het DTS zal niet worden gedecodeerd voor de bron die niet met het DTS gecodeerd is.
  • Als de ingangssignalen van de bron die gecodeerd is met het Dolby Digital (AC-3) alleen in 2-kanalen zijn, is de geluidsprocessing voor deze signalen hetzelfde als bij die voor de analoge of PCM audiosignalen.

Opmerking

Als u de LD (of CD) die met het DTS gedecodeerd wordt weergegeven verwisseld voor een andere disc die niet met het DTS gedecodeerd is en de rode "dts" indicator brandt, zal er wanneer de nieuw gekozen disc wordt weergegeven geen geluid worden voortgebracht. In deze toestand zal de rode "dts" indicator knipperen om aan te geven dat dit apparaat in de DTS-decodeerfunctie geblokkeerd is.

Verander om de disc normaal te kunnen weergeven de huidige DTS-decodeerfunctie in een andere functie door een ingangskeuzetoets op de afstandbediening in te drukken of de INPUT MODE toets op het voorpaneel zodanig in te drukken dat de rode "dts" indicator uit gaat.

Uitschakelen van het effectgeluid

Met behulp van de EFFECT toets op het voorpaneel en de EFFECT ON/OFF toets op de afstandbediening is het eenvoudig het normale stereo geluid te vergelijken met het volledige bewerkte effectgeluid.

Druk voor het uitschakelen van het effectgeluid en het enkel beluisteren van het hoofdgeluid de EFFECT ON/OFF toets of de EFFECT toets in. Druk de EFFECT ON/OFF toets of de EFFECT toets een tweede maal in om het effectgeluid te herstellen.

Voorpaneel
YAMAHA DSPA1 - Uitschakelen van het effectgeluid - 1

of
Afstandbediening
YAMAHA DSPA1 - Uitschakelen van het effectgeluid - 2

Opmerkingen

  • Als het effectgeluid wordt uitgeschakeld wanneer de signalen die gecodeerd zijn met het Dolby Digital (AC-3) of het DTS naar dit apparaat worden gevoerd, zullen de signalen van alle kanalen gemengd worden en via de hoofdluidsprekers worden weergegeven.
  • Indien de EFFECT toets of de EFFECT ON/OFF toets wordt ingedrukt om de effectgeluiden UIT te schakelen wanneer de Dolby Digital (AC-3) of het DTS gedecodeerd wordt, is het mogelijk dat afhankelijk van de bron het voortgebrachte geluid zwak is of niet normaal wordt weergegeven. Druk in dat geval de EFFECT toets of de EFFECT ON/OFF toets in om de effectgeluiden IN te schakelen of gebruik ingangssignalen die niet met de Dolby Digital (AC-3) of het DTS gecodeerd zijn.
  • Indien de EFFECT toets of de EFFECT ON/OFF toets wordt ingedrukt om de effectgeluiden UIT te schakelen wanneer de Dolby Digital (AC-3) gedecodeerd wordt, zal de aftastfrekwentie en de kanaalformatie van het gedecodeerde signaal op het displaypaneel aangegeven worden.

Bijv.)
jv.) EFFECT OFF fs=48k in : 3/2 Aftastfrekwentie is 48 kHz. Drie kanalen aan de voorzijde Twee kanalen aan de achterzijde

* Als de ingangsbron een Dolby Digital KARAOKE bron in, zal "K" aan het begin van de kanaalformatie worden aangegeven.

AFSTELLEN VAN HET UITGANGSNIVEAU VAN DE MIDDEN, RECHTER ACHTERSTE EN LINKER ACHTERSTE, VOORSTE EFFECT-LUIDSPREKERS EN SUBWOOFER

Indien gewenst, kunt het uitgangsniveau van het geluid van elk van de luidsprekers afstellen, ook al is het uitgangsniveau reeds ingesteld bij "AFSTELLING VAN DE LUIDSPREKERBALANS" op de pagina's 29 tot 31.

Opmerking: Deze afstelling kunnen enkel worden uitgevoerd wanneer het effectgeluid is ingeschakeld. Als geen van de indicators dts DSP DIGITAL LOGIC verlicht op het displaypaneel wordt aangegeven, de EFFECT toets op het voorpaneel indrukken of de EFFECT ON/OFF toets op de afstandbediening indrukken zodat tenminste een van deze indicators op het displaypaneel oplicht.

YAMAHA DSPA1 - AFSTELLEN VAN HET UITGANGSNIVEAU VAN DE MIDDEN, RECHTER ACHTERSTE EN LINKER ACHTERSTE, VOORSTE EFFECT-LUIDSPREKERS EN SUBWOOFER - 1

flowchart
graph TD
    A["CENTER"] --> B["LS/RS"]
    B --> C["FRONT"]
    C --> D["SWFR"]

(Uitgangsniveau van middelste luidspreker)

(Uitgangsniveau van linker en rechter achterste luidspreker)

(Uitgangsniveau van voorste effect-luidspreker)

(Uitgangsniveau van subwoofer)

Methode van afstelling

Deze afstelling kan enkel worden gemaakt met behulp van de afstandbediening. Opmerking: Let er op de afstandbediening te gebruiken met de kap geopend.

1

Zet de PARAMETER/SET MENU schakelaar op de afstandbediening in de PARAMETER stand.

YAMAHA DSPA1 - Methode van afstelling - 1

2

YAMAHA DSPA1 - Methode van afstelling - 2

3

Druk eenmaal of meerdere malen in totdat de naam van de luidspreker(s) waarvan u het niveau wilt afstellen op de display verschijnt.

YAMAHA DSPA1 - Methode van afstelling - 3
of

YAMAHA DSPA1 - Methode van afstelling - 4

Telkens wanneer de toets wordt ingedrukt verandert de selectie zoals aangegeven in bovenstaande tabel.

* Door het indrukken van de toets op de afstandbediening verandert de selectie in omgekeerde volgorde.

4

Stel het niveau van de gekozen luidspreker(s) af.

YAMAHA DSPA1 - Methode van afstelling - 5

5

Herhaal stap 2 en 3 voor het maken van afstellingen voor de overige luidsprekers.

LuidsprekersRegelbereik (dB)Vooringestelde waarde
CENTERMUTE, -40 tot +100
RIGHT SURROUND (RS)MUTE, -40 tot +100
LEFT SURROUND (LS)MUTE, -40 tot +100
SUBWOOFER (SWFR)MUTE, -20 tot 00
FRONTMUTE, -40 tot +100

Opmerkingen

  • Op deze wijze wordt het uitgangsniveau van de linker achterste en rechter achterste luidsprekers tegelijkertijd afgesteld, waarbij het verschil in niveau tussen de luidsprekers onderling onveranderd blijft. Volg voor het afstellen van hun respektievelijke niveaus de methode zoals beschreven onder "AFSTELLING VAN DE LUIDSPREKERBALANS" op de pagina's 29 tot 31.
  • Als de functie "1A. CENTER SP" in de SET MENU modus op de "NONE" positie is ingesteld, kan het uitgangsniveau van het geluid van de middenluidspreker niet worden afgesteld. Dit is omdat in deze functie het middengeluid automatisch via de linker en rechter hoofdluidsprekers wordt weergegeven.
  • Als het uitgangsniveau eenmaal is afgesteld, zal de niveauwaarde hetzelfde zijn bij alle digitale geluidsveldprogramma's.

- De waarde van het uitgangsniveau van elke luidspreker die u de laatste keer heeft ingesteld, zullen in het geheugen bewaard blijven ook als dit apparaat op de standby functie is ingesteld. Indien echter het netsnoer gedurende langer dan een week niet aangesloten blijft, zullen deze waarden automatisch teruggesteld worden naar de oorspronkelijke door de fabriek gemaakte instellingen.

KORT OVERZICHT VAN DE DIGITALE GELUIDSVELDPROGRAMMA'S

In onderstaande lijst worden korte beschrijvingen gegeven van de geluidsvelden die door elk van de DSP programma's geproduceerd worden. Houd daarbij in gedachte dat de meeste van deze programma's preciese digitale reproducties zijn van werkelijk bestaande akoestische omgevingen. De data voor deze diverse geluidsvelden zijn opgenomen op echt bestaande lokaties met behulp van geavanceerde geluidsveld-meetapparatuur.

Opmerking

De balans van het kanaalniveau tussen de linker en de rechter achterste effect-luidsprekers kan verschillend zijn afhankelijk van het geluidsveld dat u beluistert. Dit wordt veroorzaakt door het feit dat de meeste geluidsvelden reproducties zijn van werkelijke akoestische omgevingen.

Programma's No 1 tot 6: Hi-Fi DSP programma's (voor audiobronnen)

- Wanneer het ingangssignaal analoog of PCM audio is: ( ) DSP

Luidspreker-uitgangsvermogen: hoofd, achter, voorste effect

- Wanneer het ingangssignaal met Dolby Digital gecodeerd is (niet in 2 kanalen): ( ) DIGITAL DSP

Luidspreker-uitgangsvermogen: hoofd, midden, achter, voorste effect

- Wanneer het ingangssignaal met het DTS gecodeerd is: (dts DSP)

Luidspreker-uitgangsvermogen: hoofd, midden, achter, voorste effect

Nr.PROGRAMMASUBPROGRAMMA (TYPE)BIJZONDERHEDEN
1CONCERT Hall A in HALL 1EuropeDit is een grote waaiervormige concertzaal in München met ongeveer 2500 zitplaatsen. Bijna het gehele interieur is vervaardigd uit hout. Er is relatief weinig weerkaatsing van de linker en rechter muren en de klanken worden verfijnd en prachtvol weergegeven.
Hall B in EuropeDit is een grote rechthoekige concertzaal met ongeveer 2500 zitplaatsen. Bijna het gehele interieur, inclusief het plafond, is vervaardigd uit hout met weerkaatsende panelen van mahonie. Speciale weerkaatsende panelen boven het podium zorgen voor krachtige frontale weerkaatsingen die een versterkend effect hebben op de rechtstreekse klanken die van het podium komen. Deze zaal heeft zeer solide, krachtige akoestiek.
Hall C in EuropeEen klassieke rechthoekige concertzaal met ongeveer 1700 zitplaatsen. Pilaren en gebeeldhouwde versieringen zorgen voor een uitermate complexe akoestiek. Deze weerkaatsingen en de weerkaatsingen uit alle richtingen van de zaal zorgen voor bijzonder volle en rijke klanken.
2CONCERT Hall D in HALL 2U.S.A.Dit is een grote concertzaal met 2600 zitplaatsen in de Verenigde Staten welke gekenmerkt wordt door een nogal traditioneel Europees ontwerp. Het interieur is relatief eenvoudig en suggereert een Amerikaanse smaak. De klanken van de midden en hogere frekwenties worden rijk en prachtvol weergegeven.
Hall E in EuropeEen klassieke grote rechthoekige concertzaal met ongeveer 2200 zitplaatsen. De zaal heeft een cirkelvormig podium met zitplaatsen achter het podium.
Live ConcertEen grote ronde concertzaal met een rijk surround effect. Duidelijke weerkaatsingen vanuit alle richtingen benadrukken het bereik van de klanken. U zult het geluidsveld ervaren met een grote mate van aanwezigheid, waarbij u ongeveer in het midden bij het podium zit.Dit geluidsveld is ook effectief voor karaoke. Dit komt doordat u de gewaarwording krijgt op een echt podium te staan.
3CHURCH TokyoDe akoestische omgeving van een normale kerk met gematigde nagalm. Dit is ideaal voor de weergave van kerkmuziek welke gespeeld wordt door een pijporgel, enz.
FreiburgMet dit programma wordt de akoestische omgeving van een grote kerk met een hoge koepel en pilaren langs de zijkanten nagebootst. Het interieur produceert zeer lange nagalmen.
RoyaumontDit programma wordt gekenmerkt door een geluidsveld dat gecreëerd wordt door de refter (eetzaal) van het klooster, een prachtig Middeleeuws gebouw dat zich bevindt in Royaumont even buiten Parijs. De koepelvormige ruimtes in het plafond die gevormd worden door de ondersteunende pilaren zorgen voor weerkaatsingen van echo en voor mooie, lang aanhoudende klanken.
4JAZZ CLUB VillageGateEen jazzclub in New York. Deze bevindt zich in een kelder en heeft een relatief groot vloeroppervlak. Het patroon van de weerkaatsing is hetzelfde als die van een kleine zaal.
Village VanguardEen traditionele jazzclub in New York op 7th Avenue. Deze zaal heeft een laag plafond, en het “podium” bevindt zich in een hoek. Dit programma produceert lang niet zo veel effecten als de concertzaal of de kerkprogramma’s, maar schept een intiem “dichtbij-de-muziek” gevoel.
The Bottom LineDit is het geluidsveld voor aan het podium in “The Bottom Line”, een bekende jazzclub in New York. Links en rechts van het podium is er een ruimte voor 300 personen in een geluidsveld dat realistische en vibrerende klanken ten gehore geeft.
5ROCK The Roxy The CONCERTéatreHet ideale programma voor levendige, dynamische rockmuziek. De gegevens voor dit programma werden opgenomen in een van de meest populaire rockclubs in Los Angeles.
Warehouse LoftDit programma simuleert een door beton ingesloten ruimte. Dit levert een krachtig geluidsveld op met relatief duidelijke weerkaatsingen door de muren.
ArenaDit programma geeft u lange vertragingstijden tussen de directe klanken en de effect-klanken en een buitengewoon ruimtelijk effect van een groot arena theater.
6ENTERTAINMENTDiscoDit programma bootst de akoestische omgeving na van een levendige disco in het hart van een zeer levendige stad. De klanken worden dichtbij elkaar en in hoge mate geconcentreerd weergegeven. Dit programma wordt ook gekenmerkt door het feit dat de geluiden een “onmiddellijke” directheid hebben met veel energie.
PartyDit is een geluidsveld dat geschikt is voor achtergrondmuziek bij partijen waar u het geluid ook rechtstreeks van de achterzijde kunt horen, waardoor het genieten van muziek over een brede ruimte mogelijk is.
Game/AmusementDit programma voegt een effect van ruimte en diepte toe aan de geluiden van videospelen, enz., ongeacht de soort bron die gebruikt wordt, stereo of mono. De krachtige en levendige geluidseffecten van dit programma zorgen er voor dat u extra kunt genieten van uw videospelen.

Programma's No 7 tot 12: CINEMA-DSP programma's (voor audio/videobronnen)

  • Deze programma's maken gebruik van de Dolby Pro Logic decoder, de Dolby Digital decoder of de DTS decoder.
  • De verdeling van de uitgangssignalen van de luidsprekers is voor elk programma als volgt:

No 7, 8, 9, 10, 11: hoofd, midden, achter, voorste effect

No 12 (Normal): hoofd, midden, achter

No 12 (Enhanced): hoofd, midden, achter, voorste effect

- Bij alleen de programma's No 7, 8 en 9 lichten de indicators op als volgt.

Wanneer het ingangssignaal analoog of PCM audio is: ( ) DSP

Wanneer het ingangssignaal met Dolby Digital gecodeerd is (niet in 2 kanalen): ( ) DIGITAL DSP

Wanneer het ingangssignaal met het DTS gecodeerd is: ( )dts DSP

Nr.PROGRAMMASUBPROGRAMMA (TYPE)BIJZONDERHEDEN
7CONCERT Pop/RockVIDEO 1Dit programma voorziet in een enthousiaste atmosfeer en maakt dat u voelt zich in het midden van de actie te bevinden, alsof u werkelijk een jazz of rockconcert bezoekt.Het bestanddeel van de indirecte klank verspreidt zich langs de surround-zijde van het geluidsveld door middel van het gebruik van de gegevens van een grote ronde zaal voor de surround-zijde, zodat de beeldruimte rond het scherm en de klankruimte ten volle uitgebreid worden.
DJMet dit programma komt de stem van een discjockey duidelijker over en kunt u genieten van muzikaal amusement met een veelzijdig geluidsveld.
8CONCERT Classical/VIDEO 2OperaDit programma geeft een bijzondere diepte en helderheid aan de zang, waarbij overmatige nagalm beperkt blijft.Voor opera worden de orkestbak en het podium op ideale wijze gecombineerd, waardoor u het gevoel krijgt bij een live uitvoering aanwezig te zijn. De achterste surround-zijde van het geluidsveld is relatief gematigd, echter door middel van het gebruik van gegevens van een concertzaal worden er prachtige klanken gereproduceerd. U zult niet vermoeid raken bij het langdurig kijken naar een opera.
PavilionDit programma reproduceert zang op zeer duidelijke wijze en laat u de ruimte van een paviljoen ervaren. De nagalm die enigszins vertraagd is,reproduceert het live geluidsveld dat eigen is aan een paviljoen en helpt een concertscène meer opwindend te maken.
9TV THEATER MonoMovieDit programma is voor het reproduceren van mono videobronnen (oude films, enz.). Mono-klanken worden met veel live-effect aan de live-zijde van het geluidsveld gereproduceerd, samen met een optimaal nagalm-effect. Het gebruik van de middenluidspreker zorgt er voor dat de dialoog beter verstaanbaar is, waardoor er een aangename vermenging van beeld en dialoog verkregen wordt.
Variety/SportsAlhoewel de voorste live-zijde van het geluidsveld relatief smal is, maakt de achterste surround-zijde gebruik van de geluidsomgeving van een grote concertzaal. Met dit programma kunt u genieten van het kijken naar diverse TV programma’s, zoals het nieuws, varieté shows,muziekprogramma’s of sportprogramma’s. In een stereo-uitzending van een sportprogramma, is de commentator naar de middenpositie gekeerd, terwijl het geroep en de atmosfeer in het stadion zich aan de surround-zijde verspreidt, alhoewel verspreiding naar de achterzijde in de juiste mate beperkt wordt.

- De programma's No 10 tot 11 zijn geschikt voor de reproduktie van videodiscs, videobanden en soortgelijke bronnen die gecodeerd zijn met het Dolby Surround (voorzien van het "DOLBY SURROUND" of "DOLBY DIGITAL" logo) of gecodeerd met het DTS (voorzien van het "dts" logo).

Nr.PROGRAMMA SUBPROGRAMMA (TYPE)BIJZONDERHEDEN
10MOVIE 70 mm SpectacleTHEATER 1 (Functioneert wanneer het ingangssignaal analoog of PCM audio is of gecodeerd met het Dolby Digital (AC-3) in 2 kanalen.DGTL Spectacle(DIGITAL DSP)Functioneert wanneer het ingangssignaal gecodeerd is met het Dolby Digital (AC-3) (niet in 2 kanalen).DTS Spectacle(dts DSP)Functioneert wanneer het ingangssignaal met het DTS gecodeerd is.Dit programma creëert het buitengewoon brede geluidsveld van een bioscooptheater. Het reproduceert op nauwkeurige wijze het brongeluid in alle bijzonderheden, hetgeen zowel aan de video als het geluidsveld een ongelofelijke realiteit geeft. Elke soort videobron die gecodeerd is met het Dolby Surround of het DTS (vooral grootschalige filmproducties) is ideaal voor gebruik met dit programma.
70 mm Sci-Fi(DIGPRO LOGIC DSP)Functioneert wanneer het ingangssignaal analoog of PCM audio is of gecodeerd met het Dolby Digital (AC-3) in 2 kanalen.DGTL Sci-Fi(DIGDIGITAL DSP)Functioneert wanneer het ingangssignaal gecodeerd is met het Dolby Digital (AC-3) (niet in 2 kanalen).DTS Sci-Fi(dts DSP)Functioneert wanneer het ingangssignaal met het DTS gecodeerd is.Dit programma reproduceert op duidelijke wijze de dialoog en de geluidseffecten volgens de meest recente klankontwerpen van science-fiction films, waarbij er tussen de stiltes een brede en expansiegerichte filmische ruimte gecreëerd wordt. U kunt genieten van science-fiction films in een geluidsveld in een virtuele ruimte met Dolby Pro Logic, Dolby Digital (AC-3) en DTS-gecodeerde software die gebruik maakt van de meest geavanceerde technieken.
11MOVIE 70 mm AdventureTHEATER 2 (Functioneert wanneer het ingangssignaal analoog of PCM audio is of gecodeerd met het Dolby Digital (AC-3) in 2 kanalen.DGTL Adventure(DIGDIGITAL DSP)Functioneert wanneer het ingangssignaal gecodeerd is met het Dolby Digital (AC-3) (niet in 2 kanalen).DTS Adventure(dts DSP)Functioneert wanneer het ingangssignaal met het DTS gecodeerd is.Dit programma is ideaal voor het op nauwkeurige wijze weergeven van de klankstructuur van de nieuwste meersporen films. Het geluidsveld is identiek aan dat van de nieuwste filmtheaters, zodat de nagalmen van het geluidsveld zelf zoveel mogelijk beperkt worden. De data van het geluidsveld van een operagebouw worden gebruikt voor de voorste podiumzijde, zodat het drie-dimensionale gevoel van het geluidsveld wordt benadrukt en de dialoog nauwkeurig op het scherm wordt georiënteerd. Door middel van het gebruik van data van het geluidsveld van een concertzaal voor de achterste surround zijde, wordt er een krachtige nagalm verkregen. Met dit programma kunt u genieten van actiefilms, avonturenfilms, enz. met veel effect.
70 mm General(DIGPRO LOGIC DSP)Functioneert wanneer het ingangssignaal analoog of PCM audio is of gecodeerd met het Dolby Digital (AC-3) in 2 kanalen.DGTL General(DIGDIGITAL DSP)Functioneert wanneer het ingangssignaal gecodeerd is met het Dolby Digital (AC-3) (niet in 2 kanalen).DTS General(dts DSP)Functioneert wanneer het ingangssignaal met het DTS gecodeerd is.Dit programma is voor de reproductie van een meersporen-film en wordt gekenmerkt door een zacht en uitgebreid geluidsveld. De voorste live-zijde van het geluidsveld is relatief smal. Het verspreidt zich in de volledige ruimte rondom en in de richting van het scherm, waarbij het echo-effect van de dialoog beperkt wordt, zonder dat er echter aan de duidelijkheid afbreuk gedaan wordt. Aan de surround-zijde wordt de harmonie van de muziek of het koor mooi in een brede ruimte aan de achterzijde van het geluidsveld weergegeven.

- Programma № 12 is voor de reproduktie van videodiscs, videobanden en soortgelijke bronnen die gecodeerd zijn met het Dolby Surround (voorzien van het "DOLBY SURROUND" of "DOLBY DIGITAL" logo) of gecodeerd met het DTS (voorzien van het "dts" logo).

Nr.PROGRAMMA SUBPROGRAMMA (TYPE)BIJZONDERHEDEN
12/DTS PRO LOGIC/NSurROUND Functioneert wanneer het ingangssignaal analoog of PCM audio is of gecodeerd met het Dolby Digital (AC-3) in 2 kanalen.DOLBY DIGITAL/Normal (DIGITAL)Functioneert wanneer het ingangssignaal gecodeerd is met het Dolby Digital (AC-3) (niet in 2 kanalen).DTS DIGITAL SUR./Normal (dts)Functioneert wanneer het ingangssignaal met het DTS gecodeerd is.( ) [IPRO LOGIC]
De ingebouwde Dolby Pro Logic Surround decoder, de Dolby Digital (AC-3) decoder of de DTS decoder reproduceert nauwkeurig de geluiden en de geluidseffecten van een bron die met de Dolby Surround of de DTS gecodeerd is. Door het gebruik van een uiterst efficiënt decoderingsproces wordt de crosstalk en de kanaalscheiding verbeterd en wordt de klankbron meer gelijkmatig en nauwkeurig overgebracht.
PRO LOGIC/Enhanced( [IPRO LOGIC DSP ])Functioneert wanneer het ingangssignaal analoog of PCM audio is of gecodeerd met het Dolby Digital (AC-3) in 2 kanalen.DOLBY DIGITAL/Enhanced( [DIGITAL DSP ])Functioneert wanneer het ingangssignaal gecodeerd is met het Dolby Digital (AC-3) (niet in 2 kanalen).DTS DIGITAL SUR./Enhanced(dts DSP )Functioneert wanneer het ingangssignaal met het DTS gecodeerd is.Met dit programma wordt het multi-surround luidsprekersystemen van het nieuwste filmtheater op ideale wijze nagebootst. De digitale geluidsveldprocessing en de Dolby Surround decoding of de DTS decoding worden uiterst nauwkeurig uitgevoerd zonder dat daarbij de oorspronkelijk klank-oriëntatie gewijzigd wordt. Door de surround-effecten die door dit geluidsveld gereproduceerd worden, wordt de toeschouwer op natuurlijke wijze van achteren naar de linker en rechter zijde en in de richting van het scherm verplaatst.

Opmerking: Als de stand "NONE" is gekozen op "1A. CENTER SP" in de SET MENU modus, zal er door de middenluidspreker(s) geen geluid worden voortgebracht.

SCHERMDISPLAY

Indien u een videocassetterecorder, een LD speler, video monitor, enz. op dit apparaat aansluit, kunt u gebruik maken van de mogelijkheid die deze apparatuur biedt om programmatitels, parameter gegevens en informatie over overige diverse wijzigingen van instellingen en afstellingen op het scherm van uw videomonitor te laten verschijnen. Deze informatie zal op het videobbeeld geprojekteerd worden.

Indien er geen videobron is aangesloten of wanneer deze is uitgeschakeld, zal de informatie over een blauw gekleurde achtergrond verschijnen.

P01 CONCERT HALL 1

→ Hall A in Europe
EFCT TRIM · · · Ⓠ d B
INIT. DLY···30ms
ROOM SIZE .... 1 /0
LIVENESS....5

Opmerking: De programmatitels, parameter gegevens en overige informatie wordt ook op het displaypaneel van dit apparaat aangegeven.

Kiezen van de soort display

U kunt de soort display welke de diverse informatie aangeeft op het monitorscherm veranderen door het indrukken van de ON SCREEN displaytoets op de afstandbediening. Telkens wanneer de toets wordt ingedrukt, verandert het scherm achtereenvolgens in een volledig display, een verkort display en geen display.

ON SCREEN

(Voorbeeld)

Volledige display

P01 CONCERT HALL 1

Gaat uit na verschijning gedurende enkele seconden.

Opmerkingen

  • Bij het maken van een verandering van een instelling of een afstelling in de SET MENU modus of bij het afstellen van de luidsprekerbalans met behulp van de test-toon, zal de informatie volledig op het monitorscherm worden aangegeven, ook als er op dat moment een andere soort display is gekozen.
  • Informatie die op deze wijze op het monitorscherm wordt aangegeven kan niet door een videorecorder worden opgenomen.

Om de indrukwekkende functies van het DSP nader te kunnen verklaren, dienen we eerst te begrijpen wat precies een geluidsveld is.

De rijke, volle klanken van een live instrument worden in feite bepaald door de meervoudige weerkaatsingen van de muren van de kamer. Afgezien van het feit dat het geluid "live" gemaakt wordt, stellen deze weerkaatsingen ons in staat te vertellen waar de muzikant gezeten is, alsmede de grootte en de vorm van de kamer waarin we ons bevinden. We kunnen zelfs opmerken of de kamer bijzonder weerkaatsend is met oppervlakken van staal en glas, of meer absorberend is met houten panelen, vloerbedekking en gordijnen.

DE ELEMENTEN VAN EEN GELUIDSVELD

In elke omgeving zijn er naast het directe geluid dat vanaf het instrument van de muzikant recht naar onze oren toe komt twee aparte soorten geluidsweerkaatsingen die samen in combinatie het geluidsveld bepalen:

(1) Eerste weerkaatsingen.

Weerkaatste geluiden bereiken onze oren bijzonder snel (50 ms – 100 ms na het directe geluid), na weerkaatsing van slechts één oppervlak — bijvoorbeeld vanaf het plafond of een muur. Deze weerkaatsingen vallen voor elke soort omgeving onder specifieke patronen zoals aangegeven in het schema op pagina 58 en geven belangrijke informatie aan onze oren door. Eerste weerkaatsingen zorgen er voor dat er helderheid aan het directe geluid wordt toegevoegd.

(2) Nagalm.

Dit wordt veroorzaakt door de weerkaatsingen van meer dan één oppervlak — muren, plafond, de achterzijde van de kamer — zo talrijk dat deze samensmelten en een onafgebroken akoestische "nagloei" vormen. Deze zijn niet-richtingbepaald en verminderen de helderheid van het directe geluid.

De combinatie van direct geluid, eerste weerkaatsingen en daaropvolgende nagalm helpen ons de relatieve grootte en vorm van de kamer te bepalen. Het is deze informatie die door het DSP voor het creëren van geluidsvelden gereproduceerd wordt.

Indien u de juiste eerste weerkaatsingen en daaropvolgende nagalm in uw luisterkamer zou kunnen creëren, zou u in staat zijn uw eigen luister-omgeving te kunnen samenstellen. De akoestiek in uw kamer zou veranderd kunnen worden in die van een concertzaal, een dansvloer of in feite elke kamer van wat voor grootte dan ook. Deze mogelijkheid om willekeurig welk geluidsveld dan ook te kunnen creëren is precies datgene wat Yamaha met het DSP bereikt heeft.

DSP programma's bestaan uit een aantal parameters voor het bepalen van de grootte van de kamer, de nagalmtijd, de afstand tussen u en de muzikant, enz. In elk programma zijn deze parameters voorgeprogrammeerd met waarden die door Yamaha precies zijn berekend voor de samenstelling van een geluidsveld dat uniek is voor het programma. Het wordt aanbevolen de DSP programma's te gebruiken zonder de waarden van de parameters te veranderen. Met deze apparatuur echter is het mogelijk uw eigen geluidsvelden te creëren. Te beginnen met een van de ingebouwde programma's, is het mogelijk deze parameters af te stellen. Ook wanneer dit apparaat op de standby functie is ingesteld, zullen de door uzelf samengestelde geluidsvelden gedurende ongeveer twee weken in het geheugen van het DSP bewaard blijven. Op de volgende pagina wordt in detail beschreven hoe u uw eigen geluidsvelden kunt samenstellen.

Afgezien van de "TYPE" parameter welke de sub-programma's binnen elk van de DSP programma's kiest (bijv. "Hall A in Europe", "Hall B in Europe" en "Hall C in Europe" voor programma 1, "HALL 1"), beschikt elk programma ook over een groep parameters die u in staat stellen de karakteristieken van de akoestische omgeving te veranderen om precies het door u gewenste effect te kunnen creëren. Deze parameters komen overeen met de vele natuurlijke akoestische factoren die het geluidsveld bepalen dat u ervaart in een echte concertzaal of andere luisteromgeving. De grootte van de kamer bijvoorbeeld is van invloed op de lengte van tijd tussen de "eerste weerkaatsingen" — dit wil zeggen, de eerste paar ver uit elkaar liggende weerkaatsingen die u hoort na het directe geluid. Met de "ROOM SIZE" parameter die in vele van de DSP programma's aanwezig is kan de tijdsduur tussen deze weerkaatsingen gewijzigd worden, waardoor de vorm van de "kamer" die u hoort veranderd wordt. Afgezien van de grootte van de kamer, hebben de vorm van de kamer en de karakteristieken van de oppervlakken ervan een belangrijke invloed op het uiteindelijke geluid. Oppervlakken die geluid absorberen bijvoorbeeld, zorgen er voor dat de weerkaatsingen en de nagalm sneller uitsterven, terwijl oppervlakken die in hoge mate weerkaatsend zijn er voor zorgen dat de weerkaatsingen gedurende een langere tijdsperiode blijven doorgaan. Met behulp van de DSP parameters kunnen deze en vele overige factoren die uw persoonlijk samengestelde geluidsveld bepalen geregeld worden, waardoor u in feite in staat gesteld wordt de beschikbare concertzalen en kamers "opnieuw te ontwerpen" voor het samenstellen van naar eigen voorkeur gecreëerde luisteromgevingen die op ideale wijze overeenkomen met uw eigen smaak en muzikale preferenties.

Zie "BESCHRIJVINGEN VAN DIGITALE GELUIDSVELD-PARAMETERS" op de pagina's 58–60 voor een beschrijving van wat elke parameter doet, hoe deze van invloed is op het geluid en het regelbare bereik ervan.

KIEZEN EN BEWERKEN VAN PROGRAMMA-PARAMETERS

Deze afstelling kan enkel worden gemaakt met behulp van de afstandbediening en te kijken naar het monitorscherm of het displaypaneel.

Opmerking

Om de afstellingen zo gemakkelijk mogelijk te kunnen uitvoeren wordt het aanbevolen in plaats van naar het displaypaneel te kijken, hiervoor het monitorscherm te gebruiken.

1

Zet de PARAMETER/SET MENU schakelaar op de afstandbediening in de PARAMETER stand zetten.

Opmerking: Let er op de afstandbediening te gebruiken met de kap geopend.

YAMAHA DSPA1 - 1 - 1

2

Schakel uw monitor in. Als de huidige gekozen soort display niet de volledige display is, de ON SCREEN toets indrukken om de volledige display op te roepen.

YAMAHA DSPA1 - 2 - 1

3

Als er geen DSP programma is gekozen, een gewenst programma kiezen.

HALL 1 HALL 2 1 2 CHURCH JAZZ CLUB ROCK ENTERTAINMENT 4 5 6 CONCERT VIDEO 1 CONCERT VIDEO 2 TV THEATER 7 8 9 MOME THEATER 1 MOME THEATER 2 OF OTS BUROID 10 11 12

De gekozen programmanaam en de bijbehorende parameters zullen op het monitorscherm worden aangegeven. De pijlvormige cursor wijst naar de naam van het subprogramma.

P01 CONCERT HALL 1

Kies een gewenst subprogramma.

HALL 1 HALL 2 1 JAZZ CLUB 2 ROCK CONCERT 3 4 5 ENTER TAINMENT 6 CONCERT VIDEO 1 7 CONCERT VIDEO 2 8 TV THEATER 9 MOME THEATER 10 MOME THEATER 1 11 OTS SURROUND 12

of
YAMAHA DSPA1 - P01 CONCERT HALL 1 - 2

Druk de toets voor het huidige gekozen programma eenmaal of meerdere malen in.

5

Kies de parameter die u wilt bewerken.

YAMAHA DSPA1 - 5 - 1

6

Verander de waarde op de gekozen parameter om het door u gewenste effect te creëeren.

YAMAHA DSPA1 - 6 - 1

Met "+" neemt de waarde van de gekozen parameter toe en met "-" neemt de waarde van de gekozen parameter af. In beide gevallen kunt u voor doorlopende verhoging of verlaging de toets ingedrukt blijven houden.

De display zal bij wijze van herinnering kortstondig bij de eerste waarde van de parameter pauzeren. (Op het monitorscherm, verdwijnt bij de beginwaarde van de parameter het * symbool vooraan de naam van de parameter.)

Opmerkingen

  • Zie de pagina's 58 tot 60 voor nadere bijzonderheden betreffende de parameters.
  • Parameter-bewerkingen die op deze wijze gemaakt worden zullen tot maximaal ongeveer twee weken in het geheugen bewaard blijven, ook als er tengevolge van een stroomstoring een onderbreking van de netspanning is of de stekker uit het stopcontact verwijderd is. Daarna zullen alle parameters alsmede de overige afstellingen of wijzigingen van instellingen op deze apparatuur naar hun oorspronkelijke waarden of status terugkeren.

BESCHRIJVINGEN VAN DIGITALE GELUIDSVELD-PARAMETERS

Niet alle van de volgende parameters worden in elk van de programma's aangetroffen.

• ROOM SIZE (grootte van ruimte)

Hoe dit van invloed is op het geluid:

Verandert de gesimuleerde grootte van de muziekruimte. Naarmate de waarde hoger is, zal de gesimuleerde ruimte groter klinken.

Hoe dit gebeurt:

Stelt de tijdsduur af tussen de eerste weerkaatsingen. De eerste weerkaatsingen zijn de eerste groep van weerkaatsingen die u hoort alvorens de daaropvolgende dichte nagalm begint.

Regelbaar bereik:

0,1 - 2,0

Door deze parameter van 1 in 2 te veranderen, wordt het gesimuleerde volume van de kamer acht maal vergroot (lengte, breedte en hoogte worden alle verdubbeld).

P. ROOM SIZE (afmeting van podiumruimte)

Stelt de schijnbare afmeting van het voorste podiumgeluidsveld af. Naarmate de waarde groter is, zal de interval tussen de weerkaatsingen langer worden, waardoor de diepte van de geluidsbron toeneemt.

S. ROOM SIZE (afmeting van surround ruimte)

Stelt de schijnbare afmeting van het achterste surround geluidsveld af. Naarmate de waarde groter is, zal het surround geluidsveld groter worden.

Niveau Direct geluid Eerste weerkaatsingen Klein Tijd Niveau Direct geluid Eerste weerkaatsingen Groot Tijd Niveau Direct geluid Eerste weerkaatsingen Grote ruimte Tijd

• INIT. DLY (begin-vertraging)

Hoe dit van invloed is op het geluid:

Verandert de gesimuleerde afstand van de geluidsbron.

Aangezien de afstand tussen een geluidsbron en een weerkaatsend oppervlak de vertraging bepaalt tussen het directe geluid en de eerste weerkaatsing, verandert deze parameter de lokatie van de geluidsbron binnen de akoestische omgeving.

Hoe dit gebeurt:

Stelt de vertraging af tussen het directe geluid en de eerste weerkaatsing die door de luisteraar gehoord wordt.

Regelbaar bereik:

1 – 99 milliseconden

Voor een kleine woonkamer dient deze parameter op een kleine waarde ingesteld te worden. Voor een grote kamer dienen grotere waarden gebruikt te worden. Grotere waarden produceren een echo-effect.

P. INIT. DLY (eerste podiumgeluid vertraging)

Stelt de vertraging af tussen het directe geluid en de eerste weerkaatsing aan de podiumzijde van het geluidsveld. Naarmate de waarde groter is, zal de eerste weerkaatsing later beginnen.

Regelbaar bereik:

1 – 99 milliseconden

S. INIT. DLY (eerste surround vertraging)

Stelt de vertraging af tussen het directe geluid en de eerste weerkaatsing aan de achterste surround zijde van het geluidsveld. Naarmate de waarde groter is, zal de eerste weerkaatsing later beginnen.

Regelbaar bereik:

1 – 49 milliseconden

Niveau Direct geluid Eerste weerkaatsingen Klein Groot Tijd Tijd Tijd INIT. DLY INIT. DLY INIT. DLY

- LIVENESS

Hoe dit van invloed is op de klank:

Deze parameter verandert de klaarblijkelijke akoestische weerkaatsing van de muren in een zaal.

De eerste akoestische weerkaatsingen van een klankbron zullen sneller hun intensiteit verliezen (wegsterven) in een kamer met akoestisch absorberende muuroppervlakken dan in een kamer die meer geluidweerkaatsende oppervlakken heeft. Een kamer met hoogweerkaatsende oppervlakken waarin de eerste weerkaatsingen langzaam wegsterven wordt als "levend" betiteld, terwijl een kamer met geluid-absorberende karakteristieken waarin de weerkaatsingen snel wegsterven als "dood" wordt betiteld. Met de LIVENESS parameter kunt u de mate van wegsterving van de eerste weerkaatsing afstellen en daarmee de "levendheid" van de kamer.

Wat de parameter doet:

Verandert de snelheid waarmee de eerste weerkaatsingen wegsterven.

Regelbaar bereik:

0 - 10.

P. LIVENESS (podiumzijde live)

Stelt de schijnbare weerkaatsende eigenschappen van de muren aan de podiumzijde van het geluidsveld af. Naarmate de waarde groter is, zal het achterste weerkaatsende vermogen van podiumzijde van het geluidsveld groter worden.

Stelt de schijnbare weerkaatsende eigenschappen van de muren op het achterste surround geluidsveld af. Naarmate de waarde groter is, zal het weerkaatsende vermogen van het achterste surround geluidsveld groter worden.

Niveau Dood Levend Tijd Niveau Niveau Direct geluid Klein Tijd Groot Tijd

• REV. TIME (nagalmtijd)

Hoe dit van invloed is op het geluid:

De natuurlijke nagalmtijd van een kamer is hoofdzakelijk afhankelijk van de afmeting ervan en van de karakteristieken van zijn binnen-oppervlakken. Deze parameter verandert derhalve de gesimuleerde grootte van de akoestische omgeving over een bijzonder breed bereik.

Hoe dit gebeurt:

Stelt de hoeveelheid tijd af die nodig is voordat het niveau van het dichte, opeenvolgende nagalmgeluid met 60 dB wegvalt (@ 1 kHz).

Regelbaar bereik:

1,0 - 5,0 seconden.

De nagalmtijd in een kleine tot middelgrote zaal zal tussen 1 en 2 liggen, terwijl dit voor een grote hal normaal tussen 2 en 3 ligt.

Niveau Direct geluid Niveau Niveau Eerste weerkaatsingen 60 dB Klein Groot Tijd REV. TIME 60 dB Tijd REV. TIME 60 dB Tijd REV. TIME

• REV. DELAY (nagalmvertraging)

Met behulp van deze parameter kan het tijdsverschil worden ingesteld tussen het begin van het directe geluid en het begin van het nagalmgeluid. Naarmate de waarde groter is, zal het nagalmgeluid later beginnen. Een vertraagd nagalmgeluid zal u de indruk geven dat de ruimte van de akoestische omgeving groter geworden is.

Regelbaar bereik:

0 – 250 milliseconden

Niveau Direct geluid 60 dB Nagalm Tijd REV.DELAY REV.TIME

• REV. LEVEL (nagalmniveau)

Met deze parameter wordt het volume van het nagalmgeluid afgesteld. Naarmate de waarde groter is, zal het nagalmgeluid krachtiger worden weergegeven.

Regelbaar bereik:

0 - 100%

Niveau Direct geluid REV. LEVEL Tijd

• EFCT TRIM (effect-fijnafstelling)

Voor het uitvoeren van een fijnafstelling van het niveau van alle effectgeluiden.

Regelbaar bereik:

$$ - 3 \mathrm{dB} - + 3 \mathrm{dB} $$

• S. DELAY (surround vertraging)

Stelt de vertraging af tussen het directe geluid en de eerste weerkaatsing aan de achterste surround zijde van het geluidsveld. Naarmate de waarde groter is, zal het surround geluidsveld later beginnen.

Regelbaar bereik:

Bij decodering van het Dolby Pro Logic Surround 15 – 30 milliseconden

Bij decoding van het Dolby Digital (AC-3) of het DTS 0 – 15 milliseconden

Bij gebruik van een programma waarbij de Dolby Surround of het DTS niet gedecodeerd wordt 0 – 15 milliseconden

INSTELLEN VAN DE SLEEP TIMER

Indien u de SLEEP timer van dit apparaat gebruikt, kunt u het apparaat zodanig instellen dat dit op de standby functie wordt ingesteld. Wanneer u wilt gaan slapen bij het beluisteren van een radio-uitzending of een andere gewenste ingangsbron, zal deze timerfunctie van dienst zijn.

Opmerkingen

  • De SLEEP timer kan alleen bediend worden via de afstandbediening.
  • De onderdelen waarop de SLEEP timer werkzaam is zijn de bronnen die aangesloten zijn op de SWITCHED AC OUTLET(S) op het achterpaneel van dit apparaat.

Instellen van de SLEEP tijd
Eenmaal of meerdere malen indrukken voor het kiezen van de gewenste SLEEP tijd. Geeft de SLEEP tijd aan. SLEEP 120min. Knippert.

Telkens wanneer de SLEEP toets wordt ingedrukt, zal de SLEEP tijd als volgt veranderen.
YAMAHA DSPA1 - Opmerkingen - 2

flowchart
graph LR
    A["120 90 60 30"] --> B["(Minuten)"]
    B --> C["De SLEEP timer is uit (OFF). (De toestand voordat de SLEEP toets wordt ingedrukt.)"]
    C --> D["End"]

Na een korte tijd keert de display terug naar de aanduiding voordat de SLEEP timer werd ingesteld.

2 Het apparaat zal automatisch op de standby functie worden ingesteld na het bereiken van de gekozen SLEEP tijd.

Annuleren van de gekozen SLEEP tijd
SLEEP

Nogmaals indrukken zodat "SLEEP OFF" op de display verschijnt. (Deze aanduiding zal spoedig verdwijnen en de "SLEEP" indicator zal op de display uitgaan.)

Opmerking

De instelling van de SLEEP timer kan ook geannuleerd worden door het apparaat via gebruik van de STANDBY/ON schakelaar op het voorpaneel (of de STANDBY toets op de afstandbediening) op het standby functie in te stellen of door de stekker van dit apparaat uit het stopcontact te verwijderen.

AFSTANDBEDIENING

BASISFUNCTIES (bij geopende kap)

De afstandbediening die bij dit apparaat wordt geleverd is bestemd voor de regeling van de meest algemeen gebruikte functies van dit apparaat. Als de CD speler, het tapedeck, tuner, de LD speler, enz. die op dit apparaat worden aangesloten YAMAHA componenten zijn die geschikt zijn voor gebruik met afstandbediening, kunnen met behulp van deze afstandbediening ook diverse functies van elk van deze aangesloten componenten geregeld worden.

* Gebruik voor de basisfuncties de afstandbediening met de kap geopend.

NAMEN VAN DE TOETSEN EN HUN FUNCTIES
LEARNCLEAR MACRO TRANSMIT /LEARN 19 REC/RIUSE A/B MD/TAPE 1 A CD WM TUNER VCR 1 DISCSTOP LD B LD WM TV/DBS VCR 2 DVD/VCR 3 C PRESET A/B/C/D/E WM V-AUX HALL 1 HALL 2 CHURCH / EXT. DEEDDER 1 E 3 JAZZ ROCK ENTER- CLUB CONCERT TANKMENT TAPE 2 MON 4 B 6 CONCERT CONCERT TV VIDEO 1 VIDEO 2 THEATER PHONO 7 B 8 THEATER 1+THEATER 2 IE / DTS EFFECT ON/OFF 10 I 12 LEVEL PARAMETER TEST SET MENU + SLEEP ON SCREEN + SYSTEM MASTER VOLUME POWER ON POWER ON MUTE TV VCR STANIDY VCR STANIDY YAMAHA REMOTE CONTROL TRANSMITTER Kap is geopend. Zijpaneel

1 Tapedeck toetsen

Voor de regeling van het tapedeck.

(De A/B/C schakelaar (17) dient op stand "A" ingesteld te worden.)

* DIR A, B en A/B zijn uitsluitend van toepassing op een dubbel cassette tapedeck.
* Bij een enkelvoudig cassettedeck met automatische bandomkeringsfunctie zal door het indrukken van DIR A de bandlooprichting omgekeerd worden.

2 CD/LD speler toetsen

Voor de regeling van de compact disc speler of de LD speler. (Stel voor de regeling van de compact disc speler de A/B/C schakelaar (17) in op stand "A". Stel voor de regeling van de LD speler de A/B/C schakelaar (17) in op stand "B".) * DISC is enkel van toepassing op de compact disc wisselaar. * STOP is enkel van toepassing op de LD speler.

3 Tuner toetsen

Voor de bediening van de tuner.

(De A/B/C schakelaar (17) dient op stand "A" ingesteld te worden.)

+: Voor het kiezen van een hoger voorkeuzezendernummer.

-: Voor het kiezen van een lager voorkeuzezendernummer.

A/B/C/D/E: Voor het kiezen van de groep (A - E) van voorkeuzezendernummers.

4 DSP programmakeuzetoetsen

Voor het kiezen van een DSP programma wanneer de ingebouwde digitale geluidsveldprocessor (inclusief de Dolby Pro Logic Surround decoder, de Dolby Digital (AC-3) decoder en de DTS decoder) ingeschakeld is.

5 LEVEL toets

Wanneer u het uitgangsniveau van de middenluidspreker(s), achterste luidsprekers, voorste effect-luidsprekers of subwoofer gaat afstellen, eerst deze toets eenmaal of meerdere malen indrukken zodat de naam van de luidspreker(s) waarvan u het niveau wilt afstellen op de display verschijnt. Gedurende de tijd dat de naam verlicht op de display wordt aangegeven, kunt u het niveau veranderen door het indrukken van de + of – toetsen (14).

6 PARAMETER/SET MENU schakelaar

Stel de schakelaar in op de stand PARAMETER wanneer u een parameter van een DSP programma gaat bewerken. Stel in op de stand SET MENU wanneer u een afstelling gaat maken of een instelling gaat veranderen voor een functie in de SET MENU modus.

7 TEST toets

Wordt gebruikt voor de afstelling van de luidsprekerbalans. (Zie voor nadere bijzonderheden pagina's 29 – 31.)

8 SLEEP timer toets

Deze toets wordt gebruikt voor het in- en uitschakelen van de ingebouwde SLEEP timer en voor het instellen van de SLEEP tijd. (Zie pagina 61 voor bijzonderheden.)

9 ON SCREEN displaytoets

Verandert de soort display welke de programmanaam en parameters aangeeft of de informatie voor de diverse wijzigingen van instellingen en afstellingen op het aangesloten monitorscherm. Telkens wanneer de toets wordt ingedrukt, verandert het scherm achtereenvolgens in een volledig display, een verkort display en geen display.

10 SYSTEM POWER ON en STANDBY toetsen

Door het indrukken van de SYSTEM POWER ON toets wordt dit apparaat ingeschakeld en door het indrukken van de STANDBY toets wordt dit apparaat op de standby functie ingesteld.

11 RESET knop

Deze knop bevindt zich binnen in het batterijvak. Druk deze knop in om de interne microcomputer die de functies van de afstandbediening regelt "terug te stellen". Het "terugstellen" van de microcomputer is nodig wanneer de afstandbediening stilvalt.

* Door het indrukken van de RESET knop worden de geprogrammeerde functies niet gewist.

12 MASTER VOLUME (omhoog) en (ømlaag) toetsen

Voor het omhoog en omlaag draaien van het volumeniveau.

13 MUTE toets

Door het indrukken van deze toets wordt het volumeniveau uitgeschakeld. Druk deze toets nogmaals in om het oorspronkelijke volumeniveau te herstellen. Tijdens de uitschakeling van het volume, gaat de indicator op de VOLUME regelaar continu knipperen.

14 ∧/ en -/+ toetsen

De (omhoog) en (omhaag) toetsen veranderen de parameters (of functies) in de modus die gekozen is met behulp van de PARAMETER/SET MENU schakelaar. Met de - en + toetsen kan een afstelling worden gemaakt of een instelling worden veranderd voor een parameter (of functie) die gekozen is met de of toets.

15 EFFECT ON/OFF toets

Schakelt de digitale geluidsveldprocessor (inclusief de Dolby Pro Logic Surround decoder, de Dolby Digital (AC-3) decoder en de DTS decoder) aan en uit.

16 A/B/C indicators

De stand (A, B of C) welke gekozen is met de A/B/C schakelaar wordt in rood aangegeven.

17 A/B/C schakelaar

Deze schakelaar dient enkel te worden gebruikt wanneer de kap van de afstandbediening geopend is. (Deze schakelaar functioneert niet wanneer de kap gesloten is.)

Normaal deze schakelaar in stand "A" zetten. Bij de bediening van een Yamaha LD speler met behulp van de CD/LD speler toetsen (2), deze schakelaar in stand "B" zetten.

18 Ingangskeuzetoetsen

Voor het kiezen van de ingangsbron. De TAPE 2 MON toets verschilt in functie van de overige ingangskeuzetoetsen. Deze toets is identiek aan de TAPE 2 MON/EXT. DECODER toets op het voorpaneel. Zie pagina 23 voor nadere bijzonderheden.

19 TRANSMIT/LEARN indicator

Deze gaat branden wanneer de afstandbediening infrarood signalen uitzendt (wanneer een opdrachttoets wordt ingedrukt).

20 LIGHT toets

Als deze toets wordt ingedrukt, zullen bepaalde toetsen op de afstandbediening gedurende ongeveer 5 seconden verlicht worden. Als deze toets wordt ingedrukt terwijl die toetsen verlicht zijn, zal de toetsverlichting uitgeschakeld worden.

Opmerking

Wanneer u voor de bediening van Yamaha componenten de toetsen gaat gebruiken, deze met de toetsen van uw component vergelijken. Als deze toetsen identiek zijn, zullen de bijbehorende functies hetzelfde zijn. Zie voor de functies van de toetsen de bijbehorende instructie in de bij uw component geleverde bedieningshandleiding.

PROGRAMMEREN VAN NIEUWE BEDIENINGSFUNCTIES (bij geopende kap)

Dit is een programmeerbare afstandbediening. De toetsen die gearceerd in onderstaande illustratie zijn aangegeven, kunnen geprogrammeerd worden voor het opslaan van bedieningsfuncties van andere afstandbedieningen. Door het inprogrammeren van de toetsfuncties van andere afstandbedieningen, kan dit apparaat vervolgens in plaats van een of meerdere afstandbedieningen gebruikt worden, waardoor de bediening van uw diverse audio en video componenten gemakkelijker wordt. Sommige van de programmeerbare toetsen zijn van oorsprong leeg en andere zijn reeds voorgeprogrammeerd met functies voor de bediening van dit apparaat en overige Yamaha componenten, U kunt onder deze toetsen naar wens nieuwe functies (in plaats van de voorgeprogrammeerde functies) opslaan.

* Zie pagina 70 voor de methode van programmeren.

* Zie pagina 72 voor het wissen van een geprogrammeerde functie (of alle geprogrammeerde functies).

Opmerking

Als de geheugencapaciteit van de afstandbediening volledig is benut, is verdere programmering niet mogelijk, ook niet als bepaalde programmeerbare toetsen niet door nieuwe functies bezet zijn. Als u bijvoorbeeld uitsluitend Yamaha codes in deze afstandbediening opslaat, kunnen er in totaal ongeveer 50 functies worden opgeslagen. Sla nieuwe functies op onder de programmeerbare toetsen die voor u van dienst zijn.

LEARNCLEAR MACROS TRANSMIT /LEARN REC/NUSE A/B A DIR B Q.O MD/TAPE 1 CD WM TUNER Q.O VCR 1 LD WM TV/DBS Q.O VCR 2 DVD/VCR 3 WM V-AUX PRESET W A/B/C/D/E + - HALL 1 HALL 2 CHURCH 1 E 3 JAZZ CLUB ROCK ENTER- CONCERT TAINTMENT 4 5 6 CONCERT CONCERT TV VIDEO 1 VIDEO 2 THEATER 7 8 9 MOVE MOVE DTS THEATER 1 THEATER 2 SLENDRED 10 11 12 LEVEL PARAMETER TEST SET MENU - SLEEP ON SCREEN SYSTEM POWER ON MASTER VOLUME TV MUTE VCR STANDBY YAMAHA REMOTE CONTROL TRANSMITTER Kap is geopend.

^*1 : Deze knoppen worden gebruikt voor het programmeren van een nieuwe functie of voor het wissen van een geprogrammeerde functie (of van alle geprogrammeerde functies). Zie pagina 70–72 voor nadere bijzonderheden.

Toetsen welke drie functies kunnen hebben (1, 2, 3, 4)

Van de programmeerbare toetsen kunnen de toetsen genummerd 1-4 in de illustratie links drie functies hebben. Dit is omdat zij beschikken over drie geheugenvelden (A, B en C). (Eén functie per geheugenveld.) U kunt nieuwe functies in geheugenveld B en C opslaan en drie functies op een toets gebruiken door met behulp van de A/B/C schakelaar tussen de drie geheugenvelden over te schakelen. (Op geheugenveld A kunnen geen nieuwe functies geprogrammeerd worden.)

Gebruik van deze toetsen:

  1. Alvorens een toets te gebruiken, met behulp van de A/B/C schakelaar het geheugenveld A, B of C kiezen van de toets waaronder de functie die u wilt gebruiken is opgeslagen.

  2. Druk de toets in.

De oorspronkelijke van fabriekswege gemaakte instellingen van deze toetsen is als volgt.

De stand van de A/B/C schakelaar
ABC
1Voorgeprogrammeerd met functies voor de bediening van een Yamaha tapedeck.LeegLeeg
2Voorgeprogrammeerd met functies voor de bediening van een Yamaha CD speler (STOP is leeg).Voorgeprogrammeerd met functies voor de bediening van een Yamaha LD speler (DISC is leeg).Leeg
3Voorgeprogrammeerd met functies voor de bediening van een Yamaha tuner.LeegLeeg
4Voorgeprogrammeerd als de DSP programmakeuzetoetsVoorgeprogrammeerd als de DSP programmakeuzetoetsVoorgeprogrammeerd als de DSP programmakeuzetoets

Opmerking

In het geheugenveld A van alle toetsen kunnen geen nieuwe functies geprogrammeerd worden. Voor het opslaan van nieuwe functies onder deze toetsen, deze in de geheugenvelden B of C opslaan.

Lege toetsen (①)

Dit zijn lege toetsen. Onder elk van deze toetsen kan een nieuwe functie van een andere afstandbediening geprogrammeerd worden. Bijvoorbeeld, de TV toets is handig voor het opslaan van de functie van de aan/uit schakelaar van uw TV en de VCR toets kan gebruikt worden voor de aan/uit schakelaar van uw videorecorder.

Opmerking

Als onder een toets die een voorgeprogrammeerde functie heeft een nieuwe functie wordt geprogrammeerd, zal de voorgeprogrammeerde functie niet worden gewist maar buiten werking gesteld worden. Zodra de nieuw geprogrammeerde functie wordt gewist, zal de voorgeprogrammeerde functie weer worden hersteld. (Zie pagina 72 voor informatie betreffende het wissen van een geprogrammeerde functie.)

Betreffende de symbolen die op de afstandbediening staan aangegeven

De symbolen die op de afstandbediening staan aangegeven duiden op functies van de toetsen, ingangsbronnen, enz.

Voorbeelden)

(a) (tape): Tapedeck, videorecorder, enz.
(disc): CD speler, LD speler, enz.
www (radio golf): Tuner, TV/Satelliet tuner, enz.

Deze symbolen zijn van dienst bij het opslaan van nieuwe functies.

Voorbeelden)

  • Het geheugenveld B van de toetsen 1 is geschikt voor het opslaan van functies voor de bediening van uw videorecorder.
  • Het geheugenveld B van de toetsen ③ is geschikt voor het opslaan van functies voor de bediening van uw TV/Satelliet tuner.

Betreffende de verlichting van toetsen

Wanneer u een ingangskeuzetoets indrukt, zal deze gedurende ongeveer 3 seconden verlicht worden.

Wanneer een ingangskeuzetoets in de groep van een gekozen geheugenveld (A, B of C) wordt ingedrukt, zal het symbool van de toetsengroep (1-3) welke hetzelfde is als het symbool van de gekozen ingangskeuzetoets gedurende ongeveer 3 seconden verlicht worden.

Voorbeelden)

Licht op. LEARNICULAR MACRO TRANSMIT /LEARN REC/POUSE A/B MD/TAPS 3 A C W TUNER Rood (dit geeft aan dat geheugenveld A is gekozen.) A DIR B VCR 1 B

Omgekeerd, wanneer een toets van groep 1—3 wordt ingedrukt, zal het bijbehorende symbool en de ingangskeuzetoets met hetzelfde symbool in de groep van het gekozen geheugenveld gedurende ongeveer 3 seconden verlicht worden.

Deze mogelijkheid kan u van dienst zijn als u functies voor de bediening van een ingangsbron onder een groep toetsen gaat opslaan waarvan het symbool oplicht wanneer de bijbehorende ingangskeuzetoets wordt ingedrukt.

Wanneer de kap van de afstandbediening gesloten wordt, kunt u via het gebruik van de OPERATION CONTROL toetsen de Yamaha componenten inclusief de geprogrammeerde functies gemakkelijk bedienen.

YAMAHA REMOTE CONTROL TRANSMITTER TRANSMIT MD/TAPE 1 CO TUNER VCR 1 LD TV/OBS VCR 2 DVD/VCR 3 V-AUX TAPE 2 MON PHONO EFFECT OPERATION CONTROL MASTER VOLUME SYSTEM POWER ON TV VCR STANDBY MUTE Ingangskeuzetoesten OPERATION CONTROL toetsen Kap is gesloten

LEARN/CLEAR MACRO TRANSMIT/LEARN REC/PRUSE A/B MD/TAPE 1 CD WA TUNER VCR 1 LD WA TV/DBS VCR 2 DVD/VCR 3 WA V-AUX DISCSTOP PRESET A/B/C/D/E HALL 1 HALL 2 CHURCH 1 2 3 JAZZ CLUB ROCK ENTER CONCERT TAINTMENT 4 5 6 CONCERT VIDEO 1 CONCER TV VIDEO 2 THEATER 7 8 9 VOLUME TYPE THEATER 1 THEATER 2 D/O OTS 10 11 S/RUMI LEVEL PARAMETER TEST SET MENU - SLEEP ON SCREEN SYSTEM POWER D/U TV VCR STANDBY MASTER VOLUME MUTE YAMAHA REMOTE CONTROL TRANSMITTER

Wanneer de kap gesloten is, kunnen de OPERATION CONTROL toetsen gebruikt worden in plaats van de toetsen genummerd ①, ② en ③ in de illustratie boven. Voor het gebruik van deze toetsen is overschakeling van de A/B/C schakelaar niet nodig. De functies die door de OPERATION CONTROL toetsen worden uitgevoerd, worden bepaald door welke ingangskeuzetoets werd ingedrukt voordat de OPERATION CONTROL toetsen gebruikt werden.

Opmerking

Wanneer de kap gesloten wordt, zullen de EFFECT, MASTER VOLUME, MUTE, TV en VCR toetsen op dezelfde manier functioneren als wanneer de kap geopend is.

* Als de MACRO schakelaar op de zijkant van de afstandbediening op "OFF" is gezet, zullen wanneer de kap gesloten wordt de SYSTEM POWER ON en STANDBY toetsen op dezelfde manier functioneren als wanneer de kap geopend is.

Voorbeelden van bedieningsprocedures met behulp van de OPERATION CONTROL toetsen

Bediening van een Yamaha CD speler

  1. Druk de "CD" ingangskeuzetoets in.
  2. Gebruik de OPERATION CONTROL toetsen. (Deze zorgen voor de uitvoering van de functies in geheugenveld A van de toetsen ②.)

Terug naar het voorgaande spoor OPERATION CONTROL Weergave Vooruit naar het volgende spoor 00/□ Pauze of stop

Bediening van uw videorecorder

  1. Druk de "VCR" ingangskeuzetoets in.
  2. Gebruik de OPERATION CONTROL toetsen. (Deze zorgen voor de uitvoering van de functies in geheugenveld B van de toetsen ①. Dit geheugenveld is van oorsprong met geen functie voorgeprogrammeerd. U dient de functies die verband houden met de bediening van de videorecorder van te voren in geheugenveld B van de toetsen ① op te slaan.

OPERATION CONTROL Weergave Terugspoelen Snelvooruitspoelen 00/□ Pauze of stop

Zie onderstaande tabel voor een combinatie van een ingangskeuzetoets en toetsfuncties die door de OPERATION CONTROL toetsen worden uitgevoerd. (Zie ook de tabel op pagina 64.)

Gekozen ingangskeuzetoetsToetsfuncties die door de OPERATION CONTROL toetsen worden uitgevoerd
MD/ TAPE 1Functies in geheugenveld A van toetsen 1 (behalve REC/PAUSE, A/B, DIR A en B)
CDFuncties in geheugenveld A van toetsen 2 (behalve STOP, DISC, ◀◀ en ▷▶ )
TUNERFuncties in geheugenveld A van toetsen 3
VCR 1Functies in geheugenveld B van toetsen 1 (behalve REC/PAUSE, A/B, DIR A en B)
LDFuncties in geheugenveld B van toetsen 2 (behalve STOP, DISC, ◀◀ en ▷▶ )
TV/DBSFuncties in geheugenveld B van toetsen 3
VCR 2Functies in geheugenveld C van toetsen 1 (behalve REC/PAUSE, A/B, DIR A en B)
DVD/ VCR 3Functies in geheugenveld C van toetsen 2 (behalve STOP, DISC, ◀◀ en ▷▶ )
VAUXFuncties in geheugenveld C van toetsen 3

Het indrukken van de "TAPE 2 MON" of "PHONO" ingangskeuzetoets heeft geen invloed op de OPERATION CONTROL toetsen.

Opmerkingen

  • Als de OPERATION CONTROL toetsen gebruikt worden in de plaats van de toetsen waaraan geen functie is toegewezen (leeg), wordt er geen opdracht uitgevoerd. Programmeer volgens uw eigen plan functies van andere afstandbedieningen in een leeg geheugenveld van deze toetsen. (Zie pagina 70 voor de methode van programmeren.)

- Als u tijdens weergave van een audio/video component een ander component wilt gebruiken met behulp van de afstandbediening (bijvoorbeeld, als u een band op uw videorecorder wilt terugspoelen terwijl u naar een CD luistert), kunt u de kap van de afstandbediening openen en de A/B/C schakelaar en de bijbehorende toetsen gebruiken. (Als u bij gesloten kap een ingangskeuzetoets indrukt voor het veranderen van de functies van de OPERATION CONTROL toetsen naar de functies voor de bediening van een videorecorder, zal het ingangssignaal van de CD bron die op dat moment wordt afgespeeld geannuleerd worden.)

Betreffende de verlichting van toetsen

Wanneer een ingangskeuzetoets wordt ingedrukt, zullen de ingedrukte toets en enkel de beschikbare OPERATION CONTROL toetsen (die in de plaats worden gebruikt van de toetsen waaronder de vooringestelde functies of geprogrammeerde functies zijn opgeslagen) gedurende ongeveer 3 seconden verlicht worden. Zo kunt u in een oogopslag zien welke toetsen er beschikbaar zijn.

TUNER OPERATION CONTROL 00/0

Omgekeerd, wanneer een OPERATION CONTROL toets wordt ingedrukt, zullen alle beschikbare OPERATION CONTROL toetsen en de huidige gekozen ingangskeuzetoets oplichten.

"Macro" is een opdracht waarmee een serie van meerdere bedieningsstappen wordt aangegeven.

De toetsen die in onderstaande illustratie worden aangegeven (als voorkeuze-macrotoetsen) zijn ook met macro's voorgeprogrammeerd, afgezien van de afzonderlijke functies. Elke macrotoets is zodanig voorgeprogrammeerd dat door het enkel indrukken van deze toets achtereenvolgens diverse functies van de overige toetsen op deze afstandbediening worden uitgevoerd. (Zie de volgende pagina om te weten te komen welke toetsfuncties door het indrukken van elk van de voorkeuze-macrotoetsen achtereenvolgens worden uitgevoerd.)

Macro's kunnen uitsluitend worden gebruikt wanneer de kap gesloten is en de MACRO schakelaar op "SLOW" of "QUICK" is ingesteld. (Als "OFF" is gekozen, kan er geen macro gebruikt worden, ook niet wanneer de kap gesloten is.)

Voorkeuze-macrotoetsen zijn van fabriekswege reeds met macro's voorgeprogrammeerd. Als u wilt, kunt u echter de inhoud van een macrotoets veranderen door er een serie gewenste functies onder op te slaan. U kunt in totaal zeven functies onder een macrotoets programmeren. (Zie pagina 71 voor de methode van programmeren.)

Instellen van de MACRO schakelaar

OFF: In deze stand kan er geen macrotoets worden gebruikt, ook niet wanneer de kap van de afstandbediening gesloten wordt.

QUICK: Wanneer in deze stand een macrotoets wordt ingedrukt, zal elke opdracht met een interval van 0,5 seconden worden verzonden.

SLOW: Wanneer in deze stand een macrotoets wordt ingedrukt, zal elke opdracht met een interval van 3 seconden worden verzonden.

Voorkeuze-macrotoetsen YAMAHA REMOTE CONTROL TRANSMITTER TRANSMIT MD/TAPE 1 CD TUNER VCR 1 LD TV/DBS VCR 2 DVD/VCR 3 V-AUX / EXT. DECODER TAPE 2 MON PHONO EFFECT OPERATION CONTROL MASTER VOLUME OFF/MW/ MACRO schakelaar LEVEL PARAMETER TEST SET MENU SLEEP ON SCREEN VCR STANDBY MACRO schakelaar LEARNICLEAR MACRO TRANSMIT /LEARN REC/PAUSE A/B QO MD/TAPE 1 CD WM TUNER QO VCR 1 B A DIR B DISCSTOP LD WM TV/DBS QO VCR 2 DVD/VCR 3 WM V-AUX PRESET WM A/B/C/D/E - + HALL 1 HALL 2 CHURCH 3 JAZZ CLUB ROCK ENTER TANMENT 4 5 6 CONCERT VIDEO 1 VIDEO 2 TV THEATER 7 8 9 MOVE THEATER 1 THEATER 2 BARCLUM 10 11 12 MASTER VOLUME / EXT. DECODER TAPE 2 MON PHONO EFFECT ON/OFF YAMAHA REMOTE CONTROL TRANSMITTER

Kap is gesloten (Zet de MACRO schakelaar op "QUICK" of "SLOW".)

Hieronder worden de voorkeuze-macrotoetsen en de toetsfuncties die zij achtereenvolgens uitvoeren aangegeven. (Zie ook de tabel op pagina 64.)

MacrotoetsFunctie van de toets (en geheugenveld) dat geactiveerd wordt wanneer een macrotoets wordt ingedrukt.
1ste(Inschakelen van dit apparaat)2de(Kiezen van een ingangsbron)3de(Weergave van een bron)
YAMAHA DSPA1 - Instellen van de MACRO schakelaar - 2
MacrotoetsFunctie van de toets die geactiveerd wordt wanneer een macrotoets wordt ingedrukt.
1ste 2de3de
YAMAHA DSPA1 - Instellen van de MACRO schakelaar - 3YAMAHA DSPA1 - Instellen van de MACRO schakelaar - 4[8Z05]YAMAHA DSPA1 - Instellen van de MACRO schakelaar - 5
YAMAHA DSPA1 - Instellen van de MACRO schakelaar - 6[7640]--

Opmerkingen

  • Een toets waaronder geen functie is opgeslagen zal geen opdracht uitvoeren.
  • Als zich het geval voordoet waarbij de tweede opdracht niet door dit apparaat wordt ontvangen omdat de interne bewerking van de eerste opdracht veel tijd in beslag neemt, de MACRO schakelaar in de stand "SLOW" zetten, of geen functie toevoegen of dezelfde opdracht tussen de eerste opdracht en de volgende opdracht herhalen.
  • Als u de aan/uit overschakelfunctie van een TV, videorecorder, enz. wilt programmeren als onderdeel van een macroserie, er rekening mee houden dat de huidige stand naar de andere stand wordt overgeschakeld ("aan" naar "uit", of "uit" naar "aan").
    Wanneer u bijvoorbeeld de macrotoets indrukt terwijl de TV, videorecorder, enz. reeds is ingeschakeld, zal de betreffende apparatuur worden uitgeschakeld, alhoewel dit misschien niet uw bedoeling was.

  • Wanneer u eenmaal een macrotoets op dit apparaat heeft ingedrukt, zal dit apparaat de opdracht van een andere toets (ook als deze wordt ingedrukt) niet accepteren, totdat dit apparaat met het uitvoeren van alle opdrachten van de macrotoets gereed is. Houd hiermee rekening vooral wanneer de MACRO schakelaar op "SLOW" ingesteld is.

  • Wanneer u eenmaal een macrotoets heeft ingedrukt, dient u de afstandbediening op de afstandbedieningsensor van het hoofdcomponent gericht te houden totdat de afstandbediening met het overzenden van alle opdrachtsignalen van de macrotoets gereed is.
  • Tijdens het gebruik van de macrofuncties kunt u de OPERATION CONTROL toetsen eveneens gebruiken.

1

Plaats deze afstandbediening en de andere afstandbediening zodanig dat deze recht tegenover elkaar liggen.

Deze afstandbediening

Andere afstandbediening Ongeveer 5–10 cm

2

LEARN/LEAR MACRO TRANSMIT/ /LEARN

(Indrukken met de punt van een mechanisch potlood, enz.

Knippert langzaam

* Als er geen bediening plaatsvindt gedurende ongeveer 30 seconden na het indrukken van de LEARN knop, gaat de TRANSMIT/LEARN indicator snel knipperen en zal de huidige modus geannuleerd worden. Als dit gebeurt, deze stap herhalen.

3

Kies indien nodig het geheugenveld met behulp van de A/B/C schakelaar op het zijpaneel van de afstandbediening.

YAMAHA DSPA1 - 3 - 1

4

Druk de toets op deze afstandbediening in waaronder u een nieuwe functie wilt programmeren.

Licht op.

* Als een toets wordt ingedrukt waaronder geen andere functie geprogrammeerd kan worden, gaat de TRANSMIT/LEARN indicator snel knipperen en zal de huidige modus geannuleerd worden. Als dit gebeurt, deze stap herhalen.
* Als er geen bediening plaatsvindt gedurende ongeveer 30 seconden na het indrukken van een toets, gaat de TRANSMIT/LEARN indicator snel knipperen en zal de modus die was ingesteld voordat u begon met het programmeren van de functies hersteld worden. Als dit gebeurt, opnieuw beginnen vanaf stap 2.

5

Houd de toets (op de andere afstandbediening) ingedrukt die over de functie beschikt die u wilt opslaan.

YAMAHA DSPA1 - 5 - 1

Wanneer het programmeren voltooid is, gaat de TRANSMIT/LEARN indicator uit. U kunt de toets loslaten. De indicator zal dan langzaam beginnen te knipperen.

* Als een signaal niet met succes is ontvangen gaat de TRANSMIT/LEARN indicator snel knipperen en wordt de modus die bestond vóór stap 4 hersteld. Als dit gebeurt, opnieuw beginnen vanaf stap 4.
* Als de geheugencapaciteit uitgeput raakt, gaat de TRANSMIT/LEARN indicator snel knipperen om u te laten weten dat programmeren onmogelijk is en vervolgens zal de modus die ingesteld was voordat u met het programmeren van de nieuwe functies begon hersteld worden.

6

Herhaal de stappen 3 – 5 voor het opslaan van meer functies.

7

Druk wanneer u gereed bent met het programmeren de LEARN knop in.

YAMAHA DSPA1 - 7 - 1

Opmerkingen

  • Nieuw geprogrammeerde functies zullen in de plaats komen van eerder geprogrammeerde functies.
  • Als er voor het programmeren van een functie geen voldoende ruimte meer in het geheugen beschikbaar is, gaat de TRANSMIT/LEARN indicator snel knipperen. In dit geval is verdere programmering niet mogelijk, ook niet als bepaalde toetsen niet door functies van andere afstandbedieningen bezet zijn.
  • Als u tijdens het programmeren de kap sluit en er vervolgens ongeveer 5 seconden verstrijken, gaat de TRANSMIT/LEARN indicator snel knipperen en zal de modus die bestond voordat u met het programmeren van de functies begon hersteld worden. Als dit gebeurt, opnieuw beginnen vanaf stap 2. Als u echter de kap binnen 5 seconden weer opent, zal de modus die bestond vóór het sluiten van de kap hersteld worden.
  • Er kunnen zich af en toe gevallen voordoen waarbij als gevolg van de signaalcodering en modulatie die door de andere afstandbediening wordt gebruikt, deze afstandbediening niet in staat is de signalen van de andere afstandbediening op te nemen.
  • Wanneer u de LEARN, MACRO of CLEAR toets of de RESET toets binnen in het batterijvak met een scherp, puntig voorwerp indrukt, er op letten de toetsen niet te beschadigen. Als u een mechanisch potlood gebruikt, er op letten dat de stift niet naar buiten steekt.

Onder elke voorkeuze-macrotoets kan in plaats van de voorgeprogrammeerde functies een nieuwe macro worden geprogrammeerd. (Zie pagina 68 om te weten te komen welke toetsen voorkeuze-macrotoetsen zijn.) U kunt in totaal 13 nieuwe macrotoetsen programmeren. Onder een macrotoets kunnen in totaal zeven functies van andere toetsen geprogrammeerd worden.

Opmerking

Als u een doorlopende opdracht zoals verlaging van het volumeniveau opslaat, zal dit een korte opdracht worden wanneer dit als onderdeel van een macro wordt uitgevoerd.

1

YAMAHA DSPA1 - 1 - 1

* Als er geen bediening plaatsvindt gedurende ongeveer 30 seconden na het indrukken van de MACRO knop, gaat de TRANSMIT/LEARN indicator snel knipperen en zal de modus die was ingesteld voordat u de MACRO knop indrukte hersteld worden. Als dit gebeurt, de MACRO knop nogmaals indrukken.

2

Druk een voorkeuze-macrotoets in waaronder u een nieuwe macro wilt programmeren.

CD TRANSMIT /LEARN Licht op.

* Als er een andere toets dan een voorkeuze-macrotoets wordt ingedrukt, gaat de TRANSMIT/LEARN indicator snel knipperen en zal de huidige modus geannuleerd worden. Als dit gebeurt, deze stap herhalen.

3

Druk een toets in waarvan u de functie als de eerste functie van een nieuwe macro wilt opslaan.

SYSTEM POWER TRANOMIT /LEARN

Gaat uit.

(Wanneer het programmeren voltooid is, licht deze indicator opnieuw op.)

* Als een toets wordt ingedrukt waarvan de functie niet als een opdracht van een macro opgeslagen kan worden, gaat de TRANSMIT/LEARN indicator snel knipperen en zal de huidige modus geannuleerd worden. Als dit gebeurt, deze stap herhalen.
* Als er ongeveer 30 seconden verstrijken voordat een toets wordt ingedrukt, gaat de TRANSMIT/LEARN indicator snel knipperen en zal de modus die was ingesteld voordat u begon met het programmeren van de functies hersteld worden. Als dit gebeurt, opnieuw beginnen vanaf stap 1.

4

Herhaal stap 3 voor het opslaan van de tweede, de derde en meer functies. U kunt in totaal zeven toetsfuncties in serie als een macro opslaan.

* Als de zevende toetsfunctie is geprogrammeerd, gaat de TRANSMIT/LEARN indicator snel knipperen en zal de modus die was ingesteld voordat u begon met het programmeren van de functies hersteld worden. (Dit geeft aan dat de toets gereed is met het opslaan van een serie functies als een macro.) Als dit gebeurt, hoeft u de volgende stap niet uit te voeren.

5

Druk wanneer u gereed bent met het programmeren de MACRO knop in.

YAMAHA DSPA1 - 5 - 1

Het wordt aanbevolen de nieuwe toetsfuncties die u geprogrammeerd heeft te noteren op de bijgeleverde gebruikersfunctie-stickers en deze op de achterkant van de afstandbediening of op de binnenkant van de kap van de afstandbediening te plakken.

YAMAHA DSPA1 - 5 - 2

Tijdens het vernieuwen van de batterijen zullen alle geprogrammeerde functies bewaard blijven. Als er echter gedurende enkele uren geen nieuwe batterijen geplaatst worden, zullen de geprogrammeerde functies worden gewist en zullen deze opnieuw geprogrammeerd moeten worden.

Wissen van een geprogrammeerde functie Wissen van alle geprogrammeerde functies

1 Druk voor het wissen van een geprogrammeerde functie de LEARN knop in met behulp van de punt van een mechanisch potlood, enz. Druk de MACRO knop in voor het wissen van de macro die u gemaakt heeft.

YAMAHA DSPA1 - Wissen van een geprogrammeerde functie Wissen van alle geprogrammeerde functies - 1

2 Houd met behulp van de punt van een mechanisch potlood, enz. de CLEAR knop ingedrukt.

YAMAHA DSPA1 - Wissen van een geprogrammeerde functie Wissen van alle geprogrammeerde functies - 2

3 Houd de CLEAR knop ingedrukt en houd de toets waarvan u de functie wilt wissen ingedrukt totdat de indicator 3 maal knippert.

YAMAHA DSPA1 - Wissen van een geprogrammeerde functie Wissen van alle geprogrammeerde functies - 3

Voor het achtereenvolgens wissen van twee of meerdere functies, de ingedrukte CLEAR knop niet loslaten en deze stap herhalen.

Opmerking

Als u de geprogrammeerde functie van een toets wist, zal de van fabriekswege voorgeprogrammeerde functie van deze toets hersteld worden (behalve de toetsen die van oorsprong niet met een functie voorgeprogrammeerd waren.)

1 Kies de soort toetsfuncties die u alle wilt wissen met behulp van de MACRO schakelaar op het zijpaneel van de afstandbediening.

YAMAHA DSPA1 - Opmerking - 1

OFF: Kies deze stand als u alle geprogrammeerde functies behalve macro's wilt wissen.

QUICK: Kies deze stand als u alleen alle door u gemaakte macro's wilt wissen.

SLOW: Kies deze stand als u alle geprogrammeerde functies inclusief macro's wilt wissen.

2 Druk met behulp van de punt van een mechanisch potlood, enz. de CLEAR knop in.

LEARN CLEARN MACR TRANSMIT /LEARN Knippert langzaam

* Als een van de volgende bedieningsstappen wordt uitgevoerd na het indrukken van de CLEAR knop, gaat de TRANSMIT/LEARN indicator snel knipperen en zal de huidige modus geannuleerd worden. Als dit gebeurt, de CLEAR knop nogmaals indrukken.

  • De MACRO schakelaar is in een andere stand gezet.
  • Er is een andere toets ingedrukt.
  • Er vindt gedurende ongeveer 30 seconden geen bediening plaats.

3 Houd de CLEAR knop nogmaals ingedrukt. Houd terwijl u de CLEAR knop ingedrukt houdt de MASTER VOLUME en toetsen gelijktijdig ingedrukt totdat de indicator 7 maal gaat knipperen.

MUTE TRANSMIT /LEARN Knippert.

STORINGZOEKEN

Controleer de volgende punten, indien het apparaat niet normaal functioneert en bepaal of het probleem verholpen kan worden door de eenvoudige hieronder gesuggereerde maatregelen te nemen. Kan het probleem niet worden verholpen, of staat het probleem niet vermeld in de STORINGSINDICATIE kolom, het netsnoer van het apparaat uit het stopcontact verwijderen en voor verdere hulp contact opnemen met uw erkende YAMAHA dealer of een reparatiedienst.

Algemeen

STORINGSINDICATIEMOGELIJKE OORZAAKOPLOSSING
Het apparaat wordt niet ingeschakeld wanneer de STANDBY/ON schakelaar wordt ingedrukt of wordt spoedig na inschakeling plotseling op de standby functie ingesteld.Het netsnoer is niet aangesloten of is niet volledig ingestoken.Sluit het netsnoer stevig aan.
De IMPEDANCE SELECTOR schakelaar op het achterpaneel is niet nauwkeurig aan een van beide kanten gezet.Zet de schakelaar nauwkeurig aan een van beide kanten.
Het doet zich voor dat dit apparaat niet normaal functioneert.Er is een invloed van een krachtige storing van buitenaf (bliksem, buitengewoon veel statische elektriciteit, enz.) of een verkeerde bediening van dit apparaat.Schakel dit apparaat in de standby functie en verwijder de stekker van het netsnoer uit het stopcontact. Na ongeveer 30 seconden de stekker weer in het stopcontact steken, dit apparaat weer inschakelen en opnieuw proberen te bedienen.
Geen geluid of geen beeld.Verkeerde aansluiting van de uitgangssignaalkabels.Sluit de kabels op de juiste wijze aan. Indien het probleem blijft voortbestaan, zijn de kabels mogelijk defect.
De juiste ingangsbron is niet gekozen.Kies de juiste ingangsbron met behulp van de INPUT SELECTOR of de TAPE 2 MON/EXT. DECODER toets.
De luidsprekeraansluitingen zitten niet goed vast.Maak de aansluitingen goed vast.
Andere digitale signalen dan PCM audio en de Dolby Digital (AC-3) (of het DTS) gecodeerde signalen welke dit apparaat niet kan reproduceren worden door het afspelen van een CD-ROM, enz. in dit apparaat ingevoerd.Speel een bron af die door dit apparaat kan worden weergegeven.
Geen beeldEr is geen S video aansluiting verbinding tussen dit apparaat en de TV, alhoewel S videosignalen naar dit apparaat worden gezonden.Sluit de S VIDEO MONITOR OUT aansluiting van dit apparaat aan op de S video ingang van de TV.
Het geluid valt plotseling weg.Het beveiligingscircuit werd in werking gesteld als gevolg van kortsluiting, enz.Stel dit apparaat in op de standby functie en schakel het vervolgens weer in om het beveiligingscircuit terug te stellen.
De SLEEP timer is in werking getreden.De SLEEP timer uitschakelen.
Er komt geen geluid uit een van de luidsprekers.De BALANCE regelaar is verkeerd afgesteld.Stel de regelaar in de juiste stand af.
De kabels zijn verkeerd aangesloten.Sluit de audiostekkers stevig aan. Indien het probleem blijft voortbestaan, zijn de kabels mogelijk defect.
Geen geluid uit de effect-luidsprekers.De EFFECT toets staat uit.Druk de EFFECT toets in om deze in te schakelen.
Een Dolby Surround (of DTS) decoderingsprogramma wordt gebruikt met materiaal dat niet met Dolby Surround (of DTS) gecodeerd is.Gebruik een ander geluidsveldprogramma.
Geen geluid uit de voorste effect-luidsprekersDe functie "1E. FRONT MIX" in de SET MENU modus is op de stand "ON-5ch" ingesteld.Op "OFF-7ch" zetten.
PRO LOGIC/Normal, DOLBY DIGITAL/ Normal of DTS DIGITAL SUR./Normal van het DSP programma No 12 is gekozen.Kies een ander programma (of subprogramma).
Geen geluid uit de middenluidsprekers.De functie "1A. CENTER SP" in de SET MENU modus is op de stand "NONE" ingesteld.Kies de juiste positie.
Een van de DSP programma's No 1 tot No 6 is gekozen. Wanneer het ingangssignaal van de bron 2-kanaal stereo is (analog/PCM).Kies een ander programma.
De ingangssignalen van een bron welke gecodeerd is met de Dolby Digital (AC-3) of het DTS hebben geen middenkanaalsignalen.Zie de instructies voor de bron die op dat moment wordt weergegeven.
Slechte lage tonen weergave.De functie "1D. LFE/BASS OUT" in de SET MENU modus is ingesteld op SWFR of BOTH, alhoewel uw systeem geen subwoofer omvat.Kies de MAIN positie.
De keuze van de uitgangsmodus voor elk kanaal (MAIN, CENTER of REAR) is onjuist.Zorg er voor dat de keuze van de uitgangsmodus geschikt is voor uw luidsprekersysteem.
Het geluid “bromt”.De kabels zijn verkeerd aangesloten.Sluit de audiostekkers stevig aan. Indien het probleem blijft voortbestaan, zijn de kabels mogelijk defect.
Geen verbinding van de platenspeler naar de GND aansluiting.Maak de GND verbinding tussen de platenspeler en dit apparaat.
Het volumeniveau is laag tijden shet afspelen van een grammofoonplaat.De grammofoonplaat wordt afgespeeld op een platenspeler met een MC element.De platenspeler dient aangesloten te worden op dit apparaat via de MC hoofversteker.
Het volumeniveau kan niet worden verhoogd, of het geluid is vervormd.Het component dat aangesloten is op de MD/TAPE 1 REC aansluitingen van dit apparaat is uitgeschakeld.Schakel de stroom toevoer naar het component in.
DSP parameters en bepaalde overige instellingen op deze apparatuur kunnen niet veranderd worden.De functie “9. MEMORY GUARD” in de SET MENU modus staat op “ON”.Op “OFF” zetten.
“INPUT DATA ERROR” verschijnt op de display en er wordt geen geluid weergegeven.Er wordt een niet-gestandaardiseerde bron weergegeven of het apparaat dat de bron weergeeft functioneert niet goed.Controleer de bron of schakel het apparaat dat de bron weergeeft uit en schakel het vervolgens weer in.
Het geluidsveld kan niet worden opgenomen.Het is niet mogelijk het geluidsveld op te nemen op een tapedeck dat aangesloten is op de MD/TAPE 1 REC aansluitingen van deze apparatuur.
Het apparaat functioneert niet goed.De interne microcomputer is buiten werking geraakt door een elektrische schok van buitenaf (blikseminslag, hoge mate van statische elektriciteit, enz.) of door een stroomtoevoer met lage spanning.Trek de stekker uit het stopcontact en steek de stekker na ongeveer 1 minuut weer in.
Een bron kan niet worden opgenomen op een tapedeck of videorecorder die aangesloten is op deze apparatuur.De bronapparatuur is enkel tussen digitale aansluitingen aangesloten op deze apparatuur.Breng verdere aansluiting tot stand tussen de analoge aansluitingen.
Storing van een TV of tuner in de directe nabijheid.Deze apparatuur bevindt zich te dicht bij de storing veroorzakende apparaten.Plaats deze apparatuur verder van de storing veroorzakende apparaten vandaan.
Degradatie van het geluid treedt op tijdens het meeluisteren met behulp van de hoofdtelefoon die is aangesloten op de compact disc speler of het tapedeck welke is aangesloten op dit apparaat.Dit apparaat is op de standby functie ingesteld.Schakel de stroomtoevoer naar deze apparatuur in.

Afstandbediening

STORINGSINDICATIEMOGELIJKE OORZAAKOPLOSSING
De afstandbediening werkt niet.De batterijen van deze afstandbediening zijn zwak.Vervang de batterijen door nieuwe en druk de RESET knop op de afstandbediening in.
De interne microcomputer “valt stil”.Druk de RESET knop op de afstandbediening in.
De afstandbediening werkt niet goed.Verkeerde afstand of hoek.De afstandbediening zal functioneren tot een maximum afstand van 6 meter en tot een hoek van niet meer dan 30^ ten opzichte van het voorpaneel.
De afstandbediening-sensor van het hoofdcomponent wordt belicht door direct invallend zonlicht of een andere lichtbron (fluorescerende lamp of neonlamp, enz.).Verander de opstelling van het hoofdcomponent.
De interne microcomputer “valt stil”.Druk de RESET knop op de afstandbediening in.
Programmering kan niet met succes plaatsvinden. (De TRANSMIT/LEARN indicator licht niet op of knippert niet.)De batterijen van deze afstandbediening en/of de andere afstandbediening zijn zwak.Vervang de batterijen (en druk de RESET knop voor deze afstandbediening in).
De afstand tussen de beide afstandbedieningen is te groot of te klein.Plaats de afstandbedieningen op juiste afstand van elkaar.
De signaalcodering of modulatie van de andere afstandbediening is niet uitwisselbaar met deze afstandbediening.Programmeren is niet mogelijk.
De geheugencapaciteit is vol.Verdere programmering is niet mogelijk zonder het wissen van niet noodzakelijke opdrachten.
De interne microcomputer “valt stil”.Druk de RESET knop op de afstandbediening in.
Doorlopend werkende functies zoals volume worden geprogrammeerd, maar werken slechts voor een kort moment alvorens te stoppen.Het programmeringsproces is niet voltooid.Zorg er voor de functietoets op de andere afstandbediening ingedrukt te houden totdat de TRANSMIT/LEARN indicator langzaam begint te knipperen.

Bij het weergeven van een bron die gecodeerd is met het DTS:

STORINGSINDICATIEMOGELIJKE OORZAAKOPLOSSING
Er is een luid sissend geluid hoorbaar wanneer u een bron weergeeft die gecodeerd is met het DTS.De afspeelapparatuur die de bron weergeeft is niet aangesloten op een digitale audiosignaalingang van dit apparaat.De afspeelapparatuur die de bron weergeeft moet worden aangesloten op een digitale audiosignaalingang van dit apparaat naast de verbindingen met de analoge audiosignaalaansluitingen.
De “ANALOG” ingangsfunctie is gekozen op dit apparaat.Kies een juiste ingangsfunctie op dit apparaat zodat de DTS decoder die in dit apparaat is ingebouwd wordt ingeschakeld.
Een percussiegeluid is hoorbaar wanneer u een bron die gecodeerd is met het DTS begint weer te geven.Als de “AUTO” ingangsfunctie is gekozen, is het mogelijk dat, afhankelijk van bepaalde bronnen, er zich gevallen voordoen waarbij er storende geluiden hoorbaar zijn terwijl dit apparaat het formaat van het ingangssignaal identificeert.Stel de ingangsfunctie van de huidige gekozen ingangsbron in op “DTS”.
Er wordt geen geluid weergegeven wanneer u een bron weergeeft die gecodeerd is met het DTS, alhoewel de “AUTO” of “DTS” ingangsfunctie op dit apparaat is gekozen.De DTS decoder die in dit apparaat is ingebouwd functioneert niet omdat de afspeelapparatuur een digitale volumeregelaar heeft en deze in een andere stand dan “maximum”, “neutraal”, of “ineffectief” is gezet.Stel de digitale volumeregelaar van de afspeelapparatuur in op de stand “maximum”, “neutraal”, of “ineffectief”.
Er wordt geen geluid weergegeven wanneer u een MD weergeeft waarop u een bron heeft opgenomen die met het DTS gecodeerd is.Een bron die gecodeerd is met het DTS kan niet op een MD worden opgenomen.
Er wordt geen geluid weergegeven wanneer u een DAT weergeeft waarop u een bron heeft opgenomen die met het DTS gecodeerd is.Afhankelijk van het DAT deck kan een bron die gecodeerd is met het DTS niet op een DAT worden opgenomen.
Er wordt geen geluid weergegeven wanneer u een bron weergeeft (CD enz.) alhoewel de huidige gekozen ingangsmodus “AUTO” is.In de “AUTO” modus kan de DTS-decodeermodus niet automatisch in de normale (PCM) digitale signaalingangsmodus veranderd worden.Druk de INPUT MODE toets op het voorpaneel in of de ingangskeuzetoets (voor de huidige gekozen bron) op de afstandbediening in zodat “PCM” op de display verschijnt.

Opmerkingen

  • Voor het weergeven van een bron die gecodeerd is met het DTS is het gebruik van een DTS decoder noodzakelijk, zodat de afspeelapparatuur welke een bron weergeeft aangesloten moet worden op een digitale audiosignaalingang van dit apparaat, op de manier zoals beschreven in deze handleiding. Als deze verbinding niet wordt gemaakt of enkel een D/A omzetter wordt gebruikt zonder het gebruik van een DTS decoder, zal er wanneer u een bron weergeeft enkel een luid sissend geluid hoorbaar worden.
  • Als u tijdens het weergeven van een bron die gecodeerd is met het DTS gebruik maakt van een zoekfunctie (of verspringfunctie, enz.), zal de "PCM" indicator oplichten op de display. Dit gebeurt omdat dit apparaat automatisch van de DTS-decodeermodus overgaat naar de normale (PCM) digitale signaalingangsmodus om te voorkomen dat er storingsgeluiden voortgebracht worden.
  • Een bron die gecodeerd is met het DTS kan niet worden opgenomen op analoge audio- en videobanden, en ook kunnen analoge banden die opgenomen zijn met een bron de gecodeerd is met het DTS niet weergegeven worden. Hetzelfde resultaat wordt verkregen voor MD's en DAT's (afhankelijk van het DAT deck dat voor opname en/of weergave gebruikt wordt).

SPECIFICATIES

Minimum RMS uitgangsvermogen per Kanaal

(Wanneer beide kanalen worden aangedreven)

MAIN L/R (20 Hz tot 20 kHz, 0,015% Totale Harmonische

Vervorming, 8Ω) 110W+110W

CENTER (20 Hz tot 20 kHz, 0,015% Totale Harmonische

Vervorming, 8Ω) 110W

REAR L/R (20 Hz tot 20 kHz, 0,015% Totale Harmonische

Vervorming, 8Ω) 110W+110W

FRONT L/R (1 kHz, 0,05% Totale Harmonische

Vervorming, 8Ω) 35W+35W

Maximaal Vermogen [Alleen modellen voor China en Algemene modellen]

1 kHz, 10% Totale Harmonische Vervorming, 6Ω

(Wanneer beide kanalen worden aangedreven)

Dynamische Vermogen per Kanaal

(IHF Meetmethode voor Vrij Dynamisch Bereik)

[Alleen modellen voor U.S.A., Canada, China en Algemene modellen]

MAIN L/R (8Ω/6Ω/4Ω)

(Wanneer beide kanalen worden aangedreven)

150W/180W/240W

Vrij Dynamisch Bereik

[Alleen modellen voor U.S.A., Canada, China en Algemene modellen]

MAIN L/R (8Ω) 1,3 dB

DIN Standaard Uitgangsvermogen per Kanaal [Alleen modellen voor Europa en Groot-Brittannië]

MAIN L/R (1 kHz, 0,7% Totale Harmonische Vervorming, 4Ω)

(Wanneer beide kanalen worden aangedreven) ...... 180W

IEC Vermogen [Alleen modellen voor Europa en Groot-Brittannië]

MAIN L/R (1 kHz, 0,015% Totale Harmonische

Vervorming, 8Ω)

(Wanneer beide kanalen worden aangedreven) ..... 120W

Dempingsfactor

MAIN L/R, CENTER (20 Hz tot 20 kHz, 8Ω)

Meer dan 200

Ingangsgevoeligheid/Impedantie (100W/8 ohm)

CD/TUNER/MD·TAPE 1/TAPE 2/LD/TV·DBS/VCR 1

/VCR 2/DVD·VCR 3/VIDEO AUX.... 150 mV/47 kΩ

PHONO MM....2,5 mV/47 kΩ

MAIN IN 1V/47 kΩ

Maximum Ingangssignaalniveau (1 kHz, 0,05% Totale Harmonische Vervorming, EFFECT ON)

CD/TUNER/MD·TAPE 1/TAPE 2/LD/TV·DBS/VCR 1

/VCR 2/DVD·VCR 3/VIDEO AUX 2,3V

PHONO MM 130 mV

Uitgangsniveau/Impedantie

Maximum uitgangsspanning (20 Hz tot 20 kHz, 1% Totale Harmonische Vervorming)

PRE OUT (MAIN L/R) ...... Meer dan 3V

Nominaal Uitgangsvermogen/Impedantie van Hoofdtelefoon-ingang

Uitgangsniveau

(CD/TUNER/MD·TAPE 1/TAPE 2/LD/TV·DBS/VCR 1

/VCR 2/DVD·VCR 3/VIDEO AUX Ingangsvermogen:

50 mV, RL=8Ω) 0,2V

Impedantie 100Ω

Frekwentiebereik (20 Hz tot 20 kHz)

CD/TUNER/MD·TAPE 1/TAPE 2/LD/TV·DBS/VCR 1

/VCR 2/DVD·VCR 3/VIDEO AUX naar MAIN L/R SP OUT

0±0,5 dB

RIAA Balans Afwijking (20 Hz tot 20 kHz)

PHONO MM....0±0,5 dB

Totale Harmonische Vervorming (20 Hz tot 20 kHz)

CD/TUNER/MD·TAPE 1/TAPE 2/LD/TV·DBS/VCR 1

/VCR 2/DVD·VCR 3/VIDEO AUX naar PRE OUT (MAIN

L/R), 1V Minder dan 0,005%

PHONO MM naar REC OUT, 3V...... Minder dan 0,01%

MAIN IN naar SP OUT (MAIN L/R, CENTER), 40W/8Ω

Minder dan 0,005%

MAIN IN naar SP OUT (MAIN L/R, CENTER), 50W/6Ω

Minder dan 0,008%

Signaal/Ruis Verhouding (IHF-A Netwerk)

CD/TUNER/MD·TAPE 1/TAPE 2/LD/TV·DBS/VCR 1

/VCR 2/DVD·VCR 3/VIDEO AUX (Ingangssignaal

kortgesloten 150 mV) (EFFECT OFF) ...... Meer dan 96 dB

PHONO MM (Ingangssignaal kortgesloten 5 mV)

(EFFECT OFF)......Meer dan 86 dB

Reststoring (IHF-A Netwerk)

MAIN L/R SP OUT ...... Minder dan 150 ∝ V

Kanaalscheiding (Vol. -30 dB)

CD/TUNER/MD·TAPE 1/TAPE 2/LD/TV·DBS/VCR 1

/VCR 2/DVD·VCR 3/VIDEO AUX Kortgesloten 5,1 kΩ

Begrensd (EFFECT OFF)

1 kHz/10 kHz ...... Meer dan 70 dB/60 dB

PHONO MM Ingangssignaal kortgesloten (EFFECT OFF)

1 kHz/10 kHz......Meer dan 70 dB/60 dB

Karakteristieken van Klankregeling

BASS

Versterking/afsluiting .... ±10 dB (50 Hz)

Omzetfrekwentie 350 Hz

TREBLE

Versterking/afsluiting ±10 dB (20 kHz)

Omzetfrekwentie 3,5 kHz

Grafische Equalizer van het Middenkanaal

Filterkarakteristieken (Laag-doorlaatfilter)

Video-signaaltype [Modellen voor U.S.A. en Canada]....NTSC [Modellen voor Europa, Groot-Brittannië en Australië] ....PAL [Algemene modellen en modellen voor China] ....NTSC/PAL

Video-signaalniveau 1 Vp-p/75Ω

S-Video-signaalniveau Y .... 1 Vp-p/75Ω C .... 0,286 Vp-p/75Ω Maximum ingangsniveau .... Meer dan 1,5 Vp-p Signaal/ruis verhouding .... Meer dan 50 dB Monitor-uit frekwentierespons .... 5 Hz tot 10 MHz, -3 dB

Spanningsvereisten

[Modellen voor U.S.A. en Canada] .....120V, 60 Hz wisselstroom [Modellen voor Europa en Groot-Brittannië] .....230V, 50 Hz wisselstroom [Modellen voor Australië].....240V, 50 Hz wisselstroom [Algemene modellen en modellen voor China] .....110/120/220/240V, 50/60 Hz wisselstroom

Stroomverbruik

[Modellen voor U.S.A., Europa, Groot-Brittannië, Australië, China en Algemene modellen] ....500W [Modellen voor Canada] ....500W, 650 VA

Netspanningsuitgangen (AC OUTLETS)

2 geschakelde netspanningsaansluitingen [Modellen voor U.S.A.] ...... Max. totaal vermogen 120W [Modellen voor Canada, China en Algemene modellen] ...... Max. totaal vermogen 100W

1 geschakelde netspanningsaansluiting [Modellen voor Europa, Groot-Brittannië en Australië] ...... Max. totaal vermogen 100W 1 niet-geschakelde uitgang [Modellen voor U.S.A. en Canada] ......Max. totaal vermogen 180W [Algemene modellen en modellen voor China] ......Max. totaal vermogen 200W

Afmetingen (L x H x B)

[Modellen voor U.S.A, Canada, Europa, Groot-Brittannië en Australië]....435 x 190,5 x 473 mm [Algemene modellen en modellen voor China (zonder zijpanelen)].....435 x 190,5 x 473 mm [Algemene modellen en modellen voor China (met zijpanelen)].....473 x 190,5 x 473 mm

Gewicht

[Modellen voor U.S.A, Canada, Europa, Groot-Brittannië en Australië].... 23,0 kg [Algemene modellen en modellen voor China (zonder zijpanelen)].... 23,0 kg [Algemene modellen en modellen voor China (zonder zijpanelen)].... 25,0 kg

Toebehoren......Afstandbediening

Batterijen

Gebruikersfunctie-stickers

* Alle specificaties zijn onder voorbehoud en kunnen zondere nadere kennisgeving worden gewijzigd.

YAMAHA ELECTRONICS CORPORATION, USA 6660 ORANGETHORPE AVE., BUENA PARK, CALIF. 90620, U.S.A.

YAMAHA CANADA MUSIC LTD. 135 MILNER AVE., SCARBOROUGH, ONTARIO MIS 3R1, CANADA

YAMAHA ELECTRONIK EUROPA G.m.b.H. SIEMENSSTR. 22-34, 25462 RELLINGEN BEI HAMBURG, F.R. OF GERMANY

YAMAHA ELECTRONIQUE FRANCE S.A. RUE AMBROISE CROIZAT BP70 CROISSY-BEAUBOURG 77312 MARNE-LA-VALLEE CEDEX02, FRANCE

YAMAHA ELECTRONICS (UK) LTD. YAMAHA HOUSE, 200 RICKMANSWORTH ROAD WATFORD, HERTS WD1 7JS, ENGLAND

YAMAHA SCANDINAVIA A.B. J A WETTERGRENS GATA 1, BOX 3005S, 400 43 VÄSTRA FRÖLUNDA. SWEDEN

YAMAHA MUSIC AUSTRALIA PTY, LTD. 17-33 MARKET ST., SOUTH MELBOURNE, 3205 VIC., AUSTRALIA

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : YAMAHA

Model : DSPA1

Categorie : Home cinema versterker