DSPA2 - Ontvanger YAMAHA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DSPA2 YAMAHA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Ontvanger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DSPA2 - YAMAHA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DSPA2 van het merk YAMAHA.
GEBRUIKSAANWIJZING DSPA2 YAMAHA
- Especificaciones sujetas a cambio sin previo aviso.Gefeliciteerd! U bent nu in het gelukkige bezit van een Yamaha Digitaal Geluidsveldprocessing (DSP) systeem — een buitengewoon geavanceerd audiocomponent. Het DSP systeem maakt volledig gebruik van alle technische verworvenheden die voort zijn gekomen uit het onbetwiste leiderschap dat Yamaha heeft op het gebied van de digitale audio processing, hetgeen u een totale nieuwe wereld van luister-ervaringen zal bieden. Volg bij de opstelling van uw systeem de instructies in deze handleiding zorgvuldig op en het DSP systeem zal uw kamer in een breed scala van luister-omgevingen akoestisch omvormen — alles tussen een beroemde concertzaal en een intieme jazz club. Bovendien verkrijgt u een ongelofelijk realistisch effect van de meeste met surround-geluid gecodeerde videobronnen die in de handel verkrijgbaar zijn door middel van de ingebouwde Dolby Pro Logic Surround Decoder, Dolby Digital decoder en DTS decoder. De zeven ingebouwde versterkerkanalen in dit model betekenen dat er geen extra versterkers nodig zijn om te kunnen luisteren naar de geavanceerde digitale geluidsveldprocessing. Laten we echter in plaats van u te vertellen over de wonderen van de digitale geluidsveldprocessing liever onmiddellijk overgaan tot de opstelling van het systeem en het uitproberen van de vele mogelijkheden ervan. Lees deze bedieningshandleiding zorgvuldig en bewaar deze op een veilige plaats voor verdere naslag.1 Nederlands LET OP ..................................................................... 2 INLEIDING ................................................................ 3 Bijzonderheden ........................................................ 3 Wat is DSP?.............................................................. 4
1. Lees deze handleiding nauwkeurig door om de best
mogelijke resultaten te verkrijgen. Bewaar deze handleiding op een veilige plaats voor toekomstige referentie.
2. Stel het apparaat op een koele, droge, schone plaats op -
niet in de buurt van ramen, warmtebronnen of op plaatsen die onderhevig zijn aan trillingen of op buitengewoon stoffige, warme, koude of vochtige plaatsen. Plaats het apparaat niet in de buurt van mogelijke storingsbronnen (zoals transformators of motoren). Stel het apparaat niet bloot aan regen of vocht, om het risiko van brand of een elektrische schok te voorkomen.
3. Nooit de behuizing van het apparaat openen. Neem
contact op met uw dealer in het geval er een vreemd voorwerp in het apparaat gevallen is.
4. Nooit overmatige kracht uitoefenen op de schakelaars en
regelaars of op de aansluitkabels. Bij het verplaatsen van het apparaat, er op letten eerst de stekker van het netsnoer uit het stopcontact te verwijderen en de verbindingen van de kabels met overige apparatuur los te maken. Nooit aan de kabels zelf trekken.
5. De openingen in de behuizing zorgen er voor dat het apparaat
goed geventileerd wordt. Indien deze openingen geblokkeerd worden, zal de temperatuur binnen in het apparaat snel toenemen. Plaats daarom geen voorwerpen tegen deze openingen en stel het apparaat op een goed geventileerde plaats op om brand en beschadiging te voorkomen. <Modellen voor Europa en Groot-Brittannië> Zorg er voor een ruimte van tenminste 10 cm aan de linker- en rechterzijde, 20 cm aan de achterzijde en 30 cm boven het bovenpaneel van de apparatuur open te laten om brand en beschadiging te voorkomen.
6. De gebruikte spanning dient hetzelfde te zijn als die welke
op dit apparaat staat aangegeven. Gebruik van dit apparaat op een hogere spanning dan aangegeven is gevaarlijk en kan brand of andere ongevallen tot gevolg hebben. YAMAHA stelt zich niet verantwoordelijk voor enigerlei vorm van beschadiging die het gevolg is van het gebruik van dit apparaat met een andere dan de voorgeschreven spanning.
7. Digitale signalen die door dit apparaat worden opgewekt
kunnen storing veroorzaken in overige componenten zoals tuners, receivers of TV’s. Plaats dit apparaat verder van dergelijke componenten vandaan indien er blijk is van storing.
”, alvorens met de weergave van de audiobron te beginnen; laat het volume geleidelijk tot het gewenste niveau toenemen nadat de weergave begonnen is.
9. Probeer nooit het apparaat te reinigen met behulp van een
chemisch reinigingsmiddel, aangezien hierdoor de afwerking beschadigd kan worden. Gebruik een schone, droge doek. 10.Alvorens te concluderen dat uw apparaat defect is, eerst het hoofdstuk “STORINGZOEKEN” doorlezen voor advies betreffende het opsporen van veelvoorkomende bedieningsfouten. 11.Wanneer u het apparaat gedurende een langere periode niet gaat gebruiken, de stekker steeds uit het stopcontact verwijderen. 12.Verwijder tijdens onweer de stekker van het netsnoer van het apparaat uit het stopcontact en maak de antennekabel los om schade als gevolg van blikseminslag te voorkomen. 13.Aarding of polarisatie – Er dienen maatregelen genomen te worden dat de aarding of de polarisatie van een apparaat niet ongedaan gemaakt wordt. 14.Wisselstroom-uitgang Sluit geen audio-apparatuur aan op de wisselstroom- uitgang op het achterpaneel, indien deze apparatuur meer stroom nodig heeft dan de nominale capaciteit waarin deze uitgang kan voorzien. 15.Spanningskeuzeschakelaar (Alleen modellen voor China en Algemene modellen) De spanningskeuzeschakelaar op het achterpaneel van dit apparaat dient correct ingesteld te worden op de plaatselijke netspanning, ALVORENS de stekker van het netsnoer in het wisselstroom-stopcontact te steken. Instelbare netspanningen zijn 110/120/220/240V wisselstroom, 50/60 Hz. BELANGRIJK Noteer het serienummer van uw apparaat in de ruimte hieronder. Model: Serienummer: Het serienummer is aangegeven op de achterzijde van het apparaat. Bewaar deze handleiding op een veilige plaats voor toekomstige referentie. WAARSCHUWING STEL HET APPARAAT NIET BLOOT AAN REGEN OF VOCHT OM HET RISIKO VAN BRAND OF EEN ELEKTRISCHE SCHOK TE VOORKOMEN. Dit apparaat wordt niet losgekoppeld van de netspanning zolang als de stekker er van nog in het stopcontact steekt, ook al wordt het apparaat zelf uitgeschakeld. Deze toestand wordt de standby functie genoemd. In deze toestand zal het apparaat een zeer kleine hoeveelheid stroom verbruiken. Alleen voor klanten in Nederland Bij dit produkt zijn batterijen geleverd. Wanneer deze leeg zijn, moet u ze niet weggooien maar inleveren als KCA. WAARSCHUWING Verander de instelling van de IMPEDANCE SELECTOR schakelaar niet als het apparaat aan staat, aangezien dit schade kan veroorzaken aan het apparaat.
ALS HET APPARAAT NIET INGESCHAKELD WORDT
BIJ INDRUKKEN VAN DE STANDBY/ON SCHAKELAAR: Het is mogelijk dat de IMPEDANCE SELECTOR schakelaar niet correct in een van beide standen gezet is. Zet in dat geval de schakelaar correct in een van beide standen wanneer het apparaat zich in de standby functie bevindt. OR CORRECT SETTING. KERS
IMPEDANCE SELECTOR (Modellen voor Europa) LET OP : Lees eerst deze aanwijzingen alvorens het apparaat in gebruik te nemen.3 Nederlands 7 Kanaal vermogensversterking Hoofd: 100W + 100W (8Ω) RMS uitgangsvermogen, 0,02% THD, 20–20 000 Hz Midden: 100W (8Ω) RMS uitgangsvermogen, 0,02% THD, 20–20 000 Hz Achter: 100W + 100W (8Ω) RMS uitgangsvermogen, 0,02% THD, 20–20 000 Hz Voorste effect:
uitgangsvermogen, 0,05% THD, 1 kHz Meervoudige digitale geluidsveldprocessing
Automatische ingangsbalansregeling voor Dolby Pro Logic Surround
Test-toongenerator voor gemakkelijkere afstelling van de uitgangsbalans van de luidsprekers
Mogelijkheid tot keuze van de luidspreker uitgangsmodus voor het meest passende gebruik van uw luidspreker systeem Overige
“SET MENU” modus die u 8 opties voor wijziging beschikbaar stelt voor het optimaal instellen en afstellen van dit apparaat voor gebruik met uw audio/video systeem. ● BASS EXTENSION toets voor de benadrukking van de lage tonen respons ● Schermdisplayfunctie, van dienst bij de bediening van dit apparaat ● REC OUT keuzeschakelaar die onafhankelijk is van de keuze van de ingangsbron ● SLEEP Timer
OPTICAL en COAXIAL digitale audiosignaalaansluitingen ● 6 kanaal externe decoder ingang voor andere toekomstige formaten ● Mogelijkheid voor videosignaal ingang/uitgang (Inclusief S Video verbindingen)
Multifunctionele programmeerbare afstandbediening Bijzonderheden INLEIDING4 Welkom in de opwindende wereld van digitaal huiskamer- amusement. Dit apparaat is een van de meest complete en geavanceerde AV versterkers die verkrijgbaar zijn. Mogelijk bent u niet op de hoogte van de meer geavanceerde mogelijkheden, deze zijn echter gemakkelijk te gebruiken. State-of-the-art technologie zoals Dolby Digital en Digital Theater Systems (DTS) zullen waarschijnlijk nieuw zijn in uw huis, maar u heeft wellicht ooit de verbazingwekkende realistische effecten ervaren die zij verlenen aan speelfilms in theaters rond de wereld. Om de luisterervaring nog interessanter te maken, omvat dit apparaat een aantal exclusieve, digitaal gecreëerde luisteromgevingen die digitale geluidsvelden genoemd worden. Het kiezen van een geluidsveldprogramma is alsof u uzelf overbrengt naar plaatsen als een openlucht arena, een Europese kerk of een intieme jazz club. Neemt u even de tijd nu om meer te lezen over deze mogelijkheden en te genieten van de nieuwe ervaringen die dit apparaat in uw huistheater brengt. Digitale Geluidsveldprocessing Technologische vooruitgang in de klankreproduktie hebben in de laatste 30 jaar de luisterervaring verrijkt met een verbeterde helderheid, precisie en vermogen. Echter er ontbrak steeds iets: De atmosfeer en de akoestische omgeving van een live concertzaal. Onze Yamaha ingenieurs hebben uitgebreid onderzoek gedaan naar de aard van de klank-akoestiek en de manier waarop geluiden in een kamer weerkaatst worden. We hebben deze ingenieurs naar bekende theaters en concertzalen over de gehele wereld uitgezonden om de akoestiek van deze luisteromgevingen met fijngevoelige meetapparatuur te meten. De gegevens die zij hebben verzameld worden gebruikt om deze luisteromgevingen in digitale geluidsvelden te reproduceren. Sommige van deze digitale geluidsvelden worden gereproduceerd met gebruik van gegevens die rechtstreeks op de plaats van oorsprong zijn opgemeten, andere zijn samengesteld op basis van combinaties van gegevens voor het vormen van unieke akoestische omgevingen die bestemd zijn voor speciale doeleinden. Hiermee is natuurlijk enkel de helft van het probleem opgelost. Voor deze ingenieurs is er geen mogelijkheid om de akoestiek van uw kamer te kennen, dus hebben wij het mogelijk gemaakt dat u de diverse parameters van deze gegevens kunt afstellen en elke virtuele luisteromgeving naar eigen voorkeur kunt afstellen. U kunt deze geluidsvelden gebruiken voor een verbetering van de weergave van elke bron en in combinatie met een van de volgende surround geluidstechnieken. Sommige zijn speciaal ontwikkeld voor muziek en andere speciaal voor films. Dolby Pro Logic Surround Dolby Pro Logic Surround is sinds het midden van de jaren ‘70 in bioscooptheaters in gebruik. Ook is het sinds de eind jaren ‘80 beschikbaar geworden voor huisbioscoopsystemen. Het maakt gebruik van vier afzonderlijke kanalen en vijf luidsprekers voor de reproduktie van realistische en dynamische geluidseffecten: twee hoofdkanalen (links en rechts), een middenkanaal voor de dialoog en een achterste kanaal voor speciale geluidseffecten. Het achterste kanaal reproduceert de klanken binnen een smal frekwentiebereik. De meeste videobanden en laserdiscs zijn gecodeerd met Dolby Pro Logic Surround, juist als vele TV en kabeluitzendingen. De Dolby Pro Logic Surround decoder die in dit apparaat is ingebouwd maakt gebruik van een digitaal signaalverwerkingssysteem dat de stabiliteit van elk van de kanalen verbetert voor het verkrijgen van een meer nauwkeurige ruimtelijke plaatsing van de klanken in vergelijking tot de conventionele analoge signaalverwerkingssystemen. Inleiding Wat is DSP? INLEIDING5 Nederlands Dolby Digital is een Dolby Surround geluidssysteem van het volgende niveau dat ontwikkeld is voor 35 mm films via het gebruik van audiocodering met lage-bit transmissiesnelheid. Dolby Digital is een digitaal surround geluidssysteem dat u een volledig onafhankelijke meerkanaals-audio biedt. In meerkanaals-formaat biedt Dolby Digital vijf full range kanalen in wat soms een “3/2” opstelling genoemd wordt: drie voorste kanalen (links, midden en rechts) en twee surround kanalen. Verder is er voorzien in een zesde effectkanaal voor enkel de lage tonen voor de weergave van LFE (lage frekwentie effect) of de low bass effecten die onafhankelijk zijn van de overige kanalen. (Dit is het zogenaamde “subwooferkanaal” of “LFE kanaal”.) Dit kanaal wordt geteld als 0,1, waardoor men tot de term 5,1 kanalen in totaal is gekomen. In vergelijking tot Dolby Pro Logic dat aangeduid wordt als een “3/1” systeem (linksvoor, midden, rechtsvoor en slechts één surround kanaal), voorziet het Dolby Digital systeem in twee surround kanalen, stereo of gescheiden surrounds genaamd, die elk dezelfde full range weergavegetrouwheid bieden als de drie voorste kanalen. Via het gebruik van de ingebouwde Dolby Digital decoder kunt u in uw huis genieten van het bijzonder krachtige en realistische effect van de Dolby Stereo Digitale theaterklanken. Een breed dynamisch bereik van geluid dat gereproduceerd wordt door de vijf full range kanalen en een nauwkeurige oriëntatie van de klanken welke wordt verkregen door de digitale geluidsveldverwerking biedt luisteraars een ongeëvenaarde nieuwe en realistische luisterervaring. Dolby Digital bestaat uit 5,1 kanalen, zoals reeds links werd aangegeven. Het kan echter ook uit minder kanalen bestaan, bijvoorbeeld 2 kanaal stereo en mono. Het is mogelijk dat u in de verkoop bepaalde 2 kanaal stereo en/of mono bronnen die gecodeerd zijn met het Dolby Digital aantreft. Laserdisc en DVD zijn huiskamer-audioformaten die zeer geschikt zijn voor gebruik met Dolby Digital. In de nabije toekomst zal Dolby Digital ook toegepast worden op DBS, CATV en HDTV. De uitgave van Dolby Stereo Digitale bioscoopfilms welke nu op gang komt, vormt een onmiddelijk beschikbare bron van video software die met Dolby Digital gecodeerd is. Geproduceerd onder licentle van: Dolby Laboratories Licensing Corporation. DOLBY, AC-3, PRO LOGIC en het dubbel D symbool zijn handeismerken van: Dolby Laboratories Licensing Corporation. Auteursrecht 1992 Dolby Laboratories, Inc. Alle rechten voorbehouden. DTS (Digitale Theater Systemen) systeem werd ontwikkeld ter vervanging van analoge soundtracks van films door zes onafhankelijke kanalen van digitale soundtracks dat nu in veel theaters over de gehele wereld geïnstalleerd is. Het DTS digitale weergavesysteem gaf een nieuwe dimensie aan de manier waarop wij films in theaters ervaren door de introductie van zes onafhankelijke kanalen van schitterende digitale audio. Via de DTS technologie is het na intensief research en ontwikkeling nu ook mogelijk een soortgelijke onafhankelijke codering/decodering technologie toe te passen op het surround-klank amusement van huiskamer-audiosystemen. De DTS Digital Surround is een codering/decodering systeem dat zes kanalen topkwaliteit, 20-bit audio levert; technisch gesproken 5,1 kanalen, hetgeen betekent 5 full-range (linker, midden, rechts en twee surround) kanalen, plus een subwoofer (LFE) kanaal (als “0,1”). Het is compatibel met de 5,1 luidsprekersystemen die momenteel beschikbaar zijn voor huis-theatersystemen. De DTS Digital Surround formule is ontwikkeld voor de codering van de zes kanalen van 20-bit audio op bepaalde laserdiscs of compact discs DVD’s met aanzienlijk minder datacompressie. Via het gebruik van de DTS decoder die in dit apparaat is ingebouwd, kunt u in uw huis genieten van het bijzonder krachtige en realistische effect van de hoge kwaliteit DTS theaterklanken. Laserdisc, compact disc en DVD zijn een huiskamer- audioformaat waarbinnen het DTS zijn multi-kanaal audio van hoge kwaliteit ten uitvoer kan brengen. (Naast films op laserdiscs zullen veel opwindende nieuwe multi-kanaal muziekopnamen verkrijgbaar worden in de vorm van DTS gecodeerde compact discs.) Gefabriceerd onder licentie van Digital Theater Systems, Inc. US Pat. No. 5.451.942 en overige wereldwijde patenten geregistreerd en in aanvraag. “DTS”, “DTS Digital Surround” zijn handelsmerken van Digital Theater Systems, Inc. Auteursrecht 1996 Digital Theater Systems, Inc. Alle rechten voorbehouden. DTS Digital Surround Dolby Digital INLEIDING6 Dolby Pro Logic + 2 Digitale geluidsvelden Er worden digitale geluidsvelden gecreëerd aan respektievelijk de voorste effect-zijde en aan de achterste surround zijde van het met Dolby Pro Logic Surround gedecodeerde geluid. Deze scheppen een brede akoestische omgeving en benadrukken het surround effect in de kamer en laten u veel overige effecten gewaarworden, op een manier alsof u zelf een film aan het bekijken bent in een veel bezochte Dolby Stereo bioscoop. Deze combinatie is beschikbaar wanneer het digitale geluidsveldprogramma Nr. 8, 9, 10, 11 of “PRO LOGIC/Enhanced” van Nr. 12 is gekozen en het ingangssignaal van de bron analoog, PCM audio of met het Dolby Digital in 2-kanalen gecodeerd is. Dolby Digital of DTS + 3 Digitale geluidsvelden Er worden digitale geluidsvelden gecreëerd aan respektievelijk de voorste effect-zijde en aan de onafhankelijke linker en rechter surround zijden van het door Dolby Digital gedecodeerde of het DTS gedecodeerde geluidsveld. Deze scheppen een brede akoestische omgeving en zorgen voor veel surround effect in de kamer zonder dat de hoge kanaalscheiding verloren gaat. Door middel van het brede dynamische bereik van het Dolby Digital of DTS geluid krijgt u de indruk dat u een film aan het bekijken bent in de nieuwste Dolby Stereo Digitale bioscoop of in een theater met DTS systeem. Dit is het meest ideale huiskamer-theatergeluid van tegenwoordig. Deze combinatie is beschikbaar wanneer het digitale geluidsveldprogramma Nr. 8, 9, 10, 11 of “DOLBY DIGITAL (of DTS DIGITAL SUR.)/Enhanced” van Nr. 12 is gekozen en het ingangssignaal van de bron met het Dolby Digital (behalve in 2-kanalen) gecodeerd is of met het DTS gecodeerd is. CINEMA DSP: Dolby Surround + DSP / DTS + DSP De Dolby Surround en DTS geluidssystemen komt het meest tot hun recht in een groot bioscooptheater, omdat filmgeluiden oorspronkelijk werden ontworpen om te worden gereproduceerd in een groot bioscooptheater met gebruik van meerdere luidsprekers. Proberen in uw huis een akoestische omgeving te scheppen die lijkt op die van een bioscooptheater is moeilijk vanwege de grootte van de kamer, het gebruikte materiaal in de muren, het aantal luidsprekers, enzovoorts. Met andere woorden, uw luisterkamer verschilt in hoge mate van een bioscooptheater. Yamaha DSP technologie echter, is in staat met behulp van de originele digitale geluidsvelden, gecombineerd met de Dolby Surround of DTS Digital Surround geluiden, u huis nagenoeg dezelfde akoestische ervaring te bieden als die in een groot bioscooptheater door voor het tekort aan effecten en dynamiek in de luisterkamer te compenseren. Het YAMAHA “CINEMA DSP” logo geeft aan dat die programma’s gecreëerd zijn door de combinatie van en YAMAHA DSP technologie en Dolby Surround of DTS. CINEMA DSP INLEIDING7 Nederlands
WAT U HET EERST DOET
Wat u het eerst doet Afstandbediening Gebruikersfunctie-stickers Batterijen (maat AA, LR6, UM-3) Uitpakken Neem deze apparatuur en de bijbehorende acessoires voorzichtig uit de doos. U treft dan de apparatuur zelf en de volgende accessoires aan. Sluit het voorklepje steeds wanneer de bedieningsorganen binnen in het paneel niet gebruikt worden. Openen van het voorklepje Openen en sluiten van het voorklepje Sluiten van het voorklepje8 Installeren van de batterijen in de afstandbediening Aangezien de afstandbediening gebruikt gaat worden voor vele van de bedieningsfuncties van deze apparatuur, dient u te beginnen met het plaatsen van de bijgeleverde batterijen.
1. Draai de afstandbediening om en schuif het deksel van het
batterijvak in de richting van de pijl.
2. Plaats de batterijen (AA, LR6, UM-3 type) met de symbolen
voor hun polariteit in de juiste richting in het batterijvak.
3. Sluit het deksel van het batterijvak.
4. Nadat u de batterijen heeft geplaast, de RESET knop
indrukken alvorens de afstandbediening weer in gebruik te nemen. Opmerkingen betreffende de afstandbediening Vernieuwen van de batterijen Indien de afstandbediening dichter bij de hoofdeenheid gebruikt moet worden, zijn de batterijen uitgeput. Vervang beide batterijen door nieuwe. Opmerkingen
Gebruik uitsluitend AA, R6, UM-3 batterijen. (Het wordt aanbevolen een LR6 type re gebruiken wanneer u de afstandsbediening langere tijd achter elkaar gebruikt.)
Let er op dat de polariteit van de batterijen correct is. (Zie het schema binnen in het batterijvak.)
Verwijder de batterijen, indien u de afstandbediening gedurende langere tijd niet gaat gebruiken.
Indien de batterijen zijn gaan lekken, deze onmiddellijk verwijderen. Zorg er voor het uitgelekte materiaal niet aan te raken en voorkom dat dit in aanraking komt met kleding, enz. Reinig het batterijvak grondig alvorens nieuwe batterijen te plaatsen. Werkingsbereik van afstandbediening Opmerkingen
De ruimte tussen de afstandbediening en de hoofdeenheid moet vrij zijn van grote obstakels.
De sensor van de afstandbediening niet blootstellen aan sterke lichtinval, in het bijzonder van fluorescerende lampen. Anders bestaat de kans dat de sensor van de afstandbediening niet juist werkt. Indien nodig, de hoofdeenheid buiten de inval van directe verlichting plaatsen.
RESET knop 30°30° Afstandbedienings-sensorBinnen een bereikvan ongeveer 6 m
WAT U HET EERST DOET9
Nederlands Bedieningsorganen en hun functies Voorpaneel
87 9 0 C EG 1 STANDBY/ON schakelaar Druk deze schakelaar in om de stroomtoevoer in te schakelen. Druk de schakelaar nogmaals in om dit apparaat op de standby functie in te stellen.
- Wanneer u deze schakelaar indrukt om het apparaat in te schakelen, zult u een klik horen en de ingebouwde ventilator kortstondig horen draaien. Standby functie In deze toestand verbruikt dit apparaat nog een kleine hoeveelheid stroom om gereed te zijn voor het ontvangen van infrarood signalen van de afstandbediening. 2 Afstandbedieningsensor Voor het ontvangen van de signalen van de afstandbediening. 3 Displaypaneel Geeft diverse informatie aan. (Zie pagina 11 voor bijzonderheden.) 4 INPUT MODE toets Druk op deze toets om te kiezen hoe de ingangssignalen worden ontvangen van bronnen die twee of meerdere typen signalen uitzenden. De standen “AUTO”, “DTS”, “DGTL” en “ANALOG” zijn beschikbaar. De “AUTO”, “D.D.RF”, “DTS”, “DGTL” en “ANALOG” functies zijn beschikbaar voor DVD/LD bronnen. Zie pagina 36 voor bijzonderheden. 5 INPUT SELECTOR Draai deze knop voor het kiezen van de ingangssignaalbron. De gekozen bron wordt aangegeven op de display. 6 Hoofd VOLUME regelaar Met deze regelaar wordt het volume voor alle uitgangsgeluiden gelijktijdig geregeld; voorste effect-luidsprekers, hoofdluidsprekers, achterluidsprekers, middenluidspreker en subwoofer. (Dit is niet van invloed op het REC OUT niveau.)
- De indicator op de hoofd VOLUME regelaar zal knipperen zodra het volume afgezwakt wordt door het indrukken van de MUTE toets op de afstandbediening. Zie voor de afstandbediening de pagina’s 60 tot 61.
SPEAKERS schakelaars Druk de schakelaar A of B (of beide) om de hoofdluidsprekers die u gaat gebruiken te selecteren. Druk de schakelaar voor de hoofdluidsprekers die u niet gebruikt nogmaals in om ze te de- selecteren. Op het displaypaneel zullen “SPEAKERS A” en/of “SPEAKERS B” oplichten, afhankelijk van welke hoofdluidsprekers er worden gekozen. 8 PHONES ingang Op deze ingang kan een hoofdtelefoon worden aangesloten om privé te kunnen luisteren. U kunt luisteren naar het geluid van de hoofdluidsprekers via de hoofdtelefoon. Wanneer u privé met de hoofdtelefoon wilt luisteren, beide SPEAKERS schakelaars A en B indrukken om de hoofdluidsprekers te de-selecteren en de digitale geluidsveldprocessor uitschakelen door het indrukken van de EFFECT toets, zodat er geen DSP programma-naam verlicht op het displaypaneel wordt aangegeven. 9 BASS EXTENSION toets Druk deze toets naar binnen (ON) om de frekwentierespons van de lage tonen bij de linker en rechter hoofdkanalen te versterken terwijl daarbij de totale klankbalans gehandhaafd blijft. Deze functie is van dienst voor het versterken van de frekwenties van de lage tonen wanneer er geen subwoofer gebruikt wordt. 0 TONE BYPASS toets Druk deze toets naar binnen (ON) om het klankregelcircuit (BASS en TREBLE) uit te schakelen. Deze functie wordt gebruikt voor de uitvoer van puur geluid en het controleren van de instellingen voor de toonregeling. Het klankregelcircuit kan worden gebruikt wanneer u deze toets naar buiten uit drukt (OFF). A SET MENU –/+ toets Druk deze toets eenmaal of meerdere malen in voor het maken van een wijziging van de instelling of afstelling voor de functie die door het indrukken van de NEXT toets gekozen is NEXT toets Druk deze toets eenmaal of meerdere malen in voor het kiezen van een functie in de SET MENU modus. B BASS en TREBLE regelaars Draai deze knoppen om de lage en hoge frekwentierespons enkel voor het linker en het rechter hoofdkanaal af te stellen. C EXT. DECODER toets Druk deze toets in voor het kiezen van de ingangssignalen van de EXTERNAL DECODER INPUT aansluitingen als de ingangsbron. Deze functie heeft voorrang boven de instelling van de INPUT SELECTOR. “EXT. DECODER IN” zal verlicht op het displaypaneel worden aangegeven. De bron die gekozen is met behulp van de INPUT SELECTOR knop wordt de huidige ingangsbron wanneer “EXT. DECODER IN” niet verlicht op het displaypaneel wordt aangegeven. D BALANCE regelaar Deze regelt knop enkel het geluid van de hoofdluidsprekers. De balans van het uitgangsvolume tussen de linker en de rechter hoofdluidsprekers kan worden afgesteld voor het compenseren van de onbalans van het geluid dat veroorzaakt wordt door de afstelling van de luidsprekers of door de akoestische eigenschappen van de ruimte waarin u zich bevindt. E EFFECT toets Druk deze toets in om de uitvoer van de midden, achterste en voorste effect-luidsprekers in en uit te schakelen. Het geluid wordt normaal 2-kanaals wanneer deze functie wordt uitgeschakeld. Dit is echter niet van toepassing op Dolby Digital of DTS. De signalen van alle kanalen zullen over de hoofdkanalen verdeeld worden en de via de hoofdluidsprekers worden weergegeven, ook als de uitvoer van de midden, achterste en voorste effect-luidsprekers is uitgeschakeld, wanneer Dolby Digital of DTS gedecodeerd wordt. F REC OUT keuzeschakelaar Draai deze knop voor het kiezen van de bron voor opname op een MD recorder (of tapedeck) of videocassetterecorder. Deze instelling is onafhankelijk van de instelling van de INPUT SELECTOR, behalve wanneer de REC OUT keuzeschakelaar in de stand SOURCE gezet is. De INPUT SELECTOR wordt dan gebruikt voor het kiezen van de bron voor opname op een MD recorder (of tapedeck) of videocassetterecorder. G PROGRAM keuzetoets Druk deze toets in de of richting voor het kiezen van een digitaal geluidsveldverwerkingsprogramma. H VIDEO AUX aansluitingen Sluit extra video- of audio-ingangsbron apparatuur zoals een camerarecorder op deze aansluitingen aan. Video-apparatuur voorzien is van een S video uitgangsaansluiting kan worden aangesloten op de S VIDEO aansluiting voor het verkrijgen van een beeld met een hoge resolutie. De bron kan gekozen worden met behulp van de INPUT SELECTOR en REC OUT keuzeschakelaar. I Voorklepje Zie pagina 7 voor de manier van het openen en sluiten van het voorklepje. PHONES
WAT U HET EERST DOET11
Nederlands Displaypaneel 1 indicators Beide “dts” indicators zullen oplichten wanneer de ingebouwde DTS decoder ingeschakeld wordt. Een rode “dts” indicator licht op bij het weergeven van een compact disc of laser disc die gecodeerd is met DTS. Een oranje “dts” indicator licht op bij het weergeven van een DVD die gecodeerd is met DTS. Het is mogelijk dat een oranje “dts” indicator oplicht bij het weergeven van een laserdisc die gecodeerd is met DTS na een video-CD of DVD op een DVD/LD combi-speler. 2 Multi-informatie display Deze display geeft het huidige DSP programma aan, de status van de afstellingen en de wijzigingen van de instellingen. Diverse statussen kunnen tegelijkertijd worden bekeken. 3 Ingangsbron indicators Een van de pijlen van deze indicators zal oplichten afhankelijk van welke bron wordt gekozen. 4 DIGITAL en PRO LOGIC indicators De DIGITAL indicator licht op wanneer de ingebouwde Dolby Digital decoder ingeschakeld is en de signalen van de bron die gecodeerd is met Dolby Digital niet 2-kanaals zijn. De PRO LOGIC indicator licht op wanneer de ingebouwde Dolby Pro Logic Surround decoder ingeschakeld is. 5 DSP indicator Deze indicator licht op wanneer de ingebouwde digitale geluidsveldprocessor ingeschakeld is. 6 SPEAKERS A/B indicators Een van deze indicators zal oplichten afhankelijk van welke hoofdluidsprekers worden gekozen. Beide indicators zullen oplichten wanneer beide luidsprekers A en B zijn gekozen. 7 SLEEP indicator Deze indicator licht op gedurende de tijd dat de ingebouwde SLEEP timer in ingeschakeld is.
Dit apparaat is ontworpen voor het weergeven van de beste geluidsveld-kwaliteit met een volledig zeven- luidsprekersysteem, waarbij een paar hoofdluidsprekers wordt gebruikt voor de weergave van de hoofdbronklanken alsmede twee extra paar effect-luidsprekers voor het produceren van het geluidsveld plus één middenluidspreker voor de dialoog. Het wordt derhalve aanbevolen een systeem met zeven luidsprekers te gebruiken. Echter een systeem met vier luidsprekers welke gebruik maakt van slechts één paar effect- luidsprekers voor het geluidsveld, zal nog steeds indrukwekkende klanken en effecten bieden, hetgeen een goede manier kan zijn om met deze apparatuur te beginnen. U kunt later dan verder uitbreiden tot het systeem met de volledige zeven luidsprekers. Bij het 4 of 5 luidsprekersysteem is de functie van de digitale geluidsveldprocessing nog steeds werkzaam, echter worden de hoofdluidsprekers gebruikt voor zowel de hoofdkanalen als de voorste effectkanalen. Gebruik van de midden-dialoogluidspreker wordt aanbevolen Bij het weergeven van een bron met Dolby Pro Logic gedecodeerd, of bij het weergeven van een bron die middenkanaalsignalen bevat met Dolby Digital of DTS gedecodeerd, zal de dialoog, zang, enz. via het middenkanaal uitgevoerd worden. Indien u derhalve het audio/video huis- theater systeem wilt uitbreiden, wordt het aangeraden gebruik te maken van de middenkanaalluidspreker. Indien het om een bepaalde reden niet praktisch is een middenluidspreker te gebruiken, is het mogelijk naar een film te kijken zonder deze luidspreker. De beste resultaten echter worden verkregen met gebruik van het volledige systeem. Gebruik van een subwoofer voor uitbreiding van uw geluidsveld Het is ook mogelijk uw systeem nog verder uit te breiden door toevoeging van een subwoofer en een versterker. Het gebruik van een subwoofer is niet alleen effectief voor de versterking van de lage tonen frekwenties van een kanaal of van alle kanalen, maar ook voor het met hoge weergavegetrouwheid weergeven van de signalen op het subwooferkanaal tijdens het afspelen van een bron waarvan Dolby Digital of DTS gedecodeerd wordt. U zou voor het gemak kunnen kiezen voor een Yamaha Active Servo Processing Subwoofer Systeem, welke voorzien is van zijn eigen ingebouwde vermogenversterker. Opstelling van de luidsprekers Uw volledige zeven-luidsprekersysteem zal drie paar luidsprekers nodig hebben: de HOOFDLUIDSPREKERS (uw normale stereo luidsprekers), de VOORSTE EFFECT- LUIDSPREKERS en de ACHTERSTE LUIDSPREKERS, plus de MIDDENLUIDSPREKER. Het is ook mogelijk gebruik te maken van een SUBWOOFER. De HOOFDLUIDSPREKERS dienen modellen te zijn met hoge vermogenscapaciteit welke voldoende is voor de verwerking van het maximum vermogen van uw audiosysteem. De overige luidsprekers hoeven niet gelijk te zijn aan de HOOFDLUIDSPREKERS. Voor een nauwkeurige lokalisering van het geluid echter, is het ideaal gebruik te maken van modellen met hoge capaciteit die in staat zijn de geluiden voor de MIDDENLUIDSPREKERS, de VOORSTE EFFECT en ACHTERSTE LUIDSPREKERS in het volle bereik weer te geven. Plaats de HOOFDLUIDSPREKERS op de gewone plaats. Plaats de VOORSTE EFFECT-LUIDSPREKERS verder uit elkaar dan de HOOFDLUIDSPREKERS aan beide zijden van en op een afstand van 50 tot 100 cm achter en boven het paar HOOFDLUIDSPREKERS. Plaats de ACHTERSTE LUIDSPREKERS achter uw luisterpositie. Deze dienen ongeveer 180 cm van de vloer af aangebracht te worden. Plaats de MIDDENLUIDSPREKER precies tussen de twee HOOFDLUIDSPREKERS. (Om storing te vermijden, de luidspreker boven of onder de televisie-monitor plaatsen of gebruik maken van een magnetisch afgeschermde luidspreker.) Indien u gebruik maakt van een SUBWOOFER, zoals een Yamaha Active Servo Processing Subwoofer systeem, is de positie van de luidspreker niet van kritiek belang, aangezien de lage tonen niet bijzonder richtinggevoelig zijn. m Opstellen van uw luidsprekersysteem VOORBEREIDING m Luidsprekers en opstelling van de luidsprekers Hoofdluidspreker Voorste effect-luidspreker Middenluidspreker Achterste luidsprekerSubwoofer13 Nederlands 4 luidsprekersysteem Standaard systeem U kunt genieten van breed verspreide klanken door enkel een paar achterluidsprekers aan een standaard stereosysteem toe te voegen. 1E. SYS. SETUP – Instellen op 5ch. (Zie pagina 27.) 1A. CENTER SP – Instellen op NONE. (Zie pagina 26.) 6 luidsprekersysteem Goed voor de geluidsvelden van 2-kanaal stereo bronnen. Wanneer er een normale stereobron wordt weergegeven met de geluidsveldprogramma’s Nr. 1 tot en met Nr. 7 kan er een geluidseffect worden verkregen dat overeenkomt met een 7 luidsprekersysteem. Door toevoeging van effect-luidsprekers linksvoor en rechtsvoor wordt er een meer effectief geluidsveld geproduceerd. 1E. SYS. SETUP – Instellen op 7ch. (Zie pagina 27.) 1A. CENTER SP – Instellen op NONE. (Zie pagina 26.) 5 luidsprekersysteem Goed voor audio/video bronnen Via het gebruik van een middenluidspreker worden de middengeluiden (dialoog, zang, enz.) nauwkeurig gelokaliseerd. 1E. SYS. SETUP – Instellen op 5ch. (Zie pagina 27) 1A. CENTER SP – Instellen op LRG of SML. (Zie pagina 26) 7 luidsprekersysteem Dit is het aanbevolen luidspreker-systeem waarmee de beste geluidseffecten verkregen worden. De achterluidsprekers en de voorste effect-luidsprekers produceren een geluidsveld van 360 graden en de middenluidspreker voorziet in een nauwkeurige lokatie van het middengeluid. Met behulp van het 7 luidsprekersysteem kunt de geweldige YAMAHA “CINEMA DSP” geluidsvelden volledig ervaren. 1E. SYS. SETUP – Instellen op 7ch. (Zie pagina 27.) 1A. CENTER SP – Instellen op LRG of SML. (Zie pagina 26.) m Aanbevolen opstellingen voor luidsprekersystemen VOORBEREIDING14 Let op: De stekker van dit apparaat en overige componenten pas insteken nadat alle aansluitingen tot stand gebracht zijn. Alle verbindingen moeten correct zijn, dit wil zeggen L (links) aan L, R (rechts) aan R, “+” aan “+” en “–” aan “–”. Raadpleeg ook de handleiding van de betreffende aan te sluiten apparatuur. Audio/video bron-componenten
Gebruik RCA type pinstekkerkabels voor audio/video apparatuur, behalve in de verderop beschreven gevallen.
De signaaluitgangen (of ingangen) van YAMAHA audio/video apparatuur die op het achterpaneel met de nummers 1, 2, 3, 4, enz. worden aangegeven, moeten aangesloten worden op de ingangen met hetzelfde nummer op dit apparaat.
( PLAY ) OUT ( REC ) AUDIO SIGNAL OUTPUT GND OUTPUT OUTPUT LINE OUT LINE IN (Modellen voor Europa) Platenspeler MD recorder, Tapedeck, enz. Tuner Compact disc speler m Basis aansluitingen van audio-apparatuur (*1): GND aansluiting (voor gebruik met platenspeler) Door de massakabel van de platenspeler te verbinden met de GND aansluiting, kan het optreden van storende bromgeluiden minimaal gehouden worden. In sommige gevallen echter worden er betere resultaten verkregen wanneer de massakabel niet is aangesloten. : Geeft de richting van de signalen aan. Aansluitingen VOORBEREIDING (*1)15 Nederlands VOORBEREIDING (Modellen voor Europa) LD speler of DVD speler TV monitor m Basis aansluitingen van video-apparatuur Videocassetterecorder 2 Videocassetterecorder 1 TV/Satelliet tuner VIDEO AUX aansluitingen (op het voorpaneel) Deze aansluitingen worden gebruikt voor aansluiting van een videobron, zoals een camerarecorder.
VIDEOVIDEO OUT S VIDEO OUTAUDIO OUT LAUDIO OUT R Camerarecorder : S-video kabel (Zie pagina 19 voor bijzonderheden betreffende de S VIDEO aansluiting.)
VIDEO IN VIDEO OUT AUDIO OUT VIDEO OUT AUDIO OUT AUDIO OUT VIDEO OUT AUDIO IN VIDEO IN AUDIO IN VIDEO IN AUDIO OUT VIDEO OUTVoor aansluiting op een TV monitor die voor de signaalinvoer gebruik maakt van een 21-polige stekker <Alleen modellen voor Europa en Groot- Brittannië> Breng de aansluitingen tot stand zoals aangegeven in onderstaande illustratie met behulp van een in de handel verkrijgbare scart-stekker aansluitkabel. PAL/NTSC schakelaar (Alleen modellen voor China en Algemene modellen) Dit apparaat is bestemd voor gebruik met de NTSC en PAL televisieformaten. Zet deze schakelaar in de stand voor het formaat dat door uw TV monitor gebruikt wordt. PAL: In deze stand zetten als uw TV monitor gebruik maakt van het PAL formaat.
- Voert signalen uit in het PAL formaat, ongeacht welk formaat (PAL of NTSC) videosignaal vanuit een extern videoapparaat naar dit apparaat gezonden wordt. NTSC: In deze stand zetten als uw TV monitor gebruik maakt van het NTSC formaat.
- Voert signalen uit in het NTSC formaat, ongeacht welk formaat (PAL of NTSC) videosignaal vanuit een extern videoapparaat naar dit apparaat gezonden wordt. Opmerking Zorg er voor dat het ingevoerde videosignaal gebruik maakt van hetzelfde formaat als waarvan uw TV monitor gebruik maakt, aangezien anders het beeld niet normaal zal worden weergegeven.
VOORBEREIDING (Modellen voor Europa) Geen aansluiting TV monitor Scart-stekker aansluitkabel MAIN PRE OUT MAIN
Bij aansluiting van audio/video-apparatuur op zowel de digitale als de analoge aansluitingen van deze apparatuur, er op letten de aansluitingen niet met elkaar te verwisselen.
Zorg er voor de kapjes op hun plaats aan te brengen waneer de OPTICAL aansluitingen niet gebruikt worden, om de aansluitingen tegen het binnendringen van stof te beschermen.
Om dit apparaat succesvolle DTS-decodering te laten uitvoeren, mag de DTS bitstroom tijdens het proces van het versturen van de DTS bitstream vanaf de DIGITAL OUT aansluiting van een extern apparaat naar een digitale signaalingang van dit apparaat niet gewijzigd, omgevormd of gestoord worden.
Op alle digitale audiosignaalaansluitingen is een schakelfrekwentie van 32 kHz, 44,1 kHz en 48 kHz van toepassing. m Aansluiting op de digitale (OPTICAL en COAXIAL) signaalaansluitingen Indien uw CD speler, MD recorder, LD speler, DVD speler, TV/Satelliet tuner, enz is uitgerust met coaxiale of optische digitale audiosignaalaansluitingen, kunnen deze worden aangesloten op de COAXIAL of OPTICAL, of beide aansluitingen van deze apparatuur. Digitale audiosignalen worden met minder verlies overgedragen dan analoge audiosignalen. Bovendien zijn digitale audiosignaalverbindingen noodzakelijk, vooral bij een LD speler, een DVD speler of een CD speler om signalen die gecodeerd zijn met Dolby Digital of DTS naar dit apparaat te sturen. Voor het maken van een optische digitale aansluiting, het kapje van de optische aansluitingen verwijderen en deze vervolgens met elkaar verbinden via het gebruik van een in de handel verkrijgbare optische glasvezelkabel die voldoet aan de EIAJ normen. De kans bestaat dat andere kabels niet goed functioneren. Ook als u audio/video-apparatuur op de OPTICAL (of COAXIAL) aansluiting van deze apparatuur aansluit, dient de apparatuur aangesloten te blijven op de gelijknamige analoge audiosignaalaansluitingen van deze apparatuur, aangezien het digitaal signaal niet kan worden opgenomen door een ander tapedeck of videorecorder dat aangesloten is op enkel de analoge audiosignaalaansluitingen van deze apparatuur. U kunt de keuze van de ingangssignalen tussen “digitaal” en “analoog” gemakkelijk overschakelen. (Zie pagina 35 voor bijzonderheden.)
- Indien u echter een MD recorder of DAT op de OPTICAL TAPE/MD IN en OUT aansluitingen van dit apparaat aansluit, is het mogelijk ingangsbronnen op te nemen die aangesloten zijn op de OPTICAL digitale signaalingangen van dit apparaat.
( PLAY ) OUT ( REC ) AUDIO SIGNAL DIGITAL OUT ANALOG OUT DOLBY DIGITAL RF OUT (Modellen voor Europa) VOORBEREIDING Indien uw DVD/LD/CD combi-speler voorzien is van een DOLBY DIGITAL RF aansluiting, deze verbinden met de DIGITAL RF SIGNAL aansluiting van dit apparaat. Audiosignalen van een LD bron die gecodeerd zijn met de Dolby Digital worden via deze verbinding in deze apparatuur ingevoerd.
- Voor het weergeven van een LD bron met het Dolby Digital gedecodeerd, de ingangsmodus van de DVD/LD instellen op “AUTO” of “D.D.RF”. (Zie pagina 35 voor bijzonderheden.) Het is tevens noodzakelijk de DVD/LD/CD combi-speler aan te sluiten op de analoge audiosignaalingang van dit apparaat ongeacht de DOLBY DIGITAL RF signaalverbinding; dit om een bron gecodeerd in Dolby Pro Logic Surround of in normale stereo (of mono) af te spelen. Ook moet u de optische digitale signaaluitgang van de DVD/LD/CD combi-speler aansluiten op de OPTICAL DVD/LD digitale signaalingang van dit apparaat. Deze verbinding is noodzakelijk om een DVD bron te kunnen weergeven met Dolby Digital of DTS gedecodeerd en om een LD bron te kunnen weergeven met DTS gedecodeerd. Opmerking Het DOLBY DIGITAL RF audio ingangssignaal kan niet worden opgenomen door een tapedeck, MD recorder of videorecorder. Voor het opnemen van een bron die wordt weergegeven op de DVD/LD/CD combi-speler moet deze aangesloten worden op de OPTICAL digitale audiosignaalaansluiting en analoge audiosignaalaansluitingen van deze apparatuur. m Aansluiting op een DOLBY DIGITAL RF uitgang van de DVD/LD/CD combi-speler
combi-speler19 Nederlands
S-VIDEO OUT VIDEO IN S-VIDEO IN VIDEO OUT S-VIDEO OUT S-VIDEO OUT VIDEO OUT VIDEO IN S-VIDEO IN Indien uw videocassetterecorder, LD speler, enz. en uw monitor voorzien zijn van “S” video-aansluitingen, dienen deze op de S VIDEO aansluitingen van deze apparatuur aangesloten te worden en dient de S VIDEO MONITOR OUT aansluiting van deze apparatuur op de “S” video van uw monitor aangesloten te worden. Met deze verbinding kunt u beelden van hoge kwaliteit opnemen en weergeven. Ook is het mogelijk de gecombineerde video-aansluitingen van uw videocassetterecorder, LD speler, enz. aan te sluiten op de VIDEO aansluitingen van deze apparatuur en de VIDEO MONITOR OUT aansluiting van deze apparatuur aan te sluiten op de gecombineerde videosignaalingang van uw monitor. Opmerking Indien de videosignalen naar zowel de S VIDEO als de VIDEO signaalingangen gezonden worden, zullen de signalen onafhankelijk naar hun respektievelijke signaaluitgangen gezonden worden. Opmerkingen betreffende de video-titeling
Indien u naar een videobron kijkt die aangesloten is op zowel de S VIDEO als de VIDEO signaalingangen van deze apparatuur, worden de signalen voor de schermdisplay- informatie enkel uitgevoerd via de S VIDEO MONITOR OUT aansluiting.
Wanneer er geen videosignaal wordt ingevoerd naar de S VIDEO of VIDEO signaalingangen van deze apparatuur, worden de signalen voor de schermdisplay-informatie via zowel de S VIDEO MONITOR OUT en VIDEO MONITOR OUT aansluitingen met een kleuren-achtergrond uitgevoerd.
- Als bij het Algemene model en de modellen voor China de PAL/NTSC schakelaar op het achterpaneel ingesteld is op “PAL”, zal er in dit geval niets via de S VIDEO MONITOR OUT en VIDEO MONITOR OUT aansluitingen uitgevoerd worden. S VIDEO aansluitingen Dit apparaat is afgezien van het standaard type VIDEO aansluitingen ook voorzien van S VIDEO aansluitingen. S VIDEO aansluitingen verzenden videosignalen die gescheiden zijn in luminantie (Y) signalen en kleur (C) signalen. In vergelijking met S VIDEO aansluitingen, verzenden de standaard type VIDEO aansluitingen “samengestelde” videosignalen. LD speler of DVD speler TV/Satelliet tuner Videocassetterecorder 1 Videocassetterecorder 2 TV monitor VOORBEREIDING : S-video kabel m Aansluiten op S VIDEO aansluitingen20 Dit apparaat is uitgerust met extra 6-kanaals audiosignaalingangen (voor het linker hoofdkanaal, rechter hoofdkanaal, middenkanaal, linker achterste surround-kanaal, rechter achterste surround-kanaal en subwooferkanalen) voor de invoer van signalen van een externe decoder van een toekomstig formaat naar dit apparaat. Voor het beluisteren van een geluid via het reproduceren van signalen die naar deze ingangen worden gevoerd, de EXT. DECODER toets op het voorpaneel indrukken zodat “EXT. DECODER IN” op de display verschijnt. Hierdoor worden de signalen die naar deze ingangen worden gevoerd naar de bijbehorende SPEAKERS uitgangen en OUTPUT uitgangen van dit apparaat gevoerd en langs alle overige circuits in dit apparaat omgeleid. Opmerkingen
Wanneer de signalen die naar deze aansluitingen worden gevoerd worden gekozen, kan de digitale geluidsprocessor niet worden gebruikt.
De instellingen “1A” tot “1E” in het SET MENU hebben geen effect op de signalen die worden ingevoerd via deze aansluitingen. De instelling “1F. MAIN LEVEL” is effectief (zie pag. 26 en 27 voor details).
De aanpassing van het uitgangsniveau voor de midden luidspreker, achterste luidsprekers en subwoofer zijn effectief als de signalen ingevoerd in deze aansluitingen zijn geselecteerd als ingangsbron. (zie pag. 43 en 44 voor details).
Aansluiten van een externe decoder van een toekomstig formaat op dit apparaat Externe decoder (Modellen voor Europa) VOORBEREIDING
MIN. / SPEAKERSUBWOOFER( SURROUND )SET BEFORE POWER ON Middenluidspreker Voorste effect-luidsprekers Links Rechts Links Rechts Hoofdluidsprekers A Achterluidsprekers Subwoofer systeem Links Rechts Links Rechts Gebruik luidsprekers met een impedantie die overeenkomt met de voorgeschreven impedantie aangegeven op de achterzijde van het apparaat. VOORBEREIDING Hoofdluidsprekers B Rood: positief (+) Zwart: negatief (–)
Steek de blootgelegde kabel in. (Verwijder ongeveer 5 mm van de isolatie van de luidsprekerkabels.)
Draai de knop aan en klem de kabel vast. <Alleen modellen voor China en Algemene modellen> Banaan-stekkerverbindingen zijn ook mogelijk. Steek de banaan-stekker eenvoudigweg in de bijbehorende aansluiting.
Aansluiting: Sluit de SPEAKERS aansluitingen aan op uw luidsprekers met behulp van een kabel van de juiste dikte (houd de kabels zo kort mogelijk). Indien de aansluitingen op verkeerde wijze tot stand gebracht worden, komt er geen geluid uit de luidsprekers. Let er op dat de polariteit van de luidsprekerkabels correct is. Dit wil zeggen let op de “+” en “–” aanduidingen. Indien deze kabels omgekeerd aangesloten worden, zal het geluid onnatuurlijk klinken en zullen de lage tonen niet doorkomen. LET OP Zorg er voor dat de blootgelegde luidsprekerkabels elkaar en de metalen delen van dit apparaat niet raken. Hierdoor kunnen het apparaat en/of de luidsprekers beschadigd worden.22 WAARSCHUWING Verander de instelling van de IMPEDANCE SELECTOR schakelaar niet als het apparaat aan staat, aangezien dit schade kan veroorzaken aan het apparaat.
ALS HET APPARAAT NIET INGESCHAKELD WORDT
BIJ INDRUKKEN VAN DE STANDBY/ON SCHAKELAAR: Het is mogelijk dat de IMPEDANCE SELECTOR schakelaar niet correct in een van beide standen gezet is. Zet in dat geval de schakelaar correct in een van beide standen wanneer het apparaat zich in de standby functie bevindt. Kies de stand overeenkomstig de eisen van uw luidsprekersysteem. (Bovenste stand) Midden:De impedantie van de luidspreker moet 4Ω of hoger zijn. Voorste effect: De impedantie van elk van de luidsprekers moet 6Ω of hoger zijn. Achter: De impedantie van elk van de luidsprekers moet 6Ω of hoger zijn. Hoofd: Als u gebruik maakt van één paar hoofdluidsprekers, moet de impedantie van elk van de luidsprekers 4Ω of hoger zijn. Als u gebruik maakt van twee paar hoofdluidsprekers, moet de impedantie van elk van de luidsprekers 8Ω of hoger zijn. (Onderste stand) Midden:De impedantie van de luidspreker moet 8Ω of hoger zijn. Voorste effect: De impedantie van elk van de luidsprekers moet 8Ω of hoger zijn. Achter: De impedantie van elk van de luidsprekers moet 8Ω of hoger zijn. Hoofd: Als u gebruik maakt van één paar hoofdluidsprekers, moet de impedantie van elk van de luidsprekers 8Ω of hoger zijn. Als u gebruik maakt van twee paar hoofdluidsprekers, moet de impedantie van elk van de luidsprekers 16Ω of hoger zijn. m IMPEDANCE SELECTOR schakelaar SEE INSTRUCTION MANUAL FOR CORRECT SETTING. CAUTION SPEAKERS
MIN. / SPEAKER( SURROUND )SET BEFORE POWER ONI00W MAX.TOTAL (Modellen voor Europa) IMPEDANCE SELECTOR Opmerking betreffende de aansluitingen voor de hoofdluidspreker: Op dit apparaat kunnen een of twee luidsprekersystemen aangesloten worden. Indien u slechts een luidsprekersysteem aansluit, dient dit aangesloten te worden op de SPEAKERS A of B aansluitingen. Opmerking betreffende het aansluiten van een subwoofer: Voor het weergeven van discrete signalen kunt u een subwoofer toevoegen voor het benadrukken van de lage frekwenties of voor het uitvoeren van de lage tonen van het subwooferkanaal. Sluit bij gebruik van een subwoofer de SUBWOOFER aansluiting van dit apparaat aan op de INPUT aansluiting van de subwoofer versterker en sluit de luidspreker-aansluitingen van de subwoofer versterker aan op de subwoofer. Bij bepaalde subwoofers, zoals bij de Yamaha Active Servo Processing Subwoofer Systeem, is de versterker en de subwoofer in hetzelfde component ingebouwd. Voor en dergelijke subwoofer is alleen de verbinding nodig tussen de SUBWOOFER aansluiting van dit apparaat en de INPUT aansluiting van de subwoofer. (Zie pagina 23 voor bijzonderheden betreffende de SUBWOOFER aansluiting.) VOORBEREIDING23 Nederlands De luidsprekerverbindingen zoals beschreven op pagina 21 zullen in de meeste gevallen uitstekend voldoen. Indien u echter om een of andere reden de hoofd, midden, voorste effect en/of achterste luidsprekers met behulp van uw bestaande versterker, enz. wilt aandrijven, zijn voor het verbinden van de externe versterker(s) op dit apparaat de volgende aansluitingen beschikbaar. 1 MAIN PRE OUT/MAIN IN aansluitingen De PRE OUT aansluitingen zijn voor de voorversterkersignaaluitvoer van het hoofdkanaal en de MAIN IN aansluitingen zijn voor de voorversterkersignaalinvoer naar de ingebouwde hoofdkanaalversterker. De PRE OUT en MAIN IN aansluitingen dienen bij gebruik van de ingebouwde versterker met behulp van de doorverbindingsstekker te worden doorverbonden. Indien u echter de hoofdluidsprekers via een externe stereo-vermogenversterker laat aandrijven, eerst de doorverbindingsstekker verwijderen en vervolgens de ingangsaansluitingen van de externe versterker (MAIN IN of AUX aansluitingen) van een versterker of een receiver met de PRE OUT aansluitingen verbinden. Met de MAIN IN aansluitingen is geen verbinding noodzakelijk.
- De uitgangssignalen van de PRE OUT aansluitingen worden beïnvloed door het gebruik van de BASS, TREBLE, BALANCE regelaars en de BASS EXTENSION toets en de TONE BYPASS toets. 2 SUBWOOFER aansluiting Sluit bij gebruik van een subwoofer de versterkeringang daarvan op deze aansluiting aan. Lage frekwenties die verdeeld worden van de hoofd, midden en/of achterste kanalen worden via deze aansluiting uitgevoerd. (De afsnijfrekwentie van deze aansluiting is 90 Hz.) Signalen van LFE (lage frekwentie effect) die geproduceerd worden wanneer Dolby Digital of DTS gedecodeerd wordt, zullen eveneens worden uitgevoerd als zij aan deze aansluiting toegewezen zijn. 3 CENTER aansluiting Deze aansluiting is voor het voorversterker- uitgangssignaal van het middenkanaal. Als u een middenluidspreker aandrijft met behulp van een externe vermogensversterker, de ingangsaansluiting van de externe versterker op deze aansluiting aansluiten. Wanneer u de ingebouwde versterker gebruikt is er geen verbinding naar deze aansluiting. 4 FRONT aansluitingen Deze aansluitingen zijn voor de voorversterker- uitgangssignalen van het voorste effectkanaal. Indien u de voorste effect-luidsprekers via een externe stereo-vermogenversterker laat aandrijven, de ingangsaansluitingen van de externe versterker (MAIN IN of AUX aansluitingen van een versterker of een receiver) met deze aansluitingen verbinden. Wanneer u gebruik maakt van de ingebouwde versterker, is er geen verbinding naar deze aansluitingen. 5 REAR (SURROUND) aansluitingen Deze aansluitingen zijn voor de voorversterker- uitgangssignalen van het achterkanaal. Indien u de achterluidsprekers via een externe stereo- vermogenversterker laat aandrijven, de ingangsaansluitingen van de externe versterker (MAIN IN of AUX aansluitingen van een versterker of een receiver) met deze aansluitingen verbinden. Wanneer u gebruik maakt van de ingebouwde versterker, is er geen verbinding naar deze aansluitingen. Opmerkingen
Het uitgangsniveau van de signalen van al deze aansluitingen wordt afgesteld met behulp van de VOLUME regelaar op het voorpaneel of de MASTER VOLUME toetsen op de afstandbediening.
Indien er een externe vermogenversterker wordt aangesloten op de CENTER, FRONT of REAR aansluitingen, gebruik dan niet de corresponderende SPEAKERS aansluitingen (CENTER, FRONT of REAR). m Aandrijven van de hoofd, midden, voorste effect en/of achterste luidsprekers met behulp van externe versterkers MAIN CENTERFRONT REAR( SURROUND ) PRE OUT MAIN
Steek na het voltooien van alle aansluitingen het netsnoer in een geschikt stopcontact.
Indien dit apparaat gedurende een lange tijdsperiode niet gebruikt gaat worden, het netsnoer uit het stopcontact verwijderen. VOLTAGE SELECTOR TION MANUAL FOR CORRECT SETTING.
MIN. / SPEAKER( SURROUND )SET BEFORE POWER ONIMPEDANCE SELECTORSPEAKERS Naar wisselstroom- stopcontact (Modellen voor Algemene) Aansluiting van dit apparaat op de netspanning VOORBEREIDING (*1) Netspanningsaansluitingen [AC OUTLETS (SWITCHED)] (Modellen voor Europa, China en Algemene modellen) .................................3 geschakelde netspanningsaansluitingen (3 SWITCHED OUTLETS) (Modellen voor Groot-Brittannië) .....................................1 geschakelde netspanningsaansluiting (1 SWITCHED OUTLET) Gebruik deze aansluitingen om de netsnoeren van uw overige componenten op aan te sluiten. De spanning naar de geschakelde netspanningsaansluitingen (SWITCHED) wordt geregeld door de STANDBY/ON schakelaar van het apparaat of de SYSTEM POWER ON en STANDBY toetsen van de afstandbediening. Deze aansluitingen voorzien alle aangesloten apparaten van netspanning, zodra dit apparaat ingeschakeld wordt. Het maximale vermogen (totale stroomverbruik van de componenten) dat aangesloten kan worden op de SWITCHED AC OUTLETS is 100W. Spanningskeuzeschakelaar (Alleen modellen voor China en Algemene modellen) De spanningskeuzeschakelaar op het achterpaneel van dit apparaat dient correct ingesteld te worden op de plaatselijke netspanning, ALVORENS de stekker van het netsnoer in het wisselstroom-stopcontact te steken. Instelbare netspanningen zijn 110/120/220/240V wisselstroom, 50/60 Hz. (*1): (*2): (*2)25 Nederlands VOORBEREIDING Indien u een videocassetterecorder, een LD speler, video monitor, enz. op dit apparaat aansluit, kunt u gebruik maken van de mogelijkheid die deze apparatuur biedt om programmatitels, parameter gegevens en informatie over overige diverse wijzigingen van instellingen en afstellingen op het scherm van uw videomonitor te laten verschijnen. Deze informatie zal op het videobeeld geprojekteerd worden. Indien er geen videobron is aangesloten of wanneer deze is uitgeschakeld, zal de informatie over een blauw gekleurde achtergrond verschijnen. Opmerking: De programmatitels, parameter gegevens en overige informatie wordt ook op het displaypaneel van dit apparaat aangegeven. Kiezen van de soort display U kunt de soort display welke de diverse informatie aangeeft op het monitorscherm veranderen door het indrukken van de ON SCREEN displaytoets op de afstandbediening. Druk deze toets in om het scherm te veranderen naar een volledig display, naar een verkort display, of naar helemaal geen display. (Voorbeeld) Volledige display Verkort display Gaat uit na verschijning gedurende enkele seconden. Opmerkingen
Bij het maken van een verandering van een instelling of een afstelling in de SET MENU modus of bij het afstellen van de luidsprekerbalans met behulp van de test-toon, zal de informatie volledig op het monitorscherm worden aangegeven, ook als er op dat moment een andere soort display is gekozen.
Informatie die op deze wijze op het monitorscherm wordt aangegeven kan niet door een videorecorder worden opgenomen.
Keuzes: LARGE (LRG)/SMALL (SML)/NONEVooringestelde positie: LRGLRG: Wanneer uw middenluidspreker ongeveer vanhetzelfde formaat is als de hoofdluidsprekers.SML: Wanneer u gebruik maakt van eenmiddenluidspreker die kleiner is dan dehoofdluidsprekers. In deze positie worden de lowbass signalen (onder 90 Hz) bij het middenkanaal viade SUBWOOFER aansluitingen uitgevoerd (of via dehoofdluidsprekers als de MAIN positie is gekozen op“1D. LFE/BASS OUT”).NONE: Wanneer u niet over een middenluidspreker beschikt.Het geluid van het middenkanaal wordt dan via delinker en rechter hoofdluidsprekers uitgevoerd.
Keuzes: LARGE/SMALLVooringestelde positie: LARGELARGE: Wanneer uw achterste luidsprekers een grotecapaciteit bezitten voor het weergeven van debasklanken of wanneer er parallel een subwoofer isaangesloten op de achterste luidsprekers.In deze positie worden full range signalen uitgevoerdvia de achterste luidsprekers.SMALL: Wanneer uw achterste luidsprekers geen voldoendecapaciteit bezitten voor het weergeven van debasklanken.In deze positie worden de low bass signalen (onder90 Hz) bij de achterste kanalen via de SUBWOOFERaansluitingen uitgevoerd (of via de hoofdluidsprekersals de MAIN positie is gekozen op “1D. LFE/BASSOUT”).De volgende functies regelen de uitgangssignalen naar de luidsprekers in uw audiosysteem. Kies nadat alle luidsprekeraansluitingen voltooid zijn een juiste instelling voor elke functie teneinde een optimaal gebruik te kunnen maken van uw luidsprekersysteem.* Zie de pagina’s 50 tot 53 voor nadere bijzonderheden betreffende de SET MENU modus.
m Functie beschrijving Kiezen van de uitgangsfuncties (“SET MENU” modus) VOORBEREIDING27 Nederlands
Keuzes: LARGE/SMALL Vooringestelde positie: LARGE LARGE: Indien uw hoofdluidsprekers een grote capaciteit bezitten voor het weergeven van de basklanken. In deze positie worden de full range signalen die aanwezig zijn bij de hoofdkanalen uitgevoerd via de hoofdluidsprekers. SMALL: Indien uw hoofdluidsprekers geen voldoende capaciteit bezitten voor het weergeven van de basklanken. Indien er echter in uw systeem geen subwoofer aanwezig is, deze positie niet kiezen. In deze positie worden de low bass signalen (onder 90 Hz) bij de hoofdkanalen via de SUBWOOFER aansluitingen uitgevoerd (als de SW of BOTH positie is gekozen op “1D. LFE/BASS OUT”).
Keuzes: SW/MAIN/BOTH Vooringestelde positie: SW MAIN: Indien er in uw systeem geen subwoofer aanwezig is. In deze positie worden de full range signalen die aanwezig zijn bij de hoofdkanalen, de signalen van het LFE kanaal en de overige low bass signalen die gekozen zijn op “1A. CENTER SP” tot en met “1C. MAIN SP” om verdeeld te worden van de andere kanalen via de hoofdluidsprekers uitgevoerd. SW/BOTH: Kies de SW of BOTH positie indien er in uw systeem een subwoofer aanwezig is. In beide posities worden de signalen bij het LFE kanaal en de overige low bass signalen die gekozen zijn op “1A. CENTER SP” tot en met “1C. MAIN SP” om verdeeld te worden van de andere kanalen via de SUBWOOFER aansluitingen uitgevoerd. Wanneer de LARGE positie wordt gekozen op “1C. MAIN SP”, wordt er in de SW positie geen signaal van de hoofdkanalen naar de SUBWOOFER aansluitingen verdeeld, echter in de BOTH positie worden de low bass signalen van de hoofdkanalen naar zowel de hoofdluidsprekers als de SUBWOOFER aansluitingen uitgevoerd.
Keuzes: 7ch/5ch Vooringestelde positie: 7ch 7ch: Indien uw luidsprekersysteem een paar voorste effect-luidsprekers omvat. 5ch: Indien uw luidsprekersysteem niet een paar voorste effect-luidsprekers omvat. Klanksignalen op de linker en rechter voorste effect- kanalen worden over respektievelijk de linker en rechter hoofdkanalen verdeeld en via de hoofdluidsprekers weergegeven.
Keuzes: Normal/–10dB Vooringestelde positie: Normal Normal: Kies normaal deze positie. –10dB: Indien de volumeniveaus naar de midden, achterste en/of voorste effect-luidsprekers lager zijn dan het niveau naar de hoofdluidsprekers, alhoewel deze op de maximum zijn afgesteld. Het volumeniveau naar de hoofdluidsprekers wordt verminderd met 10 dB, zodat de balans van het uitgangsniveau van de luidsprekers correct afgesteld kan worden. VOORBEREIDING Opmerking De instellingen “1A” tot “1E” hebben geen effect op de signaalinvoer naar de EXTERNAL DECODER INPUT aansluitingen aan de achterkant van dit apparaat.28 VOORBEREIDING m Veranderen van de selecties Kijk voor het veranderen van de selecties op het displaypaneel of op het monitorscherm. Zet bij gebruik van de afstandbediening de PARAMETER/ SET MENU schakelaar in de SET MENU stand. Opmerking: De kap van de afstandbediening moet geopend zijn. 1 Schakel dit aparaat in. (Als u de informatie op de monitor wilt zien, de monitor inschakelen.) 2 Kies de functie “1. SPEAKER SET” door een van de volgende toetsen eenmaal of meerdere malen in te drukken. (De titel verschijnt op de display).
4 Druk de “+” of “–” toets eenmaal of meerdere malen in om de pijlvormige cursor naar de gewenste selectie te brengen. 5 Volg dezelfde procedure voor “1B. REAR SP”, “1C. MAIN SP”, “1D. LFE/BASS OUT”, “1E. SYS. SETUP” en/of “1F. MAIN LEVEL”. Kies eerst de functie door het volgen van stap 2 en kies vervolgens een juiste positie door het volgen van stap 4. Voorpaneel Eenmaal indrukken. Afstandbediening Afstandbediening STANDBY/ON PARAMETERSET MENU SPEAKERS TAPE/MD
NEXTSET MENU29 Nederlands
2 Schakel het apparaat in. 3 Kies de hoofdluidsprekers A of B. De bijbehorende indicator zal oplichten.
- Beide luidsprekers A en B kunnen worden gekozen.
Op “UIT ( )” zetten. 6 Zet de PARAMETER/SET MENU schakelaar op de afstandbediening in de PARAMETER stand. 7 Druk voor het invoeren van de testmodus de TEST toets op de afstandbediening zodanig in dat “TEST DOLBY SUR.” op de display verschijnt. Via deze procedure is het mogelijk de balans van het klank-uitgangsniveau tussen de hoofd, midden, achterste en voorste effect- luidsprekers af te stellen via gebruik van de ingebouwde test-toongenerator. Na de afstellingen zal het uitgangsniveau van het geluid dat bij de luisterpositie gehoord wordt van elke luidspreker hetzelfde zijn. Dit is van belang voor het verkrijgen van het optimale rendement van de digitale geluidsveldprocessor de Dolby Digital decoder, de Dolby Pro Logic Surround decoder en de DTS decoder. De afstelling van het uitgangsniveau van elk van de luidsprekers dient uitgevoerd te worden vanaf uw luisterpositie met behulp van de afstandbediening. Opmerking: De kap van de afstandbediening moet geopend zijn.
8 Draai het volume omhoog. U hoort dan een test-toon (pink noise) vanuit de linker hoofdluidspreker, vervolgens uit de middenluidspreker, uit de rechter hoofdluidspreker de rechter achterluidspreker en vervolgens uit de linker achterluidspreker gedurende elk ongeveer 2,5 seconden. De display verandert dan zoals hieronder aangegeven.
- De status van het test-toon uitgangssignaal wordt ook aangegeven op het monitorscherm door een afbeelding van de audio-luisterkamer. Dit is handig voor het afstellen van elk van de luidsprekerniveaus.
- Als de functie “1A. CENTER SP” in de SET MENU modus in de NONE stand is gezet, zult u de test-toon van het middenkanaal uit de linker en rechter hoofdluidsprekers horen komen. 9 Stel de BALANCE regelaar zodanig af dat het uitgangsniveau van de effectklank van de linker hoofdluidspreker en de rechter hoofdluidspreker hetzelfde zijn. 10 Stel de geluidsuitgangsniveaus van de middenluidspreker en de achterste luidsprekers zodanig af dat deze bijna hetzelfde worden als de hoofdluidsprekers. Manier van afstellen: Door het indrukken van de + of – toets wordt het niveau naar de luidspreker (behalve de hoofdluidsprekers) afgesteld die op dat moment de test-toon produceert.
- Door het indrukken van de + toets wordt het niveau verhoogd en door het indrukken van de – toets wordt het niveau verlaagd.
- Tijdens het afstellen wordt de test-toon op de gekozen luidspreker vastgelegd. Indien gewenst, is het mogelijk een luidspreker voor het produceren van de test-toon te kiezen door het eenmaal of meerdere malen indrukken van de of toets, zodat “CENTER”, “RIGHT SURROUND” of “LEFT SURROUND” op de display verschijnt.
- Door de of toets ingedrukt te houden wordt de test-toon op de gekozen luidspreker vastgelegd.
- “CENTER” geeft aan dat de middenluidspreker is gekozen, “RIGHT SURROUND” geeft de rechter luidspreker aan en “LEFT SURROUND” geeft de linker luidspreker aan.
- Het uitgangsniveau van de gekozen luidspreker kan worden afgesteld met behulp van de + of – toets. MUTE BALANCE
Hoofd (L) Hoofd (R) Midden Achter (L) Achter (R) Afstandbediening Voorpaneel Afstandbediening Afstandbediening TEST DOLBY SUR. EFFECT LEVELCENTER 2dB
Nederlands 11 Druk voor het afstellen van het niveau van de voorste effect-luidspreker de TEST toets op de afstandbediening nogmaals in zodat “TEST DSP” op de display verschijnt. Een calibreringssignaal wordt dan beurtelings hoorbaar vanuit de hoofdluidsprekers en de voorste effect- luidsprekers. 12 Stel het niveau van de voorste effect-luidspreker af door het indrukken van de + of – toets zodat dit nagenoeg hetzelfde wordt als de hoofdluidsprekers.
- Tijdens het afstellen wordt de test-toon op de voorste effect-luidspreker vastgelegd.
- Door het indrukken van de of toets wordt de test-toon op respektievelijk de linker voorste effect-luidspreker en rechter voorste effect- luidspreker vastgelegd. Dit is voor u van dienst om te controleren of de elk van de luidsprekers op correcte wijze op dit apparaat is aangesloten. 13 Druk na het voltooien van de afstelling de TEST toets nogmaals in om de test-toon uit te schakelen. Opmerkingen
Wanneer u eenmaal deze afstellingen voltooid heeft, kunt u het klankniveau van uw audiosysteem afstellen met behulp van de VOLUME regelaar (of met de MASTER VOLUME toetsen op alleen de afstandbediening).
Indien u gebruik maakt van externe vermogenversterkers, kunt u de volumeregelaars daarvan gebruiken voor het verkrijgen van de juiste balans.
Als in stap 10 de functie “1A. CENTER SP” in de SET MENU modus op de “NONE” positie is ingesteld, kan het uitgangsniveau van het geluid van de middenluidspreker niet worden afgesteld. Dit is omdat in deze functie het middengeluid automatisch via de linker en rechter hoofdluidsprekers wordt weergegeven.
Indien het uitgangsniveau van het geluid van de midden- en achterluidsprekers onvoldoende is, kunt u het uitgangsniveau van de hoofdluidsprekers verminderen door de functie “1F. MAIN LEVEL” in de SET MENU modus op de positie “–10 dB” in te stellen. Afstandbediening Afstandbediening Verdwijnt TEST Afstandbediening TEST
2 Schakel het apparaat in. 3 Kies de hoofdluidsprekers A of B. De bijbehorende indicator zal oplichten.
- Beide luidsprekers A en B kunnen worden gekozen. 4 SKies een ingangsbron.
Schakel voor videobronnen de TV/monitor in.) De gekozen ingangsbron wordt aangegeven op het displaypaneel en op het monitorscherm. Naam van de gekozen ingangssignaalbron Voor het kiezen van de bron die aangesloten is op de EXTERNAL DECODER INPUT aansluitingen, de EXT. DECODER toets indrukken. “EXT. DECODER IN” zal oplichten op de display. (Zie pagina 34 voor bijzonderheden.)
Voorpaneel Voorpaneel Voorpaneel
BASIS-BEDIENING Weergeven van een bron
Nederlands BASIS-BEDIENING
5 De huidige ingangsmodus wordt eveneens aangegeven voor een bron die twee of meer soorten signalen naar dit apparaat voert. Druk voor het veranderen van de ingangsmodus de INPUT MODE toets op het voorpaneel of de ingangskeuzetoets voor de huidige gekozen bron op de afstandbediening in. (Zie pagina 35 voor bijzonderheden betreffende het overschakelen van de ingangsmodus.) 6 Geef de bron weer.
Stel uitgangsniveau af. 8 Stel de BASS, TREBLE, BALANCE regelaars, enz., af (zie pagina 39) en gebruik de digitale geluidsveldprocessor. (Zie pagina’s 40–42.) Voorpaneel
Wanneer u het gebruik van het apparaat wilt stoppen Druk de STANDBY/ON schakelaar op het voorpaneel in of druk de STANDBY toets op de afstandbediening in om de standby functie in te stellen. Kiezen van de bron die aangesloten is op de EXTERNAL DECODER INPUT aansluitingen als de ingangsbron. Druk de EXT. DECODER toets in. “EXT. DECODER IN” verschijnt op de display. Opmerking De ingangsbron die op deze manier is gekozen heeft voorrang boven elke andere ingangsbron die reeds eerder is gekozen. Druk voor het kiezen van een andere ingangsbron de EXT. DECODER toets nogmaals in zodat “EXT. DECODER IN” van de display verdwijnt en gebruik vervolgens de INPUT SELECTOR. Opmerkingen betreffende de keuze van de ingangsbronnen
Het kiezen van een ingangsbron betekent dat de bron wordt gekozen die aangesloten is op de bijbehorende ingangsaansluitingen op het achterpaneel.
- Kies “V-AUX” voor het selecteren van een bron aangesloten op de VIDEO AUX aansluitingen op het voorpaneel.
De instelling van de EXT. DECODER toets kan niet worden geannuleerd door het kiezen van een andere ingangsbron. Druk om deze instelling te annuleren de EXT. DECODER toets nogmaals in zodat “EXT. DECODER IN” van de display verdwijnt.
Indien u een video-ingangsbron kiest zonder de instelling van de EXT. DECODER toets te annuleren, zult u het beeld van de videoingangsbron zien en het geluid horen van de bron die gekozen is met behulp van de EXT. DECODER toets.
Indien met behulp van de ingangskeuzetoetsen op de afstandbediening een andere audiobron wordt gekozen terwijl u naar een videobron kijkt, wordt het geluid van de nieuw gekozen audiobron weergegeven, alhoewel het beeld van de videobron nog steeds zichtbaar blijft.
Wanneer u een ingangsbron kiest, zal het DSP programma (of de status die bestond in het geval er geen DSP programma gebruikt werd) welke was ingesteld toen dezelfde ingangsbron voor het laatst werd gekozen, automatisch worden opgeroepen.
Als een niet-gestandaardiseerde bron wordt weergegeven of wanneer het apparaat dat de bron weergeeft niet goed functioneert, zal de aanduiding “INPUT DATA ERR” op de display verschijnen. Voorpaneel EXT. DECODER STANDBY/ON Voorpaneel Afstandbediening STANDBY
BASIS-BEDIENING35 Nederlands v Voor CD, TAPE/MD en TV/DBS bronnen: De volgende drie ingangsmodi zijn beschikbaar. AUTO: Deze modus wordt automatisch gekozen wanneer u de stroomtoevoer naar deze apparatuur inschakelt. In deze modus wordt het ingangssignaal automatisch in de volgende rangorde gekozen.
1. Digitaal signaal dat gecodeerd is met Dolby Digital of DTS
- Indien bij een CD bron de digitale signalen worden ingevoerd via zowel de OPTICAL als de COAXIAL aansluitingen, wordt het digitale signaal van de COAXIAL aansluiting gekozen. DTS: In deze modus worden enkel digitale ingangssignalen die gecodeerd zijn met DTS gekozen, alhoewel overige signalen tegelijkertijd worden ingevoerd. ANALOG In deze modus worden enkel analoge ingangssignalen gekozen, ook al worden digitale signalen tegelijkertijd ingevoerd. Kies deze modus wanneer u analoge ingangssignalen wilt kiezen in plaats van digitale ingangssignalen. v Voor DVD/LD bronnen: De volgende vijf ingangsmodi zijn beschikbaar. AUTO: Deze modus wordt automatisch gekozen wanneer u de stroomtoevoer naar deze apparatuur inschakelt. In deze modus wordt het ingangssignaal automatisch in de volgende rangorde gekozen.
1. Dolby Digital RF signaal (DOLBY DIGITAL)
2. Digitaal signaal dat gecodeerd is met de Dolby Digital of
D.D.RF: In deze modus wordt enkel het Dolby Digital RF signaal gekozen. DTS: In deze modus worden enkel digitale ingangssignalen gecodeerd met DTS gekozen, alhoewel overige signalen tegelijkertijd worden ingevoerd. DGTL: In deze modus worden enkel digitale ingangssignalen (DOLBY DIGITAL, DTS of PCM) gekozen, ook al worden andere soorten signalen tegelijkertijd ingevoerd. ANALOG In deze modus worden enkel analoge ingangssignalen gekozen, ook al worden andere soorten signalen tegelijkertijd ingevoerd. BASIS-BEDIENING m Overschakelen van de ingangsmodus Met deze apparatuur is het mogelijk de ingangsmodus over te schakelen voor bronnen die twee of meer soorten signalen naar deze apparatuur zenden.36 Opmerkingen betreffende het kiezen van de ingangsmodus
De ingangsfunctie voor een TV/DBS bron wordt gekozen met functie “7. TV/DBS INPUT” in de SET MENU modus. Dit apparaat zal dan zodra de stroomtoevoer wordt ingeschakeld automatisch op de gekozen ingangsfunctie worden ingesteld.
Stel de ingangsfunctie in op de AUTO of D.D.RF modus voor het weergeven van een DVD/LD bron die met Dolby Digital gecodeerd is.
Kies de ANALOG modus voor het weergeven van een normale 2-kanaal bron met een Dolby Pro Logic Surround programma.
Het is mogelijk dat het uitgangsgeluid bij bepaalde LD en DVD spelers in de volgende situatie kortstondig wordt onderbroken: De ingangsmodus is op AUTO ingesteld. Bij het weergeven van een disc die gecodeerd is met Dolby Digital of DTS wordt er een zoekfunctie gebruikt, vervolgens wordt de weergave van de disc hervat. Het uitgangsgeluid wordt kortstondig onderbroken omdat het digitale ingangssignaal opnieuw wordt gekozen.
De ingangsmodus kan niet worden veranderd voor PHONO, TUNER, VCR 1, VCR 2 en VIDEO AUX bronnen omdat er enkel analoge signalen gebruikt worden.
De huidige ingangsmodus wordt aangegeven op de display aan de voorzijde en op het monitorscherm wanneer de ingangsbron veranderd wordt naar DVD/LD, CD, TAPE/MD of TV/DBS of wanneer de ingangsmodus veranderd wordt. Het huidige ingangssignaal zal eveneens worden aangegeven wanneer de ingangsmodus naar AUTO wordt veranderd, zoals aangegeven in onderstaande afbeelding.
- Het huidige ingangssignaal zal echter niet worden aangegeven als de ingangsmodus wordt veranderd wanneer de testfunctie voor de luidsprekers wordt gebruikt. Op de display zal dan enkel AUTO worden aangegeven. Opmerkingen betreffende het weergeven van een bron die gecodeerd is met DTS
Kies de DTS modus bij het weergeven van een LD of CD bron die met DTS is gecodeerd. (De rode “dts” indicator wordt verlicht op het displaypaneel aangegeven.) Als de “AUTO” modus wordt gekozen, is het mogelijk dat u een storingsgeluid hoort vlak nadat de weergave begint. Deze bronnen kunnen niet in de ANALOG modus worden weergegeven, aangezien er dan enkel storingsgeluiden door de luidsprekers voortgebracht zullen worden.
Dit apparaat wordt bij het weergeven van een CD of LD bron die met DTS is gecodeerd in de AUTO modus in de DTS decodeerfunctie geblokkeerd om storingsgeluiden bij het uitvoeren van daarop volgende bedieningsstappen te voorkomen. De rode “dts” indicator gaat dan knipperen. In deze hierboven aangegeven modus zal er geen geluid voortgebracht worden als een disc met normale digitale signalen (PCM) via een CD of LD bron wordt weergegeven. De INPUT MODE toets op het voorpaneel of de ingangskeuzetoets voor de huidige bron op de afstandbediening moet worden ingedrukt zodat “PCM” op het displaypaneel verschijnt. BASIS-BEDIENING SPEAKERS
TUNER PHONO DVD/LD TV/DBS VCR 1 VCR 2 V-AUX37 Nederlands 1 Zet de REC OUT keuzeschakelaar in de SOURCE positie. 2 Kies de bron die u wenst op te nemen. 3 Geef de bron weer en draai vervolgens de VOLUME regelaar omhoog om de ingangssignaalbron te controleren. 4 Begin het opnemen op het tapedeck (of MD recorder, enz.) of de videorecorder die op dit apparaat is aangesloten. Opmerking: De kap moet geopend zijn wanneer u de afstandsbediening gebruikt. Voorpaneel Voorpaneel
DVD/LD SOURCE TAPE/MD Opnemen van een bron op tape (of MD) of kopieren van tape (of MD) naar tape (of MD) m Opnemen van de weergavebron op tape (of MD) BASIS-BEDIENING
m Opnemen van een bron op tape (of MD) tijdens het beluisteren (of bekijken van een andere bron) De bron (behalve voor “SOURCE”) die wordt gekozen met behulp van de REC OUT keuzeschakelaar kan worden opgenomen op tapedeck (MD recorder) en/of videocassetterecorder, ongeacht de stand van de INPUT SELECTOR. 1 Kies de bron die u wilt opnemen. 2 Schakel de weergave van de bron in. 3 Kies de bron met behulp van de INPUT SELECTOR en stel de VOLUME regelaar af om de klankuitvoer te controleren. 4 Begin het opnemen op het tapedeck (of MD recorder, enz.) of de videorecorder. 5 Het geluid en/of beeld van de opname kan gecontroleerd worden door het kiezen van het tapedeck (of de videocassetterecorder) met behulp van de INPUT SELECTOR. 6 Wanneer u een tussentijds een andere bron kiest met behulp van de INPUT SELECTOR zal dit niet van invloed zijn op de opname. Opmerking: De kap moet geopend zijn wanneer u de afstandsbediening gebruikt. NATURAL SOUND AV AMPLIFIER DSP A2CINEMA DSP 7ch VOLUMEINPUT SELECTORINPUT MODEl6
BASIS-BEDIENING39 Nederlands Opmerkingen betreffende opnemen
De VOLUME, BASS, TREBLE, BALANCE regelaars, de BASS EXTENSION toets en de instellingen van DSP zijn niet van invloed op het opgenomen materiaal.
De gecombineerde video en S video signalen worden onafhankelijk door de videocircuits van deze apparatuur gevoerd. Wanneer u derhalve videosignalen opneemt of kopieert en uw videobroneenheid alleen voor een S video (of alleen een gecombineerd videosignaal) is aangesloten, kunt u alleen een S video (of alleen een gecombineerd videosignaal) op uw videorecorder opnemen.
En bron die enkel tussen optische digitale aansluitingen op deze apparatuur wordt aangesloten, kan niet door een ander tapedeck of andere videorecorder worden opgenomen dan het tapedeck (of MD recorder, enz.) dat aangesloten is op de OPTICAL TAPE/MD OUT aansluiting van deze apparatuur.
Het Dolby Digital RF audio ingangssignaal kan niet worden opgenomen door een tapedeck of videorecorder. Voor het opnemen van een LD bron moet de LD speler aangesloten worden op de OPTICAL digitale audiosignaalaansluiting en/of analoge audiosignaalaansluitingen van deze apparatuur.
Een bron van signalen die ingevoerd wordt naar de EXTERNAL DECODER INPUT aansluitingen van dit apparaat kan niet worden opgenomen.
Controleer de wetten op het auteursrecht in uw land met betrekking tot het maken van opnamen van platen, compact discs, radio, enz. Het opnemen van materiaal waarop auteursrecht rust kan inbreuk plegen op de auteurswet. Indien u een videobron weevgeeft welke gebruik maakt van scramble of gecodeerde signalen ter voorkoming van kopiëren, kan het gebeuren dat de display-informatie die op het scherm wordt aangegeven en/of het beeld zelf als gevolg van deze signalen gestoord wordt. BASIS-BEDIENING m Afstellen van de BALANCE regelaar Stel de balans van het uitgangsvolume tussen de linker en de rechter luidsprekers af voor het compenseren van de onbalans van het geluid dat veroorzaakt wordt door de afstelling van de luidsprekers of door de akoestische eigenschappen van de ruimte waarin u zich bevindt. Opmerking Deze regelaar is enkel effectief voor het geluid van de hoofdluidsprekers. m Gebruik van de BASS EXTENSION toets Druk deze toets naar binnen (ON) om de frekwentierespons van de lage tonen bij de linker en rechter hoofdkanalen te versterken terwijl daarbij de totale klankbalans gehandhaafd blijft. Deze functie is van dienst voor het versterken van de frekwenties van de lage tonen wanneer er geen subwoofer gebruikt wordt. m Afstellen van de BASS en TREBLE regelaars BASS : Draai deze knop naar rechts om het frekwentiebereik van de lage tonen te laten toenemen (of naar links om het lage tonen bereik te laten afnemen). TREBLE : Draai deze knop naar rechts om het frekwentiebereik van de hoge tonen te laten toenemen (of naar links om het hoge tonen bereik te laten afnemen). Opmerking De regelaars zijn enkel effectief voor het geluid van de hoofdluidsprekers. m Gebruik van de TONE BYPASS toets Druk deze toets naar binnen (ON) om het klankregelcircuit (BASS en TREBLE) uit te schakelen. Deze functie wordt gebruikt voor de uitvoer van puur geluid en het controleren van de instellingen voor de toonregeling. Het klankregelcircuit kan worden gebruikt wanneer u deze toets naar buiten uit drukt (OFF). BASS TREBLE
BASS EXTENSION TONE BYPASS Geluidsregeling40 Gebruik van de digitale geluidsveldprocessor (DSP) Afspelen van een bron met gebruik van een effect van de digitale geluidsveldprocessor (DSP)
In deze apparatuur is een geavanceerde digitale geluidsveldprocessor met meerdere programma’s ingebouwd. Met behulp van de processor kunt u van zowel audio- als videobronnen de vorm van het audiogeluidsveld op elektronische wijze uitbreiden en wijzigen en daarmee uw luisterkamer in een theater veranderen. U kunt een uitstekend audiogeluidsveld produceren door het kiezen van een geschikt geluidsveldprogramma (dit zal natuurlijk afhankelijk zijn van hetgeen u beluistert) en daaraan de gewenste afstellingen toevoegen. Verder omvat deze apparatuur een Dolby Digital decoder en een Dolby Pro Logic Surround decoder voor meerkanaals geluidsreproductie van bronnen die met Dolby Surround gecodeerd zijn en een DTS decoder voor de voor meerkanaals geluidsreproductie van bronnen die met DTS gecodeerd zijn. De functie van deze decoders kan geregeld worden door het kiezen van een bijbehorend DSP programma waarin de gecombineerde functies van YAMAHA DSP en Dolby Digital, Dolby Pro Logic Surround of DTS zijn opgenomen. Deze apparatuur beschikt over 12 programma’s voor digitale geluidsveldprocessing; 7 die afgeleid zijn van werkelijk bestaande akoestische omgevingen uit de gehele wereld en 5 programma’s voor audio/videobronnen. Bovendien beschikt elk programma over twee subprogramma’s. Alle programma’s bevatten diverse parameters die overeenkomstig de persoonlijke voorkeur van de luisteraar afgesteld kunnen worden. Zie pagina 45 tot 49 voor nadere bijzonderheden betreffende de digitale geluidsveldprogramma’s. 1 Volg de stappen 1 – 7 aangegeven in “Weergeven van een bron” op de pagina’s 32-33. 2 Bij bediening vanaf het voorpaneel: Als er geen programmanaam verlicht op het displaypaneel wordt aangegeven, de EFFECT toets indrukken om de digitale geluidsveld- processor in te schakelen zodat een naam van een DSP programma verlicht op het displaypaneel en op het monitorscherm wordt aangegeven.
Bij bediening vanaf de afstandbediening: Zet de PARAMETER/SET MENU schakelaar op de afstandbediening in de PARAMETER stand zetten. Opmerking: De kap van de afstandbediening moet geopend zijn. PARAMETERSET MENU WORDT VERVOLGD EFFECT BASIS-BEDIENING
Nederlands 3 Kies een programma dat geschikt is voor de bron. De naam van het gekozen programma wordt verlicht op het displaypaneel en op het monitorscherm aangegeven.
Stel het uitgangsniveau van elk van de luidsprekers af. (Zie voor bijzonderheden de bijbehorende beschrijvingen op pagina 43 en 44.)
U kunt uw eigen geluidsveld naar eigen voorkeur creëren. (Zie voor bijzonderheden pagina 54 tot 58.) Opmerkingen
De programmakeuze kan worden uitgevoerd met betrekking tot afzonderlijke ingangsbronnen. Zodra u een programma kiest, wordt dit gekoppeld aan de ingangsbron die op dat moment is gekozen. Wanneer u dus de volgende keer dezelfde ingangsbron kiest, zal hetzelfde programma automatisch worden opgeroepen.
Indien u er de voorkeur aan geeft de DSP te annuleren, de EFFECT toets indrukken. Het geluid zal dan het normale 2-kanaal stereo geluid worden zonder het surround geluidseffect.
Wanneer er een mono geluidsbron wordt afgespeeld met het programma PRO LOGIC (Normal/Enhanced) zal geen juist effect worden bereikt. Verder kan het geluid onnatuurlijk klinken afhankelijk van hoe de luidsprekeruitgang is ingesteld (1A tot 1D) in de SET MENU stand.
Wanneer de Dolby Pro Logic Surround decoder, de Dolby Digital decoder of DTS decoder van dit apparaat gebruikt wordt en het geluid van de hoofdbron aanzienlijk gewijzigd wordt door overmatige afstelling van de BASS of TREBLE regelaar, is het mogelijk dat door de relatie tussen het middenkanaal en de achterkanalen een onnatuurlijk effect geproduceerd wordt.
Wanneer een bron van signalen die ingevoerd wordt naar de EXTERNAL DECODER INPUT aansluitingen van dit apparaat wordt gekozen, kan de DSP niet worden gebruikt en zal de EFFECT toets eveneens niet functioneren. SPEAKERS TAPE/MD
Naam van subprogramma Programmanaam Eenmaal of meerdere malen indrukken
b) Kies een gewenst subprogramma door dezelfde DSP programmakeuzetoets eenmaal of meerdere malen in te drukken of door het indrukken van de +/– toetsen. PROGRAM
Bij bediening vanaf het voorpaneel: Bij bediening vanaf de afstandbediening: BASIS-BEDIENING42 m Kijken naar een videobron gecodeerd met de Dolby Pro Logic Surround, de Dolby Digital of het DTS Wanneer u het programma 10, 11 of 12 kiest en het ingangssignaal van de bron 2-kanaal stereo is, wordt Dolby Pro Logic Surround gedecodeerd. Wanneer een bepaald programma is gekozen en het ingangssignaal van de bron gecodeerd is met het Dolby Digital, zal het Dolby Digital automatisch gedecodeerd worden. Wanneer een bepaald programma is gekozen en het ingangssignaal van de bron gecodeerd is met het DTS, zal het DTS automatisch gedecodeerd worden. De volgende indicators op het displaypaneel geven aan welke soort geluidsprocessing er wordt uitgevoerd. 1 Licht op wanneer een DVD bron die gecodeerd is met DTS wordt weergegeven en DTS wordt gedecodeerd. 2 Licht op wanneer een LD bron of een CD bron die gecodeerd is met DTS wordt weergegeven en DTS wordt gedecodeerd. 3 Licht op wanneer Dolby Digital gedecodeerd wordt en de signalen van de gekozen bron die gecodeerd is met Dolby Digital niet 2-kanaals is. 4 Licht op wanneer het Dolby Pro Logic Surround gedecodeerd wordt. 5 Licht op wanneer de digitale geluidsveldprocessor is ingeschakeld. Het displaypaneel of het monitorscherm zal het gekozen subprogramma aangeven, overeenkomstig de soort van decodering. Opmerkingen
Dolby Digital zal niet worden gedecodeerd voor de bron die niet met Dolby Digital gecodeerd is. DTS zal niet worden gedecodeerd voor de bron die niet met DTS gecodeerd is.
Als de ingangssignalen van de bron die gecodeerd is met Dolby Digital alleen in 2-kanalen zijn, is de geluidsprocessing voor deze signalen hetzelfde als bij die voor de analoge of PCM audiosignalen.
De indicator 3 licht eveneens op wanneer de ingangsfunctie op “D.D.RF” wordt ingesteld, ook als er geen signaal dat met Dolby Digital gecodeerd is naar dit apparaat wordt ingevoerd. Opmerking Als u de LD (of CD) die met het DTS gedecodeerd wordt weergegeven verwisseld voor een andere disc die niet met het DTS gedecodeerd is en de rode “dts” indicator brandt, zal er wanneer de nieuw gekozen disc wordt weergegeven geen geluid worden voortgebracht. In deze toestand zal de rode “dts” indicator knipperen om aan te geven dat dit apparaat in de DTS-decodeerfunctie geblokkeerd is. Verander om de disc normaal te kunnen weergeven de huidige DTS-decodeerfunctie in een andere functie door een ingangskeuzetoets op de afstandbediening in te drukken of de INPUT MODE toets op het voorpaneel zodanig in te drukken dat de rode “dts” indicator uit gaat. m Uitschakelen van het effectgeluid Met behulp van de EFFECT toets op het voorpaneel en de EFFECT ON/OFF toets op de afstandbediening is het eenvoudig het normale stereo geluid te vergelijken met het volledige bewerkte effectgeluid. Druk voor het uitschakelen van het effectgeluid en het enkel beluisteren van het hoofdgeluid de EFFECT ON/OFF toets of de EFFECT toets in. Druk de EFFECT ON/OFF toets of de EFFECT toets een tweede maal in om het effectgeluid te herstellen. Opmerkingen
Als het effectgeluid wordt uitgeschakeld wanneer de signalen die gecodeerd zijn met Dolby Digital of DTS naar dit apparaat worden gevoerd, zullen de signalen van alle kanalen gemengd worden en via de hoofdluidsprekers worden weergegeven.
Indien de EFFECT toets of de EFFECT ON/OFF toets wordt ingedrukt om de effectgeluiden uit te schakelen wanneer Dolby Digital of DTS gedecodeerd wordt, is het mogelijk dat afhankelijk van de bron het voortgebrachte geluid zwak is of niet normaal wordt weergegeven. Druk in dat geval de EFFECT toets of de EFFECT ON/OFF toets in om de effectgeluiden ON te schakelen of gebruik ingangssignalen die niet met de Dolby Digital of het DTS gecodeerd zijn.
Indien de EFFECT toets of de EFFECT ON/OFF toets wordt ingedrukt om de effectgeluiden uit te schakelen wordt er, afhankelijk van de huidige digitale ingangssignalen, enige informatie weergegeven op het displaypaneel. Wanneer bijvoorbeeld Dolby Digital wordt gedecodeerd wordt op het displaypaneel de samplefrequentie en de kanaalformatie aangegeven. Bijv.)
- Als de ingangsbron een Dolby Digital KARAOKE bron in, zal “K” aan het begin van de kanaalformatie worden aangegeven. DIGITAL PRO LOGIC DSP
Afstandbediening EFFECT EFFECTON/OFF Aftastfrekwentie is 48 kHz. Drie kanalen aan de voorzijde Twee kanalen aan de achterzijde EFFECT OFF fs=48k in : 3/2 BASIS-BEDIENING43 Nederlands Afstellen van het uitgangsniveau van de midden, rechter achterste en linker achterste, voorste effect-luidsprekers en subwoofer U kunt het uitgangsniveau van het geluid van elk van de luidsprekers afstellen, ook al is het uitgangsniveau reeds ingesteld bij “Afstelling van de luidsprekerbalans” op de pagina’s 29 tot 31. 1 Zet de PARAMETER/SET MENU schakelaar op de afstandbediening in de PARAMETER stand.
3 Druk een van de hieronder aangegeven toetsen eenmaal of meerdere malen in totdat de naam van de luidspreker(s) waarvan u het niveau wilt afstellen op de display verschijnt. Telkens wanneer de toets wordt ingedrukt verandert de selectie zoals aangegeven in bovenstaande tabel.
- Door het indrukken van de toets op de afstandbediening verandert de selectie in omgekeerde volgorde. 4 Stel het niveau van de gekozen luidspreker(s) af. 5 Herhaal de stappen 2 en 3 voor het maken van afstellingen voor de overige luidspreker(s). CENTER R SUR. L SUR. FRONT SWFR (Uitgangsniveau van middelste luidspreker) (Uitgangsniveau van rechter achterste luidspreker) (Uitgangsniveau van linker achterste luidspreker) (Uitgangsniveau van voorste effect-luidspreker) (Uitgangsniveau van subwoofer) m Methode van afstelling Deze afstelling kan enkel worden gemaakt met behulp van de afstandbediening. Opmerking: De kap van de afstandbediening moet geopend zijn. LEVEL LEVEL PARAMETERSET MENU
Als het uitgangsniveau eenmaal is afgesteld, zal de niveauwaarde hetzelfde zijn bij alle digitale geluidsveldprogramma’s.
De waarde van het uitgangsniveau van elke luidspreker die u de laatste keer heeft ingesteld, zullen in het geheugen bewaard blijven ook als dit apparaat op de standby functie is ingesteld. Indien echter het netsnoer gedurende langer dan één week niet wordt aangesloten, zullen deze waarden automatisch teruggesteld worden naar de oorspronkelijke in de fabriek gemaakte instellingen.
Als de functie “1A. CENTER SP” in de SET MENU modus op de “NONE” positie is ingesteld, kan het uitgangsniveau van de middenluidspreker niet worden afgesteld. Dit is omdat in deze functie het middengeluid automatisch via de linker en rechter hoofdluidsprekers wordt weergegeven.
Wanneer een van de DSP programma’s Nr. 1 tot 7 is gekozen, kan het uitgangsniveau van de middenluidspreker niet afgesteld worden.
Wanneer niet verlicht op de display wordt aangegeven, kan het uitgangsniveau van de voorste effect- luidspreker niet afgesteld worden. DSP BASIS-BEDIENING Luidsprekers CENTER RIGHT SURROUND (R SUR.) LEFT SURROUND (L SUR.) FRONT SUBWOOFER (SWFR) Vooringestelde waarde
Regelbereik (dB) MIN, –20 tot +10 MIN, –20 tot +10 MIN, –20 tot +10 MIN, –20 tot +10 MIN, –20 tot 045 Nederlands In onderstaande lijst worden korte beschrijvingen gegeven van de geluidsvelden die door elk van de DSP programma’s geproduceerd worden. Houd daarbij in gedachte dat de meeste van deze programma’s preciese digitale reproducties zijn van werkelijk bestaande akoestische omgevingen. De data voor deze diverse geluidsvelden zijn opgenomen op echt bestaande lokaties met behulp van geavanceerde geluidsveld-meetapparatuur. Opmerking De balans van het kanaalniveau tussen de linker en de rechter achterste effect-luidsprekers kan verschillend zijn afhankelijk van het geluidsveld waar in u luistert. Dit wordt veroorzaakt door het feit dat de meeste geluidsvelden reproducties zijn van werkelijke akoestische omgevingen. m Programma’s Nr. 1 tot 7: Hi-Fi DSP programma’s (voor audiobronnen)
Wanneer het ingangssignaal analoog of PCM audio is: ( ) Luidspreker-uitgangsvermogen: hoofd, achter, voorste effect
Wanneer het ingangssignaal met Dolby Digital gecodeerd is (niet in 2 kanalen): ( ) Luidspreker-uitgangsvermogen: hoofd, midden, achter, voorste effect
Wanneer het ingangssignaal met het DTS gecodeerd is: ( ) Luidspreker-uitgangsvermogen: hoofd, midden, achter, voorste effect DSP DSP DIGITAL DSP BIJZONDERHEDEN Dit is een grote waaiervormige concertzaal in München met ongeveer 2500 zitplaatsen. Bijna het gehele interieur is vervaardigd uit hout. Er is relatief weinig weerkaatsing van de linker en rechter muren en de klanken worden verfijnd en prachtvol weergegeven. Een klassieke rechthoekige concertzaal met ongeveer 1700 zitplaatsen. Pilaren en gebeeldhouwde versieringen zorgen voor een uitermate complexe akoestiek. Deze weerkaatsingen en de weerkaatsingen uit alle richtingen van de zaal zorgen voor bijzonder volle en rijke klanken. Dit is een grote concertzaal met 2600 zitplaatsen in de Verenigde Staten welke gekenmerkt wordt door een nogal traditioneel Europees ontwerp. Het interieur is relatief eenvoudig en suggereert een Amerikaanse smaak. De klanken van de midden en hogere frekwenties worden rijk en prachtvol weergegeven. Een grote ronde concertzaal met een rijk surround effect. Duidelijke weerkaatsingen vanuit alle richtingen benadrukken het bereik van de klanken. U zult het geluidsveld ervaren met een grote mate van aanwezigheid, waarbij u ongeveer in het midden bij het podium zit. Dit geluidsveld is ook effectief voor karaoke. Dit komt doordat u de gewaarwording krijgt op een echt podium te staan. De akoestische omgeving van een grote kerk met een hoge koepel en pilaren langs de zijkanten wordt nagebootst. Het interieur produceert zeer lange nagalmen. Dit is een geluidsveld dat gecreëerd wordt door de refter (eetzaal) van het klooster, een prachtig Middeleeuws gebouw dat zich bevindt in Royaumont even buiten Parijs. De koepelvormige ruimtes in het plafond die gevormd worden door de ondersteunende pilaren zorgen voor weerkaatsingen van echo en voor mooie, lang aanhoudende klanken. Nr. PROGRAMMA SUBPROGRAMMA (TYPE) 1 CONCERT Europe Hall A HALL 1 Europe Hall B 2 CONCERT U.S.A. Hall C HALL 2 Live Concert 3 CHURCH Freiburg Royaumont Kort overzicht van de digitale geluidsveldprogramma’s BASIS-BEDIENING46 BIJZONDERHEDEN Dit is het geluidsveld voor aan het podium in “The Bottom Line”, een bekende jazzclub in New York. Links en rechts van het podium is er een ruimte voor 300 personen in een geluidsveld dat realistische en vibrerende klanken ten gehore geeft. Een jazzclub in New York. Deze bevindt zich in een kelder en heeft een relatief groot vloeroppervlak. Het patroon van de weerkaatsing is hetzelfde als die van een kleine zaal. Het ideale programma voor levendige, dynamische rockmuziek. De gegevens voor dit programma werden opgenomen in een van de meest populaire rockclubs in Los Angeles. Geeft u lange vertragingstijden tussen de directe klanken en de effect- klanken en een buitengewoon ruimtelijk effect van een groot arena theater. Bootst de akoestische omgeving na van een levendige disco in het hart van een zeer levendige stad. De klanken worden dichtbij elkaar en in hoge mate geconcentreerd weergegeven. Dit programma wordt ook gekenmerkt door het feit dat de geluiden een “onmiddellijke” directheid hebben met veel energie. Dit is een geluidsveld dat geschikt is voor achtergrondmuziek bij partijen waar u het geluid ook rechtstreeks van de achterzijde kunt horen, waardoor het genieten van muziek over een brede ruimte mogelijk is. Dit programma geeft u de lange vertragingen en het buitengewone ruimtelijke effect van een openlucht stadion in Los Angeles dat een diameter heeft van niet minder dan 300 m. Een openlucht stadion met de typisch kuipvormige opstelling van de zitplaatsen. De weerkaatsingen vanaf stoelen ver van uw positie zijn vanuit alle richtingen waarneembaar. Nr. PROGRAMMA SUBPROGRAMMA (TYPE) 4 JAZZ CLUB The Bottom Line Village Gate 5 ROCK Roxy Theatre CONCERT Arena
ENTERTAINMENT Disco Party 7 STADIUM Anaheim Bowl BASIS-BEDIENING47 Nederlands BIJZONDERHEDEN Geeft een bijzondere diepte en helderheid aan de zang, waarbij overmatige nagalm beperkt blijft. Voor opera worden de orkestbak en het podium op ideale wijze gecombineerd, waardoor u het gevoel krijgt bij een live uitvoering aanwezig te zijn. De achterste surround-zijde van het geluidsveld is relatief gematigd, echter door middel van het gebruik van gegevens van een concertzaal worden er prachtige klanken gereproduceerd. U zult niet vermoeid raken bij het langdurig kijken naar een opera. Voorziet in een enthousiaste atmosfeer en maakt dat u voelt zich in het midden van de actie te bevinden, alsof u werkelijk een jazz of rockconcert bezoekt. Het bestanddeel van de indirecte klank verspreidt zich langs de surround- zijde van het geluidsveld door middel van het gebruik van de gegevens van een grote ronde zaal voor de surround-zijde, zodat de beeldruimte rond het scherm en de klankruimte ten volle uitgebreid worden. Dit programma is voor het reproduceren van mono videobronnen (oude films, enz.). Mono-klanken worden met veel live-effect aan de live-zijde van het geluidsveld gereproduceerd, samen met een optimaal nagalm- effect. Het gebruik van de middenluidspreker zorgt er voor dat de dialoog beter verstaanbaar is, waardoor er een aangename vermenging van beeld en dialoog verkregen wordt. Alhoewel de voorste live-zijde van het geluidsveld relatief smal is, maakt de achterste surround-zijde gebruik van de geluidsomgeving van een grote concertzaal. Met dit programma kunt u genieten van het kijken naar diverse TV programma’s, zoals het nieuws, varieté shows, muziekprogramma’s of sportprogramma’s. In een stereo-uitzending van een sportprogramma, is de commentator naar de middenpositie gekeerd, terwijl het geroep en de atmosfeer in het stadion zich aan de surround- zijde verspreidt, alhoewel verspreiding naar de achterzijde in de juiste mate beperkt wordt. Nr. PROGRAMMA SUBPROGRAMMA (TYPE) 8 CONCERT Classical/Opera VIDEO Pop/Rock 9 TV THEATER Mono Movie Variety/Sports m Programma’s Nr. 8 tot 12: CINEMA-DSP programma’s (voor audio/videobronnen)
De verdeling van de uitgangssignalen van de luidsprekers is voor elk programma als volgt: Nr. 8, 9, 10, 11: hoofd, midden, achter, voorste effect Nr. 12 (Normal): hoofd, midden, achter Nr. 12 (Enhanced): hoofd, midden, achter, voorste effect
Bij alleen de programma’s Nr. 8 en 9 lichten de indicators op als volgt. Wanneer het ingangssignaal analoog of PCM audio is: ( ) Wanneer het ingangssignaal met Dolby Digital gecodeerd is (niet in 2 kanalen): ( ) Wanneer het ingangssignaal met het DTS gecodeerd is: ( ) DSP DSP DIGITAL DSP BASIS-BEDIENING48 BIJZONDERHEDEN Creëert het buitengewoon brede geluidsveld van een bioscooptheater. Het reproduceert op nauwkeurige wijze het brongeluid in alle bijzonderheden, hetgeen zowel aan de video als het geluidsveld een ongelofelijke realiteit geeft. Elke soort videobron die gecodeerd is met het Dolby Surround of het DTS (vooral grootschalige filmproducties) is ideaal voor gebruik met dit programma. Reproduceert op duidelijke wijze de dialoog en de geluidseffecten volgens de meest recente klankontwerpen van science-fiction films, waarbij er tussen de stiltes een brede en expansiegerichte filmische ruimte gecreëerd wordt. U kunt genieten van science-fiction films in een geluidsveld in een virtuele ruimte met Dolby Pro Logic, Dolby Digital en DTS- gecodeerde software die gebruik maakt van de meest geavanceerde technieken. Ideaal voor het op nauwkeurige wijze weergeven van de klankstructuur van de nieuwste meersporen films. Het geluidsveld is identiek aan dat van de nieuwste filmtheaters, zodat de nagalmen van het geluidsveld zelf zoveel mogelijk beperkt worden. De data van het geluidsveld van een operagebouw worden gebruikt voor de voorste podiumzijde, zodat het drie-dimensionale gevoel van het geluidsveld wordt benadrukt en de dialoog nauwkeurig op het scherm wordt georiënteerd. Door middel van het gebruik van data van het geluidsveld van een concertzaal voor de achterste surround zijde, wordt er een krachtige nagalm verkregen. Met dit programma kunt u genieten van actiefilms, avonturenfilms, enz. met veel effect. Voor de reproductie van een meersporen-film en wordt gekenmerkt door een zacht en uitgebreid geluidsveld. De voorste live-zijde van het geluidsveld is relatief smal. Het verspreidt zich in de volledige ruimte rondom en in de richting van het scherm, waarbij het echo-effect van de dialoog beperkt wordt, zonder dat er echter aan de duidelijkheid afbreuk gedaan wordt. Aan de surround- zijde wordt de harmonie van de muziek of het koor mooi in een brede ruimte aan de achterzijde van het geluidsveld weergegeven. Nr. PROGRAMMA SUBPROGRAMMA (TYPE) 10 MOVIE 70 mm Spectacle THEATER 1 () Functioneert wanneer het ingangssignaal analoog of PCM audio is of gecodeerd met Dolby Digital in 2 kanalen. DGTL Spectacle
Functioneert wanneer het ingangssignaal gecodeerd is met Dolby Digital (niet in 2 kanalen). DTS Spectacle
Functioneert wanneer het ingangssignaal met DTS gecodeerd is. 70 mm Sci-Fi
Functioneert wanneer het ingangssignaal analoog of PCM audio is of gecodeerd met Dolby Digital in 2 kanalen. DGTL Sci-Fi
Functioneert wanneer het ingangssignaal gecodeerd is met Dolby Digital (niet in 2 kanalen). DTS Sci-Fi
Functioneert wanneer het ingangssignaal met DTS gecodeerd is. 11 MOVIE 70 mm Adventure THEATER 2 () Functioneert wanneer het ingangssignaal analoog of PCM audio is of gecodeerd met Dolby Digital in 2 kanalen. DGTL Adventure
Functioneert wanneer het ingangssignaal gecodeerd is met Dolby Digital (niet in 2 kanalen). DTS Adventure
Functioneert wanneer het ingangssignaal met DTS gecodeerd is. 70 mm General
Functioneert wanneer het ingangssignaal analoog of PCM audio is of gecodeerd met Dolby Digital in 2 kanalen. DGTL General
Functioneert wanneer het ingangssignaal gecodeerd is met Dolby Digital (niet in 2 kanalen). DTS General
De programma’s Nr. 10 tot 11 zijn geschikt voor de reproduktie van videodiscs, videobanden en soortgelijke bronnen die gecodeerd zijn met Dolby Surround (voorzien van het “DOLBY SURROUND” of “DOLBY DIGITAL” logo) of gecodeerd met DTS (voorzien van het “dts” logo). BASIS-BEDIENING49 Nederlands BIJZONDERHEDEN De ingebouwde Dolby Pro Logic Surround decoder, de Dolby Digital decoder of de DTS decoder reproduceert nauwkeurig de geluiden en de geluidseffecten van een bron die met de Dolby Surround of de DTS gecodeerd is. Door het gebruik van een uiterst efficiënt decoderingsproces wordt de crosstalk en de kanaalscheiding verbeterd en wordt de klankbron meer gelijkmatig en nauwkeurig overgebracht. De multi-surround luidsprekersystemen van het nieuwste filmtheater op ideale wijze nagebootst. De digitale geluidsveldprocessing en de Dolby Surround decodering of de DTS decodering worden uiterst nauwkeurig uitgevoerd zonder dat daarbij de oorspronkelijk klank- oriëntatie gewijzigd wordt. Door de surround-effecten die door dit geluidsveld gereproduceerd worden, wordt de toeschouwer op natuurlijke wijze van achteren naar de linker en rechter zijde en in de richting van het scherm verplaatst. Nr. PROGRAMMA SUBPROGRAMMA (TYPE) 12 /DTS PRO LOGIC/Normal () SURROUND Functioneert wanneer het ingangssignaal analoog of PCM audio is of gecodeerd met Dolby Digital in 2 kanalen. DOLBY DIGITAL/Normal () Functioneert wanneer het ingangssignaal gecodeerd is met Dolby Digital (niet in 2 kanalen). DTS DIGITAL SUR./Normal () Functioneert wanneer het ingangssignaal met DTS gecodeerd is. PRO LOGIC/Enhanced
Functioneert wanneer het ingangssignaal analoog of PCM audio is of gecodeerd met Dolby Digital in 2 kanalen. DOLBY DIGITAL/Enhanced
Functioneert wanneer het ingangssignaal gecodeerd is met Dolby Digital (niet in 2 kanalen). DTS DIGITAL SUR./Enhanced
Functioneert wanneer het ingangssignaal met DTS gecodeerd is. DSP DSP DIGITAL DSP PRO LOGIC DIGITAL PRO LOGIC Opmerking: Als de stand “NONE” is gekozen op “1A. CENTER SP” in de SET MENU modus, zal er door de middenluidspreker(s) geen geluid worden voortgebracht.
Programma Nr. 12 is voor de reproduktie van videodiscs, videobanden en soortgelijke bronnen die gecodeerd zijn met Dolby Surround (voorzien van het “DOLBY SURROUND” of “DOLBY DIGITAL” logo) of gecodeerd met DTS (voorzien van het “dts” logo). BASIS-BEDIENING50 GEAVANCEERDE MOGELIJKHEDEN
Met behulp van de volgende acht functies is het mogelijk optimaal gebruik te maken van uw systeem hetgeen u een grotere voldoening verschaft bij het luisteren naar audiobronnen en bekijken van videofilms. “SET MENU” modus Zie tijdens de bediening de informatie die op het displaypaneelof op het monitorscherm wordt aangegeven. Om de informatieop de monitor te kunnen zien moet de stroomtoevoer van demonitor ingeschakeld worden.Zet bij gebruik van de afstandbediening de PARAMETER/SETMENU schakelaar in de SET MENU stand.Opmerking: De kap van de afstandbediening moet geopendzijn. 1 Kies voor het maken van de wijzigingen de functie van toepassing door een van de volgende toetsen eenmaal ofmeerdere malen in te drukken. 2 Kies de gewenste stand of bewerk de parameter voor de functie door een van de volgende toetsen eenmaal ofmeerdere malen in te drukken. 3 Herhaal de stappen 1 en 2 voor het wijzigen van een instelling of het afstellen van een overige functie.OpmerkingVoor elk van de functies wordt op de pagina’s 51 tot 53 eengedetailleerde afstellingsmethode aangegeven via het gebruikvan de toetsen van de afstandbediening. Let bij gebruik van detoetsen van het voorpaneel op de volgende punten: De +/– toetsen op de afstandbediening zijn identiek aan deSET MENU +/– toets op het voorpaneel. De toets op de afstandbediening is identiek aan de NEXTtoets op het voorpaneel.De toets op de afstandbediening kan worden gebruikt voorhet veranderen van selecties in de omgekeerde volgorde vande toets.AfstandbedieningAfstandbediening PARAMETERSET MENU m Wijzigingen en afstellingen
NEXTSET MENU51 Nederlands
1. SPEAKER SET (kiezen van de uitgangsfuncties die geschikt zijn voor uw
luidsprekersysteem) Zie pagina 26–27 voor bijzonderheden. (Wanneer u eenmaal de juiste functies heeft gekozen, hoeft u geen wijzigingen meer aan te brengen tot het moment dat u uw luidsprekersysteem verandert.) m Functie beschrijvingen
2. DLBY DGTL (DOLBY DIGITAL) SET
Afstellingsmethode Druk na het kiezen van de titel “2. DLBY DGTL SET” in stap 1 op pagina 50 de + of – toets in om de titel “2A. LFE LEVEL” te laten verschijnen. Druk voor het kiezen van de titel “2B. D-RANGE” de toets in. (Druk voor het opnieuw kiezen van de titel “2A. LFE LEVEL”, de toets in.) Maak vervolgens een wijziging van de instelling of een afstelling met behulp van de + of – toets. 2A. LFE LEVEL [afstellen van het uitgangsniveau op het LFE (lage frekwentie effect) kanaal]
Regelbereik: –20 dB tot 0 dB Vooringestelde waarde: 0 dB
Deze afstelling is enkel effectief wanneer Dolby Digital gedecodeerd wordt en de signalen van de gekozen bron die gecodeerd is met Dolby Digital LFE signalen bevatten. Stelt het uitgangsniveau af op het LFE (lage frekwentie effect) kanaal. Indien de LFE signalen gemengd worden met signalen van overige kanalen en deze via dezelfde luidsprekers worden uitgevoerd, kan de verhouding van de LFE signalen ten opzichte van de overige signalen afgesteld worden. (Zie pagina 5 voor bijzonderheden betreffende het LFE kanaal.) GEAVANCEERDE MOGELIJKHEDEN
Deze afstelling is enkel effectief wanneer Dolby Digital gedecodeerd wordt. “Dynamisch bereik” is het verschil tussen het maximum niveau en het minimum niveau van geluiden. Geluiden op een film welke oorspronkelijk bestemd is voor bioscooptheaters kenmerken zich door een zeer breed dynamisch bereik. Met behulp van de Dolby Digital technologie kan het oorspronkelijke geluidsspoor in een huiskamer-audioformaat worden omgezet waarbij dit brede dynamische bereik onveranderd blijft. Krachtige geluiden met een buitengewoon breed dynamisch bereik zijn niet altijd geschikt voor huiskamergebruik. Afhankelijk van de omstandigheden van uw luisteromgeving, bestaat de kans dat het niet mogelijk is het uitgangsniveau van het geluid zo hoog in te stellen als in een bioscooptheater het geval is. Echter, op een niveau dat geschikt is voor het luisteren in uw kamer, kunnen de delen van een bron met laag niveau niet goed gehoord worden aangezien deze verloren raken in de achtergrondgeluiden van uw omgeving. Met behulp van Dolby Digital technologie is het eveneens mogelijk het dynamische bereik van een oorspronkelijk geluidsspoor terug te brengen op huiskamer-audioformaat door de data van de klanken “samen te drukken”. MAX: In deze positie wordt een bron die gecodeerd is met Dolby Digital in het brede dynamische bereik van het oorspronkelijke geluidsspoor gereproduceerd, waardoor bereikt wordt dat u kunt genieten van krachtige geluiden die vergelijkbaar zijn met die in een bioscooptheater. Het kiezen van deze positie zal nog meer tot zijn recht komen, indien u kunt luisteren naar een bron op een hoog uitgangsniveau in een kamer die speciaal voor het genieten van audio/video geluiddicht gemaakt is. STD (Standard): In deze positie wordt een bron die gecodeerd is met Dolby Digital gereproduceerd in het “samengedrukte” dynamische bereik van de bron welke geschikt is voor het beluisteren op een laag niveau. MIN: In deze positie wordt het dynamische bereik verder versmald dan in de STD positie. Het kiezen van deze positie zal van dienst zijn wanneer u moet luisteren naar een bron op een buitengewoon laag uitgangsniveau.
- In deze positie kan het voorkomen dat afhankelijk van de bron het voortgebrachte geluid zwak is of niet normaal wordt weergegeven. Kies in dat geval de MAX of STD positie. 2B. D-RANGE (afstellen van het dynamische bereik)52 GEAVANCEERDE MOGELIJKHEDEN
4. CENTER DELAY [afstellen van de vertraging van de middengeluiden (dialoog, enz.)]
Regelbereik: 0 ms tot 5 ms (in stappen van 1 ms) Vooringestelde waarde: 0 ms
Deze afstelling is enkel effectief wanneer Dolby Digital of DTS gedecodeerd wordt en de signalen van de gekozen bron die gecodeerd is met Dolby Digital of DTS middenkanaalsignalen bevatten. Stelt de vertraging af tussen de hoofdgeluiden (op de hoofdkanalen) en de dialoog, enz. (op het middenkanaal). Naarmate de waarde groter is, wordt de dialoog, enz. later ten gehore gebracht. Het is mogelijk dat in uw audiosysteem de afstand van de middenluidspreker naar uw luisterpositie korter is dan de afstand van de linker of rechter hoofdluidspreker naar uw luisterpositie. In dat geval kunnen de geluiden van de linker hoofdluidspreker, de middenluidspreker en de rechter hoofdluidspreker uw luisterpositie op hetzelfde moment bereiken door het geluid van de middenluidspreker te vertragen.
5. PARAMETER INI (Initialiseren van parameters op een DSP programma)
U kunt alle parameter-instellingen op een DSP programma initialiseren. Een DSP programma heeft echter twee of drie sub-programma’s; alle parameters op beide sub-programma’s worden door deze bewerking geïnitialiseerd. Initialiseringsmethode Druk na het kiezen van deze functie (titel) in stap 1 op pagina 50 de + of – toets in om de DSP programmanummers (1 – 12) op de display te laten verschijnen. Een programmanummer waarvan de parameters veranderd werden wordt gemarkeerd door “
”. Druk een DSP programmakeuzetoets in die overeenkomt met het programmanummer waarvan u de parameters wenst te initialiseren. Wanneer de parameters zijn geïnitialiseerd zal de “
” markering verdwijnen.
Afstellingsmethode Druk na het kiezen van de titel “3. DTS SET” in stap 1 op pagina 50 de + of – toets in om de titel “3A. LFE LEVEL” te laten verschijnen. Stel vervolgens het niveau er van af met behulp van de + of – toets. 3A. LFE LEVEL [afstellen van het uitgangsniveau op het LFE (lage frekwentie effect) kanaal]
Regelbereik: –10 dB tot 10 dB Vooringestelde waarde: 0 dB
Deze afstelling is enkel effectief wanneer DTS gedecodeerd wordt en de signalen van de gekozen bron die gecodeerd is met DTS LFE signalen bevatten. Stelt het uitgangsniveau af op het LFE (lage frekwentie effect) kanaal. Indien de LFE signalen gemengd worden met signalen van overige kanalen en deze via dezelfde luidsprekers worden uitgevoerd, kan de verhouding van de LFE signalen ten opzichte van de overige signalen afgesteld worden. (Zie pagina 5 voor bijzonderheden betreffende het LFE kanaal.)53 Nederlands
7. TV/DBS INPUT (kiezen van de begin-ingangsmodus van de bron die aangesloten is op
de TV/DBS aansluiting) Voor de bron die aangesloten is op de TV/DBS aansluitingen van deze apparatuur, kunt u de ingangsmodus bepalen die automatisch wordt gekozen wanneer de stroomtoevoer naar deze apparatuur wordt ingeschakeld. AUTO: In deze positie wordt de AUTO ingangsmodus altijd gekozen wanneer de stroomtoevoer naar deze apparatuur wordt ingeschakeld. LAST: In deze positie wordt de ingangsmodus die u het laatst heeft gekozen in het geheugen opgeslagen en zal niet worden veranderd ook als de stroomtoevoer naar deze apparatuur wordt uitgeschakeld.
- Zie pagina 35 voor bijzonderheden betreffende het overschakelen van de ingangsmodus.
8. DIMMER (veranderen van de helderheid van het displaypaneel)
U kunt de helderheid van het displaypaneel in stappen van vijf graden afstellen.
6. MEMORY GUARD (Vergrendelen van DSP parameters en overige afstellingen)
Indien u abusievelijke wijziging van DSP parameters en overige afstellingen op deze apparatuur wenst te voorkomen, “ON” kiezen. In deze posities zijn de instellingen vergrendeld en kunnen deze niet gewijzigd worden. De volgende functies op deze apparatuur kunnen door deze bedieningswijze vergrendeld worden.
- Overige functies in de “SET MENU” modus
- TEST toets GEAVANCEERDE MOGELIJKHEDEN54 Wat is een geluidsveld? Om de indrukwekkende functies van het DSP nader te kunnen verklaren, dienen we eerst te begrijpen wat precies een geluidsveld is. De rijke, volle klanken van een live instrument worden in feite bepaald door de meervoudige weerkaatsingen van de muren van de kamer. Afgezien van het feit dat het geluid “live” gemaakt wordt, stellen deze weerkaatsingen ons in staat te vertellen waar de muzikant gezeten is, alsmede de grootte en de vorm van de kamer waarin we ons bevinden. We kunnen zelfs opmerken of de kamer bijzonder weerkaatsend is met oppervlakken van staal en glas, of meer absorberend is met houten panelen, vloerbedekking en gordijnen. De elementen van een geluidsveld In elke omgeving zijn er naast het directe geluid dat vanaf het instrument van de muzikant recht naar onze oren toe komt twee aparte soorten geluidsweerkaatsingen die samen in combinatie het geluidsveld bepalen: (1) Eerste weerkaatsingen. Weerkaatste geluiden bereiken onze oren bijzonder snel (50 ms – 100 ms na het directe geluid), na weerkaatsing van slechts één oppervlak — bijvoorbeeld vanaf het plafond of een muur. Deze weerkaatsingen vallen voor elke soort omgeving onder specifieke patronen zoals aangegeven in het schema op pagina 56 en geven belangrijke informatie aan onze oren door. Eerste weerkaatsingen zorgen er voor dat er helderheid aan het directe geluid wordt toegevoegd. (2) Nagalm. Dit wordt veroorzaakt door de weerkaatsingen van meer dan één oppervlak — muren, plafond, de achterzijde van de kamer — zo talrijk dat deze samensmelten en een onafgebroken akoestische “nagloei” vormen. Deze zijn niet-richtingbepaald en verminderen de helderheid van het directe geluid. De combinatie van direct geluid, eerste weerkaatsingen en daaropvolgende nagalm helpen ons de relatieve grootte en vorm van de kamer te bepalen. Het is deze informatie die door het DSP voor het creëren van geluidsvelden gereproduceerd wordt. Indien u de juiste eerste weerkaatsingen en daaropvolgende nagalm in uw luisterkamer zou kunnen creëren, zou u in staat zijn uw eigen luister-omgeving te kunnen samenstellen. De akoestiek in uw kamer zou veranderd kunnen worden in die van een concertzaal, een dansvloer of in feite elke kamer van wat voor grootte dan ook. Deze mogelijkheid om willekeurig welk geluidsveld dan ook te kunnen creëren is precies datgene wat Yamaha met het DSP bereikt heeft. DSP programma’s bestaan uit een aantal parameters voor het bepalen van de grootte van de kamer, de nagalmtijd, de afstand tussen u en de muzikant, enz. In elk programma zijn deze parameters voorgeprogrammeerd met waarden die door Yamaha precies zijn berekend voor de samenstelling van een geluidsveld dat uniek is voor het programma. Het wordt aanbevolen de DSP programma’s te gebruiken zonder de waarden van de parameters te veranderen. Met deze apparatuur echter is het mogelijk uw eigen geluidsvelden te creëren. Te beginnen met een van de ingebouwde programma’s, is het mogelijk deze parameters af te stellen. Ook wanneer het netsnoer van dit apparaat uit het stopcontact wordt verwijderd, zullen de door uzelf samengestelde geluidsvelden gedurende ongeveer twee weken in het geheugen van het DSP bewaard blijven. Op de volgende pagina wordt in detail beschreven hoe u uw eigen geluidsvelden kunt samenstellen. Afgezien van de “TYPE” parameter welke de sub-programma’s binnen elk van de DSP programma’s kiest (bijv. “Europe Hall A”, en “Europe Hall B” voor het programma 1, “CONCERT HALL 1”), beschikt elk programma ook over een groep parameters die u in staat stellen de karakteristieken van de akoestische omgeving te veranderen om precies het door u gewenste effect te kunnen creëren. Deze parameters komen overeen met de vele natuurlijke akoestische factoren die het geluidsveld bepalen dat u ervaart in een echte concertzaal of andere luisteromgeving. De grootte van de kamer bijvoorbeeld is van invloed op de lengte van tijd tussen de “eerste weerkaatsingen” — dit wil zeggen, de eerste paar ver uit elkaar liggende weerkaatsingen die u hoort na het directe geluid. Met de “ROOM SIZE” parameter die in vele van de DSP programma’s aanwezig is kan de tijdsduur tussen deze weerkaatsingen gewijzigd worden, waardoor de vorm van de “kamer” die u hoort veranderd wordt. Afgezien van de grootte van de kamer, hebben de vorm van de kamer en de karakteristieken van de oppervlakken ervan een belangrijke invloed op het uiteindelijke geluid. Oppervlakken die geluid absorberen bijvoorbeeld, zorgen er voor dat de weerkaatsingen en de nagalm sneller uitsterven, terwijl oppervlakken die in hoge mate weerkaatsend zijn er voor zorgen dat de weerkaatsingen gedurende een langere tijdsperiode blijven doorgaan. Met behulp van de DSP parameters kunnen deze en vele overige factoren die uw persoonlijk samengestelde geluidsveld bepalen geregeld worden, waardoor u in feite in staat gesteld wordt de beschikbare concertzalen, theaters, enz. “opnieuw te ontwerpen” voor het samenstellen van naar eigen voorkeur gecreëerde luisteromgevingen die op ideale wijze overeenkomen met uw eigen smaak en muzikale preferenties. Zie “Beschrijvingen van digitale geluidsveldparameters” op de pagina’s 56–58 voor een beschrijving van wat elke parameter doet, hoe deze van invloed is op het geluid en het regelbare bereik ervan. Samenstellen van uw eigen geluidsvelden GEAVANCEERDE MOGELIJKHEDEN55 Nederlands m Kiezen en bewerken van programma-parameters Deze afstelling kan enkel worden gemaakt met behulp van de afstandbediening en te kijken naar het monitorscherm of het displaypaneel. Opmerking Informatie op het monitorscherm zal gemakkelijker af te lezen zijn dan op het displaypaneel het geval is. 1 Zet de PARAMETER/SET MENU schakelaar op de afstandbediening in de PARAMETER stand zetten. Opmerking: De kap van de afstandbediening moet geopend zijn. 2 Schakel uw monitor in. Als de huidige gekozen soort display niet de volledige display is, de ON SCREEN toets indrukken en de volledige display kiezen. 3 Als er geen DSP programma is gekozen, een gewenst programma kiezen. De gekozen programmanaam en de bijbehorende parameters zullen op het monitorscherm worden aangegeven. De pijlvormige cursor wijst naar de naam van het subprogramma. 4 Kies het subprogramma. Druk de toets voor het huidige gekozen programma eenmaal of meerdere malen in. 5 Kies de parameter die u wilt bewerken. 6 Verander de waarde op de gekozen parameter om het door u gewenste effect te creëeren. Met “+” neemt de waarde van de gekozen parameter toe en met “–” neemt de waarde van de gekozen parameter af. In beide gevallen kunt u de toets ingedrukt blijven houden om snel de gewenste waarde te bereken. De display zal bij wijze van herinnering kortstondig bij de eerste ingestelde waarde van de parameter pauzeren. (Op het monitorscherm, zal bij het bereiken van de eerste ingestelde waarde van de parameter het
symbool vooraan de naam van de parameter verdwijnen.) Opmerkingen
Zie de pagina’s 56 tot 58 voor nadere bijzonderheden betreffende de parameters.
Parameter-bewerkingen die op deze wijze gemaakt worden zullen gedurende ongeveer twee weken in het geheugen bewaard blijven, ook als er tengevolge van een stroomstoring een onderbreking van de netspanning is of de stekker uit het stopcontact verwijderd is. Daarna zullen alle parameters alsmede de overige afstellingen of wijzigingen van instellingen op deze apparatuur naar hun oorspronkelijke waarden of status terugkeren.
3, 456 m Beschrijvingen van digitale geluidsveld-parameters Niet alle van de volgende parameters worden in elk van de programma’s aangetroffen. GEAVANCEERDE MOGELIJKHEDEN
ROOM SIZE (grootte van ruimte) Hoe dit van invloed is op het geluid: Verandert de gesimuleerde grootte van de muziekruimte. Naarmate de waarde hoger is, zal de gesimuleerde ruimte groter klinken. Hoe dit gebeurt: Stelt de tijdsduur af tussen de eerste weerkaatsingen. De eerste weerkaatsingen zijn de eerste groep van weerkaatsingen die u hoort alvorens de daaropvolgende dichte nagalm begint. Regelbaar bereik: 0,1 – 2,0 Standaard instelling is 1,0. Door deze parameter van 1 in 2 te veranderen, wordt het gesimuleerde volume van de kamer acht maal vergroot (lengte, breedte en hoogte worden alle verdubbeld). P. ROOM SIZE (afmeting van podiumruimte) Stelt de schijnbare afmeting van het voorste podiumgeluidsveld af. Naarmate de waarde groter is, zal de interval tussen de weerkaatsingen langer worden, waardoor de diepte van de geluidsbron toeneemt. S. ROOM SIZE (afmeting van surround ruimte) Stelt de schijnbare afmeting van het achterste surround geluidsveld af. Naarmate de waarde groter is, zal het surround geluidsveld groter worden.
INIT. DLY (begin-vertraging) Hoe dit van invloed is op het geluid: Verandert de gesimuleerde afstand van de geluidsbron. Aangezien de afstand tussen een geluidsbron en een weerkaatsend oppervlak de vertraging bepaalt tussen het directe geluid en de eerste weerkaatsing, verandert deze parameter de lokatie van de geluidsbron binnen de akoestische omgeving. Hoe dit gebeurt: Stelt de vertraging af tussen het directe geluid en de eerste weerkaatsing die door de luisteraar gehoord wordt. Regelbaar bereik: 1 – 99 milliseconden Voor een kleine woonkamer dient deze parameter op een kleine waarde ingesteld te worden. Voor een grote kamer dienen grotere waarden gebruikt te worden. Grotere waarden produceren een echo-effect. P. INIT. DLY (eerste podiumgeluid vertraging) Stelt de vertraging af tussen het directe geluid en de eerste weerkaatsing aan de podiumzijde van het geluidsveld. Naarmate de waarde groter is, zal de eerste weerkaatsing later beginnen. Regelbaar bereik: 1 – 99 milliseconden S. INIT. DLY (eerste surround vertraging) Stelt de vertraging af tussen het directe geluid en de eerste weerkaatsing aan de achterste surround zijde van het geluidsveld. Naarmate de waarde groter is, zal de eerste weerkaatsing later beginnen. Regelbaar bereik: 1 – 49 milliseconden
INIT. DLY INIT. DLY INIT. DLY
Niveau Direct geluid Eerste weerkaatsingen Tijd Kleine ruimte Klein Niveau Direct geluid Eerste weerkaatsingen Tijd Groot Niveau Direct geluid Eerste weerkaatsingen Tijd Grote ruimte Niveau Tijd Klein Niveau Niveau Tijd Tijd Groot Direct geluid Eerste weerkaatsingen
INIT. DLY INIT. DLY INIT. DLY57
Nederlands GEAVANCEERDE MOGELIJKHEDEN
LIVENESS Hoe dit van invloed is op de klank: Deze parameter verandert de klaarblijkelijke akoestische weerkaatsing van de muren in een zaal. De eerste akoestische weerkaatsingen van een klankbron zullen sneller hun intensiteit verliezen (wegsterven) in een kamer met akoestisch absorberende muuroppervlakken dan in een kamer die meer geluidweerkaatsende oppervlakken heeft. Een kamer met hoogweerkaatsende oppervlakken waarin de eerste weerkaatsingen langzaam wegsterven wordt als “levend” betiteld, terwijl een kamer met geluid- absorberende karakteristieken waarin de weerkaatsingen snel wegsterven als “dood” wordt betiteld. Met de LIVENESS parameter kunt u de mate van wegsterving van de eerste weerkaatsing afstellen en daarmee de “levendheid” van de kamer. Wat de parameter doet: Verandert de snelheid waarmee de eerste weerkaatsingen wegsterven. Regelbaar bereik: 0 – 10. LIVENESS (podiumzijde live) Stelt de schijnbare weerkaatsende eigenschappen van de muren aan de podiumzijde van het geluidsveld af. Naarmate de waarde groter is, zal het achterste weerkaatsende vermogen van podiumzijde van het geluidsveld groter worden. S. LIVENESS (surround live) Stelt de schijnbare weerkaatsende eigenschappen van de muren op het achterste surround geluidsveld af. Naarmate de waarde groter is, zal het weerkaatsende vermogen van het achterste surround geluidsveld groter worden.
REV. TIME (nagalmtijd) Hoe dit van invloed is op het geluid: De natuurlijke nagalmtijd van een kamer is hoofdzakelijk afhankelijk van de afmeting ervan en van de karakteristieken van zijn binnen-oppervlakken. Deze parameter verandert derhalve de gesimuleerde grootte van de akoestische omgeving over een bijzonder breed bereik. Hoe dit gebeurt: Stelt de hoeveelheid tijd af die nodig is voordat het niveau van het dichte, opeenvolgende nagalmgeluid met 60 dB wegvalt (@ 1 kHz). Regelbaar bereik: 1,0 – 5,0 seconden. De nagalmtijd in een kleine tot middelgrote zaal zal tussen 1 en 2 liggen, terwijl dit voor een grote hal normaal tussen 2 en 3 ligt. REV. TIME60 dBREV. TIME60 dBREV. TIME60 dB Niveau Tijd Klein Niveau Niveau Tijd Tijd Groot Direct geluid Dood Levend Niveau Nagalm Nagalm Nagalm Tijd Klein Niveau Niveau Tijd Tijd Groot Direct geluid Eerste weerkaatsingen58 GEAVANCEERDE MOGELIJKHEDEN
REV. LEVEL (nagalmniveau) Met deze parameter wordt het volume van het nagalmgeluid afgesteld. Naarmate de waarde groter is, zal het nagalmgeluid krachtiger worden weergegeven. Regelbaar bereik: 0 – 100%
S. DELAY (surround vertraging) Stelt de vertraging af tussen het directe geluid en de eerste weerkaatsing aan de achterste surround zijde van het geluidsveld. Naarmate de waarde groter is, zal het surround geluidsveld later beginnen. Regelbaar bereik: Bij decodering van Dolby Pro Logic Surround 15 – 30 milliseconden Bij decodering van Dolby Digital of DTS 0 – 15 milliseconden Bij gebruik van een programma waarbij Dolby Surround of DTS niet gedecodeerd wordt 15 – 49 milliseconden REV. LEVEL Niveau Direct geluid Tijd59 Nederlands 1 Kies de bron met behulp van de INPUT SELECTOR en start de weergave (of kies een radiozender) op de bronapparatuur. 2 Druk de SLEEP toets bij herhaling in totdat de gewenste SLEEP tijd op de display verschijnt.
- De “SLEEP time” is de tijd die verstrijkt voordat dit apparaat automatisch op de standby functie wordt ingesteld. Telkens wanneer u de SLEEP toets indrukt, verandert de SLEEP tijd als volgt. Na een korte tijd keert de display terug naar de oorspronkelijke aanduiding. Uitschakelen van de SLEEP timer Druk de SLEEP toets bij herhaling in totdat “SLEEP OFF” op de display verschijnt. (Na een korte tijd keert de display terug naar de oorspronkelijke aanduiding.) Opmerking De instelling van de SLEEP timer kan ook geannuleerd worden door het apparaat via gebruik van de STANDBY/ON schakelaar op het voorpaneel (of de STANDBY toets op de afstandbediening) op het standby functie in te stellen of door de stekker van dit apparaat uit het stopcontact te verwijderen.
REMOTE CONTROLTRANSMITTERSLEEP Gebruik de ingebouwde SLEEP timer om dit apparaat automatisch in de standby functie te schakelen nadat de door u ingestelde tijd is verstreken. De SLEEP timer is van dienst wanneer u wilt gaan slapen terwijl dit apparaat een bron weergeeft of opneemt. De SLEEP timer schakelt eveneens externe apparatuur uit die aangesloten is op de SWITCHED AC OUTLETS aan de achterzijde van dit apparaat. De SLEEP timer kan enkel worden ingesteld met behulp van de afstandbediening. Instellen van de SLEEP tijd
SLEEP OFF (De SLEEP timer is uit.) (Minuten) Geeft de SLEEP tijd aan. Knippert. SPEAKERS TAPE/MD
TUNERPHONODVD/LDTV/DBSVCR 1VCR 2V-AUXSLEEP
Instellen van de SLEEP timer GEAVANCEERDE MOGELIJKHEDEN60 De afstandbediening is bestemd voor de regeling van de meest algemeen gebruikte functies. Als de CD speler, het tapedeck, de LD speler, enz. een YAMAHA component is dat geschikt is voor gebruik met afstandbediening, kan met behulp van deze afstandbediening ook diverse functies geregeld worden.
- Voor gebruik van de basisfuncties moet de kap geopend worden. m Toetsnaam en functie MACROQUICKOFFSLOW A/B REC/PAUSE
Aanzicht met kap Zijaanzicht AFSTANDBEDIENING Basis-bediening (kap geopende) Met de afstandbediening kan zowel de hoofdeenheid als ook overige Yamaha audio en video componenten bediend worden. Met behulp van de Macro voorziening is het mogelijk een serie functies achtereenvolgens onder een enkele toets te programmeren of u kunt gebruik maken van een van de voorgeprogrammeerde macro’s voor de bediening van overige Yamaha componenten in uw huistheater. Deze afstandbediening beschikt ook over een geavanceerde programmeermogelijkheid waarmee u functies kunt inprogrammeren van andere afstandbedieningen die met overige componenten in uw systeem worden gebruikt (of andere huishoudelijke apparaten) die uitgerust zijn met infrarood ontvangers voor afstandbediening. Met deze functie is het mogelijk het aantal afstandbedieningen in uw luisterkamer te verminderen. 1 TAPE/MD toetsen Deze toetsen zijn voor de regeling van tapedecks of MD recorders. De A/B/C schakelaar (
I) dient in stand “A” gezet te
worden voor de regeling van tapedecks en in stand “C” voor de regeling van MD recorders.
- De DIR A, B en A/B toetsen zijn alleen van toepassing op dubbele cassettetapedecks.
- Door het indrukken van de DIR A toets wordt de bandlooprichting op een enkelvoudig cassettetapedeck met behulp van de automatische bandomkeerfunctie omgekeerd.
- De en toetsen werken als volgt: Voor tapedecks: : spoelt een tape terug : spoelt een tape snel door Voor MD recorders: : zoekt het begin van het huidige of vorige nummer : zoekt het begin van het volgende nummer 2 CD/DVD/LD speler toetsen Deze toetsen zijn voor de regeling van compact disc spelers, DVD spelers of LD spelers. Zet de A/B/C schakelaar (
I) in stand “A” voor de regeling
van compact disc spelers, in stand “B” voor de regeling van DVD spelers en in stand “C” voor de regeling van LD spelers.
- De DISC toets wordt enkel gebruikt voor compact disc wisselaars.
- De STOP toets wordt enkel gebruikt voor DVD spelers en LD spelers. 3 Tuner toetsen Voor de bediening van tuners. De A/B/C schakelaar (
I) dient op stand “A” ingesteld te
worden. +: Druk deze toets in voor het kiezen van het volgende voorkeuzezendernummer. –: Druk deze toets in voor het kiezen van het voorgaande voorkeuzezendernummer. A/B/C/D/E: Voor het kiezen van de groep (A – E) van voorkeuzezendernummers.61 Nederlands AFSTANDBEDIENING 4 DSP programmakeuzetoetsen Druk een toets in voor het kiezen van een DSP programma wanneer de ingebouwde digitale geluidsveldprocessor ingeschakeld is. Deze omvat de Dolby Pro Logic Surround decoder, de Dolby Digital decoder en DTS decoder. 5 LEVEL toets Deze toets wordt gebruikt voor de afstelling van het uitgangsniveau van de middenluidspreker, de achterste en voorste effect-luidsprekers en de subwoofer. Druk eerst deze toets (herhaalde malen) in voor het kiezen van de luidspreker(s). De naam zal dan verlicht op de display verschijnen. Druk vervolgens de + of – toetsen (
) in om het uitgangsniveau te veranderen. 6 PARAMETER/SET MENU schakelaar Stel deze schakelaar in op “PARAMETER” voor de bewerking van de parameter van een DSP programma. Stel de schakelaar in op “SET MENU” voor het maken van afstellingen of veranderingen in een functie in de SET MENU modus. 7 TEST toets Deze toets wordt gebruikt voor de afstelling van de luidsprekerbalans. (Zie pagina’s 29 – 31.) 8 SLEEP timer toets Deze toets in voor het in- en uitschakelen van de ingebouwde SLEEP timer en voor het instellen van de SLEEP tijd. (Zie pagina 59.) 9 ON SCREEN display toets Druk deze toets in voor het veranderen van de soort display op het monitorscherm. Er zijn drie soorten display beschikbaar. Telkens wanneer de toets wordt ingedrukt kan de informatie gewijzigd worden naar een volledig display, een verkort display en geen display. 0 SYSTEM POWER ON en STANDBY toetsen Druk de SYSTEM POWER ON toets in om dit apparaat in te schakelen. Druk de STANDBY toets in om dit apparaat op de standby functie in te stellen. A RESET knop Deze knop bevindt zich binnen in het batterijvak. Druk deze knop in om de interne microcomputer die de functies van de afstandbediening regelt terug te stellen. Deze toets wordt gebruikt wanneer de afstandbediening stilvalt.
- Nieuw ingeprogrammeerde functies zullen niet worden gewist wanneer deze toets wordt ingedrukt. B MASTER VOLUME (omhoog) en (omlaag) toetsen Druk deze toetsen in om het volume te laten toenemen of afnemen. C MUTE toets Druk deze toets in om het volume uit te schakelen. Het oorspronkelijke volumeniveau kan worden hersteld door op een willekeurige toets op de bijbehorende afstandsbediening te drukken. De indicator op de VOLUME regelaar gaat tijdens de uitschakeling continu knipperen. D / en –/+ toetsen De (omhoog) en (omlaag) toetsen veranderen de parameters of functies in de modus die gekozen is met behulp van de PARAMETER/SET MENU schakelaar. Met de – of + toetsen kunnen er afstellingen of veranderingen in de parameter of functie gemaakt worden. E EFFECT ON/OFF toets Druk deze toets in om de digitale geluidsveldprocessor welke de Dolby Pro Logic Surround decoder, Dolby Digital decoder en DTS decoder omvat in en uit te schakelen. F EXT. DEC. toets Druk deze toets in voor het kiezen van de ingangssignalen van de EXTERNAL DECODER INPUT aansluitingen als de ingangsbron. Deze functie heeft voorrang boven de instelling van de ingangselectietoets. “EXT. DECODER IN” zal verlicht op het displaypaneel worden aangegeven. De bron die gekozen is met behulp van de ingangselectietoetsen wordt de huidige ingangsbron wanneer “EXT. DECODER IN” niet verlicht op het displaypaneel wordt aangegeven. G Ingangskeuzetoetsen Druk een toets in voor het kiezen van de ingangsbron. H A/B/C indicators Een van deze indicators zal naar rood veranderen afhankelijk van de stand van de A/B/C schakelaar. I A/B/C schakelaar Normaal dient deze schakelaar op stand “A” ingesteld te zijn. Gebruik stand “B” voor de bediening van een Yamaha DVD speler met behulp van de CD/DVD/LD speler toetsen (
Gebruik stand “C” voor de bediening van een Yamaha LD speler met behulp van de CD/DVD/LD speler toetsen (
), of bedien een Yamaha MD recorder met behulp van de TAPE/MD toetsen (
J TRANSMIT/LEARN indicator Deze indicator licht op wanneer een toets op de afstandbediening ingedrukt wordt. (Uitzending van infrarood signalen.) K LIGHT toets Druk deze toets in om de verlichting van bepaalde toetsen gedurende ongeveer 5 seconden in te schakelen. De verlichting kan worden uitgeschakeld door de toets nogmaals in te drukken. Opmerking De functies van de toetsen voor de bediening van overige Yamaha componenten zijn hetzelfde als de corresponderende toetsen op de betreffende componenten. Raadpleeg voor nadere bijzonderheden de bedieningshandleidingen van deze componenten. RESET knop62 AFSTANDBEDIENING Dit is een programmeerbare afstandbediening. De toetsen die gearceerd in onderstaande illustratie zijn aangegeven, kunnen geprogrammeerd worden voor het opslaan van bedieningsfuncties van andere afstandbedieningen. Dit apparaat kan worden gebruikt in plaats van andere afstandbedieningen door het programmeren van hun functies. Dit zal de bediening van diverse audio en video componenten aanzienlijk vereenvoudigen. Sommige van de programmeerbare toetsen zijn van oorsprong leeg en andere zijn reeds voorgeprogrammeerd met functies voor de bediening van dit apparaat en overige Yamaha componenten. U kunt onder deze toetsen naar wens nieuwe functies (in plaats van de voorgeprogrammeerde functies) opslaan.
- Zie pagina 68 voor de methode van programmeren.
- Zie pagina 70 voor het wissen van een geprogrammeerde functie (of alle geprogrammeerde functies). Opmerking Als de geheugencapaciteit van de afstandbediening volledig is benut, is verdere programmering niet mogelijk, ook niet als bepaalde programmeerbare toetsen niet door nieuwe functies bezet zijn. Als u bijvoorbeeld uitsluitend Yamaha codes in deze afstandbediening opslaat, kunnen er in totaal ongeveer 50 functies worden opgeslagen. Het wordt daarom aanbevolen enkel de meest gebruikte functies op te slaan. Toetsen welke drie functies kunnen hebben (1, 2, 3, 4) Van de programmeerbare toetsen kunnen de toetsen genummerd 1–4 in de illustratie links drie functies hebben. Dit is omdat zij beschikken over drie geheugenvelden (A, B en C). (Eén functie per geheugenveld.) U kunt nieuwe functies in geheugenveld B en C opslaan en drie functies op een toets gebruiken door met behulp van de A/B/C schakelaar tussen de drie geheugenvelden over te schakelen. (Op geheugenveld A kunnen geen nieuwe functies geprogrammeerd worden.) Gebruik van deze toetsen:
1. Alvorens een toets te gebruiken, met behulp van de A/B/C
schakelaar geheugenveld A, B of C kiezen van de toets waaronder de functie die u wilt gebruiken is opgeslagen.
2. Druk de toets in.
De oorspronkelijke van fabriekswege gemaakte instellingen van deze toetsen is als volgt. Voorgeprogrammeerd met functies voor de bediening van een Yamaha tapedeck. Voorgeprogrammeerd met functies voor de bediening van een Yamaha CD speler (STOP is leeg). Voorgeprogrammeerd met functies voor de bediening een Yamaha tuner. Voorgeprogrammeerd als de DSP programmakeuzetoets. Leeg Voorgeprogrammeerd met functies voor de bediening van een Yamaha DVD speler (behalve de modellen DVD-1000 en DVD-S700). Leeg Voorgeprogrammeerd als de DSP programmakeuzetoets. Voorgeprogrammeerd met functies voor de bediening van een Yamaha MD recorder (behave het model MDX-9). (A/B, DIR A en B zijn leeg.) Voorgeprogrammeerd met functies voor de bediening van een Yamaha LD speler (DISC is leeg). Leeg Voorgeprogrammeerd als de DSP programmakeuzetoets.
Stand van A/B/C schakelaar
1): Deze knoppen worden gebruikt voor het programmeren van een nieuwe functie of voor het wissen van een geprogrammeerde functie (of van alle geprogrammeerde functies). Zie pagina 68–70 voor nadere bijzonderheden.
Gebruik van de “programmeerbare” toetsen (kap geopend)
VCR 2V-AUX63 Nederlands Opmerkingen
Op geheugenveld A kan geen nieuwe functie geprogrammeerd worden. Voor het opslaan van een nieuwe functie, deze op geheugenveld B of C opslaan.
- Als onder een toets die een voorgeprogrammeerde functie heeft een nieuwe functie wordt geprogrammeerd, zal de voorgeprogrammeerde functie niet worden gewist maar buiten werking gesteld worden. Zodra de nieuw geprogrammeerde functie wordt gewist, zal de voorgeprogrammeerde functie weer worden hersteld. (Zie pagina 70 voor informatie betreffende het wissen van een geprogrammeerde functie.) Lege toetsen (1, 2) Dit zijn lege toetsen. Onder elk van deze toetsen kan een nieuwe functie van een andere afstandbediening geprogrammeerd worden. Bijvoorbeeld, de TV toets is handig voor het opslaan van de functie van de aan/uit schakelaar van uw TV en de VCR toets kan gebruikt worden voor de aan/uit schakelaar van uw videorecorder. Betreffende de symbolen op de afstandbediening Een ingangskeuzetoets en overige bedieningstoetsen die hetzelfde symbool hebben zullen werkzaam zijn voor dezelfde ingangsbron. Deze symbolen zijn ook van dienst bij het programmeren van nieuwe functies. Voorbeelden)
- Geheugenveld B van de toetsen 1 is geschikt voor het opslaan van functies voor de bediening van uw videorecorder.
- Geheugenveld B van de toetsen 3 is geschikt voor het opslaan van functies voor de bediening van uw TV/Satelliet tuner. Betreffende de verlichting van toetsen Wanneer u een ingangskeuzetoets indrukt, zal deze gedurende ongeveer 3 seconden verlicht worden. Wanneer een ingangskeuzetoets in de groep van een gekozen geheugenveld (A, B of C) wordt ingedrukt, zal het symbool van de toetsengroep ( 1–3) welke hetzelfde is als het symbool van de gekozen ingangskeuzetoets gedurende ongeveer 3 seconden verlicht worden. Voorbeelden: Omgekeerd, wanneer een toets van de groep 1–3 wordt ingedrukt, zal het bijbehorende symbool en de ingangskeuzetoets met hetzelfde symbool in de groep van het gekozen geheugenveld gedurende ongeveer 3 seconden verlicht worden. Deze mogelijkheid kan u van dienst zijn als u functies voor de bediening van een ingangsbron onder een groep toetsen gaat opslaan waarvan het symbool oplicht wanneer de bijbehorende ingangskeuzetoets wordt ingedrukt. Symbool Betekenis Tape (Tapedeck, videorecorder, enz.) Disc (CD speler, LD speler, enz.) Radio golf (Tuner, TV/Satelliet tuner, enz.) AFSTANDBEDIENING TAPE/MD A/B REC/PAUSE
Rood (dit geeft aan dat geheugenveld A is gekozen.) Licht op. Opslaan van nieuwe functies Het wordt aanbevolen de nieuwe toetsfuncties die u geprogrammeerd heeft te noteren op de bijgeleverde gebruikersfunctie-stickers en deze op de achterkant van de afstandbediening of op de binnenkant van de kap van de afstandbediening te plakken. Reserve-geheugen Tijdens het vernieuwen van de batterijen zullen alle geprogrammeerde functies bewaard blijven. Als er echter gedurende enkele uren geen nieuwe batterijen geplaatst worden, zullen de geprogrammeerde functies worden gewist en zullen deze opnieuw geprogrammeerd moeten worden.
REMOTE CONTROL TRANSMITTER64 AFSTANDBEDIENING Wanneer de kap van de afstandbediening gesloten wordt, kunt u via het gebruik van de OPERATION CONTROL toetsen de Yamaha componenten inclusief de geprogrammeerde functies gemakkelijk bedienen.
Ingangskeuzetoesten OPERATION CONTROL toetsen Kap is gesloten Wanneer de kap gesloten is, kunnen de OPERATION CONTROL toetsen gebruikt worden in plaats van de toetsen genummerd 1, 2 of 3 in de illustratie boven. Voor het gebruik van deze toetsen is overschakeling van de A/B/C schakelaar niet nodig. De functies van de OPERATION CONTROL toetsen worden bepaald door de ingangskeuzetoets die werd ingedrukt voordat de OPERATION CONTROL toetsen gebruikt werden. Opmerking Of de kap geopend of gesloten is, de functies van de EFFECT, MASTER VOLUME, MUTE, TV en VCR toetsen blijven ongewijzigd.
- Als de MACRO schakelaar op de zijkant van de afstandbediening op “OFF” gezet wordt, zullen de functies van de SYSTEM POWER ON en STANDBY toetsen ongewijzigd blijven ongeacht of de kap geopend of gesloten is.
1): Deze toets is van oorsprong leeg. Als onder deze toets een geprogrammeerde functie wordt opgeslagen, zal door het indrukken van deze toets de geprogrammeerde functie ten uitvoer gebracht worden. Gebruik van de bedieningsregeltoetsen (kap gesloten)
1)65 Nederlands AFSTANDBEDIENING Opmerkingen
- Als een OPERATION CONTROL toets gebruikt wordt in plaats van een toets waaraan geen functie is toegewezen (leeg), wordt de opdracht niet uitgevoerd. Programmeer volgens uw eigen plan functies van andere afstandbedieningen in een leeg geheugenveld van deze toetsen. (Zie pagina 68 voor de methode van programmeren.)
- Als u tijdens weergave van een audio/video component een ander component wilt gebruiken met behulp van de afstandbediening (bijvoorbeeld, als u een videoband op uw videorecorder wilt terugspoelen terwijl u naar een CD luistert), kunt u de kap van de afstandbediening openen en de A/B/C schakelaar en de bijbehorende toetsen gebruiken. (Als u bij gesloten kap een ingangskeuzetoets indrukt voor het veranderen van de functies van de OPERATION CONTROL toetsen naar de functies voor de bediening van een videorecorder, zal het ingangssignaal van de CD bron die op dat moment wordt afgespeeld geannuleerd worden.) Betreffende de verlichting van toetsen Wanneer een ingangskeuzetoets wordt ingedrukt, zullen de ingedrukte toets en enkel de beschikbare OPERATION CONTROL toetsen (die in de plaats worden gebruikt van de toetsen waaronder de vooringestelde functies of geprogrammeerde functies zijn opgeslagen) gedurende ongeveer 3 seconden verlicht worden. Zo kunt u in een oogopslag zien welke toetsen er beschikbaar zijn. Omgekeerd, wanneer een OPERATION CONTROL toets wordt ingedrukt, zullen alle beschikbare OPERATION CONTROL toetsen en de huidige gekozen ingangskeuzetoets oplichten. TUNEROPERATIONCONTROL Voorbeelden van bedieningsprocedures met behulp van de OPERATION CONTROL toetsen Bediening van een Yamaha CD speler
1. Druk de “CD” ingangskeuzetoets in.
2. Gebruik de OPERATION CONTROL toetsen. (Deze zorgen
voor de uitvoering van de functies in geheugenveld A van de toetsen 2.) Bediening van uw videorecorder
1. Druk de “VCR” ingangskeuzetoets in.
2. Gebruik de OPERATION CONTROL toetsen. (Deze zorgen
voor de uitvoering van de functies in geheugenveld B van de toetsen
1. Dit geheugenveld is van oorsprong met geen
functie voorgeprogrammeerd. U dient de functies die verband houden met de bediening van de videorecorder van te voren in geheugenveld B van de toetsen 1 op te slaan.) Zie onderstaande tabel voor een combinatie van een ingangskeuzetoets en toetsfuncties die door de OPERATION CONTROL toetsen worden uitgevoerd. (Zie ook de tabel op pagina 62.) Het indrukken van de “PHONO” of “EXT.DEC.” ingangskeuzetoets heeft geen invloed op de OPERATION CONTROL toetsen. OPERATIONCONTROL Weergave Terug naar het voorgaande spoor Vooruit naar het volgende spoor Pauze of stop OPERATIONCONTROL Weergave Terugspoelen Snelvooruitspoelen Pauze of stop Gekozen ingangskeuzetoets Toetsfuncties die door de OPERATION CONTROL toetsen worden uitgevoerd Functies in geheugenveld A van toetsen 1 (behalve REC/PAUSE, A/B, DIR A en B) Functies in geheugenveld A van toetsen 2 (behalve STOP, DISC, en ) Functies in geheugenveld A van toetsen
Functies in geheugenveld B van toetsen 1 (behalve REC/PAUSE, A/B, DIR A en B) Functies in geheugenveld B van toetsen 2 (behalve STOP, DISC, en ) Functies in geheugenveld B van toetsen
Functies in geheugenveld C van toetsen 1 (behalve REC/PAUSE, A/B, DIR A en B) Functies in geheugenveld C van toetsen 2 (behalve STOP, DISC, en ) Functies in geheugenveld C van toetsen
TAPE/MD TUNERVCR 1VCR 2DVD/LDV-AUXTV/DBSMet de Macro voorziening is het mogelijk een serie bedieningsstappen uit te voeren door het indrukken van slechts één toets. Wanneer u bijvoorbeeld een CD wilt weergeven, zou u normaal de apparatuur moeten inschakelen, de CD bron moeten kiezen en de weergavetoets moeten indrukken om de weergave te laten beginnen. Via het gebruik van de Macro voorziening is het mogelijk al deze functies te bedienen door eenvoudig de CD macrotoets in te drukken. De voorgeprogrammeerde macrotoetsen (de ingangskeuzetoetsen en de SYSTEM POWER ON/STANDBY toetsen met een oranje symbool er naast) zijn met macroprogramma’s voorgeprogrammeerd. Als u wilt, kunt u echter de inhoud van een macrotoets veranderen door er een serie gewenste functies onder op te slaan. U kunt in totaal zeven functies onder een macrotoets programmeren. (Zie pagina 69 voor het maken van een nieuwe macro.) Macro’s kunnen uitsluitend worden gebruikt wanneer de kap gesloten is en de MACRO schakelaar op “SLOW” of “QUICK” is ingesteld. (Als “OFF” is gekozen, kan er geen macro gebruikt worden, ook niet wanneer de kap gesloten is.) Instellen van de MACRO schakelaar OFF: In deze stand kan er geen macrotoets worden gebruikt, ook niet wanneer de kap van de afstandbediening gesloten is. QUICK: Wanneer in deze stand een macrotoets wordt ingedrukt, zal elke opdracht met een interval van 0,5 seconden worden verzonden. SLOW: Wanneer in deze stand een macrotoets wordt ingedrukt, zal elke opdracht met een interval van 3 seconden worden verzonden.
Kap is gesloten (Zet de MACRO schakelaar op “QUICK” of “SLOW”.) Voorkeuze-macrotoetsen MACRO schakelaar67 Nederlands AFSTANDBEDIENING Macrotoets 1ste Schakelt dit apparaat in. Stelt dit apparaat in op de standby functie. 2de Voert de functie uit van de TV toets.
3de Voert de functie uit van de VCR toets.
Functie van de toets die geactiveerd wordt wanneer een macrotoets wordt ingedrukt. Met de Macro voorziening is het mogelijk verschillende afstandbedieningsfuncties in een geprogrammeerde volgorde te bedienen door middel van het indrukken van één macrotoets. (Zie ook de tabel op pagina 62.) Opmerkingen
- Een toets waaronder geen functie is opgeslagen zal geen opdracht uitvoeren.
- Als zich het geval voordoet waarbij de tweede opdracht niet door dit apparaat wordt ontvangen omdat de interne bewerking van de eerste opdracht veel tijd in beslag neemt, de MACRO schakelaar in de stand “SLOW” zetten.
- Wanneer u eenmaal een macrotoets op dit apparaat heeft ingedrukt, zal dit apparaat de opdracht van een andere toets (ook als deze wordt ingedrukt) niet accepteren, totdat dit apparaat met het uitvoeren van alle opdrachten van de macrotoets gereed is. Houd hiermee rekening vooral wanneer de MACRO schakelaar op “SLOW” ingesteld is.
- Wanneer u eenmaal een macrotoets heeft ingedrukt, dient u de afstandbediening op de afstandbedieningsensor van het hoofdcomponent gericht te houden totdat de afstandbediening met het overzenden van alle opdrachtsignalen van de macrotoets gereed is.
- Tijdens het gebruik van de macrofuncties kunt u de OPERATION CONTROL toetsen eveneens gebruiken. SYSTEMPOWER ON STANDBY SYSTEMPOWER ON STANDBY
Schakelt dit apparaat in) 2de (Kiest een ingangsbron) 3de (Start de weergave van een bron) “ ” in geheugenveld A van toetsen
Functie van de toets (en geheugenveld) die geactiveerd wordt wanneer een macrotoets wordt ingedrukt. TAPE/MD TUNERVCR 1VCR 2DVD/LDV-AUXPHONOEXT. DEC.TV/DBS TAPE/MD TUNERVCR 1VCR 2DVD/LDV-AUXPHONOEXT. DEC.TV/DBS SYSTEMPOWER ON68 AFSTANDBEDIENING m Programmeren van een nieuwe functie Methoden van programmeren en wissen van functies 1 Plaats deze afstandbediening en de andere afstandbediening zodanig dat deze recht tegenover elkaar liggen.
- Als er geen bediening plaatsvindt gedurende ongeveer 30 seconden na het indrukken van de LEARN knop, gaat de TRANSMIT/LEARN indicator snel knipperen en zal de huidige modus geannuleerd worden. Herhaal deze stap. 3 Kies indien nodig het geheugenveld met behulp van de A/B/C schakelaar op het zijpaneel van de afstandbediening. 4 Druk de toets op deze afstandbediening in waaronder u een nieuwe functie wilt programmeren.
- Als een toets wordt ingedrukt waaronder geen andere functie geprogrammeerd kan worden, gaat de TRANSMIT/LEARN indicator snel knipperen en zal de huidige modus geannuleerd worden. Herhaal deze stap.
- Als er geen bediening plaatsvindt gedurende ongeveer 30 seconden na het indrukken van een toets, gaat de TRANSMIT/LEARN indicator snel knipperen en zal de modus die was ingesteld voordat u begon met het programmeren van de functies hersteld worden. Begin opnieuw vanaf stap 2. 5 Houd de toets (op de andere afstandbediening) ingedrukt die over de functie beschikt die u wilt opslaan. Wanneer het programmeren voltooid is, gaat de TRANSMIT/LEARN indicator uit. U kunt de toets loslaten. De indicator zal dan langzaam beginnen te knipperen.
- Als een signaal niet met succes is ontvangen gaat de TRANSMIT/LEARN indicator snel knipperen en wordt de modus die bestond vóór stap 4 hersteld. Herhaal vanaf stap 4.
Als de geheugencapaciteit uitgeput raakt, gaat de TRANSMIT/LEARN indicator snel knipperen om u te laten weten dat programmeren onmogelijk is en vervolgens zal de modus die ingesteld was voordat u met het programmeren van de nieuwe functies begon hersteld worden
6 Herhaal de stappen 3 – 5 voor het opslaan van meer functies. 7 Druk wanneer u gereed bent met het programmeren de LEARN knop in. Opmerkingen
Nieuw geprogrammeerde functies zullen in de plaats komen van eerder geprogrammeerde functies.
Als er voor het programmeren van een functie geen voldoende ruimte meer in het geheugen beschikbaar is, gaat de TRANSMIT/LEARN indicator snel knipperen. In dit geval is verdere programmering niet mogelijk, ook niet als bepaalde toetsen niet door functies van andere afstandbedieningen bezet zijn.
Als u tijdens het programmeren de kap sluit en er vervolgens ongeveer 5 seconden verstrijken, gaat de TRANSMIT/LEARN indicator snel knipperen en zal de modus die bestond voordat u met het programmeren van de functies begon hersteld worden. Begin opnieuw vanaf stap
2. Als u echter de kap binnen 5 seconden weer opent, zal
de modus die bestond vóór het sluiten van de kap hersteld worden.
Er kunnen zich af en toe gevallen voordoen waarbij als gevolg van de signaalcodering en modulatie die door de andere afstandbediening wordt gebruikt, deze afstandbediening niet in staat is de signalen van de andere afstandbediening op te nemen.
Wanneer u de LEARN, MACRO of CLEAR toets of de RESET toets binnen in het batterijvak met een scherp, puntig voorwerp indrukt, er op letten de toetsen niet te beschadigen. Als u een vulpotlood gebruikt, er op letten dat de stift niet naar buiten steekt. V-AUXPHONOEFFECTON/OFF
Deze afstandbediening Andere afstandbediening Ongeveer 5–10 cm
TRANSMIT/LEARNLEARNCLEAR MACRO
Knippert langzaam (Indrukken met de punt van een balpen of soortgelijk voorwerp, enz.) LEARNCLEAR MACRO V-AUXPHONOEFFECTON/OFF SPORTSSTADIUMDISCOTV456OCKJAZZ CLUBCHURCH89TEST10m Maken van een nieuwe macro Onder elke voorkeuze-macrotoets kan in plaats van de door de fabriek voorgeprogrammeerde functies een nieuwe macro worden geprogrammeerd. (Zie pagina 66 om te weten te komen welke toetsen voorkeuze-macrotoetsen zijn.) U kunt in totaal 13 nieuwe macrotoetsen programmeren. Onder een macrotoets kunnen in totaal zeven functies van andere toetsen geprogrammeerd worden. Opmerking Als u een doorlopende functie zoals verlaging van het volumeniveau opslaat, zal dit misschien niet goed werken wanneer dit als onderdeel van een macro wordt uitgevoerd.
Nederlands AFSTANDBEDIENING
- Als er geen bediening plaatsvindt gedurende ongeveer 30 seconden na het indrukken van de MACRO knop, gaat de TRANSMIT/LEARN indicator snel knipperen en zal de modus die was ingesteld voordat u de MACRO knop indrukte hersteld worden. Druk de MACRO knop nogmaals in. 2 Druk een voorkeuze-macrotoets in waaronder u een nieuwe macro wilt programmeren.
- Als er een andere toets dan een voorkeuze-macrotoets wordt ingedrukt, gaat de TRANSMIT/LEARN indicator snel knipperen en zal de huidige modus geannuleerd worden. Als dit gebeurt, deze stap herhalen. 3 Druk een toets in waarvan u de functie als de eerste functie van een nieuwe macro wilt opslaan.
- Als een toets wordt ingedrukt waarvan de functie niet als een opdracht van een macro opgeslagen kan worden, gaat de TRANSMIT/LEARN indicator snel knipperen en zal de huidige modus geannuleerd worden. Als dit gebeurt, deze stap herhalen.
- Als er ongeveer 30 seconden verstrijken voordat een toets wordt ingedrukt, gaat de TRANSMIT/LEARN indicator snel knipperen en zal de modus die was ingesteld voordat u begon met het programmeren van de functies hersteld worden. Als dit gebeurt, opnieuw beginnen vanaf stap 1. 4 Herhaal stap 3 voor het opslaan van de tweede, de derde en meer functies. U kunt in totaal zeven toetsfuncties in serie als een macro opslaan.
Als de zevende toetsfunctie is geprogrammeerd, gaat de TRANSMIT/LEARN indicator snel knipperen en zal de modus die was ingesteld voordat u begon met het programmeren van de functies hersteld worden. (Dit geeft aan dat de toets gereed is met het opslaan van een serie functies als een macro.) U hoeft de volgende stap niet uit te voeren
5 Druk wanneer u gereed bent met het programmeren de MACRO knop in. Opmerkingen
- Als u bijvoorbeeld een functie waarvan de bediening een lange tijd in beslag neemt als eerste opdracht opslaat, voeg dan een opdracht die geen functie heeft toe tussen de eerste opdracht en de tweede opdracht, of herhaal de tweede opdracht nogmaals.
- Als u de aan/uit overschakelfunctie van een TV, videorecorder, enz. wilt programmeren als onderdeel van een macroserie, er rekening mee houden dat de huidige stand naar de andere stand wordt overgeschakeld (“aan” naar “uit”, of “uit” naar “aan”). Wanneer u bijvoorbeeld de macrotoets indrukt terwijl de TV, videorecorder, enz. reeds is ingeschakeld, zal de betreffende apparatuur worden uitgeschakeld, alhoewel dit misschien niet uw bedoeling was. LEARNCLEAR MACRO Gaat uit. (Wanneer het programmeren voltooid is, licht deze indicator opnieuw op.)
TRANSMIT/LEARN Licht op. SYSTEMPOWER ON TRANSMIT/LEARN70 AFSTANDBEDIENING 1 Druk voor het wissen van een geprogrammeerde functie de LEARN knop in met behulp van een balpen of soortgelijk voorwerp enz. Druk de MACRO knop in voor het wissen van de macro die u gemaakt heeft. 2 Houd met behulp van een balpen of soortgelijk voorwerp, enz. de CLEAR knop ingedrukt. 3 Houd de CLEAR knop ingedrukt en houd de toets waarvan u de functie wilt wissen ingedrukt totdat de indicator 3 maal knippert. Voor het achtereenvolgens wissen van twee of meerdere functies, de ingedrukte CLEAR knop niet loslaten en deze stap herhalen. Opmerking Als u de geprogrammeerde functie van een toets wist, zal de van fabriekswege voorgeprogrammeerde functie van deze toets hersteld worden. (behalve de toetsen die van oorsprong niet met een functie voorgeprogrammeerd waren.) Wissen van een geprogrammeerde functie Wissen van alle geprogrammeerde functies 1 Kies de soort toetsfuncties die u alle wilt wissen met behulp van de MACRO schakelaar op het zijpaneel van de afstandbediening. OFF: Kies deze stand als u alle geprogrammeerde functies behalve macro’s wilt wissen. QUICK: Kies deze stand als u alleen alle door u gemaakte macro’s wilt wissen. SLOW: Kies deze stand als u alle geprogrammeerde functies inclusief macro’s wilt wissen. 2 Druk met behulp van de een balpen of soortgelijk voorwerp, enz. de CLEAR knop in.
- Als een van de volgende stappen wordt uitgevoerd na het indrukken van de CLEAR knop, gaat de TRANSMIT/LEARN indicator snel knipperen en zal de huidige modus geannuleerd worden. Druk de CLEAR knop nogmaals in.
- De MACRO schakelaar is in een andere stand gezet.
- Er is een andere toets ingedrukt.
- Er vindt gedurende ongeveer 30 seconden geen bediening plaats. 3 Houd de CLEAR knop nogmaals ingedrukt. Houd terwijl u de CLEAR knop ingedrukt houdt de MASTER VOLUME en toetsen gelijktijdig ingedrukt totdat de indicator 7 maal gaat knipperen. MACROQUICKOFFSLOW m Wissen van geprogrammeerde functies
TRANSMIT/LEARN Knippert. LEARNCLEAR MACRO TRANSMIT/LEARN Knippert langzaam. MUTE TRANSMIT/LEARN Knippert.71 Nederlands Zie onderstaande tabel in het geval dit apparaat niet correct functioneert. Als het probleem dat u ondervindt niet in onderstaande tabel is opgenomen of als de onderstaande instrukties niet helpen, de stekker van het apparaat uit het stopcontact verwijderen en contact opnemen met uw officiële YAMAHA dealer of een reparatiedienst. Probleem Het apparaat wordt niet ingeschakeld wanneer de STANDBY/ON schakelaar wordt ingedrukt of wordt spoedig na inschakeling plotseling op de standby functie ingesteld. Dit apparaat functioneert niet normaal. Geen geluid of geen beeld. Geen beeld Het geluid valt plotseling weg. Er komt geen geluid uit een van de luidsprekers. Geen geluid uit de effect-luidsprekers. Geen geluid uit de voorste effect- luidsprekers. Geen geluid uit de middenluidsprekers. Slechte lage tonen weergave. Oorzaak Het netsnoer is niet aangesloten of is niet volledig ingestoken. De IMPEDANCE SELECTOR schakelaar op het achterpaneel is niet goed in een van beide standen gezet. Er is een invloed van een krachtige storing van buitenaf (bliksem, buitengewoon veel statische elektriciteit, enz.) of een verkeerde bediening van dit apparaat. Verkeerde aansluiting van de uitgangssignaalkabels. De juiste ingangsbron is niet gekozen. De luidsprekeraansluitingen zitten niet goed vast. Andere digitale signalen dan PCM audio en de Dolby Digital (of het DTS) gecodeerde signalen welke dit apparaat niet kan reproduceren worden door het afspelen van een CD-ROM, enz. in dit apparaat ingevoerd. Er is geen S video aansluiting verbinding tussen dit apparaat en de TV, alhoewel S videosignalen naar dit apparaat worden gezonden. Het beveiligingscircuit werd in werking gesteld als gevolg van kortsluiting, enz. De SLEEP timer is in werking getreden. De BALANCE regelaar is verkeerd afgesteld. De kabels zijn verkeerd aangesloten. De EFFECT toets staat uit. Een Dolby Surround (of DTS) decoderingsprogramma wordt gebruikt met materiaal dat niet met Dolby Surround (of DTS) gecodeerd is. De functie “1E. SYS. SETUP” in de SET MENU modus is op de stand “5ch” ingesteld. PRO LOGIC/Normal, DOLBY DIGITAL/ Normal of DTS DIGITAL SUR./Normal van het DSP programma Nr. 12 is gekozen. De functie “1A. CENTER SP” in de SET MENU modus is op de stand “NONE” ingesteld. Een van de DSP programma’s Nr. 1 tot Nr. 7 is gekozen. Wanneer het ingangssignaal van de bron 2-kanaal stereo is (analog/PCM). De ingangssignalen van een bron welke gecodeerd is met de Dolby Digital of het DTS hebben geen middenkanaalsignalen. De functie “1D. LFE/BASS OUT” in de SET MENU modus is ingesteld op SW of BOTH, alhoewel uw systeem geen subwoofer omvat. De keuze van de uitgangsmodus voor elk kanaal (MAIN, CENTER of REAR) is onjuist. Maatregelen Sluit het netsnoer stevig aan. Zet de schakelaar goed in een van beide standen wanneer het apparaat zich in de standby functie bevindt. Schakel dit apparaat in de standby functie en verwijder de stekker van het netsnoer uit het stopcontact. Na ongeveer 30 seconden de stekker weer in het stopcontact steken, dit apparaat weer inschakelen en opnieuw proberen te bedienen. Sluit de kabels op de juiste wijze aan. Indien het probleem blijft voortbestaan, zijn de kabels mogelijk defect. Kies de juiste ingangsbron met behulp van de INPUT SELECTOR of de EXT. DECODER toets. Maak de aansluitingen goed vast. Speel een bron af die door dit apparaat kan worden weergegeven. Sluit de S VIDEO MONITOR OUT aansluiting van dit apparaat aan op de S video ingang van de TV. Stel dit apparaat in op de standby functie en schakel het vervolgens weer in om het beveiligingscircuit terug te stellen. De SLEEP timer uitschakelen. Stel de regelaar in de juiste stand af. Sluit de audiostekkers stevig aan. Indien het probleem blijft voortbestaan, zijn de kabels mogelijk defect. Druk de EFFECT toets in om deze in te schakelen. Gebruik een ander geluidsveldprogramma. Op “7ch” zetten. Kies een ander programma (of subprogramma). Kies de juiste positie. Kies een ander programma. Zie de instructies voor de bron die op dat moment wordt weergegeven. Kies de MAIN positie. Zorg er voor dat de keuze van de uitgangsmodus geschikt is voor uw luidsprekersysteem. Algemeen STORINGZOEKEN72 STORINGZOEKEN Probleem De afstandbediening werkt niet. De afstandbediening werkt niet goed. Programmering kan niet met succes plaatsvinden. (De TRANSMIT/LEARN indicator licht niet op of knippert niet.) Doorlopend werkende functies zoals volume worden geprogrammeerd, maar werken slechts voor een kort moment alvorens te stoppen. Oorzaak De batterijen van deze afstandbediening zijn zwak. De interne microcomputer “valt stil”. Verkeerde afstand of hoek. De afstandbediening-sensor van het hoofdcomponent wordt belicht door direct invallend zonlicht of een andere lichtbron (fluorescerende lamp of neonlamp, enz.). De interne microcomputer “valt stil”. De batterijen van deze afstandbediening en/of de andere afstandbediening zijn zwak. De afstand tussen de beide afstandbedieningen is te groot of te klein. De signaalcodering of modulatie van de andere afstandbediening is niet uitwisselbaar met deze afstandbediening. De geheugencapaciteit is vol. De interne microcomputer “valt stil”. Het programmeringsproces is niet voltooid. Maatregelen Vervang de batterijen door nieuwe en druk de RESET knop op de afstandbediening in. Druk de RESET knop op de afstandbediening in. De afstandbediening zal functioneren tot een maximum afstand van 6 meter en tot een hoek van niet meer dan 30° ten opzichte van het voorpaneel. Verander de opstelling van het hoofdcomponent. Druk de RESET knop op de afstandbediening in. Vervang de batterijen (en druk de RESET knop voor deze afstandbediening in). Plaats de afstandbedieningen op juiste afstand van elkaar. Programmeren is niet mogelijk. Verdere programmering is niet mogelijk zonder het wissen van niet noodzakelijke opdrachten. Druk de RESET knop op de afstandbediening in. Zorg er voor de functietoets op de andere afstandbediening ingedrukt te houden totdat de TRANSMIT/LEARN indicator langzaam begint te knipperen. Afstandbediening Probleem Het geluid “bromt”. Het volumeniveau is laag tijden shet afspelen van een grammofoonplaat. Het volumeniveau kan niet worden verhoogd, of het geluid is vervormd. DSP parameters en bepaalde overige instellingen op deze apparatuur kunnen niet veranderd worden. “INPUT DATA ERR” verschijnt op de display en er wordt geen geluid weergegeven. Het geluidsveld kan niet worden opgenomen. Het apparaat functioneert niet goed. Een bron kan niet worden opgenomen op een tapedeck of videorecorder die aangesloten is op deze apparatuur. Storing van een TV of tuner in de directe nabijheid. Degradatie van het geluid treedt op tijdens het meeluisteren met behulp van de hoofdtelefoon die is aangesloten op de compact disc speler of het tapedeck welke is aangesloten op dit apparaat. Oorzaak De kabels zijn verkeerd aangesloten. Geen verbinding van de platenspeler naar de GND aansluiting. De grammofoonplaat wordt afgespeeld op een platenspeler met een MC element. Het component dat aangesloten is op de TAPE/MD OUT aansluitingen van dit apparaat is uitgeschakeld. De functie “6. MEMORY GUARD” in de SET MENU modus staat op “ON”. Er wordt een niet-gestandaardiseerde bron weergegeven of het apparaat dat de bron weergeeft functioneert niet goed. Het is niet mogelijk het geluidsveld op te nemen op een tapedeck dat aangesloten is op de TAPE/MD OUT aansluitingen van deze apparatuur. De interne microcomputer is buiten werking geraakt door een elektrische schok van buitenaf (blikseminslag, hoge mate van statische elektriciteit, enz.) of door een stroomtoevoer met lage spanning. De bronapparatuur is enkel tussen digitale aansluitingen aangesloten op deze apparatuur. Deze apparatuur bevindt zich te dicht bij de storing veroorzakende apparaten. Dit apparaat is op de standby functie ingesteld. Maatregelen Sluit de audiostekkers stevig aan. Indien het probleem blijft voortbestaan, zijn de kabels mogelijk defect. Maak de GND verbinding tussen de platenspeler en dit apparaat. De platenspeler dient aangesloten te worden op dit apparaat via de MC hoofversteker. Schakel de stroom toevoer naar het component in. Op “OFF” zetten. Controleer de bron of schakel het apparaat dat de bron weergeeft uit en schakel het vervolgens weer in. Trek de stekker uit het stopcontact en steek de stekker na ongeveer 1 minuut weer in. Breng verdere aansluiting tot stand tussen de analoge aansluitingen. Plaats deze apparatuur verder van de storing veroorzakende apparaten vandaan. Schakel de stroomtoevoer naar deze apparatuur in.73 Nederlands STORINGZOEKEN Probleem Er is een luid sissend geluid hoorbaar wanneer u een bron weergeeft die gecodeerd is met DTS. Een percussiegeluid is hoorbaar wanneer u een bron die gecodeerd is met DTS begint weer te geven. Er wordt geen geluid weergegeven wanneer u een bron weergeeft die gecodeerd is met DTS, alhoewel de “AUTO” of “DTS” ingangsfunctie op dit apparaat is gekozen. Er wordt geen geluid weergegeven wanneer u een MD weergeeft waarop u een bron heeft opgenomen die met DTS gecodeerd is. Er wordt geen geluid weergegeven wanneer u een DAT weergeeft waarop u een bron heeft opgenomen die met DTS gecodeerd is. Er wordt geen geluid weergegeven wanneer u een bron weergeeft (CD enz.) alhoewel de huidige gekozen ingangsmodus “AUTO” is. Oorzaak De afspeelapparatuur die de bron weergeeft is niet aangesloten op een digitale audiosignaalingang van dit apparaat. De “ANALOG” ingangsfunctie is gekozen op dit apparaat. Als de “AUTO” ingangsfunctie is gekozen, is het mogelijk dat, afhankelijk van bepaalde bronnen, er zich gevallen voordoen waarbij er storende geluiden hoorbaar zijn terwijl dit apparaat het formaat van het ingangssignaal identificeert. De DTS decoder die in dit apparaat is ingebouwd functioneert niet omdat de afspeelapparatuur een digitale volumeregelaar heeft en deze in een andere stand dan “maximum”, “neutraal”, of “ineffectief” is gezet. Een bron die gecodeerd is met DTS kan niet op een MD worden opgenomen. Afhankelijk van het DAT deck kan een bron die gecodeerd is met DTS niet op een DAT worden opgenomen. In de “AUTO” modus kan de DTS- decodeermodus niet automatisch in de normale (PCM) digitale signaalingangsmodus veranderd worden. Maatregelen De afspeelapparatuur die de bron weergeeft moet worden aangesloten op een digitale audiosignaalingang van dit apparaat naast de verbindingen met de analoge audiosignaalaansluitingen. Kies een juiste ingangsfunctie op dit apparaat zodat de DTS decoder die in dit apparaat is ingebouwd wordt ingeschakeld. Stel de ingangsfunctie van de huidige gekozen ingangsbron in op “DTS”. Stel de digitale volumeregelaar van de afspeelapparatuur in op de stand “maximum”, “neutraal”, of “ineffectief”. Druk de INPUT MODE toets op het voorpaneel in of de ingangskeuzetoets (voor de huidige gekozen bron) op de afstandbediening in zodat “PCM” op de display verschijnt. Bij het weergeven van een bron die gecodeerd is met DTS: Opmerkingen
- Voor het weergeven van een bron die gecodeerd is met het DTS is het gebruik van een DTS decoder noodzakelijk, zodat de afspeelapparatuur welke een bron weergeeft aangesloten moet worden op een digitale audiosignaalingang van dit apparaat, op de manier zoals beschreven in deze handleiding. Als deze verbinding niet wordt gemaakt of enkel een D-naar-A omzetter wordt gebruikt zonder het gebruik van een DTS decoder, zal er wanneer u een bron weergeeft enkel een luid sissend geluid hoorbaar worden.
- Als u tijdens het weergeven van een bron die gecodeerd is met het DTS gebruik maakt van een zoekfunctie (of verspringfunctie, enz.), zal de “dts” indicator van de display verdwijnen. Dit gebeurt omdat dit apparaat automatisch van de DTS-decodeermodus overgaat naar de standaard (PCM) digitale signaalingangsmodus om te voorkomen dat er storingsgeluiden voortgebracht worden.
- Een bron die gecodeerd is met het DTS kan niet worden opgenomen op analoge audio- en videobanden, en ook kunnen analoge banden die opgenomen zijn met een bron de gecodeerd is met het DTS niet weergegeven worden. Hetzelfde resultaat wordt verkregen voor MD’s en DAT’s (afhankelijk van het DAT deck dat voor opname en/of weergave gebruikt wordt).74 SPECIFICATIES AUDIO GEDEELTE Minimum RMS uitgangsvermogen per Kanaal (Wanneer beide kanalen worden aangedreven) MAIN L/R (20 Hz tot 20 kHz, 0,02% Totale Harmonische Vervorming, 8 ohm) ......................................... 100W+100W CENTER (20 Hz tot 20 kHz, 0,02% Totale Harmonische Vervorming, 8 ohm) .................................................... 100W REAR L/R (20 Hz tot 20 kHz, 0,02% Totale Harmonische Vervorming, 8 ohm) ..........................................100W+100W FRONT L/R (1 kHz, 0,05% Totale Harmonische Vervorming, 8 ohm) .............................................25W+25W Maximaal Vermogen [Alleen modellen voor China en Algemene modellen] 1 kHz, 10% Totale Harmonische Vervorming, 8 ohm (Wanneer beide kanalen worden aangedreven)
Notice-Facile