PMX64FX - Mengpaneel Monacor - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis PMX64FX Monacor in PDF-formaat.

📄 50 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice Monacor PMX64FX - page 28

Gebruikersvragen over PMX64FX Monacor

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Mengpaneel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PMX64FX - Monacor en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PMX64FX van het merk Monacor.

GEBRUIKSAANWIJZING PMX64FX Monacor

NL Voor u inschakelt ...
B Wij wensen u veel plezier met uw nieuwe apparaat van "img Stage Line". Lees deze gebruikershandleiding grondig door, alvorens het apparaat in gebruik te nemen. Alleen zo leert u alle functies kennen, vermijdt u foutieve bediening en behoedt u zichzelf en het apparaat voor eventuele schade door ondeskundig gebruik. Bewaar de handleiding voor latere raadpleging.

De Nederlandstalige tekst vindt u op pagina 28.

NL Op de uitklapbare pagina 3 vindt u een overzicht van alle bedieningselementen en de aansluitingen.

Inhoud

1 Overzicht van de bedienings- elementen en aansluitingen ..... 28

1.2 Effectenkanaal 28

1.3 Uitgangsveld 29

1.4 Achterzijde 29

2 Veiligheidsvoorschriften ..... 29

3 Toepassingen 29

4 Apparatuur aansluiten 29

4.1 Geluidsbronnen 29

4.1.1 Microfoons 29

4.1.2 Lijngeluidsbronnen 29

4.2 Effectenapparaat .... 30

4.3 Opnameapparaat 30

4.4 Hoofdtelefoon 30

4.5 Monitorinstallatie voor de muzikanten . 30

4.6 Bijkomende versterker 30

4.7 Luidsprekers 30

4.8 Paneelverlichting 30

4.9 Voetdrukknop voor de effectengenerator .... 30

4.10 Voedingsspanning 30

5 Bediening 30

5.1 In- en uitschakelen .... 30

5.2 Ingangssignalen mengen ..... 30

5.3 Signaalcompressor gebruiken ..... 31

5.4 Monitor-uitgangskanaal instellen ..... 31

5.5 Effecten toevoegen 32

5.5.1 Gebruik van de interne effectengenerator ..... 32

5.5.2 Extern effectenapparaat ..... 32

5.6 Voorbeluisteren via de hoofdtelefoon .. 32

1 Overzicht van de bedienings-elementen en aansluitingen

1.1 Ingangskanalen

Afb. 1 Mono-ingangskanaal CH 2 Alle mono-ingangskanalen (CH 1 ... CH 6) zijn identiek.
Afb. 2 Stereo-ingangskanaal CH 9-10 Alle stereo-ingangskanalen (CH 7-8, CH 9-10, CH 11-12) zijn identiek.
Afb. 3 Kanaal CH 13-14 voor een opnameapparaat, een hoofdtelefoon en voor de uitgangsversterker

1 Kanaalfader voor regeling van het kanaalvolume en in- en uitmengen van het kanaalsignaal
2 Led PEAK geeft door kort oplichten aan, dat het maximale onvervormde signaalniveau bereikt is. Als ze langer oplicht, dan wordt het kanaal overstuurd. Druk vervolgens op de toets PAD (10) of verminder het ingangsniveau.
3 Toets PFL met controle-led om het geselecteerde kanaal via een op de jack PHONES (19) aangesloten hoofdtelefoon voor te beluisteren en om het kanaalsignaal door middel van niveauleds (43) weer te geven. Daarvoor moet ook de toets (42) onder de niveauleds ingedrukt zijn.
4 Toets MUTE met controle-led om het kanaal te dempen
5 Panoramaregelaar PAN om het monosignaal in het stereoklankbeeld te positioneren
6 Balansregelaar BAL voor de stereokanalen
7 Regelaar AUX 2 FX om het kanaalsignaal te mengen naar het uitgangskanaal AUX 2 (post-fader) Dit uitgangskanaal dient als effectenkanaal voor de interne effectengenerator en voor een extern effectenapparaat.
8 Regelaar AUX 1 MON om het kanaalsignaal naar het uitgangskanaal AUX 1 (pre-fader) te mengen Dit uitgangskanaal dient als monitorkanaal om de muzikanten te voorzien van geluid.
9 Equalizer LOW voor de lage tonen: ±15 dB bij 80 Hz MID voor de middentonen: ±12 dB bij 2,5 kHz HIGH voor de hoge tonen ±15 dB bij 12 kHz
10 Toets PAD om het ingangsniveau met 20 dB te verminderen
11 Stereo-ingang LINE IN (6,3 mm-stekkerbussen, gebalanceerd) voor de aansluiting van een signaalbron met lijnuitgangsniveau (bv. muziekinstrument, cd/mp3-speler)
Opmerking: Bij aansluiting van een monoapparaat gebruikt u alleen de jack L (MONO). Het signaal wordt dan intern naar het rechter en linker kanaal gestuurd.
12 Mono-ingang LINE IN (6,3 mm-stekkerbus, gebalanceerd) voor de aansluiting van een signaalbron met lijnuitgangsniveau
13 Ingang MIC voor de aansluiting van een microfoon (XLR-jack, gebalanceerd) Voor alle microfooningangen kunt u een fanti- toomvoeding inschakelen, positie 14.
14 ON / OFF-schakelaar PHANTOM met controle-led voor de fantoomvoeding van 48 V van telkens drie microfooningangen Neem de waarschuwingen in hoofdstuk 4.1.1 betreffende fantoomvoeding in acht.

15 Volumeregelaar PHONES voor een hoofdtelefoon die op de jack PHONES (19) aangesloten is
16 ON/OFF-schakelaar POWER AMP voor de uitgangsversterker
17 Keuzeschakelaar AMPLIFIER ASSIGN voor de uitgangsversterker

bovenste stand = De stereowerking van de uitgangsversterker is geselecteerd, het linker en rechter mastersignaal wordt versterkt.

middelste stand = De 2-kanaalwerking van de uitgangsversterker is geselecteerd; in het kanaal A wordt het monomastersignaal versterkt en in het kanaal B het signaal van het uitgangskanaal AUX 1 om de muzikanten te voorzien van geluid.

onderste stand = De brugwerking van de uitgangsversterker is geselecteerd (dubbel uitgangsvermogen op een luidspreker van 8 Ω); het monomastersignaal wordt versterkt.

18 In- en uitgangsjacks (cinch) voor een opnameapparaat; als ingang is er ook een 3,5 mm-stekkerbus voorzien

Op de jacks TAPE OUT kan het mastersignaal na de fader MAIN MIX (36) afgenomen worden.

Het signaal van de jacks TAPE IN kan met behulp van de fader CH 13-14 (1) met het mastersignaal gemengd worden.

19 Uitgang PHONES (6,3 mm-stekkerbus) voor aansluiting van een stereohoofdtelefoon (impedantie ten minste 8 Ω)

1.2 Effectenkanaal

20 Regelaar FX TO MAIN om het interne effect-signaal met het mastersignaal te mengen
21 Toets MUTE om de interne effectenprocessor te dempen

Bij gedempte effectengenerator licht ter controle de led naast de toets continu op. Bij ingeschakelde effectengenerator geeft de led oversturingen van de generator aan.

22 Regelaar FX TO MON om het interne effectensignaal te mengen met het signaal van het uitgangskanaal AUX 1 om de muzikanten van geluid te voorzien.
23 Knop PROGRAM om effecten te selecteren: Draai aan de knop tot op het display (24) het effectnummer knipperend wordt weergegeven, en druk dan kort op de knop om te bevestigen.
24 Display voor de weergave van het geselecteerde effectnummer
25 Ingang AUX RET (6,3 mm-stekkerbussen, gebalanceerd), kan als ingang voor een effectenapparaat of voor een bijkomende lijngeluidsbron gebruikt worden

Het ingangssignaal wordt met de schuifregelaar AUX RET (28) met het mastersignaal gemengd.

Opmerking: Bij aansluiting van een monoapparaat gebruikt u alleen de jack L (MONO). Het signaal wordt dan intern naar het rechter en linker kanaal gestuurd.

26 Uitgang FX SEND (6,3 mm-stekkerbus, ongebalanceerd) voor het effectuitgangskanaal AUX 2
27 Aansluiting FOOT SWITCH (6,3 mm-stekkerbus, 2-polig) voor een voetschakelaar om de interne effectengenerator in of uit te schakelen

1.3 Uitgangsveld

28 Schuifregelaar AUX RET om het signaal op de ingang AUX RET (25) met het mastersignaal te mengen

29 Toets AFL met controle-led voor het beluisteren van het signaal op de ingang AUX RET (25) na de schuifregelaar AUX RET (28) via een hoofdtelefoon die op de jack PHONES (19) is aangesloten. Om het signaal door de niveauleds (43) te laten weergeven, moet ook de toets (42) onder de leds ingedrukt zijn.

30 Toets MON EQ met controle-led voor het inschakelen van de equalizer voor het signaal van het uitgangskanaal AUX 1 om de muzikanten van geluid te voorzien

31 7-bands equalizer voor het mastersignaal

32 7-bands equalizer voor het signaal van het uitgangskanaal AUX 1 om de muzikanten van geluid te voorzien

33 Lijnuitgang MONITOR OUT (6,3 mm-stekkerbus, ongebalanceerd) voor het signaal van het uitgangskanaal AUX 1 om de muzikanten van geluid te voorzien

34 XLR-jack LAMP om een zwanenhalslamp aan te sluiten waarmee het paneel kan worden verlicht (12 V-500 mA max.)

35 Schuifregelaar MONITOR voor het niveau van het monitorsignaal op de uitgang MONITOR OUT (33) en voor het geluidsvolume van het monitorsignaal, wanneer het naar de uitgangsversterker gestuurd wordt [schakelaar AMPLIFIER ASSIGN (17) in de middelste stand]

36 Schuifregelaar MAIN MIX voor het niveau van het mastersignaal op de uitgang MAIN OUT (45) en voor het geluidsvolume van het mastersignaal dat naar de uitgangsversterker gestuurd wordt

37 Toets AFL met controle-led voor het beluisteren van het monitorsignaal na de schuifregelaar MONITOR (35) via een hoofdtelefoon die op de jack PHONES (19) is aangesloten. Om het signaal door de niveauleds (43) te laten weergeven, moet ook de toets (42) onder de leds ingedrukt zijn.

38 Toets COMP/ LIM met controle-led om de compressor voor het mastersignaal in te schakelen

39 Toets MAIN EQ met controle-led om de equalizer voor het mastersignaal in te schakelen

40 Regelaar RATIO voor het instellen van de compressieverhouding

41 Regelaar THRESHOLD voor het instellen van het beginpunt (drempelwaarde), vanaf welk het mastersignaal gecomprimeerd moet worden

42 Toets PFL /AFL – MAIN met controle-led voor het selecteren van het signaal dat de niveau- leds (43) aangeven en dat naar de hoofdtele- foonuitgang gestuurd moet worden

Toets uitgeschakeld:

Het mastersignaal na de schuifregelaar MAIN MIX (36) wordt weergegeven en naar de hoofdtelefoonuitgang gestuurd.

Toets ingedrukt:

Het signaal van een kanaal waarvan de toets PFL (3) of AFL (29, 37) ingedrukt is, wordt weergegeven en naar de hoofdtelefoonuitgang gestuurd.

43 Niveauledweergave; geeft het niveau van het signaal aan, dat geselecteerd is om voor te beluisteren via de hoofdtelefoonuitgang PHONES (19), zie pos. 42

44 Led POWER

45 Lijnuitgang MAIN OUT voor het mastersignaal (6,3 mm-stekkerbussen, gebalanceerd)

1.4 Achterzijde

46 POWER-jack voor aansluiting op een stopcontact (230 V\~ / 50 Hz) met behulp van het bijgeleverde netsnoer
47 Houder voor de netzekering

Vervang een gesmolten zekering uitsluitend door een zekering van hetzelfde type.

48 POWER-schakelaar
49 Luidsprekerconnectoren (6,3 mm-jack) in plaats van de aansluitingen (50)
50 Luidsprekerconnectoren (SPEAKON®-compatibel) in plaats van de 6,3 mm-stekkerbussen (49)

2 Veiligheidsvoorschriften

Het apparaat is in overeenstemming met alle relevante EU-Richtlijnen en is daarom gekenmerkt met €.

WAARSCHUWING

Monacor PMX64FX - WAARSCHUWING - 1

De netspanning van de apparaat is levensgevaarlijk. Open het apparaat niet, en zorg dat u niets in de ventilatieopeningen steekt. U loopt immers het risico van een elektrische schok.

Let bij ingebruikname ook zeker op het volgende:

  • Het apparaat is enkel geschikt voor gebruik binnenshuis; vermijd druip- en spatwater, plaatsen met een hoge vochtigheid en uitzonderlijk warme plaatsen (toegestaan omgevingstemperatuurbereik: 0 – 40 °C).
  • Plaats geen bekers met vloeistof zoals drinkglazen etc. op het apparaat.
  • De warmte die in het apparaat ontstaat, moet door ventilatie worden afgevoerd. Dek daarom de ventilatieopeningen van de behuizing niet af.
  • Schakel het apparaat niet in resp. trek onmiddellijk de stekker uit het stopcontact,

  • wanneer het apparaat of het netsnoer zichtbaar beschadigd is,

  • wanneer er een defect zou kunnen optreden nadat het apparaat bijvoorbeeld is gevallen,

  • wanneer het apparaat slecht functioneert. Het apparaat moet in elk geval worden hersteld door een gekwalificeerd vakman.

  • Trek de stekker nooit met het snoer uit het stopcontact, maar met de stekker zelf.

  • Verwijder het stof met een droge, zachte doek. Gebruik zeker geen water of chemicaliën.
  • In geval van ongeoorloofd of verkeerd gebruik, verkeerde aansluiting, foutieve bediening of van herstelling door een niet-gekwalificeerd persoon vervalt de garantie en de verantwoordelijkheid voor hieruit resulterende materiële of lichamelijke schade.

Monacor PMX64FX - WAARSCHUWING - 2

Wanneer het apparaat definitief uit bedrijf wordt genomen, bezorg het dan voor milieuvriendelijke verwerking aan een plaatselijk recyclagebedrijf.

3 Toepassingen

Dit audiomengpaneel met ingebouwde stereouitgangsversterker (klasse D, 2 x 400 WRMS op luidsprekers van 4 Ω) is geschikt voor diverse PA-toepassingen en opnamedoeleinden. Het mengpaneel is als tafelmodel uitgevoerd en beschikt over 6 mono- en 3 stereo-ingangskanalen voor aansluiting van microfoons (ook met fantoomvoeding) en geluidsbronnen met lijnuit-

gangsniveau (bv. instrumenten, afspeelapparatuur). Een bijkomend stereo-ingangskanaal kan bijvoorbeeld gebruikt worden voor de weergave van een opnameapparaat.

De ingangssignalen kunnen op een stereomasterkanaal en op twee uitgangskanalen ge mengd worden. Voor het toevoegen van effecten is er een digitale effectengenerator beschikbaar. Het afmengen van het geluid kan via een hoofd-telefoon beluisterd worden. Bovendien kunt u afzonderlijke kanaalsignalen via een hoofdtelefoon voorbeluisteren.

4 De apparatuur aansluiten

Schakel het mengpaneel uit of schuif de schuifregelaars MONITOR (35) en MAIN MIX (36) volledig dicht en draai de regelaar PHONES (15) volledig dicht, voordat u verbindingen tot stand brengt of loskoppelt. Zo vermijdt u storingsge luiden.

4.1 Geluidsbronnen

In de ingangskanalen kunt u niet omschakelen tussen de microfooningang (13) en de lijningang (11, 12). Sluit daarom per kanaal slechts een van beide ingangen aan.

4.1.1 Microfoons

Sluit de microfoons aan op de gebalanceerde XLR-jacks MIC (13). Voor microfoons met fantoomvoeding kunt u voor telkens drie microfooningangen met behulp van de schakelaars PHANTOM (14) een fantoomvoeding van 48 V inschakelen. Bij geactiveerde fantoomvoeding functie licht de led naast de schakelaar op.

Opgelet: Bij ingeschakelde fantoomvoeding mag er geen microfoon met ongebalanceerde uitgang zijn aangesloten. U zou hem immers kunnen beschadigen.

Schakelt de fantoomvoeding pas in of uit, wanneer het mengpaneel uitgeschakeld is of als de respectieve toetsen MUTE (4) ingedrukt zijn en de regelaar PHONES (15) dichtgedraaid is. Zo vermijdt u schakelploppen in de luidsprekers en in de hoofdtelefoon.

4.1.2 Lijngeluidsbronnen

Sluit geluidsbronnen met lijnsignaalniveau (bv. ontvangers van draadloze microfoonsystemen, effectenapparatuur, instrumenten, afspeelapparatuur) aan op de 6,3 mm-stekkerbussen LINE IN (11, 12) van de ingangskanalen. De jacks zijn gebalanceerd bedraad. U kunt ook apparatuur met ongebalanceerd bedrade uitgang via tweepolige stekkers aansluiten.

— Sluit monoapparatuur aan op de jacks (12) van de monokanalen CH 1 tot CH 6.
— Sluit stereoapparatuur aan op de jacks (11) van de stereokanalen CH 7-8, CH 9-10 en CH 11-12. Als u een monoapparaat op een stereokanaal wilt aansluiten, gebruik dan alleen de jack L (MONO). Het monosignaal wordt dan intern naar het rechter en linker kanaal gestuurd.

Als de ingangskanalen niet volstaan, kunnen voor het aansluiten van bijkomende lijnbronnen ook volgende stereo-ingangen worden gebruikt:

  1. de ingang AUX RTN (25)

Gebruik bij aansluiting van een monoapparaat alleen de jack L (MONO), het monosignaal wordt dan intern naar het linker en rechter kanaal gestuurd.

  1. de ingang TAPE IN (18)

bv. voor aansluiting van een cd-speler voor achtergrondmuziek in de speelpauzen

NL

B

4.2 Effectenapparaat

Via het uitgangskanaal AUX 2, dat tegelijk als effectenkanaal voor de interne effectengenerator dienst doet, kunnen delen van het signaal op de ingangskanalen afgenomen, via een effectenapparaat (bv. galmapparaat) bewerkt en langs de Return-ingangen terug naar het mengpaneel gestuurd worden. De signaalafname voor dit uitgangskanaal gebeurt post-fader, d.w.z. het kanaalsignaal wordt na de fader (1) naar het uitgangskanaal gemengd. Zo is de effectsterkte van een kanaal steeds in verhouding met het ingestelde kanaalniveau.

1) Sluit de ingang van het effectenapparaat via een 6,3 mm-stekker aan op de mono-uitgang FX SEND (26).
2) Stuur het signaal dat van het effectenapparaat komt, terug naar de ingang AUX RET (25).

Opmerking: Bij aansluiting van een monoapparaat gebruikt u alleen de jack L (MONO). Het signaal wordt dan intern naar het rechter en linker kanaal gestuurd.

3) Alternatief kan het signaal van het effectenapparaat ook naar de lijningang van een vrij ingangskanaal gestuurd worden.

Als u het effectsignaal ook met het signaal van het monitorkanaal AUX 1 wilt mengen, dan moet u zeker een vrij ingangskanaal gebruiken, omdat deze handeling alleen via de regelaar AUX 1 MON (8) kan gebeuren.

4.3 Opnameapparaat

Een opnameapparaat kan op de jacks TAPE IN en TAPE OUT (18) aangesloten worden (L = linker kanaal, R = rechter kanaal):

1) Voor opnames sluit u de ingang van het apparaat aan op de cinch-jacks TAPE OUT. Hier is het mastersignaal beschikbaar dat met de schuifregelaars MAIN MIX (36) is ingesteld.
2) Voor de weergave sluit u de uitgang van het apparaat aan op de cinch-jacks of op de 3,5 mm-stekkerbus TAPE IN. Het signaal op de jacks TAPE IN kan met behulp van de fader van het kanaal CH 13-14 (1) met het mastersignaal gemengd worden.

4.4 Hoofdtelefoon

Via een hoofdtelefoon kunt u volgende signalen beluisteren:

- de signalen van de individuele ingangskanalen - het mastersignaal

- het signaal van het uitgangskanaal AUX 1 - het ingangssignaal van de jacks AUX RET (25)

Sluit de hoofdtelefoon (min. impedantie 8 Ω) aan op de jack PHONES (19).

4.5 Monitorinstallatie voor de muzikanten

Bij gebruik van een monitorinstallatie voor de geluidsregeling op het podium kunt u het uitgangskanaal AUX 1 als monitorkanaal gebruiken. De signaalafname voor dit uitgangskanaal gebeurt pre-fader, d.w.z. het kanaalsignaal wordt vóór de schuifregelaar (1) naar het uitgangskanaal gemengd. Zo krijgen de muzikanten via de monitors op het podium een afzonderlijk afgemengd muzieksignaal.

Verbind de versterker van de monitorinstallatie of een actieve monitorbox met de jack MONITOR OUT (33). U kunt ook een kanaal van de interne uitgangsversterker gebruiken om het monitorsignaal versterken, wanneer de geluidsregeling in de zaal slechts monofoon via het andere kanaal moet gebeuren. Schuif hiervoor de schakelaar AMPLIFIER ASSIGN (17) in de middelste stand. Voor de aansluiting van de luidsprekers zie hoofdstuk 4.7.

4.6 Bijkomende versterker

Om het geluid voor het publiek te verzorgen, kunt u de interne uitgangsversterker gebruiken. Mocht dit niet volstaan of moet het mastersignaal bv. in een bijkomende ruimte te horen zijn, sluit dan een bijkomende versterker aan op de uitgang MAIN OUT (45). Hier is het mastersignaal beschikbaar dat met de schuifregelaars MAIN MIX (36) is ingesteld. Alternatief of aanvullend kunt u hiervoor ook de cinch-jacks TAPE OUT (18) gebruiken.

4.7 Luidsprekers

Voor het aansluiten van de luidsprekers kunnen de stekkerbussen (49) of de SPEAKON®-compatibele jacks (50) gebruikt worden. Bij gebruik van de SPEAKON®-compatibele jacks draait u de betreffende luidsprekerstekker rechtsom nadat u hem in de jack hebt geplugd. Zo klikt u de stekker vast. Om hem er later weer uit te trekken, trekt u de vergrendeling van de stekker naar achteren en draait u de stekker naar links.

De correcte aansluiting van de luidsprekers wordt bepaald door de gewenste bedrijfsmodus voor de uitgangsversterker. Deze stelt u in met de schakelaar AMPLIFIER ASSIGN (17):

Stereowerking (bovenste schakelaarstand) De uitgangsversterker versterkt het stereomastersignaal. Sluit de luidsprekers (min. impedantie 4 Ω) aan op de jack A (linker kanaal) en op de jack B (rechter kanaal).

2-kanaalwerking (middelste schakelaarstand) De uitgangsversterker versterkt het monomastersignaal in het kanaal A en het signaal van het uitgangskanaal AUX 1 in het kanaal B, om de muzikanten te voorzien van geluid. Sluit de luidspreker (min. impedantie 4 Ω) voor de geluidsverzorging naar het publiek aan op de jack A en de luidspreker (min. impedantie 4 Ω) voor de geluidsverzorging op het podium (muzikanten) op de jack B.

Brugwerking (onderste schakelaarstand) De uitgangsversterker versterkt het monomastersignaal met het dubbele vermogen. De luidspreker (min. impedantie 8 Ω) of een luidsprekergroep met een totale impedantie van 8 Ω kan alleen op de SPEAKON®-compatibele jack A als volgt aangesloten worden:

Contact 1+ voor positieve pool Contact 2+ voor negatieve pool

Monacor PMX64FX - Luidsprekers - 1
Afb. 8 SPEAKON®-compatibele stekker Aansluiting voor de brugwerking

4.8 Paneelverlichting

Om het mengpaneel te verlichten, kunt u in de XLR-jack LAMP (34) een zwanenhalslamp (12 V/500 mA max.) steken, bv. het model GNL-304, GNL-305 of GNL-314 van "img Stage Line". De lamp wordt samen met het mengpaneel in- en uitgeschakeld.

4.9 Voetdrukknop voor de effectengenerator

Om de interne effectengenerator bv. vanaf het podium te kunnen in- en uitschakelen, kunt u een voetschakelaar (bv. FS-60 van MONACOR) aansluiten op de tweepolige 6,3 mm-stekkerbus FOOT SWITCH (27).

4.10 Voedingsspanning

Verbind de netaansluiting (46) van het mengpaneel via het bijgeleverde netsnoer met een stopcontact(230V\~/50Hz).

5 Bediening

WAARSCHUWING
Monacor PMX64FX - Bediening - 1

Stel het volume van de luid-sprekers en dat van de hoofd-telefoon nooit zeer hoog in. Langdurige blootstelling aan hoge volumes kan het gehoor beschadigen! Het gehoor raakt aangepast aan hoge volumes die na een tijdje niet meer zo hoog lijken. Draai het volume daarom niet verder open, zelfs nadat u eraan gewoon bent.

5.1 In- en uitschakelen

1) Om inschakelploppen en een te hoog geluidsvolume te vermijden, moet u voor ingebruikname ervan de schuifregelaars MONITOR (35) en MAIN MIX (36) volledig dichtschuiven en de regelaar PHONES (15) volledig dichtdraaien.
2) Naargelang het aansloten microfoontype schakelt u de fantoomvoeding van 48 V in of uit met de schakelaars PHANTOM (14) (15) hoofdstuk 4.1.1).
3) Bij gebruik van de interne uitgangsversterker controleert u de correcte stand van de schakelaar AMPLIFIER ASSIGN (17) [R hoofdstuk 4.7] en schakelt u de uitgangsversterker in met de schakelaar POWER AMP (16). Als de uitgangsversterker niet gebruikt wordt, schakelt u de uitgangsversterker uit.
4) Om het mengpaneel in en uit te schakelen, drukt u op de netschakelaar POWER (48). Bij ingeschakeld apparaat lichten de led POWER (44) en het display (24) op.

5.2 Ingangssignalen mengen

De volgende bedieningsstappen dienen alleen als hulp, er zijn ook andere methoden mogelijk.

1) Zorg eerst voor de volgende basisinstelling.
a) Schakel alle toetsen PAD (10) uit.
b) Plaats alle equalizers HIGH, MID, LOW (9) en alle schuifregelaars van de equalizers (31, 32) in de middelste stand.
c) Draai alle regelaars AUX 1 MON (8) en AUX 2 FX (7) voor de uitgangskanalen volledig dicht.
d) Draai alle panoramaregelaars PAN (5) en alle balansregelaars BAL (6) in de middelste stand.
e) Draai de regelaar FX TO MON (22) volledig terug

f) Schakel alle toetsen MUTE (4), PFL (3), AFL (29, 37) evenals de toetsen COMP/LIM (38) en PFL/AFL – MAIN (42).

g) Draai alle kanaalregelaars (1) evenals de schuifregelaars FX TO MAIN (20) en AUX RET (28) dicht.

2) Stuur een signaal (bv. in een microfoon zingen, een instrument bespelen) naar het kanaal dat het duidelijkst te horen moet zijn, en schuif de respectieve schuifregelaar (1) eerst ongeveer tot de 0 dB open.

Het kanaal is optimaal uitgestuurd, als bij signaalpieken de led PEAK (2) kort oplicht. Als ze langer oplicht, dan wordt het kanaal overstuurd. Zwak het ingangssignaal vervolgens af met de toets PAD (10) of verminder het uitgangsniveau van de signaalbron.

3) Schuif de regelaar MAIN MIX (36) open tot de volgende instellingen goed hoorbaar zijn via de aangesloten luidsprekers of via een hoofdtelefoon die op de jack PHONES (19) aangesloten is. Stel met de regelaar

PHONES (15) ook het volume van de hoofd-telefoon in.

4) Stel de klank van het kanaalsignaal in met de regelaars HIGH, MID en LOW (9).
5) Bij een monokanaal plaatst u het monosignaal met de panoramaregelaar PAN (5) in het stereoklankbeeld, bij een stereokanaal stelt u met de regelaar BAL (6) de balans van het stereosignaal in.
6) Voeg stapsgewijs alle andere kanaalsignalen toe en stel telkens de klank in en voer de panorama- of balansregeling door. Schuif de regelaars van ongebruikte kanalen altijd volledig dicht.

Tips

  1. Als een kanaalregelaar tijdens het toevoegen van een signaal slechts in geringe mate opengeschoven kan worden, omdat het ingangsniveau zeer groot is, drukt u op de bijbehorende toets PAD of vermindert u het uitgangsniveau van de signaalbron. Zo kunt u een langere regelweg voor een fijnere instelling gebruiken.
  2. Bij de instelling van de klank kan het nuttig zijn om andere kanalen tijdelijk te dempen met behulp van de toets MUTE (4). De led naast de toets licht op ter controle. U kunt een afzonderlijk kanaal echter ook optimaal via een hoofdtelefoon beluisteren en instellen (1) hoofdstuk 5.6).
    7) Voor het toevoegen van effecten, zie hoofdstuk 5.5.
    8) Het ingangssignaal op de jacks TAPE IN (18) kan met behulp van de fader (1) van het kanaal CH 13-14 aan het mastersignaal toegevoegd worden.

Opmerking: Als het opnamesignaal tijdens een opname via de jacks TAPE OUT als ingangssignaal naar de jacks TAPE IN gestuurd wordt, drukt u de toets MUTE van het kanaal CH 13-14 in, zodat er geen terugkoppeling optreedt.

9) Stel het definitieve geluidsvolume van het mastersignaal in met de schuifregelaar MAIN MIX. Het signaal kan met de niveauleds (43) gecontroleerd worden, wanneer de toets PFL/AFL – MAIN onder de leds niet is ingedrukt. Bij oversturing lichten de rode leds CLIP op; schuif de regelaar MAIN MIX dan overeenkomstig terug.
10) De klank van het mastersignaal kan met het 7-bandse equalizer MAIN EQ aan de zaal- akoestiek aangepast worden. Schakel hiervoor de equalizer in met de toets EQ (39) en stel de klank in met de schuifregelaars (31). Opmerking: Het signaal op de uitgang TAPE OUT (18) wordt eveneens door de equalizer beïnvloed. Bij een opname schakelt u de equalizer zo nodig uit met de toets MAIN EQ.
11) Om een kanaal te dempen, bv. tijdens een speelpauze, drukt u op de respectieve toets MUTE.

5.3 Signaalcompressor gebruiken

U kunt de dynamiek van het mastersignaal door de ingebouwd compressor verminderen. Hij zwakt het niveau boven een regelbare drempelwaarde af. Dit is bijvoorbeeld nodig als de dynamiek van het audiosignaal groter is dan toegelaten door het opname- of versterkersysteem of als een geringe dynamiek (bv. achtergrondmuziek) gewenst is. U kunt signaalpieken ook afzwakken om een hogere uitstuurbaarheid en zodoende een hoger gemiddeld geluidsvolume te realiseren.

1) Schakel de compressor in met de toets COMP/LIM (38). De led naast de toets licht op.

2) Stel het beginpunt (drempelwaarde) van de compressie met de regelaar THRESHOLD (41) in. Stel de compressieverhouding in met de regelaar RATIO (40):

Positie "4":

de verhouding bedraagt 4 : 1; een wijziging van het ingangsniveau van 8 dB boven de drempelwaarde resulteert in een wijziging van het uitgangsniveau van 2 dB.

Positie "∞":

de compressor werkt als signaalbegrenzer (limiter); het uitgangssignaal wordt begrensd tot de met de regelaar THRESHOLD ingestelde waarde.

Tip: Hoe hoger de drempelwaarde en hoe lager de compressieverhouding wordt ingesteld, hoe meer de natuurlijke dynamiek behouden blijft.

3) De led naast de regelaar THRESHOLD licht op, als het ingangssignaal van de compressor de ingestelde drempelwaarde overschrijdt en het uitgangssignaal gecomprimeerd wordt. De niveauleds (43) kunnen eveneens als instelhulp dienen. Om het uitgangsniveau te kunnen aflezen, schakelt u de toets PFL/AFL - MAIN (42) onder de led uit.

Afbeelding 9 geeft als voorbeeld het uitgangsniveau in afhankelijkheid van het ingangsniveau bij een drempelwaarde van -10 dB en verschillende compressieverhoudingen.

Monacor PMX64FX - Signaalcompressor gebruiken - 1

line | Input Level/dB | Output Level dB | | -------------- | --------------- | | -40 | -40 | | -20 | -10 | | 0 | 0 | | +20 | +20 |

Afb. 9 Stuurkarakteristieken van de compressor bij een drempelwaarde van -10 dB

Afbeelding 10 toont een ingangssignaal en het resulterende uitgangssignaal bij een drempelwaarde van -10 dB e een compressieverhouding van 2 : 1. Onder de drempelwaarde blijft het signaal ongewijzigd en boven wordt het met een factor 2 gecomprimeerd.

Monacor PMX64FX - Signaalcompressor gebruiken - 2
Afb. 10 In- en uitgangssignaal van de compressor bij een drempelwaarde van -10dB en een compressieverhouding van 2 : 1

5.4 Monitor-uitgangskanaal instellen

1) Schuif de regelaar MONITOR (35) voor het geluidsvolume zo ver open tot het monitor-signaal voor de volgende instellingen goed hoorbaar is via de monitorinstallatie of via de aangesloten luidsprekers.
2) Meng met de regelaars AUX 1 MON (8) de kanaalsignalen naar het monitorkanaal: Draai de regelaars volgens het gewenste onderlinge geluidsvolume van de kanalen open. In de bijbehorende ingangskanalen moet de toets MUTE (4) uitgeschakeld zijn.
3) Met de regelaar FX TO MON (22) kunt u het effectsignaal van de interne effectengenerator ( ### hoofdstuk 5.5.1) met het signaal op het monitorkanaal mengen.
4) Stel het definitieve geluidsvolume van het monitorsignaal in met de schuifregelaar MONITOR.
5) De klank van het monitorsignaal kunt u optimaliseren met de 7-bandse equalizer MONITOR EQ. Schakel hiervoor de equalizer in met de toets MON EQ (30) en stel de klank in met de schuifregelaars (32).
6) Als u het monitorkanaal via een hoofdtelefoon wilt beluisteren en als de niveauleds (43) het monitorsignaal moeten weergeven, druk dan op de toets AFL (37) boven de schuif regelaar MONITOR en op de toets PFL/AFL – MAIN (42) onder de led (UFO) hoofdstuk 5.6).

5.5 Effecten toevoegen

5.5.1 Gebruik van de interne effectengenerator

Met de interne effectengenerator kunnen 100 verschillende effecten gegenereerd worden die u met het mastersignaal en met het signaal op het monitoruitgangskanaal AUX 1 kunt mengen. Als effectenkanaal voor de effectengenerator wordt het uitgangskanaal AUX 2 gebruikt.

1) Om de effectinstellingen te laten horen, schuift u de regelaar FX TO MAIN (20) eerst ongeveer in de middelste stand.
2) Draai de knop PROGRAM (23) links- of rechtsom tot het nummer van het gewenste effect (afb. 11 Overzicht van de effecten) knipperend op het display (24) weergegeven wordt. Bevestig de keuze door op de knop te drukken: het nummer stopt met knipperen, het effect is ingeschakeld.
3) Meng met behulp van de regelaars AUX 2 FX (7) de signalen van de ingangskanalen naar het effectenkanaal. Met deze regelaars kunt u voor elk kanaal afzonderlijk de gewenste effectintensiteit instellen. Het signaal wordt na de schuifregelaar (1) afgenomen, d.w.z. dat de effectsterkte van een kanaal steeds in verhouding is tot het ingestelde kanaalniveau.
4) De led PEAK / MUTE boven de schuifregelaar FX TO MAIN naast de toets MUTE (21) dient bij ingeschakelde effectengenerator als oversturingsweergave. Hiermee kunt u de uitsturing grof regelen. Als de led oplicht, draait u de regelaars AUX 2 FX overeenkomstig terug.
5) Meng het effectsignaal met de regelaar FX TO MAIN naar de masterkanalen en, indien gewenst, met de regelaar FX TO MON (22) ook naar het uitgangskanaal AUX 1.
6) De effectengenerator kan met een op de jack FOOT SWITCH (27) aangesloten voetdrukknop en met de toets MUTE (21) uit- en opnieuw ingeschakeld worden (de toets vergrendelt niet). Als hij uitgeschakeld is, licht ter controle de led PEAK / MUTE naast de toets MUTE op.

5.5.2 Extern effectenapparaat

Het effectenapparaat moet via de uitgang FX SEND (26) en de ingang AUX RET (25) of de lijningang van een vrijgegeven ingangskanaal aangesloten zijn, hoofdstuk 4.2.

1) Om de effectinstellingen te laten horen, plaatst u de schuifregelaar AUX RET (28) eerst ongeveer in de middelste stand. Of als een vrij ingangskanaal als effecteningang gebruikt wordt, schuift u de bijbehorende kanaalregelaar (1) ongeveer in de middelste stand.
2) Schakel op het effectenapparaat het ge wenste effect in.
3) Meng met behulp van de regelaars AUX 2 FX (7) de signalen van de ingangskanalen naar het effectenkanaal. Met deze regelaars kunt u voor elk kanaal afzonderlijk de gewenste effectintensiteit instellen. Het signaal wordt na de schuifregelaar (1) afgenomen, d.w.z. dat de effectsterkte van een kanaal steeds in verhouding is tot het ingestelde kanaalniveau.

Aanwijzingen

  1. Als het effectenapparaat op de lijningang van een ingangskanaal aangesloten is, draait u de regelaar AUX 2 FX van het bewuste kanaal volledig terug. Anders treedt er een terugkoppeling op.
  2. De signalen van het effectenkanaal worden naar de ingang van de interne effectengenerator gestuurd (18 hoofdstuk 5.5.1). Daarom moet je de intensiteit van het interne effect zo nodig afzonderlijk met de regelaar FX TO MAIN (20) instellen of het interne effect met de toets MUTE (21) dempen.

4) Het signaal dat van het effectenapparaat komt, voegt u toe met de respectieve ingangsregelaar; hiermee kunt u de effectintensiteit voor alle kanalen samen instellen:

— Als het effectenapparaat op de ingang AUX RET (25) aangesloten is, mengt u het effectsignaal met de regelaar AUX RET (28) naar het mastersignaal.
— Als het effectenapparaat op de lijningang (11, 12) van een ingangskanaal aangesloten is, dan mengt u het effectsignaal met de bijbehorende kanaalregelaar (1) naar het mastersignaal. Indien gewenst kunt u het effectsignaal met de bijbehorende regelaar AUX 1 MON (8) ook mengen met het signaal op het monitoruitgangskanaal AUX 1.

5.6 Voorbeluisteren via een hoofdtelefoon

Via een op de jacks PHONES (19) aangesloten hoofdtelefoon kunt u volgende signalen voorbeluisteren:

  1. het mastersignaal post-fader, d.w.z. na de schuifregelaar MAIN MIX (36)
  2. de signalen van de individuele ingangskana- len pre-fader, d.w.z. voor de kanaalregelaar (1), de toets MUTE (4) en de regelaar PAN (5) of BAL (6)
  3. het signaal van het uitgangskanaal AUX 1 post-fader, d.w.z. na de schuifregelaar MONITOR (35)
  4. het ingangssignaal van de jacks AUX RET (25) post-fader, d.w.z. na de schuifregelaar AUX RET (28)

De niveauledweergave (43) geeft steeds het signaal weer dat voor het beluisteren geselecteerd is.

1) Om het mastersignaal te beluisteren, schakelt u de toets PFL /AFL – MAIN (42) onder de niveauweergave uit. De led boven de toets mag niet oplichten.
2) Om een ingangskanaal te beluisteren, drukt u op de toets PFL (3) van het kanaal. De led naast de toets licht op ter controle. Druk bovendien op de toets PFL /AFL – MAIN (42) onder de niveauleds. De led boven de toets licht op.
3) Om het uitgangskanaal AUX 1 voor het ge - luid van de muzikanten te beluisteren, drukt u op de toets AFL (37) boven de schuifregelaar MONITOR (35). Bovendien moet de toets PFL /AFL – MAIN onder de niveauleds ingedrukt zijn.
4) Om het ingangssignaal van de jacks AUX RET te beluisteren, drukt u op de toets AFL (29) boven de schuifregelaar AUX RET (28). Bovendien moet de toets PFL /AFL – MAIN onder de niveauleds ingedrukt zijn.

NummerNaam Effect Parameter
00–09VocalNagalmeffect, bijzonder geschikt voor zangtoepassingenuitklinktijd 0,8–0,9 s, pre-delaytijd 10–45 ms
10–19Small RoomNagalmeffect: Simulatie van een kleine tot middelgrote ruimteuitklinktijd 0,7–2,1 s, pre-delaytijd 20–45 ms
20–29Large HallNagalmeffect: Simulatie van een grote zaaluitklinktijd 3,6–5,4 s, pre-delaytijd 23–55 ms
30–39EchoEcho-Effektvertragingstijd 145–205 ms
40–49Echo + VerbCombinatie van echo-effect en nagalmeffectvertragingstijd 208–650 ms, uitklinktijd 1,7–2,7 s
50–59Flange + VerbCombinatie van flanger-effect en nagalmeffectsnelheid 0,8–2,52 Hz, uitklinktijd 1,5–2,9 ms
60–69PlateSimulatie van een klassieke, helder klinkende galmplaatuitklinktijd 0,9–3,6 s
70–79Chorus + GTRGitaareffect: Chorussnelheid 0,92–1,72 Hz
80–89Rotary + GTRGitaareffect: Rotary (Leslie-effect)modulatiediepte 20–80 %
90–99Tremolo + GTRGitaareffect: Tremolosnelheid 0,6–5 Hz

Afb. 11 Effectenoverzicht

brugbedrijf: ..... 1 × 700 W aan 8 Ω

Maximaal vermogen: . 2 × 600 W aan 4 Ω

Ingangen

(gevoeligheid/impedantie;aansluiting)

Mic: 1 mV/3 kΩ;

XLR, gebalanceerd

Line (monokanaal): .. 10 mV/ 27 kΩ;

6,3 mm-jack,

gebalanceerd

Line (stereokanaal): .. 75 mV/10 kΩ;

6,3 mm-jack,

gebalanceerd

(Niveau/impedantie;aansluiting)

Main Out, stereo: . . . . 1,5 V (bij weergave

0 dB)/120 Ω;

6,3 mm-jack,

gebalanceerd

impedantie: ....≥8 Ω

Frequentiebereik: ..... 20 – 20 000 Hz

THD: ....<0,04%

Signaal/Ruis-verhouding:89dB

Overspraak: ..... -63 dB

Equalizer voor CH 1 – 12

Lage tonen: ....±15 dB bij 80 Hz

Middentonen: ..... ±12 dB bij 2,5 kHz

Lage tonen: ....±15 dB bij 12 kHz

Equalizer voor

Main-Mix en monitor: .. ±15 dB bij

63/160/400Hz/

1/2,5/6,3/16kHz

Compressor

Drempelwaarde

(Threshold): ..... -40 dB tot +22 dB

Ratio: 2:1 tot ∞:1

Aanspreektijd (Attack): . 1ms

Resettijd (Release): ... 2 s

Fantoomvoeding

voor Mic: 1 - 9: ..... +48 V

Spanning voor

paneelverlichting: ..... 12 V#500 mA

Netspanning: 230 V\~ / 50 Hz

Vermogensverbruik

bij nullast:....65 VA

bij maximaal

uitgangsvermogen: .. 1250 VA

Omgevings-

temperatuurbereik: .... 0 - 40 °C

Afmetingen

(B × H × D): 465 × 150 × 395 mm

Gewicht: 10,1 kg

6.1 Stekkerconfiguratie

Luidsprekeraansluitingen voor de stereo- of 2-kanaalwerking

2-polige 6,3 mm-stekker

Monacor PMX64FX - Luidsprekeraansluitingen voor de stereo- of 2-kanaalwerking - 1

T = positieve pool

S = negative pool

SPEAKON®-compatibele stekker

Monacor PMX64FX - Luidsprekeraansluitingen voor de stereo- of 2-kanaalwerking - 2

1+ = positieve pool

1- = negative pool

Luidsprekeraansluiting op de jack "A" voor de brugwerking

SPEAKON®-compatibele stekker

Monacor PMX64FX - Luidsprekeraansluiting op de jack "A" voor de brugwerking - 1

1+ = positieve pool

2+ = negative pool

Microfoonaansluitingen

XLR-stekker voor gebalanceerde aansluiting

Monacor PMX64FX - Microfoonaansluitingen - 1

Aansluitingen lijnsignaalniveau

3-polige 6,3 mm-stekker voor gebalanceerde aansluiting

Monacor PMX64FX - Aansluitingen lijnsignaalniveau - 1

T = signaal +

R = signaal -

S = Massa

2-polige 6,3 mm-stekker voor ongebalanceerde aansluiting

Monacor PMX64FX - Aansluitingen lijnsignaalniveau - 2

T = signaal

S = massa

3-polige 3,5 mm-stekker voor stereosignalen (Tape In)

Monacor PMX64FX - Aansluitingen lijnsignaalniveau - 3

T = linker kanaal

R = rechter kanaal

S = massa

Hoofdtelefoonaansluiting

6,3 mm-stereostekker

Monacor PMX64FX - Hoofdtelefoonaansluiting - 1

T = linker kanaal

R = rechter kanaal

S = massa

Aansluiting voor een paneelverlichting

XLR-stekker

Monacor PMX64FX - Aansluiting voor een paneelverlichting - 1

3 = niet aangesloten

Wijzigingen voorbehouden.

Deze gebruiksaanwijzing is door de auteurswet beschermd eigendom van MONACOR® INTERNATIONAL GmbH & Co. KG. Een reproductie – ook gedeeltelijk – voor eigen commerciële doeleinden is verboden.

Handleidingassistent
Powered by Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Monacor

Model : PMX64FX

Categorie : Mengpaneel