MMX44 UFX - Mengpaneel Monacor - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis MMX44 UFX Monacor in PDF-formaat.

📄 26 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice Monacor MMX44 UFX - page 16

Gebruikersvragen over MMX44 UFX Monacor

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Mengpaneel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MMX44 UFX - Monacor en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MMX44 UFX van het merk Monacor.

GEBRUIKSAANWIJZING MMX44 UFX Monacor

Detail toont bijvoorbeeld een mono- en een stereo-ingangskanaal, de overige ingangskana- len zijn telkens identiek. 1 Ingang MIC voor de aansluiting van een microfoon (XLR-jack, gebalanceerd) Opmerking: Voor alle microfooningangen kunt ueen fantoomvoeding inschakelen: Positie 15. 2 Ingang LINE voor de aansluiting van een apparaat met lijnsignaalniveau (bv. muziekin- strument) Monokanaal: 1 × 6,3 mm-jack, gebalanceerd. Stereokanaal: 1 × 6,3 mm-jack links L, gebalanceerd. 1 × 6,3 mm-jack rechts R, gebalanceerd. Voor het aansluiten van een monoapparaat gebruikt u alleen de bovenste jack L. 3 Regelaar GAIN voor de ingangsversterking 4 Toets voor het Low Cut-filter (hoogdoor- laatfilter); bij ingedrukte toets worden onge- wenste signaaldelen onder de 75 Hz, bv. con- tactgeluid, onderdrukt 5 Toets +4/

10 voor de niveauregeling voor apparatuur met laag lijnuitgangsniveau: bij ingedrukte toets wordt het ingangsniveau opgetrokken 6 Equalizer voor de hoge tonen (HIGH), mid- dentonen (MID) en lage tonen (LOW) 7 Regelaar AUX SEND om het kanaalsignaal te mengen met het signaal op het effectenuit- gangskanaal [signaal wordt na de regelaar LEVEL (10) afgenomen]; het uitgangskanaal dient tegelijk als effectenkanaal voor de interne effectengenerator 8 Oversturings-led PEAK; als de led perma- nent oplicht, draait u de regelaar GAIN (3) en/of de klankregelaars (6) overeenkomstig terug (monokanaal) of schakelt u de toets +4/

10 (5) uit (stereokanaal) 9 Monokanaal: Panoramaregelaar PAN om het monosignaal in het stereoklankbeeld te positioneren Stereokanaal: Balansregelaar BAL voor het stereosignaal 10 Niveauregelaars LEVEL om het kanaalsig- naal te mengen met het signaal op het mas- terkanaal 11 Uitgang MASTER OUT voor het mastersig- naal (6,3 mm-jacks) Links L / Rechts R, onge- balanceerd), bv. voor aansluiting van de ver- sterker voor PA-toepassing of een tweede mengpaneel 12 Uitgang BOOTH OUT (6,3 mm-jacks) Links L/ Rechts R, ongebalanceerd) voor aansluiting van de versterker van een monitorinstallatie in een afzonderlijke regieruimte 13 Uitgang AUX SEND (6,3 mm-jack, ongeba- lanceerd) van het effectenuitgangskanaal, voor aansluiting op de ingang van een effec- tenapparaat 14 Uitgang PHONES (6,3 mm-jack) voor aan- sluiting van een stereohoofdtelefoon (impe- dantie ten minste 8 Ω) 15 Toets PHANTOM 48V: bij ingedrukte toets wordt voor alle ingangen MIC (1) een fan- toomvoeding van 48 V ingeschakeld Neem de waarschuwingen in hoofdstuk 4.1.1 betreffende fantoomvoeding in acht. 16 POWER-led PWR ON 17 Led voor de met de toets PHANTOM (15) ingeschakelde fantoomvoeding 18 Ingang TAPE IN (cinch-jacks Links L / Rechts R) voor aansluiting op de uitgang van een recorder of van een bijkomend afspeelappa- raat zoals een cd-speler 19 Uitgang TAPE OUT (cinch-jacks Links L / Rechts R) voor aansluiting op de ingang van een recorder 20 Led-niveauweergave, toont – het mastersignaal dat met de regelaar MASTER (25) ingesteld is, wanneer er geen toetsen (22, 23) voor de beluiste- ringsfunctie ingedrukt is

– het signaal dat met de respectieve toets is geselecteerd (

positie 22 of 23) en kan worden voorbeluisterd 21 Toets TAPE/ USB TO MIX: bij ingedrukte toets wordt het ingangssignaal van de jacks TAPE IN (18) en van de USB-aansluiting (33) naar het mastersignaal geschakeld 22 Toets TAPE TO BOOTH / PHONES: bij inge- drukte toets wordt het ingangssignaal van de jacks TAPE IN (18) en van de USB-aanslui- ting (33) naar de meeluisteruitgangen BOOTH OUT (12) en PHONES (14) geschakeld en via de niveau-ledʼs (20) weergegeven Opmerking: Als bovendien de toets AUX SEND TOBOOTH (23) ingedrukt is, heeft deze voorrang, dwz.het effectenkanaal wordt beluisterd en weergegeven. 23 Toets AUX SEND TO BOOTH: bij ingedrukte toets wordt het signaal van het effectenka- naal naar de meeluisteruitgangen BOOTH OUT (12) en PHONES (14) geschakeld en via de niveau-ledʼs (20) weergegeven 24 Volumeregelaar BOOTH / PHONES voor de meeluisteruitgangen BOOTH OUT (12) en PHONES (14) 25 Totaal-niveauregelaar MASTER voor het af- mengen van het geluid (totaal van alle signa- len); het mastersignaal wordt via de jacks MAS- TER OUT (11), TAPE OUT (19) en de USB- aansluiting (33) uitgevoerd en kan op de uit- gangen BOOTH OUT (12) en PHONES (14) beluisterd worden. Bedieningselementen voor de effectengenerator 26 Draaiknop FX SELECT om effecten te selec- teren: Draai aan de knop tot op het display (27) het effectnummer knipperend wordt weergegeven, en druk dan kort op de knop om te bevestigen. 27 Display EFFECT: toont het nummer van het geselecteerde effect 28 Toets MUTE om de effectengenerator te dempen [led PEAK / MUTE (29) licht op] en de functie opnieuw uit te schakelen 29 Led PEAK / MUTE; licht op, als de ingang van de effectengenerator overstuurd wordt of bij volledige demping van de effectengenerator met de toets MUTE (28) 30 Niveauregelaar FX TO MASTER om het ef- fectsignaal met het mastersignaal te mengen

31 Voedingsspanningsjack voor de aansluiting van de bijgeleverde netadapter 32 In- /uitschakelaar van het mengpaneel 33 USB-aansluiting (type B) voor de verbinding met een computer: kan als uitgang (digitale uitvoer van het mastersignaal) en als ingang (invoer van audiobestanden) worden ge - bruikt 2 Veiligheidsvoorschriften De apparaten (mengpaneel en netadapter) zijn in overeenstemming met alle relevante EU-richt- lijnen en dragen daarom het -kenmerk. Let bij ingebruikname ook zeker op het vol- gende:

De apparaten zijn enkel geschikt voor gebruik binnenshuis. Vermijd druip- en spatwater, uit- zonderlijk warme plaatsen en plaatsen met een hoge vochtigheid (toegestaan omge- vingstemperatuurbereik: 0 – 40 °C).

Plaats geen bekers met vloeistof zoals drink- glazen enz. op de apparatuur.

De warmte die in het mengpaneel ontstaat, moet door ventilatie afgevoerd worden. Dek daarom de ventilatieopeningen van de behui- zing niet af.

Schakel het mengpaneel niet in of trek de netadapter onmiddellijk uit het stopcontact,

1. wanneer het mengpaneel of de netadapter

zichtbaar beschadigd zijn,

2. wanneer er een defect zou kunnen optreden

nadat het apparaat bijvoorbeeld is gevallen,

3. wanneer het apparaat slecht functioneert.

De apparaten moeten in elk geval hersteld worden door een gekwalificeerd vakman.

Gebruik voor de reiniging uitsluitend een droge, zachte doek. Gebruik in geen geval chemicaliën of water.

In geval van ongeoorloofd of verkeerd gebruik, verkeerde aansluiting, foutieve bediening of van herstelling door een niet-gekwalificeerd persoon vervalt de garantie en de verantwoor- delijkheid voor hieruit resulterende materiële of lichamelijke schade. 3 Toepassingen Dit audiomengpaneel is geschikt voor universele PA-toepassingen en opnamedoeleinden. Het beschikt over 4 mono- en 4 stereo-ingangskana- len voor aansluiting van microfoons (ook met fantoomvoeding) en geluidsbronnen met lijnuit- gangsniveau (bv. instrumenten, afspeelappara- tuur). Een uitgangskanaal maakt het gebruik van een effectenapparaat mogelijk. Om effecten toe te voegen, kunt u ook gebruik maken van de ingebouwde multi-effectengenerator (100 vast ingestelde effecten). Het afmengen van het geluid kan via een hoofdtelefoon en / of een monitorinstallatie in een afzonderlijke regie- ruimte beluisterd worden. Het mengpaneel heeft niet alleen aansluitin- gen voor een analoog opnameapparaat, het is ook uitgerust met een USB-audio-interface voor verbinding met een computer. Deze kan gebruikt worden als uitgang voor de digitale opname van de geluidsafmenging en als ingang voor het invoeren van audiogegevens. Wanneer de apparaten definitief uit bedrijf worden genomen, bezorg ze dan voor verwerking aan een plaatselijk recyclagebedrijf. WAARSCHUWING De netspanning van de net - adapter is levensgevaarlijk. Open het apparaat niet, want u loopt het risico van een elek- trische schok.

B4 Ingebruikneming Voordat u verbindingen tot stand brengt / los- koppelt en telkens voordat u inschakelt, moet u de uitgangsregelaars BOOTH/PHONES (24) en MASTER (25) volledig terugdraaien.

4.1 Geluidsbronnen aansluiten

Omdat in de monokanalen niet omgeschakeld kan worden tussen de ingangen, gebruikt u ofwel de microfooningang (1) of de lijningang (2), niet beide tegelijk.

Sluit de microfoons aan op de gebalanceerde XLR-jacks MIC (1). Bij microfoons met fantoom- voeding kunt u door op de toets PHANTOM 48V (15) te drukken voor alle XLR-jacks samen een fantoomvoeding van 48 V inschakelen. Bij geac- tiveerde functie licht de led 48 V (17) op.

4.1.2 Lijngeluidsbronnen

Sluit geluidsbronnen met lijnsignaalniveau (bv. ontvangers van draadloze microfoonsystemen, effectenapparatuur, instrumenten, afspeelappa- ratuur) aan op de 6,3 mm-jacks LINE (2) van de ingangskanalen. De jacks zijn gebalanceerd bedraad. U kunt ook apparatuur met ongebalan- ceerd bedrade uitgang via 2-polige stekkers aansluiten. – Sluit monoapparatuur aan op de monokana- len CH 1 tot CH 4. – Sluit stereoapparatuur aan op de stereokana- len CH 5 / 6 tot CH 11 / 12. Als u een monoap- paraat op een stereokanaal moet aansluiten, gebruikt u alleen de jack L. Het monosignaal wordt dan intern naar het rechter en linker kanaal geschakeld. Als de cinch-ingang TAPE IN (18) niet door een recorder in gebruik is (

hoofdstuk 4.3), kunt u hierop ook een bijkomende stereoapparaat met lijnniveau aansluiten (bv. een cd-speler voor achtergrondmuziek in speelpauzen).

4.2 Effectenapparaat aansluiten

Via het uitgangskanaal kunt u signaaldelen van de ingangskanalen afnemen, door een effecten- apparaat sturen en na bewerking ervan met het mastersignaal mengen. Het signaal wordt na de regelaar LEVEL (10) van het overeenkomstige ingangskanaal afgenomen.

1) Verbind de ingang van het effectenapparaat

via een 6,3 mm-jack met de mono-uitgang AUX SEND (13).

2) Verbind de uitgang van het effectenapparaat

met de lijningang (2) van een vrij ingangska- naal, zie hiervoor hoofdstuk 4.1.2.

4.3 Recorder aansluiten

Een stereo-opnameapparaat, bv. bandrecorder kan op de cinch-jacks TAPE IN (18) en TAPE OUT (19) aangesloten worden:

1) Sluit de weergave-uitgang van de recorder

aan op de ingang TAPE IN.

2) Sluit de opname-ingang van de recorder aan

op de uitgang TAPE OUT; op de uitgang is het met de regelaar MASTER (25) ingestelde mastersignaal beschikbaar. De cinch-aansluitingen kunnen echter ook voor andere apparaten met lijnsignaalniveau gebruikt worden, bv. kunt u een afspeelapparaat zoals cd- of mp3-speler op TAPE IN of een bijko- mende versterker op TAPE OUT aansluiten.

4.4 Monitorinstallatie en hoofdtelefoon

aansluiten Via een stereohoofdtelefoon en / of via een moni- torinstallatie in een afzonderlijke regieruimte kunt u het afmengen van het geluid, het ingangssignaal van de jacks TAPE IN (18) en de USB-aansluiting (33) of het effectenkanaal beluisteren. Sluit de hoofdtelefoon (minimum impedantie 8 Ω) aan op de 6,3 mm-jack PHONES (14). Sluit de versterker van de monitorinstallatie aan op de stereo-uitgang BOOTH OUT (12); de beide 6,3 mm-jacks van de uitgang zijn ongebalanceerd bedraad.

4.5 De versterker aansluiten

Op de stereo-uitgang MASTER OUT (11) is het met de regelaar MASTER (25) ingestelde mas- tersignaal beschikbaar. Hier kunt u de versterker voor PA-toepassing aansluiten (of een ander apparaat met lijningang zoals een tweede meng- paneel). De 6,3 mm-jacks van de uitgang zijn ongebalanceerd bedraad.

4.6 Voedingsspanning

In- en uitschakelen Verbind de bijgeleverde netadapter met de voe- dingsspanningsjack (31) op de achterzijde en plug de stekker in een stopcontact (230 V~ / 50 Hz). Om het mengpaneel in te schakelen, plaatst u de schakelaar POWER (32) in de stand ON, om uit te schakelen in de stand OFF. Bij ingeschakeld apparaat licht de POWER-led PWR ON (16) op. Opmerking: Wanneer u het mengpaneel langere tijdniet gebruikt, trek dan de netadapter uit het stopcontact,omdat deze zelfs bij uitgeschakeld mengpaneel tocheen geringe hoeveelheid stroom verbruikt.

4.7 Gegevens met een computer

uitwisselen Via de USB-aansluiting (33) kunt u audiobestan- den in beide richtingen tussen mengpaneel en computer overdragen: – Gebruik als ingang: Gegevens die via de USB-aansluiting ingevoerd zijn, kunnen naar het mastersignaal geschakeld en via hoofdte- lefoon / regie-monitorinstallatie voorbeluisterd worden. – Gebruik als uitgang: De USB-aansluiting voert het met de regelaar MASTER (25) ingestelde mastersignaal uit. Om het mengpaneel met een computer te bedie- nen, kunt u gebruik maken van de audiosoftware die met het bedrijfssysteem is meegeleverd, of u kunt bijkomende audiosoftware installeren. Ver- schillende programmaʼs voor opnemen en af - spelen van audio vindt u gratis op het internet.

1) Start de computer en verbind de USB-aan-

sluiting van het mengpaneel met een USB- aansluiting van de computer.

2) Het ingeschakelde mengpaneel wordt door

de computer als USB-audioapparaat voor ge - luidsinvoer en -uitvoer herkend. De vereiste besturingsprogrammaʼs (standaard bestu- ringsprogramma van het besturingssysteem) zijn op de computer beschikbaar. Opmerking: Als niet alle vereiste besturingspro-grammaʼs op de computer beschikbaar zijn, moet uze achteraf installeren, bv. via de originele cd vanhet besturingssysteem. Herstart de computer na deinstallatie indien nodig.

3) Open het gebruikte audioprogramma en voer

hierin de nodige instellingen door voor de geluidsweergave via het mengpaneel of voor de geluidsopname van het mengpaneel

handleiding van het programma). Het mengpaneel kan dan aan de hand van hoofd- stuk 5 worden bediend. Als er geen geluidsopname of geluidsweergave gebeurt, dan moet u in de systeeminstellingen controleren of de USB-interface voor de geluids- invoer of geluidsuitvoer geselecteerd is. Tip: Als het mengpaneel zowel met een computer ver-bonden is als met de apparaten die via hun netsnoergeaard zijn (bv. versterker), kunnen door aardlussenstorende bromtonen optreden. Om deze te vermijden,kunt u het mengpaneel via een massascheidingsfilter(bv. FGA-102 of FGA-202 uit het gamma van “imgStage Line”) met het respectieve apparaat verbinden. 5 Bediening

5.1 Basisinstelling van de ingangs -

kanalen CH 1 tot CH 11/12 De volgende bedieningsstappen om het niveau aan te passen en het geluid te corrigeren, dienen alleen als hulp, er zijn ook andere methoden mogelijk.

1) Draai voor alle ingangskanalen de regelaars

LEVEL (10) en de regelaars AUX SEND (7) volledig terug. Draai voor de mono-ingangskanalen alle regelaars GAIN (3), alle klankregelaars (6) en alle regelaars PAN (9) in de middelste stand, en schakel alle toetsen (4) uit. Schakel voor de de stereo-ingangskana- len alle toetsen +4/

10 (5) uit en draai alle regelaars BAL (9) in de middelste stand.

Schakel de toetsen TAPE/ USB TO MIX (21), TAPE TO BOOTH / PHONES (22) en AUX SEND TO BOOTH (23) uit, als ze ingedrukt zijn.

4) Stuur een geluidssignaal naar het respec-

tieve ingangskanaal (door bv. in een micro- foon te zingen, op een instrument te spelen).

5) Voor het instellen van een monokanaal

draait u de regelaar LEVEL (10) in de mid- delste stand. Plaats de regelaar GAIN (3) zo dat de niveau-led (20) bij 0 dB oplicht. Stel de klank in met de drie klankregelaars (6), en druk zo nodig op de toets (4) om laagfre- quente ruis (bv. contactgeluid, brom) te onderdrukken. Corrigeer daarna de uitsturing zo nodig met de regelaar GAIN. De led PEAK (8) mag ten hoogste bij signaalpieken even- tjes gaan flikkeren. Als de led permanent oplicht, draait u de regelaar GAIN en / of de klankregelaars overeenkomstig terug. Voor het instellen van een stereokanaal Draai de regelaar LEVEL (10) open tot de niveau-led (20) bij 0 dB oplicht. Als u de regelaar hiervoor heel ver moet opendraaien, drukt u voor de niveauversterking (12 dB) op de toets +4/

10 (5) van het ingangskanaal. Als u de regelaar hiervoor heel sterk moet dichtdraaien, en licht de led PEAK (8) van het kanaal hierbij permanent op, dan vermindert u het uitgangsniveau van de geluidsbron. Opgelet: Bij ingeschakelde fantoomvoeding mag er geen microfoon met ongebalanceerde uitgang zijn aangesloten. U zou hem immers kunnen beschadigen. Om schakelploppen in de luidsprekers en in de hoofdtelefoon te vermijden, schakelt u de fan- toomvoeding pas in of uit, wanneer het meng- paneel uitgeschakeld is of als de respectieve uitgangsregelaars volledig teruggedraaid zijn. WAARSCHUWING Stel het volume van de ge- luidsinstallatie en dat van de hoofdtelefoon nooit zeer hoog in. Langdurige blootstelling aan hoge volumes kan het gehoor beschadigen! Het gehoor raakt aangepast aan hoge volumes die na een tijdje niet meer zo hoog lijken. Draai het volume daarom niet verder open, zelfs nadat u eraan gewoon bent.

B6) Na het instellen van een kanaal draait u de regelaar LEVEL ervan volledig terug en stel het volgende kanaal in.

ver open, dat u de mengverhouding van de geluidsbronnen optimaal kunt instellen.

2) Als alle instellingen voor de niveauregeling

en alle klankinstellingen doorgevoerd zijn

hoofdstuk 5.1), mengt u met de regelaars LEVEL (10) de signalen van de ingangska- nalen in de gewenste volumeverhouding. Draai de regelaars LEVEL van ongebruikte kanalen altijd volledig dicht.

3) Voor de monokanalen plaatst u met de pano-

ramaregelaars PAN (9) de monosignalen in het stereoklankbeeld en voor de stereokana- len stelt u met de regelaars BAL (9) de balans van de stereosignalen instellen.

4) Zie volgend hoofdstuk (5.3.) voor het toevoe-

5) Om het ingangssignaal van de jacks TAPE IN

(18) en van de USB-aansluiting (33) naar het mastersignaal te schakelen, drukt u op de toets TAPE / USB TO MIX (21). Opmerking: Als tijdens een opname via de jacksTAPE OUT of via de USB-aansluiting het opname-signaal als ingangssignaal naar de jacks TAPE INof de USB-aansluiting wordt gestuurd, dan mag detoets TAPE / USB TO MIX niet ingedrukt zijn, omdater zich anders een terugkoppeling voordoet.

6) Stel met de regelaar MASTER (25) het defi-

nitieve geluidsvolume van het mastersignaal in. Maak hierbij gebruik van de niveauweer- gave (20). Om deze het niveau van het mas- tersignaal te kunnen laten weergeven, mag geen van de toetsen (22, 23) voor de beluis- teringsfunctie ingedrukt zijn. Bij oversturing lichten de rode ledʼs CLIP van de niveau- weergave op.

5.3 Effecten toevoegen

5.3.1 Gebruik van een extern

effectenapparaat Het effectenapparaat moet op de uitgang AUX SEND (13) en op de ingang LINE (2) van een vrij ingangskanaal aangesloten zijn.

1) Om de nageschakelde effectinstellingen te

kunnen horen, moet u de regelaar LEVEL (10) van het kanaal, waarop het effectenap- paraat is aangesloten, voorlopig ongeveer in de middelste stand draaien.

2) Meng met behulp van de regelaars AUX

SEND (7) de signalen van de ingangskana- len op het effectenkanaal. Het signaal wordt na de regelaar LEVEL (10) afgenomen, d.w.z. dat de effectsterkte van een kanaal steeds in verhouding is tot het ingestelde kanaalniveau. Het mastersignaal van alle op het effectenkanaal gemengde signalen wordt via de uitgang AUX SEND (13) naar het effectenapparaat gestuurd. Opmerking: Draai de regelaar AUX SEND van hetkanaal waarop het effectenapparaat is aangeslo-ten, volledig terug, omdat er zich anders een terug-koppeling voordoet.

3) Met de regelaar LEVEL (10) van het kanaal

waarop het effectenapparaat is aangesloten, mengt u het uitgangssignaal van de effecten- generator met het mastersignaal.

Gebruik van de interne effectengenerator

1) Om de nageschakelde effectinstellingen te

kunnen horen, moet u de regelaar FX TO MASTER (30) voorlopig in de middelste stand draaien.

2) Draai de knop FX SELECT (27) zover voor-

of achteruit tot het nummer van het gewenste effect (

effectenoverzicht onderaan) knip- perend op het display (27) weergegeven wordt. Bevestig de keuze door kort op de knop te drukken: het nummer stopt met knip- peren, het effect is ingesteld.

Meng met behulp van de regelaars AUX SEND (7) de signalen van de ingangskanalen met het signaal op het effectenkanaal. Het sig- naal wordt na de regelaar LEVEL (10) afgeno- men, d.w.z. dat de effectsterkte van een ka- naal steeds in verhouding is tot het ingestelde kanaalniveau. De master van alle op het ef- fectenkanaal gemengde signalen wordt naar de ingang van de effectengenerator gestuurd.

4) Gebruik de regelaar FX TO MASTER (30) om

het uitgangssignaal van de effectengenerator met het mastersignaal te mengen. Als de led PEAK / MUTE (29) oplicht, wordt de ingang van de effectengenerator over- stuurd. Draai te ver opengedraaide regelaars AUX SEND (7) in dit geval overeenkomstig terug en compenseer eventueel door de regel- aar FX TO MASTER verder open te draaien.

5) Door op de toets MUTE (28) te drukken, kunt

u de effectengenerator dempen (toets ver- grendelt niet). Bij ingeschakelde demping licht de led PEAK / MUTE (29) op. Om de demping weer uit te schakelen, drukt u opnieuw op de toets MUTE. De led PEAK / MUTE gaat uit. Opmerking: Als het mengpaneel bij gedempte effec-tengenerator uitgeschakeld wordt, is de dempings-functie na herinschakelen opnieuw uitgeschakeld.

  • Voorbeluisteren via de hoofdtelefoon en de monitorinstallatie De twee toewijzingstoetsen (22, 23) voor de beluisteringsfunctie bepalen welk signaal via de uitgangen BOOTH OUT (12) en PHONES (14) voorbeluisterd en door de niveau-ledʼs (20) weergegeven wordt: – Als er geen toetsen zijn ingedrukt, wordt het met de regelaar MASTER (25) ingestelde mastersignaal beluisterd en weergegeven. – Als alleen de toets TAPE TO BOOTH / PHO- NES (22) ingedrukt is, wordt het ingangssig- naal op de jacks TAPE IN (18) en de USB- aansluiting (33) beluisterd en weergegeven (bv. om een opname te controleren). – Als de toets AUX SEND TO BOOTH (23) inge- drukt is, wordt het signaal van het effectenka- naal beluisterd en weergegeven. De positie van de toets TAPE TO BOOTH / PHONES heeft in dit geval geen effect. Stel het meeluistervolume in met de regelaar BOOTH / PHONES (24). 6 Technische gegevens Ingangsgevoeligheid Mic: p. 0
  • ,5 mV Line (monokanaal): p. 1
  • mV Line (stereokanaal): p. 10
  • mV Tape In: p. 100
  • mV Uitgangsniveau Master Out / Tape Out: 650 mV (bij weergave 0 dB) Booth Out: V (bij weergave 0 dB) Aux Send: max. 9,5 V Hoofdtelefoon- impedantie: ≥ 8 Ω USB-interface: p. 2
  • USB 2.0 (Full Speed) Frequentiebereik: – 20 000 Hz THD: < 0,05 % Signaal / Ruis-verhouding: > 74 dB (A-gemeten) Overspraak: p. 20
  • 63 dB Equalizer Lage tonen: ±15 dB / 80 Hz Middentonen: ±15 dB / 2,5 kHz Hoge tonen:
  • ±15 dB / 12 kHz Low Cut-filter: Hz Fantoomvoeding: p. 75
  • +48 V Voedingsspanning: p. 18
  • V~ via meegele- verde netadapter op 230 V~ / 50 Hz Omgevings- temperatuurbereik: p. 0
  • – 40 °C Afmetingen (B × H × D): 280 × 65 × 260 mm Gewicht: ,5 kg Geschikt besturingssysteem voor de gegevens- overdracht via de USB-interface: Windows 2000, Windows XP of hogere Windows- versies Mac OS 9.0.4 of hoger, Mac OS X Windows is een gedeponeerd handelsmerk van de Microsoft Corpora-tion in de USA en andere landen.Mac OS is een gedeponeerd handelsmerk van Apple Computer, Inc. inde Verenigde Staten en andere landen. Wijzigingen voorbehouden. p. 2

Deze gebruiksaanwijzing is door de auteurswet beschermd eigendom van MONACOR

INTERNATIONAL GmbH & Co. KG. Een reproductie – ook gedeeltelijk – voor eigen commerciële doeleinden is verboden. Nummer Naam Effect Parameter 00 – 09 VOCAL Nagalmeffect, bijzonder geschikt voor zangtoepassingen uitklinktijd 0,8 – 0,9 s, pre-delaytijd 10 – 45 ms 10 – 19 SMALL ROOM Nagalmeffect: Simulatie van een kleine tot middelgrote ruimte uitklinktijd 0,7 – 2,1 s, pre-delaytijd 20 – 45 ms 20 – 29 LARGE HALL Nagalmeffect: Simulatie van een grote zaal uitklinktijd 3,6 – 5,4 s, pre-delaytijd 23 – 55 ms 30 – 39 ECHO Echo-effect vertragingstijd 145 – 205 ms 40 – 49 ECHO + VERB Combinatie van echo-effect en nagalmeffect vertragingstijd 208 – 650 ms, uitklinktijd 1,7 – 2,7 s 50 – 59 FLANGE + VERB Combinatie van flanger-effect en nagalmeffect snelheid 0,8 – 2,52 Hz, uitklinktijd 1,5 – 2,9 ms 60 – 69 PLATE Simulatie van een klassieke, helder klinkende galmplaat uitklinktijd 0,9 – 3,6 s 70 – 79 CHORUS + GTR Gitaareffect: Chorus snelheid 0,92 – 1,72 Hz 80 – 89 ROTARY + GTR Gitaareffect: Rotary (Leslie-effect) modulatiediepte 20 – 80 % 90 – 99 TREMOLO + GTR Gitaareffect: Tremolo snelheid 0,6 – 5 HzPuede encontrar todos los elementos de fun- cionamiento y las conexiones que se descri- ben en la página 3 desplegable. 1 Elementos de Funcionamiento y Conexiones

Handleidingassistent
Powered by Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Monacor

Model : MMX44 UFX

Categorie : Mengpaneel