MMX22UFX - Mengpaneel Monacor - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MMX22UFX Monacor in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over MMX22UFX Monacor
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Mengpaneel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MMX22UFX - Monacor en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MMX22UFX van het merk Monacor.
GEBRUIKSAANWIJZING MMX22UFX Monacor
B Wij wensen u veel plezier met uw nieuwe apparaat van "img Stage Line". Lees deze gebruikershandleiding grondig door, alvorens het apparaat in gebruik te nemen. Alleen zo leert u alle functies kennen, vermijdt u foutieve bediening en behoedt u zichzelf en het apparaat voor eventuele schade door ondeskundig gebruik. Bewaar de handleiding voor latere raadpleging.
De Nederlandstalige tekst vindt u op pagina 16.
NL Op de uitklapbare pagina 3 vindt u een overzicht van alle bedieningselementen en de aansluitingen.
1 Overzicht van de bedienings - elementen en aansluitingen
1.1 Achterzijde
A Voedingsspanningsjack voor de aansluiting van de bijgeleverde netadapter
B In-/uitschakelaar van het mengpaneel
C* USB-bus (type B) voor de aansluiting op een computer: kan als uitgang (digitale uitvoer van het mastersignaal) en als ingang (invoer van audiobestanden) worden gebruikt
1.2 Front
① Mono-ingangskanaal CH 1; Kanaal CH 2 is identiek
^⑪ Stereo-ingangskanaal CH3/4; Kanaal CH 5 / 6 is identiek
1 Ingang voor de aansluiting van een microfoon (XLR-jack, gebalanceerd)
Opmerking: Voor de microfooningangen kunt u een fantoomvoeding inschakelen: positie 21.
2 Ingang voor de aansluiting van een apparaat met lijnsignaalniveau (bv. muziekinstrument) Monokanaal:
1 × 6,3 mm-jack, gebalanceerd.
Stereokanaal:
1 × 6,3 mm-jack links L, gebalanceerd.
1 × 6,3 mm-jack rechts R, gebalanceerd.
Voor het aansluiten van een monoapparaat gebruikt u alleen de jack L.
3 Regelaar GAIN voor de ingangsversterking
4 Equalizer voor de hoge tonen (HIGH), mid-dentonen (MID) en lage tonen (LOW)
5 Regelaar AUX SEND om het kanaalsignaal met dat van het effectenuitgangskanaal te mengen; het signaal wordt na de regelaar LEVEL (8) afgenomen
Bij model MMX-22UFX dient het uitgangs - kanaal tegelijk als effectenkanaal voor de interne effectengenerator.
6 Monokanaal:
Panoramaregelaar PAN om het monosignaal in het stereoklankbeeld te positioneren
Stereokanaal:
Balansregelaar BAL voor het stereosignaal
7 Led PEAK; als de led permanent oplicht, is het kanaal overstuurd (regelaar GAIN of klankregelaars te ver opengedraaid of te hoog signaalniveau op de kanaalingang)
8 Niveauregelaar LEVEL om het kanaalsignaal te mengen met het signaal op het masterkanaal
Mastersignaal-sectie
9 Ingang STEREO AUX RETURN (6,3 mm-jacks Links L/Rechts R, ongebalanceerd), kan als ingang gebruikt worden voor een effectenapparaat of een bijkomende lijngeluidsbron (een monoapparaat op het model MMX-22 alleen met jack L verbinden, op het model MMX-22UFX via een Y-kabel met beide jacks)
Opmerking bij model MMX-22UFX: Door aan te sluiten op de jacks worden de uitgangen van de interne effectengenerator gedempt.
10 Uitgang AUX SEND (6,3 mm-jack, ongebalanceerd) van het effectenuitgangskanaal, voor aansluiting op de ingang van een effectenapparaat
11 Uitgang PHONES (6,3 mm-jack) voor aansluiting van een stereohoofdtelefoon (impedantie ten minste 8 Ω)
12 Uitgang BOOTH OUT (6,3 mm-jacks Links L/Rechts R, ongebalanceerd) voor aansluiting van de versterker van een monitorinstallatie in een afzonderlijke regieruimte
13 Uitgang MASTER OUT voor het mastersignaal (6,3 mm-jacks Links L/Rechts R, ongebalanceerd), bv. voor aansluiting van de versterker voor PA-toepassing of een tweede mengpaneel
14 Ingang TAPE IN (cinch-jacks Links L/Rechts R) voor aansluiting op de uitgang van een recorder of van een bijkomend afspeelapparaat zoals een cd-speler
15 Uitgang TAPE OUT (cinch-jacks Links L/Rechts R) voor aansluiting op de ingang van een recorder
16 Toets TAPE[/USB*] TO BOOTH / PHONES: bij ingedrukte toets wordt het ingangssignaal van de jacks TAPE IN (14) en van de USB-bus (C)* naar de meeluisteruitgangen PHONES (11) en BOOTH OUT (12) geschakeld en via de niveau-led's (22) weergegeven
17 Toets TAPE[/USB*] TO MIX: bij ingedrukte toets wordt het ingangssignaal van de jacks TAPE IN (14) en van de USBbus (C)* naar het mastersignaal geschakeld
18 Bedrijfs-led POWER ON
19 Model MMX-22:
Niveauregelaar AUX SEND MASTER voor het mastersignaal van het effectenkanaal op de uitgang AUX SEND (10)
Model MMX-22UFX
Niveauregelaar AUX RETURN voor het uitgangssignaal van de interne effectengenerator of het signaal op de ingang STEREO AUX RETURN (9)
20 Led voor de met de toets PHANTOM 48V (21) ingeschakeld fantoomvoeding
21 Toets PHANTOM 48V: bij ingedrukte toets wordt voor de ingangen MIC (1) een fantoomvoeding van 48 V ingeschakeld
Neem de waarschuwingen in hoofdstuk 4.1.1 betreffende fantoomvoeding in acht.
22 Led-niveauweergave voor het mastersignaal of, bij ingedrukte toets TAPE[/USB*] TO BOOTH / PHONES (16), voor het ingangssignaal van de jacks TAPE IN (14) en de USB-jack (C)*
23 Volumeregelaar BOOTH/∅ voor de meeluisteruitgangen PHONES (11) en BOOTH OUT (12)
24 Totaal-niveauregelaar MASTER voor het afmengen van het geluid (totaal van alle signalen);
het mastersignaal wordt via de jacks MASTER OUT (13), TAPE OUT (15) en de USB-jack (C)* uitgevoerd en kan op de uitgangen PHONES (11) en BOOTH OUT (12) beluisterd worden.
Bedieningselementen voor de effectengenerator*:
25 Draaischakelaar FX SELECT voor het selecteren van een effect (16 geprogrammeerde effecten beschikbaar)
26 Niveauregelaars voor het effectensignaal:
- FX LEVEL voor het geselecteerde effect 1 - 16
- REVERB LEVEL voor het nagalmeffect
27 Oversturings-led PEAK voor de ingang van de effectengenerator
2 Veiligheidsvoorschriften
De apparaten (mengpaneel en netadapter) zijn in overeenstemming met alle relevante EU-richtlijnen en dragen daarom het denmerk.
WAARSCHUWING

De netspanning van de net- adapter is levensgevaarlijk. Open het apparaat niet, want u loopt het risico van een elek- trische schok.
Let bij ingebruikname ook zeker op het volgende:
- De apparaten zijn enkel geschikt voor gebruik binnenshuis. Vermijd druip- en spatwater, uitzonderlijk warme plaatsen en plaatsen met een hoge vochtigheid (toegestaan omgevingstemperatuurbereik: 0 – 40 °C).
- Plaats geen bekers met vloeistof zoals drinkglazen enz. op de apparatuur.
- De warmte die in het mengpaneel ontstaat, moet door ventilatie afgevoerd worden. Dek daarom de ventilatieopeningen van de behuizing niet af.
- Schakel het mengpaneel niet in of trek de netadapter onmiddellijk uit het stopcontact,
-
wanneer het mengpaneel of de netadapter zichtbaar beschadigd zijn,
-
wanneer er een defect zou kunnen optreden nadat het apparaat bijvoorbeeld is gevallen,
-
wanneer het apparaat slecht functioneert. De apparaten moeten in elk geval hersteld worden door een gekwalificeerd vakman.
- Gebruik voor de reiniging uitsluitend een droge, zachte doek. Gebruik in geen geval chemicaliën of water.
- In geval van ongeoorloofd of verkeerd gebruik, verkeerde aansluiting, foutieve bediening of van herstelling door een niet-gekwalificeerd persoon vervalt de garantie en de verantwoordelijkheid voor hieruit resulterende materiële of lichamelijke schade.

Wanneer de apparaten definitief uit bedrijf worden genomen, bezorg ze dan voor verwerking aan een plaatselijk recyclagebedrijf.
3 Toepassingen
Dit audiomengpaneel is geschikt voor universele PA-toepassingen en opnamedoeleinden. Het beschikt over twee mono- en twee stereoingangskanalen voor aansluiting van microfoons (ook met fantoomvoeding) en geluidsbronnen met lijnuitgangsniveau (bv. instrumenten, afspeelapparatuur). Een uitgangskanaal maakt het gebruik van een effectenapparaat mogelijk. Bovendien zijn er aansluitingen beschikbaar voor een recorder. Het afmengen van het geluid kan via een hoofdtelefoon en/of een monitorinstallatie in een afzonderlijke regieruimte beluisterd worden.
Het model MMX-22UFX beschikt bovendien over een interne effectengenerator (keuze uit 16 geprogrammeerde effecten en/of een nagalm-effect) evenals over een USB-audio-interface voor verbinding met de computer.
4 Ingebruikneming
Voordat u verbindingen tot stand brengt / loskoppelt en telkens voordat u inschakelt, moet u de uitgangsregelaars BOOTH/ (23) en MASTER (24) volledig terugdraaien.
4.1 Geluidsbronnen aansluiten
Omdat in de monokanalen niet omgeschakeld kan worden tussen de ingangen, gebruikt u ofwel de microfooningang (1) of de lijningang (2), niet beide tegelijk.
4.1.1 Microfoons
Sluit microfoons aan op de gebalanceerd bedrade XLR-jacks MIC (1) van de kanalen CH 1 en CH 2. Bij microfoons met fantoomvoeding kunt u door op de toets PHANTOM 48V (21) te drukken voor beide XLR-jacks samen een fantoomvoeding van 48 V inschakelen. Bij geactiveerde fantoomvoeding licht de fantoomvoedings-led (20) op.
Opgelet: Bij ingeschakelde fantoomvoeding mag er geen microfoon met ongebalanceerde uitgang zijn aangesloten. U zou hem immers kunnen beschadigen.
Om schakelploppen in de luidsprekers en in de hoofdtelefoon te vermijden, schakelt u de fantoomvoeding pas in of uit, wanneer het mengpaneel uitgeschakeld is of als de respectieve uitgangsregelaars volledig teruggedraaid zijn.
4.1.2 Lijngeluidsbronnen
Sluit geluidsbronnen met lijnsignaalniveau (bv. ontvangers van draadloze microfoonsystemen, instrumenten, afspeelapparatuur) aan op de 6,3 mm-jacks (2) van de ingangskanalen. De jacks zijn gebalanceerd bedraad. U kunt ook apparatuur met ongebalanceerd bedrade uitgang aansluitingen via 2-polige stekkers.
- Sluit monoapparatuur aan op de kanalen CH 1 en CH 2.
- Sluit stereoapparatuur aan op de kanalen CH 3 / 4 en CH 5 / 6. Als u een monoapparaa op een stereokanaal moet aansluiten, ge -bruikt u alleen de jack L. Het monosignaal wordt dan intern naar het rechter en linker kanaal geschakeld.
Als de ingangskanalen niet volstaan, kunnen voor het aansluiten van bijkomende lijnbronnen ook volgende stereo-ingangen worden gebruikt:
- de ongebalanceerd bedrade 6,3 mm-jacks STEREO AUX RETURN (9)
– de cinch-jacks TAPE IN (14)
Opmerkingen over de ingang STEREO AUX RETURN
- Om een monoapparaat aan te sluiten op de ingang STEREO AUX RETURN bij het model MMX-22, gebruikt u alleen de jack L. Het monosignaal wordt dan intern naar het rechter en linker kanaal geschakeld. Bij het model MMX-22UFX daarentegen sluit u monoapparatuur via een Y-kabel aan op beide jacks.
- Bij het model MMX-22UFX worden bij het aansluiten van de beide jacks STEREO AUX RETURN telkens de linker en de rechter uitgang van de interne effectengenerator gedempt.
4.2 Effectenapparaat aansluiten
Via het uitgangskanaal kunt u signaaldelen van de ingangskanalen afnemen, door een effectenapparaat sturen en na bewerking ervan aan het mastersignaal toevoegen. Het signaal wordt na de regelaar LEVEL (8) van het respectieve ingangskanaal afgenomen.
Sluit het effectenapparaat aan via de ongebalanceerd bedrade 6,3 mm-jacks AUX SEND (10) en STEREO AUX RETURN (9):
1) Verbind de ingang van het effectenapparaat met de mono-uitgang AUX SEND.
2) Verbind de uitgang van het effectenapparaat met de stereo-ingang STEREO AUX RETURN. Neem de opmerkingen over de ingang in hoofdstuk 4.1.2 in acht.
4.3 Recorder aansluiten
Een stereo-opnameapparaat, bv. bandrecorder kan op de cinch-jacks TAPE IN (14) en TAPE OUT (15) aangesloten worden:
1) Sluit de weergave-uitgang van de recorder aan op de ingang TAPE IN.
2) Sluit de opname-ingang van de recorder aan op de uitgang TAPE OUT; op de uitgang is het met de regelaar MASTER (24) ingestelde mastersignaal beschikbaar.
De cinch-aansluitingen kunnen echter ook voor andere apparaten met lijnsignaalniveau gebruikt worden, bv. kunt u een afspeelapparaat zoals cd- of mp3-speler op TAPE IN of een bijkomende versterker op TAPE OUT aansluiten.
4.4 Monitorinstallatie en hoofdtelefoon aansluiten
Via een stereohoofdtelefoon en / of via een monitorinstallatie in een afzonderlijke regieruimte kunt u ofwel het afmengen van het geluid ofwel het ingangssignaal van de jacks TAPE IN (14) en de USB-jack (C)* beluisteren. Sluit de hoofd-telefoon (minimumimpedantie 8 Ω) aan op de 6,3 mm-jack PHONES (11). Sluit de versterker van de monitorinstallatie aan op de stereo-uitgang BOOTH OUT (12); de beide 6,3 mm-jacks van de uitgang zijn ongebalanceerd bedraad.
4.5 De versterker aansluiten
Op de stereo-uitgang MASTER OUT (13) is het met de regelaar MASTER (24) ingestelde mastersignaal beschikbaar. Hier kunt u de versterker voor PA-toepassing aansluiten (of een ander apparaat met lijningang zoals een tweede mengpaneel). De 6,3 mm-jacks van de uitgang zijn ongebalanceerd bedraad.
4.6 Voedingsspanning In- en uitschakelen
Verbind de bijgeleverde netadapter met de voedingsspanningsjack (A) op de achterzijde en plug de stekker in een stopcontact (230 V\~/50 Hz).
Om het mengpaneel in te schakelen, plaatst u de schakelaar POWER (B) in de stand ON, om uit te schakelen in de stand OFF. Bij een ingeschakeld apparaat licht de POWER-led (18) op.
Opmerking: Wanneer u het mengpaneel langere tijd niet gebruikt, trek dan de netadapter uit het stopcontact, omdat deze zelfs bij uitgeschakeld mengpaneel toch een geringe hoeveelheid stroom verbruikt.
4.7 Gegevens met een computer uitwisselen\*
Via de USB-bus (C) kunt u audiobestanden in beide richtingen tussen mengpaneel en computer overdragen, ook tegelijk:
- Gebruik als ingang: Via de USB-bus ingevoerde gegevens kunnen naar het mastersignaal geschakeld en via hoofdtelefoon / regiemonitorinstallatie beluisterd worden.
- Gebruik als uitgang: De USB-bus voert het met de regelaar MASTER (24) ingestelde mastersignaal uit.
Om het mengpaneel met een computer te bedienen, kunt u gebruik maken van de audiosoftware die met het bedrijfssysteem is meegeleverd, of u kunt bijkomende audiosoftware installeren. Verschillende programma's voor opnemen en afspelen van audio vindt u gratis op het internet.
1) Start de computer en verbind de USB-bus van het mengpaneel met een USB-aansluiting van de computer.
2) Het ingeschakelde mengpaneel wordt door de computer als USB-audioapparaat voor geluidsinvoer en -uitvoer herkend. De vereiste besturingsprogramma's (standaard besturingsprogramma van het besturings- systeem) zijn op de computer beschikbaar.
Opmerking: Als niet alle vereiste besturingsprogramma's op de computer beschikbaar zijn, moet u ze achteraf installeren, bv. via de originele cd van het besturingssysteem. Herstart de computer na de installatie indien nodig.
3) Open het gebruikte audioprogramma en voer hierin de nodige instellingen door voor de geluidsweergave via het mengpaneel of voor de geluidsopname van het mengpaneel (15 handleiding van het programma). Het mengpaneel kan dan aan de hand van hoofdstuk 5 worden bediend.
Als er geen geluidsopname of geluidsweergave gebeurt, dan moet u in de systeeminstellingen controlleren of de USB-interface voor de geluids-invoer of geluidsuitvoer geselecteerd is.
Tip: Als het mengpaneel zowel met een computer verbonden is als met de apparaten die via hun netsnoer geaard zijn (bv. versterker), kunnen door aardlussen storende bromtonen optreden. Om deze te vermijden, kunt u het mengpaneel via een massascheidingsfilter (bv. FGA-102 of FGA-202 uit het gamma van "img Stage Line") met het respectieve apparaat verbinden.
5 Bediening
WAARSCHUWING

Stel het volume van de geluidsinstallatie en dat van de hoofdtelefoon nooit zeer hoog in. Langdurige blootstelling aan hoge volumes kan het gehoor beschadigen! Het ge hoor raakt aangepast aan hoge volumes die na een tijdje niet meer zo hoog lijken. Draai het volume daarom niet verder open, zelfs nadat u eraan gewoon bent.
5.1 Basisinstelling van de ingangskanalen CH 1 tot CH 5/6
De volgende bedieningsstappen om het niveau aan te passen en het geluid te corrigeren, dienen alleen als hulp, er zijn ook andere methoden mogelijk.
1) In de ingangskanalen
- alle regelaars LEVEL (8) en alle regelaars AUX SEND (5) volledig terugdraaien
- alle regelaars GAIN (3), alle klankregelaars (4) en alle regelaars PAN en BAL (6) in de middelste stand draaien
2) Draai bij het model MMX-22UFX de regelaar AUX RETURN (19) volledig terug
3) Schakel de beide toetsen TAPE[/USB*] TO BOOTH/PHONES (16) en TAPE[/USB*] TO MIX (17) uit, als ze ingedrukt zijn.
4) Draai de masterregelaar MASTER (24) in de middelste stand.
* alleen bij model MMX-22UFX
NL 5) Stuur een geluidssignaal naar het respectieve ingangskanaal (door bv. in een microfoon te zingen, op een instrument te spelen).
6) Voor het instellen van een monokanaal draait u de regelaar LEVEL (8) in de middelste stand. Plaats de regelaar GAIN (3) zo dat de niveau-led (22) bij 0 dB oplicht. Stel de klank in met de drie klankregelaars (4). Corrigeer daarna de uitsturing zo nodig met de regelaar GAIN. De led PEAK (7) mag ten hoogste bij signaalpieken eventjes gaan flikkeren. Als de led permanent oplicht, draait u de regelaar GAIN en / of de klankregelaars overeenkomstig terug.
Voor het instellen van een stereokanaal draait u de regelaar LEVEL (8) zo ver open tot de niveau-led (22) bij 0 dB oplicht. Optimaliseer de klank met de EQ-regelaars (4). Als de led PEAK (7) continu oplicht, draai dan de te ver opengedraaide klankregelaars overeenkomstig terug of verminder het uitgangsniveau van de geluidsbron.
7) Na het instellen van een kanaal draait u de regelaar LEVEL ervan volledig terug en stel het volgende kanaal in.
5.2 Geluidsbronnen mengen
1) Draai de masterregelaar MASTER (24) zo ver open, dat u de mengverhouding van de geluidsbronnen optimaal kunt instellen.
2) Als alle instellingen voor de niveauregeling en alle klankinstellingen doorgevoerd zijn (heofdstuk 5.1), mengt u met de regelaars LEVEL (8) de signalen van de ingangskanalen CH 1 tot CH 5 / 6 in de gewenste volumeverhouding. Draai de regelaars LEVEL van ongebruikte kanalen altijd volledig dicht.
3) Voor de monokanalen plaatst u met de panoramaregelaars PAN (6) de monosignalen in het stereoklankbeeld en voor de stereokanalen stelt u met de regelaars BAL (6) de balans van de stereosignalen in.
4) Zie volgend hoofdstuk in 5.3 voor het toevoegen van effecten.
5) Als er een bijkomende geluidsbron op de ingang STEREO AUX RETURN (9) is aangesloten, voegt u het signaal ervan bij het model MMX-22UFX met de regelaar AUX RETURN (19) toe aan het mastersignaal. (Bij model MMX-22 is er geen niveauregelaar beschikbaar voor de ingang.)
6) Om het ingangssignaal van de jacks TAPE IN (14) en van de USB-bus (C)* naar het mastersignaal te schakelen, drukt u op de toets TAPE[/USB*] TO MIX (17).
Opmerking: Als tijdens een opname via de jacks TAPE OUT of USB-bus* het opnamesignaal als ingangssignaal naar de jacks TAPE IN of USB-bus* wordt gestuurd, mag de toets TAPE[/USB*] TO MIX niet ingedrukt zijn, omdat er zich anders een terug-koppeling voordoet.
7) Stel met de regelaar MASTER (24) en met behulp van de niveau-led's (22) het definitieve geluidsvolume van het mastersignaal in. Om deze het niveau van het master - signaal te laten weergeven, mag de toets TAPE[/USB*] TO BOOTH / PHONES (16) niet ingedrukt zijn. Bij oversturing lichten de rode led's CLIP van de niveauweergave op.
5.3 Effecten toevoegen
5.3.1 Gebruik van een extern effectenapparaat
1) Om de uiteindelijke effectinstellingen te kunnen horen, moet u de regelaar AUX SEND MASTER (19) [model MMX-22] of AUX SEND RETURN (19) [model MMX-22UFX] eerst ongeveer in de middelste positie draaien.
2) Met de regelaars AUX SEND (5) mengt u de signalen van de kanalen CH 1 tot CH 5 / 6 op het effectenkanaal. De signaalafname gebeurt na de regelaar LEVEL (8), d.w.z. dat de effectsterkte van een kanaal steeds in verhouding is tot het ingestelde kanaalniveau.
3) Model MMX-22:
Met de regelaar AUX SEND MASTER (19) stelt u het niveau in voor het mastersignaal van alle op het effectenkanaal gemengde signalen. Het mastersignaal van het effectenkanaal wordt via de uitgang AUX SEND (10) naar het effectenapparaat gestuurd. Het signaal dat van het effectenapparaat komt, wordt via de jacks STEREO AUX RETURN (9) aan het mastersignaal toegevoegd.
Model MMX-22UFX:
Het mastersignaal van alle op het effectenkanaal gemengde signalen wordt via de uitgang AUX SEND (10) naar het effectenapparaat gestuurd. Het signaal dat van het effectenapparaat terugkomt, op de ingang STEREO AUX RETURN (9), voegt u met de regelaar AUX RETURN (19) toe aan het mastersignaal.
5.3.2 Gebruik van de interne effectengenerator\*
De ingang STEREO AUX RETURN (9) mag niet in gebruikt zijn (Opmerking 2 in hoofdstuk 4.1.2).
1) Om de uiteindelijke effectinstellingen te kunnen horen, moet u de regelaar AUX RETURN (19) en de respectieve effectenregelaars (26) – FX LEVEL voor effect 1 tot 16, REVERB LEVEL voor nagalmeffect – eerst ongeveer in de middelste stand draaien
2) Met de regelaars AUX SEND (5) mengt u de signalen van de kanalen CH 1 tot CH 5 / 6 op het effectenkanaal. De signaalafname gebeurt na de regelaar LEVEL (8), d.w.z. dat de effectsterkte van een kanaal steeds in verhouding is tot het ingestelde kanaalniveau.
3) Selecteer met de draaischakelaar FX SELECT (25) het gewenste effect uit de 16 standaard ingestelde effecten. Stel het niveau voor het betreffende effectsignaal wil- lekeurig in met de regelaars FX LEVEL en REVERB LEVEL (26):
- FX LEVEL voor het effect 1 - 16
- REVERB LEVEL voor het nagalmeffect
4) Gebruik de regelaar AUX RETURN (19) om het uitgangssignaal van de effectengenerator met het mastersignaal te mengen.
Als de led PEAK (27) oplicht, wordt de ingang van de effectengenerator overstuurd. Draai dan te ver opengedraaide regelaars AUX SEND (5) overeenkomstig terug en compenseer dit evt. door de regelaar AUX RETURN (19) verder open te draaien.
5.4 Voorbeluisteren via hoofdtelefoon en monitorinstallatie
De toets TAPE[/ USB*] TO BOOTH / PHONES (16) bepaalt welk signaal via de uitgangen PHONES (11) en BOOTH OUT (12) beluisterd en door de niveau-led's (22) weergegeven wordt:
- Als de toets niet is ingedrukt, wordt het met de regelaar MASTER (24) ingestelde mastersignaal beluisterd en weergegeven.
- Als de toets is ingedrukt, wordt het ingangssignaal op de jacks TAPE IN (14) en de USB-jack (C)* beluisterd en weergegeven (bv. om een opname te controleren).
Stel het meeluistervolume in met de regelaar BOOTH/ (23).
Ruis-verhouding: ..... > 74 dB (A-gemeten)
Overspraak: ..... -63 dB
Equalizer
Lage tonen: .... ±15 dB / 80 Hz
Middentonen: ..... ±15 dB / 2,5 kHz
Hoge tonen: ..... ±15 dB /12 kHz
Fantoomvoeding: .....+48 V
Voedingsspanning: .... 18V\~ via meegeleverde netadapter op 230V\~/50Hz
Omgevings-
temperatuurbereik: .... 0 – 40 °C
Afmetingen (B × H × D)
Model MMX-22: ..... 190 × 50 × 260 mm
Model MMX-22UFX: . 190 × 65 × 260 mm
Gewicht
Model MMX-22: ..... 1,7 kg
Model MMX-22UFX: . 2,4 kg
Geschikt besturingssysteem voor de gegevens-overdracht via de USB-interface*:
Windows 2000, Windows XP of hogere Windows-versies
Mac OS 9.0.4 of hoger, Mac OS X
Windows is een gedeponeerd handelsmerk van de Microsoft Corporation in de USA en andere landen.
Mac OS is een gedeponeerd handelsmerk van Apple Computer, Inc. in de Verenigde Staten en andere landen.
Wijzigingen voorbehouden.
SimpelGids