MMX44 - Mengpaneel Monacor - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MMX44 Monacor in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over MMX44 Monacor
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Mengpaneel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MMX44 - Monacor en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MMX44 van het merk Monacor.
GEBRUIKSAANWIJZING MMX44 Monacor
Voor u inschakelt ...
Wij wensen u veel plezier met uw nieuwe apparaat van "img Stage Line". Lees deze gebruikershandleiding grondig door, alvorens het apparaat in gebruik te nemen. Alleen zo leert u alle functies kennen, vermijd t fouitieve bediening en behoedt u zichelfen et het apparaat voor eventuele schade door ondeskundig gebruik. Bewaar de handleiding voor latere raadpleging.
De Nederlandstalige tekst vindt u op pagina 16.
NL Op de uitklapbare pagina 3 vindt u een over- zicht van alle bedieningselementen en de aansluitingen.
1 Overzicht van bedienings - elementen en aansluitingen
De figuren op pagina 3 tonen het model MMX24USB. Het model MMX-44 dat met twee extra mono-ingangskanalen is uitergerust, beschikt over bezelfde bedieningselementen en aansluitingen, met uitzondering van de USB-aansluiting en de overeenkomstige extra functies voor de USBwerking.
1.1 Front
Detail @ont een mono- en een stereogangskanaal, de overige ingangskanalen zich telkens identiek.
1 Ingang MIC voor de aansluiting van een microfoon (XLR-jack, gebalanceerd)
Opmerking: Voor alle microfooningangen Aunt u een fantoomvoeding inschakenen: Positie 22.
2 Ingang LINE voor de aansluiting van een apparaat met lijnsignaalniveau (bv. muziek instrument)
Monokanaal:
1 × 6,3 ~mm -jack,gebalanceerd.
Stereokanaal:
1× 6,3mm -jack links L,gebalanceerd.
1× 6,3mm jack rechts R,gebalanceerd.
Voor het aansluiten van een monoapparaat gebruikt u alleen de bovenste jack L.
3 Regelaar GAIN voor de ingangsversterking
4 Equalizer voor de hoge tonen (HIGH), middentonen (MID) en lage tonen (LOW)
5 Toets voor het Low Cut-filter (hoogdoor- laatfilter); bij ingedrukte toets worden ongewenste signaaldelen onder de 75Hz bv. contactgeluid, onderdukt
6 Toets +4 / - 10 voor de niveauregeling voor apparatuur met laag lijnuitgangsiveau: bij ingedrukte toets worden het ingangsniveau opgetrokken
7 Regelaar AUX SEND om het kanaalsignaal te Mengen met het signaal op het efectenuit-gangskanaal; het signaal worden na de regelaar LEVEL (10) afgenomen
8 Oversturings-led PEAK; als de led permanent oplicht, draait u de regelaar GAIN (3) en/of de krankregelaars (4) overeenkomstig terug (monokanaal) of schakelt u de toets +4 / - 10 6)uit (stereokanaal)
9 Monokanaal:
Panoramairegelaar PAN om het monosignaal in het stereoklankbeeld te positioneren
Stereokanaal: Balansregelaar BAL voor het stereosignaal
10 Niveauregelaar LEVEL om het kanaalsignaal te Mengen met het signaal op het masterkanaal
11 Uitgang MASTER OUT voor het mastersignaal (6,3 mm-jacks Links L / Rechts R, once-balanceerd), bv. voor aansluiting van de versterker voor PA-toepassing of een tweede mengpaneel
12 Uitgang BOOTH OUT (6,3 mm-jacks Links L/ Rechts R, ongebalanceerd) voor aansluiting van de versterker van een monitorinstallatie in een afzonderlijke regieruimte
13 Uitgang AUX SEND (6,3 mm-jack, ongebal- lanceerd) van het efectenuitgangskanaal, voor aansluiting op de ingang van een effec- tenapparaat
- allelen bij model MMX-24USB
14 Uitgang PHONES (6,3 mm-jack) voor aansluiting van een sterehoofdtelefoon (impedantie ten minste 8Ω)
15 Led-niveauweergave, toont
- het mastersignaal dat met de regelaar MASTER (16) ingesteld is, wonneer geen van de toetsen (20, 21) voor de beluisteringsfunctie ingedrukt is
of
- het signalaat dat met de respectieve toets is geselecteerd (r3 positie 20 of 21) en kan worden beluisterd
16 Totaal-niveauregelaar MASTER voor het afmegen van het geluid (totaal van alle signalen);
het mastersignaal wordt via de jacks MASTER OUT (11), TAPE OUT (18) en de USB-aansluiting (28)* uitgevoerd en kan op de uitgangen BOOTH OUT (12) en PHONES (14) beluisterd worden.
17 Ingang TAPE IN (cinch-jacks Links L/ Rechts R) voor aansluiting op de uitgang van een recorder of van een bijkomendafspeelapparaat zoals een cd-speler
18 Uitgang TAPE OUT (cinch-jacks Links L/ Rechts R) voor aansluiting op de ingang van een recorder
19 Toets TAPE/[USB] TO MIX: bij ingedrukte toets wordt het ingangssignaal van de jacks TAPE IN (17) en van de USB-aansluiting (28)^ maar het mastersignaal geschakeld
20 Toets TAPE TO BOOTH / PHONES: bij ingedrukte toets worden het ingangssignaal van de jacks TAPE IN (17) en van de USB-aanslui-ting (28)^* om voor te beluisteren aan de uitgangen BOOTH OUT (12) en PHONES (14) geschakeld en via deiveau-led's (15) weergegeven
Opmerking: Als bovendien de toets AUX SEND TO BOOTH (21) ingedrukt is, heeft deze voorrang, d.w.z. het efectenkanaal worden beluisterd en weergegeven.
21 Toets AUX SEND TO BOOTH: bij ingedrukte toets worden het signal van het effecten - kanaal om voor de uitgangsregelaar AUX SEND MASTER (25) te beluisteren aan uitgangen BOOTH OUT (12) en PHONES (14) geschakeld en via de niveau-led's (15) weergegeven
22 Toets PHANTOM 48V (met controle-led): bij ingedrukte toets worden voor alle ingangen MIC (1) een fantoomvoeding van 48 V ingeschakeld
Neem de waarschuwingen in hoofdstuk 4.1.1 betreffende fantoomvoeding in acht.
23 Volumeregelaar BOOTH/PHONES voor de beluisteringsuitgangen BOOTH OUT (12) en PHONES (14)
24 Bedrijs-led POWER ON
25 Niveauregelaar AUX SEND MASTER voor het mastersignaal van het effectenkanaal op de uitgang AUX SEND (13)
1.2 Achterzijde
26 Voedingsspanningsjack voor de aansluiting van de bijgeleverde netadapter
27 In-/uitschakelaar van het mengpaneel
28 Alleen bij model MMX-24USB: USB-aansluiting (type B) voor de verbinding met een computer: kan als uitgang (digitaleuitvoer van het mastersignaal) en als ingang (invoer van audiobestanden) worden gebruikt
2 Veiligheidsvoorschriften
De apparaten (mengpaneel en netadapter) zijn in overeenstemming met alle relevante EU-richtlijnen en dragen waar het CC-kenmerk.
WAARSCHUWING De netspanning van de netadapter is levensgevaarlijk. Open het apparaat Niet, want u loopt het risico van een elektrische schok.
Let bij ingebruikname ook zeker op het vol-gende:
- De apparaten zichen enkel geschickt voor gebruik binnenshuis. Vermijd druip- en spatwater, uitzonderlijk warmeplaatsen enplaatsen met een hove vochtigheid (toegestaan omgevingstemperatuurbereik: 0 - 40^ ).
- Plaats geen bekers met vloeistof zoals drinkglazen enz. op de apparatuur.
- De warmte die in het mengpaneel ontstaat, moet door ventilatie afgevoerd worden. Dek waarom de ventilatieopengen van de behui-zing Niet af.
-
Schakel het mengpaneel Niet in of trek de netadapter onmiddelijk uit het stopcontact,
-
wanneer het mengpaneel of de netadapter zichtaar beschadigd+zijn,
-
wanneer er een defect zou kuren optreden nadat het apparaat bijvoorbeeld isgevallen,
-
wanner het apparaat slecht functioneert.
De apparaten moeten in elk geval hersteld worden door een gekwalificeerd vakman.
- Gebruik voor de reiniging uitsluitend een droge, zachte doek. Gebruik in geen geval chemicalien of water.
In geval van ongeoorloofd of verkeerd gebruik, verkeerde aansluiting, foulieve bediening of van herstelling door een Niet-gekwalifieerd persoon verwalt de garantie en de verantwoordelijkheid voor hieruitresulterende materiele of lichamelijke schade.

Wonneer de apparaten definitief uit bedrijf worden genomen, bezorg ze dan voor verworking aan eenplaatselijk recyclagebedrijf.
3 Toepassingen
Dit audiomengpaneel is geschikt voor universele PA-toepassingen en opnamedoeleinden. Het beschikt over 2 (MMX-24USB) of 4 (MMX-44) mono-ingangskanalen en 4 stereo-ingangskanalen voor aansluiting van microfoons (ook met fantoomvoeding) en geluidsbronnen met lijnuitgangsniveau (bv. instrumenten,afspeelapparatuur). Een uitgangskanaal maakt het gebruik van een effectenapparaat mogelijk. Bovendien zijn aansluitingen beschikbaar voor een recorder. Het afmagen van het geluid kan via een hooftelefoon en/of een monitorinstallatie in een afzonderlijke regieruimte beluisterd worden.
Het model MMX-24USB is bovendien uitgerust met een USB-audio-interface voor de verbinding met een computer.
4 Ingebruikneming
Voordat u verbindingen tot stand brengt / loskoppelt en telkens voordat u inschakelt, moet u de uitgangsregelaars BOOTH / PHONES (23) en MASTER (16) volledig in de minimumstand zetten.
4.1 Geluidsbronnen aansluten
Omdat in de monokanalen nicht omgeschakeld kan worden:tussen de ingangen,gebruikt u ofwel de microfooningang (1) of de lijningang (2), niet beiden tegelijk.
4.1.1 Microfoons
Sluit de microfoons aan op de gebalanceerde XLR-jacks MIC (1). Bij microfoons met fantoomvoeding kutu door op de toets PHANTOM 48V (22) te drukken voor alle XLR-jacks samen een fantoomvoeding van 48V inschakelen. Bij geactiveerde functie Licht de led naast de toets op.
Opgelet: Bij ingeschakelde fantoomvoeding mag er geen microfoon met ongebalancerdeuitgang zichn aangesloten. U zou hem immers kuren beschadigen.
Om schakelploppen in de luidsprekers en in de hooftelefoon te vermijden, schakelt u de fantoomvoeding pas in of uit, wanner het mengpaneel uitgeschakeld is of als de respectieveuitgangsregelaars in de minimumstand geplaatst zich.
4.1.2 Lijngeluidsbronnen
Sluit geluidsbronnen met lijnsignaalniveau (bv. ontvangers van draadloze microfoonsystemen, effectenapparatuur, instrumenten, afspeelapparatuur) aan op de 6,3 mm-jacks LINE (2) van de ingangskanalen. De jacks zijn gebalanceerd bedraad. U kunt ook apparatuur met ongebalanceer bedrade uitgang via 2-polige stekkers aansluiten.
- Sluit monoapparatuur aan op de monokana-len CH 1 en CH 2 (MMX-24USB) of CH 1 tot CH 4 (MMX-44).
-Sluit stereoparapatuur aan op de stereokana-len CH 3 / 4 tot CH 9 / 10 (MMX-24U
CH 5/6 tot CH 11 / 12 (MMX-44). Als u ee monoapparaat op een stereo-kanaal moet aansluiten, gebruikt u alleen de jack L. Het monosignaal worden dan intern maar het rechter en linker kanaal geschakeld.
Als de cinch-ingang TAPE IN (17) Niet door een recorder in gebruik is (hoofdstuk 4.3), kunt u hierop ook een bijkomende stereoapparaat met lijniveau aansluten (bv. een cd-speler voor achechtergrundmuziek in spelpauzen).
4.2 Effectenapparaat aansluten
Via het uitgangskanaal(Int) van de ingangskanalen afnemen, door een effectenapparaat sturen en na bewerking ervan met het mastersignaal menn. Het signaal wordt na de regelaar LEVEL (10) van het overeenkomstige ingangskanaal afgenomen.
1) Verbind de ingang van het effectenapparaat via een 6,3 mm-jack met de mono-uitgang AUX SEND (13).
2) Verbind de uitgang van het effectenapparaat met de lijningang (2) van een vrij ingangskaaal,zie hiervoor hoofdstuk 4.1.2.
4.3 Recorder aansluten
Een stereo-opnameapparaat, bv. bandrecorder kan op de cinch-jacks TAPE IN (17) en TAPE OUT (18) aangesloten worden:
1) Sluit de weergave-uitgang van de recorder aan op de ingang TAPE IN.
2) Sluit de opname-ingang van de recorder aan op de uitgang TAPE OUT; op de uitgang is het met de regelaar MASTER (16) ingestelde mastersignaal beschikbaar.
De cinch-aansluitingen konnen earlier ook voor andere apparaten met lijnsignaalniveau gebruikt worden, bv. kunt u een aftseelapparaat zoals cd- of mp3-speler op TAPE IN of een bijkomende versterker op TAPE OUT aansluiten.
4.4 Monitorinstallatie en hoofdtelefoon aansluiten
Via een stereohooftelefoon en / of via een monitorinstallatie in een afzonderlijke regieruimte kunt u het afmengen van het geluid, het ingangssignaal van de jacks TAPE IN (17) en de USBaansluiting (28)^* of het effectenkanaal beluisteren. Sluit de hoogtelefoon (minimumimpedantie 8 ) aan op de 6,3 mm-jack PHONES (14). Sluit de versterker van de monitorinstallatie aan op de stereo-uitgang BOOTH OUT (12); de beiden 6,3 mm-jacks van de uitgang zijn ongebalanceerbedraad.
4.5 De versterker aansluten
Op de stereo-uitgang MASTER OUT (11) is het met de regelaar MASTER (16) ingestelde mastersignaal beschikbaar. Hier kunt u de versterker voor PA-toepassing aansluiten (of een ander apparaat met lijningang zoals een tweede mengpaneel). De 6,3 mm-jacks van de uitgang zijn ongebalancedeer bedraad.
4.6 Voedingsspanning In- en uitschakelen
Verbind de bijgeleverde netadapter met de voedingsspanningsjack (26) op de weiterijde en plug de stekker in een stopcontact (230V /50Hz)
Om hetCCCCCC in te schakelen,plaatst u de schakelaar POWER (27) in de stand ON, om uit te schakelen in de stand OFF. Bij ingeschakeld en Apparaatlicht de led POWER ON (24) op.
Opmerking: Wanneer u het menganseel langereijd Niet gebruikt, trek dan de netadapteruit het stopcontact, odomat dieze zichs bij utgeschakeld menganseel toeh een geringe hoeveelheid stroom verbruikt.
4.7 Gegevens met een computeruitwisselen*
Via de USB-aansluiting (28) kurz u audiobestanden in beide richtingen:tussen mengpaneel en computer overdragen:
- Gebruik als ingang: Gegevens die via de USB-aansluiting ingevoerd zijn, kurenaar het mastersignal geschakeld en via hoofdtelefoo/n/regie-monitorinstallatie voorbeluisterd worden.
- Gebruik als uitgang: De USB-aansluiting voert het met de regelaar MASTER (16) ingestelde mastersignaal UIT.
Om hetCCCCCC met een computer te bedieren, kutu gebruik maken van de audiosoftware die met het bedrijfssysteme is meegeleverd, of u kunt bijkomende audiosoftware installeren. Verschillende programma's voor opnemen en afspelen van audio vindt u gratis op het internet.
1) Start de computer en verbind de USB-aansluiting van het mengpaneel met een USB-aansluiting van de computer.
2) Het ingeschakelde mengpaneel worden door de computer als USB-audioapparaat voor
geluidsinvoer en -uitvoer herkend. De ver-. eiste besturingsprogramma's (standaard besturingsprogramma van het besturingssysteme) zich op de computer beschikbaar.
Opmerking: Als nicht alle vereiste besturingsprogramma's op de computer beschikkaar zijn, moet u zechyteraf installereren, bv. via de originele cd van het besturingssysteme. Herstart de computer na de installmentatie indien nodig.
2) Open het gebruikte audioprogramma en voer hierin de nodige instellenen door voor de geluidsweergave via het mengpaneel of voor de geluidsopname van het mengpaneel (13) handleiding van het programma). Het mengpaneel kan dan aan de hand van hoofdstuk 5 worden bediend.
Als er geen geluidsopname of geluidsweergave gebeurt, dan moet u in de systeeminstellen gen controleren of de USB-interface voor de geluids-invoer of geluidsuitvoer geselecteerd is.
Tip: Als het mengpaneel zowel met een computer verbinden is als met de apparaten die via hun netsnoer geaard zich (bv. versterker), kuren door aardlussen storende bromtonen optreden. Om deze te vermijden, kut u het mengpaneel via een massascheidingsfilter (bv. FGA-102 of FGA-202 uit het gamma van "img Stage Line") met het respectieve apparaat verbinden.
5 Bediening
WAARSCHUWING

Stel het volume van de ge- luidinstallatie en dat van de hooftelefoon nooit zeer hoog in. Langdurige blootstelling aan hoge volumes kan het gehoor beschaden! Het gehoort raakt aangepast aan hoge volumes die na eenijdje Niet meer zo hoog lijken.Draai het volume waarom Niet verder open, zelfs nadat u eraan gewoon bent.
5.1 Basisinstalling van de ingangskanalen
De volgende bedieningsstappen om het niveau aan te passen en het geluid te corrigeren, dienen alleen als hulp, er zich ook andere methoden möglichk.
1) Draai voor alle ingangskanalen de regelaars LEVEL (10) volledig terug.
Draai voor de mono-ingangskanalen alle regelaars GAIN (3), alle klankregelaars (4) en alle regelaars PAN (9) in de middelste stand en schakel alle toetsen (5)uit.
Schakel voor de de stereo-ingangskana- len alle toetsen +4 10 (6)uit en draai alle regelaars BAL (9) in de middelste stand.
2) Draai de regelaar AUX SEND MASTER (25) volledig terug.
3) Schakel de toetsen TAPE/USB* TO MIX (19), TAPE TO BOOTH /PHONES (20) en AUX SEND TO BOOTH (21) UIT.
4) Plaats de masterregelaar MASTER (24) in de stand "0 dB".
5) Stuur een geluidssignaal maar het respectieve ingangskanaal (door bv. in een microfoon te zingen, op een instrument te spelen).
6) Voor het instellen van een monokanaal draait u de regelaar LEVEL (10) in de middelste stand. Stel de regelaar GAIN (3) zo in, dat de 0 dB-led's van de niveauweergave (15) oplichten. Stel de klank in met de drie klankregelaars (4), en druk zo nodig op de toets 75Hz (5) om laagfrequente ruis (bv. con
- alleen bij model MMX-24USB
tactgeluid, brom) te onderdukken. Corrigeer daarna de uitsturing zo nodig met de regelaar GAIN. De led PEAK (8) mag ten hoogste bij signalpieken eventjes gaan flikkeren. Als de led permanent oplicht, draait u de regelaar GAIN en / of de klankregelaars overeenkomstig terug.
Voor het instellen van een stereokanaal Draai de regelaar LEVEL (10) open tot de niveau-led (15) bij 0 dB oplicht. Als u de regelaar hiervoort heel ver moet opendraaien, drukt u voor de niveuversterking (12 dB) op de shifttoets +4 / - 10 6) van het ingangskanaal. Als u de regelaar hiervoort heel sterk moet dichtdraaien, en Licht de led PEAK (8) van het kanaal hierbij permanent op, dan vermindert u het uitgangsnaive van de geluidsbron.
7) Na het instellen van een kanaal draait u de regelaar LEVEL ervan volledig terug en stel het volgende kanaal in.
5.2 Geluidsbronnen mengen
1) Schuif de masterregelaar MASTER (16) zo ver open, tot u de mengverhouding van de geluidsbronnen optimaal kut instellen.
2) Als alle instellingen voor de niveauregeling en alle klankinstellenen doorgevoerd zijn (hoofdstuk 5.1), mengt u met de regelaars LEVEL (10) de signalen van de ingangskanalen in de gewenste volumeverhouding. Draai de regelaars LEVEL van ongebruekte kanalen altdijd volledig zich.
3) Voor de monokanalen plantaatst u met de panoramairegelaars PAN (9) de monosignalen in het stereoklankbeeld en voor de stereokanalen stelt u met de regelaars BAL (9) de balans van de stereosignalen in.
4) Indien er een effectenapparaat aangesloten is, zie hoofdstuk 5.2.1.
5) Om het ingangssignaal van de jacks TAPE IN (17) en van de USB-aansluiting (28)^* aan het mastersignaal te schakelen, drukt u op de toets TAPE[USB*] TO MIX (19).
Opmerking: Alsijdens een opname via de jacks TAPE OUT of USB-aansluiting het opnamesignaal als ingangssignaal maar de jacks TAPE IN OF USB-aansluiting worden gestuurd, mag de toets TAPE [/USB*] TO MIX Niet ingedrukt zich,,ondat er zich anders een terugkoppeling voordoet.
6) Stel met de regelaar MASTER (16) het definitivegeluidsvolume van het mastersignaal in.Maak hierbij gebruik van de niveauweergave (15). Om deze het niveau van het mastersignaal te konnen latent weergeven, mag geen van de toetsen (20, 21) van de beluisteringsfunctie ingedrukt zijn. Bij oversturinglichten de rode led's CLIP van de niveauweergave op.
5.2.1 Effectenuitgangskanaal instellen
Het efectenapparaat moet op de uitgang AUX SEND (13) en op de ingang LINE (2) van een vrij ingangskanaal aangesloten+zijn.
1) Om de nageschakelde effectinstellenen te kuren horen, moet u volgende regelaars eerst ongeveer in de middelste stand draaien:
-AUXSENDMASTER(25)
- de regelaar LEVEL (10) van het kanaal, waarop het effectenapparaat is aangesloten
2) Meng met behulp van de regelaars AUX SEND (7) de signalen van de ingangskanaalen met het signal op het effectenkanaal. Het signal worden na de regelaar LEVEL (10) afgenomen, d.w.z. dat de efectsterkte van een kanaal steeds in verhouding is tot het ingestelde kanaalniveau.
Opmerking: Draai de regelaar AUX SEND van het kanaal waarop het effectenapparaat is aangesloten, volledig terug, maar er zich anders een terugkoppeling voordoet.
3) Met de regelaar AUX SEND MASTER (25) stelt u het niveau van het uitgangssignaal op het effectenkanaal (totaal van alle op het effectenkanaal gemengde signalen) zo in, dat het effectenapparaat Niet overstuurd worden.
4) Met de regelaar LEVEL (10) van het kanaal waarop het effectenapparaat is aangesloten, mengt u het efectensignaal met het master-signaal.
5.3 Voorbeluisteren via hoofdtelefoon en monitorinstallatie
De twee toewijzingstoetsen (20, 21) van de voorbeluiisteringsfunctie bepalen welk signala via deuitgangen BOOTH OUT (12) en PHONES (14) voorbelui sterd en door deiveau-led's (15) weergegeven worden:
- Als er geen toetsen zijn ingedrukt, worden het met de regelaar MASTER (16) ingestelde mastersignaal beluisterd en weergegeven.
- Als alleen de toets TAPE TO BOOTH /PHONES (20) ingedrukt is, worden het ingangssignaal op de jacks TAPE IN (17) en de USB-aansluiting (28)* beluisterd en weergegeven (bv. om een opname te controlleren).
- Als de toets AUX SEND TO BOOTH (21) ingedrukt is, worden het signala van het effecten - kanaal voor de uitgangsregelaar AUX SEND MASTER (25) beluisterd en weergegeven. De positie van de toets TAPE TO BOOTH / PHONES heegt in dit geval geen efect.
Stel het voorbeluisteringsvolumine in met de regelaarBOOTH/PHONES(23).
Ruis-verhouding: .74 dB (A-gemeten)
Overspraat: -63 dB
Equalizer
Lage tonen: ... ±15 dB / 80 Hz
Middenton: .±15 dB/2.5 kHz
Hoge tonen: ± 15 dB / 12kHz
Fantoomvoeding: +48 V
Voedingspanning: 18 V~ via meegele- verte netadapter op 230V / 50Hz
Omgevings-
temperatuurbereik: .0-40°C
Geschicht besturingsystem voor de geveensoverdracht via de USB-interface*:
Windows 2000, Windows XP of hogere Windows- versies
Mac OS 9.0.4 of hoger, Mac OS X
Windows is een geodeponeerd handelsmerk van de Microsoft Corporation in de USA en andere landen.
Mac OS is een gedeponeerd handelsmerk van Apple Computer, Inc. in de Veronigde Staten en andere landon.
Wijzigingen voorbehouden.
SimpelGids