HMDA420 - Monitor SONY - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis HMDA420 SONY in PDF-formaat.

📄 116 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 💬 AI-vraag 🖨️ Afdrukken
Notice SONY HMDA420 - page 102
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : SONY

Model : HMDA420

Categorie : Monitor

Download de handleiding voor uw Monitor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HMDA420 - SONY en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HMDA420 van het merk SONY.

GEBRUIKSAANWIJZING HMDA420 SONY

  • Trinitron is een geregistreerd handelsmerk van Sony Corporation.• Macintosh is een handelsmerk in licentie gegeven aan Apple Computer, Inc., geregistreerd in de U.S.A. en andere landen.• Windows en MS-DOS zijn geregisteerde handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en andere landen.• IBM PC/AT en VGA zijn geregistreerde handelsmerken van IBM Corporation of the U.S.A.• VESA en DDC zijn handelsmerken van de Video Electronics Standard Association.

NERGY TAR is een in de V.S. geregistreerd merk.• Alle andere vermelde productnamen kunnen handelsmerken of geregistreerde handelsmerken zijn van hun respectieve bedrijven. • Bovendien zijn “ ” en “ ” niet telkens vermeld in deze handleiding. D:\##SAGYOU\11gatu\1124\4079363111HMD-A420AEP\NL\08NL01COV-AEPTOC.fm hoofdpagina:Toc.master HMD-A420 4-079-363-

(1) Voorzorgsmaatregelen Waarschuwing betreffende voedingsaansluitingen

  • Gebruik het meegeleverde netsnoer. Als u een ander netsnoer gebruikt, moet u nagaan of het compatibel is met de lokale stroomvoorziening. Voor klanten in het VK Als u de monitor in het VK gebruikt, moet u de bijgeleverde VK stroomkabel gebruiken.
  • Wacht na het afzetten van het toestel minstens 30 seconden alvorens de stekker uit het stopcontact te trekken zodat de statische elektriciteit op het scherm kan ontladen.
  • Na het aanschakelen wordt het scherm gedurende ongeveer 5 seconden gedemagnetiseerd (degaussed). Hierbij ontstaat rond het scherm een sterk magnetisch veld dat gegevens op magneetbanden en diskettes kan beschadigen. Hou dergelijke zaken dan ook uit de buurt van de monitor. Installatie Installeer de monitor niet op de volgende plaatsen:
  • op een ondergrond (tapijt, deken, enz.) of nabij materialen (gordijnen, overgordijnen) die de ventilatie-openingen kunnen blokkeren
  • nabij warmtebronnen zoals radiatoren of luchtkanalen, of op een plek waar hij bloot staat aan directe zonnestraling
  • op een plek waar hij bloot staat aan grote temperatuurschommelingen
  • op een plek waar hij bloot staat aan mechanische trillingen of schokken
  • op een onstabiele ondergrond
  • nabij apparatuur die een magnetisch veld opwekt, zoals een transformator of hoogspanningslijnen
  • nabij of op een elektrisch geladen metalen oppervlak Onderhoud
  • Reinig het scherm met een zachte doek. Gebruik geen glasreinigingsmiddel dat een antistatische oplossing of soortgelijk additief bevat omdat de schermcoating hierdoor kan worden gekrast.
  • Wrijf, druk of tik niet op het scherm met een scherp of schurend voorwerp zoals een balpen of schroevendraaier. Daardoor kan de beeldbuis immers worden gekrast.
  • Reinig de behuizing, het paneel en de bedieningselementen met een zachte doek die lichtjes is bevochtigd met een mild zeepsopje. Gebruik geen schuurspons, schuurpoeder noch solventen zoals alcohol of benzine. Transport Transporteer deze monitor altijd in de originele verpakking. Gebruik van de standaard Breng de meegeleverde standaard aan in de gleuf om de hoek van de monitor te verstellen. U kunt de standaard zowel in verticale als in horizontale positie gebruiken. Deze stand kan ook fungeren als handig CD-rekje. Het toestel moet in de buurt van een makkelijk bereikbaar stopcontact worden geplaatst. Voorbeeld van stekkertypes voor 100 tot 120 V wisselstroom voor 200 tot 240 V wisselstroom alleen voor 240 V wisselstroom 08NL01COV-AEP.book Page 4 Friday, November 24, 2000 4:16 PM5 D:\##SAGYOU\11gatu\1124\4079363111HMD-A420AEP\NL\08NL02BAS-AEP.fm hoofdpagina:Rechts HMD-A420 4-079-363-

Onderdelen en bedieningselementen Meer details vindt u op de pagina’s tussen haakjes.

Regeltoets (pagina 9) Met de regeltoets kan men het menu op het scherm laten verschijnen en kunnen regelingen, waaronder helderheid en contrast, worden verricht. 2 ! (aan/uit) schakelaar en indicator (pagina 6, 12, 15) Om de monitor aan en uit te schakelen. De indicator licht groen op wanneer de monitor aan staat en knippert ofwel groen en oranje, of licht oranje op in de stroomspaarstand.

AC IN aansluiting (pagina 6) Netvoedingsingang van de monitor.

Video-ingang (HD15) (pagina 6) Via deze aansluiting worden RGB-videosignalen (0,700 Vp-p, positief) en SYNC-signalen ingevoerd.

  • DDC (Display Data Channel) is een norm van VESA.

USB (universal serial bus) downstream connectors (pagina 7) Gebruik deze connectors om USB randapparatuur aan te sluiten op de monitor.

USB (universal serial bus) upstream connector (pagina 7) Gebruik deze connector om de monitor aan te sluiten op een USB compatibele computer. MENU AchterkantVoorkant Pin Nr. Signaal 1Rood 2Groen 3Blauw 4 ID (massa) 5 DDC massa* 6Rode massa 7 Groene massa 8 Blauwe massa 9 DDC + 5V* 10 Massa 11 ID (Massa) 12 Bi-directionele data (SDA)* 13 H. Sync 14 V. Sync 15 Dataklok (SCL)*

(1) Opstelling Alvorens de monitor in gebruik te nemen, moet u controleren of de verpakking volgende zaken bevat:• Netsnoer (1)• USB kabel (1)• Monitorstandaard (1)• Garantiekaart (1)• Opmerkingen betreffende het reinigen van het scherm (1)• Deze gebruiksaanwijzing (1) Stap 1:Sluit uw monitor aan op uw computer Zet de monitor en de computer af voor u ze aansluit.OpmerkingRaak de pennen van de videokabelstekker niet aan omdat ze hierdoor kunnen verbuigen.

Aansluiting op een IBM PC/AT of compatibele computer

Aansluiting op een Macintosh of compatibele computer Stap 2:Sluit het netsnoer aan Zet de monitor en de computer af en sluit het netsnoer eerst aan op de monitor en pas dan op een stopcontact. Stap 3:Zet de monitor en de computer aan Zet eerst de monitor en pas dan de computer aan.De installatie van uw monitor is voltooid.Regel eventueel het beeld met behulp van de bedieningselementen op de monitor. Indien er geen beeld op het scherm verschijnt

  • Controleer of de monitor op correcte wijze is aangesloten op de computer.• Als GEEN INPUT SIGNAAL verschijnt op het scherm, controleer dan of de grafische kaart van uw computer goed vastzit in de juiste busgleuf. • Indien u een oude monitor vervangt door dit model en de melding BUITEN SCAN BEREIK op het scherm verschijnt, dient u de oude monitor opnieuw aan te sluiten. Stel vervolgens de grafische kaart van de computer zodanig in dat de horizontale frequentie tussen 30 – 96 kHz ligt, en de verticale frequentie tussen 48 – 120 Hz.Voor meer informatie over de meldingen op het scherm, zie “Storingen en oplossingen” op pagina 13.Installatie voor diverse besturingssystemenDeze monitor beantwoordt aan de “DDC” Plug & Play norm en detecteert automatisch alle monitorinformatie. Er hoeven geen specifieke drivers te worden geïnstalleerd.Als u de monitor aansluit op uw PC en die voor de eerste maal aanschakelt, kan de Setup Wizard op het scherm verschijnen. Klik dan herhaaldelijk op “Next” afhankelijk van de instructies van de Wizard tot de Plug & Play Monitor automatisch wordt geselecteerd zodat u deze monitor kunt gebruiken.Voor gebruikers van Windows NT4.0Bij het installeren van de monitor onder Windows NT4.0 wordt geen schermdriver gebruikt. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van Windows NT4.0 voor meer informatie over resolutie, refresh rate en aantal kleuren.IBM PC/AT of compatibele computernaar video-uitgangU hebt een Macintosh adapter nodig (niet meegeleverd).Macintosh adapter (niet meegeleverd)Macintosh of compatibele computernaar video-uitgang naar AC naar een stopcontactnetsnoer (meegeleverd) 08NL01COV-AEP.book Page 6 Friday, November 24, 2000 4:16 PM7 D:\##SAGYOU\11gatu\1124\4079363111HMD-A420AEP\NL\08NL02BAS-AEP.fm hoofdpagina:Rechts HMD-A420 4-079-363-

Universal Serial Bus (USB) compatibele randapparatuur aansluiten Uw monitor is voorzien van een upstream USB connector (op het achterpaneel) en vier downstream USB connectors (twee aan de linker- en twee aan de rechterkant). Hiermee kan snel en makkelijk USB compatibele randapparatuur (zoals toetsenborden, muizen, printers en scanners) op uw computer worden aangesloten met behulp van een genormaliseerde USB kabel. Om uw monitor te gebruiken als verdeelpunt (hub) voor randapparatuur, sluit u de USB’s aan zoals hieronder afgebeeld.

Zet de monitor en de computer aan.

Sluit uw computer aan op de vierkante upstream connector met behulp van de meegeleverde USB kabel. Voor klanten die werken met Windows Als een boodschap op het scherm verschijnt, volg dan de instructies op het scherm en kies Generic USB Hub als standaard instelling.

Sluit uw USB compatibele randapparatuur aan op de rechthoekige downstream USB connectors. Opmerkingen

  • Niet alle computers en/of besturingssystemen ondersteunen USB configuraties. Raadpleeg de handleiding van uw computer om na te gaan of er USB apparatuur op kan worden aangesloten.
  • Meestal dient USB driver software te worden geïnstalleerd op de host computer. Raadpleeg de handleiding van de randapparatuur voor meer details.
  • De monitor werkt als USB hub wanneer hij in de “ON” of stroomspaarstand staat.
  • Als u een toetsenbord of muis aansluit op de USB connectors en vervolgens uw computer voor het eerst start, kunnen de randapparaten eventueel niet werken. Sluit eerst het toetsenbord en de muis rechtstreeks aan op de computer, installeer de USB compatibele apparatuur en sluit ze pas dan aan op de monitor.
  • Leun niet op de monitor bij het aansluiten van de USB kabels. De monitor kan plots verschuiven en verwondingen veroorzaken. De schermmenutaal kiezen (LANGUAGE/INFORMATIE) Schermmenu’s zijn beschikbaar in het Engels, Frans, Duits, Italiaans, Spaans, Nederlands, Zweeds, Russisch en Japans. Standaard is Engels ingesteld.

Druk in het midden van de regeltoets. Zie pagina 9 voor meer informatie over het gebruik van de regeltoets.

Beweeg de regeltoets

om LANGUAGE/ INFORMATIE te laten oplichten en druk nogmaals in het midden van de regeltoets.

Beweeg de regeltoets

om te kiezen. Beweeg vervolgens de regeltoets

om een taal te kiezen.

  • : Japans Het menu sluiten Druk eenmaal in het midden van de regeltoets om terug te keren naar het hoofdmenu en tweemaal om terug te keren naar normale weergave. Als geen toetsen worden ingedrukt, sluit het menu automatisch na ongeveer 30 seconden. Terugkeren naar Engels Zie “De instellingen terugstellen (RESET)” op pagina 11. naar USB compatibele randapparatuur naar een USB compatibele computer naar USB compatibele randapparatuur MENU

(1) Uw monitor persoonlijk instellen Via het schermmenu kunt u talrijke instellingen verrichten aan de monitor. Het menu overlopen Druk in het midden van de regeltoets om het hoofdmenu opnieuw op het scherm te laten verschijnen. Zie pagina 9 voor meer informatie omtrent het gebruik van de regeltoets. Kies de volgende menu’s met behulp van de regeltoets.

Het huidige ingangssignaal laten verschijnen De horizontale en verticale frequenties van het huidige ingangssignaal verschijnen in het HELDERHEID/CONTRAST menu. Als het signaal overeenkomt met één van de fabrieksinstellingen, verschijnt ook de resolutie.

UIT Kies UIT om het menu te sluiten.

PICTURE EFFECT (pagina 9) Kies het PICTURE EFFECT menu om de meest geschikte beeldstand te kiezen.

AFM./CENTR. (pagina 10) Kies het AFM./CENTR. menu om de beeldcentrering, de beeldgrootte of zoom te regelen.

GEOMETRIE (pagina 10) Kies het GEOMETRIE menu om de beeldrotatie en –vorm te regelen. MENU

CONVERGENTIE (pagina 10) Kies het CONVERGENTIE menu om de horizontale en verticale beeldconvergentie te regelen.

SCHERM (pagina 11) Kies het SCHERM menu om het scherm te demagnetiseren en moiré te regelen.

KLEUREN (pagina 11) Kies het KLEUREN menu om de beeldkleurtemperatuur te regelen. Hiermee kunt u de monitorkleuren afstemmen op drukkleuren.

LANGUAGE/ INFORMATIE (pagina 7, 14) Kies het LANGUAGE/ INFORMATIE menu om de schermmenutaal te kiezen en de informatiebox van deze monitor weer te geven.

RESET (pagina 11) Kies het RESET menu om de instellingen terug te stellen.

de horizontale en verticale frequentie van het huidige ingangssignaal

Gebruik van de regeltoets

Het hoofdmenu laten verschijnen. Druk in het midden van de regeltoets om het hoofdmenu op het scherm te laten verschijnen.

Kies het gewenste menu. Laat het gewenste menu oplichten door de regeltoets omhoog (M), omlaag (m) en links (<) of rechts (,) te bewegen.

Stel het menu in. Beweeg de regeltoets naar links (<) of naar rechts (,) om de instelling te verrichten.

Sluit het menu. Druk eenmaal in het midden van de regeltoets om terug te keren naar het hoofdmenu en tweemaal om terug te keren naar normale weergave. Als geen toetsen worden ingedrukt, sluit het menu automatisch na ongeveer 30 seconden.

De instellingen terugstellen U kunt de instellingen terugstellen met behulp van het RESET menu. Zie pagina 11 voor meer informatie over het terugstellen van de instellingen. Helderheid en contrast instellen Helderheid en contrast worden ingesteld via een apart HELDERHEID/CONTRAST menu. Deze instellingen worden voor alle ingangssignalen gememoriseerd.

Beweeg de regeltoets in een bepaalde richting. Het HELDERHEID/CONTRAST menu verschijnt op het scherm.

Beweeg de regeltoets

het contrast te regelen (

Het menu verdwijnt automatisch na ongeveer 3 seconden. De beeldkwaliteit regelen (PICTURE EFFECT) Met PICTURE EFFECT kunt u uit twee instellingen kiezen voor een optimale weergave.

Druk in het midden van de regeltoets. Het hoofdmenu verschijnt op het scherm.

Beweeg de regeltoets om PICTURE EFFECT te laten oplichten en druk nogmaals in het midden van de regeltoets. Het PICTURE EFFECT menu verschijnt op het scherm.

Beweeg de regeltoets

om de gewenste beeldstand te kiezen. MENU MENU MENU MENU MENU Kies Voor STANDAARD weergave met hoog contrast en helderheid. Kies deze stand voor courante toepassingen zoals rekenbladen, tekstverwerking, e-mail of surfen op het internet. DYNAMISCH zeer heldere en realistische weergave. Dit beeld is helderder dan in de “STANDAARD” stand en aanbevolen voor grafische toepassingen zoals spelletjes, DVD-weergave of ontspanningssoftware.

(1) De beeldcentrering regelen (CENTR.) Deze instelling wordt gememoriseerd voor het huidige ingangssignaal.

Druk in het midden van de regeltoets. Het hoofdmenu verschijnt op het scherm.

Beweeg de regeltoets

om AFM./CENTR. te laten oplichten en druk nogmaals in het midden van de regeltoets. Het AFM./CENTR. menu verschijnt op het scherm.

Beweeg eerst de regeltoets

(H. CENTREREN) te kiezen voor horizontale regeling, of (V. CENTREREN) voor verticale regeling. Beweeg vervolgens de regeltoets

om de centrering te regelen. De beeldgrootte regelen (AFM.) Deze instelling wordt gememoriseerd voor het huidige ingangssignaal.

Druk in het midden van de regeltoets. Het hoofdmenu verschijnt op het scherm.

Beweeg de regeltoets

om AFM./CENTR. te laten oplichten en druk nogmaals in het midden van de regeltoets. Het AFM./CENTR. menu verschijnt op het scherm.

Beweeg eerst de regeltoets

(H. FORMAAT) te kiezen voor horizontale regeling, of (V. FORMAAT) voor verticale regeling. Beweeg vervolgens de regeltoets

om de grootte te regelen. Het beeld vergroten of verkleinen (ZOOM) Deze instelling wordt gememoriseerd voor het huidige ingangssignaal.

Druk in het midden van de regeltoets. Het hoofdmenu verschijnt op het scherm.

Beweeg de regeltoets

om AFM./CENTR. te laten oplichten en druk nogmaals in het midden van de regeltoets. Het AFM./CENTR. menu verschijnt op het scherm.

Beweeg de regeltoets

om (ZOOM) te kiezen, en beweeg

om het beeld te vergroten of te verkleinen. De beeldvorm regelen (GEOMETRIE) Met de GEOMETRIE instellingen kunt u de stand en de vorm van het beeld regelen. De (ROTATIE) instelling wordt voor alle ingangssignalen in het geheugen opgeslagen. Alle andere instellingen worden gememoriseerd voor de huidige ingangssignalen.

Druk in het midden van de regeltoets. Het hoofdmenu verschijnt op het scherm.

Beweeg de regeltoets

om GEOMETRIE te laten oplichten en druk nogmaals in het midden van de regeltoets. Het GEOMETRIE menu verschijnt op het scherm.

Beweeg eerst de regeltoets

om het gewenste regelpunt te kiezen. Beweeg vervolgens de regeltoets

om de instelling te verrichten. De convergentie instellen (CONVERGENTIE) Met de CONVERGENTIE instellingen kunt u de kwaliteit van het beeld aanpassen door de convergentie te regelen. De convergentie heeft betrekking op de uitlijning van de rode, groene en blauwe kleursignalen. Indien u rode of blauwe schaduwen rond letters of lijnen ziet, moet u de convergentie bijstellen. Deze instellingen worden in het geheugen opgeslagen voor alle ingangssignalen.

Druk in het midden van de regeltoets. Het hoofdmenu verschijnt op het scherm.

Beweeg de regeltoets

om CONVERGENTIE te laten oplichten en druk nogmaals in het midden van de regeltoets. Het CONVERGENTIE menu verschijnt op het scherm.

Beweeg eerst de regeltoets

om het gewenste regelpunt te kiezen. Beweeg vervolgens de regeltoets

om de regeling uit te voeren. Kies Om (ROTATIE) het beeld te roteren (KUSSENEFFECT) de zijkanten van het beeld uit te zetten of in te trekken (CILINDEREFFECT) het beeld naar links of naar rechts te schuiven (TRAPEZ.-EFFECT) de beeldbreedte bovenaan het scherm te regelen (PARALL.-EFFECT) het beeld bovenaan het scherm naar links of naar rechts te schuiven Kies Om rode of blauwe schaduwen horizontaal te verschuiven rode of blauwe schaduwen verticaal te verschuiven 08NL01COV-AEP.book Page 10 Friday, November 24, 2000 4:16 PM11 D:\##SAGYOU\11gatu\1124\4079363111HMD-A420AEP\NL\08NL02BAS-AEP.fm hoofdpagina:Rechts HMD-A420 4-079-363-

De beeldkleur regelen (KLEUREN) Met de KLEUREN instellingen kunt u de beeldkleurtemperatuur regelen door het kleurniveau van het witte kleurveld te veranderen. De kleuren hebben een rode tint bij lage temperatuur en een blauwe kleur bij hoge temperatuur. Deze regeling is handig om de monitorkleuren af te stemmen op drukkleuren. Deze instelling wordt gememoriseerd voor alle ingangssignalen.

Druk in het midden van de regeltoets. Het hoofdmenu verschijnt op het scherm.

Beweeg de regeltoets

om KLEUREN te laten oplichten en druk nogmaals in het midden van de regeltoets. Het KLEUREN menu verschijnt op het scherm.

Beweeg de regeltoets

om een kleurtemperatuur te kiezen. De vooringestelde kleurtemperaturen zijn 5000K, 6500K en 9300K. Doordat standaard 9300K is ingesteld, krijgt wit een rode in plaats van een blauwe kleur wanneer de temperatuur wordt verlaagd tot 6500K en 5000K.

Regel de kleurtemperatuur desgevallend handmatig bij. Beweeg eerst de regeltoets </, om USER te kiezen. Beweeg vervolgens de regeltoets m/M om R (rood), G (groen) of B (blauw) te kiezen en beweeg de regeltoets </, om te regelen. Als u de kleurtemperatuur bijstelt, wordt de nieuwe kleurinstelling gememoriseerd en opnieuw opgeroepen telkens wanneer u USER kiest. Bijkomende instellingen (SCHERM) U kunt het scherm handmatig demagnetiseren (degauss) en de moiré-annulering te regelen.

Druk in het midden van de regeltoets. Het hoofdmenu verschijnt op het scherm.

Beweeg de regeltoets

om SCHERM te laten oplichten en druk nogmaals in het midden van de regeltoets. Het SCHERM menu verschijnt op het scherm.

Beweeg de regeltoets

om het onderdeel te kiezen dat u wilt regelen. Regel het gekozen onderdeel als volgt.

Het scherm demagnetiseren De monitor wordt automatisch gedemagnetiseerd bij het aanschakelen. Om de monitor handmatig te demagnetiseren, beweegt u eerst de regeltoets

om (DEMAGN.) te kiezen. Beweeg vervolgens de regeltoets

Het scherm wordt gedurende ongeveer 5 seconden gedemagnetiseerd. Als het een tweede maal moet worden gedemagnetiseerd, moet u minstens 20 minuten wachten voor het beste resultaat.

Wanneer er ellips- of golfpatronen op het scherm verschijnen, moet u de moiré-annulering regelen. Om de mate van moiré-annulering te regelen, beweegt u eerst de regeltoets

om (ONDERDRUK MOIRE) te kiezen. Beweeg vervolgens de regeltoets

tot het moiré-effect minimaal is.

  • Moiré is een natuurlijke storing die zachte, golvende lijnen op het scherm doet verschijnen. Dit fenomeen ontstaat door de interferentie tussen het patroon van het beeld op het scherm en het fosforpatroon van de monitor. De instellingen terugstellen (RESET) Deze monitor beschikt over de volgende twee terugstelmogelijkheden. Gebruik het RESET menu om de instellingen terug te stellen.

Druk in het midden van de regeltoets. Het hoofdmenu verschijnt op het scherm.

Beweeg de regeltoets

RESET te laten oplichten en druk opnieuw in het midden van de regeltoets. Het RESET menu verschijnt op het scherm. Stel de instellingen als volgt terug. Alle instelgegevens voor het huidige ingangssignaal terugstellen (MODE) Beweeg de regeltoets

Het onderdeel MODE wordt gekozen. Alle instelgegevens voor het huidige ingangssignaal worden teruggesteld. Merk op dat de volgende zaken op deze manier niet worden teruggesteld.

  • de schermmenutaal (pagina 7)
  • de beeldrotatie (pagina 10) Alle instelgegevens terugstellen naar de fabrieksmatig ingestelde niveaus (ALLES) Beweeg de regeltoets

Het onderdeel ALLES wordt gekozen. Alle instelgegevens voor het huidige ingangssignaal worden teruggesteld. Alle instelgegevens (behalve de USER instellingen in het KLEUREN menu) worden teruggesteld naar de fabrieksmatig ingestelde niveaus. OpmerkingDe toetsen van de monitor werken ongeveer 5 seconden niet wanneer ALLES wordt gekozen. KKK R50 G50 B50

(1) Technische kenmerken Voorinstel- en gebruikersmodes Als de monitor een ingangssignaal ontvangt, wordt het automatisch afgestemd op één van de tien voorinstelmodes die zijn opgeslagen in het monitorgeheugen om een beeld van hoge kwaliteit in het midden van het scherm te bekomen. (Een lijst van voorinstelmodes vindt u in Appendix.) Bij ingangssignalen die niet overeenstemmen met één van de voorinstelmodes, zorgt de digitale Multiscan-technologie van deze monitor ervoor dat er een helder beeld verschijnt binnen het hele frequentiebereik van de monitor (horizontaal: 30 – 96 kHz, verticaal: 48 – 120 Hz). Als het beeld wordt bijgeregeld, worden de regelingen opgeslagen als gebruikersmode en automatisch opgeroepen wanneer eenzelfde ingangssignaal wordt ontvangen. Opmerking voor Windows gebruikers Windows-gebruikers dienen de handleiding van hun videokaart of het functieprogramma van de videokaart te controleren en de hoogst mogelijke refresh rate te selecteren om de monitor optimaal te laten presteren. Stroomspaarfunctie Deze monitor beantwoordt aan de stroomspaarnormen van VESA,

TAR en NUTEK. Wanneer de monitor geen signaal ontvangt van de aangesloten computer, verlaagt deze monitor automatisch het stroomverbruik zoals hieronder afgebeeld.

  • De cijfers geven het stroomverbruik wanneer geen USB compatibele randapparatuur op de monitor is aangesloten.** Wanneer uw computer in de “active off” stand staat, wordt het ingangssignaal onderbroken en verschijnt GEEN INPUT SIGNAAL op het scherm. Na 20 seconden schakelt de monitor dan over naar de stroomspaarstand. Storingzoeken Raadpleeg dit hoofdstuk alvorens de hulp van een technicus in te roepen voor de oplossing van een probleem. Als dunne lijnen verschijnen op het scherm (demperdraden) De lijnen die u op uw scherm ziet, vooral bij een lichte achtergrondkleur (meestal wit), zijn normaal voor de Trinitron monitor en duiden niet op een storing. Dit zijn de schaduwen van de dempingsdraden die gebruikt worden om het apertuurrooster te stabiliseren. Het apertuurrooster is het fundamentele element dat een Trinitron beeldbuis onderscheidt van alle anderen, doordat er meer licht bij het scherm kan komen, hetgeen resulteert in een contrastrijker, meer gedetailleerd beeld. Schermberichten Als er geen beeld verschijnt op het scherm, verschijnt één van de volgende berichten op het scherm. Om het probleem op te lossen, zie “Storingen en oplossingen” op pagina 13. Toestand

geeft aan dat de monitor het ingangssignaal niet kan verwerken.

geeft aan dat er geen signaal naar de monitor wordt gevoerd. Werkingsstand Stroomverbruik

(aan/uit) indicator normale werking ≤ 150 W groen active off** ≤ 3 W oranje uit 0 W uit Demperdraden

Storingen en oplossingen Als het probleem te wijten is aan de aangesloten computer of andere apparatuur, moet u de handleiding van de betreffende toestellen raadplegen. Gebruik de zelfdiagnosefunctie (pagina 15) als u het probleem niet kunt oplossen zoals hieronder beschreven. Symptoom Controleer het volgende Geen beeld De ! (aan/uit) indicator licht niet op • Controleer of het netsnoer goed is aangesloten.

  • Controleer of de ! (aan/uit) schakelaar aan staat. Het bericht GEEN INPUT SIGNAAL verschijnt op het scherm of de ! (aan/uit) indicator licht oranje op.
  • Controleer of de videosignaalkabel correct is aangesloten en alle stekkers goed vastzitten (pagina 6).
  • Controleer of de pennen van de HD15 videostekker niet zijn verbogen of ingedrukt.

Problemen veroorzaakt door de aangesloten computer of andere apparatuur

  • De computer staat in de energiespaarstand. Druk op een willekeurige toets op het toetsenbord of verplaats de muis.
  • Controleer of de computer aan staat.
  • Controleer of de grafische videokaart goed in de juiste gleuf zit. Het bericht BUITEN SCAN BEREIK verschijnt op het scherm

Problemen veroorzaakt door de aangesloten computer of andere apparatuur

  • Controleer of het videofrequentiebereik is afgestemd op de monitor. Als u een oude monitor hebt vervangen door deze monitor, sluit dan de oude monitor weer aan en regel het frequentiebereik als volgt: Horizontaal: 30 – 96 kHz Verticaal: 48 – 120 Hz Er staat geen bericht op het scherm en de ! (aan/uit) indicator is groen of knippert oranje
  • Gebruik de zelfdiagnosefunctie (pagina 15). Bij het werken met een Macintosh systeem
  • Controleer of de Macintosh adapter (niet meegeleverd) en de videokabel goed zijn aangesloten (pagina 6). Het beeld knippert, springt, golft of is gestoord
  • Isoleer en verwijder potentiële bronnen van elektrische of magnetische velden zoals andere monitors, laser printers, elektrische ventilatoren, fluorescentieverlichting en televisietoestellen.
  • Plaats de monitor uit de buurt van elektriciteitsleidingen of scherm de monitor magnetisch af.
  • Sluit de monitor aan op een ander stopcontact, bij voorkeur op een afzonderlijk circuit.
  • Draai de monitor 90° naar links of naar rechts.

Problemen veroorzaakt door de aangesloten computer of andere apparatuur

  • Raadpleeg de handleiding van de grafische videokaart voor de juiste monitorinstelling.
  • Controleer of de graphics mode (VESA, enz.) en de ingangssignaalfrequentie door deze monitor (Appendix) worden ondersteund. Ook al ligt de frequentie binnen het goede bereik, toch kunnen sommige grafische videokaarten een sync puls produceren die te smal is voor de monitor.
  • Regel de refresh rate (verticale frequentie) van de computer tot u het best mogelijke beeld bekomt. Beeld is vaag
  • Kies ONDERDRUK MOIRE en regel het moiré-annuleereffect (pagina 11). Spookbeelden
  • Gebruik geen videoverlengkabels en/of video switch boxes.
  • Controleer of alle stekkers goed vastzitten. Beeldcentrering of -grootte niet in orde
  • Regel de grootte (pagina 10) of de centrering (pagina 10). Merk op dat het scherm in sommige video modes niet tot aan de randen is gevuld. Beeldranden gebogen
  • Als een tweede demagnetiseerbeurt is vereist, moet u minstens 20 minuten wachten voor de beste resultaten. Daarbij kan een bromgeluid hoorbaar zijn, maar dat is volkomen normaal. Model, serienummer en productiedatum van de monitor laten verschijnen

Druk in het midden van de regeltoets. Het hoofdmenu verschijnt op het scherm.

Beweeg de regeltoets

om LANGUAGE/ INFORMATIE te laten oplichten en druk nogmaals in het midden van de regeltoets. Het LANGUAGE/INFORMATIE menu verschijnt op het scherm.

Beweeg de regeltoets

om te kiezen. Het informatiemenu van deze monitor verschijnt op het scherm. Als het probleem niet is opgelost, neem dan contact op met uw Sony dealer en bezorg hem volgende informatie:

  • Model en specificaties van uw computer en grafische videokaart. Golf- of ellipsvormig patroon (moiré) zichtbaar
  • Kies ONDERDRUK MOIRE en regel het moiré-annuleereffect (pagina 11).

Problemen veroorzaakt door de aangesloten computer of andere apparatuur

  • Wijzig de schikking op uw bureau. Kleur ongelijkmatig
  • Demagnetiseer de monitor* (pagina 11). Als u apparatuur die een magnetisch veld opwekt, zoals bijvoorbeeld een luidspreker, dichtbij de monitor plaatst, of als u de monitor in een andere richting zet, kunnen de kleuren minder gelijkmatig zijn. Wit oogt niet wit
  • Regel de kleurtemperatuur (pagina 11). Letters en regels hebben rode of blauwe schaduwen aan de hoeken
  • Stel de convergentie bij (pagina 10). USB-randapparatuur werkt niet
  • Controleer of de geschikte USB connectors goed zijn aangesloten (pagina 7).
  • Controleer of de ! (aan/uit) schakelaar op

Problemen veroorzaakt door de aangesloten computer of andere apparatuur

  • Controleer of autonome USB compatibele randapparatuur is aangeschakeld.
  • Installeer de meest recente versie van de device driver op uw computer. Raadpleeg de fabrikant van de apparatuur voor meer informatie over de geschikte device driver.
  • Indien uw USB compatibel toetsenbord of muis niet werkt, sluit ze dan rechtstreeks aan op uw computer, start uw computer opnieuw en verricht de nodige USB afstellingen. Sluit dan het toetsenbord of de muis weer aan op de monitor. Wanneer u een toetsenbord of muis aansluit op de USB aansluitingen en u vervolgens de computer voor het eerst start, kan de randapparatuur eventueel niet functioneren.
  • Voor Windows 95 gebruikers

1. Klik met de rechter muisknop op Deze computer en kies Eigenschappen.

2. Klik op het tabblad Apparaatbeheer. Scroll omlaag en kies Universal Serial Bus

Controller. Als Universal Serial Bus Controller niet verschijnt, moet u een USB supplement disk laden. Raadpleeg de fabrikant van uw computer voor meer informatie over het bekomen van een USB supplement disk.

3. Kies Generic USB Device uit de USB controllerlijst en klik op Eigenschappen.

4. Indien de box naast “Uitschakelen in dit hardwareprofiel” is aangevinkt, verwijder dit

5. Klik op vernieuwen.

Vlak na het aanschakelen is een gebrom hoorbaar.

  • Dit is het geluid van de automatische demagnetisering. Als de monitor wordt aangezet, wordt hij gedurende drie seconden automatisch gedemagnetiseerd. Symptoom Controleer het volgende Voorbeeld MODE L :SERIAL:12345678MANUFACTURED:2000.52SELECT EX I T/INFOR

Zelfdiagnosefunctie Deze monitor is uitgerust met een zelfdiagnosefunctie. Als er iets mis is met uw monitor of computer(s), verschijnt een blanco beeld en licht de ! (aan/uit) indicator groen op of knippert hij oranje. Als de ! (aan/uit) indicator oranje oplicht, bevindt de computer zich in de stroomspaarstand. Druk dan op een willekeurige toets op het toetsenbord. Als de

Trek de videokabel uit of zet de aangesloten computer af.

(aan/uit) toets om de monitor af en weer aan te zetten.

Beweeg de regeltoets

gedurende 2 seconden voor de monitor overschakelt naar de stroomspaarstand. Als er vier kleurbalkjes verschijnen (wit, rood, groen, blauw), werkt de monitor zoals het hoort. Sluit de videokabel weer aan en controleer de staat van uw computer. Als de kleurbalkjes niet verschijnen, is de monitor mogelijk defect. Informeer uw Sony dealer over de staat van de monitor. Als de

(aan/uit) indicator oranje knippert Druk tweemaal op de

(aan/uit) toets om de monitor af en weer aan te zetten. Als de ! (aan/uit) indicator groen oplicht, werkt de monitor zoals het hoort. Als de ! (aan/uit) indicator nog altijd knippert, is de monitor mogelijk defect. Tel het aantal seconden tussen de oranje knipperingen van de ! (aan/uit) indicator en informeer uw Sony dealer over de staat van uw monitor. Noteer ook het merk en model van uw computer en grafische videokaart. Specificaties CRT apertuurroosterpitch 0,24 mm (midden) 19 duim diagonaal gemeten 90 graden afbuiging FD Trinitron Zichtbaar beeldformaat Ong. 365 × 274 mm (b/h) 18,0" beeld Resolutie Maximum Horizontaal: 1800 dots Verticaal: 1440 lijnen Aanbevolen Horizontaal: 1280 dots Verticaal: 1024 lijnen Standaard beeldzone Ong. 352 × 264 mm (b/h) Afbuigfrequentie* Horizontaal: 30 tot 96 kHz Verticaal: 48 tot 120 Hz Voedingsspanning/stroomsterkte 100 – 240 V, 50 – 60 Hz, 2,3 – 1,0 A Stroomverbruik Max. 150 W Afmetingen Ong. 497

  • De horizontale sync breedte moet meer dan 1,0 µsec bedragen.
  • De horizontale blanking breedte moet meer dan 3,0 µsec bedragen.
  • De verticale blanking breedte moet meer dan 500 µsec bedragen. Wijzigingen aan ontwerp en specificaties voorbehouden zonder voorafgaande kennisgeving. MENU