Black Core Four Ltd - Autoradio MAGNAT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Black Core Four Ltd MAGNAT in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Black Core Four Ltd MAGNAT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Autoradio in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Black Core Four Ltd - MAGNAT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Black Core Four Ltd van het merk MAGNAT.
GEBRUIKSAANWIJZING Black Core Four Ltd MAGNAT
met uw血液循环 car hifi eindversterker BLACK CORE FOUR / BLACK CORE FOUR LTD kut u op sovereine wijze beantwoorden aan uw hoge eisen aan de klankweergave in de auto. De BLACK CORE FOUR / BLACK CORE FOUR LTD biedt十几年e wkaliteiten op het gebied van car hifi-weergave in de auto; door de indrukkweenkende capacititeitreserve voor lage bassen, de lage verrormingsfactor of de neutrale weergave. De versterker wordt gekenmerkt door een lage driverstroom, snelle schakeling en een uitmuntende thermische stabiliteit. Door de aaneenschakeling van steeds twee versterkerkanalen tot een versterker in brugbedrijf kan een verbeterde dynamiek worden bereikt in combinatie met een hoger uitgangsvermogen. Beleef hoe dit high tech apparaat op perfecte wijze een groots klankgevoel verleent. Daarmee wensen wij u veel genoegen.
Lees de montageaanwijzing a.u.b. volledig door voordat u met de montage van de versterker begint en voordat u deze in bedrijf neemt.
Stereo / Gebrud
Max. uittgangsvermogen (1 kHz sinus burst 2:8, B+=14,4V) 4 x 200 W / 2 x 600 W aan 4 ohm
Nominaal uittgangsvermogen (DIN 45 324, B+=14,4V) 4 x 65 W / 2 x 200 W aan 4 ohm
Max. uittgangsvermogen (1 kHz sinus burst 2:8, B+=14,4V) 4 x 300 W aan 2 ohm
Nominaal uittgangsvermogen (DIN 45 324, B+=14,4V) 4 x 100 W aan 2 ohm
Luidsprekerimpedantie (stereo) 2 - 8 ohm
Frequentiekarakteristiek 5 - 50 000 Hz (-3 dB)
Totale verwormingsfactor (DIN 45 403) < 0,05% (1 kHz)
Overspraakdemping (IEC 581) > 60 dB (1 kHz)
Ruisspanningsafstand (IEC A) > 100 dB
Ingangsgveeligheid LOW LEVEL INPUT 400 mV - 4 V
Ingangsimpedantie LOW LEVEL INPUT 20 k ohm
Laagdoorlaatfilter 40 - 300 Hz, 12 dB per octaaf
Hoogdoorlaatfilter 40 - 300 Hz, 12 dB per octaaf
Bas boost 0...12 dB bij 45 Hz
Voeding +12 V (10 - 14,4 V), min aan massa
Zekering 2 x 25 A
Afmetingen (B x H x D) 393 x 54 x 215 mm
Gewicht 3,5 kg
BLACK CORE FOUR LTD Stereo / Gebrud
Max. uittgangsvermögen (1 kHz sinus burst 2:8, B+=14,4V) 4 x 350 W / 2 x 900 W aan 4 ohm Nominaal uittgangsvermögen (DIN 45 324, B+=14,4V) 4 x 120 W / 2 x 350 W aan 4 ohm Max. uittgangsvermögen (1 kHz sinus burst 2:8, B+=14,4V) 4 x 450 W aan 2 ohm Nominaal uittgangsvermögen (DIN 45 324, B+=14,4V) 4 x 150 W aan 2 ohm Luidspekerimpedantie (stereo) 2 - 8 ohm Frequentiekarakteristik 5 - 50 000 Hz (-3 dB) Totale verrormingsfactor (DIN 45 403) < 0,05% (1 kHz) Overspaakdemping (IEC 581 ) > 60 dB (1 kHz) Ruiippanningsafstand (IEC A) > 100 dB Ingangsgevoeligheid LOW LEVEL INPUT 400mV - 4V Ingangsimpedantie LOW LEVEL INPUT 20k ohm Laagdoorlaatfilter 40 - 300Hz, 12 dB per octaaf Hoogdoorlaatfilter 40 - 300Hz, 12 dB per octaaf Bas boost 0 12 dB bij 45 Hz Voeding +12V(10 - 14,4V) min aan massa Zekering 2× 35A Afmetingen (B x H x D) 470× 54× 215mm Gewicht 4,4kg
TECHNISCHE WIJZIGENGOVORBHEOUDEN
2. BIJZONDERHEDEN
Complementaire balanseindtrap
Automatische in-/uitschakeling via de autoradio
Traploos instelbare hoog- en laagdoorlaatfilter
Traploos regelbare bascorrectie
Instelbare ingangsgevoeligheid
Brugbaar 4-/3-/2-kanaals bedrijf
Tri-modus bedrijf
Elektronische contactverbroker gegen kortsluiting, gelijkspannings-offset en boventemperatuur Mute-schakeling ter onderdrukking schakelklikken
Laagniveau-uitgangen (cinch voetjes) voor de aansluiting van een subwooferversterker Bedrijfsindicatie (groene LED) en overbelastingsindicatie (rode LED)
3. BELANGRIJKE INSTRUCTIES VOOR DE MONTAGE
- Dit apparaat is uitsluitend geschikt voor de aansluiting op een 12 volt systeem met negatieve massa.
De warmte die wordt afgeveen bij de krachtafgiffe vereist een plaat van montage met voldoende luchtcirculatie. Het is van groot belang dat de koelribben van de warmteafleider niet gegen een plaat of een oppervlak aanliggen waardoor de luchtcirculatie negatie zou kuren worden beinvloed. De versterker mag niet in kleine of ongeventileerde ruimten (bv. holte voor het reservewiel of onder de vloerbedekking van de auto) worden geinstalleerd. De montage in de kofferbak verdient aanbeveling.
Monteer de versterker dusdanig dat hij verreweg is beveiligd gegen schokken, vuil en stof.
Let er op dat de in-/uitvoersnoeren ver genoeg van de stroomtoevoerkabels verwijderd zichn odomat er anders gevaar bestaat voor stoorinstraling. - Let er op dat de zekering en de bedieningselementen na de montage toegankelijk zich.
Het vermogen en de betrouwbaarheid van de installmentie is afhankelijk van de kwaliteit van de montage. Laat de montage bij voorkeur door eenvakbedrijf Doorvoeren. Dat geldt vooral voor een installmentie met verschillende luidsprekers of voor een complexeerwegsystemeem.
4.AANSLUITINGEN
4.1 STROOMVOORZIENING EN AUTOMATISCHE INSCHAKELING
Belangrijke aanwijzing: scheid voordat u met de installmentie begint de plusklem van de motoraccu. Zo voorkomt u kortsluiting.
De elektrische leidingen die over het algemeen voor auto's worden toegepast in boisnetten zich net voldoende voor de behoefte van een eindversterker. Let er op dat de elektrische ledingen aan GND enaar +12V klem voldoende gemissioneerd zich. Voor de verbinding van de accu waar de stroomklemmen van de versterker dient een kabeldoorsnede van ten minste 12mm^2 (BLACK CORE FOUR) / 20 mm² (BLACK CORE FOUR LTD) te worden gezruikt.
Maak erst de verbinding tussen de GND-klem en de versterker en de minpool en de accu. Een goede verbinding is van groot belang. Verwijder vuil zorgvuldig van het aansluitingspunt van de accu. Een losse aansluiting kan storing, storend geluid of verrormingveroorzaken.
De versterkeraansluiting +12V wordt nu met een stroomkabel met geintegreerde zekering met de plus-pool van de accu verbonden. De zekering moet zich in de buurt van de accu bevinden, de kabel van de pluspool van de accu maar de zekering mag uit veiligheidsoverwegingen Niet langer zich dan max. 60 cm. Plaats de zekering pas na afloop van alle installmenterkzaamheden inclusief luidsprekeraansluitingen.
Sluit nu de afstandsbedieningsleiding van de car hifi receiver aan op de besturingsbus REM van de versterker. Voor de verbindingussen de REMOTE-aansluiting van de versterker en het bedieningsapparaat is een kabel met een dwarsdoorsnede van 0,75 mm² voldoende.
4.2 AUDIOKABEL
Bij installatione van de audiokabel tussen de cinchuitgang van de autoradio en de cinchingang van de versterker in de auto dient er zo möglichk voor gezorgd te worden dat de audiokabel en de voedingskabel Niet aan bezelfde kant van de auto worden gelegd. Het verdient de Voorkeur de kabels ruimtelijk geschienen te installereren, d.w.z. de stroomkabel in de linkerkabelschaftt en de audiokabel in de rechterkabelschaftt of omgeekerd. Hierdoor wordt beinvloeding van het audiosignal door stroomstoringen voorkomen.
4.3 LUIDSPREKERAANSLUITINGEN
In de standard bedrijfsmodus (dat betekent telkens een luidspreker aan elk afzonderlijk versterkerkanaal) bedraagt de kleinste aflsuitweerstand 2 ohm per kanaal.
In brugmodus (telkens wee versterkeruitgangen samen geschakeld) worden dekleiste afsluitweerstand verdubbeld tot op 4 ohm.
In Tri-modus mag de impedantie nicht minder bedragen dan 2 ohm per kanaal.
- Sluit de luidspreker minklemmen nooit aan op het chassis van het voertuig.
- Verbind de +12 V voedingsspanning nooit met een luidsprekeruitgang. Hierdoor wordt de versterkeruitgangstrand verwoest. Indien de versterker met lagere afluitwaarden of zoals boven beschreiben tout worden bedreven, kan hierdoor de versterker zich en de luidspreker worden beschadigd. In dit geval vervalt de garantie.
5. BEDIENINGSELEMENTEN EN IN-/UITGANGEN
5.1 INSTELLING VAN DE INGANGSGEVOELIGHEID
De ingangsgveeligheid kan aan elke autoradio of cassettedeck worden aangepast. Draai de volumeregelaar van uw radio op gemiddeld volume en stel dan de ingangsniveauregelaar (3) en (4) dusdanig in, dat er een gemiddelde geluidssterkte hoorbaar is. Bij deze instelling zich over het algemeen voldoende capaciteitsreserves bij een optimale ruisspanningsafstand gegardeerd.
ATTENTIE: harde testsignalen slechts kortstondig weergeven om schade van de luidspreker te vermijden.
5.2 LAAGDOORLAATFILTER MET REGELBARE KANTELFREQUENTIE
Als de versterker als subwooferversterker worden gebruikt, zet de schakelaar (9) resp. (10) dan op „LPF". Stel met de regelaar (7) resp. (8) de gewenste kantelfrequency in. Met deze instelling kan de filter worden aangepast aan de betreffende laagweergever.
De hoge flanksteilheid van de filter zorgt voor een exacte daling van gemiddelde en hoge freiuentiebereiken.
5.3 HOOGDOORLAATFILTER MET REGELBARE KANTELFREQUENTIE
Als de versterker worden gebruikt als versterker voor satellitluidsprekers (midden-/hogetonluidsprekers) zet de regelaar (9) resp. (10) dan op ^a . Stel met regelaar (11) resp. (12) de gewenste Kantelfrequency in. Op die wijze worden alleen frequencies boven de ingestelde kantelfrequencye versterkt. Hierdoor kan verrorming door te groe membranslag bij lage frequencies enkleine satellitluidsprekers efectief wordt gereduceerd zonder dat dit een negatieve invloed heeft op het lagetoenniveau.
5.4 BAS-BOOST
Met behulp van de bas-boost-functie (5 resp. 6) worden een opduw of correctie van de onderste basfrequencies bereikt.
5.5 UITGANGEN VOOR DE AANSLUITING VAN EXTRA VERSTERKERS
Het ingangssignaal van de LINE INPUT aansluitingen CH1, CH2, CH3, CH4 (1 en 2, afb. 7) worden opgeteld en direct doorgegeven aan de uitgangen LINE OUTPUT (14). De LINE OUTPUT aansluitingen make de aansluiting van een subwoofersterker zonder extra T-stukken en kabel möglichk.
AFB. 1 STROOMVOORZIENING- / AFSTANDSBEDIERINGSAANSLUITINGEN
(1) Aansluitklem GND voor de massa, maar de minpool van de accu
(2) Aansluitklem REM voor afstandsbediening
(3) Aansluitklem voor +12 V accuspanning
(4) Accu
(5) Kabelzekering
(6) Voor de aansluiting voor de automatische antenne van uw autoradio
Als uw autoradio Niet is voorzien van een aansluiting voor de automatische anteene, wordt deze kabel met de plus-pool (+) aangesloten op het contactslot. In dit geval dient er een in-/uitschakelaarussen te worden geschakeld. Let er op dat deze schakelaar uitgeschakeld worden als de versterker Niet worden gezruikt.
AFB. 2 4 KANAAL - BEDRIJF
Als de versterker door een autoradio met 4 uitgangskanalen worden gestuurd en 4 luidsprekers要去 bedrijven, dan dienen aansluitingen en instellenen overeenkomstig afbeelding 2 te worden doorgevoerd:
(1) Naar de autoradio,uitgang links voor
(2) Naar de autoradio, uitgang rechts voor
(3) Naar de autoradio,uitgang links ache ter
(4) Naar de autoradio,uitgang rechts achefter
(5) Luidspreker links voor
(6) Luidspreker rechts voor
(7) Luidspreker links acheter
(8) Luidspreker rechts anschter
AFB. 3/4 3 KANAAL - MODUS
In de 3-kanaal-modus worden er gebruik gemaakt van de hoogdoorlaatfilter voor de kanalen 1/2 en de laagdoorlaatfilter voor de kanalen 3/4. Zie alinea 5 voor de toepassing hiervan.
AFB. 3
As de versterker door een autoradio met stereo-uitgang wordt gestuurd en stereo-satellietluidsprekers en een subwoofer moet bedrijven, dan dienen de aansluitingen en instellenen overeenkomstig afbeelding 3 te worden doorgevoerd
(1) Naar de autoradio, uitgang links
(2) Naar de autoradio, uitgang rechts
(3)Satellietluidsprekers links
(4)Satellietluidsprekers rechts
(5) Subwoofer
AFB. 4
As de versterker door een autoradio met stereo-uitgang en een separate subwoofer-uitgang wordt gestuurd en stereo-satellluidspreakers en een subwoofer moet bedrijven, dan dienen de aansluitingen en instelleningen overeenkomstig afbeiding 4 te worden doorgevoerd
(1) Naar de autoradio, uitgang links
(2) Naar de autoradio, uitgang rechts
(3) Naar de autoradio, subwoofer-uitgang
(4)Satellietluidsprekers links
(5)Satellietluidsprekersrechts
(6) Subwoofer
AFB.52 KANAAL - MODUS
Als de versterker voor het bedrijf van een tweede subwoofer een hoger vermogen要去 bereiken, dan dienen de aansluitingen en instellenen overeenkomstig afbeelding 5 te worden doorgevoerd. Het gebruik van de toegepaste laagdoorlaatfilter wordt in hoofdstuk 5 beschreiben.
(1) Naar de autoradio,uitgang links
(2) Naar de autoradio, uitgang rechts
(3) Subwoofer
(4) Subwoofer
AFB. 6 GEBRUK ALS VERSTERKER VOOR 4 SATELLIETLUIDSPREKERS EN EEN SUBWOOFER MET TOEPASSING VAN EEN EXTRA 1-KANAAL VERSTERKER (BLACK CORE ONE / BLACK CORE ONE DIGITAL)
(1) Naar de autoradio, uitgang links voor
(2) Naar de autoradio, uitgang rechts voor
(3) Naar de autoradio, uitgang links darüber
(4) Naar de autoradio, uitgang rechts achefter
(5) Luidspreker links voor
(6) Luidspreker rechts voor
(7) Luidspreker links ache ter
(8) Luidspreker rechts aller
(9) Subwoofer
AFB. 7 BEDIENINGSELEMENTEN EN EN/-UITGANGEN
(1) Laagniveau-ingangen (kanaal 1/2, voor)
(2) Laagniveau-ingangen (kanaal 3/4, acheer)
(3) Ingangsniveauregelaar kanaal 1/2
(4) Ingangsniveauregelaar kanaal 3/4
(5) Bass-Boost-regelaar (kanaal 1/2, voor)
(6) Bass-Boost-regelaar (kanaal 3/4, acheer)
(7) Kantelfrequentie-regelaar voor de laagdoorlaat (kanaal 1/2)
(8) Kantelfrequentie-regelaar voor de laagdoorlaat (kanaal 3/4)
(9) Keuzeschakelaar FULL / LPF (laagdoorlaatfilter) / HPF (hoogdoorlaatfilter) voor kanaal 1/2
(10) Keuzeschakelaar FULL / LPF (laagdoorlaatfilter) / HPF (hoogdoorlaatfilter) voor kanaal 3/4
(11) Kantelfrequentie-regelaar voor de hoogdoorlaat (kanaal 1/2)
(12) Kantelfrequentieregelaar voor de hoogdoorlaat (kanaal 3/4)
(13) Kanaalmodus-keuzeschakelaar
(14) Laagniveau-uitgangen (Totaalsignaaluit CH1,CH2,CH3,CH4)