MAGNAT RX 22 - Autoradio

RX 22 - Autoradio MAGNAT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis RX 22 MAGNAT in PDF-formaat.

📄 56 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice MAGNAT RX 22 - page 16

Gebruikersvragen over RX 22 MAGNAT

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Autoradio in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RX 22 - MAGNAT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RX 22 van het merk MAGNAT.

GEBRUIKSAANWIJZING RX 22 MAGNAT

met uw nieuwe car hifi eindversterker RX 22 kunt u op soevereine wijze beantwoorden aan uw hoge eisen aan de klankweergave in de auto. De RX 22 biedt nieuwe kwaliteiten op het gebied van car hifi-weergave in de auto; door de indrukwekkende capaciteitsreserve voor lage bassen, de lage vervormingsfactor of de neutrale weergave. De versterker wordt gekenmerkt door een lage driverstroom, snelle schakeling en een uitmuntende thermische stabiliteit. Beleef hoe dit high tech apparaat op perfecte wijze een groots klankgevoel verleent. Daarmee wensen wij u veel genoegen.

Lees de montageaanwijzing a.u.b. volledig door voordat u met de montage van de versterker begint en voordat u deze in bedrijf neemt.

Max. uitgangsvermogen (1 kHz sinus burst 2:8, B+=14,4V) 2 x 180 W / 1 x 500 W aan 4 ohm

Nominaal uitgangsvermogen (DIN 45 342, B+=14,4V) 2 x 90 W / 1 x 250 W aan 4 ohm

Max. uitgangsvermogen (1 kHz sinus burst 2:8, B+=14,4V) 2 x 250 W aan 2 ohm

Nominaal uitgangsvermogen (DIN 45 342, B+=14,4V) 2 x 125 W aan 2 ohm

Luidsprekerimpedantie (stereo) 2 – 8 ohm

Frequentiekarakteristiek 5 – 50 000 Hz (-3 dB)

Totale vervormingsfactor (DIN 45 403) < 0,05% (1 kHz)

Overspraakdemping (IEC 581) > 60 dB (1 kHz)

Ruisspanningsafstand (IEC A) > 100 dB

Ingangsgevoeligheid LOW LEVEL INPUT0,4 – 4 V
Ingangsimpedantie LOW LEVEL INPUT20 k ohm
Laagdoorlaatfilter40 – 300 Hz, 12 dB per octaaf
Hoogdoorlaatfilter40 – 300 Hz, 12 dB per octaaf
Bas boost0...15 dB bij 45 Hz
Subsonic-filter15 Hz, 12 dB per octaaf
Voeding+12 V (9 – 15 V), min aan massa
Zekering2 x 15 A
Afmetingen (B x H x D)250 x 50 x 261 mm
Gewicht2,8 kg

TECHNISCHE WIJZIGINGEN VOORBEHOUDEN

2. BIJZONDERHEDEN

• Complementaire balanseindtrap
• Automatische in-/uitschakeling via de autoradio
- Traploos instelbare laagdoorlaatfilter 40 – 300 Hz
- Traploos instelbare hoogdoorlaatfilters 40 – 300 Hz
- Traploos regelbare bascorrectie
Subsonic-filter 15 Hz
• Instelbare ingangsgevoeligheid
Brugbaar 2-/1-kanaals bedrijf
. Tri-modus bedrijf
• Kanaalmodus-keuzeschakelaar
- Elektronische contactverbreker tegen kortsluiting, gelijkspannings-offset en boventemperatuur
Mute-schakeling ter onderdrukking schakelklikken
Ingekapselde schroefterminals voor luidspreker en stroomvoorziening
Laagniveau-uitgangen (cinch voetjes) voor de aansluiting van extra versterkers
Bedrijfsindicatie (groene LED) en overbelastingsindicatie (rode LED)

3. BELANGRIJKE INSTRUCTIES VOOR DE MONTAGE

  • Dit apparaat is uitsluitend geschikt voor de aansluiting op een 12 volt systeem met negatieve massa.
  • De warmte die wordt afgegeven bij de krachtafgifte vereist een plaat van montage met voldoende luchtcirculatie. Het is van groot belang dat de koelribben van de warmteafleider niet tegen een plaat of een oppervlak aanliggen waardoor de luchtcirculatie negatief zou kunnen worden beïnvloed. De versterker mag niet in kleine of ongeventileerde ruimten (bv. holte voor het reservewiel of onder de vloerbedekking van de auto) worden geïnstalleerd. De montage in de kofferbak verdient aanbeveling.
  • Monteer de versterker dusdanig dat hij verreweg is beveiligd tegen schokken, vuil en stof.
  • Let er op dat de in-/uitvoersnoeren ver genoeg van de stroomtoevoerkabels verwijderd zijn omdat er anders gevaar bestaat voor stoorinstraling.
  • Let er op dat de zekering en de bedieningselementen na de montage toegankelijk zijn.
  • Het vermogen en de betrouwbaarheid van de installatie is afhankelijk van de kwaliteit van de montage. Laat de montage bij voorkeur door een vakbedrijf doorvoeren. Dat geldt vooral voor een installatie met verschillende luidsprekers of voor een complex meerwegsysteem.

4. AANSLUITINGEN

4.1 STROOMVOORZIENING EN AUTOMATISCHE INSCHAKELING

Belangrijke aanwijzing: scheid voordat u met de installatie begint de plusklem van de motoraccu. Zo voorkomt u kortsluiting.

De elektrische leidingen die over het algemeen voor auto's worden toegepast in boordnetten zijn niet voldoende voor de behoefte van een eindversterker. Let er op dat de elektrische leidingen naar GND en naar +12 V klem voldoende gemissioneerd zijn. Voor de verbinding van de accu naar de stroomklemmen van de versterker dient een kabeldoorsnede van ten minste 10 mm ^2 te worden gebruikt.

Maak eerst de verbinding tussen de GND-klem en de versterker en de minpool en de accu. Een goede verbinding is van groot belang. Verwijder vuil zorgvuldig van het aansluitingspunt van de accu. Een losse aansluiting kan storing, storend geluid of vervorming veroorzaken.

De versterkeraansluiting +12 V wordt nu met een stroomkabel met geïntegreerde zekering met de plus-pool van de accu verbonden. De zekering moet zich in de buurt van de accu bevinden, de kabel van de pluspool van de accu naar de zekering mag uit veiligheidsoverwegingen niet langer zijn dan max. 60 cm. Plaats de zekering pas na afloop van alle installatiewerkzaamheden inclusief luidsprekeraansluitingen.

Sluit nu de afstandsbedieningsleiding van de car hifi receiver aan op de besturingsbus REM van de versterker. Voor de verbinding tussen de REMOTE-aansluiting van de versterker en het bedieningsapparaat is een kabel met een dwarsdoorsnede van 0,75 mm ^2 voldoende.

4.2 AUDIOKABEL

Bij installatie van de audiokabel tussen de cinchuitgang van de autoradio en de cinchingang van de versterker in de auto dient er zo mogelijk voor gezorgd te worden dat de audiokabel en de voedingskabel niet aan dezelfde kant van de auto worden gelegd. Het verdient de voorkeur de kabels ruimtelijk gescheiden te installeren, d.w.z. de stroomkabel in de linkerkabelschacht en de audiokabel in de rechterkabelschacht of omgekeerd. Hierdoor wordt beïnvloeding van het audiosignaal door stroomstoringen voorkomen.

4.3 LUIDSPREKERAANSLUITINGEN

  • In de standaard bedrijfsmodus (dat betekent telkens een luidspreker aan elk afzonderlijk versterkerkanaal) bedraagt de kleinste afsluitweerstand 2 ohm per kanaal.
  • In brugmodus (telkens twee versterkeruitgangen samen geschakeld) wordt de kleinste afsluitweerstand verdubbeld tot op 4 ohm.
  • In Tri-modus mag de impedantie niet minder bedragen dan 2 ohm per kanaal.
  • Sluit de luidspreker minklemmen nooit aan op het chassis van het voertuig.

  • Verbind de +12 V voedingsspanning nooit met een luidsprekeruitgang. Hierdoor wordt de versterkeruitgangstrap verwoest.
    Indien de versterker met lagere afsluitwaarden of zoals boven beschreven fout wordt bedreven, kan hierdoor de versterker zelf en de luidspreker worden beschadigd. In dit geval vervalt de garantie.

5. BEDIENINGSELEMENTEN EN IN-/UITGANGEN

5.1 INSTELLING VAN DE INGANGSGEVOELIGHEID

De ingangsgevoeligheid kan aan elke autoradio of cassettedeck worden aangepast. Draai de volumeregelaar van uw radio op gemiddeld volume en stel dan de ingangsniveauregelaar (6) dusdanig in, dat er een gemiddelde geluidssterkte hoorbaar is. Bij deze instelling zijn over het algemeen voldoende capaciteitsreserves bij een optimale ruisspanningsafstand gegarandeerd.

ATTENTIE: harde testsignalen slechts kortstondig weergeven om schade van de luidspreker te vermijden.

5.2 LAAGDOORLAATFILTER MET REGELBARE KANTELFREQUENTIE

Als de versterker als subwooferversterker wordt gebruikt, zet de schakelaar (1) dan op „LOW“. Stel met de regelaar (2) de gewenste kantelfrequentie in. Met deze instelling kan de filter worden aangepast aan de betreffende laagweergever.

De hoge flanksteilheid van de filter zorgt voor een exacte daling van gemiddelde en hoge frequentiebereiken.

5.3 HOOGDOORLAATFILTER MET REGELBARE KANTELFREQUENTIE

Als de versterker wordt gebruikt als versterker voor satellietluidsprekers (midden-/hogetonenluidsprekers) zet de regelaar (1) dan op „HIGH“. Stel met regelaar (3) de gewenste kantelfrequentie in. Op die wijze worden alleen frequenties boven de ingestelde kantelfrequentie versterkt. Hierdoor kan vervorming door te grote membraanslag bij lage frequenties en kleine satellietluidsprekers effectief wordt gereduceerd zonder dat dit een negatieve invloed heeft op het lagetoonniveau.

5.4 SUBSONIC-FILTER

Met behulp van de subsonic-functie (4) worden de laagste basfrequenties afgezwakt. Hierdoor kunnen vervormingen door een te grote conusuitslag bij luidsprekers effectief geminimaliseerd worden zonder dat het lagetonenniveau hierdoor negatief wordt beïnvloed.

5.5 BAS-BOOST

Met behulp van de bas-boost-functie (5) wordt een opduw of correctie van de onderste basfrequenties bereikt.

5.6 UITGANGEN VOOR DE AANSLUITING VAN EXTRA VERSTERKERS

Het ingangssignaal van de INPUT aansluitingen L en R (8) wordt direct doorgegeven aan de uitgangen OUTPUT (9) L en R. De OUTPUT aansluitingen maken de aansluiting van extra versterkers zonder extra T-stukken en kabel mogelijk.

AFB. 1 STROOMVOORZIENING- / AFSTANDSBEDIENINGS-AANSLUITINGEN

(1) Aansluitklem voor + 12 V accuspanning
(2) Aansluitklem REM voor afstandsbediening
(3) Aansluitklem GND voor de massa, naar de minpool van de accu
(4) Accu
(5) Kabelzekering
(6) Voor de aansluiting voor de automatische antenne van uw autoradio

Als uw autoradio niet is voorzien van een aansluiting voor de automatische antenne, wordt deze kabel met de plus-pool (+) aangesloten op het contactslot. In dit geval dient er een in-/uitschakelaar tussen te worden geschakeld. Let er op dat deze schakelaar uitgeschakeld wordt als de versterker niet wordt gebruikt.

AFB. 2 STEREO-BEDRIJF

Als de versterker door een autoradio met 2 uitgangskanalen wordt gestuurd en 2 luidsprekers moet bedrijven, dan dienen de aansluitingen en instellingen overeenkomstig afbeelding 2 te worden doorgevoerd: Als de versterker wordt gebruikt voor satellietluidsprekers en daarnaast een hoogdoorlaatfilter wordt ingeschakeld, zie voor de aansluitingen dan hoofdstuk 5.3

(1) Naar de autoradio, uitgang links
(2) Naar de autoradio, uitgang rechts
(3) Luidspreker links
(4) Luidspreker recht

AFB. 3 BRUGBEDRIJF MET STEREO AUTORADIO

Als de versterker voor het bedrijf van een subwoofer een hoger vermogen moet bieden, dienen de aansluitingen en instellingen overeenkomstig afbeelding 3 te worden doorgevoerd. Het gebruik van de diepdoorlaatfilter wordt in hoofdstuk 5.2 beschreven.

(1) Naar de autoradio, uitgang links
(2) Naar de autoradio, uitgang rechts
(3) Subwoofer

AFB. 4 MONO - BEDRIJF MET EEN AUTORADIO MET SUBWOOFER-UITGANG

(1) Naar de autoradio, subwoofer-uitgang
(2) Subwoofer

AFB. 5 BEDIENINGSELEMENTEN EN IN-/UITGANGEN

(1) Keuzeschakelaar HPF (hoogdoorlaatfilter) / LPF (laagdoorlaatfilter) / OFF
(2) Kantelfrequentieregelaar voor de laagdoorlaat
(3) Kantelfrequentieregelaar voor de hoogdoorlaat
(4) Schakelaar voor de subsonicfilter
(5) Bas-boost-regelaar
(6) Ingangsniveauregelaar
(7) Kanaalmodus-keuzeschakelaar
(8) Laagniveau-ingang
(9) Uitgangen voor aansluiten van extra versterkers

Gentile cliente MAGNAT,

Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MAGNAT

Model : RX 22

Categorie : Autoradio