YAS81 - Home cinemasysteem YAMAHA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis YAS81 YAMAHA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Home cinemasysteem in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding YAS81 - YAMAHA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. YAS81 van het merk YAMAHA.
GEBRUIKSAANWIJZING YAS81 YAMAHA
un requerimiento dispuesto por la Directiva para el elemento químico involucrado.i Nl
1 Om er zeker van te kunnen zijn dat u de optimale prestaties uit
uw toestel haalt, dient u deze handleiding zorgvuldig door te
lezen. Bewaar de handleiding op een veilige plek zodat u er
later nog eens iets in kunt opzoeken.
2 Plaats dit geluidssysteem op een goed verluchte, koele, droge,
nette plaats - niet in direct zonlicht of in de buurt van
warmtebronnen, noch op plaatsen die onderhevig zijn aan
trillingen, stof, vocht en/of koude. Laat boven en achter het
toestel, evenals links en rechts ervan, een ruimte vrij van
minstens vijf centimeter voor ventilatie.
3 Plaats dit toestel uit de buurt van andere elektrische
apparatuur, motoren of transformatoren om storend gebrom te
4 Stel dit toestel niet bloot aan plotselinge
temperatuurswisselingen van koud naar warm en plaats het
toestel niet in een omgeving met een hoge vochtigheidsgraad
(bijv. in een ruimte met een luchtbevochtiger) om te
voorkomen dat zich binnenin het toestel condens vormt, wat
zou kunnen leiden tot elektrische schokken, brand, schade aan
dit toestel en/of persoonlijk letsel.
5 Vermijd plekken waar andere voorwerpen op het toestel
kunnen vallen, of waar het toestel bloot staat aan druppelende
of spattende vloeistoffen. Plaats de volgende dingen niet
bovenop dit toestel:
– Andere componenten, daar deze schade kunnen
veroorzaken en/of de afwerking van dit toestel kunnen
– Brandende voorwerpen (bijv. kaarsen), daar deze brand,
schade aan dit toestel en/of persoonlijk letsel kunnen
– Voorwerpen met vloeistoffen, daar deze elektrische
schokken voor de gebruiker en/of schade aan dit toestel
kunnen veroorzaken wanneer de vloeistof daaruit in het
toestel terecht komt.
6 Dek het toestel niet af met een krant, tafellaken, gordijn enz.
zodat de koeling niet belemmerd wordt. Als de temperatuur
binnenin het toestel te hoog wordt, kan dit leiden tot brand,
schade aan het toestel en/of persoonlijk letsel.
7 Steek de stekker van dit toestel pas in het stopcontact als alle
aansluitingen gemaakt zijn.
8 Gebruik het toestel niet wanneer het ondersteboven is
geplaatst. Het kan hierdoor oververhit raken wat kan leiden
9 Gebruik geen overdreven kracht op de schakelaars, knoppen
10 Wanneer u de stekker uit het stopcontact haalt, moet u aan de
stekker zelf trekken, niet aan het snoer.
11 Maak dit toestel niet schoon met chemische oplosmiddelen;
dit kan de afwerking beschadigen. Gebruik alleen een schone,
12 Gebruik alleen het op dit toestel aangegeven voltage. Gebruik
van dit toestel bij een hoger voltage dan aangegeven is
gevaarlijk en kan leiden tot brand, schade aan het toestel en/of
persoonlijk letsel. Yamaha aanvaardt geen aansprakelijkheid
voor enige schade veroorzaakt door gebruik van dit toestel
met een ander voltage dan hetgeen aangegeven staat.
13 Om bliksemschade te vermijden, moet u het netsnoer en
buitenantennes loskoppelen van het stopcontact of het toestel
Probeer niet zelf wijzigingen in dit toestel aan te brengen of
het te repareren. Neem contact op met erkend Yamaha
servicepersoneel wanneer u vermoedt dat het toestel reparatie
behoeft. Probeer in geen geval de behuizing open te maken.
Wanneer u dit toestel voor langere tijd niet zult gebruiken
(bijv. vakantie), dient u de stekker uit het stopcontact te halen.
16 Plaats dit toestel in de buurt van een stopcontact op een plek
waar u de AC-stekker gemakkelijk kunt bereiken.
17 Lees het hoofdstuk "Problemen oplossen" over veel
voorkomende vergissingen bij de bediening voor u de
conclusie trekt dat het toestel een storing of defect vertoont.
18 Voor u het toestel verplaatst, drukt u op STANDBY/ON om
de stand-bymodus te activeren en trekt u de stekker uit het
19 De batterijen mogen niet worden blootgesteld aan hitte, zoals
door direct zonlicht, vuur of iets dergelijks.
20 Er zal condensatie optreden wanneer er zich een plotse
temperatuurschommeling voordoet. Trek in dat geval de
stekker uit het stopcontact en laat het toestel een tijdje
21 Installatie van het toestel op een veilige plaats is de
verantwoordelijkheid van de gebruiker. Yamaha kan niet
aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen veroorzaakt
door onjuiste plaatsing of installatie van de luidsprekers.
Let op: Lees het volgende voor u dit toestel in gebruik neemt.
WAARSCHUWING OM DE RISICO’S VOOR BRAND OF ELEKTRISCHE SCHOKKEN TE VERMINDEREN,
MAG U DIT TOESTEL IN GEEN GEVAL BLOOTSTELLEN AAN VOCHT OF REGEN.
Zolang dit toestel is aangesloten op het stopcontact, is
de stroomvoorziening niet afgesloten, ook niet
wanneer u het toestel uitschakelt met STANDBY/ON.
In deze staat is dit toestel ontworpen om slechts een
zeer kleine hoeveelheid stroom te gebruiken.1 Nl
INLEIDING VOORBEREIDING BASISBEDIENING ANDERE FUNCTIES Nederlands
HANDIGE BEDIENING EXTRA INFORMATIE AAN DE SLAG 2 Bijgeleverde delen 2Bedieningselementen en functies 3 HET SYSTEEM PLAATSEN 8 Het centrale systeem plaatsen 8 AANSLUITING 11 Het centrale systeem en de subwoofer/systeembediening aansluiten 11Externe onderdelen aansluiten 12Het universele Yamaha iPod-station aansluiten 14De Yamaha Bluetooth draadloze audio-ontvanger aansluiten 14De FM-binnenhuisantenne aansluiten 14Het netsnoer aansluiten 15 BASISAFSPEELBEDIENING 16
AIR SURROUND XTREME 17 Wat is AIR SURROUND XTREME? 17Naar de surround-modus luisteren van AIR SURROUND XTREME 18De optimale luisterplaats zijdelings verschuiven 19De optimale luisterplaats selecteren 20Het virtuele surround-effect controleren 20De extended stereo-modus gebruiken 21De versterker voor gecomprimeerde muziek instellen 21 LUISTEREN NAAR FM-UITZENDINGEN 22
Overzicht 22 Bedieningselementen en functies voor de FM-afstemming 22Basisafstemming 23De zendervoorkeuzefunctie gebruiken 24 OPTIONELE APPARATUUR GEBRUIKEN28 iPod™ gebruiken 28Bluetooth™-componenten gebruiken 30 DE AUDIOVERTRAGING AANPASSEN 32
AAN LAAG VOLUME LUISTEREN
YAS-71/YAS-81 bestaat uit een centraal systeem (YAS-71CU/YAS-81CU) en subwoofer/systeembediening
(YAS-71SPX/YAS-81SPX). Dit product levert uitstekend geluid met eenvoudige handelingen, waardoor u van
verschillende audiobronnen kunt genieten. We hopen dat de "YAS-71/YAS-81" u veel luisterplezier en voldoening geeft.
■ Info over deze handleiding
• In deze handleiding worden handelingen die kunnen worden uitgevoerd met de knoppen op het voorpaneel of de
afstandsbediening uitgelegd aan de hand van de afstandsbediening.
• y geeft een tip aan voor uw bediening. Opmerkingen bevatten belangrijke informatie over veiligheid en
bedieningsinstructies.
• De handleiding werd vóór de productie gedrukt. Ontwerp en specificaties zijn onderhevig aan wijzigingen als gevolg
van verbeteringen, enz. Bij verschillen tussen de handleiding en het product krijgt het product voorrang.2 Nl INLEIDING Dit product bevat de volgende items. Controleer of u de volgende items hebt ontvangen voordat u aansluitingen maakt.
• Alle meegeleverde onderdelen voor YAS-81 kunt u terugvinden in de doos van YAS-81SPX.
AAN DE SLAG Bijgeleverde delen
Centraal systeem (YAS-71CU/YAS-81CU)
Dubbelzijdige tape (2 stukken)
antisliplaag (2 stukken)
GebruiksaanwijzingCover3 Nl
AAN DE SLAG INLEIDING Nederlands
■ Voorpaneel van het centrale systeem
1 Scherm van het voorpaneel
Toont informatie over de bedieningsstatus van het
Licht op wanneer het systeem wordt ingeschakeld.
4 STANDBY/ON Schakelt het systeem in of zet het in de waakstand.
Een kleine hoeveelheid elektriciteit wordt verbruikt om het
infraroodsignaal van de afstandsbediening te ontvangen,
zelfs wanneer het systeem in de waakstand staat.
5 INPUT Selecteert een ingangsbron waarnaar u wilt luisteren.
Bepaalt het volume van het systeem. (☞ P. 16)
Bedieningselementen en functies
■ Voorpaneelscherm van het centrale systeem
1 Decoderindicatoren
De respectieve indicator licht op wanneer een decoder
van het systeem wordt gebruikt.
• Licht op wanneer het systeem een signaal ontvangt
van een iPod die zich in het universele Yamaha
iPod-station (zoals YDS-10 of YDS-11, apart
verkrijgbaar) bevindt die op de DOCK-aansluiting
van de subwoofer/systeembediening is
aangesloten. (☞ P. 28)
• Licht op terwijl de Yamaha Bluetooth draadloze
audio-ontvanger (zoals YBA-10, apart
verkrijgbaar) is aangesloten op de Bluetooth-
component. (☞ P. 30)
• Knippert terwijl de aangesloten Yamaha Bluetooth
draadloze audio-ontvanger (zoals YBA-10, apart
verkrijgbaar) en de Bluetooth-component worden
gekoppeld of terwijl de Yamaha Bluetooth
draadloze audio-ontvanger naar de Bluetooth-
component zoekt. (☞ P. 30)
3 ENHANCER-indicator
Licht op wanneer de versterkingsmodus voor
gecomprimeerde muziek is geselecteerd. (☞ P. 21)
Licht op wanneer het systeem zich in de automatische
afstemmingsmodus bevindt. (☞ P. 23)
Licht op wanneer het systeem een zender ontvangt.
Licht op wanneer het systeem een sterk signaal
ontvangt van een FM-stereo-uitzending in
automatische afstemmingsmodus. (☞ P. 23)
Knippert om aan te tonen dat een zender kan worden
opgeslagen. (☞ P. 24, 25)
Licht op wanneer het systeem zich in de PTY SEEK-
modus bevindt. (☞ P. 27)
PS/PTY/RT/CT-indicator
Licht op volgens de beschikbare
Radiogegevenssysteem-informatie (☞ P. 26).
6 Multi-informatiescherm
Toont de geselecteerde ingangsbron, huidige
surround-modus en andere informatie.
7 MUTE-indicator/VOLUME-indicator
• Knippert zolang de dempingsfunctie actief is.
• Geeft het huidige volumeniveau aan.5 Nl
AAN DE SLAG INLEIDING Nederlands
Selecteer een ingangsbron waarnaar u wilt luisteren.
• Schakelt de surround-modus uit. (☞ P. 18)
Audiovertraging: Wijzig de instelling. (☞ P. 32)
FM: Ga een vooraf ingestelde groep en nummer
verder of terug. (☞ P. 22)
4 PRESET/TUNE, AUTO/MAN'L, MEMORY Bedien een FM-tuner. (☞ P. 22)
Bedien een iPod of een Bluetooth-component.
6 BLUETOOTH ON/BLUETOOTH OFF Maakt of verbreekt de verbinding met een Bluetooth-
component. (☞ P. 31)
7 STANDBY/ON Schakelt het systeem in of zet het in de waakstand.
8 MOVIE/MUSIC/SPORTS/GAME Selecteer surround-modus. (☞ P. 18)
9 VOLUME (+/-)/MUTE Bedien het volume van het systeem. (☞ P. 16)
0 SW (+/-)/CENTER (+/-)/SUR. (+/-)
Wijzig de volumebalans. (☞ P. 33)
AAN DE SLAG B POSITION Verschuift de optimale luisterplaats volgens uw
luisterpositie. (☞ P. 19)
C TEST Geeft de testtoon weer. (☞ P. 20)
D FREQ/TEXT Schakelt het informatiescherm over bij ontvangst van
Radiogegevenssysteem. (☞ P. 26)
PTY SEEK MODE Wijzigt het programmatype. (☞ P. 27)
PTY SEEK START Start het zoeken naar een programmatype. (☞ P. 27)
E ENHANCER Schakelt de versterking voor gecomprimeerde muziek
beurtelings in en uit. (☞ P. 21)
F NIGHT Schakelt nachtluistermodus in of uit. (☞ P. 33)
G AREA Selecteert de optimale luisterplaats. (☞ P. 20)
H AUDIO DELAY Vertraagt het weergegeven geluid om het met het
videobeeld te synchroniseren. (☞ P. 32)
I DISP. MODE Wijzigt de helderheid van het voorpaneelscherm.
(☞ P. 34)7 Nl AAN DE SLAG INLEIDING Nederlands
■ De afstandsbediening gebruiken
Gebruik de afstandsbediening binnen een straal van 6 m vanaf het centrale systeem en richt het naar de
afstandsbedieningssensor.
• Mors geen vloeistof op de afstandsbediening.
• Laat de afstandsbediening niet vallen.
• Laat de afstandsbediening niet op een plaats die:
– warm of vochtig is, zoals in de buurt van een verwarming of in een badkamer;
• Als de afstand waarin de afstandsbediening efficiënt werkt aanzienlijk afneemt, dient u de batterijen zo snel mogelijk te vervangen
• Gebruik geen oude batterij in combinatie met een nieuwe.
• Gebruik geen verschillende soorten batterijen (bijvoorbeeld, alkaline en mangaan) samen. Hun prestaties zullen variëren, zelfs als ze
dezelfde vorm hebben.
• Als de batterijen leeglopen, dient u ze onmiddellijk uit de afstandsbediening te verwijderen om een ontploffing of zuurlek te
• Doe batterijen volgens de plaatselijke reglementen weg.
• Doe een batterij onmiddellijk weg als ze begint te lekken. Let erop dat er geen batterijzuur in contact komt met uw huid of kledij. Veeg
het vak schoon voordat u nieuwe batterijen plaatst.
1 Verwijder de klep van het batterijvak.
2 Plaats de 2 bijgeleverde batterijen (AAA, R03, UM4), terwijl u
de polariteitsaanduidingen (+ en –) aan de binnenkant van
het batterijvak in acht houdt.
3 Klik de klep van het batterijcompartiment opnieuw vast.8 Nl VOORBEREIDING Om de geluidskwaliteit ten volle te ervaren, moet u het systeem correct opstellen en de componenten juist installeren.
Nadat u de opstelling hebt gekozen, volgt u de onderstaande procedure om het systeem te installeren.
Centraal systeem (YAS-71CU/YAS-81CU) Plaats het centrale systeem boven of onder de tv zodat het centrale systeem en uw tv verticaal op één lijn liggen. Zorg ervoor dat het centrale systeem parallel met de muur is geplaatst.Belangrijkste functies: Produceert (stereo) geluiden van het voorkanaal. Produceert eveneens geluiden van het virtuele centrale kanaal (dialoog, enz.) en het virtuele surroundkanaal op een efficiënte manier met behulp van het Yamaha voorsurroundsysteem. Subwoofer/systeembediening
(YAS-71SPX/YAS-81SPX) Plaats de subwoofer in de buurt van het centrale systeem en draai het een beetje naar het middenpunt van de kamer om muurweerkaatsingen te verminderen. Belangrijkste functies: Produceert de geluiden met lage frequenties (LFE). • Dit systeem is afgeschermd tegen magnetische velden. Als het beeld op uw tv-scherm echter wazig of verstoord wordt, raden we u aan om het systeem uit de buurt van uw tv te verplaatsen. • Geluiden met lage frequenties die door de subwoofer/systeembediening worden geproduceerd, worden mogelijk anders gehoord afhankelijk van de luisterpositie en subwooferlocatie. Verplaats de subwoofer om het gewenste geluid te verkrijgen. •
Afhankelijk van uw installatieomgeving kunnen aansluitingen naar externe componenten vóór de installatie van het systeem worden
gemaakt. We raden u aan om tijdelijk alle componenten te plaatsen en op te stellen om te beslissen welke procedure het best eerst gebeurt.
U kunt het centrale systeem op een rek plaatsen of aan een wand bevestigen. Selecteer een installatiemethode die
geschikt is voor uw omgeving.
Plaats het centrale systeem aan de voet van/onder een televisie
y Gebruik de bijgeleverde tussenstukken als volgt als er zich een obstakel (tv-standaard, enz.) onder het centrale systeem bevindt. 1 Bevestig de bijgeleverde dubbelzijdige tape
op de tussenstukken en antisliplagen op de
achterkant van de tussenstukken.
Bevestig de tussenstukken aan de onderkant. • Bedek de afstandsbedieningssensor van uw tv, enz. niet met het centrale systeem. • De tussenstukken bekrassen of beschadigen mogelijk het oppervlak van uw rek of vloer. Wees voorzichtig bij het plaatsen of verplaatsen van het centrale systeem.• Neem om veiligheidsredenen op voorhand maatregelen om te voorkomen dat het centrale systeem valt. HET SYSTEEM PLAATSEN Centraal systeem(YAS-71CU/YAS-81CU)Subwoofer/systeembediening (YAS-71SPX/YAS-81SPX) Opmerkingen
Het centrale systeem plaatsen Voorbeeld 1:Aan de voet van uw televisieVoorbeeld 2:Onder uw televisieZijde. A Zijde. BDubbelzijdige tape Dubbelzijdige tape Antisliplaag Antisliplaag Opmerkingen9 Nl HET SYSTEEM PLAATSEN VOORBEREIDING Nederlands
■ Het centrale systeem bevestigen aan een muur
Het centrale systeem installeren met behulp van spiegaten
U kunt het centrale systeem aan een muur bevestigen met in de handel verkrijgbare schroeven (#8, diameter: 7,5 mm of
1 Bevestig het bijgeleverde installatiesjabloon
op een muur en duid de gaten van het
installatiesjabloon aan.
2 Verwijder het installatiesjabloon en installeer
vervolgens de in de handel verkrijgbare
schroeven op de aanduidingen.
y Raadpleeg de rechterkolom om de kabels boven het centrale systeem te installeren. 3 Hang het centrale systeem aan de schroeven
met behulp van de spiegaten aan de
achterkant van het centrale systeem. Bij installatie van het centrale systeem op een muur moet al het installatiewerk worden uitgevoerd door een bevoegde aannemer of dealer. De klant moet nooit proberen het installatiewerk zelf uit te voeren. Onjuiste of gebrekkige installatie kan ervoor zorgen dat het centrale systeem valt, met letsels als gevolg.Tapes of duimspijkersAanduiding4 tot 6 mmDiameter: 7,5 mm of meer (#8)
Installeer de kabels boven het centrale
U moet de tussenstukken bevestigen om plaats te
maken aan de achterkant van het centrale systeem om
de kabels omhoog te leiden.
In stap 2 van de linkerkolom;
2-a: Bevestig de bijgeleverde tussenstukken aan het
achterpaneel van het centrale systeem met behulp
van de bijgeleverde dubbelzijdige tape. U kunt
kiezen tussen zijde A of zijde B.
2-b: Verwijder het installatiesjabloon en installeer
vervolgens de in de handel verkrijgbare schroeven
op de aanduidingen. A: Voor smalle ruimte B: Voor brede ruimteDubbelzijdige tape Dubbelzijdige tape Bevestig Bevestig22 tot 24 mm34 tot 36 mm10 Nl HET SYSTEEM PLAATSEN Het centrale systeem installeren met behulp van de schroefgaten
U kunt ook de schroefgaten aan de binnenkant of de buitenkant van de achterkant van het centrale systeem gebruiken om
het met een in de handel verkrijgbare steun of rek te installeren.
• Het centrale systeem weegt ongeveer 5 kg voor YAS-71 en 6 kg voor YAS-81. Bevestig het centrale systeem aan een steun, rek of
muur. Bevestig het centrale systeem niet aan een muur die uit zwak materiaal bestaat, zoals pleisterkalk of vernist hout. Hierdoor kan
het centrale systeem vallen.
• Gebruik in de handel verkrijgbare schroeven die het gewicht van de installatie kunnen ondersteunen.
• Zorg ervoor dat u de opgegeven schroeven gebruikt om het centrale systeem te bevestigen. Als u klemmen gebruikt in plaats van de
vermelde schroeven of korte schroeven, nagels of dubbelzijdige tape, kan het centrale systeem vallen.
• Maak de luidsprekerkabels vast waar ze niet los kunnen geraken als u het centrale systeem aansluit. Als uw voet of hand per ongeluk
achter een losse luidsprekerkabel blijft hangen, kan het centrale systeem vallen.
• Controleer na het bevestigen van het centrale systeem of het stevig vastzit. Yamaha aanvaardt geen verantwoordelijkheid voor
ongelukken voortkomende uit foutieve installaties.
Hoogte binnenkant: 290 mm
Hoogte buitenkant: 550 mm
VOORBEREIDING Nederlands
Volg onderstaande procedure om het centrale systeem en de subwoofer/systeembediening aan te sluiten.
Luidsprekerkabels aansluiten
De systeembedieningskabel aansluiten
AANSLUITING • Sluit het netsnoer niet aan tot alle aansluitingen zijn uitgevoerd.• Forceer de kabelstekker niet bij het aansluiten. Dit kan schade veroorzaken aan de kabelstekker en/of aansluiting. Het centrale systeem en de subwoofer/systeembediening aansluiten Luidsprekerkabel (bijgeleverd)Sluit de kabelstekker aan op de luidspreker-aansluiting van dezelfde kleur.Sluit de kabelstekker aan op de luidsprekeraansluiting van dezelfde kleur.Systeembedieningskabel (bijgeleverd)Draai de schroeven vast.Draai de schroeven vast.12 Nl AANSLUITING De subwoofer/systeembediening heeft 3 digitale ingangen (optisch digitaal × 2, coaxiaal digitaal × 1) en 1 analoge
ingang. Controleer de uitgangen van de componenten en gebruik de juiste aansluitingskabels voordat u uw externe
componenten aansluit.
■ Digitale aansluiting
• De digitale aansluitingen van dit systeem ondersteunen de bitstreams PCM, Dolby Digital, en DTS.
• De digitale aansluitingen ondersteunen digitale signalen met een bemonsteringsfrequentie van 96 kHz of minder.
[INPUT 1, 2] OPTICAL-aansluiting
Voorbeeld 1: DVD-speler
Voorbeeld 2: TV-spelconsole
Externe onderdelen aansluiten
Opmerkingen DVD-spelerTV Optische digitale kabel Spelconsole
TV Optische digitale kabel13 Nl AANSLUITING VOORBEREIDING Nederlands
■ Analoge aansluiting
[INPUT 4] ANALOG-aansluitingen
Voorbeeld1: TV Voorbeeld 2: VCR of videocamera
VCR of videocamera, enz. zonder digitale uitgang. CD-speler Coaxiale digitale kabel
TV VideocameraVCR, enz.14 Nl AANSLUITING Het systeem is uitgerust met de DOCK-aansluiting, waarmee u het universele Yamaha iPod-station (zoals YDS-10 of
YDS-11, apart verkrijgbaar) kunt aansluiten zodat u uw iPod kunt koppelen. Sluit het universele Yamaha iPod-station
aan op de DOCK-aansluiting van de subwoofer/systeembediening met behulp van de speciale kabel. Raadpleeg "iPod™
gebruiken" op pagina 28 voor meer informatie.
U kunt ook de Yamaha Bluetooth draadloze audio-ontvanger (zoals YBA-10, apart verkrijgbaar) aansluiten op de
DOCK-aansluiting. Sluit de Yamaha Bluetooth draadloze audio-ontvanger aan op de DOCK-aansluiting van de
subwoofer/systeembediening met behulp van de speciale kabel. Raadpleeg "Bluetooth™-componenten gebruiken" op
pagina 30 voor meer informatie.
Sluit de bijgeleverde FM-binnenhuisantenne aan om naar FM-radiozenders te luisteren.
Het universele Yamaha iPod-station aansluiten
Yamaha Universeel iPod-station
(zoals YDS-10 of YDS-11, apart verkrijgbaar)
De Yamaha Bluetooth draadloze audio-ontvanger aansluiten
De FM-binnenhuisantenne aansluiten
Yamaha Bluetooth draadloze audio-ontvanger
(zoals YBA-10, apart verkrijgbaar)
Als de radiogolfontvangst zwak is in uw regio of als u de
radiogolfontvangst wilt verbeteren, raden we u aan om een
buitenantenne te gebruiken. Voor meer informatie, raadpleeg de
dichtstbijzijnde Yamaha-handelaar of Service Center.15 Nl AANSLUITING VOORBEREIDING Nederlands
Sluit het netsnoer van de subwoofer/systeembediening aan nadat u alle aansluitingen hebt uitgevoerd.
Nadat u alle aansluitingen hebt doorgevoerd, kunt u de klep naar voorkeur bevestigen of losmaken.
Bevestig de klep op het achterpaneel van de subwoofer/systeembediening met behulp van de 6 bijgeleverde schroeven, zoals
Het netsnoer aansluiten
Naar stopcontact16 Nl BASISBEDIENINGVolg de onderstaande procedure om de basisafspeelbediening te starten zodra u alle kabels hebt aangesloten (☞ P. 11 tot 15) en de voorbereiding met de afstandsbediening hebt uitgevoerd (☞ P. 7).
1 Druk op STANDBY/ON. Het systeem wordt ingeschakeld en het stroomlampje licht op. Druk nogmaals op STANDBY/ON om het systeem in standby-modus te zetten. y Dit systeem heeft de auto-sleep-functie die het systeem automatisch in de waakstand zet als het systeem gedurende 24 uur ingeschakeld is gelaten zonder handeling. 2 Druk op een van de ingangsknoppen om een ingangsbron te selecteren.Bijvoorbeeld, als een dvd-speler is aangesloten op de INPUT 1-aansluiting van de subwoofer/systeembediening drukt u op INPUT 1 om de dvd-speler te selecteren. y U kunt de ingangsbron ook wisselen door herhaaldelijk op INPUT te drukken op het centrale systeem. De ingangsbron wijzigt als volgt: 3 Start weergave op de geselecteerde externe component.Voor informatie over de externe component, raadpleeg de handleiding voor het product. 4 Druk op VOLUME +/– om het volumeniveau aan te passen. y Om het volume tijdelijk te dempen, drukt u op MUTE. Terwijl de dempingsfunctie actief is, knippert de MUTE-indicator. Om het volume te herstellen drukt u nogmaals op MUTE. Probeer nu verschillende functies van dit
BASISAFSPEELBEDIENING Verschillende geluidsfuncties
gebruiken • Naar uiterst realistische geluiden luisteren met surround-modus ☞ P. 18• De optimale luisterplaats zijdelings verschuiven☞ P. 19• De optimale luisterplaats selecteren ☞ P. 20• Een breder stereogeluid ervaren wanneer surround-modus niet actief is ☞ P. 21• Gecomprimeerde audiosignalen in hoge kwaliteit afspelen ☞ P. 21• De geluidsuitvoer vertragen om het te synchroniseren met het videobeeld ☞ P. 32• Naar verschillende ingangsbronnen luisteren aan lager volume ☞ P. 33 Naar FM-uitzendingen/
optionele apparatuur luisteren • Naar FM-uitzendingen luisteren ☞ P. 22• iPod-weergave bedienen ☞ P. 28• Een Bluetooth-component afspelen ☞ P. 3017 Nl
BASISBEDIENING Nederlands
Normaal zijn twee voorluidsprekers, een centrale luidspreker, twee
surround-luidsprekers en een subwoofer nodig om naar 5.1-kanaals
surround-geluid te luisteren.
■ Virtueel 7.1-kanaals geluid
Dankzij de AIR SURROUND XTREME-technologie, die alleen de
linker en rechter voorluidspreker van het centrale systeem en de
subwoofer gebruikt, kunt u naar een realistisch 7.1-kanaals geluid
luisteren door simulatie van virtuele luidsprekers in het midden, surround
en surroundachterkanten.
U kunt het virtuele surround-effect controleren en de volumebalans aanpassen naar voorkeur en de eigenschappen van
uw luisterkamer. Raadpleeg de volgende pagina's voor meer informatie.
• Het virtuele surround-effect controleren ☞ P. 20
• De volumebalans wijzigen ☞ P. 33
Gebruik deze functie om de volumebalans van de subwoofer-, centrale en surround-kanalen tijdens de weergave te
AIR SURROUND XTREME Wat is AIR SURROUND XTREME? Typisch 5.1-kanaals luidsprekersysteemVoorluidsprekersSubwooferCentrale luidsprekerSurround-luidsprekers Het systeem creëert het virtueel 7.1-kanaals surround-geluid met het centrale systeem en de
SBR, SBL: Virtuele surround-luidsprekers
achteraan Het geluidsbeeld van het systeemAIR SURROUND XTREME 18 Nl
Druk op een van de knoppen van de surround-
De namen van de geselecteerde ingangsbron en de
geselecteerde surround-modus verschijnen in het
• Druk op STEREO om de oorspronkelijke geluiden weer te
• Het systeem onthoudt automatisch de instellingen die aan elke
ingangsbron zijn toegewezen. Als u een andere ingang
selecteert, roept het systeem automatisch de laatste instellingen
op voor de geselecteerde ingang.
Naar de surround-modus luisteren van AIR SURROUND XTREME Knoppen van
Surround-modus-beschrijvingen
Deze modus is nuttig als u filminhoud op media
zoals dvd, enz. wilt bekijken.
Deze modus is nuttig als u muziekinhoud op media
zoals dvd, enz. wilt bekijken.
Deze modus is nuttig als u naar sportprogramma's
Deze modus is nuttig als u videogames speelt.AIR SURROUND XTREME 19 Nl
BASISBEDIENING Nederlands
De functie verschuift de optimale luisterplaats zijdelings volgens uw luisterpositie voor het beste virtuele surround-
1 Druk op POSITION om de positiemodus te
De huidige positie verschijnt in het
2 Druk op W/X om de optimale luisterplaats te
verschuiven (L6, L5, L4, L3, L2, L1, CENTER,
R1, R2, R3, R4, R5, R6).
Verschuif de optimale luisterplaats van L1 naar L6
wanneer uw luisterpositie zich aan de linkerkant van
het centrale systeem bevindt en verschuif de optimale
luisterplaats van R1 naar R6 wanneer uw
luisterpositie zich aan de rechterkant van het centrale
De positie verschijnt in het voorpaneelscherm.
Voorbeeld: "POSITION L1"
3 Druk opnieuw op POSITION of ENTER om
de positiemodus te sluiten.
• De standaardinstelling is CENTER.
• Als u op TEST drukt na stap 1 geeft het systeem een testgeluid
weer voor een virtuele centrale luidspreker zodat u de positie-
instelling kunt wijzigen. (☞ P. 20)
• De instelling is ingesteld voor alle ingangsbronnen.
• Deze functie is zelfs beschikbaar wanneer de surround-modus is
Als u deze functie niet gebruikt binnen 30 seconden na het
activeren van de positiemodus gaat het systeem automatisch uit
De optimale luisterplaats zijdelings verschuiven
De optimale luisterplaats
OpmerkingAIR SURROUND XTREME 20 Nl
U kunt de optimale luisterplaats uit twee modi selecteren.
Telkens als u op AREA drukt, wordt er gewisseld tussen
de modi NORMAL en WIDE.
NORMAL Kies dit om het geluidseffect scherper te maken.
"AREA NORMAL" verschijnt in het voorpaneelscherm
wanneer de NORMAL-modus is geselecteerd.
WIDE Selecteer dit om de optimale luisterplaats te verbreden.
• De standaardinstelling is NORMAL.
• De instelling is ingesteld voor alle ingangsbronnen.
Deze functie is alleen beschikbaar wanneer de surround-modus is
U kunt het virtuele surround-effect controleren met behulp van de testgeluiden van de luidsprekers.
om het testgeluid weer te geven.
Het systeem geeft een testgeluid weer en het uitgangskanaal
van het testgeluid verschijnt in het voorpaneelscherm.
Het uitgangskanaal van het testgeluid doorloopt de
volgende cyclus. Elk kanaal geeft gedurende ongeveer
2 seconden het testgeluid weer.
Druk opnieuw op TEST om de testgeluidmodus te verlaten.
De virtuele surroundluidspreker achteraan is opgenomen in SL en
De optimale luisterplaats selecteren
AREA NORMAL WIDE Opmerking
Het virtuele surround-effect controleren
luidsprekerkanaalAIR SURROUND XTREME 21 Nl
BASISBEDIENING Nederlands
Hiermee wordt een uitgebreid geluid gecreëerd voor een bron met 2 kanalen, zoals een cd-speler.
"EXTENDED" verschijnt in het voorpaneelscherm.
Telkens wanneer u op STEREO drukt, wordt de functie
afwisselend in- (EXTENDED) en uitgeschakeld
• Het systeem onthoudt de instellingen die aan elke ingangsbron
• U kunt de versterkingsmodus voor gecomprimeerde muziek
ook inschakelen wanneer de extended stereo-modus is
Deze functie is alleen beschikbaar als de surround-modus niet is
Deze functie verbetert de luisterervaring door ontbrekende harmonische elementen in een gecomprimeerd bestand
opnieuw te genereren.
Dit is handig wanneer u gecomprimeerde muziekgegevens afspeelt van een iPod of digitaal muziekapparaat.
De ENHANCER-indicator licht op in het
voorpaneelscherm als deze functie is ingeschakeld.
Elke keer u op ENHANCER drukt, wordt de functie
afwisselend in- en uitgeschakeld. De geselecteerde modus
wordt in het geheugen opgeslagen, zelfs als het toestel is
• Het systeem onthoudt de instellingen die aan elke ingangsbron
• De nachtluistermodus wordt automatisch uitgeschakeld als deze
functie is ingeschakeld. (☞ P. 33)
De extended stereo-modus gebruiken
De versterker voor gecomprimeerde muziek instellen
ENHANCER22 Nl ANDERE FUNCTIES U kunt twee afstemmingsmodi gebruiken om af te stemmen op een gewenste FM-zender:
Frequentie-afstemmingsmodus
U kunt de frequentie van de gewenste FM-zender automatisch of handmatig zoeken of specificeren. (raadpleeg
"Basisafstemming" op pagina 23.)
Voorkeuze-afstemmingsmodus
U kunt de gewenste FM-zender vooraf als voorkeuzezender instellen en vervolgens de zender oproepen door de
gewenste voorkeuzegroep en het nummer te specificeren. (raadpleeg "De zendervoorkeuzefunctie gebruiken" op
LUISTEREN NAAR FM-UITZENDINGEN Overzicht
Bedieningselementen en functies voor de FM-afstemming
A_E/A` E Selecteert de voorkeuzegroep (A
PRESET/TUNE Wisselt tussen frequentie-
afstemmingsmodus en de
voorkeuze-afstemmingsmodus.
AUTO/MAN'L Wisselt tussen automatische en
handmatige afstemmingsmodus.
FM Stel de invoer in op FM.
• Selecteer de gewenste
frequentie in de frequentie-
• Selecteer het gewenste
voorkeuzenummer (1 tot 8) in
MEMORY Activeert de voorkeuze-
FREQ/TEXT Schakelt het informatiescherm
over bij ontvangst van
Radiogegevenssysteem.
PTY SEEK MODE Wijzigt het programmatype.
PTY SEEK START Start het zoeken naar een
programmatype.LUISTEREN NAAR FM-UITZENDINGEN 23 Nl
NederlandsANDERE FUNCTIES
1 Druk op FM om de invoer in te stellen op FM.
"FM" verschijnt in het voorpaneelscherm.
2 Druk op AUTO/MAN'L om te wisselen
tussen automatisch en handmatig.
De AUTO-indicator licht op wanneer het systeem
zich in de automatische afstemmingsmodus bevindt.
Als een dubbelepunt (:) verschijnt, is het systeem ingesteld
op de voorkeuze-afstemmingsmodus. (☞ P. 24)
3 Druk één keer op +/– om automatische
afstemming te starten.
Als het systeem is afgestemd op een zender licht de
TUNED-indicator op en wordt de frequentie van de
ontvangen zender in het voorpaneelscherm getoond.
Wanneer u afstemt op een FM-zender met de automatische
afstemmingsmodus, ontvangt het systeem het FM-
radiosignaal in stereo-ontvangstmodus. De STEREO-
indicator verschijnt in het voorpaneelscherm.
Basisafstemming Geen dubbelepunt (:)Licht opLicht op Handmatige afstemming
Als het signaal dat u van de zender ontvangt zwak is,
kunt u op de gewenste zender afstemmen door de
frequentie handmatig aan te geven. Druk in de FM-
afstemmingsmodus herhaaldelijk op AUTO/MAN'L
zodat de AUTO-indicator verdwijnt en druk
vervolgens herhaaldelijk op +/– om de frequentie van
de gewenste zender te specificeren.
Als u op een zender afstemt met de handmatige
afstemmingsfunctie ontvangt het systeem de FM-
radiosignalen in mono-ontvangstmodus om de
signaalkwaliteit te verbeteren.LUISTEREN NAAR FM-UITZENDINGEN 24 Nl
■ Automatische zendervoorkeuze
U kunt tot 40 FM-zenders opslaan (A1 tot E8: 8 voorkeuzenummers in elk van de 5 voorkeuzegroepen).
Druk op A_E of A` E om een voorkeuzegroep te selecteren en druk vervolgens herhaaldelijk op +/– om een voorkeuzenummer te
selecteren waarop de eerste zender wordt opgeslagen nadat u stap 2 hebt uitgevoerd.
• Opgeslagen zendergegevens van een voorkeuzenummer worden gewist als u een nieuwe zender op hetzelfde voorkeuzenummer
• Als het aantal ontvangen zenders onder 40 blijft (A1 tot E8), stopt voorkeuze-afstemming automatisch na het zoeken naar alle
beschikbare zenders.
De zendervoorkeuzefunctie gebruiken
1 Druk op FM om de invoer in te stellen op FM.
"FM" verschijnt in het voorpaneelscherm.
2 Houd MEMORY gedurende meer dan 3 seconden
De voorkeuzegroep en het nummer en de MEMORY- en
AUTO-indicatoren knipperen. Na ongeveer 5 seconden
start de automatische voorkeuze-instelling vanaf de huidige
frequentie en gaat verder doorheen de hogere frequenties.
Druk opnieuw op MEMORY om te annuleren terwijl de
MEMORY-indicator knippert.
Wanneer de automatische voorkeuzeafstemming is
voltooid, toont het voorpaneelscherm de frequentie van de
Stel de zender handmatig in als de gewenste zender niet is opgeslagen of als een zender niet is opgeslagen onder een
bepaalde voorkeuzegroep en nummer. Raadpleeg "Handmatige zendervoorkeuze" op pagina 25 voor meer informatie.LUISTEREN NAAR FM-UITZENDINGEN 25 Nl
NederlandsANDERE FUNCTIES
■ Handmatige zendervoorkeuze
Gebruik deze functie om van uw gewenste zender handmatig een voorkeuzezender te maken.
1 Stem af op een zender.
Raadpleeg "Basisafstemming" op pagina 23 voor
afstemmingsinstructies.
De MEMORY-indicator knippert op het
voorpaneelscherm gedurende 30 seconden.
Druk opnieuw op MEMORY om te annuleren terwijl
de MEMORY-indicator knippert.
3 Druk herhaaldelijk op A_E of A`E om een
voorkeuzegroep (A tot E) te selecteren terwijl
de MEMORY-indicator knippert.
De geselecteerde voorkeuzegroep verschijnt.
4 Druk op +/– om een voorkeuzenummer (1 tot
8) te selecteren terwijl de MEMORY-indicator
5 Druk op MEMORY om de voorkeuze te
Nadat "A1:PRESET OK" verschijnt op het
uitleesvenster op het voorpaneel, verschijnt de
frequentie binnen de voorkeuzegroep die u hebt
geselecteerd. De MEMORY-indicator verdwijnt in
het voorpaneelscherm.
• Opgeslagen zendergegevens van een voorkeuzenummer
worden gewist als u een nieuwe zender op hetzelfde
voorkeuzenummer opslaat.
• Ontvangstmodus (stereo of mono) wordt samen met de
stationsfrequentie opgeslagen.
Opmerkingen Knippert Voorkeuzenummer
Het geselecteerde station werd opgeslagen als A1.LUISTEREN NAAR FM-UITZENDINGEN 26 Nl
■ De voorkeuzezenders
Radiogegevenssysteem-zenders
Het Radiogegevenssysteem is een gegevensoverdrachtsysteem dat
in vele landen door FM-zenders wordt gebruikt. Het systeem kan
verscheidene Radiogegevenssysteem-gegevens ontvangen zoals
PS (programmadienst), PTY (programmatype), RT (radiotekst) en
CT (kloktijd) bij ontvangst van Radiogegevenssysteem-stations.
Het informatiescherm van
Radiogegevenssysteem overschakelen
Druk op FREQ/TEXT terwijl u Radiogegevenssysteem
ontvangt. Telkens u op de knop drukt, wijzigt het
informatiescherm als volgt:
• PROGRAM SERVICE (PS)
Geeft het Radiogegevenssysteem-programma weer dat
• PROGRAM TYPE (PTY)
Geeft het type Radiogegevenssysteem-programma
weer dat wordt ontvangen.
Geeft de informatie weer van het
Radiogegevenssysteem-programma dat wordt
• FREQUENCY Geeft de frequentie, de voorkeuzegroep en het
voorkeuzenummer weer.
• U kunt alleen een Radiogegevenssysteem-weergavemodus selecteren wanneer de corresponderende Radiogegevenssysteem-indicator oplicht op het uitleesvenster op het voorpaneel. Het kan even duren voor het systeem alle Radiogegevenssysteem-gegevens van de zender heeft ontvangen. • U kunt alleen de beschikbare Radiogegevenssysteem-weergavemodi selecteren die worden aangeboden door de zender. • Indien de ontvangen signalen niet sterk genoeg zijn, is het mogelijk dat het systeem de Radiogegevenssysteem-gegevens niet kan gebruiken. Vooral de RT-modus vereist een grote hoeveelheid gegevens en is mogelijk niet beschikbaar, zelfs niet wanneer andere Radiogegevenssysteem-weergavemodi dat wel zijn. • Druk bij slechte ontvangst op AUTO/MAN'L om handmatige afstemming te selecteren (☞ P. 23).• Als de signaalsterkte verzwakt wordt door externe storingen tijdens de ontvangst van de Radiogegevenssysteem-gegevens, is het mogelijk dat de ontvangst plots wordt verbroken en "...WAIT" verschijnt op het uitleesvenster op het voorpaneel.• Wanneer de RT-modus is geselecteerd, kan het systeem de programma-informatie weergeven met een maximum van 64 alfanumerieke tekens, inclusief het umlautsymbool. Niet beschikbare tekens worden weergegeven als underscores "_".• Als de ontvangst wordt onderbroken wanneer de CT-modus is geselecteerd, wordt "CT WAIT" weergegeven op het uitleesvenster op het voorpaneel. 1 Druk op PRESET/TUNE om de voorkeuze-
afstemmingsmodus te selecteren.
2 Druk herhaaldelijk op A_E of A `E om de
gewenste voorkeuzegroep (A tot E) te
3 Druk herhaaldelijk op +/– om het gewenste
voorkeuzenummer te selecteren (1 tot 8). Voorkeuzegroep en nummerFM-voorkeuzezender OpmerkingenLUISTEREN NAAR FM-UITZENDINGEN 27 Nl
NederlandsANDERE FUNCTIES Zenders selecteren op programmatype (genre)
U kunt afstemmen op Radiogegevenssysteem-zenders
door een programmatype (genre) te kiezen uit
15 opties. Zodra u een programmatype hebt geselecteerd,
zoekt het systeem automatisch naar
Radiogegevenssysteem-zenders die het overeenkomstige
programmatype uitzenden.
1 Druk op PTY SEEK MODE om de PTY SEEK-modus in te schakelen.
De naam van het programmatype of "NEWS"
knippert op het uitleesvenster op het voorpaneel.
Druk nogmaals op PTY SEEK MODE om de PTY SEEK-
2 Druk op +/– om het programmatype te
De naam van het gekozen programmatype verschijnt
op het uitleesvenster op het voorpaneel.
3 Druk op PTY SEEK START om te zoeken
naar alle beschikbare
Radiogegevenssysteem-voorkeuzezenders.
De naam van het gekozen programmatype knippert
en de PTY HOLD-indicator gaat branden op het
uitleesvenster op het voorpaneel.
Druk normaals op PTY SEEK START om de
zoekopdracht te stoppen.
• Het systeem stopt met zoeken wanneer een zender is gevonden
die het geselecteerde programmatype uitzendt.
• Als u de gevonden zender niet wenst te beluisteren, drukt u
nogmaals op PTY SEEK START om verder te zoeken naar
een andere zender die hetzelfde programmatype uitzendt.
Programmatype Omschrijvingen NEWS NieuwsAFFAIRS ActualiteitenINFO Algemene informatieSPORT SportEDUCATE EducatiefDRAMA HoorspelCULTURE CulturenSCIENCE Wetenschap Knippert VARIED Lichte ontspanningPOP M Populaire muziekROCK M RockmuziekM.O.R.M Middle-of-the-road-muziek (rustige muziek)LIGHT M Lichte klassieke muziekCLASSICS Ernstige klassieke muziekOTHER M Andere muziek Opmerkingen
Programmatype Omschrijvingen
Licht opKnippert28 Nl
Zodra u uw iPod in het universele Yamaha iPod-station hebt geplaatst (zoals YDS-10/YDS-11, apart verkrijgbaar) dat is
aangesloten op de DOCK-aansluiting van de subwoofer/systeembediening (☞ P. 14), kunt u uw iPod afspelen.
Oplaadfunctie batterij
Dit systeem laadt de batterij op van een iPod die zich in het universele Yamaha iPod-station bevindt dat op de DOCK-
aansluiting van de subwoofer/systeembediening is aangesloten, terwijl het systeem is ingeschakeld.
Uw iPod in het universele Yamaha iPod-station plaatsen
Zodra u uw iPod in het universele Yamaha iPod-station plaatst, verschijnen "iPod connected" en de DOCK-indicator op
het voorpaneelscherm. • Sommige functies zjin mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van het model of de softwareversie van uw iPod. • Voor een volledige lijst van statusberichten die in het voorpaneelscherm verschijnen, raadpleeg de "iPod"-sectie in "Problemen oplossen" op pagina 36.• Zet het volume op het minimum voordat u uw iPod in het station plaatst of verwijdert. ■ Bedieningselementen en functies voor iPod™
U kunt uw iPod in een eenvoudige afstandsbedieningsmodus of menubladermodus bedienen.
U kunt wisselen tussen de eenvoudige afstandsbedieningsmodus en de menubladermodus door te drukken op DOCK MODE.
DOCK MODE Schakel tussen eenvoudige
afstandsbedieningsmodus en
Bedieningsknoppen voor
Bedien de weergave van de aangesloten iPod.
p: Afspelen/pauzeren (eenvoudige
afstandsbedieningsmodus), Afspelen
e: Afspelen/pauzeren (eenvoudige
afstandsbedieningsmodus), Pauzeren
Vooruit/achteruit zoeken (ingedrukt houden)
DOCK Stel de invoer in op DOCK.
(S/T/W/X)/ENTER Blader door het menu van uw iPod.
•Druk op W om een niveau hoger
verplaatsen om een menu te selecteren.
•Druk op ENTER of X om een
geselecteerd menu te openen.
•Druk op ENTER in het
menuscherm "Songs" om het
geselecteerde nummer af te
spelen.OPTIONELE APPARATUUR GEBRUIKEN 29 Nl
NederlandsANDERE FUNCTIES
■ Uw iPod in eenvoudige afstandsbedieningsmodus bedienen
Uw iPod in het universele Yamaha iPod-station plaatsen (zoals YDS-10 of YDS-11, apart verkrijgbaar) activeert de
eenvoudige afstandsbedieningsmodus. U kunt de basisbediening van uw iPod (afspelen, stoppen, nummer verder/terug,
enz.) uitvoeren met de bijgeleverde afstandsbediening in deze modus.
U kunt ook de bedieningselementen van uw iPod gebruiken om handelingen uit te voeren. Raadpleeg de handleiding van uw iPod voor
■ Uw iPod in menubladermodus bedienen
De nummerlijst of afspeelinformatie wordt weergegeven op het voorpaneelscherm, zodat u nummers kunt selecteren en
weergeven of instellingen kunt aanpassen met behulp van de afstandsbediening in deze modus.
• U kunt niet de bedieningselementen van uw iPod gebruiken om handelingen uit te voeren.
• Tekens die niet op het voorpaneelscherm kunnen worden weergegeven, worden vervangen door strepen "_".
1 Druk op DOCK MODE om de menubladerstand te openen.
2 Druk herhaaldelijk op S/T/W/X om het gewenste menu te selecteren en druk vervolgens op
ENTER om het geselecteerde nummer af te spelen.
De instellingenlijst heeft de volgende 2 opties.
Gebruik deze functie om het systeem nummers of albums in willekeurige volgorde te laten afspelen.
Opties: Off, Songs, Album
U kunt naar elke optie overschakelen door op ENTER te drukken.
• Selecteer "Off" om deze functie te deactiveren.
• Selecteer "Songs" om het systeem nummers in willekeurige volgorde te laten spelen.
• Selecteer "Album" om het systeem albums in willekeurige volgorde te laten spelen.
Gebruik deze functie om het systeem een nummer of een reeks nummers te laten herhalen.
Opties: Off, One, All
U kunt naar elke optie overschakelen door op ENTER te drukken.
• Selecteer "Off" om deze functie te deactiveren.
• Selecteer "One" om het systeem één nummer te laten herhalen.
• Selecteer "All" om het systeem een reeks nummers te laten herhalen.
De inhoud van het iPod-menu varieert afhankelijk van het model of de generatie.
Opties Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Niveau 4 Playlists Afspeellijst NummerlijstArtists Artiestenlijst Albumlijst NummerlijstAlbums Albumlijst NummerlijstSongs Nummerlijst Genres Genrelijst Artiestenlijst Albumlijst Nummerlijst Composers Componistenlijst Albumlijst NummerlijstSettings Instellingenlijst OpmerkingOPTIONELE APPARATUUR GEBRUIKEN 30 Nl
U kunt de Yamaha Bluetooth draadloze audio-ontvanger (zoals YBA-10, apart verkrijgbaar) aansluiten op de DOCK-
aansluiting van de subwoofer/systeembediening en luisteren naar de muziek die is opgeslagen op uw Bluetooth-
component (zoals een draagbare muziekspeler of computer met een Bluetooth-zender, enz.) zonder bekabeling tussen het
systeem en de Bluetooth-component. U moet de aangesloten Yamaha Bluetooth draadloze audio-ontvanger en uw
Bluetooth-component op voorhand "koppelen".
■ Bedieningselementen en functies voor Bluetooth-
■ De Yamaha Bluetooth™ draadloze audio-ontvanger en uw
Bluetooth™-component koppelen
De koppeling moet worden uitgevoerd voordat u een Bluetooth-component voor het eerst gebruikt met de Yamaha
Bluetooth draadloze audio-ontvanger aangesloten op het systeem, of als de geregistreerde koppelingsgegevens werden
verwijderd. "Koppelen" verwijst naar het registreren van een Bluetooth-component voor Bluetooth-communicatie.
1 Sluit de Yamaha Bluetooth draadloze audio-ontvanger aan op de DOCK-aansluiting van de
subwoofer/systeembediening. (☞ P. 14)
2 Druk op DOCK om de invoer op DOCK in te stellen.
3 Schakel de Bluetooth-component in die u wilt koppelen en open vervolgens de koppelingsmodus.
Raadpleeg de handleiding van uw Bluetooth-component voor meer informatie.
Bluetooth™-componenten gebruiken
Om veiligheid te verzekeren, wordt een tijdslimiet van 8 minuten ingesteld voor het koppelen. Lees alle instructies en
zorg ervoor dat u ze begrijpt voordat u begint.
• Start of annuleer de koppeling.
• Maak of verbreek een verbinding
met een Bluetooth-component.
DOCK Stel de invoer in op DOCK.
Bedieningsknoppen voor
Bedien de weergave van een
NederlandsANDERE FUNCTIES
4 Houd BLUETOOTH ON gedurende meer dan 3 seconden ingedrukt om het koppelen te starten.
"Searching..." verschijnt wanneer het koppelen start. Terwijl de Yamaha Bluetooth draadloze audio-ontvanger zich
in de koppelingsmodus bevindt, knippert de DOCK-indicator op het voorpaneelscherm.
y Druk op BLUETOOTH OFF om het koppelen te annuleren. 5 Controleer of de Bluetooth-component de Yamaha Bluetooth draadloze audio-ontvanger herkent.
Als de Bluetooth-component de Yamaha Bluetooth draadloze audio-ontvanger herkent, verschijnt de audio-
ontvangernaam ("YBA-10 YAMAHA" bijvoorbeeld) in de apparaatlijst van de Bluetooth-component.
6 Selecteer de Yamaha Bluetooth draadloze audio-ontvanger in de apparaatlijst van de Bluetooth-
component en voer vervolgens het wachtwoord "0000" in op de Bluetooth-component.
Als het koppelen is gelukt, verschijnt "Completed" op het voorpaneelscherm.
• Als het koppelen niet is gelukt binnen 8 minuten, verschijnt "Not found" en wordt de DOCK-indicator uitgeschakeld in het voorpaneelscherm.• Als het koppelen wordt geannuleerd tijdens het koppelen, verschijnt "Canceled" in het voorpaneelscherm. De Yamaha Bluetooth draadloze audio-ontvanger kan met maximaal acht Bluetooth-componenten worden gekoppeld. Als het koppelen
succesvol is beëindigd met een negende component en de koppelingsgegevens zijn geregistreerd, worden de koppelingsgegevens van de minst gebruikte component verwijderd. ■ Een verbinding tot stand brengen
Nadat het koppelen is gebeurd, maakt u een verbinding op het systeem of op de Bluetooth-component om de
communicatie tussen beide apparaten tot stand te brengen. De verbinding op het systeem kan alleen voor de meest
recentelijk aangesloten Bluetooth-component worden uitgevoerd.
1 Druk op DOCK om de invoer op DOCK in te stellen.
2 Druk op BLUETOOTH ON om een verbinding tot stand te brengen. "Searching..." verschijnt in
het voorpaneelscherm.
Als het systeem de laatst verbonden Bluetooth-component vindt, verschijnt "BT connected" in het
voorpaneelscherm gedurende 3 seconden.
• Als het systeem de laatst verbonden Bluetooth-component niet vindt, verschijnt "Not found" in het voorpaneelscherm.
• Als u een verbinding tot stand wilt brengen met een andere Bluetooth-component dan de meest recent aangesloten, verbindt u vanaf die Bluetooth-component. Raadpleeg de handleiding van uw Bluetooth-component voor meer informatie. ■ Verbinding verbreken
Druk op DOCK en vervolgens op BLUETOOTH OFF om het systeem los te koppelen van
de Bluetooth-component.
"Disconnected" verschijnt op het voorpaneelscherm.
■ De Bluetooth-component weergeven
U kunt uw Bluetooth-component weergeven met de bijgeleverde afstandsbediening.
U kunt ook uw Bluetooth-component weergeven door ze rechtstreeks te bedienen.
Bediening met behulp van de afstandsbediening is alleen beschikbaar wanneer de verbinding tussen de Bluetooth-component die u wilt weergeven en het systeem tot stand is gebracht. Opmerking32 Nl HANDIGE BEDIENING FPD TV-beelden worden soms na het geluid weergegeven. U kunt deze functie gebruiken om het geluid te vertragen om
het te synchroniseren met het videobeeld.
DE AUDIOVERTRAGING AANPASSEN
1 Druk op AUDIO DELAY om de
aanpassingsmodus te openen.
2 Druk S/T om de vertragingstijd aan te
Opties: 0 tot 240 ms
U kunt de vertragingstijd met 10 ms aanpassen.
3 Druk opnieuw op AUDIO DELAY of ENTER
om de aanpassingsmodus te sluiten.
• De standaardinstelling is 0 ms en "DELAY OFF" verschijnt in
het voorpaneelscherm.
• Het systeem onthoudt de instellingen die aan elke ingangsbron
Als u deze functie niet gebruikt binnen 30 seconden na het
activeren van de aanpassingsmodus gaat het systeem automatisch
uit de aanpassingsmodus.
Instellingswaarde33 Nl
HANDIGE BEDIENING Nachtluistermodus laat u toe om duidelijker naar dialogen of stemmen te luisteren aan lager volume door luidere
geluidseffecten te onderdrukken. Deze functie is handig als u graag 's nachts naar films kijkt of muziek beluistert.
"NIGHT ON" verschijnt in het voorpaneelscherm.
De NIGHT-indicator licht op wanneer de
nachtluistermodus is geselecteerd.
• Druk opnieuw op NIGHT om de nachtluistermodus te verlaten.
• De versterkingsmodus voor gecomprimeerde muziek wordt
automatisch uitgeschakeld wanneer deze functie is
ingeschakeld. (☞ P. 21)
• De instelling is ingesteld voor alle ingangsbronnen.
U kunt de volumebalans van de virtuele luidsprekers en subwoofer aanpassen.
• U kunt het niveau van het luidsprekervolume ook wijzigen wanneer het testgeluid wordt weergegeven. (☞ P. 20)
• De instelling is ingesteld voor alle ingangsbronnen.
AAN LAAG VOLUME LUISTEREN (NACHTLUISTERMODUS)
Past het uitvoerniveau van het subwooferkanaal
Bedieningsbereik: +6 tot –6
Past het uitvoerniveau van het centrale virtuele
luidsprekerkanaal aan.
Bedieningsbereik: +6 tot –6
Past het uitvoerniveau van de virtuele
luidsprekerkanalen voor surround/surround
Bedieningsbereik: +6 tot –634 Nl
U kunt de helderheid van het voorpaneelscherm wijzigen. U kunt het voorpaneelscherm ook uitschakelen om een film in
een donkerdere omgeving te bekijken.
DE HELDERHEID VAN HET VOORPANEELSCHERM WIJZIGEN Druk herhaaldelijk op DISP. MODE.
Elke keer u op DISP. MODE drukt, wijzigt de helderheid
* Door DISPLAY OFF te selecteren, wordt het
voorpaneelscherm uitgeschakeld nadat "DISPLAY OFF"
verschijnt in het voorpaneelscherm.
Het voorpaneelscherm licht tijdelijk op wanneer een
handeling wordt uitgevoerd terwijl de DISPLAY OFF-
modus is geselecteerd.
Alleen de stroomindicator blijft branden in DISPLAY OFF-modus.
EXTRA INFORMATIE EXTRA INFORMATIE Controleer de volgende items als er een probleem is met het systeem. Schakel het systeem uit, trek de stekker uit en
raadpleeg uw dichtstbijzijnde bevoegde Yamaha-dealer of Service Center als u het probleem niet kunt oplossen met de
volgende methodes of als een probleem hieronder niet vermeld staat.
EXTRA INFORMATIE Problemen oplossen
Probleem Oorzaak Oplossing
terug uitgeschakeld. Het netsnoer is mogelijk verkeerd aangesloten.Zorg ervoor dat het netsnoer stevig in het stopcontact is gestoken. 15 Een luidsprekerkabel zorgt mogelijk voor kortsluiting.Controleer of alle luidsprekerkabels correct zijn aangesloten. 11 Dit systeem heeft mogelijk een zware elektrische schok gekregen, bijvoorbeeld van een bliksemstraal of overmatige statische elektriciteit.Zet het systeem in de waakstand en koppel vervolgens het netsnoer los. Wacht ongeveer 30 seconden, sluit het netsnoer aan en schakel vervolgens het systeem opnieuw in. 16
De luidsprekers geven
geen geluid weer. Het volume staat mogelijk op minimumniveau.Wijzig de volumebalans.16, 33De dempingsfunctie is mogelijk actief. Schakel de dempingsfunctie uit. 16De ingangsbron of instelling van de ingang is mogelijk foutief.Selecteer de juiste ingangsbron of -instelling. 16 De kabels zijn mogelijk verkeerd aangesloten.Controleer of alle kabels goed zijn aangesloten. 11
Het geluid is te stil aan
één kant. De kabels zijn mogelijk verkeerd aangesloten.Controleer of alle kabels goed zijn aangesloten. 11
De luidsprekerkanalen
maken geen geluid met
voorste. U luistert mogelijk naar stereogeluiden zonder surround-modus.Druk op een surround-modusknop om het geluidsveldeffect in te schakelen. 18
De centrale luidspreker
maakt geen geluid. Het volume van het centrale virtuele luidsprekerkanaal is mogelijk ingesteld op het minimumniveau.Pas het volumeniveau van het centrale virtuele luidsprekerkanaal aan. 33 De surround-
luidspreker maakt geen
geluid. Het volume van de virtuele surround-luidsprekerkanalen is mogelijk ingesteld op het minimumniveau.Pas het volumeniveau van de virtuele surround-luidsprekerkanalen aan. 33
geen geluid weer. Het volume van het subwooferkanaal is mogelijk ingesteld op het minimumniveau.Pas het volumeniveau van de subwoofer aan. 33
Slecht geluid (ruis). Een luidsprekerkabel zorgt mogelijk voor kortsluiting.Controleer of alle kabels goed zijn aangesloten. 11
Het systeem werkt niet
correct. Dit systeem ontvangt mogelijk een zware elektrische schok, bijvoorbeeld van een bliksemstraal of overmatige statische elektriciteit, of een daling in stroomtoevoer.Zet het systeem in de waakstand en koppel vervolgens het netsnoer los. Wacht ongeveer 30 seconden, sluit het netsnoer aan en schakel vervolgens het systeem opnieuw in. 16 De systeembedieningskabel is mogelijk verkeerd aangesloten.Sluit de systeemkabel stevig aan. 11
Een digitaal apparaat of
geluiden. Het systeem is mogelijk in de buurt van digitale apparatuur of apparatuur met hoge frequentie geplaatst.Plaats dit systeem uit de buurt van dergelijk materiaal. —36 Nl EXTRA INFORMATIE ■ Tuner
Controleer de verbinding met uw iPod (☞ P. 14) bij een transmissiefout zonder statusbericht op het voorpaneel.
Het systeem is mogelijk buiten het bereik
van de afstandsbediening.
Voor meer informatie over het bereik van de
afstandsbediening, raadpleeg "De
afstandsbediening gebruiken".
De afstandsbedieningssensor van dit
systeem is mogelijk blootgesteld aan
direct zonlicht of belichting.
Wijzig de belichting.
De batterijen zijn mogelijk leeg. Vervang de batterijen. 7
Probleem Oorzaak Oplossing
De eigenschappen van FM-stereo-
uitzendingen veroorzaken dit probleem
mogelijk wanneer de zender te ver weg
ligt of de antenne van slechte kwaliteit is.
Controleer de antenneverbindingen. 14
Probeer een directionele FM-antenne van hoge
Gebruik de handmatige afstemmingsmethode. 23
Er zijn storingen en een
zuivere ontvangst lukt
niet, zelfs niet met een
Er is een multipad-interferentie. Pas de positie van de antenne aan om multipad-
worden afgestemd met
Het signaal is te zwak. Gebruik een directionele FM-antenne van hoge
De gebruikte iPod wordt niet door het
systeem ondersteund.
Alleen iPod (Click and Wheel), iPod nano, iPod mini
en iPod touch worden ondersteund.
Uw iPod is correct geplaatst op het
universele Yamaha iPod-station (zoals
YDS-10 of YDS-11, apart verkrijgbaar)
dat op de DOCK-aansluiting van dit
systeem is aangesloten en de verbinding
tussen uw iPod en dit systeem is voltooid.
Uw iPod werd verwijderd uit het
universele Yamaha iPod-station (zoals
YDS-10 of YDS-11, apart verkrijgbaar)
dat op de DOCK-aansluiting van dit
systeem is aangesloten.
Plaats uw iPod terug in het universele Yamaha iPod-
station (YDS-10 of YDS-11, apart verkrijgbaar) dat
op de DOCK-aansluiting van dit systeem is
Probleem Oorzaak Oplossing
pagina37 Nl EXTRA INFORMATIE Nederlands
Controleer uw Bluetooth-component bij een transmissiefout zonder statusbericht op het voorpaneel.
De Yamaha Bluetooth draadloze audio-
ontvanger (zoals YBA-10, apart
verkrijgbaar) en de Bluetooth-component
De Yamaha Bluetooth draadloze audio-
ontvanger (zoals YBA-10, apart
verkrijgbaar) en de Bluetooth-component
zijn bezig met het maken van de
De koppeling is geannuleerd.
Het systeem kan de Bluetooth-component
niet vinden tijdens het koppelen of
verbinden met de Bluetooth-component.
De verbinding tussen de Yamaha
Bluetooth draadloze audio-ontvanger
(zoals YBA-10, apart verkrijgbaar) en de
van de Yamaha Bluetooth draadloze
De koppeling wordt uitgevoerd wanneer
de Yamaha Bluetooth draadloze audio-
ontvanger (zoals YBA-10, apart
verkrijgbaar) is aangesloten op de
Bluetooth-component.
Voer de koppeling uit wanneer de Yamaha Bluetooth
draadloze audio-ontvanger (zoals YBA-10, apart
verkrijgbaar) niet is aangesloten op de Bluetooth-
3038 Nl EXTRA INFORMATIE
■ AIR SURROUND XTREME Nieuwe surroundtechnologie ontwikkeld door Yamaha
maakt surroundgeluid mogelijk met minder luidsprekers.
In vergelijking met traditionele voorsurroundtechnologie
zorgt AIR SURROUND XTREME voor een natuurlijk
surroundgeluidsveld.
Digitaal surround sound-systeem dat werd ontworpen
door Dolby Laboratories verschaft volledig
onafhankelijke multikanaals audio. Met 3 kanalen vooraan
(links, midden en rechts) en 2 surround-stereokanalen,
biedt Dolby Digital vijf audiokanalen met volledig bereik.
Met een extra kanaal, specifiek voor baseffecten (LFE
genaamd of low frequency effect), heeft het systeem in
totaal 5.1 kanalen (LFE telt als 0.1 kanaal). Door 2-
kanaals stereo te gebruiken voor de surround-luidsprekers
zijn nauwkeurigere bewegende geluidseffecten en
surround-geluidsomgevingen mogelijk dan met Dolby
■ Dolby Pro Logic II Het is een verbeterde matrixdecodeertechnologie die een
beter ruimtelijk en directioneel gevoel biedt op Dolby
Surround-geprogrammeerd materiaal, een overtuigend
driedimensionaal geluidsveld creëert op traditionele
stereo-muziekopnames en het is ideaal om de surround-
ervaring naar de wagen te brengen. Terwijl conventionele
surround-programmering volledig compatibel is met
Dolby Pro Logic II-decoders, kunnen soundtracks
specifiek worden gedecodeerd om volledig te kunnen
profiteren van Pro Logic II-weergave, inclusief linker- en
rechter-surround-kanalen.
■ DTS Digitaal surround sound-systeem ontwikkeld door DTS,
Inc., dat 5.1-kanaals audio biedt. Met een overvloed aan
audiogegevens is het mogelijk om authentiek klinkende
effecten te voorzien.
Een kanaal is een audiotype dat op basis van bereik en
andere eigenschappen werd opgedeeld.
* In tegenstelling tot een volledige 1-kanaals band, een
■ PCM (Pulse Code Modulation)
Een signaal dat wordt omgezet naar digitaal formaat
zonder compressie. Een cd wordt opgenomen met 16-bits
geluid aan 44,1 kHz, terwijl dvd-opnames variëren tussen
16 bits aan 48 kHz tot 24 bits aan 192 kHz, waardoor de
kwaliteit beter is dan bij de cd.
Het aantal samples (proces voor het digitaliseren van
analoge signalen) per seconde. In principe, hoe hoger de
samplesnelheid, hoe breder het frequentiebereik dat kan
worden weergegeven en hoe hoger de gekwantificeerde
bitsnelheid, hoe fijner het geluid dat kan worden
Woordenlijst39 Nl EXTRA INFORMATIE Nederlands
EXTRA INFORMATIE YAS-71CU/YAS-81CU • Type2-wegs magnetisch afgeschermd type met akoestische suspensie• DriverWooferType met 8 cm kern en magnetische afscherming × 4 (L2, R2)Tweeter ...type van 2,5 cm met gebalanceerde dome en magnetische afscherming × 2 (L1, R1)• Frequentiebereik 120 Hz tot 20 kHz (-10 dB) • Afmetingen (W × H × D) [YAS-71] 800 × 105 × 100 mm[YAS-81] 1.030 × 105 × 100 mm •
Gewicht [YAS-71] 5 kg[YAS-81] 6 kg
YAS-71SPX/YAS-81SPX Versterker • Minimum nuttig RMS-vermogen per kanaalL/R55 W + 55 W (1 kHz 1% THD + N)Subwoofer55 W (100 Hz 1% THD + N)• Maximaal vermogen per kanaalL/R70 W + 70 W (1 kHz 10% THD + N)Subwoofer70 W (100 Hz 10% THD + N) FM Tuner • Afstemmingsbereik [Modellen voor USA en Canada]87,50 tot 107,90 MHz[Andere modellen] 87,50 tot 108,00 MHz• Antenne-ingang (ongebalanceerd) 75 Ω Subwoofer • TypeBass reflex-type• Driver type met 16 cm kern, magnetische afscherming• Frequentiebereik 35 Hz tot 120 Hz (-10 dB) Andere secties • Stroomvoorziening[model voor Taiwan] AC 110 V, 60 Hz[Modellen voor USA en Canada] AC 120 V, 60 Hz[model voor China] AC 220 V, 50 Hz[model voor Korea] AC 220 V, 60 Hz[Modellen voor Azië en Europa] AC 230 V, 50 Hz[model voor Australië]AC 240 V, 50 Hz• Stroomverbruik 50 W • Stroomverbruik in waakstand 1 W of minder • Afmetingen (W × H × D) 194 × 450 × 400 mm
* Specificaties zijn onderhevig aan wijzigingen zonder
voorafgaande kennisgeving. Dit systeem gebruikt nieuwe technologieën en algoritmes die het mogelijk maken om 7-kanaals surroud-geluid te bereiken met slechts twee voorluidsprekers en zonder muurweerkaatsingen.Gefabriceerd onder licentie van Dolby Laboratories. "Dolby", "Pro Logic" en het dubbele-D-symbool zijn handelsmerken van Dolby Laboratories."DTS" en "DTS Digital Surround" zijn gedeponeerde handelsmerken van DTS, Inc. Specificaties40 Nl
Beperkte garantie voor de Europese Economische Ruimte en Zwitserland
Hartelijk dank dat u een Yamaha-product hebt gekozen. In het onwaarschijnlijke geval dat uw Yamaha-product tijdens de garantie dient te worden
gerepareerd, dient u contact op te nemen met de dealer bij wie u het hebt gekocht. Indien u moeilijkheden ervaart, gelieve dan contact op te nemen met de
vertegenwoordiging van Yamaha in uw land. U vindt de gegevens op onze website (http://www.yamaha-hifi.com/ of http://www.yamaha-uk.com/ voor inwoners van het V.K.). Er wordt gegarandeerd dat het product vrij is van gebreken in fabricage en materialen voor een periode van twee jaren te rekenen vanaf de originele
aankoop. Yamaha zorgt ervoor, met inachtneming van onderstaande voorwaarden, dat een product dat gebreken vertoont wordt gerepareerd of dat om het
even welke onderdelen worden gerepareerd of vervangen (naar goeddunken van Yamaha) zonder kosten voor de onderdelen of werkuren. Yamaha behoudt
zich het recht voor om een product te vervangen door een gelijkaardig met dezelfde eigenschappen en waarde, indien een model niet meer leverbaar is of het onrendabel is dit te repareren.Voorwaarden 1. De originele factuur of de kassabon (met vermelding van de aankoopdatum, de productcode en de naam van de dealer) MOET worden gevoegd bij het
product dat gebreken vertoont, samen met een verklaring waaruit het gebrek blijkt. Ingeval van afwezigheid van dit duidelijk aankoopbewijs, behoudt
Yamaha zich het recht voor om gratis service te weigeren en kan het product op kosten van de klant worden teruggezonden.
2. Het product MOET zijn gekocht bij een ERKENDE Yamaha dealer binnen de Europese Economische Ruimte (EEA) of Zwitserland.
3. Het product mag geen wijzigingen of veranderingen hebben ondergaan, tenzij deze schriftelijk door Yamaha werden toegestaan. 4. Het volgende is van garantie uitgesloten:a. Regelmatig onderhoud of reparaties of vervanging van onderdelen vanwege normale slijtage.b. Schade die voortkomt uit:(1) Reparaties uitgevoerd door de klant zelf of een ongemachtigde derde. (2) Een onjuiste verpakking of oneigenlijk gebruik wanneer het product door de klant wordt verstuurd. Het is belangrijk te weten dat het de
verantwoordelijkheid is van diegene die het product terugstuurt dat het product adequaat is ingepakt wanneer hij of zij het product terugstuurt met het oog op reparatie. (3) Oneigenlijk gebruik, met inbegrip van maar niet beperkt tot (a) verzuim om het product voor normale doeleinden te gebruiken of te gebruiken
overeenkomstig de instructies van Yamaha met betrekking tot eigenlijk gebruik, onderhoud en opslag, en (b) installatie of gebruik van het
product op een manier die niet overeenkomt met de van toepassing zijnde technische of veiligheidsnormen in de landen van gebruik.
(4) Ongevallen, blikseminslag, waterschade, brandschade, een onjuiste ventilatie, lekkende batterijen of een oorzaak die buiten de controle van Yamaha ligt. (5) Gebreken aan het systeem waarin het product wordt ingebouwd en/of onverenigbaarheid met derde producten.
(6) Gebruik van een product dat in de Europese Economische Ruimte en/of Zwitserland werd ingevoerd, maar niet door Yamaha, en dat niet voldoet
aan de technische of veiligheidsnormen van het land van gebruik en/of de standaardspecificaties van producten die door Yamaha in de Europese Economische Ruimte en/of Zwitserland worden verkocht.(7) Producten die niet AV (audiovisueel) gerelateerd zijn. (De producten die onderworpen zijn aan de “Yamaha AV garantievoorwaarden” worden gedefinieerd op onze website:
http://www.yamaha-hifi.com/ of http://www.yamaha-uk.com/ voor inwoners van het V.K.)
5. Indien de garantie verschilt tussen het land van aankoop en het land van gebruik, zal de garantie van het land van gebruik van toepassing zijn.
6. Yamaha kan niet aansprakelijk worden gesteld voor verlies of beschadiging, hetzij rechtstreeks of onrechtstreeks of anders, behalve voor de reparatie of vervanging van het product. 7. Maak kopieën van douaneformulieren of gegevens omdat Yamaha niet aansprakelijk kan worden gesteld voor om het even welke wijzigingen aan of verlies van dergelijke formulieren en gegevens. 8. Deze garantie heeft noch invloed op de statutaire rechten van klanten die van toepassing zijn binnen het kader van de nationale wetgevingen, noch op de
rechten van klanten ten opzichte van de dealer die voortkomen uit hun overeenkomst tot verkoop/aankoop.
Informatie voor gebruikers van inzameling en verwijdering van oude
apparaten en Gebruikte batterijen
Deze tekens op de producten, verpakkingen en/of bijgaande documenten betekent dat gebruikte elektrische
en elektronische producten en batterijen niet mogen worden gemengd met algemeen huishoudelijk afval.
Breng alstublieft voor de juiste behandeling, herwinning en hergebruik van oude producten en gebruikte
batterijen deze naar daarvoor bestemde verzamelpunten, in overeenstemming met uw nationale wetgeving
en de instructies 2002/96/EC en 2006/66/EC.
Door deze producten en batterijen juist te rangschikken, helpt u het redden van waardevolle rijkdommen en
voorkomt u mogelijke negatieve effecten op de menselijke gezondheid en de omgeving, welke zich zou
kunnen voordoen door ongepaste afvalverwerking.
Voor meer informatie over het inzamelen en hergebruik van oude producten en batterijen kunt u contact
opnemen met uw plaatselijke gemeente, uw afvalverwerkingsbedrijf of het verkooppunt waar u de artikelen
[Informatie over verwijdering in ander landen buiten de Europese Unie]
Deze symbolen zijn alleen geldig in de Europese Unie. Mocht u artikelen weg willen gooien, neem dan
alstublieft contact op met uw plaatselijke overheidsinstantie of dealer en vraag naar de juiste manier van
Opmerking bij het batterij teken (onderkant twee tekens voorbeelden):
Dit teken wordt mogelijk gebruikt in combinatie met een chemisch teken. In dat geval voldoet het aan de eis
en de richtlijn, welke is opgesteld voor het betreffende chemisch product.i Ru
Notice-Facile