YAS81 - Home cinemasysteem YAMAHA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis YAS81 YAMAHA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Home cinemasysteem in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding YAS81 - YAMAHA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. YAS81 van het merk YAMAHA.
GEBRUIKSAANWIJZING YAS81 YAMAHA
Probeer niet zelf wijzigingen in dit toestel aan te brengen of het te repareren. Neem contact op met erkend Yamaha servicepersoneel wanneer u vermoedt dat het toestel reparatie behoeft. Probeer in geen geval de behuizing open te maken.
Wanneer u dit toestel voor langere tijd niet zult gebruiken (bijv. vakantie), dient u de stekker uit het stopcontact te halen. 16 Plaats dit toestel in de buurt van een stopcontact op een plek waar u de AC-stekker gemakkelijk kunt bereiken. 17 Lees het hoofdstuk "Problemen oplossen" over veel voorkomende vergissingen bij de bediening voor u de conclusie trekt dat het toestel een storing of defect vertoont. 18 Voor u het toestel verplaatst, drukt u op STANDBY/ON om de stand-bymodus te activeren en trekt u de stekker uit het stopcontact. 19 De batterijen mogen niet worden blootgesteld aan hitte, zoals door direct zonlicht, vuur of iets dergelijks. 20 Er zal condensatie optreden wanneer er zich een plotse temperatuurschommeling voordoet. Trek in dat geval de stekker uit het stopcontact en laat het toestel een tijdje ongebruikt staan. 21 Installatie van het toestel op een veilige plaats is de verantwoordelijkheid van de gebruiker. Yamaha kan niet aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen veroorzaakt door onjuiste plaatsing of installatie van de luidsprekers. Let op: Lees het volgende voor u dit toestel in gebruik neemt. WAARSCHUWING OM DE RISICO’S VOOR BRAND OF ELEKTRISCHE SCHOKKEN TE VERMINDEREN, MAG U DIT TOESTEL IN GEEN GEVAL BLOOTSTELLEN AAN VOCHT OF REGEN. Zolang dit toestel is aangesloten op het stopcontact, is de stroomvoorziening niet afgesloten, ook niet wanneer u het toestel uitschakelt met STANDBY/ON. In deze staat is dit toestel ontworpen om slechts een zeer kleine hoeveelheid stroom te gebruiken.1 Nl INLEIDING VOORBEREIDING BASISBEDIENING ANDERE FUNCTIES Nederlands HANDIGE BEDIENING EXTRA INFORMATIE
- In deze handleiding worden handelingen die kunnen worden uitgevoerd met de knoppen op het voorpaneel of de afstandsbediening uitgelegd aan de hand van de afstandsbediening.
- y geeft een tip aan voor uw bediening. Opmerkingen bevatten belangrijke informatie over veiligheid en bedieningsinstructies.
- De handleiding werd vóór de productie gedrukt. Ontwerp en specificaties zijn onderhevig aan wijzigingen als gevolg van verbeteringen, enz. Bij verschillen tussen de handleiding en het product krijgt het product voorrang.2 Nl INLEIDING Dit product bevat de volgende items. Controleer of u de volgende items hebt ontvangen voordat u aansluitingen maakt. ■ Apparaten ■ Accessoires
- Alle meegeleverde onderdelen voor YAS-81 kunt u terugvinden in de doos van YAS-81SPX.
Systeembedieningskabel (4 m) Tussenstuk × 2 AfstandsbedieningLuidsprekerkabel (4 m) Batterij × 2 (AAA, R03, UM4) FM- binnenhuisantenna Installatiesjabloon Dubbelzijdige tape (2 stukken) antisliplaag (2 stukken) Schroef × 6 GebruiksaanwijzingCover3 Nl
INLEIDING Nederlands ■ Voorpaneel van het centrale systeem 1 Scherm van het voorpaneel Toont informatie over de bedieningsstatus van het systeem. (☞ P. 4) 2 Afstandsbedieningssensor Ontvangt infraroodsignalen van de afstandsbediening. (☞ P. 5, 7) 3 Stroomlampje Licht op wanneer het systeem wordt ingeschakeld. (☞ P. 16) 4 STANDBY/ON Schakelt het systeem in of zet het in de waakstand. (☞ P. 16) Een kleine hoeveelheid elektriciteit wordt verbruikt om het infraroodsignaal van de afstandsbediening te ontvangen, zelfs wanneer het systeem in de waakstand staat. 5 INPUT Selecteert een ingangsbron waarnaar u wilt luisteren. (☞ P. 16) 6 VOLUME –/+ Bepaalt het volume van het systeem. (☞ P. 16) Bedieningselementen en functies Opmerking4 Nl
■ Voorpaneelscherm van het centrale systeem 1 Decoderindicatoren De respectieve indicator licht op wanneer een decoder van het systeem wordt gebruikt. 2 DOCK-indicator
- Licht op wanneer het systeem een signaal ontvangt van een iPod die zich in het universele Yamaha iPod-station (zoals YDS-10 of YDS-11, apart verkrijgbaar) bevindt die op de DOCK-aansluiting van de subwoofer/systeembediening is aangesloten. (☞ P. 28)
- Licht op terwijl de Yamaha Bluetooth draadloze audio-ontvanger (zoals YBA-10, apart verkrijgbaar) is aangesloten op de Bluetooth- component. (☞ P. 30)
- Knippert terwijl de aangesloten Yamaha Bluetooth draadloze audio-ontvanger (zoals YBA-10, apart verkrijgbaar) en de Bluetooth-component worden gekoppeld of terwijl de Yamaha Bluetooth draadloze audio-ontvanger naar de Bluetooth- component zoekt. (☞ P. 30) 3 ENHANCER-indicator Licht op wanneer de versterkingsmodus voor gecomprimeerde muziek is geselecteerd. (☞ P. 21) 4 NIGHT-indicator Licht op wanneer u de nachtluistermodus selecteert. (☞ P. 33) 5 Tuner-indicators (AUTO/TUNED/STEREO/ MEMORY) AUTO-indicator Licht op wanneer het systeem zich in de automatische afstemmingsmodus bevindt. (☞ P. 23) TUNED-indicator Licht op wanneer het systeem een zender ontvangt. (☞ P. 23) STEREO-indicator Licht op wanneer het systeem een sterk signaal ontvangt van een FM-stereo-uitzending in automatische afstemmingsmodus. (☞ P. 23) MEMORY-indicator Knippert om aan te tonen dat een zender kan worden opgeslagen. (☞ P. 24, 25) PTY HOLD-indicator Licht op wanneer het systeem zich in de PTY SEEK- modus bevindt. (☞ P. 27) PS/PTY/RT/CT-indicator Licht op volgens de beschikbare Radiogegevenssysteem-informatie (☞ P. 26). 6 Multi-informatiescherm Toont de geselecteerde ingangsbron, huidige surround-modus en andere informatie. 7 MUTE-indicator/VOLUME-indicator
- Knippert zolang de dempingsfunctie actief is. (☞ P. 16)
- Geeft het huidige volumeniveau aan.5 Nl
INLEIDING Nederlands ■ Afstandsbediening 1 Invoerknoppen Selecteer een ingangsbron waarnaar u wilt luisteren. (☞ P. 16) 2 STEREO
- Schakelt de extended stereo-modus beurtelings in en uit. (☞ P. 21)
- Schakelt de surround-modus uit. (☞ P. 18) 3 Cursors (W / X / S / T)/ENTER Positie: Wijzig de instelling. (☞ P. 19) Audiovertraging: Wijzig de instelling. (☞ P. 32) iPod: Beweeg de cursor. (☞ P. 28) FM: Ga een vooraf ingestelde groep en nummer verder of terug. (☞ P. 22)
4 PRESET/TUNE, AUTO/MAN'L, MEMORY
Bedien een FM-tuner. (☞ P. 22) 5 s / e / p / b / a Bedien een iPod of een Bluetooth-component. (☞ P. 28, 30)
6 BLUETOOTH ON/BLUETOOTH OFF
Maakt of verbreekt de verbinding met een Bluetooth- component. (☞ P. 31) 7 STANDBY/ON Schakelt het systeem in of zet het in de waakstand. (☞ P. 16)
Bedien het volume van het systeem. (☞ P. 16) 0 SW (+/-)/CENTER (+/-)/SUR. (+/-) Wijzig de volumebalans. (☞ P. 33)
B POSITION Verschuift de optimale luisterplaats volgens uw luisterpositie. (☞ P. 19) C TEST Geeft de testtoon weer. (☞ P. 20)
Schakelt het informatiescherm over bij ontvangst van Radiogegevenssysteem. (☞ P. 26)
Wijzigt het programmatype. (☞ P. 27)
Start het zoeken naar een programmatype. (☞ P. 27) E ENHANCER Schakelt de versterking voor gecomprimeerde muziek beurtelings in en uit. (☞ P. 21) F NIGHT Schakelt nachtluistermodus in of uit. (☞ P. 33) G AREA Selecteert de optimale luisterplaats. (☞ P. 20)
Vertraagt het weergegeven geluid om het met het videobeeld te synchroniseren. (☞ P. 32)
Wijzigt de helderheid van het voorpaneelscherm. (☞ P. 34)7 Nl
INLEIDING Nederlands ■ De afstandsbediening gebruiken Gebruik de afstandsbediening binnen een straal van 6 m vanaf het centrale systeem en richt het naar de afstandsbedieningssensor.
- Mors geen vloeistof op de afstandsbediening.
- Laat de afstandsbediening niet vallen.
- Laat de afstandsbediening niet op een plaats die: – warm of vochtig is, zoals in de buurt van een verwarming of in een badkamer; – extreem koud is; – stoffig is. ■ De batterijen installeren
- Als de afstand waarin de afstandsbediening efficiënt werkt aanzienlijk afneemt, dient u de batterijen zo snel mogelijk te vervangen door twee nieuwe.
- Gebruik geen oude batterij in combinatie met een nieuwe.
- Gebruik geen verschillende soorten batterijen (bijvoorbeeld, alkaline en mangaan) samen. Hun prestaties zullen variëren, zelfs als ze dezelfde vorm hebben.
- Als de batterijen leeglopen, dient u ze onmiddellijk uit de afstandsbediening te verwijderen om een ontploffing of zuurlek te vermijden.
- Doe batterijen volgens de plaatselijke reglementen weg.
- Doe een batterij onmiddellijk weg als ze begint te lekken. Let erop dat er geen batterijzuur in contact komt met uw huid of kledij. Veeg het vak schoon voordat u nieuwe batterijen plaatst. Opmerkingen Opmerkingen Binnen 6 m 1 Verwijder de klep van het batterijvak. 2 Plaats de 2 bijgeleverde batterijen (AAA, R03, UM4), terwijl u de polariteitsaanduidingen (+ en –) aan de binnenkant van het batterijvak in acht houdt. 3 Klik de klep van het batterijcompartiment opnieuw vast.8 Nl VOORBEREIDING Om de geluidskwaliteit ten volle te ervaren, moet u het systeem correct opstellen en de componenten juist installeren. Nadat u de opstelling hebt gekozen, volgt u de onderstaande procedure om het systeem te installeren. Centraal systeem (YAS-71CU/YAS-81CU) Plaats het centrale systeem boven of onder de tv zodat het centrale systeem en uw tv verticaal op één lijn liggen. Zorg ervoor dat het centrale systeem parallel met de muur is geplaatst.Belangrijkste functies: Produceert (stereo) geluiden van het voorkanaal. Produceert eveneens geluiden van het virtuele centrale kanaal (dialoog, enz.) en het virtuele surroundkanaal op een efficiënte manier met behulp van het Yamaha voorsurroundsysteem. Subwoofer/systeembediening (YAS-71SPX/YAS-81SPX) Plaats de subwoofer in de buurt van het centrale systeem en draai het een beetje naar het middenpunt van de kamer om muurweerkaatsingen te verminderen. Belangrijkste functies: Produceert de geluiden met lage frequenties (LFE).
- Dit systeem is afgeschermd tegen magnetische velden. Als het beeld op uw tv-scherm echter wazig of verstoord wordt, raden we u aan om het systeem uit de buurt van uw tv te verplaatsen.
- Geluiden met lage frequenties die door de subwoofer/systeembediening worden geproduceerd, worden mogelijk anders gehoord afhankelijk van de luisterpositie en subwooferlocatie. Verplaats de subwoofer om het gewenste geluid te verkrijgen.
Afhankelijk van uw installatieomgeving kunnen aansluitingen naar externe componenten vóór de installatie van het systeem worden gemaakt. We raden u aan om tijdelijk alle componenten te plaatsen en op te stellen om te beslissen welke procedure het best eerst gebeurt. U kunt het centrale systeem op een rek plaatsen of aan een wand bevestigen. Selecteer een installatiemethode die geschikt is voor uw omgeving.
Plaats het centrale systeem aan de voet van/onder een televisie
Gebruik de bijgeleverde tussenstukken als volgt als er zich een obstakel (tv-standaard, enz.) onder het centrale systeem bevindt. 1 Bevestig de bijgeleverde dubbelzijdige tape op de tussenstukken en antisliplagen op de achterkant van de tussenstukken.
Bevestig de tussenstukken aan de onderkant.
- Bedek de afstandsbedieningssensor van uw tv, enz. niet met het centrale systeem.
- De tussenstukken bekrassen of beschadigen mogelijk het oppervlak van uw rek of vloer. Wees voorzichtig bij het plaatsen of verplaatsen van het centrale systeem.• Neem om veiligheidsredenen op voorhand maatregelen om te voorkomen dat het centrale systeem valt.
HET SYSTEEM PLAATSEN
Centraal systeem(YAS-71CU/YAS-81CU)Subwoofer/systeembediening (YAS-71SPX/YAS-81SPX) Opmerkingen Het centrale systeem plaatsen Voorbeeld 1:Aan de voet van uw televisieVoorbeeld 2:Onder uw televisieZijde. A Zijde. BDubbelzijdige tape Dubbelzijdige tape Antisliplaag Antisliplaag Opmerkingen9 Nl
HET SYSTEEM PLAATSEN
VOORBEREIDING Nederlands ■ Het centrale systeem bevestigen aan een muur Het centrale systeem installeren met behulp van spiegaten U kunt het centrale systeem aan een muur bevestigen met in de handel verkrijgbare schroeven (#8, diameter: 7,5 mm of meer). 1 Bevestig het bijgeleverde installatiesjabloon op een muur en duid de gaten van het installatiesjabloon aan. 2 Verwijder het installatiesjabloon en installeer vervolgens de in de handel verkrijgbare schroeven op de aanduidingen.
Raadpleeg de rechterkolom om de kabels boven het centrale systeem te installeren. 3 Hang het centrale systeem aan de schroeven met behulp van de spiegaten aan de achterkant van het centrale systeem. Bij installatie van het centrale systeem op een muur moet al het installatiewerk worden uitgevoerd door een bevoegde aannemer of dealer. De klant moet nooit proberen het installatiewerk zelf uit te voeren. Onjuiste of gebrekkige installatie kan ervoor zorgen dat het centrale systeem valt, met letsels als gevolg.Tapes of duimspijkersAanduiding4 tot 6 mmDiameter: 7,5 mm of meer (#8) Installeer de kabels boven het centrale systeem U moet de tussenstukken bevestigen om plaats te maken aan de achterkant van het centrale systeem om de kabels omhoog te leiden. In stap 2 van de linkerkolom; 2-a: Bevestig de bijgeleverde tussenstukken aan het achterpaneel van het centrale systeem met behulp van de bijgeleverde dubbelzijdige tape. U kunt kiezen tussen zijde A of zijde B. 2-b: Verwijder het installatiesjabloon en installeer vervolgens de in de handel verkrijgbare schroeven op de aanduidingen. A: Voor smalle ruimte B: Voor brede ruimteDubbelzijdige tape Dubbelzijdige tape Bevestig Bevestig22 tot 24 mm34 tot 36 mm10 Nl
HET SYSTEEM PLAATSEN
Het centrale systeem installeren met behulp van de schroefgaten U kunt ook de schroefgaten aan de binnenkant of de buitenkant van de achterkant van het centrale systeem gebruiken om het met een in de handel verkrijgbare steun of rek te installeren.
- Het centrale systeem weegt ongeveer 5 kg voor YAS-71 en 6 kg voor YAS-81. Bevestig het centrale systeem aan een steun, rek of muur. Bevestig het centrale systeem niet aan een muur die uit zwak materiaal bestaat, zoals pleisterkalk of vernist hout. Hierdoor kan het centrale systeem vallen.
- Gebruik in de handel verkrijgbare schroeven die het gewicht van de installatie kunnen ondersteunen.
- Zorg ervoor dat u de opgegeven schroeven gebruikt om het centrale systeem te bevestigen. Als u klemmen gebruikt in plaats van de vermelde schroeven of korte schroeven, nagels of dubbelzijdige tape, kan het centrale systeem vallen.
- Maak de luidsprekerkabels vast waar ze niet los kunnen geraken als u het centrale systeem aansluit. Als uw voet of hand per ongeluk achter een losse luidsprekerkabel blijft hangen, kan het centrale systeem vallen.
- Controleer na het bevestigen van het centrale systeem of het stevig vastzit. Yamaha aanvaardt geen verantwoordelijkheid voor ongelukken voortkomende uit foutieve installaties. Schroefgaten Diepte gat: 15 mm Diameter: 6 mm Hoogte binnenkant: 290 mm Hoogte buitenkant: 550 mm 550 mm 290 mm 52,5 mm 77 mm Steun of rek, enz. 15 mm Schroefgat Min 7 mm
Schroef (M6) Opmerkingen11 Nl VOORBEREIDING Nederlands Volg onderstaande procedure om het centrale systeem en de subwoofer/systeembediening aan te sluiten. Luidsprekerkabels aansluiten De systeembedieningskabel aansluiten AANSLUITING
- Sluit het netsnoer niet aan tot alle aansluitingen zijn uitgevoerd.• Forceer de kabelstekker niet bij het aansluiten. Dit kan schade veroorzaken aan de kabelstekker en/of aansluiting. Het centrale systeem en de subwoofer/systeembediening aansluiten Luidsprekerkabel (bijgeleverd)Sluit de kabelstekker aan op de luidspreker-aansluiting van dezelfde kleur.Sluit de kabelstekker aan op de luidsprekeraansluiting van dezelfde kleur.Systeembedieningskabel (bijgeleverd)Draai de schroeven vast.Draai de schroeven vast.12 Nl AANSLUITING De subwoofer/systeembediening heeft 3 digitale ingangen (optisch digitaal × 2, coaxiaal digitaal × 1) en 1 analoge ingang. Controleer de uitgangen van de componenten en gebruik de juiste aansluitingskabels voordat u uw externe componenten aansluit. ■ Digitale aansluiting
- De digitale aansluitingen van dit systeem ondersteunen de bitstreams PCM, Dolby Digital, en DTS.
- De digitale aansluitingen ondersteunen digitale signalen met een bemonsteringsfrequentie van 96 kHz of minder. [INPUT 1, 2] OPTICAL-aansluiting Voorbeeld 1: DVD-speler Voorbeeld 2: TV-spelconsole Externe onderdelen aansluiten Opmerkingen DVD-spelerTV Optische digitale kabel Spelconsole
Optische digitale kabel13 Nl AANSLUITING VOORBEREIDING Nederlands [INPUT 3] COAXIAL-aansluiting ■ Analoge aansluiting [INPUT 4] ANALOG-aansluitingen Voorbeeld1: TV Voorbeeld 2: VCR of videocamera VCR of videocamera, enz. zonder digitale uitgang. CD-speler Coaxiale digitale kabel
VideocameraVCR, enz.14 Nl AANSLUITING Het systeem is uitgerust met de DOCK-aansluiting, waarmee u het universele Yamaha iPod-station (zoals YDS-10 of YDS-11, apart verkrijgbaar) kunt aansluiten zodat u uw iPod kunt koppelen. Sluit het universele Yamaha iPod-station aan op de DOCK-aansluiting van de subwoofer/systeembediening met behulp van de speciale kabel. Raadpleeg "iPod™ gebruiken" op pagina 28 voor meer informatie. U kunt ook de Yamaha Bluetooth draadloze audio-ontvanger (zoals YBA-10, apart verkrijgbaar) aansluiten op de DOCK-aansluiting. Sluit de Yamaha Bluetooth draadloze audio-ontvanger aan op de DOCK-aansluiting van de subwoofer/systeembediening met behulp van de speciale kabel. Raadpleeg "Bluetooth™-componenten gebruiken" op pagina 30 voor meer informatie. Sluit de bijgeleverde FM-binnenhuisantenne aan om naar FM-radiozenders te luisteren. Het universele Yamaha iPod-station aansluiten Yamaha Universeel iPod-station (zoals YDS-10 of YDS-11, apart verkrijgbaar) De Yamaha Bluetooth draadloze audio-ontvanger aansluiten De FM-binnenhuisantenne aansluiten Yamaha Bluetooth draadloze audio-ontvanger (zoals YBA-10, apart verkrijgbaar) FM-binnenhuisantenna (bijgeleverd)
Als de radiogolfontvangst zwak is in uw regio of als u de radiogolfontvangst wilt verbeteren, raden we u aan om een buitenantenne te gebruiken. Voor meer informatie, raadpleeg de dichtstbijzijnde Yamaha-handelaar of Service Center.15 Nl AANSLUITING VOORBEREIDING Nederlands Sluit het netsnoer van de subwoofer/systeembediening aan nadat u alle aansluitingen hebt uitgevoerd.
Nadat u alle aansluitingen hebt doorgevoerd, kunt u de klep naar voorkeur bevestigen of losmaken. Bevestig de klep op het achterpaneel van de subwoofer/systeembediening met behulp van de 6 bijgeleverde schroeven, zoals aangetoond. Het netsnoer aansluiten Naar stopcontact16 Nl BASISBEDIENINGVolg de onderstaande procedure om de basisafspeelbediening te starten zodra u alle kabels hebt aangesloten (☞ P. 11 tot 15) en de voorbereiding met de afstandsbediening hebt uitgevoerd (☞ P. 7). 1 Druk op STANDBY/ON. Het systeem wordt ingeschakeld en het stroomlampje licht op. Druk nogmaals op STANDBY/ON om het systeem in standby-modus te zetten. Dit systeem heeft de auto-sleep-functie die het systeem automatisch in de waakstand zet als het systeem gedurende 24 uur ingeschakeld is gelaten zonder handeling. 2 Druk op een van de ingangsknoppen om een ingangsbron te selecteren.Bijvoorbeeld, als een dvd-speler is aangesloten op de INPUT 1-aansluiting van de subwoofer/systeembediening drukt u op INPUT 1 om de dvd-speler te selecteren. U kunt de ingangsbron ook wisselen door herhaaldelijk op INPUT te drukken op het centrale systeem. De ingangsbron wijzigt als volgt: 3 Start weergave op de geselecteerde externe component.Voor informatie over de externe component, raadpleeg de handleiding voor het product. 4 Druk op VOLUME +/– om het volumeniveau aan te passen. Om het volume tijdelijk te dempen, drukt u op MUTE. Terwijl de dempingsfunctie actief is, knippert de MUTE-indicator. Om het volume te herstellen drukt u nogmaals op MUTE. Probeer nu verschillende functies van dit systeem! BASISAFSPEELBEDIENING Verschillende geluidsfuncties gebruiken
- Naar uiterst realistische geluiden luisteren met surround-modus ☞ P. 18• De optimale luisterplaats zijdelings verschuiven☞ P. 19• De optimale luisterplaats selecteren ☞ P. 20• Een breder stereogeluid ervaren wanneer surround-modus niet actief is ☞ P. 21• Gecomprimeerde audiosignalen in hoge kwaliteit afspelen ☞ P. 21• De geluidsuitvoer vertragen om het te synchroniseren met het videobeeld ☞ P. 32• Naar verschillende ingangsbronnen luisteren aan lager volume ☞ P. 33 Naar FM-uitzendingen/ optionele apparatuur luisteren
- Naar FM-uitzendingen luisteren ☞ P. 22• iPod-weergave bedienen ☞ P. 28• Een Bluetooth-component afspelen ☞ P. 3017 Nl BASISBEDIENING Nederlands Normaal zijn twee voorluidsprekers, een centrale luidspreker, twee surround-luidsprekers en een subwoofer nodig om naar 5.1-kanaals surround-geluid te luisteren. ■ Virtueel 7.1-kanaals geluid Dankzij de AIR SURROUND XTREME-technologie, die alleen de linker en rechter voorluidspreker van het centrale systeem en de subwoofer gebruikt, kunt u naar een realistisch 7.1-kanaals geluid luisteren door simulatie van virtuele luidsprekers in het midden, surround en surroundachterkanten. U kunt het virtuele surround-effect controleren en de volumebalans aanpassen naar voorkeur en de eigenschappen van uw luisterkamer. Raadpleeg de volgende pagina's voor meer informatie.
- Het virtuele surround-effect controleren ☞ P. 20
- De volumebalans wijzigen ☞ P. 33 Gebruik deze functie om de volumebalans van de subwoofer-, centrale en surround-kanalen tijdens de weergave te wijzigen.
Wat is AIR SURROUND XTREME? Typisch 5.1-kanaals luidsprekersysteemVoorluidsprekersSubwooferCentrale luidsprekerSurround-luidsprekers Het systeem creëert het virtueel 7.1-kanaals surround-geluid met het centrale systeem en de subwoofer/systeembediening. C: Centrale virtuele luidspreker FR, FL: Voorluidsprekers SW: Subwoofer SR, SL: Virtuele surround-luidsprekers SBR, SBL: Virtuele surround-luidsprekers achteraan Het geluidsbeeld van het systeemAIR SURROUND XTREME 18 Nl Druk op een van de knoppen van de surround- modus. De namen van de geselecteerde ingangsbron en de geselecteerde surround-modus verschijnen in het voorpaneelscherm.
- Druk op STEREO om de oorspronkelijke geluiden weer te geven.
- Het systeem onthoudt automatisch de instellingen die aan elke ingangsbron zijn toegewezen. Als u een andere ingang selecteert, roept het systeem automatisch de laatste instellingen op voor de geselecteerde ingang. Naar de surround-modus luisteren van AIR SURROUND XTREME Knoppen van surround-modus Surround-modus-beschrijvingen Film Deze modus is nuttig als u filminhoud op media zoals dvd, enz. wilt bekijken. Muziek Deze modus is nuttig als u muziekinhoud op media zoals dvd, enz. wilt bekijken. Sport Deze modus is nuttig als u naar sportprogramma's of tv-nieuws kijkt. Games Deze modus is nuttig als u videogames speelt.AIR SURROUND XTREME 19 Nl BASISBEDIENING Nederlands De functie verschuift de optimale luisterplaats zijdelings volgens uw luisterpositie voor het beste virtuele surround- effect. 1 Druk op POSITION om de positiemodus te openen. De huidige positie verschijnt in het voorpaneelscherm. 2 Druk op W/X om de optimale luisterplaats te verschuiven (L6, L5, L4, L3, L2, L1, CENTER, R1, R2, R3, R4, R5, R6). Verschuif de optimale luisterplaats van L1 naar L6 wanneer uw luisterpositie zich aan de linkerkant van het centrale systeem bevindt en verschuif de optimale luisterplaats van R1 naar R6 wanneer uw luisterpositie zich aan de rechterkant van het centrale systeem bevindt. De positie verschijnt in het voorpaneelscherm. Voorbeeld: "POSITION L1" 3 Druk opnieuw op POSITION of ENTER om de positiemodus te sluiten.
- Als u op TEST drukt na stap 1 geeft het systeem een testgeluid weer voor een virtuele centrale luidspreker zodat u de positie- instelling kunt wijzigen. (☞ P. 20)
- De instelling is ingesteld voor alle ingangsbronnen.
- Deze functie is zelfs beschikbaar wanneer de surround-modus is uitgeschakeld. Als u deze functie niet gebruikt binnen 30 seconden na het activeren van de positiemodus gaat het systeem automatisch uit de positiemodus. De optimale luisterplaats zijdelings verschuiven De optimale luisterplaats OpmerkingAIR SURROUND XTREME 20 Nl U kunt de optimale luisterplaats uit twee modi selecteren. Druk op AREA
Telkens als u op AREA drukt, wordt er gewisseld tussen de modi NORMAL en WIDE. NORMAL Kies dit om het geluidseffect scherper te maken. "AREA NORMAL" verschijnt in het voorpaneelscherm wanneer de NORMAL-modus is geselecteerd. WIDE Selecteer dit om de optimale luisterplaats te verbreden.
- De instelling is ingesteld voor alle ingangsbronnen. Deze functie is alleen beschikbaar wanneer de surround-modus is ingeschakeld. U kunt het virtuele surround-effect controleren met behulp van de testgeluiden van de luidsprekers. Druk op TEST om het testgeluid weer te geven. Het systeem geeft een testgeluid weer en het uitgangskanaal van het testgeluid verschijnt in het voorpaneelscherm. Het uitgangskanaal van het testgeluid doorloopt de volgende cyclus. Elk kanaal geeft gedurende ongeveer 2 seconden het testgeluid weer.
Druk opnieuw op TEST om de testgeluidmodus te verlaten. De virtuele surroundluidspreker achteraan is opgenomen in SL en SR. De optimale luisterplaats selecteren AREA NORMAL WIDE Opmerking Het virtuele surround-effect controleren TEST Opmerking Actief (virtueel) luidsprekerkanaalAIR SURROUND XTREME 21 Nl BASISBEDIENING Nederlands Hiermee wordt een uitgebreid geluid gecreëerd voor een bron met 2 kanalen, zoals een cd-speler. Druk op STEREO om de extended stereo- modus te activeren. "EXTENDED" verschijnt in het voorpaneelscherm. Telkens wanneer u op STEREO drukt, wordt de functie afwisselend in- (EXTENDED) en uitgeschakeld (STEREO).
- Het systeem onthoudt de instellingen die aan elke ingangsbron zijn toegewezen.
- U kunt de versterkingsmodus voor gecomprimeerde muziek ook inschakelen wanneer de extended stereo-modus is ingeschakeld. Deze functie is alleen beschikbaar als de surround-modus niet is ingeschakeld. Deze functie verbetert de luisterervaring door ontbrekende harmonische elementen in een gecomprimeerd bestand opnieuw te genereren. Dit is handig wanneer u gecomprimeerde muziekgegevens afspeelt van een iPod of digitaal muziekapparaat. Druk op ENHANCER
De ENHANCER-indicator licht op in het voorpaneelscherm als deze functie is ingeschakeld. Elke keer u op ENHANCER drukt, wordt de functie afwisselend in- en uitgeschakeld. De geselecteerde modus wordt in het geheugen opgeslagen, zelfs als het toestel is uitgeschakeld.
- Het systeem onthoudt de instellingen die aan elke ingangsbron zijn toegewezen.
- De nachtluistermodus wordt automatisch uitgeschakeld als deze functie is ingeschakeld. (☞ P. 33) De extended stereo-modus gebruiken STEREO Opmerking De versterker voor gecomprimeerde muziek instellen ENHANCER22 Nl ANDERE FUNCTIES U kunt twee afstemmingsmodi gebruiken om af te stemmen op een gewenste FM-zender: Frequentie-afstemmingsmodus U kunt de frequentie van de gewenste FM-zender automatisch of handmatig zoeken of specificeren. (raadpleeg "Basisafstemming" op pagina 23.) Voorkeuze-afstemmingsmodus U kunt de gewenste FM-zender vooraf als voorkeuzezender instellen en vervolgens de zender oproepen door de gewenste voorkeuzegroep en het nummer te specificeren. (raadpleeg "De zendervoorkeuzefunctie gebruiken" op pagina 24.)
LUISTEREN NAAR FM-UITZENDINGEN
Overzicht Bedieningselementen en functies voor de FM-afstemming A_E/A` E Selecteert de voorkeuzegroep (A tot E). PRESET/TUNE Wisselt tussen frequentie- afstemmingsmodus en de voorkeuze-afstemmingsmodus. AUTO/MAN'L Wisselt tussen automatische en handmatige afstemmingsmodus.
Stel de invoer in op FM.
- Selecteer de gewenste frequentie in de frequentie- afstemmingsmodus.
- Selecteer het gewenste voorkeuzenummer (1 tot 8) in de voorkeuze- afstemmingsmodus. MEMORY Activeert de voorkeuze- geheugenmodus. FREQ/TEXT Schakelt het informatiescherm over bij ontvangst van Radiogegevenssysteem.
Wijzigt het programmatype.
Start het zoeken naar een programmatype.LUISTEREN NAAR FM-UITZENDINGEN 23 Nl NederlandsANDERE FUNCTIES 1 Druk op FM om de invoer in te stellen op FM. "FM" verschijnt in het voorpaneelscherm. 2 Druk op AUTO/MAN'L om te wisselen tussen automatisch en handmatig. De AUTO-indicator licht op wanneer het systeem zich in de automatische afstemmingsmodus bevindt.
Als een dubbelepunt (:) verschijnt, is het systeem ingesteld op de voorkeuze-afstemmingsmodus. (☞ P. 24) 3 Druk één keer op +/– om automatische afstemming te starten. Als het systeem is afgestemd op een zender licht de TUNED-indicator op en wordt de frequentie van de ontvangen zender in het voorpaneelscherm getoond.
Wanneer u afstemt op een FM-zender met de automatische afstemmingsmodus, ontvangt het systeem het FM- radiosignaal in stereo-ontvangstmodus. De STEREO- indicator verschijnt in het voorpaneelscherm. Basisafstemming Geen dubbelepunt (:)Licht opLicht op Handmatige afstemming Als het signaal dat u van de zender ontvangt zwak is, kunt u op de gewenste zender afstemmen door de frequentie handmatig aan te geven. Druk in de FM- afstemmingsmodus herhaaldelijk op AUTO/MAN'L zodat de AUTO-indicator verdwijnt en druk vervolgens herhaaldelijk op +/– om de frequentie van de gewenste zender te specificeren. Als u op een zender afstemt met de handmatige afstemmingsfunctie ontvangt het systeem de FM- radiosignalen in mono-ontvangstmodus om de signaalkwaliteit te verbeteren.LUISTEREN NAAR FM-UITZENDINGEN 24 Nl ■ Automatische zendervoorkeuze U kunt tot 40 FM-zenders opslaan (A1 tot E8: 8 voorkeuzenummers in elk van de 5 voorkeuzegroepen).
Druk op A_E of A` E om een voorkeuzegroep te selecteren en druk vervolgens herhaaldelijk op +/– om een voorkeuzenummer te selecteren waarop de eerste zender wordt opgeslagen nadat u stap 2 hebt uitgevoerd.
- Opgeslagen zendergegevens van een voorkeuzenummer worden gewist als u een nieuwe zender op hetzelfde voorkeuzenummer opslaat.
- Als het aantal ontvangen zenders onder 40 blijft (A1 tot E8), stopt voorkeuze-afstemming automatisch na het zoeken naar alle beschikbare zenders. De zendervoorkeuzefunctie gebruiken 1 Druk op FM om de invoer in te stellen op FM. "FM" verschijnt in het voorpaneelscherm. 2 Houd MEMORY gedurende meer dan 3 seconden ingedrukt. De voorkeuzegroep en het nummer en de MEMORY- en AUTO-indicatoren knipperen. Na ongeveer 5 seconden start de automatische voorkeuze-instelling vanaf de huidige frequentie en gaat verder doorheen de hogere frequenties. Druk opnieuw op MEMORY om te annuleren terwijl de MEMORY-indicator knippert. Wanneer de automatische voorkeuzeafstemming is voltooid, toont het voorpaneelscherm de frequentie van de laatste zender. Knippert Knippert Opmerkingen Stel de zender handmatig in als de gewenste zender niet is opgeslagen of als een zender niet is opgeslagen onder een bepaalde voorkeuzegroep en nummer. Raadpleeg "Handmatige zendervoorkeuze" op pagina 25 voor meer informatie.LUISTEREN NAAR FM-UITZENDINGEN 25 Nl NederlandsANDERE FUNCTIES ■ Handmatige zendervoorkeuze Gebruik deze functie om van uw gewenste zender handmatig een voorkeuzezender te maken. 1 Stem af op een zender. Raadpleeg "Basisafstemming" op pagina 23 voor afstemmingsinstructies. 2 Druk op MEMORY. De MEMORY-indicator knippert op het voorpaneelscherm gedurende 30 seconden. Druk opnieuw op MEMORY om te annuleren terwijl de MEMORY-indicator knippert. 3 Druk herhaaldelijk op A_E of A`E om een voorkeuzegroep (A tot E) te selecteren terwijl de MEMORY-indicator knippert. De geselecteerde voorkeuzegroep verschijnt. 4 Druk op +/– om een voorkeuzenummer (1 tot
8) te selecteren terwijl de MEMORY-indicator
knippert. 5 Druk op MEMORY om de voorkeuze te bevestigen. Nadat "A1:PRESET OK" verschijnt op het uitleesvenster op het voorpaneel, verschijnt de frequentie binnen de voorkeuzegroep die u hebt geselecteerd. De MEMORY-indicator verdwijnt in het voorpaneelscherm.
- Opgeslagen zendergegevens van een voorkeuzenummer worden gewist als u een nieuwe zender op hetzelfde voorkeuzenummer opslaat.
- Ontvangstmodus (stereo of mono) wordt samen met de stationsfrequentie opgeslagen. Knippert Voorkeuzegroep Knippert Opmerkingen Knippert Voorkeuzenummer Het geselecteerde station werd opgeslagen als A1.LUISTEREN NAAR FM-UITZENDINGEN 26 Nl ■ De voorkeuzezenders oproepen
Ontvangt Radiogegevenssysteem-zenders Het Radiogegevenssysteem is een gegevensoverdrachtsysteem dat in vele landen door FM-zenders wordt gebruikt. Het systeem kan verscheidene Radiogegevenssysteem-gegevens ontvangen zoals PS (programmadienst), PTY (programmatype), RT (radiotekst) en CT (kloktijd) bij ontvangst van Radiogegevenssysteem-stations. Het informatiescherm van Radiogegevenssysteem overschakelen Druk op FREQ/TEXT terwijl u Radiogegevenssysteem ontvangt. Telkens u op de knop drukt, wijzigt het informatiescherm als volgt: Informatietype
- PROGRAM SERVICE (PS) Geeft het Radiogegevenssysteem-programma weer dat wordt ontvangen.
- PROGRAM TYPE (PTY) Geeft het type Radiogegevenssysteem-programma weer dat wordt ontvangen.
- RADIO TEXT (RT) Geeft de informatie weer van het Radiogegevenssysteem-programma dat wordt ontvangen.
- CLOCK TIME (CT) Geeft de tijd weer.
- FREQUENCY Geeft de frequentie, de voorkeuzegroep en het voorkeuzenummer weer.
U kunt alleen een Radiogegevenssysteem-weergavemodus selecteren wanneer de corresponderende Radiogegevenssysteem-indicator oplicht op het uitleesvenster op het voorpaneel. Het kan even duren voor het systeem alle Radiogegevenssysteem-gegevens van de zender heeft ontvangen. U kunt alleen de beschikbare Radiogegevenssysteem-weergavemodi selecteren die worden aangeboden door de zender. Indien de ontvangen signalen niet sterk genoeg zijn, is het mogelijk dat het systeem de Radiogegevenssysteem-gegevens niet kan gebruiken. Vooral de RT-modus vereist een grote hoeveelheid gegevens en is mogelijk niet beschikbaar, zelfs niet wanneer andere Radiogegevenssysteem-weergavemodi dat wel zijn.
- Druk bij slechte ontvangst op AUTO/MAN'L om handmatige afstemming te selecteren (☞ P. 23).• Als de signaalsterkte verzwakt wordt door externe storingen tijdens de ontvangst van de Radiogegevenssysteem-gegevens, is het mogelijk dat de ontvangst plots wordt verbroken en "...WAIT" verschijnt op het uitleesvenster op het voorpaneel.• Wanneer de RT-modus is geselecteerd, kan het systeem de programma-informatie weergeven met een maximum van 64 alfanumerieke tekens, inclusief het umlautsymbool. Niet beschikbare tekens worden weergegeven als underscores "_".• Als de ontvangst wordt onderbroken wanneer de CT-modus is geselecteerd, wordt "CT WAIT" weergegeven op het uitleesvenster op het voorpaneel. 1 Druk op PRESET/TUNE om de voorkeuze- afstemmingsmodus te selecteren. 2 Druk herhaaldelijk op A_E of A `E om de gewenste voorkeuzegroep (A tot E) te selecteren. 3 Druk herhaaldelijk op +/– om het gewenste voorkeuzenummer te selecteren (1 tot 8). Voorkeuzegroep en nummerFM-voorkeuzezender OpmerkingenLUISTEREN NAAR FM-UITZENDINGEN 27 Nl NederlandsANDERE FUNCTIES Zenders selecteren op programmatype (genre) U kunt afstemmen op Radiogegevenssysteem-zenders door een programmatype (genre) te kiezen uit 15 opties. Zodra u een programmatype hebt geselecteerd, zoekt het systeem automatisch naar Radiogegevenssysteem-zenders die het overeenkomstige programmatype uitzenden. 1 Druk op PTY SEEK MODE om de PTY SEEK-modus in te schakelen. De naam van het programmatype of "NEWS" knippert op het uitleesvenster op het voorpaneel.
Druk nogmaals op PTY SEEK MODE om de PTY SEEK- modus te annuleren. 2 Druk op +/– om het programmatype te selecteren. De naam van het gekozen programmatype verschijnt op het uitleesvenster op het voorpaneel. 3 Druk op PTY SEEK START om te zoeken naar alle beschikbare Radiogegevenssysteem-voorkeuzezenders. De naam van het gekozen programmatype knippert en de PTY HOLD-indicator gaat branden op het uitleesvenster op het voorpaneel.
Druk normaals op PTY SEEK START om de zoekopdracht te stoppen.
- Het systeem stopt met zoeken wanneer een zender is gevonden die het geselecteerde programmatype uitzendt.
- Als u de gevonden zender niet wenst te beluisteren, drukt u nogmaals op PTY SEEK START om verder te zoeken naar een andere zender die hetzelfde programmatype uitzendt. Programmatype Omschrijvingen NEWS NieuwsAFFAIRS ActualiteitenINFO Algemene informatieSPORT SportEDUCATE EducatiefDRAMA HoorspelCULTURE CulturenSCIENCE Wetenschap Knippert VARIED Lichte ontspanningPOP M Populaire muziekROCK M RockmuziekM.O.R.M Middle-of-the-road-muziek (rustige muziek)LIGHT M Lichte klassieke muziekCLASSICS Ernstige klassieke muziekOTHER M Andere muziek Opmerkingen Programmatype Omschrijvingen Licht opKnippert28 Nl Zodra u uw iPod in het universele Yamaha iPod-station hebt geplaatst (zoals YDS-10/YDS-11, apart verkrijgbaar) dat is aangesloten op de DOCK-aansluiting van de subwoofer/systeembediening (☞ P. 14), kunt u uw iPod afspelen. Ondersteunde iPod iPod (Click and Wheel) iPod nano iPod mini iPod touch Oplaadfunctie batterij Dit systeem laadt de batterij op van een iPod die zich in het universele Yamaha iPod-station bevindt dat op de DOCK- aansluiting van de subwoofer/systeembediening is aangesloten, terwijl het systeem is ingeschakeld. Uw iPod in het universele Yamaha iPod-station plaatsen Zodra u uw iPod in het universele Yamaha iPod-station plaatst, verschijnen "iPod connected" en de DOCK-indicator op het voorpaneelscherm.
- Sommige functies zjin mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van het model of de softwareversie van uw iPod.
- Voor een volledige lijst van statusberichten die in het voorpaneelscherm verschijnen, raadpleeg de "iPod"-sectie in "Problemen oplossen" op pagina 36.• Zet het volume op het minimum voordat u uw iPod in het station plaatst of verwijdert. ■ Bedieningselementen en functies voor iPod™ U kunt uw iPod in een eenvoudige afstandsbedieningsmodus of menubladermodus bedienen.
U kunt wisselen tussen de eenvoudige afstandsbedieningsmodus en de menubladermodus door te drukken op DOCK MODE.
OPTIONELE APPARATUUR GEBRUIKEN
iPod™ gebruiken Opmerkingen DOCK MODE Schakel tussen eenvoudige afstandsbedieningsmodus en menubladermodus. Bedieningsknoppen voor weergave Bedien de weergave van de aangesloten iPod. p: Afspelen/pauzeren (eenvoudige afstandsbedieningsmodus), Afspelen (menubladermodus) e: Afspelen/pauzeren (eenvoudige afstandsbedieningsmodus), Pauzeren (menubladermodus) s: Stoppen b/a: Nummer terug/verder Vooruit/achteruit zoeken (ingedrukt houden) DOCK Stel de invoer in op DOCK. MENU/Cursorknoppen
Blader door het menu van uw iPod.
- Druk op W om een niveau hoger te gaan.
om de cursor te verplaatsen om een menu te selecteren.
- Druk op ENTER of X om een geselecteerd menu te openen.
- Druk op ENTER in het menuscherm "Songs" om het geselecteerde nummer af te spelen.OPTIONELE APPARATUUR GEBRUIKEN 29 Nl NederlandsANDERE FUNCTIES ■ Uw iPod in eenvoudige afstandsbedieningsmodus bedienen Uw iPod in het universele Yamaha iPod-station plaatsen (zoals YDS-10 of YDS-11, apart verkrijgbaar) activeert de eenvoudige afstandsbedieningsmodus. U kunt de basisbediening van uw iPod (afspelen, stoppen, nummer verder/terug, enz.) uitvoeren met de bijgeleverde afstandsbediening in deze modus.
U kunt ook de bedieningselementen van uw iPod gebruiken om handelingen uit te voeren. Raadpleeg de handleiding van uw iPod voor de bediening. ■ Uw iPod in menubladermodus bedienen De nummerlijst of afspeelinformatie wordt weergegeven op het voorpaneelscherm, zodat u nummers kunt selecteren en weergeven of instellingen kunt aanpassen met behulp van de afstandsbediening in deze modus.
- U kunt niet de bedieningselementen van uw iPod gebruiken om handelingen uit te voeren.
- Tekens die niet op het voorpaneelscherm kunnen worden weergegeven, worden vervangen door strepen "_". 1 Druk op DOCK MODE om de menubladerstand te openen. 2 Druk herhaaldelijk op S/T/W/X om het gewenste menu te selecteren en druk vervolgens op ENTER om het geselecteerde nummer af te spelen. De instellingenlijst heeft de volgende 2 opties. Shuffle Gebruik deze functie om het systeem nummers of albums in willekeurige volgorde te laten afspelen. Opties: Off, Songs, Album U kunt naar elke optie overschakelen door op ENTER te drukken.
- Selecteer "Off" om deze functie te deactiveren.
- Selecteer "Songs" om het systeem nummers in willekeurige volgorde te laten spelen.
- Selecteer "Album" om het systeem albums in willekeurige volgorde te laten spelen. Repeat Gebruik deze functie om het systeem een nummer of een reeks nummers te laten herhalen. Opties: Off, One, All U kunt naar elke optie overschakelen door op ENTER te drukken.
- Selecteer "Off" om deze functie te deactiveren.
- Selecteer "One" om het systeem één nummer te laten herhalen.
- Selecteer "All" om het systeem een reeks nummers te laten herhalen. De inhoud van het iPod-menu varieert afhankelijk van het model of de generatie. Opmerkingen Opties Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Niveau 4 Playlists Afspeellijst NummerlijstArtists Artiestenlijst Albumlijst NummerlijstAlbums Albumlijst NummerlijstSongs Nummerlijst Genres Genrelijst Artiestenlijst Albumlijst Nummerlijst Composers Componistenlijst Albumlijst NummerlijstSettings Instellingenlijst OpmerkingOPTIONELE APPARATUUR GEBRUIKEN 30 Nl U kunt de Yamaha Bluetooth draadloze audio-ontvanger (zoals YBA-10, apart verkrijgbaar) aansluiten op de DOCK- aansluiting van de subwoofer/systeembediening en luisteren naar de muziek die is opgeslagen op uw Bluetooth- component (zoals een draagbare muziekspeler of computer met een Bluetooth-zender, enz.) zonder bekabeling tussen het systeem en de Bluetooth-component. U moet de aangesloten Yamaha Bluetooth draadloze audio-ontvanger en uw Bluetooth-component op voorhand "koppelen". ■ Bedieningselementen en functies voor Bluetooth- componenten ■ De Yamaha Bluetooth™ draadloze audio-ontvanger en uw Bluetooth™-component koppelen De koppeling moet worden uitgevoerd voordat u een Bluetooth-component voor het eerst gebruikt met de Yamaha Bluetooth draadloze audio-ontvanger aangesloten op het systeem, of als de geregistreerde koppelingsgegevens werden verwijderd. "Koppelen" verwijst naar het registreren van een Bluetooth-component voor Bluetooth-communicatie. 1 Sluit de Yamaha Bluetooth draadloze audio-ontvanger aan op de DOCK-aansluiting van de subwoofer/systeembediening. (☞ P. 14) 2 Druk op DOCK om de invoer op DOCK in te stellen. 3 Schakel de Bluetooth-component in die u wilt koppelen en open vervolgens de koppelingsmodus. Raadpleeg de handleiding van uw Bluetooth-component voor meer informatie. Bluetooth™-componenten gebruiken Om veiligheid te verzekeren, wordt een tijdslimiet van 8 minuten ingesteld voor het koppelen. Lees alle instructies en zorg ervoor dat u ze begrijpt voordat u begint.
- Maak of verbreek een verbinding met een Bluetooth-component. DOCK Stel de invoer in op DOCK. Bedieningsknoppen voor weergave Bedien de weergave van een Bluetooth-component. p: Afspelen e: Pauzeren s: Stoppen b/a: Nummer verder/terugOPTIONELE APPARATUUR GEBRUIKEN 31 Nl NederlandsANDERE FUNCTIES 4 Houd BLUETOOTH ON gedurende meer dan 3 seconden ingedrukt om het koppelen te starten. "Searching..." verschijnt wanneer het koppelen start. Terwijl de Yamaha Bluetooth draadloze audio-ontvanger zich in de koppelingsmodus bevindt, knippert de DOCK-indicator op het voorpaneelscherm.
Druk op BLUETOOTH OFF om het koppelen te annuleren. 5 Controleer of de Bluetooth-component de Yamaha Bluetooth draadloze audio-ontvanger herkent. Als de Bluetooth-component de Yamaha Bluetooth draadloze audio-ontvanger herkent, verschijnt de audio- ontvangernaam ("YBA-10 YAMAHA" bijvoorbeeld) in de apparaatlijst van de Bluetooth-component. 6 Selecteer de Yamaha Bluetooth draadloze audio-ontvanger in de apparaatlijst van de Bluetooth- component en voer vervolgens het wachtwoord "0000" in op de Bluetooth-component. Als het koppelen is gelukt, verschijnt "Completed" op het voorpaneelscherm.
- Als het koppelen niet is gelukt binnen 8 minuten, verschijnt "Not found" en wordt de DOCK-indicator uitgeschakeld in het voorpaneelscherm.• Als het koppelen wordt geannuleerd tijdens het koppelen, verschijnt "Canceled" in het voorpaneelscherm. De Yamaha Bluetooth draadloze audio-ontvanger kan met maximaal acht Bluetooth-componenten worden gekoppeld. Als het koppelen succesvol is beëindigd met een negende component en de koppelingsgegevens zijn geregistreerd, worden de koppelingsgegevens van de minst gebruikte component verwijderd. ■ Een verbinding tot stand brengen Nadat het koppelen is gebeurd, maakt u een verbinding op het systeem of op de Bluetooth-component om de communicatie tussen beide apparaten tot stand te brengen. De verbinding op het systeem kan alleen voor de meest recentelijk aangesloten Bluetooth-component worden uitgevoerd. 1 Druk op DOCK om de invoer op DOCK in te stellen. 2 Druk op BLUETOOTH ON om een verbinding tot stand te brengen. "Searching..." verschijnt in het voorpaneelscherm. Als het systeem de laatst verbonden Bluetooth-component vindt, verschijnt "BT connected" in het voorpaneelscherm gedurende 3 seconden.
- Als het systeem de laatst verbonden Bluetooth-component niet vindt, verschijnt "Not found" in het voorpaneelscherm.
- Als u een verbinding tot stand wilt brengen met een andere Bluetooth-component dan de meest recent aangesloten, verbindt u vanaf die Bluetooth-component. Raadpleeg de handleiding van uw Bluetooth-component voor meer informatie. ■ Verbinding verbreken Druk op DOCK en vervolgens op BLUETOOTH OFF om het systeem los te koppelen van de Bluetooth-component. "Disconnected" verschijnt op het voorpaneelscherm. ■ De Bluetooth-component weergeven U kunt uw Bluetooth-component weergeven met de bijgeleverde afstandsbediening. U kunt ook uw Bluetooth-component weergeven door ze rechtstreeks te bedienen.
Bediening met behulp van de afstandsbediening is alleen beschikbaar wanneer de verbinding tussen de Bluetooth-component die u wilt weergeven en het systeem tot stand is gebracht. Opmerking32 Nl HANDIGE BEDIENING FPD TV-beelden worden soms na het geluid weergegeven. U kunt deze functie gebruiken om het geluid te vertragen om het te synchroniseren met het videobeeld.
DE AUDIOVERTRAGING AANPASSEN
1 Druk op AUDIO DELAY om de aanpassingsmodus te openen. 2 Druk S/T om de vertragingstijd aan te passen. Opties: 0 tot 240 ms U kunt de vertragingstijd met 10 ms aanpassen. 3 Druk opnieuw op AUDIO DELAY of ENTER om de aanpassingsmodus te sluiten.
- De standaardinstelling is 0 ms en "DELAY OFF" verschijnt in het voorpaneelscherm.
- Het systeem onthoudt de instellingen die aan elke ingangsbron zijn toegewezen. Als u deze functie niet gebruikt binnen 30 seconden na het activeren van de aanpassingsmodus gaat het systeem automatisch uit de aanpassingsmodus. Opmerking Instellingswaarde33 Nl Nederlands HANDIGE BEDIENING Nachtluistermodus laat u toe om duidelijker naar dialogen of stemmen te luisteren aan lager volume door luidere geluidseffecten te onderdrukken. Deze functie is handig als u graag 's nachts naar films kijkt of muziek beluistert. Druk op NIGHT
"NIGHT ON" verschijnt in het voorpaneelscherm. De NIGHT-indicator licht op wanneer de nachtluistermodus is geselecteerd.
- Druk opnieuw op NIGHT om de nachtluistermodus te verlaten.
- De versterkingsmodus voor gecomprimeerde muziek wordt automatisch uitgeschakeld wanneer deze functie is ingeschakeld. (☞ P. 21)
- De instelling is ingesteld voor alle ingangsbronnen. U kunt de volumebalans van de virtuele luidsprekers en subwoofer aanpassen.
- U kunt het niveau van het luidsprekervolume ook wijzigen wanneer het testgeluid wordt weergegeven. (☞ P. 20)
- De instelling is ingesteld voor alle ingangsbronnen. AAN LAAG VOLUME LUISTEREN (NACHTLUISTERMODUS) NIGHT Licht op
DE VOLUMEBALANS AANPASSEN TIJDENS HET AFSPELEN
SW +/– Past het uitvoerniveau van het subwooferkanaal aan. Bedieningsbereik: +6 tot –6 CENTER +/– Past het uitvoerniveau van het centrale virtuele luidsprekerkanaal aan. Bedieningsbereik: +6 tot –6 SUR. +/– Past het uitvoerniveau van de virtuele luidsprekerkanalen voor surround/surround achteraan aan. Bedieningsbereik: +6 tot –634 Nl U kunt de helderheid van het voorpaneelscherm wijzigen. U kunt het voorpaneelscherm ook uitschakelen om een film in een donkerdere omgeving te bekijken.
DE HELDERHEID VAN HET VOORPANEELSCHERM WIJZIGEN
Druk herhaaldelijk op DISP. MODE. Elke keer u op DISP. MODE drukt, wijzigt de helderheid van het voorpaneel.
- Door DISPLAY OFF te selecteren, wordt het voorpaneelscherm uitgeschakeld nadat "DISPLAY OFF" verschijnt in het voorpaneelscherm. Het voorpaneelscherm licht tijdelijk op wanneer een handeling wordt uitgevoerd terwijl de DISPLAY OFF- modus is geselecteerd. Alleen de stroomindicator blijft branden in DISPLAY OFF-modus.
De standaardinstelling is DIMMER OFF. Helder Donker DISP. MODE35 Nl Nederlands EXTRA INFORMATIE EXTRA INFORMATIE Controleer de volgende items als er een probleem is met het systeem. Schakel het systeem uit, trek de stekker uit en raadpleeg uw dichtstbijzijnde bevoegde Yamaha-dealer of Service Center als u het probleem niet kunt oplossen met de volgende methodes of als een probleem hieronder niet vermeld staat. EXTRA INFORMATIE Problemen oplossen Probleem Oorzaak Oplossing Zie pagina Apparaat wordt ingeschakeld, maar wordt onmiddellijk terug uitgeschakeld. Het netsnoer is mogelijk verkeerd aangesloten.Zorg ervoor dat het netsnoer stevig in het stopcontact is gestoken. Een luidsprekerkabel zorgt mogelijk voor kortsluiting.Controleer of alle luidsprekerkabels correct zijn aangesloten. Dit systeem heeft mogelijk een zware elektrische schok gekregen, bijvoorbeeld van een bliksemstraal of overmatige statische elektriciteit.Zet het systeem in de waakstand en koppel vervolgens het netsnoer los. Wacht ongeveer 30 seconden, sluit het netsnoer aan en schakel vervolgens het systeem opnieuw in.
De luidsprekers geven geen geluid weer. Het volume staat mogelijk op minimumniveau.Wijzig de volumebalans.16, 33De dempingsfunctie is mogelijk actief. Schakel de dempingsfunctie uit. 16De ingangsbron of instelling van de ingang is mogelijk foutief.Selecteer de juiste ingangsbron of -instelling. De kabels zijn mogelijk verkeerd aangesloten.Controleer of alle kabels goed zijn aangesloten.
Het geluid is te stil aan één kant. De kabels zijn mogelijk verkeerd aangesloten.Controleer of alle kabels goed zijn aangesloten.
De luidsprekerkanalen maken geen geluid met uitzondering van de voorste. U luistert mogelijk naar stereogeluiden zonder surround-modus.Druk op een surround-modusknop om het geluidsveldeffect in te schakelen.
De centrale luidspreker maakt geen geluid. Het volume van het centrale virtuele luidsprekerkanaal is mogelijk ingesteld op het minimumniveau.Pas het volumeniveau van het centrale virtuele luidsprekerkanaal aan. 33 De surround- luidspreker maakt geen geluid. Het volume van de virtuele surround-luidsprekerkanalen is mogelijk ingesteld op het minimumniveau.Pas het volumeniveau van de virtuele surround-luidsprekerkanalen aan.
De subwoofer geeft geen geluid weer. Het volume van het subwooferkanaal is mogelijk ingesteld op het minimumniveau.Pas het volumeniveau van de subwoofer aan.
Slecht geluid (ruis). Een luidsprekerkabel zorgt mogelijk voor kortsluiting.Controleer of alle kabels goed zijn aangesloten.
Het systeem werkt niet correct. Dit systeem ontvangt mogelijk een zware elektrische schok, bijvoorbeeld van een bliksemstraal of overmatige statische elektriciteit, of een daling in stroomtoevoer.Zet het systeem in de waakstand en koppel vervolgens het netsnoer los. Wacht ongeveer 30 seconden, sluit het netsnoer aan en schakel vervolgens het systeem opnieuw in. De systeembedieningskabel is mogelijk verkeerd aangesloten.Sluit de systeemkabel stevig aan.
Een digitaal apparaat of apparaat met hoge frequentie creëert geluiden. Het systeem is mogelijk in de buurt van digitale apparatuur of apparatuur met hoge frequentie geplaatst.Plaats dit systeem uit de buurt van dergelijk materiaal. —36 Nl EXTRA INFORMATIE ■ Tuner ■ iPod Controleer de verbinding met uw iPod (☞ P. 14) bij een transmissiefout zonder statusbericht op het voorpaneel. De afstandsbediening bedient het systeem niet. Het systeem is mogelijk buiten het bereik van de afstandsbediening. Voor meer informatie over het bereik van de afstandsbediening, raadpleeg "De afstandsbediening gebruiken".
De afstandsbedieningssensor van dit systeem is mogelijk blootgesteld aan direct zonlicht of belichting. Wijzig de belichting.
De batterijen zijn mogelijk leeg. Vervang de batterijen. 7 Probleem Oorzaak Oplossing Zie pagina Stereo-FM-ontvangst bevat ruis. De eigenschappen van FM-stereo- uitzendingen veroorzaken dit probleem mogelijk wanneer de zender te ver weg ligt of de antenne van slechte kwaliteit is. Controleer de antenneverbindingen. 14 Probeer een directionele FM-antenne van hoge kwaliteit.
Gebruik de handmatige afstemmingsmethode. 23 Er zijn storingen en een zuivere ontvangst lukt niet, zelfs niet met een goede FM-antenne. Er is een multipad-interferentie. Pas de positie van de antenne aan om multipad- interferentie te elimineren.
Er kan niet op de gewenste zender worden afgestemd met de automatische afstemmingsmethode. Het signaal is te zwak. Gebruik een directionele FM-antenne van hoge kwaliteit.
Opmerking Statusbericht Oorzaak Oplossing Zie pagina Unknown iPod De gebruikte iPod wordt niet door het systeem ondersteund. Alleen iPod (Click and Wheel), iPod nano, iPod mini en iPod touch worden ondersteund.
iPod connected Uw iPod is correct geplaatst op het universele Yamaha iPod-station (zoals YDS-10 of YDS-11, apart verkrijgbaar) dat op de DOCK-aansluiting van dit systeem is aangesloten en de verbinding tussen uw iPod en dit systeem is voltooid. Disconnected Uw iPod werd verwijderd uit het universele Yamaha iPod-station (zoals YDS-10 of YDS-11, apart verkrijgbaar) dat op de DOCK-aansluiting van dit systeem is aangesloten. Plaats uw iPod terug in het universele Yamaha iPod- station (YDS-10 of YDS-11, apart verkrijgbaar) dat op de DOCK-aansluiting van dit systeem is aangesloten. 14, 28 Probleem Oorzaak Oplossing Zie pagina37 Nl EXTRA INFORMATIE Nederlands EXTRA INFORMATIE ■ Bluetooth Controleer uw Bluetooth-component bij een transmissiefout zonder statusbericht op het voorpaneel. Opmerking Statusbericht Oorzaak Oplossing Zie pagina Searching... De Yamaha Bluetooth draadloze audio- ontvanger (zoals YBA-10, apart verkrijgbaar) en de Bluetooth-component worden gekoppeld. De Yamaha Bluetooth draadloze audio- ontvanger (zoals YBA-10, apart verkrijgbaar) en de Bluetooth-component zijn bezig met het maken van de verbinding. Completed De koppeling is voltooid. Canceled De koppeling is geannuleerd. Not found Het systeem kan de Bluetooth-component niet vinden tijdens het koppelen of verbinden met de Bluetooth-component. BT connected De verbinding tussen de Yamaha Bluetooth draadloze audio-ontvanger (zoals YBA-10, apart verkrijgbaar) en de Bluetooth-component is gemaakt. Disconnected De Bluetooth-component is losgekoppeld van de Yamaha Bluetooth draadloze audio-ontvanger (zoals YBA-10, apart verkrijgbaar). Not Available De koppeling wordt uitgevoerd wanneer de Yamaha Bluetooth draadloze audio- ontvanger (zoals YBA-10, apart verkrijgbaar) is aangesloten op de Bluetooth-component. Voer de koppeling uit wanneer de Yamaha Bluetooth draadloze audio-ontvanger (zoals YBA-10, apart verkrijgbaar) niet is aangesloten op de Bluetooth- component. 3038 Nl EXTRA INFORMATIE
■ AIR SURROUND XTREME
Nieuwe surroundtechnologie ontwikkeld door Yamaha maakt surroundgeluid mogelijk met minder luidsprekers. In vergelijking met traditionele voorsurroundtechnologie zorgt AIR SURROUND XTREME voor een natuurlijk surroundgeluidsveld. ■ Dolby Digital Digitaal surround sound-systeem dat werd ontworpen door Dolby Laboratories verschaft volledig onafhankelijke multikanaals audio. Met 3 kanalen vooraan (links, midden en rechts) en 2 surround-stereokanalen, biedt Dolby Digital vijf audiokanalen met volledig bereik. Met een extra kanaal, specifiek voor baseffecten (LFE genaamd of low frequency effect), heeft het systeem in totaal 5.1 kanalen (LFE telt als 0.1 kanaal). Door 2- kanaals stereo te gebruiken voor de surround-luidsprekers zijn nauwkeurigere bewegende geluidseffecten en surround-geluidsomgevingen mogelijk dan met Dolby Surround. ■ Dolby Pro Logic II Het is een verbeterde matrixdecodeertechnologie die een beter ruimtelijk en directioneel gevoel biedt op Dolby Surround-geprogrammeerd materiaal, een overtuigend driedimensionaal geluidsveld creëert op traditionele stereo-muziekopnames en het is ideaal om de surround- ervaring naar de wagen te brengen. Terwijl conventionele surround-programmering volledig compatibel is met Dolby Pro Logic II-decoders, kunnen soundtracks specifiek worden gedecodeerd om volledig te kunnen profiteren van Pro Logic II-weergave, inclusief linker- en rechter-surround-kanalen. ■ DTS Digitaal surround sound-systeem ontwikkeld door DTS, Inc., dat 5.1-kanaals audio biedt. Met een overvloed aan audiogegevens is het mogelijk om authentiek klinkende effecten te voorzien. ■ Kanaal (kan.) Een kanaal is een audiotype dat op basis van bereik en andere eigenschappen werd opgedeeld. Bv. 7.1-kanaals
- In tegenstelling tot een volledige 1-kanaals band, een component ontworpen om de lage frequenties te versterken voor extra effect. ■ PCM (Pulse Code Modulation) Een signaal dat wordt omgezet naar digitaal formaat zonder compressie. Een cd wordt opgenomen met 16-bits geluid aan 44,1 kHz, terwijl dvd-opnames variëren tussen 16 bits aan 48 kHz tot 24 bits aan 192 kHz, waardoor de kwaliteit beter is dan bij de cd. ■ Samplefrequentie Het aantal samples (proces voor het digitaliseren van analoge signalen) per seconde. In principe, hoe hoger de samplesnelheid, hoe breder het frequentiebereik dat kan worden weergegeven en hoe hoger de gekwantificeerde bitsnelheid, hoe fijner het geluid dat kan worden weergegeven. Woordenlijst39 Nl EXTRA INFORMATIE Nederlands EXTRA INFORMATIE
- Specificaties zijn onderhevig aan wijzigingen zonder voorafgaande kennisgeving. Dit systeem gebruikt nieuwe technologieën en algoritmes die het mogelijk maken om 7-kanaals surroud-geluid te bereiken met slechts twee voorluidsprekers en zonder muurweerkaatsingen.Gefabriceerd onder licentie van Dolby Laboratories. "Dolby", "Pro Logic" en het dubbele-D-symbool zijn handelsmerken van Dolby Laboratories."DTS" en "DTS Digital Surround" zijn gedeponeerde handelsmerken van DTS, Inc. Specificaties40 Nl Beperkte garantie voor de Europese Economische Ruimte en Zwitserland Hartelijk dank dat u een Yamaha-product hebt gekozen. In het onwaarschijnlijke geval dat uw Yamaha-product tijdens de garantie dient te worden gerepareerd, dient u contact op te nemen met de dealer bij wie u het hebt gekocht. Indien u moeilijkheden ervaart, gelieve dan contact op te nemen met de vertegenwoordiging van Yamaha in uw land. U vindt de gegevens op onze website (http://www.yamaha-hifi.com/ of http://www.yamaha-uk.com/ voor inwoners van het V.K.). Er wordt gegarandeerd dat het product vrij is van gebreken in fabricage en materialen voor een periode van twee jaren te rekenen vanaf de originele aankoop. Yamaha zorgt ervoor, met inachtneming van onderstaande voorwaarden, dat een product dat gebreken vertoont wordt gerepareerd of dat om het even welke onderdelen worden gerepareerd of vervangen (naar goeddunken van Yamaha) zonder kosten voor de onderdelen of werkuren. Yamaha behoudt zich het recht voor om een product te vervangen door een gelijkaardig met dezelfde eigenschappen en waarde, indien een model niet meer leverbaar is of het onrendabel is dit te repareren.Voorwaarden 1. De originele factuur of de kassabon (met vermelding van de aankoopdatum, de productcode en de naam van de dealer) MOET worden gevoegd bij het product dat gebreken vertoont, samen met een verklaring waaruit het gebrek blijkt. Ingeval van afwezigheid van dit duidelijk aankoopbewijs, behoudt Yamaha zich het recht voor om gratis service te weigeren en kan het product op kosten van de klant worden teruggezonden. 2. Het product MOET zijn gekocht bij een ERKENDE Yamaha dealer binnen de Europese Economische Ruimte (EEA) of Zwitserland. 3. Het product mag geen wijzigingen of veranderingen hebben ondergaan, tenzij deze schriftelijk door Yamaha werden toegestaan. 4. Het volgende is van garantie uitgesloten:a. Regelmatig onderhoud of reparaties of vervanging van onderdelen vanwege normale slijtage.b. Schade die voortkomt uit:(1) Reparaties uitgevoerd door de klant zelf of een ongemachtigde derde. (2) Een onjuiste verpakking of oneigenlijk gebruik wanneer het product door de klant wordt verstuurd. Het is belangrijk te weten dat het de verantwoordelijkheid is van diegene die het product terugstuurt dat het product adequaat is ingepakt wanneer hij of zij het product terugstuurt met het oog op reparatie. (3) Oneigenlijk gebruik, met inbegrip van maar niet beperkt tot (a) verzuim om het product voor normale doeleinden te gebruiken of te gebruiken overeenkomstig de instructies van Yamaha met betrekking tot eigenlijk gebruik, onderhoud en opslag, en (b) installatie of gebruik van het product op een manier die niet overeenkomt met de van toepassing zijnde technische of veiligheidsnormen in de landen van gebruik. (4) Ongevallen, blikseminslag, waterschade, brandschade, een onjuiste ventilatie, lekkende batterijen of een oorzaak die buiten de controle van Yamaha ligt. (5) Gebreken aan het systeem waarin het product wordt ingebouwd en/of onverenigbaarheid met derde producten. (6) Gebruik van een product dat in de Europese Economische Ruimte en/of Zwitserland werd ingevoerd, maar niet door Yamaha, en dat niet voldoet aan de technische of veiligheidsnormen van het land van gebruik en/of de standaardspecificaties van producten die door Yamaha in de Europese Economische Ruimte en/of Zwitserland worden verkocht.(7) Producten die niet AV (audiovisueel) gerelateerd zijn. (De producten die onderworpen zijn aan de “Yamaha AV garantievoorwaarden” worden gedefinieerd op onze website: http://www.yamaha-hifi.com/ of http://www.yamaha-uk.com/ voor inwoners van het V.K.) 5. Indien de garantie verschilt tussen het land van aankoop en het land van gebruik, zal de garantie van het land van gebruik van toepassing zijn. 6. Yamaha kan niet aansprakelijk worden gesteld voor verlies of beschadiging, hetzij rechtstreeks of onrechtstreeks of anders, behalve voor de reparatie of vervanging van het product. 7. Maak kopieën van douaneformulieren of gegevens omdat Yamaha niet aansprakelijk kan worden gesteld voor om het even welke wijzigingen aan of verlies van dergelijke formulieren en gegevens. 8. Deze garantie heeft noch invloed op de statutaire rechten van klanten die van toepassing zijn binnen het kader van de nationale wetgevingen, noch op de rechten van klanten ten opzichte van de dealer die voortkomen uit hun overeenkomst tot verkoop/aankoop. Informatie voor gebruikers van inzameling en verwijdering van oude apparaten en Gebruikte batterijen Deze tekens op de producten, verpakkingen en/of bijgaande documenten betekent dat gebruikte elektrische en elektronische producten en batterijen niet mogen worden gemengd met algemeen huishoudelijk afval. Breng alstublieft voor de juiste behandeling, herwinning en hergebruik van oude producten en gebruikte batterijen deze naar daarvoor bestemde verzamelpunten, in overeenstemming met uw nationale wetgeving en de instructies 2002/96/EC en 2006/66/EC. Door deze producten en batterijen juist te rangschikken, helpt u het redden van waardevolle rijkdommen en voorkomt u mogelijke negatieve effecten op de menselijke gezondheid en de omgeving, welke zich zou kunnen voordoen door ongepaste afvalverwerking. Voor meer informatie over het inzamelen en hergebruik van oude producten en batterijen kunt u contact opnemen met uw plaatselijke gemeente, uw afvalverwerkingsbedrijf of het verkooppunt waar u de artikelen heeft gekocht. [Informatie over verwijdering in ander landen buiten de Europese Unie] Deze symbolen zijn alleen geldig in de Europese Unie. Mocht u artikelen weg willen gooien, neem dan alstublieft contact op met uw plaatselijke overheidsinstantie of dealer en vraag naar de juiste manier van verwijderen. Opmerking bij het batterij teken (onderkant twee tekens voorbeelden): Dit teken wordt mogelijk gebruikt in combinatie met een chemisch teken. In dat geval voldoet het aan de eis en de richtlijn, welke is opgesteld voor het betreffende chemisch product.i Ru
Notice-Facile