EASYMIG 160 - Laspost GYS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis EASYMIG 160 GYS in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Laspost in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding EASYMIG 160 - GYS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. EASYMIG 160 van het merk GYS.
GEBRUIKSAANWIJZING EASYMIG 160 GYS
ALGEMENE INSTRUCTIES Voor het in gebruik nemen van het apparaat moeten deze instructies gelezen en goed VAN begrepen worden. Voer geen wijzigingen of onderhoud uit die niet in de handleiding ver- meld staan. Geen enkel lichamelik letsel of schade, veroorzaakt door het niet naleven van de instructies in deze handleiding, kan verhaald worden op de fabrikant van het apparaat. Raadpleeg, in geval van problemen of onzekerheid over het gebruik, een bevoegd persoon om het apparaat correct te installeren. OMGEVING Dit apparaat mag enkel gebruikt worden om te lassen, en uitsluitend volgens de in de handleiding en/of op het typeplaatje vermelde instructies. De veiligheidsvoorschriften moeten gerespecteerd worden. In geval van onjuist of gevaarlijk gebruik kan de fabrikant niet aansprakelijk worden gesteld. De installatie mag alleen worden gebruikt en bewaard in een stof- en zuurvrije ruimte, en in afwezigheid van ontvlambaar gas of andere corrosieve substanties. Zorg voor voldoende ventilatie tijdens het gebruik. Gebruikstemperatuur : Gebruik tussen -10 en +40°C (+14 en +104°F). Opslag tussen -20 en +55°C (-4 en 131°F). Luchtvochtigheid : Lager of gelijk aan 50% bij 40°C (104°F). Lager of gelijk aan 90% bij 20°C (68°F). Hoogte : Tot 1000 m boven de zeespiegel (3280 voet).
PERSOONLIJKE BESCHERMING EN BESCHERMING VAN ANDEREN
Booglassen kan gevaarlijk zijn en ernstige en zelfs dodelijke verwondingen veroorzaken. Tijdens het lassen worden de individuen blootgesteld aan een gevaarlijke warmtebron, aan de lichtstraling van de lasboog, aan elektro-magnetische velden (waarschuwing voor dragers van een pacemaker), aan elektrocutie gevaar, aan lawaaï en aan uitstoting van gassen. Bescherm uzelf en bescherm anderen, respecteer de volgende veiligheidsinstructies : Draag, om uzelf te beschermen tegen brandwonden en straling, droge, goed isolerende kleding zonder omslagen, brandwerend en in goede staat, die het gehele lichaam bedekt. Draag handschoenen die de elektrische en thermische isolatie garanderen. Draag een lasbescherming en/of een lashelm die voldoende bescherming biedt (afhankelijk van de lastoe- passing). Bescherm uw ogen tijdens schoonmaakwerkzaamheden. Contactlenzen zijn uitdrukkelijk verboden. Soms is het nodig om het lasgebied met brandwerende gordijnen af te scher- men tegen stralingen, projectie en wegspattende gloeiende deeltjes. Informeer de personen in het lasgebied om niet naar de boog of naar gesmolten stukken te staren, en om aange- paste kleding te dragen die voldoende bescherming biedt. Gebruik een bescherming tegen lawaai als het lassen een hoger geluidsniveau bereikt dan de toegestane norm (dit geldt tevens voor alle personen die zich in de las-zone bevinden). Houd uw handen, haar en kleding op voldoende afstand van bewegende delen (ventilator). Verwijder nooit de behuizing van het koelelement wanneer de las-installatie aan een elektrische voedingsbron is aangesloten en onder spanning staat. De fabrikant kan in dit geval niet verantwoordelijk worden gehouden in geval van een ongeluk. De elementen die net gelast zijn zijn heet en kunnen brandwonden veroorzaken bij het aanraken. Zorg ervoor dat, tijdens onderhoudswerkzaamheden aan de toorts of de elektrode-houder, deze voldoende afgekoeld zijn en wacht ten minste 10 minuten alvorens met de werkzaamheden te beginnen. De koelgroep moet in werking zijn tijdens het gebruik van een watergekoelde toorts, om te voorkomen dat de vloeistof brandwonden veroorzaakt. Het is belangrijk om, voor vertrek, het werkgebied veilig achter te laten, om mensen en goederen te beschermen.
Dampen, gassen en stof uitgestoten tijdens het lassen zijn gevaarlijk voor de gezondheid. Zorg voor voldoende ventilatie, soms is toevoer van verse lucht tijdens het lassen noodzakelijk. Een lashelm met verse luchtaanvoer kan
een oplossing zijn als er onvoldoende ventilatie is.
Controleer of de zuigkracht voldoende is, en verifieer of deze aan de gerelateerde veiligheidsnormen voldoet.
avs EASYMIG 160 / 180-4XL Waarschuwing: bij het lassen in kleine ruimtes moet de veiligheid op afstand gecontroleerd worden. Bovendien kan het lassen van materialen die bepaalde stoffen zoals lood, cadmium, zink, kwik of beryllium bevatten bijzonder schadelijk zijn. Ontvet de te lassen materialen voor aanvang van de laswerkzaamheden. De gasflessen moeten worden opgeslagen in een open of goed geventileerde ruimte. Ze moeten in verticale positie gehouden worden, in een houder of op een trolley. Het lassen in de buurt van vet of verf is verboden.
BRAND EN EXPLOSIE-RISICO
ns Scherm het lasgebied volledig af, brandbare stoffen moeten op minimaal 11 meter afstand geplaatst worden. Een brandblusinstallatie moet aanwezig zijn in de buurt van laswerkzaamheden. Pas op voor projectie van hete onderdelen of vonken, zelfs door kieren heen. Ze kunnen brand of explosies veroorzaken. Houd personen, ontvlambare voorwerpen en containers onder druk op veilige en voldoende afstand. Het lassen in containers of gesloten buizen moet worden verboden, en als ze open zijn dan moeten ze ontdaan worden van ieder ontvlambaar of explosief product (olie, brandstof, gas residuen...). Slijpwerkzaamheden mogen niet worden gericht naar het lasapparaat, of in de richting van brandbare materialen. GASFLESSEN Het gas dat uit de gasflessen komt kan, in geval van hoge concentratie in de lasruimte, verstikking veroorzaken (goed ventileren). Vervoer moet veilig gebeuren: de flessen goed afgesloten en het lasapparaat uitgeschakeld. Deze moeten verticaal bewaard worden en door een ondersteuning rechtop gehouden worden, om te voorkomen dat ze omvallen. Sluit de fles na ieder gebruik. Let op temperatuurveranderingen en blootstelling aan zonlicht. De fles mag niet in contact komen met een vlam, een elektrische boog, een toorts, een aardingsklem of een andere warmtebron of gloeiend voorwerp. Uit de buurt houden van elektrische leidingen en lasinstallaties, en nooît een fles onder druk lassen. Wees voorzichtig bij het openen van het ventiel van de fles, houd uw hoofd ver verwijderd van het ventiel en controleer of het gas geschikt is om mee te lassen. ELEKTRISCHE VEILIGHEID
Het elektrische netwerk dat wordt gebruikt moet altijd geaard zijn. Gebruik het op de veiligheidstabel aanbevolen type zekering. Een elektrische schok kan, direct of indirect, ernstige en zelfs dodelijke ongelukken veroorzaken. Raak nooit delen aan de binnen- of buitenkant van de machine aan (toortsen, klemmen, kabels, elektrodes) die onder spanning staan. Deze delen zijn aangesloten op het lascircuit. Koppel, voor het openen van het lasapparaat, dit los van het stroom-netwerk en wacht 2 minuten totdat alle condensatoren ontladen zijn. Raak nooit tegelijkertijd de toorts of de elektrodehouder en de massa-klem aan. Zorg ervoor dat, als de kabels of toortsen beschadigd zijn, deze vervangen worden door gekwalificeerde en bevoegde personen. Gebruik alleen kabels met de geschikte doorsnede. Draag altijd droge, in goede staat verkerende kleren om uzelf van het lascircuit te isoleren. Draag isolerend schoeisel, waar u ook werkt.
EMC CLASSIFICATIE VAN HET MATERIAAL
Dit Klasse A materiaal is niet geschikt voor gebruik in een woonomgeving waar de stroom wordt geleverd door een openbare laagspanningsnet. Het is mogelijk dat er problemen ontstaan met de elektromagnetische compatibiliteit in deze omgevingen, vanwege storingen of radiofrequente straling. laagspanningsnetwerken, aangesloten op een openbaar netwerk met uitsluitend midden of hoogspanning. Als het apparaat aangesloten wordt op een openbaar laagspanningsnetwerk is het de verantwoordelijkheid van de ( installateur of de gebruiker van het apparaat om de stroomleverancier te contacteren en zich ervan te verzekeren D Dit material is niet conform aan de CEI 61000-3-12 norm en is bedoeld om aangesloten te worden op private dat het apparaat daadwerkelijk op het netwerk aangesloten kan worden. Dit materiaal voldoet aan de CEI 61000-3-11 norm.
Elektrische stroom die door een geleider gaat veroorzaakt elektrische en magnetische velden (EMF). De lasstroom wekt een elektromagnetisch veld op rondom de laszone en het lasmateriaal. De elektromagnetische velden, EMF, kunnen de werking van bepaalde medische apparaten, zoals pacemakers, verstoren. Voor mensen met medische implantaten moeten veiligheidsmaatregelen in acht genomen worden. Bijvoorbeeld : toegangsbeperking voor voorbijgangers of een individuele risico-evaluatie voor de lassers. Alle lassers zouden de volgende procedures moeten opvolgen, om een blootstelling aan elektromagnetische straling veroorzaakt door het lassen zo beperkt mogelijk te houden : + plaats de laskabels dicht bij elkaar — bind ze indien mogelijk aan elkaar; - houd uw hoofd en uw romp zo ver mogelijk van het lascircuit af; - wikkel nooît de kabels om uw lichaam; - zorg ervoor dat u zich niet tussen de laskabels bevindt. Houd de twee laskabels aan dezelfde kant van uw lichaam; + bevestig de geaarde kabel zo dicht als mogelijk is bij de lasplek; + voer geen werkzaamheden uit dichtbij de laszone, ga niet zitten op of leun niet tegen het lasapparaat; + niet lassen wanneer u het lasapparaat of het draadaanvoersysteem draagt. Personen met een pacemaker moeten een arts raadplegen voor gebruik van het apparaat. Blootstelling aan elektromagnetische straling tijdens het lassen kan gevolgen voor de gezondheiïd hebben die nog niet bekend zijn. AANBEVELINGEN OM DE LASZONE EN DE LASINSTALLATIE TE EVALUEREN Algemene aanbevelingen De gebruiker is verantwoordelijk voor het installeren en het gebruik van het booglasmateriaal volgens de instructies van de fabrikant. Als elektromagnetische storingen worden geconstateerd, is het de verantwoordelijkheid van de gebruiker van het booglasmateriaal om het probleem op te lossen, met hulp van de technische dienst van de fabrikant. In sommige gevallen kan de oplossing liggen in een eenvoudige aarding van het lascircuit. In andere gevallen kan het nodig zijn om met behulp van filters een elektromagnetisch schild rondom de stroomvoorziening en om het vertrek te creëren. In ieder geval moeten de storingen veroorzaakt door elektromagnetische stralingen beperkt worden tot een aanvaardbaar niveau. Evaluatie van de las-zone Voor het installeren van een booglas-installatie moet de gebruiker de mogelijke elektro-magnetische problemen in de omgeving evalueren. Daarbij moeten de volgende gegevens in acht genomen worden : a) de aanwezigheid boven, onder, of naast het booglasmateriaal van andere voedingskabels, van besturingskabels, signaleringskabels of telefoonkabels; b) ontvangers en zenders voor radio en televisie; c) computers en ander besturingsapparatuur; d) essentiële beveiligingsinstallaties, zoals bijvoorbeeld beveiliging van industriéle apparatuur; e) de gezondheid van personen in de omgeving, bijvoorbeeld bij gebruik van pacemakers of gehoorapparaten; f) materiaal dat gebruikt wordt bij het kalibreren of meten; g) de immuniteit van overig aanwezig materiaal. De gebruiker moet zich ervan verzekeren dat alle apparatuur in de werkruimte compatibel is. Dit kan aanvullende veiligheidsmaatregelen vereisen; h) het tijdstip waarop het lassen of andere activiteiten moeten plaatsvinden. De afmeting van het omliggende gebied dat in acht genomen moet worden hangt af van de structuur van het gebouw en van de overige activiteiten die er plaatsvinden. Het omliggende gebied kan groter zijn dan de begrenzing van de installatie. Evaluatie van de lasinstallatie Naast een evaluatie van de laszone kan een evaluatie van de booglasinstallaties elementen aanreiken om storingen vast te stellen en op te lossen. Bij het evalueren van de emissies moeten de werkelijke resultaten worden bekeken, zoals die zijn gemeten in de reële situatie, zoals vermeld in Artikel 10 van de CISPR 11. De metingen in de specifieke situatie, op een specifieke plek, kunnen tevens helpen de efficiëntie van de maatregelen te bevestigen. AANBEVELINGEN VOOR METHODES OM ELEKTROMAGNETISCHE EMISSIES TE REDUCEREN a. Openbare spanningsnet : Het lasmateriaal moet aangesloten worden op het openbare net volgens de aanbevelingen van de fabrikant. Als er storingen plaatsvinden kan het nodig zijn om extra voorzorgsmaatregelen te nemen, zoals het filteren van het openbare stroomnetwerk. Er kan overwogen worden om de voedingskabel van de lasinstallatie af te schermen in een metalen leiding of een equivalent daarvan. Het is wenselijk de elektrische continuïteit van het omhulsel te verzekeren over de hele lengte. De bescherming moet aangekoppeld worden aan de lasstroomvoeding, om er zeker van te zijn dat er een goed elektrisch contact is tussen de geleider en het omhulsel van de lasstroomvoeding.
avs EASYMIG 160 / 180-4XL b. Onderhoud van het booglasapparaat : Onderhoud regelmatig het booglasmateriaal, en volg daarbij de aanbevelingen van de fabrikant op. Alle toegangen, service ingangen en kleppen moeten gesloten en correct vergrendeld zijn wanneer het booglasmateriaal in werking is. Het booglasmateriaal mag op geen enkele wijze veranderd worden, met uitzondering van veranderingen en instellingen zoals genoemd in de handleïding van de fabrikant. Let u er in het bijzonder op dat het vonkenhiaat van de toorts correct afgesteld is en goed onderhouden wordt, volgens de aanbevelingen van de fabrikant. c. Laskabels : De kabels moeten zo kort mogelik zijn, en dichtbij elkaar en vlakbij of, indien mogelijk, op de grond gelegd worden. d. Potentiaal-vereffening : Het is wenselijk om alle metalen objecten in en om de werkomgeving te aarden. Waarschuwing : de metalen objecten verbonden aan het te lassen voorwerp vergroten het risico op elektrische schokken voor de gebruiker, wanneer hij tegelijkertijd deze objecten en de elektrode aanraakt. Het wordt aangeraden de gebruiker van deze voorwerpen te isoleren. e. Aarding van het te lassen voorwerp : Wanneer het te lassen voorwerp niet geaard is, vanwege elektrische veiligheid of vanwege de afmetingen en de locatie, zoals bijvoorbeeld het geval kan zijn bij scheepsrompen of metalen structuren van gebouwen, kan een verbinding tussen het voorwerp en de aarde, in sommige gevallen maar niet altijd, de emissies verkleinen. Vermijd het aarden van voorwerpen, wanneer daarmee het risico op verwondingen van de gebruikers of op beschadigingen van ander elektrisch materiaal vergroot wordt. Indien nodig, is het wenselijk dat het aarden van het te lassen voorwerp rechtstreeks plaatsvindt, maar in sommige landen waar deze directe aarding niet toegestaan is is het aan te raden te aarden met een daarvoor geschikte condensator, die voldoet aan de reglementen in het betreffende land. f. Beveiliging en afscherming : Selectieve afscherming en bescherming van andere kabels en materiaal in de omgeving kan problemen verminderen. De beveiliging van de gehele laszone kan worden overwogen voor speciale toepassingen.
TRANSPORT EN VERVOER VAN DE LASSTROOMVOEDING
De lasstroombron is uitgerust met een riem waaraan het apparaat met de hand gedragen kan worden. Let op : onderschat het gewicht niet. De riem mag niet worden gebruikt om het apparaat mee omhoog te hijsen. Gebruik niet de kabels of de toorts om het apparaat te verplaatsen. Het apparaat moet in verticale positie verplaatst worden. Til nooit het apparaat boven personen of voorwerpen. Het is beter om eerst de spoel te verwijderen voordat u de lasstroomvoeding op wilt tillen of wilt verplaatsen.
INSTALLATIE VAN HET MATERIAAL
+ Plaats de voeding op een ondergrond met een helling van minder dan 10°. + Zorg dat er voldoende ruimte is om de machine te ventileren en om toegang te hebben tot het controlepaneel. - Niet geschikt voor gebruik in een ruimte waar stroomgeleidend metaalstof aanwezig is. - Plaats het lasapparaat niet in de stromende regen, en stel het niet bloot aan zonlicht. - Dit materiaal heeft beveiligingsgraad IP21, wat betekent dat : - het beveiligd is tegen toegang in gevaarlijke delen van solide voorwerpen met een diameter >12.5 mm en - het beveiligd is tegen verticaal vallende regendruppels De voedingskabels, verlengkabels en laskabels moeten volledig uitgerold zijn om oververhitting te voorkomen. De fabrikant kan niet verantwoordelijk gesteld worden voor lichamelik letsel of schade aan voorwerpen veroorzaakt door niet correct of gevaarlijk gebruik van dit materiaal. Niet gecontroleerde lasstroom kan de aardgeleiders vernietigen, gereedschap en elektrische installaties beschadigen en onderdelen verhitten, wat kan leiden tot brand. - Alle lasverbindingen moeten goed en stevig op elkaar aangesloten zijn. Controleer dit regelmatig ! - Verzekert u zich ervan dat de bevestiging van het werkstuk solide is en geen elektrische problemen heeft ! - Zet alle elektrisch geleidende elementen van het lasapparaat zoals het chassis, de trolley en de hefsystemen goed vast of hang ze op zodat ze geïsoleerd zijn ! - Leg of zet geen ander gereedschap zoals boormachines, slijpgereedschap enz. op het lasapparaat, op de trolley of op de hefsystemen als deze niet geïsoleerd zijn ! - Leg altijd de lastoortsen of elektrodehouders op een geïsoleerd opperviak wanneer ze niet gebruikt worden ! ONDERHOUD / ADVIES > ‘ Het onderhoud mag alleen door gekwalificeerd personeel uitgevoerd worden. Een jaarlijkse onderhoudsbeurt wordt aangeraden. - Haal de stekker uit het stopcontact om de elektriciteitsvoorziening te onderbreken en wacht twee minuten alvorens werkzaamheden op het apparaat te verrichten. De spanning en de stroomsterkte binnen het toestel zijn hoog en gevaarlijk. - De kap regelmatig afnemen en met een blazer stofvrij maken. Maak van deze gelegenheid gebruik om met behulp van geïsoleerd gereedschap ook de elektrische verbindingen te laten controleren door gekwalificeerd personeel. + Controleer regelmatig de voedingskabel. Als de voedingskabel beschadigd is, moet deze door de fabrikant, zijn reparatie dienst of een gekwalificeerde technicus worden vervangen, om ieder gevaar te vermijden. - Laat de ventilatieopening vrij zodat de lucht gemakkelijk kan circuleren. + De voeding is niet geschikt voor het ontdooien van leidingen, het opladen van batterijen/accu's of het opstarten van motoren.
Alleen ervaren en door de fabrikant gekwalificeerd personeel mag de installatie uitvoeren. Verzekert u zich ervan dat de generator tijdens het installeren niet op het stroomnetwerk aangesloten is. Om optimale las-omstandigheden te creëren, wordt aanbevolen om de laskabels te gebruiken die met het apparaat geleverd zijn. OMSCHRIJVING Hartelijk dank u voor uw keuze! Leest u, voor een optimaal gebruik van uw apparaat, aandachtig de volgende handleïding door : De apparaten van de EASYMIG serie zijn semi-automatische MIG/MAG en MMA lasapparaten. Handmatige afstelling, met behulp van de tabel op het apparaat. Ze worden aanbevolen voor het lassen van staal, RVS en aluminium. ELEKTRISCHE VOEDING Dit materieel wordt geleverd met een 16 A aansluiting, type CEE7/7, en moet aangesloten worden op een 230 V (50 - 60 Hz) enkelfase elektrische installatie met drie draden waarvan één geaard. De effectieve stroomafname (l1eff) wordt aangegeven op het toestel bij optimaal gebruik. Controleer of de stroomvoorziening en de bijbehorende beveiligingen (netzekering en/of hoofdscha- kelaar) geschikt zijn voor de stroom die nodig is voor het gebruik van dit apparaat. In sommige landen kan het nodig zijn om de elektrische aansluiting aan te passen om het toestel optimaal te kunnen gebruiken. Bïj intensief gebruik (> inschakelduur) kan de thermische beveiliging zich in werking stellen. In dat geval gaat de boog uit en gaat het waarschuwingslampje branden. BESCHRIJVING VAN HET APPARAAT (FIG I) Bedieningspaneel voor het regelen van de lasinstellingen 1-° (draadsnelheïd / spanning / inductieniveau). 6 Voedingskabel (2 m)
2- Schakelaar : MIG / MMA 7- ON/OFF schakelaar
3- Toortsverbindingen in overeenstemming met de Europese 8- Spoelhouder 9100/200 mm (EASYMIG 160)
Alle gebruikte verlengsnoeren moeten de voor het apparaat geschikte afmeting en kabelsectie hebben. Gebruik een verlengsnoer dat voldoet aan de nationale regelgeving. Ingangsspanning Doorsnede van het verlengsnoer (<45m) 230V-1* 1.5 mm? HALF-AUTOMATISCHE LASSEN VAN STAAL/ RVS (MAG MODUS) Kies de uitgangsspanning en stel de gewenste draadsnelheid in volgens de aanbevelingen zoals aangegeven in de tabel op het apparaat, naar gelang de dikte van het te lassen materiaal. EASYMIG is geschikt voor het lassen met stalen draad van 0,6/0,8 of met de RVS draad van 0,8. Deze lasapparaten zijn standaard uitgerust voor @ 0,8 stalen of RVS lasdraad. De contact buis, het spoor van de aandrijfrol en de mantel van de toorts zijn voor dit gebruik bestemd. Gebruik voor het lassen van 0,6 draad diameter, een toorts die niet langer is dan 3 m. De contact buis (fig IV-D) en de aanvoerrol van de haspel moeten vervangen worden door een niet bijgeleverd model (artikel n° 042339) met een groef van 0,6. In dit geval, plaats de roller zodat u 0,6 kunt lezen. Voor het lassen van staal dient u een specifiek gas (Ar + CO2) te gebruiken. De CO2 verhouding kan variéren afhankelijk van het gebruikte gas. Voor RVS gebruik een CO2 mengsel van 2%. Voor gas keuze, vraag advies aan een gashandelaar. De gasstroom voor staal is tussen 8 en 12 L/m afhankelijk van de werkomgeving. Maximale gasdruk : 0.5 MPa (5 bars). HALF-AUTOMATISCH LASSEN VAN ALUMINIUM (MIG MODUS) Kies de uitgangsspanning en stel de gewenste draadsnelheid in volgens de aanbevelingen zoals aangegeven in de tabel op het apparaat, naar gelang de dikte van het te lassen materiaal. De EASYMIG kunnen worden uitgerust om met een 0,8 ou 1,0 (fig II-B) draad te lassen. Voor aluminium dient u een specifiek zuiver Argon (Ar) gas te gebruiken. Om het juiste gas te kiezen, kunt u advies vragen aan uw gasleverancier. De gasstroom voor aluminium is tussen 20 en 30 L/m afhankelijk van de omgeving en de ervaring van de lasser. Maximale gasdruk : 0.5 MPa (5 bars). Hierbij de verschillen tussen het gebruik van staal en aluminium: - Gebruik specifieke aanvoerrollen voor het lassen van aluminium. - Zet een minimale druk op de rollen van de invoerdraadroller zodat u de draad niet beschadigt. - Gebruik de capillaire buis alleen voor het lassen van staal/RVS. - Het voorbereiden van een aluminium toorts vereist speciale aandacht. Deze heeft een teflon mantel om wrijvingen te verminderen. De mantel niet bij de aansluiting afknippen, deze moet langer zijn dan de capillaire buis die ze vervangt en dient om de draad vanaf de aanvoerrollen te geleiden.
avs EASYMIG 160 / 180-4XL - Contact buis: gebruik de contact buis SPECIAAL G 0,8 aluminium (artikelnummer : 041059-niet standaard meegeleverd)
LASSEN MET « NO GAS » DRAAD
Kies de uitgangsspanning en stel de gewenste draadsnelheid in volgens de aanbevelingen zoals aangegeven in de tabel op het apparaat, naar gelang de dikte van het te lassen materiaal. EASYMIG kan « no gas » draad lassen, op voorwaarde dat de polariteit (aanhaalkoppel maximum 5Nm) omgekeerd is. Om dit gebruik in te stellen, zie aanwijzingen pagina 75. Lassen met gevulde draad en een standaard buis kan oververhitting en beschadiging van de toorts veroorzaken. Gebruik bij voorkeur een speciale « No Gas » buis (041868) of haal de originele buis weg (Fig. III).
LASSEN MET BEKLEDE ELEKTRODE
+ In MMA dient de polariteitskabel losgekoppeld worden om de elektrode houder en de massa klem in de connectoren te bevestigen. Respecteer de polariteit aangegeven op de elektrode verpakking. + Volg de standaard regels van het lassen. + Uw apparaat heeft een speciale Inverter functie : - De Anti Sticking vergemakkelijkt het losmaken van de elektrode bij vastplakken zonder uitgloeien van de elektrode. Na het opstarten van de anti-sticking functie moet ongeveer 3 seconden gewacht worden voordat de normale lasprocedure hervat kan worden. BEDIENINGSPANEEL (FIG V) [1] + Groene «ON» lampje : Bi het aanschakelen van het apparaat gaat het lampje branden. @ + In geval van elektrische storing gaat het groene lampje uit maar blijft het apparaat onder spanning, zolang de voedingskabel niet uit het stopcontact gehaald is. ON Oranje lampje : < Extreem hoge temperatuur : in dit geval wacht u enkele minuten, het lampje gaat uit en het ÂÀ [2] apparaat start weer op. + Te hoge spanning op het primaire circuit : in dit geval moet u de machine uitschakelen (met de hoofdschakelaar) en weer aanzetten. + Linkerknop : [3] MIG/MAG lassen: Hiermee kan de draadsnelheid geregeld worden, tot de maximale snelheïd. MMA lassen : De waarde van de lasstroom kan hiermee afgesteld worden. (4) + Rechterknop : Om de spanning mee af te stellen, tot aan de maximale wearde. A 6 Draaiknop boogdynamiek : voor het handmatig bijstellen van de boogdynamiek. Regelbaar in stappen van MINI tot MAX : Harde boog tot zachte boog. 7 Advies Het bijstellen van de draadsnelheid wordt vaak «op het gehoor» gedaan : de boog moet stabiel zijn en weinig knetteren. As de snelheïd te laag is, zal de boog niet continu zijn. As de snelheid te hoog is, zal de boog knetteren en heeft de draad de neiging om de toorts af te stoten. De lasser kan naar eigen voorkeur de inductie bijstellen : Als het inductie-niveau laag is, zal de boog hard en gericht ziün. Als het inductie-niveau hoog is, zal de boog zacht zijn en zal er weinig projectie zijn.
avs EASYMIG 160 / 180-4XL MONTAGE PROCEDURE SPOELEN EN TOORTSEN (FIG IV) + Haal het mondstuk (fig E) en de buis (fig D) weg. Open het klepje van het apparaat FIG A : Plaats de spoel op de houder : - Regel de rem (1) van de spoel, om te voorkomen dat tijdens de lasstop de draad in de war raakt. aan om. In het algemeen, niet te strak aandraaien ! Schroef daarna de spoelhouder (2) aan. Om een 200 mm spoel te monteren, draai de spoelhouder maximaal aan. De adapter (4) kan alleen worden gebruikt om een 200 mm spoel te monteren. Fig. B : Plaats de geschikte aanvoerrollen. De bijgeleverde rollen hebben een dubbele groef (0,8 et 0,9). De op de rol getoonde diameter geeft de draaddikte aan : Voor het lassen met 0,8 mm staaldraad, gebruik de V-gleuf van 0,8. Voor het gebruik van 0,9 mm gevuld draad, draai de rol om en gebruik de 0,9 mm gleuf. Voor het lassen met 0,8 mm aluminium draad, vervang de rol door een een model met een 0.8mm U-vormige gleuf (niet standaard meegeleverd). Fig C : Om de druk van de rollen af te stellen, doe als volgt : + Draai de knop (3) maximaal los en duw hem naar beneden, steek de draad in en sluit de haspel losjes. + Start de motor door op de hendel van de toorts te drukken + Draai de knop aan en blijf de hendel van de toorts ingedrukt houden. Stop het aandraaien wanneer de draad meegetrokken wordt. Nb: voor aluminium draad, zet er minimale druk op zodat u de draad niet beschadigt. - Laat de lasdraad ongeveer 5cm uit de toorts komen, plaats daarna aan het eind van de toorts de geschikte contact buis (fig. D), en daarna de geschikte gasbuis (fig. E). + Installeer een geschikte drukregelaar op de gasfles. Koppel die aan het lasapparaat (fig. F) met de bijgeleverde slang. Bevestig de twee klemmen om lekkage te voorkomen. + Regel de gastoevoer met de regelknop op de drukregelaar. NB: Om de gas stroom eenvoudiger te kunnen regelen, druk op de trekker van de toorts om de rollen aan te drijven (draai de knop van de haspel losser om de draad niet mee te trekken). Deze procedure is niet van toepassing op het lassen in de « No Gas » mode. GEADVISEERDE COMBINATIES Le _ Stroom (A) Draad (mm) Nozzle (mm) Gastoevoer (L/min) o 0.8-2 20-100 0.8 12 10-12 È 24 100-200 1.0 12-15 12-15 0.6-1.5 15-80 0.6 12 8-10 É 1.53 80-150 08 12-15 10-12 38 150-300 1.0/2 15-16 12-15 RISICO OP VERWONDINGEN VEROORZAAKT DOOR BEWEGENDE ONDERDELEN De draadaanvoersystemen zijn voorzien van bewegende delen die handen, haar, kleding en gereedschap kunnen grijpen en die ernstige verwondingen kunnen veroorzaken ! De + Leg geen hand te draaien of bewegende onderdelen of delen om het station! + Zorg ervoor dat de behuizing deksels of beschermkappen tijdens het bedrijf gesloten blijven!
THERMISCHE BEVEILIGING EN ADVIES
Dit apparaat is uitgerust met een ventilator die gereguleerd wordt door de temperatuur van het apparaat. Het lasapparaat levert geen stroom als de thermisch beveiligingsniveau bereikt is. Het oranje led-lampje (Fig-V-2) blijft branden zolang de temperatuur van het apparaat nog niet tot de normale waarde is gedaald. + Laat de ventilatieopening vrij zodat de lucht gemakkelijk kan circuleren. + Laat na het lassen en tijdens thermische beveiliging, het toestel aanstaan om het af te laten koelen. + Volg de standaard regels van het lassen. + Zorg ervoor dat de ventilatie voldoende is. - Niet op een natte ondergrond werken.
De draad aanvoer is niet constant. | De spatten verstoppen de opening. Vervang de contact buis of maak die schoon, daarna anti hecht middel op doen. De draad glijdt niet op de rollers. “Controleer de druk op de rollers of vervang ze. Diameter van de draad is niet passend voor de roller. De mantel die draad naar de toorts leidt is niet passend."
De aanvoer motor werkt niet.
MPTOMEN MOGELUKE OORZAKEN
De rem van de aanvoer draad of van de rollers zit te strak. OPLOSSINGEN Draai de rem en de rollers los. Probleem met stroomvoorziening Controleer of de stroomschakelaar op "ON" staat. De mantel die draad lijdt is vies of beschadigd. Reinigen of vervangen. Slechte draadspoeling. Drukrol zit te los. Draai de rollen strakker. De rem van de draadspoel zit te strak. Draai de rem los. Slechte aansluiting van de stekker. Kik naar de aansluiting van de stopcontact en controleer of deze met een enkele fase en geaard contact gevoed wordt. Geen lasstroom. Slechte aarding. Controleer de massa kabel (aansluiting en staat van de klem). Vermogen connector buiten gebruik. Controleer de toorts trekker. De mantel die de draad lijdt is verpletterd. Controleer de mantel en de toorts. Het blokkeren van de draad in de toorts. Vervangen of schoonmaken. De draad draait niet op de rollers. Geen capillaire buis. Controleer de aanwezigheid van de capillaire buis. De draadaanvoer snelheid is te hoog. Verlaag de aanvoerdraad snelheid. De gasstroom is te laag. Corrigeer de gasstroom. Reinigen van het basismetaal. Gasfes is leeg. Vervangen. Gas kwaliteit is niet voldoende. Vervangen. De lasrups is poreus. Luchtstroom of invloed wind. Tocht voorkomen, lasgebied beschermen. Gasbuis is vies. Maak de gasbuis schoon of vervang de buis. Slechte draad kwaliteit. Geschikte MIG-MAG draad gebruiken. Toestand van het lasopperviak van slechte kwali- teit (roest, etc …) Het werkstuk reinigen voor het lassen. Boogspanning is te laag of te hoog. Lasinstelingen controleren. Zeer grote vonkdelen. Slechte aarding. Controleer en plaats de aardklem zo dicht mogelik bij het te lassen stuk. Beschermgas is onvoldoende. Gasstroom aanpassen. Geen gas aan de toorts uitgang. Slechte gasaansuiting. Kik of de gasaansluiting aan de motor Kant goed aangesloten is. Controleer de klep. GARANTIE De garantie dekt alle gebreken en fabricagefouten gedurende twee jaar vanaf de aankoopdatum (onderdelen en arbeidsloon). De garantie dekt niet : - Alle overige schade als gevolg van vervoer. - De gebruikelijke slijtage van onderdelen (Bijvoorbeeld : kabels, klemmen, enz.). + Incidenten als gevolg van verkeerd gebruik (verkeerde elektrische voeding, vallen, ontmanteling). + Gebreken ten gevolge van de gebruiksomgeving (vervuiling, roest, stof). In geval van storing moet het apparaat teruggestuurd worden naar uw distributeur, samen met: - Een gedateerd aankoopbewijs (betaalbewijs, factuur .). - Een beschrijving van de storing.
Notice-Facile