WDH 229 PTC - Airconditioner QLIMA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis WDH 229 PTC QLIMA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over WDH 229 PTC QLIMA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Airconditioner in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding WDH 229 PTC - QLIMA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. WDH 229 PTC van het merk QLIMA.
GEBRUIKSAANWIJZING WDH 229 PTC QLIMA
① Luchtinlaatrooster
② Louver
③ Voorpaneel
4 Bedieningspaneel (afhankelijk van model)
⑤ Muurbevestigingen
6 Achterpaneel
⑦ Uitlaat
8 Waterafvoer
WAT IS INBEGREPEN
① Air conditioner
② Muursjabloon
③ Plastic kanaalblad (x2)
4 Pluggen
⑤ Afdekking uitlaat (x2) (Ketting, binnenring en buitendeksel)
6 Afstandsbediening
⑦ Schroeven
8 Muurbeugel
⑨ Vaste plaat
10 4x10 zelftappende schroef

text_image
VOORKANT ① ② ③ ④
text_image
ACHTERKANT ⑤ ⑤ ⑥ ⑦ ⑦ ⑧

9
10
Tekeningen alleen ter illustratie
- LEES EERST DE GEBRUIKSAANWIJZING.
- RAADPLEEG BIJ TWIJFEL UW DEALER.

Geachte mevrouw, meneer,
Van harte gefeliciteerd met de aankoop van uw airconditioner. U heeft een kwaliteitspro- duct aangeschaft waar u nog vele jaren plezier van zult hebben, mits u de airconditioner verantwoord gebruikt. Lees daarom eerst deze gebruiksaanwijzing voor een optimale levensduur van uw airconditioner. Wij wensen u veel comfort met uw airconditioner.
Met vriendelijke groeten,
PVG Holding B.V.
Afdeling klantenservice
A VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
Lees deze gebruikershandleiding aandachtig alvorens het toestel te gebruiken en bewaar het voor later. Installeer dit toestel enkel wanneer het voldoet aan de lokale/nationale wetgeving, regelgeving en normen. Dit product is bedoeld om gebruikt te worden als een airconditioner in woningen en is alleen geschikt voor gebruik binnenshuis in woon-kamers, keukens en garages op droge plaatsen, in normale huishoudelijke omstandigheden.

BELANGRIJK
- Gebruik het apparaat nooit met een beschadigd snoer of stekker. Klem het snoer nooit af en voorkom contact met scherpe kanten.
- De installatie moet volledig in overeenstemming zijn met de ter plaatse geldende voorschriften, bepalingen en normen.
- Het apparaat is uitsluitend geschikt voor gebruik op droge plaatsen, binnenshuis.
- Controleer de netspanning.
- Dit apparaat is uitsluitend geschikt voor een geaard stopcontact, aansluitspanning 220-240 Volt/ 50 Hz.
- Het apparaat MOET altijd geaard worden aangesloten. Als de stroomvoorziening niet geaard is, mag u het apparaat absoluut niet aansluiten.

BELANGRIJK
- De stekker moet altijd makkelijk toegankelijk zijn als het apparaat is aangesloten.
- Lees deze gebruiksinstructie zorgvuldig en volg de aanwijzingen.
Controleer vóór het aansluiten van het apparaat of:
- de aansluitspanning overeenkomt met die op het typeplaatje;
- stopcontact en stroomvoorziening geschikt zijn voor het apparaat;
- de stekker van het snoer in het stopcontact past;
- het apparaat op een stabiele en vlakke ondergrond staat.
Laat de elektrische installatie controleren door een erkend vakman als u er niet zeker van bent dat alles in orde is.
- De airconditioner is een veilig apparaat. Het is volgens de CE veiligheids-normen gefabriceerd. Toch dient u, zoals bij ieder elektrisch apparaat, voorzichtig te zijn bij het gebruik ervan.
- De luchtinlaten en luchtuitlaten nooit afdekken.
- Leeg het waterreservoir via het wateraf-tappunt voordat u het apparaat verplaatst.
- Breng het apparaat nooit in contact met chemicaliën.
- Steek geen voorwerpen in de openingen van het apparaat.
- Breng het apparaat nooit in contact
met water. Het apparaat niet met water besproeien of onderdompelen in verband met kortsluitingsgevaar.
- Haal altijd eerst de stekker uit het stopcontact voordat het apparaat of een onderdeel ervan moet worden schoongemaakt of vervangen.
- Sluit het apparaat NOOIT aan met behulp van een verlengsnoer. Is een geschikt geaard stopcontact niet voorhanden, laat dit dan installeren door een erkend elektricien.
- Wees uit veiligheidsoverwegingen altijd voorzichtig met kinderen in de buurt van dit apparaat, zoals met ieder elektrisch apparaat.
- Laat eventuele reparaties –buiten het regelmatig onderhoud om- altijd uitvoeren door een erkend servicemonteur of uw leverancier, anders kan dit leiden tot het vervallen van de garantie.
- Haal altijd de stekker uit het stopcontact als het apparaat niet wordt gebruikt.
- Een beschadigd elektriciteitssnoer alleen laten vervangen door de leverancier of een bevoegd persoon/servicepunt.
- Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met verminderde lichamelijke, geestelijke of zintuiglijke vermogens, of gebrek aan ervaring en kennis, tenzij er toezicht wordt gehouden op en instructies worden gegeven voor het gebruik van het apparaat door iemand die verantwoordelijk is voor hun veiligheid.
- Er dient toezicht te worden gehouden op kinderen om er zeker van te zijn dat zij niet met het apparaat spelen.
- Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en mensen met een lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke beperking en door mensen die geen ervaring met of kennis over het apparaat hebben als er toezicht op hen wordt gehouden of ze instructies hebben gekregen over veilig gebruik van het apparaat en op de hoogte zijn van de risico's.
- Zorg ervoor dat kinderen niet met het apparaat spelen.
- Reiniging en onderhoud dient niet te worden uitgevoerd door kinderen waarop geen toezicht wordt gehouden.

LET OP!
- De ruimte waarin dit apparaat wordt gebruikt nooit volledig luchtdicht afsluiten. Dit voorkomt onderdruk in deze ruimte. Negatieve druk (=onderdruk) de veilige werking van geisers, afzuigkappen, ovens e.d. ontregelen.
- Het niet volgen van de aanwijzingen kan leiden tot het vervallen van de garantie op het apparaat.
- Til het toestel altijd met twee personen.
Specifieke informatie met betrekking tot toestellen met R290 / R32 koelgas.
- Lees alle waarschuwingen aandachtig.
- Gebruik tijdens het ontdooien en reinigen van het toestel geen andere hulpmiddelen
dan deze die aanbevolen worden door de fabrikant.
- Het toestel moet geplaatst worden in een ruimte zonder continue ontstekingsbronnen (bijvoorbeeld: open vuur, toestellen op gas of elektriciteit in werking).
- Niet doorboren en niet verbranden.
- Dit toestel bevat Y g (zie typeplaatje op de achterkant van het toestel) R290 / R32 koelgas.
- R290 / R32 is een koelgas dat voldoet aan de Europese richtlijnen op milieugebied. Geen delen van het koelmiddelcircuit doorboren. Houd er rekening mee dat koelmiddelen een geurstof kunnen bevatten.
- Als het toestel geïnstalleerd, gebruikt of bewaard wordt in een niet geventileerde ruimte, moet deze ruimte geschikt zijn om de ophoping van koelmiddel te voorkomen. Een risico op brand of een explosie kan het gevolg zijn vanwege het ontsteken van het koelmiddel door elektrische verwarmers, kachels of andere ontstekingsbronnen.
- Het toestel moet opgeslagen worden op een manier waarop mechanische defecten voorkomen worden.
- Personen die aan het koelmiddelcircuit werken of het bedienen moeten over de juiste certificatie beschikken die werd uitgegeven door een erkende organisatie die de bekwaamheid garandeert voor het werken met koelmiddelen overeenkomstig een specifieke beoordeling die erkend wordt door de industriële organisaties.
- Reparaties moeten uitgevoerd worden gebaseerd op de aanbevelingen van de fabrikant.
Onderhoud en reparaties die de hulp van ander gekwalificeerd personeel vereisen, moeten uitgevoerd worden onder toezicht van een persoon die gespecialiseerd is in het gebruik van brandbare koelmiddelen.
Het apparaat moet worden geïnstalleerd, gebruikt en bewaard in een kamer met een oppervlakte van meer dan 15 m². Het apparaat moet worden bewaard in een goed geventileerde ruimte met afmetingen die overeenstemmen met de gespecificeerde afmetingen voor werking.
INSTRUCTIES VOOR HET HERSTELLEN VAN APPARATEN DIE R290 / R32 BEVATTEN
1 ALGEMENE INSTRUCTIES
Deze gebruiksaanwijzing is bedoeld voor personen met de nodige ervaring in elektronica, elektriciteit, koeltechniek en mechanica.
1.1 Controle van de omgeving
Voer vóór het werken aan systemen die brandbare koelmiddelen bevatten de veiligheidscontroles uit die nodig zijn om te verzekeren dat het risico op ontsteking minimaal is. Vooraleer het koelsysteem hersteld kan worden moet vóór aanvang van de werkzaamheden aan de volgende voorzorgsmaatregelen voldaan zijn.
1.2 Werkprocedure
Het werk zal uitgevoerd worden volgens een gecontroleerde procedure om het risico uit te sluiten dat er een brandbaar gas of brandbare damp aanwezig is terwijl het werk uitgevoerd wordt.
1.3 Algemene werkomgeving
Al het onderhoudspersoneel en alle andere personen die in de omgeving aan het werk zijn zullen op de hoogte gebracht worden van het werk dat uitgevoerd wordt. Werken in besloten ruimtes zal vermeden worden. De omgeving rond de werken zal afgezet worden. Verzeker dat de toestand in de ruimte veilig is en vrij is van brandbare stoffen.
1.4 Controle op de aanwezigheid van koelmiddel
De omgeving zal vóór en tijdens de werkzaamheden gecontroleerd worden met een geschikt detectiemiddel voor koelmiddel om te verzekeren dat de technicus op de hoogte is van mogelijk brandbare atmosferen. Verzeker dat de apparatuur die gebruikt wordt voor lekdetectie geschikt is om gebruikt te worden bij koelmiddelen, dit wil zeggen vonkvrij, adequaat afgedicht of intrinsiek veilig.
1.5 Aanwezigheid van een brandblusapparaat
Als er heet werk uitgevoerd wordt op de koeluitrusting of daaraan verbonden onderdelen zal geschikte brandblusapparatuur ter plaatse beschikbaar zijn. Plaats een brandblusapparaat met droog poeder of CO₂ naast het laadgebied.
1.6 Geen ontstekingsbronnen
Niemand zal tijdens werken aan een koelsysteem waarbij leidingen blootgesteld worden waarin zich eerder het brandbare koelmiddel bevond of nog steeds in bevindt, ontstekingsbronnen gebruiken op een manier die een risico op brand of een explosie met zich meebrengt. Alle mogelijke ontstekingsbronnen, inclusief sigaretten roken, moeten op een voldoende afstand gehouden worden tijdens het installeren, herstellen, verwijderen en afvoeren. Tijdens deze handelingen kan brandbaar koelmiddel in de omgeving vrijkomen. Vóór aanvang van de werken zal de omgeving rond de apparatuur gecontroleerd worden om te verzekeren dat er geen brandgevaar of risico op explosie aanwezig is. Er zullen borden met "Verboden te roken" geplaatst worden.
1.7 Geventileerde omgeving
Verzeker dat de omgeving open is of dat er voldoende geventileerd wordt vooraleer het systeem te openen of heet werk uit te voeren. Het niveau van ventilatie zal behouden blijven tijdens de periode waarin de werkzaamheden uitgevoerd worden. De ventilatie moet vrijgekomen koelmiddel veilig afvoeren en het liefst zo veel mogelijk naar de atmosfeer verdrijven.
1.8 Controles van de koeluitrusting
Wanneer er elektrische onderdelen vervangen worden zullen de nieuwe onderdelen geschikt zijn voor hun doel en aan de juiste specificaties voldoen. De onderhoudsrichtlijnen van de fabrikant zullen te allen tijde gevolgd worden. Contacteer bij twijfel de technische dienst van de fabrikant voor bijstand. De volgende controles zullen uitgevoerd worden bij installaties die brandbare koelmiddelen gebruiken:
- De grootte van de lading overeenkomstig de afmetingen van de kamer waarin de onderdelen die koelmiddel bevatten geïnstalleerd worden is.
- De in- en uitlaten van de ventilatie naar behoren werken en niet geblokkeerd worden.
- Als er een onrechtstreeks koelcircuit gebruikt wordt, zal het secundaire circuit gecontroleerd worden op de aanwezigheid van koelmiddel.
- De aanduidingen op de uitrusting zichtbaar en leesbaar blijven. Aanduidingen en tekens die onleesbaar zijn zullen gecorrigeerd worden.
- Leidingen of onderdelen met koelmiddel worden in een positie geïnstalleerd waarbij het onwaarschijnlijk is dat ze blootgesteld worden aan stoffen die de onderdelen die koelmiddel bevatten zullen corroderen, tenzij de onderdelen gemaakt zijn uit materialen die van nature bestand zijn tegen corrosie of gepast beveiligd zijn tegen corrosie.
1. 9 Controle van elektrische apparatuur
Initiële veiligheidscontroles zullen deel uitmaken van de procedure voor het herstellen en onderhouden van elektrische onderdelen. Indien er een fout aanwezig is die de veiligheid in het gedrang kan brengen zal er geen voeding op het circuit aangesloten worden tot wanneer dit probleem opgelost is. Als de fout niet onmiddellijk gecorrigeerd kan worden maar de werking verder gezet moet worden, zal een adequate tijdelijke oplossing gebruikt worden. Dit zal gemeld worden aan de eigenaar van de uitrusting zodat alle partijen op de hoogte zijn. Initiële veiligheidscontroles zullen het volgende bevatten:
- dat condensatoren ontladen zijn: dit zal gebeuren op een veilige manier om de kans op vonken te vermijden;
- dat er geen onderdelen en bedrading onder spanning blootgesteld worden tijdens laden, recupereren of spoelen van het systeem;
- dat het systeem voortdurend geaard is.
2.1 Tijdens herstellingen aan afgedichte onderdelen moet alle elektrische voeding afgekoppeld worden van de apparatuur vóór het verwijderen van afgedichte deksels, enz. Als het absoluut nodig is dat de voeding tijdens onderhoudswerken aan de apparatuur aangesloten blijft moet een permanente lekdetectie geplaatst worden ter hoogte van het meest kritische punt om te waarschuwen voor een mogelijk gevaarlijke situatie.
2.2 Er zal in het bijzonder aandacht besteed worden aan het volgende om te verzekeren dat tijdens het werken aan elektrische onderdelen de behuizing niet gewijzigd wordt op een manier waarop het niveau van beveiliging beïnvloed wordt. Dit zal beschadiging van kabels, een teveel aan aansluitingen, klemmenblokken die niet volgens specificatie zijn, beschadigingen aan dichtingen, onjuiste plaatsing van pakkingen, enz. bevatten.
Verzeker dat de apparatuur stevig gemonteerd is.
Verzeker dat de dichtingen of dichtingsmaterialen niet zodanig verouderd zijn dat ze het binnendringen van brandbare atmosferen niet meer kunnen voorkomen. Vervangonderdelen zullen voldoen aan de specificaties van de fabrikant.
OPMERKING Het gebruik van siliconen afdichtingsmiddel kan de effectiviteit van sommige types van apparatuur voor lekdetectie verminderen. Intrinsiek veilige onderdelen moeten niet geïsoleerd worden vooraleer er aan gewerkt wordt.
3 HERSTELLINGEN AAN INTRINSIEK VEILIGE ONDERDELEN
Breng geen permanent inductieve of capacitieve ladingen aan op het circuit zonder te verzekeren dat deze de maximaal toegelaten spanning en stroom voor de gebruikte apparatuur niet overschrijden.
Intrinsiek veilige onderdelen zijn enkel deze onderdelen van het type waaraan gewerkt kan worden onder spanning in een brandbare atmosfeer. De testapparatuur zal van de juiste klasse zijn.
Vervang onderdelen enkel door onderdelen met de specificaties van de fabrikant. Andere onderdelen kunnen leiden tot ontsteking van het koelmiddel in de atmosfeer ten gevolge van een lek.
4 BEKABELING
Controleer dat de bekabeling niet beïnvloed is door slijtage, corrosie, overmatige druk, trillingen, scherpe randen of andere negatieve omgevingseffecten. De controle zal ook rekening houden met de effecten van veroudering of voortdurende trillingen die veroorzaakt worden door compressoren of ventilatoren.
5 DETECTIE VAN BRANDBARE KOELMIDDELEN
Er zullen onder geen omstandigheden mogelijke ontstekingsbronnen gebruikt worden tijdens het zoeken naar of detecteren van lekken van koelmiddel. Een halidelamp (of een andere detector met open vlam) zal niet gebruikt worden.
6 METHODES VAN LEKDETECTIE
De volgende methods van lekdetectie worden als aanvaardbaar beschouwd voor systemen die brandbare koelmiddelen bevatten. Elektronische lekdetectoren zullen gebruikt worden om brandbare koelmiddelen te detecteren maar de gevoeligheid kan onvoldoende zijn of ze moeten opnieuw gekalibreerd worden. (Detectieapparatuur zal gekalibreerd worden in een omgeving vrij van koelmiddel.)
Verzeker dat de detector geen mogelijke ontstekingsbron is en geschikt is voor het gebruikte koelmiddel. Lekdetectie-apparatuur zal ingesteld worden op een percentage van de LEL van het koelmiddel en zal gekalibreerd worden volgens het koelmiddel dat gebruikt wordt en het gepaste percentage aan gas (25 % maximum) bevestigd is.
Vloeistoffen voor lekdetectie zijn geschikt voor gebruik voor de meeste koelmiddelen maar het gebruik van detergenten die chloor bevatten zal vermeden worden omdat het chloor kan reageren met het koelmiddel en het koperen leidingwerk kan corroderen.
Als er een vermoeden van een lek is zullen alle open vlammen verwijderd/gedoofd worden.
Als er een lek van koelmiddel gevonden dat soldeerwerk vereist zal al het koelmiddel uit het systeem gerecupereerd worden of geïsoleerd worden (door middel van afsluitventielen) in een deel van het systeem op een veilige afstand van het lek. Zuurstofvrije stikstof (OFN) zal dan door het systeem geblazen worden, zowel vóór als tijdens het soldeerwerk.
7 VERWIJDEREN EN VERDRIJVEN
Bij het openen van het koelmiddelcircuit om herstellingen uit te voeren - of voor een andere reden - zullen de conventionele procedures gebruikt worden. Het is echter belangrijk dat de beste praktijken gevolgd worden omdat er met brandbaarheid rekening gehouden moet worden. De volgende procedure zal gevolgd worden: verwijder het koelmiddel; spoel het circuit met een inert gas; verdrijf; spoel opnieuw met het inert gas; open het circuit door snijden of solderen.
De lading aan koelmiddel zal gerecupereerd worden in de gepaste recuperatieflessen. Het systeem zal "gespoeld" worden met OFN om de eenheid in een veilige toestand te brengen. Dit proces moet mogelijk enkele keren herhaald worden. Perslucht of zuurstof zal niet gebruikt worden voor deze taak. Spoeling zal bereikt worden
door het breken van het vacuum met OFN en er zal verder gevuld worden tot de werkingsdruk bereikt wordt. Daarna wordt de druk afgelaten naar atmosfeer en wordt er uiteindelijk terug vacuum getrokken. Dit proces zal herhaald worden tot er zich geen koelmiddel meer in het systeem bevindt.
Na het gebruiken van de laatste lading OFN zal de druk afgelaten worden tot atmosferische druk om werken aan de apparatuur toe te laten. Deze handeling is zeer belangrijk als er soldeerwerken aan het leidingwerk uitgevoerd moeten worden. Verzeker dat de uitlaat van de vacuümpomp zich niet in de buurt bevindt van ontstekingsbronnen en dat er ventilatie is.
8 LAADPROCEDURES
Naast de conventionele laadprocedures zullen de volgende vereisten gevolgd worden. Verzeker dat de verschillende koelmiddelen niet gemengd worden tijdens het gebruiken van de laadapparatuur. Slangen of leidingen zullen zo kort mogelijk zijn om de hoeveelheid aan koelmiddel dat zich hierin kan bevinden te minimaliseren. De flessen zullen rechtop geplaatst worden. Verzeker dat het koelsysteem geaard is vooraleer het systeem met koelmiddel geladen wordt. Breng etiketten aan op het systeem als het volledig geladen is (als dit nog niet het geval is). Men moet uiterst voorzichtig zijn om het koelsysteem niet te overvullen. Vooraleer het systeem opnieuw te laden zal er een druktest met OFN uitgevoerd worden. Het systeem zal na het laden, maar vóór ingebruikname, getest worden op lekken. Een tweede controle op lekken zal uitgevoerd laten vóór het verlaten van de site.
9 ONTMANTELING
Vooraleer deze procedure uitgevoerd wordt is het van essentieel belang dat de technicus de apparatuur en al zijn details volledig kent.
Het is goede praktijk dat alle koelmiddelen veilig verwijderd worden. Vóór het uitvoeren van deze taak zal een monster van de olie en het koelmiddel genomen worden voor het geval een analyse vereist is vooraleer het gerecupereerde koelmiddel opnieuw gebruikt wordt. Het is van essentieel 4 GB belang dat er voeding beschikbaar is vooraleer met deze taak gestart wordt.
a) Leer de uitrusting en de werking kennen.
b) Isoleer het systeem elektrisch.
c) Verzeker vóór het proberen uitvoeren van deze procedure dat: mechanische behandelingsapparatuur beschikbaar is, indien nodig, voor het behandelen van de flessen met koelmiddel.
d) Alle persoonlijke beveiligingsapparatuur beschikbaar is en gebruikt wordt; er wordt te allen tijde tijdens het recuperatieproces toezicht gehouden door een bevoegd persoon.
e) Recuperatie-apparatuur en flessen voldoen aan de gepaste normen.
f) Pomp het koelsysteem leeg, indien mogelijk.
g) Maak, als er geen vacuüm getrokken kan worden, een verdeelstation zodat het koelmiddel uit de verschillende delen van het systeem verwijderd kan worden.
h) Verzeker dat de fles op de weegschaal staat vóór aanvang van de recuperatie.
i) Start de recuperatiemachine en bedien deze volgens de instructies van de fabrikant.
j) Overvul de flessen niet. (Niet meer dan 80 % van het volume van vloeibare lading.)
k) Overschrijd de maximale werkdruk van de fles niet, zelfs niet tijdelijk.
I) Verzeker dat de flessen na het vullen en het voltooien van het proces de flessen en de apparatuur onmiddellijk van de site verwijderd worden en dat alle isolatiekleppen op de apparatuur in gesloten stand staan.
m) Gerecupereerd koelmiddel zal niet in een ander koelsysteem geladen worden tenzij het gereinigd en gecontroleerd werd.
10 ETIKETTERING
Er zal een etiket op de apparatuur aangebracht worden dat aangeeft dat het ontmanteld werd en er geen koelmiddel meer aanwezig is. Dit etiket zal gedateerd en ondertekend worden. Verzeker dat er etiketten op de apparatuur aangebracht zijn die aangeven dat de uitrusting brandbaar koelmiddel bevat.
11 RECUPERATIE
Bij het verwijderen van koelmiddel uit een systeem, voor onderhoud of ontmanteling, is het goede praktijk dat alle koelmiddelen veilig verwijderd worden. Verzeker dat tijdens het overbrengen van koelmiddel in flessen de juiste flessen voor recuperatie van koelmiddel gebruikt worden. Verzeker dat een voldoende aantal flessen voor het opslaan van de totale lading van het systeem beschikbaar is. Alle cilinders die gebruikt zullen worden zijn toegewezen aan het gerecupereerde koelmiddel en voorzien van een etiket voor dat koelmiddel (dit wil zeggen speciale cilinders voor de recuperatie van koelmiddel). Cilinders zullen voorzien zijn van een overdrukventiel en bijhorende afsluitventielen die zich in goed werkende staat bevinden. De inhoud van recuperatieflessen wordt verdreven en, indien mogelijk, worden de flessen gekoeld vóór de recuperatie van start gaat.
De recuperatie-apparatuur zal zich in goed werkende staat bevinden en voorzien zijn van een reeks met instructies betreffende de beschikbare uitrusting en zal geschikt zijn voor de recuperatie van brandbare koelmiddelen. Daarnaast zal een set van goed werkende, gekalibreerde weegschalen beschikbaar zijn. Slangen zullen volledig zijn met lekvrije koppelingen en in goede staat verkeren. Controleer vóór het gebruiken van de recuperatiemachine dat deze goed werkt, gepast onderhouden werd en dat verbonden elektrische onderdelen afgedicht zijn om ontsteking te voorkomen in het geval van vrijgekomen koelmiddel. Raadpleeg de fabrikant bij twijfel.
Het gerecupereerde koelmiddel zal terug gestuurd worden naar de leverancier in de juiste fles en met de correct ingevulde Waste Transfer Note. Meng koelmiddelen niet in recuperatie-eenheden en vooral niet in cilinders.
Verzeker dat, wanneer compressoren of de olie van compressoren verwijderd moet worden, deze leeg gemaakt werden tot een aanvaardbaar peil om te garanderen dat er geen brandbaar koelmiddel achterblijft in het smeermiddel. Het verwijderingsproces zal uitgevoerd worden vooraleer de compressoren teruggestuurd worden naar de leveranciers. Elektrische verwarming van de behuizing van de compressor zal enkel toegepast worden om dit proces te versnellen. Wanneer olie uit een systeem afgelaten wordt, zal dit op een veilige manier gebeuren.
B INSTALLATIE
Bijbehorende afbeeldingen zijn te vinden op pagina 252 - 253.
- Deze unit moet tegen een buitenmuur worden geplaatst, omdat de uitlaat rechtstreeks naar buiten gaat. ①
- Installeer de unit alleen op een vlakke, stevige en betrouwbare muur. Zorg ervoor dat er zich geen kabels, leidingen, stalen balken of andere obstructies achter de muur bevinden.
- Laat minimaal 10 cm vrije ruimte aan de linkerkant, de rechterkant en de onderkant van het apparaat. Laat minimaal 20 cm vrije ruimt boven de unit om de lucht vrij te laten stromen.
-
Kleef het meegeleverde papier met het installatiesjabloon om de juiste plaats op de muur en gebruik een waterpas om ervoor te zorgen dat de referentielijn waterpas staat. ②
-
Het gat voor de drainleiding moet worden geboord met een 20 mm boorbit. Zorg ervoor dat het gat zich in een neerwaartse hoek (min 5 graden) wordt geboord, zodat het water goed weg kan lopen. ③
-
Gebruik een 180 mm boor om de twee gaten voor de ventilatie van de unit te boren en zorg ervoor dat de gaten zijn uitgelijnd met het sjabloon. ④
- Gebruik het sjabloon voor het markeren van de plaats van de schroeven voor de hangrail, gebruik een waterpas om ervoor te zorgen dat dit recht en waterpas hangt.
- Boor de gemarkeerde gaten met een geschikte 8 mm boor en plaats de pluggen. Lijn de hangrail uit met de gaten en plaats de rail met de bijgeleverde schroeven.
- Zorg ervoor dat de hangrail stevig aan de muur is bevestigd en dat er geen risico is op kantelen of vallen van de unit.
- Rol de plastic vellen voor de uitlaat in een koker en steek ze van binnen door de eerder gemaakte gaten. Zorg ervoor dat de kokers gelijk met de binnenmuur zitten. ⑤
- Ga naar buiten en snijd het overschot weg met een scherp mes, houd de rand zo netjes mogelijk.
- Plaats de binnenste bevestigingsring van de uitlaat op de binnenkant van de luchtuitlaat. Vouw vervolgens de buitenste uitlaatafdekking dubbel. Hang de kettingen aan elke kant van de uitlaatafdekking, voordat u de afdekking buiten over het uitlaatgat schuift. ⑥
- Trek de buitenste afdekking open, voordat u de kettingen stevig bevestigt door ze aan de bevestigingsring binnen te hangen. Dit zal de buitenste afdekking stevig op zijn plaats houden. Herhaal deze procedure voor de tweede uitlaat. ⑦
- Zodra de kettingen stevig bevestigd zijn, moet overtollige kettinglengte worden verwijderd door het overtollige deel af te snijden. ⑧
- Til de unit tegen de muur, lijn de gaten voor het ophangen uit met de haken op de hangrail en hang de unit zachtjes op zijn plaats. Schuif tegelijkertijd de drainleiding door het draingat. Als de draadloze bediening (afzonderlijk verkrijgbaar) werd gekocht, moet deze worden geïnstalleerd en aangesloten. ⑨
OPMERKING: Het einde van de externe waterleiding moet in een open ruimte of een afvoer worden geplaatst. Vermijd beschadiging of vernauwing van de drainleiding om ervoor te zorgen dat het water kan wegstromen.
C WERKING BEDIENINGSPANEEL

text_image
88 H °C ① ② ③ ④ ⑤ ⑥ ⑦ ⑧ ⑨ ⑩ ⑪ ⑫- Digitaal display 7. Snelheid
- Koelen 8. Verhogen/verlagen
- Luchttoevoer 9. Timer
- Drogen 10. Snelheid
- Verwarmen 11. Modus
- PTC 12. Aan/uit
AFSTANDSBEDIENING
De airconditioner kan worden bediend met de afstandsbediening. Er zijn twee AAA-batterijen nodig.
OPMERKING: Meer informatie over de functies kan worden gevonden op de volgende pagina.
| AAN/UIT | Druk op de AAN/UIT-knop om het apparaat aan of uit te zetten. |
| MODUS | Druk op de toets 'MODUS' om te schakelen tussen de modi koelen, verwarmen, ventilator en drogen. |
| VENTILATOR | Druk op de toets VENTILATOR om te schakelen tussen hoge, gemiddelde en lage ventilatorsnelheden |
| LED | Druk op de toets LED op de LED-verlichting op de unit aan of uit te schakelen, dit kan een keuze zijn om beter te slapen. |
| Druk op de toets OMHOOG om de gewenste temperatuur of de duur van de timer te verhogen | |
| Druk op de toets OMLAAG om de gewenste temperatuur of de duur van de timer te verlagen | |
| PTC | Druk erop om PTC in of uit te schakelen. Als PTC is ingeschakeld, geeft het scherm ✕ weer en gaat ✕ op de afstandsbediening tegelijkertijd branden; als PTC is uitgeschakeld, gaan het scherm en de afstandsbediening tegelijkertijd uit. (Alleen geactiveerd in de verwarmingsmodus) |
| STIL | Druk erop voor de stille modus. Als de stille modus is ingeschakeld, geeft het scherm "SL" weer en worden de lampjes niet gedimd. Als de stille modus wordt uitgeschakeld, gaan de lampjes uit. In de stille modus, zal het geluid ZACHTER gezet, werk de ventilator in lage snelheid en is de frequentie laag. |
| LUCHT-STROOM-RICHTING | Druk op de functie luchtstroomrichting aan en uit te schakelen (Kan alleen met de afstandsbediening) |
| TIMER | Druk op de toets 'TIMER' om de timer in te stellen. |


flowchart
graph TD
A["POWER"] --> B["MODE"]
B --> C["FAN LED"]
C --> D["▲ TEMP ▼"]
D --> E["PTC SILENT"]
E --> F["SWING TIMER"]
FUNCTIES
AAN/UIT | Druk op 'AAN/UIT' om de unit aan of uit te zetten | |
MODUS | Druk om te schakelen tussen de 4 verschillende modi. Het scherm zal het symbool voor de geselecteerde modus weergeven. | |
KOELEN | De temperatuur staat standaard op 22°C in de modus koelen, de lucht zal worden gekoeld terwijl de warme lucht naar buiten wordt gedreven. De gewenste temperatuur kan worden aangepast, tussen 16°C en 30°C met de toets verhogen en verlagen. De ventilatorsnelheid kan ook worden aangepast met de snelheidstoets. | |
DROGEN | In de modus drogen wordt het vocht uit de lucht gehaald en naar buiten afgevoerd via de geïnstalleerde drainleiding. In de modus drogen kan de ventilatorsnelheid niet worden aangepast. | |
VENTILATOR | In de ventilatormodus zal het apparaat de lucht in de kamer circule-ren en niet koelen, verwarmen of ontvochtigen. De ventilatorsnelheid kan worden aangepast met de snelheidstoets. | |
VERWARMEN | De temperatuur staat standaard op 24°C in de modus verwarmen, de lucht zal worden verwarmd terwijl de koude lucht naar buiten wordt gedreven. De gewenste temperatuur kan worden aangepast, tussen 16°C en 30°C met de toets verhogen en verlagen. De ventilatorsnelheid kan ook worden aangepast met de snelheidstoets. | |
| SLSTIL | De stille modus kan worden geactiveerd via de APP of de afstandsbediening. De modus kan ook worden geactiveerd door tegelijkertijd te drukken op “”+“” op het bedieningspaneel van het apparaat. De modus zal alleen werken in de koelmodus, de ventilatorsnelheid zal naar 'laag' gaan en er zal minder lawaai zijn. | |
VENTILATOR-SNELHEID | Druk om de ventilatorsnelheid te schakelen tussen laag, gemiddeld en hoog. In de modus stil of drogen kan de ventilatorsnelheid niet worden aangepast. | |
TIMER | De airconditioner is uitgerust met een 24-uur timer, die ofwel kan worden gebruikt om een vertraag-de start in te stellen of om een periode van werking in te stellen. De timers kunnen niet gecombineerd worden, maar de app kan worden gebruikt om periodes van werking te programmeren. | |
| UITSCHAKELTIMER: Druk op de timertoets terwijl de unit in werking is, het scherm zal 5 keer knipperend '0' weergeven. Gebruik na het 5e signaal de toetsen omhoog en omlaag om de duur aan te passen, in stappen van 1 uur, tussen 1 tot 24 uur. Als de timer is afgelopen, zal de unit automatisch uitschakelen. | ||
| TIMER VOOR VERTRAAGD STARTEN: Druk op de toets timer terwijl de unit in stand-by staat, het scherm zal 5 keer knipperend '0' weergeven. Gebruik na het 5e signaal de toetsen omhoog en omlaag om de duur aan te passen, in stappen van 1 uur, tus-sen 1 en 24 uur. Als de timer is afgelopen, zal de unit starten in dezelfde modus en met dezelfde instellingen als het moment waarop de unit werd uitgeschakeld. | ||
| VERHOGEN EN VERLAGEN | Gebruikt bij de modi koelen en verwarmen, om de gewenste kamertemperatuur aan te passen. Ook gebruik bij het instellen van de timer, om de duur aan te passen. | |
| MODUS VERANDERENDELUCHTSTROOMRICHTING | Druk, na het inschakelen van het apparaat, op de toets 'WINDSTROOMRICH-TING', de ventilatieklep zal ononderbroken naar links en rechts draaien; door opnieuw op deze toets te drukken zal het bewegen stoppen en de ventilatie-klep in die stand blijven staan. De modus luchtstroomrichting kan alleen via de afstandsbediening worden aangepast en is standaard ingeschakeld. | |
| COMPRESSORBEVEILIGING | There is a 3 minutes delay on power on. In order to protect the life of the compressor and electronic components please do not switch on the unit for at least 5 minutes after you turned the unit off. | |
PTC ELEKTRISCHE VERWARMINGSFUNCTIE
Het apparaat heeft een aanvullend PTC elektrisch verwarmingselement. Als het buiten slecht weer is, kunt u op de knop PTC op de afstandsbediening drukken om de elektrische verwarmingsfunctie in te schakelen en meer te verwarmen. Het verwarmingsvermogen van de PTC is gelijk aan 800 W.
PTC INSCHAKELEN
- Druk, alleen in de verwarmingsmodus, op de knop PTC op de afstandsbediening om het inschakelcommando naar het apparaat te sturen.
Op dit moment gaan de lampjes ✦ op de afstandsbediening en het scherm van het apparaat tegelijkertijd branden.
- Nadat het apparaat het commando van de afstandsbediening heeft ontvangen, zal het systeem een zelftest uitvoeren en zal de PTC werken wanneer tegelijkertijd aan volgende voorwaarden wordt voldaan:
a. Het apparaat staat in de verwarmingsmodus.
b. TW < 25°C (de buitentemperatuur blijft lager dan 25°C gedurende 10 seconden).
c. Ts-Tr ≥ 5°C (de insteltemperatuur is meer dan 5 graden hoger dan de kamertemperatuur).
d. Kamertemperatuur Tr ≤ 18°C.
e. Spoeltemperatuur van de verdamper Te ≤ 48°C.
f. De compressor is gedurende 3 minuten in werking.
- De PTC zal stoppen met werken als de zelftest van het systeem een van de volgende zaken detecteert:
a. De buitentemperatuur blijft hoger dan 28°C gedurende 10 seconden.
b. De kamertemperatuur is hoger dan het instelpunt.
c. Kamertemperatuur Tr ≥ 23°C.
d. De compressor stopt met werken.
e. De ventilatie stopt of de ventilator is defect.
f. de 4-weg klep wordt losgekoppeld.
g. Spoeltemperatuur van de verdamper Te ≥ 54°C of sensorfout.
h. Het apparaat stond niet in de verwarmingsmodus.
i. Het apparaat staat in de ontdooifunctie.
PTC UITSCHAKELEN
Druk opnieuw op de knop PTC om naar een andere modus te gaan of om de PTC-functie uit te schakelen, de lampjes ✦ op de afstandsbediening en het scherm van het apparaat zullen tegelijkertijd uit gaan.
OPMERKING:
- Het apparaat zal standaard werken zonder PTC-functie tot er op de knop "PTC" op de afstandsbediening wordt gedrukt.
- Als het apparaat wordt uitgeschakeld, zal de PTC-instelling gewist worden; dit moet opnieuw ingesteld worden.
WI-FI INSTELLEN EN SLIMME FUNCTIES
WI-FI INSTELLEN
VOORDAT U BEGINT
• Zorg ervoor dat uw router een standaard 2,4 GHz verbinding levert.
- Als u een dualband-router gebruikt, zorg er dan voor dat beide netwerken verschillende netwerknamen hebben (SSID). De provider van uw router/internetserviceprovider kan u specifiek advies geven met betrekking tot uw router.
- Plaats de airconditioner zo dicht mogelijk bij de router tijdens het instellen.
- Schakel na het installeren van de app op uw telefoon de gegevensverbinding uit en zorg ervoor dat uw telefoon via Wi-Fi met uw router is verbonden.
Download de 'SMART LIFE'-app van uw gewenste app store, via onderstaande QR-codes of door naar de app te zoeken in de app store van uw keuze.

- De airconditioner heeft 2 verschillende instelmodi: Bluetooth-verbinding en Wi-Fi-verbinding (Snelle verbinding en TP (Toegangspunt)). Bluetooth en Snelle verbinding zijn snelle en gemakkelijke manieren om het apparaat in te stellen. De AP-verbinding gebruikt een directe lokale Wi-Fi-verbinding tussen uw telefoon en de airconditioner om de netwerkgegevens te uploaden.
- Druk, voor het instellen en met de airconditioner aangesloten op de voeding, maar niet in werking, gedurende 3 seconden op de snelheidsknop (tot u een pieptoon hoort) om de Wi-Fi-verbindingsmodus te openen.
- Zorg ervoor dat uw apparaat in de juiste Wi-Fi-verbindingsmodus staat voor het type van verbinding dat u wil gebruiken, het knipperen van het Wi-Fi-lampje op uw airconditioner zal dit aangeven.
| Type van verbinding | Frequentie van het knipperen |
| Bluetooth-verbinding | |
| Snelle verbinding | Knippert twee keer per seconde |
| AP (Access Point) | Flikkert om de drie seconden |
WISSELEN TUSSEN TYPES VAN VERBINDING
Houd de toets Snelheid 3 seconden ingedrukt om te schakelen tussen de twee modi voor Wi-Fi-verbinding van de unit.
- Druk op de knop registreren onderaan op het scherm.

- Lees het privacybeleid en druk op de knop Akkoord.

- Voer uw e-mailadres of telefoonnummer in en druk op doorgaan om te registreren.

- Voer uw e-mailadres of telefoonnummer in en druk op doorgaan om te registreren.
Verification Code
- Typ het wachtwoord dat u wil aanmaken. Dit moet uit 6-20 tekens bestaan, met letters en cijfers.
Set Password
- De app is nu geregistreerd. U zal na registratie automatisch worden aangemeld.

SMART LIFE is ontworpen op een manier waardoor het gebruikt kan worden met een groot aantal compatibele, slimmer apparaten binnen uw huis. Het kan ook worden ingesteld om te werken met meerdere apparaten binnen verschillende huizen. Daarom vereist de app tijdens het instelproces dat er verschillende ruimtes worden aangemaakt en dat deze een naam wordt gegeven, voor een eenvoudig beheer van al uw apparaten. Als er nieuwe apparaten worden toegevoegd, worden ze toegewezen aan een van de kamers die u hebt aangemaakt.
KAMERS AANMAKEN
- Druk op de knop HUIS TOEVOEGEN.

- Typ een naam voor uw huis.
- Druk op de locatieknop om de locatie van uw huis te selecteren. (Zie UW LOCATIE INSTELLEN hieronder)
- Er kunnen nieuwe kamers worden toegevoegd door onderaan op de optie EEN ANDERE KAMER TOEVOEGEN te drukken. (Zie EEN ANDERE KAMER TOEVOEGEN hieronder)
- Verwijder het vinkje bij kamers die niet nodig zijn op de app.
- Druk op KLAAR in de hoek rechts bovenaan.

Verplaats het oranje HUIS-symbool met uw vinger. Als het symbool in de buurt van de locatie van uw huis staat, druk dan op de bevestigingsknop in de hoek rechts bovenaan.

Typ de naam van de kamer en druk op Klaar in de hoek rechts bovenaan

text_image
Add a Room Done Room Name Recommended Living Room Bedroom Second Bedroom Dining Room Kitchen Study Room Porch Balcony Kids Room Clockroom DO Hi So q w e r t y u i o p a s d f g h j k l z x c v b n m 1123VERBINDING MAKEN VIA SNELLE VERBINDING
Zorg er voor het verbinden voor dat de unit in stand-by staat, met het Wi-Fi-lampje twee keer per seconde knipperend. Volg anders de instructies voor het wijzigen van de verbindingmethode. Zorg er ook voor dat uw telefoon is verbonden met het Wi-Fi-netwerk. (We raden aan om mobiele gegevens uit te schakelen tijdens het instellen.)
- Open de app en druk op '+' om een apparaat toe te voegen of gebruik de knop 'Apparaat toevoegen'.

- Selecteer het type van apparaat, zoals 'Airconditioner'.

- Controleer of het Wi-Fi-lampje op de airconditioner twee keer per seconde knippert en druk daarna op de oranje knop onderaan op het scherm om te bevestigen.

- Voer uw Wi-Fi-wachtwoord in en druk op bevestigen.

- Dit zal de instellingen doorsturen naar de airconditioner. Wacht tot dit is voltooid. Probeer het opnieuw als het mislukt. Als het nog steeds niet lukt, raadpleeg dan het deel 'problemen oplossen'.

Zorg er voor het verbinden voor dat de unit in stand-by staat, met het Wi-Fi-lampje een keer per seconde knipperend. Volg anders de instructies voor het wijzigen van de Wi-Fi-verbindingmethode. Zorg er ook voor dat uw telefoon is verbonden met het Wi-Fi-netwerk. (We raden aan om mobiele gegevens uit te schakelen tijdens het instellen.)
- Open de app en druk op '+' om een apparaat toe te voegen of gebruik de knop 'Apparaat toevoegen'.

- Selecteer het type van apparaat, zoals 'Airconditioner'.

- Druk op de knop AP-modus bovenaan rechts op het scherm.

- Controleer of het Wi-Fi-lampje op de airconditioner traag knippert (een keer per drie seconden) en druk daarna op de oranje knop onderaan op het scherm om te bevestigen.

- Voer uw Wi-Fi-wachtwoord in en druk op bevestigen.

- Ga naar netwerkinstellingen in uw telefoon en maak verbinding met de 'SmartLife xxx'-verbinding. U moet geen ander wachtwoord invoeren. Ga daarna terug naar de app om het instellen te voltooien.

Dit zal de instellingen doorsturen naar de airconditioner.
Ga na het voltooien van het verbindingsproces terug naar de netwerkinstellingen om uw telefoon om te controleren of uw telefoon opnieuw verbinding heeft gemaakt met uw Wi-Fi-router.
HET APPARAAT BEDIENEN VIA DE APP
HET STARTSCHERM
Huis veranderen: Als u units hebt in verschillende huizen, kunt u ertussen schakelen
Omgevingsgegevens: Biedt de buitentemperatuur en de vochtigheid op basis van de ingevoerde locatiegegevens
Kamers: Gebruik die om de units die in elke kamer zijn opgesteld te bekijken
Slimme scène: Maakt het mogelijk om intelligent gedrag te programmeren, op basis van de binnen- en buitenomgeving
my home


Apparaat toevoegen: Voeg een apparaat toe aan de app en doorloop de instelprocedure.
Kamerbeheer: Maakt het mogelijk om kamers toe te voegen, te verwijderen of ze een nieuwe naam te geven.
Apparaat toevoegen: Voeg een apparaat toe aan de app en doorloop de instelprocedure.
Profiel: Biedt de optie voor het wijzigen van instellingen en het toevoegen van appa- raten door middel van een QR-code, geleverd door een vriend.
Elk apparaat heeft zijn eigen invoer op het startscherm om het voor de gebruiker mogelijk te maken om de unit aan of uit te schakelen of om het apparaatscherm te openen om andere wijzigingen door te voeren.
APPARAATSCHERM

text_image
All Devices -Light -Plug -Camera YWD1 Turned onNaam van de airconditioner:
Druk op enter om het apparaatscherm te openen.
Toets AAN/UIT: Zet de unit aan of uit.
APPARAATSCHERM
Het apparaatscherm is het hoofdbedieningsscherm voor de airconditioner en biedt toegang tot de bedieningen om de functies en instellingen aan te passen.

text_image
Terug: Keert terug naar het startscherm Huidige kamertem- peratuur: Geeft de huidige kamertempe- ratuur weer MODUS: Wijzig de bedrijfsmodus van de airconditioner tussen koelen, verwarmen, ontvochtigen en ven- tilator SNELHEID: Gebruik dit om de ventilator- snelheid te schakelen tussen laag, gemid- deld en hoog. Merk op dat dit in de modus ontvochtigen niet ge- wijzigd kan worden. Toets gewenste kamertemperatuur omlaag: Gebruik deze toets om de gewenste temperatuur te ver- lagen YWD1 Temp Current28°C 24 °C F Mode FAN SWING Timer Schedule Temperature OFF Toets AAN/UIT: Gebruikt om de unit aan of uit te zetten. Naam bewerken: Gebruikt om de naam van de airconditioner te wijzigen Gewenste kamertem- peratuur: Geeft de gewenste kamertem- peratuur weer Huidige modus: Geeft de modus weer waarin de airconditioner mo- menteel staat LUCHTSTROOMRICH- TING: Gebruik dit om het draaien van de richting van de luchtstroom in en uit te schakelen PLANNING: Gebruik dit om een geplande werking in te stel- len. Een aantal van deze kunnen worden gebruikt om een au- tomatische werking te specificeren TIMER: Gebruik dit om een timer toe te voegen wanneer de unit in werking is of om een timer toe te voegen wanneer de unit uit- geschakeld is Toets gewenste kamertemperatuur OMHOOG: Gebruik deze toets om de gewenste temperatuur te verhogen.* Omwille van de voortdurende ontwikkeling van de app, zijn de lay-out en de beschikbare functies onderhevig aan wijzigingen.
SLIMME SCENES
Slimme scènes is een krachtig hulpmiddel, dat de optie biedt om de werking van de airconditioner aan te passen, op basis van zowel de omstandigheden in de kamer als invloeden van buitenaf. Dit maakt het voor de gebruiker mogelijk om veel meer intelligente acties te specificeren. Deze zijn onderverdeeld in twee categorieën, Scène en Automatisering.
SCENE
Scène maakt het mogelijk om een aanraakknop toe te voegen aan het startscherm. De knop kan worden gebruikt om een aantal instellingen snel te wijzigen en kan alle instellingen van de unit wijzigen. Een aantal scènes kunnen eenvoudig worden ingesteld, waardoor het voor de gebruiker mogelijk wordt om te schakelen tussen een aantal vooraf ingestelde configuraties.
Hieronder vindt u een voorbeeld van hoe een scène ingesteld moet worden:
- Druk op het tabblad Slimme scène onderaan op het start-scherm.

- Druk op de plus in de hoek rechts bovenaan om een slimme scène toe te voegen.

- Selecteer Scène om een nieuwe scène toe te voegen.

- Druk op de pen naast 'Voer de schermnaam in' om de naam voor uw scherm in te voeren.
Weergeven op dashboard: Laat dit ingesteld als u wil dat de scène als een knop op het startscherm wordt weergegeven.
Druk op de rode plus om de vereiste actie toe te voegen. Selecteer vervolgens de airconditioner uit de lijst met apparaten.
- Kies de functie, stel de waarde voor de functie in en druk op de toets terug in de hoek rechts bovenaan om terug te keren naar het vorige scherm.

text_image
Select Function Set Humidity > Wind Speed > Lock > Shake > 定时 > Power > Mode >- Druk na het toevoegen van alle vereiste functies, op de knop Opslaan in de hoek rechts bovenaan om uw nieuwe scène te voltooien en op te slaan.
AUTOMATISERING
Automatisering maakt het mogelijk om een automatische actie in te stellen voor het apparaat. Deze kan worden geactiveerd door de tijd, de kamertemperatuur, de vochtigheidsgraad in de kamer, de weersomstandigheden en verschillende ander invloeden.
- Druk op het tabblad Slimme scène onderaan op het start-scherm.

- Druk op de plus in de hoek rechts bovenaan om een slimme scène toe te voegen.

text_image
Edit Intelligent + Scene Automation My Computer Smart Server Help- Druk op de plus in de hoek rechts bovenaan om een slimme scène toe te voegen.

- De instelling is erg vergelijkbaar met de instelling van een scène op de vorige pagina en omvat een extra deel voor het opgeven van een trigger om de scène te starten.
Druk op de pen naast 'Voer de schermnaam in' om de naam voor uw scherm in te voeren.
Druk op de rode plus naast 'Wanneer aan een voorwaarde is voldaan' om de trigger toe te voegen.
Druk op de rode plus naast 'Volgende acties uitvoeren' om de vereiste actie toe te voegen. Selecteer vervolgens de airconditioner uit de lijst met apparaten.
- Selecteer de voorwaarde voor wanneer de automatisering zou moeten starten. Er kunnen verschillende triggers gecombineerd worden.

- Selecteer de voorwaarde voor wanneer de automatisering zou moeten starten. Er kunnen verschillende triggers gecombineerd worden.

- Druk na het toevoegen van alle vereiste functies, op de knop Opslaan in de hoek rechts bovenaan om uw nieuwe scène te voltooien en op te slaan.
De automatisering is nu ingesteld en kan worden in- en uitgeschakeld door middel van de keuzeschakelaar op de afbeelding die wordt weergegeven in stap 2.

Het tabblad profiel biedt u de optie om zowel uw gegevens te bewerken als de toegevoegde functies van de unit te gebruiken.
DE NAAM VAN UW APPARAAT WIJZIGEN
Op een van de andere schermen, kunnen meer instellingen van het apparaat worden geopend, door op de drie puntjes in de hoek rechts bovenaan te drukken. Via de bovenste naam kunt u de naam van het apparaat wijzigen in een naam die relevant is voor het gebruik van het product, zoals 'Airconditioner woonkamer'. In het menu hebt u ook de optie om een schermvergrendelpatroon in te stellen of uw wachtwoord te wijzigen.
APPARAAT DELEN
Hierdoor kunt u de toegang tot de bediening van uw airconditioner delen met vrienden en familie.
INTEGRATIE
Dit maakt het mogelijk om de unit te integreren met uw favoriete hardware voor automatisering van uw huis, zoals Google Home en de Amazon Echo.
D ONDERHOUD

PAS OP!
Schakel eerst de unit uit en trek de stekker uit het stopcontact voor u het apparaat of filter gaat schoonmaken.
Gebruik voor het regelmatig schoonmaken van de buitenkant van het apparaat uitsluitend een zachte, vochtige doek. Gebruik nooit agressieve chemicaliën, benzine, reinigingsmiddelen of andere reinigingsoplossingen.
E PROBLEMEN OPLOSSEN
De airconditioning niet repareren of ontmantelen. Onbevoegde reparaties zullen de garantie doen vervallen en kunnen leiden tot slechte werking, letsels veroorzaken en eigendom beschadigen. Alleen gebruiken zoals wordt beschreven in deze gebruikshandleiding en alleen de acties uitvoeren die hier worden aanbevolen.
| Problem | Redenen | Oplossingen |
| De airconditioner werkt niet. | Er is geen elektriciteit. | Controleer of stekker in het stopcontact steekt en of het stopcontact normaal werkt. |
| De omgevingstemperatuur is te laag of te hoog. | Gebruik het apparaat alleen bij een kamertemperatuur tussen 7 en 35°C. | |
| De kamertemperatuur is lager dan de gewenste temperatuur in de modus koelen; de kamertemperatuur is hoger dan de gewenste temperatuur in de modus verwarmen. | Pas de gewenste kamertemperatuur aan. | |
| De omgevingstemperatuur is laag in de modus ontvochtigen (drogen). | Zorg ervoor dat de kamertemperatuur hoger is dan 17°C voor de modus drogen. | |
| Er is rechtstreekse inval van zonlicht. | Gebruik gordijnen om de warmte van de zon te verminderen. | |
| Het koelings- of verwarmings-effect is matig. | Deuren of ramen staan open; er zijn veel mensen aanwezig; of er zijn, in de koelmodus, andere warmtebronnen (bijv. koelkasten). | Sluit deuren en vensters; verhoog het vermogen van de airconditioner. |
| Het filterscherm is vuil. | Reinig of vervang het filterscherm. | |
| De luchtinlaat of -uitlaat is geblokkeerd. | Verwijder de obstructies; zorg ervoor dat de unit is geinstalleerd overeenkomstig de instructies. | |
| De airconditioner lekt. | De unit hangt niet recht. | Controleer of de unit recht hangt met een waterpas. Haal, als dit niet het geval is, de unit van de muur en bevestig deze recht. |
| De drainleiding is geblokkeerd. | Controleer de drainleiding om zeker te zijn dat deze niet geblokkeerd of vernauwd is. | |
| De compressor werkt niet. | Beveiliging tegen oververhitting actief. | Wacht 3 minuten tot de temperatuur gezakt is en start het apparaat opnieuw. |
| De afstands-bediening werkt niet. | De afstand tussen het apparaat en de afstandsbediening is te groot. | Breng de afstandsbediening dichter bij de airconditioner en zorg ervoor dat de afstandsbediening rechtstreeks naar de ontvanger voor de afstandsbediening is gericht. |
| De afstandsbediening is niet gericht in de richting van de ontvanger voor de afstandsbediening. | ||
| De batterijen zijn leeg. | Vervang de batterijen. |
Als er problemen optreden die niet in de tabel staan of de aanbevolen oplossingen niet werken, neem dan contact op met het servicecentrum.
F FOUTCODES
| Fout-code | Foutomschrijving | Fout-code | Foutomschrijving |
| F1 | IPM-fout compressor | FE | EE-fout (buiten) |
| F2 | PFC-/IPM-fout | PA | Zet de sensor voor de luchttemperatuur terug op de normale beveiliging |
| F3 | Fout bij het starten van de compressor | P1 | Oververhittingsbeveiliging bo-venop de compressor |
| F4 | Compressor heeft geen stappen meer over | PE | Abnormale circulatie koelmiddel |
| F5 | Defect locatiedetectielus | PH | Beveiliging uitlaattemperatuur |
| FA | Beveiliging tegen overstroom fase | PC | Beveiliging tegen overbelasting spiraal (buiten) |
| P2 | Beveiliging tegen te lage DC-busspanning | E3 | Fout feedback Dc-ventilator (bin-nen) |
| E4 | Communicatiefout (binnen en buiten) | P6 | Beveiliging tegen overbelasting spiraal (binnen) |
| F6 | PCB-communicatiefout | P7 | Beveiliging tegen ontdooien op spiraal (binnen) |
| P3 | Beveiliging AC-ingangsspanning | E2 | Sensorfout op spiraal binnen |
| P4 | AC-overstroombeveiliging | E1 | Fout temperatuursensor (binnen) |
| P5 | Beveiliging tegen te lage AC-spanning | P8 | Detectie zero-crossing fout (bin-nen) |
| F7 | Fout spiraalsensor (buiten) | EE | EE-fout (binnen) |
| F8 | Fout sensor op aanzuigleiding | E5 | Fout waterspatten op motor |
| E0 | Fout sensor op uitlaatleiding | E8 | Fout feedback ventilator |
| E6 | Fout temperatuursensor (buiten) | FL | Beveiliging tegen hoog waterpeil |
| E7 | Fout ventilatormotor (buiten) |
G GARANTIEBEPALINGEN
U krijgt op de airconditioner 24 maanden garantie vanaf de aankoopdatum. Binnen deze periode worden alle materiaal- en fabricagefouten kosteloos verholpen. Hierbij gelden de volgende regels:
- Alle verdere aanspraken op schadevergoeding, inclusief gevolgschade wijzen wij uitdrukkelijk af.
- Reparatie of vervanging van onderdelen binnen de garantietermijn leidt niet tot verlenging van de garantie.
- De garantie geldt niet wanneer veranderingen zijn aangebracht, niet-originele onderdelen zijn gemonteerd of reparaties zijn verricht door derden.
- Onderdelen die aan normale slijtage onderhevig zijn, zoals de filter, vallen buiten de garantie.
- De garantie geldt uitsluitend als u de originele, gedateerde aankoopbon overlegt en als op geen van beiden veranderingen zijn aangebracht.
- De garantie geldt niet bij schade ontstaan door handelingen die afwijken van die in de gebruiksaanwijzing of door verwaarlozing.
- De verzendkosten en het risico van het opsturen van de airconditioner of onderdelen daarvan, komen altijd voor rekening van de koper.
- Schade, veroorzaakt door het niet gebruiken van de geschikte filters, valt buiten de garantie.
Om onnodige kosten te voorkomen, raden wij u aan eerst altijd zorgvuldig de gebruiksaanwijzing te raadplegen. Wanneer deze geen uitkomst biedt, kunt u de airconditoner ter reparatie aanbieden bij uw dealer.

Werp elektrische apparatuur niet weg bij het huisvuil; lever het in op de daarvoor aangewezen plaats. Neem contact op met de plaatselijke autoriteiten voor informatie waar apparatuur kan worden ingeleverd. Wanneer elektrische apparaten worden weggegooid op de vuilstort of in de dump, kunnen gevaarlijke stoffen in het grondwater en in de voedselketen terecht komen met alle gevolgen voor de gezondheid. Bij de vervanging van oude apparaten door nieuwe is de leverancier wettelijk verplicht zonder kosten het oude apparaat voor vernietiging in te nemen. Batterijen niet in het vuur werpen, daar deze kunnen exploderen of gevaarlijke vloeistoffen kunnen uitstoten. Indien u de afstandsbediening vervangt of vernietigt, de batterijen uitnemen en deze conform de geldende wetgeving-weggooien daar deze schadelijk zijn voor het milieu.
Milieu-informatie: Deze apparatuur bevat gefluoreerde broeikasgassen zoals opgenomen in het Protocol van Kyoto. De apparatuur mag alleen worden gerepa-reerd of gedemonteerd door professioneel, geschoold personeel.
Deze apparatuur bevat koelmiddel R290 / R32 in de hoeveelheid als aangegeven in bovenstaande tabel. Laat R290 / R32 niet ontsnappen in de atmosfeer: R290 / R32 is een gefluoreerd broeikasgas met een broeikasgaseffect (GWP) = 3.
SimpelGids
AAN/UIT
MODUS
KOELEN
DROGEN
VENTILATOR
VERWARMEN
VENTILATOR-SNELHEID
TIMER