TA 211 E - Thermostaat BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TA 211 E BOSCH in PDF-formaat.
| Producttype | Aanvoertemperatuurregelaar met weersinvloed |
| Merk | Bosch |
| Model | TA 211 E |
| Categorie | Thermostaat |
| Voeding | 24 V DC (meetstroom) |
| Meetbereik buitensensor | -20 ... +30 °C |
| Toegestane omgevingstemperatuur buitensensor | -30 ... +50 °C |
| Beschermingsklasse | III |
| Hoofdfuncties | Regeling van de stooklijn (stooklijnvoet 10-60 °C, max. aanvoertemperatuur 40-90 °C), nachtverlaging (0 tot -40 K), automatische omschakeling/reduceerstand/antivriesstand, uitschakellimiet (15-25 °C) |
| Compatibele accessoires | Tijdschakelaar (EU 3 T, DT 1, EU 2 D, DT 2), afstandsbediening (TW 2, TFQ 2 T, TFQ 2 W, TFP 3), mechanische temperatuurlimiet voor vloerverwarming |
| Buitensensor meegeleverd | Ja (sensor AF, montage op noordoost- tot noordwestgevel, 2 m boven de grond) |
| Aanbevolen kabeldoorsnede (buitensensor) | 0,75-1,5 mm² tot 20 m, 1,0-1,5 mm² tot 30 m, 1,5 mm² daarboven |
| Compatibiliteit | Bosch gasketels met Bosch Heatronic |
| Veiligheid | Niet aansluiten op 230 V; aansluitschema volgen; stroom uitschakelen voor montage |
| Beschermingsgraad | CE |
| Onderhoud | Geen specifieke reiniging vereist; stofophoping op contacten vermijden |
| Onderdelen en repareerbaarheid | Buitensensor AF beschikbaar; bij storing worden foutcodes AC of CC weergegeven op het toestel |
| Algemene informatie | Thermostaat gemonteerd in de schakelkast van het verwarmingstoestel; werkt alleen met tijdschakelaar volgens Duitse regelgeving |
Veelgestelde vragen - TA 211 E BOSCH
Gebruikersvragen over TA 211 E BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Thermostaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TA 211 E - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TA 211 E van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING TA 211 E BOSCH
De juiste werking is alleen gewaarborgd wanneer deze gebruiksaanwijzing in acht wordt genomen. Wij verzoeken u, dit document aan de klant te overhandigen.
Dansk
1 Veiligheidsvoorschriften 44
2 Gebruik 44
3 Technische gegevens 44
4 Montage 45
5 Elektrische aansluiting 45
6 Ingebruikneming 46
7 Bedienen van de regelaar 46
8 Programmering van de schakelklok 49
9 Algemene opmerkingen 49
10 Storing 49
1 Veiligheidsvoorschriften
De regelaar wordt in het gasverwarmingsapparaat ingebouwd. De regelaar mag alleen volgens het aansluitschema met het desbetreffende verwarmingsapparaat worden verbonden. Sluit de regelaar in geen geval aan op het stroomnet van 230 V.
De regelaar kan alleen worden gebruikt in combinatie met gasverwarmingsapparaten met Bosch Heatronic.
Vóór het inbouwen van de regelaar moet de spanningstoevoer (230 V, 50 Hz) naar het verwarmingsapparaat worden onderbroken.
2 Gebruik
De TA 211 E is een door de buitentemperatuur bestuurde aanvoertemperatuurregelaar voor de inbouw in de schakelkast van continu geregelde gasverwarmingsapparaten met Bosch Heatronic.
2.1 Meegeleverd
Meegeleverd (afbeelding 2 met de TA 211 E wordt een buitentemperatuursensor inclusief bevestigingsmateriaal. De regelaar wordt aangesloten in de schakelkast van het verwarmingsapparaat.
2.2 Toebehoren
Bij de aanvoer van een vloerverwarming moet bovendien een mechanische aanvoertemperatuurbegrenzer volgens de gegevens van de fabrikant worden aangebracht.
De TA 211 E wordt geleverd zonder schakelklok. Deze is verkrijgbaar als toebehoren. Er kan in plaats daarvan ook een afstandsbediening met schakelklok worden gebruikt (zie de volgende tabel).
De volgende combinaties zijn toegestaan:
| Combinatie | Elektr. schakel-schema |
| TA 211 E + EU 3 T | Afbeelding 8 |
| TA 211 E + DT 1 | Afbeelding 8 |
| TA 211 E + EU 2 D | Afbeelding 8 |
| TA 211 E + DT 2 | Afbeelding 8 |
| TA 211 E + EU 3 T + TW 2 | Afbeelding 9 |
| TA 211 E + DT 1 + TW 2 | Afbeelding 9 |
| TA 211 E + EU 2 D + TW 2 | Afbeelding 9 |
| TA 211 E + DT 2 + TW 2 | Afbeelding 9 |
| TA 211 E + TFQ 2 T | Afbeelding 10 |
| TA 211 E + TFQ 2 W | Afbeelding 10 |
| TA 211 E + TFP 3 | Afbeelding 10 |
Opmerking: Volgens de voorschriften met betrekking tot verwarmingsinstallaties mag de TA 211 E alleen worden gebruikt in combinatie met een schakelklok.
| Meetbereik van de buitentemperatuursensor – 20 ...+30 °C | |
| Toelaatbare omgevings-temperatuur van de buiten-temperatuursensor – 30 ... +50 °C | |
| Isolatieklasse | III |
| CE |
3.1 Meetwaarden buitentemperatuursensor AF
| °C | _AF | V | °C | _AF | V |
| -20 | 2392 | 2,64 | 4 | 984 | 1,65 |
| -16 | 2088 | 2,49 | 8 | 842 | 1,49 |
| -12 | 1811 | 2,33 | 12 | 720 | 1,34 |
| -8 | 1562 | 2,16 | 16 | 616 | 1,20 |
| -4 | 1342 | 1,99 | 20 | 528 | 1,07 |
| 0 | 1149 | 1,82 | 24 | 454 | 0,95 |
4 Montage

Vóór het begin van de werkzaamheden moet de spanningstoevoer (230 V, 50 Hz) naar het verwarmingsapparaat worden onderbroken.
4.1 Montage van de buitentemperatuursensor AF (afbeeldingen 3en)5
De buitentemperatuursensor AF is bedoeld voor opbouwmontage op de buitenmuur.
Het volgende moet in acht worden genomen:
- Noordoost- tot noordwestzijde van het huis
- Minstens 2 m boven de grond
- Er mag geen sprake zijn van rechtstreekse beïnvloeding door bijvoorbeeld een raam, deur of schoorsteen of door zonneschijn (afbeelding 5).
- Een nis, balkonvoorbouw of overstek is als montageplaats niet geschikt (afbeelding 5)
- Wanneer de voornaamste woonruimten van een gebouw allemaal naar dezelfde windstreek liggen, kan ook de buitensensor daarheen wijzen.
N.B.:
- Bij montage op de oostmuur moet de buitensensor in de vroege ochtenduren in de schaduw liggen (bijvoorbeeld door een naburig huis of een balkon). Reden: de ochtendzon stoort de verwarming van het huis na het verstrijken van het gereduceerde nachtprogramma.
- Wanneer de hoofdwoonruimten wijzen naar twee naburige windstreken, buitensensor monteren aan de zijde van het huis met de ongunstigste weersomstandigheden. - Een beproefde montagehoogte is het (verticale) midden van de door de verwarming verwarmde hoogte (H/2 in afbeelding 5
Voor de montage de afschermkap (AF c met AF b ) lostrekken en het huis van de sensor (AF _a ) met twee schroeven aan de buitenmuur (afbeelding 3) bevestigen.
Verklaring bij afbeelding 5
Y/H = bewoonde hoogte door de sensor te bewaken.
■ = geadviseerde montageplaats
☐ = alternatieve montageplaats
4.2 Montage van de regelaar (afbeelding 11 e15)
① Voorzijde (f) naar onderen uittrekken en verwijderen (afbeelding 11
② Schroef (g) uitdraaien (afbeelding 12
③ Afscherming (h) naar voren verwijderen.
④ Blinde deksel (i) naar beneden uittrekken (afbeelding 13).
⑤ TA 211 E van onderen in de geleidingsrail plaatsen en naar boven duwen tot het apparaat vastklikt (afbeelding 14
⑥ De op de regelaar aangebrachte stekker (k) op de daarvoor voorziene insteekplaats steken (afbeelding 15
4.3 Montage van het toebehoren
Schakelklok, afstandsbediening en mechanische bewaker volgens het bijbehorende inbouwvoorschrift monteren.
5 Elektrische aansluiting
De elektrische aansluiting van de regelaar is reeds onder punt 4.2 beschreven.
De volgende kabeldiameters moeten worden gebruikt:
| • Van de TA 211 E naar de buitentemperatuursensor: | |
| Lengte tot 20 m | 0,75 mm^2 tot 1,5 mm^2 |
| Lengte tot 30 m | 1,0 mm^2 tot 1,5 mm^2 |
| Lengte meer dan 30 m | 1,5 mm^2 |
• Van TA 211 E naar afstandsbediening:
1,5 mm ^2
Met inachtneming van de geldende voorschriften moeten voor de aansluiting van de buitensensor en de afstandsbediening minstens elektrische kabels van het type H 05 VV-... worden gebruikt.
Alle leidingen met 24 V (meetstroom) moeten gescheiden worden geïnstalleerd van leidingen met 230 of 400 V, zodat geen inductieve beïnvloeding kan plaatsvinden (minimumafstand 100 mm).
Indien inductieve externe invloeden kunnen optreden, b. v. door sterkstroomkabels, bovenleidingen, transformatorhuisjes, radio- en televisietoestellen, magnetrons, zenders van radioamateurs e. d., moeten de leidingen voor het meetsignaal worden afgeschermd.
Door de inbouw van de regelaar TA 211 E gebruikt de elektronica van het verwarmingsapparaat automatisch pompschakelsoort III (continu pompen), ook als de fabrieksinstelling niet is gewijzigd.
De afbeeldingen 6 en 7 even een schema weer van het gebruik van de TA 211 E bij een radiator- en bij een vloerverwarming.
Afhankelijk van het toebehoren moeten de desbetreffende elektrische aansluitschema's (afbeeldingen 8/m)10 acht worden genomen.
Verklaring bij afbeeldingen 6/m 10:
P_1 Circulatiepomp
SF Reservoirtemperatuursensor (NTC)
B_2 Mechanische aanvoertemperatuurbegrenzer (alleen bij vloerverwarming)
AF Buitentemperatuursensor
FB Afstandsbediening (zie bovengenoemde tabel)
E Ontluchtingsventiel
5.1 Elektrische aansluiting van de buitentemperatuursensor (AF)
- Afschermkap (AF c met AF b ) verwijderen (afbeelding 3).
- Geïnstalleerde kabel door de schroefverbinding (AF d ) geleiden en aansluiten op de beide klemmen (AF e ).
- Schroefverbinding (AF _d ) vastdraaien zodat bij de kabelinvoerplaats trekontlasting en spatwaterbescherming is gewaarborgd.
- Buitentemperatuursensor sluiten.
- Op het verwarmingsapparaat de kabel door de beschermtule steken en met de trekont-lasting bevestigen.
- Kabel op de TA 211 E aansluiten met de klemmen „A“ en „F“ (afbeeldingen 8 t/m 10).
5.2 Elektrische aansluiting van het toebehoren (afbeeldingen 8/m)10
5.2.1 Tijdschakelklok
- Schakelklok (indien aanwezig) volgens afbeeldingen 8 en 9 aansluiten op stekker ST 5 van de hoofdprintplaat van het verwarmingsapparaat.
5.2.2 Afstandsbediening
- Afstandsbediening TW 2 (indien aanwezig) op de klemmen 3 en 4 van de TA 211 E aansluiten (afbeelding 9
- Afstandsbediening TFQ 2 T, TFQ 2 W of TFP 3 (indien aanwezig) op de klemmen 1, 3 en 4 aansluiten (afbeelding 10
5.2.3 Mechanische aanvoertemperatuurbegrenzer
- In de aanvoer van een vloerverwarming moet bovendien een mechanische aanvoertemperatuurbegrenzer worden aangebracht. Zie voor de elektrische aansluiting de installatiehandleiding van het verwarmingsapparaat.
5.3 Schakelkast sluiten
- De afscherming (h) weer aanbrengen en schroef (g) indraaien (afbeelding 12.
- Voorzijde (f) vastklikken (afbeelding 11)
6 Ingebruikneming
Door de ingebruikneming van het verwarmingsapparaat wordt de regelaar TA 211 E automatisch ingeschakeld.
7 Bedienen van de regelaar
Verklaring bij afbeeldingen 1en : 4
a Grenstemperatuur voor automatische verwarmingsuitschakeling
b Functieschakelaar
c Voetpunt
d Nachtelijke verlaging
e Maximale aanvoertemperatuur
VT Aanvoertemperatuur
AT Buitentemperatuur
MVT Gemiddelde aanvoertemperatuur

7.1 Grenstemperatuur voor automatische verwarmingsuitschakeling (a)
Met deze stelknop kan worden bepaald bij welke buitentemperatuur (15 tot 25 °C) de verwarming (brander en circulatiepomp) automatisch worden uit- of ingeschakeld.
Voorbeeld: In stand „20“ wordt de verwarming bij buitentemperaturen boven ca. +20,5 °C uitgeschakeld, bij temperaturen onder ca. +18,5 °C automatisch weer ingeschakeld.
De instelwaarde kan door de gebruiker van de installatie zelf worden bepaald. In de fabrieksinstelling ∞ is deze functie niet actief. Het verwarmen kan bij elke buitentemperatuur worden gestart, ook bij ingebruikneming van de installatie midden in de zomer.
7.2 Functieschakelaar (b)
Met deze schakelaar kunt u kiezen uit de volgende drie functies:

7.2.1 Continu gereduceerde functie
In combinatie met de instelling *voor de nachtelijke verlaging (d) ontstaat het volgende gedrag:

+

Continu-uitschakeling met vorstbeschermingsfunctie
Bij buitentemperaturen boven +4 °C worden het verwarmingsapparaat en de circulatiepomp uitgeschakeld. Bij buitentemperaturen onder +3 °C wordt het verwarmingsapparaat ingesteld op de minimumtemperatuur. De circulatiepomp loopt.
Let op: Tijdens de vorstbeschermingsfunctie moet de aanvoertemperatuurschakelaar van het verwarmingsapparaat minstens op „1“ bijv. „▶“ staan.
Kies deze stand in de zomer en tijdens uw wintervakantie, wanneer de ruimtetemperatuur aanzienlijk mag dalen (denk om kamerplanten en huisdieren).
Daarbij wordt het op de schakelklok (toebehoren) ingestelde normale functie genegeerd. Later weer terugschakelen naar automatisch
wisseling. Ⓤ.
Gereduceerde functie in combinatie met een waarde tussen „0“ en „-40“ voor de nachtelijke verlaging (d) leidt tot het volgende gedrag:

+

Continu verlaagde functie
De aanvoertemperatuur wordt continu verlaagd met de op de instelknop (d) ingestelde waarde. Bij deze functie is sprake van een verminderde verwarmingsfunctie. De circulatiepomp loopt.
Kies deze stand tijdens uw wintervakan- tie wanneer de ruimtetemperatuur niet te sterk mag dalen.
Daarbij wordt het op de schakelklok (toebehoren) ingestelde normale functie genegeerd. Later weer terugschakelen naar automatisch wisseling. ⏻.
Tijdens deze functie blijft de verwarmingsinstallatie met verlaagde temperatuur in werking bij elke buitentemperatuur, de pomp loopt.

Tussen normale functie en gereduceerde functie volgens de programmering van de schakelklok.
In combinatie met de instelling *voor de nachtelijke verlaging (d) ontstaat het volgende gedrag:

+

Spaarautomaat
Automatische wisseling tussen normale functie en vorstbeschermingsfunctie volgens de programmering van de schakelklok.
Tijdens de vorstbeschermingsfunctie (b. v. 's nachts) zijn brander en pomp bij buitentemperaturen boven ca. +3 °C uitgeschakeld.
Let op: Tijdens de vorstbeschermingsfunctie moet de aanvoertemperatuurschakelaar van het verwarmingsapparaat minstens op „1“ bijv. „▶“ staan.
Tip Kies deze functie wanneer de warmte-isolatie van uw huis goed is en daardoor snel afkoelen wordt voorkomen.

Automatische wisseling tussen normale functie en verlaagde temperatuur volgens de programmering van de schakelklok.
Kies deze stand wanneer de warmte-isolatie van uw huis slechts matig is en (bijvoorbeeld gedurende de nacht) een bepaalde temperatuur is vereist om te sterke afkoeling te voorkomen. Tijdens deze functie blijft de verwarmingsinstallatie met verlaagde temperatuur in werking bij elke buitentemperatuur, de pomp loopt.

7.2.3 Continu normale functie
De aanvoertemperatuur wordt niet verlaagd.
Kies deze stand als u bij wijze van uitzondering later gaat slapen (b.v. een feestje). Daarbij wordt de op de schakelklok (toebehoren) ingestelde gereduceerde functie genegeerd. Vergeet niet om later weer de automatische wisseling in te stellen.
7.3 Instelling van de verwarmingscurve
De verwarmingscurve bepaalt op basis van de gemeten buitentemperatuur op welke aanvoertemperatuur het verwarmingsapparaat brandt. Door middel van een juist ingestelde verwarmingscurve wordt een constante ruim-tetemperatuur bij elke buitentemperatuur gewaarborgd.
De verwarmingscurve (afbeelding 4's bij de TA 211 E een functie van het voetpunt (c) en de maximale aanvoertemperatuur (e).
Bij het in bedrijf nemen, de knop van de aanvoertemperatuur met de punt naar rechts wijzend instellen. (afbeelding 1 punt e)

7.3.1 Voetpuntinstelling (c)
Het laagste punt van de verwarmingscurve is de aanvoertemperatuur (radiatortemperatuur) in °C bij +20 °C buitentemperatuur. U kunt waarden tussen 10 en 60 (°C) instellen.
De in afbeelding 4 veergegeven verwarmingscurve heeft betrekking op een voetpunt van 25 °C. Deze instelling van het voetpunt moet als eerste basisinstelling worden gekozen.
Wanneer uw verwarmingsinstallatie dit toestaat, dient u een lagere instelwaarde te kiezen (b.v. 20). Wanneer de ruimtetemperatuur ondanks een volledig geopende thermostaatknop te laag is, dient u een hogere waarde te kiezen (b.v. 30).

7.3.2Instelling van de maximale aanvoer-temperatuur (e)
Op de instelknop voor de aanvoertempera-
tuur van het verwarmingsapparaat (e) kan de maximale verwarmingsaanvoertemperatuur tussen ca. 88 °C of ca. 90 °C worden ingesteld.
De hier ingestelde maximale gewenste aanvoertemperatuur wordt bij een buitentemperatuur van -15 ^ bereikt (afbeelding 4 punt e).
Opmerking: De instelknop (e) voor de aanvoertemperatuur is tegelijkertijd de schakelaar voor de zomerfunctie ( linker aanslag). Daarom de instelling voor gemiddelde gewenste aanvoertemperatuur (afbeelding 4, punt e) voor winterfunctie noteren.
De bij een buitentemperatuur van -15 ^ vereiste radiatortemperatuur (aanvoertemperatuur) kan worden bepaald op basis van de constructiegegevens van de verwarmingsinstallatie. Als deze niet beschikbaar zijn, moeten ervaringswaarden worden gebruikt.
Wanneer het bij zeer lage buitentemperaturen en geheel opengedraaide thermostaatknoppen in de kamers te koud is, kies dan een instelwaarde die een 1/2 schaalverdelingsstreep hoger ligt (afbeelding 4, e). Wanneer het bij zeer lage buitentemperaturen
en geheel opengedraaide thermostaatknoppen in de kamers te warm is, kies dan een instelwaarde die een 1/2 schaalverdelingsdeel lager ligt (afbeelding 4e).

In stand (bescherming tegen vorst) blijft het verwarmingsapparaat uitgeschakeld zolang de buitentemperatuur boven +4 °C ligt. Brander en pomp zijn buiten werking (zie punt 7.2).
De nachtelijke verlaging bepaalt, hoeveel K (°C) de verwarmingscurve bij werking met verlaagde temperatuur parallel wordt verlaagd (stippellijn in afbeelding 4). U kunt waarden tussen 0 en -40 K (°C) instellen.
Kies de instelwaarde waarmee u de gewenste ruimtetemperatuurdaling bereikt.
Opmerking:
Een verlaging van de aanvoer-temperatuur met 5 K (°C) leidt tot ca. 1 K (°C) ruimtetemperatuurdaling.
7.4 TA 211 E met schakelklok en af- standsbediening TW 2 (toebehoren)
De afstandsbediening TW 2 is alleen actief als de functieschakelaar (b) van de TA 211 E in stand staat. Als dit het geval is, kunt u de functie instellen met behulp van de functieschakelaar van de afstandsbediening.
Laagste punt voor normale functie en nachtelijke verlaging instellen zoals beschreven onder punt 7.3.
In stand (van de functieschakelaar van de TW 2 wordt een vaste verlagingswaarde van 25 K (°C) aangehouden. De op de instelknop van de TA 211 E ingestelde verlagingswaarde is in dit geval niet actief.
Als de verlagingswaarde van 25 K (°C) bij langdurige afwezigheid te hoog of te laag is, kan de functieschakelaar (b) van de TA 211 E tijdelijk in stand Ⓕ worden gesteld en de gewenste verlagingswaarde met behulp van de knop (d) worden ingesteld.
Een gedetailleerde functiebeschrijving vindt u in de gebruiksaanwijzing van de TW 2.
7.5 TA 211 E met afstandsbediening TFQ 2 of TFP 3 (toebehoren)
De afstandsbediening is alleen actief wanneer de functieschakelaar (b) van de TA 211 E in stand ⏻ staat. De functie wordt dan uitsluitend ingesteld met behulp van de functieschakelaar in de afstandsbediening.
Opmerking:
Ook de hoogte van de aanvoer-temperatuurdaling wordt uit-sluitend bepaald op de TFQ 2 of TFP 3.
Een gedetailleerde functiebeschrijving is bij de afstandsbediening gevoegd.
8 Programmering van de schakelklok (toebehoren)
De TA 211 E wordt geleverd zonder schakelklok.
Zie voor de bediening van de schakelklok de desbetreffende gebruiksaanwijzing.
9 Algemene opmerkingen
Verwarmingsapparaten die kunnen worden gebruikt met de regelaar TA 211 E beschikken over een automatische regeling die bij werking van de brander in twee standen de schakelfrequentie beperkt.
Zie voor meer gegevens het montagevoorschrift van het verwarmingsapparaat.
In de schakelkast van het verwarmingsapparaat is een vorstbeschermingsschakeling geïntegreerd die er voor zorgt dat de aanvoertemperatuur boven +10 °C blijft.
10 Storing
Een storing van de regelaar of een verkeerde aansluiting worden aangegeven met foutcodes in het bedieningsdisplay van het verwarmingsapparaat. De volgende foutcodes kunnen bij de regelaar TA 211 E optreden:
- „AC“ Contactfout of storing in de regelaar
- „CC“ Contactfout of defecte buitentemperatuursensor