TA 250 - Thermostaat BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TA 250 BOSCH in PDF-formaat.
| Type product | Kamerthermostaat |
| Merk | Bosch |
| Model | TA 250 |
| Afmetingen (B x H x D) | Ca. 80 x 80 x 30 mm |
| Gewicht | Ca. 150 g |
| Voeding | 2 x AA-batterijen (alkaline aanbevolen) |
| Display | LCD-scherm met achtergrondverlichting |
| Temperatuurbereik | 5 °C tot 30 °C |
| Instelbare temperatuurresolutie | 0,5 °C |
| Programmeerbaar | Ja, met dag- en weekprogramma |
| Aantal schakelmomenten per dag | 6 (4 voor verwarming, 2 voor koeling indien van toepassing) |
| Functies | Handmatig, programma, vorstbeveiliging, vakantiemodus |
| Bevestiging | Wandmontage met meegeleverde pluggen en schroeven |
| Bedrading | Geschikt voor 2- of 3-draads systemen (compatibel met CV-ketel) |
| Beschermingsgraad | IP20 |
| Omgevingstemperatuur bij gebruik | 0 °C tot 40 °C |
| Opslagtemperatuur | -10 °C tot 50 °C |
| Onderhoud en reiniging | Reinig met een zachte, droge doek. Gebruik geen schoonmaakmiddelen. |
| Veiligheid | Voldoet aan CE-richtlijnen. Geen eigen onderdelen te vervangen. |
| Repareerbaarheid | Niet bedoeld voor reparatie door gebruiker; bij defect vervangen. |
| Garantie | 2 jaar (conform wettelijke bepalingen) |
Veelgestelde vragen - TA 250 BOSCH
Gebruikersvragen over TA 250 BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Thermostaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TA 250 - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TA 250 van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING TA 250 BOSCH
Veiligheidsvoorschriften 28
Verklaring symbolen 28
1 Toestelbeschrijving algemeen 29
1.1 Leveringsomvang 29
1.2 Technische gegevens 29
1.3 Toebehoren 29
1.4 Overige gegevens 29
1.5 Overzicht van het hoofdstuk
Aanhangsel 30
1.6 Installatievoorbeelden 30
2 Installatie 31
2.1 Montage 31
2.1.1 Montage van busmodule BM 1 31
2.1.2 Montage van de regelaar 31
2.1.3 Montage van de buitenvoeler 32
2.1.4 Montage van het toebehoren 32
2.2 Elektrische aansluiting 33
3 Bediening 34
3.1 In bedrijf stellen
met aangesloten Verwarmings-
schakelmodule (HSM) (toebehoren) 34
3.2 Algemene aanwijzing 34
3.3 Verwarmingstemperatuur instellen (k) 34
3.4 Spaartemperatuur instellen (m) 34
3.5 Vorstbeveiliging 35
3.6 Functiemodus wijzigen 35
3.6.1 Automatische functie (basisinstelling) 35
3.6.2 Continu verwarmen (g) 35
3.6.3 Spaarfunctie (h) 35
3.7 Programmeren 36
3.7.1 Algemene aanwijzing 36
3.7.2 Taal instellen (Deutsch +/-) 36
3.7.3 Dag van de week en tijd instellen 36
3.7.4 Verwarmingsprogramma instellen 37
3.7.5 Warmwaterprogramma invoeren 38
3.7.6 Vakantieprogramma (Vrije dagen +/-) 40
3.7.7 Ingestelde waarde weergeven (i) 41
3.7.8 Tijdprogramma voor de circulatiepomp invoeren (begin circul. en einde circul.) 42
3.7.9 Snelopwarming in- of uitschakelen (Snelopw. uit +/-) 42
3.7.10 Ruimtetemperatuurafschakeling kiezen (RO-modus uit +/-) 42
3.7.11 Verwarmingscurve vastleggen (Verw.curve kiez.) 44
3.7.12 Vastleggen van de buitentemperatuur waarbij de verwarming wordt uitgeschakeld (Verw.uit bij +/-) 44
3.7.13 Het instellingenniveau (INST.NIVEAU) 45
3.7.14 Verwijderen 47
3.7.15 Overige opmerkingen 48
3.7.16 Functie met aangesloten afstandsvoeler RF 1 (toebehoren) 48
3.7.17 Werking met aangesloten afstandschakeling (bouwkundig) 49
3.7.18 Meldingen van de busdeelnemers 49
4 Algemene aanwijzing 50
5 Fouten opsporen 51
Aanhangsel 110
Veiligheidsvoorschriften
Algemeen
▶Neem deze gebruiksaanwijzing in acht om de juiste werking te waarborgen.
▶Laat dit toebehoren alleen door een erkend installateur monteren en in gebruik nemen.
▶Toestellen dienen volgens de daarbij behorende gebruiksaanwijzing gemonteerd en in gebruik genomen te worden.
Gebruik
▶Deze toebehoren alleen in combinatie met de aangegeven verwarmingstoestellen aansluiten. Neem aansluitschema in acht!
Elektriciteit
▶Sluit toebehoren in geen geval op een 230V stroomnet aan.
▶Voor montage van de toebehoren: onderbreek de stroomverzorging (230V AC) naar het verwarmingstoestel en andere Busdeelnemers.
▶Monteer deze toebehoren niet in een vochtige ruimte.
Verklaring symbolen

Veiligheidsaanwijzingen in de tekst worden door middel van een grijs vlak en een geva- ren driehoek aangeduid.
Signaalwoorden geven de zwaarte aan van het gevaar wat kan optreden als de voorschriften niet opgevolgd worden.
- Voorzichtig betekent dat er mogelijk lichte materiële schade kan optreden.
- Waarschuwing betekent dat er lichte persoonlijke schade of zwaardere materiële schade kan optreden.
- Gevaar betekent dat zware persoonlijke schade kan optreden. In bijzonder zware gevallen bestaat er levensgevaar.

Aanwijzingen in de tekst met hiernaast aangegeven symbool worden begrenst met een lijn bo- ven en onder de tekst.
Aanwijzingen: betekent belangrijke informatie welke in die gevallen geen gevaar voor mens of toestel oplevert.
1 Toestelbeschrijving algemeen

Deze toebehoren kunnen alleen toegepast worden op een Heatronic die geschikt is voor Canbus.
1.1 Leveringsomvang
Leveringsomvang, zie afbeelding 2 op bladzijde 110.
•Weersafhankelijke regelaar TA 250
•Korte gebruiksaanwijzing
•CAN-busmodule (BM 1)
- Buitenvoeler met bevestigingsmateriaal.
| Toestelafmetingen afb. 3 | |
| Nominale spanningBusspanning | 0...5 V DC17...24 V DC |
| Nominale stroom < 40 mA | |
| Regelaaruitgang Bus | |
| Max. omgevingstemperatuur:- TA 250- Buitentemperatuurvoeler | 0... +40 °C-30...+50 °C |
| Meetbereikbuitentemperatuurvoeler | -20...+30 °C |
| Gangreserve ca. 8 uur | |
| Beschermingsgraad IP 20 | |
| CE |
Tabel 4
Meetwaarden buitentemperatuurvoeler
| °C Ω | AF | °C Ω | AF |
| -20 2392 | 4 984 | ||
| -16 2088 | 8 842 | ||
| -12 1811 | 12 720 | ||
| -8 1562 | 16 616 | ||
| -4 1342 | 20 528 | ||
| 0 1149 | 24 454 |
Tabel 5
1.3 Toebehoren
- RF 1: Ruimtetemperatuurvoeler Wanneer de montageplaats van de regelaar niet geschikt is voor temperatuurmeting (hoofdstuk 2.1.2).
•HSM: Verwarmingsschakelmodule (maximaal 1 HSM toegestaan) voor de aansturing van een circulatiepomp
- Afstandschakelaar bouwzijdig (bijvoorbeeld in de vorm van een telefoonafstandsbediening, zie hoofdstuk 2.2).
1.4 Overige gegevens
| Digitale schakelklok | Drie schakelcyclus per dag van de week |
| Ruimtevoeler | Inschakelbaar |
| Warmwater | Tijdprogramma of tijd-temperatuurprofiel |
| Circulatiepomp | Tijdprogramma (met HSM) |
| Fußbodenheizung, Klimaböden | Geschikt |
Tabel 6
1.5 Overzicht van het hoofdstuk Aanhangsel
Legende afbeelding 1 op bladzijde 110; bedieningsoverzicht::
e Display
f Controlelampje „continueverwarmen”
g Toets „continueverwarmen“
h Toets „spaarbedrijf“
i Controlelampje „spaarbedrijf"
k Draaiknop „verwarmen”
I Controlelampje „verwarmen“
m Draaiknop „spaartemperatuur“
n Draaischakelaar „programmeren/info"
- Toets „-” of „minder“
p Toets „+“ of „meer“
q Toets „verder“
r Toets „verwijderen”
Legende afbeelding 4 op bladzijde 111; Installatievoorbeelden:
AF Buitentemperatuurvoeler
BM1 Busmodule
HK Verwarmingscircuit
HSM Verwarmingsschakelmodule
KP Gaswandketelpomp
KW Koudwateraansluiting
SF Boilertemperatuurvoeler (NTC)
TA 250 Weersafhankelijke regelaar
WS Warmwaterboiler
WW Warmwateraansluiting
Z Circulatieaansluiting
ZP Circulatiepomp
Legende afbeelding 16 tot 19 vanaf bladzijde 114; Elektrische aansluiting::
A Aftakdoos
AF Buitentemperatuurvoeler
B Busdeelnemer
BM1 Busmodule
RF 1 Afstandvoeler
TA 250 Weersafhankelijke regelaar
Legende afbeelding 20 op bladzijde 115; Diagram verwarmingscurve:
AT Buitentemperatuur
E Eindpunt
F Voetpunt
VT Aanvoertemperatuur
1.6 Installatievoorbeelden
Zie afb. 4 op pagina 111 voor een vereenvoudigd schema van de installatie (afbeeldingen gericht op de montage en overige mogelijkheden bevinden zich in de planningsdocumentatie).
2 Installatie
Zie de planningdocumentatie of de aanbesteding voor het gedetailleerde installatieschema van de montage van de hydraulische componenten en de bijbehorende besturingselementen.
2.1 Montage

Gevaar: Door stroom schok!
▶Onderbreek voor de elektrische aansluiting de voedingsspanning naar het verwarmingstoestel en naar alle andere busdeelnemers.

Voorkom storingen:
▶Tussen de Busdeelnemers een minimale afstand van 100 mm vrijhouden.
2.1.1 Montage van busmodule BM 1
De BM 1 is reeds stekkerklaar voor de montage voorbereid.
Verwarmingstoestel met Bosch Heatronic
▶Verwijder het deksel (afb. 5).
▶Verwijder de afscherming (afb. 6).
▶Schuif de blinddeksel naar buiten (zie afb. 7).
▶Schuif BM 1 in de voeringsrails naar boven tot deze vastklikt en breng het blinddeksel weer aan (afb. 8).
▶Steek de stekker van de BM 1 op de insteekplaats (ST 9 TA-Module) (afb. 9).
▶Sluit busverbinding aan (afb. 17).
▶Monteer de afscherming (afb. 6) en het deksel (afb. 5).
Verwarmingstoestel met Bosch Heatronic en tekstdisplay
▶Verwijder het deksel (afb. 5).
▶Verwijder de afscherming (afb. 6).
▶Tekstdisplay verwijderen (afb. 10).
▶Monteer de BM 1 zoals hiervoor beschreven (afb. 7, 8 en 9).
▶Tekstdisplay (afb. 10) opnieuw inbouwen.
▶Sluit busverbinding aan (afb. 17).
▶Monteer de afscherming (afb. 6) en het deksel (afb. 5).
2.1.2 Montage van de regelaar
Wanneer de ruimtemperatuur uitschakeling ingeschakeld is:
De regelkwaliteit van de regelaar is afhankelijk van de montageplaats.
Geadviseerde montageplaats voor de regelaar: afb. 11.
Eisen ten aanzien van de montageplaats:
- Montageruimte (=regelruimte) moet voor de regeling van de circuit geschikt zijn.
- (Indien mogelijk) binnenmuur zonder luchtstroom of warmtebeïnvloeding (ook niet van achteren, bijvoorbeeld door een losse pijp of een holle muur).
- Onbelemmerde circulatie van de ruimtelucht door de luchtopeningen boven en onder de regelaar (het gearceerde vlak in afbeelding 11 moet vrij blijven).
Wanneer er thermostaatkranen in de regelruimte zijn:
▶Open de thermostaatkranen volledig.
▶Regel het vermogen van de radiatoren met het instelbare voetventiel zo krap mogelijk in. Daardoor wordt de regelruimte even sterk verwarmd als de overige ruimten.
Wanneer geen geschikte montageplaats aanwezig is:
▶Monteer RF 1 (toebehoren) in de ruimte met de grootste warmtebehoefte bijvoorbeeld kinderkamer of badkamer.
Installatie
Er mag altijd slechts één ruimtevoeler in werking zijn.
▶Breng indien nodig een bouw-zijdige schakelaar aan die de ruimtevoeler RF 1 onderbreekt.
Dan is in het bovendeel ge- monteerde voeler actief.
Montage
▶Bovendeel (a) losnemen (afb. 12).
Bij de montage van de sokkel moeten de opschriften van de klemmen leesbaar blijven (afb. 13):
▶Monteer de sokkel met twee schroeven (c) op een in de handel verkrijgbare inbouwdoos (d) van ∅ 60 mm.
-of-
▶Bevestig de sokkel met vier schroeven rechtstreeks op de muur (zie voor het monteren van de sokkel: afb. 13).
▶Breng de elektrische aansluiting tot stand (zie hoofdstuk 2.2).
▶Steek het bovenstuk (a) vast.
2.1.3 Montage van de buitenvoeler
▶Bepaald de juiste positie voor de montage van de buitenvoeler afb. 14 op pagina 113.
▶Buitenvoeler monteren afb. 15 op pagina 114.
2.1.4 Montage van het toebehoren
▶Monteer het toebehoren volgens de geldende voorschriften en de meegeleverde installatiehandleiding.
2.2 Elektrische aansluiting
▶Busverbinding van TA 250 naar overige bus-deelnemers (afb. 16):
Gebruik een vieraderige, met folie afgeschermde koperdraadkabel met een geleiderdiameter van minstens 0,25 mm ^2 .
Daardoor worden de leidingen beschermd tegen extern invloeden zoals sterkstroomkabels, voeringsleidingen, transformatorstations, radio- en televisietoestellen, amateurzendstations, magnetrons en dergelijke.
▶Installeer alle 24 V leidingen (meetstroom) gescheiden van 230 of 400 V voerende leidingen, ter voorkoming van inductieve beïnvloeding (minimumafstand 100 mm).
▶Maximale leidinglengten van de busverbindingen:
-Tussen de verst verwijderde busdeelnemers ca. 150 m.
-Totale lengte van alle busleidingen ca. ca. 500 m.
Door het installeren van aftakdozen kan de leidinglengte worden beperkt.

Voorkom storingen:
▶Maak geen kringverbinding van busdeelnemers.
▶Sluit altijd klem 1 aan op klem 1 enz.
Toewijzing van aders:
•1 = Voedingsspanning 17...24 V DC
•2 = Gegevenskanaal (BUS-High)
•4 = GND (aarde)
- 6 = Gegevenskanaal (BUS-Low).
▶Leidinglengte en draaddikte voor de buitenvoeler:
-Lengte tot 20 m 0,75 tot 1,5 mm ^2
-Lengte tot 30 m1,0 tot 1,5 mm ^2
-Lengte over 30 m1,5 mm ^2
▶Sluit TA 250 bijvoorbeeld rechtstreeks aan op BM 1 (afb. 17).
Indien aanwezig:
▶Sluit externe ruimtevoeler RF 1 (toebehoren) aan (afb. 18).

Verleng indien nodig de leidingen van de RF 1:
▶Verleng leidingen met een gedraaide tweeaderige kabel (min. 2 x 0,75 mm² en max. 40 m).
Indien aanwezig:
▶Sluit een afstandschakelaar (toebehoren, bouwzijdig) aan (afb. 19).
Functie van de afstandschakelaar:
•Bij gesloten schakelcontact:
Spaarfunctie voor verwarming en warmwater uit.
•Bij geopend schakelcontact:
Op de TA 250 ingestelde modus wordt overgenomen.

De afstandschakelaar moet een voor 5 V DC geschikt potentiaalvrij contact bevatten.
3 Bediening
3.1 In bedrijf stellen met aangesloten Verwar- mingsschakelmodule (HSM) (toebehoren)
▶Stel de codering van de Verwarmingsschakel-module (HSM) op 1.
3.2 Algemene aanwijzing
- Wanneer de klep gesloten is, zijn alle functies actief (zie „Reactietijden“ op bladzijde 48).
- De TA 250 werkt met de geprogrammeerde verwarmingscurve, die een verband tussen buitentemperatuur en aanvoertemperatuur (radiatortemperatuur) tot stand brengt.
- Wanneer de verwarmingscurven goed zijn ingesteld, resulteert dit in een constante ruim-tetemperatuur, ondanks verschillende buiten-temperaturen (overeenkomstig de instelling van de radiatorthermostaatkranen).
- Waarneer er aan de draaiknop (k) gedraaid wordt, brandt de onderste controlelamp (l).

Stel de aanvoertemperatuur op het verwarmingstoestel in op de maximaal noodzakelijke aanvoertemperatuur.
3.3 Verwarmingstemperatuur instellen (k)
▶Verander de verwarmingstemperatuur (aanvoertemperatuur waarop de regelaar bij de normale verwarmingsfunctie regelt) met de draaiknop ⚙(k).
Zie hoofdstuk 3.7.10 voor de juiste waarden.

De verwarmingscurve wordt parallel verschoven.
Zodra het verwarmingscircuit warmte aanvraagt, regelt de TA 250 het verwarmingstoestel op de gevraagde temperatuur.
3.4 Spaartemperatuur instellen (m)
▶Open de klep.
▶Verander de spaartemperatuur (aanvoertemperatuur, waarop de regelaar bij de spaarfuncie regelt) met draaiknop Ⓞ(m).
Zie hoofdstuk 3.7.10 voor de juiste waarden.

De verwarmingscurve wordt parallel verschoven.
Zodra het verwarmingscircuit warmte aanvraagt, regelt de TA 250 het verwarmingstoestel op de gevraagde temperatuur.
Adviezen:
▶Wanneer het gebouw voldoende geïsoleerd is: Zet de draaiknop (m) op (bescherming tegen vorst).
▶Ter voorkoming van een te sterke afkoeling van de ruimten: maak gebruik van de ruimteafhankelijke spaarfunctie (zie hoofdstuk 3.7.10).
3.5 Vorstbeveiliging
Wanneer de draaiknoppen ⚙(k) en ⓜ(m) op , ⚙ vorstbeveiliging voor het verwarmingcircuit.
Wanneer slechts een van deze draaiknoppen op * staat, geldt de bescherming tegen vorst alleen voor deze functie.
- Bij uitgeschakelde ruimteschakeling en buitentemperaturen onder de ingestelde Vorstgrens +/-, is er een installatie vorstbeveiliging (zie bladzijde 47).
- Bij ingeschakelde ruimteafschakeling en ruim-tetemperatuur onder de 5°C, is er installatie vorstbeveiliging.
- Afhankelijk van de boileraansluiting en het ingestelde warmwaterprogramma wordt bescherming tegen vorst in de warmwaterboiler gewaarborgd (zie hoofdstuk 3.7.5).
3.6 Functiemodus wijzigen
3.6.1 Automatische functie (basis-instelling)
- Automatische wisseling tussen de normale verwarmingsfunctie en de spaarfunctie op de in het programma ingestelde tijden.
- Verwarmingsfunctie (=dag). De regelaar regelt op de met de draaiknop ×(k) ingestelde temperatuur.
- Spaarfunctie (= nacht): De TA 270 regelt op de met de draaiknop (m) ingestelde temperatuur.
Andere functies worden aangegeven door een controlelampje.
Er kan op elk moment worden teruggekeerd naar de automatische functie.
3.6.2 Continu verwarmen (g)
Bij „continueverwarmen“ regelt de regelaar op de met de draaiknop ✕(k) ingestelde temperatuur.
De instelling van het tijdprogramma wordt genegeerd.
▶Druk op toets (g).
De functie „Continu verwarmen“ is ingeschakeld.

De functie blijft in stand tot:
- De toets nogmaals wordt ingedrukt. De automatische functie wordt dan weer ingesteld.
- De toets (h) wordt ingedrukt. De „Spaarfunctie“ wordt dan ingesteld.
Advies voor de zomer:
▶Druk op de toets en zet de draaiknop (k) op *

De circulatiepomp blijft stilstaan.
Bescherming tegen vorst en pompblokkeerbeveiliging zijn actief!
3.6.3 Spaarfunctie (h)
Bij „Spaarfunctie“ regelt de regelaar constant de met de draaiknop (m) ingestelde „Spaartemperatuur“ (zie hoofdstuk 3.4). De instelling van het tijdprogramma wordt genegeerd.
▶Druk op toets (h).
De functie blijft in stand tot:
- Middernacht (00:00). De automatische functie wordt dan weer ingesteld.
- De toets nogmaals wordt ingedrukt. De automatische functie wordt dan weer ingesteld.
- De toets (g) wordt ingedrukt. De functie „continue verwarmen“ wordt dan weer ingesteld.
Advies:
Gebruik de functie wanneer u vroeger naar bed gaat of wanneer u uw woning voor langere tijd verlaat.
Wanneer u voor middernacht terugkomt:
▶Druk op toets
Hij is dan weer op de automatische functie ingesteld.

3.7 Programmeren
Een overzicht vindt u op bladzijde 116.
- De afbeeldingen geven altijd de fabrieksinstellingen weer.
3.7.1 Algemene aanwijzing
▶Open de klep voor het programmeren.
▶Druk kort op toets (a) op (o) om de weergegeven waarde met één eenheid te veranderen.
Langer indrukken verandert de waarde meestal sneller.
Om wijzigingen over te nemen:
▶Sluit de klep na het programmeren. Tot alle wijzigingen zijn doorgevoerd, kunnen max. 3 minuten verstrijken.
▶Draai de schakelaar (n) in de stand P.
▶Druk meermaals kort op de toets tot-Deutsch +/- wordt weergegeven.
▶Stel met de toetsen em de gewenste taal in.
Beschikbare talen:
•Duits (Deutsch)
•Nederlands
- Italiaans (Italiano)
•Frans (FRANCAIS).
3.7.3 Dag van de week en tijd instellen
Bij de ingebruikneming of na langdurige onderbreking van de stroom moeten eerst de dag van de week en vervolgens de tijd ingesteld worden.
Dag van de week (Dag kiezen +/-)
▶Draai de schakelaar (n) in de stand voor het Ⓤ.
Dag kiezen +/- wordt weergegeven.
▶Wanneer in plaats daarvan Tijd inst. +/- wordt weergegeven, drukt u op de toets (q).
▶Stel de huidige dag van de week in met de toetsen ☑ en .
Tijd (Tijd inst. +/-)
▶Draai de schakelaar (n) in de stand voor het Ⓤ.
Tijd inst. +/- wordt weergegeven.
▶Wanneer in plaats daarvan Dag kiezen +/- wordt weergegeven, drukt u op de toets
▶Stel de tijd in met de toetsen 📄. Door het indrukken van de toets zet u de seconden op 0. Zodra u de toets loslaat, loopt de tijd verder.
Zomer- of wintertijd instellen:
▶Stel de tijd in zoals beschreven.
▶Verander schakelpunten (begintijdstip verwarming, begintijdstip spaarfunctie etc.) niet.
3.7.4 Verwarmingsprogramma instellen Instelmogelijkheden
- Maximaal drie begintijdstippen per dag voor verwarming en spaarfunctie.
- Naar keuze voor elke dag dezelfde tijden of voor elke dag verschillende tijden.
Schakelpunten instellen (Begin verwarmen en begin spaarfunctie)
In de fabrieksinstelling zijn een begintijdstip voor verwarming en een begintijdstip voor de spaarfunctie ingesteld. Niet vastgelegde schakelpunten worden met --:-- weergegeven.
▶Draai de schakelaar (n) in de stand . 🌐 Dag kiezen +/- wordt weergegeven.
▶Kies de dag van de week met de toetsen en ⊕
-Alle dagen: leder dag op dezelfde tijd beginnen met verwarmen en iedere op dezelfde tijd beginnen met de spaarfunctie. -Eén dag van de week (bijvoorbeeld donderdag): Altijd op deze dag van de week op de opgegeven tijd het bijbehorende programma. Dus elke donderdag om dezelfde tijd beginnen met verwarmen of met de spaarfunctie.

Wanneer op één dag tijden zijn veranderd, wordt bij Alle dagen --:-- als tijd weergegeven, dat wil zeggen dat er momenteel geen gemeenschappelijk schakelpunt voor alle dagen van de week is. De schakelpunten voor de afzonderlijke dagen zijn echter actief.
▶Druk op de toets . ➕
Het 1e normale temp. wordt weergegeven.
▶Stel het eerste verwarmingstijdstip voor verwarmen in met de toetsen en . -
▶Druk op de toets . ➕
1e gered. temp. wordt weergegeven.
▶Stel het eerste begintijdstip voor de spaarfunctie in met de toetsen ☑ en . -
▶Druk op de toets .
- Indien gewenst: Stel nog een begintijdstip voor verwarmen of voor de spaarfunctie in zoals beschreven.
-of-
▶Stel de schakelpunten voor een andere dag van de week in.
-Druk meermaals op de toets tot Dag kiezen +/- wordt weergegeven.
-Kies een dag en voer de tijden in.
Schakelpunt kiezen
Over schakelpunten die niet hoeven te worden gewijzigd, kunt u met de toets (q) springen.
▶Druk meermaals op de toets tot het gewenste schakelpunt wordt weergegeven.
Schakelpunt verwijderen
▶Druk meermaals op de toets tot het gewenste schakelpunt wordt weergegeven.
▶Druk kort met een spits voorwerp op de toets
○ C (r).
In het display wordt --:-- weergegeven (zie ook hoofdstuk 3.7.14).
3.7.5 Warmwaterprogramma invoeren
Algemeen
- In de fabriek is een tijdprogramma voor de warmwaterbereiding ingesteld.
- Wanneer de Ecotoets op het verwarmings-toestel niet is ingedrukt, kan bij de combitoestellen, die het drinkwater op het doorloop principe opwarmen, de comfortschakeling over het warmwater programma uitgeschakeld worden. Dan is het normale gebruikswater volgens het doorstroomprincipe ingeschakeld (zie gebruiksaanwijzing van verwarmingstoestel).
- Verwarmingstoestellen met aangesloten sanitairboiler warmen deze tijdsafhankelijk op.
- De „Tijden en temperaturen van de warmwaterbereiding instellen (Tijd boiler/ Temperatuur boiler)” wordt op bladzijde 39 beschreven hoe ook bij boilers zonder eigen temperatuurregelaar (met NTC voeler) op een tijden temperatuurprogramma omgeschakeld kan worden.
- Het programma kan op elk gewenst moment worden onderbroken voor eenmalig opwarmen.
- Wanneer een boiler met NTC voeler is aangesloten wordt altijd bescherming tegen vorst (10°C) gewaarborgd.

Voorzichtig: Bij een indirekt gestookte boiler met thermostaat-contact wordt tijdens de blokkeertijd geen bescherming tegen vorst gewaarborgd (zie bladzijde 38).
Warmwater: onmiddellijk (= programma eenmalig overslaan) (Onmidd.: nee +/-)
▶Draai de schakelaar (n) in de stand. Onmidd.: nee +/- wordt weergegeven.
▶Schakel het automatische programma aan of uit met of . Daarbij betekent:
-Onmidd.: nee +/-: Normaal automatisch programma (warmwaterfunctie volgens het ingevoerde tijdprogramma of tijd- en temperatuurprogramma).
-Onmidd.: ja +/-: De boiler wordt ondanks blokkering van de warmwaterbereiding (onmiddellijk) eenmalig opgewarmd. Wanneer de boiler reeds is opgewarmd, wordt in het display weer Onmidd.: nee +/- weergegeven. Bij het snelopwarmingstoestel is de comfortfunctie gedurende 2 uur actief.
Wanneer een tijd- en temperatuurprofiel geprogrammeerd is, wordt verwarmd op de hoogste geprogrammeerde temperatuur (maximaal 60°C). Een eventueel geprogrammeerde thermische desinfectie wordt genegeerd.
Tijden voor de warmwaterbereiding instellen (Vrijgaven en blokkering)
- Maximaal drie in- en uitschakelpunten per dag voor de warmwaterbereiding.
•Tijdens de tijd voor warmwaterbereiding wordt de boiler alleen opgewarmd bij afname van water of afkoeling.
- Voor installaties met warmwaterboiler:
Warm water staat ook tijdens de blokkeertijd in beperkte omvang ter beschikking. Afhankelijk van de grootte van de boiler en het verbruik van warm water is meestal eenmaal opwarmen per dag voldoende (bijvoorbeeld voor het eerste begintijdstip van de verwarming of 's avonds na de laatste verwarmingsfase).
- Voor een installatie met een snelopwarmingstoestel dat het water volgens het doorstroomprincipe opwarmt: Tijdens de blokkeertijd moet de warmwaterkraan eventueel lang geopend blijven tot warmwater uit de leiding stroomt, omdat de warmtewisselaar in het verwarmingstoestel (BV.: combitoestel) niet verwarmd blijft.

Aangezien tijdens de bereiding van warm water de verwarming minder of niet verwarmt, wordt de bereiding van warm water tijdens het voor het eerst verwarmen op een dag afgeraden.
▶Draai de schakelaar (n) in de stand.
▶Druk op de toets .
Dag kiezen +/- wordt weergegeven.
▶Stel de dag van de week in met em.
▶Druk op de toets .
1e vrijgave wordt weergegeven.
▶Stel de eerste vrijgavetijd in met de toetsen
▶Druk op de toets .
1e blokkering wordt weergegeven.
▶Stel de eerste blokkeringstijd in met de toet-
▶Stel alle overige schakelpunten in zo als in hoofdstuk 3.7.4 uitvoerig beschreven.


Tijden en temperaturen van de warmwaterbereiding instellen (Tijd boiler/ Temperatuur boiler)
Deze instelling is alleen beschikbaar wanneer een boiler zonder eigen boilerthermostaat (met NTC voeler) aan het toestel aangesloten is.
Wanneer een warmwaterboiler via een thermostaatcontact wordt aangesloten, kan alleen de functi Alleen tijd +/- gebruikt worden.

Eerst moet de functie „Tijd- en temperatuurprogramma voor de warmwaterboiler“ gekozen worden.
Aan elke opgegeven tijd wordt een boilertemperatuur toegewezen waarnaar door de regelaar wordt gestreefd. Bij voorrang voor warm water worden hogere temperaturen snel bereikt.

De afkoeling naar een lager niveau vindt overwegend plaats door het verbruik van warm water. Dat wil zeggen dat ook wanneer er een lage boilertemperatuur wordt opgegeven, er heet water in de boiler kan zijn!
▶Draai de schakelaar (n) in de stand P.
▶Druk meermaals op de toets tot het volgende wordt weergegeven:
-Alleen tijd +/- oder
-Tijd/temp. +/-
▶Kies de tijd- en temperatuurbesturing (Tijd/temp. +/-) met de toetsen +en . -
Verwarmingstoestellen met warmwater-boiler
Alleen tijd +/-: Tijdens de blokkering koelt de warmwaterboiler (ongecontroleerd) af tot de temperatuur voor bescherming tegen vorst (10°C), afhankelijk van de aftapfrequentie en de wateraanvoertemperatuur.
Tijd/temp. +/-: Er kunnen maximaal zes verschillende tijdstippen met de bijbehorende boilertemperatuur worden gekozen. De boiler probeert het opgegeven temperatuurprofiel zo snel mogelijk te bereiken. De afkoelsnelheid is afhankelijk van de waterafname en de koudwatertemperatuur!
Verwarmingstoestel zonder warmwaterbereiding
De ingevoerde instellingen en tijden worden niet in aanmerking genomen!
▶Draai de schakelaar (n) in de stand.
▶Druk op de toets .
Dag kiezen +/- wordt weergegeven.
▶Stel de dag van de week in met Ⓞ.
▶Druk op de toets .
1e tijd boiler wordt weergegeven.
▶Stel met de toetsen of de tijd in.
▶Druk op de toets .
1e temp. boiler wordt weergegeven.
▶Stel de boilertemperatuur in met de toetsen
⊕ en ⊖
▶Om vanaf dit tijdstip een „blokkering“ te bereiken, dient u de boilertemperatuur bijvoorbeeld op 10°C in te stellen.

Waarschuwing: verbrandingsgevaar!
▶Gebruik temperaturen boven 60°C slechts gedurende korte tijd en alleen voor thermische desinfectie!
▶Voor het instellen van boilertemperaturen boven 60°C (tot 70°C): houd de toets +ca. 5 seconden ingedrukt.

De warmwatertemperatuur keuzeknop in het verwarmingstoestel moet hoger of minstens gelijk aan de hoogst gevraagde temperatuur van de regelaar ingesteld worden!
▶Druk op de toets .
▶Voer de schakelpunten 2 tot 6 op dezelfde wijze in.

De weergave --: betekent dat dit schakelpunt niet vastgelegd is.
3.7.6 Vakantieprogramma (Vrije dagen +/-)
Het vakantieprogramma regelt het verwarmings- circuit rechtstreeks op de met de draaiknop ( ingestelde aanvoertemperatuur.
De warmwaterboiler koelt af en de circulatie-pomp is uitgeschakeld.
▶Draai de schakelaar (n) in de stand . Vrije dagen +/- wordt weergegeven.
▶Stel het aantal vakantiedagen in de toetsen + en (+maximaal 99 dagen).

De huidige dag telt mee als vakantiedag. De TA 270 begint dus meteen met het vakantieprogramma. De dag van thuiskomst telt alleen wanneer er op deze dag niet hoeft te worden verwarmd!
▶Druk op de toets .
▶ Stel de functie voor de tijd na na het vakantie-programma in met de toetsen ☑ en : -
-Automatisch +/-, wanneer vanaf het eerste begintijdstip voor verwarming verwarmd moet worden.
-Perm. verw. +/-, wanneer reeds vanaf middernacht verwarmd moet worden, bijvoorbeeld omdat u reeds voor de middag terugkomt.
▶De spaartemperatuur welke tijdens de afwezigheid gewenst wordt met draaiknop (m) instellen. Let daarbij op de juiste temperatuur voor huisdieren, kamerplanten etc.
▶Sluit de klep. De vakantiefunctie gaat onmiddellijk in. Het resterende aantal dagen wordt voortdurend weergegeven.
Na het verstrijken van de ingegeven aantal dagen beëindigt de regelaar om middernacht automatisch de spaarfunctie en keert terug naar automatische functie of continueverwarmen.
Wanneer u de vakantiefunctie voortijdig wilt opheffen:
▶Druk tweemaal op de toets (g),
-of-
▶Zet het aantal dagen op 0.
3.7.7 Ingestelde waarde weergeven (i)
▶Draai de schakelaar (n) in de stand i. De waarde worden gedurende 4 seconden weergegeven. Daarna verschijnt automatisch de volgende waarde.
▶Automatische doorschakeling stoppen: Druk op de toets ☐ of . —
-: Naar de volgende waarde springen. -: Naar de vorige waarde springen.
▶Automatische weergave weer starten: Druk op de toets (q).

Wanneer --- weergegeven wordt, is de desbetreffende temperatuurwaarde bij de ingebruikneming na ca. 1 minuut beschikbaar, niet aanwezig of onderbroken.
De volgende waarden kunnen weergegeven worden:
| Displaytekst Betekenis | |
| ... Eventueel weergegeven fou-ten, zie hoofdstuk 5 | |
| Buitentemperat. Buitentemperatuur | |
| Ruimtetemp. Ruimtete | mperatuur (wanneer geen RF 1 aangesloten is) |
| Ruimtetemp. reg. Rui | mtetemperatuur aan de TA 250 (wanneer een RF 1 aangesloten is) |
| Temp. voeler Buitente | mperatuur aan de R 1 (wanneer een RF 1 aan-gesloten is) |
| Donderdag Huidige dag van de week | |
| Max. aanv.temp.of Zomerbedrijf | Op het verwarmingstoestel ingestelde maximale aanvoer-temperatuu orToestand van de keuzeknop voor de aanvoertemperatuur op verwarmingstoestel |
| Aanvoertemp. Aanvoer | temperatuur aan het verwarmingstoestel |
| Displaytekst Betekenis | |
| Gew. aanv.temp. Door | de TA 250 gevraagde aanvoertemperatuur |
| Snelopwarm. uit geeft | aan of snel opwarmen plaatsvindt |
| Vlam aan | Toestand van brander |
| Pomp aan | Toestand van de circulatie-pomp van het verwarmings-toestel |
| Pomp kring 0 aan ^1) | Toestand van de circulatie-pomp van verwarmingscir-cuit 0, alleen met verwarmingsschakelmodule (HSM) |
| Max. warmw.temp. ^1) | Maximaal toegestane boiler-temperatuur resp. warmwa-terkraantemperatuur bij combinatietoestel |
| Warmwatertemp. ^1) | Door de TA 250 gevraagde Boilertemperatuur resp. warmwaterkraantemperatuur bij combinatietoestel |
| Gew. warmw.temp. ^1) | Gewenste warmwatertempe-ratuur |
| Blokk. warmw. ^1) | (Alleen bij Alleen tijd +/-) Toestand van het waterop-warmprogramma |
| Boileropw. aan ^1) | Opwarmtoestand van de warmwaterboiler |
| Circ.pomp uit ^1) | Toestand van de circulatie-pomp (alleen met HSM) |
1) Weergave verschijnt alleen, wanneer dit installatiedeel voorhanden is en b.v. éénmaal herkend wordt.
3.7.8 Tijdprogramma voor de circulatie- pomp invoeren (begin circul. en einde circul.)
Deze functie verschijnt wanneer een HSM met circulatiepomp is aangesloten.

Bij het aansluiten van een voorraadsysteem:
Wanneer de pomp van het voorraadsysteem door het warmwaterprogramma bestuurd wordt, wordt over de circulatieaansluiting water aangezogen. Daardoor is een circulatie zonder extra sanitairpomp mogelijk.
▶Draai de schakelaar (n) in de stand P.
▶Druk ca. 5 seconden op de toets (q) tot CIRC.POMP PROGR. wordt weergegeven.
▶Druk kort op de toets tot Dag kiezen +/- wordt weergegeven.
▶Stel de dag van de week in met en.
▶Druk op de toets . ➕
1e begin circul. wordt weergegeven.
▶Stel de tijd in wanneer de circulatiepomp moet gaan lopen met de toetsen ⓞen .

Vaak is 10 of 20 minuten lopen van de circulatiepomp kort voor het opstaan voldoende. Tijdens de rest van de dag blijft de inhoud van de leidingen door frequente waterafname voldoende warm.
▶Druk op de toets . ➕
1e einde circul. wordt weergegeven.
▶Stel met de toetsen e in wanneer de pomp moet stoppen.
▶Druk op de toets .
▶Stel alle overige schakelpunten in zo als in hoofdstuk 3.7.4 uitvoerig beschreven.
3.7.9 Snelopwarming in- of uitschakelen (Snelopw. uit +/-)
Met de snelopwarming wordt na de „Spaarfunctie“ een zo snel mogelijke verwarming bereikt. De TA 270 geeft bij elke wisseling van de „Spaarfunctie“ naar de „Verwarmingsfunctie“ gedurende een vastgelegde tijd een hogere aanvoertemperatuur dan gewoonlijk vrij. De waarden kunnen worden ingesteld in het instellingenniveau. Zie hoofdstuk 3.7.13, „Verhoging van de snelopwarming instellen (Verhoging +/-)" op bladzijde 45 en „Duur van de snelopwarming instellen (Duur +/-)" op bladzijde 45).

Wanneer de snelopwarming ingeschakeld is, kan deze ook door tweemaal indrukken van de spaartoets worden geactiveerd.

Wanneer de ruimteafschakeling in de „Spaarfunctie“ of altijd ingeschakeld is, word het snelopwarmen afgebroken zodra de met de draaiknop (k) ingestelde ruim-tetemperatuur bereikt is (zie hoofdstuk 3.7.10).
De op het verwarmingstoestel ingestelde maximumtemperatuur wordt ook daarbij niet overschreden!
▶Draai de schakelaar (n) in de stand P.
▶Druk de toets (q) meermaals kort in tot Snelopw. uit +/- wordt weergegeven.
▶Kies met de toetsen e- Snelopw. aan +/- of Snelopw. uit +/-
3.7.10 Ruimtetemperatuurafschakeling kiezen (RO-modus uit +/-)
De gevraagde aanvoertemperatuur is afhankelijk van de ingestelde verwarmingscurve, de buiten-temperatuur en de stand van de draaiknop ^(k) of de draaiknop _(m) .
Zonder ruimtetemperatuurafschakeling
wordt de volgende verschuiving van de gewenste aanvoertemperatuur ingesteld:
| Stand draaiknop Verschuiving | |
| *(bescherming tegenvorst) | 10 °C Gew.aanv.temp. |
| -25 K | |
| Verticale stand 0 K | |
| +25 K | |
| Stand draaiknop Verschuiving | |
| *(bescherming tegenvorst) | 10 °C Gew.aanv.temp. |
| -50 K | |
| Verticale stand -37 K | |
| Middelste stand -25 K | |
| 0 K | |
Met de ruimteafschakeling wordt aan de draaiknop (k) en de draaiknop (m) een ruimtetemperatuurwaarde als gewenste waarde toegewezen.
De volgende tabellen bevatten waarden ter oriëntatie.
| Stand draaiknop 🌿 | Ruimtetemperatuur |
| ※ (bescherming tegenvorst) | ca. 5 °C |
| ca. 17 °C | |
| Verticale stand ca. 20 °C | |
| ca. 23 °C |
| Stand draaiknop ( | Ruimtetemperatuur |
| (bescherming tegenvorst) | ca. 5 °C |
| ca. 10 °C | |
| Verticale stand ca. 12 °C | |
| Middelste stand ca. 15 °C | |
| ca. 20 °C |
De ruimteafschakeling kan naar keuze altijd of alleen tijdens de spaarfunctie worden ingeschakeld.
▶Draai de schakelaar (n) in de stand P.
▶Druk de toets (q) meermaals kort in tot RO-modus uit +/- wordt weergegeven.
▶Stel de ruimteafschakelingsmodus in met de toetsen ☑ en : -
-RO-modus uit +/-: Met de ruimtetemperatuur wordt geen rekening gehouden.
-RO-modus sp. +/-: De ruimteafschakeling is alleen tijdens de „Spaarfunctie“ actief. Bij de overgang van de „Verwarmingsfunctie“ naar de „spaarfunctie“ wordt het verwarmingstoestel uitgeschakeld tot de ruimtetemperatuur is gedaald tot de op de draaiknop (m) ingestelde waarde. Vervolgens wordt er geregeld overeenkomstig de ingestelde waarde voor ruimteafschakeling.
-RO-modus aan +/-: De ruimteafschakeling is altijd ingeschakeld. De gewenste waarde wordt tijdens de verwarmingsfunctie bepaald door de draaiknop (k). De gewenste waarde wordt tijdens de spaarfunctie bepaald door de draaiknop (m) net als bij de RO-modus sp. +/- ruimteafschakeling.
Wanneer er in de woning nog een verwarmingsbron is, bijvoorbeeld een open haard of een kachel, fel zonlicht of een luchtstroom die de temperatuur in alle ruimten beïnvloedt, kan deze voortdurende ruimte-temperatuurafschakeling zinvol zijn.

Schakel de ruimteafschakeling alleen in wanneer de temperatuuromstandigheden op de montageplaats van de TA 250 op de RF 1 voor regeling geschikt zijn.
▶Open de thermostaatkranen in deze ruimte minstens zo ver dat de ingestelde ruimtetemperatuur kan worden bereikt.
3.7.11 Verwarmingscurve vastleggen (Verw.curve kiez.)
De verwarmingscurve wordt vastgelegd als rechte lijn door twee waarden (voetpunt en eind-punt) (afb. 20).
Voetpunt instellen (VC\_voetpunt +/-)
Het voetpunt is de aanvoertemperatuur, die bij 20°C buitentemperatuur nodig is om de woning te verwarmen.
Er kunnen waarden tussen 10°C en 85°C worden ingesteld, echter niet hoger dan het ingestelde eindpunt.
▶Draai de schakelaar (n) in de stand P.
▶Druk de toets (q) meermaals kort in tot VC voetpunt +/- wordt weergegeven.
▶Stel het voetpunt in met de toetsen 📄.
Eindpunt instellen (VC\_eindpunt +/-)
Het eindpunt is de aanvoertemperatuur, die bij -15°C buitentemperatuur nodig is om de woning te verwarmen.
Er kunnen waarden tussen 10°C en 85°C worden ingesteld, echter niet lager dan het ingestelde voetpunt.
▶Druk de toets meermaals kort in tot VC_eindpunt +/- wordt weergegeven.
▶Stel het eindpunt in met de toetsen 📄.
Bij ingebruikneming neemt de TA 250 de op het verwarmingstoestel ingestelde maximale aan-voertemperatuur als eindpunt.
Wanneer het eindpunt aan de TA 250 wordt veranderd, geldt dit tot de toets C (r) kort wordt ingedrukt. Daarna neemt de TA 250 weer de op het verwarmingstoestel ingestelde maximale aanvoertemperatuur als eindpunt.

De maximale aanvoertemperatuur wordt altijd begrenst door de regelaar voor de aanvoertemperatuur op het verwarmingstoestel en kan niet worden overschreven.
3.7.12 Vastleggen van de buitentemperatuur waarbij de verwarming wordt uitgeschakeld (Verw.uit bij +/-)
In de fabriek is 99°C ingesteld. Dat wil zeggen dat de functie in feite uitgeschakeld is en de installatie bij elke buitentemperatuur in bedrijf kan worden gesteld.
De functie inschakelen:
▶Draai de schakelaar (n) in de stand P.
▶Druk de toets (q) meermaals kort in tot Verw.uit bij +/- wordt weergegeven.
▶Stel met de toetsen on een waarde tussen 10 °C en 25 °C.

De verwarming wordt automatisch in de overgangstijd en in de zomer uitgeschakeld. De warmwaterfunctie wordt niet beïnvloed.
De functie uitschakelen, bijvoorbeeld voor de ingebruikneming van de installatie in de zomer:
▶Stel met de toetsen 📄 de waarde 99°C in.
3.7.13 Het instellingenniveau (INST.NIVEAU)
In het vakmanniveau kunt u de volgende waarden invoeren:
- De verhoging van de aanvoertemperatuur bij snelopwarming
- De duur daarvan
- De afstemming voor ruimte- en afstandvoelers
- De invloed op de ruimtetemperatuur bij ruimteafschakeling
- De vorstgrens.
Verhoging van de snelopwarming instellen (Verhoging +/-)
De verhoging van de verwarmingscurve kan worden ingesteld tussen 10 K (°C) en 40 K (°C) in stappen van 5 K (°C).
▶Draai de schakelaar (n) in de stand P.
▶Druk ca. 5 seconden op de toets (q) tot CIRC.POMP PROGR. wordt weergegeven. Verschijnt alleen wanneer een HSM met circulatiepomp aangesloten is.
▶Druk ca. 5 seconden op de toets tot INST.NIVEAU wordt weergegeven.
▶Druk de toets meermaals kort in tot Verhoging +/- wordt weergegeven.
▶Verander de waarde voor de verhoging van de verwarmingscurve met de toetsen Ⓞn . —
Duur van de snelopwarming instellen (Duur +/-)
De duur van de verhoging van de verwarmingscurve kan in stappen van 10 minuten worden ingesteld tussen 10 minuten en 2 uur.
▶Draai de schakelaar (n) in de stand P.
▶Druk ca. 5 seconden op de toets (q) tot CIRC.POMP PROGR. wordt weergegeven. Verschijnt alleen wanneer een HSM met circulatiepomp aangesloten is.
▶Druk ca. 5 seconden op de toets tot INST.NIVEAU wordt weergegeven.
▶Druk de toets meermaals kort in tot Duur +/- wordt weergegeven.
▶Verander de waarde voor de duur van de verwarmingscurve met de toetsen ☑en .
Ruimtetemperatuurvoeler afstemmen (Ruimtevoeler +/-)
De afstemming van de ruimtetemperatuurvoeler verandert de temperatuuraanduiding. De waarde kan maximaal met 3 K (°C) in stappen van 0,1 K naar boven en naar onderen gecorrigeerd worden.
▶Breng een geschikt (geijkt) precisiemeetinstrument zo aan dat het de omgevingstemperatuur van de ruimtetemperatuurvoelers goed meet, maar geen warmte aan het instrument wordt afgegeven.
▶Sluit de klep.
▶Voorkom gedurende minstens een uur voor de afstemming beïnvloeding van warmtebronnen (zon instraling, radiatorwarmte, enz.) op de afstandsbediening.
▶Open de klep.
▶Lees onmiddellijk de „juiste“ ruimtetemperatuur af op het precisiemeetinstrument en noteer deze.
▶Draai de schakelaar (n) in de stand P.
▶Druk ca. 5 seconden op de toets (q) tot CIRC.POMP PROGR. wordt weergegeven. Verschijnt alleen wanneer een HSM met circulatiepomp aangesloten is.
▶Druk ca. 5 seconden op de toets tot INST.NIVEAU wordt weergegeven.
▶Druk meermaals kort op de toets tot Ruimtevoeler +/- wordt weergegeven. De „vastgelegde“ ruimtetemperatuur wordt tot op 0,1°C nauwkeurig weergegeven.
▶Verander de afstemming van de ruimtevoeler met ⚠f . —
Afstandsvoeler afstemmen (toebehoren RF 1) (Afst.voeler +/-)

Wanneer het afstemmen van de ruimtevoeler nodig is, moet dit in een aparte bewerking gebeuren.
De afstemming van de RF 1 verandert de temperatuuraanduiding. De waarde kan maximaal met 3 K (°C) in stappen van 0,1 K naar boven en naar onderen gecorrigeerd worden.
▶Breng een geschikt (geijkt) precisiemeetinstrument zo aan dat het de omgevingstemperatuur van de RF 1 goed meet, maar geen warmte aan het instrument wordt afgegeven.
▶Sluit de klep.
▶Voorkom gedurende minstens een uur voor de afstemming beïnvloeding van warmtebronnen (zonlicht, lichaamswarmte enz.) op de RF 1.
▶Open de klep.
▶Lees onmiddellijk de „juiste“ ruimtetemperatuur af op het precisiemeetinstrument en noteer deze.
▶Draai de schakelaar (n) in de stand P.
▶Druk ca. 5 seconden op de toets (q) tot CIRC.POMP PROGR. wordt weergegeven. Verschijnt alleen wanneer een HSM met circulatiepomp aangesloten is.
▶Druk ca. 5 seconden op de toets tot INST.NIVEAU wordt weergegeven.
▶Druk meermaals kort op de toets tot
Afst.voeler +/- wordt weergegeven.
De „vastgelegde“ temperatuur van de afstandsvoeler wordt tot op 0,1°C nauwkeu-rig weergegeven.
▶Verander de afstemming van de RF 1 met de toetsen •en . -
Invloed van de ruimteafschakeling (Doorgr. V +/-)
De functie is alleen werkzaam wanneer de ruim-teafschakeling ingeschakeld is (zie hoofdstuk 3.7.10).
Hoe groter de invloed wordt ingesteld des te groter wordt de invloed van de ruimtevoeler of de RF1op de verwarmingscurve (=gewenste aan-voertemperatuur).
▶Draai de schakelaar (n) in de stand P.
▶Druk ca. 5 seconden op de toets (q) tot CIRC.POMP PROGR. wordt weergegeven. Verschijnt alleen wanneer een HSM met circulatiepomp aangesloten is.
▶Druk ca. 5 seconden op de toets tot INST.NIVEAU wordt weergegeven.
▶Druk de toets meermaals kort in tot Doorgr. V +/- wordt weergegeven.
▶Stel de invloed met de toetsen in - tussen 0 (geen invloed van de ruimtevoeler op de gewenste aanvoertemperatuur) en 10 (maximale invloed van de ruimtevoeler op de gewenste aanvoertemperatuur).
Ook bij een invloed van 0 blijven de volgende functies werkzaam, wanneer deze ingesteld zijn:
- De snelopwarming wordt afgebroken bij ruimteafschakeling zodra de op de draaiknop ingestelde gewenste ruimtetemperatuur bereikt is (zie hoofdstuk 3.7.9 op bladzijde 42).
- De verwarming schakelt over op de ruimteafhankelijke „Spaarfunctie“ zodra de op de draaiknop (ingestelde gewenste temperatuur van de ruimte bereikt is (zie hoofdstuk 3.7.10).
Waarschuwing: Defecten aan verwarmingswater voerende delen bij een te laag ingestelde vorstgrens en lagere buitentemperaturen onder de 0°C!
▶Basisinstelling van de vorst-grens (3°C) alleen door een installateur die vertrouwd is met de installatie laten aanpassen.
▶Vorstgrens niet te laag instellen. Schade door een te laag ingestelde vorstgrens zijn van garantie utgesloten!
De vorstgrens is vanaf de fabriek +3°C ingesteld. De vorstgrens kan tussen -5°C en 10°C in trappen van 0,5 K (°C) ingesteld worden.
- Komt de buitentempratuur boven de ingestelde vorstgrens met 1 K(°C) dan wordt het toestel uitgeschakeld.
- Komt de buitentemperatuur onder de ingestelde vorstgrens dan wordt het toestel ingeschakeld en regelt het toestel naar 10°C (installatie vorstvrij).
▶Draai de schakelaar (n) in de stand P.
▶Druk ca. 5 seconden op de toets (q) tot CIRC.POMP PROGR. wordt weergegeven. Verschijnt alleen wanneer een HSM met circulatiepomp aangesloten is.
▶Druk ca. 5 seconden op de toets tot INST.NIVEAU wordt weergegeven.
▶Druk meermaals kort op de toets tot Vorstgrens +/- wordt weergegeven.
▶Vorstgrens met de toetsen of veranderen.
3.7.14 Verwijderen
- Het volgende kan naar keuze verwijderd worden:
-Afzonderlijke schakelpunten
-Een programma (bijvoorbeeld alleen het verwarmingsprogramma)
-De volledige inhoud van het geheugen.
- De toets C(r) is verzonken geplaatst, ter voorkoming van per ongeluk indrukken. Met een stift (b.v. balpoint) licht indrukken.
Eén schakelpunt verwijderen
▶Draai de schakelaar (n) in de gewenste stand.
▶Druk meermaals op de toets tot het gewenste schakelpunt wordt weergegeven.
▶Druk kort op de toets C(r).
Alle persoonlijke schakelpunten verwijderen
Wanneer u uitgebreide wijzigingen in een programma wilt uitvoeren, kan het voordeliger zijn om uit te gaan van het in de fabriek ingestelde programma.
Voorbeeld: complete verwarmingsprogramma wissen.
▶Draai de schakelaar (n) in de stand . 🌐
Dag kiezen +/- wordt weergegeven.
▶Druk kort op de toets C(r).
De oorspronkelijke toestand bij levering is weer ingesteld: alle dagen; 1e begintijdstip verwarming 06:00, 1e begintijdstip spaarfunctie 22:00, overige schakelpunten --:--.
Alle instellingen terugzetten naar de oorspronkelijke toestand bij levering
▶Druk de toets C(r) langer dan ca. 15 seconden in. Na ca. 5 seconden wordt in het display weer- gegeven !!! LET OP !!! In 9 sec. wissen In 8 sec. WISSEN
In 7 sec. wissen
...
3.7.15 Overige opmerkingen
Gangreserve
De regelaar beschikt na een dag functioneren over een gangreserve van ca. 8 uur.
Wanneer de stroom uitvalt, wordt het display leeg. Na overschrijding van de gangreserve is de tijd niet meer correct ingesteld. Alle andere instellingen blijven bewaard.
▶Na het overschrijden van de gangreserve dient u de tijd opnieuw in te stellen (zie hoofdstuk 3.7.3, „Tijd (Tijd inst. +/-)“).
▶Schakel de verwarming in de zomer niet uit, maar stel op de TA 250 een lage temperatuur in (zie hoofdstuk 3.6.2).
Reactietijden
- Reactietijd in de bus max. 3 minuten.
- Ontbrekende busdeelnemers worden na max. 3 minuten herkend.
Blokkeerbeschermingvan de pomp (in het verwarmingstoestel)
De toegewezen pomp wordt bewaakt en na 24 uur stilstand gedurende korte tijd in werking gesteld. Daardoor wordt vastzitten van de pomp voorkomen.
Korte gebruiksaanwijzing
Rechts in de sokkel is een korte gebruiksaanwijzing naar binnen geschoven.
3.7.16 Functie met aangesloten afstandsvoeler RF 1 (toebehoren)
Met de RF 1 is de ingebouwde voeler zonder functie. De RF 1 is bepalend voor weergave en regeling.
▶Gebruik een RF1 wanneer de montageplaats wanneer de montageplaats van de regelaar ongunstige meetomstandigheden heeft voor een gewenste ruimteafschakeling.
3.7.17 Werking met aangesloten afstand- schakeling (bouwkundig)
Afstandsbediening van de verwarming met een afstandschakelaar.
Gebruikelijkste toepassing:
Telefoonafstandsbediening voor het inschakelen van de verwarming via de telefoon met een persoonlijke code.
▶Voor het verlaten van de installatie:
Kies de functie bij terugkeer (automatisch of continu verwarmen).
▶Afstandschakelaar sluiten: De regelaar werkt met de spaarfunctie, de warmwaterboiler koelt af en de circulatiepomp is uit.
In het display wordt Afstandbediend weergegeven.
Wordt de schakelaar b.v. door een telefoon-signaal geopend, dan is het ingestelde pro-gramma weer actief.

Bij langdurige afwezigheid koelt de woning (muren etc.) sterk af en heeft lang nodig om weer verwarmd te worden. Schakel de verwarming daarom op tijd in.
3.7.18 Meldingen van de busdeelnemers
Storingen van de busdeelnemers worden getoond.
Bij een Storing van het verwarmingstoestel knippert bovendien het controlelampje (l) en in het display wordt bijvoorbeeld weergegeven: Inst. control. A3.
▶Neem de Voorschriften in de installatie-aanwijzing van het verwarmingstoestel in acht.
-of-
▶Raadpleeg een vakman voor verwarming.
Wanneer in het display Busmodule ontbr. wordt weergegeven:
▶Controleer of het verwarmingstoestel ingeschakeld is.
▶Wanneer deze fout of een CAN-fout 1 nog steeds wordt weergegeven: Raadpleeg een gespecialiseerd bedrijf.
4 Algemene aanwijzing
... en tips om energie te besparen:
- Bij de weersafhankelijke regeling wordt de aanvoertemperatuur geregeld overeenkomstig de ingesteld verwarmingscurve. Hoe kouder de buitentemperatuur, hoe hoger de aanvoertemperatuur.
Om energie te besparen: De verwarmingscurve overeenkomstig de gebouwisolatie en installatievoorwaarde mogelijk lager instellen (zie hoofdstuk 3.7.11).
•Vloerverwarming: De aanvoertemperatuur niet hoger instellen dan de door de installateur aanbevolen maximale aanvoertemperatuur. (BV.: 60°C). - Energie besparen bij een goed geïsoleerd gebouw: zet de spaartemperatuur op * (hoofdstuk 3.4).
- Stel in alle ruimten de thermostaatkranen zo in dat de gewenste ruimtetemperatuur ook kan worden bereikt. Verhoog de verwarmingstemperatuur pas wanneer de temperatuur na lange tijd niet bereikt wordt (hoofdstuk 3.3).
- Veel energie kunt u besparen door het verlagen van de ruimtetemperatuur overdag of 's nachts. Het verlagen van de ruimtetemperatuur met 1 K (°C) leidt tot een energiebesparing van soms 5 %. Het is niet zinvol de ruimtetemperatuur van dagelijks verwarmde ruimten te laten dalen beneden +15 °C. De afgekoelde muren geven dan koude af, de ruimtetemperatuur wordt verhoogd en zo wordt meer energie verbruikt dan bij een gelijkmatige warmteaanvoer.
-
Goede warmte-isolatie van het gebouw. De ingestelde spaartemperatuur wordt niet bereikt. Toch wordt energie bespaard omdat de verwarming uitgeschakeld blijft. Stel het begintijdstip van de spaarfunctie vroeger in.
-
Laat bij het luchten het venster niet op een kier staan. Daarbij wordt voortdurend warmte aan de ruimte onttrokken zonder dat de ruimte-lucht noemenswaardig wordt verbeterd.
- Het is beter om kort, maar intensief te luchten (raam geheel openen).
- Draai tijdens het luchten de thermostaatkraan dicht of schakel de „Spaarfunctie“ in.
5 Fouten opsporen
| Weergave Oorzaak Oplossing | ||
| Busmodule ontbr. | Busmodule in het verwarmingstoe-stel meldt zich niet meer.. | Controleer of de hoofdschakelaar van het verwar- mingstoestel ingeschakeld is. Controleer de bedrading en hef de onderbreking indien nodig op. |
| Fout: XY Fout XY in een van de verwarmings-toestellen. | Controleer de weergave van het verwarmingstoestel of van de verwarmingstoestellen en verhelp de fout volgens de bijbehorende documentatie. | |
| HSM ontbreekt Verwarmingsschakelmodule (HSM) meldt zich niet meer. | Controleer of voedingsspanning op de HSM aanwe- zig is. Controleer de bedrading en hef de onderbreking indien nodig op. | |
| Codeerschakelaar op de HSM onder spanning gedraaid of verkeerd inge- steld. | ||
| HSM fout X Verwarmingsschakelmodule (HSM) meldt fout X (= LED-indicatie van verwarmingsschakelmodule (HSM) knippert X keer). | Onderbreek de voedingsspanning van de hele instal- latie kort. | |
| CAN-fout 1 Communicatie tussen de deelnemers onderbroken. | Zie installatie- en bedieningshandleiding van de ver- warmingsschakelmodule (HSM). | |
| Klacht Oorzaak Oplossing | ||
| Gewenste ruimte-temperatuur wordt niet bereikt | Thermostaatkraan of thermostaatkranen te laag ingesteld | Stel de kraan of de kranen hoger in |
| Verwarmingscurve te laag ingesteld Stel de draaiknop van de TA 250 hoger in of corri-geer de verwarmingscurve | ||
| Keuzeknop voor de aanvoertemperatuur op verwarmingstoestel te laag ingesteld | Stel de keuzeknop voor de aanvoertemperatuur hoger in | |
| Lucht in de verwarmingsinstallatie Ontlucht de verwarmingsradiatoren en de verwarmingsinstallatie | ||
| Verwarmen duurt te lang | Snelopwarming is uitgeschakeld Schakel de snelopwarming in | |
| Duur of verhoging van de snelopwarming te laag | Stel de waarden hoger in | |
| Gewenste ruimte-temperatuur wordt ver overschreden. | Verwarmingsradiatoren worden te warm | Stel de thermostaatknop of de thermostaatknoppen lager in |
| Stel de draaiknop op de TA 250 lager in of beter corrigeer de verwarmingscurve | ||
| Montageplaats van de TA 250 ongunstig, bijvoorbeeld bij buitenmuur, in de buurt van een raam, lucht-stroom, etc. | Kies een betere montageplaats (zie hoofdstuk 2.1.2) of gebruik een externe RF 1 | |
| Te grote temperatuurschommelingen | Tijdelijke inwerking van warmte op de ruimte, bijvoorbeeld door zonlicht, verlichting, televisie, open haard etc. | Schakel de ruimteafschakeling in. |
| Vergroot de invloed. | ||
| Kies een betere montageplaats (zie hoofdstuk 2.1.1) of gebruik een externe RF 1. | ||
| Stijging in plaats van verlaging van temperatuur | Tijd van de dag verkeerd ingesteld Controleer de instelling | |
| Bij de spaarfunctie een te hoge ruimte-temperatuur | Te grote warmteopslag van het gebouw | Kies het begintijdstip van de spaarfunctie vroeger |
| Verkeerde regeling of geen regeling | Verkeerde bedrading van de TA 250 Controleer de bedrading volgens het aansluitschema en corrigeer indien nodig | |
| Geen indicatie of indicatie reageert niet | Stroom zeer kort uitgevallen Zet de hoofdschakelaar van het verwarmingstoestel uit. Wacht enkele seconden en schakel opnieuw in | |
| Warmwaterboiler verwarmt niet | Keuzeknop voor de warmwatertemperatuur op het verwarmingstoestel te laag ingesteld | Stel de keuzeknop voor de warmwatertemperatuur op het verwarmingstoestel hoger in |