TR 200 - Thermostaat BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TR 200 BOSCH in PDF-formaat.
| Producttype | Programmeerbare kamerthermostaat |
| Merk | Bosch |
| Model | TR 200 |
| Afmetingen (ongeveer) | 90 x 130 x 30 mm |
| Gewicht (ongeveer) | 150 g |
| Voeding | 24 V DC, 0,03 A |
| Instelbereik | 5 tot 30 °C |
| Toelaatbare omgevingstemperatuur | 0 tot +40 °C |
| Beschermingsgraad | IP 20 |
| Gangreserve | Ongeveer 2 uur |
| Thermostaatuitgang | 2,8 tot 21,5 V DC (continu) |
| Programmering | Wekelijks, 3 dag/nacht cycli per dag |
| Bedrijfsstanden | Automatisch, permanent verwarmen, economisch, vakantie |
| Weergave | Digitaal (tijd, temperatuur, meldingen) |
| Ingebouwde sensor | Ja (uitgeschakeld als externe voeler RF1 is aangesloten) |
| Compatibele accessoires | Externe voeler RF1, afstandsschakelaar |
| Onderhoud en reiniging | Zachte droge doek; geen schurende middelen |
| Veiligheid | Niet aansluiten op 230 V; niet installeren in vochtige ruimtes; voeding uitschakelen voor montage |
| Algemene informatie | Voor gasgestookte ketels met continue regeling; compatibel met Bosch Heatronic |
Veelgestelde vragen - TR 200 BOSCH
Gebruikersvragen over TR 200 BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Thermostaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TR 200 - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TR 200 van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING TR 200 BOSCH
De juiste werking is alleen gewaarborgd wanneer deze gebruiksaanwijzing in acht wordt genomen. Wij verzoeken u, dit document aan de klant te overhandigen.
Türkçe
1 Veiligheidsvoorschriften 75
2 Gebruik 75
3 Technische gegevens 75
4 Montage 75
5 Elektrische aansluiting 76
6 Bediening ....77
• Taal instellen ....
7 Melding van de regelaar 84
8 Algemene opmerkingen ....85
9 Fouten opsporen 86
10 Afzonderlijke verwarmingstijden 132
Türkçe
1 Veiligheidsvoorschriften
De regelaar mag uitsluitend worden gebruikt in combinatie met de genoemde gasverwarmingsapparaten. Het desbetreffende aansluitschema moet in acht worden genomen.
In geen geval mag de regelaar worden aangesloten op het 230 V stroomnet.
⚠️ Vóór de montage van de regelaar moet de spanningstoevoer (230 V, 50 Hz) naar het verwarmingsapparaat worden onderbroken.
De regelaar is niet geschikt voor de montage in vochtige ruimten.
2 Gebruik
De TR 200 is een ruimtetemperatuurregelaar met digitale schakelklok (weekprogramma; drie verwarmings- en drie verlagingsschakelpunten per weekdag) voor de regeling van de hieronder genoemde continu geregelde gas-verwarmingsapparaten.
| TYPE | Elektr.aansluiting | Afstandsto-ringsaandui-ding actief |
| ZE/ZWE .. - 2 K... afb. | nee9 | |
| ZE/ZWE .. - 2 A... afb. | nee10 | |
| ZR/ZWR/ZSR...-3 | 10afb. | nee |
| ZR/ZWR/ZSR...-4 | 10afb. | nee |
| Verwarmingsappa-raten metBosch Heatronic afb. | ja 11 |
De TR 200 wordt geadviseerd bij een woonoppervlak tot ca. 80 m ^2 en voldoet aan de wettelijke voorschriften.
Voor installaties met vloerverwarming zijn ruimtetemperatuurregelaars als de TR 200 niet geschikt.
2.1 Meegeleverd
Meegeleverd bij de TR 200 wordt een in de ruimtetemperatuurregelaar ingeschoven korte gebruiksaanwijzing (afbeelding 2
2.2 Toebehoren
Bij de TR 200 kan een externe ruimtetemperatuursensor RF 1 worden geleverd. Deze kan bijvoorbeeld zinvol worden gebruikt als de montageplaats van de regelaar voor de temperatuurmeting ongeschikt is (zie hoofdstuk 4).
Bovendien kan een extere afstandschakelaar (bijvoorbeeld via de telefoon te bedienen) worden aangesloten (zie hoofdstuk 6.8).
De afstandschakelaar moet een potentiaalvrij contact hebben dat geschikt is voor 5 V DC.
| Afmetingen apparaat zie afbeelding 3 | |
| Nominale spanning | 24 V DC |
| Nominale stroom | 0,03 A |
| Regelbereik | 5...30 °C |
| Regeluitgang | continu, 2,8...21,5 V DC |
| Toegestane omgevingstemperatuur | 0...+40 °C |
| Gangreserve | ca. 2 uur |
| Isolatiesoort | IP 20 |
| CE | |
4 Montage
Vóór de montage van de regelaar moet de spanningstoevoer (230 V, 50 Hz) naar het verwarmingsapparaat worden onderbroken.
4.1 Keuze van de montageplaats
Belangrijk voor de regelkwaliteit van de TR 200 is de keuze van een geschikte montageplaats. De montageruimte moet geschikt zijn voor de temperatuurregeling van de hele verwarmingsinstallatie. Op de daar geïnstalleerde verwarmingsradiatoren mogen geen thermostaatknoppen zijn gemonteerd. In plaats daarvan moeten handmatig bediende knoppen met voorinstelling worden ingebouwd, zodat het vermogen van de verwarmingsradiator in de montageruimte van de TR 200 zo nauwkeurig mogelijk kan worden ingesteld.
Kies als montageplaats bij voorkeur een binnenmuur en let erop dat geen tocht of warmtestraling (ook niet van achteren, bijvoorbeeld door een lege buis of holle muur) op de regelaar kan inwerken.
Onder en boven de regelaar moet voldoende plaats aanwezig zijn om de ruimtelucht ongehinderd door de ventilatieopening te laten circuleren (gearceerd oppervlak in afbeelding 4).
Als niet aan alle bovengenoemde voorwaarden is voldaan, wordt geadviseerd om gebruik te maken van de externe ruimtetemperatuursensor RF 1 (toebehoren) en deze aan te brengen op een geschiktere plaats.
Als de ruimtetemperatuursensor RF 1 wordt aangesloten, wordt automatisch de in de regelaar ingebouwde sensor uitgeschakeld.
4.2 Montage van de regelaar
- Het bovenstuk (a) van de sokkel (b) losma- ken, haken (b1) aan zijkant van sokkel in- drukken en bovenstuk (a) lostrekken (afbeelding 5).
- De sokkel (b) kan naar keuze
- met twee schroeven (c) op een normale inbouwcontactdoos (d) van ø 55 mm worden gemonteerd,
of
- met vier pluggen (6 mm) en lenskop- schroeven (∅ 3,5 mm) rechtstreeks op de muur worden geschroefd (afbeelding 6);
daarbij op de juiste montagerichting letten (klemopschrift leesbaar)!
- Elektrische aansluiting overeenkomstig uitvoeren (zie hoofdstuk 5).
- Bovenstuk (a) van regelaar vaststeken.
4.3 Montage van het toebehoren
Het toebehoren externe ruimtetemperatuursensor RF 1 en afstandschakelaar (indien aanwezig) volgens de wettelijke voorschriften en het bijbehorende inbouwvoorschrift monteren.
5 Elektrische aansluiting
De volgende kabeldiameter moet worden gebruikt van de TR 200 naar het verwarmingsapparaat:
Lengte tot 20 m 0,75 mm ^2 tot 1,5 mm ^2
Lengte tot 20 m 1,0 mm ^2 tot 1,5 mm ^2
Lengte meer dan 30 m 1,5 mm ^2
Met inachtneming van de geldende voorschriften moeten voor de aansluiting minstens elektrische kabels van het type H05 VV-... worden gebruikt.
Alle leidingen met 24 V (meetstroom) moeten gescheiden worden geïnstalleerd van leidingen met 230 of 400 V, zodat geen inductieve beïnvloeding kan plaatsvinden (minimumafstand 100 mm).
Indien inductieve externe invloeden kunnen optreden, bijvoorbeeld door sterkstroomkabels, bovenleidingen, transformatorhuisjes, radio- en televisietoestellen, magnetrons en zenders van radioamateurs, moeten de leidingen voor het meetsignaal worden afgeschermd.
Het desbetreffende elektrische aansluitschema (afbeelding 9 pt )11 moet worden aangehouden.
5.1 Elektrische aansluiting van het toebehoren
Externe ruimtetemperatuursensor RF 1 (indien aanwezig) als in afbeelding 7 getoond aansluiten.
Indien nodig kunnen de leidingen van de RF 1 met een kabel met verdilde tweelingsleidingen worden verlengd. Daardoor wordt gewaarborgd dat de meetwaarden van de sensor niet worden beïnvloed.
Afstandschakelaar (indien geïnstalleerd) aan sluiten zoals getoond op de afbeelding 8Zie voor de minimumeisen hoofdstuk 2.2 Toebehoren.
Als het schakelcontact van de afstandschakelaar gesloten is, wordt de verwarming in de spaarstand geschakeld, in het display verschijnt „F”. Als het schakelcontact geopend is, wordt de op de regelaar ingestelde functie overgenomen (afbeelding 8
6 Bediening
De TR 200 bezit enkele bedieningselementen die na installatie en gebruikneming nog maar zelden hoeven worden gebruikt.
Daarom zijn alle bedieningselementen die slechts zelden hoeven te worden gebruikt met een klepje afgeschermd.
De bedieningselementen die zichtbaar zijn als het klepje gesloten is, horen bij het zogenaamde „1e bedieningsniveau”. Alle andere bedieningselementen vormen het tweede bedieningsniveau en de servicestand voor de verwarmingsmonteur.
Alle speciale bedrijfstoestanden worden aangeduid door tekst in het display of door controlelampjes, net als de storingsaanduiding (alleen bij de verwarmingsapparaten met Bosch Heatronic).
Als het klepje gesloten is, worden de actuele en de gemeten ruimtetemperatuur (in stappen van 0,5 °C) weergegeven.
6.1 Het „1e bedieningsniveau“

6.1.1 Draaiknop (k)
Met de draaiknop ⚙(k) wordt de ruimtetemperatuur ingesteld die de regelaar bij normale verwarmingsfunctie moet regelen.
De regelaar regelt de verwarming altijd op deze temperatuur als het bijbehorende rode controlelampje (I) brandt.
Als de draaiknop (k) op „5“ staat, brandt het bijbehorende rode controlelampje (l) niet. De regelaar regelt de verwarming dan op ongeveer 5 °C en waarborgt daardoor vorstbescherming in de ruimte. Dat betekent dat de verwarming boven 6 °C is uitgeschakeld.
6.1.2 De bedrijfstoestanden
Automatische functie
De basisinstelling van de regelaar is automatische functie.
Automatische functie betekent automatische wisseling tussen normale verwarmingsfunctie en spaarstand op de tijden die met de schakelklok (e) zijn ingesteld.
De regelaar regelt de verwarming in de normale verwarmingsfunctie (=„Dag“) op de met de draaiknop ⚙(k) ingestelde temperatuur, de bijbehorende rode controlelamp (I) brandt permanent.
De regelaar regelt de verwarming bij de spaarstand (=„Nacht“) op de ingestelde spaartemperatuur, de bijbehorende rode controlelamp (I) brandt niet. (Zie voor de instelling van de spaartemperatuur hoofdstuk 6.2.1)
Opmerking: Als de automatische functie wordt verlaten, wordt dit altijd door een controlelampje of door een tekst weergegeven. Er kan op elk moment worden teruggekeerd naar de automatische functie.

Toets 🚙️„Continu verwarmen” (g)
Door een druk op de toets ⚙(g) wordt de functie continu verwarmen ingeschakeld.
De regelaar regelt de verwarming continu met de op de draaiknop ⚙(k) ingestelde temperatuur.
De bijbehorende rode controlelamp (f) brandt.
Ook het bijbehorende rode controlelampje (I) brandt (behalve als de draaiknop ⚙(k) op stand „5” staat).
De op de schakelklok ingestelde spaarstand wordt genegeerd.
De functie „Continu verwarmen“ blijft in stand tot:
- de toets (g) nogmaals wordt ingedrukt; de automatische functie is dan weer ingesteld
of
- de toets (h) wordt ingedrukt; de spaarstand is dan ingesteld.
In beide gevallen gaat de bijbehorende rode controlelamp (f) uit en de regelaar verwarmt volgens de dan geldende temperatuur.
Druk op deze toets als u bij wijze van uitzondering later gaat slapen (bijvoorbeeld na een feestje). Later weer terugschakelen naar automatische functie.
Ook bij ziekte kan continu verwarmen aangenaam zijn. Vergeet ook dan echter niet om terug te schakelen naar automatische functie.
Tijdens de wintervakantie of in de zomer kan gedurende lange tijd een lagere verwarmingstemperatuur worden gekozen door de toets continu verwarmen in te drukken en bovendien de temperatuur op de draaiknop ⚙ (k) lager in te stellen.

Toets C,,Spaarstand" (h)
Door een druk op de toets Ⓐ(h) wordt de spaarstand ingeschakeld.
De regelaar regelt de verwarming continu met de op de draaiknop „Spaartemperatuur” ingestelde temperatuur (zie voor de instelling van de spaartemperatuur hoofdstuk 6.2.1).
De bijbehorende gele controlelamp (i) brandt.
De bijbehorende rode controlelamp (I)is uit.
De op de schakelklok ingestelde normale verwarmingsstand wordt genegeerd.
De functie „Spaarstand“ blijft in stand tot:
- middernacht (00.00 uur)
of - de toets (h) nogmaals wordt ingedrukt; de automatische functie weer ingesteld of
- de toets (g) wordt ingedrukt; dan is continu verwarmen ingesteld.
In alle gevallen gaat de bijbehorende gele controlelamp (i) uit en de regelaar verwarmt volgens de dan geldende temperaturen.
Gebruik deze functie als u de woning verlaat (bijvoorbeeld om boodschappen te doen) en de woning niet meer hoeft worden verwarmd. Zodra u terugkomt, drukt u de toets (h) opnieuw in, de regelaar werkt weer volgens de automatische functie en verwarmt volgens de dan geldende temperatuur.
Als u uw woning 's avonds verlaat of een keer vroeg naar bed gaat, drukt u op de knop (h). De regelaar beëindigt de spaarstand om middernacht en verwarmt de volgende morgen als gewoonlijk met de automatische functie.
6.2 Het „2e bedieningsniveau“
Het „2e bedieningsniveau” is toegankelijk na het openen van het klepje.
Als het klepje wordt geopend, wordt automatisch de programmeermodus ingesteld. De aanduiding is afhankelijk van de stand van de draaischakelaar (n).

6.2.1 Draaiknop „Spaartemperatuur” (m)
Met de draaiknop (m) wordt de ruimtetemperatuur ingesteld waarmee de regelaar in de automatische functie bij „Sparen” in de „Spaarstand” (h) de verwarming moet regelen.
6.2.2 Algemene opmerkingen over de klok
Dankzij de schakelklok kunt u maximaal driemaal per dag de verwarming op een vooraf bepaald tijdstip automatisch laten inschakelen en driemaal per dag op een vooraf bepaald tijdstip automatisch laten uitschakelen.
Deze tijdstippen kunnen voor elke dag apart worden bepaald.

6.2.3 Draaischakelaar in stand „Uur instellen“
Tijd instellen
De draaischakelaar (n) in de stand draaien.
Opmerking: Bij ingebruikneming of bij langdurige onderbreking van de stroom verschijnt Dag kiezen +/-. In dit geval de actuele dag instellen, en vervolgens toets ▷(q) indrukken.
In het display (e) verschijnt:
Uur instellen +/- 12:00
De tijd wordt ingesteld door het indrukken van de toetsen „-” (o) en „+” (p).
Door kort indrukken wordt de tijd met 1 minuut versteld, door lang indrukken loop de tijd snel vooruit of achteruit. Daarbij worden de secon- den telkens op „0” gezet. Zodra de toets wordt losgelaten, loopt de tijd gewoon verder.
Tijden voor 12.00 uur ('s middags) kunnen met de toets „-” (o) sneller worden ingesteld.
Klepje sluiten als geen wijzigingen meer hoeven worden uitgevoerd.
In het display (e) verschijnt:
17:53 21.5°C
Weekdag instellen
De draaischakelaar (n) in de stand draaien.
Als Uurinstellen +/- wordt aangegeven, toets ▷ (q) indrukken. In de bovenste regel van het display (e) verschijnt:
Dag kiezen+/-
De actuele weekdag wordt ingesteld door het indrukken van de toetsen „-” (o) of „+” (p).
Als vervolgens de tijd moet worden ingesteld, toets ▷ (q) indrukken.
Klepje sluiten als geen wijzigingen meer hoeven worden uitgevoerd.

6.2.4Draaischakelaar in stand „Verwarming”
Verwarmingsprogramma instellen
Dankzij de schakelklok kunt u maximaal driemaal per dag de verwarming op vooraf bepaalde tijdstippen automatisch laten inschakelen en maximaal driemaal per dag op vooraf bepaalde tijdstippen automatisch laten uitschakelen.
Deze tijdstippen kunnen voor elke dag apart worden bepaald.
Het is ook mogelijk om voor elke dag dezelfde tijden in te stellen.
Om effectief te kunnen programmeren is het zinvol de verwarmingstijden in de tabel op BLZ. 98 in te vullen. Het verwarmingsprogramma dat op de meeste dagen (ook in licht gewijzigde vorm) voorkomt, moet dan in de eerste stap voor alle dagen worden ingevoerd. De afwijkende tijden kunnen dan zonder veel moeite worden gewijzigd.
De draaischakelaar (n) in stand Ⅲdraaien. In het display (e) verschijnt:
Dag kiezen+/-
Toets „−” (o) of „+” (p) indrukken. In de bovenste regel verschijnt Alle weekdagen (of de actuele dag).
In de instelling Alle weekdagen wordt elke dag op dezelfde tijd begonnen met „Verwarmen” en elke dag op dezelfde tijd begonnen met „Sparen”.
Als één dag (bijvoorbeeld donderdag) is gekozen, geldt altijd op deze dag en op de opgeven tijd het bijbehorende programma. Dat betekent dat op elke donderdag om dezelfde tijd wordt begonnen met „Verwarmen” of „Sparen”.
Een afzonderlijke dag wordt ingesteld door het indrukken van de toetsen „-” (o) of „+” (p).
Tussen Zondag en Maandag worden Alle weekdagen weergegeven.
Voor de weergegeven weekdag / alle weekdagen kunnen de verwarmingstijden worden ingesteld. Daarvoor toets □(q) indrukken.
In het display (e) verschijnt:
1e begin verw.
6:00
De gewenste tijd voor het eerste verwarmingsbegintijdstip wordt ingesteld door het indrukken van de toetsen „-” (o) en „+” (p).
Door een korte druk op een toets wordt het verwarmingsbegintijdstip met 10 minuten versteld. Als de toets langer wordt ingedrukt, loopt het tijdstip snel vooruit of achteruit.
Als de gewenste tijd is ingesteld, toets □(q) indrukken.
Nu moet het bijbehorende eerste spaarstandbegintijdstip worden ingesteld.
In het display (e) verschijnt:
1e begin sparen
22:00
Het gewenste eerste spaarstandbegintijdstip wordt ingesteld door het indrukken van de toetsen „-” (o) en „+” (p).
Door een korte druk op een toets wordt het spaarstandbegintijdstip met 10 minuten versteld. Als de toets langer wordt ingedrukt, loopt het tijdstip snel vooruit of achteruit.
Als de gewenste tijd is ingesteld, toets □(q) indrukken.
In het display (e) verschijnt:
2e begin verw.
--:--
Opmerking: -- betekent dat dit schakelpunt niet is bezet, dat wil zeggen dat in de fabrieksinstelling of na langdurige onderbreking van de stroom alleen een verwarmingsbegintijdstip en een spaarstandbegintijdstip is ingesteld.
Nu kan indien gewenst de tijd voor het tweede verwarmingsbegintijdstip volgens hetzelfde schema worden ingesteld als voor het eerste verwarmingsbegintijdstip.
Voor het tweede spaarstandbegintijdstip, indien gewenst, voor het derde verwarmingsbegintijdstip en het spaarstandbegintijdstip op dezelfde wijze te werk gaan.
Als schakelpunten niet nodig zijn, de toets ▷ (q) indrukken zonder iets te verstellen.
Als een aangegeven schakelpunt moet worden gewist, de wistoets C (r) met een spits voorwerp kort indrukken. In het display wordt -: weergegeven.
Als de gewenste tijden zijn ingesteld, toets ▷ (q) indrukken.
Dag kiezen +/- wordt weergegeven. Nu zoals bo- ven beschreven een dag of een andere dag kiezen en de bijbehorende tijden intoetsen.
Opmerking: Als na de programmering voor alle weekdagen één dag is gewijzigd, wordt na het opnieuw oproepen van het programmeerpunt „Alle weekdagen” bij alle schakelpunten –:- in het display weergegeven. Als vervolgens een schakelpunt voor alle weekdagen wordt gewijzigd, wordt het oorspronkelijke programma van de afzonderlijke weekdagen gewist en moet er opnieuw worden geprogrammeerd zoals hierboven beschreven.
Tip De schakelpunten van een dag hoeven niet in de juiste tijdsvolgorde te worden ingetoetst. Als Dag kiezen +/- wordt weergegeven, zet de regelaar de schakelpunten automatisch in dezelfde volgorde.
U kunt de ingestelde schakelpunten bekijken door te werk te gaan zoals hierboven beschreven, maar zonder „−” (o) en „+” (p) in te drukken.
Als na middernacht moet worden verwarmd, vervalt het laatste spaarstandbegintijdstip. Toets deze voor de volgende dag als eerste spaarstandbegintijdstip in. De regelaar herkent de volgorde van de schakelpunten, hoewel het eerste verwarmingsbegintijdstip later ligt dan het eerste spaarstandbegintijdstip.
Als op een bepaalde dag nooit hoeft te worden verwarmd (bijvoorbeeld een kantoor dat op zondag niet wordt gebruikt) voert u het bijbehorende spaarstandbegintijdstip (eventueel op de dag daarvoor) in en wist u alle andere schakelpunten tot opnieuw moet worden verwarmd).
Als op een bepaalde dag continu moet worden verwarmd, voert u het bijbehorende verwarmingsbegintijdstip (eventueel op de dag daarvoor) in en wist u alle andere schakelpunten tot opnieuw moet worden begonnen met de spaarstand.
Als u een programma uitgebreid wilt wijzigen, is het soms gunstiger om uit te gaan van het in de fabriek ingestelde programma.
Om alle persoonlijke schakelpunten te wijzigen, handelt u zoals boven beschreven tot de aanduiding Dag kiezen +/- wordt weergegeven. Druk daarna kort op de wistoets C (r).
Daarna is weer de fabrieksinstelling (Alle dagen: 1. Verwarming op 06:00; 1. Verwarming af 22:00, overige schakelpunten --:) ingesteld.
Klepje sluiten als geen wijzigingen meer hoeven worden uitgevoerd.

6.2.5 Draaischakelaar in stand „Vakantie”
Vakantie instellen
Draaischakelaar (n) in stand draaien. In het display (e) verschijnt:
Vakant. dagen +/- 0
Het gewenste aantal vakantiedagen wordt ingesteld door het indrukken van de toetsen „-” (o) en „+” (p).
Door kort indrukken wordt het aantal vakantiedagen met 1 dag versteld, door langer indrukken wordt het aantal dagen sneller veranderd.
Opmerking: De actuele dag moet worden meegeteld als vakantiedag. Dat wil zeggen dat de regelaar onmiddellijk met het vakantieprogramma begint. De dag van de thuiskomst wordt alleen meegeteld als er op deze dag niet hoeft te worden verwarmd.
Voorbeeld: U wilt twee weken vakantie houden en verlaat op zaterdagnamiddag uw woning. U hebt uw thuiskomst gepland op zaterdagmiddag twee weken later. De woning moet dan weer warm zijn.
Als u kort voor vertrek de vakantie intoetst, is het aantal vakantiedagen „14“ (zaterdag, zondag, ... donderdag en vrijdag, want de regelaar moet immers op deze zaterdag weer zoals gewoonlijk verwarmen).
Na het sluiten van het klepje verschijnt in het display (e):
14 dagen vakant.
17:53 16.5°C
De regelaar regelt met onmiddellijke ingang met de op de draaiknop (m) ingestelde temperatuur. Het resterende aantal dagen wordt voortdurend weergegeven. Na het verstrijken van het ingevoerde aantal dagen (om middernacht) beëindigt de regelaar automatisch de spaarstand en keert deze terug naar de automatische functie.
Als u nog meer wijzigingen wilt uitvoeren, hoeft u het klepje nog niet te sluiten.
Denkt u eraan dat de op de draaiknop (m) ingestelde temperatuur voor uw huisdieren, kamerplanten etc. voor de gehele duur van uw vakantie onschadelijk moet zijn.
Als u reeds voor de middag wilt terugkeren, kan het zinvol zijn om reeds vanaf middernacht met het verwarmen te beginnen in plaats van te wachten tot aan het eerste verwarmingsbegintijdstip. Druk in dit geval nadat u de vakantiedagen hebt ingesteld op de toets ▷(q). In het display verschijnt: „Automatisch +/-“ U kunt nu de werking na het einde van uw vakantie met de toets „+” (p) of „-” (o) instellen op continu verwarmen of automatisch. Als u continu verwarmen hebt gekozen, wordt na de laatste vakantiedag vanaf middernacht verwarmd op de op de draaiknop ⚙(k) ingestelde temperatuur. Vergeet niet bij uw terugkeer de toets ⚙(g) in te drukken om continu verwarmen te beëindigen.
Als de vakantiefunctie voortijdig moet worden opgeheven kan:
toets ⚙ (g) tweemaal achter elkaar worden in gedrukt,
of het aantal dagen zoals boven beschreven op „0“ worden gezet.
Continu verwarmen gedurende een aantal dagen is mogelijk als u het aantal dagen instelt zoals boven beschreven en u de spaartemperatuur met de draaiknop (m) verhoogt tot de gewenste waarde.

6.2.6 Draaischakelaar in stand i
Ingestelde waarden laten weergeven
Draaischakelaar (n) in stand „i” draaien. In het bovenste display (e) verschijnt de actuele dag.
Als u de toets ▷(q) indrukt, wordt de volgende groep weergegeven. Elke waarde in de groep wordt, als deze aanwezig is, gedurende 5 seconden weergegeven, daarna springt de regelaar naar de volgende. Als u de waarden sneller wilt lezen, kunt u met de toets „+”- (p) verdergaan.
Als u de waarden langer wilt lezen, drukt u kort op de toets „-” (o). Het display blijft dan staan op deze parameter.
Door het indrukken van de toets □(e) wordt het automatisch verderschakelen naar de volgende parameter weer geactiveerd.
In de eerste groep worden de volgende algemene waarden met een frequentie van 5 seconden in het display (e), weergegeven. Niet aanwezige waarden worden overgeslagen:
| Displayvoorbeeld(tussenpozen van5 sec.) | Parameterbeschrijving |
| Temperaturen Titel | van de eerste groep |
| Ruimtetemp. hier21,5 °C | Gemeten ruimtetemperatu-ren bij de regelaar „hier“wordt alleen aangegeven als een externe voeler (toebehoren) is aangesloten. |
| Ruimtetemp. afst21,0 °C | Gemeten ruimtetemperatuur bij externe voeler (toebehoren). |
| Gewenste temp.21,5 °C | Gewenste temperatuurwaarmee de regelaar werkt. |
In de tweede groep worden de waarden van het verwarmingsprogramma met tussenpozen van 5 seconden weergegeven. Niet aanwezige waarden worden overgeslagen:
| Displayvoorbeeld(tussenpozen van 5 sec.) | Parameterbeschrijving |
| Schakeltijden Titel | van de tweede groep |
| Donderdag Verwa | rmingsprogramma voorweekdag (ofAlle weekdagen) |
| 1e begin verw.6:00 | Ingestelde eerste verwarmingsbegintijdstip voor weekdag |
| 1e begin sparen9:00 | Ingesteld eerste spaarstandbegintijdstip voor weekdag |
| 2e begin verw.11:30 | Ingestelde tweede verwarmingsbegintijdstip voor weekdag |
| 2e begin sparen13:00 | Ingestelde tweede spaarstandbegintijdstip voor weekdag |
| 3e begin verw.17:30 | Ingestelde derde verwarmingsbegintijdstip voor weekdag |
| 3e begin sparen22:00 | Ingestelde derde spaarstandbegintijdstip voor weekdag |
| Vrijdag Verwarming | gsprogramma voor volgende dag etc. |
Daarna begint de automatische weergave weer van voren. Deze loopt tot de draaischakelaar (n) wordt versteld of het klepje wordt gesloten.
Taal instellen
Draaischakelaar (n) in stand i draaien.
Toets „—” (o) ingedrukt houden tot deze weergave verschijnt:
$$ \text { Sprache } + / - $$
Gewenste taal instellen met toets „+” (p) of „−” (o).
Beschikbare talen:
• Duits/Deutsch • Turks/Türkce
• Engels/English • PoolsPo polsku
• Nederlands • Tsjechisch/Cesky
• Spaans/Espanol • Slowaaks/Slovensky
• taliaans/Italiano • Hongaars/Magyar
• Frans/FRANCAIS • Sloweens/Slovensko
- Portugees/Portugues • Kroatisch/Hrvatski
- Deens/Dansk
- Lets/Latviski
• Grieks/ELLINIKA
• Roemeens/Romaneste
Klepje sluiten als geen wijzigingen meer hoeven worden uitgevoerd.
6.3 Servicestand
Tot de servicestand voor de verwarmingsmonteur krijgt u toegang als u de draaischakelaar (n) in stand □ zet en de toets ▷ (q) langer dan 5 seconden ingedrukt houdt. Niet aanwezige waarden worden overgeslagen:
| Displayvoorbeeld | Parameter-beschrijving | Instelmo-gelijkheid |
| Ruimtevoeler ± 21,3 °C | Calibreren van de ingebouwde voeler | De aange-gevenwaarde kan met de toetsen „-” (o) of „+” (p) n stappen van 0,1-K max. ± 3 K worden veranderd |
| Afst. voeler ± 21,4 °C | Calibreren van de externe voeler (toebehoren) | |
| Spaartemp. ± 14,6 °C | Calibreren van de aangege-ven waarde ten opzichte van de schaal-verdelings-standDraaiknop (m) | |
| Verw. temp. ± 19,7 °C | Calibreren van de aangege-ven waarde ten opzichte van de schaal-verdelings-standDraaiknop (k) |
Met de toets □(q) gaat u door naar de volgende weergave. Als de toets □bij de aanduiding „Verw. temp.” +/- nogmaals wordt ingedrukt, wordt de servicestand verlaten.
Opmerking: Er moet op worden gelet dat voor een calibratie van de voelers deze niet door externe warmte (lichaamswarmte) mo-gen worden beïnvloed. Zodra de klep wordt geopend, worden de meetwaarden van de voelers voor de calibratie vastgehou-den.
Om een calibratie op te heffen, moet in de servicestand bij de desbetreffende aanduiding kort de wistoets C (r) worden ingedrukt. De oorspronkelijke waarde is dan weer actief.
Klepje sluiten als geen wijzigingen meer hoeven worden uitgevoerd.
6.4 Gangreserve
De schakelklok beschikt na minstens een dag te zijn gebruikt over een gangreserve van ca. 2 uur. Als de stroom uitvalt, gaat het display uit. Als de stroom weer terugkeert binnen de gangreserve, zijn de aanduiding van de tijd, en de begintijden van de verwarming en de spaarstand weer beschikbaar.
Let erop dat de stroomvoorziening nooit langer dan 2 uur wordt onderbroken (de verwarming in de zomer niet uitzetten, maar op de regelaar een lage temperatuur instellen; zie hoofdstuk 6.1.2 Advies voor continu verwarmen).
6.5 Zomer- en wintertijd instellen
Ga te werk zoals beschreven in het hoofdstuk ⏻ „Tijd instellen”.
De schakelpunten „begin verwarmen“ en „begin sparen“ niet wijzigen!
6.6 Korte gebruiksaanwijzing
In het vak aan de rechterzijde van de sokkel bevindt zich de korte gebruiksaanwijzing waarin alle belangrijke zaken kort worden beschreven (afbeelding 2
6.7 Regelaar met aangesloten ruimtetemperatuursensor RF 1 (toebehoren)
Als de externe ruimtetemperatuurvoeler RF 1 is aangesloten, is de in de regelaar ingebouwde voeler zonder functie. Daardoor is de temperatuur bij de externe temperatuurvoeler voor de temperatuuraanduidingen voor de regeling bepalend.
Gebruik de ruimtetemperatuurvoeler RF1 als de meetomstandigheden op de montageplaats van de regelaar ongunstig zijn, zoals rechtstreeks zonlicht, nabijheid van een warmtebron, etc.
6.8 Regelaar met aangesloten afstandschakelaar (extern)
Door deze extra schakelaar (niet door leverbaar) kan de verwarming op afstand worden ingeschakeld.
De meest gebruikelijke toepassing is met een via de telefoon te bedienen afstandschakelaar. Daarmee kan via elke telefoon door het kiezen van een persoonlijke code de verwarming worden ingeschakeld.
Voor het verlaten van het huis wordt op de regelaar de functie ingesteld die bij terugkeer wordt gewenst (automatisch of continu verwarmen).
Daarna wordt de afstandschakelaar gesloten. De regelaar werkt in de spaarstand. De rode controlelamp ⚙ (I) is uit.
In het display (e) verschijnt:
Tel. vergrendeld 17:53 16.5°C
Als de schakelaar wordt geopend (bijvoorbeeld door een code via de telefoon), werkt de regelaar met het eerder ingestelde programma.
De woning is ook laat op de avond of vroeg in de ochtend lekker warm als u de regelaar voor het verlaten van uw huis in de stand „Continu verwarmen” (g) zet en dan pas de schakelaar sluit. Vergeet niet de regelaar na uw terugkeer weer op „Automatische functie” te zetten.
Als u lang afwezig bent, houdt er dan rekening mee dat een woning die langdurig koel is geweest (muren etc.) vrij lang nodig heeft om warm te worden.
6.9 Nieuwe programmering
Als uitgebreide wijzigingen moeten worden uitgevoerd, is het vaak het eenvoudigst de regelaar in de oorspronkelijke toestand terug te zetten en dan alle schakelpunten opnieuw in te voeren.
De draaischakelaar (n) in stand Ⅲdraaien tot in het display (e) Dag kiezen +/- wordt weergegeven, vervolgens wistoets C (r) kort indrukken.
Als alle instellingen, dus ook de tijd en weekdag (en de taal in het display) met de schakelpunten moeten worden gewist, moet de wistoets C (r) langer dan 10 seconden worden ingedrukt.
7 Melding van de regelaar
Afstandstoringsaanduiding
(niet bij alle verwarmingsapparaten)
Bij de verwarmingsapparaten met Bosch Heatronic wordt een storing van het verwarmingsapparaat doorgegeven aan de regelaar.
Bij een storing van het verwarmingsapparaat knippert het controlelampje „Verwarmen” (I).
In het display (e) verschijnt:
Installie test
17:53 18.0°C
Opmerking: Ga in dit geval te werk volgens de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van het verwarmingsapparaat of neem contact op met uw verwarmingsinstallateur.
8 Algemene opmerkingen
... en tips om energie te besparen:
Als de instellingen van de regelaar worden veranderd, reageert de regelaar met een tijdsvertraging. De processor vergelijkt elke 20 seconden alle gewenste en werkelijke waarden en voert daarna de desbetreffende correcties met de vereiste snelheid uit.
De ruimte (hoofdruimte) waarin de ruimtetemperatuurregelaar is ingebouwd bepaalt de temperatuur voor de overige ruimten.
Dat betekent dat de ruimtetemperatuur in de hoofdruimte de bepalende temperatuur voor het complete verwarmingsnet is.
Daarom moeten thermostaatgeregelde verwarmingsradiatoren altijd geheel worden geopend als deze in de hoofdruimte zijn gemonteerd. De thermostaatknoppen reduceren anders de warmtetoevoer terwijl de regelaar om steeds meer warmte vraagt (zie ook hoofdstuk 4.1).
Als in de bijruimten een lagere temperatuur wordt gewenst of de verwarmingsradiator geheel moet worden uitgezet, moeten daar de (thermostatische) radiatorknoppen overeenkomstig worden ingesteld.
Omdat de ruimte waarin de ruimtetemperatuurregelaar is gemonteerd als regelruimte werkt, kan externe warmte (zoals rechtstreeks zonlicht of een warmtebron) leiden tot een onvoldoende verwarming van de overige ruimten (verwarming blijft koud). Voor het oplossen van dit probleem kan als toebehoren de ruimtetemperatuurregelaar RF 1 volgens de aanwijzingen in hoofdstuk 2.2, hoofdstuk 5.1 en hoofdstuk 6.7 worden gebruikt.
Door het verlagen van de ruimtetemperatuur overdag of 's nachts kan veel energie worden bespaard.
Het verlagen van de ruimtetemperatuur met 1 K (°C) kan een energiebesparing van 5% tot gevolg hebben.
Het is echter niet zinvol om de temperatuur in een dagelijks verwarmde ruimte beneden +15 °C te laten dalen. Als de ruimte de volgende keer wordt verwarmd, wordt het verwarmen namelijk door de afgekoelde muren vertraagd. Om een behaaglijke temperatuur te krijgen wordt dan vaak een hogere temperatuur ingesteld en daardoor meer energie verbruikt dan bij een gelijkmatige warmtetoevoer het geval zou zijn geweest.
Bij een goede warmte-isolatie van het gebouw wordt mogelijkkerwijs de ingestelde temperatuur van de spaarstand niet bereikt. Toch wordt energie bespaard, omdat de verwarming uitgeschakeld blijft.
In dit geval kunt u ook het schakeltijdstip voor het begin van de spaarstand eerder instellen.
Bij het ventileren het venster niet op een kier laten staan. Daardoor wordt voortdurend warmte aan de ruimte onttrokken zonder dat de ruimtelucht noemenswaardig wordt verbeterd. Voorkom daarom permanente ventilatie.
Het is beter om kort, maar intensief te luchten (raam geheel openen).
Tijdens het luchten temperatuurregelaar op lagere waarde instellen.
9 Fouten opsporen
| Klacht Oorzaak | Oplossing | |
| Ingestelde ruimtetemperatuur wordt niet bereikt | Thermostaatknop(pen) in montageruimte van de regelaar geïnstalleerd. | Thermostaatknop laten vervangen door handmatig bediende knop of thermo-staatknop geheel openen. |
| Aanvoertemperatuurkeuze-knop op verwarmingsapparaat te laag ingesteld | Keuzeknop voor aanvoertem-peratuur hoger instellen | |
| Ingestelde ruimtetemperatuur wordt overschreden | Montageplaats van de regelaar ongunstig, bijvoorbeeld buitenmuur, vlakbij venster of op plaats met tocht... | Betere montageplaats kiezen (zie hoofdstuk Montage) of externe ruimtetemperatuur-sensor gebruiken (toebehoren) |
| Te grote temperatuurschommelingen | Tijdelijke inwerking van warmte op de regelaar, bij-voorbeeld door zonlicht, kunstlicht, televisietoestel, haard etc. | Betere montageplaats kiezen (zie hoofdstuk Montage) of externe ruimtetemperatuur-sensor gebruiken (toebehoren) |
| Temperatuurstijging in plaats van -daling | Actuele tijd op de schakelk-lok verkeerd ingesteld | Instelling controleren |
| In de spaarstand een te hoge ruimtetemperatuur | Grote warmte opslag van het gebouw | Begin van spaarstand vroeger kiezen |
| Verkeerde of geen regeling | Verkeerde bedrading van de regelaar | Controleren of bedrading volgens aansluitschema verloopt en indien nodig wijzigen |
| Geen weergave of display reageert niet | Stroom is gedurende zeer korte tijd onderbroken geweest | Hoofdschakelaar van het verwarmingsapparaat uit- en weer inschakelen |
1 Emniyet Kuralları
Afzonderlijke verwarmingstijden
Isitma Programı
Individuelle varmetider