DJM-700-S - DJ-mixer PIONEER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DJM-700-S PIONEER in PDF-formaat.
| Producttype | 4-kanaals DJ mixer |
| Merk | Pioneer |
| Model | DJM-700-S |
| Afmetingen (L x B x H) | 320 mm x 378,4 mm x 107,9 mm |
| Gewicht | 6,6 kg |
| Voeding | 220-240 V, 50/60 Hz, 33 W |
| Samplefrequentie | 96 kHz |
| A/D en D/A converter | 24 bits |
| Frequentierespons | LINE: 20 Hz - 20 kHz, PHONO: 20 Hz - 20 kHz (RIAA), MIC: 20 Hz - 20 kHz |
| Signaal-ruisverhouding | LINE: 104 dB, PHONO: 94 dB, MIC: 82 dB |
| Ingebouwde effecten | Delay, Echo, Trans, Filter, Flanger, Phaser, Reverb, Robot, Crush, Roll, Reverse Roll, Up Roll, Down Roll, Send/Return |
| Handmatig filter en effectfrequentiefilter | Ja, met FREQUENCY-ring |
| Per-kanaal equalizer | 3 bands (HI, MID, LOW) met bereik van -26 dB tot +6 dB |
| Microfoon equalizer | 2 bands (HI, LOW) met bereik van -12 dB tot +12 dB |
| Talk Over-functie | Ja, verzwakking van 20 dB van andere bronnen |
| Fader Start | Ja, compatibel met Pioneer DJ CD-spelers |
| Ingangen | 3 x PHONO (RCA), 2 x CD (RCA), 3 x LINE (RCA), 2 x MIC (XLR en Jack 6,3 mm), 1 x RETURN (Jack 6,3 mm) |
| Uitgangen | MASTER 1 (XLR), MASTER 2 (RCA), BOOTH (RCA), REC (RCA), SEND (Jack 6,3 mm), DIGITAL (RCA coaxial), PHONES (Jack 6,3 mm stereo) |
| MIDI OUT | Ja, DIN 5-pins connector, overdracht van commando's en BPM-klok |
| Bedieningsconnectoren | 2 x 3,5 mm mini-jack voor Pioneer DJ CD-spelers |
| Fadecurve-schakelaar | CH FADER: 2 types, CROSS FADER: 3 types |
| Bedrijfstemperatuur | +5°C tot +35°C |
| Bedrijfsvochtigheid | 5% tot 85% (zonder condensatie) |
| Reiniging | Zachte, droge of licht vochtige doek met verdund neutraal schoonmaakmiddel; geen oplosmiddelen gebruiken |
| Inbegrepen accessoires | Gebruiksaanwijzing |
Veelgestelde vragen - DJM-700-S PIONEER
Gebruikersvragen over DJM-700-S PIONEER
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw DJ-mixer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DJM-700-S - PIONEER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DJM-700-S van het merk PIONEER.
GEBRUIKSAANWIJZING DJM-700-S PIONEER
Hartelijk dank voor de aanschaft van dit Pioneer produit. Lees de gebruiksaanwijzing aanachtig door zodat u het apparaat op de juiste wijze Aunt bedieren. Bewaar de gebruiksaanwijzing voor het geval u deze in de toekomst nogmaals nodig heeft. Het is möglich dat in bepaalde landen of gebieden de uitvoering van de netstekker en het stopkontakt verschilt van hetgeen in deze gebruiksaanwijzing is afgebeeld. De aansluitmethode en bediening zich in dergelijk gezallenECHTER precies hetzelfde.
BELANGRIJK

De lichtflash met pijlpuntsymbol in een gelijzijdige diehroeik is bedoed om de aandacht van de gebruikers te trekken op eeniet geisoleerde "gevaarlijke spanning" in het toestel, welke voldende kan zichen om bij aanraking een elektrische shock teverozaken.
CAUTION
RISK OF ELECTRIC SHOCK
DO NOT OPEN
WAARSCHUWING:
OM HET GEVAAR VOOR EEN ELEKTRISCHE SHOCK TE VOORKOMEN, DEKSEL (OF RUG) NIET VERWJIDEREN. AAN DE BINNENZIJDE BEVINDEN ZICH GEEN ELEMENTEN DIE DOOR DE GEBRUKER KUNNEN BEDIEND WORDEN. ENKEL DOOR GEKwalIFICEERD PERSONEEL TE BEDIENEN.

Het uitroepeken in een gewijzijdige
driehoek is bedoeld om de andacht van de
gebruiker te trekken op de aanwezigheid van
belangrijke bedienings- en
onderhoudsinstructies in de handleiding bij
dit toestel.
D3-4-2-1-1_Du
WAARSCHUWING
Dit apparaat is nicht waterdicht. Om brand of een elektrische schok te voorkomen, mag u geen voorwerp dat vloeistof bevat in de buurt van het apparaat zetten (bijvoorbeeld een bloemenvaas) of het apparaat op andere wijze blootstellen aan waterdruppels, opspattend water, regen of vocht.
D3-4-2-1-3_A_Du
WAARSCHUWING
Lees zorgvuldig de volgende informatie voordat u de stekker de eerste maal in het stopcontact steekt.
De bedrijfsspanning van het apparaat verschilt afhankelijk van het land waar het apparaat wordt verkocht. Zorg dat de netspanning in het land waar het apparaat worden gebruikt overeenkomt met de bedrijfsspanning (bijv. 230V of 120V) aangegeven op de onderkant van het apparaat. D3-4-2-1-4_A_Du mod
WAARSCHUWING
Om brand te voorkomen, mag u geen open vuur (zoals een brandende kaars) op de apparatuur
zetten.
D3-4-2-1-7a_A_Du
Neem bij gebruik van dit apparaat de informatatie die aan de onderkant van het apparaat staat in acht (nominale spanning enz.). D3-4-2-2-4_Du
BELANGRIJKE INFORMATIE BETREFFENDE DE VENTILATIE
Let er bij het installereren van het apparaat op dat er voldoende vrije ruimte rond het apparaat is om een goede doorstroming van lucht te waarborgen (tenminste 5 cm awhile en 3 cm aan de zijkanten van het apparaat).
WAARSCHUWING
De gleuven en openings in de behuizing van het apparaat�n aangebracht voor de ventilatie, zodat een betrouwbare werkung van het apparaat worden verkreten en oververhitting worden voorkomen. Om brand te voorkomen, moet u ervoor zorgen dat deze openings nooit geblokkeerd worden of dat ze afgedekdt worden door voorwerpen (kranten, tafelkleed, gordijn e.d.) of door gebruik van het apparaat op een dik tapijt of een bed. D3-4-2-17b.A_Du
Gebruiksomgeving
Temperatuur en vochtigheidsgraad op deplaats van gebruik:
+5^ - + 35^ ,minder dan 85% RH (ventilatieopeningen.
niet afgedekt)
Zet het apparaat Niet op een slecht geventileerde plaats en stel het apparaat ook Niet bloot aan hoge vochtingheid of direct zonlicht (of sterke kunstmatige verlichting). D3-4-2-1-7c_A_Du
Als de netstekker van dit apparaat Niet geschikt is voor het stopcontact dat u wilt gebruiken, moet u de stekker verwijderen en een geschikte stekker aanbrengen. Laat het verrangen en aanbrengen van een/Newe netstekker over aan vakkundig onderhoudspersoneel. Als de verwijderde stekker per ongeluk in een stopcontact zou worden gestoken, kan dit resulteren in een ernstige elektrische schok. Zorg er THATAMoorDatde oude stekker na het verwijderen op de juiste wijze worden weggegooid.
Haal de stekker van het netsnoer uit het stopcontact wanner u het apparaat geldigeijd Niet denkt gebruiken (bijv. wanner u op vakantie gaat).
D3-4-2-2-1a_A_Du
LET OP
De POWER schakelaar van dit apparaat koppelt het apparaat Niet volledig los van het lichtnet. Aangezien er na het uitschakenen van het apparaat nog eenkleine hoeveelheid stroom blijf lopen, moet u de stekker uit het stopcontact halen om het apparaat volledig van het lichtnet los te koppelen. Plaats het apparaat zodanig dat de stekker in een noodgeval gemakkelijk uit het stopcontact kan worden gehaal. Om brand te voorkomen, moet u de stekker uit het stopcontact halen wanner u het apparaat langere tijd Niet denkt te gebruiken (bijv. wanner u opvakantie gunshot). D3-4-2-2-a_A_Du
Dit product voldoet aan de eisen van de Laagsspanningsrichtlijn 2006/95/EG en de EMC Richtlijn 2004/108/EG.
D3-4-2-1-9a_A_Du
Pak het netsnoer beet bij de stekker. Trek de stekker er Niet uit door aan het snoer te trekken en trek nooit aan het netsnoer met natte handen aangezieten kortsluiting of een elektrische schok toget volg kan hebben. Plaats geen toestel, meubelstuk o.i.d. op het netsnoer, en klem het Niet vast. Maak er nooit een knoop in en en verbind het evenmin met andere snoeren. De netsnoeren dienen zo te worden geleid dat er net safer ongeluk iemand op gaat staan. Een beschadig netsnoer kan brande een elektrische schok voorzaken. Kontroleer het netsnoer af en toe. Wonneer u de indruk krijgt dat het beschadig is, dient u bij uw dichtstbijzende erkende PIONEER onderhoudscentrum of uw dealer een niewu snoer te kopen.

Deponeer dit product Niet bij het gewone huishoudelijk afval wanner u het wilt verwijderen. Er bestaat een speciaal wettelijk voorgeschren verzamelsysteme voor de juiste behandeling, het opniewu bruikbaar makeen en de recycling van gebruekte elektronische producten.
In de Idstaten van de EU, Zwitserland en Noorwegen konnen particulieren hun begruekte elektronische producten Gratis bij de是如何 bestemde verzamelplaatsen of een verkoopunt (indien u aldaar een gelijkaardig niewood product koopt) inlevener.
Indien u zich in een ander dan bovengenoemd land befindt kunt u contact opnemen met de plaatselijke overheid voor informatie over de juiste verwijdering van het product.
Zodoende zorgt u ervoirDat het verwijdere product op de juiste wijze wordenbeheld, opnieuw bruikbaar word gemaakt, t gerecyclerd en het niet schadelijk is voor de gezondheid en het milieu.
INHOUDSOPGAVE
CONTROLEER DE ACCESSOIRES 4
WAARSCHUWINGEN I.V.M. HET GEBRIK
Installatielek 4
Het toestel schoonmaken 4
KENMERKEN. 4
AANSLUITINGEN. 5
AANSLUITINGENPANEL 5
AANSLUITEN VAN APPARATUUR OP DE INGANGEN 6
AANSLUITEN VAN EXTERNE EFFECTORS EN ANDERE
APPARATUUR OP DE UITGANGEN 7
Gebruiksaanwijzing 1
WAARSCHUWINGEN I.V.M. HET GEBRUK
Installatieplek
Installer het toestel in een goed verluchtte ruimte, waar het Niet aan hoge temperaturen of vocht worden blootgesteld.
- Installee het toestel Niet in een ruimte die aan directe zonnestralen is blootgesteld, of naast kachels of radiators. De buitenkant en de interne bestanddelen+kennen door te grote hitte worden beschadigd. De installmentie van het toestel in een vochtige of stoffige omgeving kan ook stoornissen of ongelukken tot gevolg hebben. (Vermijd plaatsing naast fornuizen, etc. waar het toestel aan vette dampen, stoom of hitte zou+kennen worden blootgesteld.)
- Wanneer het toestel in een koffer of in een DJ-cabine worden gebruikt,要去 het van de wanden worden verwijderd om de warmteuitrstraling te bevorderen.
Het toestel schoonmaken
- Gebruik een poetsdoek om het stof en het vuil weg te nemen.
- Wonneer de buitenkant erg vuil is,kest u deze met een in een neutraal, met vijf à zes keer zoveel water verdund reinigingsmiddel gedrenkte en goed uitgewronen zachte doek schoonmaken en eindigen met een droge doeck. Gebruik geen meubelwas of vlekkenmiddelen.
- Gebruik nooit verdunners, benzeen, insecticiden of andere chemische producten op of in de buurt van dit toestel, want deze tasten de buitenkant aan.
KENMERKEN
Ontworpen voor een topkwaliteit geluid
De analoge signalen worden via de kortste circuitloop overgebracht en via een 24-bit topkwaliteit A/D-omzetter omgezet in digitaal formaat met 96kHz bemonsteringsfrequentie. Dit betekent dat de signalen in de best mogelijk teostand bij de digitale meldtrap binnenkomen. Het(OPEN geschiedt door een 32-bit DSP, waarbij de geluidskwaliteit in het geheel Niet wordt aangetast, terwijl er een ideale filtering worden toegepast voor een optimaal geluid voor professionele DJ's.
Deze voorzieningen zijn ondergebracht in een solide behuizing met een hoogwaardig vermogensgedeelte en andere geavanceerde hifi-kenmerken die ook in de DJM-1000 zich toegepast, waardoor het apparaat een helder en krachtig geluid kan leveren dat bij uitstek geschikt is voor weergave in clubs.
Handmatig filter
Dit apparaat is uitergerust met een handmatige effector voor een intuitieve instelling van de effecten, waardoor het potentièle bereik van de DJ-weergave worden uitgebrecht. Bovendien worden door de combinatie met "beat-effecten" een nog breder assortment aan effecten verkreten, met een geweldige variëteit van remix en DJ-weergave.
Beat-effecten
De "beat-effecten" die zo populair zijn op de DJM-600 zich ook hier wee beschikbaar. Deze effecten können gekoppeld aan de BPM (beats per minuut) telling worden toegepast, waardoor een groot aantal geluiden gecreerde kan worden.
Uitgerust met een breed bereik aan speciale effecten zoals.
vertraging, echo, trans, filter, flanger, phaser, nagalm, robot, crush, rol, omgekeerde rol, omhoogrol en omlaagrol.
Dit apparaat is voorzien van een "effectfrequentiefilter" waarme de gebruiker de freiuentiebanden kan beperken waarop de effecten wel en Niet worden toegepast. Dit zorgt voor een hogere mate van geluidexpressie in vergelijkking met conventionele effecters die over het volledige freiuentiebereik werkden.
Digitaleuitgang
De digitale uitgangsansluitingen ondersteunen de bemonsteringsfrequencies 96 kHz/24-bit formaat en 48 kHz/24-bit formaat, waardoor het apparaat nog gemakkelijker kan worden gebruikt voor het makev van studiotracks of bij andere gelegheden waarbij een hoge geluidskwaliteit is vereist. (Alleen lineaire PCM worden ondersteund.)
MIDI OUT
Praktisch alle regelaar- en schakelaar informatatie van de DJM-700-S/DJM-700-K kan in MIDI signaalformaat worden uitgevoerd, zodat andere apparatuur die geschikt is voor MIDI-regeling via MIDI kan worden bediend.
Andere hoogtepunten
- Door dit apparaat met behulp van een bedieningssignaalkabel op een Pioneer CD-speler voor DJ-begruik aan te sluiten, kan het afspelen op de CD-speler gekoppeld worden aan de bediening van de fader ("faderstart-weergave").
- Ingebouwde "3-bands equalizer" met een niveauregeling over een bereik van +6 dB tot -26 dB bij elke bandbreedte.
- "Kruisfader-toewijzing" functie voor een flexible toewijzing van de kanaalingangen aan de kruisfader.
- "Talk over" functie voor het automatisch verlagen van het muziekvolumeijdens microloon-invoer.
-Fadercurve afstelling" functie voor het wijzigen van de kruisfader- en kanaalfadercurves.
AANSLUITINGEN
AANSLUITINGPANEL

1 POWER schakelaar
2 BOOTH monitor-uitgangsaansluitingen
RCA-type cabinemonitor-uitgangsaansluiting.
Het geluidsniveau van deze aansluitingen worden onafhankelijk geregeld door de BOOTH MONITOR LEVEL regelaar, ongeacht de stand van de MASTER LEVEL regelaar.
3 Opname-uitgangsaansluitingen (REC)
RCA-type uitgangsaansluitingen voor het make van opnamen.
4 PHONO ingangsaansluitingen
RCA-type phono-niveau (voor MM-element) ingangsansluitingen. Gebruik deze aansluitingen Niet voor het invoeren van lijnniveauausignalen.
5 LINE ingangsaansluitingen
RCA-type lijnniveau-ingangsaansluitingen.
Hierop kan een cassettedeck of ander apparaat met een lijniveauuitgangssignaal worden aangesloten.
6 CD ingangsaansluitingen
RCA-type lijnniveau-ingangsaansluitingen.
Hierop kan een DJ CD-speler of ander apparaat met een lijniveauuitgangssignaal worden aangesloten.
7 CONTROL aansluitingen
Ø3,5 mm mini-aansluiting. Deze kan verbonden worden met de bedieningssignaal-aansluiting van een Pioneer DJ CD-speler. Wanner deze aansluiting is verbonden, kan de fader van de DJM-700-S/DJM-700-K gezruikt worden voor het starten/stopper op de DJ CD-speler.
8 Twee microfoon-ingangsaansluitingen (MIC 2)
Hierop hunnen microfoons met klinkstekkers worden aangesloten.
9 Signalaarde-aansluitingen (SIGNAL GND)
Gebruik deze aansluiting om stoorgeluiden te verminderen wonneer een analoge platenspeler worden aangesloten.
10 MIDI OUT aansluiting
DIN-type uitgangsaansluiting.
Hierop kan een ander MIDI apparaat worden aangesloten (zie blz. 21).
11 DIGITAL OUT aansluiting
RCA-type digitale coaxiale uitgangsaansluiting. Digitale audiohoofduitgang.
12 Bemonsteringsfrequentie-keuzeschakelaar (fs 48 k/96 k)
Gebruik deze schakelaar om de bemonsteringsfrequentie van de digitale uitgang op 96 kHz/24-bit formaat of 48 kHz/24-bit formaat in te stellen.
- Schakel het apparaat uit voordat u deze schakelaar in een andere standzet.
13 RETURN aansluitingen
06,3 mm klinkstkerkertype ingangsaansluitingen.
Deze können verbonden worden met de uitgangsaansluitingen van externe effectors of andere gelijkwaardige apparaten.
Wanneer alleen het L-kanaal is aangesloten, za het ingangssignaal van het L-kanaal ook maar het R-kanaal worden gestuurd.
14 SEND uitgangsaansluitingen
06,3 mm klinkstkerkertype uitgangsaansluitingen.
Deze konnen verbonden worden met de ingangsaansluitingen van externe effectors of andere gelijkwaardige apparaten. Wannere alleen het L-kanaal is aangesloten, worden er een L + R monosignaaluitgevoerd.
15 Hoofduitgangsniveau-verzwakkingsschakelaar (MASTER ATT)
Gebruik deze schakelaar voor het verzwakken van de hoofduitgang 1 en 2 signalen. De verzwakking kan worden ingesteld op 0 dB, -3 dB of -6 dB.
16 MASTER 2 uitgangsaansluitingen
RCA-type ongebalanceerde uitgang.
17 MASTER 1uitgangsaansluitingen
XLR-type (mannetjes-stekker) gebalanceerde uitgang.
- Bij gebruik van een snoer met RCA-type stekkers moet u de stekkersrechtstreeks in de MASTER 2 aansluitingen steken zonder XLR/RCA verloopstekkers te gebruiken.
18 Netsnoer
Sluit het netsnoer op een normal stopcontact aan.
Schakel het apparaat algid uit en haal de stekker uit het stopcontact voordat u begint met het make of wijzigen van aansluitingen.
AANSLUITEN VAN APPARATUUR OP DE INGANGEN
Pioneer DJ CD-spelers
Verbind de audio-uitgangsaansluitingen van een DJ-type CD-speler met de CD ingangsaansluitingen (kanaal 1 of 2) of met de LINE ingangsaansluitingen (kanaal 1) van de DJM-700-S/ DJM-700-K.
Sluit het bedieningssignaalsnoer op de CONTROL aansluiting aan en zet de ingangskeuzeschakelaar op [CD] of [LINE].
Analogeplatenspelers
Sluit de audio-uitgangskabel van de analoge platenspeler aan op een van de kanaal 2 tot 4 PHONO ingangsaansluitingen. Zet de bijbehorende ingangskeuzeschakelaar van het kanaal op
[PHONO]. De PHONO ingangen van de DJM-700-S/DJM-700-K bijn geschikt voor MM-elementen.
Sluit de aardkabel van de analoge platenspeler op de
SIGNAL GND aansluiting van de DJM-700-S/DJM-700-K aan.
- Er is geen PHONO ingangsaansluiting voor kanaal 1.
Aansluiten van andere lijniveauuitgangsapparaten
Om een cassettedeck of normale CD-speler te gebruiken, verbindt u de audio-uitgangsaansluitingen van het betreffende apparaat met een van de 's LINE ingangsaansluitingen (kanaal 1, 3 of 4) of met de CD-ingangsaansluitingen (kanaal 1 of 2) van de DJM-700-S/DJM-700-K en danzet u de ingangskeuzeschakelaar op [LINE].

AANSLUITEN VAN EXTERNE EFFECTORS EN ANDERE APPARATUUR OP DE UITGANGEN
Hoofduitgang
Dit apparatus is voorzien van een gebalanceerde uitgang
MASTER 1 (geschickt voor XLR-stekkers) en een ongebalancererdeuitgang MASTER 2 (geschickt voor RCA-stekkers).
Gebruik de MASTER att schakelaar om het uitgangsniveau aant te passen aan de ingangsgevoeligheid van de gebruikte eindversterker.
Als de MONO/STEREO schakelaar van het bedieningspaneel op [MONO] staat, zal de hoofduitvoer een mono-combinatie van de L+R kanalen zijn.
Cabinemonitor-uitgang
Ongebalanceerde uitgang geschikt voor RCA-type stekker. Het geluidsvolume voor每次都 uitgang worden geregeld met de BOOTH
MONITOR LEVEL regelaar, onafhankelijk van de instelling van het hoofduitgangsnaveau.
Opname-uitgang
Dit zijn uitgangsaansluitingen voor het makeen van opnamen, geschikt voor RCA-stekkers.
Digitale uitgang
Dit is een coaxiale digitale uitgangsaansluiting, geschikt voor RCA-stekkers. De bemonsteringsfrequentie kan op 96 kHz/24-bit formaat of op 48 kHz/24-bit formaat worden ingesteld om deze aan te passen aan het aangesloten apparaat.
- Schakel het apparaat uit voordat u deze schakelaar in een andere standzet.
Externaleffector
Gebruik een kabel met 06,3 mm klinkstekkers om de SEND aansluitingen van het DJ-mengpaneel te verbinden met de ingangsaansluitingen van de effector.
Bij gebruik van een effector met een mono-ingang hoeft alleen de L-kanaal uitgang van het DJ-mengpaneel te worden aangesloten. In dit geval zal het gemengde L + R audiosignaal waar de effector worden gestuurd. Gebruikervolgens een kabel met 06,3 mm klinkstekkers om de RETURN aansluitingen van het DJmengpaneel te verbinden met de uitgangsaansluitingen van de effector.
Als de effector alleen een mono-uitgang heeft, dient deze op de L-kanaal ingang van het DJ-mengpaneel te worden aangesloten. Het signaal van de effector zal maar de L en R kanalen worden gestuurd.
Bij gebruik van een externe effector moet de effectkeuzeschakelaar op [SND/RTN] worden gezet.

Eindversterker (ingangsaansluitingen voor XLR-stekkers)
Externaleffector
Zie blz. 21 voor verdere informatie over de functie van de MIDI-aansluitingen.
AANSLUITEN VAN MICROFOONS EN HOOFDTELEFOONS
Microfoon
Op de MIC 1 aansluiting op het bedieningspaneel (boven) kan een microfoon met een XLR-type stekker worden aangesloten.
De MIC 2 aansluiting op het aansluitingenpaneel kan worden gebruikt voor het aansluiten van een microloon met een Ø6,3 mm klinkstekker.
- Bij gelebruik van een microfoonzet u de'sMIC schakelaar op het bedieningspaneel op [ON] of [TALK OVER] en stelt dan de LEVEL regelaar maar vereist in.
Wanneer er geen microfoon worden gebruikt, verdient het aanbeveling om de MIC schakelaar op [OFF] te zetten en de LEVEL regelaar hebemaaal maar links maar de [- ] kant te draaien.

Hoofdtelefoon
Op de PHONES aansluiting aan de bovenkant van het bedieningspaneel kan een hoofdtelefoon met een 06,3 mm stero klinkstekker worden aangesloten.

AANSLUITEN VAN HET NETSNOER
Sluit het netsnoer als LASTE aan.
- Nadat alle aansluitingen zich voltooid, steekt u de stekker van het netsnoer in een normala stopcontact.
BENAMING EN FUNC TIE VAN DE BEDIENINGSORGANEN
BEDIENINGSPANEEL

1 Microfoon 1 ingangsaansluiting (MIC 1)
Sluit hierop een microfoon aan met een XLR-type stekker.
2 Microfoon 1 niveauregelaar (MIC 1 LEVEL)
Voor het instellen van het volume van microfoon 1. (instelbereik - tot 0 dB)
3 Microfoon 2 niveauregelaar (MIC 2 LEVEL)
Voor het instellen van het volume van microfoon 2. (instelbereik - tot 0 dB)
4 Microfoon-hogetonenregelaar (HI)
Voor het instellen van de hoge frequencies (hoge tonen) van microfoon 1 en 2. (instelbereik -12 dB tot +12 dB)
5 Microfoon-lagetonenregelaar (LOW)
Voor het instellen van de basfrequencies (lage tonen) van microfoon 1 en 2. (instelbereik -12 dB tot +12 dB)
6 Microfoonfunctie-indicator
Licht op wanner de microfoonfunctie is ingeschakeld; knippert wanner de TALK OVER functie is ingeschakeld.
7 Microfoon-functiekeuzeschakelaar (MIC)
OFF:
Er worden geen microfoongeluid UITgevoerd.
ON:
Het microfoongeluid worden normalaal uitgevoerd.
TALK OVER:
Het microfoongeluid worden uitgevoerd; wanner er geluid waar de microfooningang worden gevoerd, za de TALK OVER functie in werkig treden en worden de uitvoer van alle geluid, behalve het geluid van de microloon, met 20 dB verzwakt.
- Wanner de TALK OVER functie Niet worden gebruikt, verdient het aanbeveling de schakelaar in de [OFF] of [ON] stand te zetten.
8 Kanaal 1 ingangskeuzeschakelaar
CD:
Voor het kiezen van de CD ingang (analoge lijnniveau-ingang).
LINE:
Voor het kiezen van de LINE ingangsaansluitingen.
9 Kanaal 2 ingangskeuzeschakelaar
CD:
Voor het kiezen van de CD ingang (analoge lijnniveau-ingang).
PHONO:
Voor het kiezen van de PHONO ingangsaansluitingen (analogeplatenspeler-ingang).
10 Kanaal 3 en 4 ingangskeuzeschakelaar
LINE:
Voor het kiezen van de LINE ingang (analoge lijniveau-ingang).
PHONO:
Voor het kiezen van de PHONO ingangsaansluitingen (analogeplatenspeler-ingang).
11 TRIM regelaar
Voor het instellen van het ingangsniveau van elk kanaal.
(instelbereik: - tot +9 dB, middenstand is ongeveer 0 dB)
12 Kanaal-hogetonenregelaar (HI)
Voor het instellen van de hoge frequencies (hoge tonen) van elk kanaal. (instelbereik: -26 dB tot +6 dB)
13 Kanaal-middentonenregelaar (MID)
Voor het instellen van de middenfrequencies (middentonen) van elk kanaal. (instelbereik: -26 dB tot +6 dB)
14 Kanaal-lagetonenregelaar (LOW)
Voor het instellen van de basfrequencies (lage tonen) van elk kanaal. (instelbereik: -26 dB tot +6 dB)
15 Kanaalniveau-indicators
Deze indicators tonen het huidige niveau voor elk kanaal, met een twee-seconden piekvasthoudfunctie.
16 HEADPHONES CUE toetsen/indicators
Gebruik deze toetsen om de bron te kiezen die u via de hoofdtelefoon wilt beluisteren: 1 tot 4, MASTER of EFFECTS. Als gegliktijdig meerere toetsen worden ingedrukt, zullen de gekozen geluidsbronnen gemengd worden. Druk nog een keer op de toets om de gekozen bron te annuleren. De nicht gekozen toetsen lichten donker op en de toetsen van de gekozen bronnen lichten helder op.
17 Faderstarttoets/indicator (FADER START CH-1, CH-2)
Voor gebruik van de faderstart/terug-naar-cue functie voor het kanaal waarop een DJ CD-speler is aangesloten. De toetslicht op wonneer deze is ingeschakeld. Als de functie geactiveerd is, zal de werkking verschillen afhankelijk van de instelling van de CROSS FADER ASSIGN schakelaar.
- Wanner de CROSS FADER ASSIGN schakelaar is ingesteld op [A] of [B], is de werkung van de faderstarttoets gekoppeld aan de werkung van de kruisfader (en nicht gekoppeld aan de kanaalfader).
- Wanner de CROSS FADER ASSIGN schakelaar is ingesteld op [THRU], is de werkung van de faderstarttoets gekoppeld aan de werkung van de kanaalfader (en nicht gekoppeld aan de kruisfader).
18 Kanaalfader-schuifregelaar
Voor het instellen van het geluidsvolume van elk kanaal. (instelbereik: - tot 0 dB)
De uitvoer gebeurt overeenkomstig de kanaalfadercurve die met de CH FADER curveschakelaar is ingesteld.
19 CROSS FADER ASSIGN schakelaar
Deze schakelaar wijst de uitvoer van elk kanaal toe aan de rechter-of linkerkant van de kruisfader (als er meertere kanalen aan bezelfde kant zich toen togewezen, za het resultaat het gecombineerde totaal van die kanalen zich).
A:
Het gekozen kanaal worden toegewezen aan de A (linker) Kant van de kruisfader.
THRU:
De uitvoer van de kanaalfader wordenaar de hoofduitvoer gestuurd, zonder dat deze via de kruisfader loopt.
B:
Het gekozen kanaal worden toegewezen aan de B (rechte) kant van de kruisfader.
20 Kanaalfader-curveschakelaar (CH FADER)
Gebruik deze schakelaar om een van de twee typen kanaalfadercurven te kiezen. Deze instelling worden op de kanalen 1 t/m 4 toegepast.
- Bij de linker instelling zal er een snug stijgende curve zichnaarmate de kanaalfaderhaar verre positie bereikt.
- Bij de rechtzer instelling is er een gewelijkmatige en neutrale stijging van de curve gedurende de verschuiving van de kanaalfader.
21 Kruisfader-curveschakelaar (CROSS FADER)
Gebruik deze schakelaar om een van de drie typen kruisfadercurven te kiezen.
- Bij de linker instelling zal er een snel stijgende signaalcurve zichn. (Zodra de kruisfader-schuifregelaar de [A] kant verlaat, zal het [B] geluid weergegeven worden.)
- Bij de rechtter instelling is er een gelijkmatige en neutrale stijging van de curve gedurende de verschuving van de kruisfader.
- Bij de middelste instelling zal er een curve zichn die:tussen de hierboven twee beschreiben curven in ligt.
22 Kruisfader-schuifregelaar
Het geluid toegewezen aan de [A] en [B] kant worden UITgevoerd overeenkomstig de instelling van de CROSS FADER ASSIGN schakelaar en de instelling voor de kruisfadercurve die gekozen is met de CROSS FADER curveschakelaar.
23 Hoofduitvoer-niveauregelaar (MASTER LEVEL)
Gebruik deze regelaar om het hoofduitvoerniveau in te stellen. (instelbereik: - tot 0 dB)
De hoofduitvoer is het totaal van het geluid van de kanalen die met de CROSS FADER ASSIGN schakelaar op [THRU] zijn ingesteld, het signalaal dat via de kruisfader loopt en de signalen van microfoon 1 en microfoon 2 (als de effectkeuzeschakelaar op [SND/RTN] staat, zal ook de RETURN invoer worden toegevoegd).
24 Hoofdniveau-indicators (MASTER L, R)
Deze segmentindicators gegen het uitgangsiveau van de L- en Rkanalen aan. De indicators hebben een twee-seconden piekvasthoudfunctie.
25 Hoofdbalansregelaar (BALANCE)
Voor het instellen van de L/R kanaalbalans van de hoofduitgang, cabinemonitor-uitgang, opname-uitgang en digitale uitgang.
26 MONO/STEREO keuzeschakelaar voor de hoofduitvoer
Als deze schakelaar in de [MONO] stand worden gezet, zullen de hoofduitvoer, cabinemonitor-uitvoer, opname-uitvoer en digitaleuitvoer alle in L + R worden weergegeben.
27 BOOTH MONITOR LEVEL afstelregelaar
Gebruik deze regelaar om het volume van de cabinemonitoruitgang in te stellen.
Het volume kan onafhankelijk van het hoofduitgangsvolume worden ingesteld. (instelbereik: - tot 0 dB)
28 Hoofdtelefoon-uitgangsschakelaar (MONO SPLIT/STEREO) MONO SPLIT:
Wanner de HEADPHONES CUE (1, 2, 3, 4 of EFFECTS) toets is gekozen, worden het gekozen geluid via het L-kanaal weergegeven.
Wanner de HEADPHONES CUE (MASTER) toets is gekozen, worden het hoofdgeluid via het R-kanaal weergegeven.
STEREO:
De geluidsbron die gekozen is met de HEADPHONES CUE toets worden in stereo uitgevoerd.
29 Hoofdtelefoon-mengregelaar (MIXING)
Als de regelaar maar rechts (in de richting van [MASTER]) worden gedraaid, za het hoofdgeluid via de hoofdtelefoon worden weergegeven (alleen wanneer [MASTER] gekozen is met de HEADPHONES CUE toets); als de regelaar maar links (in de richting van [CUE] worden gedraaid), za het geluid van de hoofdtelefoon een menging zichn van het geluid van de effectmonitor en het kanaal dat gekozen is met de HEADPHONES CUE toets.
In het middenstand wordt het geluid van [MASTER] en [CUE] weergegeven.
30 Hoofdtelefon-niveauregelaar (LEVEL)
Voor het instellen van het uitgangsnaven de hoofdtelefoonaansluiting. (instelbereik: - tot 0 dB)
31 Hoofdelefoonaansluiting (PHONES)
Hierop kan een hoofdtelefoon met een klinkstekker worden aangesloten.
32 Beat-keuzetoetsen ( BEAT
(Beat verhogen):Voor het verdubbelen van de berekende BPM.
(Beat verlagen):Voor het halveren van de berekende BPM. (blz. 18)
- Sommige effecten können op "3/4" worden ingesteld.
Bij sommige effecten worden deze gebruikt voor andere functies dan het instellen van de beat.
33 MIDI ON/OFF toets
Voor het in/uitschakelen (ON/OFF) van de MIDI uitgangsfunctie (exclusief de timingklok). Bij het inschakelen van het apparaat komt deze functie op OFF te staan.
34 MIDI start/stoptoets (MIDI START/STOP)
Voor het uitvoeren van het START/STOP signaloor de MIDI bedieningsfunctie (zie blz. 21).
Wanner deze toets geactiveerd wordt, zal het [MIDI START
(STOP)] bericht gedurende 2 seconden op het display verschijnen.
MIDI SNAP SHOT:
Als de MIDI START/STOP toets ingedrukt worden gehonden, zal er een momentopnameaar het externe MIDI apparaat worden gestuurd.
35 BPM meetmethodetoets (AUTO)
Voor het omschakelen:tussen de AUTO en TAP instelling voor de BPM meetmethode. Wanner de [AUTO] indicator op het display oplicht, zal de BPM automatisch worden gemeten.
36 TAP toets
De BPM worden berekend op basis van de intervallen waarop de TAP toets worden ingedrukt. Als in de AUTO stand op de TAP toets worden gedrukt, za de meetmethode automatisch overschakelen maar de TAP meetmethode (handmatige invoor).
37 MANUAL/EFFECT frequenietfiltertoets.
Gebruik.Deze toets om tussen het handmatige filter en het effectfrequenciefilter om te schakelen.
Bij het inschakenen van het apparaat worden het effectfrequentiefilter ingesteld en Licht de indicator van de toets op. Wanner het handmatige filter wordt gekozen, dooft de indicator van de toets.
38 Instelregelaar voor handmatig filter (FREQUENCY)
Gebruik deze regelaar om de afsnijfrequentie van het gekozen filter in te stellen.
39 Effectkeuzeschakelaar (DELAY, ECHO, TRANS, FILTER, FLANGER, PHASER, REVERB, ROBOT (ROBOT VOCODER), CRUSH, ROLL, REVERSE (REVERSE ROLL), UP (UP ROLL), DOWN (DOWN ROLL), SND/RTN (SEND/RETURN))
Gebruik deze schakelaar om het gewenste effect te kiezen (blz. 16).
Wanner een externe effector op de SEND en RETURN
aansluitingen is aangesloten, zet u de schakelaar op [SND/RTN].
40 Effectkanaal-keuzeschakelaar (1, 2, 3, 4, MIC, CF.A, CF.B, MASTER)
Gebruik deze schakelaar om het kanaal te kiezen waarop de effecten worden toegepast (blz. 18). Wanner [MIC] worden gekozen, zullen de effecten op microfoon 1 en microfoon 2 worden toegepast.
41 Effectparameter 1 regelaar [TIME (PARAMETER 1)]
Voor het instellen van deijdparameter voor het gekozen effect (blz. 18, 20) (Bij sommige effecten worden deze regelaar voor andere instellungen dan deijdparameters gezruikt.)
- Als de TIME regelaar worden rondgedraaid verwijl de TAP toets ingedrukt worden gehonden, kan handmatig een directe BPM worden ingesteld.
- Als de TIME regelaar worden rondgedraaid verwijl de TAP toets en de AUTO/TAP toets ingedrukt worden gehouden, kan de BPM in eenheden van 0,1 worden ingesteld.
42 Effectparameter 2 regelaar [LEVEL/DEPTH (PARAMETER 2)]
Voor het instellen van de kwantitatieve parameters voor het gekozen effect (blz. 18, 20).
Voor het in/uitschakelen van het gekozen effect (blz. 18). Bij het inschakelen van het apparaat komen de effecten op OFF te staan. Wanner de effecten op OFF staan,licht de indicator van de toets op. Als de effecten geactiveerd worden (ON),begint de toets te knipperen.
44 Display
Zie het volgende gedeelte voor verdere informatie.

DISPLAY
1 Effectdisplay-gedeelte
Het tekstdisplay (zeven tekens) toont de naam van het effect zoals hieronder is aangegeven. Wanner een van de
bedieningshandelingen worden uitgevoerd die is aangegeven in de tabel, zullen de bijbehorende tekens twee seconden getoond worden, waarna het display wee de oorspronkelijke effectnaam aangeeft.
| Bedieningshandeling | Display |
| Bij MIDI start | START |
| Bij MIDI stop | STOP |
| MIDI snapshot | SNAP |
| Wanner de MIDI uitgangsfunctie is ingeschakeld | MIDI On |
| Wanner de MIDI uitgangsfunctie is uitgeschakeld | MIDIOff |
2 Kanaalkeuzedisplay-gedeelte
De instelling die gekozen is met de effectkanaal-keuzeschakelaarlicht op.
3 Parameterdisplay-gedeelte
AUTO/TAP:
[AUTO]licht op wanner de BPM meetmethode op AUTO is ingesteld en [TAP]licht op wanner de BPM meetmethode op handmatig (TAP) is ingesteld.
In de AUTO stand worden de automatisch gedetecteerde BPM waarde aangegeven. Als de BPM telling Niet automatisch gedetecteerd kan worden, knippert de voorheen gedetecteerde waarde op het display. In de handmatige (TAP) stand worden de BPM waarde aangegeven die is opgegeven via TAP invoer enz.
BPM:
Brandt voortdurend.
MIDI:
Geeft de ON/OFF status van de MIDI uitgangsfunctie aan.
- Licht op wanner de MIDI uitgangsfunctie op ON staat.
- Licht niet op wanner de MIDIuitgangsfunctie op OFF staat.
Parameter 1 display (5 cijfers):
Dit display toont de parameters die voor elk effect van toepassing zichn. Wanner de beat-keuzetoetsen (BEAT , ) worden ingedrukt, zal de bijbehorende meervoudige beat-verandering voor twee seconden worden getoond. Als de beat-keuzetoetsen (BEAT
, ) gekrukt worden voor het opgeven van een waarde die buiten het parameterbereik valt, za het huidige nummer knipperen maar Niet veranderen.
Eenheid-display (%/ms):
Licht op overeenkomstig de eenheid die voor elk effect worden gebruikt.
BENAMING EN FUNCIE VAN DE BEDIERINGSORGANEN
4 Beatdisplay-gedeelte
Dit display toont de plaats van parameter 1 ten opzichte van BPM (1/1 beat). De onderste rijlicht voortdurend op. Wanner de plaats van parameter 1 een bepaalde drempelwaarde bereikt, za de bijbehorende indicator oplichten. Wanner parameter 1:tussen de
drempelwaarden in ligt, zal de indicator knipperen. Alhoewel het display zeven feitelijke indicators bevat,{kunnen de twee uiteinden ook als indicators beschouwd worden, wat betekent dat er negen posities gestipuleerd+konnen worden. Wanner de waarden bij de uiteinden zich, zullen er geen indicators oplichten.
| Effectkeuze-schakelaar | 1 Effectdisplay | 3 Parameterdisplay | 4 Beatdisplay | |||||||||||
| Effectnaam | Minimum -waarde | Maximum -waarde | Standaard -waarde | Eenheid | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | |
| DELAY | DELAY | 1 | 4 000 | 500 | ms | 1/8 | 1/4 | 1/2 | 3/4 | 1/1 | 2/1 | 4/1 | 8/1 | 16/1 |
| ECHO | ECHO | 1 | 4 000 | 500 | ms | 1/8 | 1/4 | 1/2 | 3/4 | 1/1 | 2/1 | 4/1 | 8/1 | 16/1 |
| TRANS | TRANS | 10 | 16 000 | 500 | ms | 1/16 | 1/8 | 1/4 | 1/2 | 1/1 | 2/1 | 4/1 | 8/1 | 16/1 |
| FILTER | FILTER | 10 | 32 000 | 2 000 | ms | 1/4 | 1/2 | 1/1 | 2/1 | 4/1 | 8/1 | 16/1 | 32/1 | 64/1 |
| FLANGER | FLANGER | 10 | 32 000 | 2 000 | ms | 1/4 | 1/2 | 1/1 | 2/1 | 4/1 | 8/1 | 16/1 | 32/1 | 64/1 |
| PHASER | PHASER | 10 | 32 000 | 2 000 | ms | 1/4 | 1/2 | 1/1 | 2/1 | 4/1 | 8/1 | 16/1 | 32/1 | 64/1 |
| REVERB | REVERB | 1 | 100 | 50 | % | 10 | 20 | 30 | 40 | 50 | 60 | 70 | 80 | 90 |
| ROBOT | ROBOT | -100 | 100 | 0 | % | — | -100 | -66 | -50 | 0 | 26 | 50 | 100 | — |
| CRUSH | CRUSH | 10 | 32 000 | 2 000 | ms | 1/4 | 1/2 | 1/1 | 2/1 | 4/1 | 8/1 | 16/1 | 32/1 | 64/1 |
| ROLL | ROLL | 10 | 4 000 | 500 | ms | 1/16 | 1/8 | 1/4 | 1/2 | 1/1 | 2/1 | 4/1 | 8/1 | 16/1 |
| REV ROLL | REVROLL | 10 | 4 000 | 500 | ms | 1/16 | 1/8 | 1/4 | 1/2 | 1/1 | 2/1 | 4/1 | 8/1 | 16/1 |
| UP ROLL | UP ROLL | 10 | 4 000 | 500 | ms | 1/16 | 1/8 | 1/4 | 1/2 | 1/1 | 2/1 | 4/1 | 8/1 | 16/1 |
| DOWN ROLL | DOWNROLL | 10 | 4 000 | 500 | ms | 1/16 | 1/8 | 1/4 | 1/2 | 1/1 | 2/1 | 4/1 | 8/1 | 16/1 |
| SND/RTN | SND/RTN | |||||||||||||
De grijze onderdelen ___ worden Niet getoond.
BEDIENING VAN HET MENGPANEL

BASISBEDIENING
1 Zet de POWER schakelaar op het achterpaneel op ON.
2 Stel de ingangskeuzeschakelaar voor het gewenste kanaal in om de aangesloten apparatuur te kiezen
3 Gebruik de TRIM regelaar om het ingangsniveau in te stellen.
4 Gebruik de kanaaltoonregelaars (HI, MID, LOW) om de klank in te stellen.
5 Gebruik de kanaalfader-schuifregelaar om het geluidsvolume van het gekozen kanaal in te stellen.
6 Om de kruisfader op het gekozen kanaal te gebruiken, zet u de CROSS FADER ASSIGN schakelaar op kruisfaderkanaal A of kanaal B en bedient dan de kruisfader-schuifregelaar.
- Wonneer u de kruisfader nicht gebruikt, zet u de CROSS FADER ASSIGN schakelaar op [THRU]
7 Gebruik de MASTER LEVEL regelaar om het totale geluidsvolume in te stellen.
8 Gebruik de BALANCE regelaar om de geluidsbalansussen hetrechtener linker kanaal in te stellen.

Als de MONO/STEREO schakelaar op [MONO] staat, za de hoofduitvoer een mono-combinatie van de L+R kanalen zijn.
[Microfoon-invoer]
1 Om een microfoon te gebruiken, zet u de MIC schakelaar op [ON] of [TALK OVER].
- Als de schakelaar op [TALK OVER] worden gezet, za telkens wannesen een geluid vaneer dan -15 dB bij de microfoon-ingang worden gedetecteerd, die uitvoer van alle geluidsbronnen, met uitzondering van het geluid van de microfoon, met 20 dB verzwakt worden.
2 Gebruik de MIC 1 LEVEL regelaar om het geluidsvolume van MIC 1 in te stellen en gebruik de MIC 2 LEVEL regelaar om het geluidsvolume van MIC 2 in te stellen.
3 Gebruik de microfoontoonregelaars (HI, LOW) om de klank van het microfoongeluid in te stellen.
- De microfoontoonregelaars werken gelijktijdig voor microfoon 1 en 2.
[Cabinemonitor-uitvoer]
1 Gebruik de BOOTH MONITOR LEVEL regelaar om het geluidsvolume in te stellen.
- De BOOTH MONITOR LEVEL regelaar kan gelebruikt worden om het geluidsvolume onafhankelijk van de MASTER LEVEL regelaar in te stellen.
[Hoofdtelefoon-uitvoer]
1 Gebruik de HEADPHONES CUE toetsen (kanalen 1 tot 4, MASTER, EFFECTS) om de bron te kiezen.
- De gekozen HEADPHONES CUE toets Licht holder op.
2 Stel de hoofdtelefoonschakelaar (MONO SPLIT/STEREO) in.
- Wanner de HEADPHONES CUE (1, 2, 3, 4 of EFFECTS) toets is gekozen, worden het gekozen geluid via het L-kanaal weergegeven. Wanner de HEADPHONES CUE (MASTER) toets is gekozen, worden het hoofdgeluid via het R-kanaal weergegeven.
- Als de schakelaar in de [STEREO] stand worden gezet, zal het geluid dat gekozen is met de HEADPHONES CUE toets in stereo worden uitgevoerd.
3 Als [MONO SPLIT] is gekozen, gebruik dan de MIXING regelaar om de balans:tussen het geluid van het linker kanaal (het geluid gekozen met de HEADPHONES CUE toets) en het rechter kanaal (hoofdgeluid - alleen wanner de HEADPHONES CUE toets voor de [MASTER] op ON staat) in te stellen.
- Als de MIXING regelaar maar rechts worden gedraaid (aar [MASTER]), neemt het hoofdgeluid toe (alleen wanneer de HEADPHONES CUE toets voor de [MASTER] op ON staat); wanneer de regelaar maar links worden gedraaid (aar [CUE]) worden het geluid dat gekozen is met de HEADPHONES CUE toets uitgevoerd.
4 Gebruik de LEVEL regelaar om het geluidsvolume van de hoofdtelefoon in te stellen.
[Kiezen van de fadercurve]
Kies de geluidsvolumecurve die overeenkomt met de bediening van de fader.
Gebruik de CH FADER schakelaar om de gewenste kanaalfadercurve te kiezen.
- Bij de linker instelling zal er een snugende curve zijn naarmate de kanaalfader haar verre positie bereikt.
- Bij de rechter instelling is er een gelijkmatige en neutrale stilging van de curve gedurende de verschuiving van de kanaalfader.
- Deze instelling geldt voor de kanalen 1 tot 4.
Gebruik de CROSS FADER curveschakelaar om de gewenste kruisfadercurve tekiezen.
- Bij de linker instelling zal er een snel stijgende signaalcurve zichn. (Zodra de kruisfader-schuifregelaar de [A] kant verlaat, zal het [B] geluid weergegeven worden.)
- Bij de rechter instelling is er een gelijkmatige en neutrale stijging van de curve gedurende de verschuiving van de kruisfader.
- Bij de middelste instelling zal er een curve zichn die:tussen de hierboven twee beschreiben curven in ligt.
- Deze instelling levert gelijke curve-effecten voor de kanten A en B.
FADERSTARTFUNCTIE
Wanner u dit apparaat door middel van een los verkrijgbare bedieningssignalkabel op een Pioneer DJ CD-speler aansluit, kurz u de kanaalfader en de kruisfader gebruiken voor het beginnen met afspelen van een CD.
Als de kanaalfader- of kruisfader-schuifregelaar van het mengpaneel worden verschoven, worden de CD-speler uit de pauzestand gehaald en za automatisch - en onmiddelijk - gestart worden met de weergave van de gekozen track. Wanner de faderschuifregelaar in de oorspronkelijke stand worden teruggezet, za de CD-speler terugkeren maar het cue-punt (terug-naar-cue), zodat "sampler" weergave möglichk is.
Kruisfader-start weergave en terug-naar-cue weergave
Als de CD-speler die aan kanaal A van de kruisfader is toegewezen bij het cue-punt in de paraatstand staat, kutu de kruisfaderschuifigregelaar vanaf de rechterkant (B kanl) maar de linkerkant (A kanl) verschuiven voor het automatisch starten met afspelen van de kanaal A CD-speler.
Wanner de kruisfader-schuifregelaar de linkerkant (A Kant) bereikt, za de CD-speler die is toegewezen aan kanaal B terugkeren maar het cue-punt (terug-naar-cue functie). Wanner de CD-speler die aan kanaal B is toegewezen bij het cue-punt in de paraatstand staat, kutn u de kruisfader-schuifregelaar vanaf de linkerkant (A Kant) maar de rechterkant (B Kant) verschuiven voor het automatisch starten met afspeelen van de kanaal B CD-speler. Wanner de kruisfader-schuifregelaar de rechterkant (B Kant) bereikt, za de CD-speler die is toegewezen aan kanaal A terugkeren maar het cue-punt (terug-naar-cue functie).
- De terug-naar-cue actie worden ook uitgevoerd als de ingangskeuzeschakelaar Niet op [CD] of [LINE] staat.
[Gebruik van de kanaalfader om te starten met afspelen]
![PIONEER DJM-700-S - [Gebruik van de kanaalfader om te starten met afspelen] - 1](/content/2024/12/118750/images/2b6050e748e7513638446b16d1b02c04fed5e6b44492956ae9a110ec252fe256.jpg)
1 Druk op de FADER START toets van het kanaal (1, 2) dat is aangesloten op de CD-speler die u wilt bedieren.
- De toets van het gekozen kanaallicht op.
2 Zet de kanaalfader-schuifregelaar op "0".
3 Stel een cue-punt op de CD-speler in en zet de speler bij het cue-punt in de paraatstand.
- Als er reeds een cue-punt is ingesteld, hoeft de CD-speler Niet bij het cue-punt in de paraatstand te worden gezet.
4 Wanner u wilt beginnen met afspelen, verschuift u de kanaalfader-schuifregelaar.
- De CD-speler begint met afspelen.
-
Nadat het afspelen is begonnen,(Int schuiven om de CD-speler te Iaten terugkeren hier het cue-punt enaar in de paraatstand te zetter (terug-naar-cue).
-
Deze functie van de kanaalfader werkkt alleen wanner de CROSS FADER ASSIGN schakelaar op [THRU] staat.
[Gebruik van de kruisfader om te starten met afspelen]
![PIONEER DJM-700-S - [Gebruik van de kruisfader om te starten met afspelen] - 1](/content/2024/12/118750/images/f9e566000bdc44f117961af280a40726409e3feeccc953021e4936bc02a740f7.jpg)
35
1 Druk op de FADER START toets van het kanaal (1, 2) dat is aangesloten op de CD-speler die u wilt bedieren.
- De toets van het gekozen kanaallicht op.
2 Zet de CROSS FADER ASSIGN schakelaar van het gekozen kanaal op [A] of [B].
-
Kies [A] voor toewijzing aan kanaal A (linkerkant) van de kruisfader.
-
Kies [B] voor toewijzing aan kanaal B (rechterkant) van de kruisfader.
3 Schuif de kruisfader-schuifregelaar zo ver möglichk maar de tegenovergestelde kant van de CD-speler die u wilt lately starten.
4 Stel een cue-punt op de CD-speler in en zet de speler bij het cue-punt in de paraatstand.
- Als er reeds een cue-punt is ingesteld, hoeft de CD-speler Niet bij het cue-punt in de paraatstand te worden gezet.
5 Wanneru wilt beginnen met afspelen, verschuift u de kruisfader-schuifregelaar.
-
De CD-speler begint met afspelen.
-
Nadat het afspelen is begonnen,(Int. u de kruisfader-schuifregelaar helemaal terugschuiven aan de tegenovergestelde latent om de CD-speler die aan die kant is toegewezen te latenter terugkeren aan het cue-punt en waar in de paraatstand te zetten (terug-naar-cue).
EFFECTFUNCTIES
Dit apparaat kan in totaal 15 basis beat-effecten produceren (inclusief SND/RTN) via beat-effecten die gekoppeld zijn aan de BPM en handmatige filters of effectfrequentiefilters gekoppeld aan de FREQUENCY regelaar. Bovendien kan via het afstellen van de parameters voor de effecten een nog groter Scala aan effecten geproducedervorden.
Een große varieteit aan beat-effecten worden gecreered door de tijdelijke parameter via de TIME regelaar (Parameter 1) afte stellen en de kwantitatieve parameter via de LEVEL/DEPTH regelaar (Parameter 2).
Een laagdoorlaat-filtereffect of hoogdoorlaat-filtereffect kan gecreeerd worden met het handmatige filter of het effectfrequentiefilter afhankelijk van de positie van de
FREQUENCY regelaar. Tevens kan door het combineren van beateffecten met het handmatige filter of effectfrequentiefilter een breed德拉 aan efecten gecreerd worden.
TYPEN BEAT-EFFECTEN
1 DELAY (enkelvoudig herhalingsgeluid)
Met deze functie=kunt u een vertraagd geluid met een beat van 1/8, 1/4, 1/2, 3/4, 1/1, 2/1, 4/1, 8/1 of 16/1 snel en gemakkelijk toevoegen. Wanner bijvoorbeeld een 1/2 beat vertragingsgeluid worden toegevoegd, zullen vier beats acheet beats worden. Ook za door toevoeging van een 3/4 beat vertragingsgeluid het ritme gesyncopeerd worden.

2 ECHO (meervoudig herhalingsgeluid)
Met deze functie(Int) Aunt u een echogeluid met een beat van 1/8, 1/4, 1/2, 3/4, 1/1, 2/1, 4/1, 8/1 of 16/1 snel en gemakkelijk toevoegen.
Wanner bijvoorbeeld een echogeluid van 1/1 beat gebruikt worden om het ingangsgeluid af te snijden, zal er een geluid synchroon met de beat samen met de fade-out herhaald worden.
Door een echo van 1/1 beat aan de microfoon toe te voegen, za het microfoongeluid synchroon met de muziekbeat herhaald worden.
Als een echo van 1/1 beat op het vocale gedeelte van een track worden toegepast, krijgt het liedje een effect dat op een "kringloop" lijkt.

In eenheden van 1/16, 1/8, 1/4, 1/2, 1/1, 2/1, 4/1, 8/1 of 16/1 beat wordt het geluid automatisch afgesneden, synchronon met het ritme.

Voorbeeld
4 FILTER
In eenheden van 1/4, 1/2, 1/1, 2/1, 4/1, 8/1, 16/1, 32/1 of 64/1 beat worden de filterfrequentie verschoven, waardoor de geluidskleuring aanzienlijk worden veranderd.

Voorbeeld
5 FLANGER
In eenheden van 1/4, 1/2, 1/1, 2/1, 4/1, 8/1, 16/1, 32/1 of 64/1 beat worden snel en gemakkelijk 1 cyclus van het flanger-effect geprodueerd.

Voorbeeld
6 PHASER
In eenheden van 1/4, 1/2, 1/1, 2/1, 4/1, 8/1, 16/1, 32/1 of 64/1 beat worden snel en gemakkelijk 1 cyclus van het phaser-effect geprodueerd.

Voorbeeld
7 REVERB
Produceert een nagalmeffect.
8 ROBOT
Creerteen geluidseffect dat lijkt op het geluid dat weergegeven wordt door een robot. Wanner ROBOT op het microfoongeluid wordt toegepast, za er een stemveranderingseffect geproducedr worden.
9 CRUSH
Met deze functie=kunt u snel een cyclisch veranderend "verbrijzelingsgeluid" creeren met een beat van 1/4, 1/2, 1/1, 2/1, 4/1, 8/1, 16/1, 32/1 of 64/1.

Voorbeeld
Neemt geluiden op met een beat van 1/16, 1/8, 1/4, 1/2, 1/1, 2/1, 4/1, 8/1, 16/1 en geeft ze herhaaldelijk waar.

Voorbeeld
11 REVERSE ROLL
Neemt geluiden op met een beat van 1/16, 1/8, 1/4, 1/2, 1/1, 2/1, 4/1, 8/1, 16/1 en geeft ze herhaaldelijk in omgekeerde volgorde wee.

Voorbeeld
12 UP ROLL
Neemt geluiden op met een beat van 1/16, 1/8, 1/4, 1/2, 1/1, 2/1, 4/1, 8/1, 16/1 en geeft ze herhaaldelijk waar verwijl continu de toonhoogte/toonnaard worden verhoogd.

Voorbeeld
13 DOWN ROLL
Neemt geluiden op met een beat van 1/16, 1/8, 1/4, 1/2, 1/1, 2/1, 4/1, 8/1, 16/1 en geeft ze herhaaldelijk waar terwijl continu de toonhoogte/toonnaard worden verlaagd.

Voorbeeld
14 SEND/RETURN
Door een sampler of effector aan te sluiten kan een groe variëteit aan andere effecten wordenGPCREERd.
BEAT-EFFECTEN PRODUCEREN

Met de beat-effecten+kunnen de effecttijden onmiddelijk gesynchroniseerd worden met de BPM (beats per minuut), waardoor zichsijdens live-uitvoeringen een grootscala aan effecten kan worden geproduced, synchroon met het huidigeritme.
1 Stel de BPM meetmethode in op AUTO om de BPM (beats per minut) te meten.
De BPM van het muziekingangssignaal worden automatisch gedetecteerd. Bij het inschakelen van het apparaat komt de functie in de [AUTO] stand te staan.
- Als de BPM van een track nicht automatisch gedetecteerd kan worden, zal de BPM teller van het display knipperen.
- Meetbereik: BPM = 70 tot 180.
Het is möglichDat bij sommige tracks geen nauwkeurige meting kan worden uitgevoerd.
In dit geval drukt u op de TAP toets en voert u de beat handmatig in.
[Gebruik van de TAP toets voor het handmatig invoeren van de BPM]
Als tweemaal of vaker op de TAP toets worden gedrukt, synchroon met de beat (1/4 noten), zal de BPM worden opgenomen als de gemiddelde waarde die gedurende dat interval is vastgesteld.
- Wonneer de BPM functie is ingesteld op [AUTO], zal bij tikken op de TAP toets de BPM functie overschakelen maar de TAP stand en worden het interval gemeten waarop de TAP toets worden ingedrukt.
- Als de BPM via de TAP toets worden ingesteld, worden het beatveelvoud "1/1" (of "4/1", afhankelijk van het gekozen effect) en deijd voor 1 beat (1/4 noten) of 4 beats worden de effecttijd ingesteld.
- Als de TIME regelaar worden rondgedraaid verwijl de TAP toets ingedrukt worden gehonden, kan handmatig een directe BPM worden ingesteld. Als de TIME regelaar worden rondgedraaid verwijl de TAP toets en de AUTO toets ingedrukt worden gehonden, kan de BPM in eenheden van 0,1 worden ingesteld.
2 Zet de effectkeuzeschakelaar op het gewenste effect.
- Op het display worden de naam van het gekozen effect aangegeven.
- Zie blz. 16 tot 17 voor verdere informatie over de diverse effecten.
3 Zet de effectkanaal-keuzeschakelaar op het kanaal waarop u het effect wilt toepassen.
- Het gekozen kanaal Licht op het kanaalnaamgebied van het display op.
- Als [MIC] worden gekozen, zal het effect op microloon 1 en microloon 2 worden toenegtast.
4 Druk op de BEAT toets («, ») om het beat-veelvoud te kiezen waarmee het effect gesynchroniseerd moet worden.
- Als worden ingedrukt za de beat-telling die berekend is op basis van de BPM verdubbeld worden en als worden ingedrukt za de beat-telling die berekend is op basis van de BPM gehalteerd worden (bij sommige effecten is ook de "3/4" instelling möglichk).
- Het veelvoud van de gekozen beat (parameter 1 positie) worden in zeven gedeelten op het display aangegeven (zie blz. 12).
- De effecttijd die correspondeert met het beat-veelvoud worden automatisch ingesteld.
Voorbeeld: Bij BPM = 120
1 / 1 = 500ms
1 / 2 = 250ms
2/1 = 1.000 ms
5 Zet de ON/OFF toets op ON om het effect in te schakelen.
- Telkens wanner op de toets worden gedrukt, zal het effect omschakelen:tussen ON/OFF (bij het inschakelen van het apparatusaat komt de functie op OFF te staan).
- De ON/OFF toets knippert wanneer het effect op ON staat.
Parameter 1
Gebruik de TIME (PARAMETER 1) regelaar om de tijdelijke parameter (tijd) voor het gekozen effect in te stellen. (Bij sommige effecten worden deze regelaar voor andere instelleningen dan de tijdparameters gezruikt.)
Zie blz. 20 voor verdere informatiek over de invloed die het ronddraaien van de TIME (PARAMETER 1) regelaar heeft op parameter 1.
Parameter 2
Gebruik de LEVEL/DEPTH (PARAMETER 2) regelaar om de kwantitatieve parameter (tijd) voor het gekozen effect in te stellen. Zie blz. 20 voor verdere informatie over de invloed die het ronddraaien van de LEVEL/DEPTH (PARAMETER 2) regelaar heeft op parameter 2.
GEBRUK VAN HET HANDMATIG FILTER
1 HANDMATIG FILTER
De filterfrequentie worden verschoven, met een sterke verandering in de toon tot gevolg.
Draai de regelaar maar rechts voor hoogdoorlaatfilter-effecten enaar links voor laagdoorlaatfilter-effecten.

Laagdoorlaatfilter
Frequentie


Hoogdoorlaatfilter
Frequentie

De handmatige effector is gekoppeld aan de FREQUENCY regelaar. Het uitgangsgeluid van de handmatige effector worden het ingangsgeluid voor het beat-effect.
- Wanner het beat-effect type op ROLL, REVERSE ROLL, UP ROLL of DOWN ROLL worden ingesteld, worden het uitgangsgeluid van het beat-effect het ingangsgeluid voor de handmatige effector.
1 Druk op de FILTER toets zodaye deutsche begint te knipperen.
- Controller of de FILTER toets continu knippert.
- Wanneer de toets blijdt branden, drukt u erop zodat de toets gaat knipperen. Bij enkele malen indrukken van de toets worden er beurtelings omgeschakeld:tussen knipperen en continu oplichten.
- Bij het inschakelen van het apparaatlicht de toets continu op.
2 Gebruik de effectkanaal-keuzeschakelaar om het kanaal te kiezen waarop u de efecten wilt toepassen.
- De naam van het gekozen kanaal verschijnt in het kanaalnaamgebied van het display.
- Wanner [MIC] wordt gekozen, wordt het effect op microfoon 1 en microfoon 2 toegepast.
3 Gebruik de FREQUENCY regelaar om de afsnijfrequentie van het filter in te stellen.
- Draai de regelaar maar links om een laagdoorlaatfilter toe te passen.
- Draai de regelaar maar rechts om een hoogdoorlaatfilter toe te passen.
GEBRUK VAN HET EFFECTFREQUENTIEFILTER
1 Effectfrequentiefilter
Hiermee wordt de afsnjfrequentie van het filter ingesteld zodat het beat-effect alleen op een bepaalde frequentieband worden toegepast.


Het effectfrequentiefilter is gekoppeld aan de FREQUENCY regelaar. Het beat-effect worden op de gekozen freundieband toegepast.
- De functie worden nicht ondersteund als SEND/RETURN als het beat-effect is gekozen.
1 Druk op de FILTER toets zoday deze oplicht.
- Controller of de FILTER toets continu oplicht.
- Indien de toets knippert, drukt u erop zodat de toets blijft branden. Bij enkele malen indrukken van de toets worden er beurtelings omgeschakeld:tussen knipperen en continu oplichten.
- Bij het inschakelen van het apparaatlicht de toets continu op.
2 Bedien het beat-effect.
- Zie blz. 18 voor verdere informatatie.
3 Gebruik de FREQUENCY regelaar om de freiagentie in te stellen waarop u het beat-effect wilt toepassen.
- Draai de regelaar maar links om het effect alleen op de lage frequencies toe te passen. De hoge frequencies worden nicht beinvoed.
- Draai de regelaar maar rechts om het effect alleen op de hoge freiquenties toe te passen. De lage freiquenties worden nicht beinvloed.
EFFECTPARAMETERS
Beat-effect (*1)
| Naam | Parameter van beat-schakelaar | Parameter 1 (TIME regelaar) | Parameter 2 (LEVEL/DEPTH regelaar) | |
| Inhoud | Instelbereik (eenhheid) | |||
| 1 DELAY | Instellen van de vertragingstijd van 1/8 tot 16/1 per 1 beat BPMijd. | Instellen van de vertragingstijd. | 1 tot 4 000 (ms) | Instellen van de balansussen het oorspronkelijke geluid en het vertragingsgeluid. |
| 2 ECHO (*2) | Instellen van de vertragingstijd van 1/8 tot 16/1 per 1 beat BPMijd. | Instellen van de vertragingstijd. | 1 tot 4 000 (ms) | Instellen van de balansussen het oorspronkelijke geluid en het echogeluid. |
| 3 TRANS | Instellen van de afsnijtijd van 1/16 tot 16/1 per 1 beat BPMijd. | Instellen van de effecttijd. | 10 tot 16 000 (ms) | Instellen van de balansussen het oorspronkelijke geluid en het effectgeluid. |
| 4 FILTER | De cyclus van de afsnijfrequentie-verschuiving wordt ingesteld in eenheden 1/4 tot 64/1 ten opzichte van 1 beat BPM. | Instellen van de cyclus voor de afsnijtijd-verschuving. | 10 tot 32 000 (ms) | De hoeveelheid effect worden verhoogd wanneer de regelaar maar rechts worden gedraaid. |
| 5 FLANGER | De cyclus van de flanger-verschuving worden ingesteld in eenheden 1/4 tot 64/1 ten opzichte van 1 beat BPM. | Instellen van de cyclus voor de flangereffect-verschuving. | 10 tot 32 000 (ms) | De hoeveelheid effect worden verhoogd wanneer de regelaar maar rechts worden gedraaid. Wanneer de regelaar volledig maar links worden gedraaid, worden alleen het oorspronkelijke geluid uitgevoerd. |
| 6 PHASER | De cyclus van het phaser-effect worden ingesteld in eenheden 1/4 tot 64/1 ten opzichte van 1 beat BPM. | Instellen van de cyclus voor de fase-effect-verschuving. | 10 tot 32 000 (ms) | De hoeveelheid effect worden verhoogd wanneer de regelaar maar rechts worden gedraaid. Wanneer de regelaar volledig maar links worden gedraaid, worden alleen het oorspronkelijke geluid uitgevoerd. |
| 7 REVERB (*2) | De hoeveelheid nagalm worden ingesteld van 1 % tot 100 %. | Instellen van de hoeveelheid nagalmeffect. | 1 tot 100 (%) | Instellen van de balansussen het oorspronkelijke geluid en het effectgeluid. |
| 8 ROBOT | Instellen van de toonhoogte van het robotgeluideffect binnen een bereik van -100 % tot +100 %. | Instellen van de toonhoogte van het robotgeluideffect. | -100 tot +100 (%) | De hoeveelheid effect worden verhoogd wanneer de regelaar maar rechts worden gedraaid. |
| 9 CRUSH | De cyclus van het verwrijelingeffect worden ingesteld op 1/4 tot 64/1 ten opzichte van een enkele BPM beat. | Instellen van de cyclus voor de verbrijzelingseffect-verschuving. | 10 tot 32 000 (ms) | De hoeveelheid effect worden verhoogd wanneer de regelaar maar rechts worden gedraaid. Wanneer de regelaar volledig�aars worden gedraaid, worden alleen het oorspronkelijke geluid uitgevoerd. |
| 10 ROLL (*2) | De effecttijd worden ingesteld als 1/16 tot 16/1 ten opzichte van 1 beat BPM. | Instellen van de effecttijd. | 1 tot 4 000 (ms) | Instellen van de balansussen het oorspronkelijke geluid en het rolgeluid. |
| 11 REVERSE ROLL (*2) | De effecttijd worden ingesteld als 1/16 tot 16/1 ten opzichte van 1 beat BPM. | Instellen van de effecttijd. | 1 tot 4 000 (ms) | Instellen van de balansussen het oorspronkelijke geluid en het rolgeluid. |
| 12 UP ROLL (*2) | De effecttijd worden ingesteld als 1/16 tot 16/1 ten opzichte van 1 beat BPM. | Instellen van de effecttijd. | 1 tot 4 000 (ms) | Instellen van de balansussen het oorspronkelijke geluid en het rolgeluid. |
| 13 DOWN ROLL (*2) | De effecttijd worden ingesteld als 1/16 tot 16/1 ten opzichte van 1 beat BPM. | Instellen van de effecttijd. | 1 tot 4 000 (ms) | Instellen van de balansussen het oorspronkelijke geluid en het rolgeluid. |
| 14 SEND/RETURN | — | — | — | Instellen van het volume van het RETURN ingangsgeluid. |
(^1) Wanner de efectkanaal-keuzeschakelaar op [CF.A], [CF.B] of [MASTER] staat, zal wanner de effect-monitor is ingeschakeld maar het geluid van het gekozen kanaal Niet waar de hoofduitvoer worden uitgestuurd, het efectgeluid toch Niet hoorbaar zich.
(^2) Wanner het efect wordtuitgeschakeld (OFF), zal het efectgeluid niet hoorbaar zichn, ook als de monitor op effector is ingesteld.
MIDI-INSTELLINGEN
MIDI is de afkorting voor "Musical Instrument Digital Interface" en verwijdnestaar een protocol dat ontwikkelisdoor de uitwisseling van gegevens tussenelektronische instrumenten en computers. Voor het aansluiten van apparatuur met MIDI aansluitingen heb u een MIDI kabel nodig voor het verzenden en ontvangen van de gegevens.
De DJM-700-S/DJM-700-K maakt gebruikt van het MIDI protocol voor het verzenden van de gegevens die betrekking hebben op de bediening van de apparatuur en de BPM (timingklok).

SYNCHRONISEREN VAN AUDIOSIGNALEN MET DE EXTERNE SEQUencer OF GEBRUIK VAN DE DJM-700-S/DJM-700-K INFORMATIE VOOR DE BEDIENING VAN DE EXTERNE SEQUENCES
1 Verbind de MIDI OUT aansluiting van de DJM-700-S/ DJM-700-K met behulp van een los verkrijgbare MIDI kabel met de MIDI IN aansluiting van de MIDI sequencer.
- Zet de synchronisatiemodus van de MIDI sequencer op "slave".
- MIDI sequencers die geen MIDI timingklok ondersteunen können nicht gesynchroniseerd worden.
- Synchronisatie is weltlicht nicht möglich als de BPM van de track Niet gedetecteerd kan worden of stabel meetbaar is.
- BPM waarden ingesteld met de TAP functie+kennen ook gebruikt worden voor uitvoeren van de timingklok.
2 Druk op de MIDI START/STOP toets.
- Het uitvoerbereik van de MIDI timingklok is 40 tot 250 BPM.
[Instellen van het MIDI kanaal]
Het MIDI kanaal (1 tot 16) kan worden ingesteld en in het geheugen worden opgeslagen.
1 Terwijl u de MIDI START/STOP toets ingedrukt houdt, zet u de netschakelaar op ON.
- Het display toont [CH SET] en het apparaat komt in de MIDI instelstand te staan.
2 Draai aan de TIME regelaar om het MIDI kanaal te kiezen.
3 Druk op de MIDI START/STOP toets.
- Het MIDI kanaal worden opgenomen. Tijdens het opnemen van het kanaal knippert de [SAVE] indicator.
- Wanner het opnemen van het kanaal is voltooid, worden [END] aangegeven.
4 Schakel het apparaat UIT.
MIDI-MELDINGEN
| Categorie | Naam van schakelaar | Type schakelaar | MIDI-melding | Opmerkingen | |||||
| MSB | LSB | ||||||||
| CH1 | HI | VR | Bn | 02 | dd | 0 tot 127 | |||
| MID | VR | Bn | 03 | dd | 0 tot 127 | ||||
| LOW | VR | Bn | 04 | dd | 0 tot 127 | ||||
| CUE | BUTTON | Bn | 46 | dd | OFF=0, ON=127 | ||||
| FADER | VR | Bn | 11 | dd | 0 tot 127 | ||||
| CF ASSIGN | SW | Bn | 41 | dd | 0, 64, 127 | ||||
| CH2 | HI | VR | Bn | 07 | dd | 0 tot 127 | |||
| MID | VR | Bn | 08 | dd | 0 tot 127 | ||||
| LOW | VR | Bn | 09 | dd | 0 tot 127 | ||||
| CUE | BUTTON | Bn | 47 | dd | OFF=0, ON=127 | ||||
| FADER | VR | Bn | 12 | dd | 0 tot 127 | ||||
| CF ASSIGN | SW | Bn | 42 | dd | 0, 64, 127 | ||||
| CH3 | HI | VR | Bn | 0E | dd | 0 tot 127 | |||
| MID | VR | Bn | 0F | dd | 0 tot 127 | ||||
| LOW | VR | Bn | 15 | dd | 0 tot 127 | ||||
| CUE | BUTTON | Bn | 48 | dd | OFF=0, ON=127 | ||||
| FADER | VR | Bn | 13 | dd | 0 tot 127 | ||||
| CF ASSIGN | SW | Bn | 43 | dd | 0, 64, 127 | ||||
| CH4 | HI | VR | Bn | 51 | dd | 0 tot 127 | |||
| MID | VR | Bn | 5C | dd | 0 tot 127 | ||||
| LOW | VR | Bn | 52 | dd | 0 tot 127 | ||||
| CUE | BUTTON | Bn | 49 | dd | OFF=0, ON=127 | ||||
| FADER | VR | Bn | 14 | dd | 0 tot 127 | ||||
| CF ASSIGN | SW | Bn | 44 | dd | 0, 64, 127 | ||||
| CROSS FADER | CROSS FADER | VR | Bn | 0B | dd | 0 tot 127 | |||
| FADER CURVE | CH CURVE | SW | Bn | 5E | dd | 0, 127 | |||
| CROSS CURVE | SW | Bn | 5F | dd | 0, 64, 127 | ||||
| MASTER | MASTER LEVEL | VR | Bn | 18 | dd | 0 tot 127 | |||
| BALANCE | VR | Bn | 17 | dd | 0 tot 127 | ||||
| CUE | BUTTON | Bn | 4A | dd | OFF=0, ON=127 | ||||
| BOOTH | MONITOR | VR | Bn | 19 | dd | 0 tot 127 | |||
| FILTER | FILTER | BUTTON | Bn | 54 | dd | OFF=0, ON=127 | |||
| FREQUENCY | VR | Bn | 05 | dd | 0 tot 127 | ||||
| EFFECT | BEAT LEFT | BUTTON | Bn | 4C | dd | OFF=0, ON=127 | |||
| BEAT RIGHT | BUTTON | Bn | 4D | dd | OFF=0, ON=127 | ||||
| AUTO/TAP | BUTTON | Bn | 45 | dd | OFF=0, ON=127 | ||||
| TAP | BUTTON | Bn | 4E | dd | OFF=0, ON=127 | ||||
| CUE | BUTTON | Bn | 4B | dd | OFF=0, ON=127 | ||||
| EFFECT KIND | SW | Cn | pc | Zie “PROGRAMMA VERANDEREN” hieronder. | |||||
| CH SELECT | SW | Cn | pc | ||||||
| TIME | SW | Bn | 0D | MSB | Bn | 2D | LSB | PARAMETER 1 waarde; FLANGER, PHASER, FILTER, CRUSH veranderen maar 1/2 waarde; negatiewaarden worden omgezet in positieve waarden. | |
| LEVEL/DEPTH | VR | Bn | 5B | dd | 0 tot 127 | ||||
| EFFECT ON/OFF | BUTTON | Bn | 40 | dd | OFF=0, ON=127 | ||||
| MIC(FADER START)(HEAD PHONES) | HI | VR | Bn | 1E | dd | 0 tot 127 | |||
| LOW | VR | Bn | 1F | dd | 0 tot 127 | ||||
| FADER START 1 | BUTTON | Bn | 58 | dd | OFF=0, ON=127 | ||||
| FADER START 2 | BUTTON | Bn | 59 | dd | OFF=0, ON=127 | ||||
| MIXING | VR | Bn | 1B | dd | 0 tot 127 | ||||
| LEVEL | VR | Bn | 1A | dd | 0 tot 127 | ||||
| MIDI | START | BUTTON | FA | ||||||
| STOP | BUTTON | FC | |||||||
PROGRAMMA VERANDEREN
| MSB | |||||||
| 0 | 0 | EFFSEL2 | EFFSEL1 | EFFSELO | EFFCH2 | EFFCH1 | EFFCHO |
- EFFECT SEL BEAT
| EFFSEL2 | EFFSEL1 | EFFSELO | |
| 0 | 0 | 1 | DELAY |
| 0 | 1 | 0 | ECHO |
| 1 | 0 | 0 | TRANS |
| 1 | 1 | 0 | FILTER |
| 1 | 0 | 1 | FLANGER |
| 1 | 1 | 1 | PHASER |
| 0 | 1 | 1 | REVERB |
| — | — | — | ROBOT |
| — | — | — | CRUSH |
| — | — | — | ROLL |
| — | — | — | REV ROLL |
| — | — | — | UP ROLL |
| — | — | — | DWNROLL |
| — | — | — | SND/RTN |
| 0 | 0 | 1 | 1 |
| 0 | 1 | 0 | 2 |
| 0 | 1 | 1 | 3 |
| 1 | 0 | 0 | 4 |
| 1 | 0 | 1 | MIC |
| 1 | 1 | 0 | CF.A |
| 1 | 1 | 1 | CF.B |
| — | — | — | MASTER |
SNAPSHOT
Als de DJM-700-S/DJM-700-K is ingesteld met parameters voor een bepaald doel,{kunnen die groep parameters als een snapshot worden opgenomen. Wanner een snapshot van de huidige status worden opgenomen,zullen alle meldingen voor de wijziging van de regeling en het programma worden overgebracht. Houd de MIDI START/STOP toets ingedrukt om de snapshot over te zenden.
MIDI ON/OFF
Gebruik de MIDI ON/OFF toets om in te stellen of er wel of geen MIDI signal waart gegenereerd. De standardinstelling is MIDI OFF. Wannerer MIDI OFF is gekozen, zullen de timingklok en snapshotfunctie toch beschikkaar zich.
VERHELPEN VAN STORINGEN
Onjuist uitgevoerde bewerkingen worden vaak voor defecten of storingen aanzien. Als u denkt dat er werkelijk iets mis is met dit toestel, moet u eerst onderstaande punten controleren. Soms要去 de oorzaak van het probleem bij een ander toestel worden gezocht. U要去 dus alle aangesloten elektrische apparaten controleren.
Indien het probleem, zelfs na controle van onderstaande punten, Niet kan worden opgelost, moet u met uw verkoper of dichtsbijzijnde PIONEER service center contact opnemen.
| Storing | Mogelijk oorzaak | Maatregelen |
| Geen stroom. | · Het netsnoer is Niet aangesloten. | · Sluit het netsnoer op een stopcontact aan. |
| Geen geluid of hetgeluidsvolume is erg laag. | · De ingangskeuzeschakelaar staat in deverkeerde stand. · De aansluitkabels+zijn verkeerd aangesloten ofde kabels zitten los. · De aansluitbussen of de stekkers zichn vuil. · De hoofduitgang-verzwakkingsschakelaar(MASTER ATT) op het achterpaneel staat op-6 dB enz. | · Kies het weergave-apparaat met de ingangskeuzeschakelaar. · Corrigeer de aansluitingen. · Maak de aansluitbussen/stekkers schoonvoordat u de aansluitingen maakt. · Stel de hoofduitgang-verzwakkingsschakelaar(MASTER ATT) op het achterpaneel juist in. |
| Geen digitale UITvoer. | · De bemonsteringsfrequentie (fs) van de digitaleuitgang komt Niet overeen met de specificativen de aangesloten apparatuur. | · Stel de bemonsteringsfrequentie-keuzeschakelaar op het achterpaneel inovereenkomstig de specificativen deaangesloten apparatuur. |
| Geluid is verrormd. | · Het hoofduitgangsiveau is te hoog. · Het ingangsiveau is te hoog. | · Stel de hoofduitvoer-niveauuregelaar (MASTERLEVEL) of de uitgangsverzwakkingsschakelaar(MASTER ATT) op het achterpaneel correct in. · Stel de TRIM regelaar zodanig in dat hetingangsfiveau 0 dB nadert op de kanaal niveau-indicator. |
| Kruisfader werkdtiet. | · De CROSS FADER ASSIGN schakelaar ([A],[THRU],[B]) is Niet juist ingesteld. | · Stel de CROSS FADER ASSIGN schakelaar voorhet gewenste kanaal correct in. |
| Faderstart met de CD-speler isniet maybeijk. | · De FADER START toets staat op OFF. · De CONTROL aansluiting op het achterpaneel isniet met de CD-speler verbonden. · Alleen de CONTROL aansluiting op hetachterpaneel is met de CD-speler verbonden. | · Zet de FADER START toets op ON. · Verbind de CONTROL aansluiting van hetmengpaneel met een bedieningssignaalkabelmet de CD-speler. · Verbind de CONTROL aansluitingen en ook deanaloge ingangsansluitingen. |
| Effecten werkeniet. | · Deinstalling van de effectkanaal-keuzeschakelaar is verkeerd. · Deeffectparameter 2 regelaar (LEVEL/DEPTH)staat op [MIN]. | · Kies correct het kanaal waarup u de effecten wilttoepassen. · Stel de effectparameter 2 regelaar (LEVEL/DEPTH)juist in. |
| Externe effector werktiet. | · De effectkeuzeschakelaar staat Niet op [SND/RTN]. · De effector is Niet op de SEND/RETURNaansluitingen op het achterpaneel aangesloten. · De effectkanaal-keuzeschakelaar is verkeerd ingesteld. | · Zet de effectkeuzeschakelaar op [SND/RTN]. · Sluit de effector op de SEND/RETURNaansluitingen op het achterpaneel aan. · Gebruik de effectkanaal-keuzeschakelaar om degeluidsbron te kiezen waarup u de effecten wilttoepassen. |
| Geluid van externe effectorisvervormd. | · Het ingangsiveau van de externe effector is tehoog. | · Verlaag het uitgangsiveau van de externeeffector. |
| BPM kan net gemeten worden.Gemeten BPM-waarde is nietjuist. | · Het ingangsiveau is te hoog of te laag. · De BPM kan bij sommige tracks Niet juistgemeten worden. | · Stel de TRIM regelaar zodanig in dat hetingangsiveau 0 dB nadert op de kanaal niveau-indicator. · Stel de andere kanalen eveneens zodanig in dathet ingangsiveau 0 dB nadert op dekanaaliveau-indicator. · Tik op de TAP toets om de BPM handmatig in testellen. |
| Gemeten BPM-waardeverschift van de waarde die opde CD staat. | · Er kunnen verschillen zichin als gezolg van deBPM detectiemethode die gebruikt worden. | · Er zichen geen maatregelen nodig. |
| MIDI sequencer kan netgesynchroniseerd worden. | · De synchronisatiemodus van de MIDIsequencer staat Niet op "slave". · De MIDI sequencer is Niet geschikt voor gebruikmet dit apparaat. | · Zet de synchronisatiemodus van de MIDIsequencer op "slave". · MIDI sequencers die geen MIDI timingklokondersteunen kutnen nicht gesynchroniseerd worden. |
TECHNISCHE GEGEVENS
1 Algemeen
Stroomvoorziening . . . . . 220 V tot 240 V wisselstroom, 50 Hz/60 Hz
Stroomverbruik 33 W
Bedriifstemperatuur. +5^ tot +35^
Bedrijfsvuchtigkeit . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Gewicht 6,6 kg
Maximale afmetingen 320 mm (B) x 378,4 mm (D) x 107,9 mm (H)
2 Audiogedeelte
Bemonsteringsfrequentie 96 kHz
A/D, D/A-omzetter 24 bit
Frequentiebereik LINE 20 Hz tot 20 kHz
MIC 20 Hz tot 20 kHz
PHONO. 20 Hz tot 20 kHz (RIAA)
S/R-verhouding (bij nominaal vermogen)
LINE. 104 dB
PHONO 94 dB
MIC 82 dB
Vervorming (LINE-MASTER 1) .005%
Standaard ingangsnaveau/ingsimpedantie
PHONO 2 tot 4 -52 dBu/47 kΩ
MIC 1, MIC 2. -52 dBu/22 kΩ
LINE, LINE/CD 1 tot 4. -12 dBu/22 kΩ
RETURN -12 dBu/47 kΩ
Standaard uitgangsiveau/belastingsimpedantie/
uitgangsimpedantie
MASTER 1. +8dBu / 10k /22 of minder
MASTER 2. +2dBu / 10k /10
REC. -8 dBu/10 kΩ/10 Ω
BOOTH +2dBu / 10k /22
SEND. -12 dBu/10 kΩ/1 kΩ
PHONES +8,5 dBu/32 /22 of minder
Nominaal uitgangsiveau/belastingsimpedantie
MASTER 1. +25dBu / 10k
MASTER 2. +20dBu / 10k
Overspraat (LINE). .82 dB
Kanaal-equalizerverloop
HI. -26 dB tot +6 dB (13 kHz)
MID -26 dB tot +6 dB (1 kHz)
LOW. -26 dB tot +6 dB (70 Hz)
Microfoon-equalizerverloop
HI. -12 dB tot +12 dB (10 kHz)
LOW. -12 dB tot +12 dB (100 Hz)
3 Ingangs-/uitgangsaansluitingen
PHONO ingangsaansluitingen
RCA tulpstekkerbussen 3
CD ingangsaansluitingen
RCA tulpestekkerbussen 2
LINE ingangsaansluitingen
RCA tulpstekkerbussen 3
MIC ingangsaansluitingen
XLR aansluiting 1
Klinkstekkerbus (Ø6,3 mm) 1
RETURN ingangsaansluitingen
Klinkstekkerbussen (Ø6,3 mm) 1
MASTER uitgangsaansluitingen
XLR aansluitingen 1
RCA tulstekkerbussen 1
BOOTH uitgangsaansluitingen
RCA tulpestekkerbussen 1
REC uitgangsaansluitingen
RCA tulpestekkerbussen 1
SEND uitgangsaansluitingen
Klinkstekkerbussen (Ø6,3 mm) 1
DIGITAL coaxiale uitgangsaansluiting
RCA tulpstekkerbus 1
MIDI OUT aansluiting 5-polige DIN. 1
PHONES uitgangsaansluiting Stereo-klinkstekkerbus (Ø6,3 mm) 1
CONTROL aansluiting Mini-klinkstekkerbussen (Ø3,5 mm) 2
4 Accessoires
Gebruiksaanwijzing. 1
Wijzigingen in technische gegevens en ontwerp voorbehonden,\ zonder voorafgaande kennisgeving.
Uitgegeven door Pioneer Corporation.
Alle rechten voorbehonden.