PIONEER DJM-900NXS - DJ-mixer

DJM-900NXS - DJ-mixer PIONEER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis DJM-900NXS PIONEER in PDF-formaat.

📄 184 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice PIONEER DJM-900NXS - page 107
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Español ES Italiano IT Nederlands NL
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over DJM-900NXS PIONEER

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw DJ-mixer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DJM-900NXS - PIONEER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DJM-900NXS van het merk PIONEER.

GEBRUIKSAANWIJZING DJM-900NXS PIONEER

De bovengenoemde Pioneer website biodt een overzicht van de vaak gestelde vragen, informatatie over software, tips en hulpfuncties om uw gebruik van dit product te veraangenamen.

3 Garantie-Verzichtserklarung

Deichtflash met pijlpuntsymbool in eengelijkzijdige driehoek is bedoeld om deaandacht van de gebruikers te trekken opeenietniet geisoleerde"gevaarlijke spanning"in het toestel,welke voldoende kan zichon om bijaanraking een elektrische shock teveroorzaken.

CAUTION

RISK OF ELECTRIC SHOCK DO NOT OPEN

WAARSCHUWING:

OM HET GEVAAR VOOR EEN ELEKTRISCHE SHOCK TE VOORKOMEN, DEKSEL (OF RUG) NIET VERWIJDEREN. AAN DE BINNENZIJDE BEVINDEN ZICH GEEN ELEMENTEN DIE DOOR DE GEBRUIKER KUNNEN BEDIEND WORDEN. ENKEL DOOR GEKWALIFICEERD PERSONEEL TE BEDIEN.

PIONEER DJM-900NXS - WAARSCHUWING: - 1

Het uitroepteken in een gegelijkzijdige
driehoek is bedoeld om de aandacht van de
gebruiker te trekken op de aanwezigheid van
belangrijke bedienings- en
onderhoudsinstructies in de handleiding bij
dit toestel.

D3-4-2-1-1_A1_NI

WAARSCHUWING

Dit apparaat is nicht waterdicht. Om brand of een elektrische schok te voorkomen, mag u geen voorwerp dat vloeistof bevat in de buurt van het apparaat zetten (bijvoorbeeld een bloemenvaas) of het apparaat op andere wijze blootstellen aan waterdruppels, opspattend water, regen of vocht.

D3-4-2-1-3_A1_NI

WAARSCHUWING

Lees zorgvuldig de volgende informatie voordat u de stekker de eerste maal in het stopcontact steekt.

De bedrijfsspanning van het apparaat verschilt afhankelijk van het land waar het apparaat worden verkocht. Zorg dat de netspanning in het land waar het apparaat worden gezruikt overeenkomt met de bedrijfsspanning (bijv. 230 V of 120 V) aangegeven op het zijpaneel van het apparaat.

D3-4-2-1-4*A1_NI

WAARSCHUWING

Om brand te voorkomen, mag u geen open vuur (zoals een brandende kaars) op de apparatuur zetten.

D3-4-2-1-7a_A1_NI

BELANGRIJKE INFORMATIE BETREFFENDE DE VENTILATIE

Let er bij het installereren van het apparaat op dat er voldoende vrij ruimte rondon het apparaat is om een goede doorstroming van lucht te waarborgen (tenminste 5 cm anschter en 3 cm aan de zijkanten van het apparaat).

WAARSCHUWING

De gleuven en openings in de behuizing van het apparaat� aangebracht voor de ventilatie, zodat een betrouwbare werkig van het apparaat worden verzregen en oververhitting worden voorkomen. Om brand te voorkomen, moet u ervoor zorgen dat deze openings nooit geblokkeerd worden of dat ze afgedekt worden door voorwerpen (kranten, tafelkleed, gordijn e.d.) of door gebruik van het apparaat op een dik tapiijt of een bed.

D3-4-2-1-7b*_A1_NI

Gebruiksomgeving

Temperatuur en vochtigheidsgraad op deplaats van gebruik:

+5 °C tot +35 °C, minder dan 85 % RH (ventilatieopeningen nied afgedekt)

Zet het apparaat Niet op een slecht geventileerde plaats en stel het apparaat ook Niet bloot aan hove vochtigkeit of direct zonlicht (of sterke kunstmatige verlichting).

Als de netstekker van dit apparaat Niet geschikt is voor het stopcontact dat u wilt gebruiken, moet u de stekker verwijderen en een geschikte stekker aanbrengen. Laat het verrangen en aanbrengen van een nieuwe netstekker over aan vakkundig onderhoudspersoneel. Als de verwijderde stekker per ongeluk in een stopcontact zou worden gestoken, kan dit resulteren in een ernstige elektrische schok. Zorg er.daarom voor dat de oude stekker na het verwijderen op de juiste wijze worden weggegooid. Haal de stekker van het netsnoeruit het stopcontact wanner u het apparaat genuine tijd Niet denkt te gebruiken (bijv. wanner u op vakantie gaat).

D3-4-2-2-1a_A1_NI

LET OP

De POWER schakelaar van dit apparaat koppelt het apparaat Niet volledig los van hetlichtnet. Aangezien er na het uitschaken van het apparaat nog eenkleine hoeveelheid stroom blijft lopen,要去 u de stekkeruit het stopcontact halen om het apparaat volledig van hetlichtnet los te koppelen. Plaats het apparaat zodenig dat de stekker in een nooodgeval gemakkelijk uit het stopcontact kan worden gehaald. Om brand te voorkomen,要去 u de stekkeruit het stopcontact halen wanner u het apparaat langere tijd Niet denkt te gebruiken (bijv. wanner u opvakantieGaat).

D3-4-2-2-2a*_A1_NI

Pak het netsnoor beet bij de stekker. Trek de stekker er Niet uit door aan het snoer te trekken en trek nooit aan het netsnoor met natte handen aangezien dit kortsluiting of een elektrische schok tot gevolg kan hebben. Plaats geen toestel, meubelstuk o.i.d. op het netsnoor, en klem het Niet vast. Maak er nooit een knoop in en en verbind het evenmin met andere snoeren. De netsnooren Dianae zo te worden geleid dat er Niet per ongeluk iemand op gaat staan. Een beschadigd netsnoor kan brand of een elektrische schok voroorzaken. Kontroleer het netsnoor af en toe. Wanner u de indruk krijgt dat het beschadigd is, dient u bij uwuchtsbijzijnde erkende PIONEER onderhoudscentrum of uw dealer een neueuw snoer te kopen.

S002*A1_NI

D3-4-2-1-7c*A1Nl

PIONEER DJM-900NXS - LET OP - 1

Deponeer dit product Niet bij het gewone huishoudelijk afval wanneer u het wilt verwijderen. Er bestaat een speciaal wettelijk voorgeschren verzamelsystem voor de juiste behandeling, het opnieuw bruikbaar maken en de recycling van gebrukke elektronische producten.

In de lidstaten van de EU, Zwitserland en Noorwegen konnen particulieren hun gebruike elektronische producten Gratis bij deaarvoort bestemde verzamelplaatsen of een verkooppunt (indien u aldaar een gelijkwaardig nieuw product koopt) inleveren.

Indien u zich in een ander dan bovengenoemd land bevindt kurz u contact opnemen met deplaatselijke overheid voor informatatie over de juiste verwijdering van het product.

Zodoende zorgt u ervoor dat het verwijderde product op de juiste wijze worden behandeld, opnieuw bruikbaar worden gemaakt, t gerecycleerd en het nicht schadelijk is voor de gezondheid en het milieu.

K058b A1 NI

Inhoud

Opmerkingen over deze handleiding

De namev an aanduidingen, menu's en toetsen staan in deze handleiding tussenvierkante haken aangegeven. (bjv. [MASTER]-kanaal, [ON/OFF], [File]-menu)

01 Alvorens te beginnen

Kenmerken 5

Inhoud van de doos. 5

02 Aansluitingen

Achterpaneel 6

Aansluiten van ingangsaansluitingen 7

Aansluten van uitgangsaansluitingen. 7

Aansluiten op het bedieningspaneel 8

Over de stuurprogrammatuur en de hulpprogrammatuur voor het instellen ....8

Bediening

Regelpanele 12

Basisbediening. 14

Geavanceerde bedieningsfuncties. 15

Soorten effecten

Soorten SOUND COLOR FX effecten 18

Soorten BEAT EFFECT 18

05 Lijst van MIDI-berichten

06 Instellingen aanpassen

Omtrent de automatische ruststandfunctie. 23

Over de talk-over functie (inspreekniveau) 23

Voorkeurinstellungen make 23

Aanvullende informatatie

Verhelpen van storingen 24

Blokschema. 25

Beperkte aansprakelijkheid 26

Specifications 26

Alvorens te beginnen

Kenmerken

Dit is een standard DJ-mengpaneel voor professionele DJ's en representiert de verfijnnde techniek van Pioneer's DJM-serie, de wereldstandaard in muziek op clubniveau. Niet alleen is dit toestel uitergerust met een grote verschadenheid aan functies voor DJ-performances, inclusief PRO DJ LINK, SOUND COLOR FX en BEAT EFFECT, maar het maakt ook gebruik van een ontwerp met een hoge geluidskwaliteit en eeneer gemakkelijk te bedieren panele ter ondersteuning van de performances van alle professionele DJ's in de club-scene.

GELUIDSKAART

Dit toestel is uitgerust met een "geluidskaart/USB-audio interface".

  • Maximaal 4 stel audiosignalen van een enkele computer kuren worden toegewezen aan de afzonderlijke kanalen en kuren worden samengemengd.
  • DVS (Digital Vinyl System) software tijdcodesignalen van een DJ-speler of analogue speler+kunnen worden doorgegeven aan de DVS-software van de gebruiker. Dit maakt DJ-weergave möglichk met DVS-software zonder allerlei ingewikkelde verbindingen.
  • Maximaal 4 stel audiosignalen van de verschiedene kanalen (kanalen 1 t/m 4, REC OUT, crossfader kanten A en B en microfoon) hunnenaar de computer worden gestuurd. Dit is erg handig wonneer u het gemengde geluidssignaal wilt opnemen.

We hebben ons ingespannen de geluidskwaliteit van de digitale/analoge in-/uitgangen te verbeteren. Geluidsverwerking met 96kHz sampling, een 24-bit topklasse A/D-omzetter en een 32-bit D/A-omzetter met supérieure geluidskwaliteit geeft een krachtiger, nog fraaier totaalgeluid. 96 kHz 24-bit USB-audio worden ondersteund.

SOUND COLOR FX

Dit toestel is voorzien van 6 soorten effecten. Effecten+kunnen worden verkre-gen door simpelweg de [COLOR] bedieningsorganen voor elk van de kanalen te verdraaien, waardoor DJ's de eigenschappen van de geluidssignalen voor de verschillende kanalen kunnen bijregelen en zo hun improviserenijdens hun performances.

BEAT EFFECT

De populaire BEAT EFFECT-functie van de DJM-serie is ook hierin toegepast en nog verder ontwikkeld.

Dit toestel is nu uitergerust met een [X-PAD] voor verschillende effecten die te bedieren zijn door het vlak aan te raken, waardoor u intuitieve live-uitvoeringen kutgeven met groe vrijheid.

KANAAL-FADER

Een nouvel ontwikkelde en zeer betrouwbare fader worden gebruikt voor de kanaal-fader.

Vergeleken met kanaal-faders op voorgaande modellen in de DJM-serie, biodtestructione fader een verbeterd uithoudingsvermögen wat betreft de invloed van stof, vloeistoffen enz. die op de faderterecht konnen komen. Ook onder zware omstandig-heden blijf het toestel goed te bedieren.

De PRO DJ LINK-functions können worden gebrukt wonneer een PRO DJ LINK-compatiblele Pioneer DJ-speler (een CDJ-2000, CDJ-900, enz.), een computer met hetrekordbox-programma en dit toestel onderling worden verbonden met LAN-kabels. Nadere informatatie over PRO DJ LINK vindt u op Omtrent PRO DJ LINK op bladzijde 15.

STANDAARD LAYOUT

Dit toestel heeft de layout van het bedieningspaneel van de Pioneer DJM-serie, de weltstandaard in DJ-mengpanelen, overgenomen.

De eenvoudige en duidelijkke layout van het paneel maakt nicht alleen

DJ-performances gemakkelijker, maar zorgt er ook voor dat DJ's die dit toestel voor het eerst gebruiken het zonder aanpassingsproblemen konnen bedieren, zodat het zonder problemen als permanent mengpaneel in een club kan worden geinstalleerd.

Inhoud van de doos

CD-ROM
USB-kabel
Stroomsnoer
Garantiekaart
- Handleiding (dit document)

Aansluitingen

Schakel aktijd eerst de stroom uit en trek de stekker uit het stopcontact alvorens u enige aansluiting maakt of verbreekt.

Zie tevens de gebruiksaanwijzingen van de aan te sluiten apparatuur.

Sluit het netnoer pas aan nadat alle aansluiingen tussen de apparatuur volledig zijn gemaakt.

Gebruik alleen het bijgeleverde netsnoer.

PIONEER DJM-900NXS - Aansluitingen - 1
Achterpaneel

1 POWER toets (bladzijde 14)

Voor aanzetten en uitschakelen van dit apparatus.

2 RETURN aansluitingen (bladzijde 7)

Voor aansluten van de uitgang van een externe effectgenerator. Wanner het [L (MONO)]-kanaal is aangesloten, worden het ingangssignaal van het [L (MONO)]-kanaal tegelijkkertijd doorgegeven aan het [R]-kanaal.

3 PHONO aansluitingen (bladzijde 7)

Voor aansluten op de phono-aansluiting (MM-element) van een weergave-appa- raat. Geen lijniveau-ingangssignalen op aansluten.

Om apparatuur te können verbinden met de [PHONO] aansluitingen, moet de kortsluitstekker uit de aansluitingen verwijderd worden.

Steek deze kortsluitstekker in de [PHONO] aansluitingen wanner er niets op is aangesloten om externe ruis te verminderen.

4 CD/LINE aansluitingen (bladzijde 7)

Aansluiten op een DJ-speler of een lijnuitgangscomponent.

5 SIGNAL GND aansluiting (bladzijde 7)

Sluit hierop de aardingsdraad van een analoge platenspeler aan. Dit vermindert storende geluiden bij aansluiten van een analoge platenspeler.

6 LINE aansluitingen (bladzijde 7)

Aansluiten op een cassettedeck of een lijnuitgangscomponent.

MIC2 aansluiting (bladzijde 7)

Voor aansluiten van een microfoon.

8 MIDI OUT aansluiting (bladzijde 7)

Verbind deze met de MIDI IN-aansluiting van een externe MIDI-sequencer.

9 Kensington-beveiligingsgleuf

DIGITAL IN aansluiting (bladzijde 7)

Sluit deze aan op de coaxiale digitale uitgangsaansluitingen van DJ-spelers, enz. Bij oomschakenen van de bemonsteringsfrequentie van het uitgangssignaal kan het geluid een openblik wegvallen.

11 DIGITAL MASTER OUT aansluitingen (bladzijde 7)

Voor uitsturen van de hoofdkanaal-audiosignalen.

LINK aansluiting (bladzijde 7)

Verbind deze met de LINK-aansluiting van Pioneer DJ-spelers of de LAN

aansluiting van een computer waarop reckordbox is geinstalleerd (PRO DJ LINK). Om meerere apparaten aan te kunnen sluiten,kest u gebruik maken van een zelfschakelende verdeelstekker (los verkrijgbaar).

Gebruik een switching hub die geschikt is voor 100Base-TX-verbindingen. Het is möglich dat bepaalde switching hubs Niet goed werken.

3 BOOTH aansluitingen (bladzijde 7)

Uitgangsaansluingen voor een booth-monitor, geschikt voor symmetrische of asymmetrische TRS-uitgangsaansluiting.

14 REC OUT aansluitingen (bladzijde 7)

Dit is een uitgangsaansluiting voor opnamedoeleinden.

15 MASTER2 aansluitingen (bladzijde 7)

Voor aansluiten van een eindversterker e.d.

16 MASTER1 aansluitingen (bladzijde 7)

Voor aansluiten van een eindversterker e.d.

17 SEND aansluitingen (bladzijde 7)

Voor aansluiten van de ingang van een externe effectgenerator. Wannere alleen het [L (MONO)]-kanaal is aangesloten, worden er alleen een mono-geluidssignaal uitgestuurd.

18 AC IN

Aansluiten op een stopcontact met het bijgeleverde netsnoer. Wacht met aansluiten van het netsnoer totdat eerst alle aansluitingen:tussen de apparatuur onderling compleet zijn gemaakt.

Gebruik alleen het bijgeleverde netsnoer.

WAARSCHUWING

Houd de kortsluitstekkers buiten bereik van kinderen. Raadpleeg onmiddelijk een arts indien er onverhoopt een worden ingeslikt.

Aansluten van ingangsaansluitingen

  • Wanner u een DVS (Digital Vinyl System) maakt door een computer, audio-interface enz. met elkaar te combineren,要去 u goed opletten bij het verbinden van de audiointerface verbinden met de ingangsaansluitingen van dit toestel en bij het instellen van de ingangskeuzeschakelaars.
    Zie tevens de handleding van de DJ-software en de audio-interface in kwestie.

PIONEER DJM-900NXS - Aansluten van ingangsaansluitingen - 1
1 Nadere informatatie over PRO DJ LINK vindt u op Omtrent PRO DJ LINK op bladzijde 15.
Voor het gebruik van de fader-startfunctie sluit u een LAN-kabel aan (bladzijde 14).

Aansluiten van uitgangsaansluitingen

PIONEER DJM-900NXS - Aansluiten van uitgangsaansluitingen - 1
Sluit tevens een externe effectgenerator aan op de [RETURN]-aansluiting (ingangsaansluiting).

Aansluiten op het bedieningspaneel

U moet de meegeleverde USB-kabel gebruiken voor de aansluiting.

PIONEER DJM-900NXS - Aansluiten op het bedieningspaneel - 1

PIONEER DJM-900NXS - Aansluiten op het bedieningspaneel - 2

Over de stuurprogrammatuur en de hulpprogrammatuur voor het instellen

Dit stuurprogramma is een exclusief programme voor het insturen en uitsturen van geluidssignalen van enaar een computer. Om dit apparaat te gebruiken in aansluiting op een computer waarop Windows of Mac-OS draait, installeert u van tevoren het stuurprogramma op de computer.

Licentie-overeenkomst voor deze Software

Deze Licentie-overeekenkomst voor deze Software ("de Overeekenkomst") geldt:tussen u (zowel voor u als u als individu het programma installeert, als voor een eventuele rechtspersoon waar voor u optreedt) ("u" of "uw") en PIONEER CORPORATION ("Pioneer").

UITVOEREN VAN ENIGE HANDELING VOOR SET-UP OF INSTALLATIE VAN HET PROGRAMMA BETEKENT DAT U AKKOORD GAAT MET ALLE VOORWAARDEN VAN DEZE LICENTIE-OVEREENKOMST. TOESTEMMING VOOR HET DOWNLOADEN EN/OF GEBRUKEN VAN HET PROGRAMMA IS EXPLICIET AFHANKELIJK VAN HET OPVOLGEN DOOR U VAN DEZE VOORWAARDEN. SCHRIFTELJKE OF ELEKTRONISCHE TOESTEMMING IS NIET VEREIST OM DEZE OVEREENKOMST GELDIG EN AFDWINGBAAR TE MAKEN. ALS U NIET AKKOORD GAAT MET ALLE VOORWAARDEN VAN DEZE OVEREENKOMST, KRIJGT U GEEN TOESTEMMING HET PROGRAMMA TE GEBRUKEN EN MOET U STOPPEN MET DE INSTALLATIE OF, INDIEN VAN TOEPASSING, HET PROGRAMMA VERWIJDEREN.

1 Definities

1 "Documentatie" betekent in dit verband de schriftelijke documentationatie, specificaties en de hulpbestanden beschikkaar gesteld door Pioneer ter assistentie bij de installmentatie en het gebruik van het Programma.
"Programma" betekent in dit verband alle Pioneer software, of gedeltesaarvan,warop door Pioneer aan u licentie verleend is onder deze Overeenkomst.

2 Programma licentie

1 Beperkte licentie. Onder de voorwaarden van deze Overeenkomst verleent Pioneer u een beperkte, Niet-exclusieve, Nietoverdraagbare licentie (zonder hetrecht subsiccnties te verlenen):

a Om een enkele kopie van het Programma te installereren op de harde schijf van uw computer, om het Programma uitsluitend voor uw persoonlijke doeleinden en in overeenstemming met de bepalingen van deze Oveerenkomst en de Documentatie te gebruiken ("toegestaan gebruik"),
b Om de Documentatie te gebruiken in het kader van uw Toegestaan gebruik; en
c Om een kopie te makev van het Programma uitsluitend als reservekopie, met diein verstande dat alle titels en handelsmerken, meldingen met betrekking tot auteursrechten en andere beperkte rechten op de kopie worden vermeld.

2 Beperkingen. Behalve indien uitdrukkelijk toegestaan door deze Overeenkomst mag u het Programma of de Documentatie Niet kopiernen of gebruiken. U mag het Programma Niet overdragen aan derden, er subsiccnties op verlenen, het verhuren, uitleasen of uitenen, noch het gebruiken voor het opleiden van derden, voor gedeel gebruik op commerciele basis, of voor gebruik op een servicefacilititeit. U mag Niet zelf of via een derde het Programma modifieren, reverse engineereder, disassembleren of decompileren, behvale in zoverre toegestaan door ter zakte geldende regelgeving, en ook dan alleen nadat u Pioneer schriftelijk op de hoogte hebt gesteld van uw intents. U mag het Programma Niet gebruiken op meerere processoren zonder Voorafgaande schriftelijktoestemming daartoe van Pioneer.

Eigendom. Pioneer of de licentiegever behoudt zich alle rechten, titels en belangen voor met betrekking tot alle octrooien, auteursrechten, handelsgeheimen en andere intellectuelle eigendomsrechten op het Programma en de Documentatie en op eventuele afleidingen waarvan. U verwertf geen andere rechten, expliciet of impliciet dan de beperkte licentie Zoals verwat in deze Overeenkomst.
4 Geen ondersteuning. Pioneer heeft geen enkele verplichting tot het verlenen van ondersteuning, uitvoeren van onderhoud, of het uitgeven van upgrades, wijzigingen ofijke versies van het Programma of de Documentatie onder deze Overeenkomst.

3 Beperking garantie

HET PROGRAMMA EN DE DOCUMENTATIE WORDEN GELEVERD IN HUN HUIDIGE STAAT ("AS IS") ZONDER ENIGE AANSPRAAK OF GARANTIE, EN U GAAT ERMEE AKKOORD DEZE GEHEEL OP EIGEN RISICO TE GEBRUIKEN. VOORZOVER RECHTENS TOEGESTAAN WIJST PIONEER ELKE GARANTIE AANGAANDE HET PROGRAMMA EN DE DOCUMENTATIE IN WELKE VORM DAN OOK AF, EXPLICIET OF IMPLICIET, STATUTAIR, OF TEN GEVOLGE VAN DE PRESTATIES, TEN GEVOLGE VAN DE DISTRIBUTIE OF VERHANDELING ERVAN, MET INBEGRIP VAN ENIGE GARANTIE VAN VERHANDELBAARHEID, GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL, VOLDOENDE KWALITEIT, ACCURATESSE, TITEL OF NIET MAKEN VAN INBREUK.

4 Schade en maatregelen bij inbreuk

U gaat ermee akkoord dat enige inbreuk op de bepalingen van deze Overeenkomst Pioneer schade berokkent die nicht alleen door geld vergoed kan worden. In aanvulling op enige geldelijkke schadeloosstellung en eventueel andere maatregelen

waartoe Pioneer gerechtigd is, gaat u ermee akkoord dat Pioneer eventuel gerechtelijke stappen mag ondernemen om toekomstig, daadwerkelijk, of doorgaande inbreuken op deze Overeenkomst te voorkomen.

5 Ontbinding

Pioneer is gerechtig deze Overeenkomst op elk moment te beeindigen wanner u zich nicht houdt aan enige bepaling. Als deze Overeenkomst worden beeindigd, dient u het gebruik van het Programma onmiddelijk te staken, het permanent van de gebruekte computer te verwijdenen en alle kopieën van het Programma en de Documentatie in uw bezit ve ernietigen, en schriftelijk aan Pioneer te bevestigen dat u zulks gedaan heeft. De paragraphs 2.2, 2.3, 2.4, 3, 4, 5 en 6 blijven van kracht nadat deze Overeenkomst is beeindigd.

6 Algemene voorwaarden

1 Beperking aansprakelijkheid. In geen geval en onder geen enkele interpre-. tatie aanvaardt Pioneer of een dochterbedrijf aansprakelijkheid met betrek- king tot deze Overeenkomst of het onderwerp waarvan, voor inge indirecte, bijkomende, bijzondere de gevolgschade, of voor als strafmaatregel opgelegde vergoedingen, of voor gederfde winst, nichtgerealiserde opbrengsten, omzet of besparingen, verloren gegane gevevens, of voor gebruiks- of verwangingskosten, ook Niet indien zij van tevoren op de hoogte gesteld is van de mogelijkheid van dergelijk schade of indien dergelijk schade voor- zienbaar geacht moest worden. In geen geval za de aansprakelijkheid van Pioneer voor geleden schade het bedrag dat u aan Pioneer of een vanhaar dochtermaatschappijen voor het Programma hebft betaald overschrijden. Partijen erkennen hierbij dat de beperking van de aansprakelijkheid en de risicoverdeling in这家伙 Overeenkomst worden weerspiegeld in de prijs van het Programma en essentieel onderdeeluitmaken van de wilsovereenkomst zusammen de partijen, zonder welke Pioneer het Programma Niet ter beschik- king zou hebben gesteld of这家伙 Overeenkomst Niet zou zich aangegaan.
Eventuele beperkingen op of uitsluitingen van garantie en aansprakelijkheid zoals verrat in deze Overeenkomst hebben geen invloed op uw wettelijk rechten als consument enzem bij aan alleen op u van toepassing voorzover dergelijke beperkingen en uitsluitingen toengetstaan onder de regelgeving zoals die geldt in de jurisdictie waar u zich bevindt.
3 Annulering en afstand. Als een bepaling in deze Overeenkomst wederrechtelijk, ongeldig of anderszins Niet afdwingbaar blijkt te zich, zal deze bepaling voor zover möglichnestoepassing vinden, of, indien dit Niet mogelijk is, geannuleerd worden en worden geschrapt uit deze Overeenkomst, terwijl de rest waarvan onverkort van kracht blijft. Wanner een van beiden partijen afstand doet vanARAHRECHN als gevolg van een inbreuk op deze Overeenkomst, wordt daarmee Niet vanzelfsprekindafstand van deze rechten gedaan bij een eventuele volgende inbreuk
4 Geen overdracht. U mag deze Overeenkomst of enig recht of verplichting waaronder verkreten of aangegaan, Niet overdragen, verkopen, overdoen aan anderen, of op andere wijze waarover beschikken, vrijwillig of onvrijwijlig, vanrechtsewege of op een andere wijze, zonder voorafgaande schrifelijke toestemming daartoe van Pioneer. Een eventuele pogging door u tot overdracht of verdeling is nietig. Overeenkomstig het hierboven bepaalde is deze Overeenkomst van kracht om reden van en za strekken tot voordeel van beiden partijen en hun respectievelijke rechtsopvolgers.
5 Volledige overeenkomst. Deze Overeenkomst omvat alle van kracht,zijnde bepalingenussen de partijen en treedt in deplaats van alle voorgaande of nog geldige overeenkomsten of aanspraken, schriftelijkofondeling, met betrekking tot het onderwerp waarvan. Deze Overeenkomst mag nicht worden gewijzigd of gemendeerd zonderuitdrukkelijke en voorafgaande schrifte-lijke toestemming daartoe van Pioneer, en geen andere handling, document, gebruik of gewoonte kan deze Overeenkomst wijzigen of amenderen.
6 U gaat ermee akkoord dat deze Overeenkomst en alle möglichke geschillen met betrekking tot deze overeenkomst zichn onderworpen aan Japansrecht.

Voorzorgen bij het installereren

  • Voor het installereren van het stuurprogramma dient u eerst dit apparaatuit te schakelen en de USB-kabel los te makeen van dit apparaat en van uw computer.
  • Als u dit apparaat aansluit op uw computer zonder eerst het stuurprogrammat te installereren, kan er iets fout gaan in uw computer, afhankelijk van uw besturingsystem.
  • Als u een eenmaal gestart installmentieproces hebt onderbroken, dient u opniew vanaf het allereerste begin te beginnen, volgens de hieronder beschreiben procedure.
  • Lees eerst aandachtig Licentie-overeenkomst voor deze Software door voordat u de specifieke stuurprogramma's voor dit apparaat gaat installereren.
  • Sluit voor het installereren van het stuurprogramma eerst alle andere programma's die op uw computer actief zich.
  • Het stuurprogramma is geschikt voor de volgende besturingsystemen.

Geschikte besturingsystemen

Mac OS X (10.3.9 of recenter)
Windows® 7 Home Premium/Professional/Ultimate32-bit versie
64-bit versie
Windows Vista® Home Basic/Home Premium/Business/Ultimate32-bit versie
64-bit versie

Geschikte besturingsystemen

Windows® XP Home Edition/Professional Edition (SP2 of recenter)32-bit versie
  • De bijgeleverde CD-ROM bevat installmentprogramma's in de volgende 12 talen. Engels, Frans, Duits, Italiaans, Nederlands, Spaans, Portugees, Russisch, Vereenvoudigd Chinees, Traditioneel Chinees, Koreaans en Japans Als u gekrukt maakt van een besturingsystem in een andere taal, volgt u dan de aanwijzingen op het scherm om in te stellen op [English (Engels)].

Installeren van het stuurprogramma

Installatieprocedure (Windows)

Lees eerst aandachtig Voorzorgen bij het installereren door alvorens een sturprogramma te installereren.

  • Voor het installereren of verwijderen van het stuurprogramma zult u wellicht toestemming nodig hebben van de beheerde van uw computer. Meld u aan als de beheerde van uw computer voordat u begint met het installereren.

1 Plaats de bijgeleverde CD-ROM in het CD-station van de computer.

De CD-ROM map verschijnt.
- Als er na het laden van de CD-ROM geen CD-ROM map verschijnt, opent u dan het CD-station via [Computer (of Deze computer)] in het [Starten]-menu.

2 Dubbelklik op [DJM-900 nexus X.XXX.exe]

Het installatieschem voor het stuurprogramma verschijnt.

3 Wanner het taalkeuzescherm verschijnt, kiest u [Nederlands] en klikt u op [OK].

U(Int)knt kiezen uit diverse talen, afhankelijk van het besturingssystem van uw computer.

4 Lees zorgvuldig de Licentie-overeenkomst voor deze Software en als u akkoord gaat met de voorwaarden,plaats u een vinkje in [Akkoord.] en klikt u op [OK].

Als u Niet akkoord gaat met de voorwaarden in de Licentie-overeekenkomst voor deze Software, klikt u op [Annuleren] om het installereren te stoppen.

5 Volg voor de installmentprocedure de aanwijzingen die op uw scherm verschijnen.

Als er [Windows-beveiliging] op het scherm verschijntijdens het installationproces, klikt u op [Dit stuurprogramma toch installeren] om door te gaan met installieren.

  • Bij installeren onder Windows XP Als er [Hardware-installatie] op het scherm verschijtijdens het installation-process, klikt u op [Toch doorgaan] om door te gaan met installeren.
  • Wonneer het installmentieproces voltooid is, verschijnt er een mededeling ter aflsluiting.
  • Wonneer de installmentprocedure voor het stuurprogramma voltooid is, zult u uw computer opnieuw要去en opstarten.

Installatieprocedure (Macintosh)

Lees eerst aandachtig Voorzorgen bij het installereren door alvorens een sturprogramma te installereren.
- Voor het installereren of verwijderen van het stuurprogramma zult u wellicht toestemming nodig hebben van de beheerde van uw computer. Zorg dat u van tevoren de naam en het wachtwoord van uw beheerde paraat heeft.

1 Plaats de bijgeleverde CD-ROM in het CD-station van de computer.

De CD-ROM map verschijnt.
- Dubbelklik op het CD-pictogram op uw bureaublad als er na het laden van een CD-ROM geen mappings worden aangegeven.

2 Dubbelklik op [DJM-900 nexus_M_X.X.X.dmg]

Het [DJM-900nexusAudioDriver] menuschem verschijnt.

3 Dubbelklik op [DJM-900nexusAudioDriver pkg]

Het installatieschem voor het stuurprogramma verschijnt.

4 Controller de details op het scherm en klik op [Toch doorgaan]

5 Wanner het scherm met de gebruiksovereenkomst voor de software verschijnt, kiest u [Nederlands], leest u de Licentieovereenkomst voor deze Software aandachtig door en klikt u op [Toch doorgaan].

U(Int)knt kiezen uit diverse talen, afhankelijk van het besturingssystem van uw computer.

6 Als u akkoord gaat met de voorwaarden in de Licentieovereenkomst voor deze Software, klikt u op [Akkoord.].

Als u Niet akkoord gaat met de voorwaarden in de Licentie-overeekenkomst voor deze Software, klikt u op [Niet akkoord] om het installereren te stoppen.

7 Volg voor de installmentprocedure de aanwijzingen die op uw scherm verschijnen.

  • Klik op [Annuleren] om het installereren te stoppen, nadat het al is begonnen.
  • Wonneer de installmentprocedure voor het stuurprogramma voltooid is, zult u uw computer opnieuw要去en opstarten.

Aansluiten van de DJM-900NXS op een computer

1 Sluit dit apparaat aan op uw computer via een USB-kabel.

Dit apparaat functioneert als een audio-apparaat volgens de ASIO-normen.

  • Deze functie werkt nicht met computers die geen ondersteuning bieden voor USB 2.0.
  • Tijdens het gebruik van applications die geschikt zijn voor ASIO,(Int USB 1/2), [USB 3/4], [USB 5/6] en [USB 7/8] gebruiken als ingangsbronnen.
  • Tijdens het gebruik van applicaties die geschikt zijn voor DirectX,(Intert alleen [USB 1/2] Gebruiken als ingangsbron.
  • De aanbevolen werkomgeving voor de computer is afhankelijk van het DJ-applicatieprogramma. Controller als tijd de aanbevolen computer-werkomgeving voor het DJ-applicatieprogramma dat u gebruikt.
  • Wanner er tegelijkertijd een ander USB-geluidsapparaat op de computer is aangesloten, kan dat nicht aktijd werkden ofaar behoren herkend worden. Wij raden u aan om alleen de computer en dit apparaat aan te sluiten.
  • Bij aansluiten van de computer en dit apparaat raden we u aan om de aansluiting rechtstreeks op de USB-aansluitbus van dit apparaat te make.

2 Druk op de [POWER]-toets.

Schakel dit apparatusat in.

  • De mededeling [Apparaatstuurprogramma installeren] kan verschijnen wanner de DJM-900NXS voor het eerst worden aangesloten op een computer of bij aansluiting op de USB-aansluitbus van de computer. Wacht tot de mededeling [De apparaten zich发展格局 voor gebruik] verschijnt.
    Bij installeren onder Windows XP

  • [Mag Windows verbinding met Windows Update makes om te zoeken maar software?] kan verschijnenijdens de installmentprocedure. Kies dan [Nee, nu Niet] en klik op [Volgende] om door te gaan met installeren.
    [Wat要去 de wizard doeon?] kan verschijnen tijdens de installmentprocedure. Kies dan [De software automatisch installeren (aanbevolen)] en klik op [Volgende] om door te gaan met installeren.

  • Als er [Windows-beveiliging] op het scherm verschijnt tijdens het installationproces, klikt u op [Dit stuurprogramma,toch installeren] om door te gaan met installeren.

Over de hulpprogrammatuur voor het instellen

Het instelhulpprogramma kan worden gebruikt voor de hieronder beschreiben controles en instelleningen.

  • Controlleren van de status van de [DIGITAL, CD/LINE, PHONO, LINE, USB /] keuzeschakelaar van dit toestel
    — Instellen van het uitgangssignaal voor audiogeveens van dit toestel maar de computer
    Aanpassen van de buffergrootte (bij gebruik van Windows ASIO)
  • Controlleren welke versie van het stuurprogramma u hebelt

Openen van het instelhulpprogramma

Voor Windows

Klik op het [Starten]-menu > [Alle programa's] > [Pioneer] > [DJM-900nexus]

[DJM-900 nexus Instelfunctie]

Voor Mac OS X

Klik op het [Macintosh HD]-pictogram > [Application] > [Pioneer] > [DJM-900nexus] > [DJM-900nexus Instelfunctie].

Controlleren van de status van de [DIGITAL, CD/LINE, PHONO, LINE, USB */*] ] keuzeschakelaar van dit toestel

Open het instelhulpprogramma voor u begint.

Klik op de [MIXER INPUT] tab.

PIONEER DJM-900NXS - Controlleren van de status van de [DIGITAL, CD/LINE, PHONO, LINE, USB */*] ] keuzeschakelaar van dit toestel - 1

Instellen van het uitgangssignaal voor audiogeveens van dit toestel maar de computer

Open het instelhulpprogramma voor u begint.

1 Klik op de [MIXER OUTPUT] tab.

PIONEER DJM-900NXS - Klik op de [MIXER OUTPUT] tab. - 1

2 Klik op de [Mixer Audio Output] van het afrolmenu.

Selecteer de audiogeveens die maar de computer要去en worden gestuurd uit de beschikbare geluidssignalen binnenin dit toestel en maak de vereiste instelleningen waaroor.

CH1CH2CH3CH4
CH1 Timecode PHONO1CH2 Timecode CD/ LINE1CH3 Timecode CD/ LINE1CH4 Timecode PHONO1
CH1 Timecode CD/ LINE1CH2 Timecode LINE1CH3 Timecode LINE1CH4 Timecode CD/ LINE1
CH1 Timecode DIGITAL1CH2 Timecode DIGITAL1CH3 Timecode DIGITAL1CH4 Timecode DIGITAL1
POST CH1 Fader2POST CH2 Fader2POST CH3 Fader2POST CH4 Fader2
Cross Fader A2Cross Fader A2Cross Fader A2Cross Fader A2
Cross Fader B2Cross Fader B2Cross Fader B2Cross Fader B2
MICMICMICMIC
REC OUT2REC OUT2REC OUT2REC OUT2

1: De audiogegevens worden geproduerd met hetzelfde volume waarmee het door dit toestel worden ontvangen, ongeacht de [USB Output Level]-instilling.

2): Bij gebruik voor andere applicaties dan opnemen, moet u leten op de instellenen van de DJ-applicatie zodate er geen audiolussen worden angemaaakt. Als er audiolussen worden aangemaaakt, kan er geluid worden ingevoerd of geproduererd met onebodeele volumes.

3 Klik op de [USB Output Level] van het afrolmenu.

Regel het volume van de door dit toestel geproduceerde audiogegevens.

  • De [USB Output Level]-installing worden op alle audiogegevens opdezelfde manier toegepast. Wanner echter 1 is geseleedeerd in de tabel bij stap 2, worden de audiogegevens geproduederm hetzelfde volume als waarmee ze door dit toestel ontvangen worden.
  • Als er alleen met de volumeregeling van de DJ-software nicht voldoende volume geproducederd kan worden,要去 [USB Output Level]-instelling veranderen om het volume van de door dit toestel geproducederde audiogeveens aan te passen. Let op dat het geluid Niet verrormd raakt wannear het volume te hoog worden gezet.

Aanpassen van de buffergrootte (bij gebruik van Windows ASIO)

Als er aplicatieprogramma's dit apparaat gebruiken als hun vaste audio-apparaat (zoals DJ-programma's, enz.), sluit u die programma's dan voordat u de buffercapaciteit aanpast.

Open het instelhulpprogramma voor u begint.

PIONEER DJM-900NXS - Aanpassen van de buffergrootte (bij gebruik van Windows ASIO) - 1

  • Een ruime buffercapaciteit is nuttig om de kans op het wegallen van geluid (dropouts) te voorkomen, maar verhoegt daarentegen de geringe vertraging in de audiosignaaltransmissie (latency).

Controlleren welke versie van het stuurprogramma u hebft

Open het instelhulpprogramma voor u begint.

Controleren van de meest recente informatatie over het stuurprogramma

Bezoek once website, hieronder vermeld, voor de meest recente informatie over het stuurprogramma voor exclusief gebruik met dit apparaat.
http://www.prodjnet.com/support/

  • De werkking kan nicht worden gegarandeerd wonneer er meertere van deze mengpanelen zijn aangesloten op een enkele computer.

Regelpaneel

PIONEER DJM-900NXS - Regelpaneel - 1

MIC1 aansluiting (bladzijde 15)

Voor aansluiten van een microfoon.

2 USB aansluiting (bladzijde 8)

Sluit de computer aan

3 USB verbindingsindicator

Licht op wanner er signalen worden uitgewisseld met de computer.

MIC1 LEVEL instelling (bladzijde 15)

Regelt het uitgangsniveau van de geluidsweergave via het [MIC1] kanaal.

MIC2 LEVEL instelling (bladzijde 15)

Regelt het uitgangsniveau van de geluidsweergave via het [MIC2] kanaal.

6 EQ (HI, LOW) instellingen (bladzijde 15)

Deze regelen de toonweergave van de [MIC1] en [MIC2] kanalen.

OFF, ON, TALK OVER keuzeschakelaar (bladzijde 15)

Zet de microfoon aan/uit

8 SOUND COLOR FX toetsen (bladzijde 15)

Deze zetten de SOUND COLOR FX effecten aan/uit.

9 CUE toetsen (bladzijde 14)

Druk op de [CUE] toets(en) voor het kanaal (de kanalen) waarmee u wilt meeluisteren.

10 FADER START (1, 2, 3, 4) toetsen (bladzijde 14)

Hiermee aunt u de fader-startfunctie aan/uit zetten.

11 MONO SPLIT, STEREO keuzeschakelaar (bladzijde 14)

Bepaalt hoe het geluid voor het meeluisteren via de hoofdtelefoon worden verdelijk.

12 MIXING instellingen (bladzijde 14)

Hiermee sunt u de balans regelen van het meeluistervolume voor het geluid van de kanalen waarvoorde [CUE] wordt ingedrukt en het geluid van het [MASTER] kanaal.

LEVEL instelling (bladzijde 14)

Regelt het uitgangsiveau van de geluidsweergave via de hoofdtelefoon.

14 PHONES aansluiting (bladzijde 14)

Sluit hierop een hoofdtelefoon aan

15 USB audio-ingangssignaalindicator

Licht op wanner er geluidssignalen voor de diverse kanalen worden ontvangen van de computer.

DIGITAL, CD/LINE, PHONO, LINE, USB */* keuzeschakelaar (bladzijde 14)

Kies de ingangsbron van elk kanaal voor de componenten die op dit apparaat zich aanegasloten.

17 TRIM instelling (bladzijde 14)

Regelt het niveau van de geluidssignalen die binnenkomen via elk kanaal.

18 EQ/ISO (HI, MID, LOW) instellingen (bladzijde 14)

Deze regelen de toonweergave van de diverse kanalen.

19 Kanaalniveau-aanduiding (bladzijde 14)

Toont het geluidsniveau van de diverse kanalen voor ze door de kanaalfaders geleid worden.

20 COLOR installingen (bladzijde 15)

Deze wijzigenden de SOUND COLOR FX parameters van de diverse kanalen.

21 Kanaal-fader (bladzijde 14)

Regelt het niveau van de geluidssignalen die worden uitgestuurd via elk kanaal.

22 CROSS FADER ASSIGN (A, THRU, B) keuzeschakelaar (bladzijde 14)

Stellen de uitgangsbestemming van elk kanaal in op [A] of [B].

23 Crossfader-regelaar (bladzijde 14)

Voor weergave van geluidssignalen die zich toegewezen via de crossfader-toewijzingsschakelaar, overeenkomstig de curvekarakteristiek die is gekozen met de [CROSS FADER] (crossfadercurve-keuzeschakelaar).

24 MASTER LEVEL instellingen (bladzijde 14)

Regelt het uitgangsnavan de geluidsweergave via het [MASTER] kanaal.

25 Hoofdniveau-aanduiding (bladzijde 14)

Toont het uitgangsiveau van de geluidsweergave via het [MASTER] kanaal.

26 BALANCE instellingen (bladzijde 15)

Voor het regelen van de links/rechts balans van de geluidsweergave via de [MASTER1] aansluitingen enz.

27 MONO, STEREO keuzeschakelaar (bladzijde 15)

Schakelt de geluidsweergave van de [MASTER1] aansluitingen enz. geen en waarCUSen mono en stereo.

28 BOOTH MONITOR instellingen (bladzijde 15)

Regelt het niveau van de geluidssignalen die worden weergegeven via de [BOOTH]-aansluiting.

29 EQ CURVE (ISOLATOR, EQ) keuzeschakelaar (bladzijde 14)

Schakelt de functie van de [EQ/ISO (HI, MID, LOW)] instellenen om.

30 CH FADER ( , ,) keuzeschakelaar (bladzijde 14)

Schakelt de kanaalregelcurve-karakteristiek om.

31 CROSS FADER (六, 六, 六) keuzeschakelaar (bladzijde 14)

Voor omschakelen van de crossfader-curvekarakteristiek.

32 ON/OFF (UTILITY) knop

ON/OFF:Zet de MIDI-functionie aan/uit (bladzijde 17).

  • UTILITY: Toont het [USER SETUP] of [CLUB SETUP] scherm (bladzijde 23).

38 START/STOP toets (bladzijde 17)

Verzendt de MIDI-start/MIDI-stop signalen.

LFO FORM (WAKE UP) knop

LFO FORM: Wanner [MIDI LFO] is geseleerd bij BEAT EFFECT, worden de golfvorm van het MIDI-signal omgeschakeld telkens wanner er op de knop worden gedrukt (bladzijde 20).

  • WAKE UP: Annuleert de automatische uitschakeling (automatische ruststand) (bladzijde 23).

55 Hoofdbeeldscherm

36 X-PAD (bladzijde 16)

Regelt de kwantitatieve parameter van de BEAT EFFECT functie.

BEAT toetsen (bladzijde 16)

Bepaalt de beat fractie voor het synchroniseren van het effectgeluid.

38 TAP (ENTER) toets

TAP: Wanner de BPM meetmethode is ingesteld op [TAP], moet de BPM met de hand worden ingesteld door op de toets te tikken met een vinger (bladzijde 16).

  • ENTER: Gebruikt om de instellungen van dit toestel te wijzigen (bladzijde 23).

39 QUANTIZE knop

  • Gebruikt om deinstallingen van dit toestel te wijzigen (bladzijde 23).

  • Wanner de QUANTIZE-functie is ingeschakeld voor het BEAT EFFECT, worden het effect toegepast op het geluid zonder dat het tempo verloren worden voor het spelende muziekstuk. (bladzijde 16).

AUTO/TAP toets (bladzijde 16)

Schakelt de BPM-meetmethode om.

41 DELAY, ECHO, SPIRAL, REVERB, TRANS, FILTER, FLANGER, PHASER, ROBOT, MELODIC, SLIP ROLL, ROLL, REV ROLL, SND/RTN (MIDI LFO) keuzeschakelaar (bladzijde 16)

Schakelt het BEAT EFFECT effecttype om.

12 1, 2, 3, 4, MIC, CF.A, CF.B, MASTER keuzeschakelaar (bladzijde 16)

Schakelt het kanaal om waarop het BEAT EFFECT zal worden toegepast.

TIME instelling (bladzijde 16)

Regelt deijdparameter van het BEAT EFFECT.

44 LEVEL/DEPTH installing (bladzijde 16)

Regelt de kwantitatieve parameter van het BEAT EFFECT.

45 ON/OFF toets (bladzijde 16)

Zet de BEAT EFFECT functie aan/uit.

Trek Niet te hard aan de knuppen voor de kanaalfader en crossfader. Deze knopen zich Niet ontworpen om verwijderd te konnen worden. Te hard aan de knappen trekken kan leiden tot schade aan het toestel.

Geluid weergeven

1 Druk op de [POWER]-toets.

Schakel dit apparaat in.

2 Verdraai de [DIGITAL, CD/LINE, PHONO, LINE, USB */*] keuzeschakelaar.

Kies de ingangsbronnen voor de diverse kanalen UIT de componenten die op dit apparaat+zijn aangesloten.

  • [DIGITAL]: Kiest de DJ-speler die is aangesloten op de [DIGITAL]aansluitingen.
  • [PHONO]: Voor keuze van een analoge muziekspeler aangesloten op de [PHONO]-aansluiting.
  • [CD/LINE], [LINE]: Voor keuze van een cassettedeck of CD-speler die is aangesloten op de [LINE]-aansluitingen.
  • [USB / : Voor keuze van het geluid van de computer die is aangesloten op de [USB]-aansluitbus.

3 Draai aan de [TRIM] instelling.

Regelt het niveau van de geluidssignalen die binnenkomen via elk kanaal.

Bij elk van de kanalenlicht de kanaalniveau-indicator op wanner er geluidssignalen goed doorkomen voor dat kanaal.

4 Zet de kanaal-fader in de binnenste stand

Regelt het niveau van de geluidssignalen die worden uitgestuurd via elk kanaal.

5 Schakelt de [CROSS FADER ASSIGN (A, THRU, B)] keuzeschakelaar om.

Schakelt de uitgangsbestemming om, voor elk kanaal.
[A]: Toewijzen aan [A] (links) van de crossfader.
[B]: Toewijzen aan [B] (rechts) van de crossfader.
- [THRU]: Selecteer deze stand wanneer u de crossfader nicht wilt gebruiken. (De signalen passeren nicht door de crossfader.)

6 Stel de crossfader in

Deze handling is nicht nodig als de [CROSS FADER ASSIGN (A, THRU, B)] keuzeschakelaar in de [THRU] stand is gezet.

7 Draai aan de [MASTER LEVEL] instilling.

Geluidssignalen worden uitgestuurd via de [MASTER1] en [MASTER2] aansluitingen.

De hoofdniveau-indicatorlicht op.

Bijregelen van de geluidskwaliteit

Draai aan de [EQ/ISO (HI, MID, LOW)]-instellingen voor de diverse kanalen.

Zie Specificaties op bladzijde 26 voor het bereik van het geluid dat kan worden bijgeregeld met elk van deze regelaars.

Omschakelen van de functie van de [EQ/ISO (HI, MID, LOW)] instelleningen

Schakelt de [EQ CURVE (ISOLATOR, EQ)] keuzeschakelaar om.

[ISOLATOR]: Functionert als isolator.
[EQ]: De equalizerfunctie worden ingesteld.

Meeluisteren via een hoofdtelefoon

1 Sluit een hoofdtelefoon aan op de [PHONES]-aansluiting
2 Druk op de [CUE] toets(en) voor het kanaal (de kanalen) waarmeu u wilt meeluisteren.

3 Schakelt de [MONO SPLIT, STEREO] keuzeschakelaar om.

  • [MONO SPLIT]: Het geluid van de kanalen waaroor [CUE] worden ingedrukt, worden weergegeven via de linker oorschelp van de hoogtelefoon en het geluid van het [MASTER] kanaal via de rechter oorschelp.
  • [STEREO]: Het geluid van de kanalen waaroor u op [CUE] drukt worden in stereo weergegeven door de hoofdtelefoon.

4 Draai aan de [MIXING] instelling.

Hiermee kurz u de balans regelen van het meeluistervolume voor het geluid van de kanalen waarvoorde [CUE] wordt ingedrukt en het geluid van het [MASTER] kanaal.

5 Draai aan de [LEVEL] instelling voor de [HEADPHONES].

Het geluid van de kanalen waar voor [CUE] toets is ingedrukt worden weergegeven via de hoofdtelefoon.

  • Wanner er nog een keer op [CUE] toets worden gedrukt, worden het meeluisteren geannuleerd.

Controleren van het geluid van de computer

  • Controller [Gebruik de "LINK MONITOR" functie van Pioneer DJ-mençpanelen.] bij [bestand] > [Voorkeuren] > [Audio] in reckordbox van tevoren. Raadpleeg ook de handleiding van de reckordbox.

1 Sluit een hoofdtelefoon aan op de [PHONES]-aansluiting

2 Sluit een computer aan waaroprekordbox is geinstalleerd.

Nadere aanwijzingen voor het aansluiten vindt u onder Aansluiten van ingangsaansluitingen op bladzijde 7.

3 Keuze van een muziekstuk ter controle met rekordbox

Het muziekstuk dat u kiest metrekordbox worden weergegeven via de hooftelefoon.

  • Wanner er nog een keer op [CUE] toets worden gedrukt, worden het meeluisteren geannuleerd.
  • U kurz nudezelfde procedure volgen als voor Meeluisteren via een hoofdtelefoon (stappen 3 t/m 5).

Omschakelen van de kanaalregelcurve

Kies de kanaalregelcurve-karakteristiek.

Schakelt de [CH FADER (, , ) ] keuzeschakelaar om.

  • [J]: De curve stijgt plotseling aan het verre uiteinde.
    — [F]: Er worden een curve:tussen de curves boven en onder ingesteld.
  • []: De curve stijgt geleidelijk (het geluid zwelt geleidelijk aan wanner u de kanaalregelaar van voren maarchteren beweegt).

Kies de crossfadercurve-karakteristiek.

Schakelt de [CROSS FADER (一,一,一)] keuzeschakelaar om.

  • [A]: Geeft een steile, stijgende curve (als de crossfader-schuifregelaar wordt weggeschoven van de [A]-kant, worden er onmiddelijk geluidssigna- len uitgestuurd via de [B]-kant).
    — [N]: Geeft een curve die het gemiddelde vormt van de curves hierboven en hieronder.
  • [X]: Geeft een heel geleidelijk stijgende (als de crossfader-schufregelaar wordt weggeschoven van de [A]-kant, zal het geluid aan de [B]-kant geleidelijk aanzwellen, verwijl het geluid aan de [A]-kant geleidelijk worden afgezwakt).

Start de weergave van een DJ-speler met behulp van de schuifregelaar (fader-start)

Indien via LAN-kabel verbonden met een Pioneer DJ-speler, können handelingen zoals het latent beginnen van de weergave op de DJ-speler worden bediend met de fader van dit toestel.

Sluit vooraf dit apparaat aan op een Pioneer DJ-speler. Nadere aanwijzingen voor het aansluiten vindt u onder Aansluten van ingangsansluitingen op bladzijde 7. Zie Omtrent PRO DJ LINK op bladzijde 15 voor instructies omtrent het instellen van de spelernummers voor Pioneer DJ-speler.

De fader-startfunctie kan aan of uit worden gezet voor alle DJ-spelers tegelijk. Zie Instellingen aanpassen op bladzijde 23 voor de instelprocedure.

Beginnen met afspelen met de kanaal-fader

1 Stel [CROSS FADER ASSIGN (A, THRU, B)] keuzeschakelaar in op [THRU].

2 Druk op een van de [FADER START (1, 2, 3, 4)]-toetsen.

Selecteer het kanaal dat gestart moet worden met de fader-startfunctie.

3 Zet de kanaal-fader in de buitenste stand

4 Stel de cue in op de DJ-speler

De DJ-speler pauzeert de weergave bij het cue-punt.

5 Zet de kanaal-fader in de binnenste stand

Het afspelen begint op de DJ-speler.

  • Wanner u de kanaal-fader terugzet in de oorspronkelijke stand, keert de speler onmiddelijk terug maar het erder ingestelde cue-punt, om waar de weergave te pauzeren (back-cue).

Beginnen met afspelen met de crossfader

1 Stel de [CROSS FADER ASSIGN (A, THRU, B)] keuzeschakelaar in op [A] of [B].
2 Druk op een van de [FADER START (1, 2, 3, 4)]-toetsen.

Selecteer het kanaal dat gestart moet worden met de fader-startfunctie.

3 Stel de crossfader in

Schuif de regelaar maar de tegenovergestelde rand van het kanaal waarvoor u de fader-startfunctie wilt gebruiken.

4 Stel de cue in op de DJ-speler

De DJ-speler pauzeert de weergave bij het cue-punt.

5 Stel de crossfader in

Het afspelen begint op de DJ-speler.

  • Wonneer u de crossfader terugzet in de oorspronkelijke stand, keert de spelere onmiddelijk terug maar het erder ingestelde cue-punt, om waar de weergave te pauzeren (back-cue).

Gebruik van een microfoon

1 Sluit een microfoon aan op de [MIC1] of [MIC2]-aansluiting.
2 Stel de [OFF, ON, TALK OVER] keuzeschakelaar in op ON of [TALK OVER].

  • ON: De aanduiding Licht op.

[TALK OVER]: De aanduiding knippert.

  • Wanner u instelt op [TALK OVER] zal het geluid van alle kanalen behalte dat van het [MIC] kanaal met 18 dB (standaardinstelling) worden verzwakt wanner er een geluid van meer dan -10 dB binnenkomt via de microfoon.
  • De [TALK OVER] verzwakking kan worden gewijzigd via [USER SETUP]. Nadere aanwijzingen voor het wijzigien hiervan vindt u onder Instellingen aanpassen op bladzijde 23.

3 Draai aan de [MIC1 LEVEL] of [MIC2 LEVEL] installing.

Regel het uitgangsniveau van de geluidsweergave via het [MIC] kanaal.
- Onthoud dat helemaal waar rechts draaien een enorm hard geluid oplevert.

4 Geef geluidssignalen door via de microfoon.

Bijregelen van de geluidskwaliteit

Draai aan de [EQ (HI, LOW)] instellingen voor het [MIC] kanaal.

Zie Specificaties op bladzijde 26 voor het bereik van het geluid dat kan worden bijgereld met elk van deze regelaars.

Overschakelen:tussen mono- en stereo-geluid

Hiermee worden de weergave via de [MASTER1], [MASTER2], [BOOTH], [REC OUT], [PHONES], [DIGITAL MASTER OUT] en [USB]-aansluitingen omgeschakeldussen mono en stereo.

  • Om het via de [USB]-aansluitingen geproduuceerde geluidssignaal in te stellen, moet u [REC OUT] selecteren bij [Mixer Audio Output] in het instelhulpprogramma.

Schakelt de [MONO, STEREO] keuzeschakelaar om.

  • [MONO]: Voor weergave van mono-geluid.
  • [STEREO]: Voor weergave van stereo-geluid.

De links/rechts-balans van het geluid regelen

De links/rechts-balans van het geluid dat wordt weergegeven via de [MASTER1], [MASTER2], [BOOTH], [REC OUT], [PHONES], [DIGITAL MASTER OUT] en [USB]-aansluitingen kan worden bijgeregeld.

  • Om het via de [USB]-aansluitingen geprodueerde geluidssignaal in te stellen, moet u [REC OUT] selecteren bij [Mixer Audio Output] in het instelhulpprogramma.
    1 Stel [MONO, STEREO] keuzeschakelaar in op [STEREO].
    2 Draai aan de [BALANCE] instelling.

De links/rechts balans van de geluidsweergave verandert, alaar gelang de richting waar u de [BALANCE] instelling draait en hoe ver.

  • Door draaien maar de uiterste rechterkant worden alleen het rechtter kanaal van stereo-geluid weergegeven. Door draaien maar de uiterste linkerkant worden alleen het linker kanaal van stereo-geluid weergegeven.

Het geluid wordt weergegeven via de [BOOTH]-aansluiting.

Draai aan de [BOOTH MONITOR] instelling.

Regelt het niveau van de geluidssignalen die worden weergegeven via de [BOOTH]aansluiting.

Geavanceerde bedieningsfuncties

Wanner een PRO DJ LINK-compatiblele Pioneer DJ-speler (een CDJ-2000, CDJ-900, enz.), een computer met het rekordbox-programma en dit apparaat onderling worden verbonden met LAN-kabels, kut u de volgende PRO DJ LINK-functions gebruiken.

Nadere bijzonderheden over de PRO DJ LINK-functie vindt u tevens in de gebruiks-aanwijzing van de DJ-speler en de bedieningsaanwijzingen voor reckordbox.

Nadere aanwijzingen voor het aansluiten vindt u onder Aansluiten van ingangsaansluitingen op bladzijde 7.

  • Indien aangesloten via een switching hub können er maximaal 4 DJ-spelers en 2 computers worden aangesloten.
  • Gebruik een switching hub die geschikt is voor 100Base-TX-verbindingen. Het is möglich dat bepaalde switching hubs Niet goed werkden.
  • Stel voor de DJ-speler hetzelfde nummer in als voor het kanaal waarmeed Audiokabel is verbonden.

Met deze functie=kunt u rekordbox-muziekbestanden die zich opgeslagen op de computer vlot controleren via een hoofdtelefoon.

STATUS INFORMATION

Deze functie geeft aan de DJ-spelers de status van het aangesloten kanaal door (on-air status, kanaalnummer, enz.).

QUANTIZE

Wanner muziekstukken die zijn geanalyseerd metrekordbox worden gezruikt, wordt het muziekstuk op de beat gezet, ook als er op de [ON/OFF]-knop worden gedrukt van [BEAT EFFECTS], of als het [X-PAD] ruw worden aangeraakt.

FADER START

Het afspelen op de DJ-speler kan worden gestart met de fader van dit toestel (Fader Start Play).

SOUND COLOR FX

Deze effecten veranderen in overeenstemming met de [COLOR]-regelaars voor de verzischlende kanalen.

1 Druk op een van de [SOUND COLOR FX]-toetsen.

Hiermee kiest u het soort effect.

De ingedrukte toets gaat knipperen.

  • Een overzicht van de soorten effecten vindt u op Soorten SOUND COLOR FX effecten op bladzijde 18.
  • Het zich de effect worden ingesteld voor [CH1] tot [CH4].

2 Draai aan de [COLOR] instelling.

Het effect worden toegepast op elk kanaal waarvoord knop ward ingedrukt.

BEAT EFFECT

PIONEER DJM-900NXS - BEAT EFFECT - 1

Met deze functie kurz u onmiddelijk diverse effecten instellen volgens het tempo (BPM = beats per minuut) van het op dat moment weergegeven muziekstuk.

1Effect-schemdeelDe naam van het geselecteerde effect worden weergegeven.
2Kanaalkeuze-schemdeelDe naam van het kanaal waarop het effect worden/toege-past wordenweergeveen.
3AUTO (TAP)[AUTO]licht op wanneer de BPM-meting staat ingesteld op automatische werking. [TAP]licht op bij gelebruik van de handmatige inoverstand.
4Aanduiding van de BPM-waarde (3 cijfers)In de automatische stand worden hier de automatisch gemeten BPM-waarde aangegeven. Wanner de BPM-waarde Niet gemeten kan worden, knip-pert hier de laast waargenomen BPM-waarde. In de handmatige inoverstand worden hier de handmatig ingeveerde BPM-waarde getoond.
5GRIDWanneer er muziekstukken worden afgespeeld dieijken geanalyseerd met rekordbox, za dit oplichten wanneer de QUANTIZE-functie gebruikt kan worden in combinatie met de DJ-speler. Dit knippert of blijuit als de QUANTIZE-functie Niet kan worden gebruikt.
6BPMDeze blijft steeds verlicht.
7Parameter-schemdeelHier worden de parameters weergegeven dieijken opgege-ven voor de individuele effecten. Wanner [BEAT▲, ▲] wordt ingedrukt, worden de corresponderende beat fractie 1 Second lang去买ond. Wanner er een waarde buiten het parameterbereik worden opgegeven met de [BEAT▲, ▲] toets, verandert de waarde Niet en gaat het display knipperen.
8% (ms)Deze lichten op volgens de eenheden voor de verschil-lende effecten.
9Beat-schemdeelDit Licht op aan de hand van de geselecteerde beatnum-merpositie.
10Aanraak-schemdeelDit Licht op wanneer het [X-PAD] worden aangeraakt.

1 Druk op de [AUTO/TAP]-toets.

Kies de BPM-metingsstand.

[ATO]: Het BPM-tempo van het binnenkomende geluidssignaal worden automatisch gemeten. De [ATO]-functie worden ingesteld wanner dit apparaat worden ingeschakeld.
— [TAP]: De BPM-waarde worden handmatig gekozen door met een vinger te tikken op [TAP] toets.

  • Het BPM-meetbereik in de [AUTO]-stand loopt van 70 tot 180 BPM. Voor sommige muziekstukken is het möglichk dat het BPM-tempo Niet correct bepaald kan worden. Als het BPM-tempo Niet gemeten kan worden, knippert de BPM-waarde op het scherm. In dergelijke gezallen voert u de BPM-waarde handmatig in met de [TAP]-toets.

2 Verdraai de [DELAY, ECHO, SPIRAL, REVERB, TRANS, FILTER, FLANGER, PHASER, ROBOT, MELODIC, SLIP ROLL, ROLL, REV ROLL, SND/RTN (MIDI LFO)] keuzeschakelaar.

Hiermee kiest u het soort effect.

  • Een overzicht van de soorten effecten vindt u op Soorten BEAT EFFECT op blad-zijde 18.
  • Om [SND/RTN] te gebruiken, die Gebruik van een externe effectgenerator hieronder.
  • Om [MIDI LFO] te gebruiken, die Gebruiken van MIDI LFO op bladzijde 17 hieronder.

3 Verdraai de [1, 2, 3, 4, MIC, CF.A, CF.B, MASTER] keuzeschakelaar.

Hiermee kiest u het kanaal om het effect op toe te passen.

  • [1] - [4]: Het effect worden toegepast op het geluid van het correspondende kanaal.
  • [MIC]: Het effect worden toegepast op het geluid van het [MIC]-kanaal.
    — [CF.A], [CF.B]: Het effect worden toegepast op het geluid van de crossfader's [A] (linker)- of [B] (rechterkant).
  • [MASTER]: Het effect worden toegepast op het geluid van het [MASTER]-kanaal.

  • Deze handeling is nicht nodig w进而er [MIDI LFO] is geselecteerd.

4 Druk op de [BEAT , ] toets.

Bepaalt de beat fractie voor het synchroniseren van het effectgeluid.

De effecttijd die overeenkomt met de beat-fractie worden automatisch ingesteld.

5 Druk op de [ON/OFF] toets voor [BEAT EFFECTS].

Het effect wordt toegepast op het geluid.

Deijdparameter van het effect is instelbaar door te draaien aan de [TIME] instelling.

De kwantitatieve parameter van het effect is instelbaar door te draaien aan de [LEVEL/DEPTH]-instelling.

De [ON/OFF] toets knippert wanner het effect worden ingeschakeld.

  • Wanneer er opnieuw op de [ON/OFF] toets worden gedrukt, worden het effectuitgeschakeld.

Handmatig invoeren van het aantal BPM

Tik minstens 2 keer op [TAP] toets op de maat van de beat (in kwart noten) van de weergegeven muzzlek.

De gemiddelde waarde van deussenpozen waarmee de [TAP]-toets werk aangetikt, worden ingesteld als het BPM-tempo.

  • Wonneer het BPM-tempo is ingesteld met de [TAP]-toets, worden de beat fractie ingesteld op [1/1] en dan worden de tijd van een enkele beat (kwart noot) ingesteld als de effecttijd.
  • Het BPM-tempo is handmatig instelbaar door een de [TIME]-instelling te draaien verwijl u de [TAP]-toets indrukt.
  • De BPM kan worden ingesteld in stappen van 0,1 door op [AUTO/TAP] te drukken verwijl [TAP] ingedrukt worden gehonden en [TIME] worden verdraaid verwijl de twee toetsen ingedrukt worden gehonden.

Gebruik van een externe effectgenerator

1 Sluit dit apparaat aan op een externe effectgenerator.

Nadere aanwijzingen voor het aansluiten vindt u onder Aansluiten van uitgangsaansluitingen op bladzijde 7.

2 Verdraai de [DELAY, ECHO, SPIRAL, REVERB, TRANS, FILTER, FLANGER, PHASER, ROBOT, MELODIC, SLIP ROLL, ROLL, REV ROLL, SND/RTN (MIDI LFO)] keuzeschakelaar.

Selecteer [SND/RTN (MIDI LFO)].

3 Verdraai de [1, 2, 3, 4, MIC, CF.A, CF.B, MASTER] keuzeschakelaar.

Hiermee kiest u het kanaal om het effect op toe te passen.

4 Druk op de [ON/OFF] toets voor [BEAT EFFECTS].

Het geluid dat door de externe effectgenerator is gegaan worden uitgestuurd via de [MASTER]-kanaal.

  • Wanner er opniew op de [ON/OFF] toets worden gedrukt, worden het effect uitgeschakeld.

Gebruik van de QUANTIZE-functie

Op basis van de GRID-informatie van muziekstukken die al geanalyseerd zijn met rekordbox,+kunnen effecten worden toegevoegd aan het geluid zonder het tempo van het spelende muziekstuk te verliezen.

Sluit van tevoren dit apparaat aan op een PRO DJ LINK-geschikte Pioneer DJ-speler. Nadere aanwijzingen voor het aansluiten vindt u onder Aansluiten van ingangsansluitingen op bladzijde 7.

Muziekbestanden要去en van tevoren worden geanalyseerd met rekordbox om de QUANTIZE-functie te konnen gebruiken. Voor instructies betreffende het analyseren van muziekbestanden met rekordbox verwijzen we u ook� de handleiding van rekordbox.

  • De QUANTIZE-functie kan nicht worden gebrukt wonneer [REVERB], [ROBOT], [MELODIC] of [SND/RTN(MIDI LFO)] is geselecteerd.
  • Om te gebruiken in combinatie met de CDJ-2000 of CDJ-900,要去erd de firmware worden bijgewerkt tot versie 4.0 of nieuwer. (Vanaf februari 2011)

1 Druk op de [QUANTIZE] knop.

De QUANTIZE-functie worden ingeschakenld.

[GRID] zal oplichten op het hoofddisplay van dit toestel wanner de GRID-informatie correct ontvangen is van de DJ-speler en om aan te Geven dat de QUANTIZE-functie kan worden gebruikt. [GRID] knippert als de GRID-informatie Niet correct is ontvangen.

  • Afhankelijk van de status van de DJ-speler (off-air, scratches, achechteruit spelen enz.), is het wellicht Niet möglichk om de GRID-informatie te ontvangen.

2 Druk op [ON/OFF] of [BEAT EFFECTS], of raak het [X-PAD] aan.

Het effect worden toegevoegd aan het geluid in het tempo van het weergegeven fragment.

  • Wonneer er opnieuw op [QUANTIZE] worden gedrukt, worden het QUANTIZE-effectuitgeschakeld.

Bediening van [X-PAD]

Bedieningsprocedure[ON/OFF] knop status van [BEAT EFFECTS]X-PADEffect
Uit (brandt)Loslaten ⇌ aanrakenAan ⇌ Uit
Aan (knippert)Loslaten ⇌ aanrakenAan ⇌ Aan

Bedieningsprocedure ①

1 Voer stappen 1 t/m 4 van de BEAT EFFECT-procedure UIT.

2 Raak het [X-PAD] aan.

Het [X-PAD] zet het effect aan en uit en wijzigt de kwantitatieve parameter.

  • Wanneruw vinger los komt van het [X-PAD], gaat het effect UIT.
  • Om het effect aan te latent wanner uw vinger los komt van het [X-PAD],要去 verwijl u het [X-PAD] aanraakt op de [ON/OFF] knop van [BEAT EFFECTS] drukken voor u uw het [X-PAD] loslaat.
    Bedieningsprocedure ②

1 Voer stappen 1 t/m 5 van de BEAT EFFECT-procedure UIT.

2 Raak het [X-PAD] aan.

Het [X-PAD] wijzigt de kwantitatieve parameter van het effect.

Bedieren van DJ-software met de MIDI-functie

Dit toestel geeft ook informatatie door over de stand van knoppen en schuifregelaars via het universele MIDI-protocol.

Indien aangesloten via een USB-kabel op een computer met MIDI-compatible DJ-software, kan de DJ-software vanaf dit toestel worden bediend.

Installer van tevoren de DJ-software op uw computer. Maak bovendien de nodige audio- en MIDI-instelingen voor de DJ-software.

  • Aanwijzingen voor het instellen van de MIDI-kanalen vindt u op Instellenen aanpassen op bladzijde 23.
  • Zie voor de berichten die dit toestel doorgeeft Lijst van MIDI-berachten op blad-zijde 21.

1 Verbind de [USB]-aansluiting van dit apparaat met de computer.

Zie Aansluiten op het bedieningspaneel op bladzijde 8 voor nadere details over de aansluitingen.

2 Start de DJ-software.

3 Druk op de [ON/OFF (UTILITY)] knop.

Schakel de MIDI-functie in.

De verzending van MIDI-berachten begint.

  • Wonneer een fader of andere regelaar worden verplaatst, za er een bericht worden verstuurd dat de(APiee positie doorgeeft.
  • Wanner de [START/STOP] toets worden ingedrukt en meer dan 2 seconden ingedrukt worden gehonden, worden er een set MIDI-meldingen die corresponderen met de toets, fader of de posities van de instelleningen verstuurd (Snapshot).
  • Wanner er nogients op [ON/OFF (UTILITY)] worden gedrukt, worden het versturen van MlDl-meldingen gestopt.
  • De MIDI-tijddklok (met BPM-informatie) worden alsijd verzonden, ongeacht de status van de [ON/OFF/UTILITY] knop.

Voorbereidingen voor het gebruiken van de MIDI LFO-functie

De MIDI-compatible software, apparatuur enz. (hieronder de "MIDI-ontvangstkant" genoemd)要去 worden voorbereid ("geleerd") voor de MIDI LFO-functie gebruikt kan worden.

Voer de juiste handelingen voor het "leren"uit aan de MIDI-ontvangstkant.

  • Zie voor de berachten die dit toestel doorgeeft Lijst van MIDI-berichten op blad-zijde 21.

1 Druk op de [ON/OFF (UTILITY)] knop.

Schakel de MIDI-functie in.

2 Verdraai de [DELAY, ECHO, SPIRAL, REVERB, TRANS, FILTER, FLANGER, PHASER, ROBOT, MELODIC, SLIP ROLL, ROLL, REV ROLL, SND/RTN (MIDI LFO)] keuzeschakelaar.

Selecteer [SND/RTN (MIDI LFO)].

[S/R LFO] knippert op het effectgedeelte van het display, waarna [SND/RTN] za verzschijnen.

3 Druk op de [ON/OFF] toets voor [BEAT EFFECTS].

Laat de MIDI-ontvangstkant de MIDI-melding van de [ON/OFF]-toets met betrekking tot het [BEAT EFFECTS] leren.

  • De MIDL-melding die door de [ON/OFF]-toets worden verstuurd met betrekking tot het [BEAT EFFECTS] verschl't wanner [SND/RTN (MIDI LFO)] is geseleerd en wanner ieits anders dan [SND/RTN (MIDI LFO)] is geseleerd. De MIDL-melding van de [ON/OFF]-toetsCAM betrekking tot het [BEAT EFFECTS] wanner [SND/RTN (MIDI LFO)] is geseleerd, wordt alleen verzonden wanner de handeling worden uitgevoerd volgens deze procedure.

4 Druk op de [LFO FORM (WAKE UP)] knop.

Laat de MIDI-ontvangstkant de MIDI-melding van de [LFO FORM (WAKE UP)]-toets leren.

[1/7] en [1/7 LFO] verschijnen om en om op het effectgedeelte van het display.

  • Stel indien nodig de MIDI-mapping in voor andere toetsen en bedieningsorganen.

Omdat de MIDI-melding van de [LFO FORM (WAKE UP)]-toets als een reeks instructeurs worden verzonden, kan het zijn dat, mede afhankelijk van de instellenen aan de MIDI-ontvangstkant, de MIDI-melding Niet "geleerd" kan worden. Druk op de [LFO FORM(WAKE UP)]-toets en schakel overaar [SND/RTN] om de MIDI-mapping voor andere toetsen en bedieningsorganen in te stellen.

Gebruiken van MIDI LFO

Maak van tevoren de Voorbereidingen volgens de procedure onder Voorbereidingen voor het gebruiken van de MIDI LFO-functie.

1 Verdraai de [DELAY, ECHO, SPIRAL, REVERB, TRANS, FILTER, FLANGER, PHASER, ROBOT, MELODIC, SLIP ROLL, ROLL, REV ROLL, SND/RTN (MIDI LFO)] keuzeschakelaar.

Selecteer [SND/RTN (MIDI LFO)].

[S/R LFO] knippert op het effectgedeelte van het display, waarna [SND/RTN] zal verschijnen.

2 Druk op de [LFO FORM (WAKE UP)] knop.

De verzending van MIDI-signalen begint.

Het golfvormpatroon van het MIDI-siŋgaal verandert telkens wanner er op [LFO FORM (WAKE UP)] worden gedrukt.

$$ \left[\begin{array}{l}\rightarrow [ S N D / R T N ] \rightarrow [ 1 / 7, \dots ] \rightarrow [ 2 / 7, \dots ] \rightarrow [ 3 / 7, \dots ]\[ 7 / 7, \dots ] \leftarrow [ 6 / 7, \dots ] \leftarrow [ 5 / 7, \dots ] \leftarrow [ 4 / 7, \dots ]\end{array}\right] $$

3 Druk op de [BEAT , ]toets.

Stel de uitvoertijd voor de golfvorm van het MIDI-signaal in.

4 Druk op [ON/OFF] of [BEAT EFFECTS], of raak het [X-PAD] aan.

De MIDI-melding voor het inschakelen van het effect worden verstuurd.

  • Wanner de [LFO FORM (WAKE UP)]-toets worden ingedrukt en een instelling van [1/7,4] -[7/7] -[ ] wordt geseleeteerd, kan de MIDI-melding voor de onderstaande toetsen en bedieningsorganen ook worden verzonden wanner de MIDI-stand is uitgeschakeld.

[X-PA] (Aanraken loslaten)

  • [CUE]-toets voor het [BEAT EFFECTS]

  • [1,2,3,4, MIC, CF.A, CF.B, MASTER] keuzeschakelaar

  • [ON/OFF]-toets voor het [BEAT EFFECTS]

  • Wonneer de [LFO FORM (WAKE UP)]-toets worden ingedrukt om te schakelen:tussen [SND/RTN] en [MIDI LFO], zal BEAT EFFECT automatisch wordenuitgeschakeld.

  • Het is nicht möglich te schakelen te schakelen:tussen [SND/RTN] en [MIDI LFO] verwijl het [X-PAD] worden aangeraakt.

Verzenden van de berichten voor MIDI-start en MIDI-stop

Druk op de [START/STOP] toets voor [MIDI].

  • De berichten voor MIDI-start en MIDI-stop worden beurtelings verzonden, telkens wanner u op de [START/STOP]-toets drukt, ongeacht of de MIDI-functionie aan of UIT staat.

Bediening van een externe MIDI-sequencer

Dit toestel geeft ook informatatie door over de stand van knappen en schuifregelaars via het universele MIDI-protocol.

Dit apparaat geeft het tempo van de weergegeven geluidsbron (de BPM-informatie) door als de MIDI-tijdklok. Dit kan worden gebruikt voor het synchroniseren van een externe MIDI-sequencer met het tempo van de geluidsbron.

  • Zie voor de berachten die dit toestel doorgeeft Lijst van MIDl-berachten op blad-zijde 21.
  • Externe MIDI-sequencers die nicht geschikt zijn voor de MIDI-tijdklok hunen nicht worden gesynchroniseerd.
  • Externe MIDI-sequencers können nicht worden gesynchroniseerd voor geluidsbronnen waarvan het BPM-tempo Niet betrouwbaar kan worden gemeten.
  • MIDI-tijdbloksignalen worden ook doorgegeven bij BPM-waarden die handmatig zijn ingeoerd door het aantikken van de [TAP]-toets met een vinger. Het bereik van de MIDI-tijdlok loopt van 40 BPM tot 250 BPM.

1 Verbind de [MIDI OUT]-aansluiting met de MIDI IN-aansluiting van de externe MIDI-sequencer met een in de handel verkrijgbare MIDI-kabel.

2 Stel de synchronisatiefunctie van de externe MIDI-sequencer in op "Slave".

3 Druk op de [START/STOP] toets voor [MIDI].

Het MIDI-startbericht worden verzonden.

4 Druk op [ON/OFF] in het [MIDI]-gedeelte.

De verzending van MIDI-berachten begint.

Soorten effecten

Soorten SOUND COLOR FX effecten

EffectnaamBeschrijvingCOLOR instelling
SPACEVoegt een nagalmeffect toe aan het oorspronkelijke geluid.Tegen de klok in draaien: Voegt het nagalm-effect toe aan de midden- en lage tonen.Met de klok mee draaien: Voegt het nagalm-effect toe aan de midden- en hoge tonen.
DUB ECHOVoegt een echo-effect toe, waar bij het geluid een korteijd na het oorspronkelijke geluid herhaaldelijk worden weergegeven en wegsterft.Tegen de klok in draaien: Voegt het echo-effect alleen toe aan de middentonen.Met de klok mee draaien: Voegt het echo-effect alleen toe aan de hoge tonen.
GATE/COMPVerandert de textuur van het algehele geluid.Tegen de klok in draaien: Een gate-effect maakt het geluid strakker, met een vermin-derd gevoel van volume.Met de klok mee draaien: Een compres-soreffect maakt het geluid vetter, met een verhoogd gevoel van volume.
NOISEWitte ruis geproduerd binnenin dit apparaat worden samengemengd met het geluid van het kanaal via een filter en dan weergegeven.Het volume kan worden aangepast door de [TRIM]-installingen voor de respectievelijke kanalen te verdraaien.De geluidskwaliteit kan worden ingesteld door de [EQ/ISO (HI, MID, LOW)]-installingen te verdraaien.Tegen de klok in draaien: De grensfrequentie voor het filter waardoor de witte ruis passeert worden geleidelijk lager.Met de klok mee draaien: De grensfrequentie voor het filter waardoor de witte ruis passeert worden geleidelijk hoger.
CRUSHComprimeert het oorspronke-lijke geluid voor weergave.Tegen de klok in draaien: Vergroot de vervor-ming van het geluid.Met de klok mee draaien: Het geluid worden gecomprimeerd voor het door het hoogdoor-laatfilter passeert.
FILTERProduceert geluid dat door een filter is gegaan.Tegen de klok in draaien: Verminder de afsnijfrequentie van het laagdoorlaatfilter geleidelijk.Met de klok mee draaien: Verhoogt de afsnijfrequentie van het hoogdoorlaatfilter geleidelijk.

Soorten BEAT EFFECT

DELAY

Een vertraagd geluid worden eén keer geprodueerd overeenkomstig de beat fractie die is ingesteld met de [BEAT ] toetsen.

Wanner een 1/2 beat vertraagd geluid wordt toegevoegd, worden 4 beats nu 8 beats.

PIONEER DJM-900NXS - DELAY - 1

BEAT ▲, ➔ toetsen (para-meter 1)Gebruik PCIe om een vertraging in te stellen van 1/8 – 16/1 inverhouding tot deijd voor één beat van de BPM.
TIME instelling (parame-ter 2)Gebruik PCIe om de vertragingsstijd in te stellen.1 tot 4000 (ms)
LEVEL/DEPTH instelling (parameter 3)Gebruik PCIe om de balans te regelen van het oorspronkelijkegeluid en het vertraagde geluid.
X-PAD (parameter 4)Gebruik PCIe om de vertragingsstijd in te stellen.

ECHO12

Een vertraagd geluid wordenverschillende keren geleidelijk verzwakt geprodueerd overeenkomstig de beat fractie die is ingesteld met de [BEAT ]toetsen.

Met 1/1 beat-echo's zullen de vertraagde geluiden wegsterven volgens het tempo van het muziekstuk, ook nadat het inkomend geluid al is afgekapt.

PIONEER DJM-900NXS - ECHO12 - 1

BEAT ▲ ▶ toetsen (para-meter 1)Gebruik deze om een vertraging in te stellen van 1/8 – 16/1 inverhouding tot dearend voor één beat van de BPM.
TIME instelling (parame-ter 2)Gebruik=this om de vertragingsstijd in te stellen.1 tot 4000 (ms)
LEVEL/DEPTH instelling(subject 3)Gebruik这家伙 om de balans te regelen van het oorspronkelijkegeluid en het echogeluid.
X-PAD (parameter 4)Gebruik这家伙 om de vertrageringsstijd in te stellen.

SPIRAL

Deze functie voegt een nagalmefect toe aan het inkomend geluid.

Wanner de vertraging worden gewijzigd, verandert tegelijkkortijd de toonhoogte.

PIONEER DJM-900NXS - SPIRAL - 1

BEAT ▲, ▲toetsen (para-meter 1)Gebruik deze om een vertraging in te stellen van 1/8 – 16/1 inverhouding tot dearend voor een beat van de BPM.
TIME instelling (para-ter 2)Gebruik这么说 om de vertragingsstijd in te stellen.10 tot 4000 (ms)
LEVEL/DEPTH instelling (parameter 3)Gebruik dit om de balans te regelen van het oorspronkelijkegeluid en het effectgeluid en om de kwantitatieve parameter inte stellen.
X-PAD (parameter 4)Gebruik这么说 om de vertragingsstijd in te stellen.

REVERB

Deze functie voegt een nagaleffect toe aan het inkomend geluid.

PIONEER DJM-900NXS - REVERB - 1

BEAT ▲ ▶ toetsen (para-meter 1)GebruikDEXE OME de hoeveelheid nagalmeffect in te stellen, van 1 - 100 %.
TIME instelling (parame-ter 2)GebruikDEXE OME de hoeveelheid nagalmeffect te regelen.1 - 100 (%)
LEVEL/DEPTH instelling (parameter 3)Regelt de balansussen het oorspronkelijke geluid en het effect-geluid.
X-PAD (parameter 4)Bepaalt de grensfrequentie voor het filter.

TRANS

Het geluid wordt afgesneden overeenkomstig de beat fractie die is ingesteld met de [BEAT ]toetsen.

PIONEER DJM-900NXS - TRANS - 1

BEAT ▲, ➔ toetsen (para-meter 1)Gebruik deze om een afsnijtijd in te stellen van 1/16 – 16/1 inverhouding tot dearend voor een beat van de BPM.
TIME instelling (parame-ter 2)Gebruik deze om de effectelijk in te stellen.10 tot 16000 (ms)
LEVEL/DEPTH instelling -parameter 3)Regelt de balans:tussen het oorspronkelijke geluid en het effect-geluid.
X-PAD (parameter 4)Deze regelt de afsnjitijd.

FILTER

De afsnijfrequentie van het filter wordt gewijzigd overeenkomstig de beat fractie die is ingesteld met de [BEAT , ] toetsen.

PIONEER DJM-900NXS - FILTER - 1

BEAT ▲, ➔ toetsen (para-meter 1)Gebruik PCIe om de cyclus in te stellen voor het verplaatsen van de afsnijfrequentie als tijd, 1/4 – 64/1, in verhouding tot de tijd voor een beat van de BPM.
TIME instelling (parame-ter 2)Gebruik PCIe om de plaat's in te stellen waar de grensfrequentie verplaatst worden.10 tot 32000 (ms)
LEVEL/DEPTH instelling (parameter 3)Hoe verder u de regelknopaar rechts draait, des te gepronon-ceerder klinkt het effect.
X-PAD (parameter 4)De cyclus waarmee de grensfrequentie fluctueert, verandert metkleine beetjes.

FLANGER

Een flangereffect van 1-cyclus lang worden geprodueerd overeenkomstig de beat-fractie die is ingesteld met de [BEAT , ] toetsen.

PIONEER DJM-900NXS - FLANGER - 1
Korte vertraging

BEAT ▲, ▲toetsen (para-meter 1)Gebruik PCIe om een effectelijk in te stellen van 1/4 – 64/1 in verhouding tot deijd voor één beat van de BPM.
TIME instelling (parame-ter 2)Gebruik dit om de cyclus in te stellen waarmee het flangereffect worden verplaatst.10 tot 32000 (ms)
LEVEL/DEPTH instelling (parameter 3)Hoe verder u de regelknop�n aanrecht saaait, des te gepronon-ceerder klinkt het effect.Wanneer u de knop geheelaar links draait, worden alleen het oorspronkelijk geluid weergegeven.
X-PAD (parameter 4)De cyclus waarmee het flangereffect fluctueert, verandert metkleine beetjes.

PHASER

Het phasereffect wordt gewijzigd overeenkomstig de beat fractie die is ingesteld met de [BEAT ] toetsen.

PIONEER DJM-900NXS - PHASER - 1
Faseverschuiving

BEAT ▲, ▲toetsen (para-meter 1)Gebruik deze om de cyclus in te stellen voor het verplaatsen van phasereffect alsijd, 1/4 – 64/1, in verhouding tot deijd voor een beat van de BPM.
TIME instelling (parame-ter 2)Deze bepaalt de cyclus waarmee het phaser-effect worden ver-ptaatst.10 tot 32000 (ms)
LEVEL/DEPTH instelling (parameter 3)Hoe verder u de regelknop maar rechts draait, des te gepronon-ceerder klinkt het effect.Wonneer u de knop geheelaar links draait, worden alleen het oorspronkelijk geluid weergegeven.
X-PAD (parameter 4)De cyclus waarmee het phasereffect fluctueert, verandert metkleine beetjes.

ROBOT

Het oorspronkelijke geluid worden veranderd in een geluid als van een robot.

BEAT ▲ ▶ toetsen (para-meter 1)Gebruik deze om de hoeveelheid effectgeluid in te stellen, van -100 – 100 %.
TIME instelling (parame-ter 2)Gebruik deze om de hoeveelheid effectgeluid te regelen. -100–100 (%)
LEVEL/DEPTH instelling (parameter 3)Regelt de balansCUSSEN het oorspronkelijke geluid en het effect-geluid.
X-PAD (parameter 4)Dit verandert de hoeveelheid effectgeluid.

MELODIC

Het middenbereik van het geluid dat binnenkomt op het punt waar de [ON/OFF]-toets worden ingedrukt za worden opgenomen en het opgenomen geluid worden gereprodueerd aan de hand van het niveau van het binnenkomende geluid.

BEAT ▲ ▶ toetsen (para-meter 1)Dit stelt de manier in waarop het opgenomen geluid wordt afge-speeld.
TIME instelling (parame-ter 2)Dit stelt de manier in waarop het opgenomen geluid wordt afge-speeld.
LEVEL/DEPTH instelling (parameter 3)Dit regelt de balansussen het oorspronkelijke geluid en het opgenomen geluid.
X-PAD (parameter 4)Dit stelt de manier in waarop het opgenomen geluid wordt afge-speeld.

SLIP ROLL

Het geluid dat worden ingevoerd op het punt waar er op [ON/OFF] worden gedrukt wordt opgenomen en het opogenomen geluid worden herhaaldelijk gereprodueerd overeenkomstig de beat fractie die is ingesteld met de [BEAT ] toetsen. Wanner de efecttijd verandert, wordt het inkomend geluid opnieuw opgenomen.

PIONEER DJM-900NXS - SLIP ROLL - 1

BEAT ▲ ▶ toetsen (para-meter 1)Gebruik PCIe om een effecttijd in te stellen van 1/16 – 16/1 in verhouding tot de tijd voor één beat van de BPM.
TIME instelling (parame-ter 2)Gebruik PCIe om de effecttijd in te stellen.10 tot 4000 (ms)
LEVEL/DEPTH instelling (parameter 3)Gebruik PCIe om de balans te regelen van het oorspronkelijke geluid en de ROLL.
X-PAD (parameter 4)Gebruik PCIe om de effecttijd in te stellen.

ROLL

Het geluid dat worden ingeoerd op het punt waar er op [ON/OFF] worden gedrukt worden opgenomen en het opogenomen geluid worden herhaaldelijk gereprodueerd overeenkomstig de beat fractie die is ingesteld met de [BEAT ]toetsen.

PIONEER DJM-900NXS - ROLL - 1

BEAT ▲ ▶ toetsen (para-meter 1)Gebruik PCIe om een effecttijd in te stellen van 1/16 – 16/1 in verhouding tot dearend voor één beat van de BPM.
TIME instelling (parame-ter 2)Gebruik PCIe om deeffecttijd in te stellen.10 tot 4000 (ms)
LEVEL/DEPTH instelling (parameter 3)Gebruik PCIe om de balans te regelen van het oorspronkelijke geluid en de ROLL.
X-PAD (parameter 4)Gebruik PCIe om deeffecttijd in te stellen.

REV ROLL

Het geluid dat wordt ingevoerd op het punt waar er op [ON/OFF] worden gedrukt wordt opgenomen en het opogenomen geluid worden omgekeerd en dan herhaaldelijk gereprodueerd overeenkomstig de beat fractie die is ingesteld met de [BEAT , ] toetsen.

PIONEER DJM-900NXS - REV ROLL - 1

BEAT ▲, ➔ toetsen (para-meter 1)Gebruik PCIe om een effecttijd in te stellen van 1/16 – 16/1 in verhouding tot dearend voor één beat van de BPM.
TIME instelling (parame-ter 2)Gebruik PCIe om deeffecttijd in te stellen.10 tot 4000 (ms)
LEVEL/DEPTH instelling (parameter 3)Gebruik PCIe om de balans te regelen van het oorspronkelijke geluid en de ROLL.
X-PAD (parameter 4)Gebruik PCIe om deeffecttijd in te stellen.

SND/RTN (MIDI LFO)

Hierop kurz u een externe effectgenerator, enz. aansluiten.

Door op de [LFO FORM (WAKE UP)]-toets te drukken,:kunnen MIDI-compatible software en apparatuur worden aangestuurd via MIDI-signalen.

SND/RTN

Hierop aunt u een externe effectgenerator, enz. aansluiten.

PIONEER DJM-900NXS - SND/RTN - 1

BEAT ▲, ➔ toetsen (para-meter 1)
TIME instelling (parame-ter 2)
LEVEL/DEPTH instelling (parameter 3)Regelt het niveau van de geluidssignalen die binnenkomen via de [RETURN]-aansluiting.
X-PAD (parameter 4)

MIDI LFO

Het MIDI-signal (0 - 127) golfvorm wordt gewijzigd overeenkomstig het tempo van het fragment.

Het golfvormpatroon van het MIDI-siŋaal verandert telkens wanner er op [LFO FORM (WAKE UP)] worden gedrukt.

BEAT ▲, ➔ toetsen (para-meter 1)Gebruik PCIe om een uitvoertijd voor de golfvorm in te stellen van 1/4 – 64/1 ten opzichte van 1 beat van de BPM.
TIME instelling (parame-ter 2)Gebruik PCIe om de uitvoertijd voor de golfvorm in te stellen.
LEVEL/DEPTH instelling (parameter 3)
X-PAD (parameter 4)Dit wijzig het golfvormpatron van het MIDI-signaal.
  • Wanner [MIDI LFO] is geselecteerd, worden het geluid van de externe effectgenerator die is verbonden met de [RETURN]-aansluiting Niet ontvangen.

1 Als het geluid voor het kanaal waarmee u wilt meeluisteren nicht worden weergegeven via het [MASTER] kanaal wanner [CF.A], [CF.B] of [MASTER] is geseleerd met de [1, 2, 3, 4, MIC, CF.A, CF.B, MASTER] keuzeschakelaar, kan er Niet worden meeeluisterd, ook Niet door op de [CUE] toets te drukken voor [BEAT EFFECTS].
2 Als het effect uit is, kan er nicht worden meegeluisterd, ook nicht als er op de [CUE] toets voor [BEAT EFFECTS] worden gedrukt.

Lijst van MIDI-berichten

CategorieSW-noamSW-typeMIDI-berichtenTrigger/AlterserenOpmerkingen
MSBLSB
CH1TRIMVRBn01dd0-127
HIVRBn02dd0-127
MIDVRBn03dd0-127
LOWVRBn04dd0-127
COLORVRBn05dd0-127
CUEBTNBn46dd0-127
Kanaal-faderVRBn11MSB0-127
CROSS FADER ASSIGNSWBn41dd0, 64, 127
CH2TRIMVRBn06dd0-127
HIVRBn07dd0-127
MIDVRBn08dd0-127
LOWVRBn09dd0-127
COLORVRBn0Add0-127
CUEBTNBn47dd0-127
Kanaal-faderVRBn12MSB0-127
CROSS FADER ASSIGNSWBn42dd0, 64, 127
CH3TRIMVRBn0Cdd0-127
HIVRBn0Edd0-127
MIDVRBn0Fdd0-127
LOWVRBn15dd0-127
COLORVRBn16dd0-127
CUEBTNBn48dd0-127
Kanaal-faderVRBn13MSB0-127
CROSS FADER ASSIGNSWBn43dd0, 64, 127
CH4TRIMVRBn50dd0-127
HIVRBn51dd0-127
MIDVRBn5Cdd0-127
LOWVRBn52dd0-127
COLORVRBn53dd0-127
CUEBTNBn49dd0-127
Kanaal-faderVRBn14MSB0-127
CROSS FADER ASSIGNSWBn44dd0, 64, 127
Crossfader-regelaarCrossfader-regelaarVRBn0BMSB0-127
FadercurveCH FADER(√, √, ∩)SWBn5Edd0, 64, 127
CROSS FADER(×, ×, ×)SWBn5Fdd0, 64, 127
MasterMASTER LEVELVRBn18dd0-127
BALANCEVRBn17dd0-127
CUEBTNBn4Add0-127
EQ CURVE (ISOLATOR, EQ)SWBn21dd0, 127
BOOTH MONITORBOOTH MONITORVRBn19dd0-127
LINKCUEBTNBn73dd0-127
BTNBn4CMSB0-127
BTNBn4D0-127
BTNBn45dd0-127
BTNBn4Edd0-127
BTNBn4Bdd0-127
DELAYSWBn2Add0-127
ECHOSWBn37dd0-127
SPIRALSWBn2Bdd0-127
REVERBSWBn36dd0-127
TRANSSWBn35dd0-127
FILTERSWBn3Bdd0-127
FLANGERSWBn32dd0-127
PHASERSWBn39dd0-127
ROBOTSWBn33dd0-127
MELODICSWBn3Ddd0-127
SLIP ROLLSWBn3Add0-127
ROLLSWBn2Edd0-127
REV ROLLSWBn2Fdd0-127
SND/RTN(MIDI LFO)SWBn3Edd0-127
CategorieSW-naamSW-typeMIDI-berichtenTrigger/AltermerenOpmerkingen
MSBLSB
BEAT EFFECTSCH SELECTCH1SWBn22dd2UIT=0, AN=127
CH2SWBn23dd2UIT=0, AN=127
CH3SWBn24dd2UIT=0, AN=127
CH4SWBn25dd2UIT=0, AN=127
MICSWBn26dd2UIT=0, AN=127
CF.ASWBn27dd2UIT=0, AN=127
CF.BSWBn28dd2UIT=0, AN=127
MASTERSWBn29dd2UIT=0, AN=127
MIDI LFOVRBn76dd0-127
QUANTIZEBTN9n76ddTrigger/Altermeren
TIMESWBn0DMSBBn2DLSBTIME waarde (Wanner FLANGER, PHASER of FILTER is geseleeteerd, wordt de waarde gehalveerd. Wanneer een negatieve waarde is geseleeteerd, wordt deze ingesteld op een positieve waarde.)
LEVEL/DEPTHVRBn5Bdd0-127
X-PADVRBn74ddVerstuurt de [X-PAD] positie-informatie.
ON/OFF X-PAD (aanraken) • Wanner er een ander effect dan [SND/RTN (MIDI LFO)] is geseleeteerd bij BEAT EFFECTBTNBn72dd2UIT=0, AN=127
ON/OFF X-PAD (aanraken) • Wanner [SND/RTN (MIDI LFO)] is geseleeteerd bij BEAT EFFECTBTNBn40dd2UIT=0, AN=127
MICHIVRBn1Edd0-127
LOWVRBn1Fdd0-127
SOUND COLOR FXNOISEBTNBn55ddTrigger/Altermeren \( ^{1} \)UIT=0, AN=127
SPACEBTNBn69ddTrigger/Altermeren \( ^{1} \)UIT=0, AN=127
GATE/COMPBTNBn6AddTrigger/Altermeren \( ^{1} \)UIT=0, AN=127
DUB ECHOBTNBn6BddTrigger/Altermeren \( ^{1} \)UIT=0, AN=127
CRUSHBTNBn56ddTrigger/Altermeren \( ^{1} \)UIT=0, AN=127
FILTERBTNBn57ddTrigger/Altermeren \( ^{1} \)UIT=0, AN=127
Fader StartFader Start 1BTNBn58ddTrigger/AltermerenUIT=0, AN=127
Fader Start 2BTNBn59ddTrigger/AltermerenUIT=0, AN=127
Fader Start 3BTNBn5AddTrigger/AltermerenUIT=0, AN=127
Fader Start 4BTNBn5DddTrigger/AltermerenUIT=0, AN=127
HEADPHONESMIXINGVRBn1Bdd0-127
LEVELVRBn1Add0-127
Timing ClockF8
Fader StartFader Start 19n66ddBACK CUE = 0, PLAY = 127
Fader Start 29n67ddBACK CUE = 0, PLAY = 127
Fader Start 39n68ddBACK CUE = 0, PLAY = 127
Fader Start 49n69ddBACK CUE = 0, PLAY = 127
MIDISTARTBTNFA
STOPBTNFC

1 Wanner het inschakelen van een toets de stand van een andere toets omschakelt van aan hieruit, worden de MIDI aan- en uit-signalen van de beide toetsen doorgegeven. Wanner er geen toets is die wordt uitgeschakeld, wordt alleen het MlI aan-siqaal van de ingedrukte toets doorgegeven.
2Bij omschakelen van de ene stand naar de andere, worden de MIDI ON en OFF signalen verstuurd voor de respectievelijke standen.
Wannner de [START/STOP]toets mer dan 1 seonde ingedrukt wordt gehouden, worden MIDI-meldingen die corresponderen met de standen van de toetsen, faders en bedieningsorganen gebundeld verstuurd (Snapshot). Het MIDI Snapshot verstuurt alle MIDI-meldingen behalve MIDI Start en MIDI Stop.

Installingen aanpassen

1 Houd [ON/OFF (UTILITY)] tenminste 1 seconde ingedrukt.

Het [USER SETUP]-instelschem permerschijnt.

  • Om het [CLUB SETUP]-instelschem te openen, moet u dit toestel eerst uitscha-kelen, waarna u [POWER] weir indrukt terwijl u [ON/OFF (UTILITY)] ingedrukt houdt.

2 Druk op de [BEAT , ] toets.

Kies het in te stellen item.

3 Druk op de [TAP] toets.

Het scherm schakelt over maar het instelschemm voor de waarde van het item in kwestie.

4 Druk op de [BEAT , ] toets.

Verander de ingestelde waarde.

5 Druk op de [TAP] toets.

Voer de ingestelde waarde in.

Het vorige scherm verschijnt weir.

  • Druk op [QUANTIZE] omtering te keren maar het vorige scherm zonder de instellen gen te veranderen.

6 Druk op de [ON/OFF (UTILITY)] knop.

Sluit het [USER SETUP]-instelschemm.

  • Om het [CLUB SETUP]-instelschemm te sluiten, drukt u op de [POWER]-toets om dit toestel UIT te schakelen.

Omtrent de automatische ruststandfunctie

Wonneer [Auto Standby] staat ingesteld op ON, worden het toestel automatisch uit (standby) gezet als er meer dan 4aar verwastijken en aan al de onderstaande voorwaarden is voldaan.

  • Als geen van de bedieningsknoppen of regelaars worden bediend.
  • Als er geen geluidssignalen van -10 dB of meer binnenkomen via de ingangs-aansluitingen van dit apparaat.
    Als er geen PRO DJ LINK-aansluitingen worden gemaatk.
  • Wanner [LFO FORM (WAKE UP)] wordt ingedrukt, wordt de paraatstand geannuleerd.
  • Bij aflevering van dit apparatusaat staat de energiebesparingsfunctie ingeschakeld. Als u de energiebesparingsfunctie Niet wilt gebruiken, zet u [Auto Standby] op [OFF].

Over de talk-over functie (inspreekniveau)

De talk-over functie (inspreekniveau) heeft de twee hieronder beschreiben standen. [ADV] (Geavanceerd inspreekniveau (talk-over)): Alleen de middentonen van het geluid van de kanalen anders dan het [MIC] kanaal worden verzwakt overeenkomstig de ingestelde [Talk Over LEVEL] waarde en de weergave.

PIONEER DJM-900NXS - Over de talk-over functie (inspreekniveau) - 1

  • [NOR] (normaal inspreekniveau (talk-over)): Het geluid van de kanalen anders dan het [MIC] kanaal worden verzwakt overeenkomstig de ingestelde [Talk Over LEVEL] waarde en de weergave.

PIONEER DJM-900NXS - Over de talk-over functie (inspreekniveau) - 2

Voorkeurinstellungen make

*: Instellungen bij aanschaf

FunctieOptionele instellungenSchermweergaveIngestelde waardeBeschrijving
USER SETUPFader StartF.S.ON, OFF*Zet de fader-startfunctie aan en uit voor alle DJ-spelers die+zijn verbonden met de [LINK]-aansluitingen.
MIDI CHMIDI CH1* tot 16Voor instellen van het MIDI-kanaal.
MIDI Button TypeMIDI BTTGL*, TRGSelecteert de MIDI-signaalverzendmethode, [TGL (TOGGLE)] of [TRG (TRIGGER)].
Talk Over ModeTLK MODADV*, NORSelecteert de stand van de talk-over functie (inspreekniveau), [ADV(ADVANCED)] of [NOR(NORMAL)].
Talk Over LEVELTLK LVL-6 dB, -12 dB, -18 dB*, -24 dBStelt het verzwakkingsniveau in voor de talk-over functie (inspreekniveau).
CLUB SETUPDigital Master Out LevelDOUT LV-19 dB*, -15 dB, -10 dB, -5 dBStelt het maximum niveau in van het geluid dat wordt weergegeven via de [DIGITAL MAS-TER OUT]-aansluitingen.
Digital Master Out Sampling RateDOUT FS48 kHz, 96 kHz*Stelt de digitale signaalbemonsteringswaarde in.
MASTER ATT.MST ATT-6 dB, -3 dB, 0 dB*Stelt het verzwakkingsniveau in van het geluid dat wordt weergegeven via de [MASTER1] en [MASTER2]-aansluitingen.
Auto StandbyAUTOSTBON*, OFFActiveert en deactiveert de automatische ruststandfunctie.
Mic Output To Booth MonitorMIC BTHON*, OFFBepaalt of er wel of geen microfoogeluiden worden uitgestuurd via de [BOOTH]-aansluitingen.
PC UTILITYPC UTLYON*, OFFStelt in of het instehulprogramma van de computer automatisch moet worden opgestart wanneer er een USB-kabel worden aangesloten.
Factory ResetINITIALYES, NO*Alle instelleningen in de beginstand terugzetten.

1: Let op, want het weergegeven geluid kan ook verrormd raken wanner de masterniveau-indicator Niet helemaaal tot boven toe oplicht.

Aanvullende informatie

Verhelpen van storingen

  • Verkeerde bediening kan vaak de oorzaak zichen van een schijnbare storing of fouieve werkig. Wanner u denkt dat er iota mis is met dit apparaat, controleert u eerst de onderstaande punten. Soms ligt de orzaak van het probleem bij een ander apparaat. Controller aan ook de andere componenten en elektrische apparatuur die gebruikt worden. Als u het probleem aan de hand van de onderstaande contropunten Niet kunt verhelpen, verzoekt u dan uw dichtstbijzijnde officiele Pioneer onderhouds-dienst of uw vakhandelaar om het apparaat te latent repareren.
  • De disc-speler kan soms Niet goed werkken vanwege staatische elektriciteit of andere exter invloeden. In dergelijkke geallen Aunt u de normale werking herstellen door de stekker even uit het stopcontact te trekken en die even later wee in te steken.
ProbleemControleOplossing
De stroom worden nicht ingeschakeld.Is het netsnoer maar behoren aangesloten?Steen de netsnoersteker in het stopcontact.
Er klicht nicht of nuawelijks geluid.Staat de [DIGITAL CD/LINE, PHONO, LINE, USB */] keuze-schakelaar in de juiste stand?Draai de [DIGITAL CD/LINE, PHONO, LINE, USB */] keuzeschakelaar maar de ingangsbron voor het kanaal. (bladzijde 14)
Zijn de aansluitsnoren想去 aanagesloten?Zorg dat de aansluitsnoren jeustী aanagesloten. (bladzijde 7)
Zijn de aansluitbussen en de stekkers schoon voor u aansluitgen gaat maken.Maak de aansluitbussen en de stekkers schoon voor u aansluitgen gaat maken.
Staat [MASTER ATT.] ingesteld op [-6 dB], enz.?Gaaar het [USER SETUP] scherm en wijzig [MASTER ATT.]. (bladzijde 23)
Er worden geen digitaal geluid weergewegeen.Is de bemonsteringsfrequente (fs) voor de digitale audio-uitgang wel geschikt voor het aangesloten apparaat?In het [CLUB SETUP] scherm stelt u [Digital Master Out Sampling Rate] in volgens de specificaties van de aangesloten apparatur. (bladzijde 23)
Vervorming in het geluid.Is het uitgangsnavieu van de geluidsweargave via het [MAS-TER] kanaal correct ingesteld?Verstel de [MASTER LEVEL]instilling zandanig dat de hoofdikaalniveau-indicator oplicht tot ongeveer [0 dB] bij het pieksignaalniveau. (bladzijde 14)
Stel [MASTER ATT.] in op [-3 dB] of [-6 dB] (bladzijde 23)
Is het niveau van het inkomend geluid voor elk kanaal goed ingesteld?Verstel de [TRIM]instilling zandanig dat de kanaalniveau-indicator oplicht tot ongeveer [0 dB] bij het pieksignaalniveau. (bladzijde 14)
De crossfader werknet Niet.Zijn de CROSS FADER ASSIGN (A, THRU, B) keuzeschakelaars correct ingesteld?Stel de [CROSS FADER ASSIGN (A, THRU, B)] keuzeschakelaar correct in voor de diverse kanalen. (bladzijde 14)
Het starten van de DJ-spaler via de fader lukt Niet.Staat [FADER START] ingesteld op [OFF]?Gaaar het [USER SETUP] scherm en stel [FADER START] in op [ON]. (blad-zijde 23)
Is de DJ-speler just aangesloten op de [LINK]-aansluitting?Zorg dat de DJ-speler juist is aangesloten op de [LINK]-aansluitting via een LAN-kabel. (bladzijde 7)
Zijn de audiosenoeren goed aangesloten?Sluit de audio-ingangaansluitingen van dit apparaat met een audiosenoer aan op de audio-uitgangsaansluitingen van de DJ-speler. (bladzijde 7)
Is het nummer van de DJ-speler correct ingesteld?Stel voor de DJ-speler hetzelfde nummer in als voor het kanaal waarmee de audiokabel is verbonden.
De [BEAT EFFECTS]werknet Niet.Is de [1, 2, 3, 4, MIC, C.F.A, CF.B, MASTER] keuzeschakelaar correct ingesteld?Draai de [1, 2, 3, 4, MIC, C.F.A, CF.B, MASTER] keuzeschakelaar en selecteer het kanaal waarop u het effect wilt teopenpassen.
[ SOUND COLOR FX]werknet Niet.Staat de [COLOR]instilling in een geschichte stand?Draai de [COLOR]instilling met die klok mee of er teegen. (bladzijde 15)
De externe effectgenerator is Niet te gebruiken.Is de [ON/OFF] foets voor [BEAT EFFECTS] ingesteld op [ON]?Druk op de [ON/OFF] foets voor [BEAT EFFECTS] om [SND/RTN] in te stellen op [ON]. (bladzijde 16)
Is de externe effectgenerator juist aangesloten op de [SEND] of [RETURN]-aansluitting?Sluit een externe effectgenerator aan op de [SEND] en de [RETURN]-aansluitting-gen. (bladzijde 7)
Vervorming in het geluid van een externe effectgenerator.Is het audio-uitgangsniveau van de externe effectgenerator wel juiste ingesteld?Verstel het audio-uitgangsniveau van de externe effectgenerator.
Het tempo (BPM) is Niet meetbaar of de gameten waarde van het tempo (BPM) is onwaarschijnlijk.Staat het audio-ingangsniveau te hoog of te laag ingesteld?Verstel de [TRIM]instilling zandanig dat de kanaalniveau-indicator oplicht tot ongeveer [0 dB] bij het pieksignaalniveau. (bladzijde 14)
Bij sommige muziekstuken kan het net goed möglichelijk着眼 om het tempo (BPM) te meten. Gebruik de [TAP] foets om het tempo met de hand in te voeren. (bladzijde 16)
Het gameten tempo (BPM) verschift van het tempo dat staat aangegeven op de CD.De waarden kunnen wel eensietwat verschillen, vanwege de verschilnde meetmethoden voor het BPM. Wellicht is het net nodig correcties te makeen.
De MIDI-sequenceerIklast zich nicht synchroniseren.Is de synchronisatiefunctie van de MIDI-sequenceer ingesteld op "Slave"?Stel de synchronisatiefunctie van de MIDI-sequenceer in op "Slave".
Is de MIDI-sequenceer die ugebuikt wel geschikt voor de MIDI-tijdklok?MIDI-sequencers die nicht geschiktঙoor de MIDI-tijdklokKarenen net worden gesynchroniseerd.
De MIDI-bedieningsfunctie werkt Niet.Staat het MIDI-kanaal wel ingeschakeld?Druk op de [ON/OFF] foets voor [MIDI]. (Bedieren van DJ-software met de MIDIFunctie op bladzijde 17)
Zijn alle MIDI-instellingen湃 behoren gemaakt?Voor het gambruik van DJ-programma's met dit apparaat要去en de MIDI-berichten worden toegewezen aan het DJ-programma dat u gebruikt. Zie voor nadere aanwijzingen voor het toewijzen van berichten de handleding van uw DJ-software.
Dit apparaat worden hierkend nadat het is aangesloten op een computer. USB-indicator is uit of knippert.Is het stuurprogramma wel goed geinstalleerd op uw computer?Installer het stuurprogramma. Als het reeds geinstalleerd is, moet u het opnieuw installeraten. (bladzijde 8)
Het geluid van een computer worden nicht weergegeven door dit apparaat.Zijn dit apparaat en de computer wel juist aangesloten?Sluit dit apparaat aan op uw computer met een USB-kabel. (bladzijde 8)
Zijn de instellenpen voor de geluidsweargave-aparatur湃 behoren gemaakt?Stel in op dit apparaat onder de instellenpen voor de geluidsweargave-aparatuur. Zie voor nadere aanwijzingen over de instellenpen voor uw applicatie de gebruisaanwijzing voor uw applicatie.
Staat de [DIGITAL CD/LINE, PHONO, LINE, USB */] keuzeschakelaar in op de [USB */] stand.Stel de [DIGITAL CD/LINE, PHONO, LINE, USB */] keuzeschakelaar in op de [USB */] stand.
Er kan nicht worden meegeluisterd met efectgeluid, ook Niet wannier er op de [CUE]toets voor [BEAT EFFECTS]wordgetrukt.Het circuit dat de echo voor de [ECHO], [REVERB], [ROLL], [SLIP ROLL] en [REV ROLL]effectgeluidigeneneert, bevindt zich achter het efectcircuit, dus het effectgeluid kan nicht worden gecontrolleder. Dit is geen storing.
Het geluid zal worden verwornd wannier een analoge spelier worden verbunden met de [PHONO] aansluitingen van dit toestel.Heeft u een analoge spelier aangesloten met een ingebouwdpeono-equalizer?Voor analoge speliers met ingebouwdpeono-equalizers moot u de spelier aansluten op de [LINE]aansluitingen. (bladzijde 7)
Het is ook月至dat de indicator voor het kanaalniveau Niet verandered, ook intenten er aan [TRIM] wordgetdraaid.Is er een audio-interface voor computers aangesloten:tussen de analoge spelier en dit toestel?Als de analoge spelier met ingebouwdpeono-equalizer en PHONO/LINEkeuzeschakelaar hebdt, moet u deze aanluiten op de [CD/LINE] of [LINE]-aansluiting. (bladzijde 7)
Als de analoge spelier een PHONO/LINEkeuzeschakelaar hebdt, moet u deze aanluiten op PHONO/Line

PIONEER DJM-900NXS - Verhelpen van storingen - 1
Blokschema

PIONEER DJM-900NXS - Verhelpen van storingen - 2

PIONEER DJM-900NXS - Verhelpen van storingen - 3

PIONEER DJM-900NXS - Verhelpen van storingen - 4

PIONEER DJM-900NXS - Verhelpen van storingen - 5

Beperkte aansprakelijkheid

  • Pioneer en rekordbox়n handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Pioneer Corporation.
  • Microsoft®, Windows Vista® en Windows® zich handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen.
  • Apple, Macintosh en Mac OS zijn handelsmerken van Apple Inc., geregisteerd in de V.S. en andere landen.
    ASIO is een handelsmerk van Steinberg Media Technologies GmbH.

De hierin vermelde namen van bedrijven en hun producten zijn de handelsmerken van hun respectieve eigenaars.

Specifications

Algemene

Stroomvereisten 220 V tot 240 V wisselstroom, 50 Hz/60 Hz
Stroomverbruik 41 W
Stroomverbruik (in de ruststand) 0,4 W
Gewicht hoofdapparaat 7,1 kg
Buitenafmetingen. 331 mm (B) × 107,9 mm (H) × 409 mm (D)
Toegestane bedrijfstemperatuur. +5^ tot +35^
Toegestane luchtvochtigheid. 5 % tot 85% (zonder condensatie)

Audiogedeelte

Bemonsteringswaarde 96 kHz
MASTER D/A-omzetter 32 bits
Andere A/D-en D/A-omzetters. 24 bits
Frequentiekarakteristiek

CD/LINE 20 Hz t/m 20 kHz

Signaal/ruisverhouding (nominaaluitgangsvermogen)

PHONO 88 dB
CD/LINE 105 dB
MIC1, MIC2 .84 dB

Totale harmonische verrorming (CD/LINE - MASTER1) 0,005 %

Standaard ingansniveau / Ingangsimpedantie

PHONO -52 dBu/47 kΩ
CD/LINE -12 dBu/47 kΩ
MIC1 .52 dBu/8 kΩ
MIC2 -52 dBu/12 kΩ
RETURN

Standaard uitgangsnavou / Belastingsimpedantie / Uitgangsimpedantie

MASTER1 +8dBu / 10k /5 of minder
MASTER2 +2dBu / 10k /22 of minder
REC OUT. -8dBu / 10k /22 of minder
BOOTH +8dBu / 10k /1k of minder
SEND. -12 dBu/10 kΩ/1 kΩ of minder
PHONES +8,5 dBu/32 /1 of minder

Nominaal uitgangsiveau / Belastingsimpedantie

MASTER1 +26dBu / 10k
MASTER2 +22dBu / 10k

Overspraat (LINE) .82 dB

Kanaalequalizerkarakteristiek

HI. -26 dB tot +6 dB (13 kHz)
MID -26 dB tot +6 dB (1 kHz)
LOW. -26 dB tot +6 dB (70 Hz)

Microfoonequalizerkarakteristiek

HI. -12 dB tot + 12 dB (10 kHz)
LOW. -12 dB tot + 12 dB (100 Hz)

In /uitgangsaansluitingen

PHONO-ingangsaansluiting

Tulpstekkerbussen 2 st.

CD/LINE ingangsaansluiting

Tulpstekkerbussen 4 stk.

LINE ingangsaansluiting

Tulpstekkerbussen 2st.

MIC1 ingangsaansluiting

XLR-aansluiting/klinkstkederbus (6,3 mm) 1 stk.

MIC2-ingangsaansluiting

Klinkstekkerbus (6,3 mm) 1 st.

RETURN Ingangsaansluitingen

Klinkstekkerbus (6,3 mm) 1st.

DIGITAL IN coaxiale ingangsaansluiting

Tulpstekkerbussen 4 stk.

MASTER-uitgangsaansluiting

XLR-aansluiting 1stk.
Tulpstekkerbussen 1 set

BOOTH-uitgangsaansluiting

Klinkstekkerbus (6,3 mm) 1 st.

REC OUT-uitgangsaansluiting

Tulpstekkerbussen 1 set

SEND-uitgangsaansluiting

Klinkstekkerbus ( 6,3mm) 1 st.

DIGITAL MASTER OUT coaxiale uitgangsaansluiting

Tulpstekkerbussen 1 set

MIDI OUT-aansluiting

PHONES-uitgangsaansluiting

Stereo-klinkstekkerbus (Ø 6,3 mm) 1 st.

USB-aansluiting

B type 1 set

LINK-aansluiting

LAN-aansluiting (100Base-TX) 1 stk.

  • De technische gegevens en het ontwerp van dit product konnen vanwege
    voortgaande verbetering zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
    Uitgeveen door Pioneer Corporation. Copyright © 2011 Pioneer Corporation. Alle

IMPORTANT

PIONEER DJM-900NXS - IMPORTANT - 1

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : PIONEER

Model : DJM-900NXS

Categorie : DJ-mixer