DJM-350 - DJ-mixer PIONEER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DJM-350 PIONEER in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over DJM-350 PIONEER
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw DJ-mixer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DJM-350 - PIONEER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DJM-350 van het merk PIONEER.
GEBRUIKSAANWIJZING DJM-350 PIONEER
In de hierboven aangegeven Pioneer website vindt u antwoorden op vaak gestelde vragen en tevens informatie over de software en diverse andere informatie die van belang kan zijn voor de klanten.
Hartelijk dank voor uw aankoop van dit Pioneer product. Lees deze gebruiksaanwijzing aandachtig door om bekend te raken met de juiste bediening van uw apparaat. Na het doorlezen van de gebruiksaanwijzing dient u deze te bewaren op een veilige plaats, voor latere naslag. Het is mogelijk dat in bepaalde landen of gebieden de uitvoering van de netstekker en het stopkontakt verschilt van hetgeen in deze gebruiksaanwijzingis afgebeeld. De aansluitmethode en bediening zijn in dergelijke gevallen echter precies hetzelfde.
BELANGRIJK

De lichtflash met pijlpuntsymbool in een gelijkzijdige driehoek is bedoeld om de aandacht van de gebruikers te trekken op een niet geïsoleerde "gevaarlijke spanning" in het toestel, welke voldoende kan zijn om bij aanraking een elektrische shock te veroorzaken.
CAUTION
RISK OF ELECTRIC SHOCK DO NOT OPEN
WAARSCHUWING:
OM HET GEVAAR VOOR EEN ELEKTRISCHE SHOCK TE VOORKOMEN, DEKSEL (OF RUG) NIET VERWIJDEREN. AAN DE BINNENZIJDE BEVINDEN ZICH GEEN ELEMENTEN DIE DOOR DE GEBRUIKER KUNNEN BEDIEND WORDEN. ENKEL DOOR GEKWALIFICEERD PERSONEEL TE BEDIENEN.

Het uitroepteken in een gelijkzijdige driehoek is bedoeld om de aandacht van de gebruiker te trekken op de aanwezigheid van belangrijke bedienings- en onderhoudsinstructies in de handleiding bij dit toestel.
D3-4-2-1-1_A1_NI

Deponeer dit product niet bij het gewone huishoudelijk afval wanneer u het wilt verwijderen. Er bestaat een speciaal wettelijk voorgeschreven verzamelsysteem voor de juiste behandeling, het opnieuw bruikbaar maken en de recycling van gebruikte elektronische producten.
In de lidstaten van de EU, Zwitserland en Noorwegen kunnen particulieren hun gebruikte elektronische producten gratis bij de daarvoor bestemde verzamelplaatsen of een verkooppunt (indien u aldaar een gelijkwaardig nieuw product koopt) inleveren.
Indien u zich in een ander dan bovengenoemd land bevindt kunt u contact opnemen met de plaatselijke overheid voor informatie over de juiste verwijdering van het product.
Zodoende zorgt u ervoor dat het verwijderde product op de juiste wijze wordt behandeld, opnieuw bruikbaar wordt gemaakt, t gerecycleerd en het niet schadelijk is voor de gezondheid en het milieu.
K058b_A1_NI
WAARSCHUWING
Dit apparaat is niet waterdicht. Om brand of een elektrische schok te voorkomen, mag u geen voorwerp dat vloeistof bevat in de buurt van het apparaat zetten (bijvoorbeeld een bloemenvaas) of het apparaat op andere wijze blootstellen aan waterdruppels, opspattend water, regen of vocht.
D3-4-2-1-3_A1_NI
WAARSCHUWING
Lees zorgvuldig de volgende informatie voordat u de stekker de eerste maal in het stopcontact steekt.
De bedrijfsspanning van het apparaat verschilt afhankelijk van het land waar het apparaat wordt verkocht. Zorg dat de netspanning in het land waar het apparaat wordt gebruikt overeenkomt met de bedrijfsspanning (bijv. 230 V of 120 V) aangegeven op de achterkant van het apparaat.
D3-4-2-1-4*_A1_NI
WAARSCHUWING
Om brand te voorkomen, mag u geen open vuur (zoals een brandende kaars) op de apparatuur zetten.
D3-4-2-1-7a_A1_NI
WAARSCHUWING
De gleuven en openingen in de behuizing van het apparaat zijn aangebracht voor de ventilatie, zodat een betrouwbare werking van het apparaat wordt verkregen en oververhitting wordt voorkomen. Om brand te voorkomen, moet u ervoor zorgen dat deze openingen nooit geblokkeerd worden of dat ze afgedekt worden door voorwerpen (kranten, tafelkleed, gordijn e.d.) of door gebruik van het apparaat op een dik tapijt of een bed.
D3-4-2-1-7b*_A1_NI
Gebruiksomgeving
Temperatuur en vochtigheidsgraad op de plaats van gebruik:
+5 °C tot +35 °C, minder dan 85 % RH
(ventilatieopeningen niet afgedekt)
Zet het apparaat niet op een slecht geventileerde plaats en stel het apparaat ook niet bloot aan hoge vochtigheid of direct zonlicht (of sterke kunstmatige verlichting).
D3-4-2-1-7c*_A1_NI
Als de netstekker van dit apparaat niet geschikt is voor het stopcontact dat u wilt gebruiken, moet u de stekker verwijderen en een geschikte stekker aanbrengen. Laat het vervangen en aanbrengen van een nieuwe netstekker over aan vakkundig onderhoudspersoneel. Als de verwijderde stekker per ongeluk in een stopcontact zou worden gestoken, kan dit resulteren in een ernstige elektrische schok. Zorg er daarom voor dat de oude stekker na het verwijderen op de juiste wijze wordt weggegooid. Haal de stekker van het netsnoer uit het stopcontact wanneer u het apparaat geruime tijd niet denkt te gebruiken (bijv. wanneer u op vakantie gaat).
D3-4-2-2-1a_A1_NI
LET OP
De ⏻ schakelaar van dit apparaat koppelt het apparaat niet volledig los van het lichtnet. Aangezien er na het uitschakelen van het apparaat nog een kleine hoeveelheid stroom blijft lopen, moet u de stekker uit het stopcontact halen om het apparaat volledig van het lichtnet los te koppelen. Plaats het apparaat zodanig dat de stekker in een noodgeval gemakkelijk uit het stopcontact kan worden gehaald. Om brand te voorkomen, moet u de stekker uit het stopcontact halen wanneer u het apparaat langere tijd niet denkt te gebruiken (bijv. wanneer u op vakantie gaat).
D3-4-2-2-2a*_A1_NI
Pak het netsnoer beet bij de stekker. Trek de stekker er niet uit door aan het snoer te trekken en trek nooit aan het netsnoer met natte handen aangezien dit kortsluiting of een elektrische schok tot gevolg kan hebben. Plaats geen toestel, meubelstuk o.i.d. op het netsnoer, en klem het niet vast. Maak er nooit een knoop in en en verbind het evenmin met andere snoeren. De netsnoeren dienen zo te worden geleid dat er niet per ongeluk iemand op gaat staan. Een beschadigd netsnoer kan brand of een elektrische schok veroorzaken. Kontroleer het netsnoer af en toe. Wanneer u de indruk krijgt dat het beschadigd is, dient u bij uw dichtstbijzijnde erkende PIONEER onderhoudscentrum of uw dealer een nieuw snoer te kopen.
S002*_A1_NI
Opmerkingen over deze handleiding
De namen van aanduidingen, menu's en toetsen staan in deze handleiding tussen vierkante haken aangegeven. (bijv. [MASTER]-kanaal, [ON/OFF], [File]-menu)
01 Alvorens te beginnen
Kenmerken 5
Voorbeeld systeemconfiguratie 5
Inhoud van de doos....5
02 Aansluitingen
Benaming van de aansluitingen....6
Aansluiten van de in/uitgangsaansluitingen 7
03 Bediening
Regelpaneel....8
Omtrent de aan/uit-schakelaar van dit apparaat 9
Basisbediening (mengpaneel-gedeelte)....9
Controleren van de weergave via de hoofdtelefoon (hoofdtelefoon-gedeelte) 11
Gebruik van de effectfunctie (hoofdeffect-gedeelte) 11
Gebruik van een microfoon of een extern apparaat (MIC/AUX-gedeelte) 12
Opnemen van uw optreden (USB-opnamegedeelte) 12
Omtrent de automatische ruststandfunctie....13
04 Aanvullende informatie
Verhelpen van storingen....14
Omtrent storingen 15
Omtrent USB-apparaten/bestanden die bruikbaar zijn met dit apparaat....15
Omtrent de uitzonderingsclausules....16
Specifications 16
Alvorens te beginnen
Kenmerken
Dit DJ-mengpaneel presenteert de verfijnde techniek van Pioneer's DJM-serie, de wereldstandaard in muziek op clubniveau. Het is een standaardmodel met alle vereiste functies voor veelzijdig geluidsmengen, voor moeiteloos dynamische DJ-optredens.
USB-opname
Met dit apparaat kunt u het geluid van uw DJ-optreden gemakkelijk opnemen op USB-opslagmedia (draagbare flash-geheugensticks e.d.). Het opgenomen geluid kan ook worden afgespeeld met dit apparaat.
3-banden equalizer
Dit apparaat is voorzien van een 3-bands equalizer waarmee u de geluidssterkte van de hoge, lage en middentonen afzonderlijk kunt instellen. Zo kunt u niet alleen de klankkleur naar wens instellen, maar u kunt ook de weergave in een bepaald toonbereik compleet wegdraaien door de regelaar helemaal naar links te draaien (isolatorfunctie).
MASTER EFFECT (GATE, CRUSH, JET, FILTER)
Dit apparaat is voorzien van vier effecttoetsen waarmee u de klank op verschillende manieren kunt aanpassen. Zo kunt u de sfeer van de
muziek drastisch veranderen, enkel door een toets in te drukken en aan een knop te draaien.
MIC/AUX INPUT
Dit apparaat is voorzien van een microfoon/hulpingang waarop u een microfoon kunt aansluiten of een externe geluidsbron (sampler, draagbare muziekspeler, enz.). DJ-afspelen is mogelijk met maximaal drie stel ingangen: CH-1 (kanaal 1), CH-2 (kanaal 2) en MIC/AUX (microfoon/hulpkanaal).
FADER START
Na aansluiten op een Pioneer DJ-speler met een bedieningssnoer (inbegrepen bij de DJ-speler) kunt u het afspelen op de DJ-speler starten met de fader-schuifregelaar van dit apparaat (fader-weergavestart).
Voorbeeld systeemconfiguratie
Een DJ-systeem zoals dat in het onderstaande schema kunt u opzetten door dit apparaat te combineren met een DJ-speler en randapparatuur.

flowchart
graph TD
A["VOOR AUDIO-INGANGSIGNAAL"] --> B["DAJ-350"]
C["VOOR AUDIO-WEERGAVE"] --> D["DJM-350"]
E["VOOR OPNAME"] --> F["USB-apparaat"]
B --> G["CDJ-350"]
D --> H["DJM-350"]
F --> I["CDJ-350"]
G --> J["Voor control van het audio-in/uitgangSIGNAAL"]
H --> J
I --> J
J --> K["Hoofdtelefoon"]
Inhoud van de doos
- Netsnoer
- Garantiekaart
• Handleiding (dit document)
Aansluitingen
Schakel altijd eerst de stroom uit en trek de stekker uit het stopcontact alvorens u enige aansluiting maakt of verbreekt.
Zie tevens de gebruiksaanwijzingen van de aan te sluiten apparatuur.
Sluit het netnoer pas aan nadat alle aansluitingen tussen de apparatuur volledig zijn gemaakt.
Gebruik alleen het bijgeleverde netsnoer.
Benaming van de aansluitingen
Achterpaneel

text_image
Pioneer AC IN MASTER OUT 1 2 CH-2 PHONO CD GND SIGNAL CH-1 PHONO CD GND AUX L R MIC 1 2 3 4 5 6 3 4 5 7 8 91 AC IN
Voor aansluiten op een stopcontact. Steek de stekker pas in het stopcontact nadat alle andere aansluitingen in orde zijn. Gebruik alleen het bijgeleverde netsnoer.
2 MASTER OUT 1, 2 (bladzijde 7)
Voor aansluiten van een eindversterker e.d.
3 PHONO (bladzijde 7)
Voor aansluiten op een analoge platenspeler of een ander weergave-apparaat met een phono-uitgang (MM-element). Sluit hierop geen DJ-speler of ander apparaat met een gewone lijnuitgang aan.
4 CD (bladzijde 7)
Sluit hierop een DJ-speler of ander apparaat met een gewone lijnuitgang aan.
5 CONTROL (bladzijde 7)
Aansluiten via een bedieningssnoer (inbegrepen bij Pioneer DJ-spelers).
6 SIGNAL GND (bladzijde 7)
Sluit hierop de aardingsdraad van een analoge platenspeler aan. Dit vermindert storende geluiden bij aansluiten van een analoge platenspeler.
7 AUX (bladzijde 7)
Aansluiten op de uitgangsaansluiting van een extern apparaat (sampler, draagbare muziekspeler, enz.)
8 MIC (bladzijde 7)
Voor aansluiten van een microfoon.
9 Kensington-beveiligingsgleuf
Voorpaneel

10 PHONES (bladzijde 7)
Sluit hierop een hoofdtelefoon aan.
Aansluiten van de in/uitgangsaansluitingen
Achterpaneel

flowchart
graph TD
A["VOORBEEL: CDJ-350"] --> B["DJ-speler"]
B --> C["Analoge platenspeler"]
C --> D["DAJB"]
D --> E["Audio-uitgangsgedeelte"]
E --> F["Audio-ignangsgedeelte"]
F --> G["Master OUT"]
G --> H["CH-2"]
H --> I["CH-1"]
I --> J["AUX"]
J --> K["MIC"]
K --> L["Microfoonsnoer"]
L --> M["Naar microfoon"]
M --> N["Microfoon"]
N --> O["Dragbare muziekspeler"]
O --> P["Audiosnoer"]
P --> Q["Audiosnoer"]
Q --> R["Naar aardings-aansluitklemmen"]
R --> S["Bedieningssnoer 1"]
S --> T["Aarddraad"]
T --> U["Audio-uitgangsaansluitingen"]
U --> V["Dragbare muziekspeler"]
V --> W["Naar audio-uitgangsaansluitingen"]
W --> X["Audiosnoer"]
X --> Y["Microfoonsnoer"]
Y --> Z["Naar microfoon"]
Z --> AA["Microfoon"]
AA --> AB["Naar aardings-aansluitklemmen"]
AB --> AC["Bedieningssnoer 1"]
AC --> AD["Aarddraad"]
AD --> AE["Audio-uitgangsgedeelte"]
AE --> AF["Audio-ignangsgedeelte"]
AF --> AG["Audiosnoer"]
AG --> AH["Naar aardings-aansluitklemmen"]
AH --> AI["Bedieningssnoer 1"]
AI --> AJ["Aarddraad"]
AJ --> AK["Audio-uitgangsgedeelte"]
AK --> AL["Audio-ignangsgedeelte"]
AL --> AM["Audiosnoer"]
AM --> AN["Naar aardings-aansluitklemmen"]
AN --> AO["Bedieningssnoer 1"]
AO --> AP["Aarddraad"]
AP --> AQ["Audio-uitgangsgedeelte"]
AQ --> AR["Audiosnoer"]
AR --> AS["Naar aardings-aansluitklemmen"]
AS --> AT["Bedieningssnoer 1"]
AT --> AU["Aarddraad"]
AU --> AV["Naar aardings-aansluitklemmen"]
AV --> AW["Bedieningssnoer 1"]
AW --> AX["Aarddraad"]
1 Voor het gebruik van de fader-startfunctie sluit u een bedieningskabel aan (bladzijde 10). De fader-startfunctie is alleen te gebruiken bij aansluiting op een Pioneer DJ-speler.
2 Een draagbare muziekspeler kan worden aangesloten met een audioverloopsnoer van tulpstekkers naar ministekker (∅ 3,5 mm) (bladzijde 12).
Voorpaneel

text_image
Hoofdtelefoon Hoofdtelefoonsnoer PioneerBediening
Regelpaneel

flowchart
graph TD
subgraph "Hoofdtelefoon-gedeelte"
A["MIC/AUX-gedeelte"] --> B["Mengpaneel-gedeelte"]
B --> C["USB-opnamegedeelte"]
C --> D["Stroomschema audiosignalen"]
end
subgraph "Hoofdeffect-gedeelte"
E["HEADPHONES"] --> F["MASTER EFFECT"]
F --> G["2 CHANNEL DJ MIXER DJM-350"]
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
H["MIC AUX"] --> I["LEVEL"]
I --> J["EQ"]
J --> K["MIC/AUX ON/OFF"]
L["CD1 PHONO1 CD2 PHONO2"] --> M["TRIM"]
M --> N["EQ/ISOLATOR"]
O["TRIM"] --> P["EQ/ISOLATOR"]
Q["TRIM"] --> R["EQ/ISOLATOR"]
S["TRIM"] --> T["EQ/ISOLATOR"]
U["TRIM"] --> V["EQ/ISOLATOR"]
W["TRIM"] --> X["EQ/ISOLATOR"]
Y["TRIM"] --> Z["EQ/ISOLATOR"]
AA["TRIM"] --> AB["EQ/ISOLATOR"]
AC["TRIM"] --> AD["EQ/ISOLATOR"]
AE["TRIM"] --> AF["EQ/ISOLATOR"]
AG["TRIM"] --> AH["EQ/ISOLATOR"]
AI["TRIM"] --> AJ["EQ/ISOLATOR"]
AK["TRIM"] --> AL["EQ/ISOLATOR"]
AM["TRIM"] --> AN["EQ/ISOLATOR"]
AO["TRIM"] --> AP["EQ/ISOLATOR"]
AQ["TRIM"] --> AR["EQ/ISOLATOR"]
AS["TRIM"] --> AT["EQ/ISOLATOR"]
AU["TRIM"] --> AV["EQ/ISOLATOR"]
AW["TRIM"] --> AX["EQ/ISOLATOR"]
AY["TRIM"] --> AZ["EQ/ISOLATOR"]
BA["TRIM"] --> BB["EQ/ISOLATOR"]
BC["TRIM"] --> BD["EQ/ISOLATOR"]
BE["TRIM"] --> BF["EQ/ISOLATOR"]
BG["TRIM"] --> BH["EQ/ISOLATOR"]
BI["TRIM"] --> BJ["EQ/ISOLATOR"]
BK["TRIM"] --> BL["EQ/ISOLATOR"]
BM["TRIM"] --> BN["EQ/ISOLATOR"]
BO["TRIM"] --> BP["EQ/ISOLATOR"]
BQ["TRIM"] --> BR["EQ/ISOLATOR"]
BS["TRIM"] --> BT["EQ/ISOLATOR"]
BU["TRIM"] --> BV["EQ/ISOLATOR"]
BW["TRIM"] --> BX["EQ/ISOLATOR"]
BY["TRIM"] --> BZ["EQ/ISOLATOR"]
CA["TRIM"] --> CB["EQ/ISOLATOR"]
CC["TRIM"] --> CD["EQ/ISOLATOR"]
CE["TRIM"] --> CF["EQ/ISOLATOR"]
GD["TRIM"] --> DH["EQ/ISOLATOR"]
DI["TRIM"] --> DJ["EQ/ISOLATOR"]
DK["TRIM"] --> DL["EQ/ISOLATOR"]
DM["TRIM"] --> DE["EQ/ISOLATOR"]
FD["TRIM"] --> FDZ["EQ/ISOLATOR"]
DG["TRIM"] --> DGZ["EQ/ISOLATOR"]
DHX["TRIM"] --> DHX["EQ/ISOLATOR"]
IDX["X"] --> IDX
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
AA
AB
AC
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
AD
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
AE
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
AF
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
AG
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
AH
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
AI
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
AJ
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
AK
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
AL
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
AM
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
AN
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
AO
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
AP
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
AQ
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
AR
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
AS
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
AT
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
AU
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
AV
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
AW
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
AX
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
AY
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
AZ
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
BA
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
BB
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
BC
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
DA
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
DB
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
DC
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
DD
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
DE
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
DF
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
DG
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
DH
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
DI
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
DJ
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
DK
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
DL
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
DS
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
DT
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
DU
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
DV
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
DW
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
DX
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
DXD
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
DXF
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
DXG
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
DXH
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
DXI
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
DXJ
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
DXK
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
DXL
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
DXM
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
DXN
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
DXO
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
DXP
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
DXQ
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
DXR
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
DXS
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
DXT
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
DXU
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
DXV
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
DXW
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
DXX
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
DXY
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
DXZ
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
DXR
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
DXS
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
DXT
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
DXU
end
subgraph "Stroomschema audiosignalen"
DXV
end
1 ⏻ (aan/uit-schakelaar) (bladzijde 9)
2 MASTER LEVEL (bladzijde 9)
MIC/AUX-gedeelte
Geschikt voor het geluidsignaal van een microfoon of extern apparaat (sampler, draagbare muziekspeler enz.) (bladzijde 12).
Hoofdtelefoon-gedeelte
Het geluid dat binnekomt bij dit apparaat is te controleren via een hoofdtelefoon (bladzijde 11).
7 CH-1 CUE, CH-2 CUE
8 MIXING
9 LEVEL
10 PHONES
Mengpaneel-gedeelte
Twee stel audiosignalen kunnen afzonderlijk worden bijgeregeld voor eenvoudig DJ-mengen (bladzijde 9).
11 CD, PHONO (ingangskeuzeschakelaar)
12 TRIM
13 HI, MID, LOW
14 Hoofdniveau-aanduiding
15 Kanaalniveau-aanduiding
16 Kanaal-fader
17 FADER START
18 THRU, ✗, ✗ (crossfader-curveschakelaar)
19 Crossfader-regelaar
USB-opnamegedeelte
DJ-optredens kunnen worden opgenomen op en afgespeeld vanaf USB-apparaten (bladzijde 12).
20 USB-aansluitbus
21 USB STOP
22 REC ●/■
23 PLAY ▶/II
24 TRACK MARK (PREVIEW)
25 SEARCH ◀◀◀, ▶▶▶
Hoofdeffect-gedeelte
Effecten kunnen worden toegepast op het geluid dat wordt weergegeven via [MASTER OUT 1, 2] (bladzijde 11).
26 MASTER EFFECT (GATE, CRUSH, JET, FILTER)
27 LEVEL/DEPTH
Omtrent de aan/uit-schakelaar van dit apparaat
Voor inschakelen van de stroom
Druk op [⏻] 1.
Schakel dit apparaat in.
Het [∅]-indicator licht groen op.
Voor uitschakelen in de ruststand
Met de stroom ingeschakeld, houdt u [∅] 1 tenminste 2 seconden lang ingedrukt.
Dit apparaat komt dan in de ruststand.
Het [∅]-indicator licht rood op.
- Wanneer u nogmaals op [∅] drukt, wordt de stroom weer ingeschakeld.
- Dit apparaat heeft een automatische ruststandfunctie. Zie Omtrent de automatische ruststandfunctie op bladzijde 13 voor verdere informatie.
Basisbediening (mengpaneel- gedeelte)

text_image
Pioneer 11 CD+ +PHONO TRIM 12 CD+ +PHONO TRIM HI HI I ASTE I CH- I H-2 MID 13 MID LOW LOW 9 9 9 9 9 9 9 14 15 CH-1 16 CH-2 17 FADER START FADER START THRU 18 19 1Geluid weergeven
Controleer of dit apparaat naar behoren is aangesloten op een DJ-speler, enz. voordat u het geluid gaat weergeven. Nadere aanwijzingen voor het aansluiten vindt u onder Aansluiten van de in/uitgangsaansluitingen op bladzijde 7.
Stel de geluidssterkte van de eindversterkers aangesloten op [MASTER OUT 1, 2] in op een geschikt niveau. Als u de geluidssterkte te hoog instelt, kunnen er erg harde geluiden klinken.
✿ Voor uitsturen van het geluid van kanaal 1 [CH-1] 1
Voor uitsturen van het geluid van kanaal 2 ([CH-2]) 2, volgt u de onderstaande aanwijzingen, maar vervangt u [CH-1] door [CH-2].
1 Stel de [CD, PHONO] ingangskeuzeschakelaar 11 voor [CH-1] 1 in.
Kies de ingangsbron van het [CH-1] kanaal voor de componenten die op dit apparaat zijn aangesloten.
— [CD]: Voor keuze van de DJ-speler die is aangesloten op de [CD]-aansluiting.
— [PHONO]: Voor keuze van een analoge muziekspeler aangesloten op de [PHONO]-aansluiting.
2 Draai de [TRIM] 12-knop voor het kanaal-[CH-1] 1 naar rechts.
Regelt het niveau van de geluidssignalen die binnenkomen via de [CH-1]-aansluiting.
De [CH-1] kanaalniveau-aanduiding 15 licht op wanneer er geluidssignalen goed doorkomen voor kanaal [CH-1].
Verstel [TRIM] zo, dat het het oranje indicator oplicht bij het luidste punt in het muziekstuk (een crescendo, enz.).
Let op dat de rode indicator niet oplicht, anders kan er vervorming in het geluid optreden.
3 Schuif de [CH-1] 1 kanaalfader-regelaar 16 naar achteren toe.
Hiermee regelt u het geluid dat wordt weergegeven via de [CH-1]-aansluitingen.
4 Schakel de [THRU, ✗, ✗] crossfader-curveschakelaar 18 om.
Voor omschakelen van de crossfader-curvekarakteristiek.
— [THRU]: Kies deze stand wanneer u de crossfader niet wilt gebruiken.
— [✗]: Kies deze stand voor een geleidelijk stijgende curve.
— [A]: Kies deze stand voor een steilere curve. (Naarmate de crossfader verder van de linker- of rechterkant komt, wordt er meer geluid weergegeven aan de tegenovergestelde kant.
5 Verschuif de crossfader-regelaar 19.
Schakel over op het kanaal waarvan het geluid wordt weergegeven door de luidsprekers.
— Linkerkant: Het geluid van [CH-1] wordt weergegeven.
— Middenpositie: Het geluid van [CH-1] en [CH-2] wordt samengevoegd en weergegeven.
— Rechterkant: Het geluid van [CH-2] wordt weergegeven.
- Deze handeling is niet nodig als de [THRU, ✗, ✗] crossfader-curvekiezer in de [THRU] stand is gezet.
6 Draai de [MASTER LEVEL] 2-knop naar rechts.
Het geluid wordt weergegeven via de luidsprekers.
De hoofdniveau-aanduiding 14 in het bedieningspaneel licht op. Verstel [MASTER LEVEL] zo, dat het het oranje indicator oplicht bij het luidste punt in het muziekstuk (een crescendo, enz.).
Let op dat de rode indicator niet oplicht, anders kan er vervorming in het geluid optreden.
Bijregelen van de geluidskwaliteit
Draai aan de [CH-1] 1 of [CH-2] 2 [HI], [MID] of [LOW] 13-regelaar.
Zie Specificaties op bladzijde 16 voor het bereik van het geluid dat kan worden bijgeregeld met elk van deze regelaars.
- Het geluid voor dat bereik kan ook helemaal worden uitgeschakeld door de knop helemaal naar links te draaien (isolatiefunctie).
Geluid mengen met de schuifregelaars
Stel dit apparaat van tevoren zo in dat het geluid van [CH-1] wordt weergegeven via de luidsprekers. Nadere aanwijzingen voor het aansluiten vindt u onder Geluid weergeven op bladzijde 9.
Nadere aanwijzingen voor het controleren van het geluid vindt u onder Controleren van de weergave via de hoofdtelefoon (hoofdtelefoon- gedeelte) op bladzijde 11.
◆ Geluid mengen met de kanaalregelaars
1 Schakel de [THRU, X, X] crossfader-curveschakelaar 18 over naar [THRU].
2 Stel de [CD, PHONO] ingangskeuzeschakelaar 11 voor [CH-2] 2 in.
3 Draai de [TRIM] 12-knop voor het kanaal-[CH-2] 2 naar rechts.
4 Druk op [CH-2 CUE] 7.
Het geluid van [CH-2] is te horen via de hoofdtelefoon.
5 Draai aan [MIXING] 8.
Hiermee regelt u de balans van de geluidssterkte voor het geluid weergegeven via de [MASTER OUT 1, 2]-aansluitingen (het geluid van [CH-1]) en het geluid van [CH-2].
6 Bedien de DJ-speler die is aangesloten op de [CH-2]-aansluitingen.
Bij het meeluisteren via de hoofdtelefoon kunt u het tempo van het [CH-2]-muziekstuk bijregelen, zodat het gelijkloopt met het tempo van het [CH-1]-muziekstuk.
7 Terwijl u de [CH-2] 2 kanaalschuifregelaar naar achteren schuift, schuift u de [CH-1] 1 kanaalschuifregelaar naar voren toe.
Luister naar het geluid dat wordt weergegeven via de luidsprekers en gebruik de kanaalschuifregelaars om het geluid van [CH-1] geleidelijk te vervangen door het geluid van [CH-2].
Het geluidsmengen is voltooid wanneer alleen het [CH-2]-geluid wordt weergegeven via de luidsprekers.
✿ Geluid mengen met de crossfader-regelaar
1 Zet de [THRU, × , × ] crossfader-curveschakelaar 18 op [ × ] of [ × ].
2 Regel nu [CH-2] 2.
Ga te werk volgens stappen 2 t/m 6 onder Geluid mengen met de kanaalregelaars op bladzijde 10.
3 Schuif de crossfader-regelaar 19 geleidelijk naar rechts.
Luister naar het geluid dat wordt weergegeven via de luidsprekers en gebruik de crossfader-regelaar om het geluid van [CH-1] geleidelijk te vervangen door het geluid van [CH-2].
Het geluidsmengen is voltooid wanneer alleen het [CH-2]-geluid wordt weergegeven via de luidsprekers.
Gebruik van de fader voor het afspelen van een Pioneer DJ-speler (fader-start)
Als u een Pioneer DJ-speler aansluit met een bedieningskabel (bijgeleverd bij de DJ-speler), kunt u de weergave starten of andere functies van de DJ-speler bedienen met de fader van dit apparaat.
De fader-startfunctie is alleen te gebruiken bij aansluiting op een Pioneer DJ-speler.
Sluit vooraf dit apparaat aan op een Pioneer DJ-speler. Nadere aanwijzingen voor het aansluiten vindt u onder Aansluiten van de in/uitgangsaansluitingen op bladzijde 7.
✿ Beginnen met afspelen met de kanaalschuifregelaars
1 Schakel de [THRU, ✗, ✗] crossfader-curveschakelaar
18 over naar [THRU].
2 Druk op [FADER START] 17.
Schakel de fader-startfunctie in.
3 Schuif de kanaalschuifregelaar 16 helemaal naar voren toe.
4 Stel de cue in op de DJ-speler
De DJ-speler pauzeert de weergave bij het cue-punt.
5 Schuif de kanaalfader-regelaar 16 naar achteren toe. Het afspelen begint op de DJ-speler.
- Wanneer u de kanaal-fader terugzet in de oorspronkelijke stand, keert de speler onmiddellijk terug naar het eerder ingestelde cue-punt, om daar de weergave te pauzeren (back-cue).
✿ Beginnen met afspelen met de crossfader
1 Zet de [THRU, X, X] crossfader-curveschakelaar 18 op [X] of [X].
2 Druk op [FADER START] 17.
Schakel de fader-startfunctie in.
3 Verschuif de crossfader-regelaar 19.
Schuif de crossfader-regelaar naar de tegenovergestelde rand van het kanaal waarvoor u de fader-startfunctie wilt gebruiken.
4 Stel de cue in op de DJ-speler
De DJ-speler pauzeert de weergave bij het cue-punt.
5 Verschuif de crossfader-regelaar 19.
Het afspelen begint op de DJ-speler.
- Wanneer u de crossfader terugzet in de oorspronkelijke stand, keert de speler onmiddellijk terug naar het eerder ingestelde cue-punt, om daar de weergave te pauzeren (back-cue).
Controleren van de weergave via de hoofdtelefoon (hoofdtelefoon-gedeelte)

text_image
HEADPHONES CH-1 CUE CH-2 CUE MIXING CUE MASTER LEVEL -∞ 0 7 8 9 10 PHONES1 Sluit een hoofdtelefoon aan op de [PHONES]-aansluiting
Nadere aanwijzingen voor het aansluiten vindt u onder Aansluiten van de in/uitgangsaansluitingen op bladzijde 7.
2 Druk op [CH-1 CUE] of [CH-2 CUE] 7.
Kies het kanaal dat u wilt beluisteren.
— [CH-1 CUE]: Het geluid van [CH-1] is te horen.
— [CH-2 CUE]: Het geluid van [CH-2] is te horen.
- Deze handeling is niet nodig als u het geluid van het hoofdkanaal wilt horen (het geluid dat wordt weergegeven door de [MASTER OUT 1, 2]-aansluitingen).
3 Draai aan [MIXING] 8.
— Wanneer u de knop naar links draait: Het geluid van [CH-1] en [CH-2] gaat relatief luider klinken.
— In de middenpositie: Het geluid van [CH-1] en [CH-2] klinkt op dezelfde sterkte als het geluid via de [MASTER OUT 1, 2]-aansluitingen.
— Wanneer u de knop naar rechts draait: Het geluid dat wordt weergegeven via de [MASTER OUT 1, 2]-aansluitingen gaat relatief luider klinken.
4 Draai de [LEVEL] 9-knop in het hoofdtelefoon-gedeelte naar rechts.
Het geluid wordt weergegeven via de hoofdtelefoon.
- Het meeluisteren wordt uitgeschakeld wanneer u nogmaals op [CH-1 CUE] of [CH-2 CUE] drukt.
- Het geluid dat wordt weergegeven via de [MASTER OUT 1, 2]-aan-sluitingen kan niet worden uitgeschakeld.
Gebruik van de effectfunctie (hoofdeffect-gedeelte)
Dit apparaat is voorzien van vier effecttoetsen. Wanneer u op een effecttoets drukt, wordt het bijbehorende effect toegepast op de
geluidssignalen die worden weergegeven via de [MASTER OUT 1, 2]-aansluitingen.

flowchart
graph TD
A["•"] --> B["26"]
C["•"] --> D["26"]
E["•"] --> F["26"]
G["•"] --> H["26"]
I["•"] --> J["26"]
K["•"] --> L["26"]
M["•"] --> N["26"]
O["•"] --> P["26"]
Q["•"] --> R["26"]
S["•"] --> T["26"]
U["•"] --> V["26"]
W["•"] --> X["26"]
Y["•"] --> Z["26"]
AA["•"] --> AB["26"]
AC["•"] --> AD["26"]
AE["•"] --> AF["26"]
AG["•"] --> AH["26"]
AI["•"] --> AJ["26"]
AK["•"] --> AL["26"]
AM["•"] --> AN["26"]
AO["•"] --> AP["26"]
AQ["•"] --> AR["26"]
AS["•"] --> AT["26"]
AU["•"] --> AV["26"]
AW["•"] --> AX["26"]
AY["•"] --> AZ["26"]
BA["•"] --> BB["26"]
BC["•"] --> BD["26"]
BE["•"] --> BF["26"]
BG["•"] --> BH["26"]
BI["•"] --> BJ["26"]
BK["•"] --> BL["26"]
BM["•"] --> BN["26"]
BO["•"] --> BP["26"]
BZ["•"] --> CA["26"]
CB["•"] --> CD["26"]
CE["•"] --> CF["26"]
CG["•"] --> CH["26"]
CI["•"] --> CJ["26"]
CK["•"] --> CR["26"]
CS["•"] --> CT["26"]
CU["•"] --> CV["26"]
CW["•"] --> CX["26"]
CY["•"] --> CZ["26"]
DA["•"] --> DB["26"]
DC["•"] --> DD["26"]
DJ["•"] --> DE["26"]
FD["•"] --> DF["26"]
DG["•"] --> DH["26"]
DI["•"] --> DJ
DJ --> DJ
DK["•"] --> DL["26"]
DL --> DL
DM["•"] --> DN["26"]
DN --> DN
DO["•"] --> DO
DO --> DO
DV["•"] --> DV
DV --> DV
DW["•"] --> DW
DW --> DW
DX["TOTAL DEPTH 27"]
Een effect toepassen
Druk op een van de [MASTER EFFECT (GATE, CRUSH, JET, FILTER)] 26-toetsen.
Het effect wordt toegepast op het geluid.
De ingedrukte toets gaat knipperen.
De effecten verschillen voor de diverse toetsen. Zie voor nadere bijzonderheden over de verschillende effecten de onderstaande tabel.
- Wanneer u nogmaals drukt op een toets die knippert, wordt het effect uitgeschakeld.
| Effectnaam | Beschrijving | LEVEL/DEPTH |
| GATE | Een karakteristieke passage wordt uit het ritmische basispatroon van het muziekstuk genomen, om een variatie in het ritme te bereiken. | Links: Het hogere bereik (hi-hat voetbekken e.d.) wordt gevarieerd.Rechts: Het lagere bereik (de basdrum e.d.) wordt gevarieerd. |
| CRUSH | Het geluid wordt in geringe mate ineengedrukt, het- geen een accent toevoegt. | Links: Het geluid wordt ineengedrukt, met een effect alsof het hogere bereik geleidelijk wordt afgesneden.Rechts: Het geluid wordt ineengedrukt, met een effect alsof het lage toon-bereik geleidelijk wordt afgesneden. |
| JET | Er klinkt een effect als van een opstijgend en dalend straalvliegtuig. | Links: Er klinkt een effect als van een dalend straal-vliegtuig.Rechts: Er klinkt een effect als van een opstijgend straalvliegtuig. |
| FILTER | Het geluid van het hoge of het lage toonbereik wordt weggefilterd, hetgeen de klank enorm verandert. | Links: Er klinkt een effect alsof het hogere bereik geleidelijk wordt afge-sneden.Rechts: Er klinkt een effect alsof het lage toonbereik geleidelijk wordt afge-sneden. |
Het effect varieren
Het effect verandert, al naar gelang de richting waarin u de [LEVEL/DEPTH]-knop draait en hoe ver.
- Het oorspronkelijk geluid wordt weergegeven wanneer u de [LEVEL/DEPTH]-knop in de middenstand zet.
Gebruik van een microfoon of een extern apparaat (MIC/AUX-gedeelte)

text_image
MIC /AUX MIC = AUX LEVEL -00 0 HI -12 112 LOW -12 112 MIC/AUX ON 3 4 5 61 Schakel [MIC, AUX] 3 om.
— [MIC]: De microfoon die is aangesloten op de [MIC]-aansluiting wordt gekozen.
— [AUX]: Een extern apparaat aangesloten op de [AUX]-aansluiting wordt gekozen.
2 Druk op [MIC/AUX ON] 6.
3 Draai knop [LEVEL] 4 in het MIC/AUX-gedeelte naar rechts.
Het geluid van de microfoon of de externe bron wordt via de luidsprekers weergegeven.
Bijregelen van de geluidskwaliteit
Draai aan knop [HI] of [LOW] 5 in het MIC/AUX-gedeelte.
Zie Specificaties op bladzijde 16 voor het bereik van het geluid dat kan worden bijgeregeld met elk van deze regelaars.
Opnemen van uw optreden (USB-opnamegedeelte)
Het zelfde geluid als wordt weergegeven via de [MASTER OUT 1, 2]-aansluitingen kan worden opgenomen als WAV-bestand op een USB-apparaat.
- De bestanden die worden aangemaakt bij opname van het geluid krijgen een naam in de vorm [REC***.WAV] (met voor *** een getal van 3 cijfers).

flowchart
graph TD
A["USB STOP"] --> B["21"]
B --> C["20"]
C --> D["23"]
D --> E["22"]
E --> F["24"]
F --> G["PREVEN"]
G --> H["25"]
H --> I["23"]
I --> J["TRACK MARK"]
J --> K["24"]
K --> L["SEARCH"]
1 Sluit een USB-apparaat aan op de USB-aansluitbus 20.
De [USB STOP]-indicator 21 knippert.
Na een tijdje stopt het [USB STOP]-indicator met knipperen en blijft branden en dan is de opname-wachtstand ingesteld.
2 Druk op [REC ●/■] 22.
Het opnemen begint.
De [REC ●/■]-indicator 22 knippert.
- Wanneer u nogmaals op [REC ●/■] drukt, dooft het [REC ●/■]-indicator en stopt het opnemen.
- U kunt 180 minuten achtereen opnemen. Als u langer dan 180 minuten achtereen blijft opnemen, worden de opnamegegevens op het USB-apparaat automatisch gesplitst.
- U kunt ongeveer 90 minuten lang opnemen op een USB-apparaat van 1 GB.
Opgenomen muziekstukken afspelen
Druk op [PLAY/▶/II] 23.
Het afspelen begint.
De [PLAY ▶/II]-indicator 23 gaat branden.
- Wanneer u nogmaals op [PLAY ▶/III]drukt, pauzeert de weergave.
- Alleen WAV-bestanden die zijn opgeslagen in de [PIONEER DJM / DJM350 REC]-map op het USB-apparaat kunnen worden afgespeeld.
Opgenomen muziekstukken controleren
1 Draai de [MIXING]-regelaar 8 vanuit het midden naar links.
2 Houd [TRACK MARK (PREVIEW)] 24 ingedrukt.
Het geluid van het opgenomen muziekstuk is via de hoofdtelefoon te horen zolang u de toets indrukt.
- Het geluid dat u controleert wordt toegevoegd aan het geluid van [CH-1] en [CH-2] en wordt weergegeven door de hoofdtelefoon.
- Het geluid dat u controleert wordt niet weergegeven door de luidsprekers.
- Deze controle is niet mogelijk wanneer een muziekstuk wordt opgenomen of afgespeeld.
Snel vooruit/terugzoeken door opgenomen muziekstukken
Houd tijdens afspelen [SEARCH ◀◀◀, ►▶▶] ingedrukt 25.
Het muziekstuk wordt voorwaarts versneld wanneer u [▶▶] ingedrukt houdt.
Het muziekstuk wordt terugwaarts versneld wanneer u [I◀◀] ingedrukt houdt.
Het [PLAY ▶/III]-indicator knippert tijdens het snel vooruit/ terugzoeken.
- Snel vooruit/terugzoeken is niet mogelijk in de pauzestand.
Direct naar het begin van een opgenomen muziekstuk gaan
Druk op [SEARCH ◀◀◀, ▶▶▶] 25.
Druk op [▶▶1] om door te gaan naar het begin van het volgende muziekstuk.
Druk eenmaal op [◀◀] om terug te keren naar het begin van het dan weergegeven muziekstuk, tweemaal om naar het begin van het voorgaande muziekstuk te gaan.
Muziekstukken splitsen tijdens het opnemen
Druk tijdens het opnemen op [TRACK MARK (PREVIEW)] 24.
Het op dat moment opgenomen muziekstuk wordt dan gesplitst op het USB-apparaat vastgelegd.
- Wanneer een gesplitst muziekstuk op dit apparaat wordt afgespeeld, kan het geluid even worden onderbroken bij de overgang tussen de twee stukken.
Opgenomen muziekstukken wissen
1 Druk terwijl het muziekstuk wordt afgespeeld op [PLAY ▶/II] 23.
Het muziekstuk dat u wilt wissen wordt gepauzeerd.
2 Houd [PLAY/▶/II] 23 tenminste 2 seconden lang ingedrukt.
Het [REC ●/■]-indicator knippert.
3 Terwijl u [PLAY ▶/■] 23 ingedrukt houdt, drukt u op [REC ●/■] 22.
Het [REC ●/■]-indicator blijft branden en het muziekstuk wordt gewist.
- Het wissen van het muziekstuk wordt geannuleerd als u [PLAY
▶/■] loslaat terwijl het [REC ●/■]-indicator knippert.
Losmaken van USB-apparaten
Ga altijd als volgt te werk om een USB-apparaat los te maken.
Losmaken van een USB-apparaat zonder deze aanwijzingen te volgen kan het USB-apparaat onleesbaar maken.
Voordat u het apparaat uitschakelt, dient u altijd eerst het USB-apparaat los te maken.
1 Houd [USB STOP] 21 tenminste 1 seconde lang ingedrukt.
Het [USB STOP]-indicator knippert en dooft dan.
2 Verwijder het USB-apparaat.
Omtrent de automatische ruststandfunctie
Wanneer de automatische ruststandfunctie is ingeschakeld, wordt het apparaat na een vooraf ingestelde tijd automatisch in de ruststand gezet als aan de onderstaande voorwaarden is voldaan.
— Als geen van de bedieningsknoppen of regelaars wordt bediend.
— Dat de kanaalniveau-indicator van dit apparaat niet oplicht.
— Mits de opname- en weergavefuncties van het USB-apparaat niet in gebruik zijn.
Instellen van de automatische ruststandfunctie
Zet eerst dit apparaat uit, in de ruststand.
1 Druk op [◎] 1 terwijl u [I◄◄] en [►►I] 25 ingedrukt houdt.
Dan schakelt het apparaat over naar de instelstand voor de automatische ruststandfunctie.
Het bovenste segment van de hoofdniveau-indicator gaat knipperen. De andere segmenten van de indicator lichten op volgens de nu inge stelde tijd.
2 Druk op [I◄◄] of [►►I] 25.
Stel de tijd in voordat de ruststand moet ingaan.
De ingestelde tijd verandert bij elke druk op de toets.
De segmenten van de hoofdniveau-indicator lichten op volgens de ingestelde tijd (uitgezonderd het bovenste segment).
— Uit — 20 minuten — 40 minuten — 60 minuten
— 20 minuten: De twee onderste segmenten lichten op.
— 40 minuten: De vier onderste segmenten lichten op.
— 60 minuten: De zes onderste segmenten lichten op.
- Deze tijd staat bij aflevering vanaf de fabriek ingesteld op 20 minuten.
3 Houd [⏻] 1 tenminste 2 seconden lang ingedrukt.
De nieuw gekozen instelling voor de automatische ruststandfunctie wordt opgeslagen.
Het [∅]-spanningslampje knippert groen terwijl de instelling wordt opgeslagen en blijft dan branden wanneer de instelling is vastgelegd.
- Trek nooit de stekker uit het stopcontact wanneer deze instelling nog wordt opgeslagen.
Aanvullende informatie
Verhelpen van storingen
- Verkeerde bediening kan vaak de oorzaak zijn van een schijnbare storing of foutieve werking. Wanneer u denkt dat er iets mis is met dit apparaat, controleert u eerst de onderstaande punten. Soms ligt de oorzaak van het probleem bij een ander apparaat. Controleer daarom ook de andere componenten en elektrische apparatuur die gebruikt wordt. Als u het probleem aan de hand van de onderstaande controlepunten niet kunt verhelpen, verzoekt u dan uw dichtstbijzijnde officiële Pioneer onderhoudsdienst of uw vakhandelaar om het apparaat te laten repareren.
- Dit apparaat kan soms niet goed werken vanwege statische elektriciteit of andere externe invloeden. In dat geval kunt u de normale werking herstellen door de stekker uit het stopcontact te trekken en die na ongeveer 5 seconden of langer weer aan te sluiten.
| Probleem | Controle | Oplossing |
| De stroom wordt niet ingeschakeld. | Is het netsnoer naar behoren aangesloten? | Steek de netsnoerstekker in het stopcontact. (bladzijde 7) |
| Er klinkt niet of nauwelijks geluid. | Staat de [CD, PHONO] ingangskeuzeschakelaar in de juiste stand? | Stel de [CD, PHONO] ingangskeuzeschakelaar in op de gewenste ingangsbron voor dat kanaal. (bladzijde 9) |
| Staan de [TRIM], [kanaal-schuifregelaar], [crossfader] en [MASTER LEVEL]-regelaars juist ingesteld? | Zet de [TRIM], [kanaalschuifregelaar], [crossfader] en [MASTER LEVEL]-regelaar in de juiste stand. (bladzijde 9) | |
| Zijn de aangesloten apparaten, versterkers e.d. juist ingesteld? | Zorg dat de externe geluidsbronkeuze, de geluidssterkte e.d. op de geluidsbronnen/versterkers juist zijn ingesteld. | |
| Zijn de aansluitsnoeren goed aangesloten? | Zorg dat de aansluitsnoeren juist zijn aangesloten. (bladzijde 7) | |
| Zijn de aansluitbussen en de stekkers vuil? | Maak de aansluitbussen en de stekkers schoon voordat u aasluitingen gaat maken. | |
| Vervorming in het geluid. | Staat [MASTER LEVEL] in de juiste stand? | Verstel [MASTER LEVEL] zo dat de oranje indicator in de hoofdniveau-aanduiding alleen bij het piekniveau oplicht. (bladzijde 9) |
| Staat [TRIM] in de juiste stand? | Verstel [TRIM] zo dat de oranje indicator in de kanaalniveau-aanduiding alleen bij het piekniveau oplicht. (bladzijde 9) | |
| De crossfader werkt niet. | Staat de [THRU, X, X] crossfader-curvekiezer ingesteld op [THRU]? | Zet de [THRU, X, X] crossfader-curveschakelaar in een andere stand dan [THRU]. (bladzijde 9) |
| Het starten van de DJ-spaler via de fader lukt niet. | Staat [FADER START] in de uit-stand? | Zet [FADER START] aan. (bladzijde 10) |
| Is het bedieningssnoer naar behoren aangesloten? | Sluit dit apparaat aan op uw DJ-speler met een bedieningssnoer. (bladzijde 7) | |
| Zijn de audiosnoeren goed aangesloten? | Sluit dit apparaat aan op de audio-uitgangsaansluiting van een DJ-speler met een audiokabel. (bladzijde 7) | |
| Geen effect te horen. | Is er op een van de [MASTER EFFECT (GATE, CRUSH, JET, FILTER)]-toetsen gedrukt? | Druk op een van de [MASTER EFFECT (GATE, CRUSH, JET, FILTER)]-toetsen. (bladzijde 11) |
| Staat [LEVEL/DEPTH] in de middenpositie? | Draai [LEVEL/DEPTH] naar rechts of naar links. (bladzijde 11) | |
| Er klinkt niet of nauwelijks geluid bij afspelen van een muziekstuk dat is opgenomen op een USB-apparaat. | Staat [MASTER LEVEL] in de juiste stand? | Verstel voor het opnemen [MASTER LEVEL] zo dat de oranje indicator in de hoofdniveau-aanduiding alleen bij het piekniveau oplicht. (bladzijde 9) |
| Het geluid klinkt vervormd bij afspelen van een muziekstuk dat is opgenomen op een USB-apparaat. | Staat [TRIM] in de juiste stand? | Verstel voor het opnemen [TRIM] zo dat de oranje indicator in de kanaalniveau-aanduiding alleen bij het piekniveau oplicht. (bladzijde 9) |
| Het geluid van een opgenomen muziekstuk is niet te controleren via de hoofdtelefoon, ook niet door ingedrukt houden van [TRACK MARK (PREVIEW)]. | Staat [MIXING] helemaal naar rechts gedraaid? | Draai de [MIXING]-regelaar vanuit het midden naar links. (bladzijde 12) |
| Het USB-apparaat wordt niet herkend. | Is het USB-apparaat naar behoren aangesloten? | Steek het USB-apparaat stevig helemaal in de aansluitbus. (bladzijde 12) |
| Is het USB-apparaat wel geschikt voor gebruik met dit apparaat? | Dit apparaat is geschikt voor USB-apparaten voor gegevensopslag zoals externe harde schijven en draagbare flash-geheugensticks. |
Omtrent storingen
Als dit apparaat niet normaal functioneert, gaan de [∅] aan/uit-schakelaar en de [USB STOP] en [PLAY ▶/II]-indicatorlampjes knipperen om het optreden van een storing te melden.
Controleer dan de onderstaande tabel en neem de aanbevolen maatregelen.
Als ook na het uitvoeren van de aanbevolen maatregelen dezelfde storing weer optreedt, raadpleeg dan de dichtstbijzijnde Pioneer onderhoudsdienst of de winkel waar u het apparaat hebt gekocht.
Omtrent de foutmelding van de [USB STOP]-indicator
Als het [USB STOP]-indicatorlampje herhaaldelijk 2 tot 5 keer knippert
1 Verwijder het USB-apparaat.
2 Druk op [USB STOP].
Controleer dan de onderstaande tabel en neem de aanbevolen maatregelen.
| Naam indicator | Aantal malen dat de indicator knippert | Beschrijving van de storing | Oorzaak | Maatregelen |
| USB STOP | 2 maal achtereen | Bestandsformaat-probleem | Het USB-apparaat is niet geformatteerd. | Gebruik een USB-apparaat dat geformatteerd is volgens een bestandssysteem dat geschikt is voor dit apparaat (FAT of HFS+). |
| U gebruikt een USB-apparaat met een bestandssysteem dat niet geschikt is voor dit apparaat. | ||||
| 3 maal achtereen | USB-typepro-bleem | Er is een USB-apparaat aangesloten dat niet geschikt is voor gegevensopslag. | Sluit een USB-apparaat aan dat werkt volgens de USB-gegevensopslagregels. | |
| Er is een USB-verdeelhub aangesloten. | Sluit geen USB-verdeelhubs aan. | |||
| 4 maal achtereen | Probleem bij het schrijven naar het USB-apparaat | Is er voldoende ruimte op het USB-apparaat beschik-baar. | Gebruik een USB-apparaat met voldoende vrije ruimte. | |
| Er is een bestandsnaam eindigend op “REC999.WAV” in de map met opnamegegevens (PIONEER DJM / DJM350 REC). | Bestanden die worden gemaakt tijdens het opnemen krijgen een 3-cijferig nummer. Wanneer het aantal 999 wordt bereikt, kunnen er geen nieuwe bestanden meer in de map worden gemaakt. In dat geval kunt u de bestanden uit de map verplaatsen naar een andere map. | |||
| Wellicht staat het schrijfbeveiligingsknopje van het USB-apparaat in de blokkeerstand. | Zet het schrijfbeveiligingsknopje van het USB-apparaat in de vrije stand. | |||
| Misschien gebruikt u een USB-apparaat met een bevei-ligingsfunctie. | Gebruik een USB-apparaat zonder beveiligingsfunctie. | |||
| De map voor opslag van de opnamegegevens (PIONEER DJM / DJM350 REC) staat ingesteld op “Alleen lezen”. | Verander de instelling zodat er ook gegevens in de opslagmap kunnen worden geschreven. | |||
| 5 maal achtereen | Het USB-apparaat neemt teveel stroom af | U gebruikt een USB-apparaat (zoals een harde schijf op aansluitbusvoeding) dat meer stroom verbruikt dan de nominale stroomsterkte van dit apparaat (500 mA). | Gebruik een USB-apparaat met een stroomverbruik binnen de nominale stroomcapaciteit van dit apparaat (zoals een harde schijf met een netspanningsadapter of een andere voedingsbron). | |
| PLAY ▶/II | 3 maal | Afspeelfout | De map voor opslag van de opnamegegevens (PIONEER DJM / DJM350 REC) bevat geen afspeelbare bestanden. | Verricht het opnemen van de bestanden met dit apparaat, om te zorgen dat de opgenomen bestanden afspeelbaar zijn. |
| (aan/uit-schakelaar) | Continu | Schakelingspro-bleem | Er is iets mis in de inwendige circuits. | Trek de stekker van het netsnoer uit het stopcontact. |
Omtrent USB-apparaten/bestanden die bruikbaar zijn met dit apparaat
Dit apparaat is geschikt voor externe harde schijven, draagbare flash-memorysticks en andere opslagapparatuur met USB-aansluiting.
| Mappenhiërarchie | Maximaal 2 lagen in de hiërarchie (PIONEER DJM / DJM350 REC) |
| Max. aantal bestanden | Maximaal 999 aantal muziekstukken |
| Geschikte bestandssystemen | FAT, FAT32 en HFS+ |
- Optische disc-apparatuur zoals externe DVD/CD-stations, enz. zijn niet geschikt.
- Wanneer er veel mappen of bestanden zijn, kan het laden ervan enige tijd vergen.
- Als er meerdere partities zijn gemaakt op een USB-apparaat, kan dat apparaat niet altijd herkend worden.
Voorzorgen bij het gebruik van USB-apparaten
-
Het is mogelijk dat bepaalde USB-apparaten niet goed werken. Pioneer aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor enig verlies aan gegevens die zijn opgenomen op USB-apparaten.
• USB-verdeelhubs zijn niet bruikbaar. -
USB-apparaten die zijn voorzien van flashgeheugenlezers kunnen niet altijd goed werken.
- Wanneer er in de USB-aansluiting van dit apparaat een te hoge stroomsterkte wordt waargenomen, kan het [USB STOP]-indicator 5 maal knipperen, waarna de stroom naar het USB-apparaat wordt afgesloten en de communicatie met het USB-apparaat wegvalt. Om dan de normale werking te herstellen, maakt u het USB-apparaat los en dan drukt u op [USB STOP]. USB-apparaten waarvoor een te hoge stroomsterkte is waargenomen, kunt u beter maar niet meer gebruiken. Als na de bovenstaande ingreep de normale werking niet hervat kan worden (als er geen communicatie plaatsvindt), schakelt u dit apparaat dan eenmaal uit en even later weer in.
- Afhankelijk van het USB-apparaat dat u gebruikt, kan niet altijd de gewenste prestatie worden bereikt.
Omtrent WAV-bestanden
De DJM-350 is geschikt voor WAV-bestanden in de hieronder getoonde formaten.
| Geschikte formaten | Bestanden in een 16-bit niet-gecomprimeerd PCM-formaat met een bemonsteringsfrequentie van 44,1 kHz zijn geschikt. |
| Bestandsnaamextensie | .WAV of .wav |
Omtrent de uitzonderingsclausules
- Pioneer is een gedeponeerd handelsmerk van Pioneer Corporation.
- De hierin vermelde namen van bedrijven en hun producten zijn de handelsmerken van hun respectieve eigenaars.
- Bij het afspelen van muziek op dit apparaat verzoeken wij u vriendelijk om rekening te houden met de geldende auteursrechten.
Specificaties
Algemene
Stroomvereisten....220 V tot 240 V wisselstroom, 50 Hz/60 Hz
Stroomverbruik 17 W
Stroomverbruik (in stand-by) 0,4 W
Gewicht hoofdapparaat 3,2 kg
Buitenafmetingen....218 mm (B) × 107 mm (H) × 301 mm (D)
Toegestane bedrijfstemperatuur ....+5 °C tot +35 °C
Toegestane luchtvochtigheid...... 5 % tot 85 % (zonder condensatie)
Audiogedeelte
Bemonsteringswaarde....48 kHz
A/D-, D/A-omzetter 24 bits
Frequentiekarakteristiek
CD/AUX/MIC....20 Hz tot 20 kHz
Signaal/ruisverhouding (nominaal uitgangsvermogen)
CD....97 dB
PHONO 86 dB
MIC....80 dB
Totale harmonische vervorming (CD — MASTER1) 0,007 %
Standaard ingansniveau / Ingangsimpedantie
CD....-12 dBu/36 kΩ
PHONO....-52 dBu/47 kΩ
MIC....-52 dBu/10 kΩ
AUX....-12 dBu/27 kΩ
Standaard uitgangsniveau / Belastingsimpedantie /
Uitgangsimpedantie
MASTER OUT....+2 dBu/10 kΩ/2,5 Ω
PHONES....+2 dBu/32 Ω/ 150Ω
Nominaal uitgangsniveau / Belastingsimpedantie
MASTER OUT....+18 dBu/10 kΩ
Overspraak (CD)....78 dB
Kanaalequalizerkarakteristiek
HI....- tot +9 dB (13 kHz)
MID - tot +9 dB (1 kHz)
LOW - tot +9 dB (70 kHz)
MIC/AUX equalizer-karakteristiek
HI....-12 dB tot +12 dB (10 kHz)
LOW....-12 dB tot +12 dB (100 Hz)
In/uitgangsaansluitingen
CD ingangsaansluiting Tulpstekkerbussen ....2 st.
PHONO-ingangsaansluiting Tulpstekkerbussen ....2 st.
MIC ingangsaansluiting Klinkstekkerbus (∅ 6,3 mm) ....1 st.
AUX-ingangsaansluiting Tulpstekkerbus....1 st.
MASTER-uitgangsaansluiting Tulpstekkerbussen ....2 st.
PHONES-uitgangsaansluiting Stereo-klinkstekkerbus (∅ 6,3 mm) ....1 st.
USB-aansluiting Type A....1 st.
CONTROL-aansluiting Mini-klinkstekkerbus (∅ 3,5 mm)....2 st.
- De technische gegevens en het ontwerp van dit product kunnen vanwege voortgaande verbetering zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
- Uitgegeven door Pioneer Corporation. Copyright © 2010 Pioneer Corporation. Alle rechten voorbehouden.