DJM-800 - Mengpaneel PIONEER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DJM-800 PIONEER in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Mengpaneel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DJM-800 - PIONEER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DJM-800 van het merk PIONEER.
GEBRUIKSAANWIJZING DJM-800 PIONEER
Hartelijk dank voor de aanschaf van dit Pioneer produit. Lees de gebruiksaanwijzing aanachtig door zodat u het apparaat op de juiste wijze kunt bedieren. Bewaar de gebruiksaanwijzing voor het geval u deze in de toekomst nogmaals nodig heeft.
Het is möglichk dat in bepaalde landen of gebieden de uitvoering van de netstekker en het stopkontakt verschilt van hetgeen in deze gebuiksaanwijzing is afgebeeld. De aansluitmethode en bediening+zijn in dergelijke geallenECHTER precies hetzelfde. K015 Du
BELANGRIJK

Delichtflash met pijpuntsymbol in eengelijkzijdige driehoe is bedoeld om deaandacht van de gebruikers te treken op eeniet geisoleerde "gevaarlijke spanning"in het toestel, welke voldoende kan zichon om bij aanraking een elektrische shock teveroorazen.
CAUTION
RISK OF ELECTRIC SHOCK DO NOT OPEN

WAARSCHUWING:
OM HET GEVAAR VOOR EEN ELEKTRISCHE SHOCK TE VOORKOMEN, DEKSEL (OF RUG) NIET VERWUDEREN, AAN DE BINNENZIJE BEVINDEN ZICH GEEN ELEMENTEN DIE DOOR DE GEBRUIKER KUNKN BEDIEND WORDEN. ENKEL DOOR GEKwalIFICEERD PERSONEEL TE BEDIENEN.
Het uitroepteken in een gegelijkzijdige
driehoek is bedoeld om de andacht van de
gebruiker te trekken op de aanwezigheid van
belangrijke bedienings- en
onderhoudsinstructies in de handleiding bij
dit toestel.
D3-4-2-1-1_Du
WAARSCHUWING
Dit apparaat is nicht waterdicht. Om brand of een elektrische schok te voorkomen, mag u geen voorwerp dat vloeistof bevat in de buurt van het apparaatzetten (bijvoorbeeld een bloemenvaas) of het apparaat op andere wijzeblootstellen aan waterdruppels, opspattend water, regen of vocht.
D3-4-2-1-3_A_Du
WAARSCHUWING
Lees zorgvuldig de volgende informatie voordat u de stekker de eerste maal in het stopcontact steekt.
De bedrijfsspanning van het apparaat verschift afhankelijk van het land waar het apparaat worden verkocht. Zorg dat de netspanning in het land waar het apparaat worden gebruikt overeenkomt met de bedrijfsspanning (bijv. 230V of 120V) aangegeven op de achterkant van het apparaat. D3-4-2-1-4_A_Du
WAARSCHUWING
Om brand te voorkomen, mag u geen open vuur (zoals een brandende koars) op de apparatuar zetten. D3-4-2-1-7a_A_Du
BELANGRIJKE INFORMATIE BETREFFENDE DE VENTILATIE
Let er bij het installereren van het apparaat op dat er voldoende vrije ruimte rond het apparaat is om een goede doorstroming van lucht te waarborgen (tenminste 5 cm awhilen de zijkanten van het apparaat).
WAARSCHUWING
De gleuven en openings in de behuizing van het apparaat�n aangebracht voor de ventilatie, zdat een betrouwbare werkung van het apparaat worden verkreten en oververhitting wordt voorkommen. Om brand te voorkomen, moet u ervoor zorgen dat deze openings nooit geblokkeerd worden of dat ze afgedekt worden door voorwerpen (kranten, tafelkleed, gordijn e.d.) of door gebruik van het apparaat op een dik tapijt of een bed. D3-4-2-1-b_A_Du
Gebruiksomgeving
Temperatuur en vochtigheidsgraad op deplaats van gebruik:
+5°- +35°C, minder dan 85% RH (ventilatieopeningeniet afgedekt)
Zet het apparaat Niet op een slecht geventileerde plaats en stel het apparaat ook Niet bloot aan hoge
Vochtigkeit of direct zonlicht (of sterke kunstmatige verlichting). D3-4-2-1-7c_A_Du
Als de netstekker van dit apparaat Niet geschikt is voor het stopcontact dat u wilt gebruiken, moet u de stekker verwijderen en een geschikte stekker aanbrengen. Laat het verrangen en aanbrengen van een/Newe netstekker over aan vakkundig onderhoudspersoneel. Als de verwijderde stekker per ongeluk in een stopcontact zou worden gestoken, kan dit resulteren in een ernstige elektrische schok. Zorg er THATOM voor dat de oude stekker na het verwijderen op de juiste wijze worden weggegooid.
Haal de stekker van het netsnoer uit het stopcontact wanner u het apparatusaat gereuimeijd Niet denkt te gebruiken (bijv. wanner u opvakantie gaat).
D3-4-2-2-1a_A_Du
LET OP
De POWER schakelaar van dit apparaat koppelt het apparaat Niet volledig los van het lichtnet. Aangezien er na het uitschakenen van het apparaat nog eenkleine hoeveelheid stroom blijf lopen, moet u de stekker uit het stopcontact halen om het apparaat volledig van het lichtnet los te koppelen. Plaats het apparaat zodenig dat de stekker in een noodgeval gemakkelijk uit het stopcontact kan worden gehaal. Om brand te voorkomen, moet u de stekker uit het stopcontact halen wanneur u het apparaat langere)tijd nicht denkt te gebruiken (bijv. wanneer u opvakantieGaat). D3-4-2-2-a_A_Du
Dit product voldoet aan de laagspanningsrichtlijn (73/23/EEG, gewijzigd bij 93/68/EEG), EMC-richtlijnen (89/336/EEG, gewijzigd bij 92/31/EEG en 93/68/EEG). D3-4-2-1-9a_Du
Pak het netsnoer beet bij de stekker. Trek de stekker er Niet uit door aan het snoer te trekken en trek nooit aan het netsnoer met natte handen aangezieten kortsluiting of een elektrische schok toget gevolkan hebben. Plaats geen toestel, meubelstuk o.i.d. op het netsnoer, en klem het Niet vast. Maak er nooit een knoop in en en verbind het evenmin met andere snoeren. De netsnoeren dienen zo te worden geleid dat er niert per ongeluk iemand op gaat staan. Eien beschadigd netsnoer kan brande en een elektrische schok voorzaken. Kontroleer het netsnoer af en toe. Wanneer u de indruk krijt dat het beschadigd is, dient u bij uw dichtstbijzijnde erkende PIONEER onderhoudscentrum of uw dealer een niewu snoer te kopen. 5002.D

Deponeer dit product Niet bij het gewone huishoudelijk afval wanner u het wilt verwijderen. Er bestaat een speciaal wettelijk voorgeschreven verzamelsystem voor de juiste behandeling, het opnieuw bruikbaar make n en de recycling van gebruekte elektronische producten.
In de 25 lidstaten van de EU, Zwitserland en Noorwegen können particulieren hun gebruekte elektronische producten gratis bij de waarvoort bestemde verzamelplaatsen of een verkooppunt (indien u alhaar een gegelijkwaardig十几年 product koopt) inleveren.
Indien u zich in een ander dan bovengenoemd land bevindt kurz u contact opnemen met deplaatselijke overheid voor informatatie over de juiste verwijdering van het product.
Zodoende zorgt uervoar dat het verwijderde product op de juiste wijze worden behandeld, opnieuw bruikbaar worden gemaakt, t gerecycleererd en het Niet schadelijk is voor de gezondheid en het milieu.
WAARSCHUWINGEN I.V.M. HET GEBRUIK
Installatieplek
Installer het toestel in een goed verluchte ruimte, waar het Niet aan hoge temperaturen of vocht worden blootgesteld.
- Installee het toestel Niet in een ruimte die aan directe zonnestralen is blootgesteld, of naast kachels of radiators. De buitenkant en de interne bestanddelen+kennen door te grote ditte worden beschadigd. De installmentie van het toestel in een vochtige of stoffige omgeving kan ook stoornissen of ongelukken tot gevolg hebben. (Vermijd plaatsing naast fornuizen, etc. waar het toestel aan vette dampen, stoom of ditte zou worden blootgesteld.)
- Wanner het toestel in een koffer of in een DJ-cabine worden gezruikt, moet het van de wanden worden verwijderd om de warmteuitstraling te bevorderen.
Het toestel schoonmaken
- Gebruik een poetsdoek om het stof en het vuil weg te nemen.
- Wanner de buitenkant erg vuil is,kest u deze met een in een neutraal, met vijf à zes keer zoveel water verdund reinigingsmiddel gedrenkte en goed uitgewrongen zachte doek schoonmaken en eindigen met een droge doeck. Gebruik geen meubelwas of vlekkenmiddelen.
- Gebruik nooit verdunners, benzeen, insecticiden of andere chemische producten op of in de buurt van dit toestel, want deze tasten de buitenkant aan.
INHOUDSOPGAVE
WAARSCHUWINGEN I.V.M. HET GEBRUIK 86
CONTROLER DE ACCESSOIRES 87
KENMERKEN 87
VOOR GEBRUIK
AANSLUITINGEN 88
AANSLUITINGPANEEL 88
AANSLUITEEN VAN APPARATUUR OP DE INGANGEN 89
AANSLUITEEN VAN EXTERNE EFFECTORS ENANDERE APPARATUUR OP DE UITGANGEN .. 90
BETREFFENDE DE MIDI-AANSLUITINGEN.... 90
AANSLUITEEN VAN MICROFOONS EN HOOFDTELEFOONS 91
AANSLUITEN VAN HET NETSNOER 91
BENAMING EN FUNCIE VAN DE
BEDIENINGSORGANEN 92
BEDIENINGSPANEEL 92
DISPLAY 94
BEDIENING
BEDIENING VAN HET MENGPANEL 96
BASIBEDIENING 96
FADERSTARTFUNCTIE 97
EFFECTFUNCTIES 98
TYPEN BEAT-EFFECTEN 98
BEAT-EFFECTEN PRODUCEREN 100
TYPE GELUIDSKLEUREFFECT 101
GEBRUK VAN DE GELUIDSKLEUREFFECTEN..... 101
EFFECTPARAMETERS 102
MIDI-INSTELLINGEN 103
SYNCHRONISEREN VAN AUDIOSIGNAL MET DE EXTERNE SEQUENCER OF GEBRUIK
VAN DE DJM-800 INFORMATIE VOOR DE BEDIENING VAN DE EXTERNE SEQUENCER ... 103
MIDI-MELDINGEN 103
PROGRAMMA VERANDEREN 104
SNAPSHOT 104
OVERIG
VERHELPEN VAN STORINGEN 105
Gebruiksaanwijzing 1
Netsnoer 1
KENMERKEN
(1) Ontworpen voor een topkwaliteit geluid
De analoge signalen worden via die kortste circuitloop overgebracht en via een 24-bit topkwaliteit A/D-omzetter omgezet in digitaal formaat met 96kHz bemonsteringsfrequentie. Dit betekent dat de signalen in de best möglichke toestand bij de digitale meldtrap binnenkomen. Het Mengen geschietd door een 32-bit DSP, waarbij de geluidskwaliteit in het geheel Niet worden aangetast, terwijl er een ideale filtering worden toegepast voor een optimaal geluid voor professionele DJ's.
Deze voorzieningen zijn ondergebracht in een solide behuizing met dubbele afterscherming, in combinatie met een hoogwaardig vermogensgedeelte en andere geavanceerde hifi-kenmerken die ook in de DJM-1000 zijn toegepast, waardoor het apparaat een holderen krachtig geluid kan leveren dat bij uitstek geschikt is voor weergave in clubs.
② Geluidskleureffecten
Uitgerust met een "harmonisch effect" functie, een neue vinding bij deze apparatuur, die de toonaard van de track kan detecteren en in een optimale afstelling voor de DJ voorziet.
Deze functie bildet een soepeler en natureurlijker DJ mengen in vergelingk tot de vroegere modellen waar bij alleen DJ-weergave met afstelling van het track-tempo möglichk was.
2) Modulatie-effect
"Filter," "crush" en "sweep" effecten zijn aan elk kanaal toeveogd. Deze zorgen voor meer toepassingsmogelijkheden voor de DJweergave door de gebruiker de effecten op eenmeer intuitieve wijze teLATen toepassen.Tevens hunnen deze effecten gecombineerd worden met "beat-effecten"waardoor tot 50 verschillende soorten effecten geprodueerd+kunden worden die de gebruiker eenuitgebrecht arsenaal ter beschikking stellen voor remix en DJweergave.
③ Beat-effecten
De "beat-effecten" die zo populair zijn op de DJM-600 zich ook hier weer beschikbaar. Deze effecten können gekoppeld aan de BPM (beats per minuut) telling worden toegepast, waardoor een groot aantal geluiden gelecreerd kan worden.
Voorbeelden van deze effecten zijn vertraging, echo, omgekeerde vertraging, panorama, trance, filter, flanger, phaser, nagalm, robot, koor, rol en omgekeerde rol.
④ Digitale IN/OUT
De digitale ingangsaansluitingen ondersteunen alle gangbare bemonsteringsfrequencies (44,1/48/96 kHz) waardoor een DJ-systeem kan worden opgezet waar bij er geen verminderin in de geluidskwaliteit optreedt bij het aansluiten van de digitale componenten. Ook de digitale uitgangsaansluitingen ondersteunen de bemonsteringsfrequencies 96 kHz/24 bit en 48kHz / 24 bit, waardoor het apparaat bijzonder geschikt is voor opname in studio's of voor andere gelegenheden waar bij een hoge geluidskwaliteit gewenst is. (Ondersteunt alleen lineaire PCM.)
⑤ MIDI OUT
Praktisch alle regelaar- en schakelaarinformatie van de DJM-800 kan in MIDI signaalformaat worden uitgevoerd, zodate externe apparatuur via MIDI kan worden bediend.
⑥ Andere hoogtepunten
- Door dit apparaat met behulp van een bedieningssignaalkabel op een Pioneer CD-speler voor DJ-gebruik aan te sluiten, kan het afspelen op de CD-speler gekoppeld worden aan de bediening van de fader ("faderstart-weergave").
- Ingebouwde "3-bands equalizer" met een niveauregeling over een bereik van +6 dB tot -26 dB bij elkhe bandbreedte.
- "Kruisfader-toewijzing" functie voor een flexibele toewijzing van de kanaalingangen aan de kruisfader.
- "Talk over" functie voor het automatisch verlagen van het muziekvolumeijdens microloon-invoer.
- "Fadercurve afstelling" functie voor het wijzigen van de kruisfader-en kanaalfadercurves.
- "Microfoon-stop" functie voor het dampen van de microfoon-uitvoer aan de cabinemonitor, waardoor ontgewenste terugkoppeling worden voorkomen.
- Door het kanaalfadergedeelte te verrangen door de los verkrijgbare draavolumeregelaarkit DJC-800RV, kan de bediening via draaitype regelaars worden uitgevoerd in plaats van schuifregelaars. 27
AANSLUITINGEN
AANSLUITINGPANEL

1. POWER schakelaar
2. MASTER 2 uitgangsaansluitingen
RCA-type ongebalanceerde uitgang.
3. Opname-uitgangsaansluitingen (REC)
RCA-type uitgangsaansluitingen voor het makeen van opnamen.
4. PHONO ingangsansluitingen
RCA-type phono-niveau (voor MM-element) ingangsaansluitingen.
Gebruik deze aansluitingen zich voor het invoeren van lijniveauausignalen.
5. LINE ingangsaansluitingen
RCA-type lijniveau-ingangsaansluitingen.
Hierop kan een cassettedeck of ander apparaat met een lijniveauuitgangssignaal worden aangesloten.
6. Signalaal-aardeaansluitingen (SIGNAL GND)
Sluit hierop de aarddraden van analoge spelers aan.
Dit is geen veiligheidsaarde-aansluiting.
7. CD ingangsaansluitingen
RCA-type lijniveau-ingangsaansluitingen.
Hierop kan een DJ CD-speler of ander apparaat met een lijniveauuitgangssignaal worden aangesloten.
8. DIGITAL IN aansluitingen
RCA-type digitale coaxiale ingangsansluitingen.
Hierop kan een DJ CD-speler of ander apparaat met digitale coaxialeuitgangsaansluitingen worden aangesloten.
9. MIDI OUT aansluiting
DIN-type uitgangsaansluiting.
Hierop kan een ander MIDI apparaat worden aangesloten (zie blz. 103).
10. DIGITAL OUT aansluiting
RCA-type digitale coaxiale uitgangsaansluiting.
Digitale audiohoofduitgang.
11. Bemonsteringsfrequentie-keuzeschakelaar (fs 48 k/96 k)
Gebruik deze schakelaar om de bemonsteringsfrequentie van de digitale uitgang op 96kHz / 24 bit of 48kHz / 24 bit in te stellen.
12. DIGITAL/CD ingangskeuzeschakelaars
Gebruik deze schakelaars om de analoge ingang (CD) of digitale ingang (DIGITAL IN) te kiezen.
13. RETURN aansluitingen
06,3 mm klinkstekkertype ingangsaansluitingen.
Deze können verbonden worden met de uitgangsaansluitingen van externe effectors of andere gelijkwaardige apparaten.
Wanneer alleen het L-kanaal is aangesloten, za het ingangssignaal van het L-kanaal ook maar het R-kanaal worden gestuurd.
14. SEND uitgangsaansluitingen
06,3 mm klinkstekkertype uitgangsaansluitingen.
Deze konnen verbonden worden met de ingangsansluitingen van externe effectors of andere gelijkwaardige apparaten. Wanner alleen het L-kanaal is aangesloten, worden er een L + R monosignala UITgevoerd.
15. CONTROL aansluitingen
03,5 mm mini-aansluiting. Deze kan verbonden worden met de bedieningssignaal-aansluiting van een Pioneer DJ CD-speler.
Wanneer deze aansluiting is verbonden, kan de fader van de DJM-800 gezebrukt worden voor het starten/stappen op de DJ CD-speler.
16. BOOTH monitor-uitgangsaansluitingen
Ø6,3 mm klinkstekkertype cabinemonitor-uitgangsaansluitingen. Het geluidsniveau van deze aansluitingen worden onafhankelijk geregeld door de BOOTH MONITOR niveauregelaar, ongeacht de stand van de MASTER LEVEL regelaar. (Deze aansluitingen leveren TRS uitvoer, dus zich ondersteunen zowel gebalanceerde als ongebalanceerde uitgangen.)
17. DIGITAL/LINE ingangskeuzeschakelaars
Gebruik deze schakelaars om de analoge ingang (LINE) of digitale ingang (DIGITAL IN) te kiezen.
18. Hoofduitgangsniveau-verzwakkingsschakelaar (MASTER ATT)
Gebruik deze schakelaar voor het verzwakken van de hoofduitgang 1 en 2 signalen. De instelbare waarden zijn 0 dB, -3 dB, -6 dB en -12 dB.
19. Microfoonsignaalschakelaar (MIC SIGNAL ADD/CUT)
Wanneer deze schakelaar op [ADD] staat, zullen de geluiden van microfoon 1 en microfoon 2 via de BOOTH monitoruitgangsaansluitingen worden uitgevoerd.
Wanner de schakelaar op [CUT] staat, zullen de geluiden van microfoon 1 en microfoon 2 Niet via de BOOTH monitoruitgangsaansluitingen worden uitgevoerd.
20. MASTER 1uitgangsaansluitingen
XLR-type (mannetjes-stekker) gebalanceerde uitgang.
- Bij gebruik van een snoer met RCA-type stekkers要去 de stekkersrechtstreeks in de MASTER 2 aansluitingen steken zonder XLR/RCA verloopstekkers te gebruiken.
21. Netstroomingang (AC IN)
Sluit hierop het bijgeleverde netsnoer aan en steek dan de stekker aan het andere uiteinde in een stopcontact met de juiste netspanning.
Schakel het apparaat.altijd uit en haal de stekker uit het stopcontact voordat u begint met het maken of wijzigen van aansluitingen.
AANSLUITEN VAN APPARATUUR OP DE INGANGEN
Pioneer DJ CD-spelers
Verbind de audio-uitgangsaansluitingen van de DJ CD-speler met de kanaal 1 of 2 CD ingangsaansluitingen of de kanaal 3 of 4 LINE ingangsaansluitingen en sluit de bedieningssignaalkabel van de speler op de bijbehorende CONTROL aansluiting van het kanaal aan. Zet de DIGITAL/CD schakelaar of de DIGITAL/LINE schakelaar van het aangesloten kanaal op [CD] of [LINE] en zet de ingangskeuzeschakelaar op [CD/DIGITAL] of [LINE/DIGITAL].
Bij het maken van digitale aansluitingen verbindt u de digitale coaxialeuitgangsaansluiting van de DJ CD-speler met een van de kanaal 1 tot 4 DIGITAL IN aansluitingen van de DJM-800 en daarna zet u de bijbehorende DIGITAL/CD schakelaar of DIGITAL/LINE schakelaar van het kanaal op [DIGITAL] en de ingangskeuzeschakelaar op [CD/DIGITAL] of [LINE/DIGITAL].
Analogeplatenspelers
Sluit de audio-uitgangskabel van de analoge platenspeler aan op een van de kanaal 2 tot 4 PHONO ingangsaansluitingen. Zet de bijbehorende ingangskeuzeschakelaar van het kanaal op [PHONO]. De PHONO ingangen van de DJM-800 zijn geschikt voor MM-elementen.
Sluit de aardkabel van de platenspeler op een van de SIGNAL GND aansluitingen van de DJM-800 aan.
- Er is geen PHONO ingangsaansluiting voor kanaal 1.
Aansluiten van andere lijniveau-uitgangsapparaten
Voor gebruik van een cassettedeck of andere CD-speler verbindt u de audio-uitgangsaansluitingen van het betreffende apparaat met de kanaal 3 of 4 LINE ingangsaansluitingen. Zet daarna de bijbehorende DIGITAL/LINE schakelaar van het kanaal op [LINE] en de ingangskeuzeschakelaar op [LINE/DIGITAL].
U kunt het apparaat ook op de LINE ingangsansluiting van kanaal 1 aansluiten en dan de ingangskeuzeschakelaar van kanaal 1 op [LINE] zetten.
Aansluiten van andere digitale uitgangsapparaten
Voor gebruik van een CD-speler of ander apparaat met digitale aansluitingen verbindt u de digitale coaxialeuitgangsaansluitingen van het betreffende apparaat met een van de kanaal 1 tot 4 DIGITAL IN aansluitingen en daarna zet u de bijbehorende DIGITAL/CD schakelaar of DIGITAL/LINE schakelaar van het kanaal op [DIGITAL] en de ingangskeuzeschakelaar op [CD/DIGITAL] of [LINE/DIGITAL].

AANSLUITEN VAN EXTERNE EFFECTORS EN ANDERE APPARATUUR OP DE UITGANGEN
Hoofduitgang
Dit apparaat is voorzien van een gebalanceerde uitgang MASTER 1 (geschikt voor XLR-stekkers) en een ongebalanceerde uitgang MASTER 2 (geschicht voor RCA-stekkers).
Gebruik de MASTER ATT schakelaar om het uitgangsiveau aan te passen aan de ingangsgveeligheid van de gebruiktte eindversterker.
Als de STEREO/MONO schakelaar van het bedieningspaneel op [MONO] staat, zal de hoofduitvoer een mono-combinatie van de L+R kanalen zijn.
Cabinemonitor-uitgang
Dit is een TRS uitgang geschikt voor 6,3mm klinkstekkers. Het geluidsvolume voor deze uitgang worden geregeld met de BOOTH MONITOR niveauregelaar, onafhankelijk van de instelling van het hoofduitgangsniveau.
Opname-uitgang
Dit zijn uitgangsaansluiingen voor het make van opnamen, geschikt voor RCA-stekkers.
Digitaleuitgang
Dit is een coaxiale digitale uitgangsaansluiting, geschikt voor RCAstekkers. De bemonsteringsfrequentie kan worden ingesteld op 96 kHz/24 bit of 48 kHz/24 bit om deze aan te passen aan het aangesloten apparaat.
External effector
Gebruik een kabel met 6,3 mm klinkstekkers om de SEND aansluitingen van het DJ-mengpaneel te verbinden met de ingangsaansluitingen van de effector.
Bij gebruik van een effector met een mono-ingang hoeft alleen de L- kanaal uitgang van het DJ-mengpaneel te worden aangesloten. In dit geval zal het gemenge L+R audiosignaal waar de effector worden gestuurd. Gebruikervolgens een kabel met 6,3 mm klinkstekkers om de RETURN aansluitingen van het DJ-mengpaneel te verbinden met de uitgangsaansluitingen van de effector.
Als de effector alleen een mono-uitgang heeft, dient deze op de L-kanaal ingang van het DJ-mengpaneel te worden aangesloten. Het signaal van de effector zal maar de L en R kanalen worden gestuurd.
Bij gelebruik van een externe effector moet de effectkeuzeschakelaar op [SND/RTN] worden gezet.

Zie blz. 103 voor verdere informatie over de functie van de MIDI-aansluitingen.
AANSLUITEN VAN MICROFOONS EN HOOFDELEFOONS
Microfoon
Op de MIC 1 aansluiting aan de bovenkant van het bedieningsspaneel kan een microloon met een 6,3mm klinkstekker of een XLR-stekker worden aangesloten.
Op de MIC 2 aansluiting aan de bovenkant van het bedieningsspaneel kan een microloon met een 6,3 mm klinkstekker worden aangesloten.
- Als de MIC SIGNAL schakelaar op het aansluitingenpaneel op [CUT] staat, zal er geen microfoongeluid via de BOOTH monitoruitgangsaansluitingen worden uitgevoerd.

Hoofdtelefoon
Op de PHONES aansluiting aan de bovenkant van het bedieningspaneel kan een hoofdtelefoon met een 6,3 mm stereo klinkstekker worden aangesloten.

AANSLUITEN VAN HET NETSNOER
Sluit het netsnoor als LASTAan.
- Nadat alle andere aansluitingen jest voltooid, sluit u het bijgeleverde netsnoor op de nettingang aan de achterkant van het apparaat aan en steekt dan de stekker in een normal stopcontact of in een netuitgang op de achterkant van de versterker.
- Gebruik alleen het bijgeleverde netsnoer.
BENAMING EN FUNC TIE VAN DE BEDIENINGSORGANEN
BEDIENINGSPANEEL

Microfoon-invoer bedieningsgedeelte
1. Microfoon 1 ingangsaansluiting (MIC 1)
Sluit hierop een microfoon aan met een XLR of klinkstekker.
2. Microfoon 2 ingangsaansluiting (MIC 2)
Sluit hierop een microfoon aan met een klinkstekker.
3. Microfoon 1 niveauregelaar (MIC 1 LEVEL)
Voor het instellen van het volume van microfoon 1. (instelbereik tot 0 dB)
4. Microfoon 2 niveauregelaar (MIC 2 LEVEL)
Voor het instellen van het volume van microfoon 2. (instelbereik - tot 0 dB)
5. Microfoon-hogetonenregelaar (HI)
Voor het instellen van de hoge frequencies (hoge tonen) van microfoon 1 en 2. (instelbereik -12 dB tot +6 dB)
6. Microfoon-lagetonenregelaar (LOW)
Voor het instellen van de basfrequencies (lage tonen) van microfoon 1 en 2. (instelbereik -12 dB tot +6 dB)
7. Microfoonfunctie-indicator
Licht op wanner de microfoonfunctie is ingeschakeld; knippert wanner de TALK OVER functie is ingeschakeld.
8. Microfoot-n functiekeuzeschakelaar (MIC) OFF:
Er worden geen microfoongeluid uitgevoerd.
ON:
Het microfoongeluid worden normalaal uitgevoerd.
TALK OVER:
Het microfoongeluid worden uitgevoerd; wanneer er geluid waar de microfooningang worden gevoerd, zal de TALK OVER functie in werkig treden en worden de uitvoer van alle geluid, behalve het geluid van de microloon, met 20 dB verzwakt.
Kanaal-invoer bedieningsgedeelte
9. Kanaal 1 ingangskeuzeschakelaar CD/DIGITAL:
Voor het kiezen van de CD ingangsaansluitingen (analoge lijniveaua-ingang) of de DIGITAL ingangsaansluitingen.
LINE:
Voor het kiezen van de LINE ingangsaansluitingen.
10. Kanaal 2 tot 4 ingangskeuzeschakelaars CD/DIGITAL (kanaal 2):
Voor het kiezen van de CD ingangsaansluitingen (analoge lijniveaua-ingang) of de DIGITAL ingangsaansluitingen.
LINE/DIGITAL (kanaal 3 en 4):
Voor het kiezen van de LINE ingangsaansluitingen (analoge lijnniveau-ingang) of de DIGITAL ingangsaansluitingen.
PHONO:
Voor het kiezen van de PHONO ingangsaansluitingen (analoge platenspeler-ingang).
11. TRIM regelaar
Voor het instellen van het ingangsniveau van elk kanaal. (instelbereik: - tot +9 dB, middenstand is ongeveer 0 dB)
12. Kanaal-hogetonenregelaar (HI)
Voor het instellen van de hoge frequencies (hoge tonen) van elk kanaal. (instelbereik: -26 dB tot +6 dB)
13. Kanaal-middentonenregelaar (MID)
Voor het instellen van de middenfrequencies (middentonen) van elk kanaal. (instelbereik: -26 dB tot +6 dB)
14. Kanaal-lagetonenregelaar (LOW)
Voor het instellen van de basfrequencies (lage tonen) van elk kanaal. (instelbereik: -26 dB tot +6 dB)
15. Kanaalniveau-indicators
Deze indicators tonen het huidigeiveau voor elk kanaal, met een twee-seconden piekvasthoudfunctie.
16. Hoofdtelefoon CUE toetsen/indicators
Gebruik deze toetsen om de bron te kiezen die u via de hoofdtelefoon wilt beluisteren: kanaal 1 tot 4, MASTER of effector. Als geleijktijdig meerdere toetsen worden ingedrukt, zullen de gekozen geluidsbronnen gemengd worden. Druk nog een koer op de toets om de gekozen bron te annuleren. De Niet gekozen toetsen lichten donker op en de toetsen van de gekozen bronnen lichten helder op.
Fader-bedieningsgedeelte
17. Faderstarttoets/indicator (FADER START 1 tot 4)
Voor gebruik van de faderstart/terug-naar-cue functie voor het kanaal waarop een DJ CD-speler is aangesloten. De toetslicht op wannerdeze is ingeschakeld. Als de functie geactiveerd is, zal de werkingschillenen afhankelijk van de instelling van de CROSS FADER ASSIGN schakelaar.
- Wanner de CROSS FADER ASSIGN schakelaar is ingesteld op [A] of [B], is de werkung van de faderstarttoets gekoppeld aan de werkung van de kruisfader (en Niet gekoppeld aan de kanaalfader).
- Wanner de CROSS FADER ASSIGN schakelaar is ingesteld op [THRU], is de werkking van de faderstarttoets gekoppeld aan de werkking van de kanaalfader (en Niet gekoppeld aan de kruisfader).
18. Kanaalfader-schuifregelaar
Voor het instellen van het geluidsvolume van elk kanaal. (instelbereik: - tot 0 dB)
De uitvoer gebeurt overeenkomstig de kanaalfadercurve die met de CH FADER curveschakelaar is ingesteld.
19. CROSS FADER ASSIGN schakelaar
Deze schakelaar wijst de uitvoer van elk kanaal toe aan de rechter- of linkerkant van de kruisfader (als er meertere kanalen aandezelfde Kant zichn toegewezen, zar het resultaat het gecombineerde totaal van die kanalen zichn).
A:
Het gekozen kanaal worden toegewezen aan de A (linker) Kant van de kruisfader.
THRU:
De uitvoer van de kanaalfader wordenaar de hoofduitvoer gestuurd, zonder dat deze via de kruisfader loopt.
B:
Het gekozen kanaal worden toegewezen aan de B (rechter) Kant van de kruisfader.
20. Kanaalfader-curveschakelaar (CH FADER)
Gebruik deze schakelaar om een van de drie typen kanaalfadercurven te kiezen. Deze instelling geldt voor de kanalen 1 tot 4.
- Bij de linker instelling zal er een snel stijgende curve�zijn naarmate de kanaalfaderaar verre positie bereikt.
- Bij de rechtter instelling is er een gewelijkmatige en neutrale stijging van de curve gedurende deverschuiving van de kanaalfader.
- Bij de middelste instelling zal er een curve zich die:tussen de hierboven twee beschreiben curven in ligt.
21. Kruisfader-curveschakelaar (CROSS FADER)
Gebruik deze schakelaar om een van de drie typen kruisfadercurven te kiezen.
- Bij de linker installing zal er een snel stijgende signaalcurve zich. (Zodra de kruisfader-schuifregelaar de [A] Kant verlaat, zal het [B] geluid weergegeben worden.)
- Bij de rechtter instelling is er een gelijkmatige en neutrale stijging van de curve gedurende de verschuiving van de kruisfader.
- Bij de middelste instelling zal er een curve zich die:tussen de hierboven twee beschreiben curven in ligt.
22. Kruisfader-schuifregelaar
Het geluid toegewezen aan de [A] en [B] kant worden uitgevoerd overeenkomstig de instelling van de CROSS FADER ASSIGN schakelaar en de instelling voor de kruisfadercurve die gekozen is met de CROSS FADER curveschakelaar.
Hoofduitvoer-bedieningsgedeelte
23. Hoofduitvoer-niveauregelaar (MASTER LEVEL)
Gebruik deze regelaar om het hoofduitvoerniveau in te stellen. (instelbereik: - tot 0 dB)
De hoofduitvoer is het totaal van het geluid van de kanalen die met de CROSS FADER ASSIGN schakelaar op [THRU] zijn ingesteld, het signalaal dat via de kruisfader loopt en de signalen van microfoon 1 en microfoon 2 (als de effectkeuzeschakelaar op [SND/RTN] staat, za ook de RETURN invoer worden toegevoegd).
24. Hoofdniveau-indicators (MASTER L, R)
Deze segmentindicators given het uitgangsniveau van de L- en Rkanalen aan. De indicators hebben een twee-seconden piekvaushoudfunctie.
25. Hoofdbalansregelaar (BALANCE)
Voor het instellen van de L/R kanaalbalans van de hoofduitgang, cabinemonitor-uitgang, opname-uitgang en digitale uitgang.
26. STEREO/MONO keuzeschakelaar voor de hoofduitvoer
Als deze schakelaar op [MONO] worden gezet, zal de hoofduitvoer een mono-combinatie van L+R worden.
Cabinemonitor-bedieningsgedeelte
27. BOOTH MONITOR niveauregelaar
Gebruik deze regelaar om het volume van de cabinemonitor-uitgang in te stellen.
Het volume kan onafhankelijk van het hoofduitgangsvolume worden ingesteld. (instelbereik: - tot 0 dB)
Hoofdtelefoon-uitgangsgedeelte
28. Hoofdtelefoon-uitgangsschakelaar (MONO SPLIT/STEREO)
MONOSPLIT:
De geluidsbron die gekozen is met de hoofdtelefoon CUE toets worden uitgevoerd via het L-kanaal en het hoofdgeluid worden uitgevoerd via het R-kanaal (alleen wonneer [MASTER] gekozen is met de hoofdtelefoon CUE toets).
STEREO:
De geluidsbron die gekozen is met de hoofdtelefoon CUE toets worden in stereo uitgevoerd.
29. Hoofdtelefoon-mengregelaar (MIXING)
Als de regelaar maar rechts (in de richting van [MASTER]) worden gedraaid, zal het hoofdgeluid via de hoofdtelefoon worden weergegeven (alleen wonneer [MASTER] gekozen is met de hoofdtelefoon CUE toets); als de regelaar maar links (in de richting van [CUE] worden gedraaid), zal het geluid van de hoofdtelefoon een menging zijn van het geluid van de effectmonitor en het kanaal dat gekozen is met de hoofdtelefoon CUE toets.
30. Hoofdtelefoon-niveauregelaar (LEVEL)
Voor het instellen van het uitgangsiveau van de hoofdtelefoonaansluiting. (instelbereik: - tot 0 dB)
31. Hoofdelefoonaansluiting (PHONES)
BPM tellergedelte
32. Beat-keuzetoetsen (BEAT)
(Beat verhogen): Voor het verdubbelen van de berekende BPM.
(Beat verlagen): Voor het halveren van de berekende BPM. (blz. 100)
- Sommige effecten können op "3/4" worden ingesteld.
33. MIDI start/stoptoets (MIDI START/STOP)
Gebruik deze toets om de MIDI bedieningsfunctie om te schakelen:tussen start en stop (blz. 103).
Wanneer.Deze toets geactiveerd wordt, zal het [MIDI START (STOP)] bericht gedurende 2 seconden op het display verschijnen.
MIDI SNAP SHOT:
Als de MIDI START/STOP toets ingedrukt worden gehonden, zal er een momentopnameaar het externe MIDI apparaat worden gestuurd.
34. BPM meetmethedetoets (AUTO/TAP)
Bij enkele malen indrukken van deze toets schakelt de BPM meetmethode telkens om:tussen [AUTO] en [TAP].
AUTO:
De [AUTO] indicator Licht op het display op en de BPM worden automatisch berekend.
TAP:
De [TAP] indicatorlicht op het display op en de BPM worden berekend via handmatige invoer met de TAP toets.
35. TAP toets
De BPM worden berekend op basis van de intervallen waarop de TAP toets worden ingedrukt. Als in de AUTO stand op de TAP toets worden gedrukt, zal de meetmethode automatisch overschakelen maar de TAP meetmethode (handmatige invoor).
Beat-effect-gedeelte
36. Effectkeuzeschakelaar (DELAY, ECHO, REV DLY (REVERSE DELAY), PAN, TRANS, FILTER, FLANGER, PHASER, REVERB, ROBOT (ROBOT VOCODER), CHORUS, ROLL, REV ROLL (REVERSE ROLL), SND/RTN (SEND/RETURN))
Gebruik deze schakelaar om het gewenste effect te kiezen (blz. 98).
Wanner een externe effector op de SEND en RETURN aansluitingen is aangesloten,zet u de schakelaar op [SND/RTN].
37. Effectkanaal-keuzeschakelaar (1, 2, 3, 4, MIC, CF.A, CF.B, MASTER)
Gebruik deze schakelaar om het kanaal te kiezen waarop de effecten worden toegepast (blz. 100). Wanner [MIC] worden gekozen, zullen de effecten op microfoon 1 en microfoon 2 worden toegepast.
38. Effectparameter 1 regelaar [TIME (PARAMETER 1)]
Voor het instellen van deijdparameter voor het gekozen effect (blz. 100, 102).
- Als de TIME regelaar worden rondgedraaid verwijl de TAP toets ingedrukt worden gezhlogen, kan handmatig een directe BPM worden ingesteld.
- Als de TIME regelaar worden rondgedraaid verwijl de TAP toets en de AUTO/TAP toets ingedrukt worden gehouden, kan de BPM in eenheden van 0,1 worden ingesteld.
39. Effectparameter 2 regelaar [LEVEL/DEPTH (PARAMETER 2)]
Voor het instellen van de kwantitatieve parameters voor het gekozen effect (blz. 100, 102).
Voor het in/uitschaken van het gekozen effect (blz. 100). Wanner het apparaat worden ingeschakeld, komen de effecten op OFF te staan enlicht de toets op. Als de effecten geactiveerd worden (ON), begint de toets te knipperen.
Geluidskleureffecten-bedieningsgedeelte
41. Geluidskleureffect-keuzetoetsen/indicators (HARMONIC, SWEEP, FILTER, CRUSH)
Gebruik deze toetsen voor het in/uitschakelen van de geluidskleure-effecten (blz. 101). De toets voor de gekozen functie要去 knipperen en het effect worden geleijk op de kanalen 1 tot 4 toegepast. Wanner een knipperende toets worden ingedrukt, za deze blijven branden en worden het effect uitgeschakeld. Bij het inschakelen van het apparaat komen alle effecten op uit te staan (de indicators lichten op).
42. Harmonie-indicators
Wonneer [HARMONIC] is ingeschakeld, zullen deze indicators oplichten en verandert de kleur van de indicator overeenkomstig de status van het effect (blz. 101).
43. Geluidskleureffect-parameterregelaar (COLOR)
Voor het instellen van de kwantitatieve parameters voor het effect dat gekozen is met de geluidskleureffect-keuzetootsen (blz. 101, 102).
44. Display
Zie blz. 94 tot 95 voor verdere informatatie.

DISPLAY
1. Effectdisplay-gedeelte
De
| Bedieningshandeling | Rij boven/onder | Display |
| Bij MIDI start | Boven | MIDI |
| Onder | START | |
| Bij MIDI stop | Boven | MIDI |
| Onder | STOP | |
| MIDI snapshot | Boven | SNAP |
| Onder | SHOT |
2. Kanaalkeuzedisplay-gedeelte
De
3. Parameterdisplay-gedeelte
:
De
AUTO/TAP:
[AUTO]licht op wanner de BPM meetmethode op AUTO is ingesteld en [TAP]licht op wanner de BPM meetmethode op handmatig (TAP) is ingesteld.
In de AUTO stand wirdt de automatisch gedetecteerde BPM waarde aangegeven. Als de BPM telling nicht automatisch gedetecteerd kan worden, knippert de voorheen gedetecteerde waarde op het display. In de handmatige (TAP) stand wordt de BPM waarde aangegeven die is opgegeven via TAP invoer enz.
BPM:
Brandt voortdurend.
MIDI:
Geeft de MIDI start/stopstatus aan.
- De indicatorlicht op nadat de MIDI startupdracht is verzonden.
- De indicator dooft nadat de MIDI stopopdracht is verzonden.
Parameter 1 display (5 cijfers):
Dit display toont de parameters die voor elk effect van toepassing zich. Wanner de beat-keuzetoetsen (BEAT , ) worden ingedrukt, zal de bijbehorende meervoudige beat-verandering voor 1 Seconde worden getoond. Als de beat-keuzetoetsen (BEAT , ) gezruikt worden voor het opgeven van een waarde die buiten het parameterbereik valt, zal het huidige nummer knipperen maar nicht veranderen.
Eenheid-display (%/ms):
Licht op overeenkomstig de eenheid die voor elk effect worden gebruikt.
4. Beatdisplay-gedeelte
Dit display toont de plaat van parameter 1 ten opzichte van BPM (1/1 beat). De onderste rijlicht voortdurend op. Wanner de plaat van parameter 1 een bepaalde drempelwaarde bereikt, zal de bijbehorende indicator oplichten. Wanner parameter 1:tussen de drempelwaarden in ligt, zal de indicator knipperen. Alhoewel het display zeven feitelijke indicators bevat,+kunnen de twee uiteinden ook als indicators beschouwd worden, wat betekent dat er negen posities gestipuleerd+konnen worden. Wanner de waarden bij de uiteinden zijn, zullen er geen indicators oplichten.
| Effectkeuze-schakelaar | 1 Effectdisplay | 3 Parameterdisplay | 4 Beatdisplay | ||||||||||||
| Boven/onder | Effectnaam | Minimum-waarde | Maximum-waarde | Standaard-waarde | Eenheid | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | |
| DELAY | Boven | DELAY | 1 | 4000 | 500 | ms | 1/8 | 1/4 | 1/2 | 3/4 | 1/1 | 2/1 | 4/1 | 8/1 | 16/1 |
| Onder | |||||||||||||||
| ECHO | Boven | ECHO | 1 | 4000 | 500 | ms | 1/8 | 1/4 | 1/2 | 3/4 | 1/1 | 2/1 | 4/1 | 8/1 | 16/1 |
| Onder | |||||||||||||||
| REV DLY | Boven | REVERSE | 10 | 4000 | 500 | ms | 1/8 | 1/4 | 1/2 | 3/4 | 1/1 | 2/1 | 4/1 | 8/1 | 16/1 |
| Onder | DELAY | ||||||||||||||
| PAN | Boven | PAN | 10 | 16000 | 500 | ms | 1/16 | 1/8 | 1/4 | 1/2 | 1/1 | 2/1 | 4/1 | 8/1 | 16/1 |
| Onder | |||||||||||||||
| TRANS | Boven | TRANS | 10 | 16000 | 500 | ms | 1/16 | 1/8 | 1/4 | 1/2 | 1/1 | 2/1 | 4/1 | 8/1 | 16/1 |
| Onder | |||||||||||||||
| FILTER | Boven | FILTER | 10 | 32000 | 2000 | ms | 1/4 | 1/2 | 1/1 | 2/1 | 4/1 | 8/1 | 16/1 | 32/1 | 64/1 |
| Onder | |||||||||||||||
| FLANGER | Boven | FLANGER | 10 | 32000 | 2000 | ms | 1/4 | 1/2 | 1/1 | 2/1 | 4/1 | 8/1 | 16/1 | 32/1 | 64/1 |
| Onder | |||||||||||||||
| PHASER | Boven | PHASER | 10 | 32000 | 2000 | ms | 1/4 | 1/2 | 1/1 | 2/1 | 4/1 | 8/1 | 16/1 | 32/1 | 64/1 |
| Onder | |||||||||||||||
| REVERB | Boven | REVERB | 1 | 100 | 50 | % | 10 | 20 | 30 | 40 | 50 | 60 | 70 | 80 | 90 |
| Onder | |||||||||||||||
| ROBOT | Boven | ROBOT | -100 | 100 | 0 | % | — | -100 | -66 | -50 | 0 | 26 | 50 | 100 | — |
| Onder | |||||||||||||||
| CHORUS | Boven | CHORUS | 10 | 32000 | 2000 | ms | 1/4 | 1/2 | 1/1 | 2/1 | 4/1 | 8/1 | 16/1 | 32/1 | 64/1 |
| Onder | |||||||||||||||
| ROLL | Boven | ROLL | 10 | 4000 | 500 | ms | 1/16 | 1/8 | 1/4 | 1/2 | 1/1 | 2/1 | 4/1 | 8/1 | 16/1 |
| Onder | |||||||||||||||
| REV ROLL | Boven | REVERSE | 10 | 4000 | 500 | ms | 1/16 | 1/8 | 1/4 | 1/2 | 1/1 | 2/1 | 4/1 | 8/1 | 16/1 |
| Onder | ROLL | ||||||||||||||
| SND/RTN | Boven | SEND/ | |||||||||||||
| Onder | RETURN | ||||||||||||||
De grijze onderdelen [□] worden Niet getoond.
BEDIENING VAN HET MENGPANEL
BASISBEDIENING

- Zet de POWER schakelaar op het achterpaneel op ON.
-
Stel de ingangskeuzeschakelaar voor het gewenste kanaal in om de aangesloten apparatuur te kiezen.
-
Wanner u de CD ingang of LINE ingang wilt gebruiken,要去 de DIGITAL/CD schakelaar of de DIGITAL/LINE schakelaar van het aansluitingenpaneel op [CD] of [LINE] worden gezet.
-
Wanner u een DIGITAL ingang wilt gebruiken, moet de DIGITAL/CD schakelaar of de DIGITAL/LINE schakelaar van het aansluitingenpaneel op [DIGITAL] worden gezet.
-
Gebruik de TRIM regelaar om het ingangsiveau in te stellen.
- Gebruik de kanaaltoonregelaars (HI, MID, LOW) om de klank in te stellen.
- Gebruik de kanaalfader-schuifregelaar om het geluidsvolume van het gekozen kanaal in te stellen.
-
Om de kruisfader op het gekozen kanaal te gebruiken, zet u de CROSS FADER ASSIGN schakelaar op kruisfaderkanaal A of kanaal B en bedient dan de kruisfader-schuifregelaar.
-
Wanner u de kruisfader nicht gebruikt, zet u de CROSS FADER ASSIGN schakelaar op [THRU].
-
Gebruik de MASTER LEVEL regelaar om het totale geluidsvolume in te stellen.
- Gebruik de BALANCE regelaar om de geluidsbalans:tussen hetrechtener linker kanaal in te stellen.

Als de STEREO/MONO schakelaar op [MONO] staat, zal de hoofduitvoer een mono-combinatie van de L+R kanalen zijn.
[Microfoon-invoer]
- Om een microloon te gebruiken, zet u de MIC schakelaar op [ON] of [TALK OVER].
- Als de schakelaar op [TALK OVER] worden gezet, zal telkens wanneer een geluid van meer dan -15 dB bij de microfoon-ingang worden gedetecteerd, de uitvoer van alle geluidsbronnen, met uitzondering van het geluid van de microfoon, met 20dB verzwakt worden.
- Gebruik de MIC 1 LEVEL regelaar om het geluidsvolume van MIC 1 in te stellen en gebruik de MIC 2 LEVEL regelaar om het geluidsvolume van MIC 2 in te stellen.
-
Gebruik de microfoontoonregelaars (HI, LOW) om de klank van het microfoongeluid in te stellen.
-
De microfoontoonregelaars werken gewelijkijdig voor microfoon 1 en 2.
[Cabinemonitor-uitvoer]
- Kies met de MIC SIGNAL schakelaar van het aansluitingenpaneel of de microfoongeluiden wel of zich aan de cabinemonitor uitgevoerd要去en worden.
- Als de schakelaar op [ADD] staat worden de microfoongeluiden maar de cabinemonitor uitgevoerd en als de schakelaar op [CUT] staat worden de microfoongeluiden Niet maar de cabinemonitor uitgevoerd.
- Gebruik de BOOTH MONITOR regelaar om het geluidsvolume in te stellen.
- De BOOTH MONITOR regelaar kan gelebruikt worden om het geluidsvolume onafhankelijk van de MASTER LEVEL regelaar in te stellen.
[Hoofdtelefoon-uitvoer]
-
Gebruik de CUE toetsen (kanalen 1 tot 4, MASTER, effector) om de bront te kiezen.
-
De gekozen CUE toets Licht holder op.
-
Stel de hoofdtelefoonschakelaar (MONO SPLIT/STEREO) in.
-
Als de schakelaar in de [MONO SPLIT] stand worden gezet, zal het linker kanaal het geluid uitvoeren dat met de CUE toets is gekozen, verwijl hetrechtter kanaal het hoofdgeluid uitvoert (alleen wanner de CUE toets voor de [MASTER] op ON staat).
-
Als de schakelaar in de [STEREO] stand worden gezet, zal het geluid dat gekozen is met de CUE toets in stereo worden uitgevoerd.
-
Als [MONO SPLIT] is gekozen, gebruik dan de MIXING regelaar om de balans:tussen het geluid van het linker kanaal (het geluid gekozen met de CUE toets) en het rechter kanaal (hoofdgeluid - alleen wanner de CUE toets voor de [MASTER] op ON staat) in te stellen.
-
Als de MIXING regelaar maar rechts worden gedraaid (aar [MASTER]), neemt het hoofdgeluid toe (alleen wanner de CUE toets voor de [MASTER] op ON staat); wanner de regelaar maar links worden gedraaid (aar [CUE]), worden het geluid dat gekozen is met de CUE toets uitgevoerd.
- Gebruik de LEVEL regelaar om het geluidsvolume van de hoofdtelefoon in te stellen.
[Kiezen van de fadercurve]
Voor de verandering van het geluidsvolume als reactie op de bediening van de fader kan gekozen worden UIT drie verschillende curven.
■ Gebruik de CH FADER schakelaar om de gewenste kanaalfadercurve tekiezen.
- Bij de linker instelling zal er een snel stijgende curve zijn naarmate de kanaalfaderhaar verre positie bereikt.
-
Bij de rechtter instelling is er een gelijkmatige en neutrale stijging van de curve gedurende de verschuiving van de kanaalfader.
-
Bij de middelste instelling zal er een curve zich die:tussen de hierboven twee beschreiben curven in ligt.
- Deze instelling geldt voor de kanalen 1 tot 4.
- Gebruik de CROSS FADER curveschakelaar om de gewenste kruisfadercurve te kiezen.
- Bij de linker instelling zal er een snel stijgende signaalcurve zich. (Zodra de kruisfader-schuifregelaar de [A] Kant verlaat, zal het [B] geluid weergegeven worden.)
- Bij de rechtter instelling is er een gelijkmatige en neutrale stijging van de curve gedurende de verschuiving van de kruisfader.
- Bij de middelste instelling zal er een curve zich die:tussen de hierboven twee beschreiben curven in ligt.
- Deze instelling levert gelijke curve-effecten voor de kanten A en B.
FADERSTARTFUNCTIE
Wanner u dit apparaat door middel van een los verkrijgbare bedieningssignaalkabel op een Pioneer DJ CD-speler aansluit, kut u de kanaalfader en de kruisfader gebruiken voor het beginnen met afspelen van een CD.
Als de kanaalfader- of kruisfader-schuifregelaar van hetCCCCCC wordt verschoven, wordt de CD-speleruit de pauzestand gehald en za automatisch - en onmiddelijk - gestart worden met de weergave van de gekozen track. Wanner de faderschuifregelaar in de oorspronkelijke stand wordt teruggezet, za de CD-speler terugkeren maar het cue-punt (terug-naar-cue), zodat "sampler" weergave möglichk is.
Kruisfader-start weergave en terug-naar-cue weergave
Als de CD-speler die aan kanaal A van de kruisfader is toegewezen bij het cue-punt in de paraatstand staat, kurz u de kruisfaderschuifregelaar vanaf de rechterkant (B Kant) maar de linkerkant (A Kant) verschuiven voor het automatisch starten met afspelen van de kanaal A CD-speler.
Wanner de kruisfader-schuifregelaar de linkerkant (A kant) bereikt, za de CD-speler die is toegewezen aan kanaal B terugkerenaar het cue-punt (terug-naar-cue functie). Wanner de CD-speler die aan kanaal B is toegewezen bij het cue-punt in de paraatstand staat, kurz u de kruisfader-schuifregelaar vanaf de linkerkant (A kant)aar de rechterkant (B kant)verschuiven voor het automatisch starten met afspelen van de kanaal B CD-speler. Wanner de kruisfader-schuifregelaar de rechterkant (B kant)bereikt, za de CD-speler die is toegewezen aan kanaal A terugkerenaar het cue-punt (terug-naar-cue functie).
- Detering-naar-cue actie worden ook uitgevoerd als de ingangskeuzeschakelaar Niet op [CD/DIGITAL] of [LINE/DIGITAL] staat.
[Gebruik van de kanaalfader om te starten met afspelen]
![PIONEER DJM-800 - [Gebruik van de kanaalfader om te starten met afspelen] - 1](/content/2019/11/118588/images/aca3698dd78aaf404fc5bbfc0589b195b2fcc2f14c6b46b7f1983c476491faae.jpg)
- Druk op de FADER START toets van het kanaal (1 tot 4) dat is aangesloten op de CD-speler die u wilt bedieren.
- De toets van het gekozen kanaal Licht op.
- Zet de kanaalfader-schuifregelaar op "0".
- Stel een cue-punt op de CD-speler in en zet de speler bij het cue-punt in de paraatstand.
- Als er reeds een cue-punt is ingesteld, hoeft de CD-speler nicht bij het cue-punt in de paraatstand te worden gezet.
- Wanner u wilt beginnen met afspelen, verschuift u de kanaalfader-schuifregelaar.
- De CD-speler gegint met afspelen.
- Nadat het afspelen is begonnen,(Int. kunst u de kanaalfader-schuifgregelaer terug maar [0] schuiven om de CD-speler te latent terugkeren maar het cue-punt en waar in de paraatstand te zetten (terug-naar-cue).
- Deze functie van de kanaalfader werkt alleen wonneer de CROSS FADER ASSIGN schakelaar op [THRU] staat.
[Gebruik van de kruisfader om te starten met afspelen]
![PIONEER DJM-800 - [Gebruik van de kruisfader om te starten met afspelen] - 1](/content/2019/11/118588/images/b249ddf7ac0b1026c2b3cd1201b70d2c06d966b82d69a7c1fd4bb1bbb217d512.jpg)
-
Druk op de FADER START toets van het kanaal (1 tot 4) dat is aangesloten op de CD-speler die u wilt bedieren.
-
De toets van het gekozen kanaal Licht op.
-
Zet de CROSS FADER ASSIGN schakelaar van het gekozen kanaal op [A] of [B].
-
Kies [A] voor toewijzing aan kanaal A (linkerkant) van de kruisfader.
-
Kies [B] voor toewijzing aan kanaal B (rechterkant) van de kruisfader.
-
Schuif de kruisfader-schuifregelaar zo ver möglichk maar de tegenovergestelde kant van de CD-speler die u wilt lately starten.
-
Stel een cue-punt op de CD-speler in en zet de speler bij het cue-punt in de paraatstand.
-
Als er reeds een cue-punt is ingesteld, hoeft de CD-speler nicht bij het cue-punt in de paraatstand te worden gezet.
-
Wanner u wilt beginnen met afspelen, verschuift u de kruisfader-schuifregelaar.
-
De CD-speler begint met afspelen.
- Nadat het afspelen is begonnen,(Int. u de kruisfader-schuifregelaar helemaal terugschuiven aan de tegenovergestelde kant om de CD-speler die aan die kant is toegewezen te latenterugkeren aan het cue-punt en waar in de paraatstand te zetten (terug-naar-cue).
Opmerking:
De faderstartfunctie werkt nicht wanner er enkel digitale verbindingen zijn gemaakt; om de faderstartfunctie te{kunnen gebruiken, moet u tevens de analoge aansluitingen van de CD-speler aansluten.
EFFECTFUNCTIES
Dit apparaat kan beat-effecten produceren die gekoppeld zich aan de BPM en geluidskleureeffecten die gekoppeld zich aan de COLOR regelaars van de kanalen, voor een totaal van 18 basiseffecten (inclusief [SND/RTN]). Bovendien(Intusiek)Bovendien(Intusiek)Bovendien(Intusiek)Bovendien(Intusiek)Bovendien(Intusiek)Bovendien(Intusiek)Bovendien(Intusiek)Bovendien(Intusiek)Bovendien(Intusiek)Bovendien(Intusiek)Bovendien(Intusiek)Bovendien(Intusiek)Bovendien(Intusiek)Bovendien
De große varieteit aan beat-effecten worden verkreten door de tijdelijke parameter via de TIME regelaar (Parameter 1) te variieren en de kwantitatieve parameter via de LEVEL/DEPTH regelaar (Parameter 2). Veranderingen in de geluidskleureffecten können worden toegevoegd door de stand van de COLOR regelaars te wijzigen. Via het combineren van de beat-effecten en geluidskleureffecten worden een nog groterScala aanuitvoeringseffecten verwezenlijk.
TYPEN BEAT-EFFECTEN
1. DELAY (enkelvoudig herhalingsgeluid)
Met deze functie(Int)kunt u een vertraagd geluid met een beat van 1/8, 1/4, 1/2, 3/4, 1/1, 2/1, 4/1, 8/1 of 16/1 snel en gemakkelijk toevoegen. Wanner bijvoorbeeld een 1/2 beat vertragingsgeluid wordt toegevoegd, zullen vier beats acht beats worden. Ook za door toevoeging van een 3/4 beat vertragingsgeluid het ritme gesyncopeerd worden.

2. ECHO (meervoudig herhalingsgeluid)
Met deze functie(Int)kunt u een echogeluid met een beat van 1/8, 1/4, 1/2,3/4,1/1,2/1,4/1,8/1 of 16/1 snel en gemakkelijk toevoegen.
Wanneer bijvoorbeeld een echogeluid van 1/1 beat gebruikt worden om het ingangsgeluid af te snijden, zal er een geluid synchroon met de beat samen met de fade-out herhaald worden. Door een echo van 1/1 beat aan de microfoon toe te voegen, zal het microfoongeluid synchroon met de muziekbeat herhaald worden.
Als een echo van 1/1 beat op het vocale gedeelte van een track wordt toegepast, krijgt het liedje een effect dat op een "kringloop" lijkt.

Voorbeeld
3. REVERSE DELAY (enkelvoudig herhalingsgeluid)
Met deze functie(Int)kunt u een omgekeerd vertraagd geluid met een beat van 1/8, 1/4, 1/2, 3/4, 1/1, 2/1, 4/1, 8/1 of 16/1 snel en gemakkelijk toevoegen.

Voorbeeld
4. Automatische PAN (L-R BALANCE)
Met deze functie worden de geluiden in eenheden van 1/16, 1/8, 1/4, 1/2, 1/1, 2/1, 4/1, 8/1 of 16/1 over de rechtter en linker kanalen verdelijk, synchroon met het ritme (automatische beat-pan).
Er kan ook een korte automatische pan worden uitgevoerd, om de geluiden heel snel over rechts/links te verdelen; een effect dat onmogelijk met de hand kan worden verwezenlijk.

Voorbeeld

In eenheden van 1/16, 1/8, 1/4, 1/2, 1/1, 2/1, 4/1, 8/1 of 16/1 beat wordt het geluid automatisch afgesneden, synchroon met het ritme.

Voorbeeld
6. FILTER
In eenheden van 1/4, 1/2, 1/1, 2/1, 4/1, 8/1, 32/1 of 64/1 beat worden de filterfrequentie verschoven, waardoor de geluidskleuring aanzienlijk worden veranderd.

Voorbeeld
7. FLANGER
In eenheden van 1/4, 1/2, 1/1, 2/1, 4/1, 8/1, 16/1, 32/1 of 64/1 beat wordt snel en gemakkelijk 1 cyclus van het flanger-effect geproduedd.

Voorbeeld
8. PHASER
In eenheden van 1/4, 1/2, 1/1, 2/1, 4/1, 8/1, 16/1, 32/1 of 64/1 beat wordt snel en gemakkelijk 1 cyclus van het phaser-effect geproduedd.

Voorbeeld
9. REVERB
Produceerteennagmaleffect.
10. ROBOT
De ingangsgeluiden worden weergegeven alsof ze door een robot worden voortgebracht.
11. CHORUS
Levert een koorgeluid, synchroon met 1/8, 1/4, 1/2, 1/1, 2/1, 4/1, 8/1 of 16/1 beat. Het geproduceerde geluid heeft veel ruimtelijkheid alsofdezelfde toonhoogte door Meerdere brunnen worden voortgebracht.
12. ROLL
Geluiden van 1/16, 1/8, 1/4, 1/2, 1/1, 2/1, 4/1, 8/1 of 16/1 beat worden herhaaldelijk opgenommen en uitgevoerd. Wanner de geluiden worden veranderd van 1/1 maar 1/2 of 1/4 beat, synchroon met de beat, kan een rolgeluideffect worden verzreaken.

Voorbeeld
13. REVERSE ROLL
Geluiden van 1/16, 1/8, 1/4, 1/2, 1/1, 2/1, 2/1, 4/1, 8/1 of 16/1 beat worden herhaaldelijk opgenomen, dan omgekeerd, en uitgevoerd. Wanner de geluiden worden veranderd van 1/1 maar 1/2 of 1/4 beat, synchroon met de beat, kan een omgekeerd weergave-rolgeluideffect worden verkreten.

Voorbeeld
14. SEND/RETURN
Door een sampler of effector aan te sluiten kan een große variëteit aan andere effecten wordenGPCreeerd.
BEAT-EFFECTEN PRODUCEREN

Voorbeeld van display-aanduidingen

Effectnaam: DELAY
Effectkanaal-selectie: CH 1
BPM waarde: 120 BPM
Parameter 1:500 ms
Beat-veelvoud: 1/1
Met de beat-effecten können de effecttijden onmiddelijk gesynchroniseerd worden met de BPM (beats per minuut), waardoor zichsijdens live-uitvoeringen een grootscala aan effecten kan worden geproduedd, synchroon met het huidige ritme.
1. Druk op de AUTO/TAP toets om de BPM (beats per minuut = tracksnelheid) meetmethode in te stellen.
AUTO:De BPM van het muziekingangssignaal worden automatisch gedetecteerd.
TAP: De BPM worden handmatig ingevoerd door tikken op de TAP toets.
- Bij het inschakenen van het apparaat komt de functie in de [AUTO] stand te staan.
- De indicator voor de gekozen instelling [AUTO/TAP]licht op het display op.
- Als de BPM van een track Niet automatisch gedetecteerd kan worden, zal de BPM teller van het display knipperen.
- Het effectieve bereik in de AUTO stand is 70 tot 180 BPM. Het is möglich dat bij sommige tracks geen nauwkeurige meting kan worden uitgevoerd.
In dit geval(Int)kunt u de TAP stand gebruiken voor het handmatig invoeren van de BPM.
[Gebruik van de TAP toets voor het handmatig invoeren van de BPM]
Als tweemaal of vaker op de TAP toets worden gedrukt, synchroon met de beat (1/4 noten), zal de BPM worden opgenomen als de gemiddelde waarde die gedurende dat interval is vastgesteld.
- Wonneer de BPM functie is ingesteld op [AUTO], zal bij tikken op de TAP toets de BPM functie overschakelen maar de TAP stand en worden het interval gemeten waarop de TAP toets worden ingedrukt.
- Als de BPM via de TAP toets worden ingesteld, worden het beat-veelvoud "1/1" (of "4/1", afhankelijk van het gekozen effect) en deijd voor 1 beat (1/4 noten) of 4 beats worden als de effecttijd ingesteld.
- Als de TIME regelaar worden rondgedraaid verwijl de TAP toets ingedrukt worden gezhonden, kan handmatig een directe BPM worden ingesteld.
Als de TIME regelaar worden rondgedraaid verwijl de TAP toets en de AUTO/TAP toets ingedrukt worden gehouden, kan de BPM in eenheden van 0,1 worden ingesteld.
2. Zet de effectkeuzeschakelaar op het gewenste effect.
- Op het display worden de naam van het gekozen effect aangegeven.
- Zie blz. 98 tot 99 voor verdere informatie over de diverse effecten.
3. Zet de effectkanaal-keuzeschakelaar op het kanaal waarup het effect wilt toepassen.
- De kanaalnaamindicator op het display toont de naam van het gekozen kanaal met een rood kader eromheen.
- Als [MIC] worden gekozen, zal het effect op microloon 1 en microloon 2 worden toegepast.
4. Druk op de BEAT toets («, ») om het beat-veelvoud te kiezen waarmee het effect gesynchroniseerd moet worden.
- Als worden ingedrukt zal de beat-telling die berekend is op basis van de BPM verdubbeld worden en als worden ingedrukt zal de beat-telling die berekend is op basis van de BPM gehalteerd worden (bij sommige effecten is ook de "3/4" instelling möglich).
- Het veelvoud van de gekozen beat (parameter 1 positie) worden in zeven gedeelten op het display aangegeven (zie blz. 95).
- De effecttijd die correspondiert met het beat-veelvoud worden automatisch ingesteld.
Voorbeeld:Bij BPM = 120
1 / 1 = 500ms
1 / 2 = 250ms
2 / 1 = 1000ms
5. Zet de ON/OFF toets op ON om het effect in te schakelen.
- Telkens wonneer op de toets worden gedrukt, za het effect omschakelen:tussen ON/OFF (bij het inschakelen van het apparaat komt de functie op OFF te staan).
- De ON/OFF toets knippert wanner het effect op ON staat.
Parameter 1
Gebruik de TIME (PARAMETER 1) regelaar om deijdelijkke parameter (tijd) voor het gekozen effect in te stellen.
Zie blz. 102 voor verdere informatie over de invloed die het ronddraaien van de TIME (PARAMETER 1) regelaar heeft op parameter 1.
Parameter 2
Gebruik de LEVEL/DEPTH (PARAMETER 2) regelaar om de kwantitatieve parameter (tijd) voor het gekozen effect in te stellen.
Zie blz. 102 voor verdere informatie over de invloed die het ronddraaien van de LEVEL/DEPTH (PARAMETER 2) regelaar heeft op parameter 2.
TYPE GELUIDSKLEUREFFECT
1. HARMONIC
Detecteert een afwijking in het ingangsgeluid van de absolute toonhoogte en compenseert automatisch waar de dichtst bijzijnde toonnaard.
Door de regelaar te draaien kan de toonhoogte/toonaard afgesteld worden binnen een bereik van ± 6 halftonen.

2. SWEEP
Met deze functie worden de frequentie van het filter verschoven, waardoor grote veranderingen in de toon teweeg worden gebracht. Wanner de regelaaraar rechts worden gedraaid, worden het effect van een banddoorlaatfilter geproduced er en wanner de regelaaraar links worden gedraaid, worden het effect van een scherpffilter geproducedr.

Scherpffilter
Frequentie

Banddoorlaatfilter

Frequentie
3. CRUSH
Dit effect zal het geluid enigszins "verbrijzelen" waardoor een bepaald accent aan het geluid worden toegevoegd.
4. FILTER
De filterfrequentie worden verschoven, met een sterke verandering in de toon tot gevolg.
Draai de regelaar maar rechts voor hoogdoorlaatfilter-effecten enaar links voor laagdoorlaatfilter-effecten.

Laagdoorlaatfilter
Frequentie

Hoogdoorlaatfilter

Frequentie
GEBRUK VAN DE GELUIDSKLEUREFFECTEN

2 COLOR
De geluidskleureffecten zijn gekoppeld aan de COLOR effect-parameterregelaar voor elk kanaal.
- De geluidskleureffecten worden nicht op de microfooninvoer toegepast.
- Druk op de geluidskleureffect-keuzetoetsen (HARMONIC, SWEEP, FILTER, CRUSH) voor het gewenste effect. HARMONIC:
Voor het toepassen van een toonhoogte-verschuivingseffect overeenkomstig de toonaard van de track.
SWEEP:
De track worden door het filter geleid en uitgevoerd.
CRUSH:
Het geluid van de track worden uitgevoerd via een "verbrijzelingseffect".
FILTER:
De track worden gefilterd en uitgevoerd.
- De toets voor het gekozen effect knippert.
- Het gekozen effect worden gelijk op de kanalen 1 tot 4 toegepast.
- Wonneer een knipperende toets worden ingedrukt, za alles blijven branden en worden het effect uitgeschakeld.
-
Bij het inschakenen van het apparaat komen alle effecten op uit te staan (de indicators lichten op).
-
Gebruik de geluidskleureffect-parameterregelaar (COLOR) om de kwantitatieve parameter voor het effect in te stellen.
-
De parameter kan onafhankelijk voor elk kanaal worden ingesteld.
- De kleur van de harmonie-indicator verandert om de toestand van het harmonisch effect aan te gehen.
Rood: Komt nicht overeen met de frequentie van de toonaardschaal.
Groen: Komt overeen met de freiorentie van de toonaardschaal.
EFFECTPARAMETERS
Beat-effect
| Naam | Parameter van beat-schakelaar | Parameter 1 (TIME regelaar) | Parameter 2 (MIX/DEPTH regelaar) | |
| Inhoud | Instelbereik (eenheid) | |||
| 1 DELAY | Instellen van de vertragingstijd van 1/8 tot 16/1 per 1 beat BPMijd. | Instellen van de vertragingstijd. | 1 tot 4 000 (ms) | Instellen van de balansussen het oorspronkelijke geluid en het vertragingsgeluid. |
| 2 ECHO (*1) | Instellen van de vertragingstijd van 1/8 tot 16/1 per 1 beat BPMijd. | Instellen van de vertragingstijd. | 1 tot 4 000 (ms) | Instellen van de balansussen het oorspronkelijke geluid en het echogeluid. |
| 3 REVERSE DELAY | Instellen van de vertragingstijd van 1/8 tot 16/1 per 1 beat BPMijd. | Instellen van de vertragingstijd. | 10 tot 4 000 (ms) | Instellen van de balansussen het oorspronkelijke geluid en het vertragingsgeluid. |
| 4 PAN | Instellen van deijd van 1/16 tot 16/1 per 1 beat BPMijd voor de verdeling over rechts/links. | Instellen van de effecttijd. | 10 tot 16 000 (ms) | Instellen van de balansussen het oorspronkelijke geluid en het effectgeluid. |
| 5 TRANS | Instellen van de afsnijtijd van 1/16 tot 16/1 per 1 beat BPMijd. | Instellen van de effecttijd. | 10 tot 16 000 (ms) | Instellen van de balansussen het oorspronkelijke geluid en het effectgeluid. |
| 6 FILTER | De cyclus van de afsnijfrequentie-verschuving worden ingesteld in eenheden 1/4 tot 64/1 ten opzichte van 1 beat BPM. | Instellen van de cyclus voor de afsnijtijd-verschuving. | 10 tot 32 000 (ms) | De hoeveelheid effect worden verhoogd wanneer de regelaar maar rechts worden gedraaid. |
| 7 FLANGER | De cyclus van de flanger-verschuving worden ingesteld in eenheden 1/4 tot 64/1 ten opzichte van 1 beat BPM. | Instellen van de cyclus voor de flangereffect-verschuving. | 10 tot 32 000 (ms) | De hoeveelheid effect worden verhoogd wanneer de regelaar maar rechts worden gedraaid. Wanner de regelaar volledig�aar links worden gedraaid, worden alleen het oorspronkelijke geluid uitgevoerd. |
| 8 PHASER | De cyclus van het phaser-effect wordt ingesteld in eenheden 1/4 tot 64/1 ten opzichte van 1 beat BPM. | Instellen van de cyclus voor de fase-effect-verschuving. | 10 tot 32 000 (ms) | De hoeveelheid effect worden verhoogd wanneer de regelaar maar rechts worden gedraaid. Wanner de regelaar volledig�aar links worden gedraaid, worden alleen het oorspronkelijke geluid uitgevoerd. |
| 9 REVERB (*1) | De hoeveelheid nagalm worden ingesteld van 1 tot 100%. | Instellen van de hoeveelheid nagalmeffect. | 1 tot 100 (%) | Instellen van de balansussen het oorspronkelijke geluid en het effectgeluid. |
| 10 ROBOT | Instellen van de toonhoogte van het robotgeluideffect binnen een bereik van -100 tot +100%. | Instellen van de toonhoogte van het robotgeluideffect. | -100 tot +100 (%) | De hoeveelheid effect worden verhoogd wanneer de regelaar maar rechts worden gedraaid. |
| 11 CHORUS | De cyclus van de koorgeluid-waver worden ingesteld in eenheden 1/4 tot 64/1 ten opzichte van 1 beat BPM. | Instellen van de cyclus van de koorgeluidharmonie. | 10 tot 32 000 (ms) | Instellen van de balans van het koorgeluid. |
| 12 ROLL (*2) | De effecttijd worden ingesteld als 1/16 tot 16/1 ten opzichte van 1 beat BPM. | Instellen van de effecttijd. | 1 tot 4 000 (ms) | Instellen van de balansussen het oorspronkelijke geluid en het rolgeluid. |
| 13 REVERSE ROLL (*2) | De effecttijd worden ingesteld als 1/16 tot 16/1 ten opzichte van 1 beat BPM. | Instellen van de effecttijd. | 1 tot 4 000 (ms) | Instellen van de balansussen het oorspronkelijke geluid en het rolgeluid. |
| 14 SEND/RETURN | — | — | — | Instellen van het volume van het RETURN ingangsgeluid. |
(^1) Wanner de effectmonitor is ingeschakeld maar er geen geluid vanaf het kanaal waar de hoofduitgang worden uitgevoerd, za het efectgeluid Niet hoortbaar zich.
(^2) Wanner het efect wordt uitgeschakeld (OFF), zal het efectgeluid niet hoorbaar zich, ook als de monitor op effector is ingesteld.
Geluidskleureffecten
| Naam | Parameter (COLOR regelaar) |
| 1 HARMONIC | Instellen van de hoeveelheid toonhoogte-verschuving in ±6 halftonen. Draai de regelaaraar rechts om de toonhoogte-verschuving met +6 halftonen te vermeerderen en draai de regelaaraar links om de toonhoogte-verschuving met -6 halftonen te verminderen. |
| 2 SWEEP | Instellen van de afsnijfrequentie van het filter. Draai de regelaaraar rechts voor een banddoorlaatfiltereffect; draai de regelaaraar links voor een scherpfiltereffect. |
| 3 CRUSH | Instellen van de hoeveelheid "verbrijzeling" van het ingangsgeluid. Draai de regelaaraar links om de laagbereikgeluiden te versterken enaar rechts om de hoogbereikgeluiden te versterken. |
| 4 FILTER | Instellen van de afsnijfrequentie van het filter. Draai de regelaaraar rechts om het hoogdoorlaatfilter te veranderen en draai de regelaaraar links om het laagdoorlaatfilter te veranderen. |
MIDI-INSTELLINGEN
MIDI is de afkorting voor "Musical Instrument Digital Interface" en verwijst aan een protocol dat ontwikkeld is voor de uitwisseling van gegevensussen elektronische instrumenten en computers.
Voor het aansluiten van apparatuur met MIDI aansluitingen hebt u een MIDI kabel nodig voor het verzenden en ontvangen van de gegevens.
De DJM-800 maakt gebruik van het MIDI protocol voor het verzenden en ontvangen van de gegevens die betrekking hebben op de bediening van de apparatuur en de BPM (timingklok).

SYNCHRONISEREN VAN AUDIOSIGNALEN MET DE EXTERNE SEQUencer OF GEBRUK VAN DE DJM-800 INFORMATIE VOOR DE BEDIENING VAN DE EXTERNE SEQUENCEVER
-
Verbind de MIDI OUT aansluiting van de DJM-800 met behulp van een los verkrijigbare MIDI kabel met de MIDI IN aansluiting van de MIDI sequencer.
-
Zet de synchronisatiemodus van de MIDI sequencer op "slave".
- MIDI sequencers die geen MIDI timingklok ondersteunen können nicht gesynchroniseerd worden.
- Synchronisatie is wellicht nicht möglich als de BPM van de track Niet gedetecteerd kan worden of stabel meetbaar is.
-
BPM waarden ingesteld met de TAP functie{kunnen ook gezebruikt worden voor uitvoeren van de timingklok.
-
Druk op de MIDI START/STOP toets.
- Het uitvoerbereik van de MIDI timingklok is 40 tot 250 BPM.
Opmerking:
- Bij sommige tracks is een nauwkeurige meting van de BPM misschien Niet möglichk.
[Instellen van het MIDI kanaal]
Het MIDI kanaal (1 tot 16) kan worden ingesteld en in het geheugen worden opgeslagen.
- Terwijl u de MIDI START/STOP toets ingedrukt houdt, zet u de netschakelaar op ON.
- Het display toont [MIDI CH SETTING] en het apparaat komt in de MIDI instelstand te staan.
- Draai aan de TIME regelaar om het MIDI kanaal te kiezen.
- Druk op de MIDI START/STOP toets.
- Het gekozen MIDI kanaal worden vastgelegd.
- Schakel het apparaat UIT.
MIDI-MELDINGEN
| Categorie | Naam van schakelaar | Type schakelaar | MIDI-melding | Opmerkingen | |||||
| MSB | LSB | ||||||||
| CH1 | TRIM | VR | Bn | 01 | dd | 0 tot 127 | |||
| HI | VR | Bn | 02 | dd | 0 tot 127 | ||||
| MID | VR | Bn | 03 | dd | 0 tot 127 | ||||
| LOW | VR | Bn | 04 | dd | 0 tot 127 | ||||
| COLOR | VR | Bn | 05 | dd | 0 tot 127 | ||||
| CUE | BUTTON | Bn | 46 | dd | OFF=0, ON=127 | ||||
| FADER | VR | Bn | 11 | dd | 0 tot 127 | ||||
| CF ASSIGN | SW | Bn | 41 | dd | 0, 64, 127 | ||||
| CH2 | TRIM | VR | Bn | 06 | dd | 0 tot 127 | |||
| HI | VR | Bn | 07 | dd | 0 tot 127 | ||||
| MID | VR | Bn | 08 | dd | 0 tot 127 | ||||
| LOW | VR | Bn | 09 | dd | 0 tot 127 | ||||
| COLOR | VR | Bn | 0A | dd | 0 tot 127 | ||||
| CUE | BUTTON | Bn | 47 | dd | OFF=0, ON=127 | ||||
| FADER | VR | Bn | 12 | dd | 0 tot 127 | ||||
| CF ASSIGN | SW | Bn | 42 | dd | 0, 64, 127 | ||||
| CH3 | TRIM | VR | Bn | 0C | dd | 0 tot 127 | |||
| HI | VR | Bn | 0E | dd | 0 tot 127 | ||||
| MID | VR | Bn | 0F | dd | 0 tot 127 | ||||
| LOW | VR | Bn | 15 | dd | 0 tot 127 | ||||
| COLOR | VR | Bn | 16 | dd | 0 tot 127 | ||||
| CUE | BUTTON | Bn | 48 | dd | OFF=0, ON=127 | ||||
| FADER | VR | Bn | 13 | dd | 0 tot 127 | ||||
| CF ASSIGN | SW | Bn | 43 | dd | 0, 64, 127 | ||||
| CH4 | TRIM | VR | Bn | 50 | dd | 0 tot 127 | |||
| HI | VR | Bn | 51 | dd | 0 tot 127 | ||||
| MID | VR | Bn | 5C | dd | 0 tot 127 | ||||
| LOW | VR | Bn | 52 | dd | 0 tot 127 | ||||
| COLOR | VR | Bn | 53 | dd | 0 tot 127 | ||||
| CUE | BUTTON | Bn | 49 | dd | OFF=0, ON=127 | ||||
| FADER | VR | Bn | 14 | dd | 0 tot 127 | ||||
| CF ASSIGN | SW | Bn | 44 | dd | 0, 64, 127 | ||||
| CROSS FADER | CROSS FADER | VR | Bn | 0B | dd | 0 tot 127 | |||
| FADER CURVE | CH CURVE | SW | Bn | 5E | dd | 0, 64, 127 | |||
| CROSS CURVE | SW | Bn | 5F | dd | 0, 64, 127 | ||||
| MASTER | MASTER LEVEL | VR | Bn | 18 | dd | 0 tot 127 | |||
| BALANCE | VR | Bn | 17 | dd | 0 tot 127 | ||||
| CUE | BUTTON | Bn | 4A | dd | OFF=0, ON=127 | ||||
| BOOTH | MONITOR | VR | Bn | 19 | dd | 0 tot 127 | |||
| EFFECT | BEAT LEFT | BUTTON | Bn | 4C | dd | OFF=0, ON=127 | |||
| BEAT RIGHT | BUTTON | Bn | 4D | dd | OFF=0, ON=127 | ||||
| AUTO/TAP | BUTTON | Bn | 45 | dd | OFF=0, ON=127 | ||||
| TAP | BUTTON | Bn | 4E | dd | OFF=0, ON=127 | ||||
| CUE | BUTTON | Bn | 4B | dd | OFF=0, ON=127 | ||||
| EFFECT SELECT | SW | Cn | pc | Zie "PROGRAMMAVERANDEREN" hieronder. | |||||
| CH SELECT | SW | Cn | pc | ||||||
| TIME | SW | Bn | 0D | MSB | Bn | 2D | LSB | TIME waarde; FLANGER, PHASER,CHORUS, FILTER veranderen maar 1/2waarde; negatieve waarden wordenomgezet in positieve waarden. | |
| LEVEL/DEPTH | VR | Bn | 5B | dd | 0 tot 127 | ||||
| EFFECT ON/OFF | BUTTON | Bn | 40 | dd | OFF=0, ON=127 | ||||
| MIC(SOUND COLORFX)(FADER START)(HEAD PHONES) | HI | VR | Bn | 1E | dd | 0 tot 127 | |||
| LOW | VR | Bn | 1F | dd | 0 tot 127 | ||||
| HARMONIC | BUTTON | Bn | 54 | dd | OFF=0, ON=127 | ||||
| SWEEP | BUTTON | Bn | 55 | dd | OFF=0, ON=127 | ||||
| CRUSH | BUTTON | Bn | 56 | dd | OFF=0, ON=127 | ||||
| FILTER | BUTTON | Bn | 57 | dd | OFF=0, ON=127 | ||||
| 1 | BUTTON | Bn | 58 | dd | OFF=0, ON=127 | ||||
| 2 | BUTTON | Bn | 59 | dd | OFF=0, ON=127 | ||||
| 3 | BUTTON | Bn | 5A | dd | OFF=0, ON=127 | ||||
| 4 | BUTTON | Bn | 5D | dd | OFF=0, ON=127 | ||||
| MIXING | VR | Bn | 1B | dd | 0 tot 127 | ||||
| LEVEL | VR | Bn | 1A | dd | 0 tot 127 | ||||
| MIDI | START | BUTTON | FA | ||||||
| STOP | BUTTON | FC | |||||||
PROGRAMMA VERANDEREN
| MSB | LSB | |||||||
| 0 | 0 | EFFSEL2 | EFFSEL1 | EFFSEL0 | EFFCH2 | EFFCH1 | EFFCHO | |
| EFFECT SEL BEAT | |||
| EFFSEL2 | EFFSEL1 | EFFSEL0 | |
| 0 | 0 | 1 | DELAY |
| 0 | 1 | 0 | ECHO |
| — | — | — | REV DELAY |
| 0 | 1 | 1 | PAN |
| 1 | 0 | 0 | TRANS |
| 1 | 0 | 1 | FILTER |
| 1 | 1 | 0 | FLANGER |
| 1 | 1 | 1 | PHASER |
| — | — | — | REVERB |
| — | — | — | ROBOT |
| — | — | — | CHORUS |
| — | — | — | ROLL |
| — | — | — | REV ROLL |
| — | — | — | SND/RTN |
- EFFECT SEL
| EFFCH2 | EFFCH1 | EFFCHO | |
| 0 | 0 | 1 | 1 |
| 0 | 1 | 0 | 2 |
| 0 | 1 | 1 | 3 |
| 1 | 0 | 0 | 4 |
| 1 | 0 | 1 | MIC |
| 1 | 1 | 0 | CF.A |
| 1 | 1 | 1 | CF.B |
| — | — | — | MST |
SNAPSHOT
Als de DJM-800 is ingesteld met parameters voor een bepaald doel, hunnen die groep parameters als een snapshot worden opgenomen. Wanneren een snapshot van de huidige status worden opgenomen, zullen alle meldingen voor de wijziging van de regeling en het programme worden overgebracht. Houd de MIDI START/STOP toets ingedrukt om de snapshot over te zenden.
VERHELPEN VAN STORINGEN
Onjuist uitgevoerde bewerkingen worden vaak voor defecten of storingen aanzien. Als u denkt dat er werkelijk iets mis is met dit toestel, moet u eerst onderstaande punten controleren. Soms要去 deoorzaak van het probleem bij een ander toestel worden gezocht. U要去 dus alle aangesloten elektrische apparaten controleren.
Indien het probleem, zelfs na controle van onderstaande punten, nied kan worden opgelost, moet u met uw verkoper of dichtsbijzijnde PIONEER service center contact opnemen.
| Storing | Mogelijk ooorzaak | Maatregelen |
| Geen stroom. | ● Het netsnoor is Niet aangesloten. | ● Sluit het netsnoor op een stopcontact aan. |
| Geen geluid of het geluidsvolume is erg laag. | ● De ingangskeuzeschakelaar staat in de verkeerde stand. ● De DIGITAL/CD ingangskeuzeschakelaar of de DIGITAL/LINE ingangskeuzeschakelaar op het中断paneel staat in de verkeerde stand. ● De aansluitkabels+zijn verkeerd aangesloten of de kabels zitten los. ● De aansluitbussen of de stekkers+zijn vuil. ● De hoofduitgang-verzwakkingsschakelaar (MASTER ATT) op het中断paneel staat op -12 dB enz. | ● Kies het weergave-apparaat met de ingangskeuzeschakelaar. ● Zet de DIGITAL/CD ingangskeuzeschakelaar of de DIGITAL/LINE ingangskeuzeschakelaar op het中断paneel in de stand die overeenkomt met het apparatusaat dat worden weergegeven. ● Corrigeer de aansluitingen. ● Maak de aansluitbussen/stekkers schoon voordat u de aansluitingen maakt. ● Stel de hoofduitgang-verzwakkingsschakelaar (MASTER ATT) op het中断paneel juist in. |
| Microfoongeluid is Niet in de BOOTH uittvoer hoorbaar. | ● De MIC SIGNAL schakelaar op het中断paneel staat op [CUT]. | ● Zet de MIC SIGNAL schakelaar op het中断paneel op [ADD]. |
| Geen digitale uittvoer. | ● De demonsteringsfrequentie (fs) van de digitale uitgang kommt Niet overeen met de specificaties van de aangesloten apparatuur. | ● Stel de demonsteringsfrequentie-keuzeschakelaar op het中断paneel in overeenkomstig de specificaties van de aangesloten apparatuur. |
| Geluid is verrormd. | ● Het hoofduitgangsiveau is te hoog. ● Het ingangsiveau is te hoog. | ● Stel de hoofduitvoer-niveaugelaar (MASTER LEVEL) of de uitgangsverzwakkingsschakelaar (MASTER ATT) op het中断paneel correct in. ● Stel de TRIM regelaar zodanig inDat het ingangsiveau 0 dB nadert op de kanaalniveau-indicator. |
| Kruisfader werkt Niet. | ● De CROSS FADER ASSIGN schakelaar ([A], [THRU], [B]) is Niet juices ingesteld. | ● Stel de CROSS FADER ASSIGN schakelaar voor het gewenste kanaal correct in. |
| Faderstart met de CD-speler is Niet möglichk. | ● De FADER START toets staat op OFF. ● De CONTROL aansluiting op het中断paneel is Niet met de CD-speler verbonden. ● Alleen de CONTROL aansluiting op het中断paneel is met de CD-speler verbonden. | ● Zet de FADER START toets op ON. ● Verbind de CONTROL aansluiting van het mengpaneel met een bedieningssignaalkabel met de CD-speler. ● Verbind de CONTROL aansluitingen en ook de analoge ingangsansluitingen. |
| Effecten werken Niet. | ● De instelling van de effectkanaal-keuzeschakelaar is verkeerd. ● De effectparameter 2 regelaar (LEVEL/DEPTH) staat op [MIN]. | ● Kies correct het kanaal waarop u de effecten wilt toepassen. ● Stel de effectparameter 2 regelaar (LEVEL/DEPTH) juist in. |
| Externe effector werkt Niet. | ● De effectkeuzeschakelaar staat Niet op [SND/RTN]. ● De effector is Niet op de SEND/RETURN aansluitingen op het中断paneel aangesloten. ● De effectkanaal-keuzeschakelaar is verkeerd ingesteld. | ● Zet de effectkeuzeschakelaar op [SND/RTN]. ● Sluit de effector op de SEND/RETURN aansluitingen op het中断paneel aan. ● Gebruik de effectkanaal-keuzeschakelaar om de geluidsbron te kiezen waarop u de effecten wilt toepassen. |
| Geluid van externe effector is verrormd. | ● Het ingangsiveau van de externe effector is te hoog. | ● Verlaag het uitgangsiveau van de externe effector. |
| BPM kan Niet gemeten worden. Gemeten BPM-waarde is Niet juist. | ● Het ingangsiveau is te hoog of te laag. ● De BPM kan bij sommige tracks Niet juist gemeten worden. | ● Stel de TRIM regelaar zodanig inDat het ingangsiveau 0 dB nadert op de kanaalniveau-indicator. ● Stel de andere kanalen eveneens zodanig inDat het ingangsiveau 0 dB nadert op de kanaalniveau-indicator. ● Tik op de TAP toets om de BPM handmatig in te stellen. |
| Gemeten BPM-waarde verschift van de waarde die op de CD staat. | ● Er kuren verschillen zijn als gewolg van de BPM detectiemethode die gebruikt worden. | ● Erijken geen maatregelen nodig. |
| MIDI sequencer kan Niet gesynchroniseerd worden. | ● De synchronisatiemodus van de MIDI sequencer staat Niet op "slave". ● De MIDI sequencer is Niet geschikt voor gebruik met dit apparaat. | ● Zet de synchronisatiemodus van de MIDI sequencer op "slave". ● MIDI sequencers die geen MIDI timingklok ondersteunen können nicht gesynchroniseerd worden. |
Bij statische elektriciteit of andre externe interferentie kunnen er storingen in het apparaat optreden. Om de normale werking te herstellen, schakelt u het apparaat uit en dan wee in.
TECHNISCHE GEGEVENS
1. Algemeen
Stroomvoorziening 220 V tot 240 V wisselstroom, 50 Hz/60 Hz
Stroomverbruik 30 W
Bedrijfstemperatuur +5^ tot +35^
Bedrijfsvochtigkeit 5% tot 85% (zonder condensatie)
Gewicht 7,5 kg
Maximale afmetingen. 320 (B) × 381 (D) × 108 (H) mm
2. Audiogedeelte
Bemonsteringsfrequentie 96 kHz
A/D, D/A-omzetter 24 bit
Frequentiebereik
LINE 20 Hz tot 20 kHz
MIC 20 Hz tot 20 kHz
PHONO 20 Hz tot 20 kHz (RIAA)
S/R-verholding (bij nominal vermogen)
LINE 104 dB
PHONO 88 dB
MIC 84 dB
Vervorming (LINE-MASTER 1) 0,005 %
Standaard ingangsniveau/ingangsimpedantie
PHONO 2 tot 4 -52 dBu/47 kΩ
MIC 1, MIC 2 -52 dBu/3 kΩ
LINE, LINE/CD 1 tot 4 -12 dBu/22 kΩ
RETURN -12 dBu/22 kΩ
Standaard uitgangsnaveu/ibelastingsimpedantie/
MASTER 1 +2 dBu/600 Ω/10 Ω of minder
MASTER 2 +2 dBu/10 kΩ/1 kΩ
REC -8 dBu/10 kΩ/1 kΩ
BOOTH +2 dBu/600 Ω/600 Ω
SEND -12 dBu/10 kΩ/1 kΩ
PHONES +8,5 dBu/32 Ω/22 Ω of minder
Nominaal uitgangsniveau/belastingsimpedantie
MASTER 1 +22 dBu/600 Ω
MASTER 2 +20 dBu/10 kΩ
Overspraat (LINE) 88 dB
Kanaal-equalizerverloop
HI. -26 dB tot +6 dB (13 kHz)
MID -26 dB tot +6 dB (1 kHz)
LOW -26 dB tot +6 dB (70 Hz)
Microfoon-equalizerverloop
HI. -12 dB tot +6 dB (10 kHz)
LOW. -12 dB tot +6 dB (100 Hz)
3. Ingangs-/uitgangsaansluitingen
PHONO ingangsaansluitingen
RCA tulpstekkerbussen 3
LINE/CD ingangsaansluitingen
RCA tulpstekkerbussen 4
LINE ingangsaansluitingen
RCA tulpstekkerbussen 1
MIC ingangsaansluitingen
XLR aansluiting/klinkstekkerbus (Ø6,3 mm) 1
Klinkstekkerbus (Ø6,3 mm) 1
DIGITAL coaxiale ingangsaansluitingen
RCA tulpstekkerbussen 4
RETURN ingangsaansluitingen
Klinkstekkerbussen (Ø6,3 mm) 1
MASTER uitgangsaansluitingen
XLR aansluitingen 1
RCA tulpstekkerbussen 1
BOOTHuitgangsaansluitingen
Klinkstekkerbussen (Ø6,3 mm) 1
RECuitgangsaansluitingen
RCA tulpstekkerbussen 1
SENDuitgangsaansluitingen
Klinkstekkerbussen (Ø6,3 mm) 1
DIGITAL coaxiale uitgangsaansluiting
RCA tulpstekkerbus 1
MIDI OUT aansluiting
5-polige DIN 1
PHONES uitgangsaansluiting
Stereo-klinkstekkerbus (Ø6,3 mm) 1
CONTROL aansluiting
Mini-klinkstekkerbussen (Ø3,5 mm) 4
4. Accessoires
Gebruiksaanwijzing 1
Netsnoer 1
Wijzigingen in technische gegevens en ontwerp voorbehonden, zonder voorafgaande kennisgeving.
Notice-Facile