DJM-400 - Mengpaneel PIONEER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DJM-400 PIONEER in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Mengpaneel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DJM-400 - PIONEER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DJM-400 van het merk PIONEER.
GEBRUIKSAANWIJZING DJM-400 PIONEER
Hartelijk dank voor de aanschaf van dit Pioneer produit. Lees de gebruiksaanwijzing aanachtig door zodat u het apparaat op de juiste wijze kunt bedieren. Bewaar de gebruiksaanwijzing voor het geval u deze in de toekomst nogmaals nodig heeft.
Het is möglichk dat in bepaalde landen of gebieden de uitvoering van de netstekker en het stopkontakt verschilt van hetgeen in deze gebuiksaanwijzing is afgebeeld. De aansluitmethode en bediening zich in dergelijk gevallenECHTER precies hetzelfde.K015 Du
BELANGRIJK

Delichtflash met pijpuntsymbol in eengelijkzijdige driehoe is bedoeld om deaandacht van de gebruikers te treken opeieniet geisoleerde "gevaarlijke spanning"in het toestel, welke voldoende kan zichon bij aanraking een elektrische shock teveroorazen.
CAUTION
RISK OF ELECTRIC SHOCK DO NOT OPEN

WAARSCHUWING:
OM HET GEVAAR VOOR EEN ELEKTRISCHE SHOCK TE VOORKOMEN, DEKSEL (OF RUG) NIET VERWUDEREN, AAN DE BINNENZIJDE BEVINDEN ZICH GEEN ELEMENTEN DIE DOOR DE GEBRUIKER KUNKN BEDIEND WORDEN. ENKEL DOOR GEKwalIFICEERD PERSONEEL TE BEDIENEN.
Het uitroepteken in een gegelijkzijdige
driehoek is bedoeld om de andacht van de
gebruiker te trekken op de aanwezigheid van
belangrijke bedienings- en
onderhoudsinstructies in de handleiding bij
dit toestel.
D3-4-2-1-1_Du
WAARSCHUWING
Dit apparaat is nicht waterdicht. Om brand of een elektrische schok te voorkomen, mag u geen voorwerp dat vloeistof bevat in de buurt van het apparaat zetten (bijvoorbeeld een bloemenvaas) of het apparaat op andere wijzeblootstellen aan waterdruppels, opspattend water, regen of vocht.
D3-4-2-1-3_A_Du
WAARSCHUWING
Lees zorgvuldig de volgende informatie voordat u de stekker de eerste maal in het stopcontact steekt.
De bedrijfsspanning van het apparaat verschift afhankelijk van het land waar het apparaat worden verkocht. Zorg dat de netspanning in het land waar het apparaat worden gebruikt overeenkomt met de bedrijfsspanning (bijv. 230V of 120V) aangegeven op de achterkant van het apparaat. D3-4-2-1-4_A_Du
WAARSCHUWING
Om brand te voorkomen, mag u geen open vuur (zoals een brandende koars) op de apparatuur zieten. D3-4-2-1-7a_A_Du
BELANGRIJKE INFORMATIE BETREFFENDE DE VENTILATIE
Let er bij het installereren van het apparaat op dat er voldoende vrije ruimte rond het apparaat is om een goede doorstroming van lucht te waarborgen (tenminste 5 cm awhilen de zijkanten van het apparaat).
WAARSCHUWING
De gleuven en openings in de behuizing van het apparaat�n aangebracht voor de ventilatie, zdat een betrouwbare werkung van het apparaat worden verkreten en oververhitting wordt voorkommen. Om brand te voorkomen, moet u ervoor zorgen dat deze openings nooit geblokkeerd worden of dat ze afgedekt worden door voorwerpen (kranten, tafelkleed, gordijn e.d.) of door gebruik van het apparaat op een dik tapijt of een bed. D3-4-2-1-b_A_Du
Gebruiksomgeving
Temperatuur en vochtigheidsgraad op deplaats van gebruik:
+5°- +35°C, minder dan 85% RH (ventilatieopeningeniet afgedekt)
Zet het apparaat Niet op een slecht geventileerde plaats en stel het apparaat ook Niet bloot aan hoge
Vochtigkeit of direct zonlicht (of sterke kunstmatige verlichting). D3-4-2-1-7c_A_Du
Als de netstekker van dit apparaat Niet geschikt is voor het stopcontact dat u wilt gebruiken, moet u de stekker verwijderen en een geschikte stekker aanbrengen. Laat het verrangen en aanbrengen van een nuiewe netstekker over aan vakkundige onderhoudspersoneel. Als de verwijderde stekker per ongeluk in een stopcontact zou worden gestoken, kan dit resulteren in een ernstige elektrische schok. Zorg er THATOM voor dat de oude stekker na het verwijderen op de juiste wijze worden weggegooid.
Haal de stekker van het netsnoer uit het stopcontact wanneer u het apparataa geruimeijd nicht denkt te gebruiken (bjv. wanneer u op vakantie gaat).
D3-4-2-2-1a_A_Du
LET OP
De POWER schakelaar van dit apparaat koppelt het apparaat Niet volledig los van het lichtnet. Aangezien er na het uitschakenen van het apparaat nog eenkleine hoeveelheid stroom blijf lopen, moet u de stekker uit het stopcontact halen om het apparaat volledig van het lichtnet los te koppelen. Plaats het apparaat zodenig dat de stekker in een noodgeval gemakkelijk uit het stopcontact kan worden gehaal. Om brand te voorkomen, moet u de stekker uit het stopcontact halen wanneur u het apparaat langere)tijd nicht denkt te gebruiken (bijv. wanneer u opvakantieGaat). D3-4-2-2-a_A_Du
Dit product voldoet aan de laagspanningsrichtlijn (73/23/EEG, gewijzigd bij 93/68/EEG), EMC-richtlijnen (89/336/EEG, gewijzigd bij 92/31/EEG en 93/68/EEG). D3-4-2-1-9a_Du
Pak het netsnoer beet bij de stekker. Trek de stekker er Niet uit door aan het snoer te trekken en trek nooit aan het netsnoer met natte handen aangezieten dit kortsluiting of een elektrische schok toget gevolkan hebben. Plaats geen toestel, meubelstuk o.i.d. op het netsnoer, en klem het Niet vast. Maak er nooit een knoop in en en verbind het evenmin met andere snoeren. De netsnoeren dienen zo te worden geleid dat er niert per ongeluk iemand op gaat staan. Een beschadigd netsnoer kan brande en een elektrische schok voorzaken. Kontroleer het netsnoer af en toe. Wanneer u de indruk krijt dat het beschadigd is, dient u bij uw dichtstbijzijnde erkende PIONEER onderhoudscentrum of uw dealer een niewu snoer te kopen. 5002.D

Deponeer dit product Niet bij het gewone huishoudelijk afval wanner u het wilt verwijderen. Er bestaat een speciaal wettelijk voorgeschreven verzamelsystem voor de juiste behandeling, het opnieuw bruikbaar make n en de recycling van gebruekte elektronische producten.
In de 25 lidstaten van de EU, Zwitserland en Noorwegen können particulieren hun gebruekte elektronische producten gratis bij de waarvoort bestemde verzamelplaatsen of een verkooppunt (indien u alhaar een gegelijkwaardig十几年 product koopt) inleveren.
Indien u zich in een ander dan bovengenoemd land bevindt kurz u contact opnemen met deplaatselijke overheid voor informatatie over de juiste verwijdering van het product.
Zodoende zorgt uervoar dat het verwijderde product op de juiste wijze worden behandeld, opnieuw bruikbaar worden gemaakt, t gerecycleererd en het Niet schadelijk is voor de gezondheid en het milieu.
WAARSCHUWINGEN I.V.M. HET GEBRUIK
Installatieplek
Installer het toestel in een goed verluchte ruimte, waar het Niet aan hoge temperaturen of vocht worden blootgesteld.
- Installee het toestel Niet in een ruimte die aan directe zonnestralen is blootgesteld, of naast kachels of radiators. De buitenkant en de interne bestanddelen+kennen door te grote ditte worden beschadigd. De installmentie van het toestel in een vochtige of stoffige omgeving kan ook stoornissen of ongelukken tot gevolg hebben. (Vermijd plaatsing naast fornuizen, etc. waar het toestel aan vette dampen, stoom of ditte zou+kennen worden blootgesteld.)
- Wanner het toestel in een koffer of in een DJ-cabine worden gezruikt, moet het van de wanden worden verwijderd om de warmteuitstraling te bevorderen.
Het toestel schoonmaken
- Gebruik een poetsdoek om het stof en het vuil weg te nemen.
- Wanner de buitenkant erg vuil is,kest u deze met een in een neutraal, met vijf a zes keer zoveel water verdund reinigingsmiddel gedrenkte en goed uitgewrongen zachte doek schoonmaken en eindhoven met een droge doeck. Gebruik geen meubelwas of vlekkenmiddelen.
- Gebruik nooit verdunners, benzeen, insecticiden of andere chemische producten op of in de buurt van dit toestel, want deze tasten de buitenkant aan.
INHOUDSOPGAVE
Stroomvoorziening 220 V tot 240 V wisselstroom, 50 Hz/60 Hz
Stroomverbruik 13 W
Bedrijfstemperatuur +5^ tot +35^
Bedrijfsvochtigkeit 5% tot 85% (zonder condensatie)
Gewicht 3,2 kg
Maximale afmetingen 223 (B) × 304,7 (D) × 106,6 (H) mm
2. Audiogedeelte
Bemonsteringsfrequentie 96 kHz
A/D, D/A-omzetter 24 bit
Frequentiebereik
LINE 20 Hz tot 20 kHz
MIC 20 Hz tot 20 kHz
PHONO 20 Hz tot 20 kHz (RIAA)
S/R-verholding (bij nominal vermogen)
LINE 97 dB
PHONO 82 dB
MIC 78 dB
Vervorming (LINE-MASTER OUT) 0,007 %
Ingangsniveau/impedantie
PHONO -52 dBu/47 kΩ
MIC 1, MIC 2 -52 dBu/47 kΩ
CD, LINE -12 dBu/47 kΩ
Uitgangsnaveau/impedantie
MASTER OUT +2 dBu/10 kΩ
PHONES +2dBu/32Ω
Overspraat (LINE) 78 dB
Kanaal-equalizerverloop (isolator)
HI. +9 dB tot - (13~kHz)
MID +9 dB tot -∞ (1 kHz)
LOW. +9 dB tot - (70 Hz)
Microfoon-equalizerverloop
HI.....-12 dB (volledig linksom gedraaid) tot 0 dB (midden) (10 kHz)
LOW ... -12 dB (volledig rechtsom gedraid) tot 0 dB (midden) (100 Hz)
3. Ingangs-/uitgangsaansluitingen
PHONO/LINE ingangsaansluitingen
RCA tulpstekkerbussen 2
CD ingangsaansluitingen
RCA tulpstekkerbussen 2
MIC/AUX ingangsaansluitingen
Klinkstekkerbussen (Ø6,3 mm) 2
MASTER uitgangsaansluitingen
RCA tulpstekkerbussen 2
PHONES aansluitingen Stereo hoofdtelefoonaansluiting (06,3 mm) 1 CONTROL aansluitingen Mini-klinkstekkerbussen (03,5 mm) 2
4. Accessoires
Gebruiksaanwijzing 1
Netsnoer 1
Wijzigingen in technische gegevens en ontwerp voorbehonden, zichonder Voorafgaande kennisgeving.
KENMERKEN
① Ontworpen voor een topkwaliteit geluid
De analoge signalen worden bemonsterd met 96 kHz/24 bit, wat vergelijkbaar is met professionele prestatieniveaus. Het mankind geschiedt met hetzelfde type 32-bit DSP als die gebrukt wordt in de DJM-1000 en DJM-800, waarbij de geluidskwaliteit in het geheel nicht worden aangetast en een helder en.krachtig clubgeluid worden verkreten dat bij uitstek geschikt is voor DJ's.
② 3-band equalizer met afbreekfunctie
Uitgerust met equalizerfuncties voor elk van de drie bandbreedten HI, MID en LOW, en een afbreekfunctie voor het verlagen van het verzwakkingsniveau tot -
③ Grote varieteit aan effecten
1) Beat-effecten
De "beat-effecten" die zo populair zijn op de DJM-600 zijn verder ontwikkeld. De effecten können gekoppeld aan de BPM (beats per minuut) telling worden toegepast, waardoor een groot+aantal geluiden gecreered kan worden. Voorbeelden van deze effecten zijn vertraging, echo, filter, flanger, phaser, robot en rol.
2) Beat-keuzetoetsen
U kurz de effecttijd automatisch instellen gekoppeld aan de BPM. Tevens is selectie van de gewenste BPM voor het synchroniseren van de beat-effecten möglichk.
3) In-loop sampler
Detecteert de BPM van de huidige track en kan tot vrij 4-beat-bronnen in banken opnemen, voor weergave van een loop op de maat van de BPM van de track.
④ 2 MIC ingangen, met omschakelfunctie maar AUX
Uitgerust met 2 MIC ingangen die waar AUX omgeschakeld konnen worden voor gebruik als een derde LINE ingang.
⑤ Automatische talk-over functie
De automatische talk-over functie zorgt ervoor dat het volume van de track automatisch verminderd worden wanner er een microfoonsignal binnenkomt.
⑥Andere hoogtepunten
- Door dit apparaat met behulp van een bedieningssignaalkabel op een Pioneer CD-speler voor DJ-bebruik aan te sluiten, kan het afspelen op de CD-speler gekoppeld worden aan de bediening van de fader ("faderstart-weergave").
- "Fadercurve afstelling" functie voor het wijzigen van de kruisfadercurve.
- "Automatische BPM teller" geeft een visuele weergave van het tempo van de track.
- Automatische meeluisterfunctietoewijzing voor het toewijzen van de kanaalinvoer en de hoofduitvoer aan het linker en rechtter kanaal van de meeluister-hoofdtelefoon.
- Uitgebvre ingangs-/uitgangssystemen. Voorzien van twee CD ingangen, twee LINE/PHONO (MM-type) ingangen en twee microfooningangen voor een totaal vanzes ingangssystemen, samen met twee uitgangssystemen.
AANSLUITINGEN
AANSLUITINGPANEL

Achterpaneel

Voorpaneel
1. POWER schakelaar
2. STEREO/MONO keuzeschakelaar
Als deze schakelaar op [MONO] staat, is de hoofduitvoer in mono.
3. MIC2/AUX(R) ingangsaansluiting
Ø6,3 mm klinkstekkertype ingangsaansluiting. Gebruik deze aansluiting als microfooningang of voor het rechter (R) kanaal van een apparaat met een lijniveau-uitgangssignaal.
4. MIC/AUX ingangskeuzeschakelaar
Als们都 schakelaar op [AUX] staat, functioneren de MIC1 en MIC2 ingangsaansluitingen als AUX(L) en AUX(R) ingangsaansluitingen.
5. MIC1/AUX(L) ingangsaansluiting
Ø6,3 mm klinkstkerkertype ingangsaansluiting. Gebruik deze aansluiting als microfooningang of voor het linker (L) kanaal van een apparaat met een lijniveau-uitgangssignaal.
6. Signalaal-aardeaansluiting (SIGNAL GND)
Sluit hierop de aarddraden van analoge spelers aan.
Dit is geen veiligheidsaarde-aansluiting.
7. Kanaal 1 CONTROL aansluiting
03,5 mm mini-klinktype aansluting. Verbind deze aansluting met de bedieningssignaal-aansluting van de DJ CD-speler die aangesloten is op de kanaal 1 ingangen.
Wanneer deze verbinding is gemakt, kan de faderschuifregelaar van het DJ-mengpaneel gekruikt worden voor het uitvoeren van faderstart-weergave en terug-naar-cue op de kanaal 1 DJ CD-speler.
8. Kanaal 1 CD ingangsaansluitingen (CD)
RCA-type lijniveau-ingangsaansluitingen.
Hierop kan een DJ CD-speler of ander apparaat met een lijniveauuitgangssignaal worden aangesloten.
9. Kanaal 1 PHONO/LINE ingangsansluitingen
RCA-type phono-niveau (voor MM-element) of lijniveaua-ingangsaansluitingen.
Kies de gewenste functie met de kanaal 1 PHONO/LINE keuzeschakelaar.
10. Kanaal 1 PHONO/LINE keuzeschakelaar
Gebruik deze schakelaar om de functie van de kanaal 1 PHONO/LINE ingangsaansluitingen te kiezen.
11. Kanaal 2 CONTROL aansluiting
Ø3,5 mm mini-klinktype aansluting. Verbind deze aansluting met de bedieningssignaal-aansluting van de DJ CD-speler die aangesloten is op de kanaal 2 ingangen.
Wanneer deze verbinding is gemakt, kan de faderschuifregelaar van het DJ-mengpaneel gekruikt worden voor het uitvoeren van faderstart-weergave en terug-naar-cue op de kanaal 2 DJ CD-speler.
12. Kanaal 2 CD ingangsaansluitingen (CD)
RCA-type lijniveau-ingangsaansluitingen.
Hierop kan een DJ CD-speler of ander apparaat met een lijniveauuitgangssignaal worden aangesloten.
13. Kanaal 2 PHONO/LINE ingangsaansluitingen
RCA-type phono-niveau (voor MM-element) of lijniveaua-ingangsaansluitingen.
Kies de gewenste functie met de kanaal 2 PHONO/LINE keuzeschakelaar.
14. Kanaal 2 PHONO/LINE keuzeschakelaar
Gebruik deze schakelaar om de functie van de kanaal 2 PHONO/LINE ingangsaansluitingen te kiezen.
15. MASTER OUT 2 uitgangsaansluitingen
RCA-type ongebalanceerde uitgang.
16. MASTER OUT 1 uitgangsaansluitingen
RCA-type ongebalanceerde uitgang.
17. Netstroomingang (AC IN)
Sluit hierop het bijgeleverde netsnoer aan en steek dan de stekker aan het andere uiteinde in een stopcontact met de juiste netspanning.
18. Hoofdelefoonaansluiting (PHONES)
Hierop kan een stereo hoofdtelefooen voorzien van een 6,3 mm stereo hoofdtelefoonstekker worden aangesloten.
Schakel het apparaat.altijd uit en haal de stekker uit het stopcontact voordat u begint met het make of wijzigen van aansluitingen.
AANSLUITEN VAN APPARATUUR OP DE INGANGEN
Pioneer DJ CD-spelers
Verbind de audio-uitgangsaansluitingen van de DJ CD-speler met de kanaal 1 of 2 CD ingangsaansluitingen en sluit de bedieningssignaal-kabel van de speler op de bijbehorende CONTROL aansluiting van het kanaal aan. Zet de ingangskeuzeschakelaar van het kanaal op [CD].
Analogepplatenspeler
Sluit de audio-uitgangskabel van de analoge platenspeler aan op de kanaal 1 of 2 PHONO/LINE ingangsansluitingen. Zet de bijbehorende PHONO/ LINE schakelaar van het kanaal op [PHONO] en de ingangskeuzeschakelaar van het kanaal op [PHONO/LINE]. De PHONO ingangen van de DJM-400 zijn geschikt voor MM-elementen. Sluit de aardkabel van de platenspeler op de SIGNAL GND aansluiting van de DJM-400 aan.
Aansluiten van andere apparaten met een
Iijnniveau-uitgangssignaal
Voor gezruik van een cassettedeck of andere CD-speler verbindt u de audio-uitgangsaansluitingen van het betreffende apparaat met de kanaal 1 of 2 PHONO/LINE ingangsaansluitingen. Zet daarna de bijbehorende PHONO/LINE schakelaar van het kanaal op [LINE] en de ingangskeuzeschakelaar op [PHONO/LINE].
Microfoon
De MIC1 en MIC2 aansluitingen können gebruikt worden om microfoons met een 06,3mm klinkstekker aan te sluiten. Zet de MIC/AUX schakelaar in de [MIC] stand.
Hulpingangsaansluitingen
De MIC1 en MIC2 aansluitingen können ook gebruikt worden als een paar stereo lijningangsaansluitingen voor het aansluten van een apparaat met lijniveau-uitgangsaansluitingen. Verbind het L kanaal van het apparaat met de MIC1 (AUX(L)) aansluiting en het R kanaal met de MIC2 (AUX(R)) aansluiting. Zet daarna de MIC/AUX schakelaar op [AUX] (voor deze verbinding় 06,3 mm klinkstekkers nodig).
AANSLUITEN VAN APPARATUUR OP DE UITGANGEN
Hoofduitgang
Dit apparaat is uitgerust met MASTER OUT 1 en MASTER OUT 2 uitgangssystemen die beiden geschikt zich voor RCA tulpstekkers.
Als de STEREO/MONO schakelaar op [MONO] staat, zal de hoofduitvoer een mono-combinatie van de L+R kanalen zijn.
Hoofdtelefoon
De PHONES aansluiting op het Voorpaneel kan gebruikt worden voor het aansluten van een hoofdtelefoon met een 6,3 mm stereo klinkstekker.

AANSLUITEN VAN HET NETSNOER
Sluit het netsnoer als LASTAan.
- Nadat alle andere aansluitingen zijn voltooid, sluit u het bijgeleverde netsnoer op de netingang aan dechterkant van het apparaat aan en steekt dan de stekker in een normal stopcontact of in een netuitgang op dechterkant van de versterker.
- Gebruik alleen het bijgeleverde netsnoer.

BENAMING EN FUNC TIE VAN DE BEDIENINGSORGANEN

1 Kanaal 1 ingangskeuzeschakelaar
CD 1:
De CD ingangsaansluitingen (lijniveau-ingangssignaal) zich gekozen.
PHONO 1/LINE 1:
De PHONO/LINE ingangsaansluitingen zijn gekozen.
- De PHONO/LINE schakelaar op het aansluitingenpaneel worden gebruikt om de functie van de kanaal 1 aansluitingen om te schakelen:tussen platenspeleringang (ingangssignaal van analoge platenspeler) en lijningang (lijniveauu-ingangssignaal).
2 Kanaal 2 ingangskeuzeschakelaar
CD 2:
De CD ingangsaansluitingen (lijniveau-ingangssignal) zijn gekozen.
PHONO 2/LINE 2:
De PHONO/LINE ingangsaansluitingen zijn gekozen.
- De PHONO/LINE schakelaar op het aansluitingenpaneel worden gezbrukt om de functie van de kanaal 2 aansluitingen om te schakelen:tussen platenspeleringang (ingangssignaal van analoge platenspeler) en lijningang (lijniveauu-ingangssignaal).
3 TRIM regelaar
Voor het instellen van het ingangsniveau van elk kanaal. (Instelbereik: - tot +9 dB, middenstand is ongeveer 0 dB)
4 Kanaal-hogetonenregelaar (Hl)
Voor het instellen van de hoge Frequenties (hoge tonen) van elk kanaal (met afbreekfunctie). (Instelbereik: - tot +9 dB)
5 Kanaal-middentonenregelaar (MID)
Voor het instellen van de middenrequenties (middentonen) van elk kanaal (met afbreekfunctie). (Instelbereik: - tot +9 dB)
6 Kanaal-lagetonenregelaar (LOW)
Voor het instellen van de lage frequencies (lagetonen) van elk kanaal (met afbreekfunctie). (Instelbereik: - tot +9 dB)
7 Kanaalniveau-indicators
Deze indicators tonen het huidige niveau voor elk kanaal, met een 0,6-seconde piekvasthoudfunctie.
8 Kanaalfader-schuifregelaars
Voor het instellen van het geluidsvolume van elk kanaal. (Instelbereik: - tot 0 dB)
9 Kanaal 1 faderstarttoets/indicator (FADER START)
Bij enkele malen indrukken van deze toets worden de faderstart/terug-naar-cue functie voor de DJ CD-speler aangesloten op kanaal 1 beurtelings in/uitgeschakeld. De toetslicht op wanner de functie ingeschakeld is. Als de functie ingeschakeld is, zal de werkung verschillen afhankelijk van de instelling van de kruisfader-keuzeschakelaar.
- Als de kruisfader-keuzeschakelaar in de linkerstand (THRU) staat, is de functie gekoppeld aan de bediening van de kanaalfader-schuifregelaar (en Niet gekoppeld aan de kruisfader).
- Als de kruisfader-keuzeschakelaar in de middenstand (×) of de rechtsterstand (一) staat, is de functie gekoppeld aan de kruisfader-schuifregelaar (en Niet gekoppeld aan de kanaalfader).
10 Kanaal 2 faderstarttoets/indicator (FADER START)
Bij enkele malen indrukken van deze toets worden de faderstart/terug-naar-cue functie voor de DJ CD-speler aangesloten op kanaal 2 beurtelings in/uitgeschakeld. De toetslicht op wanner de functie ingeschakeld is. Als de functie ingeschakeld is, zal de werkung verschillen afhankelijk van de instelling van de kruisfader-keuzeschakelaar.
- Als de kruisfader-keuzeschakelaar in de linkerstand (THRU) staat, is de functie gekoppeld aan de bediening van de kanaalfaderschuifgregelaar (en Niet gekoppeld aan de kruisfader).
- Als de kruisfader-keuzeschakelaar in de middenstand (×) of de rechterstand () staat, is de functie gekoppeld aan de kruisfaderschuifigregelaar (en Niet gekoppeld aan de kanaalfader).
11 Kruisfader-keuzeschakelaar
Met deze schakelaar(Int)kunt u instellen of de kruisfader wel of Niet gebruikt moet worden en tevens(Int)kunt uuit twee typen kruisfadercurven kiezen.
- Als de schakelaar in de linkerstand (THRU) staat, is de kruisfaderuitgeschakeld en is de kanaalfaderuitvoer gemengd zonder datdeze via de kruisfader loopt.
- Als de schakelaar in de middenstand (×) staat, is de kruisfader ingeschakeld en is er een langzaam stijgende curve gekozen.
- Als de schakelaar in de rechtsterstand (六) staat, is de kruisfader ingeschakeld en is er een snel stijgende curve gekozen (zodra de schuifregelaar de [ 1] kant verlaat, hoort u het [2 > ] geluid).
12 Kruisfader-schuifregelaar
Het geluid van kanaal 1 en kanaal 2 worden uitgevoerd overeenkomstig de kruisfadercurve die gekozen is met de kruisfader-keuzeschakelaar. De kruisfaderfunctie werkt nicht wanner de kruisfader-keuzeschakelaar in de [THRU] stand staat.
13 Hoofdniveau-indicators (MASTER LEVEL)
Deze indicators gegen het hoofduitgangsniveau via een mono-aanduiding aan. Elke indicator heeft een 0,6-seconde piekvasthoudfunctie.
14 Hoofduitvoer-niveauregelaar (MASTER LEVEL)
Gebruik deze regelaar om het hoofduitvoerniveau in te stellen. (Instelbereik: - tot 0 dB)
Beat-effect-gedeelte
15 BPM display
Geeft het tempo van de huidige track in beats-per-minuit (BPM) aan.
- Het display knippertijdens de BPM berekening en ook wanner de BPM nicht berekend kan worden.
16 BPM meetmethedetoets/indicator (AUTO)
Bij enkele malen indrukken van de toets verandert de BPM meetmethode als volgt:
AUTO methode:
De AUTO toetslicht op en de BPM worden automatisch berekend.
Dit is de standaardinstelling wonneer het apparaat worden ingeschakeld.
TAP methode (handmatige invoer):
De AUTO toetslicht Niet op en de BPM worden handmatig ingesteld met behulp van de TAP toets.
17 TAP toets
De BPM worden berekend op basis van de intervallen waarop de TAP toets worden ingedrukt. Als in de AUTO stand op de TAP toets worden getikt, zal de meetmethode automatisch overschakelen aan de TAP meetmethode (handmatige invoor).
18 Beat-keuzetoetsen (BEAT/PITCH -, +)
-
(Beat verhogen): Voor het verdubelen van de berekende BPM.
-
(Beat verlagen): Voor het halveren van de berekende BPM.
-
Als u op een van de BEAT/PITCH toetsen (-, +) drukt verwijl u de TAP toets ingedrukt houdt, kan de BPM veranderd worden (40 tot 999, in eenheden van 1 stapje).
Tijdens in-loop sampler-weergave zal de loop-weergavesnelheid worden veranderd.
- (Beat verhogen): De weergavesnelheid worden hoger wanner de toets worden ingedrukt.
-(Beat verlagen): De weergavesnelheid worden lager wanner de toets worden ingedrukt.
19 Beat-keuzetoetsen/banktoetsen/indicators (BEAT 1 (1/2), 2 (3/4), 4 (1/1), 8 (2/1), 16 (4/1) / BANK)
Gebruik deze toetsen voor het kiezen van de beat voor het synchroniseren van effecten (blz. 61).
De gekozen toetslicht op.
Tijdens in-loop sampler-weergave werkden de toetsen als banktoetsen voor het opnemen van muzieksamples (blz. 62).
- Als u op de BEAT/BANK toets drukt verwijl u de ERASE (BEAT/PITCH-) toets ingedrukt houdt, zal de muzieksample die met de BEAT/BANK toets is opgenomen gewist worden.
20 Effectkeuzeschakelaar
(DELAY/ECHO/FILTER/FLANGER/PHASER/ROBOT/ROLL/IN-LOOP SAMPLER)
Gebruik deze schakelaar om het gewenste effect te kiezen (blz. 60 tot 62).
21 Effectkanaal-keuzeschakelaar (CH. SELECT 1/2/MIC/MASTE
Gebruik deze schakelaar om het kanaal te kiezen waarop de beateffecten worden toegepast (blz. 61). Wanner [MIC] worden gekozen, zullen de effecten op microfoon 1 en microfoon 2 worden toegepast.
22 Effectparameterregelaar (LEVEL/DEPTH)
Voor het instellen van de kwantitatieve parameters voor het gekozen beat-effect (blz. 61 en 62).
Voor het in/uitschakelen van de gekozen beat-effecten (blz. 61).
Als de effecten uitgeschakeld worden (OFF),licht de toets op. Als de effecten geactiveerd worden (ON),begint de toets te knipperen.Bij het inschakenen van het apparatusaat zich de effecten uitgeschakeld.
Microfoon-invoer bedieningsgedeelte
24 Microfoon 1 niveauregelaar (MIC 1 LEVEL)
Voor het instellen van het volume van microloon 1. (Instelbereik: - tot 0 dB)
Als de MIC/AUX schakelaar op het aansluitingenpaneel op [AUX] staat, kan met deze regelaar het geluidsvolume van het linker kanaal (AUX(L)) worden ingesteld.
25 Microfoon 2 niveauregelaar (MIC 2 LEVEL)
Voor het instellen van het volume van microfoon 2. (Instelbereik: - tot 0 dB)
Als de MIC/AUX schakelaar op het aansluitingenpaneel op [AUX] staat, kan met deze regelaar het geluidsvolume van het rechter kanaal (AUX(R)) worden ingesteld.
26 Microfoontoonregelaar (EQ)
Gebruik deze regelaar om de klank van het geluid van de microfoons 1 en 2 in te stellen. Draai de regelaar helemaal maar rechts om de lage tonen maximaal te verzwakken. Draai de regelaar helemaalaar links om de hoge tonen maximaal te verzwakken. (Instelbereik: 0 dB tot -12 dB)
27 Microfoonfunctie-keuzeschakelaar (MIC)
OFF:
Er worden geen microfoongeluid UITgevoerd.
ON:
Het microfoongeluid worden normalaal uitgevoerd.
TALK OVER:
Het microfoongeluid worden uitgevoerd; wanner er geluid waar de microfooningang worden gevoerd, zal de TALK OVER functie in werkig treden en worden de uitvoer van alle geluid, behalve het geluid van de microloon, met 20 dB verzwakt.
Hoofdtelefoon-uitgangsgedeelte
28 Hoofdtelefoon cue-toets/indicator (CH-1, CH-2, MASTER)
Gebruik deze toetsen om de bron te kiezen die u via de hoofdtelefoon wilt beluisteren. Als een toets op OFF staat,licht de indicator van de toets zwak op; als de toets op ON staat,licht de indicator holder op (blz. 58).
Wonneer het [ECHO] effect is gekozen, zal het effect nicht op de hoofdtelefoon-uitvoer worden toegepast als de hoofdtelefoon cuetoets CH-1 of CH-2 op ON staat.
29 Hoofdtelefoon-niveauregelaar (LEVEL)
Voor het instellen van het uitgangsiveau van de hoofdtelefoonaansluiting. (Instelbereik: - tot 0 dB)
30 Hoofdelefoonaansluiting (PHONES)
Deze aansluiting bevindt zich op het Voorpaneel.
BEDIENING VAN HET MENGPANEL
BASISBEDIENING

- Zet de POWER schakelaar op het achterpaneel op ON.
-
Stel de ingangskeuzeschakelaar voor het gewenste kanaal in om de aangesloten apparatuur te kiezen.
-
De functie van de PHONO/LINE ingangsaansluitingen worden ingesteld met de PHONO/LINE schakelaar op het aansluitingenpaneel.
- Gebruik de TRIM regelaar om het ingangsiveau in te stellen.
- Gebruik de kanaaltoonregelaars (HI, MID, LOW) om de klank in te stellen.
- Gebruik de kanaalfader-schuifregelaar om het geluidsvolume van het gekozen kanaal in te stellen.
- Om de kruisfader op het gekozen kanaal te gebruiken, zet u de kruisfader-keuzeschakelaar in de middenstand (×) of de rechterstand () en dan bedient u de kruisfaderschuifregelaar.
- Wanner u de kruisfader nicht gebruikt, zet u de kruisfaderkeuzeschakelaar op [THRU].
- Gebruik de MASTER LEVEL regelaar om het totale geluidsvolume in te stellen.
Als de STEREO/MONO schakelaar op het aansluitingenpaneel op [MONO] staat, zal de hoofduitvoer een mono-combinatie van de L+R kanalen zijn.
[Microfoon-invoer]
- Zet de MIC/AUX schakelaar op het aansluitingenpaneel op [MIC].
-
Zet de MIC schakelaar op [ON] of [TALK OVER].
-
Als de schakelaar op [TALK OVER] worden gezet, zal telkens wonneer een geluid van meer dan -15 dB bij de microfoon-ingang worden gedetecteerd, de uitvoer van alle geluidsbronnen, met uitzondering van het geluid van de microfoon, met 20 dB verzwakt worden.
-
Gebruik de MIC 1 LEVEL regelaar om het geluidsvolume van MIC 1 in te stellen en de MIC 2 LEVEL regelaar om het geluidsvolume van MIC 2 in te stellen.
- Gebruik de microfoontoonregelaar (EQ) om de klank van het microfoongeluid in te stellen.
- De microfoontoonregelaar werkt gelijktijdig voor microfoon 1 en 2.
![PIONEER DJM-400 - [Microfoon-invoer] - 1](/content/2025/01/118584/images/8832c0eb16a729f208a01594113116c454ea35cee2c46dba8151adb64a4fb950.jpg)
(Kruisfader-keuzeschakelaar)
[Hulpingang]
- Zet de MIC/AUX schakelaar op het aansluitingenpaneel op [AUX].
- De MIC1 ingangsaansluiting werkt als een AUX(L) ingang en de MIC2 ingangsaansluiting werkt als een AUX(R) ingangsaansluiting.
- Zet de MIC schakelaar op [ON] of [TALK OVER].
- Als de schakelaar op [TALK OVER] worden gezet, zal telkens wanneer een ingangssignaal bij de AUX aansluitingen binnenkomt, de uitvoer van alle geluidsbronnen, met uitzondering van het AUX geluid, met 20 dB verzwakt worden.
- Gebruik de MIC 1 LEVEL regelaar om het geluid van het L kanaal in te stellen en de MIC 2 LEVEL regelaar om het geluid van het R kanaal in te stellen.
- Gebruik de microfoontoonregelaar (EQ) om de klank van het geluid in te stellen.
[Hoofdtelefoon-uitvoer]
- Gebruik de hoofdtelefooon cue-toets (CH-1, CH-2, MASTER) om de geluidsbron te kiezen die via de hoofdtelefooon要去 worden weergegeven.
- De gekozen brontoets Licht holder op.
[Verband:tussen de hoofdtelefoon cue-toets en de hoofdtelefoon-uitvoer]
| Hoofdtelefoon cue-toets | Hoofdtelefoon-uitvoer | |||
| CH-1 | CH-2 | MASTER | L kanaal | R kanaal |
| ON | OFF | OFF | CH-1(L) | CH-1(R) |
| OFF | ON | OFF | CH-2(L) | CH-2(R) |
| OFF | OFF | ON | MASTER(L) | MASTER(R) |
| ON | ON | OFF | CH-1(L)+CH-2(L) | CH-1(R)+CH-2(R) |
| ON | OFF | ON | CH-1(MONO) | MASTER(MONO) |
| OFF | ON | ON | CH-2(MONO) | MASTER(MONO) |
| ON | ON | ON | CH-1(MONO)+CH-2(MONO) | MASTER(MONO) |
- Gebruik de LEVEL regelaar om het geluidsvolume van de hoofdtelefoon in te stellen.
[Kiezen van de kruisfadercurve]
Voor de verandering van het geluidsvolume als reactie op de bediening van de faderschuifregelaar kan gekozen worden uit twee verschillende curven.
-
Gebruik de kruisfader-keuzeschakelaar om de gewenste kruisfadercurve te kiezen.
-
In de middenstand (×) is er een gelijkmatige en neutrale stilging van de curve gedurende de verschuving van de kruisfader.
In de rechterstand 六 is er een snel stijgende curve wanner de kruisfader worden verschoven (het geluid van [2 >] begint zodia de schuifregelaar de [ 1] Kant verlaat). - De curve-instellenen werken op bezelfde wijze voor beiden kanten [ 1] en [2 > ] .
FADERSTARTFUNCTIE
Wanner u dit apparaat door middel van een los verkrijgbare bedieningssignaalkabel op een Pioneer DJ CD-speler aansluit, kut u de kanaalfader en de kruisfader gebruiken voor het beginnen met afspelen van een CD.
Als de kanaalfader- of kruisfader-schuifregelaar van hetCCCCCC wordt verschoven, wordt de CD-speleruit de pauzestand gehaal den za automatisch - en onmiddelijk - gestart worden met de weergave van de gekozen track. Wanner de faderschuifregelaar in de oorspronkelijke stand wordt teruggezet, za de CD-speler terugkeren maar het cue-punt (terug-naar-cue), zodat "sampler" weergave möglichk is.
Kruisfader-start weergave en terug-naar-cue weergave
Als de CD-speler die aan kanaal 1 is toegewezen bij het cue-punt in de paraatstand staat, kut u de kruisfader-schuifregelaar vanaf de rechterkant (2) maar de linkerkant (1) verschuiven voor het automatisch starten met afspelen van de kanaal 1 CD-speler.
Wanner de kruisfader-schuifregelaar de linkerkant (1) bereikt, za de CD-speler die is toegewezen aan kanaal 2 terugkeren maar het cue-punt (terug-naar-cue functie). Wanner de CD-speler die aan kanaal 2 is toegewezen bij het cue-punt in de paraatstand staat, kutu de kruisfader-schuifregelaar vanaf de linkerkant (1) maar de rechterkant (2) verschuiven voor het automatisch starten met afspelen van de kanaal 2 CD-speler. Wanner de kruisfader-schuifregelaar de rechterkant (2) bereikt, za de kanaal 1 CD-speler terugkeren maar het cue-punt (terug-naar-cue functie).
* De terug-naar-cue actie worden ook uitgevoerd als de ingangskeuzeschakelaar Niet op [CD] staat.
[Gebruik van de kanaalfader om te starten met afspelen]
![PIONEER DJM-400 - [Gebruik van de kanaalfader om te starten met afspelen] - 1](/content/2025/01/118584/images/0da924ed41dcab2dd0ace55b7d73f1184687b432783597cf6c1bca2deab17b18.jpg)
- Zet de kruisfader-keuzeschakelaar in de linkerstand (THRU).
-
Druk op de FADER START toets van het kanaal (1 of 2) dat is aangesloten op de CD-speler die u wilt bedieren.
-
De toets van het gekozen kanaal Licht op.
-
Zet de kanaalfader-schuifregelaar in de laagste stand.
-
Stel een cue-punt op de CD-speler in en zet de speler bij het cue-punt in de paraatstand.
-
Als er reeds een cue-punt is ingesteld, hoeft de CD-speler nicht bij het cue-punt in de paraatstand te worden gezet.
-
Wanner u wilt beginnen met afspelen, verschuift u de kanaalfader-schuifregelaar.
-
De CD-speler gegint met afspelen.
-
Nadat het afspelen is begonnen,(Int. u de kanaalfader-schuifgrelgelaar terug maar de minimumstand schuiven om de CD-speler te latenterugkeren maar het cue-punt enaar in de paraatstand te zetten (terug-naar-cue).
-
Als de kruisfader-keuzeschakelaar in een andere stand als [THRU] staat, is de kruisfader-schuifregelaar geactiveerd en kan de kanaalfader-schuifregelaar Niet voor de bediening worden gebruikt.
[Gebruik van de kruisfader om te starten met afspelen]
![PIONEER DJM-400 - [Gebruik van de kruisfader om te starten met afspelen] - 1](/content/2025/01/118584/images/8619a8766e520d5553cc5e1909154a7d96a4a2132fbd0d3649894b1469414446.jpg)
- Zet de kruisfader-keuzeschakelaar in de middenstand (×) of de rechterstand () .
-
Druk op de FADER START toets van het kanaal (1 of 2) dat is aangesloten op de CD-speler die u wilt bedieren.
-
De toets van het gekozen kanaal Licht op.
-
Schuif de kruisfader-schuifregelaar zo ver möglichk maar de tegenovergestelde Kant van het kanaal waarmee u wilt starten.
-
Stel een cue-punt op de CD-speler in en zet de speler bij het cue-punt in de paraatstand.
-
Als er reeds een cue-punt is ingesteld, hoeft de CD-speler nicht bij het cue-punt in de paraatstand te worden gezet.
-
Wanner u wilt beginnen met afspelen, verschuift u de kruisfader-schuifregelaar.
-
De CD-speler gegint met afspelen.
-
Nadat het afspelen is begonnen, kutu de kruisfader-schuifgregelaar helemaal waar de tegenovergestelde kant van het startpunt schuiven om de CD-speler die aan die kant is toegewezen te latent terugkeren waar het cue-punt enaar in de paraatstand te zetten (terug-naar-cue).
-
Als de kruisfader-keuzeschakelaar op [THRU] staat, is de kanaalfader-schuifregelaar geactiveerd en kan de kruisfaderschuifregelaar Niet voor de bediening van de weergave worden gezruikt.
EFFECTFUNCTIES
Dit apparaat is uitgerust met in totaal 8 basiseffecten die beat-effecten en in-loops gebruiken die aan de BPM zich gekoppeld. Door de parameters van de effecten te veranderen,{kunnen een groot aantal neue effecten wordenGPCREerd.Bovendien kutn u met de BEAT/BANK toetsen de tijdparameters instellen en zo een nog groter assortment aan beat-effecten produceren.
TYPEN BEAT-EFFECTEN
1. DELAY (enkelvoudig herhalingsgeluid)
Met deze functie=kunt u een vertraagd geluid met een beat van 1/2,3/4,1/1,2/1 of 4/1 snel en gemakkelijk toevoegen. Wanner bijvoorbeeld een 1/2 beat vertragingsgeluid worden toeveogd, zullen vier beats acht beats worden. Ook zar door toevoeging van een 3/4 beat vertragingsgeluid het ritme gesyncopeerd worden.

Voorbeeld
Oorspronkelijk (4 beats)


1/2 vertraging (8 beats)
2. ECHO (meervoudig herhalingsgeluid)
Met deze functie kutu een echogeluid met een beat van 1/2, 3/4, 1/1, 2/1 of 4/1 snel en gemakkelijk toevoegen.
Wanner bijvoorbeeld een echogeluid van 1/1 beat gebruikt wordt om het ingangsgeluid af te snijden, zal er een geluid synchroon met de beat samen met de fade-out herhaald worden. Door een echo van 1/1 beat aan de microfoon toe te voegen, zal het microfoongeluid synchroon met de muziekbeat herhaald worden.
Als een echo van 1/1 beat op het vocale gedeelte van een track wordt toegepast, krijgt het liedje een effect dat op een "kringloop" lijkt.

Voorbeeld
ingangsgeluid
3. FILTER
In eenheden van 1/1, 2/1, 4/1, 8/1 of 16/1 beat worden de filterfrequentie verschoven, waardoor de geluidskleuring aanzienlijk worden veranderd.
In eenheden van 1/1, 2/1, 4/1, 8/1 of 16/1 beat worden snel en gemakkelijk 1 cyclus van het flanger-effect geproduerd.
In eenheden van 1/1, 2/1, 4/1, 8/1 of 16/1 beat worden snel en gemakkelijk 1 cyclus van het phaser-effect geproduerd.
Creëert een geluideffect dat lijkt op het geluid dat weergegeven wordt door een robot.
7. ROLL
Geluiden van 1/2, 3/4, 1/1, 2/1 of 4/1 beat worden herhaaldelijk opgenomen en uitgevoerd.

Voorbeeld
Effect AAN

1/1 rol
Herhalen
BEAT-EFFECTEN PRODUCEREN

Met de beat-effecten können de effecttijden onmiddelijk gesynchroniseerd worden met de BPM (beats per minuut), waardoor zichsijdens live-uitvoeringen een grootscala aan effecten kan worden geprodueerd, synchroon met het huidige ritme.
1. Druk op de AUTO toets om de BPM (beats per minuut = tracksnelheid) meetmethode in te stellen.
AUTO: De AUTO toets Licht op en de BPM van het ingangsgeluid worden automatisch gemeten.
TAP: De BPM worden handmatig ingenvoerd door tikken op de TAP toets. De indicator van de AUTO toetslicht Niet op.
- Bij het inschakenen van het apparaat komt de functie in de [AUTO] stand te staan.
- Als de BPM van een track Niet automatisch gedetecteerd kan worden, zal de BPM teller van het display knipperen.
- Het effectieve bereik in de AUTO stand is 70 tot 180 BPM. Het is möglich dat bijSENSige tracks geen nauwkeurige meting kan worden uitgevoerd.
In dit geval(Int) u de TAP functie gebruiken voor het handmatig invoeren van de BPM.
[Gebruik van de TAP toets voor het handmatig invoeren van de BPM]
Als tweemaal of vaker op de TAP toets worden gedrukt, synchroon met de beat (1/4 noten), zal de BPM worden opgenomen als de gemiddelde waarde die gedurende dat interval is vastgesteld.
- Wanner de BPM functie is ingesteld op [AUTO], zal bij tikken op de TAP toets de BPM functie overschakelen maar de TAP functie en worden het interval gemeten waarop de TAP toets worden ingedrukt.
- Als de BPM via de TAP toets worden ingesteld, worden het beatveelvoud "1/1" of "4/1" (afhankelijk van het gekozen effect), en dearend voor 1 beat (1/4 noten) of 4 beats worden als deeffecttijd ingesteld.
[Gebruik van de BEAT/PITCH toetsen voor het handmatig invoeren van de BPM]
Door op de BEAT/PITCH toetsen (-, +) te drukken verwijl u de TAP toets ingedrukt houdt, kan de BPM worden veranderd.
- De BPM kan worden ingesteld:tussen 40 en 999, in eenheden van 1 stapje.
-
Zet de effectkeuzeschakelaar op een effect, met uitzondering van [IN-LOOP SAMPLER].
-
Zie blz. 60 voor verdere informatie over de diverse effecten.
-
Zet de effectkanaal-keuzeschakelaar op het kanaal waarup het effect wilt toepassen.
-
Als [MIC] worden gekozen, zal het effect op microloon 1 en microloon 2 worden toegepast.
-
Druk op een van de BEAT/BANK toetsen om de beat te kiezen waarmee u het effect wilt synchroniseren.
-
U kunt kiezen uit [1/2, 3/4, 1/1, 2/1, 4/1] of [1, 2, 4, 8, 16]. (Het veelvoud verschlitt afhankelijk van het effect. Zie blz. 60 voor verdere informatie.)
- De gekozen toetslicht op.
- De effecttijd die correspondeert met het beat-veelvoud worden automatisch ingesteld.
Voorbeeld:Bij BPM=120
1 / 1 = 500ms
1 / 2 = 250ms
2 / 1 = 1000ms
-
Druk op de BEAT/PITCH toetsen (-, +) om het beat-veelvoud te kiezen waarmee u de effecten wilt synchroniseren.
-
Wanner op [+] wordt gedrukt, wordt de beat die berekend is op basis van de BPM verdubbeld en wanner op [-] wordt gedrukt, wordt de beat die berekend is op basis van de BPM gehalveerd.
- Als deijdparameter binnen het bereik ligt dat berekend is op basis van de BPM,licht de BEAT/BANK toets die met die waarde correspondeert op. Wanner de parameter:tussen twee beatwaarden in ligt,zullen.beide BEAT/BANKtoetsen knipperen.Als de Waarde minder dan 1/2 (1) is, zal de 1/2(1) toets knipperen en als de waarde meer dan 4 / 1 (16) is, zal de 4/1(16) toets knipperen.
-
Alsijdens gelebruik van de [DELAY], [ECHO] of [ROLL] effecten de [-] , [+] toetsen gelebruikt worden voor het verschuiven van het veelvoud, zal de "3/4" waarde worden overgeslagen. Het 3/4 veelvoud kanECHTER gekozen worden doorrechtstreeks op de 3/4 toets te drukken.
-
Draai aan de LEVEL/DEPTH regelaar om de kwantitatieve parameter voor het gekozen effect in te stellen.
-
Zie blz. 62 tot 63 voor details betreffende het effect van de bediening van de regelaar op de parameter.
-
Zet de ON/OFF toets op ON om het gekozen effect in te schakelen.
-
Bij enkele malen indrukken van de toets worden het effect beurtelings in/uitgeschakeld. (Bij het inschaken van het apparaat komt deze functie op OFF te staan.)
- De ON/OFF toets knippert wanneer het effect op ON staat.
IN-LOOP SAMPLER

Deze functie detecteert de BPM van de huidige track en neemt 4-beatbronnen op in vijf geheugenbanken die dan als loop synchroon met de BPM van de huidige track kennen worden weergegeven. Overlappende opname is ook möglichk.
- Zet de effectkeuzeschakelaar op [IN-LOOP SAMPLER].
- Zet de effectkanaal-keuzeschakelaar op het kanaal waarvan u een sample-opname wilt make.
-
Meet de BPM.
-
Voer stap 1 UIT van het hoofdstuk "BEAT-EFFECTEN PRODUCEREN" (blz. 61).
- Zet de ON/OFF toets op ON.
-
Bij het punt waar u een sample-opname wilt make, drukt u op een van de Niet-oplichtende BEAT/BANK toetsen.
-
In de oplichtende BEAT/BANK toetsen is reeds een opname gemaakt en deze können nicht opniew gebruikt worden tenzij de opname eerst worden gewist.
- Het opnemen begint automatisch wonneer het geluidssignaal van de CD-speler of een ander apparaat worden gedetecteerd. Tijdens het opnemen zal de BEAT/BANK toets snel knipperen. In de opname-paraatstand zal de toets met:tussenpozen langzaam knipperen.
-
Wanner 4 beats van het geluid met de gemeten BPM zijn opgenomen,.gaat de BEAT/BANK toets langzaam knipperen en worden loop-weergave uitgevoerd.
-
Als de beat Niet meer synchroon is, drukt u op een van de BEAT/PITCH toetsen (-, +) om de timing opnieuw te synchroniseren met de weergavesample van de spelende track.
- De weergavesnelheid worden hoger bij indrukken van de [+] toets en lager bij indrukken van de [-] toets.
- Draai aan de LEVEL/DEPTH regelaar om de geluidsbalans:tussen de bron en de sample in te stellen.
- Om de loop-weergave te stoppen, drukt u op de BEAT/ BANK toets.
- De indicator van de BEAT/BANK toets verandert van langzaam knipperen maar continu oplichten.
[Weergeven van een opgenomen sample]
① Zet de effectkeuzeschakelaar op [IN-LOOP SAMPLER].
② Gebruik de effectkanaal-keuzeschakelaar om het kanaal voor loop-weergave te kiezen.
③ Zet de ON/OFF toets op ON.
④ Druk op de BEAT/BANK toets die de sample bevat die u als loop wilt weergeven.
- De BEAT/BANK toetsen waarin samples+zijn opgenomen lichten op.
- De gekozen toets knippert langzaam en de loop-weergave begint.
⑤ Als de beat Niet meer synchroon is, drukt u op een van de BEAT/PITCH toetsen (-, +) om de timing opnieuw te synchroniseren met de weergavesample van de spelende track.
- De weergavesnelheid worden hoger bij indrukken van de [+] toets en lager bij indrukken van de [-] toets.
⑥ Draai aan de LEVEL/DEPTH regelaar om de geluidsbalans zusammen de bron en de sample in te stellen.
⑦ Om de loop-weergave te stoppen, drukt u op de BEAT/ BANK toets.
- De indicator van de BEAT/BANK toets blijdt branden.
[Wissen van een opgenomen sample]
1 Zet de effectkeuzeschakelaar op [IN-LOOP SAMPLER].
Houd de ERASE (BEAT/PITCH -) toets ingedrukt en druk dan op de BEAT/BANK toets waarin de sample is die u wiltissen.
- De BEAT/BANK toetsen waarin samples+zijn opgenomen lichten op.
- De indicator van de gekozen BEAT/BANK toets dooft en de sample is gewist.
8. IN-LOOP SAMPLER
Met deze functie kurz u 4-beat geluiden in maximaal 5 banken opslaan en deze dan herhaaldelijk weergeven.

Voorbeeld
EFFECTPARAMETERS
| Naam | Parameters van BEAT/BANK toetsen | Parameter 1 (BEAT toets) | Parameter 2 (LEVEL/DEPTH regelaar) | |
| Inhoud | Instelbereik (eenhheid) | |||
| 1 DELAY | Instellen van de vertragingstijd van 1/2 tot 4/1 per 1 beat BPMijd. | Instellen van de vertragingstijd. | 1 tot 8 000 (ms) | Instellen van de balansussen het oorspronkelijke geluid en het vertragingsgeluid. |
| 2 ECHO | Instellen van de vertragingstijd van 1/2 tot 4/1 per 1 beat BPMijd. | Instellen van de vertragingstijd. | 1 tot 8 000 (ms) | Instellen van de balansussen het oorspronkelijke geluid en het echogeluid. |
| 3 FILTER | De cyclus van de afsnijfrequentie-verschuiving worden ingesteld in eenheden 1/1 tot 16/1 ten opzichte van 1 beat BPM. | Instellen van de cyclus voor de afsnijtijd-verschuiving. | 10 tot 32 000 (ms) | De hoeveelheid effect worden verhoogd wanner de regelaar maar rechts worden gedraaïd. |
| 4 FLANGER | De cyclus van de flanger-verschuiving worden ingesteld in eenheden 1/1 tot 16/1 ten opzichte van 1 beat BPM. | Instellen van de cyclus voor de flangereffect-verschuiving. | 10 tot 32 000 (ms) | De hoeveelheid effect worden verhoogd wanner de regelaar maar rechts worden gedraaïd. Wanner de regelaar volledig�ail links worden gedraaïd, worden alleen het oorspronkelijke geluid uitgevoerd. |
| Inhoud | Instelbereik (eenheid) | |||
| 5 PHASER | De cyclus van het phaser-effect wordt ingesteld in eenheden 1/1 tot 16/1 ten opzichte van 1 beat BPM. | Instellen van de cyclus voor de fase-effect-verschuving. | 10 tot 32 000 (ms) | De hoeveelheid effect worden verhoogd wanner de regelaar maar rechts worden gedraaid. Wanner de regelaar volledig maar links worden gedraaid, worden alleen het oorspronkelijke geluid uitgevoerd. |
| 6 ROBOT | Robot-geluideffecten+kennen worden ingesteld op 7 vaste waarden van -100 % tot +100 %. | Instellen van het robotgeluideffect. | -100, -66, -50, 0, +26, +50, +100 (%) (vaste waarden) | De hoeveelheid effect worden verhoogd wanner de regelaar maar rechts worden gedraaid. |
| 7 ROLL | Instellen van de vertragingstijd van 1/2 tot 4/1 per 1 beat BPMijd. | Instellen van de effecttijd. | 10 tot 8 000 (ms) | Instellen van de balans+tussen het oorspronkelijke geluid en het ROLL geluid. Er is geen verandering wanner de regelaar vanuit de middenstand�n de rechterkant worden gedraaid. |
| 8 IN-LOOP SAMPLER | Kiezen van de bank voor opname/weergave van de 4-beat-bron. | — | — | Instellen van de balans+tussen het oorspronkelijke geluid en de opgenomen sample. Er is geen verandering wanner de regelaar vanuit de middenstand�n de rechterkant worden gedraaid. |
VERHELPEN VAN STORINGEN
Onjuist uitgevoerde bewerkingen worden vaak voor defecten of storingen aanzien. Als u denkt dat er werkelijk iets mis is met dit toestel, moet u eerst onderstaande punten controleren. Soms moet de oorzaak van het probleem bij een ander toestel worden gezocht. U moet dus alle aangesloten elektrische apparaten controleren.
Indien het probleem, zelfs na controle van onderstaande punten, Niet kan worden opgelost, moet u met uw verkoper of zichsbijzijnde PIONEER service center contact opnemen.
| Storing | Mogelijk oorzaak | Maatregelen |
| Geen stroom. | • Het netsnoer is Niet aangesloten. | • Sluit het netsnoer op een stopcontact aan. |
| Geen geluid of het geluidsvolume is erg laag. | • De ingangskeuzeschakelaar staat in de verkeerde stand. • De PHONO/LINE ingangskeuzeschakelaar staat in de verkeerde stand. • De aansluitkabels+zijn verkeerd aangesloten of de kabels zitten los. • De aansluitbussen of de stekkers+zijn vuil. | • Kies het weergave-apparaat met de ingangskeuzeschakelaar. • Zet de PHONO/LINE ingangskeuzeschakelaar op het apparaat dat worden weergegeven. • Corrigeer de aansluitingen. • Maak de aansluitbussen/stekkers schoon voordat u de aansluitingen maakt. |
| Geluid is verrormd. | • Het hoofduitgangsniveau is te hoog. • Het ingangsnave is te hoog. | • Stel de hoofduitvoer-niveauregelaar (MASTER LEVEL) in. • Stel de TRIM regelaar zodanig in dat het ingangsnave 0 dB nadert op de kanaalniveau-indicator. |
| Kruisfader werkdtiet. | • De kruisfader-keuzeschakelaar staat op [THRU]. | • De schakelaar moet in een andere stand dan [THRU] staan. |
| Faderstart met de CD-speler is Niet mogelijk. | • De FADER START toets staat op OFF. • De CONTROL aansluiting op het achterpaneel is Niet met de CD-speler verbonden. • Alleen de CONTROL aansluiting op het achterpaneel is met de CD-speler verbonden. | • Zet de FADER START toets op ON. • Verbind de CONTROL aansluiting van de DJM-400 met een bedieningssignalkabel met de CD-speler. • Verbind de CONTROL aansluitingen en ook de CD ingangsansluitingen. |
| Effecten werken nicht. | • De instelling van de effectkanaal-keuzeschakelaar (CH. SELECT) is verkeerd. • De effectparameterregelaar (LEVEL/DEPTH) staat op [MIN]. | • Kies correct het kanaal waarup u de effecten wilt toepassen. • Stel de effectparameterregelaar in. |
| BPM kan Niet gemeten worden. Gemeten BPM-waarde is Niet juist. | • Het ingangsnave is te hoog of te laag ingesteld. • De BPM kan bij sommige tracks Niet juist gemeten worden. | • Stel de TRIM regelaar in. • Tik op de TAP toets om de BPM handmatig in te stellen. |
| Gemeten BPM-waarde verschilt van de waarde die op de CD staat. | • Er kuren verschillen+zijn als gevolg van de BPM detectiemethode die gebruikt worden. | • Erijken geen maatregelen nodig. |
Bij statische elektriciteit of andere externe interferentie konnen er storingen in het apparaat optreden. Om de normale werking te herstellen, schakelt u het apparaatuit en dan weein.
Uitgegeven door Pioneer Corporation.
Alle rechten voorbehonden.
Notice-Facile