DJM-3000 - Mengpaneel PIONEER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DJM-3000 PIONEER in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over DJM-3000 PIONEER
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Mengpaneel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DJM-3000 - PIONEER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DJM-3000 van het merk PIONEER.
GEBRUIKSAANWIJZING DJM-3000 PIONEER
De lichtflash met pijlpuntsymbool in een gelijkzijdige driehoek is bedoeld om de aandacht van de gebruikers te trekken op een niet geïsoleerde "gevaarlijke spanning" in het toestel, welke voldoende kan zijn om bij aanraking een elektrische shock te veroorzaken.
CAUTION
RISK OF ELECTRIC SHOCK DO NOT OPEN
WAARSCHUWING:
OM HET GEVAAR VOOR EEN ELEKTRISCHE SHOCK TE VOORKOMEN, DEKSEL (OF RUG) NIET VERWIJDEREN. AAN DE BINNENZIJDE BEVINDEN ZICH GEEN ELEMENTEN DIE DOOR DE GEBRUIKER KUNNEN BEDIEND WORDEN. ENKEL DOOR GEKWALIFICEERD PERSONEEL TE BEDIENEN.

Het uitroepteken in een gelijkzijdige driehoek is bedoeld om de aandacht van de gebruiker te trekken op de aanwezigheid van belangrijke bedienings- en onderhoudsinstructies in de handleiding bij dit toestel.
H002ADu
IMPORTANTE

LINE/PHONO ....weniger als 0,02 %
Temperatuur en vochtigheidsgraad op de plaats van gebruik: +5°C – +35°C (+41°F – +95°F); minder dan 85 %RH (ventilatie niet geblokkeerd)
Niet installeren op de volgende plaatsen:
- Onder rechtstreekse zonnestraling of onder sterke kunstmatige belichting
- Bij hoge vochtigheidsgraad of op een slecht verluchte plaats
VENTILATIE: Zorg dat u bij het installeren van dit toestel rondom wat vrije ruimte laat voor de ventilatie (tenminste 5 cm achter en 3 cm aan weerskanten van het toestel).
WAARSCHUWING: Spleten en openingen in het omhulsel dienen voor ventilatie en een gepast gebruik van het product, alsook om het te beschutten voor oververhitting. Om het te beschermen tegen vuur mogen deze openingen nooit afgesloten of bedekt worden met voorwerpen zoals dagbladen, tafellakens, gordijnen, enz. Plaats het toestel ook nooit op een dik tapijt, op een bed, sofa of om het even welk zacht en dik materiaal.
WAARSCHUWING: De stroomschakelaar sluit het toestel, in de uit-stand (off), niet volledig af van de elektriciteit; plaats het daarom op een geschikte plaats om de stekker, bij ongeval, gemakkelijk te kunnen uittrekken. De stekker dient uit het stopcontact getrokken indien het toestel gedurende een langere periode niet gebruikt wordt. H046 Du
Dit product voldoet aan de laagspanningsrichtlijn (73/23/EEG, gewijzigd bij 93/68/EEG), EMC-richtlijnen (89/336/EEG, gewijzigd bij 92/31/EEG en 93/68/EEG). H015ADu
INHOUDSOPGAVE
TOEBEHOREN CONTROLEREN 81
EIGENSCHAPPEN 81
WAARSCHUWINGEN I.V.M. HET GEBRUIK ...... 82
Installatieplek 82
Condensatie 82
Het toestel schoonmaken 82
Opstelling van de DJM-3000 in een EIA-rek 82
AANSLUITINGEN 83
BENAMING EN FUNCTIE VAN DE
BEDIENINGSORGANEN 86
DE EFFECT-FUNCTIES GEBRUIKEN 92
Eigenschappen van de verschillende effectors .... 92
Vertragings-, echo-, auto pan-, auto trans-, filter en flanger-bewerkingen 95
Nagalm en toonhoogtewijziging 98
Gebruik van een externe effector 100
BPM-WAARDE METEN 101
Gebruik van de AUTO BPM functie voor het meten van de BPM-waarde 101
Gebruik van de handbedieningsfunctie voor het meten van de BPM-waarde 102
GEBRUIK VAN DE FADERSTARTFUNCTIE ...... 104
Via de kanaalfader starten 106
Via de kruisfader starten 107
GEBRUIK VAN DE EFFECT-MENGFUNCTIE ..... 108
Beschikbare effect-mengfuncties 108
Kiezen van de effect-mengfunctie 110
Effect-mengfaderfunctie 112
Automatische effect-mengfunctie 113
Hartelijk dank voor de aanschaf van dit Pioneer produkt. Lees de gebruiksaanwijzing aandachtig door zodat u het apparaat op de juiste wijze kunt bedienen. Bewaar de gebruiksaanwijzing voor het geval u deze in de toekomst nogmaals nodig heeft. Het is mogelijk dat in bepaalde landen of gebieden de uitvoering van de netstekker en het stopkontakt verschilt van hetgeen in deze gebruiksaanwijzing is afgebeeld. De aansluitmethode en bediening zijn in dergelijke gevallen echter precies hetzelfde.
K015 Du
TOEBEHOREN CONTROLEREN
- 2 kortsluitpluggen
Deze pluggen worden in de PHONO 4 aansluitingen gestoken. - Gebruiksaanwijzing
EIGENSCHAPPEN
Effect-mengfuncties
Omschakelen tussen de drie verschillende effect-mengfuncties (ECHO, ZIP, ROLL) gebeurt op eenvoudige wijze door bediening van de kruisfader-schuifregelaar of door indrukken van de effect-selectie/startschakelaars.
BPM-teller
De automatische BPM-teller maakt het tempo van de muziek zichtbaar.
Piekniveaumeter
De meegeleverde piekniveaumeter is voorzien van 11-bit-controlelampjes voor ieder kanaal.
Faderstart/stop
De cd-speler kan worden gestart en gestopt door eenvoudig het niveau van de kruisfader of de kanaalfader te verhogen of te verlagen. (Deze functie kan alleen worden gebruikt wanneer Pioneer cd-spelers uit de serie CMX-3000, CMX-5000, CDJ-1000, CDJ-100S, CDJ-500S of CDJ-500 II werden aangesloten.)
3-bandequalizer en stopzetfunctie
Deze 3-bandequalizer stemt overeen met de kanalen HI, MID en LOW. Het dempingniveau fungeert ook als stopzetfunctie en kan het niveau naar -26 dB terugbrengen.
Veelsoortige effecten
Zowel interne als externe effecten kunnen op alle kanalen, op de microfoon en op het eindgeluid worden toegepast.
Allerlei effecten zijn mogelijk, zoals vertraging, echo, auto pan, auto trans, filter, flanger, nagalm en toonhoogtewijziging.
Groot aantal ingangs- en uitgangs- aansluitingen
Deze DJ-mixer is voorzien van 4 (+3*) LINE ingangen, 4 PHONO (alleen voor MM) ingangen en 2 (+1*) MIC ingangen, voor een totaal van 10 ingangen. In aanvulling op de 2 hoofduitgangslijnen (een ervan is geschikt voor de professionele XLR functie) zijn er diverse andere onafhankelijke uitgangen, zoals een cabinemonitor-uitgang, een opname-uitgang en twee digitale uitgangen. Tevens zijn er SEND/RETURN aansluitingen voor het aansluiten van externe effect-apparaten.
* Deze extra aansluitingen kunnen optioneel worden ingeschakeld vanaf de PHONO ingang zodat het aangegeven totaal wordt verkregen.
Installeer het toestel in een goed verluchte ruimte, waar het niet aan hoge temperaturen of vocht wordt blootgesteld.
- Installeer het toestel niet in een ruimte die aan directe zonnestralen is blootgesteld, of naast kachels of radiators. De buitenkant en de interne bestanddelen kunnen door te grote hitte worden beschadigd. De installatie van het toestel in een vochtige of stoffige omgeving kan ook stoornissen of ongelukken tot gevolg hebben. (Vermijd plaatsing naast fornuizen, etc. waar het toestel aan vette dampen, stoom of hitte zou kunnen worden blootgesteld.)
- Wanneer het toestel in een koffer of in een DJ-cabine wordt gebruikt, moet het van de wanden worden verwijderd om de warmteuitstraling te bevorderen.
Condensatie
Wanneer het toestel van een koude omgeving naar een warme kamer wordt overgeplaatst of wanneer de kamertemperatuur plots stijgt, kan er binnenin condensatie worden gevormd, zodat het toestel niet meer optimaal functioneert. In dergelijke gevallen moet u het toestel ongeveer een uur laten staan of de kamertemperatuur geleidelijk opvoeren.
Het toestel schoonmaken
- Gebruik een poetsdoek om het stof en het vuil weg te nemen.
- Wanneer de buitenkant erg vuil is, kunt u deze met een in een neutraal, met vijf à zes keer zoveel water verdund reinigingsmiddel gedrenkte en goed uitgewrongen zachte doek schoonmaken en eindigen met een droge doek. Gebruik geen meubelwas of vlekkenmiddelen.
- Gebruik nooit verdunners, benzeen, insecticiden of andere chemische producten op of in de buurt van dit toestel, want deze tasten de buitenkant aan.
Opstelling van de DJM-3000 in een EIA-rek
De schroefgaten in het voorpaneel van de DJM-3000 dienen om het apparaat in een 19-inch EIA-rek te bevestigen.
- Bevestig het apparaat met schroeven van de juiste maat in het rek (deze schroeven worden niet bijgeleverd).
Opmerkingen
- Zet dit apparaat nooit op een eindversterker aangezien de warmte van de versterker het apparaat zou kunnen beschadigen. Wanneer het apparaat bovenop een eindversterker staat, kunnen ook amateurradiosignalen of andere soorten interferentiesignalen opgepikt worden.
- Verwijder het apparaat altijd uit het rek voordat u het apparaat gaat vervoeren of verzenden.
- Wees voorzichtig bij het verplaatsen van het apparaat wanneer dit zich nog in het rek bevindt, om te voorkomen dat het apparaat aan schokken of trillingen wordt blootgesteld.
Schakel alle apparaten uit en trek het netsnoer uit het stopcontact voordat u aansluitingen maakt of deze wijzigt.
1. Aansluiten van apparatuur op de ingangen
CONEXIONES
Wanneer u een analoge platenspeler aansluit op de CH-4 PHONO 4 aansluitingen, moet u eerst de kortsluitpluggen (2) uit de aansluitingen verwijderen.
De kortsluitpluggen zijn bedoeld om eventuele ruis te verminderen wanneer er geen analoge platenspeler op de PHONO 4 aansluitingen is aangesloten, zodat een optimale geluidskwaliteit kan worden verkregen. Bewaar de kortsluitpluggen nadat u deze hebt losgemaakt en breng ze weer op de oorspronkelijke plaatsen aan wanneer de platenspeler van het apparaat wordt losgemaakt.
*1 Sluit hierop de aarddraad van de analoge platenspeler aan. Deze aansluiting is uitsluitend bedoeld als aardcontact voor een analoge platenspeler. Het is geen veiligheidsaarde.
*2 Als u het apparaat gebruikt in combinatie met de afzonderlijk verkrijgbare CMX-3000, CMX-5000, CDJ-1000, CDJ-100S, CDJ-500S of CDJ-500 II aangesloten op de LINE aansluitingen, kunt u de faderstartfunctie gebruiken wanneer het apparaat en de CD-speler met een bedieningssignaalsnoer met elkaar zijn verbonden.
*3 Aangezien de PHONO ingangsaansluitingen van het apparaat uitsluitend bedoeld zijn voor MM, mag u alleen een MM-type element in de aangesloten platenspeler gebruiken.
*4 Wanneer een cassettedeck wordt aangesloten, zet u de PHONO/LINE schakelaar op LINE.
*5 Wanneer een analoge platenspeler wordt aangesloten, zet u de PHONO/LINE schakelaar op PHONO.
Aansluiten van de audiosnoeren
Gebruik snoeren met rode en witte stekkers.
Steek de witte stekker in de "L" aansluitbus en de rode stekker in de "R" aansluitbus. Zorg dat u de stekkers volledig in de aansluitbussen steekt.

text_image
L Witte stekker R Rode stekker- Aansluiten van uitgangsapparatuur, microfoons enz.

text_image
DJM-3000 Microfoon 1 Micrófono 1 *10 Pioneer Hoofdtelefoon Auriculares Eindversterker (Geschikt voor XLR invoer) Amplificador de potencia (compatible con la entrada XLR) Eindversterker (Geschikt voor RCA invoer) Amplificador de potencia (compatible con la entrada RCA) Eindversterker (Voor cabinemonitor) Amplificador de potencia (para monitor de la cabina) Microfoon 2 Micrófono 2 *7 DJM-3000 *9 *6 *11 CD-recorder enz. Grabadora de discos Cassettedeck enz. Grabadora de casete, etc. DJM-3000 *8 R L RETURN L (B) (D) (N) (O) (N) (O) (O) (O) (O) (O) (O) (O) (O) (O) (O) (O) (O) (O) (O) (O) (O) (O) (O) (O) (O) (O) (O) (O) (O) (O) SEND L (B) (D) (N) (O) (O) (O) (O) (O) (O) (O) (O) (O) (O) (O) (O) (O) (O) (O) (O) RETURN L (B) (D) (N) (O) (O) (O) (O) (O) (O) (O) (O) (O) (O) (O) MASTER OUT MASTER OUT 1 MASTER OUT 2 MASTER OUT 3 MASTER OUT 4 MASTER OUT 5 MASTER OUT 6 MASTER OUT 7 MASTER OUT 8 MASTER OUT 9 MASTER OUT 10 MASTER OUT 11 MASTER OUT 12 MASTER OUT 13 MASTER OUT 14 MASTER OUT 15 MASTER OUT 16 MASTER OUT 17 MASTER OUT 18 MASTER OUT 19 MASTER OUT 20 MASTER OUT 21 MASTER OUT 22 MASTER OUT 23 MASTER OUT 24 MASTER OUT 25 MASTER OUT 26 MASTER OUT 27 MASTER OUT 28 MASTER OUT 29 MASTER OUT 30 MASTER OUT 31 MASTER OUT 32 MASTER OUT 33 MASTER OUT 34 MASTER OUT 35 MASTER OUT 36 MASTER OUT 37 MASTER OUT 38 MASTER OUT 39 MASTER OUT 40 MASTER OUT 41 MASTER OUT 42 MASTER OUT 43 MASTER OUT 44 MASTER OUT 45 MASTER OUT 46 MASTER OUT 47 MASTER OUT 48 MASTER OUT 49 MASTER OUT 50 MASTER OUT 51 MASTER OUT 52 MASTER OUT 53 MASTER OUT 54 MASTER OUT 55 MASTER OUT 56 MASTER OUT 57 MASTER OUT 58 MASTER OUT 59 MASTER OUT 60 MASTER OUT 61 MASTER OUT 62 MASTER OUT 63 MASTER OUT 64 MASTER OUT 65 MASTER OUT 66 MASTER OUT 67 MASTER OUT 68 MASTER OUT 69 MASTER OUT 70 MASTER OUT 71 MASTER OUT 72 MASTER OUT 73 MASTER OUT 74 MASTER OUT 75 MASTER OUT 76 MASTER OUT 77 MASTER OUT 78 MASTER OUT 79 MASTER OUT 80 MASTER OUT 81 MASTER OUT 82 MASTER OUT 83 MASTER OUT 84 MASTER OUT 85 MASTER OUT 86 MASTER OUT 87 MASTER OUT 88 MASTER OUT 89 MASTER OUT 90 MASTER OUT 91 MASTER OUT 92 MASTER OUT 93 MASTER OUT 94 MASTER OUT 95 MASTER OUT 96 MASTER OUT 97 MASTER OUT 98 MASTER OUT 99 MASTER OUT 100CONEXIONES
(Verzwakkingsregelaar voor hoofduitgangsniveau)
Met deze regelaar kan het hoofduitgangsniveau worden verlaagd om de versterkers en luidsprekers tegen een te hoog ingangssignaal te beveiligen.
(Verzwakking: - tot 0 dB)
*7 Gebruik deze aansluiting als u een ander apparaat wilt gebruiken om het geluid bij te regelen.
SEND (uitgang):
Verbind deze aansluiting met de ingang van de externe effector.
Bij gebruik van een effector met een mono-ingang moet deze op de L aansluitbus worden aangesloten. De effector ontvangt dan gemengd geluid van L en R.
RETURN (ingang):
Verbind deze aansluiting met de uitgang van de externe effector.
Bij gebruik van een effector met een mono-uitgang moet deze op de L aansluitbus worden aangesloten. De signalen van de effector worden dan naar beide kanalen L en R gestuurd.
\*8 REC OUT
Stuart hetzelfde uitgangsgeluid uit als de hoofduitgang, maar dit geluid is niet beïnvloed door de MASTER faderschuifregelaar, de MASTER BALANCE regelaar en de MONO/STEREO keuzeschakelaar.
\*9 TALK OVER LEVEL verzwakkingsregelaar
Voor het verzwakken van het geluidsniveau van andere bronnen dan MIC 1 en 2 wanneer de MIC schakelaar in de TALK OVER stand staat (bereik: -4 tot -20 dB).
\*10 MIC 1
Geschikt voor microfoons met XLR of PHONE type stekkers.
\*11 DIGITAL OUT
Stuart hetzelfde bronsignaal uit als de hoofduitgang. Het uitgangsniveau wordt niet beïnvloed door de MASTER LEVEL ATT. regelaar. (*6)
Pak het netsnoer beet bij de stekker. Trek de stekker er niet uit door aan het snoer te trekken en trek nooit aan het netsnoer met natte handen aangezien dit kortsluiting of een elektrische schok tot gevolg kan hebben. Plaats geen toestel, meubelstuk o.i.d. op het netsnoer, en klem het niet vast. Maak er nooit een knoop in en en verbind het evenmin met andere snoeren. De netsnoeren dienen zo te worden geleid dat er niet per ongeluk iemand op gaat staan. Een beschadigd netsnoer kan brand of een elektrische schok veroorzaken. Kontroleer het netsnoer af en toe. Wanneer u de indruk krijgt dat het beschadigd is, dient u bij uw dichtstbijzijnde erkende PIONEER onderhoudscentrum of uw dealer een nieuw snoer te kopen.
\*6 MASTER LEVEL ATT.
1 MIC (microfoonregelaars)
① MIC 1 ingangsaansluiting
Sluit hierop een microfoon aan voorzien van een XLR of PHONE type stekker.
② TREBLE regelaar
Voor het instellen van de hoge tonen van microfoon 1 en 2. In de middenstand (klikstand) is er geen bijregeling.
Draai de regelaar naar rechts om de hoge tonen te versterken (tot +12 dB) en naar links om de hoge tonen te verzwakken (tot -12 dB).
③ BASS regelaar
Voor het instellen van de lage tonen van microfoon 1 en 2. In de middenstand (klikstand) is er geen bijregeling.
Draai de regelaar naar rechts om de lage tonen te versterken (tot +12 dB) en naar links om de lage tonen te verzwakken (tot -12 dB).
④ MIC 1 LEVEL
Voor het instellen van het geluidsvolume van microfoon 1 (verzwakking: - tot 0 dB).
⑤ MIC 2 LEVEL
Voor het instellen van het geluidsvolume van microfoon 2 (verzwakking: - tot 0 dB).
⑥ MIC schakelaar
Kies met deze schakelaar de gewenste microfoon-invoer.
OFF: Microfoon 1 en 2 zijn uitgeschakeld.
ON: Microfoon 1 en 2 zijn ingeschakeld.
TALK OVER: Microfoon 1 en 2 zijn ingeschakeld en de andere geluidsniveaus zijn verzwakt. De hoeveelheid verzwakking kan worden ingesteld met de TALK OVER LEVEL regelaar op het achterpaneel, binnen een bereik van -4 dB tot -20 dB.
⑦ Ingangskeuzeschakelaars
Gebruik deze schakelaars om de ingangsbron te kiezen uit de componenten die op de diverse ingangen zijn aangesloten.
CH-1: Omschakelen tussen LINE 1 en PHONO 1/LINE 2
CH-2: Omschakelen tussen LINE 3 en PHONO 2/LINE 4
CH-3: Omschakelen tussen LINE 5 en PHONO 3/LINE 6
CH-4: Omschakelen tussen LINE 7 en MIC 3/PHONO 4
- Bij CH-1 tot CH-3 worden de PHONO/LINE schakelaars op het achterpaneel gebruikt voor het omschakelen tussen PHONO 1, 2, 3 en LINE 2, 4, 6.
- Bij CH-4 gebeurt het omschakelen tussen MIC 3 en PHONO 4 op basis van de aanwezigheid/afwezigheid van een stekker in de MIC 3 aansluiting (wanneer er een stekker in de aansluiting zit, is MIC 3 ingesteld).
⑧ TRIM regelaar
Gebruik deze regelaar voor het instellen van het niveau van het ingangssignaal.
Draai de regelaar naar rechts om het niveau te verhogen (tot +9 dB) en naar links om het niveau te verlagen (tot - ).
⑨ HI regelaar (equalizer voor hoge tonen)
Gebruik deze regelaar om de hoge tonen van het ingangssignaal in te stellen.
Als de regelaar in de middenstand (klikstand) staat, is er geen bijregeling.
Draai de regelaar naar rechts om de hoge tonen te versterken (tot +12 dB) en naar links om de hoge tonen te verzwakken (tot -26 dB).
⑩ MID regelaar (equalizer voor middentonen)
Gebruik deze regelaar om de middentonen van het ingangssignaal in te stellen.
Als de regelaar in de middenstand (klikstand) staat, is er geen bijregeling.
Draai de regelaar naar rechts om de middentonen te versterken (tot +12 dB) en naar links om de middentonen te verzwakken (tot -26 dB).
⑪ LOW regelaar (equalizer voor lage tonen)
Gebruik deze regelaar om de lage tonen van het ingangssignaal in te stellen.
Als de regelaar in de middenstand (klikstand) staat, is er geen bijregeling.
Draai de regelaar naar rechts om de lage tonen te versterken (tot +12 dB) en naar links om de lage tonen te verzwakken (tot -26 dB).
⑫ H.P CUE (hoofdtelefoon-meeluisterschakelaar)
Als deze schakelaar wordt ingedrukt, licht het lampje oranje op en wordt het bijbehorende kanaal via de hoofdtelefoon weergegeven. Wanneer de schakelaar nog een keer wordt ingedrukt, gaat het lampje uit en wordt de weergave van het kanaal via de hoofdtelefoon gestopt.
Als de ritme-effectfunctie op AUTO BPM staat, kan deze schakelaar gebruikt worden om het BPM-displaykanaal te kiezen.
⑬ Piekniveaumeter
De piekniveaus worden aangegeven op het moment dat zij optreden en dan voor 2 seconden vastgehouden.
De meter geeft het uitgangsniveau van de kanaalfader aan.
Het bereik van de meter loopt van -22 dB tot +14 dB.
⑭ Kanaalfader-schuifregelaar
Gebruik deze regelaar om het geluidsniveau van het bijbehorende kanaal in te stellen.
3 MASTER (hoofdregelaars)
⑮ MONO/STEREO keuzeschakelaar
Gebruik deze schakelaar om mono of stereo in te stellen voor het hoofduitgangsgeluid en het cabinemonitor-uitgangsgeluid.
⑯ MASTER LEVEL meter
Deze meter toont het uitgangsniveau na bijregeling met de MASTER faderschuifregelaar en houdt de niveau-aanduiding voor 2 seconden vast. Het bereik van de meter loopt van -22 dB tot +14 dB.
2 CH-1 a CH-4
⑰ H.P CUE (hoofdtelefoon-meeluisterschakelaar)
Als deze schakelaar wordt ingedrukt, licht het lampje oranje op en wordt het hoofduitgangsgeluid via de hoofdtelefoon weergegeven. Wanneer de schakelaar nog een keer wordt ingedrukt, gaat het lampje uit en wordt de weergave van het hoofduitgangsgeluid via de hoofdtelefoon gestopt.
⑱ MASTER faderschuifregelaar
Gebruik deze regelaar om het hoofduitgangsniveau in te stellen. U kunt ook de MASTER LEVEL ATT. regelaar op het achterpaneel gebruiken om het uitgangsniveau te verlagen.
⑲ MASTER BALANCE regelaar
Gebruik deze regelaar om de balans tussen de linker en rechter kanalen van het hoofduitgangsgeluid en het cabinemonitor-uitgangsgeluid in te stellen.
4 BOOTH MONITOR regelaar
Gebruik deze regelaar om het uitgangsniveau van de BOOTH MONITOR aansluitingen op het achterpaneel in te stellen. Deze instelling wordt niet beïnvloed door de MASTER faderschuifregelaar (18).
5 POWER netschakelaar
6 HEADPHONES regelaars
⑳ MONO SPLIT/STEREO keuzeschakelaar
Kies met deze schakelaar of het monitorgeluid naar de linker- en rechterkant van de hoofdtelefoon wordt opgesplitst of dat het geluid in stereo blijft.
Wanneer de schakelaar op MONO SPLIT staat, is het hoofdtelefoongeluid een 2-kanaals mono-geluid; via het linkerkanaal wordt het geluid weergegeven van de bron die gekozen is met de H.P CUE schakelaar en via het rechterkanaal wordt het hoofduitgangsgeluid weergegeven (alleen wanneer de MASTER H.P CUE schakelaar op ON staat).
②1 MIXING regelaar
Voor het afregelen van het hoofdtelefoon-monitorgeluid.
Wanneer de regelaar volledig naar rechts is gedraaid, wordt alleen het hoofduitgangsgeluid weergegeven (alleen wanneer de MASTER H.P CUE schakelaar op ON staat). Wanneer de regelaar volledig naar links is gedraaid, wordt alleen het geluid weergegeven van het kanaal dat gekozen is met de H.P CUE schakelaar (behalve MASTER).
In de middenstand worden het hoofduitgangsgeluid en de bron gekozen met de H.P CUE schakelaar met gelijk niveau weergegeven.
⑳ LEVEL regelaar
Voor het instellen van het niveau van het hoofdtelefoon-monitorgeluid. Als CH-1 tot CH-4 is gekozen, wordt deze regelaar niet beïnvloed door de MASTER faderschuifregelaar (18) en de MASTER BALANCE regelaar (19).
②3 PHONES (hoofdtelefoonaansluiting)
7 Kruisfader-regelaars
⑳ CROSS FADER ASSIGN A schakelaar
Wanneer de kruisfader met twee bronnen (A en B) wordt gebruikt, kunt u met deze schakelaar de bron kiezen die aan A wordt toegewezen.
THRU: Stel hierop in wanneer de kruisfader niet wordt gebruikt.
1-4: Voor het kiezen van het kanaal (CH-1 tot CH-4) dat aan A wordt toegewezen.
Kanalen die niet aan A of B zijn toegewezen, kunnen worden weergegeven zonder via de kruisfader te lopen.
⑲ CROSS FADER CURVE keuzeschakelaar
Gebruik deze schakelaar om een van de drie stijgcurve-patronen voor de kruisfaderfunctie te kiezen.
Bij gebruik van de effect-mengfunctie wordt hier de geluidsuitvoer aangegeven van het kanaal dat gekozen is met de CROSS FADER ASSIGN A schakelaar.
⑳ Kruisfader-schuifregelaar
Voor het instellen van het mengniveau van de bronnen die zijn toegewezen aan de CROSS FADER ASSIGN A en B schakelaars (24) en (29).
⑳ Faderindicator B
Bij gebruik van de effect-mengfunctie wordt hier de geluidsuitvoer aangegeven van het kanaal dat gekozen is met de CROSS FADER ASSIGN B schakelaar.
⑲ CROSS FADER ASSIGN B schakelaar
Wanneer de kruisfader met twee bronnen (A en B) wordt gebruikt, kunt u met deze schakelaar de bron kiezen die aan B wordt toegewezen.
THRU: Stel hierop in wanneer de kruisfader niet wordt gebruikt.
1-4: Voor het kiezen van het kanaal (CH-1 tot CH-4) dat aan B wordt toegewezen.
Kanalen die niet aan A of B zijn toegewezen, kunnen worden weergegeven zonder via de kruisfader te lopen.
8 FADER START schakelaars CH-1, CH-2, CH-3, CH-4
Als een CD-speler (CMX-3000, CMX-5000, CDJ-1000, CDJ-100S, CDJ-500S of CDJ-500II) via een bedieningssignaalsnoer op een van de bovenstaande kanalen van dit apparaat is aangesloten, zal de CUE START/STOP functie van de CD-speler automatisch starten wanneer de kanaalfader vanaf "0" omhoog wordt geschoven en stoppen (back-cue) wanneer de kanaalfader wordt teruggezet op "0". De indicator van het gekozen kanaal licht tijdens het gebruik van deze functie oranje op. Als er een kanaal aan de kruisfader is toegewezen, heeft de kruisfader voorrang; wanneer de kruisfader-schuifregelaar vanaf de A-kant naar de B-kant wordt geschoven, zal de CD-speler die aan de B-kant is toegewezen starten, en zodra de schuifregelaar de B-kant bereikt, zal de bron van de A-kant stoppen (back-cue).
9 BEAT EFFECT regelaars
Deze tonen het kanaal dat gekozen is voor de BPM meting.
③1 AUTO BPM COUNTER
Wanneer AUTO BPM is gekozen met de effect-keuzeschakelaar (39), wordt de BPM-waarde aangegeven van het kanaal (CH-1 tot CH-4) dat gekozen is met de H.P CUE schakelaar (12). De indicator knippert tijdens het meten, of wanneer de BPM-waarde niet gemeten kan worden.
③2 Keuzeschakelaar voor BPM-meetbereik
- U kunt kiezen uit de volgende instellingen voor het BPM-meetbereik: 70-139, 91-180, 70-180 of handbediening. Stel het bereik in dat het meest geschikt is voor het muziekstuk waarvan u de waarde meet.
③3 Indicators voor BPM-meetbereik
- Deze indicators tonen de instelling voor het BPM-meetbereik. Als het BPM-bereik 70-180 is gekozen, lichten de 70-139 BPM en 91-180 BPM indicators beide op.
- Als beide indicators uit zijn, is de handbedieningsfunctie ingesteld.
Zie "BPM-WAARDE METEN" op blz. 101-103 voor nadere bijzonderheden betreffende de handbedieningsfunctie.
Als de effect-keuzeschakelaar (39) op DELAY, ECHO, PAN, TRANS, FILTER of FLANGER staat, zullen de indicators de BPM-waarde aangeven van de bron die gekozen is met de effect CH. SELECT schakelaar (40).
Deze tonen de bron die gekozen is met de effect CH. SELECT schakelaar (40).
- Als de effect CH. SELECT schakelaar is gebruikt om "CF.A" of "CF.B" te kiezen, zal het kanaal dat oplicht het kanaal (1-4) zijn dat gekozen is met de respectievelijke ASSIGN schakelaar (24), (29).
③5 PARAMETER 1 (Parameter 1/BPM-teller)
De display-inhoud verandert overeenkomstig de instelling van de effect-keuzeschakelaar (39).
- Als AUTO BPM is gekozen, toont het display de BPM-waarde van de bron die gekozen is met de effect CH. SELECT schakelaar (40). De indicator knippert tijdens het meten, of wanneer de BPM-waarde niet gemeten kan worden.
- Wanneer SND/RTN is gekozen, wordt er niets aangegeven.
- Wanneer een andere instelling dan AUTO BPM of SND/RTN is gekozen, toont het display de waarde van het effect dat is ingesteld met de effect PARAMETER 1 regelaar (41).
③6 BEAT (synchrone effect-indicators/ritme-indicators)
De aanduiding verschilt afhankelijk van de instelling van de effect-keuzeschakelaar (39).
- Als DELAY, ECHO, PAN of TRANS is gekozen, tonen de indicators de parameter 1 waarde voor de BPM van de gekozen bron. De indicators lichten op wanneer de maat in het 1/2 tot 4/1 bereik is. Als de maat-waarde lager dan 1/2 is, zal bij indrukken van de effectritme-keuzeschakelaar (◀) de waarde 1/4 worden, en gaan alle indicators uit. Als de maat-waarde hoger dan 4/1 is, zal bij indrukken van de effectritme-keuzeschakelaar (▶) de waarde 8/1 worden, en gaan alle indicators uit.
Als de waarde niet overeenkomt met de maatslag, zal de indicator voor de dichtstbijzijnde maat-waarde knipperen. - Als FILTER of FLANGER is gekozen, tonen de indicators de parameter 1 waarde voor de BPM van de gekozen bron. De indicators lichten op wanneer de maat in het 1 tot 16 bereik is. Als de maat-waarde lager dan 1 is, zal bij indrukken van de effectritme-keuzeschakelaar (◀) de waarde 1/2 worden, en gaan alle indicators uit. Als de maat-waarde hoger dan 16 is, zal bij indrukken van de effectritme-keuzeschakelaar (▶) de waarde 32 worden, en gaan alle indicators uit.
Als de waarde niet overeenkomt met de maatslag, zal de indicator voor de dichtstbijzijnde maat-waarde knipperen. - Als REVERB is gekozen, tonen de indicators de toegepaste hoeveelheid nagalm.
- Als PITCH is gekozen, tonen de indicators de toegepaste toonhoogte-wijziging.
- Er is geen aanduiding wanneer AUTO BPM of SND/RTN is gekozen.
③7 Effectritme-keuzeschakelaars (◀, ▶)
Gebruik deze schakelaars om de waarde van de effect PARAMETER 1 regelaar (41) te wijzigen overeenkomstig de BPM van de bron die gekozen is met de effect CH. SELECT schakelaar (40). De instelling verschilt afhankelijk van de instelling van de effect-keuzeschakelaar (39).
- Als DELAY, ECHO, PAN of TRANS is gekozen, kan de parameter 1 waarde voor de BPM van de gekozen bron worden ingesteld op 1/4 maat, 1/2 maat, 1/1 maat, 2/1 maat, 4/1 maat of 8/1 maat.
- Als DELAY of ECHO is gekozen, kunnen de waarden worden ingesteld op 1/4x, 1/2x, 1/1x, 2/1x, 4/1x of 8/1x, binnen een bereik waarbij de parameter 1 waarde 3500 ms niet overschrijdt.
- Als FILTER of FLANGER is gekozen, kan de parameter 1 waarde voor de BPM van de gekozen bron worden ingesteld op 1/2 maat, 1 maat, 2 maten, 4 maten, 8 maten, 16 maten of 32 maten.
- Als PITCH is gekozen, kan de waarde worden ingesteld op -100% , -50% , -33% , 0% , 33% , 50% of 100% .
- Als REVERB is gekozen, kan de waarde worden ingesteld op 10%, 20%, 35%, 50%, 65%, 80% of 90%.
- De schakelaars werken niet als AUTO BPM of SND/RTN is gekozen.
③8 H.P CUE (hoofdtelefoon-meeluisterschakelaar)
Als deze schakelaar wordt ingedrukt, licht het lampje oranje op en worden de ritme-effecten via de hoofdtelefoon weergegeven. Wanneer de schakelaar nog een keer wordt ingedrukt, gaat het lampje uit en wordt de weergave van de ritme-effecten via de hoofdtelefoon gestopt.
⑲ Effect-keuzeschakelaar
Gebruik deze schakelaar om de gewenste effecten te kiezen (zie blz. 92).
④0 CH. SELECT (effectkanaal-keuzeschakelaar)
Gebruik deze schakelaar om de bron te kiezen waarop u de effecten wilt toepassen.
④1 TIME (PARAMETER 1)
(Effectparameter 1 regelaar)
Gebruik deze regelaar om de tijdparameter voor de ingebouwde effector in te stellen (zie blz. 95).
④2 LEVEL/DEPTH (PARAMETER 2) (Effectparameter 2 regelaar)
Gebruik deze regelaar om de kwantitatieve parameters voor de ingebouwde effector in te stellen (zie blz. 95).
④3 ON/OFF, TAP (effect ON/OFF schakelaar, TAP schakelaar)
Deze schakelaar werkt verschillend afhankelijk van de instelling van de effect-keuzeschakelaar (39)
- Als DELAY, ECHO, PAN, TRANS, FILTER, FLANGER, REVERB, PITCH of SND/RTN is gekozen, kan de schakelaar gebruikt worden om het gekozen effect ON/OFF te schakelen. OFF: het oranje lampje brandt, ON: het oranje lampje knippert.
- Als AUTO BPM is gekozen, werkt de schakelaar als een "TAP" schakelaar. Door op de schakelaar te tikken op de maat van het brongeluid, kan de BPM-waarde handmatig worden ingevoerd.
Wanneer op de schakelaar wordt getikt om de BPM-waarde te bepalen, zullen beide indicators voor het BPM-meetbereik (70-139 BPM en 91-180 BPM) doven en wordt de handbedieningsfunctie ingeschakeld (zie blz. 102-103).
10 EFFECT MIX regelaars
④4 FADER/OFF/AUTO (EFFECT MIX keuzeschakelaar)
Gebruik deze schakelaar om de kruisfader-effectfunctie te kiezen.
FADER: Voor de effect-mengfaderfunctie. Als deze instelling wordt gekozen, kan de kruisfader-schuifregelaar (27) worden gebruikt om de effecten te regelen en cue-start/back-cue uit te voeren.
AUTO: Voor de automatische effect-mengfunctie. Als deze instelling wordt gekozen, kunnen de effect-selectie/startschakelaars (45, 46 en 47) worden gebruikt om de effecten te regelen en cue-start/back-cue uit te voeren.
④5, ④6, ④7 Effect-selectie/startschakelaars
Gebruik deze schakelaars om het gewenste effect voor de mengfunctie te kiezen (de standaardinstelling is ECHO).
- Het lampje van de ingedrukte schakelaar knippert.
④5 ECHO schakelaar
④6 ZIP schakelaar
④7 ROLL schakelaar
De ingebouwde digitale signaalprocessor (DSP) produceert geluidseffecten en meet de BPM-waarde.
Eigenschappen van de verschillende effectors
Automatische BPM-teller (AUTO BPM COUNTER)
Meet automatisch de BPM-waarde van de muziek (maten per minuut; tempo) en toont haar in digitale vorm.
Niet alleen het aantal maten van basgeluiden wordt gemeten, maar ook de oorspronkelijke BPM-waarde, waarvan DJ's gebruik maken, wordt (met behulp van een computer) berekend en digitaal weergegeven.
De BPM-waarde kan dus niet alleen op het gehoor worden bepaald, zoals dat tot dusver gebeurde, maar ook visueel, zodat de muziek vlugger en eenvoudiger met verschillende tempo's kan worden gemixt.
Het manueel invoeren van het ritme via de TAP-schakelaar maakt het mogelijk een BPM-waarde in te stellen van muziek waarvoor die waarde moeilijk is te meten (a cappelle, improvisaties, etc.).
Ritme-effector (aan de BPM gebonden effecten)
Verbindt diverse effecten aan de door bovenvermelde automatische BPM-teller (AUTO BPM COUNTER) berekende BPM, om een geluid zonder weerga te produceren.
1. DELAY (herhaling van één geluid)
Om vlug en eenvoudig vertraagde geluiden in 1/4, 1/2, 3/4, 1/1, 2/1, 4/1 en 8/1 maat te mixen.
Als er bijvoorbeeld met een vertraagd geluid in 1/2 maat wordt gemixt, verandert het ritme van 4 in 8.
Als er met een vertraagd geluid in 3/4 maat wordt gemixt, wordt het ritme dynamischer.
Voorbeeld:
Oorspronkelijk ritme (4 maten)


1/2 maat vertraagd (8 maten)

2. ECHO (herhaling van geluiden)
Om vlug en eenvoudig echo's in 1/4, 1/2, 3/4, 1/1, 2/1, 4/1 en 8/1 maat te mixen.
Als het binnenkomende geluid bijvoorbeeld met een echo in 1/1 maat wordt gemixt, sterft de muziek uit terwijl geluiden op dit ritme worden herhaald.
Als een echo in 1/1 maat aan de microfoon wordt opgelegd, wordt het microfoongeluid continu op dit ritme weergegeven.
Dynamische effecten (van het circulaire type) kunnen worden verkregen door een echo in 1/1 maat aan vocale muziek op te leggen.
Voorbeeld:

bar
| Category | Value | |---|---| | 1 maat | 1 | | 1 maat | 1 | | Ritme | 1 | | Uitsterven | 0 |Gemixt met ingevoerd geluid
3. Auto Pan [PAN (L-R BALANCE)]
Stuart automatisch geluid naar links en rechts (auto beat pan) in 1/4, 1/2, 3/4, 1/1, 2/1, 4/1 of 8/1 maat.
U kunt ook een korte auto pan uitvoeren, om geluid in korte tijd naar links en rechts te sturen, wat handmatig niet mogelijk is.
Voorbeeld:
![PIONEER DJM-3000 - Auto Pan [PAN (L-R BALANCE)] - 1](/content/2025/01/118582/images/ca1295b64ca2f768577da47788b288d525ebad22528a70d6373f4c3f94b74a11.jpg)
Onderbreekt automatisch het geluid op het ritme van 1/4, 1/2, 3/4, 1/1, 2/1, 4/1 of 8/1 maat.
Voorbeeld:
![PIONEER DJM-3000 - Auto Pan [PAN (L-R BALANCE)] - 2](/content/2025/01/118582/images/16b5c3f31b84dfbec9830c25e117f185478e1e9dfe8ccdc102fd064845633248.jpg)
text_image
Onderbreking Onderbreking TijdWijzigt de toonhoogte aanzienlijk door de filterfrequentie trapsgewijze met 1/2, 1, 2, 4, 8, 16 en 32 maat te verschuiven./Voorbeeld:
![PIONEER DJM-3000 - Auto Pan [PAN (L-R BALANCE)] - 3](/content/2025/01/118582/images/3d370d523e775fa0ad1e5aee50f241bc41a768e01fed8f5ac256d961395ad640.jpg)
area
| Frequency Range | Value | | --------------- | ----- | | 1 / 2 | 1/2 | | 1 | 1 | | 2 | 2 | | 4 | 4 | | 8 | 8 | | 16 | 16 |6. FLANGER
Om vlug en eenvoudig flangereffecten van 1 cyclus in 1/2, 1, 2, 4, 8, 16 of 32 maat tot stand te brengen.
Voorbeeld:

line
| Time (minutes) | Value | | -------------- | ----- | | 0 | 0 | | 1 | 1/2 | | 2 | 1 | | 3 | 2 | | 4 | 4 | | 5 | 8 | | 6 | 16 | | 7 | 32 |7. REVERB
Geeft een nagalmeffect.
8. PITCH (Toonhoogte wijzigen)
Wijzigt het interval (toonhoogte of toonaard) met ongeveer ±1 octaaf.
Aangezien de snelheid van analoge draaitafels en cd- spelers percentsgewijs verandert, kunnen de intervallen ook percentsgewijs worden gecorrigeerd.
Als de toonhoogtewijziging op het microfoongeluid wordt toepast, krijgt men stemveranderingseffecten. Mixen met het oorspronkelijk geluid geeft een kooreffect.
9. SND/RTN (Invoer/uitvoer van extern effect)
Maakt het mogelijk door aansluiting op beschikbare effectors, samplers, etc. diverse effecten tot stand te brengen
5. FILTER
Ingestelde waarden voor elk effect
| Effect | Effect-parameter 1 (TIME) | Effect-parameter 2 (LEVEL/DEPTH) |
| DELAY | VertragingstijdInstelbare waarden: 1 tot 3500 ms,in trappen van 1 ms | Effect-mix-verhouding(Evenwicht tussen oorspronkelijke en vertraagde geluidsniveaus) |
| ECHO | VertragingstijdInstelbare waarden: 1 tot 3500 ms,in trappen van 1 ms | Effect-mix-verhouding(Evenwicht tussen oorspronkelijke en echogeluidsniveaus) |
| PAN(Auto Pan) | Verdeeltijd (overgangsduur)Instelbare waarden: 10 tot 16000 ms,in trappen van 5 ms voor 10 tot 1000 en trappen van 10 ms voor 1000 tot 16000 | Effect-mix-verhouding(Evenwicht tussen oorspronkelijke en gepande geluidsniveaus) |
| TRANS(Auto Trans) | Onderbrekingstijd (overgangsduur)Instelbare waarden: 10 tot 16000 ms,in trappen van 5 ms voor 10 tot 1000 en trappen van 10 ms voor 1000 tot 16000 | Effect-mix-verhouding(Evenwicht tussen oorspronkelijke en afgeknotte geluidsniveaus) |
| FILTER | Filtertijd (cyclus)Instelbare waarden: 10 tot 16000 ms,in trappen van 5 ms voor 10 tot 1000 en trappen van 10 ms voor 1000 tot 16000 | Nagalm(Geluidsniveau van de nagalm van de filter) |
| FLANGER | Oscillatietijd (cyclus)Instelbare waarden: 10 tot 16000 ms,in trappen van 5 ms voor 10 tot 1000 en trappen van 10 ms voor 1000 tot 16000 | Reactie(Niveau van het geluid met flanger-effect) |
Voorbeeld: Toepassen van het vertragingseffect op de muziek van CH-2.
1 Zet de effect-keuzeschakelaar op DELAY.
2 Zet de effect CH. SELECT schakelaar op 2.
- Het LED-lampje "2" van het effectparameter/BPM-display gaat branden.
- De BPM-waarde van de op CH-2 ingevoerde muziek verschijnt op de AUTO BPM COUNTER.
* De BPM-band die overeenkomt met de muziek op CH-2 kan met de keuzeschakelaar voor het BPM-meetbereik worden ingesteld.
* De teller knippert wanneer de BPM-waarde langer dan 2 seconden niet kan worden gemeten. In dit geval moet u de handbedieningsfunctie gebruiken om de instellingen met de hand te maken (zie blz. 102-103).
3 Stel de parameterwaarde in.
Wanneer de H.P CUE schakelaar (van de BEAT EFFECTS regelaars) wordt ingedrukt, kunt u het effect via de hoofdtelefoon controleren.
Instellen van de vertragingstijd
- Wanneer de vertragingstijd zodanig wordt ingesteld dat deze overeenkomt met één maat van de BPM-waarde die op de AUTO BPM COUNTER wordt aangegeven, wordt een zeer effectief effect verkregen.
- Door op de effectritme-keuzeschakelaar (◀ of ▷) te drukken kan een vertragingstijd van 1/4 tot 8/1 worden ingesteld voor één maat van de gemeten BPM-waarde.
- Gebruik de effect PARAMETER 1 regelaar (TIME) voor een meer nauwkeurige instelling van de vertragingstijd.
- Aangezien de "1/2" ritme-indicator oplicht als de vertragingstijd op de helft van één maat van de BPM-waarde is ingesteld, hoeft u slechts naar de ritme-indicators te kijken om de parameterwaarde in te stellen.
Instellen van de balans tussen het oorspronkelijke en het vertraagde geluidsniveau
- De balans tussen het oorspronkelijke en het vertraagde geluidsniveau wordt ingesteld met de effect PARAMETER 2 regelaar (LEVEL/DEPTH). Draai de regelaar naar links om het niveau van het vertraagde geluid te verlagen en naar rechts om het niveau van het vertraagde geluid te verhogen.
4 Zet de effect ON/OFF schakelaar aan.
- De effect ON/OFF schakelaar knippert oranje en het vertragingseffect wordt op het hoofduitgangsgeluid toegepast.
- Druk nog een keer op de schakelaar om het effect uit te schakelen.
* Als de schakelaar bij het begin van een maat wordt ingedrukt, begint de effectcyclus op hetzelfde moment als de maat.
Echo, auto pan, auto trans, filter en flanger kunnen op dezelfde manier worden ingesteld.
Let op:
- Als met de effect CH. SELECT schakelaar op een ander kanaal wordt overgeschakeld wanneer vertraging, echo, nagalm (blz. 98-99) en andere dergelijke effecten zijn ingeschakeld, zullen alle nagalmen die bij de effecten van het vorige kanaal horen worden weergegeven.
- Gebruik de effect-keuzeschakelaar alleen als de effecten uitgeschakeld zijn (wanneer de effect ON/OFF schakelaar oranje oplicht). Gebruikt u de schakelaar terwijl er effecten ingeschakeld zijn, dan kan dit ruis veroorzaken.
- Hieronder ziet u de aanduidingen wanneer een vertraging van een 1/2 maat (250 ms) op muziek met een BPM-waarde van 120 (in tijd uitgedrukt: 500 ms) is toegepast.

text_image
BPM-display 1 2 3 4 AUTO BPM COUNTER 120 BPM 70-139 91-180 BPM Keuzeschakelaar voor BPM-meetbereik 70-139 91-180 BPM 70-139 91-180 BPM KEUZESCHAKELAAR voor BPM- meetbereik LED-lampje 1 2 3 4 MASTER PARAMETER 1 250 mSec Teller Ritme-indicator 1/2 3/4 1/1 2/1 4/1 1 2 4 8 16 BEAT "1/2" licht op Effectritme- keuzeschakelaarsNagalm en toonhoogtewijziging
Effectorinstellingen
| Effect | Effect-parameter 1 (TIME) | Effect-parameter 2 (LEVEL/DEPTH) |
| REVERB | Nagalmtijd (echotijd)Instelbare waarden: 1 tot 100%,in trappen van 1% | Effect-mix-verhouding(Evenwicht tussen het niveau van het oorspronkelijke en het weerkaatste geluid) |
| PITCH(Toonhoogtewijziging) | ToonhoogteInstelbare waarden: 0 tot ± 100% ,in trappen van 1% | Effect-mix-verhouding(Evenwicht tussen het niveau van het oorspronkelijke geluid en het geluid waarvan de toonhoogte werd gewijzigd) |
Voorbeeld: Aanduidingen wanneer de toonhoogte van de muziek op CH-3 met 90% is gewijzigd.
1 Zet de effect-keuzeschakelaar op PITCH.
2 Zet de effect CH.SELECT schakelaar op 3.
- Het LED-lampje "3" van het effectparameter/BPM-display gaat branden.
* Het volledige BPM-display wordt uitgeschakeld.
Wanneer de H.P CUE schakelaar (van de BEAT EFFECTS regelaars) wordt ingedrukt, kunt u het effect via de hoofdtelefoon controleren.
Instellen van de toonhoogte
- Druk op de ▷ effectritme-keuzeschakelaar om de toon te verhogen met +33%, +50% of +100% en druk op de △ schakelaar om de toon te verlagen met -33%, -50% of -100%.
- Gebruik de effect PARAMETER 1 regelaar (TIME) voor een meer nauwkeurige instelling van de toonhoogte.
Instellen van de balans tussen het oorspronkelijke en het toonhoogte-gewijzigde geluidsniveau
- De balans tussen het oorspronkelijke en het toonhoogte-gewijzigde geluidsniveau wordt ingesteld met de effect PARAMETER 2 regelaar (LEVEL/DEPTH). Draai de regelaar naar links om het niveau van het toonhoogte-gewijzigde geluid te verlagen en naar rechts om het niveau van het toonhoogte-gewijzigde geluid te verhogen.
4 Zet de effect ON/OFF schakelaar aan.
- De effect ON/OFF schakelaar knippert oranje en het effect (wijzigen van toonhoogte) wordt op het hoofduitgangsgeluid toegepast.
- Druk nog een keer op de schakelaar om het effect uit te schakelen.
Het nagalmeffect kan op dezelfde wijze worden ingesteld.
Let op:
- Als met de effect CH. SELECT schakelaar op een ander kanaal wordt overgeschakeld wanneer vertraging, echo, (blz. 95-97), nagalm en andere dergelijke effecten zijn ingeschakeld, zullen alle nagalmen die bij de effecten van het vorige kanaal horen worden weergegeven.
- Gebruik de effect-keuzeschakelaar alleen als de effecten uitgeschakeld zijn (wanneer de effect ON/OFF schakelaar oranje oplicht). Gebruikt u de schakelaar terwijl er effecten ingeschakeld zijn, dan kan dit ruis veroorzaken.
- Hieronder ziet u de aanduidingen wanneer de toonhoogte van CH-3 met 90% is gewijzigd.
BPM-display

text_image
AUTO BPM COUNTER 70-139 BPM 91-180 BPMEffectparameter/BPM-display

text_image
MASTER 1 2 3 4 MIC PARAMETER 1 90 % LED-lampje Teller Ritme-indicator BEAT Effectritme- keuzeschakelaarsGebruik van een externe effector
Het onderstaande voorbeeld beschrijft het toepassen van externe effecten op CH-3.
1 Zet de effect-keuzeschakelaar op SND/RTN.
2 Zet de effect CH. SELECT schakelaar op 3.
- Het LED-lampje "3" van het effectparameter/BPM-display gaat branden.
3 Stel de parameters enz. van de externe effector in.
- Wanneer de H.P CUE schakelaar (van de BEAT EFFECTS regelaars) wordt ingedrukt, kunt u het effect via de hoofdtelefoon controleren.
4 Stel het retourniveau in.
- Het retourniveau van de externe effector kan worden ingesteld met de effect PARAMETER 2 regelaar (LEVEL/DEPTH).
* De effect PARAMETER 1 regelaar (TIME) zal niet werken.
5 Zet de effect ON/OFF schakelaar aan.
- De effect ON/OFF schakelaar knippert oranje en het externe effect wordt op de muziek van CH-3 toegepast.
- Druk nog een keer op de schakelaar om het effect uit te schakelen.
- Hieronder ziet u de aanduidingen wanneer een extern effect op CH-3 wordt toegepast.
BPM-display

text_image
1 2 3 4 AUTO BPM COUNTER 70-139 BPM 91-180 BPMEffectparameter/BPM-display

text_image
MASTER 1 2 3 4 MIC PARAMETER 1 LED-lampje 1/2 3/4 1/1 2/1 4/1 1 2 4 8 16 BEATGebruik van de AUTO BPM functie voor het meten van de BPM-waarde
Bij gebruik van de AUTO BPM functie zullen de BPM-waarde van het kanaal dat gekozen is met de H.P CUE schakelaar (wanneer de effect-keuzeschakelaar op AUTO BPM is gezet, zullen de CH-1 tot CH-4 H.P CUE schakelaars de kanaalkeuzeschakelaars van de AUTO BPM COUNTER worden) en het kanaal dat gekozen is met de effect CH. SELECT schakelaar worden gemeten en op het display aangegeven, zodat gemakkelijk twee muziekstukken met verschillende tempo's gesynchroniseerd kunnen worden (meetbereik 70,0 - 180,0 BPM).
Voorbeeld: Aanduiding van de BPM-waarde voor CH-1 gekozen met de H.P CUE schakelaar en CH-2(2) gekozen met de effect CH. SELECT schakelaar:
MEDICIÓN DE BPM
1 Zet de effect-keuzeschakelaar op AUTO BPM.
2 Druk op de keuzeschakelaar voor het BPM-meetbereik om het gewenste BPM-meetbereik in te stellen.
- Kies een van de volgende drie bereiken: 70-139, 91-180 of 70-180. Het 70-180 bereik is ingesteld wanneer beide LED-lampjes (70-139 BPM en 91-180 BPM) oplichten.
3 Zet de effect CH. SELECT schakelaar op 2.
- Het LED-lampje "2" van het effectparameter/BPM-display gaat branden.
- De BPM-waarde van de op CH-2 ingevoerde muziek verschijnt op het effectparameter/BPM-display.
* De teller knippert wanneer de BPM-waarde langer dan 2 seconden niet kan worden gemeten.
* De BPM-waarde van sommige muziekstukken kan niet worden gemeten in de AUTO BPM stand. In dat geval moet u de handbedieningsfunctie gebruiken om de BPM-waarde te bepalen (zie blz. 102-103).
4 Druk op de CH-1 H.P CUE schakelaar.
- Het LED-lampje "1" van het BPM-display gaat branden.
- De BPM-waarde van de op CH-1 ingevoerde muziek verschijnt op de AUTO BPM COUNTER.
* Om de BPM-waarde nauwkeurig te kunnen meten, mag u slechts één kanaal (CH-1 tot CH-4 H.P CUE schakelaar) voor de AUTO BPM COUNTER instellen.
- Hieronder ziet u de aanduidingen wanneer de BPM-waarde van CH-1 en CH-2 (126) gelijk zijn.
BPM-display

text_image
1 2 3 4 AUTO BPM COUNTER LED-lampje 126 Teller 70-139 91-180 BPM BPM Keuzeschakelaar voor BPM-Effectparameter/BPM-display

text_image
MASTER 1 2 3 4 MIC PARAMETER 1 126.0 BPM 1/2 3/4 1/1 2/1 4/1 1 2 4 8 16 BEAT meetbereik LED-lampje TellerGebruik van de handbedieningsfunctie voor het meten van de BPM-waarde
■ Wanneer de BPM-waarde niet met de AUTO BPM functie kan worden gemeten:
Als de BPM-waarde niet automatisch kan worden gemeten, gebruikt u de TAP schakelaar om de waarde handmatig in te voeren.
- Als de TAP schakelaar op de maat van de muziek wordt ingedrukt, zullen de lampjes op het BPM-meetbereik display doven en wordt de handbedieningsfunctie ingeschakeld.
- De BPM-waarde die met de TAP schakelaar wordt ingevoerd, wordt op de onderste teller van het effectparameter/BPM-display aangegeven en de bovenste teller van het BPM-display wordt uitgeschakeld.
- Om terug te keren naar de AUTO BPM functie, drukt u op de keuzeschakelaar voor het BPM-meetbereik en kiest dan het gewenste meetbereik.
■ Als de BPM-waarde niet kan worden gemeten tijdens vertraging-, echo-, auto pan-, auto trans-, filter- en flanger-bewerkingen (blz. 95-97):
Als de BPM-waarde gedurende meer dan 2 seconden niet kan worden gemeten tijdens effectbewerkingen, gaat de bovenste teller van het BPM-display knipperen. In dit geval moet u de effect-keuzeschakelaar instellen op AUTO BPM en de TAP schakelaar gebruiken om de waarde handmatig in te voeren.
- Wanneer de met de TAP schakelaar ingevoerde BPM-waarde op de onderste teller van het effectparameter/BPM-display is verschenen en de effect-keuzeschakelaar weer op het oorspronkelijke effect is ingesteld, verschijnt de ingevoerde BPM-waarde op de bovenste teller van het BPM-display.
MEDICIÓN DE BPM
Als u de BPM-waarde van een muziekstuk weet, kunt u deze ook invoeren zonder de TAP schakelaar te gebruiken.
- Zet de effect-keuzeschakelaar op AUTO BPM en druk op de keuzeschakelaar voor het BPM-meetbereik totdat beide indicators voor het BPM-meetbereik (70-139 BPM en 91-180 BPM) doven.
- Als aan de effect PARAMETER 1 regelaar (TIME) wordt gedraaid, zal de onderste teller van het effectparameter/BPM-display de BPM-waarde aangeven, waarbij instelling mogelijk is vanaf het eerste cijfer.
Als u aan de PARAMETER 1 regelaar draait terwijl u de TAP schakelaar ingedrukt houdt, kan de BPM-waarde vanaf de eerste decimale plaats worden ingesteld.
Wanneer de BPM-waarde is ingesteld en de effect-keuzeschakelaar weer op het oorspronkelijke effect is gezet, verschijnt de ingevoerde BPM-waarde op de bovenste teller van het BPM-display.

text_image
BPM-display AUTO BPM COUNTER 70-139 91-180 BPM Teller Keuzeschakelaar voor BPM-meetbereik Indicators voor BPM-meetbereik Effectparameter/ BPM-display 1 2 3 4 MIC MASTER PARAMETER 1 Teller 1/2 3/4 1/1 2/1 4/1 1 2 4 8 16 BEATAls de los verkrijgbare CMX-3000, CMX-5000, CDJ-1000, CDJ-100S, CDJ-500S en CDJ-500 II spelers op CH-1 - CH-4 zijn aangesloten, kunnen deze gestart worden met de kanaalfader-schuifregelaar of de kruisfader-schuifregelaar, mits de bedieningssignaalsnoeren zijn aangesloten.
Het afspelen via de fader starten (Gebruik van de fade-in functie met een aangesloten CD-speler)
Wanneer dit apparaat via bedieningssignaalsnoeren op de CMX-3000, CMX-5000, CDJ-1000, CDJ-100S, CDJ-500S en CDJ-500 II discjockey CD-spelers is aangesloten, kunt u het afspelen via de fader starten. Met andere woorden, wanneer het volume van de kanaalfader of de kruisfader op het DJ-mengpaneel wordt verhoogd, wordt de CD-speler uit de pauzefunctie gehaald en zal de muziek automatisch en onmiddellijk beginnen. Omdat de CD-speler op het startpunt kan worden teruggezet wanneer de fader naar de oorspronkelijke stand terugkeert, hoort sampler-type weergave ook tot de mogelijkheden.
Starten via de kruisfader en afspelen vanaf het startpunt (back-cue)
Wanneer "A" bij het startpunt in de paraatstand staat, kan deze worden gestart door de kruisfaderschuifregelaar vanaf de rechterkant (B) naar de linkerkant (A) te schuiven. Tegelijkertijd wordt "B" op het startpunt teruggezet (back-cue).
Bovendien kan "B" wanneer deze bij het startpunt in de paraatstand staat, ook gestart worden door gewoon de kruisfader-schuifregelaar vanaf de linkerkant (A) naar de rechterkant (B) te schuiven. ("A" wordt tegelijkertijd op het startpunt teruggezet.)
CD-spelers die door de faderstartfunctie kunnen worden gestart wanneer zij op dit apparaat zijn aangesloten:
CMX-3000
CMX-5000
CDJ-1000
CDJ-100S
CDJ-500S
CDJ-500 II
1 Druk op de FADER START schakelaar (CH-1, CH-2, CH-3 of CH-4) van het kanaal dat verbonden is met de CD-speler die u wilt bedienen.
De indicator voor het gekozen kanaal licht op.
2 Schuif de kanaalfader-schuifregelaar helemaal naar beneden.
3 Stel een startpunt op de CD-speler in en zet de speler bij dit punt in de paraatstand (pauzestand).
4 Wanneer u de weergave van de CD-speler wilt starten, duwt u de kanaalfader-schuifregelaar naar boven. De CD-speler zal dan automatisch beginnen.
Let op:
- De kanalen die zijn ingesteld met de CROSS FADER ASSIGN A en B schakelaars kunnen niet via de kanaalfader worden gestart.
Het onderstaande voorbeeld toont hoe een op CH-1 aangesloten CD-speler kan worden gestart.
Voorbeeld

FADER START
schakelaar

Kanaalfader-schuifregelaar
Wanneer het startpunt van tevoren op de CMX-3000, CMX-5000, CDJ-1000, CDJ-100S, CDJ-500S en CDJ-500II is ingesteld, is het niet nodig om de CD-speler bij het startpunt in de paraatstand te laten staan.
Als de kanaalfader-schuifregelaar in de oorspronkelijke stand wordt teruggezet nadat het afspelen is begonnen, zal de CD-speler naar het startpunt terugkeren en in de paraatstand worden gezet.
1 Druk op de FADER START schakelaar (CH-1, CH-2, CH-3 of CH-4) van het kanaal dat verbonden is met de CD-speler die u wilt bedienen.
De indicator voor het gekozen kanaal licht op.
2 Kies met de CROSS FADER ASSIGN A en B schakelaars het kanaal (CH-1, CH-2, CH-3 of CH-4) waarop de CD-speler is aangesloten.
3 Schuif de kruisfader-schuifregelaar helemaal in de tegenovergestelde richting van de te starten bron.
In het onderstaande voorbeeld wordt de startprocedure toegepast op een CD-speler die is aangesloten op kanaal CH-1 dat op ASSIGN A is ingesteld.
Voorbeeld:

ASSIGN A schakelaar

Kruisfader-schuifregelaar
4 Stel een startpunt op de CD-speler in en zet de speler bij dit punt in de paraatstand (pauzestand).
5 Kies de startkromme van de kruisfader met de CROSS FADER CURVE keuzeschakelaar.
6 Wanneer de kruisfader-schuifregelaar in de tegenovergestelde richting wordt geschoven van "3", zal de CD-speler beginnen met afspelen.

ASSIGN A schakelaar

Kruisfader-schuifregelaar
Wanneer het startpunt van tevoren op de CMX-3000, CMX-5000, CDJ-1000, CDJ-100S, CDJ-500S en CDJ-500II is ingesteld, is het niet nodig om de CD-speler bij het startpunt in de paraatstand te laten staan.
Als de kruisfader-schuifregelaar in de oorspronkelijke stand wordt teruggezet nadat het afspelen is begonnen, zal de CD-speler naar het startpunt terugkeren en in de paraatstand worden gezet.
Wanneer dit mengpaneel samen met de los verkrijgbare CMX-3000, CMX-5000, CDJ-1000, CDJ-100S, CDJ-500S en CDJ-500II CD-spelers wordt gebruikt, kunt de kruisfaderschuifregelaar gebruiken om automatisch een gekoppelde fade-in en fade-uit vanaf speler A naar speler B te maken. Indien gewenst, kan de effectfunctie worden toegepast voor simultane gekoppelde bediening (hiervoor moet het bedieningssignaalsnoer zijn aangesloten). Deze mogelijkheden zijn alle beschikbaar door middel van bediening van een enkele toets.
Beschikbare effect-mengfuncties
Effect-mengfaderfunctie
■ ECHO
Het geluidsvolume van het effect verandert afhankelijk van de stand van de kruisfader-schuifregelaar.
Afhankelijk van de instelling van de effect PARAMETER regelaar kan de ECHO herhaling worden gewijzigd van 1/2 naar 3/4, 1/1, 2/1 of 4/1 maat. Wanneer de schuifregelaar de andere kant bereikt, zal er verbinding worden gemaakt met het kanaal dat aan de andere kant is toegewezen.
Voorbeeld: Stand van de kruisfader-schuifregelaar en effectvolume-instelling wanneer het effect is ingesteld voor kant A

line
| Kanto | Hoveelheid effect | |-------|-------------------| | Kant A | 100% | | Kant B | 30% |ZIP
De toonhoogte van het effect verandert afhankelijk van de stand van de kruisfader-schuifregelaar.
Wanneer de schuifregelaar de andere kant bereikt, zal er verbinding worden gemaakt met het kanaal dat aan de andere kant is toegewezen.
Voorbeeld: Stand van de kruisfader-schuifregelaar en toonhoogte-instelling wanneer het effect is ingesteld voor kant A

line
| Hoveelheid effect | Value | | ----------------- | ------- | | Kant A | 0% | | Kant B | -200% |ROLL
Het traject van de kruisfader-schuifregelaar is verdeeld in vier delen; naarmate de schuifregelaar vanaf de effect-kant wordt verschoven, wordt het effect ingesteld op 1/1, 1/2, 1/4 en 1/8 maat.
De toonhoogte van het effect verandert vanaf het 1/1 naar het 1/8 bereik overeenkomstig de stand van de kruisfaderschuifregelaar. Wanneer de schuifregelaar de andere kant bereikt, zal er verbinding worden gemaakt met het kanaal dat aan de andere kant is toegewezen.
108
Du/Sp
Voorbeeld: Stand van de kruisfader-schuifregelaar en maatinstelling wanneer het effect is ingesteld voor kant A

text_image
Kant A Normale weergave kant A 1/1 1/2 1/4 1/8 Normale maat maat maat maat kaet Kant B Normale weergave kant BAutomatische effect-mengfunctie
■ ECHO
Het volume van het effect neemt af gedurende de tijdsduur die is ingesteld met de effect PARAMETER regelaar, waarna wordt doorgegaan naar het volgende muziekstuk.
Voorbeeld: Bij een 4-maten instelling

text_image
Vorige muziekstuk Tijdens effect Volume neemt af Volgende muziekstuk 1 maat 1 maat 4 matenZIP
De toonhoogte van het effect neemt af gedurende de tijdsduur die is ingesteld met de effect PARAMETER regelaar, waarna wordt doorgegaan naar het volgende muziekstuk.
Voorbeeld: Bij een 4-maten instelling

text_image
Tijdens effect Vorige muziekstuk Toonhoogte neemt af Volgende muziekstuk 4 matenROLL
Het ROLL patroon verandert overeenkomstig de instelling van de effect PARAMETER regelaar.
Bij een 1-maat of 2-maten instelling wordt een herhaald 1/4-maat geluid weergegeven.
Bij een 4-maten of 8-maten instelling wordt de effecttijd gedeeld door twee en wordt een herhaald 1/2 en 1/4-maat geluid weergegeven.
Bij een 16-maten instelling wordt de effecttijd gedeeld door vier en wordt een herhaald 1/1, 1/2, 1/4 en 1/8-maat geluid weergegeven.
Voorbeeld: Bij een 4-maten instelling

text_image
Vorige muziekstuk Tijdens effect Volgende muziekstuk 1 maat 1/2 maat 1/4 maat 4 matenKiezen van de effect-mengfunctie
Gebruik de EFFECT MIX keuzeschakelaar om de gewenste bedieningsfunctie te kiezen:
OFF: Normale instelling
- Geen effect-menging.
- De drie effect-selectie/startschakelaars (ECHO, ZIP en ROLL) lichten niet op.
- De links-rechts faderindicators A en B van de kruisfader lichten beide niet op.
FADER: Effect-mengfaderfunctie
- De kruisfader-schuifregelaar kan gebruikt worden voor het manipuleren van effecten en voor het uitvoeren van cue-start/back-cue.
- De gekozen effect-selectie/startschakelaar (ECHO, ZIP of ROLL) knippert (de standaardinstelling is ECHO) en de andere lichten continu op.
- De links-rechts faderindicators A en B van de kruisfader lichten als volgt op:
| Conditie | Faderindicator A | Faderindicator B |
| Wanneer de kruisfader-schuif-regelaar aan de A kant staat | LICHT OP | UIT |
| Wanneer de kruisfader-schuif-regelaar aan de B kant staat | UIT | LICHT OP |
| Wanneer de functie wordt ge-activeerd terwijl de kruisfader-schuifregelaar in de midden-stand staat | LICHT OP | LICHT OP |
| Wanneer de kruisfader-schuif-regelaar vanaf de A kant naar de middenstand wordt geschoven nadat de functie is geactiveerd | KNIPPERT | UIT |
| Wanneer de kruisfader-schuif-regelaar vanaf de B kant naar de middenstand wordt geschoven nadat de functie is geactiveerd | UIT | KNIPPERT |
AUTO: Automatische effect-mengfunctie.
- De drie effect-selectie/startschakelaars (ECHO, ZIP en ROLL) kunnen gebruikt worden voor het manipuleren van effecten en voor het uitvoeren van cue-start/back-cue (de kruisfader-schuifregelaar werkt niet).
- De gekozen effect-selectie/startschakelaar (ECHO, ZIP of ROLL) knippert (de standaardinstelling is ECHO) en de andere lichten continu op.
- De links-rechts faderindicators A en B van de kruisfader lichten als volgt op:
| Conditie | Faderindicator A | Faderindicator B |
| Wanneer de functie wordt geactiveerd terwijl de kruis-fader-schuifregelaar aan de A kant staat | LICHT OP | UIT |
| Wanneer de functie wordt geactiveerd terwijl de kruis-fader-schuifregelaar aan de B kant staat | UIT | LICHT OP |
| Wanneer de functie wordt geactiveerd terwijl de kruis-fader-schuifregelaar in de middenstand staat | LICHT OP | LICHT OP |
| Wanneer het geluid van de A kant wordt weergegeven | LICHT OP | UIT |
| Wanneer effecten worden toegepast op de A kant | KNIPPERT | UIT |
| Wanneer het geluid van de B kant wordt weergegeven | UIT | LICHT OP |
| Wanneer effecten worden toegepast op de B kant | UIT | KNIPPERT |
De effect-mengfunctie werkt niet wanneer ASSIGN A en ASSIGN B zijn ingesteld op hetzelfde kanaal. (In dit geval zullen de faderindicator A, de faderindicator B en de faderstart-indicator voor het gekozen kanaal alle knipperen.)
Effect-mengfaderfunctie
1 Kies met de CROSS FADER ASSIGN schakelaars (A en B) het kanaal (CH1–CH4) dat met de CD-speler is verbonden waarop u de kruisfader-effecten wilt toepassen.
- Zorg dat u verschillende kanalen toewijst aan de CROSS FADER ASSIGN A en B schakelaars.
2 Zet de CROSS FADER CURVE keuzeschakelaar op 1 (π).
- Wanneer de schakelaar op 2 of 3 wordt gezet, zal het geluidsvolume lager worden afhankelijk van de instelling van de kruisfader-schuifregelaar.
3 Zet de kruisfader-schuifregelaar in de gewenste startpositie voor de effect-mengfaderfunctie.
Bij gebruik van de effect-mengfaderfunctie wordt de wijze waarop het geluid in het begin klinkt, bepaalt door de startpositie van de kruisfader-schuifregelaar. Zie stap 6 voor de bedieningsaanwijzingen.
- Wanneer de kruisfader-schuifregelaar in de middenstand staat, worden het A en B geluid weergegeven.
- Wanneer de kruisfader-schuifregelaar aan de A kant staat, wordt het A geluid weergegeven.
- Wanneer de kruisfader-schuifregelaar aan de B kant staat, wordt het B geluid weergegeven.
4 Zet de EFFECT MIX keuzeschakelaar op FADER.
- De gekozen effect-selectie/startschakelaar (ECHO, ZIP of ROLL) knippert (de standaardinstelling is ECHO) en de andere lichten continu op.
- De FADER START schakelaar voor het toegewezen kanaal wordt automatisch ingeschakeld en de bijbehorende indicator licht op.
Als de instelling van de CROSS FADER ASSIGN schakelaars A/B wordt veranderd nadat de EFFECT MIX keuzeschakelaar op FADER is gezet, zal de FADER START schakelaar van het bijbehorende kanaal automatisch ingeschakeld worden.
5 Gebruik de effect-selectie/startschakelaars om het gewenste effect (ECHO, ZIP of ROLL) te kiezen.
- De gekozen effect-selectie/startschakelaar knippert en de andere lichten continu op.
- Het is niet mogelijk om gelijktijdig twee of meer effecten te kiezen.
- Gebruik de PARAMETER regelaars van de BEAT EFFECT bedieningsorganen om de tijdinstellingen van het effect te wijzigen.
6 Bedien de kruisfader-schuifregelaar.
- Wanneer de kruisfader-schuifregelaar vanaf kant A naar kant B wordt geschoven, zal het gekozen effect op A worden toegepast, en wanneer de schuifregelaar kant B bereikt, hoort u het B uitgangsgeluid. Als de schuifregelaar vanuit de middenstand wordt teruggeschoven naar kant A, wordt het effect toegepast op A uitgeschakeld en wordt het normale geluid weergegeven.
- Wanneer de kruisfader-schuifregelaar vanaf kant B naar kant A wordt geschoven, zal het gekozen effect op B worden toegepast, en wanneer de schuifregelaar kant A bereikt, hoort u het A uitgangsgeluid. Als de schuifregelaar vanuit de middenstand wordt teruggeschoven naar kant B, wordt het effect toegepast op B uitgeschakeld en wordt het normale geluid weergegeven.
[Bediening als de kruisfader-schuifregelaar in de middenstand staat wanneer de effect-mengfaderfunctie wordt ingeschakeld]
- Wanneer de kruisfader-schuifregelaar vanuit de middenstand naar kant A wordt geschoven, zal het gekozen effect worden toegepast op B, en het geluid zal geleidelijk verdwijnen overeenkomstig het gekozen effect.
- Wanneer de kruisfader-schuifregelaar vanuit de middenstand naar kant B wordt geschoven, zal het gekozen effect worden toegepast op A, en het geluid zal geleidelijk verdwijnen overeenkomstig het gekozen effect.
- Bij gebruik van de effect-mengfaderfunctie kan de kruisfaderschuifregelaar niet worden gebruikt om het geluid bij te regelen. De CROSS FADER CURVE keuzeschakelaar zal ook niet werken en de BEAT EFFECTS functie kan eveneens niet worden gebruikt.
Automatische effect-mengfunctie
1 Kies met de CROSS FADER ASSIGN schakelaars (A en B) het kanaal (CH1–CH4) dat met de CD-speler is verbonden waarop u de kruisfader-effecten wilt toepassen.
- Zorg dat u verschillende kanalen toewijst aan de CROSS FADER ASSIGN A en B schakelaars.
2 Zet de kruisfader-schuifregelaar in de gewenste startpositie voor de automatische effect-meng-functie.
Bij gebruik van de automatische effect-mengfunctie wordt de wijze waarop het geluid in het begin klinkt, bepaalt door de startpositie van de kruisfader-schuifregelaar. Zie stap 4 voor de bedieningsaanwijzingen.
- Wanneer de kruisfader-schuifregelaar in de middenstand staat, worden het A en B geluid weergegeven.
- Wanneer de kruisfader-schuifregelaar aan de A kant staat, wordt het A geluid weergegeven.
- Wanneer de kruisfader-schuifregelaar aan de B kant staat, wordt het B geluid weergegeven.
3 Zet de EFFECT MIX keuzeschakelaar op AUTO.
- De gekozen effect-selectie/startschakelaar (ECHO, ZIP of ROLL) knippert en de andere lichten continu op.
- De FADER START schakelaar voor het toegewezen kanaal wordt automatisch ingeschakeld en de bijbehorende indicator licht op.
Als de instelling van de CROSS FADER ASSIGN schakelaars A/B wordt veranderd nadat de EFFECT MIX keuzeschakelaar op AUTO is gezet, zal de FADER START schakelaar van het bijbehorende kanaal automatisch ingeschakeld worden.
4 Gebruik de effect-selectie/startschakelaars om het gewenste effect (ECHO, ZIP of ROLL) te kiezen.
- De gekozen effect-selectie/startschakelaar knippert en de andere lichten continu op.
- Als de effect-selectie/startschakelaar wordt ingedrukt tijdens weergave van het A geluid, zal het gekozen effect op A worden toegepast, en nadat de ingestelde effecttijd is verstreken zal het B geluid worden weergegeven.
- Als de effect-selectie/startschakelaar wordt ingedrukt tijdens weergave van het B geluid, zal het gekozen effect op B worden toegepast, en nadat de ingestelde effecttijd is verstreken zal het A geluid worden weergegeven.
[Bediening als de kruisfader-schuifregelaar in de middenstand staat wanneer de automatische effectmengfunctie wordt ingeschakeld]
- Als de effect-selectie/startschakelaar wordt ingedrukt terwijl de A en B geluiden worden weergegeven, zal het gekozen effect op B worden toegepast, en nadat de ingestelde effecttijd is verstreken zal het A geluid worden weergegeven.
- Als de kruisfader-schuifregelaar naar kant A of B wordt geschoven terwijl de A en B geluiden beide worden weergegeven, zal de normale werking van de kruisfader worden verkregen.
- Het is niet mogelijk om gelijktijdig twee of meer effecten te kiezen.
- Gebruik de PARAMETER regelaars van de BEAT EFFECT bedieningsorganen om de tijdinstellingen van het effect te wijzigen.
- Bij gebruik van de automatische effect-mengfunctie kan de kruisfader-schuifregelaar niet worden gebruikt om het geluid bij te regelen. De CROSS FADER CURVE keuzeschakelaar zal ook niet werken en de BEAT EFFECTS functie kan eveneens niet worden gebruikt.
Onjuist uitgevoerde bewerkingen worden vaak voor defecten of storingen aanzien. Als u denkt dat er werkelijk iets mis is met dit toestel, moet u eerst onderstaande punten controleren. Soms moet de oorzaak van het probleem bij een ander toestel worden gezocht. U moet dus alle aangesloten elektrische apparaten controleren.
Indien het probleem, zelfs na controle van onderstaande punten, niet kan worden opgelost, moet u met uw verkoper of dichtsbijzijnde PIONEER service center contact opnemen.
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Maatregel |
| Het apparaat kan niet worden ingeschakeld. | De stekker zit niet in het stopcontact. | Steek de stekker in het stopcontact. |
| Er is weinig of geen geluid. | De ingangskeuzeschakelaar staat in de verkeerde stand.De aansluitsnoeren zijn verkeerd aangesloten of de snoeren zitten los.De aansluitbussen zijn vuil.De MASTER LEVEL ATT. regelaar op het achterpaneel staat in een te lage stand. | Stel de ingangskeuzeschakelaar in op de bron die wordt weergegeven.Sluit de snoeren correct aan.Maak de aansluitbussen schoon en sluit de snoeren opnieuw aan.Zet de MASTER LEVEL ATT. regelaar op het achterpaneel in een hogere stand. |
| Het geluid is vervormd. | De MASTER LEVEL ATT. regelaar op het achterpaneel staat in een te hoge stand.Het ingangsniveau is te hoog. | Zet de MASTER LEVEL ATT. regelaar op het achterpaneel in een lagere stand.Stel de TRIM regelaar zodanig in dat het ingangsniveau op de piekniveaumeter in de buurt van 0 dB komt. |
| De kruisfader werkt niet. | De CROSS FADER ASSIGN A en B schakelaars zijn niet juist ingesteld. | Stel de CROSS FADER ASSIGN A en B schakelaars in op de juiste kruisfader-bronnen. |
| De CD-speler wordt niet door de fader gestart. | De FADER START schakelaar staat uit.De CONTROL aansluiting op het achterpaneel is niet met de CD-speler verbonden. | Zet de FADER START schakelaar aan.Verbind het apparaat en de CD-speler met het bedieningssignaalsnoer. |
| De effecten zijn niet hoorbaar. | De effect CH. SELECT schakelaar is verkeerd ingesteld.De effect PARAMETER 2 regelaar (LEVEL/DEPTH) staat in de laagste stand (MIN.). | Kies het kanaal waarop de effecten moeten worden toegepast.Stel de effect PARAMETER 2 regelaar (LEVEL/DEPTH) in. |
| Het geluid van de externe effector is vervormd. | Het ingangsniveau van de externe effector is te hoog. | Stel op de externe effector het uitgangsniveau lager in en regel het retourniveau met de effect PARAMETER 2 regelaar (LEVEL/DEPTH). |
| De BPM-waarde kan niet worden gemeten.De gemeten BPM-waarden zijn vreemd. | Het ingangsniveau is te hoog of te laag.Bij sommige muziekstukken kan de BPM-waarde niet worden gemeten. | Stel de TRIM regelaar zodanig in dat het ingangsniveau op de piekniveaumeter in de buurt van 0 dB komt.Stel de ingangsniveaus van de andere kanalen in op een waarde dichtbij 0 dB.Druk op de TAP schakelaar en stel de BPM-waarde handmatig in. |
| De gemeten BPM-waarde verschilt van de waarde die op de CD staat vermeld. | Omdat er verschillende methoden bestaan voor het meten van de BPM-waarde kunnen de resultaten enigszins verschillen. | Geen maatregelen nodig. |
| De PHONO 4 ingang van CH-4 kan niet worden gebruikt. | Er is een microfoon op MIC 3 aangesloten. | Maak de microfoon los van MIC 3. |
| De effect-mengfunctie werkt niet. | De ASSIGN A en B schakelaars staan op hetzelfde kanaal ingesteld.De ASSIGN A en B schakelaars staan beide op THRU. | Stel de ASSIGN A en B schakelaars op verschillende kanalen (1 - 4) in.Stel de ASSIGN A en B schakelaars op verschillende kanalen (1 - 4) in. |
Bij statische elektriciteit of andere externe interferentie kunnen er storingen in het apparaat optreden. Om de normale werking te herstellen, schakelt u het apparaat uit en dan weer in.
Uitgang (uitgangsniveau/impedantie)
MASTER OUT1 (RCA) 0 dBV (1 V)/1 kΩ
MASTER OUT2 (XLR) 4 dBm (1,23 V)/600 Ω
Frequentiekarakteristieken
LINE/MIC 20 Hz tot 20 kHz
PHONO (RIAA) 20 Hz tot 20 kHz
Signaal-ruisverhouding
LINE 87 dB (zonder effecten)
PHONO 77 dB
MIC 69 dB
Elektrisch gedeelte, enz.
Stroomspanning ...... Wisselstroom AC 220-240 V, 50/60 Hz
Stroomverbruik 48 W
Werktemperatuur ....+5°C tot +35°C
Werkvochtigheidsgraad 5 % tot 85 %
Uitwendige afmetingen ..... 482 (B) x 220 (D) x 107 (H) mm
Gewicht 7,1 kg
Toebehoren
- Kortsluitpluggen 2
- Gebruiksaanwijzing .... 1
De technische gegevens en de uitvoering kunnen wegens verbeteringen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.