PDO MULTI - Elektronische detector BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PDO MULTI BOSCH in PDF-formaat.
| Producttype | Elektronische detector |
| Merk | BOSCH |
| Model | PDO MULTI |
| Max. detectiediepte (ferrometalen) | 80 mm |
| Max. detectiediepte (non-ferrometalen) | 60 mm |
| Max. detectiediepte (spanningvoerende koperleidingen) | 40 mm |
| Max. detectiediepte (hout) | 20 mm |
| Voeding | 1x 9V-batterij (6LR61) of 9V-accu (6F22) |
| Bedrijfsduur | Ongeveer 6 uur (alkalinebatterij) |
| Gewicht | 0,25 kg |
| Bedrijfstemperatuur | -10 °C ... +50 °C |
| Opslagtemperatuur | -20 °C ... +70 °C |
| Automatische uitschakeling | Na ongeveer 5 min |
| Hoofdfuncties | Metaaldetectie (ferro/non-ferro), houtdetectie, detectie van spanningvoerende leidingen (110-400 V AC), Zoomfunctie, AutoCal-ijking, instelbaar geluidssignaal |
| Display | Scherm met indicatoren voor metaalsoort, spanningvoerende leidingen, hout, Zoom, AutoCal, batterijstatus |
| Lichtring | Groen (gereed), rood (object gedetecteerd), knipperend rood (waarschuwing) |
| Onderhoud en reiniging | Reinigen met een zachte, droge doek. Geen reinigingsmiddelen of oplosmiddelen gebruiken. Versleten viltglijders vervangen. |
| Reserveonderdelen | Beschermhoes (1609 203 P19), deksel batterijcompartiment (1609 203 R32), viltglijders (1609 203 P21) |
| Service na verkoop | www.bosch-pt.com, servicetelefoon: 0143119006, Bosch-adviseur: 0800055051 |
| Garantie | Reparatie door erkend Bosch servicepunt |
Veelgestelde vragen - PDO MULTI BOSCH
Gebruikersvragen over PDO MULTI BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Elektronische detector in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PDO MULTI - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PDO MULTI van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING PDO MULTI BOSCH
Met het meetgereedschap(Intu) u alleen optimaal Werken als u de gebruiksaanwijzing en de tips voor de werkzaamheden volledig leest en u de daarin aanwezigae aanwijzingen strikt opvolgt. BEWAAR DEZE AANWIJZINGER GOED.
Vouw de uitvouwbare pagina met de afbeelding van het meetgereedschap open en LAST deze pagina opengevouwen terwijl u de gebruiksaanwijzing leest.
Gebruik volgens bestemming
Het meetgereedschap is bestemd voor het opsporen van metaal (ijzer en non-ferrometaal, bijvoorbeeld betonwapening), houten balken en spanningvoerende leidingen in muren, plafonds en vloeren.
Afegebeelde componenten
De componenten zijn genummerd zoals op de afbeelding van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen.
1 Verlichtering
2 Markeringsopening
3 Display
4 Toets „ZOOM"
5 Toets voor houtdetectie
6 Toets voor metaaldetectie
7 Aan/uit-knop „on/off"
8 Viltglieder
9 Sensorgedeelte
10 Deksel van batterijvak
11 Markeerpotlood (kan worden verwijderd)
12 Vergrendeling van het batterijvakdeksel
Indicate-elementen
a Indicatie van spanningvoerende leidingen
b Indicatie van de functie houtdetectie
c Indicatie van de functie metaaldetectie
d Indicatie van de functie „ZOOM"
e Meetindicatie „ZOOM"
f Meetindication
g Kalibreringsindicatie „AutoCal"
h Indicatie van magnetisch metaal
i Indicatie van Niet-magnetisch metaal
j Indicatie voor uitgeschakeld geluidssignaal
k Batterij-indicatie
Technische gegevens
| Digitale detector | PDO Multi |
| Zaaknummer | 3 603 K10 000 |
| Max. detectiediepte*: | |
| IJzer | 80 mm |
| Non-ferrometaal (koper) | 60 mm |
| Koperleidingen (spanningvoerend)** | 40 mm |
| Hout | 20 mm |
| Automatische uitschakeling na ca. | 5 min |
| Bedrijfstemperatuur | -10 °C ... +50 °C |
| Bewaartemperatuur | -20 °C ... +70 °C |
| Batterij | 1 x 9 V 6LR61 |
| Accu | 1 x 9 V 6F22 |
| Gebruiksduur (alkalimangaanbatterij) ca. | 6 h |
| Gewicht volgens EPTA-Procedure 01/2003 | 0,25 kg |
| * Afhankelijk van het materiaal en de grootte van de voorwerpen en van het materiaal en de toestand van de ondergrond | |
| ** Kleinere detectiediepte bij nicht-spanningvoerende ledingen | |
| Let op het zaaknummer op het typeplaatje van het meetgereedschap. De handelsbenamingen van afzonderlijke meetgereedschappen können afwijken. | |
Gebruik
Batterijen inzetten of cervangen
Gebruik uitsluitend alkalinangaanbatterijen of oplaadbare batterijen.
Als u het batterijvakdeksel 10 wilt openen, drukt u op de vergrendeling 12 in de richting van de pijl en klapt u het batterijvakdeksel omhoog. Plaats de meegeleverde batterij. Let waar bij op de juiste poolaansluitingen zoals aangegeven op de binnenzijde van het batterijvak.
Als de batterij-indicatie k in het display brandt,kest u bij gebruik van alkalmangaaanbatterijen nog ongeveeer 1 uur meten (bij oplaadbare batterijen is de gruiksduur korter). Als de individatie k knippert,kest u nog ongeveer 10 minuten meten. Als de batterij-indicatie k en de verlichte ring 1 knippenen (rood),is er geen meting meer maybek en moet u de batterij of de oplaadbare batterij verrangen.
Neem de batterij uit het meetgereedschap als u het gedurende lange tijd Niet gebruikt. De batterij kan, als deze lang worden bewaard, roesten of zich lading verliezen.
Ingebruikneming
Beschem het meetgereedschap gegen vocht en fel zonlicht.
In- en uitschakelen
Controller voor het inschakelen van het meetgereedschap dat het sensorgedeelte 9 Niet vochtig is. Wrijf het meetgereedschap indien nodig droog met een doeck.
Als het meetgereedschap is blootgesteld aan een sterke temperatuurwisseling,That u het voor het inschakelen op de juiste temperatuurkommen.

Als u het meetgereedschap wilt inschakelen, drukt u op een willekeurige toets.
Als u het meetgereedschap met de toets voor houtdetectie 5 of met de toets voor metaaldetectie 6 inschakelt, bevindt het zich meteen in de gewenste detectiefunctie.
Als u het meetgereedschap met de aan/uit-toets 7 of de toets „ZOOM" 4 inschakelt, bevindt het zich in de detectiefunctie waarin het de LASTe keer is gebruikt.
Na een korte zichtest is het meetgereedschap gereed voor gebruik. Als het meetgereedschap zich in de functie metaaldetectie bevindt, worden door een vinkjechter de kalibreringsindicatie „AutoCal" g aangegeven dat het meetgereedschap gereed voor gebruik is.
Als u het meetgereedschap wilt uitschakelen, drukt u op de aan/uit-toets 7.
Als er ongeveer 5 min geen toets op het meetgereedschap worden ingedrukt, worden het meetgereedschap automatisch uitgeschakeld om de batterij te ontzien.
Functies
Het meetgereedschap detecteert voorwerpen onder het sensorbereik 9.
Metalen voorwerpen opsporen
Als u metalen voorwerpen wilt opsporen, drukt u op de toets voor metaal-detectie 6. In het display worden het symbol c voor metaaldetectie weergegeven, de ring 1 is groen verlicht.

Plaats het meetgereedschap op het te onderzoeken oppervlak en beweeg het zichwaarts. Als het meetgereedschap in de buurt van een metalen voorwerp komt, neemt de uitslag van de meetindicatie f toe. Als het gereedschap verder van het voorwerp verwijdert raakt, neemt de uitslag af. Op de positie van de maximale uitslag bevindt het metalen voorwerp zich onder het midden van de sensor (onder de markingsopening 2). Zolang het meetgereedschap zich boven het metalen voorwerp bevindt, is de ring 1 rood verlicht en klinkt een continu geluidssignaal.

Als u het voorwerp nauwkeurig wilt lokalereren, drukt u op de toets „ZOOM" 4 en houdt u deze toets ingedrukt terwijl u het meetgereedschapeermaals (3x) over het voorwerp beweegt. In het display worden de indicate van de zoomfunctie d weergegeven. Boven het midden van het metalen voorwerp hebft de zoommeetindicatie e de grootste uitslag.
Als u zeerkleine of diep ligende metalen voorwerpen opspoort en de meetindicatie f Niet uitslaat, drukt u op de toets „ZOOM" 4 en houdt u deze ingedrukt verwijl u verder over het gebied beweegt. Let voor het opsporen alleen op de zoommeetindicatie e.
Als er zich metaalinsluitingen in het te onderzoeken material bevinden, worden in de meetindicatie f een continu signaal weergegeven. Druk verwolgens op de toets „ZOOM" 4 en houd deze ingedrukt verwijl u verder over het gebied beweegt. Let voor het opsporen alleen op de zoommeetindicatie e.
Als het gezonden metalen voorwerp van magnetisch metaal is (bijvoorbeeld ijzer), worden in het display het symbol h weergegeven. Bij Niet-magnetisch metaal worden het symbool i weergegeven. Voor het onderscheid:tussen de metaalsoorten要去 het meetgereedschap zich boven het gezonden metalen voorwerp bevinden (ring 1 is rood verlicht).Bij een zwak signaal is de individatie van het soort metaal Niet möglichk.

Bij bouwstaalmatten en wapeningen in de onderzochtte ondergrond worden over het gehele oppervlak een uitslag in de meetindicatie f aangegeven. Gebruik in dit geval.altijd de zoomfunctie voor het zoeken. Bij bouwstaalmatten worden altijd vlak boven de ijzerstaafjes in het display het symbol h voor magnetisch metaal weergegeven. Tussen de ijzerstaafjes verschijnt het symboo i voor Niet-magnetisch metaal.
Houten voorwerpen opsporen
Als u houten voorwerpen wilt opsporen, drukt u op de toets voor houtdetectie 5. In het display worden het symbol b voor houtdetectie en de indicate van de zoomfunctie d aangegeven. De pijl onder de zoomindicatie d knippert. De kalibreringsindicatie „AutoCal" g en de ring 1 gaanuit.
Plaats het meetgereedschap op het te onderzoeken oppervlak. Druk daarna pas op de toets „ZOOM" 4 en houd deze ingedrukt. De verlichte ring 1 brandt nu groen. De kalibreringsindicatie „AutoCal" g worden waar aangegeven. De individatie van de zoomfunctie d en de pij发展格局 aanuit.

Beweeg het meetgereedschap, verwijl u de toets „ZOOM" 4 ingedrukt houdt, gelijkmatig over de ondergrond zonder het gereedschap op te tillen of de aandrukkracht te veranderen. Tijdens de meting moeten de viltglijders 8.altijd contact met de ondergrond hebben.
Als een houten voorwerp worden gezonden, slaat de meetindicatie fuit. Beweeg hetmeetgereedschapeermaals over het oppervlak om het houten voorwerp nauwkeuriger
te lokaliseren. Nadat meermaals over hetzelfde gedeelte is bewogen, kan het houten voorwerp zeer nauwkeurig worden aangegeven. Zolang het meetgereedschap zich boven het houten voorwerp bevindt, is de ring 1 rood verlicht en klinken een continu geluidssignaal. Boven het midden van het houten voorwerp heeft de zoommeetindicatie f de groostste uitslag. De zoommeetindicatie e is bij opsporen van houten voorwerpen Niet actief.
Let op: Als u het meetgereedschap toevallig boven een houten voorwerp op het te onderzoekeken oppervlak hebt geplaatst en over het oppervlak hebt bewogen, knipperen de meetindicatie f en de pijl onder zoomindicatie d en knippert de ring 1 rood. Begin in dit geval opnieuw met de meting door het meetgereedschap iota op de ondergrund te verplaatsen en de toets „ZOOM" 4 opnieuw in te drukken.
Bij het opsporen van houten voorwerpen worden ook metalen voorwerpen op een diepte van 20 - 50mm als gezonden voorwerpen aangegeven. Om houten en metalen voorwerpen te onderscheiden, kiest u de functie metaal-detectie (zie „Metalen voorwerpen opsporen"). Als met deze functie op bezelfde plaatens een voorwerp worden aangegeven, is het zonder twijfel een metalen en geen houten voorwerp. Om verder maar houten voorwerpen te zoeken, keert u terug maar de functie houdetectie.
Spanningvoerende leidingen opsporen
Het meetgereedschap geeft leidingen aan die een spanning:tussen 110V en 400V voeren en waarvan de frequentie overeenkomt met de wijdverspreide standard (wisselstroom met 50 resp. 60Hz ).Andere leidingen (gelijkstroom, hogere/lagere frequentie of spanning) worden alleen als metalen voorwerpen weergegeven.
Spanningvoerende leidingen worden aangegeven tijdens het opsporen van metaal en tijdens het opsporen van hout. Als een spanningvoerende leiding worden gezonden, worden in het display de indicate a weergegeven. Beweeg het meetgereedschapeermaals over het oppervlak om de spanningvoerende leiding naukeuriger te lokaliseren. Nadatmeermaals over

hetzelfde gedeelte is bewogen, kan de spanningvoerende leiding zeer nauwkeurig worden aangegeven. Als het meetgereedschap zeer zich bij de leding is (er worden vier of vijf balkjes in de indicatea a weergegeven), knippert de verlichte ring 1 rood en klinkt het geluidssignaal met een snel oepenvolgende reels tonen.
Spanningvoerende leidingen können gemakkelijker worden opgespoord als stroomverbruikers (zoals lampen en apparaten) worden aangesloten op de op te sporen leiding en deze verbruikers worden ingeschakeld. Leidingen met 110 V, 230 V en 400 V (draaisroom) worden met onceveer evenveel resultaat gezonden.
Onder bepaalde omstandigheden (bijvoorbeeldchter metalen oppervlakken ofchter oppervlakken met een hoog watergehalte) kuren spanningvoerende leidingen nicht altijd worden gezonden. U herkent deze gedeelten in de functie metaaldetectie. Als er in een vrij groot gedeelte overal een meetwaarde f wordt weergegeven, schermt het materiaal elektrisch af en kunnen spanningvoerende ledingen Niet op een betrouwbare wijze worden opgespoord.
Niet-spanningvoerende leidingenkest u als metalen voorwerpen met de functie metaaldetectie vinden.Draadkabels worden.daar bij Niet weergegeven (in gegenstelling tot kabels van vol materiala).
Tips voor de werkzaamheden
De meetresultaten können afhankelijk van het principe door bepaalde omgevingsomstandigheden nadelig worden beinvloed. Daartoe behoren bijvoorbeeld de nabijheid van apparaten die sterke magnetische of electromagnetische velden opwekken, vocht, metaalhoudende bouwmaterialien, met alumieminibeklede isolatiematerialien of geleidend behang. Raadpleeg waarom voor het boren, zagen of frezen in muren, plafonds of vloeren ook andere informatiebronnen (bijvoorbeeld bouwtekeningen).
Geluidssignaal uitschakelen
U kunt het geluidssignaal in- en uitschakelen. Druk waaroor de toetsen voor metaaldetectie 6 en voor houtdetectie 5 tegelijkkertijd in. Als het geluidssignaal isuitgeschakeld, verschijnt in het displayeindicatiej.
De instelling van het geluidssignaal blijft bewaard bij het UIT- en inschakenen van het meetgereedschap.
Voorwerpen markeren
U kunt gezonden voorwerpen indien nodig markeren. Neem waaroor het potlood 11 uit het meetgereedschap en meet zoals u gewend bent. Als u de grenzen of het midden van een voorwerp hebt gezonden, markeert u de gezochtte plaat door de markeringsopening 2.
Indicatie „AutoCal"
Als het vinkje anschter de kalibreringsindicatie „AutoCal" g langdurig knippert of als dit Niet meer worden tegegeveen, kan er Niet meer betrouwbaar worden gemeten. Stuur het meetgereedschap in dit gevalaar een erkende Bosch-klantenservice. Uitzondering: In de functie houtdetectie brandt de kalibreringsindicatie „AutoCal" g Niet zolang de toets „ZOOM" 4 Niet worden ingedrukt.
Onderhoud en service
Onderhoud en reiniging
Als de meetindicatie f continu uitslaat hoewel er zich geen voorwerp van metaaal in de buurt van het meetgereedschap bevindt, kan het meetgereedschap handmatig worden gekalibreerd. Verwijderণaaroor alle voorwerpen uit de buurt van het meetgereedschap (ook polshorloge of ring van metaaal) en houd het meetgereedschap in de lustch. Druk, terwijl het meetgereedschap uitzgeschakeld is, tegelijkkertijd op de aan/uit-knop 7 en op de toets voor houtdetectie 5 tot de verlichte ring 1 tegelijkertijd rood en groen brandt. Laatervoalgensbeide toetsen los. Als het kalibreren is geslaagd, start het meetgereedschap na enkele seconden opnieuw en is het wee kerlaar om te worden gebruikt.
Verwijder vuil met een droge, zachte doek. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen.
Om de meetfunctie Niet te beinvloeden, mogen in het sensorgedeelte 9 aan de voor- en achterkant van het meetgereedschap geen stickers of plaatjes, in het bijzonder geen plaatjes van metaal, worden aangebracht.
Verwijder de viltgilders 8 aan de achterkant van het meetgereedschap Niet. Vervang de viltgilders als deze beschadigd of versleten zijn. Verwijder waaroor de beschadigde viltgilders volledig en lijm de nieuwe viltgilders opdezelfde plaat.
Bewaar en Transporteer het meetgereedschap alleen in het meegeleverde beschermetui.
Mocht het meetgereedschap ondanks zorgvuldige fabricage- en testmethoden toch defect raken, dient de reparatie te worden uitgevoerd door een erkende klantenservice voor Bosch elektrische gereedschappen.
Vermeld bij vragen en bestellingen van verrangingsonderdelen algid het uit tien cijfers bestaande zaaknummer volgens het typeplaatje van het meetgereedschap.
Vervangingsonderdelen
Opbergetui 1609203 P19
Deksel van batterijvak 10 1609 203 R32
Explosietekingen en informatie over verwangingsonderdelen vindt u op: www.bosch-pt.com
Nederland
品 31(0)76/5795454
Meetgereedschappen, toebehoren en verpakkingen dieren op een voor het milieu verantwoorde manier te worden hergebruikt.
Alleen voor landen van de EU:

Gooi meetgereedschappen nicht bij het huisvuil.
Volgens de Europese richtig 2002/96/EG over elektrische en elektronische oude apparaten en de omzetting van de richtlij in nationaal recht要去en Niet更是 bruikbare meetgereedschappen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoordere wijze worden hergebruikt.
Accu's en batterijen:
Gooi accu's of batterijen Niet bij het huisvuil en evenmin in het vuur of het water. Accu's en batterijen要去en worden ingezameld, gerecycled of op een voor het milieu verantwoorde wijze worden afgevoerd.
Alleen voor landen van de EU:
Volgens richtlijn 91/157/EEG moeten defecte of versleten accu's en batterijen worden gerecycled.
Wijzigingen voorbehouden.