SDM-S204E - Scherm SONY - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SDM-S204E SONY in PDF-formaat.
| Type product | LCD-scherm |
| Merk | Sony |
| Model | SDM-S204E |
| Diagonale grootte | 20 inch (50,8 cm) |
| Native resolutie | 1600 x 1200 (UXGA) |
| Beeldverhouding | 4:3 |
| Paneeltechnologie | TN (Twisted Nematic) |
| Contrastverhouding | 1000:1 (typisch) |
| Helderheid | 300 cd/m² |
| Responstijd | 5 ms (grijs naar grijs) |
| Horizontale kijkhoek | 160° (typisch) |
| Verticale kijkhoek | 160° (typisch) |
| Connectiviteit | 1 x VGA (D-Sub 15-pins), 1 x DVI-D |
| Audio-ingang | Nee (scherm zonder luidspreker) |
| Voeding | Extern (netadapter) |
| Stroomverbruik (ingeschakeld) | 45 W (typisch) |
| Stroomverbruik (slaapstand) | < 1 W |
| Afmetingen met voet (B x H x D) | Ongeveer 470 x 460 x 240 mm |
| Gewicht met voet | Ongeveer 7,5 kg |
| Belangrijkste functies | Automatische beeldinstelling, energiebesparend beheer (Energy Star), VESA 100 x 100 mm compatibel voor wandmontage |
| Onderhoud en reiniging | Voor reiniging uitschakelen en stekker uittrekken, gebruik een zachte, droge doek, vermijd oplosmiddelen |
| Veiligheid | Open de behuizing niet, risico op elektrische schok. Gebruik alleen de meegeleverde adapter. |
| Reserveonderdelen en repareerbaarheid | Reserveonderdelen zijn niet langer verkrijgbaar bij de fabrikant. Raadpleeg een erkende reparateur. |
| Algemene informatie | Professioneel LCD-scherm van 20 inch met UXGA-resolutie. Ontworpen voor kantoor- en grafische toepassingen. |
Veelgestelde vragen - SDM-S204E SONY
Gebruikersvragen over SDM-S204E SONY
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Scherm in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SDM-S204E - SONY en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SDM-S204E van het merk SONY.
GEBRUIKSAANWIJZING SDM-S204E SONY
Voorzorgsmaatregelen 4
Onderdelen en bedieningselementen 5
Opstelling 6
Instelling 1: De videosignaalkabels aansluiten ....6
Instelling 2: Het netsnoer aansluiten....7
Instelling 3: Snoeren en kabels bundelen....8
Instelling 4: De monitor en de computer aanzetten .....8
Instelling 5: De hoogte en hellingshoek aanpassen ..... 9
Het ingangssignaal selecteren (INPUT toets) 10
De monitor instellen ....11
Het menu gebruiken 11
BEELDREGELING menu 12
A SCHERM menu (alleen analog RGB-signaal) ..... 13
KLEUREN menu....14
γ GAMMA menu 15
ZOOM-menu....15
POSITIE-menu menu 15
→ INGANG ZOEKEN AAN/UIT menu 16
LANGUAGE menu 16
→← RESET menu 16
TOETSEN SLOT menu 17
Energiespaarfunctie 17
Het stroomverbruik verminderen (ECO-modus) 18
De beeldkwaliteit automatisch regelen
(alleen analoog RGB-signaal)....18
Verhelpen van storingen....19
Schermberichten....19
Foutsymptomen en oplossingen....20
Voorzorgsmaatregelen
Waarschuwing betreffende voedingsaansluitingen
- Gebruik het bijgeleverde netsnoer. Als u een ander netsnoer gebruikt, moet u nagaan of het compatibel is met de lokale stroomvoorziening.
Voor de klanten in de Verenigde Staten
Wanneer u het juiste netsnoer niet gebruikt, beantwoordt deze monitor niet aan de voorgeschreven FCC-normen.
Voor de klanten in het Verenigd Koninkrijk
Gebruik de monitor in het Verenigd Koninkrijk met het juiste netsnoer voor het Verenigd Koninkrijk.
Voorbeeld van stekkertypes
voor 100 tot 120 V
wisselstroom
voor 200 tot 240 V
wisselstroom
alleen voor 240 V
wisselstroom
Het toestel moet in de buurt van een makkelijk bereikbaar stopcontact worden geplaatst.
Installatie
Plaats de monitor niet:
- op plaatsen waar deze blootstaat aan extreme temperaturen, bijvoorbeeld dicht bij een radiator, heteluchtblazer of in de volle zon. Wanneer de monitor blootstaat aan extreme temperaturen, zoals in een auto die in de volle zon geparkeerd staat of in de buurt van een heteluchtblazer, kan de behuizing vervormen of de werking verstoord raken.
- op een plek waar deze blootstaat aan mechanische trillingen of schokken.
- in de buurt van apparatuur die een krachtig magnetisch veld produceert, zoals een TV of diverse andere huishoudelijke apparaten.
- op plaatsen waar deze blootstaat aan veel stof, vuil of zand, bijvoorbeeld dicht bij een open venster of een buitendeur. Bij tijdelijk gebruik buiten moeten de nodige maatregelen worden getroffen ter bescherming tegen stof en vuil in de lucht. Indien dat niet gebeurt, kan het toestel onherstelbare schade oplopen.
Behandeling van het LCD-scherm
- Richt het LCD-scherm niet naar de zon om beschadiging te voorkomen. Let op wanneer u de monitor in de buurt van een venster plaatst.
- Druk en kras niet op het LCD-scherm. Plaats geen zware voorwerpen op het LCD-scherm. Hierdoor kan de uniformiteit van het scherm afnemen of kan het LCD-paneel defect raken.
- Wanneer de monitor in een koude omgeving wordt gebruikt, kunnen er nabeelden op het scherm verschijnen. Dat is normaal en duidt niet op storing. Het scherm werkt weer normaal wanneer de normale omgevingstemperatuur is bereikt.
- Wanneer een stilstaand beeld te lang op het scherm staat, kan er gedurende enige tijd een nabeeld zichtbaar zijn. Dit nabeeld zal na verloop van tijd verdwijnen.
- Tijdens gebruik zal het LCD-paneel warm worden. Dat is normaal en duidt niet op storing.
Opmerking bij het LCD (Liquid Crystal Display)
Het LCD-scherm is vervaardigd met behulp van precisietechnologie. Op het LCD-scherm kunnen echter permanent heldere rode, blauwe of groene stipjes zichtbaar zijn of er kunnen ook onregelmatig gekleurde strepen of heldere zones zichtbaar zijn op het LCD-scherm. Dat is normaal. (Effectieve dots: meer dan 99,99%)
Onderhoud
- Trek de stekker uit het stopcontact voordat u de monitor reinigt.
- Reinig het LCD-scherm met een zachte doek. Gebruik geen glasreinigingsmiddel dat een antistatische oplossing of soortgelijk additief bevat omdat de LCD-schermcoating hierdoor kan worden gekrast.
- Reinig de behuizing, het voorpaneel en de bedieningselementen met een zachte doek die lichtjes is bevochtigd met een mild zeepsopje. Gebruik geen schuursponsje, schuurpoeder of oplosmiddelen zoals alcohol of benzine.
- Wrijf, druk of tik niet op het scherm met een scherp of schurend voorwerp zoals een balpen of schroevendraaier. Daardoor kan de beeldbuis immers worden gekrast.
- Houd er rekening mee dat het materiaal of de coating van het LCD-scherm kan worden aangetast bij blootstelling aan vluchtige oplosmiddelen zoals insekticide of bij langdurig contact met rubber of vinyl.
Transport
- U koppelt alle kabels los van de monitor en nadat u het LCD-scherm op het hoogste punt hebt vastgemaakt, pakt u het LCD-scherm met beide handen vast om het te vervoeren. Let er hierbij op dat u het scherm niet krast. Als u de monitor laat vallen, kunt u gewond raken of kan de monitor worden beschadigd.
- Transporteer deze monitor altijd in de originele verpakking.
De monitor afvoeren
- Voer de monitor niet af samen met gewoon huishoudelijk afval.
- De fluorescentiebuis in deze monitor bevat kwik. Deze monitor moet worden afgevoerd volgens de geldende wetgeving in uw land/regio.
Onderdelen en bedieningselementen
Zie voor nadere bijzonderheden de pagina's waarnaar tussen haakjes wordt verwezen.
Voorkant van het LCD-scherm
Zijaanzicht van het LCD-scherm

Achterkant van de schermstandaard
Deze schakelaar zet de monitor aan wanneer de ⏻ (stroom) indicator rood oplicht. Druk nogmaals op deze schakelaar om de monitor uit te zetten.
Druk op de MAIN POWER schakelaar (7) wanneer de ⏻ (stroom) indicator niet oplicht.
②MENU toets (pagina 11)
Met deze toets wordt het menuscherm in- en uitgeschakeld.
3 ↓/↑ toetsen (pagina 11)
Met deze toetsen kunt u de menuonderdelen selecteren en wijzigingen maken.
4 OK toets (pagina 11)
Met deze toets activeert u het geselecteerde menuonderdeel en de wijzigingen die zijn gemaakt met de ↓/↑ toetsen (3).
5 INPUT toets (pagina 10)
Met deze toets kunt u het video-invoersignaal schakelen tussen INPUT1, INPUT2 en INPUT3 als er twee computers zijn aangesloten op de monitor.
6 ECO toets (pagina 18)
Met deze toets kunt u het stroomverbruik beperken.
7 MAIN POWER schakelaar (pagina 8)
Met deze schakelaar wordt de monitor in- en uitgeschakeld.
8 Achterdeksel (pagina 6)
Verwijder dit deksel om kabels of snoeren aan te sluiten.
Achterkant van het LCD-scherm
9 AC IN aansluiting (pagina 7)
Hierop sluit u het netsnoer (bijgeleverd) aan.
10 HD15-ingang (analoog RGB) (pagina 7)
Via deze aansluiting worden analoge RGB-videosignalen (0,700 Vp-p, positief) en synchronisatiesignalen ingevoerd.
11 DVI-D-ingang (digitaal RGB) (pagina 7)
Via deze aansluiting worden digitale RGB-videosignalen ingevoerd conform DVI Rev. 1.0.
12 Kabelhouder (pagina 8)
Hiermee worden kabels en snoeren aan de monitor bevestigd.
13 Veiligheidsvergrendeling
De veiligheidsvergrendeling moet worden gebruikt met het Kensington Micro Saver Security System. Micro Saver Security System is een handelsmerk van Kensington.
Opstelling
Voordat u de monitor in gebruik neemt, moet u controleren of de verpakking de volgende items bevat:
- LCD-scherm
- Netsnoer • HD15-HD15 videosignaalkabel (analoog RGB) • DVI-D videosignaalkabel (digitaal RGB)
- CD-ROM (hulpprogramma's voor Windows/Macintosh, gebruiksaanwijzing, enzovoort)
- Garantiekaart • Installatiehandleiding
Instelling 1: De videosignaalkabels aansluiten
- Zet de monitor en de computer uit voordat u deze aansluit.
- Zie "Een computer aansluiten die is voorzien van een HD15 uitgang (analoog RGB)" als u de computer aansluit op de HD15 ingang (analoog RGB) van de monitor.
Opmerkingen
- Raak de pinnen van de videosignaalkabel niet aan omdat deze hierdoor kunnen verbuigen.
- Controleer de uitlijning van de HD15 aansluiting om te voorkomen dat de pinnen van de videosignaalkabel worden verbogen.
1 Schuif de achterklep omhoog.
2 Laat het beeldscherm naar voren hellen.

Een computer aansluiten die is voorzien van een DVI uitgang (digitaal RGB)
Gebruik de bijgeleverde DVI-D-videosignaalkabel (digitale RGB) om de computer aan te sluiten op de DVI-D-ingang van de monitor (digitale RGB).

Een computer aansluiten die is voorzien van een HD15 uitgang (analoog RGB)
Gebruik de bijgeleverde HD15-HD15-videosignaalkabel (analoge RGB) om de computer aan te sluiten op de HD15-ingang van de monitor (analoge RGB).
Sluit de computer aan zoals hieronder wordt afgebeeld.
■ Aansluiting op een IBM PC/AT of compatibele computer

■ Aansluiting op een Macintosh computer

Gebruik desgewenst een adapter (niet bijgeleverd) bij aansluiting op een Macintosh computer. Sluit de adapter aan op de computer voordat u de videosignaalkabel aansluit.
Instelling 2: Het netsnoer aansluiten
1 Sluit het bijgeleverde netsnoer aan op de AC IN-ingang van de monitor. 2 Sluit het andere uiteinde van het netsnoer aan op een stopcontact.

Instelling 3: Snoeren en kabels bundelen
1 Schuif de achterklep omhoog.
2 Zet de videosignaalkabels vast met de kabelhouder op de kast.
3 Schuif de achterklep omlaag.
4 Bundel alle snoeren en kabels in de kabelhouder van de standaard.


Als u de snoeren en kabels niet kunt bundelen in de kabelhouder, kunt u de snoeren en kabels los laten hangen.
Instelling 4: De monitor en de computer aanzetten
1 Druk de MAIN POWER-schakelaar aan de rechterkant van de monitor in de richting van I (aan) als dit nog niet het geval is. Controleer of de ⏻ (stroom) indicator rood brandt.
Opmerking
In de fabriek is de MAIN POWER-schakelaar van de monitor ingesteld op I (aan).

2 Druk op de ⏻ (stroom) schakelaar rechts vooraan op de monitor.
De ⏻ (stroom) indicator licht groen op.

3 Zet de computer aan.
4 Druk op de INPUT toets om het gewenste ingangssignaal te selecteren.
Het beeld van de geselecteerde invoer verschijnt op het scherm.
Zie "Het ingangssignaal selecteren (INPUT toets)" op pagina 10 voor meer informatie.

De installatie van de monitor is voltooid. Pas desgewenst het beeld van de monitor aan met de bedieningselementen op de monitor (pagina 11).
Als er geen beeld verschijnt op het scherm
- Controleer of het netsnoer en de videosignaalkabel goed zijn aangesloten.
- Als "GEEN INPUT SIGNAAL" op het scherm verschijnt:
- De computer staat in de energiespaarstand. Druk op een willekeurige toets op het toetsenbord of verplaats de muis.
- Controleer of het ingangssignaal juist is ingesteld door op de INPUT toets te drukken (pagina 10).
- Als "KABEL NIET AANGESLOTEN" op het scherm verschijnt:
- Controleer of de videosignaalkabel goed is aangesloten.
- Controleer of het ingangssignaal juist is ingesteld door op de INPUT toets te drukken (pagina 10).
- Als "BUITEN BEREIK" op het scherm verschijnt, moet u de oude monitor opnieuw aansluiten. Pas vervolgens de grafische kaart van de computer aan het volgende bereik aan.
| Analoog RGB Digitaal RGB | |
| Horizontale frequentie | 28–92 kHz 28–75 kHz |
| Verticale frequentie | 48–85 Hz 60 Hz |
| Resolutie | 1600 × 1200 of minder |
Zie "Foutsymptomen en oplossingen" op pagina 20 voor meer informatie over berichten op het scherm.
Geen specifieke drivers vereist.
De monitor voldoet aan de "DDC" Plug & Play norm en herkent automatisch alle monitorinformatie. Op de computer hoeft geen specifieke driver te worden geïnstalleerd. Wanneer u de computer voor het eerst aanzet nadat de monitor is aangesloten, kan de installatiewizard op het scherm verschijnen. Volg in dit geval de instructies op het scherm. De Plug & Play monitor wordt automatisch geselecteerd zodat u deze monitor kunt gebruiken.
De verticale frequentie wordt ingesteld op 60 Hz. De monitor produceert geen vervelend geknipper, zodat u deze meteen kunt gebruiken. U hoeft de verticale frequentie niet hoog in te stellen.
Instelling 5: De hoogte en hellingshoek aanpassen
U kunt de monitor verstellen binnen de hieronder weergegeven hoeken.
Pak beide zijden van het LCD-scherm vast en stel de gewenste hoek in.


Comfortabel gebruik van de monitor
Pas de kijkhoek van de monitor aan de hoogte van uw bureau en stoel aan zodat er geen licht van het scherm in uw ogen wordt gereflecteerd.
Opmerking
Als u de hellingshoek en hoogte aanpast, moet u langzaam en voorzichtig te werk gaan, zodat de monitor niet tegen het bureau klapt.
Het ingangssignaal selecteren (INPUT toets)
Druk op de INPUT toets.
Het invoersignaal wordt gewijzigd als u op deze toets drukt.

| Bericht op het scherm (verschijnt ongeveer 5 seconden in de linkerbovenhoek) | Configuratie van het invoersignaal |
| INPUT1: HD15 HD15 ingang (analoog RGB) voor INPUT1 | |
| INPUT2: HD15 HD15 ingang (analoog RGB) voor INPUT2 | |
| INPUT3: DVI-D DVI-D ingang (digitaal RGB) voor INPUT3 | |
De monitor instellen
Voor het instellen
Sluit de monitor en de computer aan en zet deze aan.
Voor de beste resultaten wacht u minstens 30 minuten voordat u de instellingen gaat aanpassen.
Met het schermmenu kunt u veel instellingen van de monitor wijzigen.
Het menu gebruiken
1 Geef het hoofdmenu weer.
Druk op de MENU toets om het hoofdmenu weer te geven op het scherm.

2 Selecteer het menu.
Druk op de ↓/↑ toetsen om het gewenste menu weer te geven. Druk op de OK toets om naar het eerste menuonderdeel te gaan.

3 Selecteer het onderdeel dat u wilt aanpassen.
Druk op de ↓/↑ toetsen om het onderdeel te selecteren dat u wilt aanpassen en druk vervolgens op de OK toets.

Als een van de menuonderdelen is.
Als u Selecteert en op de OK toets drukt, wordt het vorige menu weergegeven.
4 Pas het onderdeel aan.
Druk op de ↓/↑ toetsen om de instelling aan te passen en druk vervolgens op de OK toets.
Wanneer u op de OK toets drukt, wordt de instelling opgeslagen en verschijnt het vorige menu op het scherm.

Druk één keer op de MENU toets om naar het normale beeld terug te keren. Als er geen toets wordt ingedrukt, wordt het menu automatisch gesloten na ongeveer 45 seconden.

■ Standaardinstellingen herstellen
U kunt de aanpassingen opnieuw instellen met het RESET menu. Zie → (RESET) op pagina 16 voor meer informatie over het opnieuw instellen van de aanpassingen.
BEELDREGELING menu
U kunt de volgende onderdelen aanpassen met het BEELDREGELING menu.
• MODUS (ECO modus) - BACKLIGHT • CONTRAST - HELDERHEID - SMOOTHING

Opmerkingen
- U kunt de achtergrondverlichting, het contrast en de helderheid voor elke ECO-modus aanpassen.
- Instellingen in het menu BEELDREGELING zijn alleen van toepassing op de huidige ingang. U kunt de instellingen voor andere ingangen ook aanpassen.
■ De instelling voor MODUS selecteren (ECO modus)
U kunt de beeldmodus selecteren om stroom te besparen.
Opmerking
U kunt de beeldmodus ook selecteren met de ECO toets (pagina's 5, 18) aan de voorkant van de monitor.
1 Druk op de MENU toets.
Het hoofdmenu verschijnt op het scherm.
2 Druk op de ↓/↑ toetsen om 📄 (BEELDREGELING) te selecteren en druk op de OK toets. Het BEELDREGELING menu verschijnt op het scherm.
3 Druk op de ↓/↑ toetsen om "HOOG" te selecteren en druk op de OK toets.
Het "MODUS" menu verschijnt op het scherm.

4 Druk op de ↓/↑ toetsen om de gewenste modus te selecteren en druk op de OK toets.
De helderheid van het scherm wordt aangepast als de modus wordt gewijzigd in HOOG → MIDDEN → LAAG en het stroomverbruik wordt beperkt. Als u "GEBRUIKER" selecteert, wordt de schermhelderheid ingesteld op het niveau dat u hebt aangepast met de ECO toets aan de voorzijde van de monitor. Zie "Het stroomverbruik verminderen (ECO modus)" op pagina 18 voor meer informatie.
■ De instelling voor BACKLIGHT aanpassen
Pas de achtergrondverlichting aan wanneer het scherm te helder is om het beter leesbaar te maken.
1 Druk op de MENU toets.
Het hoofdmenu wordt op het scherm weergegeven.
2 Druk op de ↓/↑ toetsen om 📁 (BEELDREGELING) te selecteren en druk op de OK toets. Het BEELDREGELING menu verschijnt op het scherm.
3 Druk op de ↓/↑ toetsen om "|:□ BACKLIGHT" te selecteren en druk op de OK toets.
Het "BACKLIGHT" menu verschijnt op het scherm.
4 Druk op de ↓/↑ toetsen om het verlichtingsniveau aan te passen en druk op de OK toets.
■ De instelling voor CONTRAST ● aanpassen
Pas het beeldcontrast aan.
1 Druk op de MENU toets.
Het hoofdmenu wordt op het scherm weergegeven.
2 Druk op de ↓/↑ toetsen om 📁 (BEELDREGELING) te selecteren en druk op de OK toets. Het BEELDREGELING menu verschijnt op het scherm.
3 Druk op de ↓/↑ toetsen om "○ CONTRAST" te selecteren en druk op de OK toets.
Het "CONTRAST" menu verschijnt op het scherm.
4 Druk op de ↓/↑ toetsen om het contrast aan te passen en druk op de OK toets.
■ De instelling voor HELDERHEID aanpassen
Pas de beeldhelderheid (zwartniveau) aan.
1 Druk op de MENU toets.
Het hoofdmenu wordt op het scherm weergegeven.
2 Druk op de ↓/↑ toetsen om 📁 (BEELDREGELING) te selecteren en druk op de OK toets.
Het BEELDREGELING menu verschijnt op het scherm.
3 Druk op de ↓/↑ toetsen om "HELDERHEID" te selecteren en druk op de OK toets.
Het "HELDERHEID" menu verschijnt op het scherm.
4 Druk op de ↓/↑ toetsen om de helderheid aan te passen en druk op de OK toets.
■ SMOOTHING aanpassen
Wanneer de kwaliteit van het beeld dat met MAXIMAAL2 of MAXIMAAL1 van ZOOM niet goed is, moet u de smoothing-functie gebruiken.
1 Druk op de MENU toets.
Het hoofdmenu verschijnt op het scherm.
2 Druk op de ↓/↑ toetsen om 📁 (BEELDREGELING) te selecteren en druk op de OK toets.
Het BEELDREGELING menu verschijnt op het scherm.
3 Druk op de ↓/↑ toetsen om "SMOOTHING" te kiezen en druk vervolgens op de OK toets.
Het SMOOTHING menu verschijnt op het scherm.
4 Druk op de ↓/↑ toetsen om de gewenste stand te kiezen.
Het smoothing-effect wordt sterker met TEKST→STANDAARD→GRAFISCH.
- TEKST: om tekens scherp te laten verschijnen. (Deze stand is geschikt voor tekst-toepassingen.)
- STANDAARD (standaardinstelling): standaard smoothing-effect (vooringesteld smoothing-effect)
- GRAFISCH: om beelden scherp te maken. (Deze stand is geschikt voor CD-ROM software zoals foto's of illustraties.)
Opmerkingen
- Wanneer u het (ZOOM) menu op NORMAAL zet, is het "SMOOTHING" menu niet beschikbaar.
- 1600 × 1200 resolutiesignalen verschijnen alleen in de NORMAAL stand en SMOOTHING is niet mogelijk.
A SCHERM menu (alleen analoog RGB-signaal)
U kunt de volgende onderdelen aanpassen met het SCHERM menu.
• AUTO • FASE • PITCH • H CENTRERING • V CENTRERING

Opmerking
Als u digitale RGB-signalen ontvangt via de DVI-D-ingang, hoeft u geen wijzigingen aan te brengen.
■ De beeldkwaliteit automatisch aanpassen
Als de monitor een ingangssignaal ontvangt, worden de beeldpositie en -scherpte (fase/pitch) automatisch aangepast zodat er een scherp beeld op het scherm verschijnt (pagina 18).
Opmerking
Als de functie voor het automatisch aanpassen van de beeldkwaliteit is geactiveerd, werkt alleen de ⏻ (stroom) schakelaar.
Als het beeld niet volledig wordt aangepast met de functie voor het automatisch aanpassen van de beeldkwaliteit
U kunt de beeldkwaliteit voor het huidige ingangssignaal verder automatisch aanpassen. Zie "AUTO" hieronder.
Als u de beeldkwaliteit nog verder moet aanpassen
U kunt de beeldscherpte (fase/pitch) en -positie (horizontale/verticale positie) handmatig aanpassen.
Deze instellingen worden opgeslagen in het geheugen en automatisch opgeroepen wanneer de monitor een eerder ontvangen en geregistreerd ingangssignaal ontvangt.
■ De beeldkwaliteit voor het huidige ingangssignaal verder automatisch aanpassen (AUTO)
1 Druk op de MENU toets.
Het hoofdmenu wordt op het scherm weergegeven.
2 Druk op de ↓/↑ toetsen om Ⓐ (SCHERM) te selecteren en druk op de OK toets.
Het SCHERM menu verschijnt op het scherm.
3 Druk op de ↓/↑ toetsen om "AUTO" te selecteren en druk op de OK toets.
Pas de fase, pitch en horizontale/verticale positie van het scherm aan voor het huidige ingangssignaal en sla deze aanpassingen op.
■ De beeldscherpte handmatig aanpassen (Fase/Pitch)
U kunt de beeldscherpte als volgt aanpassen. Deze aanpassing is effectief wanneer de computer is aangesloten op de HD15 ingang (analoog RGB) van de monitor.
1 Stel de resolutie op de computer in op 1600 × 1200.
2 Plaats de CD-ROM in het CD-ROM-station.
3 Start de CD-ROM, selecteer het land/de regio en het model en geef het testpatroon weer.
Voor Windows
4 Druk op de MENU toets.
Het hoofdmenu wordt op het scherm weergegeven.
5 Druk op de ↓/↑ toetsen om ⚠ (SCHERM) te selecteren en druk op de OK toets.
Het SCHERM menu verschijnt op het scherm.
6 Druk op de ↓/↑ toetsen om "FASE" te selecteren en druk op de OK toets.
Het "FASE" aanpassingsmenu verschijnt op het scherm.
7 Druk op ↓/↑ toetsen tot de horizontale strepen tot een minimum zijn gereduceerd.
Pas het beeld zo aan dat de horizontale strepen tot een minimum zijn gereduceerd.

8 Druk op de OK toets.
Het hoofdmenu wordt op het scherm weergegeven. Als er verticale strepen op het hele scherm zichtbaar zijn, moet u de pitch als volgt aanpassen.
9 Druk op de ↓/↑ toetsen om "PITCH" te selecteren en druk op de OK toets.
Het "PITCH" aanpassingsmenu verschijnt op het scherm.
10 Druk op ↓/↑ toetsen totdat de verticale strepen verdwijnen.
Pas de scherminstelling zo aan dat de verticale strepen verdwijnen.

11 Klik op END op het scherm om het testpatroon uit te schakelen.
■ De beeldpositie handmatig aanpassen (H CENTRERING/V CENTRERING)
Pas de beeldcentrering als volgt aan wanneer het beeld niet in het midden van het scherm wordt weergegeven.
1 Stel de resolutie op de computer in op 1600 × 1200.
2 Plaats de CD-ROM in het CD-ROM-station.
3 Start de CD-ROM, selecteer het land/de regio en het model en geef het testpatroon weer. Voor Windows
4 Druk op de MENU toets.
Het hoofdmenu wordt op het scherm weergegeven.
5 Druk op de ↓/↑ toetsen om ⚠ (SCHERM) te selecteren en druk op de OK toets.
Het SCHERM menu verschijnt op het scherm.
6 Druk op de ↓/↑ toetsen om "H CENTRERING" of "V CENTRERING" te selecteren en druk op de OK toets.
Het "H CENTRERING" aanpassingsmenu of "V CENTRERING" aanpassingsmenu verschijnt op het scherm.
7 Druk op de ↓/↑ toetsen om het testpatroon in het midden van het scherm te plaatsen.
8 Klik op END op het scherm om het testpatroon te schakelen.
KLEUREN menu
U kunt het beeldkleurenniveau van het witte kleurenveld kiezen uit de standaardinstellingen voor kleurtemperatuur.
U kunt desgewenst de kleurtemperatuur ook nauwkeuriger aanpassen.

Opmerking
U kunt de kleurtemperatuur voor elke ECO-modus aanpassen.
1 Druk op de MENU toets.
Het hoofdmenu wordt op het scherm weergegeven.
2 Druk op de ↓/↑ toetsen om ⚙ (KLEUREN) te selecteren en druk op de OK toets.
Het KLEUREN menu verschijnt op het scherm.
3 Druk op de ↓/↑ toetsen om de gewenste kleurtemperatuur te selecteren en druk op de OK toets.
Wit krijgt een rode in plaats van een blauwe tint wanneer de temperatuur wordt verlaagd van 9300K naar 6500K. Als u "sRGB" selecteert, worden de kleuren aangepast aan het sRGB-profiel. (De sRGB-kleurinstelling is een standaardprotocol voor kleurruimten die is ontworpen voor computerproducten.) Als u "sRGB" selecteert, moeten de kleurinstellingen van de computer zijn ingesteld op het sRGB-profiel.
Opmerkingen
- Als een aangesloten computer of ander apparaat niet geschikt is voor sRGB, kan de kleur niet worden aangepast aan het sRGB-profiel.
- Als u "sRGB" selecteert, kunt u het contrast en de helderheid niet aanpassen in het menu BEELDREGELING. U kunt ook het menu GAMMA niet aanpassen.
■ De kleurtemperatuur nauwkeurig aanpassen
1 Druk op de MENU toets.
Het hoofdmenu wordt op het scherm weergegeven.
2 Druk op de ↓/↑ toetsen om ■ (KLEUREN) te selecteren en druk op de OK toets.
Het KLEUREN menu verschijnt op het scherm.
3 Druk op de ↓/↑ toetsen om "AANPASSEN" te selecteren en druk op de OK toets.
Het menu voor het nauwkeurig aanpassen van de kleurtemperatuur verschijnt op het scherm.

4 Druk op de ↓/↑ toetsen om R (rood) of B (blauw) te selecteren en druk op de OK toets. Druk op ↓/↑ toetsen om de kleurtemperatuur aan te passen en druk vervolgens op de OK toets.
Doordat deze instelling de kleurtemperatuur verandert door de R en B componenten ten opzichte van G (groen) te wijzigen, is de G component vast.
5 Druk op de ↓/↑ toetsen om → te selecteren en druk vervolgens op de OK toets.
De nieuwe kleurinstelling wordt opgeslagen in het geheugen en automatisch opgeroepen wanneer "GEBRUIKER" wordt geselecteerd.
Het KLEUREN menu verschijnt op het scherm.
γ GAMMA menu
U kunt de kleurtinten op het scherm afstemmen op de originele kleurtinten.

U kunt het GAMMA voor elke ECO modus aanpassen.
1 Druk op de MENU toets.
Het hoofdmenu wordt op het scherm weergegeven.
2 Druk op de ↓/↑ toetsen om γ (GAMMA) te selecteren en druk op de OK toets.
Het GAMMA menu verschijnt op het scherm.
3 Druk op de ↓/↑ toetsen om de gewenste modus te selecteren en druk op de OK toets.
ZOOM menu
De monitor is ingesteld op schermvullend beeld, ongeacht de beeldstand of -resolutie bij de standaardinstelling (MAXIMAAL2).
Het beeld kan ook met de effectieve breedte/hoogte-verhouding of resolutie worden bekeken.

Opmerking
Instellingen in het menu ZOOM zijn alleen van toepassing op de huidige ingang. U kunt de instellingen voor andere ingangen ook aanpassen.
1 Druk op de MENU toets.
Het hoofdmenu verschijnt op het scherm.
2 Druk op de ↓/↑ toetsen om ☐ (ZOOM) te kiezen en druk vervolgens op de OK toets.
Het ZOOM menu verschijnt op het scherm.
3 Druk op de ↓/↑ toetsen om de gewenste stand te kiezen.
- MAXIMAAL2 (standaardinstelling): Het ingangssignaal vult het scherm volledig, ongeacht de beeldstand of resolutie.
- MAXIMAAL1: Het ingangssignaal verschijnt met de effectieve breedte/hoogte-verhouding op het scherm. Bijgevolg kunnen er zwarte stroken bovenaan en onderaan het beeld verschijnen, afhankelijk van het signaal.
- NORMAAL: Het ingangssignaal verschijnt met de effectieve resolutie op het scherm. Sub-1600 × 1200 signalen in het midden van het scherm zijn omgeven door een zwart kader.
Opmerking
Wanneer u signalen met de resolutie 1600 × 1200 gebruikt, zijn de hiervoor vermelde instellingen niet beschikbaar. Het beeld wordt op volledig scherm weergegeven.
POSITIE MENU menu
U kunt de positie van het menu wijzigen als deze een beeld op het scherm blokkeert.

1 Druk op de MENU toets.
Het hoofdmenu wordt op het scherm weergegeven.
2 Druk op de ↓/↑ toetsen om 📄 (POSITIE MENU) te selecteren en druk op de OK toets.
Het POSITIE MENU menu verschijnt op het scherm.
3 Druk op de ↓/↑ toetsen om de gewenste positie te selecteren en druk op de OK toets.
U kunt kiezen uit 9 posities waar het menu wordt weergegeven.

INGANG ZOEKEN AAN/UIT menu
Als u AUTO AAN selecteert in het INGANG ZOEKEN AAN/UIT menu, zoekt de monitor automatisch naar invoersignalen via een ingang en wordt de invoer automatisch gewijzigd voordat de stroombesparingsstand van de monitor wordt ingeschakeld.

1 Druk op de MENU toets.
Het hoofdmenu verschijnt op het scherm.
2 Druk op de ↓/↑ toetsen om ➞ (INGANG ZOEKEN AAN/UIT) te selecteren en druk op de OK toets.
Het INGANG ZOEKEN menu verschijnt op het scherm.
3 Druk op de ↓/↑ toetsen om de gewenste modus te selecteren en druk op de OK toets.
- AAN: als de geselecteerde ingang geen invoersignaal heeft of als u een ingang selecteert met de INPUT toets op de monitor en deze ingang geen invoersignaal heeft, verschijnt het bericht (pagina 19) en zoekt de monitor automatisch naar invoersignalen via andere ingangen om de invoer te wijzigen. Als de invoer is gewijzigd, wordt de geselecteerde ingang weergegeven in de linkerbovenhoek van het scherm. Wordt er geen invoersignaal ontvangen, dan wordt de stroombesparingsstand van de monitor automatisch ingeschakeld.
- UIT: de invoer wordt niet automatisch gewijzigd. Druk op de INPUT toets om de invoer te wijzigen.

LANGUAGE menu

1 Druk op de MENU toets.
Het hoofdmenu wordt op het scherm weergegeven.
2 Druk op de ↓/↑ toetsen om 📄 (LANGUAGE) te selecteren en druk op de OK toets.
Het LANGUAGE menu verschijnt op het scherm.
3 Druk op de ↓/↑ toetsen om een taal te selecteren en druk op de OK toets.
- English: Engels
- Français: Frans
- Deutsch: Duits
- Español: Spaans
- Italiano: Italiaans
- Nederlands
- Svenska: Zweeds • : Russisch
- Japans • : Chinees

RESET menu
Alle standaardinstellingen worden hersteld.

1 Druk op de MENU toets.
Het hoofdmenu wordt op het scherm weergegeven.
2 Druk op de ↓/↑ toetsen om →← (RESET) te selecteren en druk op de OK toets.
Het RESET menu verschijnt op het scherm.
3 Druk op de ↓/↑ toetsen om de gewenste stand te selecteren en druk op de OK toets.
- OK: hiermee worden alle standaardinstellingen hersteld. Hierbij wordt de "LANGUAGE" instelling niet hersteld.
- ANNULEREN: hiermee wordt het herstellen geannuleerd en keert u terug naar het menuscherm.
TOETSEN SLOT menu
Alle toetsen vergrendelen om ongewenst aanpassen of herstellen te vermijden.

1 Druk op de MENU toets.
Het hoofdmenu wordt op het scherm weergegeven.
2 Druk op de ↓/↑ toetsen om O-m (TOETSEN SLOT) te selecteren en druk op de OK toets.
Het TOETSEN SLOT menu verschijnt op het scherm.
3 Druk op de ↓/↑ toetsen om "AAN" of "UIT" te selecteren.
- AAN: alleen de ⏻ (stroom) schakelaar en INPUT toets werken. Als u een andere handeling probeert uit te voeren, verschijnt het pictogram Ⓞ (TOETSEN SLOT) op het scherm.
- UIT: schakelt "TOETSEN SLOT" uit. Als "TOETSEN SLOT" is ingesteld op "AAN" en u op de MENU toets drukt, wordt "TOETSEN SLOT" automatisch geselecteerd.
Deze monitor voldoet aan de richtlijnen voor energiebesparing die zijn opgesteld door VESA, ENERGY STAR en NUTEK. Wanneer de monitor is aangesloten op een computer of DPM (Display Power Management) Standard compatibele videokaart, gaat de monitor automatisch minder stroom verbruiken zoals hieronder afgebeeld.
| Energiestand Stroomverbruik ⏻ (stroom) | ||
| indicator | ||
| normale werking | 58 W (max.) | groen |
| ECO modus | groen | |
| actief uit*(diepe sluimer) | 2,7 W (max.)** | oranje |
| ⏻ (stroom)uitgeschakeld | 2,7 W (max.) | rood |
| stroomuitgeschakeld | 0 W | uit |
* Als de computer overschakelt naar de modus "actief uit", valt het ingangssignaal weg en verschijnt "GEEN INPUT SIGNAAL" op het scherm. Na 5 seconden wordt de energiespaarstand voor de monitor geactiveerd. "Diepe sluimer" is een energiespaarstand die is gedefinieerd door de Environmental Protection Agency. ** Het maximale stroomverbruik is 2,0 W in gebieden met 100-120 V wisselstroom.
Het stroomverbruik verminderen (ECO modus)
Als u herhaaldelijk op de ECO toets aan de voorkant van de monitor drukt, kunt u de helderheid van het scherm selecteren.
![graph TD A["ECO"] --> B["ECO HOOG"] B --> C["ECO MIDDEN"] C --> D["ECO LAAG"] D --> E["ECO GEBRUIKER 50"]](/content/2026/05/1047465/images/976efb63ef1afba43f9cb3010e9068c5544211ddaef9f5e54c4b22d94b8daaa2.jpg)
Elke modus wordt op het scherm weergegeven en de helderheid van het scherm wordt beperkt op basis van de modus. Het menu verdwijnt automatisch na ongeveer 5 seconden. De helderheid van het scherm en het stroomverbruik worden beperkt als de modus wordt gewijzigd van HOOG in MIDDEN in LAAG.
De standaardinstelling voor de helderheid van het scherm is "HOOG".
Als u "GEBRUIKER" selecteert, kunt u het niveau van de achtergrondverlichting aanpassen door op de ↓/↑ toetsen te drukken, op dezelfde manier als wanneer u BACKLIGHT selecteert met het menu.
De beeldkwaliteit automatisch regelen (alleen analoog RGB-signaal)
Als de monitor een ingangssignaal ontvangt, worden de beeldpositie en -scherpte (fase/pitch) automatisch aangepast zodat er een scherp beeld op het scherm verschijnt.
Fabrieksinstelling
Als de monitor een ingangssignaal ontvangt, wordt deze automatisch afgestemd op een van de fabrieksinstellingen die in het geheugen van de monitor zijn opgeslagen om een beeld van hoge kwaliteit in het midden van het scherm te verkrijgen. Wanneer het ingangssignaal overeenkomt met de fabrieksinstelling, wordt het beeld automatisch op het scherm weergegeven met de juiste standaardinstellingen.
Als ingangssignalen niet overeenkomen met de fabrieksinstellingen
Als de monitor een ingangssignaal ontvangt dat niet overeenkomt met een van de fabrieksinstellingen, wordt de functie voor het automatisch aanpassen van de beeldkwaliteit van de monitor geactiveerd waardoor er altijd een scherp beeld verschijnt op het scherm (binnen het volgende frequentiebereik):
Horizontale frequentie: 28–92 kHz (analoog RGB) 28–75 kHz (digitaal RGB)
Verticale frequentie: 48–85 Hz (analoog RGB) 60 Hz (digitaal RGB)
De eerste keer dat de monitor ingangssignalen ontvangt die niet overeenkomen met een van de fabrieksinstellingen, kan het langer dan normaal duren voordat het beeld op het scherm verschijnt. De instelgegevens worden automatisch opgeslagen in het geheugen zodat de monitor op dezelfde manier werkt als wanneer de monitor signalen ontvangt die wel overeenkomen met een van de fabrieksinstellingen.
Fase, pitch en beeldpositie handmatig aanpassen
Voor sommige ingangssignalen kunnen beeldpositie, fase en pitch niet helemaal automatisch worden aangepast. Deze instellingen kunnen dan handmatig worden aangepast (pagina 13). Wanneer u deze instellingen handmatig aanpast, worden deze als gebruikersstanden in het geheugen opgeslagen en automatisch weer opgeroepen wanneer de monitor dezelfde ingangssignalen ontvangt.
Verhelpen van storingen
Lees dit gedeelte door voordat u contact opneemt met de technische ondersteuning.
Schermberichten
Als er iets fout is met het ingangssignaal, wordt een van de volgende berichten weergegeven op het scherm. Zie
"Foutsymptomen en oplossingen" op pagina 20 om dit probleem op te lossen.
Als "BUITEN BEREIK" verschijnt op het scherm
Dit geeft aan dat het ingangssignaal niet wordt ondersteund door de monitor. Controleer de volgende items.
Zie "Foutsymptomen en oplossingen" op pagina 20 voor meer informatie over schermberichten.
Als "xxx,x kHz / xxx Hz" wordt weergegeven
Dit geeft aan dat de horizontale of verticale frequentie niet wordt ondersteund door de monitor.
De cijfers staan voor de horizontale en verticale frequenties van het huidige ingangssignaal.

Als "RESOLUTIE > 1600 × 1200" wordt weergegeven
Dit geeft aan dat de resolutie niet wordt ondersteund door de monitor (1600 × 1200 of minder).

Als "GEEN INPUT SIGNAAL" verschijnt op het scherm
Dit geeft aan dat er geen signaal wordt ingevoerd via de gekozen aansluiting.
Als INGANG ZOEKEN AAN/UIT (pagina 16) is ingesteld op AAN, zoekt de monitor een ander invoersignaal en wordt de invoer automatisch gewijzigd.

GA NAAR STROOMSPAAR
De monitor schakelt ongeveer 5 seconden nadat het bericht is verschenen over naar de energiespaarstand.

Als "KABEL NIET AANGESLOTEN" verschijnt op het scherm
Dit geeft aan dat de videosignaalkabel niet is aangesloten op de gekozen aansluiting.
Als INGANG ZOEKEN AAN/UIT (pagina 16) is ingesteld op AAN, zoekt de monitor een ander invoersignaal en wordt de invoer automatisch gewijzigd.

NL
Foutsymptomen en oplossingen
Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de aangesloten computer of apparatuur wanneer u problemen hebt met een aangesloten computer of andere apparatuur.
Voor meer informatie en ondersteuning bij het oplossen van problemen gaat u naar de ondersteuningswebsite van Sony op: http://www.sony.net/
| Probleem Controleer deze punten | |
| Geen beeld | |
| De ⏻ (stroom) indicator licht niet op of de ⏻ (stroom) indicator licht niet op wanneer de ⏻ (stroom)schakelaar wordt ingedrukt. | • Controleer of het netsnoer goed is aangesloten.• Controleer of de MAIN POWER schakelaar van de monitor aan staat (pagina 8). |
| De ⏻ (stroom) indicator licht rood op. | • Controleer of de ⏻ (stroom) schakelaar aan staat. |
| "KABEL NIET AANGESLOTEN" verschijnt op het scherm. | • Controleer of de videosignaalkabel goed is aangesloten en of alle stekkers goed vastzitten (pagina 6).• Controleer of de pinnen van de video-ingang niet zijn verbogen of naar binnen gedrukt.• Controleer of de instelling voor ingangsselectie juist is (pagina 10).• Er is een videosignaalkabel aangesloten die niet is bijgeleverd. Als u een videosignaalkabel aansluit die niet is bijgeleverd, kan "KABEL NIET AANGESLOTEN" op het scherm verschijnen. Dit is normaal en duidt niet op storing. |
| GEEN INPUT SIGNAAL verschijnt op het scherm of de ⏻ (stroom) indicator is oranje of afwisselend grocn en oranje. | • Controleer of de videosignaalkabel goed is aangesloten en of alle stekkers goed vastzitten (pagina 6).• Controleer of de pinnen van de video-ingang niet zijn verbogen of naar binnen gedrukt.• Controleer of de instelling voor ingangsselectie juist is (pagina 10).■Probleem veroorzaakt door een aangesloten computer of andere apparatuur en niet door de monitor• De computer staat in de energiespaarstand. Druk op een willekeurige toets op het toetsenbord of verplaats de muis.• Controleer of de grafische kaart goed is bevestigd.• Controleer of de computer is ingeschakeld.• Start de computer opnieuw op. |
| "BUITEN BEREIK" verschijnt op het scherm (pagina 19). | ■Probleem veroorzaakt door een aangesloten computer of andere apparatuur en niet door de monitor• Controleer of het videofrequentiebereik binnen de monitorspecificaties valt. Als u een oude monitor door deze monitor hebt vervangen, moet u de oude monitor opnieuw aansluiten en de grafische kaart van de computer aanpassen binnen het volgende bereik: Horizontale frequentie: 28–92 kHz (analoog RGB), 28–75 kHz (digitaal RGB)Verticale frequentie: 48–85 Hz (analoog RGB), 60 Hz (digitaal RGB)Resolutie: 1600 × 1200 of minder |
| Bij gebruik van Windows. • Als u een oude monitor door deze monitor hebt vervangen, moet u de oude monitor opnieuw aansluiten en de volgende procedure uitvoeren. Selecteer "SONY" in de lijst met "fabrikanten" en "SDM-S204E" in de lijst met "modellen" in het Windows-venster voor apparaatselectie. Als "SDM-S204E" niet verschijnt in de lijst met "modellen", moet u "Plug & Play" proberen. | |
| Bij gebruik van een Macintosh systccm.Het beeld flikkert, springt, oscilleert of is vervormd. | • Gebruik desgewenst een adapter (niet bijgeleverd) bij aansluiting op een Macintosh computer. Sluit de adapter aan op de computer voordat u de videosignaalkabel aansluit.Pas de pitch en fase aan (alleen analoog RGB-signaal) (pagina 13).Probeer de monitor aan te sluiten op een ander stopcontact, bij voorkeur op een ander circuit.Verander de stand van de monitor.■Probleem veroorzaakt door een aangesloten computer of andere apparatuur en niet door de monitorRaadpleeg de handleiding van de grafische kaart voor de juiste instelling van de monitor. Controleer of de grafische modus (VESA, Macintosh 19" Color, enzovoort) en de frequentie van het ingangssignaal worden ondersteund door deze monitor. Sommige grafische kaarten hebben een synchronisatiepuls die te smal is om de monitor correct te laten synchroniseren, ook al ligt de frequentie binnen het juiste bereik.Deze monitor verwerkt geen interlace-signalen. Stel deze in op progressive-signalen.Pas de verversingsfrequentie van de computer aan (verticale frequentie) om een optimaal beeld te verkrijgen (60 Hz wordt aanbevolen). |
| Het beeld is wazig. • Pas de helderheid en het contrast aan (pagina 12).Pas de pitch en fase aan (alleen analoog RGB-signaal) (pagina 13).Pas de optie voor vloeiende overgangen aan (pagina 13).■Probleem veroorzaakt door een aangesloten computer of andere apparatuur en niet door de monitorStel de resolutie op de computer in op 1600 × 1200 . | |
| Echobeeld (ghosting). • Gebruik geen videoverlengkabels en/of videoschakeldozen.Controleer of alle stekkers goed vastzitten. | |
| Het beeld is niet gecentreerd of heeft niet de juiste afmetingen (alleen analoog RGB-signaal). | Pas de pitch en fase aan (pagina 13).Pas de beeldpositie aan (pagina 14). In sommige standen wordt het scherm niet helemaal gevuld. |
| Het beeld is te klein. | Stel zoom in op MAXIMAAL2 (pagina 15).■Probleem veroorzaakt door een aangesloten computer of andere apparatuur en niet door de monitorStel de resolutie op de computer in op 1600 × 1200 . |
| Het beeld is donker. • Pas de helderheid aan (pagina 12).Pas de achtergrondverlichting aan (pagina 12).Na het inschakelen van de monitor duurt het enkele minuten voordat het scherm oplicht.Pas de gamma aan in het GAMMA menu (pagina 15).Het scherm wordt wellicht donkerder, afhankelijk van de geselecteerde ECO modus. | |
| Golvend of elliptisch patroon (moire) is zichtbaar. | Pas de pitch en fase aan (alleen analoog RGB-signaal) (pagina 13). |
| De kleur is niet gelijkmatig. | Pas de pitch en fase aan (alleen analoog RGB-signaal) (pagina 13). |
| Onzuivere witweergave. | Pas de kleurtemperatuur aan (pagina 14). |
| De knoppen van de monitor werken niet (verschijnt op het scherm). | Als "TOETSEN SLOT" is ingesteld op "AAN", moet u deze op "UIT" instellen (pagina 17). |
| De resolutie die op het menuscherm wordt weergegeven, is onjuist. | Afhankelijk van de instelling van de grafische kaart, kan de resolutie die op het menuscherm wordt weergegeven, niet overeenkomen met de resolutie die in de computer is ingesteld. |
| Nadat de stroom is uitgeschakeld, blijft de (stroom) indicator enige tijd branden. | Als de stroom is ingeschakeld maar de (stroom) schakelaar is niet ingedrukt of als de monitor in de stroomspaarstand staat en u de MAIN POWER schakelaar uitschakelt, wordt de (stroom) indicator wellicht niet direct uitgeschakeld. Dit duidt niet op een storing. |
De gegevens van deze monitor weergeven
Houd de MENU toets langer dan 5 seconden ingedrukt terwijl de monitor een videosignaal ontvangt totdat het infovenster verschijnt.
Als u nogmaals op de MENU toets drukt, verdwijnt het venster.
Voorbeeld
Als een probleem niet kan worden opgelost, neemt u contact op met een erkende Sony dealer en geeft u de volgende informatie:
• Modelnaam: SDM-S204E - Serienummer - Gedetailleerde beschrijving van het probleem - Datum van aanschaf - Naam en specificaties van uw computer en grafische kaart - Type ingangssignalen (analoog RGB/digital RGB)
Technische gegevens
LCD-scherm
Type: a-Si TFT Active Matrix
Beeldgrootte: 20,1 inch (51 cm)
Ingangssignaalformaat
RGB-werkingsfrequentie*
Horizontaal: 28–92 kHz (analoog RGB)
28–75 kHz (digitaal RGB)
Verticaal: 48–85 Hz (analoog RGB)
60 Hz (digitaal RGB)
Resolutie
Horizontaal: Max. 1600 punten
Verticaal: Max. 1200 lijnen
Ingangssignaalniveaus
Analoog RGB-videosignaal:
0,7 Vp-p, 75 Ω, positief
SYNC signaal:
TTL-niveau, 2,2 kΩ, positief of negatief (apart
horizontaal en verticaal, of composite sync)
0,3 Vp-p, 75 Ω, negatief (Sync op groen)
Digitaal RGB (DVI) signaal: TMDS (Single link)
Stroomvereisten
100–240 V, 50–60 Hz, Max. 1,2 A
Stroomverbruik
Max. 58 W
Werkingstemperatuur
5-35°C
Afmetingen
Display (rechtop):
Met standaard
Breedte: 440.5 mm
Hoogte: 377.5 - 477.5 mm
Diepte: 232.0 - 248.0 mm
Zonder standaard
Breedte: 440.5 mm
Hoogte: 354.5 mm
Diepte: 72.5 mm
Gewicht
Ong. 8.2 kg (met standaard)
Ong. 6.2 kg (zonder standaard)
Plug & Play
DDC2B
Accessoires
Zie pagina 6.
* Aanbevolen horizontale en verticale synchronisatie-conditie
- Horizontale synchronisatiebreedte moet meer dan 4,8% van de totale horizontale tijd zijn of 0,8 μsec, afhankelijk van wat het grootst is.
- Horizontale onderdrukkingsbreedte moet meer dan 2,5 µsec zijn.
- Verticale onderdrukkingsbreedte moet meer dan 450 µsec zijn.
Wijzigingen in ontwerp en technische gegevens voorbehouden zonder voorafgaande kennisgeving.