1100 - MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 1100 MAKITA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Onbepaald in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 1100 - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 1100 van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING 1100 MAKITA
Bout Schaafblok Schaafmes Afdekplaat van schaafblok Afstelplaat Mesrand Schroeven Hiel Zijkant van mal Binnenrand kaliberplaat Kaliberplaat Kalibervoet Kruiskopschroef Vastzetnokjes schaafmes Hiel van afstelplaat Aanzetplaat Binnenkant van kaliberplaat
18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32
Mini schaafmes Zeskante bout Groef Knop Trekkerschakelaar Vergrendelknop/ Ontgrendelknop Start Einde Mesrand Snijlijn Schroef Breedtegeleider “V” groef Voorste voetstuk Zorg dat de “V” groef op de rand van het werkstuk blijft.
TECHNISCHE GEGEVENS Model 1100 Schaafbreedte 82 mm Max. schaafdiepte 3 mm Sponningdiepte 20 mm Toerental onbelast/min. 16 000 Totale lengte 415 mm Netto gewicht 4,9 kg • In verband met ononderbroken research en ontwikkeling behouden wij ons het recht voor bovenstaande technische gegevens te wijzigen zonder voorafgaande kennisgeving. • Opmerking: De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen. Stroomvoorziening De machine mag alleen worden aangesloten op een stroombron van hetzelfde voltage als aangegeven op de naamplaat, en kan alleen op enkel-fase wisselstroom worden gebruikt. De machine is dubbel-geïsoleerd volgens de Europese standaard en kan derhalve ook op een niet-geaard stopcontact worden aangesloten.
Veiligheidswenken Voor uw veiligheid dient u de bijgevoegde Veiligheidsvoorschriften nauwkeurig op te volgen.
AANVULLENDE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van de schaafmachine altijd strikt in acht. Bij onveilig of verkeerd gebruik van het elektrisch gereedschap, bestaat de kans op ernstig persoonlijk letsel. 1. Wacht tot de schaafbeitel stilstaat voordat u het gereedschap neerlegt. Een blootliggende schaafbeitel kan in het oppervlak aangrijpen waardoor u de controle over het gereedschap kunt verliezen en ernstig letsel kan worden veroorzaakt.
33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45
Aanscherphouder Vleugelmoer Mes (A) Mes (B) Zijkant (C) Zijkant (D) Europese (ronde) schaafkrulkap Makita stofzuiger Standaard (niet-ronde) schaafkrulkap Limiet markering Schroevedraaier Schaafkrulkap Kap van de koolborstelhouder
Gebruik klemmen of een andere praktische methode om het werkstuk op een stabiele ondergrond te bevestigen en ondersteunen. Als u het werkstuk in uw hand of tegen uw lichaam geklemd houdt, is het onvoldoende stabiel en kunt u de controle erover verliezen. Lompen, doeken, touwen en soortgelijke prullen dienen nooit in het werkgebied achtergelaten te worden. Zorg dat het gereedschap nooit in kontakt komt met spijkers. Verwijder alvorens te schaven eventuele spijkers van het werkstuk. Gebruik uitsluitend scherpe schaafbeitelmessen. Wees zeer voorzichtig met de schaafbeitelmessen. Kontroleer alvorens te schaven of de bevestigingsbouten van de schaafbeitelmessen stevig vastgedraaid zijn. Houd het gereedschap met beide handen stevig vast. Houd uw handen uit de buurt van de bewegende delen. Alvorens het gereedschap op een werkstuk te gebruiken, laat u het een tijdje draaien. Onderzoek het op vibraties of schommelende bewegingen die op een onjuiste installatie of onjuist gebalanceerde schaafbeitelmessen kunnen wijzen. Zorg dat de schaafbeitelmessen niet in aanraking zijn met het werkstuk als u het gereedschap in wilt schakelen. Wacht alvorens te schaven tot de schaafbeitelmessen op volle snelheid draaien. Alvorens iets bij te stellen dient u altijd het gereedschap uit te schakelen en te wachten totdat de schaafbeitelmessen volledig tot stilstand zijn gekomen. Steek uw vinger nooit in de spaanafvoer. De spanen kunnen erin klem raken als u nat hout schaaft. Verwijder in dit geval de spanen met een stukje hout. Schakel altijd uit als u het gereedschap niet gebruikt. Schakel het gereedschap alleen in als u het in handen houdt.
15. Vervang altijd gelijktijdig beide schaafbeitelmessen en klemplaten, aangezien anders het resulterende verlies van evenwicht trillingen kunnen veroorzaken, waardoor de gebruiksduur van het gereedschap verkort kan worden. 16. Gebruik alleen Makita schaafbeitelmessen die in deze gebruiksaanwijzing zijn gespecificeerd. 17. Gebruik altijd het juiste stofmasker/ademhalingsapparaat voor het materiaal en de toepassing waarmee u werkt.
BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN. WAARSCHUWING: VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwijzing kan leiden tot ernstige verwondingen.
BEDIENINGSVOORSCHRIFTEN Verwijderen of installeren van de schaafmessen Belangrijk: • Controleer altijd of de machine is uitgeschakeld en het netsnoer uit het stopcontact is verwijderd, alvorens de messen te verwijderen of te installeren. • Gebruik de volgende schaafmessen. Onderdeelnr. 793004-6 793007-0 793322-2 A-07406 *P-04226 *P-04282 *P-04298 *820044-1 *820045-1 *820043-1 De met * gemarkeerde messen zijn alleen in Europese landen verkrijgbaar. Raadpleeg uw dealer of het Makita Service-centrum wanneer u messen wilt kopen. Voor machines met standaard-schaafmessen (Fig. 1, 3 en 4) Om de messen van het schaafblok te verwijderen, draait u met de soksleutel de drie bevestigingsbouten los. De afdekplaat kunt u dan tegelijk met de messen verwijderen. Alvorens de nieuwe messen te installeren, verwijder eerst alle schaafkrullen of verontreinigingen van het schaafblok of de messen. Gebruik messen van dezelfde afmetingen en hetzelfde gewicht, omdat het schaafblok anders zal slingeren of trillen, zodat de machine niet gelijk zal schaven en eventueel defect kan raken. Plaats het mes zodanig op de kalibervoet, dat de scherpe kant van het mes volkomen vlak ligt met de binnenrand van de kaliberplaat. Plaats de afstelplaat op het mes, druk dan de hiel van de afstelplaat naar beneden totdat deze vlak ligt met de kalibervoet, en draai dan de twee schroeven op de afstelplaat vast. Schuif nu de hiel van de afstelplaat in de groef van het schaafblok, en plaats dan de afdekplaat van het schaafblok erop. Draai de drie bevestigingsbouten gelijkmatig en afwisselend vast met behulp van de soksleutel.
Voor machines met mini-schaafmessen (Fig. 1, 5 en 6) 1. Indien de machine pas is gebruikt, verwijdert u eerst het gebruikte schaafmes. Maak vervolgens de oppervlakken en de afdekplaat van het schaafblok grondig schoon. Om de messen van het schaafblok te verwijderen, draait u met de soksleutel de drie bevestigingsbouten los. De afdekplaat kunt u dan tegelijk met de messen verwijderen. 2. Om de nieuwe messen te installeren, bevestig de afstelplaat losjes op de klemplaat met behulp van de kruiskopschroeven en plaats dan het mini-schaafmes zodanig op de kalibervoet, dat de scherpe kant van het mes volkomen vlak ligt met de binnenrand van de kaliberplaat. 3. Plaats de afstelplaat/aanzetplaat op de mal zodat de vastzetnokjes op de aanzetplaat in de groef van het mini schaafmes rusten. Druk vervolgens de zool van afstelplaat totdat deze gelijk komt met de zijkant van de mal en draai de schroeven vast. 4. Het is belangrijk dat het schaafmes gelijk en vlak tegen de binnenkant van de malplaat aanligt, dat de vastzetnokjes in de groef van het schaafmes rusten en dat de zool van de afstelplaat volkommen gelijk is met de zijkant van de mal. Kontroleer of dit zo is, aangezien de machine anders niet gelijk kan schaven. 5. Schuif de zool van de afstelplaat in de groef van het schaafblok. 6. Plaats de afdekplaat van het schaafblok op de afstelplaat/aanzetplaat en draai de drie zeskantbouten vast, echter zo dat er een spleet blijft bestaan tussen het schaafblok en de aanzetplaat om het mini schaafmes op z’n plaats te schuiven. Door de vastzetnokjes zal het mes op de aanzetplaat vastgehouden worden. 7. De lengte van het mes dient met de hand zo te worden bijgesteld dat de uiteinden van het mes op gelijke afstand van de behuizing aan de ene kant en de metalen beugel aan de andere kant uitsteken. 8. Draai de drie zeskantbouten met de bijgeleverde soksleutel vast. Kontroleer of het mes even ver van het schaafblok uitsteken. 9. Kontroleer of de drie zeskante bouten goed zijn aangetrokken. 10. Herhaal de procedure, vanaf stap 1 tot en met 9 voor het monteren van een ander schaafblad. Voor rabatten (Fig. 7) Zorg ervoor dat de scherpe rand van het mes een beetje (0,3 mm – 0,6 mm) uitsteekt. Indien dit wordt verzuimd, zal het schaven resulteren in kerven en slecht rabatten. (Sponning schaven) LET OP: Trek de bevestigingsbouten zorgvuldig aan wanneer u de messen aan de machine bevestigt. Een losse bevestigingsbout kan gevaar opleveren. Controleer altijd of de bouten goed zijn vastgedraaid.
Voor de juiste mesinstelling Uw schaafvlak zal ruw en ongelijk worden, indien het mes niet correct is ingesteld. Het mes moet dusdanig gemonteerd worden dat de zijkant absoluut gelijk ligt ofwel parallel met het vlak van de achterzool. Onderstaand enkele voorbeelden van juiste en onjuiste instellingen. (A) Voor zool (beweegbaar) (B) Achterzool (vast) Ofschoon dit zijaanzicht het niet toont, draaien de snijkanten van het mes perfect parallel met de achterzool.
Oorzaak: Eén van beide messen staat niet parallel ingesteld met achterzool.
Happen in het oppervlak
Oorzaak: Eén van beide messen steekt niet voldoende uit in relatie tot achterzool.
Gutsen bij het begin
Oorzaak: Eén van beide messen steekt te ver uit in relatie tot achterzool.
Instellen van schaafdiepte (Fig. 8)
De schaafdiepte is heel eenvoudig in te stellen door de knop voor op de machine te verdraaien.
Leg eerst het voorste zoolvlak plat op het oppervlak van het werkstuk, zonder dat de messen nog iets aanraken. Schakel de machine in en wacht totdat de messen op volle snelheid draaien. Hierna beweegt u de machine langzaam vooruit. Oefen druk uit op het voorste gedeelte van de machine als u begint te schaven en op het achterste gedeelte als het einde nadert. Het schaven gaat gemakkelijker als u het werkstuk een beetje schuin houdt, zodat u schaaft met de machine iets naar beneden gericht.
Werking van de trekkerschakelaar LET OP: Alvorens de machine op netstroom aan te sluiten, dient u altijd te controleren of de trekkerschakelaar behoorlijk werkt en bij het loslaten naar de “OFF” positie terugkeert. Voor machines zonder vergrendelknop en ontgrendelknop (Fig. 9) Om de machine in te schakelen, drukt u gewoon de trekkerschakelaar in. Laat de schakelaar los om de machine uit te schakelen. Voor machines met een vergrendelknop (Fig. 10) Om de machine in te schakelen, drukt u gewoon de trekkerschakelaar in. Laat de schakelaar los om de machine uit te schakelen. Voor continu gebruik, eerst de trekkerschakelaar en dan de vergrendelknop indrukken. Om de machine vanuit de vergrendelde stand te stoppen, de trekkerschakelaar helemaal indrukken en deze dan loslaten. Voor machines met een ontgrendelknop (Fig. 10) Een ontgrendelknop is voorzien om te voorkomen dat de trekkerschakelaar per toeval wordt ingedrukt. Om de machine te starten, druk de ontgrendelknop in en druk dan de trekkerschakelaar in. Om de machine te stoppen, de trekkerschakelaar loslaten.
De snelheid waarmee u schaaft en de schaaftdiepte bepalen het resultaat. De snelheid van de machine zelf is zodanig dat de spanen nooit klemraken. Voor ruw schaven kunt u de schaafdiepte vermeerderen, terwijl voor een goede afwerking de schaafdiepte verminderd moet worden en de machine langzamer vooruitbewogen dient te worden.
Rabatten (Fig. 12, 13, 14 en 15) Gebruik de zijkantgeleider voor zijdelings schaven zoals afgebeeld in Fig. 12. Breng op het werkstuk de snijlijn aan. Steek de zijkantgeleider in het gaatje aan de voorkant van de machine. Zet het mes op de snijlijn. Stel de zijkantgeleider zodanig in dat deze volledig kontakt maakt met de zijkant van het werkstuk. Zet de geleider vervolgens vast door middel van de schroef. Soms is het wenselijk voor betere geleiding van de machine de geleider te verbreden. Dit kunt u doen door een lat te bevestigen. De geleider is voor dit doel voorzien van gaten. OPMERKING: U dient tijdens het schaven de zijkantgeleider steeds tegen de zijkant van het werkstuk te houden, aangezien anders de snede ongelijkmatig wordt. De maximale sponningsdiepte is 20 mm.
Afschuinen (Fig. 16, 17 en 18) Voor het maken van sneden zoals afgebeeld in Fig. 16, zorg ervoor dat de “V” groef in het voorste voetstuk van de machine op de rand van het werkstuk rust, en schaaf dan zoals afgebeeld in Fig. 18.
Aanscherpen van de schaafmessen (Fig. 19, 20 en 21) Alleen voor standaard-schaafmessen Houd uw schaafmessen altijd scherp om de best mogelijke resultaten te krijgen. Gebruik de aanscherphouder. Om bramen te verwijderen of de beitels aan te scherpen. Draai eerst de twee vleugelmoeren op de houder los en steek messen (A) en (B) erin zodat deze met zijkanten (C) en (D) in aanraking komen. Draai dan de twee vleugelmoeren vast. Dompel de wetsteen voor 2 of 3 minuten in water alvorens aan te scherpen. Houd de aanscherphouder zodanig, dat beide messen met de wetsteen in aanraking komen voor gelijktijdig aanscherpen onder dezelfde hoek.
ONDERHOUD LET OP: Zorg er altijd voor dat de machine is uitgeschakeld en de stekker uit het stopcontact is verwijderd alvorens werken aan de machine uit te voeren.
Vervangen van koolborstels (Fig. 25, 26 en 27) Vervang de koolborstels wanneer deze tot aan de limietmarkering zijn versleten. Verwijder eerst de schaafkrulkap en vervang dan de koolborstels. Vervang altijd beide koolsborstels gelijktijdig door gelijksoortige koolborstels. Opdat de machine veilig en betrouwbaar blijft, dienen alle reparaties, onderhoud of afstellingen te worden uitgevoerd bij een erkend Makita service centrum.
ACCESSOIRES LET OP: • Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing wordt beschreven. Het gebruik van andere accessoires of hulpstukken kan gevaar voor persoonlijke verwonding opleveren. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor het gespecificeerde doel. Wenst u meer informatie over deze accessoires, neem dan contact op met het dichtstbijzijnde Makita servicecentrum. • • • • • • • • •
Schaafmes (2 stuks) Minischaafmes met wolfraamcarbide-uiteinde (2 stuks) Aanscherphouder Wetsteen Beitelinstelmal Dopsleutel Breedtegeleider (instellineaal) Stofzak Schaafstandaard
Aansluiten van een stofzuiger Voor machines met een Europese (ronde) schaafkrulkap (Fig. 22 en 23) Voor schoon schaven, sluit een Makita stofzuiger aan op uw machine zoals afgebeeld in Fig. 23. Voor machines met een standaard (niet-ronde) schaafkrulkap (Fig. 24) Makita stofzuigers kunnen niet worden aangesloten op machines met een standaard (niet-ronde) schaafkrulkap.
Wij verklaren hierbij uitsluitend op eigen verantwoordelijkheid dat dit produkt voldoet aan de volgende normen van genormaliseerde documenten, EN60745, EN55014, EN61000 in overeenstemming met de richtlijnen van de Raad 89/336/EEC en 98/37/EC.
Alleen voor Europese landen
Bruit et vibrations Les niveaux de bruit ponderes types A sont: niveau de pression sonore: 91 dB (A) niveau de puissance du son: 102 dB (A) L’incertitude de mesure est de 3 dB (A). – Porter des protecteurs anti-bruit. – L’accélération pondérée ne dépasse pas 2,5 m/s2. Ces valeurs ont été obtenues selon EN60745.
Geluidsniveau en trilling De typische A-gewogen geluidsniveau’s zijn geluidsdrukniveau: 91 dB (A) geluidsenergie-niveau: 102 dB (A) Onzekerheid is 3 dB (A). – Draag oorbeschermers. – De typische gewogen effectieve versnellingswaarde is niet meer dan 2,5 m/s2. Deze waarden werden verkregen in overeenstemming met EN60745.
Notice-Facile