LWF AR 1.5 - Airconditioner STIEBEL ELTRON - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis LWF AR 1.5 STIEBEL ELTRON in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over LWF AR 1.5 STIEBEL ELTRON
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Airconditioner in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding LWF AR 1.5 - STIEBEL ELTRON en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. LWF AR 1.5 van het merk STIEBEL ELTRON.
GEBRUIKSAANWIJZING LWF AR 1.5 STIEBEL ELTRON
1 Algemene aanwijzingen.... 29
1.1 Meeteenheden 29
1.2 Keurmerk.... 29
2 Veiligheid.... 29
2.1 Structuur van de waarschuwingen 29
2.2 Reglementair gebruik.... 29
2.3 Voorzienbaar verkeerd gebruik ....29
2.4 Veiligheidsinstructies 29
3 Productbeschrijving 30
3.2 Noodzakelijk toebehoren.... 30
3.3 Optioneel toebehoren.... 30
4.2 Montageplaats 30
4.3 Profielrails 31
4.4 Toestel ophangen.... 31
4.5 Condensaatslang aansluiten.... 32
4.6 Luchtkanalen aansluiten.... 32
4.7 Filter 32
4.8 Warmtebroncircuit aansluiten 33
4.9 Warmtebroncircuit vullen.... 33
4.10 Montage voltooien 33
5 Reiniging 33
9.1 Afmetingen en aansluitingen.... 34
9.2 Drukverlies.... 35
9.3 Gegevenstabel.... 35
10 Garantie....35
11 Milieu en recycling.... 35
1 Algemene aanwijzingen

Lees deze handleiding voor gebruik zorgvuldig door en bewaar deze.
1.1 Meeteenheden
Tenzij anders vermeld, worden alle afmetingen in millimeter aangegeven.
1.2 Keurmerk
Zie het typeplaatje op het toestel.
2 Veiligheid
2.1 Structuur van de waarschuwingen
2.1.1 Waarschuwingen per paragraaf
Waarschuwingen per paragraaf gelden voor alle handelingsstappen van de paragraaf.
Lichamelijk letsel
VOORZICHTIG

Soort en bron van het gevaar
Gevolg(en) wanneer de waarschuwing wordt genegeerd
▶ Maatregel(en) voor het afwenden van het gevaar
Materièle schade, gevolgschade, milieuschade
LET OP

Soort en bron van het gevaar
Gevolg(en) wanneer de waarschuwing wordt genegeerd
▶ Maatregel(en) voor het afwenden van het gevaar
2.1.2 Ingebedde waarschuwingen
Ingebedde waarschuwingen gelden alleen voor de daarop volgende handelingsstap.
TREFWOORD: gevolg(en) wanneer de waarschuwing wordt genegeerd. Maatregel(en) voor het afwenden van het gevaar. Handelingsstap waarop de waarschuwing betrekking heeft
2.1.3 Verklaring van de symbolen
Symbool Soort gevaar

Letsel

Elektrische schok

Verbranding, verschroeiing
2.1.4 Trefwoorden
Trefwoord Betekenis
| GEVAAR Aanwijzingen die leiden tot overlijden of zware letsels, wanneer deze niet in acht worden genomen. | |
| WAARSCHU-WING | Aanwijzingen die kunnen leiden tot overlijden of zware letsels, wanneer deze niet in acht worden genomen. |
| VOORZICHTIG | Aanwijzingen die kunnen leiden tot middelmatig zwaar of licht letsel, wanneer deze niet in acht worden genomen. |
| LET OP Aanwijzingen die kunnen leiden tot materiële schade, gevolgschade of milieuschade, wanneer deze niet in acht worden genomen. | |
Het toestel is ontworpen om de toevoerlucht te verwarmen of te koelen. Het toestel wordt gecombineerd met een centraal ventilatietoestel en een warmtepomp of met een lucht-water-warmtepomp met geïntegreerd centraal ventilatietoestel. Het toestel wordt geïnstalleerd in het luchtkanaal. Het toestel wordt aangesloten op de warmtegenerator. Alleen water is toegestaan als warmtedragermedium in het warmtebroncircuit. Alleen lucht is toegestaan als medium in het luchtkanaal.
Het product is bestemd voor gebruik in een huishoudelijke omgeving. Het product kan eveneens buiten een huishouden gebruikt worden, bijv. in een kleine onderneming, voor zover het op dezelfde wijze gebruikt wordt.
Bij reglementair gebruik hoort ook het in acht nemen van deze handleiding evenals de handleidingen voor het gebruikte toebehoren.
2.3 Voorzienbaar verkeerd gebruik
Het product is niet bestemd voor installatie in de open lucht.
Elk ander gebruik dat verder gaat dan wat hier wordt omschreven, geldt als niet reglementair.
2.4 Veiligheidsinstructies
Lichamelijk letsel
- Alleen installateurs mogen de installatie, ingebruikname evenals onderhoud en reparatie uitvoeren.
Materiële schade, gevolgschade, milieuschade
- Ongeschikte reserveonderdelen en accessoires kunnen de veiligheid van de gebruiker en het product nadelig beïnvloeden. Gebruik alleen originele reserveonderdelen en originele accessoires.
- Wanneer u het toestel onvolledig installeert, is het veilige gebruik niet gewaarborgd. Gebruik het toestel alleen als het volledig geïnstalleerd is en als alle veiligheidsvoorzieningen aangebracht zijn.
- Gewichtsbelasting of druk op het toestel kan de behuizing beschadigen of het toestel doen omvallen. Plaats geen objecten op het toestel.
3 Productbeschrijving
In de warmtewisselaar stroomt een warmtedragermedium.
Het warmtedragermedium kan bijvoorbeeld verwarmingswater zijn.
De temperaturen van de lucht die door het product stroomt en het warmtedragermedium benaderen elkaar.
In de winter geeft het warmtedragermedium warmte af aan de lucht.
Als de warmtegenerator een koelfunctie heeft, kan de luchttoevoer in de zomer worden getemperd.
3.1 Leveringsomvang
Bij het toestel wordt het volgende geleverd:
- Documentatie
- 2 × spiraalvormige naadverbinding
- 4 × profielrail voor wand- of plafondbevestiging
- 4 × schroef van isolatiemateriaal
- 2 × schijf als afstandsstuk voor de wandbevestiging
- Condensaatslang, slangklem, ophangbeugel
3.2 Noodzakelijk toebehoren
- Membraanexpansievat
- Veiligheidsgroep
- Luchtkanaal
3.3 Optioneel toebehoren
- Verdamperreinigingsmiddel
- Verloopstuk voor het luchtkanaal
- Stekkerverbinding 22 mm (voor het warmtebroncircuit)
LET OP: Verbindingsbuizen die tijdens transport worden blootgesteld aan belastingen, kunnen beschadigd raken. Hef het product niet op aan de aansluitbuizen.
4.2 Montageplaats
Inbouwpositie

Bij het installeren van het toestel kunt u kiezen aan welke kant de luchtinlaat zich bevindt.
4.2.1 Minimumafstanden
Afstand tot andere onderdelen van het luchtka-naalsysteem (bijv. bochten) en tot het ventilatie-toestel mm 500
Wandmontage

text_image
≥100 ≥100 ≥400 ≥700 D0000105741Plafondmontage

text_image
≥100 ≥100 ≥400 ≥700 D00001057424.3 Profielrails
▶ Reik in de uitsparingen aan de zijkanten van het toestel.
▶ Trek de voorklep eraf.
4.3.1 Montage van profielrails aan de wand of het deksel
De zijkanten van twee profielrails zijn gebogen om te voorkomen dat ze eruit glijden.
Bevestig deze profielrails onder het deksel of aan de wand. Gebruik geschikt bevestigingsmateriaal in alle boorgaten. De exacte positie vindt u op de maattekening van het toestel.
Plafondmontage

text_image
410 D0000105803Wandmontage

Als de afstand tot de muur bovenaan groter is dan onderaan, schuif dan de bijgeleverde schijven als afstandsstuk tussen de onderste profielrails.
4.3.2 De profielrails op het toestel monteren
▶ Verwijder de beschermfolie van de kleefband van de rechte profielrails.
Plafondmontage

Lijm de profielrails op het toestel op de gemarkeerde punten.
▶ Schroef de profielrails op het toestel met de meegeleverde isolatieschroeven.
Wandmontage

Lijm de profielrails op het toestel op de gemarkeerde punten.
▶ Schroef de profielrails op het toestel met de meegeleverde isolatieschroeven.
4.4 Toestel ophangen
WAARSCHUWING

Letsel
Een verkeerd bevestigd toestel kan naar beneden vallen. Het vallende toestel kan verwondingen veroorzaken. Het toestel kan beschadigd raken. Beschadigde apparaten werken mogelijk niet goed.
Installeer het toestel zodanig dat het niet alleen wordt ondersteund door het luchtkanaal.
Gebruik alleen geschikt bevestigingsmateriaal.
▶ Bevestig de profielrails volgens deze instructies.
LET OP

Materièle schade
Als het toestel aan één kant wordt ingehangen, kan het te ver laten zakken van het toestel aan de kant die nog niet is opgehangen, leiden tot schade aan het montagesysteem, het toestel of de plafondconstructie.
- Til het toestel onder het deksel en schuif de profielrails in elkaar.
Als het eenmaal is ingehangen, kan het toestel nog steeds een paar millimeter opzij worden bewogen. De gebogen uiteinden van de profielrails voorkomen dat ze zijdelings wegglijden wanneer ze correct worden geïnstalleerd.
4.5 Condensaatslang aansluiten
LET OP

Materiële schade
Om ervoor te zorgen dat het condenswater goed wordt afgevoerd, mag u de condensaatslang bij het leggen niet knikken. Leg de condensaatslang met een gradiënt van minimaal 10 %. Het toestel moet waterpas gemonteerd zijn. De afvoerleiding mag slechts één sifon hebben. Daarna moet het condensaat vrij kunnen uitlopen. Het condensaat moet via de riolering van de woning wegstromen. De leidingen mogen in de riolering van de woning achter de sifon niet stijgen. De condensaatafvoer moet vorstvrij zijn.
LET OP

Materièle schade
Als er geen sifon is of geen vrije condensaatafvoer, kunnen geuren, corrosie en lawaai worden veroorzaakt door secundaire lucht. Condensatie kan ontsnappen en schade veroorzaken.
▶ Installeer de condensaatafvoer correct volgens deze instructies.
In de condensaatafvoer mag tussen het toestel en de sifon geen onderbreking zijn, zodat het toestel luchtdicht is. Gebruik de condensaatslang en de ophangbeugel die zijn meegeleverd.
De condensaatslang wordt met zijn dunnere uiteinde aangesloten op het toestel.

Monteer de condensaatslang met de inbegrepen ophangbeugel zodat een sifon met een blokkeerwaterhoogte van ten minste 80 mm ontstaat.
Giet water in de sifon voordat u de condensaatslang op het toestel aansluit.

text_image
1 D00000589691 Slangklem
▶ Schuif de slangklem zo ver op de condensaatslang dat u de slang zonder op de slangklem te drukken op de condensaatafvoermof kunt schuiven.
▶ Schuif de condensaatslang op de condensaatafvoermof.
▶ Schuif de slangklem in de richting van het toestel, zodat deze de slang op de condensaatafvoermof fixeert.
LET OP: Druipend condensaat kan schade veroorzaken aan het gebouw of objecten. Isoleer de condensafvoermof.
4.6 Luchtkanalen aansluiten
Om het toestel in het luchtkanaal te installeren, duwt u de meegeleverde spiraalvormige naadverbindingen in de aansluitingen "luchtinlaat" en "luchtuitlaat".
WAARSCHUWING: Condens kan leiden tot schimmelvorming in het ventilatiesysteem. Druipend condensaat kan schade veroorzaken aan het gebouw of objecten. Isoleer het ventilatiesysteem.
4.7 Filter
Het toestel mag niet worden gebruikt zonder filter.
Beschikbare filterklassen: Zie hoofdstuk "Filter [▶ 34]".
Het filter moet worden ingebouwd tussen de luchttoevoer en de warmtewisselaar.

text_image
D00001058071 Mogelijke filterpositions
Als de luchtstroom van links komt, moet de pijl naar rechts wijzen. Als de luchtstroom van rechts komt, moet de pijl naar links wijzen.
▶ Controleer afhankelijk van de stromingsrichting of het filter zich in de juiste positie bevindt.
▶ Trek indien nodig het filter uit het toestel en duw het aan de andere kant in het toestel.
4.8 Warmtebroncircuit aansluiten
▶ Voer het warmtebroncircuit voor het toestel uit overeenkomstig de planningsdocumenten.
4.8.1 Buizen leggen
Om het warmtebroncircuit te kunnen ontluchten, legt u de buizen met een helling naar de aansluitingen "Warmtebron aanvoer" en "Warmtebron retour" van het toestel. In het toestel is een handontluchter ingebouwd.

text_image
1 D00001120491 handontluchter
4.8.2 Hydraulische aansluiting
▶ Sluit het toestel op het warmtebroncircuit aan.
▶ Let op de dichtheid.
Isoleer de aanvoer en retour van het toestel goed om schade door vorst of condensatie te voorkomen. Voer de isolatie van het warmtebroncircuit diffusiedicht uit.
▶ Optioneel kunt u een vuilvanger installeren.
▶ Installeer optionele afsluitkleppen voor onderhoudswerkzaamheden.
4.8.3 Dichtheidscontrole
Als het toestel is aangesloten op het warmtebroncircuit, gebruik dan een druktest om het toestel en het systeem te controleren op lekken.
4.9 Warmtebroncircuit vullen
Voordat de installatie gevuld wordt, moet een analyse van het vulwater voorhanden zijn. Deze analyse kan bijvoorbeeld opgevraagd worden bij de bevoegde watermaatschappij.
Om schade aan het toestel te voorkomen, dient u de grenswaarden voor het vulwater na te leven. Onthard of ontzout het vulwater, indien nodig.
▶ Neem de vereisten voor het vulwater van de warmtegenerator in acht.
▶ Let op de lokale vereisten (bijv. VDI 2035 in Duitsland).
Controleer de grenswaarden voor het vulwater opnieuw na elke bijvulling en tijdens het jaarlijkse onderhoud van het systeem.
Leng het vulwater niet aan met inhibitoren en additieven.
▶ Controleer na het vullen van de verwarmingsinstallatie de aansluitingen op dichtheid.
4.9.1 Warmtebroncircuit ontluchten
▶ Ontlucht het leidingsysteem zorgvuldig.

text_image
1 D00001120491 handontluchter
- Om te ontluchten draait u de kap van de handontluchter linksom.
Plaats de voorklep zo dat de horizontale groeven aan de voorkant van de voorklep zich aan de linkerkant bevinden.
Druk de voorklep in de behuizing tot de voegen geen sple- ten vertonen.
5 Reiniging
LET OP: Om de componenten niet te beschadigen, mag u geen schurende reinigingsmiddelen of reinigingsmiddelen met oplosmiddelen gebruiken. Reinig de behuizing met een vochtige doek.
Condensaatafvoer reinigen 6
WAARSCHUWING

Letsel
Als vuil of andere voorwerpen de condensaatafvoer blokkeren, kan condensaat zich verzamelen op de onderkant van de behuizing van het toestel. De behuizing van het toestel kan beschadigd raken. Er kunnen zich schimmels en zwammen vormen. Vervuilde lucht kan de gezondheid in gevaar brengen.
▶ Controleer de condensaatafvoer periodiek, ten minste elk half jaar.
LET OP: Het toestel werkt alleen goed wanneer de condensaatafvoer functioneert en gevuld is. Controleer de condensaatafvoer periodiek, ten minste elk half jaar. Verwijder eventueel vuil.
We hebben verdamperreinigers in ons assortiment voor het reinigen van de warmtewisselaar.
▶ Trek de voorklep eraf.
Spoel de lamellen van de warmtewisselaar af met een waterslang. Gebruik optioneel een verdamperreinigingsmiddel.
Condensaatafvoer reinigen
Giet, om de condensaatafvoer te testen, een liter water in de condensopvangbak.
Als het water niet veilig en snel wegloopt, spoel dan de condensaatslang door met lage waterdruk.
Als de condensaatslang verstopt is, verwijdert u de condensaatslang van het toestel bij het condensaansluitstuk en reinigt u deze grondig.
7 Onderhoud
7.1 Filter

Hoe hoger de filterklasse, hoe hoger het energieverbruik van de ventilatie-eenheid en hoe lager de luchtvolumestroom.
Aanbevolen filterklasse: ISO Coarse 65 % We raden aan om tijdens het pollenseizoen alleen een hogere filterklasse te gebruiken dan het filter dat in de leveringstoestand ingebouwd is. Het filter met een hogere filterklasse moet na 4 tot 12 weken continu gebruik worden vervangen, omdat de luchtdoorlaatbaarheid afneemt. Bij de werking met filters van een hogere filterklasse zijn de technische gegevens en tests slechts beperkt van toepassing.
Bij de leveringstoestand is geen filter ingebouwd. U kunt optioneel een filter inbouwen.
Filters zijn als toebehoren bij ons verkrijgbaar.
| Productnaam Artikel-nummer | Beschrij-ving | Filterklasse |
| Filterkassette G4 353742 Grof filter ISO Coarse 65 % | ||
| FMK F7-1 FBF 171474 Fijnfilter ISO ePM1 70 % | ||
| FMK M5-1 FBF 171475 Fijnfilter ISO ePM10 50 % | ||
▶ Controleer het filter voor het eerst drie maanden na de eerste ingebruikname van het toestel.
▶ Controleer het filter regelmatig.
De onderhoudsintervallen kunnen sterk variëren, bijvoorbeeld afhankelijk van het seizoen, de hoge stofbelasting of de luchtvolumestromen.
▶ Reik in de uitsparingen aan de zijkanten van het toestel.
▶ Trek de voorklep eraf.
▶ Controleer hoe vuil het filter is.
Als het filter sterk vervuild is (gesloten stoflaag of sterke verkleuring), moet u het filter vervangen. U kunt het filter blijven gebruiken als het een beetje vuil is.
Als het filter moet worden vervangen, verwijder het dan voorzichtig en gooi het weg met het huishoudelijk afval.
Vervang filters minstens één keer per jaar om hygiënische redenen.
Het filter moet worden ingebouwd tussen de luchttoevoer en de warmtewisselaar.

text_image
D00001058071 Mogelijke filterpositions
Plaats het nieuwe filter. Let op de stromingsrichting. De doorstromingsrichting wordt aan de zijkant van de filters aangegeven met een pijl. Als de luchtstroom van links komt, moet de pijl naar rechts wijzen. Als de luchtstroom van rechts komt, moet de pijl naar links wijzen.
▶ Controleer of filter correct en luchtdicht zit.
7.2 Condensaatafvoer controleren
LET OP: Ongecontroleerd uitlopend condensaat kan de vloer of voorwerpen in de buurt van het toestel beschadigen.
Controleer maandelijks de werking van de condensaatafvoer (visuele inspectie). Controleer tevens of er onder of naast het toestel water aanwezig is.
8 Storingen verhelpen
Roep de hulp in van een installateur wanneer u de oorzaak zelf niet kunt verhelpen.
Deel de installateur het nummer op het typeplaatje mee om beter en sneller te worden geholpen.
9.1 Afmetingen en aansluitingen
Wandmontage

text_image
712 600 250 173 f01 360 d45 393 f02 541 512 29 500 70 57 82 236 173 g01 g02 275 g01 g02 D0000105736| d45 | Condensaatafvoer | Diameter | mm | 19 |
| f01 | Warmtebron aanvoer | Diameter | mm | 22 |
| f02 | Warmtebron retour | Diameter | mm | 22 |
g01 Luchttoevoer Diameter mm 180
g02 Luchtafvoer Diameter mm 180
Plafondmontage

text_image
712 600 250 173 f01 360 d45 393 f02 512 29 500 70 57 82 236 136 410 275 g01 g02 g01 g02 D0000105737d45 Condensaatafvoer Diameter mm 19
f01 Warmtebron aanvoer Diameter mm 22
f02 Warmtebron retour Diameter mm 22
g01 Luchttoevoer Diameter mm 180
g02 Luchtafvoer Diameter mm 180
9.2 Drukverlies
Drukverlies in het luchtkanaal

X Luchtvolumestroom [m³/h]
Y Drukverlies [Pa]
Drukverlies aan de waterzijde
Waterdebiet [m^3/u] Drukverlies [hPa]
0,2 3,5
0,4 11,4
0,6 23,3
0.8 40.1
1,0 59,5
9.3 Gegevenstabel
LWF AR 1.5
Artikelnummer 204818
Warmtevermogens
| LWF AR 1.5 | ||
| Koelvermogen | kW 1,55 | |
| Verwarmingsvermogen | kW 3,4 | |
| Uitvoeringen | ||
| Beschermingsgraad (IP) | IP22 | |
| Afmetingen | ||
| Hoogte | mm | 500 |
| Breedte | mm | 600 |
| Diepte | mm | 512 |
| Gewichten | ||
| Gewicht | kg | 11 |
| Aansluitingen | ||
| Luchtaansluitdiameter | mm | 180 |
| Condensaataansluiting | mm | 19 |
| Waarden | ||
| Max. luchtdebiet | m^3/u | 420 |
| Toepassingsgebied min./max. | °C | -30 - 45 |
| Opslag- en transporttemperatuur | °C | -10 - 70 |
Voorbeeld verwarmings- en koelvermogen
| Verwar-men | Koelen | ||
| Waterinlaattemperatuur | °C | 55 | 7 |
| Waterdebiet | m3/u | 0,99 0,885 | |
| Wateruitlaattemperatuur | °C | 52 | 8,5 |
| Lucht-ingangstemperatuur | °C | 18 | 25 |
| Luchtdebiet | m3/u | 315 | 315 |
| Lucht-uitlaattemperatuur | °C | 50 | 10 |
| Vermogen | kW | 3,4 | 1,55 |
10 Garantie
Voor toestellen die buiten Duitsland zijn gekocht, gelden de garantievoorwaarden van onze Duitse ondernemingen niet. Bovendien kan in landen waar één van onze dochtermaatschappijen verantwoordelijk is voor de verkoop van onze producten, alleen garantie worden verleend door deze dochtermaatschappij. Een dergelijk garantie wordt alleen verstrekt, wanneer de dochtermaatschappij eigen garantievoorwaarden heeft gepubliceerd. In andere situaties wordt er geen garantie verleend.
Voor toestellen die in landen worden gekocht waar wij geen dochtermaatschappijen hebben die onze producten verkopen, verlenen wij geen garantie. Een eventueel door de importeur verzekerde garantie blijft onverminderd van kracht.
11 Milieu en recycling
▶ Gooi het toestel en de materialen na gebruik weg conform de nationale voorschriften.

Wanneer op het toestel een doorgestreepte vuilcontainer is afgebeeld, brengt u het toestel voor hergebruik en recycling naar de gemeentelijke inzamelpunten of terugnamepunten in de handel.

Dit document bestaat uit recyclebaar papier.
Gooi het document na de levenscyclus van het toestel overeenkomstig de nationale voorschriften weg.