PCS41 - Zaag SCHEPPACH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PCS41 SCHEPPACH in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over PCS41 SCHEPPACH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PCS41 - SCHEPPACH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PCS41 van het merk SCHEPPACH.
GEBRUIKSAANWIJZING PCS41 SCHEPPACH
Verklaring van de symbolen op het product
Het gebruik van symbolen in deze handleiding moet uw aandacht vestigen op eventuele risico's. De veiligheidssymbolen en verklaringen die hierbij gepaard gaan, moeten exact worden begrepen. De waarschuwingen zelf voorkomen geen risico's en kunnen de juiste maatregelen betreffende ongevallenpreventie niet vervangen.
![]() | Waarschuwing! Bij niet naleven levensgevaar, risico op letsel of beschadiging van het gereedschap mogelijk. | |
![]() | Waarschuwing! Gevaar voor terugslag.Let op dat u de kettingzaag terugzet en contact met de punt van de rail vermijdt. | |
![]() | Gebruik het apparaat niet met één hand | |
![]() | Gebruik het apparaat altijd met beide handen | |
![]() | Draag altijd veiligheidsbril, oorbescherming en een beschermende helm. | |
![]() | Lees voorafgaand aan de inbedrijfstelling de gebruikshandleiding en de veiligheidsvoorschriften! | |
![]() | Draag veiligheidshandschoenen. | |
![]() | Draag altijd slipvrije veiligheidsschoenen met snijbescherming bij gebruik van het apparaat. | |
![]() | Het is belangrijk om beschermende kleding te dragen voor voeten, benen, handen en armen. | |
![]() | Brandstofopening | |
![]() | Vul opening voor kettingolie | |
![]() | Choke knop | |
| [1697] | Carburateur aanpassingsschroeven:L Lage snelheidH Hoge snelheidT Stationair toerental | |
| [AZOS] | Aanpassing van de kettingspanning:Witte pijl: maak de ketting losZwarte pijl: span de ketting aan | |
![]() | Installatie van de zaagketting | |
| [AAHZ] | Gegarandeerd geluidsvermogen van het apparaat. | |
![]() | Conformiteitsverklaring (zie hoofdstuk ,Conformiteitsverklaring'). Producten die met dit symbool zijn gemarkeerd, voldoen aan alle relevante communautaire voorschriften voor de Europese Economische Ruimte | |
![]() | Snijlengte | |
![]() | Gewicht | |
![]() | Vermijd contact met de railtip | |
| [1427] | Vermijd contact met de railtip | |
| [A382] | Brand verboden | |
[8897]![]() | Hete oppervlakkenStart / Stop hendel | |
![]() | Mengverhouding | |
- Inleiding 137
- Beschrijving van het apparaat 137
- Inhoud van de levering 137
-
Beoogd gebruik 138
-
Veiligheidsvoorschriften 138
-
Programmeren 146
-
Bediening 149
-
Reiniging 150
-
Onderhoud en instandhouding 151
-
Technische gegevens 154
- Opslag 155
- Transport 155
- Afvalverwijdering en recyclage 155
- Verhelpen van storingen 155
- Conformiteitsverklaring 393
Pagina:
1. Inleiding
Fabrikant:
Scheppach GmbH
Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe apparaat.
Advies:
Volgens de van toepassing zijnde wet voor productaansprakelijkheid is de producent van dit apparaat niet aansprakelijk voor schade die ontstaat door of door middel van dit apparaat in geval van:
- Onjuist gebruik,
- Niet-naleving van de gebruiksinstructies,
- Reparaties door derden, niet-erkende getrainde werklui,
- Installatie en vervanging van niet-originele reserveonderdelen,
- Ongepast gebruik,
Aanbevelingen:
Lees de volledige handleiding voor de montage en besturing van het apparaat. Deze handleiding is bedoeld om het gebruik van het apparaat gemakkelijker te maken voor u en om vertrouwd te geraken met het gebruik van het apparaat.
De handleiding bevat belangrijke nota's over hoe veilig, goed en economisch gebruik te maken van uw apparaat, en over hoe u gevaar kan vermijden, reparatiekosten kann besparen, downtime kan verminderen en de betrouwbaarheid en levensduur van uw apparaat kan vergroten. Bovenop de veiligheidsvoorschriften in deze handleiding, moet u ook voldoen aan de geldende voorschriften van uw land in verband met het gebruik van het apparaat. Plaats de gebruiksaanwijzing in een doorzichtig plastic map om deze te beschermen tegen vuil en vocht, en bewaar ze in de nabijheid van het apparaat. De instructies moeten gelezen en nauw gevolgd worden door iedereen vooraleer het apparaat te gebruiken. Enkel getrainde personen die op de hoogte gebracht zijn van de mogelijke gevaren en risico's mogen het apparaat gebruiken. De vereiste minimumleeftijd moet worden voldaan.
Als aanvulling op de veiligheidsvoorschriften in deze handleiding en de speciale voorschriften van uw land, moeten ook de algemeen erkende technische regels voor het gebruik van houtverwerkende apparaten in acht genomen worden.
Wij zijn niet aansprakelijk voor ongevallen of schade die te wijten zijn aan niet-naleving van deze handleiding en van de veiligheidsinstructies.
2. Beschrijving van het apparaat
1 Zaagblad
2 Zaagketting
3 Kettingspanwiel
4 Klauwaanslag
5 Kettingremhendel / voorste handbeveiliging
6 Voorste handgreep
7 Greep startmotor
8 Schroevendraaier (oliepompinstelling)
9 Luchtfilterdeksel
10 Stopschakelaar
11 Veiligheidsblokkering
12 Deksel olie-tankopening
13 Ventilatorhuis
14 Brandstof-tankdeksel
15 Achterste handgreep / lus
16 Kettingbeveiliging
17 Smoorklep (caburateurinstelling)
18 Zaagblad-bevestigingsknop en hendel
19 Gashendel
20 Kettingvanger
21 Brandstof-mengreservoir
22 Bougiesleutel
23 Brandstofpomp („Pomphal“)
3. Inhoud van de levering
- Kettingzaag
- Originele gebruikshandleiding
- Garantiekaart
-
Bougiesleutel
• Zaagbladafdekking
• Schroevendraaier
• Brandstof-mengreservoir -
Open de verpakking en haal het apparaat er voorzichtig uit.
- Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de verpakkings- en transportbeveiligingen (indien voorhanden).
- Controleer of de inhoud van de levering volledig is.
- Controleer het apparaat en de hulpstukken op transportschade.
- Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het verstrijken van de garantietijd.
- Lees de gebruikshandleiding om uzelf volledig vertrouwd te maken met het gereedschap voordat u dit gebruikt.
- Gebruik uitsluitend originele accessoires en reserveonderdelen. Reserveonderdelen zijn op aanvraag verkrijgbaar via de hotline.
- Geef de onderdeelnummers op wanneer u contact opneemt met de hotline.
⚠ LET OP
Het apparaat en de verpakkingsmaterialen zijn geen kinderspeelgoed! Kinderen mogen niet met kunststof zakken, folies en kleine onderdelen spelen! Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikkingsgevaar!
4. Beoogd gebruik
Het apparaat is uitsluitend bedoeld voor het zagen van hout. Bomen mogen alleen worden gekapt als u hiervoor de juiste training hebt gevolgd. De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade die het gevolg is van niet-beoogd gebruik of onjuist gebruik.
Bedien de kettingzaag NIET tijdens het werken in een boom.
Het apparaat mag uitsluitend voor het beoogde doel worden gebruikt. Elk ander of verdergaand gebruik is niet volgens de voorschriften. De gebruiker/bediener en niet de fabrikant is aansprakelijk voor ontstane schade of elke vorm van letsel.
Let erop dat onze apparaten volgens het beoogd gebruik niet voor bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële toepassingen zijn ontworpen. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid wanneer het apparaat in bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële ondernemingen of bij soortgelijke werkzaamheden wordt ingezet.
De meegeleverde gebruikshandleiding van de fabrikant moet altijd worden opgevolgd om ervoor te zorgen dat het apparaat correct wordt gebruikt. Elk ander gebruik dat niet uitdrukkelijk in deze handleiding wordt toegelaten, kan tot schade aan het apparaat leiden en de gebruiker ernstig in gevaar brengen. Neem de beperkingen in de veiligheidsinstructies in acht.
⚠ GEVAAR! Zaag alleen hout met deze kettingzaag. Vanwege het grote gevaar voor persoonlijk letsel mag het apparaat niet worden gebruikt voor doeleinden waarvoor het niet is bedoeld. U mag bijvoorbeeld de kettingzaag niet gebruiken om kunststof, metselwerk of andere bouwmaterialen anders dan hout te zagen. Om veiligheidsredenen mag het apparaat niet worden gebruikt als aandrijfeenheid voor enig ander gereedschap.
Onbevoegde gebruikers:
Personen die niet bekend zijn met de gebruikshandleiding, kinderen, jongeren onder de 16 jaar en personen die onder invloed zijn van alcohol, drugs of medicijnen mogen het apparaat niet gebruiken.
5. Veiligheidsvoorschriften
In deze gebruiksaanwijzing hebben wij punten betreffende uw veiligheid, voorzien van dit teken: △
Bovendien bevat de gebruiksaanwijzing andere belangrijke tekstgedeeltes die zijn voorzien van het woord „LET OP!“.
⚠ LET OP!
Bij het gebruik van apparaten moeten enkele veiligheidsvoorzieningen in acht genomen worden, om letsel en schade te voorkomen. Lees daarom absoluut deze gebruiksaanwijzing/veiligheidsaanwijzingen door. Indien u het apparaat aan andere personen mocht overhandigen, overhandig dan tevens deze gebruiksaanwijzing/veiligheidsaanwijzingen. Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen of schade, veroorzaakt door niet-naleving van deze handleiding en de veiligheidsvoorschriften.
⚠ GEVAAR
Bij het niet in acht nemen van deze aanwijzing bestaat het gevaar op zeer ernstig of dodelijk letsel.
⚠ WAARSCHUWING
Bij het niet in acht nemen van deze aanwijzing bestaat het gevaar op ernstig of dodelijk letsel.
⚠️ VOORZICHTIG
Bij het niet in acht nemen van deze aanwijzing be- staat het gevaar op licht tot gemiddeld ernstig letsel.
AANWIJZING
Bij het niet in acht nemen van deze aanwijzing bestaat het gevaar op een beschadiging van de motor of andere materiële voorwerpen.
5.1 Algemene veiligheidsinstructies
⚠ LET OP!: Bij het werken met brandstof aangedreven werktuigen moeten altijd de volgende basisvoorschriften in acht worden genomen, om het risico op lichamelijk letsel en/of schade aan het apparaat te verminderen.
Lees deze aanwijzingen voordat u de kettingzaag in gebruik neemt en bewaar ze goed.
- Verricht geen werkzaamheden met de kettingzaag als u moe of ziek bent of als u onder invloed bent van alcohol en/of drugs.
-
Wees voorzichtig bij gebruik van brandstof. Start de kettingzaag op een afstand van ten minste 3 meter van de vullocatie van het brandstof.
-
Zaag pas als het werkbereik is gereinigd, u een veilige stand hebt ingenomen en een vluchtroute hebt gepland voor de vallende boom.
- Controleer vóór het starten van de kettingzaag of u geen voorwerpen raakt.
- Draag de kettingzaag alleen, als de motor is gestopt, de geleidingsrail zich in de afdekking van de geleidingsrail bevindt en de uitlaat van uw lichaam weg wijst.
- Neem geen kettingzaag in bedrijf, die beschadigd, onjuist ingesteld of onvolledig en te los gemonteerd is. Controleer of de kettingzaag stopt als de kettingrem wordt bediend.
- Schakel de motor uit voordat u de kettingzaag neerzet.
- Wees tijdens het zagen van kleine bosjes en jonge boompjes uiterst voorzichtig aangezien de dunne takjes in de kettingzaag terecht kunnen komen en in uw richting kunnen wegslaan of u uit uw evenwicht kunnen brengen.
- Let op dat tijdens het zagen van een onder spanning staande tak een terugslag kan ontstaan als de spanning van het hout plotseling wegvalt.
- Let op dat de handgrepen droog, schoon en vrij van olie of brandstofmengsels zijn.
- Zaag met de kettingzaag geen bomen als u niet over een overeenkomstige opleiding beschikt.
- Het complete onderhoud van de kettingzaag, afgezien van de in deze gebruiksaanwijzing en onderhoudshandleiding aangegeven punten, mag uitsluitend door een bevoegde servicedienst worden uitgevoerd.
- Breng voor transport en opslag van de kettingzaag de afdekking van de geleidingsrail aan.
- Werk met de ketting niet naast of in de nabijheid van ontvlambare vloeistoffen of gassen, ongeacht of dit binnenshuis of buitenshuis is. Er bestaat hierbij gevaar op explosie en/of brand.
- Vul geen brandstof, olie of smeermiddel bij als de kettingzaag draait.
- Gebruik uitsluitend geschikt zaagmateriaal: Zaag alleen in hout. Gebruik de kettingzaag niet voor werkzaamheden waarvoor deze niet geschikt is. Zaag met de kettingzaag bijv. geen plastic, metselwerk of niet bij de bouw behoren-de materialen
- Het motorapparaat genereert giftige uitlaatgassen zodra de motor loopt. Werk nooit in afgesloten of slecht geventileerde ruimtes.
- Om aanzienlijke schade of defecten te constateren, is het noodzakelijk om het apparaat voor gebruik en na vallen aan een inspectie te onderwerpen.
- Als bij het vullen van de olie- of brandstoftank vloeistof wordt gemorst, moet het apparaat voor ingebruikname worden gereinigd.
Als gebruiker van een kettingzaag moet u meerdere punten in acht nemen, om uw zaagwerkzaamheden vrij van ongevallen en zonder letsels te kunnen uitvoeren.
- Een goede basiskennis van terugslagen kan het verrassingsmoment verminderen of uitsluiten. Plotselinge niet-overwogen reacties dragen bij tot ongevallen.
- Houd de kettingzaag bij een draaiende motor met beide handen goed vat, waarbij de rechterhand de achterste handgreep en de linkerhand de voorste handgreep vasthoudt. Duimen en vingers moeten de handgrepen van de kettingzaag goed omsluiten. Een vaste greep helpt u om terugslagen op te vangen en de controle over de kettingzaag te behouden. Laat niet los.
- Controleer of het bereik waarin u werkt, vrij is van obstakels is. De punten van de geleidingsrail mag tijdens het zagen met de kettingzaag geen boomstam, tak of dergelijke aanraken.
- Zaag met een hoge motorsnelheid.
- Buig niet te ver naar voren of zaag niet boven schouderhoogte.
- Slijp en onderhoud de kettingzaag conform de aanwijzingen van de fabrikant.
- Als het apparaat tijdens het zagen vastklemt, moet deze direct worden uitgeschakeld en voorzichtig worden losgemaakt. Aansluitend moet het apparaat op schade (bijv. verbogen geleidingsrails) worden gecontroleerd en moet er een testrun worden uitgevoerd.
- Voor het vellen of afkorten moet de boomklauw (de klauwaanslag) op het te zagen hout worden geplaatst. Het gebruik van de boomklauw ook ge- adviseerd tijdens het doorzagen van dikke tak- ken.
- Positioneer de boomklauw goed voor het afkorten en zaag pas in het hout als de kettingzaag draait. Aansluitend wordt de zaag met de achterste greep opgetild en met de voorste greep geleid. De boomklauw werkt als draaipunt. Voor het herpositioneren wordt licht druk op de voorste greep uitgeoefend. Trek de zaag hierbij iets terug. Plaats de boomklauw dieper en til de zaag met de achterste greep weer omhoog.
Gebruik uitsluitend toegestane combinaties van zaagketting en geleidingsrail
De in de leveringsomvang opgenomen zaagtoebehoren zijn optimaal afgestemd op de kettingzaag.
Bij het koppelen van componenten, die niet bij elkaar horen, kunnen de zaagtoebehoren reeds na een korte bedrijfstijd onherstelbaar worden beschadigd en letsel veroorzaken.
AANWIJZING
De volgende bijlage is voornamelijk voor de eindgebruiker of de gelegenheidsgebruiker bestemd. De kettingzaag is voor een incidenteel gebruik door huis-eigenaren, tuinbezitters en kampeerders ontworpen en is geschikt voor alle algemene werkzaamheden, bijv. het kappen van bomen, brandhout zagen enz. De zaag is niet bestemd voor langdurige werkzaamheden. Bij langdurige werkzaamheden kan door trillingen in de handen van de gebruiker storingen in de doorbloeding (witte vinger syndroom) ontstaan. Het witte vinger syndroom is een vatenaandoening waarbij kleine bloedvaten in de vingers en tenen aanvalsgewijs verkrampen. De desbetreffende gedeeltes worden dan niet meer voldoende voorzien van bloed en worden daardoor extreem bleek. Het frequente gebruik van trillende apparaten kan bij personen, met een verminderde doorbloeding (bijv. rokers, diabetici) zenuwbeschadigingen teweegbrengen.
Als u ongewone beperkingen bespeurt, stopt u direct de werkzaamheden en raadpleegt u een arts. Neem de volgende aanwijzingen in acht om het gevaar te beperken:
- Houd uw lichaam en met name uw handen bij koud weer warm.
- Las regelmatig pauzes in en beweeg hierbij de handen om de doorbloeding te bevorderen.
- Zorg voor een zo min mogelijke trilling van de machine door regelmatig onderhoud en vaste delen op het apparaat.
5.2 Veiligheid van personen
- Werk niet alleen met de kettingzaag! Anders bestaat het gevaar dat bedieningspersoneel, helpers of toeschouwers letsel kunnen oplopen. Deze kettingzaag is ontworpen voor gebruik met twee handen.
- Draag uw persoonlijke beschermingsuitrusting (PSA), bestaande uit: Snijbestendige schoenen, snijbestendige broek, goed zichtbaar vest of jas in signaalkleuren, handschoenen en een helm met vizier en gehoorbescherming.
- Als u de kettingzaag start of er mee gaat zagen, mogen geen andere personen zich in de nabijheid ophouden. Zorg dat toeschouwers en dieren geen toegang hebben tot het werkbereik.
- Als de motor draait, moeten alle lichaamsdelen van de kettingzaag buiten het bereik blijven.
5.3. Veiligheidsinstructies voor omgang met ontstekingsgevoelige bedrijfsmiddelen
- WAARSCHUWING!: Benzine is licht ontvlambaar
- Bewaar de benzine in reservoirs die speciaal hiervoor zijn vervaardigd.
- Vul benzine uitsluitend in de buitenlucht en rook hierbij niet.
-
Vul benzine bij voordat u de motor start. Verwijder nooit de brandstof-tankdeksel of vul benzine bij, terwijl de motor draait of nog heet is.
-
Als brandstof wordt gemorst, moet u niet probe- ren om de motor te laten draaien, maar brengt u de machine uit het bereik van de plek waar de brandstof is gemorst en vermijdt u alle ontste- kingsbronnen tot alle brandstofdampen zijn ver- dampt. Breng de brandstof-tankdeksel en de sluiting van de jerry-can goed aan.
Vullen van brandstof
- Voor het vullen moet altijd de motor worden uitgeschakeld.
⚠ LET OP! Tankdop altijd voorzichtig openen, zo- dat de bestaande overdruk langzaam kan afbouwen. - Tijdens werkzaamheden met het apparaat ontstaan hoge temperaturen in de behuizing. Laat het apparaat voor het tanken altijd volledig afkoelen.
⚠ LET OPI Bij onvoldoende afkoeling van het apparaat kan de brandstof tijdens het tanken ontsteken en tot ernstige brandwonden leiden
- Let op dat de tank niet met te veel brandstof wordt gevuld. Als u brandstof morst, moet het brandstof direct worden verwijderd en moet het apparaat worden gereinigd.
- De brandstof-tankdeksel altijd goed sluiten, om het losraken door eventuele trillingen tijdens het gebruik van het apparaat te vermijden.
⚠ GEVAAR
Tank de machine niet vol nabij open vuur
speciale veiligheidsbepalingen tijdens het gebruik van verbrandingsmotoren
⚠ GEVAAR
Verbrandingsmotoren vormen tijdens het gebruik en tijdens het tanken een bijzonder gevaar. Lees de waarschuwingen en neem deze in acht. Het niet in acht nemen kan leiden tot ernstig of zelfs dodelijk letsel.
- Er mogen geen veranderingen op het apparaat worden aangebracht.
- ⚠ LET OP!
Gevaar voor vergiftiging, uitlaatgassen, brandstoffen, smeeroliedamp, zaagstof en smeermiddelen zijn giftig, uitlaatgassen mogen niet worden ingeademd.
- ⚠ LET OP!
Gevaar voor brandwonden, uitlaatsysteem, aan- drijfmotor niet aanraken
- Het apparaat niet in ongeventileerde ruimtes of in licht ontvlambare omgeving gebruiken.
- ⚠ Explosiegevaar!
Het apparaat nooit in ruimtes met licht ontvlambare stoffen gebruiken.
-
Tijdens het transport moet het apparaat tegen wegslippen en kantelen worden beveiligd.
-
Let op dat bij het tanken geen brandstof op de motor of in de uitlaat wordt gemorst.
-
Reparatie- en instelwerkzaamheden mogen uitsluitend door geautoriseerd vakpersoneel worden uitgevoerd.
-
Raak geen mechanisch bewegende of hete onderdelen aan. Verwijder geen veiligheidsafdekkingen.
-
Bij de technische gegevens onder geluidsvermogenniveau (L wA ) en geluidsdrukniiveau (L pA ) aangegeven waarden geven een emissieniveau weer en hoeven niet persé veilige werkniveaus te zijn. Aangezien een samenhang bestaat tussen de emissie- en immissieniveaus, kan deze niet betrouwbaar voor het bepalen van eventuele vereiste aanvullende voorzorgsmaatregelen worden gebruikt. Invloedfactoren op het actuele immissieniveau van de arbeid, sluiten de eigenschappen van de werkruimte, andere geluidsbronnen, enz. zoals bijv. het aantal machines en andere naastgelegen processen en tijdmarge dat een gebruiker aan het lawaai wordt blootgesteld, uit. Bovendien kan het toegestane immissieniveau per land verschillen. Deze informatie zal voor de exploitant van de machine de mogelijkheid geven om een betere inschatting van de risico's en gevaren uit te voeren.
-
Steek nooit voorwerpen door de ventilatiesleuven. Dit geldt ook als het apparaat is uitgeschakeld. Het niet in acht nemen kan tot letsel of schade aan het apparaat leiden.
-
Houd het apparaat vrij van olie, vuil en andere verontreinigingen.
-
Controleer of de geluidsdemper en het luchtfilter conform de voorschriften functioneren. Deze onderdelen dienen als vlamvertrager bij een vlaminslag
-
Schakel de motor uit:
- Altijd als u de machine verlaat
• Voor het bijvullen van brandstof
- Gebruik nooit de choke om de motor te stoppen.
5.4 Veiligheidsfuncties van de kettingzaag (afb. 1))
2 ZAAGKETTING MET GERINGE TERUGSLAG
helpt u met speciaal ontwikkelde veiligheidsinrichtingen terugslagkrachten te beperken en deze beter op te vangen.
5 KETTINGREMHENDEL / VOORSTE HANDBE-
VEILIGING beschermt de linker hand van de bedieningspersoon, als deze bij een draaiende kettingzaag van de voorste handgreep glijden.
5 KETTINGREM is een veiligheidsfunctie om letsel te beperken als gevolg van terugslagen, doordat een draaiende zaagketting in milliseconden kan worden gestopt. Deze functie kan met de KETTINGREM-HENDEL worden geactiveerd.
11 VEILIGHEID-BLOKKEERTOETS voorkomt een onvoorzien hoger motortoerental. De gashendel (19) kan niet worden ingedrukt, zo lang de veiligheidsver-grendeling is ingedrukt.
10 STOPSCHAKELAAR activeert een direct stoppen van de motor. Voor het starten of opnieuw starten van de motor moet de stopschakelaar in de positie „I“ worden ingedrukt.
16 KETTINGBEVEILIGING wordt bij een stilstaande motor geplaatst en voorkomt het risico op snijwonden door de kettingtanden.
20 KETTINGVANGER vermindert het gevaar voor letsel als de zaagketting tijdens het gebruikt breekt of uit de geleiding slipt. De kettingvanger is dusdanig vervaardigd dat deze een rondslingerende ketting kan opvangen.
AANWIJZING
Maak u met de kettingzaag en uw onderdelen vertrouwd.
5.5 Waarschuwingen voor kettingzagen
- Houd u bij een draaiende kettingzaag alle lichaamsdelen uit de buurt van de zaagketting. Controleer voor het starten van de kettingzaag of de zaagketting niets raakt. Tijdens werkzaamheden met een kettingzaag kan een moment onoplettendheid er toe leiden dat bekleding of lichaamsdelen door de zaagketting worden vastgegrepen.
- Kap met de kettingzaag geen boom, tenzij u hiervoor bent opgeleid. Bij ondeskundig gebruik van een kettingzaag bij een boom bestaat gevaar voor letsel.
- Let er tijdens het zagen op dat een onder spanning staande tak, zal terugveren. Als de spanning in de houtvezels vrijkomt, kan de onder spanning staande tak de gebruiker raken en/of de kettingzagen kan zijn controle verliezen.
- Wees met name voorzichtig bij het zagen van kreupelhout en jonge boompjes. Het dunne materiaal kan in de zaagketting verstrikt raken en op u slaan of u uit evenwicht brengen.
- Draag de kettingzaag aan de voorste handgreep met stilstaande zaagketting en een naar achteren gerichte geleidingsrail. Bij transport of het bewaren van de kettingzaag altijd de afdekking van de geleidingsrail aanbrengen. Zorgvuldige omgang met de kettingzaag beperkt de waarschijnlijkheid op een onvoorzien aanraken met de draaiende zaagketting.
- Neem de aanwijzingen inzake het smeren, de kettingspanning en het verwisselen van toebehoren in acht. Een ondeskundig aangespannen of gesmeerde zaagketting kan door breken of terugslagrisico worden verhoogd.
- Houd handgrepen droog, schoon en vrij van olie en vet. Vettige, olieachtige handgrepen zijn glad en zorgen voor verlies van controle.
Oorzaken en vermijding van terugslag:
- Terugslag kan optreden als het uiteinde van het geleideblad een voorwerp raakt of als de zaagketting in de zaagsnede wordt vastgeklemd door ombuigend hout.
- In sommige gevallen kan contact van het uiteinde van het geleideblad een onverwachte naar achteren gerichte reactie veroorzaken waarbij het geleideblad in de richting van de gebruiker omhoog wordt geslagen.
- Wanneer de zaagketting aan de bovenrand van het geleideblad is vastgelopen, kan het geleideblad onverwacht terugslaan in de richting van de gebruiker.
- Elk van deze reacties kan ertoe leiden dat u de controle over de kettingzaag verliest en mogelijk ernstig gewond raakt. Vertrouw niet uitsluitend op de veiligheidsvoorzieningen die in de kettingzaag zijn ingebouwd. Als gebruiker van de kettingzaag moet u verschillende maatregelen treffen om zonder gevaar voor ongevallen of letsel te kunnen werken.
Terugslag wordt veroorzaakt door incorrect gebruikt van het gereedschap. Dit kan door passende voorzorgsmaatregelen worden voorkomen, zoals hieronder beschreven:
- Houd de kettingzaag met beide handen vast, waarbij duimen en vingers de handvatten van de kettingzaag omklemmen. Breng lichaam en armen in een houding waarbij u de terugslagkrachten kunt opvangen. Indien gepaste maatregelen worden getroffen, kan de gebruiker de terugslagkrachten weerstaan. Laat de kettingzaag nooit los.
- Neem geen onnatuurlijke lichaamshouding aan en zaag niet boven schouderhoogte. Dit voorkomt onopzettelijk contact met het uiteinde van het geleideblad en zorgt voor een betere controle van de kettingzaag in onverwachte situaties.
- Gebruik als vervanging altijd geleidebladen en zaagkettingen die door de fabrikant zijn voorgeschreven. Onjuiste vervangende geleidebladen en zaagkettingen kunnen breuk van de zaagketting en/of terugslag tot gevolg hebben.
- Volg de aanwijzingen van de fabrikant voor het slijpen en onderhouden van de zaagketting. Een te lage dieptebegrenzer verhoogt de kans op terugslag.
⚠ WAARSCHUWING
Neem daarom het volgende in acht:
• Rotatieterugslag (afb. 28)
A = Terugslagafstand / B = Terugslag-reactiezone
- Terugslag- en terugtrekreacties bij botsing/blok-kering (afb. 29)
A = Trekken / B = Vaste objecten / C = Indrukken
- Om terugtrekreacties te vermijden, plaatst u het te zagen hout goed tegen de klauwaanslag. Gebruik de klauwaanslag tijdens het zagen als draaipunt.
5.6 Veiligheidsinstructies service/opslag
Laat uw werktuig uitsluitend door gekwalificeerd deskundig personeel repareren met uitsluitend originele reserveonderdelen. Hiermee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het werktuig gewaarborgd blijft.
- Controleer voor gebruik altijd middels een visuele controle het apparaat op slijtage of beschadiging. Vervang versleten of beschadigde elementen en schroeven. Haal alle moeren, bouten en schroeven aan om te waarborgen dat de uitrusting zich in een veilige werktoestand bevindt.
- Er moeten regelmatige controles op lekkages of sporen van slijtdeeltjes in het brandstofsysteem worden uitgevoerd, bijvoorbeeld door poreuze, losse of ontbrekende klemmen op en schade aan de brandstoftank of brandstof-tankdeksel. Voor gebruik moeten alle defecten zijn verholpen.
- Voordat u het apparaat resp. de motor controleert of instelt, moet de bougie resp. de bougiestekker worden verwijderd om een onvoorzien starten te vermijden.
⚠ WAARSCHUWING
Ondeskundig onderhoud of het niet in acht nemen resp. het niet verhelpen van een probleem kan tijdens het gebruik een gevarenbron veroorzaken. Gebruik uitsluitend regelmatig en juist onderhouden machines. Alleen zo kunt u er van uitgaan dat u uw apparaat veilig, zuinig en storingsvrij kunt gebruiken.
De machine mag niet in een draaiende toestand worden gereinigd, onderhouden, ingesteld of gerepareerd. Bewegende onderdelen kunnen ernstig letsel veroorzaken.
Gebruik geen benzine of andere ontvlambare oplosmiddelen om de machineonderdelen te reinigen.
⚠ WAARSCHUWING
Dampen van brandstoffen en oplosmiddelen kunnen exploderen.
Breng na reparatie- en onderhoudswerkzaamheden de afschermingen en veiligheidsuitrustingen weer op het apparaat aan.
Zorg voor een bedrijfsveilige toestand van het apparaat, controleer hierbij met name het brandstofsystem op dichtheid.
Maak altijd de koelribben van de motor vrij van enige vervuiling.
GEVAAR
De fabrikant van dit apparaat is volgens de geldende wet aangaande de productaansprakelijkheid niet aansprakelijk voor schade, die aan dit apparaat of door dit apparaat ontstaan bij:
- inbouw en vervanging van niet-originele onderde- len,
- verwijderen of veranderen van de veiligheidscomponenten.
5.7 Werkinstructie
⚠️ Belangrijke instructies
- Schakel de motor uit als de kettingzaag in aanraking komt met vreemde deeltjes. Controleer de kettingzaag en repareer deze zo nodig.
- Beveilig de zaagketting tegen vuil en zand. Zelfs geringe hoeveelheden vuil leiden tot het snel stomp worden van de zaagketting en verhoogt het gevaar op een terugslagreactie.
- Beveilig de zaagketting tegen vuil en zand. Zelfs geringe hoeveelheden vuil leiden tot het snel stomp worden van de zaagketting en verhoogt het gevaar op een terugslagreactie.
- Bedien de gashendel en geef volgas, voordat u met zagen begint.
- Druk de behuizing van de kettingzaag tegen de boomstam, als u met zagen begint.
-
Geef tijdens het zagen volgas.
-
Laat de kettingzaag voor u werken. Oefen slechts lichte druk omlaag uit.
-
Laat de gashendel los zodra u uw werk hebt beeindigd, zodat de motor stationair draait. Als u het apparaat bij volgas zonder last verder laat draaien, ontstaat onnodige slijtage.
-
Om niet de controle te verliezen als de zaagketting uit het hout komt, mag u tegen het einde van de zaagsnede geen druk op de kettingzaag uitoefenen
-
Controleer na het starten de instelling voor stationair draaien. De zaageenheid moet bij stationair draaien stilstaan. Verlaag het stationair toerental wanneer de snij-inrichting stationair draait (zie "Instellen van het stationair toerental").
-
Stop de motor voordat u de kettingzaag neerzet.
-
Als het apparaat tijdens het zagen vastklemt, moet deze direct worden uitgeschakeld en voorzichtig worden losgemaakt.
Aansluitend moet het apparaat op schade (bijv. verbogen geleideblad) worden gecontroleerd en moet er een testrun worden uitgevoerd.
-
Controleer voor uitvoering van de definitieve zaagsnede, of toeschouwers, dieren of hindernissen in het valbereik beschikbaar zijn.
-
Onder spanning staande takken moeten van onderaf worden gezaagd, zodat de kettingzaag niet vastklemt.
-
Om tijdens het „doorzagen“ volledige controle te behouden, moet tegen het einde van de zaagsnede de aanpersdruk worden gereduceerd, zonder de stevige greep aan de handgrepen van de kettingzaag losser te maken. Let op dat de zaagketting niet in aanraking komt met de grond.
Terugslag (kickback)
- Bij werkzaamheden met de kettingzaag kan een gevaarlijke terugslag ontstaan.
- Deze terugslag ontstaat, als het bovenste bereik van de bladpunt onvoorzien in aanraking komt met hout of andere vaste voorwerpen.
- Voordat de zaagketting in de verwerkingszone wordt geplaatst, kan deze zijwaarts wegslippen of kan de motorzaag gaan stuiteren. LET OP!: Verhoogde terugslagrisico!)
- De motorzaag wordt hierbij ongecontroleerd, met hoge energie, in de richting van de zaaggeleider geslingerd resp. gaat versnellen (gevaar voor verwonding!).
Om terugslag te vermijden, moet het volgende in acht worden genomen:
- Insteekwerkzaamheden (het direct plaatsen met de bladpunt in het hout) mogen alleen door speciaal geschoolde personen worden uitgevoerd!
- Neem altijd de bladpunt in acht. Let op bij het vervolgen van reeds gestarte zaagsnedes.
- Met een draaiende zaagketting begint u het zagen!
- Zaagketting altijd juist slijpen. Hierbij moet met na- me ook worden gelet op de juiste hoogte van de dieptebegrenzing!
- Nooit meerdere takken in één keer doorzagen! Bij het snoeien er op letten dat er geen andere tak wordt geraakt.
- Bij het afkorten dienen de ernaast gelegen stammen in acht worden genomen.
Bomen kappen – alleen met dienovereenkomstige opleiding
⚠️ VOORZICHTIG
Let op gebroken of afgestorven takken die tijdens het zagen naar beneden vallen en ernstig letsel kunnen veroorzaken. Zaag niet in de buurt van gebouwen of stroomleidingen, als u niet weet in welke richting de gekapte boom valt.
Werk niet s' nachts, omdat u dan slechter ziet, of bij regen, sneeuw of storm, omdat de richting van de val van de boom onvoorspelbaar is.
- Plan uw werk met de kettingzaag vooruit.
- De werkomgeving om de boom dient vrij te zijn, zo- dat u een veilige stand heeft.
- Bij zaagwerkzaamheden op een helling dient de machinevoerder zich altijd op het hoger gelegen niveau van de werkomgeving op te houden, omdat de boom na het kappen vermoedelijk naar beneden rolt ofwel glijdt.
De volgende voorwaarden kunnen de richting van de val van een boom beïnvloeden:
• Windrichting en -snelheid.
- Neiging van de boom. De neiging is op grond van oneffen of hellend terrein niet altijd herkenbaar. Bepaal de neiging van de boom met behulp van een lood of een waterpas.
- Takkengroei (en dus gewicht) aan slechts één kant.
- Omringende bomen of obstakels.
Let op vernielde en verrotte boomdelen.
Wanneer de stam verrot is, kan hij plotseling breken en op u vallen. Zorg ervoor dat voldoende plaats voor de vallende boom voorhanden is. Houd een afstand van 2 1/2 boomlengten tot de volgende persoon ofwel andere objecten. Motorlawaai kan boven waarschuwroepen uitkomen.
Verwijder vuil, stenen, losse schors, spijkers, nieten en draad van de zaagplek.
⚠️ Houd een vluchtweg vrij (afb. A)
Positie 1: Vluchtweg
Positie 2: Richting van de val van de boom
Kappen van grote bomen – alleen met dienovereenkomstige opleiding (vanaf 15 cm doorsnede)
Voor het kappen van grote bomen gebruikt men de ondersnijmethode. Daarbij wordt zijdelings een wig uit de boom gesneden, overeenkomstig de gewenste richting van de val. Nadat de valsnede aan de andere kant van de boom werd verricht, valt de boom in de richting van de wig.
AANWIJZING
Wanneer de boom grote steunwortels vertoont, dienen deze te worden verwijderd, voordat de kerf ingesneden wordt. Indien de zaag voor de verwijdering van de steunwortels gebruikt wordt, dient de zaagketting niet de grond te raken, zodat de ketting niet stomp wordt.
Ondersnede en kappen van de boom (afb. B-C)
- Zaag loodrecht op de richting van de val een kerf met een diepte van 1/3 van de boomdoorsnede. Eerst de onderste horizontale kerfsnede (afb. B, pos. 1) doorvoeren. Daardoor wordt het inklemmen van de zaagketting of geleidingsrail bij het zetten van de tweede kerfsnede (afb. B, pos. 2) verme- den. Verwijder nu de uitgesneden wig.
- Aansluitend kunt u op de tegenoverliggende boomkant de valsnede (afb. B, pos. 3) uitvoeren. Zet daarvoor ongeveer 5 cm boven het midden van de kerf aan. De valsnede parallel met de horizontale kerfsnede uitvoeren. De valsnede (pos. 3) maar zo diep inzagen, dat nog een verbindingsstuk (pos. 4) (valrand) staan blijft die als scharnier kan fungeren. Het verbindingsstuk voorkomt dat de boom draait en in de verkeerde richting valt. Zaag het verbindingsstuk niet door.
⚠ AANWIJZING
Voordat de velsnede wordt voltooid, moet u zo nodig de snede met wiggen vergroten om de valrichting te controleren. Gebruik uitsluitend houten of kunststof wiggen. Stalen of ijzeren wiggen kunnen terugslag en schade aan het apparaat veroorzaken.
- Let op tekenen dat de boom begint te vallen, zoals een krakend geluid, de zich openende velsnede of bewegingen van de bovenste takken.
- Wanneer de boom begint te vallen, moet u onmiddellijk de kettingzaag stoppen en neerleggen en de plek verlaten via de vluchtroute.
- Zaag geen gedeeltelijk gevelde bomen met uw kettingzaag, om letsel te voorkomen. Wees bijzonder voorzichtig met gedeeltelijk gevelde bomen die niet worden ondersteund. Als een boom niet volledig valt, moet u de kettingzaag stoppen en ter ondersteuning gebruik maken van een handlier, katrol of trekker.
Zagen van een gekapte boom (stamsplitsing)
De term "stamsplitsing" duidt op het splitsen van een gekapte boom in stammen met de telkens gewenste lengte.
AANWIJZING
Ga niet op de stam staan die u net snijdt. De stam zou kunnen wegrollen en u verliest uw stand en de controle over het apparaat. Voer de zaagwerkzaamheden nooit op hellende grond uit.
Belangrijke instructies
- Zaag altijd maar één stam of tak.
- Wees voorzichtig bij het snijden van gesplinterd hout. U zou door scherpe stukjes hout kunnen worden getroffen.
- Snijd kleine stammen of takken op een zaagblok. Bij het snijden van stammen mag geen andere persoon de stam vasthouden. Beveilig de stam ook niet met uw been of voet.
- Gebruik de zaag niet voor plekken, waarin stammen, wortels en andere boomdelen met elkaar zijn verbonden. Trek de stammen naar een vrije plek en neem daarbij het eerst de vrijgelegde stammen.
Verschillende sneden voor stamsplitsing (afb.D)
AANWIJZING
Indien de zaag in een stam ingeklemd wordt, trek ze niet met geweld eruit. U kunt de controle over het apparaat verliezen en daarbij ernstig gewond raken en/of de zaag beschadigen. Houd de zaag stil en drijf een wig van plastic of hout in de snede, totdat de zaag zich er gemakkelijk uit laat trekken. Zet de zaag weer aan en zet de snede voorzichtig weer aan. Start de zaag nooit wanneer ze is ingeklemd in een stam.
Bovensnede (afb. E, Pos.1)
Zet voor de bovensnede aan de bovenkant van de stam aan en houd daarbij de zaag tegen de stam. Oefen bij de bovensnede slechts lichte druk uit naar beneden.
Ondersnede (afb. E, Pos.2)
Zet voor de ondersnede aan de onderkant van de stam aan en houd daarbij de bovenkant van de zaag tegen de stam. Oefen bij de ondersnede slechts lichte spanning uit naar boven. Houd de zaag goed vast om het apparaat te kunnen controleren. De zaag drukt naar achteren (uw kant op).
AANWIJZING
Houd de zaag voor een ondersnede nooit verkeerd om. In deze positie heeft u geen controle over het apparaat. Voer de eerste snede altijd uit op de compressiekant van de stam. De compressiekant van een stam is daar waar zich de druk van het stamgewicht concentreert.
Stammen verzagen zonder steunen (afb. F)
- Zaag de boom aan de bovenkant voor 1/3 in (pos. 1).
- Draai de stam om en maak een tweede zaagsnede vanaf de bovenkant (pos.2).
- Voorkom bij het zagen aan de compressiezijde dat de kettingzaag wordt ingeklemd. Zie de afbeelding voor de zaagsnede in de stam aan de compressiezijde.
Stammen verzagen met stam of steun (afb. G-H)
- Denk eraan om de eerste zaagsnede (pos. 1) altijd op de belaste stamzijde aan te brengen.
• Zaag de stam hiertoe 1/3 in. - Voer de tweede zaagsnede (pos. 2) uit.
Snoeien en aftoppen
AANWIJZING
Kijk altijd uit en bescherm uzelf tegen terugslag. De draaiende ketting op de punt van de geleidingsrail bij het snoeien of het aftoppen van takken nooit met andere takken of objecten in contact laten komen. Een dergelijk contact kan ernstig letsel veroorzaken.
AANWIJZING
Stap voor het snoeien of aftoppen nooit in de boom. Ga niet op ladders, voetstukken enz. staan. U zou uw evenwicht en de controle over het apparaat kunnen verliezen.
Belangrijke instructies
- Werk langzaam en houd de zaag met beide handen vast. Let op een veilig staande positie en evenwicht.
- Let op terugschietende boomdelen. Wees bij het snijden van kleine boomdelen extreem voorzichtig. Buigzaam materiaal kan in de zaagketting vastra-ken en u tegemoet schieten of u uit het evenwicht brengen.
- Let op terugschietende boomdelen. Dit geldt bijzonders voor gebogen of belaste takken. Vermijd met de tak of zaag in contact te komen, wanneer de spanning van het hout nageeft.
- Houd uw werkomgeving vrij. Ruim de weg vrij van takken om niet over ze te struikelen.
Snoeien
- Snoeien betekent het afscheiden van de takken van de gekapte boom.
- Laat de grotere takken onder de gekapte boom liggen en gebruik ze als steun, terwijl u doorwerkt.
- Begin aan de voet van de gekapte boom en werk naar de punt toe. Verwijder kleinere boomdelen met een snede in de groeirichting.
- Let daarbij op, de boom altijd tussen u en de zaag te laten.
- Verwijder grotere, steunende takken met de methods in paragraaf "Stamsplitsing zonder steunen".
- Verwijder kleine vrijhangende boomdelen altijd met een bovensnede. Door een ondersnede zouden ze in de zaag kunnen vallen ofwel deze inklemmen.
Aftoppen (afb. K)
AANWIJZING
Top alleen takken af onder ofwel gelijk aan schouderhoogte. Snijd nooit takken boven schouderhoogte. Laat zulke werkzaamheden over aan een deskundige.
- Snijd bij de eerste snede (pos. 1) 1/3 in het onderste takdeel.
- Snijd dan met de tweede snede (pos. 2) helemaal door de tak heen. De derde snede (pos. 3) is een bovensnede, waarmee u de tak tot op 2,5 tot 5 cm van de stam scheidt.
5.8 Restrisico's
GEVAAR
MECHANISCHE RISICO'S worden door zagen en slagen in samenhang met de zaagketting veroorzaakt
ELEKTRISCH GEVAAR: Onder spanning staande onderdelen van de elektra (direct contact) of de- len die door een defect onder sterkstroom staan (in- direct contact)
THERMISCHE RISICO'S kunnen leiden tot brandwonden, schaafplekken en ander letsel, die door een mogelijk contact van personen met objecten of materialen met een hoge temperatuur worden veroorzaakt, inclusief de straling van warmtebronnen.
GELUIDSRISICO'S kunnen leiden tot gehoorschade (doofheid) en andere fysieke storingen (bijv. verlies van evenwicht, verlies van bewustzijn) alsook tot storingen van akoestische signalen en de taalcommunicatie.
TRILLINGSRISICO'S kunnen leiden tot perifere storingen in de bloedsomloop en functiestoringen in het zenuwstelsel in hand-arm alsook bijv. tot „witte vinger“-ziekte.
- Risico's door aanraking met of inademen van schadelijke vloeistoffen, gassen, nevel, dampen en stoffen in combinatie met uitlaatgassen
- Risico's door ongezonde lichaamshoudingen of overmatige inspanning in combinatie met het gebruik van de machine.
- Risico's door onverwacht starten, onverwacht doordraaien/overdraaien door een uitval of een storing van het besturingssysteem in combinatie met het weigeren van de grepen en de positie van de bedieningselementen.
- Risico's door uitval van het besturingssysteem in combinatie met de stevigheid van de handgreep, de positie van de bedieningselementen en de aanduiding.
- Risico's door het breken (van de ketting) in combinatie met de zaagketting tijdens het gebruik.
- Risico's door het wegslingeren van objecten of vloeistoffen in combinatie met het uitwerpen van spaanders en het lekken van brandstof.
- Risico's door het laten vallen van de kettingzaag tijdens het werken aan een boom.
GEVAAR VOOR LETSEL!
Aanraking met de zaagketting kan leiden tot dode- lijk snijletsel.
Nooit met de handen in een draaiende zaagketting grijpen.
GEVAAR VOOR TERUGSLAG!
Terugslag kan leiden tot dodelijk snijletsel.
GEVAAR VOOR BRANDWONDEN!
Ketting en geleidingsrail worden warm tijdens het bedrijf
Gedrag bij noodgevallen
De noodzakelijke EHBO verlenen op basis van het letsel en vraag zo snel mogelijk gekwalificeerde medische hulp. Behoed de gewonde tegen verder letsel en kalmeer het slachtoffer. Voor een mogelijk ongeval moet altijd een verbanddoos volgens DIN 13164 onder handbereik zijn op de werkplek. Het uit de verbanddoos gebruikte materiaal moet direct weer worden aangevuld.
Bij het aanvragen van hulp, de volgende gegevens doorgeven:
- Locatie van het ongeval
- Aard van het ongeval
- Aantal gewonden
- Aard van het letsel
Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen voor toekomstig gebruik.
6. Programmeren
Voor ingebruikname van het apparaat
⚠️ VOORZICHTIG
Start de motor pas als de zaag volledig is gemonteerd.
⚠️ VOORZICHTIG
Draag bij het bedienen van de ketting altijd handschoenen met een hoge sterktegraad.
1. AANBRENGEN VAN HET ZAAGBLAD
Opdat het zaagblad en de ketting met olie worden voorzien mag u uitsluitend het originele zaagblad gebruiken.
De opening voor de olie (afb. 4/pos. C) moet vrij zijn van verontreinigingen en afzettingen worden gehouden.
- Controleer of de kettingremhendel in de positie ONTKOPPELT is teruggetrokken (afb. 11).
- Draai het spanwiel van de ketting (afb. 9/pos. 3) LINKSOM, tot de TAPPEN (afb. 7) (van de uitstekende pen) zich aan het einde van de schuifbaan in de richting van de koppeling en het tandwiel bevindt (afb. 9).
- Plaats het gekerfde einde van het zaagblad boven de zaagbladbouten (afb. 3/pos. B).
Aanbrengen van de zaagketting
- Verspreid de ketting dusdanig in een lus dat de zaagkanten (afb. 4) RECHTSOM om de lus kan worden uitgelijnd.
- Schuif de ketting om het tandwiel achter de koppeling zoals in afbeelding 4 wordt weergegeven. Let op dat de kettingschakels tussen de tanden van het tandwiel liggen.
- Geleid de aandrijfschakels in de groef en in het einde van het zaagblad, zoals in afbeelding 4- (7) wordt weergegeven.
AANWIJZING
De zaagketting kan aan de onderzijde van het zaagblad iets doorhangen.
Dit is normaal.
- Trek het zaagblad iets naar voren tot de ketting strak ligt. Controleer of alle aandrijfschakels zich in de groef van het zaagblad bevinden.
- Lijn het zaagblad dusdanig uit dat de TAPPEN in de opening van het zaagblad past, zoals in afbeelding 7 wordt weergegeven.
- Lijn de kettingremhendel resp. de voorste handbeveiliging dusdanig uit dat de tappen in de opening van de machinebehuizing past, zoals in afbeelding 6 wordt weergegeven.
- Breng de kettingremhendel resp. de voorste handbeveiliging aan en draai het bevestigingswiel van het zaagblad en de hendel (afb. 9/pos. 18) rechtsom om deze te bevestigen. De ketting mag daarbij niet van het geleideblad glijden. Trek het bevestigingswiel van het zaagblad in deze fase met de hand aan, en volg de instructies voor het instellen van de kettingspanning, zoals in het gedeelte INSTELLEN VAN DE KETTINGSPANNING wordt beschreven.
2. ALS DE KETTING MOET WORDEN NAGE-SPANNEN
Instellen van de kettingspanning
De juiste spanning van de zaagketting is van groot belang en moet voor aanvang van de werkzaamheden en regelmatig bij alle zaagwerkzaamheden worden gecontroleerd.
Als u de tijd neemt, om de zaagketting juist in te stellen, verbetert u het zaagresultaat en krijgt de ketting een langere levensduur.
- Draai het bevestigingswiel van het zaagblad (afb. 9/pos. 18) los, door deze een halve slag LINKSOM (tegen de wijzers van de klok in) te draaien.
- Houd de punt van het zaagblad omhoog en draai het kettingspanwiel (afb. 9/pos. 3) RECHTSOM (met de wijzers van de klok mee) om de kettingspanning te verhogen. Als u het kettingspanwiel LINKSOM draait, verlaagt u de kettingspanning. Controleer of de ketting goed rondom het zaagblad ligt (afb. 4/pos. X3).
- Nadat u de instelling hebt aangebracht, draait u het kettingspanwiel vast, terwijl de punt van het zaagblad omhoog wijst (afb. 9/pos. 18). De ketting is juist gespannen als deze goed strak ligt en met de hand rondom het zaagblad kan worden getrokken als de kettingrem(5) los is.
⚠ WAARSCHUWING
Draag bij het gebruik van de zaagketting of tijdens het instellen handschoenen met een hoge sterktegraad.
Als de ketting alleen met moeite rondom het zaagblad kan draaien of wordt geblokkeerd, is deze te strak gespannen. Breng de volgende kleine instellingen aan:
A Draai het bevestigingswiel van het zaagblad (afb. 9/pos. 18) los, door deze een halve slag LINKS-OM (tegen de wijzers van de klok in) te draaien. Verminder vervolgens de kettingspanning door het kettingspanwiel langzaam (afb. 9/pos. 3) LINKS-OM te draaien, vervolgens de ketting op het zaagblad heen en weer trekken (afb. 30). Vervolg deze handeling tot de ketting zonder wrijving kan worden bewogen maar wel strak is geplaatst (afb. 4/Pos. X2). Verhoog de kettingspanning door het kettingspanwiel RECHTSOM te draaien.
B Als de spanning van de zaagketting juist is ingesteld, houdt u het zaagblad met de punt omhoog en draait u het bevestigingswieltje van het zaagblad goed vast (afb.9/pos. 18).
△ Een nieuwe zaagketting rekt nog uit, zodat u deze na ca. 5 zaagsnedes opnieuw moet afstellen. Dit is normaal bij nieuwe zaagkettingen en het interval van instellingen in de toekomst nemen steeds minder tijd in beslag.
Als de zaagketting TE LOS of TE STRAK is ge-spannen, slijten het aandrijfwiel, het zaagblad, de ketting en de krukassteun sneller. Afb. 4/pos. X2 geeft de juiste spanning (in koude toestand) weer en afb. 4/pos. X3 geeft de juiste spanning (in koude toestand) weer. Afb. 4/pos. X1 geeft een te losse ketting weer.
3. MECHANISCHE TEST VAN DE KETTINGREM
Uw kettingzaag is voorzien van een kettingrem die het risico op letsel door een terugslag (kickback) vermindert. De rem wordt geactiveerd als druk op de remhendel wordt uitgeoefend, zodra de hand van de gebruiker - bijv. bij een terugslag - op de hendel terugslaat. Bij activering van de rem stopt de ketting abrupt.
⚠ WAARSCHUWING
De kettingrem vermindert weliswaar het gevaar op letsel bij een terugslag, kan echter niet de benodigde beveiliging bieden als de zaag achteloos wordt gebruikt. Controleer de kettingrem altijd voor gebruik van uw zaag en regelmatig tijdens de werkzaamheden. (Afzonderlijkheden voor het doorvoeren van een test van de mechanische rem, zie onder).
4. TESTEN VAN DE KETTINGREM
- De kettingrem is ONTKOPPELT (waarbij de ketting zich kan bewegen) als de REMHENDEL (5) NAAR ACHTEREN WORDT GETROKKEN (afb. 11/pos. 2) EN VERGRENDELD is, zoals in afb. 11 wordt weergegeven
- De kettingrem is GEKOPPELD (waarbij de ketting is vergrendeld) als de remhendel (5) naar voren is getrokken en het (in afb. 10 weergegeven) mechanisme zichtbaar is. De ketting mag dan niet meer kunnen bewegen (afb. 30).
⚠ WAARSCHUWING
De remhendel moet in beide posities vastklikken. Als u een sterke weerstand merkt of als de hendel zich niet laat verschuiven, mag u de zaag niet gebruiken. Breng de zaag direct naar een professioneel service-centrum voor reparatie.
5. BRANDSTOF EN OLIE: AANBEVOLEN BRANDSTOFFEN
Gebruik uitsluitend een mengsel van loodvrije benzi- ne en speciale tweetaktmotorolie. Maak het mengsel klaar zoals aangegeven in de brandstofmengtabel.
⚠️ VOORZICHTIG
Gebruik geen brandstofmengsel dat al langer dan 90 dagen opgeslagen is.
⚠️ VOORZICHTIG
Gebruik nooit 2-takt olie met een aanbevolen mengverhouding van 100: 1. Hiermee vervalt de garantie van de fabrikant in het geval van schade aan de motor als gevolg van onvoldoende smering.
⚠️ VOORZICHTIG
Gebruik alleen containers ontworpen en goedgekeurd voor het doel brandstof te transporteren en op te slaan. Giet de juiste hoeveelheden benzine en 2-takt olie in de mengfles (zie de op de fles afgedrukte schaal). Schud vervolgens goed de fles.
Aanbevolen brandstoffen
Sommige conventionele benzines zijn met zuurstof-houdende additieven zoals alcohol of etherverbindingen gemengd om aan de normen voor luchtverontreiniging te voldoen. De motor is geschikt voor alle benzinesoorten die voor voertuigtoepassingen bedoeld zijn, inclusief met zuurstof verrijkte benzines. Aanbevolen wordt om gewone loodvrije benzine als brandstof te gebruiken
Smeren van ketting en zaagblad
Telkens als de brandstoftank met benzine wordt gevuld, moet ook de kettingolie in de kettingolietank worden bijgevuld. Wij adviseren om standaard kettingolie te gebruiken.
6. BRANDSTOFMENGTABEL
Mengprocedure: 40 delen benzine met 1 deel tweetaktolie
benzine 2-Takt-oile
| 1 Liter 25 ml |
| 5 Liter 125 ml |
⚠️ VOORZICHTIG
Start of gebruik de zaag nooit als de ketting en de kettingremhendel resp. de voorste handgreep niet conform de voorschriften zijn geïnstalleerd.Bovendien moet de start altijd met een actieve kettingrem worden uitgevoerd, hiervoor gaat u als volgt te werk:
- Grijp de achterste greep vast met de rechterhand.
- Houd met de linkerhand de voorste greep vast (afb. 1/pos. 6) (niet de kettingremhendel) (afb. 1/pos. 5) vast.
- Trek aan de kettingrem(afb. 10/pijlrichting 1).
- Vul de brandstoftank met het juiste brandstofmengsel (afb. 21/pos. K) bij.
- Vul de olietank met kettingolie (afb. 21/pos. L) bij.
- Controleer of de kettingrem voor het starten van de motor is ontkoppeld (afb. 11/pos. 5). Hoe de kettingrem wordt ontkoppeld, vindt u in hoofdstuk 8, onder „Ontkoppelen van de kettingrem“
- Sluit na het vullen van de brandstof- en kettingolie-tank de tankdeksel met de hand.
- Gebruik hiervoor geen gereedschap.
7. INSTELLEN VAN HET STATIONAIRE TOERENTAL
Als het zaaggereedschap ook bij stationair draaien nog draait, moet u het juiste stationaire toerental door een erkend servicecentrum laten instellen
Aanwijzing: Als de motor stationair draait, mag het zaaggereedschap in geen enkel geval draai- en!
7. Bediening
Let op dat de wettelijke voorschriften betreffende geluidsoverlast ter plaatse kan verschillen.
Controleer voor elk gebruik of:
- er geen lekken in het brandstofsysteem zijn.
- het apparaat zich in perfecte staat bevindt en de veiligheids- en zaaginrichtingen volledig zijn.
- alle schroeven goed zijn aangehaald.
- alle bewegende onderdelen wrijvingsloos werken.
Een koude motor starten (zie afb. 21 en afb. 27)
Vul de brandstoftank met het juiste benzi-ne-olie-mengsel (afb. 21) en vul ook de kettingolie bij (afb. 21). Zie het gedeelte „Brandstof en olie“.
⚠️ VOORZICHTIG
Start of gebruik de zaag nooit als de ketting en de kettingremhendel resp. de voorste handgreep niet conform de voorschriften zijn geïnstalleerd. Boven-dien moet de start altijd met een actieve kettingrem worden uitgevoerd, hiervoor gaat u als volgt te werk:
- Grijp de achterste greep vast met de rechterhand.
- Houd met de linkerhand de voorste greep vast (afb. 1/pos. 6) (niet de kettingremhendel) (afb. 1/pos. 5) vast.
- Trek aan de kettingrem(afb. 10/pijlrichting 1).
Ontkoppelen van de kettingrem
- Zet de stopschakelaar op „0“ (UIT) (afb. 19).
- Trek de luchtklephendel (17) volledig uit, tot deze vastklikt (afb. 18/pijlrichting 1).
- Druk de brandstof-pomphal (23) 10 keer (afb.1) in.
- Leg de zaag op een vaste, vlakke ondergrond. Houd de zaag vast zoals wordt weergegeven. Trek 2 keer snel aan de startkabel (7), (afb. 22 en afb 27). Let op de draaiende ketting!
- Schuif de luchtklephendel zo ver mogelijk in (afb. 18/pijlrichting 2).
- Zet de stopschakelaar op „l“ (AAN) om de motor te starten (afb. 19, rechts).
- Houd de zaag vast en trek 4 keer snel aan de startkabel. De motor moet nu starten (afb. 22 en afb. 27).
⚠️ VOORZICHTIG
Laat de startkabel na het uittrekken niet terugschieten. Dit kan tot schade leiden.
⚠️ VOORZICHTIG
Aangezien de luchtklep (afb. 18/pijlrichting 1) is gesloten, zet de ketting zich in beweging en draait MET HOGE SNELHEID, zodra de motor is aangesprongen.
- Laat de motor gedurende 10 seconden warm lopen. Druk kort op de veiligheidsvergrendeling en de gashendel zo dat de motor overgaat in „stationair lopen“ (afb. 20).
⚠️ VOORZICHTIG
Trek de startkabel altijd langzaam (tot aan de eerste weerstand) aan voordat u deze voor het starten van de motor snel uittrekt.
Laat de startkabel na het trekken niet vanzelf terug- schieten.
Als de motor ook na meerdere pogingen niet aanspringt, dient u het hoofdstuk „Verhelpen van storingen“ te raadplegen.
Trek de startkabel altijd in een rechte lijn uit. Als de startkabel onder een hoek wordt aangetrokken, kan er wrijving bij het oog ontstaan.
Hierdoor kan de startkabel gaan rafelen waardoor deze sneller kan slijten. Houd de startkabel altijd vast, als de trekkabel wordt opgewikkeld.
Een warme motor starten
(Het apparaat bevond zich minder dan 15-20 minuten in stationair lopen)
Vul de brandstoftank met het juiste benzi-ne-olie-mengsel (afb. 21) en vul ook de kettingolie bij (afb. 21). Zie het gedeelte „Brandstof en olie“. Start of gebruik de zaag nooit als de ketting en de kettingremhendel resp. de voorste handgreep niet conform de voorschriften zijn geïnstalleerd. Bovendien moet de start altijd met een actieve kettingrem worden uitgevoerd, hiervoor gaat u als volgt te werk:
- Grijp de achterste greep vast met de rechterhand.
- Houd met de linkerhand de voorste greep vast (afb. 1/pos. 6) (niet de kettingremhendel) (afb. 1/pos. 5) vast.
- Trek aan de kettingrem(afb. 10/pijlrichting 1).
Controleer vóór het starten van de motor of de kettingrem is ontkoppeld (afb. 11).
- Controleer of de stopschakelaar op „I“ (AAN) staat (afb. 19/rechts).
- Leg de zaag op een vaste en vlakke ondergrond. Houd de zaag vast zoals wordt weergegeven (afb. 22). Let op de draaiende ketting!
- Trek 6 keer snel aan de startkabel, (afb. 22/pos. 7 en afb. 27). De motor moet nu starten. Als de motor ook na 6 keer doortrekken niet aanspringt, herhaalt u stap 1-6 van de procedure voor het starten van een koude motor.
Controleer voor elk gebruik of:
- er geen lekken in het brandstofsysteem zijn.
UITSCHAKELEN VAN DE MOTOR
Stoppen van de motor in noodsituaties:
Om de motor in een noodsituatie te stoppen, activeert u de kettingremhendel resp. de voorste handbeveiliging (afb. 26/pos. 5). Hierdoor komt de ketting direct tot stilstand. Breng aansluitend de AAN/UIT-schakelaar (afb. 19/links) in de stand „0“ (Stop).
Standaard procedure:
Laat de gashendel los (afb. 20/pos. 19) en wacht tot de motor het stationaire toerental heeft bereikt. Breng aansluitend de stopschakelaar (afb. 19/links) in stand „0“ (Stop).
Voer alle handelingen bij een uitgeschakelde motor uit voordat u het apparaat gaat gebruiken.
Verwijderen van de ketting of het zaagblad om te vervangen, te onderhouden en te reinigen
- Controleer of de kettingremhendel in de positie ONTKOPPELT is teruggetrokken (afb. 11).
- Trek de hendel op het bevestigingswiel van het zaagblad (afb. 9/pos. 18) er uit en schroef deze LINKSOM geheel los (afb. 9). Neem vervolgens de volledige zijdelingse afdekking weg.
Voer alle vereiste stappen uit voor het vervangen van de onderdelen alsook voor het onderhoud of het reinigen. (Dit wordt in andere hoofdstukken van deze gebruiksaanwijzing beschreven).
Hermontage van het zaagblad en de ketting op de motorunit
⚠️ VOORZICHTIG
Start de motor pas als de zaag volledig is gemon- teerd.
⚠️ VOORZICHTIG
Draag bij het bedienen van de ketting altijd handschoenen met een hoge sterktegraad.
Aanbrengen van het zaagblad
Opdat het zaagblad en de ketting met olie worden voorzien MAG U UITSLUITEND HET ORIGINELE ZAAGBLAD GEBRUIKEN.
De opening voor de olie (afb. 4/pos. C) moet vrij zijn van verontreinigingen en afzettingen worden gehouden.
- Controleer of de kettingremhendel in de positie ONTKOPPELT is teruggetrokken (afb. 11).
-
Draai het spanwiel van de ketting (afb. 9/pos. 3) LINKSOM, tot de TAPPEN (afb. 7) (van de uitstekende pen) zich aan het einde van de schuifbaan in de richting van de koppeling en het tandwiel bevindt (afb. 9).
-
Plaats het gekerfde einde van het zaagblad boven de zaagbladbouten (afb. 3/pos. B).
Aanbrengen van de zaagketting
- Verspreid de ketting dusdanig in een lus dat de zaagkanten (afb. 4) RECHTSOM om de lus kan worden uitgelijnd.
- Schuif de ketting om het tandwiel achter de koppeling zoals in afbeelding 4 wordt weergegeven. Let op dat de kettingschakels tussen de tanden van het tandwiel liggen.
- Geleid de aandrijfschakels in de groef en in het einde van het zaagblad, zoals in afbeelding 4-7 wordt weergegeven.
AANWIJZING
De zaagketting kan aan de onderzijde van het zaagblad iets doorhangen.
Dit is normaal.
- Trek het zaagblad iets naar voren tot de ketting strak ligt. Controleer of alle aandrijfschakels zich in de groef van het zaagblad bevinden
- Lijn het zaagblad dusdanig uit dat de TAPPEN in de opening van het zaagblad past, zoals in afbeelding 7 wordt weergegeven.
- Lijn de kettingremhendel resp. de voorste handbeveiliging dusdanig uit dat de tappen in de opening van de machinebehuizing past, zoals in afbeelding 6 wordt weergegeven.
- Breng de kettingremhendel resp. de voorste handbeveiliging aan en draai het bevestigingswiel van het zaagblad en de hendel (afb. 9/pos. 18) rechtsom om deze te bevestigen. De ketting mag daarbij niet van de geleidingsrail glijden. Trek het bevestigingswiel van het zaagblad in deze fase met de hand aan, en volg de instructies voor het instellen van de kettingspanning, zoals in het gedeelte INSTELLEN VAN DE KETTINGSPANNING wordt beschreven.
8. Reiniging
⚠️ VOORZICHTIG
Zet de stopschakelaar op STOP (0) en trek de bougiestekker los (afb. 15/pos. D), voordat u de reinigings- en onderhoudswerkzaamheden gaat uitvoeren!
Bij een draaiende motor bestaat het gevaar op een elektrische schok.
Uitvoeren van reinigingswerkzaamheden
- Het apparaat moet na elk gebruik grondig worden gereinigd. Dit geldt met name voor de ketting en het zaagblad.
- Zorg dat de veiligheidsinrichtingen, de ventilatiesleuven en de motorbehuizing zo stof- en vuilvrij mogelijk zijn. Wrijf het apparaat met een schone doek schoon of blaas deze met perslucht bij een lage druk uit.
- Zaagmeel en houtspaanders kunnen het eenvoudigst direct na gebruik worden verwijderd.
- Reinig het apparaat regelmatig met een vochtige doek en wat zachte zeep. Gebruik geen reinigings-of oplosmiddelen. Deze kunnen de kunststofonder-delen van het apparaat aantasten. Let op dat er geen water in het apparaat terecht komt.
9. Onderhoud en instandhouding
ONDERHOUD
⚠️ VOORZICHTIG
Alle onderhoudswerkzaamheden aan de kettingzaag, met uitzondering van de in deze handleiding beschreven werkzaamheden, mogen uitsluitend door bevoegd personeel van de servicedienst worden uitgevoerd.
Bedrijfstest van de kettingrem
Controleer regelmatig of de kettingrem conform de voorschriften functioneert. Test de kettingrem voor de eerste zaagsnede, na meerdere keren zagen en in elk geval na onderhoudswerkzaamheden aan de kettingrem.
Test de kettingrem als volgt:
- Leg de zaag op een schone, vaste en vlakke ondergrond.
- Start de motor.
- Grijp de achterste greep vast met de rechterhand.
- Houd met de linkerhand de voorste greep vast (afb. 1/pos. 6) (niet de kettingremhendel) (afb. 1/pos. 5) vast.
- Druk de gashendel op 1/3 van het nominale toerental en activeer vervolgens direct de kettingremhendel (afb. 10/pijlrichting 1).
⚠️ VOORZICHTIG
Activeer de kettingrem langzaam en zorgvuldig. De zaag mag niets aanraken en ook niet naar voren zijn gekanteld.
- De ketting moet direct stoppen. Laat vervolgens direct de gashendel los.
⚠️ VOORZICHTIG
Als de ketting niet stopt, schakelt u de motor uit, en brengt u de zaag voor reparatie naar de dichtstbij-zijnde bevoegde servicedienst.
- Als de kettingrem juist functioneert, schakelt u de motor uit, en brengt u de kettingrem weer in de stand ONTKOPPELD.
Luchtfilter
⚠️ AANWIJZING
Gebruik de zaag nooit zonder luchtfilter. Anders komt stof en vuil in de motor die hierdoor beschadigd kan raken. Houd het luchtfilter schoon! Het luchtfilter moet elke 20 bedrijfsuren worden gereinigd resp. worden vervangen.
Onderhoud en bestellen van reserveonderdelen Schakel het apparaat altijd uit en trek de bougiestekker (afb. 15/pos. D) los, voordat u enige onderhoudswerkzaamheden gaat uitvoeren.
Reiniging van het luchtfilter
- Controleer of de stopschakelaar op STOP (0) is ingesteld.
- Verwijder de bovenste afdekking (afb. 12/pos. 9) door de klemmen op de afdekking zoals in afbeelding 12 wordt weergegeven, te verwijderen. Vervolgens kunt u de afdekking verwijderen (afb. 13/pos. 9).
- Trek de bougiestekker (afb. 15/pos. D) los van de bougie (E), door deze gelijktijdig aan te trekken en te draaien (afb. 15).
- EVerwijder de bevestigingsknop van het luchtfilter (afb. 15/pos. G) door deze linksom te draaien.
- Til het luchtfilter er uit (afb. 15/pos. F).
- Reinig het luchtfilter. Was het filter in een schoon, warm sopje.
Spoel het filter af met schoon, koud water en laat het volledig aan de lucht drogen voordat u het weer terugplaatst.
Wij adviseren om reservefilters altijd op voorraad te hebben. - Plaats het luchtfilter weer terug. Draai de bevestigingsknop van het luchtfilter rechtsom om het luchtfilter te bevestigen. Plaats de bovenste afdekking voor de motor resp. het luchtfilter weer terug (afb. 16/pos. 9). Let op dat de afdekking hierbij nauwkeurig moet worden teruggeplaatst Bevestig de klemmen voor de afdekking weer (afb. 16/pos. H).
Brandstofffilter
⚠️ AANWIJZING
Gebruik de zaag nooit zonder brandstofffilter. Na 100 bedrijfsuren, moet het brandstofffilter worden gereinigd of bij beschadiging worden vervangen. Leeg de brandstoftank volledig voordat u het filter gaat vervangen.
- Controleer of de stopschakelaar op STOP (0) is ingesteld.
-
Verwijder de bovenste afdekking en trek de bougiestekker los.
-
Verwijder het tankdeksel (afb. 21/pos. K).
- Buig ijzerdraad recht.
- Plaats dit in de opening van de brandstoftank en haak hier vervolgens de brandstofslang aan. Trek de brandstofslang voorzichtig door de opening totdat u deze met uw vingers kunt vastpakken.
AANWIJZING
Trek de slang niet volledig uit de tank.
- Til het filter uit de tank.
- Trek het filter met een draaibeweging weg en reinig deze. (Als deze beschadigd is, gooit u het filter weg en vervangt u het door een nieuwe).
- Plaats het einde van het gereinigde resp. nieuwe filter op de brandstofslang. Steek een einde van het filter in de tankopening. Controleer of het filter in de onderste tankhoek zit. Zo nodig trekt u het filter met een lange schroevendraaier in de juiste positie, maar let hierbij op dat u het filter niet beschadigd.
- Vul de tank met een vers brandstof-oliemengsel. Zie het gedeelte „Brandstof en olie“. Plaats het deksel van de brandstoftank weer terug.
Bougie (afb. 24b)
AANWIJZING
Opdat de kettingzaagmotor krachtig blijft, moet de bougie schoon zijn en de juiste elektrodeafstand (0,6 mm) hebben. De bougie moet elke 20 bedrijfsuren worden gereinigd resp. worden vervangen.
- Zet de stopschakelaar op STOP (0).
- Verwijder de bovenste afdekking.
- Trek de bougiestekker (afb. 15/pos. D) los van de bougie (E), door deze gelijktijdig aan te trekken en te draaien (afb. 15).
- Verwijder de bougie met de bougiesleutel (afb. 1/pos. 22). GEBRUIK HIERVOOR GEEN ANDER GEREEDSCHAP.
- Reinig de bougie met een koperdraadborstel of plaats een nieuwe.(afb. 24). Plaats vervolgens de bovenste afdekking weer terug.
Instellingen aan de carburateur mogen uitsluitend door een bevoegde servicedienst worden uitgevoerd.
Onderhoud van het zaagblad (afb. 25)
Het zaagblad (de geleidingsrail voor de ketting en tanden) moet absoluut regelmatig worden geolied. De in het volgende hoofdstuk beschreven onderhoud van het zaagblad is vereist, zodat de zaag optimaal kan presteren.
AANWIJZING
De tanden van de nieuwe zag werden in de fabriek reeds geolied. Als u de tanden van het zaagblad niet als volgt beschreven, voorziet van olie, zal de prestatie verminderen en zal de zaag vastlopen waarbij de garantie van de fabrikant vervalt
Oliën van de tanden
Als de zaag intensief wordt gebruikt, moeten de tanden van het zaagblad (Z2) regelmatig (een keer per week) worden geolied.
Reinig hiertoe eerst grondig het 2-mm-gat aan de punt van het zaagblad (Z1) en druk er vervolgens een geringe hoeveelheid multi purpose vet in.
Multi purpose vet en vetpersen zijn in de vakhandel verkrijgbaar.
AANWIJZING
Voor het oliën van de tanden van het zaagblad hoeft de zaagketting niet te worden verwijderd. Het oliën kan tijdens de werkzaamheden bij een uitgeschakelde motor worden uitgevoerd.
⚠️ VOORZICHTIG
Draag bij het werken met het zaagblad en de ketting handschoenen met een hoge sterktegraad.
De meeste problemen met het zaagblad kunt u al vermijden, als de kettingzaag in een goede onderhoudstoestand wordt gehouden. Een onvoldoende geolied zaagblad en het gebruik van de zaag met een TE STRAKKE ketting zorgen voor een snelle slijtage. Voor het minimaliseren van de slijtage van het zaagblad worden de volgende stappen voor het onderhoud van het zaagblad geadviseerd.
⚠️ VOORZICHTIG
Draag bij onderhoudswerkzaamheden altijd veiligheidshandschoenen.
Voer geen onderhoud aan de zaag uit als de motor nog heet is
Keren van het zaagblad
Het zaagblad moet elke 8 werkuren worden gekeerd om een gelijkmatige slijtage van het zaagblad te waarborgen.
Houd de groef en het gat van de olie van het zaagblad altijd schoon (afb. 25).
Controleer regelmatig de geleiders van het zaagblad op slijtage, en verwijder bramen en ontbraam, zo nodig, de rails met een vlakke veil (niet in de leveringsomvang opgenomen).
⚠️ VOORZICHTIG
Bevestig een nieuwe ketting nooit op een afgesleten zaagblad.
Oliedoorvoer
Oliedoorvoeren op het zaagblad moeten worden gereinigd, zodat een beoogd oliën van het zaagblad en de ketting tijdens het gebruik kan worden gewaarborgd.
AANWIJZING
De toestand van de oliedoorvoeren kan eenvoudig worden gecontroleerd. Als de doorvoeren schoon zijn, sproeit de ketting enkele seconden na het starten van de zaag automatisch wat olie weg. Uw zaag is voorzien van een automatisch oliesysteem.
Automatische smering van de ketting
De kettingwzaag is voorzien van een automatisch oliesysteem met tandwielaandrijving. Het voorziet de rails en de ketting automatisch met de juiste oliehoeveelheid. Zodra de motor wordt versneld, stroomt ook de olie sneller naar het zaagblad.
Het smeren van de ketting wordt in de fabriek optimaal ingesteld. Als instellingen achteraf noodzakelijk zijn, brengt u de zaag naar de dichtstbij gelegen bevoegde servicedienst.
Een stelbout voor het smeren van de ketting (afb. 17/ pos. J) bevindt zich aan de onderzijde van de ket- tingzaag. Als deze linksom wordt gedraaid, wordt het smeren van de ketting minder, als deze rechtsom wordt gedraaid, wordt het smeren van de ketting verhoogd. Om het smeren van de ketting te controleren, houdt u de kettingzaag met de ketting boven een vel papier en laat u deze gedurende enkele seconden op vol toerental draaien. De ingestelde hoeveelheid olie kunt u nu aan de hand van het papier beoordelen.
ONDERHOUD VAN DE KETTING
Zaagketting slijpen
Uw zaagketting wordt bij de vakhandel snel en vakkundig bijgeslepen. U verkrijgt bij de vakhandel ook voorzieningen voor het slijpen van de ketting, waarmee u zelf uw zaagketting slijpen kunt.
Let a.u.b. op de betreffende gebruiksaanwijzing. Onderhoud uw apparatuur met zorg. Houd uw gereedschap scherp en schoon, om goed en veilig te kunnen werken. Leef de onderhoudsvoorschriften en de instructies voor het vervangen van gereedschap na.
Slijpen van de ketting
Draag veiligheidshandschoenen als u de ketting gaat slijpen. Na het slijpen moeten alle snijschakels dezelfde breedte en lengte hebben.
AANWIJZING
Een scherpe ketting produceert mooie spaanders. Wanneer de ketting zaagsel begint te produceren, moet deze worden geslepen.
Wanneer het snijgereedschap 3 tot 4 keer is geslepen, moet u de hoogte van de dieptebegrenzers controleren. Zo nodig moet u ze met een platte vijl verlagen en vervolgens de voorhoek afronden.
Onderhoud van de ketting (vervolg)
Kettingspanning
Controleer regelmatig de kettingspanning en stel deze zo nodig af zodat de ketting goed tegen het zaagblad ligt, maar nog los genoeg is om met de hand rondgetrokken te kunnen worden.
Laten inlopen van een nieuwe zaagketting
Een nieuwe zaagketting en geleidingsrail moet na max. 5 zaagsnedes opnieuw worden afgesteld. Dit is normaal tijdens de inloopperiode en het interval tussen het opnieuw afstellen wordt alleen maar langer.
⚠️ VOORZICHTIG
Verwijder nooit meer dan 3 schakels uit een kettinglus.schlaufe.
De tanden kunnen anders beschadigd raken.
Oliën van de zaagketting
Controleer altijd of de automatische smering van de zaagketting correct functioneert. Zorg ervoor de olietank altijd is gevuld.
Tijdens het zagen moeten de geleidingsrails en de zaagketting altijd voldoende geolied zijn om de wrijving met het geleidingsrails te beperken.
De geleidingsrails en de zaagketting mogen nooit zonder functionerende smering in bedrijf worden genomen. Gebruik de kettingzaag droog of met wat olie, als de zaagprestatie vermindert, de levensduur van de geleidingsrail korter wordt, de zaagketting snel stomp wordt en de geleidingsrail snel versleten raakt door oververhitting.
Te weinig olie is te herkennen aan de rookontwikkeling of de verkleuring van de geleidingsrails. Controleer altijd bij een licht vlak de olienevel waarbij de kettingzaag bij volgas in de richting van dit vlak wijst.
AANWIJZING
Bewaar de zaag op een droge plaats en weg van mogelijke ontstekingsbronnen, zoals Ovens of gasbediende warmwaterketels of drogers.
| Instructies voor het knippen van een ketting: | |||||
| Type ketting | Veildoor-snede | Hoogste hoek Onderste hoek | hoogste hellingshoek (55°) | Standaarddieptemeting | |
![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ||
| Klemhoekrotatiehoek Klemhoek van helling Zijhoek | |||||
![]() | ![]() | ![]() | |||
| 91P | ca. 4,0 mm | 30° | 0° | 80° | 0,64 mm |
![]() | ![]() | ||||
| diepte-aanslag Veil | |||||
| Cilinderinhoud van de motor | 41 cm3 |
| Maximaal motorvermo-gen | 1,4 kW |
| Snijlengte | 37,5 cm |
| Lengte geleiderail | 16" (40 cm) |
| Kettingdeling | (3/8"), 9.525 mm |
| Kettingdikte | (0.05"), 1.27 mm |
| Type geleiderail | AP14-57-507P |
| Stationair toerental | 3300 ± 300 rpm |
| Kettingsnelheid max | 21 m/s |
| Maximaal toerental met snijgereedschap | 11000 rpm |
| Tankinhoud | 260 cm3 |
| Olietankinhoud | 210 cm3 |
| Anti-trilfunctie | Ja |
| Tanding kettingwiel | 6 tanden x 9.525 mm |
| kettingrem | Ja |
| koppeling | Ja |
| automatische ketting smering | Ja |
| Zaagketting met Geringe Terugslag | Ja |
| Nettogewicht zonder ketting en geleiderail | 4.5 kg |
| Nettogewicht | 5.7 kg |
Kunnen onderhevig zijn aan technische veranderingen!
Draag gehoorbescherming.
De effecten van het geluid kunnen gehoorschade veroorzaken.
Verminder geluidsgeneratie en trillingen tot een minimum!
- Gebruik alleen apparatuur in perfecte staat.
- Onderhoud en reinig de apparatuur regelmatig.
- Past uw manier van werken aan aan de apparatuur.
- Het apparaat niet overbelasten.
- Laat het apparaat controleren, indien nodig.
- Schakel de apparatuur uit wanneer deze niet in gebruik is.
- Draag handschoenen.
Geluid en trillingen
| Geluidsdrukniveau L_PA | 99 dB |
| Onzekerheid K_PA | 3 dB |
| Geluidsdrukniveau L_WA gegarandeerd | 114 dB |
| Geluidsdrukniveau L_WA gemeten 109.6 dB | |
| Onzekerheid K_wA | 3 dB |
| Trilling ahv (voorste handgreep) max. 6.5 m/s ^2 | |
| Trilling ahv (achterste handgreep) max. 6.0 m/s ^2 | |
| Onzekerheid K_hv | 1.5 m/s ^2 |
11. Opslag
⚠️ VOORZICHTIG
Berg de kettingzaag nooit langer op dan 30 dagen zonder de volgende stappen te doorlopen.
Als u een kettingzaag vermoedelijk langer dan 30 dagen wilt opbergen, moet deze hiervoor geschikt worden gemaakt. Anders zal de in de carburateur aanwezige, resterende brandstof verdund worden en kan een rubberachtig bezinksel achterblijven. Hierdoor wordt het starten moeilijker en zullen er kostbare reparatiewerkzaamheden moeten worden uitgevoerd.
- Verwijder langzaam het deksel van de tank om eventuele druk in de tank af te bouwen. Leeg de tank voorzichtig.
- Start de motor en laat deze draaien tot de motor stopt om het oude brandstof uit de carburateur te verwijderen.
- Laat de motor afkoelen (ca. 5 minuten).
- Verwijder de bougie. Hiervoor heeft u het mee-geleverde bougiesleutel-schroevendraaier-combigereedschap nodig.
- Doe een theelepel schoon 2-takt-motorolie in de verbrandingsruimte.
- Trek nu meerdere keren langzaam aan de start-kabel om de interne componenten van een olie te voorzien. Plaats de bougie weer terug.
Heringebruikname van de zaag
- Verwijder de bougie.
- Trek snel aan de startkabel om overtollige olie uit de verbrandingsruimte te verwijderen.
- Reinig de bougie en let op de juiste elektrodeafstand op de bougie; of plaats een nieuwe bougie met de juiste elektrodeafstand.
- Bereid de kettingzaag voor gebruik voor.
- Vul de brandstoftank met het juiste brandstof-olie-mengsel.
- Vul de kettingolie in de tank voor kettingolie bij.
12. Transport
Om de zaag te transporteren, leest u de benzinetank. Verwijder grof vuil uit de zaag met een borstel of een handveeg.
13. Afvalverwijdering en recyclage
Aanwijzingen op de verpakking


De verpakkingsmaterialen zijn recyclebaar. Verpakkingen milieuvriendelijk afvoeren.
Informatie over het afvoeren van versleten apparatuur kunt u opvragen bij uw gemeente.
Brandstoffen en oliën
- Voor het afvoeren van het apparaat moeten de brandstoftank en het motorreservoir worden geleegd!
- Brandstof en motorolie horen niet bij het huishoudelijke afval of in het riool, maar moeten worden ingezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!
- Lege olie- en brandstoftanks moet milieuvriendelijk worden afgevoerd.
14. Verhelpen van storingen
Onderstaande tabel bevat een lijst met foutsymptomen en legt uit wat u kunt doen om het probleem te verhelpen als uw zaag niet goed werkt. Als het probleem aanhoudt nadat de lijst is doorlopen, moet u contact opnemen met het dichtstbijzijnde servicepunt.
BELANGRIJK!
Aanwijzing voor het verzenden van de zaag naar een servicepunt:
Om veiligheidsredenen moet u ervoor zorgen dat de zaag bij de retourzending geen resten van olie of benzine meer bevat!
Service-informatie
U moet er rekening mee houden dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan een slijtage door gebruik of een natuurlijke slijtage, resp. dat de volgende delen nodig zijn als verbruiksmaterialen.
Slijtstukken*: zaagketting, zwaard, zaagkettingolie, motorolie, tandwiel, kettingvanger, bougie, luchtfilter, brandstof filter, zaagketting olie filter
* niet verplicht bij de leveringsomvang begrepen!
Reserveonderdelen en accessoires zijn verkrijgbaar bij ons servicecentrum. Scan hiervoor de QR code op de voorpagina.
Goedgekeurde snijapparatuur
| kettingzaag 3/8LP-57 (7910100735) |
| geleiderail AP16-57-507P (7910100736) |
| kettingzaag Oregon 91P057X |
| geleiderail Oregon 160SDEA041 |
| Schema voor foutopsporing | ||
| Storing Mogelijke oorzaak Oplossing | ||
| De motor start niet, of start maar slaat niet aan. | Verkeerde startprocedure. | Neem de aanwijzingen in deze handleiding in acht. |
| Verkeerd ingesteld carburateurmengsel. | Laat de carburateur afstellen door een erkende servicedienst. | |
| Vervuilde bougie. | Reinig de bougie, stel deze af of vervang deze. | |
| Verstopt brandstofffilter. Vervang het brandstofffilter. | ||
| De motor start, maar draait niet met vol vermogen. | Vuil luchtfilter | Verwijder en reinig het luchtfilter en plaats het weer terug. |
| Verkeerd ingesteld carburateurmengsel. | Laat de carburateur afstellen door een erkende servicedienst | |
| Motor sputtert | Verkeerd ingesteld carburateurmengsel. | Laat de carburateur afstellen door een erkende servicedienst. |
| Geen vermogen bij belasting Verkeerd afgestelde bougie. | Reinig de bougie, stel deze af of vervang deze. | |
| De motor draait onregelmatig | Verkeerd ingesteld carburateurmengsel. | Laat de carburateur afstellen door een erkende servicedienst. |
| Overmatige rookontwikkeling. Onjuist | brandstofmengsel. | Gebruik het juiste brandstofmengsel (verhouding 40:1). |
| Geen vermogen bij belasting | Zaagketting bot of zaagketting zit los | Slijp de zaagketting of plaats een nieuwe zaagketting - span de zaagketting |
| De motor sterft af | Brandstoftank leeg of brandstofffilter verkeerd in de brandstoftank geplaatst | Vul de brandstoftank bij Vul de brandstoftank helemaal of plaats het brandstofffilter op de juiste wijze in de brandstoftank |
| Onvoldoende smering van de zaagketting (geleideblad en zaagketting worden heet) | Kettingzaagolietank leeg Vul de kettingzaagolietank bij | |
| Oliekanalen verstopt | Reinig de onderhoudsopening in het geleideblad Reinig de groef van het geleideblad | |
| Saekett 3/8LP-57 (7910100735) | |
| Juhtplaat AP16-57 | -507P (7910100736) |
| Saekett Oregon 91 | P057X |
| Juhtplaat Oregon | 160SDEA041 |
Zichtbare gebreken moeten binnen de 8 dagen na ontvangst van de goederen worden gemeld, zo niet verliest de verkoper elke aanspraak op grond van deze gebreken. Onze machines worden geleverd met een garantie voor de duur van de wettelijke garantietermijn. Deze termijn gaat in vanaf het moment dat de koper de machine ontvangt. De garantie houdt in dat wij elk onderdeel van de machine dat binnen de garantietermijn aantoonbaar onbruikbaar wordt als gevolg van ma-
teriaal- of productiefouten, kosteloos vervangen. De garantie vervalt echter bij verkeerd gebruik of verkeerde behandeling van de machine. Voor onderdelen die wij niet zelf produceren, geven wij enkel de garantie die wij zelf krijgen van de oorspronkelijke leverancier. De kosten voor de montage van nieuwe onderdelen vallen ten laste van de koper. Eisen tot het aanbrengen van veranderingen of het toestaan van een korting en overige schadeloosstellingsclaims zijn uitgesloten.
Garantía ES
Zichtbare gebreken moeten binnen 8 dagen na ontvangst van de goederen worden gemeld, anders verliest de koper elk recht op aanspraak voor dergelijke gebreken. Bij een juiste behandeling van onze machines en gedurende de wettelijke garantietermijn vanaf de aflevering bieden wij garantie door elk machineonderdeel, dat tijdens deze periode door materiaal- of productiefouten
onbruikbaar zou worden, gratis te vervangen. Voor onderdelen die wij niet zelf produceren, bieden wij enkel garantie in de mate die de toeleveranciers ons bieden. De kosten voor de plaatsing van de nieuwe onderdelen draagt de koper. Aanspraken voor wijzigingen, waardevermindering en overige schadeloosstelling zijn uitgesloten.



























