WGG78A - Grillplaat MBM - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis WGG78A MBM in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over WGG78A MBM
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grillplaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding WGG78A - MBM en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. WGG78A van het merk MBM.
GEBRUIKSAANWIJZING WGG78A MBM
Gevaaraanduidingen. On- middellijk gevaarlijke situatie die ernstig letsel of de dood kan veroorzaken. Mogelijk ge- vaarlijke situatie die ernstig letsel of de dood kan veroorzaken.

Hoogspanning! Let op! Levensgevaar! De niet-naleving kan leiden tot ernstig letsel of de dood

Gevaar voor hoge tempera- turen, de niet-naleving kan leiden tot ernstig letsel of de dood.

Gevaar voor lekkages van materiaal met hoge temperaturen, de niet-naleving kan leiden tot ernstig letsel of de dood.

Gevaar voor beknelling van ledematen tijdens de verplaatsing en/of plaatsing, de naleving kan leiden tot ernstigel of de dood.

Verbodsaanduidingen.
Verbod op alle werkzaamheden door onbevoegde personen (inclusief kinderen, gehandicapten en mensen met verminderde lichamelijke, zintuiglijke en verstandelijke vermogens). Verbod op alle werkzaamheden door de heterogene operator (onderhoud en/of andere) die onder de gekwalificeerde technische bevoegdheid vallen. Het is de homogene operator verboden enige werkzaamheden te verrichten (installatie, onderhoud en/of andere) zonder eerst de volledige documentatie te raadplegen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en onderhoud mag niet door kinderen worden gedaan zonder toezicht.

Gebodsaanduidingen.
Verplichting om de instructies te lezen alvorens enige aamheid te verrichten.

Verplichting om de stroomtoe- voer stroomopwaarts van het apparaat af te sluiten, telkens in veilige omstandigheden t werken.

Veiligheidsbril verplicht.

Veiligheidshandschoenen verplicht.

Veiligheidshelm verplicht.

Veiligheidsschoenen ver- plicht.

Andere aanduidingen. In-structies voor het correct uitvoeren van een procedure, niet-naleving kan leiden tot gevaarlijke situatie.

Tips en suggesties voor het correct uitvoeren van een procedure

“Homogene” operator (ge-kwalificeerde technicus) /
Ervaren operator, bevoegd voor de hantering, transport, installatie, onderhoud, reparatie, en ontmanteling van de apparatuur.

"Heterogene" operator (Operator met beperkte begdheden en taken).
Persoon die gemachtigd en gelastigd wordt met de bediening van de apparatuur met actieve veiligheidsvoorzieningen, in staat om eenvoudige taken uit te voeren.

Symbool van de aarding.

Symbool aansluiting op het equipotentiale systeem.

Verplichting om te voldoen aan de geldende normen voor de afvalverwerking.

ALGEMENE INFORMATIE VOOR DE VEILIGHEID
1.
VOORWOORD / Dit document is op-gesteld door de fabrikant in zijn eigen taal (Italiaans). De in dit document opgenomen informatie is voor het ex-clusieve gebruik door operatoren bevoegd voor de bediening van de apparatuur in kwestie.
De operatoren moeten worden opgeleid met betrekking tot alle aspecten van de werking en de veiligheid. Speciale veiligheidseisen (Verplichting-Verbod-Risico) zijn vermeld in het daaraan gewijde specifieke hoofdstuk. Dit document mag niet ter inzage aan derden worden gegeven zonder schriftelijke toestemming van de fabrikant. De tekst mag zonder schriftelijke toestemming van de fabrikant niet gebruikt worden in andere publicaties. Het gebruik van: Tekeningen/Afbeeldingen/Illustraties/Schema's in het document is enkel indicatief en kan aan wijzigingen onderhevig zijn. De fabrikant behoudt zich het recht voor om wijzigingen aan te brengen zonder dit te moeten meedelen.
DOEL VAN HET DOCUMENT / le- dere interactie tussen de bediener en het apparaat tijdens de hele levenscyclus van het toestel werd aandachtig geanalyseerd, zowel tijdens de ont- werpfase als tijdens de opmaak van dit document. Wij hopen dan ook dat deze documentatie kan bijdragen tot het handhaven van de kenmerkende efficiëntie van de apparatuur. Wan- neer de weergegeven instructies strikt worden opgevolgd wordt het risico op arbeidsongevallen en/of economische schade tot een minimum beperkt.
HET DOCUMENT LEZEN / Het document is onderverdeeld in hoofdstukken die per onderwerp alle informatie verzamelen die nodig is om het apparaat zonder risico's te bedienen. Elk hoofdstuk is onderverdeeld in paragrafen, elke paragraaf kan preciseringen hebben met een ondertitel en een beschrijving.
HET DOCUMENT BEWAREN / Dit document en alles wat in het zakje erbij zit, maakt integraal deel uit van de originele levering en moet daarom goed worden bewaard en gebruikt geduren-de de gehele levensduur van de apparatuur.
DOELGROEP / Dit document is ge-structureerd voor:
- "Homogene operator" (gespecialiseerde en bevoegde technicus), dit betekent alle operatoren die bevoegd zijn voor het verplaatsen, het transport, de installatie, het onderhoud, de reparatie en de ontmanteling van de apparatuur.
- "Heterogene" operator (operator met beperkte bevoegdheden en taken). Bevoegde persoon, met als opdracht het apparaat met actieve beschermingen te laten werken, en in staat om taken van gewoon onderhoud uit te voeren (schoonmaak van het apparaat).
TRAININGSPROGRAMMA OPERATOREN / Op uitdrukkelijk verzoek van de gebruiker is het mogelijk de operatoren belast met het gebruik, de installatie en het onderhoud van de apparatuur te trainen volgens de in de orderbevestiging vermelde procedure.
VOORBEREIDENDE WERK-ZAAMHEDEN DOOR DE KLANT
/ In afwezigheid van eventuele andere contractuele overeenkomsten zijn normaal gesproken ten laste van de klant:
- voorbereiding van de ruimtes (met inbegrip van eventueel benodigd met-selwerk, funderingen of leidingen);
- antislip vloer zonder oneffenheden;
- voorbereiding van de plaats van installatie en de installatie van de apparatuur zelf met inachtneming van de in de lay-out (fundatieplan) vermelde afmetingen;
• voorbereiding van de eigen bedrijfsinstallatie geschikt voor de behoeften van het systeem (bijv. elektriciteitsvoorziening, watervoorziening, gasaansluiting, afvoernetwerk); - aanleg van de elektrische installatie in overeenkomst met de plaatselijk geldende regelgeving;
- voldoende verlichting in overeenkomst met de plaatselijk geldende regelgeving
- eventuele vóór en na de elektriciteitsvoorziening geplaatste veiligheidsvoorzieningen (aardlekschakelaars, equipotentiale aardingssystemen, veiligheidskleppen, enz.) zoals bepaald door de plaatselijk geldende wetgeving;
- aardingssysteem in overeenstemming met de plaatselijk geldende regelgeving
- indien nodig, de aanleg van een wateronthardingssysteem (zie technische specificaties).
INHOUD VAN DE LEVERING / De inhoud van de levering varieert naargelang de bestelorder.
• Apparaat • Deksel/Deksels
• Metalen mand/Metalen manden
- Steunrooster mand • Leidingen en/of kabels voor aansluiting op de energiebronnen (enkel in de voorziene gevallen die in de werk- order aangegeven zijn). • Kit voor wijziging gassoort, door de fabrikant geleverd
GEBRUIKSBESTEMMING /
Dit apparaat is voor professioneel gebruik bedoeld. Het gebruik van de in deze documentatie beschreven apparatuur moet worden beschouwd als "Beoogd Gebruik" indien toegepast voor het koken of regenereren van voedingsmiddelen; elk ander gebruik moet gezien worden als "Oneigenlijk Gebruik" en dus gevaarlijk.
Deze apparaten zijn bestemd voor com-
merciële activiteiten (bijv. restaurant-keukens, grootkeukens, ziekenhuiskeukens, enz.) en commerciële bedrijven (bijv. bakkerijen, slagerijen, enz.) maar niet voor continue seriële productie van voedingswaren.
De apparatuur moet worden gebruikt onder de in het contract vermelde voorwaarden en binnen de toelaatbare intensiteit zoals beschreven en vermeld in de betreffende paragrafen. Gebruik uitsluitend originele accessoires en reserveonderdelen die door de fabrikant worden geleverd, zodat de overeenstemming met de geldende normen behouden blijft.
TOEGELATEN OMSTANDIGHE- DEN VOOR DE WERKING / De ap- paratuur is uitsluitend ontworpen voor bedrijf in ruimtes met de beschreven technische beperkingen en intensiteit. Om een optimale werking en veilig- heidsomstandigheden te verkrijgen moeten de volgende indicaties in acht worden genomen. De installatie van de apparatuur moet plaatsvinden op een geschikte plaats waar de normale han- delingen voor de bediening en gewoon en buitengewoon onderhoud mogelijk zijn. De ruimte moet derhalve geschikt zijn voor eventuele onderhoudswerk- zaamheden, op dusdanige wijze dat de veiligheid van de operator niet in gevaar wordt gebracht. De ruimte moet verder ook beschikken over de voor de installatie vereiste eigenschappen:
• maximale relatieve vochtigheid: 80%;
- minimum temperatuur van het koelwater > + 10 °C;
- een antislip vloer en de perfecte waterpas plaatsing van de apparatuur;
- de ruimte moet beschikken over systemen voor ventilatie en verlichting zoals voorgeschreven door de plaatselijk geldende regelgeving;
- de ruimte moet beschikken over een afvoer van afvalwater, alsook over schakelaars en afsluiters om indien nodig elke vorm van toevoer
stroomopwaarts van de apparatuur te blokkeren;
- De muren/oppervlakken in de directe nabijheid van/in contact met de apparatuur moeten vlamvertragend zijn en/of geïsoleerd worden van de mogelijke warmtebronnen.
KEURING EN GARANTIE /
Keuring: de apparatuur is getest door de fabrikant tijdens de montage op de plaats van de productie. Alle certificaten met betrekking tot de uitgevoerde tests worden op verzoek aan de klant geleverd.
Garantie: de garantie is 12 maanden geldig vanaf de factuurdatum van het apparaat. Deze duur kan niet worden verlengd. Het dekt te vervangen defecte onderdelen, die door de koper moeten worden vervoerd. De elektrische onderdelen, de accessoires en alle andere verwijderbare voorwerpen worden niet gedekt door de garantie. De arbeidskosten voor ingrepen van door de fabrikant geautoriseerde technici op de site van de klant voor het verwijderen van de door de garantie gedekte defecten zijn voor rekening van de dealer.
Alle eventueel door de fabrikant samen met de machine geleverde werktuigen en eenmalige onderdelen vallen niet onder de garantie. De ingrepen voor buitengewoon onderhoud of die het gevolg zijn van een onjuiste installatie worden niet gedekt door de garantie. De garantie is alleen geldig ten opzichte van de oorspronkelijke koper. De fabrikant is verantwoordelijk voor het apparaat in zijn originele configuratie en voor enkel originele vervangen reserveonderdelen. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor oneigenlijk gebruik van de apparatuur, voor schade als gevolg van handelingen die niet in deze handleiding opgenomen zijn en niet voorafgaand door de fabrikant goedgekeurd zijn.
DE GARANTIE VERVALT IN GE- VAL VAN / • Schade veroorzaakt door het transport en/of de verplaats- sing; in deze gevallen moet de klant
de tussenhandelaar en de transporteur hierover informeren (bijv. via mail en/of de website) en de gebeurtenissen op de kopieën van de vervoersdocumenten noteren. De technicus die voor de installatie van de apparatuur bevoegd is, zal op basis van de schade oordelen of de installatie mogelijk is. De garantie vervalt eveneens in aanwezigheid van: • Schade veroorzaakt door onjuiste installatie.
- Schade veroorzaakt door slijtage van de onderdelen door oneigenlijk gebruik.
- Schade veroorzaakt door het gebruik van niet-originele onderdelen.
- Schade veroorzaakt door slecht onderhoud en/of schade veroorzaakt door gebrek aan onderhoud.
- Schade veroorzaakt door de niet-na-leving van de in dit document beschreven procedures.
VERGUNNING / De vergunning is de toestemming voor het ondernemen van een activiteit met betrekking tot de apparatuur. De vergunning wordt afgegeven door degene die verantwoordelijk is voor de apparatuur (fabrikant, koper, ondertekenaar, tussenhandelaar en/of eigenaar van de onderneming).
TECHNISCHE GEGEVENS en AF-BEELDINGEN / Deze paragraaf bevindt zich op het einde van deze handleiding.

Elke technische wijziging heeft een impact op de werking of de veiligheid van de apparatuur en moet derhalve worden verricht door technisch personeel van de fabrikant of door deze uitdrukkelijk gemachtigde technici. Zo niet, wordt elke aansprakelijkheid af voor wijzigingen of schade die daaruit zou kunnen ontstaan door de fabrikant afgewezen.

Bij ontvangst en vóór gebruik de integriteit van de apparatuur en zijn onderdelen (bijv. netsnoer) controleren; in aanwezigheid van afwijkingen de apparatuur niet in werking stellen en met het dichtstbijzijnde assistentiecentrum contact opnemen.

Lees de instructies alvorens enige handeling te verrichte



Beschermende uit- rusting dragen die geschikt is voor de uit te voeren handelingen. Met betrekking tot de individuele beschermings-
middelen heeft de Europese Gemeenschap richtlijnen vastgesteld waaraan de operatoren verplicht moeten voldoen. Geluid ≤ 70 dB

Verboden de enkele appara- tuur te installeren ZONDER kit tegen omvallen (ACCESSOI- Behalve uitvoeringen TOP.

De technische gegevens zoals vermeld op het typeplaatje van de apparatuur en weergegeven in handleiding controleren alvorens nsluitingen tot stand te brengen. absoluut verboden om met de es en pictogrammen die op de natuur zijn aangebracht te knoei-om ze weg te nemen.

Op de stroomopwaarts van de apparatuur geplaatste voedingsbronnen (water-gas-elek-t) moeten vergrendelingsinrichworden geïnstalleerd waarmee edingen kunnen worden uitge-, telkens wanneer men in veilige ndigheden moet werken.
Sluit de apparatuur in de juiste volgorde aan op de watervoorziening en de afvoer, dan op het gasnet (controleer op lekkages) en vervolgens op de elektriciteitsvoorziening.
De apparatuur is niet ontworpen om te werken in een explosieve atmosfeer en derhalve zijn installatie en gebruik in dergelijke omgevingen absoluut verboden.
De gehele structuur plaatsen met inachtneming van de afmetingen en kenmerken voor installatie zoals beschreven in de betreffende hoofdstukken van deze handleiding.
De apparatuur is niet geschikt voor een ingebouwde installatie. / De apparatuur moet werken in goed geventileerde ruimten. / De afvoeren van de apparatuur moeten vrij zijn (niet belemmert of geblokkeerd door vreemde voorwerpen).
Het gasapparaat moet worden geplaatst onder een afzuigkap met technische eigenschappen in overeenstemming met de plaatselijk geldende regelgeving.
Eenmaal aangesloten op de energiebronnen en de afvoer moet de apparatuur statisch blijven (niet verplaatsbaar) op de voor het gebruik en onderhoud gekozen plek. Een onjuiste aansluiting kan gevaar veroorzaken.
Zorg, waar nodig voor aansluiting op de elektriciteitsvoorziening, voor een flexibele kabel met rubber isolatie van tenminste het type H07RN-F. De door de kabel getolereerde voedingsspanning mag, bij functionerend apparaat, niet afwijken van de in de tabel technische gegevens vermelde waarde van de nominale spanning ± 15%.
De apparatuur moet worden opgenomen in een "Equipotenti-aal" aardingssysteem.
Indien aanwezig, moet de afvoer van de apparatuur op open wijze worden aangesloten op het netwerk voor afvoer van afvalwater met een "beker" zonder sifon.
De apparatuur mag alleen voor de aangegeven doeleinden worden gebruikt. Enig ander gebruik moet worden beschouwd als "ONEIGENLIJK" en derhalve kan de fabrikant niet aansprakelijk worden gesteld voor hierdoor veroorzaakte schade aan personen of voorwerpen.
Speciale veiligheidseisen (Verplichting-Verbod-Risico) zijn vermeld in het daaraan gewijde specifieke hoofdstuk.
De openingen en/of ventilatiespleten voor aspiratie of warmteafvoer mogen niet worden afgedicht.
Laat geen voorwerpen of brandbare materialen in de buurt van de apparatuur.
Alle vormen van voeding (water - gas - elektriciteit)
vóór de apparatuur afsluiten, telkens men in veilige omstandigheden moet handelen.
Telkens wanneer men binnen moet werken (aansluitingen, inbedrijfstelling, controlehandelingen, enz.) moet het apparaat in overeenkomst met de veiligheidsvoorwaarden worden voorbereid (demontage panelen, afsluiten van water-, gas- en elektriciteitsvoorziening).
VOOR DE OPERATOREN VEREISTE TAKEN EN KWALIFICATIES
Het is de homogene/heterogene operator verboden enige werkzaamheden te verrichten (installatie, onderhoud en/of andere) zonder eerst de volledige documentatie te raadplegen.


De in dit document vermelde informatie is bedoeld voor gebruik door de gekwalificeerde technische operator, bevoegd voor de verplaatsing, installatie en onderhoud van de apparatuur in kwestie.


De informatie vermeld in dit document is voor gebruik door de "heterogene" operator (operator met beperkte competenties en taken). Bevoegde persoon, met als opdracht het apparaat met actieve beschermingen te laten werken, en in staat om taken van gewoon onderhoud uit te voeren (schoonmaak van het apparaat).

De operatoren en gebruikers moeten worden opgeleid met betrekking tot alle aspecten van de werking en de veiligheid. Ze moeten in hun samenwerking de vereiste veiligheidsnormen respecteren.

De "heterogene" operator moet het apparaat bedienen nadat de voorziene technicus de installatie heeft beëindigd (transport, bevesti- ging, aansluitingen op elektriciteit, wa- ter, gas en afvoer).
WERKZONES EN GEVAARLIJKE ZONES / Voor het beter omschrijven van het toepassingsgebied en de betreffende werkzones, wordt de volgende classificatie gehanteerd:
- Gevaarlijke zone: elke zone in en/of in de buurt van een machine waar-in de aanwezigheid van een blootgesteld persoon een risico inhoudt voor de veiligheid en de gezondheid van deze persoon.
- Blootgesteld persoon: elke persoon die zich volledig of gedeeltelijk in een gevarenzone bevindt.

Tijdens de werking moet een min- nimum afstand van de apparatuur in acht genomen worden om geen afbreuk te doen aan de veiligheid van de
operator in onverwachte voorvallen.
Volgende zones worden eveneens als gevaarlijke zones beschouwd / • Alle werkzones vanbinnen in de apparatuur
- Alle zones beschermd door passende beschermings- en beveiligings-systemen zoals foto-elektrische fotocellen, beschermende panelen, onderling vergrendelde deuren, beschermende behuizingen.
- Alle zones binnen bedieningspanelen, schakelkasten en klemmenkasten.
- Alle gebieden rondom de functionerende apparatuur indien de minimum veiligheidsafstanden niet in acht genomen worden.
BENODIGDHEDEN VOOR DE INSTALLATIE /
In het algemeen moet de bevoegde technische operator voor de correcte verrichting van de installatiewerkzaamheden beschikken over geschikt gereedschap zoals:
- Platte schroevendraaiers van 3 en 8 mm en een middelgrote kruisschroevendraaier
- Verstelbare pijpentang
- Hulpmiddelen voor gas (slangen, afdichtingen enz.)
- Elektricien schaar
- Hulpmiddelen voor water (slangen, afdichtingen enz.)
- Zeskantsleutel 8 mm
- Gaslek detector
- Hulpmiddelen voor elektriciteit (kabels, aansluitklemmen, industriële contactdozen enz.)
- Steek- en moersleutels 8 mm
- Volledige installatiekit (elektriciteit, gas, enz.)

Verder is er naast het vermelde gereedschap ook een hefwerktuig nodig voor het heffen van de ap- ur; dit werktuig moet aan alle voor Idelen geldende normen voldoen.
INDICATIE BETREFFENDE BLIJVENDE RISICO'S / Ondanks
de toepassing van regels voor "goe- de bouwtechniek" en de wettelijke be- palingen die de fabricage en de ver- koop van het product regelen, blijven er echter "blijvende risico's" bestaan waarvan de eliminatie, als gevolg van de aard van de apparatuur, niet moge- lijk was. Deze risico's omvatten:

BLIJVEND RISICO VOOR
ELEKTROCUTIE / Dit risico bestaat in geval men een interventie moet doen op elektrische en/of elektronische voorzieningen die onder spanning staan.

BLIJVEND RISICO VOOR
BRANDWONDEN / Dit risico bestaat in geval men toevallig in contact komt met materialen die zeer heet zijn.

BLIJVEND RISICO VOOR BRANDWONDEN WANNEER ER MATERIAAL NAAR BUI-
TEN KOMT / Dit risico bestaat in geval men toevallig in contact komt met naar buiten komende materialen die zeer heet zijn. Recipiënten die te vol zijn met vloeistoffen en/of vaste stoffen die tijdens de verwarmingsfase van morfologie veranderen (overgaan van een vaste naar vloeibare toestand) kunnen oorzaak zijn van brandwonden indien op een verkeerde manier gebruikt. Tijdens de bewerkingsfase moeten de gebruikte recipiënten op gemakkelijk zichtbare niveaus worden geplaatst.

BLIJVEND RISICO VOOR VERPLETTERING VAN DE LEDE-
MATEN / Dit risico treedt op wanneer men onopzettelijk contact maakt tussen de delen tijdens de plaatsing, het
transport, de opslag, het assembleren en het gebruik van de apparatuur.

BLIJVEND RISICO VOOR
ONTPLOFFING / Dit risico bestaat bij: • Aanwezigheid van gasgeur in de omgeving;
- gebruik van het apparaat in een atmosfeer die stoffen met ontploffingsgevaar bevat;
- gebruik van eetwaren in gesloten recipienten (bijvoorbeeld bokalen en blikjes) indien deze niet geschikt zijn voor die toepassing;
- gebruik van ontvlambare vloeistoffen (bijvoorbeeld alcohol).

BLIJVEND RISICO VOOR
BRAND / Dit risico bestaat bij: gebruik van ontvlambare vloeistoffen/materialen.
WERKWIJZE IN GEVAL VAN GASLUCHT IN DE RUIMTE - ZIE PAR. ILL - REF. a).

In geval van gaslucht in de ruimte is het verplicht om de hierna beschreven procedure
met uiterste voorzichtigheid te verrichten.
- Onmiddellijk de gasvoorziening onderbreken (de gaskraan sluiten - detail A).
- De ruimte onmiddellijk ventileren.
- Geen enkel elektrisch apparaat in de ruimte activeren (details B-C-D).
- Geen enkel apparaat activeren dat vonken of vlammen kan maken (details B-C-D).
- Gebruik een, aan de ruimte waar de gaslucht was, extern communicatie-middel om de bevoegde entiteiten te waarschuwen (elektriciteitsbedrijf en/of brandweer).

Zie "Algemene informatie voor de veiligheid" vooraleer de handelingen uit te voeren.
VERPLICHTINGEN - VERBODEN - ADVIES - AANBEVELINGEN

Bij ontvangst de verpakking van de machine openen en controle- ren dat de machine en de accessoires tijdens het transport geen schade hebben opgelopen; in dat geval de transporteur hierover onmiddellijk informeren en niet verder gaan met de installatie maar het gekwalificeerde en bevoegde personeel raadplegen. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade veroorzaakt tijdens het transport.
VEILIGE VERPLAATSING

Het niet in acht nemen van de hieronder beschreven instructies heeft de blootstelling aan gevaar op ernstig tot gevolg.

De operator die bevoegd is voor de verplaatsing en installatie van de apparatuur moet, indien nodig, een "veiligheidsplan" voorbereiden ter bescherming van de veiligheid van de bij de handelingen betrokken personen. Verder moeten de wetten en normen met betrekking tot verplaatsbare werkplaatsen strikt en nauwgezet worden toegepast en in acht worden genomen.

Zorg ervoor dat de gebruikte hijsmiddelen beschikken over een voldoende capaciteit voor heffen lading en in goede staat nderhoud verkeren.

Voor de handelingen voor verplaatsing moeten hefmiddelen worden gebruikt die beschikken over voldoende capaciteit voor het gewicht van de apparatuur vermeerderd met 20%.

Volg de op de verpakking en/of de apparatuur vermelde aanwijzin-
gen alvorens de verplaatsing te beginnen.

Bepaal het zwaartepunt van de lading alvorens de apparatuur te heffen.

De apparatuur op een minimale afstand vanaf de vloer heffen om plaatsing ervan mogelijk te maken.

Tijdens het opheffen of de verplaatsing niet onder de appara-poorlopen of blijven staan.
VERPLAATSING EN TRANSPORT - ZIE PAR. ILLUSTRATIES - REFERENTIE b).

De positie van de ingepakte apparatuur moet worden behouden volgens de indicaties van ctogrammen en opschriften op itenkant van de verpakking.
- Bij het positioneren van het hefmiddel het zwaartepunt van de te heffen lading controleren (detail B - C).
- De apparatuur heffen net zoveel als genoeg is voor de verplaatsing.
- De apparatuur positioneren op de voor de opstelplaats gekozen plek.
OPSLAG / De opslagmethoden van de materialen moeten voorzien in pallets, recipienten, transportbanden, voertuigen, gereedschappen en hijsmiddelen die beschikken over dusdanige kenmerken dat schade door trillingen, botsingen, frictie, corrosie, temperatuur of andere mogelijke omstandigheden vermeden wordt. De opgeslagen onderdelen moeten regelmatig gecontroleerd worden op eventuele degradatie.
VERWIJDERING VAN DE VERPAKKING

De verwijdering van de verpak- kingsmaterialen is ten laste van de ontvanger en moet in over- omst ven de plaatselijk geldende en gebeuren.
- De bovenste en laterale hoekbeschermingen in volgorde verwijderen.
- Al het voor de verpakking gebruikte beschermend materiaal verwijderen.
- De apparatuur net voldoende heffen en de pallet verwijderen.
- De apparatuur op de vloer positioneren.
- Het gebruikte hefmiddel afvoeren.
- Het zone van de werkzaamheden van al het verwijderde materiaal ontdoen.

Na de verwijdering van de verpakking mogen er geen wijzigingen, deuken of andere afwijkingen zijn.
Neem anders onmiddellijk contact op met de assistentiedienst.
VERWIJDERING VAN HET BESCHERMENDE MATERIAAL / De apparatuur is aan de buitenkant beschermd met een laag kleeffolie die na het voltooien van de positionering handmatig moet worden verwijderd. De buiten- en de binnenkant van de apparatuur zorgvuldig reinigen en van al de voor de onderdelen gebruikte beschermende materialen ontdoen.

Let goed op de roestvrijstalen oppervlakken niet te beschadigen; in het bijzonder mogen geen bijten-
de producten, schurende materialen of scherp gereedschap worden gebruikt.

Bij de reiniging van de appara- tuur geen directe waterstraal of hogedrukspuit gebruiken.

Gebruik geen agressieve materialen (PH<7) zoals oplosmiddelen om het apparaat schoon te maken. Lees aandachtig de aanwijzingen op het etiket van de gebruikte schoonmaakproducten. Draag een beschermingsuitrusting die geschikt is voor de uit te voeren werkzaamheden (Zie beschermingsmiddelen vermeld op het etiket van de verpakking).

De oppervlakken met drinkwater schoonspoelen en drogen met een absorberende doek of an-
der niet schurend materiaal.
REINIGING VOOR DE EERSTE IN- WERKINGSTELLING /
Met behulp van een gewone handspuit de schoonmaakvloeistof over het gehele binnen-oppervlak aanbrengen en het oppervlak met een niet-schurende spons zorgvuldig schoonmaken.
Daarna de binnenkant goed met drinkwater schoonspoelen. De vloeistof met het schoonmaakmiddel en/of andere onzuiverheden door de afvoeropening laten wegstromen.
Na het voltooien van de beschreven handelingen met een niet-schurende doek zorgvuldig drogen. Herhaal indien nodig de eerder beschreven verrichtingen voor een nieuwe reinigingscyclus.
Ook de afneembare onderdelen met schoonmaakmiddel en drinkwater reinigen en drogen. Daarna de afneembare onderdelen in de desbetreffende behuizingen van de verschillende apparaten terugplaatsen.
WATERPAS PLAATSEN EN VASTZETTEN - ZIE PAR. ILLUS-TRATIES - REFERENTIE c)
De apparatuur op de correct voorbereide werkplek positioneren (zie toegestane werkings- en milieuvoorwaarden).
Het waterpas plaatsen en het vastzetten moet gezien worden als de afstelling van de apparatuur als een onafhankelijke eenheid.
Plaats een waterpas op de structuur (detail D).
De stelvoeten (detail E) volgens de aanwijzing van de waterpas regelen.

De perfecte waterpas plaatsing wordt verkregen door de waterpas en de stelvoeten over de gebreedte en diepte van het appa-e regelen.
MONTAGE IN GROEP / ZIE PAR. IL- LUSTRATIES - REF. d)
Bij de voorziene modellen, verwijder de knoppen en draai de schroeven voor de bevestiging van het dashboard (det. F).
Ontvlambare wanden / De minimale afstand van de apparatuur tot de zijwanden moet 10 cm zijn en tot de achterwand moet dit 20 cm zijn. Als deze afstand minder bedraagt, dan moet u de wanden tegen de apparatuur isoleren met brandwe- rende en/of isolerende behandelingen.
Installeer de machines zodat elk onopzettelijk contact met hete oppervlakken uitgesloten is, inclusief contact met hete verbrandingsgassen die uit de schoorsteen komen (zie identificatie met pictogram Hoge temperaturen en beschrijving pg.2), voor personen die in de werkomgeving
voorbijkomen en/of er werkzaamheden uitvoeren.
Plaats de apparaten zo dat de zijkanten perfect aansluiten (det. G). Nivelleer de apparaten zoals eerder beschreven (detail E).
Plaats de schroeven in hun zittingen en blokkeer de twee structuren met de borgmoeren (det. H1-H3).
Plaats de beschermdoppen terug tussen de apparaten (det. H2).
INVOEGEN WERKSTATION (OPTIONEEL) ZIE PAR. ILL - REF. d)
Voor het invoegen moet het werkstation gepositioneerd en bevestigd worden met de meegeleverde schroeven (detail L1).
Na het voltooien van de beschreven handelingen moeten de instrumentenborden en de knoppen van de verschillende apparaten in hun zittingen worden teruggeplaatst.

AANSLUITING OP DE ENERGIEBRONNEN

Zie "Algemene informatie voor de veiligheid" vooraleer de handelingen uit te voeren.

Deze handelingen moeten worden uitgevoerd door gekwalificeerde en bevoegde technioperatoren, in overeenkomst de geldende betreffende wetten het gebruik van geschikt en beven materialen

De apparatuur wordt geleverd zonder netsnoeren en zonder buizen voor de aansluiting op water- en gasvoorzieningen en voer
GAS-AANSLUITING ZIE PAR. ILLUSTRATIES - REFERENTIE e)
Kenmerken van de plaats van installatie / Het lokaal waar het apparaat (type A1 onder kap) wordt geïnstalleerd, moet aan de volgende kenmerken beantwoorden: Geventileerde ruimte, volgens de voorschriften van de plaatselijk geldende regelgeving. De afzuigkap boven de apparatuur moet gedurende de werking van de apparatuur functioneren.
De afstand tussen de apparatuur en het filter van de afzuigkap moet ten minste 20 cm zijn.

Eenmaal aangesloten op de energiebronnen en de afvoer moet de apparatuur statisch blijven (niet verplaatsbaar) op de voor het gebruik en onderhoud gekozen plek.
Op het netwerk moet stroomopwaarts van de algemene voedingsleiding een veiligheidsklep geïnstalleerd worden, gemakkelijk herkenbaar en toegankelijk voor de operator (afb. 3).
Om de aansluitingen op het net uit te voeren, hebt u een slang nodig die in overeenstemming is met de plaatselijke voorschriften die van kracht zijn en moet de kenmerken gespecificeerd in EN 10226-1.
De gastoevoerslang moet regelmatig gecontroleerd worden en/of vervangen worden door geautoriseerd technisch personeel in overeenstemming met de plaatselijk geldende normen.
Als een flexibele slang wordt gebruikt, moet deze voldoen aan de geldende plaatselijke voorschriften; ze mogen niet langer zijn dan 2 m en mogen geen delen van het apparaat raken die aan hoge temperaturen worden bloot-gesteld.
De koppeling van de appara- tuur is van het type buitendraads 1/2"G. De pijp voor de verbinding moet van het type binnendraads 1/2 "G zijn
De leidingen moeten stevig op de betreffende koppelingen worden vastgedraaid
Controleer het geheel op gaslekken na het openen van de toevoerkraan (afb. 4)
Sluit de apparaten niet aan op netwerken die gas bevatten met koolmonoxide of andere giftige componenten
Na het voltooien van de werkzaamhe-
den de toevoerkraan sluiten (afb. 3).
Indien de injector vervangen moet worden voor de aanpassing aan een andere gassoort ga dan te werk volgens de procedure beschreven onder Handelingen voor de inbedrijfstelling (zie Hfdst. 5).
WIJZIGING TYPE GAS - ZIE PAR. ILLUSTRATIES - REFERENTIE f).
De vanuit de fabriek geleverde machine is ingesteld op het type gas dat aangegeven staat op het typeplaatje. Andere configuraties die de ingestelde parameters wijzigen moeten door de fabrikant of zijn gemachtigde worden goedgekeurd.
De omzetting van de ene gassoort naar een andere moet worden verricht door gekwalificeerd technisch personeel, bevoegd voor de te verrichten handeling. De juiste procedure voor de omzetting wordt beschreven in het betreffende hoofdstuk
Verstuivers - By-pass - Membranen - en andere benodigdheden voor de omzetting van het gas moeten rechtstreeks bij de fabrikant opgevraagd worden
Na het voltooien van de omzetting van de ene soort voeding naar een andere moet het typeplaatje van de apparatuur met de nieuwe parameters worden vervangen zoals weergegeven op de bijgeleverde sticker.
In enkele gevallen moeten er twee typeplaatjes vervangen worden (oventoestellen), één in de buurt van de gasaansluiting en één binnen de apparatuur (zie IL-LUSTR. f).
ALGEMENE
WAARSCHUWINGEN
De operatoren zijn verplicht zich door middel van deze handleiding goed te informeren alvorens enige handeling te verrichten en daarbij de specifieke veiligheidsvoorschriften in acht te nemen om elke vorm van interactie mens-machine veilig te maken.
Elke technische wijziging heeft een impact op de werking of de veiligheid van de machine en moet derhalve alleen worden verricht door technisch personeel van de fabrikant of door deze uitdrukkelijk gemachtigde technici. Zo niet, wordt elke aansprakelijkheid af voor wijzigingen of schade die daaruit zou kunnen ontstaan door de fabrikant afgewezen.
Ook na het vergaren van de be- nodigde informatie is het nood- zakelijk om, bij het eerste ge- bruik van de apparatuur, enkele testhandelingen te verrichten om de belangrijkste functies van de apparatuur, zoals bijvoorbeeld de in- en uitschakeling, sneller te onthouden.
De apparatuur wordt voor de levering door de fabrikant getest en is ingesteld voor het op het aanwezige typeplaatje weergegeven type gas en elektrische voeding.
In geval met LPG-gas (butaan of propaan) op 50 mbar wordt gevoed, is het noodzakelijk om voor het apparaat een drukregelaar op 50 mbar te installeren.
INBEDRIJFSTELLING VOOR DE EERSTE OPSTART / Na het voltooi- en van de werkzaamheden voor de plaatsing en voor de aansluiting op de energiebronnen (inclusief, waar voorzien, de werkzaamheden voor het verbinden met het rioolsysteem), moet de volgende serie handelingen worden verricht:
- Reiniging voor het verwijderen van beschermende materialen (olie, vet, silicone, enz.) van zowel de binnen-als buitenkant (zie hfdst. 3 / Verwijdering beschermend materiaal)
- Algemene controles zoals:
- Controle opening schakelaars en ventielen van de netwerken (bijv. voor water, elektriciteit, gas indien van toepassing);
- Controle van de afvoeren (indien van toepassing);
- Inspectie en controle van de externe afzuigsystemen rookgassen/dampen (indien van toepassing);
- Inspectie en controle van de beschermende panelen (alle panelen moeten correct gemonteerd zijn)
Ook al is de apparatuur tijdens de keuring al correct gekalibreerd, moet, na het voltooien van de handelingen voor de aansluitingen zoals beschreven in de voorgaande paragrafen, op de plaats van eindbestemming een gedeeltelijke controle van de ingestelde parameters worden verricht.
De eerste te controleren parameter stelt in staat te controleren of de door het energiebedrijf geleverde voeding beschikt over de juiste druk.
DETECTIE
TOEVOERDRUK GAS
Indien de gemeten druk 20% lager is dan de nominale druk (bijv. G20 20 mbar ≤ 17 mbar), de installatie onderbreken en contact opnemen met uw gasdistributiemaatschappij
Indien de gemeten druk 20% lager is dan de nominale druk (bijv. G20 20 mbar ≥ 25 mbar), de installatie onderbreken en contact opnemen met uw gasdistribu-
tiemaatschappij

De fabrikant verleent geen garantie voor de apparatuur indien de gasdruk lager of hoger is dan de hierboven beschreven waarden

Controleer of er geen gaslekken zijn

Na het vaststellen van de gasdruk en het soort gas kan het noodzakelijk zijn om: 1.
Het mondstuk te vervangen (in geval het geleverde soort gas afwijkt van de het gas waarvoor het apparaat is voorzien - zie Hfdst. 6)
BESCHRIJVING STOPMETHODES

In geval van een stop als ge- volg van een afwijkende werking of noodsituatie is het verplicht, in geval van dreigend gevaar, alle afsluitinrichtingen van de energiebronnen stroomopwaarts van de apparatuur te sluiten (Water - Gas - Elektriciteit)
In situaties of omstandigheden die gevaar kunnen opleveren grijpt de beveiligingseenheid in en wordt de warmteproductie automatisch gestopt. De productiecyclus wordt onderbroken totdat de oorzaak van de storing verwijderd wordt.
HERSTART: Na het oplossen van het probleem dat de tussenkomst van de beveiligingseenheid heeft veroorzaakt, kan de bevoegde technische operator de apparatuur met de gepaste opdrachten opnieuw starten.
INWERKINGSTELLING VOOR DE EERSTE OPSTART

De apparatuur moet bij de eerste inwerkingstelling en na een langdurige inactiviteit zorgvuldig gereinigd worden om elk spoor van restmaterialen te verwijderen (zie Verwijdering beschermend materiaal)
DAGELIJKSE INWERKINGSTELLING
- Controleer de staat van reiniging en hygiène van de apparatuur.
- Controleer de juiste werking van het afzuigsysteem van de ruimte.
- Steek desgevallend de stekker van het apparaat in het voorziene stopcontact voor elektrische voeding.
- De netwerkafsluitingen stroomopwaarts van de apparatuur openen (Gas - Water - Elektriciteit).
- Controleer dat de waterafvoer (indien aanwezig) vrij is van verstoppingen.
Wanneer de beschreven handelingen met succes zijn uitgevoerd, gaat u verder met "Productieopstart".

Om de lucht uit de leidingen af te laten, volstaat het de netafsluiter te openen, draai terwijl men de draaiknop van het apparaat in piëzo-elektrische stand ingedrukt houdt, houd een vlam (lucifer of andere) bij de waakvlam en wacht op ontbranding.
DAGELIJKSE BUITENDIENST-STELLING /
Na de hierboven beschreven handelingen moet men:
- De netwerkafsluitingen stroom-opwaarts van de apparatuur sluiten (Gas - Water - Elektriciteit).
- Controleren of de afvoerkranen (indien aanwezig) in de gesloten positie staan.
- Controleer de staat van reiniging en hygiène van de apparatuur
LANGDURIGE BUITENDIENST-STELLING / In geval van langdurige inactiviteit moeten alle handelingen van de dagelijkse buitendienststelling worden verricht en moeten de meest aan oxidatie blootgestelde delen als volgt beschermd worden:
- Reinig de delen met een lauw en mild zeepsopje;
- Spoel de delen zorgvuldig af maar gebruik geen directe waterstraal of hogedrukspuit.
- Alle oppervlakken zorgvuldig drogen met een niet-schurend materiaal;
- Veeg met een niet-schurende doek die lichtjes is bevochtigd met vaseline-olie geschikt voor voedingswaren over alle oppervlakken in roestvrij staal, om een beschermend laagje op het oppervlak te creëren.
In het geval van apparatuur met deu-
ren en rubberen afdichtingen, de deur voor de ventilatie enigszins open laten en een beschermend laagje talkpoeder aanbrengen over het gehele oppervlak van de rubberen afdichtingen. De apparatuur en ruimten regelmatig ventileren.

Om ervoor te zorgen dat de apparatuur in optimale technische omstandigheden verkeert, moet het onderhoud ten minste eenmaal per jaar door een erkende technicus van de assistentiedienst worden uitgevoerd.

WIJZIGING TYPE GAS
CONTROLE VAN DE STROOM-OPWAARTSE DYNAMISCHE
DRUK /zie Detectie toevoerdruk gas.
CONTROLE VAN DE DRUK VAN DE INJECTOR
Indien de gemeten druk 20% lager is dan de toevoerdruk moet de installatie onderbroken worden en moet men contact opnemen met de assistentiedienst
Indien de gemeten druk 20% hoger is dan de toevoerdruk moet de installatie onderbroken worden en moet men contact opne- men met de assistentiedienst
VERVANGING VAN DE INJECTOR VAN DE PILOOTBRANDER - ZIE PAR. ILLUSTRATIES - REF. g)
- De afsluitkraan stroomopwaarts van de apparatuur sluiten.
- Verwijder achtereenvolgens de roosters, de spatborden en de beschermingen van de brander ter hoogte van de pilootbrandergroep.
- Demonteer het instrumentenbord.
Schroef de pilootbrandergroep los (afb.
3) en neem die van bovenaf weg - Schroef de moer los en demonteer
de pilootinjector (de injector is op het biconische deel vastgemaakt).
- Vervang de pilootinjector (Afb. 1) door de injector die voor het gekozen gas geschikt is, volgens de gegevens in de referentietabel.
- Schroef de weggenomen delen en de pilootbrandergroep opnieuw aan en plaats alles terug wat verwijderd werd.

Controleer de dichting van het gas met speciale instrumenten
VERVANGING VAN DE INJECTOR VAN DE BRANDER-ZIE PAR. ILL.-REF. h)
- De afsluitkraan stroomopwaarts van de apparatuur sluiten.
- Demonteer het instrumentenbord
- Schroef de injector uit zijn zitting (Afb. 3).
- Vervang de injector door de injector die overeenstemt met het gas / zie Referentietabel.
- De injector goed op zijn plaats vast- schroeven.

Controleer de dichting van het gas met speciale instrumenten
AFSTELLING VAN DE HOOFD-BRANDER - ZIE PAR. ILL - REF. i)
Voor de afstelling van de primaire lucht:
De afsluitkraan stroomopwaarts van de apparatuur sluiten.
Draai de blokkeerschroef los (Afb. 1).
Waar voorzien moet u de afstand (X) mm instellen van de bus die met het gekozen gas overeenstemt (zie Referentietabel Gas).

Blokkeer de bus met de schroef en breng een verzegeling erop aan zodat u geknoei kan detecteren
REGELING VAN HET MINIMALE WARMTEVERMOGEN - ZIE PAR. ILL - REF. I)
In de daarvoor uitgeruste modellen wordt het beperkte warmtevermogen verkregen met de schroef van het minimum by-pass (Afb. 2) "gekalibreerd" en volledig aangeschroefd (zie de referentietabel gas).
De afsluitkraan stroomopwaarts van de apparatuur openen.

Indien de schroef wordt vervangen, moet aan het einde van de detectie een sabotage-/detectiezegel erop worden ebracht
VERVANGING ONDERDELEN
7.

Zie "Algemene info voor de veiligheid" vooraleer de handelingen uit te voeren.
VERVANGING VAN DE KRAAN
- Schroef de aansluitingen van de gastoevoer en -afvoer los
- Schroef de thermokoppel en de pilootbrander los
- Monteer de nieuwe kraan
- Controleer de schroef van het minimum (zie Tabellen Technische gegevens)
- Herstel de aansluitingen
VERVANGING VAN DE THERMOKOPPEL
- Schroef de thermokoppel los van de kraan
- Schroef de thermokoppel los van de pilootbrander
- Monteer de nieuwe thermokoppel en schroef de aansluitingen opnieuw aan
VERVANGING VAN DE ONTSTEKING
- Maak de hoogspanningskabel los van de ontsteking
-
Schroef de moer los
-
Monteer de nieuwe ontsteking
- Sluit de hoogspanningskabel aan
VERVANGING VAN HET PIË-ZO-ELEKTRISCHE ELEMENT
- Maak de kabel los van de piëzo-elektrische aansteker
- Demonteer de aansteker die vervangen moet worden
- Monteer de nieuwe piëzo-elektrische aansteker
VERVANGING VAN DE BRANDER
- Schroef de gasaansluitingen opnieuw aan
- Draai de bevestigingsschroeven los
- Neem de brander weg
- Plaats de nieuwe brander
- Herstel de bevestiging en de aansluitingen

De posities van de componenten niet omwisselen wanneer u de weggenomen delen euw plaatst.
PLAATS VAN DE BELANGRIJK-STE COMPONENTEN -ZIE PAR. ILL - REF. m). De plaats op de afbeeldingen is louter indicatief en kan variaties ondergaan.
- Draaiknop voor regeling van vuren (zie werkwijze en functie van draai-knoppen, toetsen en verlichte indicatoren)
- Piëzo-elektrische drukknop
- Bereidingsrooster.
- Recipiënt voor water en de opvang van oliën/kookvetten.
- Spatbord
- Bescherming van de brander
WERKWIJZE EN FUNCTIE DRAAIKNOPPEN, TOETSEN EN INDICATORLAMPJES / ZIE PAR. ILL - REF. m). De beschrijving is louter indicatief en kan variaties ondergaan.
① DRAAIKNOP VOOR REGELING VAN VUREN (GAS). Functies:
- Inschakelen van de waakvlam en de brander
- Afstelling van de vlam (minimum - maximum)
- Het apparaat uitschakelen
② PIËZO-ELEKTRISCHE DRUK-KNOP (GAS). Voert een functie uit:
- Bij indrukken produceert die de ontstekingsvonk op de waakvlam.
PRODUCTIEOPSTART

Zie "Algemene informatie voor de veiligheid / Blijvende risico's" vooraleer de handelingen uit te voeren

Zie "Dagelijkse inwerkingstelling" vooraleer verder te gaan.

Tijdens het inbrengen en weg- nemen van het product uit het apparaat blijft het risico voor brandwonden, dit risico kan zich voordoen bij toevallig contact met: kook-
plaat - bereidingskamer - recipienten of bewerkt materiaal.

Voor een ideale bereiding giet u 5,5 liter water in elk recipiënt. Vul regelmatig bij, zodat er altijd wanwezig blijft.
INSCHAKELEN - zie par. ILLUSTRATIES - REFERENTIE n)

Het apparaat moet ingeschakeld worden nadat de lade met water is gevuld. Niet droog inschake- len (GEEN lege lade).
- Draai aan de draaiknop en houd die tegelijk ingedrukt in de piëzo-elektrische stand (afb.1/A), tegelijk drukt u meermaals op de piëzo-elektrische knop (afb.1/B) tot de waakvlam aan gaat.
- Laat de draaiknop na circa 20" los en controleer visueel of de waakvlam aan blijft.
De waakvlam is zichtbaar via het gat op het instrumentenbord (afb.1). Na de procedure voor inschakeling van de waakvlam, draait u de draaiknop naar de gewenste stand (afb.1/C).

Bij het dubbele commando (2 draaiknoppen thermostaat) bedient elke draaiknop de werking wee roosters (det. D)
PRODUCT VULLEN/VERWIJDEREN - zie par. ILL - REF. n)

Gebruik geen potten of andere recipiënten om de voedingswa- ren op het rooster te verwerken (koken)

Wacht tot de gewenste temperatuur is bereikt voordat u de voedingswaren op het rooster plaatst

Verboden om vette en/of ont- vlambare sausen te gebruik- ken. Gevaar vrije vlammen
Het rooster kan op twee manieren worden gebruikt - zie par. ILLUSTR - REF n):
- Werkwijze A - zie afb. 2A
-
Werkwijze B - zie Afb. 2B - Bereiding van magere voedingswaren
-
Wanneer de ingestelde temperatuur is bereikt, legt u het product dat u wilt klaarmaken rechtstreeks op het rooster (afb. 2).
-
Op het einde van het bereidingsproces het product wegnemen van het apparaat met speciale gereedschappen en op een plaats neerzetten die vooraf is klaargemaakt voor het neerzetten van het bewerkte product.
Na het wegnemen van het product gaat men verder met een nieuwe lading of met de handelingen beschreven onder "Buitendienststelling".
Op het einde van de werkcyclus moet men de draaiknoppen op het apparaat naar de stand "Nul" draaien.

Het apparaat moet regelmatig worden schoongemaakt, en alle aanslag en/of voedingsresten moeten verwijderd worden, zie "Onderhoud".

Indien aanwezig moeten de ver- lichte indicatoren op het einde van iedere werkcyclus uit blij- ven.
Controleer of het apparaat optimaal schoongemaakt en hygiënisch is, zie "Onderhoud".
Sluit de netwerkafsluitingen stroomop-waarts van de apparatuur (gas/water/ elektriciteit).

Wacht tot de temperatuur van het rooster is afgekoeld, zodat de gebruiker geen brandwonden op-
Controleer of er geen belemmeringen en/of obstructies in de afvoerleiding zijn (afb.3)
Haal de recipiënten uit hun zitting en maak ze indien nodig schoon (afb. 4 - zie Onderhoud)

Tijdens het aflaten van verbrandde vloeistoffen bestaat een blijvend risico voor brandwonden, co kan zich voordoen bij toevalligct met olie/water die op hoge eraturen werd verwerkt.

Wacht tot de temperatuur van de vloeistof is afgekoeld voordat u doorgaat met de werkzaamhe-

De inhoud van het opvangrecipi-ent is beperkt, daarom is het ver-plicht om het vullen van het reci-te controleren tijdens het aflaten.

Voor een veilige verplaatsing mag u het opvangrecipiënt niet met meer dan 3/4 van de inhoud. Haal het uit zijn zitting, giet uit ats het dan terug in zijn zitting.

Het recipiënt leegmaken volgens de procedures voor verwijdering die van kracht zijn in het land van ik, en het leeggemaakte recipiënt speciale houder terugplaatsen 5).
VERPLICHTINGEN - VERBODEN - ADVIES - AANBEVELINGEN

Raadpleeg hoofdstuk 2 en hoofdstuk 5 vooraleer verder te gaan.

Indien het apparaat op een schoorsteen is aangesloten, moet de afvoerbuis worden schoongemaakt volgens de bepalingen van de specifieke normvoorschriften van het land (contacteer uw installateur voor informatie hieromtrent).

Het apparaat wordt gebruikt voor de bereiding van producten voor voedingsgebruik, houd het apparaat en de hele omgeving errond constant rein. Het niet naleven van optimale hygiënische omstandigheden kan oorzaak zijn van vroegtijdige slijtage van het apparaat en gevaarlijke situaties creëren.

Vuilresten die zich ophopen in de buurt van warmtebronnen kunnen tijdens het normale gebruik van het apparaat ontbranden en zo gevaarlijke situaties creëren. Het apparaat moet regelmatig worden schoongemaakt, en alle aanslag en/of voedingsresten moeten verwijderd worden.

Het chemische effect van zout en/of azijn of andere stoffen die chloor bevatten, kan op lange termijn fenomenen van corrosie binnenin de bereidingszone genereren. Als het apparaat met dergelijke stoffen in contact komt, moet het zorgvuldig met specifiek schoonmaakproduct worden schoongemaakt, overvloedig worden nagespoeld en met zorg worden afgedroogd.

Let goed op de roestvrijstalen oppervlakken niet te beschadi-gen; in het bijzonder mogen geen bijtende producten, schurende materialen of scherp gereedschap
worden gebruikt.

De schoonmaakvloeistof voor de reiniging van het kookvlak moet welbepaalde chemische eigenschappen hebben: pH groter dan 12, vrij van chloor/ammoniak, viscositeit en densiteit zoals water. Gebruik geen agressieve producten voor de schoonmaak aan de buitenkant en de binnenkant van het apparaat (gebruik in de handel verkrijgbare schoonmaakproducten die aangewezen zijn voor staal, glas en email).

Lees aandachtig de aanwijzingen op het etiket van de gebruikte producten, draag een beschermingsuitrusting die geschikt is voor de uit te voeren werkzaamheden (Zie beschermingsmiddelen vermeld op het etiket van de verpakking).

In geval van langdurige inactiviteit, is het noodzakelijk om naast alle voedingslijnen af te sluiten ook een zorgvuldige schoonmaak van alle interne en externe de- len van het apparaat uit te voeren.

Wacht tot de temperatuur van het apparaat en alle onderdelen is afgekoeld, zodat de gebruiker niet wordt verbrand
DAGELIJKSE SCHOONMAAK





Wacht tot de temperatuur van het rooster is afgekoeld, zodat de gebruiker geen brandwonden oploopt.
Geen rechtstreekse waterstralen onder druk of stoomreinigers gebruiken.
1- Til de bereidingsroosters op en maak ze met behulp van een niet-schuren-de spons zorgvuldig schoon, gebruik lauwwarm water met een beetje zeep.
2- Met behulp van een gewone vernevelaar de schoonmaakvloeistof op alle
metalen delen aanbrengen en het oppervlak met een niet-schurende spons zorgvuldig schoonmaken.
Alle oppervlakken drogen met een niet-schurend materiaal

Verwijder de bescherming uit de houder om het reinigen te vergemakkelijken - zie par. ILL - REF p).
3- Neem de recipiënten voor de opvang van vloeistoffen en hun accessoires weg, maak ze leeg en was ze zorgvuldig (zie det. A). Na het reinigen moet u ze zorgvuldig drogen
4- Plaats alle weggenomen delen aandachtig terug in hun zitting, let erop dat u de montagessequentie niet omkeert.
Herhaal indien nodig de eerder beschreven verrichtingen voor een nieuwe reinigingscyclus.
ROOSTERS: Om eventuele afzettingen weg te nemen, gebruikt u een niet-schurende spons en een neutraal vloeibaar schoonmaakmiddel. Reinig de roosters met een vochtige doek.

Vochtresten die op de roosters achterblijven kunnen de werking van het apparaat schaden door tijdige slijtage van de roosters te orzaken.

Om residuen van vocht op de roosters weg te nemen teneinde vroegtijdige slijtage uit te sluiten, moet men het apparaat ongeveer 10' aan zetten nadat de schoonmaak is voltooid.
SCHOONMAAK VOOR LANGDURIGE BUITENDIENSTSTELLING
Zie hfdst. 5 / Handelingen voor buitendienststelling / Langdurige buitendienststelling.
De apparatuur en ruimten regelmatig ventileren.
OVERZICHTSTABEL / FREQUENTIE / PROBLEMEN OPLOSSEN

Zie hfdst.2 "Taken en kwalificaties" vooraleer verder te gaan

Indien er een defect optreedt moet de algemene operator een eerste onderzoek verrichten en, in hij daarvoor bevoegd is, de oorn van de storing wegnemen en correcte werking van de apparaherstellen.

Indien het niet mogelijk is de oorzaak van het probleem te verhelpen, schakel dan het apparaat oppel het los van de elektriciteitsiening en sluit alle voedingen; pleeg vervolgens de bevoegdeische assistentiedienst.

De onderhoudstechnicus treedt op in geval de algemene operator er niet in geslaagd is de oorvan het probleem vast te stellen dien het herstel van de correcte ing van de apparatuur vraagt om rechten van werkzaamheden waardeze operator niet bevoegd is.

Neem contact op met de bevoegde klantendienst om de voedingskabel te laten vervanls die beschadigd is.
| UIT TE VOEREN HANDELINGEN | FREQUENTIE VAN DE WERKZAAMHEDEN | |
![]() | Reiniging apparatuur Dagelijks | |
| Reiniging van delen in contact met algemene voedingswa- ren | Dagelijks | |
| Reiniging roosters / recipienten | Dagelijks | |
![]() | Reiniging voor de eerste inwerkingstelling | Bij ontvangst, na de installatie |
| Smering gaskranen Indien nodig | ||
| Controle / Vervanging gastoevoerleidingen | Indien nodig | |
| Controle interne delen leder half jaar / Jaarlijks | ||
TROUBLESHOOTING

Wanneer het apparaat niet correct werkt, probeer dan de meer bescheiden problemen op te lossen met behulp van deze tabel.
| PROBLEEM | MOGELIJKE OOR-ZAAK | INTERVENTIE |
| De verwarming kan niet worden geregeldHet apparaat warmt niet op | • De brander werkt niet correct | • Reinig de brander en de straalpijp |
| Het gasapparaat gaat niet aan | • Gaskraan gesloten.• Lucht in de leidingen aanwezig• Piëzo-elektrische aansteker defect | • Open de gaskraan• Herhaal de handelingen om aan te steken• Vervang de piëzo-elektrische aansteker |
| Ongelijkmatige bereiding | • Geen water in de recipienten | • Doe water in de recipienten |

Indien het niet mogelijk is de oorzaak van het probleem op te lossen, schakel het apparaat dan uit en sluit alle toevoerkanen; raadpleeg vervolgens de bevoegde technische assistentiedienst
BUITENDIENSTSTELLING EN ONT-MANTELING VAN DE APPARATUUR

Het is verplicht de materialen te verwijderen volgens de wet- telijke procedure die van kracht is in het land waar het aat wordt ontmanteld
KRACHTENS de Richtlijnen (zie paragraaf nr. 0.1) met betrekking tot de vermindering van het gebruik van gevaarlijke stoffen in elektrisch en elektronische apparaten, evenals de verwijdering van afvalstoffen. Het op de apparatuur of op de verpakking weergegeven symbool van de doorkruiste vuilnisbak geeft aan dat het product aan het einde van de levensduur gescheiden van ander afval moet worden ingezameld. De gescheiden inzameling van deze apparatuur aan het einde van de levensduur wordt door de fabrikant georganiseerd en beheerd. De gebruiker die zich van dit apparaat wil ontdoen, moet daarom de fabrikant contacteren en het systeem volgen die deze heeft opgezet om een gescheiden inzameling van het apparaat op het einde van zijn leven mogelijk te maken. Een geschikte gescheiden inzameling om het afgedankte apparaat klaar te maken voor recyclage, verwerking en verwijdering uit het milieu draagt ertoe bij om eventuele negatieve effecten op het milieu en de gezondheid te vermijden, en bevordert het hergebruik en/of de recyclage van de materialen waaruit het apparaat bestaat. De oneigenlijke ontmanteling van het product door de bezitter zal de toepassing van administratieve sancties volgens de geldende regelgeving tot gevolg hebben.

De buitendienststelling en ont- manteling van de apparatuur moeten worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel, zowel elektrisch als mechanisch, dat passende persoonlijke beschermingsmiddelen zoals voor de werkzaamheden geschikte beschermende kleding, beschermende handschoenen, veiligheidsschoenen, helmen en veiligheidsbrillen moet dragen.

Alvorens de demontage te be- ginnen moet er rondom de ap-
paratuur een voldoende grote en ge- ordende ruimte worden vrijgemaakt om alle bewegingen zonder risico mogelijk te maken
Het is nodig om:
- De spanning van de elektriciteitsvoorziening weg te nemen.
- Het apparaat van de elektriciteitsvoorziening los te koppelen.
- De uitgaande elektrische kabels te verwijderen.
- De foevoerkraan water (netwerkafsluiter) van de watervoorziening te sluiten.
- De buizen van de watertoevoer van het apparaat los te koppelen en te verwijderen.
- De afvoerbuis van het afvalwater los te koppelen en te verwijderen.

Na deze handelingen kan zich rondom de apparatuur een zone gevormd hebben die, alns verder te gaan met de vol- e werkzaamheden, moet wor- opgedroogd
Na het op orde brengen van de handelingszone moet men:
- De beschermende panelen verwijderen.
- De belangrijkste onderdelen van de apparatuur demonteren.
- De onderdelen van de apparatuur op basis van hun aard scheiden (bijvoorbeeld metalen, elektrisch materiaal, enz.) en ze voor een centrum voor gescheiden vuilinzameling bestemmen.
VERWIJDERING VAN AFVAL-STOFFEN

Tijdens de fase van gebruik en onderhoud moet men vermijden om vervuilende producten (olie, vet, enz.) in het milieu te verspreiden en moet men een gescheiden verwijdering voorzien in functie van de samenstelling van de verschillende materialen en in naleving van de geldende wetten in deze materie.
Foutieve verwijdering van afvalstoffen wordt bestraft met sancties die vastgelegd zijn door de wetten die van kracht zijn op het grondgebied waar de inbreuk wordt vastgesteld.
SPIS TREŚCI
1-2. INFORMACJE OGÓLNE
I DOTYCZĄCE
BEZPIECZĘŃSTWA
3. USTAWIANIE I PRZEMIESZCZANIE
4. PODŁĄCZENIE DO ŻRÓDEŁ ENERGII
5. PRACE ZWIĄZANE Z WPROWADZĄNIEM DO EKSPLOATACJI
- ZMIANA TYPU GAZU
- ZASTEPOWANIE KOMPÓNENTOW
- INSTRUKCJE OBSŁUGI
- KONSERWACJA
- LIKWIDACJA
- DANE TECHNICZNE / OBRAZY

