TD-2412 - Ontvochtiger Toyotomi - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TD-2412 Toyotomi in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over TD-2412 Toyotomi
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Ontvochtiger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TD-2412 - Toyotomi en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TD-2412 van het merk Toyotomi.
GEBRUIKSAANWIJZING TD-2412 Toyotomi
GEBRUIKSAANWIJZING NEDERLANDS
MANUAL DE INSTRUÇÕES PORTUGUÊS
Bedankt om voor een TOYOTOMI-ontvochtiger te kiezen om uw en uw familie een comfortabele omgeving te bieden. Deze gebruikershandleiding bevat waardevolle informatie, noodzakelijk voor goede zorg en onderhoud van uw nieuwe ontvochtiger. Neem de tijd om de instructies aandachtig te lezen en alle operationele aspecten van deze ontvochtiger te leren kennen.
GARANTIE
Dit apparaat is vervaardigd volgens hoge kwaliteitsnormen en onderworpen aan strenge kwaliteits- controlles. Voor dit product geldt een fabrieksgarantie van 2 jaar vanaf de datum van aankoop. In Spanje en Portugal geldt als wettelijke minimale garantietermijn een periode van 3 jaar.
WAT DE GARANTIE DEKT
Deze garantie dekt materiaal- en fabricagefouten die zich voordoen bij normaal huishoudelijk gebruik van het apparaat, mits het volgens de instructies in deze handleiding wordt gebruikt.
WAT NIET ONDER DE GARANTIE VALT
De garantie is niet van toepassing op:
- Schade veroorzaakt door onjuist gebruik of onjuiste installatie;
- Normale slijtage, bijvoorbeeld van filters of pakkingen;
- Reparaties uitgevoerd door niet-geautoriseerde servicepunten;
- Schade door ongevallen, vallen, of overbelasting van het apparaat;
- Commercieel of industrieel gebruik, tenzij uitdrukkelijk anders vermeld.
WAT TE DOEN BIJ EEN DEFECT?
Als uw apparaat defect is, neem dan contact op met de verkoper waar u het heeft gekocht. Zij zullen u helpen met uw garantieclaim. Bewaar uw aankoopbewijs (bon of factuur), aangezien dit mogelijk nodig is.

Deze markering geeft aan dat dit product in de EU niet samen met ander huis-houdelijk afval verwijderd mag worden. Recycle het op een verantwoordelijke manier om het duurzaam hergebruik van grondstoffen te promoten en mogelijke schade aan het milieu of gevaar voor de volksgezondheid te voorkomen. Gebruik de retour- en inzamelpunten of neem contact op met de handelaar waar het product werd aangekocht om uw gebruikt apparaat in te leveren. Zij kunnen dit product naar een inzamelpunt voor milieuvriendelijke recycling brengen.
Koelmiddel R290: Global opwarmingspotentieel (GWP) 3

Apparaat gevuld met brandbaar gas R290.

Lees eerst de gebruikershandleiding voordat u het apparaat installeert en gebruikt.

Lees eerste de installatiehandleiding, voor installatie van het apparaat.

Lees eerste de onderhoudshandleiding, voor reparatie van het apparaat.

GEVAAR Geeft een gevaarlijke situatie aan die, indien niet vermeden, zal resulteren in de dood of ernstig letsel.

WAARSCHUWING Geeft een gevaarlijke situatie aan die, indien niet vermeden, zal resulteren in de dood of ernstig letsel.

OPGELET Geeft een gevaarlijke situatie aan die, indien niet vermeden, kan resulteren in licht of matig letsel.
OPMERKING Wijst op belangrijke maar niet aan een gevaar gere- lateerde informatie, gebruikt om te wijzen op het risico op materiële schade.
Redenen van uitzondering
De fabrikant zal niet verantwoordelijk zijn als persoonlijk letsel of materiële schade werd veroorzaakt door volgende oorzaken:
- Vernietiging van het product door verkeerd gebruik.
-
Het apparaat inschakelen, gebruiken of blijven gebruiken samen met een ander apparaat zonder het volgen van de instructies in de handleiding van de fabrikant.
-
Wanneer het defect is veroorzaakt door directe blootstelling van het product aan corrosief gas.
-
Door slecht transport van het product.
-
Door bediening, reparatie en uitvaltijd van het product zonder de instructies in de handleiding te volgen.
-
Als het probleem is veroorzaakt door producten van andere fabrikanten.
-
Schade is veroorzaakt door natuurrampen, verkeerd gebruik van het milieu of overmacht. Als het apparaat onderhoud nodig heeft, neem dan contact op met uw dealer of plaatselijke servicecentrum om het meteen te laten repareren. Het apparaat moet worden onderhouden door een geautoriseerde technicus. In het tegenover-gestelde geval kan dit ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben. Als er koelmiddel lekt of als dit verwijderd moet worden tijdens installatie, onderhoud of demontage, dan moet dit uitgevoerd worden door erkende professionals of anders conform plaatselijke wetten en regelgeving.
HET KOELMIDDEL
- Om de werking van de luchtontvochtiger mogelijk te maken, circuleert een speciaal koelmiddel in het systeem. Het gebruikte koelmiddel is fluoride R290, dat speciaal gereinigd is. Het koelmiddel is brandbaar en geurloos. Bovendien kan het in bepaalde omstandigheden een explosie veroorzaken.
- In vergelijking met normale koelmiddelen, is R290 een niet vervui-lend koelmiddel dat de ozonlaag niet zal aantasten. Het heeft ook minder invloed op de vorming van broeikasgassen. R290 heeft zeer goede thermodynamische eigenschappen, waardoor het een zeer hoog energierendement biedt. De units hoeven dus minder vaak gevuld te worden.
- Raadpleeg het typeplaatje voor de vulhoeveelheid R290.
WAARSCHUWING
- Het apparaat is gevuld met het brandbare gas R290.
- Het apparaat moet worden geïnstalleerd, gebruikt en bewaard in een kamer met een oppervlakte van meer dan 4m ^2 .
- Het apparaat moet worden bewaard in een ruimte zonder voort-durend werkende ontstekingsbronnen, bijv. open vlammen, een gastoestel of een werkende elektrische kachel.
- Het apparaat moet worden bewaard in een goed geventileerde ruimte met afmetingen die overeenstemmen met de gespecificeerde afmetingen voor werking.
- Het apparaat moet worden opgeslagen op een manier waarop het NIET mechanisch beschadigd kan worden.
- Plaats geen obstakels op de ventilatieopeningen.
- Het apparaat NIET doorboren of verbranden.
- Houd er rekening mee dat het koelmiddel geurloos is.
- NIET gebruiken betekent het versnellen van het ontdooiproces of reiniging op een andere manier dan aanbevolen door de fabrikant.
- Onderhoud van de apparaten mag alleen worden uitgevoerd door een gekwalificeerde, erkende technicus volgens de instructies van de fabrikant.
- In geval van noodzakelijke reparaties, neem dan contact op met het erkende servicecentrum. Elke reparatie die wordt uitgevoerd door ongekwalificeerd personeel kan gevaarlijk zijn en leiden tot verlies van de productgarantie.
- De nationale regelgeving voor gas moet worden nageleefd.
VEILIGHEIDSMAATREGELEN
- Lees deze instructies zorgvuldig door om persoonlijk letsel of materiële schade aan gebruikers en anderen te voorkomen. Begrijp de inhoud van de handleiding en zorg ervoor dat u de vermelde veiligheidsmaatregelen opvolgt.
- Bedien het apparaat NIET met natte handen, spoel het NIET af met water en plaats het NIET in de buurt van een waterbron.
-
Steek uw hand NIET in de luchtuitlaat of luchtinlaat.
-
Plaats geen zware voorwerpen op de luchtuitlaat en ga er NIET direct op zitten.
- Gooi of plaats GEEN voorwerpen in de luchtontvochtiger.
- Gebruik de luchtontvochtiger NIET in de buurt van ontvlambare of explosieve gassen en plaats hem NIET in de buurt van een warmtebron.
- Schakel het apparaat NIET uit via de aan/uit knop; zet de aan/uit knop uit als het apparaat gedurende lange periode NIET gebruikt zal worden.
- Stop onmiddellijk met het gebruik en koppel de stroomtoevoer los als er zich abnormale gebeurtenissen voordoen (zoals een brandlucht).
- Koppel de stroomtoevoer los tijdens onweer.
- Vervang het netsnoer NIET zonder goedkeuring, sluit het netsnoer in de helft aan of gebruik het parallel met andere elektrische apparaten met hoog vermogen.
- Demonteer, wijzig, repareer of reinig interne componenten NIET zonder toestemming.
- Verzeker tijdens het reinigen dat het apparaat gestopt is en de de aan/uit knop uit staat.
AANDACHTSPUNTEN
- Plaats het apparaat op een vlakke en stevige ondergrond.
- Dompel het apparaat NIET onder in water en plaats het NIET in de buurt van een waterbron.
- Als het netsnoer of andere componenten beschadigd zijn of als er een abnormale situatie is, gebruik het apparaat dan NIET. Neem contact op met de aftersalesservice van de fabrikant of de plaats van aankoop.
- Dit apparaat is alleen bedoeld voor ontvochtiging binnenshuis en mag NIET voor andere doeleinden worden gebruikt.
- Gebruik dit product met de opgegeven voedingsspanning.
- Plaats geen zware voorwerpen op het apparaat.
- Kantel het apparaat NIET om schade aan de compressor te voorkomen.
- Steek geen voorwerpen in het apparaat om storingen te voorkomen.
- Wanneer het apparaat opnieuw moet worden opgestart nadat
het is uitgeschakeld, wacht dan 3 minuten voordat u het normaal inschakelt.
- Als u verdeelstekkers of andere stroomverdelers gebruikt als voeding voor het apparaat, verzeker dan dat deze voldoen aan de nationale veiligheidsregels.
- Als het apparaat per ongeluk wordt gekanteld of omvalt of na een langeafstandstransport, moet het 4 uur rechtop worden gezet voordat u het inschakelt.
- Gebruik het apparaat NIET met een apparaat met een hoog vermogen dat hetzelfde stopcontact deelt.
- Gebruik dit apparaat in een omgeving met een kamertemperatuurbereik van 5°C tot 35°C.
- Gooi verpakkingsmateriaal NIET achteloos weg; recycling maakt deel uit van milieubewustzijn.
- Deze apparatuur is NIET bedoeld voor gebruik door personen met verminderde fysieke, cognitieve of mentale vermogens, of door personen (inclusief kinderen) met een gebrek aan ervaring en kennis, tenzij ze worden begeleid of geïinstrueerd door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Kinderen mogen NIET zonder toezicht met dit apparaat spelen.
- Om optimale efficiëntie te verzekeren, moet deze ontvochtiger in een afgesloten ruimte gebruikt worden. Sluit alle deuren, vensters en andere ingangen van de kamer.
- Voorkom slechte warmteafvoer door de machine op minimaal 50 cm afstand van de muren te houden.
- Recycling: Deze markering geeft aan dat dit product in de EU NIET samen met ander huishoudelijk afval verwijderd mag worden. Recycle het op een verantwoordelijke manier om het duurzaam hergebruik van grondstoffen te promoten en mogelijke schade aan het milieu of gevaar voor de volksgezondheid te voorkomen. Gebruik de retour- en inzamelpunten of neem contact op met de handelaar waar het product werd aangekocht om uw gebruikt apparaat in te leveren. Zij kunnen dit product naar een inzamelpunt voor milieuvriendelijke recycling brengen.
- Onderhoud mag alleen worden uitgevoerd zoals wordt aanbevolen door de fabrikant van de apparatuur. Onderhoud en reparaties die de hulp van ander gekwalificeerd personeel vereisen, moeten
uitgevoerd worden onder toezicht van een persoon die ervaring heeft met het gebruik van brandbare koelmiddelen.
WERKINGSINSTRUCTIES
Bedieningspaneel

text_image
Aan/Uit Modus instellen Timer Instelling verlichting 28 % ~ - Instelling venti- latorsnelheid / kinderslot Omlaag Omhoog Instelling ionisatorINSTELLING
1. Aan/uit ⏻
Druk in de stand-bystand op de aan/uit-knop om het apparaat in te schakelen. De bedrijfsindicator licht op en de led geeft de omgevingsvochtigheid weer. Druk in de ingeschakelde stand op de aan/uit-knop om het apparaat uit te schakelen. Het indicatielampje voor de werking gaat uit en de compressor stopt onmiddellijk.
2. Modusselectie

Constante vochtigheidsmodus - Automatische modus - Droogmodus voor kleding - Luchtventilatie-modus - Continu modus; Druk een keer op de knop om van de ene modus naar de andere over te schakelen.
2.1 Constante vochtigheidsmodus
Wanneer het constante vochtigheidspictogram oplicht, toont het display de huidige ingestelde vochtigheid. Na 5 seconden zonder verdere actie, toont het de omgevingsvochtigheid. Gebruik de toetsen + of - om het gewenste vochtigheidsniveau te selecteren; de begininstelling is 30 %. Elke keer dat u op de toets + of - drukt, wordt de vochtigheid met 5 % aangepast (lang op de toets + of - drukken kan het
vochtigheidsniveau snel verhogen of verlagen). Het instelbare bereik ligt tussen 30 % en 90 %. Na het instellen van de vochtigheid, zal het scherm na 5 seconden opnieuw de actuele omgevingsvochtigheid weergeven. De ventilatorsnelheid kan worden aangepast in de constante vochtigheidsmodus.
Wanneer het pictogram voor de automatische modus oplicht, wordt de huidige omgevingsvochtigheid op het display weergegeven. De luchtvochtigheid wordt automatisch tussen 45 % en 55 % gehouden. De standaardventilatorsnelheid is laag. Zowel de ventilatorsnelheid als de gewenste vochtigheid kunnen niet worden aangepast.
Opmerking: De vochtigheidssensor detecteert de huidige vochtigheid van de omgeving. Vanwege de hoge gevoeligheid van de sensor is het normaal dat de omgevingsvochtigheid met een paar procentpunten varieert.
2.3 Droogmodus voor kleding

Wanneer het pictogram voor de droogmodus voor kleding oplicht, wordt de huidige omgevingsvochtigheid op het display weergegeven. De standaardventilatorsnelheid is hoog. Zowel de ventilatorsnelheid als de gewenste vochtigheid kunnen niet worden aangepast. Het apparaat blijft werken totdat de watertank vol is en schakelt dan uit.
2.4 Luchtventilatiemodus

Wanneer het pictogram voor de luchtventilatiemodus oplicht, wordt de huidige omgevingsvochtigheid op het display weergegeven. In deze modus draait de compressor niet; alleen de ventilator werkt om frisse luchtcirculatie te garanderen. De ionisator wordt automatisch ingeschakeld. De ventilatorsnelheid kan worden aangepast, maar de luchtvochtigheid kan niet worden aangepast.
2.5 Continue modus
Het display toont "CO" en schakelt na 5 seconden over naar de omgevingsvochtigheid. De ventilatorsnelheid kan worden aangepast. Wanneer de omgevingsvochtigheid lager is dan 30 %, blijft het apparaat werken totdat de watertank vol is en schakelt het vervolgens uit.
3. Timerinstelling
Druk op de timertoets om de timerfunctie van 0-24 uur in te stellen, met intervallen van 1 uur.
3.1 Uitschakeltimer
Wanneer het apparaat is ingeschakeld, drukt u op de timertoets - het display toont het timerpictogram en de instelwaarde "00". U kunt de toets "+" of "-" ingedrukt houden om de uitschakeltijd in stappen van 1 uur tot 24 uur te selecteren. De geselecteerde tijd wordt in 5 seconden voltooid en het systeem keert automatisch terug naar de vorige vochtigheidsinstelling.
3.2 Inschakeltimer
Druk, als het apparaat in stand-by staat, op om het even welke knop om de timerknop te laten branden, druk op de timerknop ⏻ het scherm zal het timerpictogram en de instelwaarde "00" weergeven, u kunt de knop "+" of "-" ingedrukt houden om de tijd te selecteren in stappen van 1 uur, tot 24 uur. Als er geen verdere actie wordt ondernomen, wordt de geselecteerde tijd 5 seconden lang weergegeven.
OPMERKING
- Als u op de aan/uit-knop drukt voordat de timer afloopt, wordt de timerinstelling geannuleerd.
- Druk, als de timer is ingesteld, opnieuw op de timerknop om de timer te resetten.
- Om timerinstellingen te annuleren, drukt u tweemaal achter elkaar op de timertoets en het timerpictogram op het display wordt uitgeschakeld.
4. WiFi-instelling
Gebruik uw mobiele telefoon om de onderstaande QR-code te scannen om de app «Smart Life» te
downloaden. U kunt ook zoeken naar «Smart Life» in de App Store of Google Play om de app te installeren. Open de app «Smart Life», klik op «registreren» en gebruik uw telefoonnummer of e-mailadres om een «Smart Life»-account te registreren en log vervolgens in op de app.

Houd in de ingeschakelde toestand de timertoets ongeveer 5 seconden ingedrukt om de functie voor het configureren van het WiFi-netwerk te openen. Het schermpictogram knippert en licht op.
Traag knipperen: Compatibel met de configuratiemodus, wachtend op de configuratie.
Snel knipperen: Wachten op netwerken.
Normaal aan: De netwerkverbinding is succesvol.
Normaal uit: Het apparaat staat in de stand-bymodus; het netwerk is niet verbonden of het signaal van de WIFI-module wordt niet gedetecteerd.
Opmerking: In de stand-bymodus is het standaard WiFi-indicatielampje uit.
TOESTEL TOEVOEGEN
-
Verbind de mobiele telefoon met het draadloze thuisnetwerk en schakel Bluetooth van de mobiele telefoon in (selecteer 2,4GHz WiFi-netwerk).
-
Open de app «Smart Life».
-
Ga naar de startpagina van de app «Smart Life». Klik op «+» om te selecteren om een apparaat toe te voegen, de APP zal handmatig toevoegen en automatisch ontdekken weergeven.
-
Automatisch ontdekken: Als de overeenstemmende machtiging is ingeschakeld, kan het apparaat automatisch ontdekt worden en met het apparaat in de status netwerkconfiguratie staan en ingeschakeld zijn.
-
Handmatig toevoegen: selecteer de naam die overeenstemt met het product, WiFi+Bluetooth-modus.
1) Bluetooth-configuratie:
Nadat de WiFi-indicator van het apparaat snel begint te knipperen, klikt u op OK en wacht u op de verbinding. (Aanbevolen.) Als «1 apparaat toegevoegd» wordt weergegeven, betekent dit dat de verbinding tot stand werd gebracht en dat uw apparaat zal zijn opgenomen in uw APP-lijst.
2) Hotspot-netwerkconfiguratie:
Klik op de WiFi snelle verbinding in de rechterbovenhoek om het hotspotnetwerk te selecteren (compatibiliteitsmodus).Zorg ervoor dat de WiFi-indicator van het apparaat langzaam knippert, klik op OK en voer uw thuis-WiFi en WiFi-wachtwoord in. Klik vervolgens om verbinding te maken om naar de WLAN-instelinterface van de telefoon te gaan en selecteer daarna het WiFi-netwerk «SmartLi-fe_XXXX» om het te verbinden. Uw apparaat wordt weergegeven in uw app-lijst. Nu kunt u uw slimme apparaat altijd en overal bedienen via de mobiele app (zorg ervoor dat uw mobiele telefoon en slimme apparaat zijn verbonden met het netwerk en dat de naam van uw router is gewijzigd in SmartLife_XXXX).
5. Toets voor omgevingslicht-
Druk op deze toets om de helderheid van het volledige schermpaneel aan te passen, inclusief omgevingslicht. De helderheidsaanpassing is gesynchroniseerd. Als de verlichting van het schermpaneel is uitgeschakeld, wordt de omgevingsverlichting ook uitgeschakeld. De omgevingsverlichting past zich automatisch aan de omgevingsvochtigheid aan en kan niet handmatig worden aangepast.
Druk een keer om de helderheid achtereenvolgens naar een volgend niveau over te schakelen. Vol licht (100 % helderheid) - Gedimd licht (50 % helderheid) - Licht uit / dim het licht enkele seconden bij aanraking van de knoppen op het bedieningspaneel.
Statusindicator - Status omgevingsvochtigheid
BLAUW: Vochtigheid < 45 %
GROEN: 45 % < Vochtigheid < 65 %
ANJE: Vochtigheid > 65 %
ROOD: Watertank vol
- Wanneer het omgevingslicht «oranje» is, geeft dit aan dat de omgevingsvochtigheid hoog is, met niveaus die 65 % overschrijden.
- Wanneer het omgevingslicht «groen» is, geeft dit aan dat de omgevingsvochtigheid comfortabel is, variërend tussen 45 % en 65 %.
- Wanneer het omgevingslicht «blauw» is, geeft dit aan dat de omgevingsvochtigheid laag is, met een meting onder 45 %
- Wanneer het omgevingslicht «rood» is, geeft dit aan dat de watertank vol is.
6. Knop ventilatorsnelheid & kinderslot
6.1 Druk op de knop om het ventilatorsnelheidspictogram te laten oplichten. De ventilatorsnelheid kan worden ingesteld op laag of hoog (\~of) Dit geldt voor de modus continu ontvochtigen, de luchtventilatiemodus en de continu modus, in ander modi kan de snelheid van de ventilator niet ingesteld worden.
- Lage ventilatorsnelheid \~
• Hoge ventilatorsnelheid ≈
6.2 Druk ongeveer 3 seconden om de modus Ventilatorsnelheid om het kinderslot in of uit te schakelen, het pictogram kinderslotzal op het scherm weergegeven worden of er van verdwijnen.
7. Omhoog (+) en omlaag (-) toetsen
Druk in de modus continu ontvochtigen op de knop om de vochtigheidsinstelling te verhogen/verlagen. Druk er op in de timermodus om de tijd voor IN-/UITSCHAKELEN in te stellen.
8. Instelling ionisator
Druk op de knop om de ionisator in of uit te schakelen.
Alarm watertank vol of verwijderd
Wanneer de watertank vol is of verwijderd, wordt het indicatielampje rood en stopt de compressor met werken. De ventilator blijft echter 3 minuten aan om een goede warmteafvoer te garanderen. Na 3 minuten stopt het apparaat volledig met werken en geeft het drie pieptonen. Op het display verschijnt "P1". Met uitzondering van de aan/uit-knop is er geen actie wanneer u op andere knoppen drukt. Nadat de watertank is geleegd en opnieuw is geïnstalleerd, gaat het indicatielampje uit en keert het apparaat terug naar de staat voordat het water vol was of verwijderd.
Door het werkingsprincipe van de compressor kan er vorst ontstaan op de interne spoelen van het product. Wanneer er vorst ontstaat, wordt de interne compressor uitgeschakeld en blijft de ventilator draaien totdat de vorst smelt. Zodra de vorst op de interne spoelen is verwijderd en gedroogd, start de compressor of ventilator automatisch opnieuw op en hervat de normale werking.
Meer veiligheid
Automatische herstartfunctie
Dit product is uitgerust met een automatische herstartfunctie. In geval van een stroomstoring herstelt de luchtontvochtiger automatisch de vorige instellingen zodra de stroom is hersteld.
Functie voor het beschermen van de compressor
Om de levensduur van het product te verlengen, zal de compressor na elke continue werking van 8 uur 8 minuten stilstaan en vervolgens opnieuw opstarten.
INSTRUCTIE VOOR LEEGMAKEN
Leegmaken watertank
-
Als het alarm watertank vol actief is, zal het lampje rood branden en het scherm «P1» weergeven, het waterpeil kan gecontroleerd worden via het kijkglas van de watertank.
-
Trek de watertank uit het apparaat en draag deze naar de voorziene plaats voor leegmaken.

- Het product is uitgerust met een afvoeraansluiting.
- een slang van 1,5 m lang is bijgeleverd.
- Verwijder het decoratief deksel van de tank en steek de slang in de afvoeraansluiting.

- Voordat u het apparaat schoonmaakt of onderhoudt, moet u ervoor zorgen dat het apparaat is uitgeschakeld en losgekoppeld van het lichtnet om elektrische schokken te voorkomen.
- Dompel het apparaat nooit onder in water of een andere vloeistof.
- Gebruik geen chemische oplosmiddelen zoals benzeen, alcohol of benzine, omdat deze schade of vervorming van de behuizing van het apparaat kunnen veroorzaken.
- Gebruik een zachte, vochtige doek om de behuizing schoon te maken.
Reiniging van het filter
Dit apparaat is uitgerust met een wasbaar filter, dat elke twee weken moet worden schoongemaakt. Een verstopt filter kan de efficiëntie van het apparaat verminderen door stofophoping.

Als u dit product gedurende een langere periode niet gebruikt:
- Schakel het product uit en haal de stekker uit het stopcontact.
- Leeg de watertank en laat deze drogen. Als een continu afvoerslang is aangesloten, koppel de slang dan los, laat deze drogen en plaats de dop op de afvoeraansluiting.
• Verwijder het filter, maak het schoon met water, laat het drogen en plaats het vervolgens terug. - Zorg ervoor dat alle onderdelen en accessoires van de luchtontvochtiger droog zijn voordat u het opbergt.
- Vóór opbergen, afdekken met een plastic zak om het verzamelen van stof op het oppervlak of krassen op de behuizing te vermijden.
- Het wordt aanbevolen om een kabelbinder te gebruiken om het netsnoer op te bergen, om te verzekeren dat het snoer niet knikt.
- Bewaar het product rechtop in een droge omgeving en vermijd direct zonlicht.
PROBLEMEN OPLOSSEN
Opmerking: Niet alle onderstaande problemen zijn storingen.
| PROBLEEM MOGELIJKE OORZAKEN | |
| Ontvochtiger werkt niet.De bedieningselementen kunnen niet worden ingesteld. | Apparaat werkt op een plaats waar de temperatuur hoger is dan 32°C of lager is dan 5°C.Opvangbak is vol. |
| Geluidsniveau neemt plotsklaps toe tijdens bedrijf. | Geluidsniveau neemt toe als de compressor net is gestart.Probleem met stroomtoevoer.Apparaat staat op ongelijke vloer. |
| Vochtigheid neemt niet af. | Te ontvochtigen gebied is te groot. Uw ontvochtiger kan te weinig vermogen hebben.Deuren staan open.Er kan een apparaat in de ruimte zijn dat stoom produceert. |
| Het ontvochtigen heeft weinig of geen effect. | Kamertemperatuur is te laag.Het vochtigheidsniveau kan verkeerd zijn ingesteld.Als het apparaat werkt in een ruimte waar de temperatuur tussen 5 en 15°C ligt, zal het automatisch gaan ontdooien. De compressor stopt voor een korte periode (de ventilator werkt op hoge snelheid). Als het apparaat klaar is met ontdooien, keert het terug naar normaal bedrijf. |
| Bij het eerste gebruik ruikt de uitgestoten lucht muf. | Als gevolg van de temperatuurstijging van de warmtewisselaar kan de uitgestoten lucht de eerste tijd vreemd ruiken. |
| Het apparaat maakt lawaai. | Er kan enig geluid klinken als het apparaat op een houten of oneffen vloer staat. |
| Er kan een suizend geluid klinken. | Dit is normaal. Dit is het geluid van het stromen van de koelvloeistof. |
PROBLEEM MET WATERLEKKAGE
| PROBLEEM MOGELIJKE OOR | ZAAK MOGELIJKE OORZAAK | |
| Als u een afvoerslang gebruikt, is er water in de opvangbak. | • Controleer de aansluiting van de afvoer. | • Zorg dat de aansluiting van de afvoer goed is aangesloten. |
| • De afvoerslang is niet correct geïnstalleerd. | • Verwijder het obstakel uit de afvoerslang.• Verwijder de afvoerslang en vervang hem. Zorg dat de slang op de juiste wijze is geïnstalleerd. |
ONTVOCHTIGER WIL NIET STARTEN
| PROBLEEM MOGELIJKE OOR | ZAAK OPLOSSING | |
| Indicatielampje voeding brandt niet als de stroom wordt ingeschakeld. | De ontvochtiger krijgt geen stroom als de netstekker niet goed in het stopcontact zit. | Controleer of er spanning op de aansluiting staat. Als dit het geval is, wacht dan tot de stroomtoevoer hersteld is.Als dit niet het geval is, controleer dan of de netvoeding of het stopcontact beschadigd is.Controleer of de stekker los zit.Controleer of het snoer beschadigd is. |
| Zekering is doorgebrand. • Vervang de zekering. | ||
| Indicatielampje Opvangbak vol brandt. | Opvangbak is niet correct geplaatst.De opvangbak zit vol water.De opvangbak is verwijderd. | Leeg de opvangbak en plaats hem de juiste manier terug. |
| Het apparaat werkt normaal maar wil niet opstarten. | Vochtigheid is te hoog ingesteld. | Als u drogere lucht wilt, druk dan op de knop vochtigheid om het cijfer op het apparaat te verlagen om continu te ontvochtigen. |
DE ONTVOCHTIGER DROOGT DE LUCHT NIET ZOALS BEDOELD
| PROBLEEM MOGELIJKE OOR | ZAAK OPLOSSING | |
| Slechte ontvochtigingspresta-ties. | • Controleer of er obstakels rondom het apparaat zijn. | • Zorg dat gordijnen, jaloezieën of meubelstukken de ontvoch-tiger niet blokkeren. |
| • Luchtfilter is stoffig en geblokkeerd. | • Reinig het filter. | |
| • Deuren en ramen staan open. | • Zorg dat alle deuren en ramen en andere openingen naar buiten gesloten zijn. | |
| • Kamertemperatuur is te laag. | • Warme temperaturen zijn goed voor het ontvochtigen. Lage temperaturen beperken het effect van het apparaat. Het apparaat moet werken op een plaats waar de tempera-tuur hoger is dan 5°C. |
FOUTCODE
| Foutcode | Technische code | Oplossing |
| Defecte sensor | E1 | Schakel de voeding een half uur uit en start het apparaat daarna opnieuw als het opnieuw de normale bedrijfstemperatuur heeft. |
| E2 | ||
| Oververhit L3 | ||
| Te koud L4 | ||
| Initiële defecten C8 Neem | contact op met | ons servicecentrum voor hulp. |
| Relatieve luchtvochtigheid in de omgeving ≤ 30 % | L0 | In deze toestand werkt het apparaat normaal. Het apparaat zal de normale werking hernemen na het stijgen van de relatieve vochtigheid |
| Relatieve luchtvochtigheid in de omgeving ≥ 90 % | HI | In deze toestand werkt het apparaat normaal. Na het zakken van de relatieve vochtigheid, zal de normale omgevingsvochtigheid weergegeven worden. |
HANDLEIDING VOOR SPECIALISTEN
De ontvochtiger mag alleen door een bevoegde, gekwalificeerde technicus worden gerepareerd en onderhouden.
a. Een persoon die is betrokken bij het werken aan of openen van een koelcircuit moet over een geldig certificaat beschikken van een door de sector goedgekeurde beoordelingsbevoegdheid dat hun geschiktheid bevestigt om op een veilige en door de sector erkende beoordelingsspecificatie met koelmiddelen te werken.
b. Onderhoud mag alleen worden uitgevoerd zoals wordt aanbevolen door de fabrikant van de apparatuur. Onderhoud en reparaties die de hulp van ander gekwalificeerd personeel vereisen, moeten uitgevoerd worden onder toezicht van een persoon die ervaring heeft met en officieel bevoegd is voor het gebruik van brandbare koelmiddelen.
VEILIGHEIDSVOORBEREIDING VOOR DE INSTALLATIE
De maximum lading koelmiddel wordt weergegeven op tabel a.
Opmerking: Raadpleeg het typeplaatje voor de vulhoeveelheid R290.
| Kameroppervlak (m2) 4 11 15 | |||
| Maximale lading (kg) < | 0,152 0,225 0,304 |
Tabel a - Maximale lading (kg)
Voer vóór het werken aan systemen die brandbare koelmiddelen bevatten de veiligheidscontroles uit die nodig zijn om te verzekeren dat het risico op ontsteking minimaal is. Vooraleer het koelsysteem hersteld kan worden moet vóór aanvang van de werkzaamheden aan de volgende voorzorgsmaatregelen voldaan zijn. Het werk zal uitgevoerd worden volgens een gecontroleerde procedure om het risico uit te sluiten dat er een brandbaar gas of brandbare damp aanwezig is terwijl het werk uitgevoerd wordt.
DETECTIE VAN BRANDBARE KOELMIDDELEN
Er zullen onder geen omstandigheden mogelijke ontstekingsbronnen gebruikt worden tijdens het zoeken naar of detecteren van lekken van koelmiddel. Een halidelamp (of een andere detector met open vlam) zal niet gebruikt worden.
CONTROLEREN VAN DE OMGEVING
Al het onderhoudspersoneel en alle andere personen die in de omgeving aan het werk zijn zullen
op de hoogte gebracht worden van het werk dat uitgevoerd wordt. Werken in besloten ruimtes zal vermeden worden. De omgeving rond de werken zal afgezet worden. Verzeker dat de toestand in de ruimte veilig is en vrij is van brandbare stoffen.
CONTROLE OP DE AANWEZIGHEID VAN KOELMIDDEL
De omgeving zal vóór en tijdens de werkzaamheden gecontroleerd worden met een geschikt detectiemiddel voor koelmiddel om te verzekeren dat de technicus op de hoogte is van mogelijk giftige of brandbare atmosferen. Verzeker dat de apparatuur die gebruikt wordt voor lekdetectie geschikt is om gebruikt te worden bij koelmiddelen, dit wil zeggen vonkvrij, adequaat afgedicht of intrinsiek veilig.
GEEN ONTSTEKINGSBRONNEN
Niemand zal tijdens werken aan een koelsysteem waarbij leidingen blootgesteld worden, ontstekingsbronnen gebruiken op een manier die een risico op brand of een explosie met zich meebrengt. Alle mogelijke ontstekingsbronnen, inclusief sigaretten roken, moeten op een voldoende afstand gehouden worden tijdens het installeren, herstellen, verwijderen en afvoeren. Tijdens deze handelingen kan koelmiddel in de omgeving vrijkomen. Vóór aanvang van de werken zal de omgeving rond de apparatuur gecontroleerd worden om te verzekeren dat er geen brandgevaar of risico op explosie aanwezig is. Er zullen borden met "Verboden te roken" geplaatst worden.
AANWEZIGHEID VAN EEN BRANDBLUSAPPARAAT
Als er heet werk uitgevoerd wordt op de koeluitrusting of daaraan verbonden onderdelen zal geschikte brandblusapparatuur ter plaatse beschikbaar zijn. Plaats een brandblusapparaat met droog poeder of CO2 naast het laadgebied.
GEVENTILEERDE OMGEVING
Verzeker dat de omgeving open is of dat er voldoende geventileerd wordt vooraleer het systeem te openen of heet werk uit te voeren. Het niveau van ventilatie zal behouden blijven tijdens de periode waarin de werkzaamheden uitgevoerd worden. De ventilatie moet vrijgekomen koelmiddel veilig afvoeren en het liefst zo veel mogelijk naar de atmosfeer verdrijven.
CONTROLES VAN DE KOELUITRUSTING
Wanneer er elektrische onderdelen vervangen worden zullen de nieuwe onderdelen geschikt zijn voor hun doel en aan de juiste specificaties voldoen. De onderhoudsrichtlijnen van de fabrikant zullen te allen tijde gevolgd worden. Contacteer bij twijfel de technische dienst van de fabrikant voor bijstand. De volgende controles zullen uitgevoerd worden bij installaties die brandbare koelmiddelen gebruiken:
- De werkelijke hoeveelheid koelmiddel hangt af van de grootte van de kamer waarin de onderdelen die koelmiddel bevatten geïnstalleerd worden is.
- De in- en uitlaten van de ventilatie naar behoren werken en niet geblokkeerd worden.
- Als er een onrechtstreeks koelcircuit gebruikt wordt, zal het secundaire circuit gecontroleerd worden op de aanwezigheid van koelmiddel.
- De aanduidingen op de uitrusting zichtbaar en leesbaar blijven. Aanduidingen en tekens die onleesbaar zijn zullen gecorrigeerd worden.
Initiële veiligheidscontroles zullen deel uitmaken van de procedure voor het herstellen en onderhouden van elektrische onderdelen. Indien er een fout aanwezig is die de veiligheid in het gedrang kan brengen zal er geen voeding op het circuit aangesloten worden tot wanneer dit probleem opgelost is. Als de fout niet onmiddellijk gecorrigeerd kan worden maar de werking verder gezet moet worden, zal een adequate tijdelijke oplossing gebruikt worden. Dit zal gemeld worden aan de eigenaar van de uitrusting zodat alle partijen op de hoogte zijn.
Initiële veiligheidscontroles zullen het volgende bevatten:
- dat condensatoren ontladen zijn: dit zal gebeuren op een veilige manier om de kans op vonken te vermijden.
- dat er geen onderdelen en bedrading onder spanning blootgesteld worden tijdens laden, recupereren of spoelen van het systeem.
- dat het systeem voortdurend geaard is.
Tijdens herstellingen aan afgedichte onderdelen moet alle elektrische voeding afgekoppeld worden van de apparatuur vóór het verwijderen van afgedichte deksels, enz. Als het absoluut nodig is dat de voeding tijdens onderhoudswerken aan de apparatuur aangesloten blijft moet een permanente lekdetectie geplaatst worden ter hoogte van het meest kritische punt om te waarschuwen voor een mogelijk gevaarlijke situatie. Er zal in het bijzonder aandacht besteed worden aan het volgende om te verzekeren dat tijdens het werken aan elektrische onderdelen de behuizing niet gewijzigd wordt op een manier waarop het niveau van beveiliging beïnvloed wordt. Dit zal beschadiging van kabels, een teveel aan aansluitingen, klemmenblokken die niet volgens specificatie zijn, beschadigingen aan dichtingen, onjuiste plaatsing van pakkingen, enz. bevatten.
- Verzeker dat de apparatuur stevig gemonteerd is.
- Verzeker dat de dichtingen of dichtingsmaterialen niet zodanig verouderd zijn dat ze het binnendringen van brandbare atmosferen niet meer kunnen voorkomen.
De onderdelen moeten worden vervangen overeenkomstig de instructies van de fabrikant.
OPMERKING: Het gebruik van siliconen afdichtingsmiddel kan de effectiviteit van sommige types van apparatuur voor lekdetectie verminderen. Intrinsiek veilige onderdelen moeten niet geïsoleerd worden vooraleer er aan gewerkt wordt.
HERSTELLINGEN AAN INTRINSIEK VEILIGE ONDERDELEN
Breng geen permanent inductieve of capacitieve ladingen aan op het circuit zonder te verzekeren dat deze de maximaal toegelaten spanning en stroom voor de gebruikte apparatuur niet overschrijden. Intrinsiek veilige onderdelen zijn enkel deze onderdelen van het type waaraan gewerkt kan worden onder spanning in een brandbare atmosfeer. De testapparatuur zal van de juiste klasse zijn. Vervang onderdelen enkel door onderdelen met de specificaties van de fabrikant. Andere onderdelen kunnen leiden tot ontsteking van het koelmiddel in de atmosfeer ten gevolge van een lek.
BEKABELING
Controleer dat de bekabeling niet beïnvloed is door slijtage, corrosie, overmatige druk, trillingen, scherpe randen of andere negatieve omgevingseffecten. De controle zal ook rekening houden met de effecten van veroudering of voortdurende trillingen die veroorzaakt worden door compressoren of ventilatoren.
METHODES VAN LEKDETECTIE
De volgende methods van lekdetectie worden als aanvaardbaar beschouwd voor alle koelsystemen. Elektronische lekdetectoren kunnen gebruikt worden om lekkend koelmiddel te detecteren maar, in geval van brandbare koelmiddelen, kan de gevoeligheid onvoldoende zijn of kan opnieuw kalibreren nodig zijn. (Detectieapparatuur zal gekalibreerd worden in een omgeving vrij van koelmiddel.) Verzeker dat de detector geen mogelijke ontstekingsbron is en geschikt is voor het gebruikte koelmiddel. Lekdetectie-apparatuur zal ingesteld worden op een percentage van de LEL van het koelmiddel en zal gekalibreerd worden volgens het koelmiddel dat gebruikt wordt en het gepaste percentage aan gas (25 % maximum) bevestigd is. Vloeistoffen voor lekdetectie zijn geschikt voor gebruik voor de meeste koelmiddelen maar het gebruik van detergenten die chloor bevatten zal vermeden worden omdat het chloor kan reageren met het koelmiddel en het koperen leidingwerk kan corroderen. Als er een vermoeden van een lek is zullen alle open vlammen verwijderd/gedoofd worden. Als er een lek van koelmiddel gevonden dat soldeerwerk vereist zal al het koelmiddel uit het systeem gerecupereerd worden of geïsoleerd worden (door middel van afsluitkleppen) in een deel van het systeem op een veilige afstand van het lek. Bij apparaten die ontvlambare koelmiddelen bevatten, moet zuurstofvrije stikstof (OFN) door het systeem worden gespoeld, zowel vóór als tijdens het soldeerproces.
VERWIJDEREN EN VERDRIJVEN
Bij het openen van het koelmiddelcircuit om herstellingen uit te voeren - of voor een andere reden - zullen de conventionele procedures gebruikt worden. Het is voor brandbare koelmiddelen echter belangrijk dat de beste praktijken gevolgd worden omdat er met brandbaarheid rekening gehouden moet worden. De volgende procedure zal gevolgd worden:
• Verwijder het koelmiddel.
- Spoel het circuit met een inert gas.
- Verdrijf.
- Spoel opnieuw met het inert gas.
- Open het circuit door snijden of solderen.
De lading aan koelmiddel zal gerecupereerd worden in de gepaste recuperatieflessen.
Voor apparaten met brandbare koelmiddelen, zal het systeem "gespoeld" worden met OFN om de eenheid in een veilige toestand te brengen. Dit proces moet mogelijk enkele keren herhaald worden. Perslucht of zuurstof mag niet gebruikt worden voor het purgeren van koelmiddelsystemen. Voor apparaten met brandbare koelmiddelen, zal spoeling bereikt worden door het breken van het vacuum met OFN en er zal verder gevuld worden tot de bedrijfsdruk bereikt wordt. Daarna wordt de druk afgelaten naar atmosfeer en wordt er uiteindelijk terug vacuum getrokken. Dit proces zal herhaald worden tot er zich geen koelmiddel meer in het systeem bevindt. Na het gebruiken van de laatste lading OFN zal de druk afgelaten worden tot atmosferische druk om werken aan de apparatuur toe te laten. Deze handeling is zeer belangrijk als er soldeerwerken aan het leidingwerk uitgevoerd moeten worden. Verzeker dat de uitlaat van de vacuumpomp zich niet in de buurt bevindt van ontstekingsbronnen en dat er ventilatie is.
LAADPROCEDURES
Naast de conventionele laadprocedures zullen de volgende vereisten gevolgd worden.
- Verzeker dat de verschillende koelmiddelen niet gemengd worden tijdens het gebruiken van de laadapparatuur. Slangen of leidingen zullen zo kort mogelijk zijn om de hoeveelheid aan koelmiddel dat zich hierin kan bevinden te minimaliseren.
- De flessen zullen rechtop geplaatst worden.
- Verzeker dat het koelsysteem geaard is vooraleer het systeem met koelmiddel geladen wordt.
- Breng etiketten aan op het systeem als het volledig geladen is (als dit nog niet het geval is).
- Men moet uiterst voorzichtig zijn om het koelsysteem niet te overvullen. Vóór het opnieuw vullen van het systeem, moeten er druktesten uitgevoerd worden met het gepaste purgeergas. Het systeem zal na het laden, maar vóór ingebruikname, getest worden op lekken. Een tweede controle op lekken zal uitgevoerd laten vóór het verlaten van de site.
ONTMANTELING
Vooraleer deze procedure uitgevoerd wordt is het van essentieel belang dat de technicus de apparatuur en al zijn details volledig kent. Het is goede praktijk dat alle koelmiddelen veilig verwijderd worden. Vóór het uitvoeren van deze taak zal een monster van de olie en het koelmiddel genomen worden voor het geval een analyse vereist is vooraleer het gerecupereerde koelmiddel opnieuw gebruikt wordt. Het is van essentieel belang dat er voeding beschikbaar is vooraleer met deze taak gestart wordt.
a. Leer de uitrusting en de werking kennen.
b. Isoleer het systeem elektrisch.
c. Verzeker vóór het proberen uitvoeren van deze procedure dat:
- Mechanische behandelingsapparatuur beschikbaar is, indien nodig, voor het behandelen van de flessen met koelmiddel.
- Alle persoonlijke beveiligingsapparatuur beschikbaar is en gebruikt wordt.
- Er wordt te allen tijde tijdens het recuperatieproces toezicht gehouden door een bevoegd persoon.
- Recuperatie-apparatuur en flessen voldoen aan de gepaste normen.
d. Pomp het koelsysteem leeg, indien mogelijk.
e. Maak, als er geen vacuüm getrokken kan worden, een verdeelstation zodat het koelmiddel uit de verschillende delen van het systeem verwijderd kan worden.
f. Verzeker dat de fles op de weegschaal staat vóór aanvang van de recuperatie.
g. Start de recuperatiemachine en bedien deze volgens de instructies van de fabrikant.
h. Overvul de flessen niet. (Niet meer dan 80 % van het volume van vloeibare lading.)
i. Overschrijd de maximale werkdruk van de fles niet, zelfs niet tijdelijk.
j. Verzeker dat de flessen na het vullen en het voltooien van het proces de flessen en de apparatuur
onmiddellijk van de site verwijderd worden en dat alle isolatiekleppen op de apparatuur in gesloten stand staan.
k. Gerecupereerd koelmiddel zal niet in een ander koelsysteem geladen worden tenzij het gereinigd en gecontroleerd werd.
ETIKETTERING
Er zal een etiket op de apparatuur aangebracht worden dat aangeeft dat het ontmanteld werd en er geen koelmiddel meer aanwezig is. Dit etiket zal gedateerd en ondertekend worden. Verzeker, voor apparaten die brandbare koelmiddelen bevatten, dat er zich etiketten op de apparatuur bevinden die aangeven dat de apparatuur brandbaar koelmiddel bevat.
RECUPERATIE
Bij het verwijderen van koelmiddel uit een systeem, voor onderhoud of ontmanteling, is het goede praktijk dat alle koelmiddelen veilig verwijderd worden. Verzeker dat tijdens het overbrengen van koelmiddel in flessen de juiste flessen voor recuperatie van koelmiddel gebruikt worden. Verzeker dat een voldoende aantal flessen voor het opslaan van de totale lading van het systeem beschikbaar is. Alle cilinders die gebruikt zullen worden zijn toegewezen aan het gerecupereerde koelmiddel en voorzien van een etiket voor dat koelmiddel (dit wil zeggen speciale cilinders voor de recuperatie van koelmiddel). Cilinders zullen voorzien zijn van een overdrukklep en bijhorende afsluitkleppen die zich in goed werkende staat bevinden. De inhoud van recuperatieflessen wordt verdreven en, indien mogelijk, worden de flessen gekoeld vóór de recuperatie van start gaat. De recuperatieapparatuur moet in goede werkende staat zijn, met een reeks instructies met betrekking tot de beschikbare apparatuur en dat deze geschikt is voor de recuperatie van alle gepaste koelmiddelen, met inbegrip van, waar van toepassing, brandbare koelmiddelen. Daarnaast zal een set van goed werkende, gekalibreerde weegschalen beschikbaar zijn. Slangen zullen volledig zijn met lekvrije koppelingen en in goede staat verkeren. Controleer vóór het gebruiken van de recuperatiemachine dat deze goed werkt, gepast onderhouden werd en dat verbonden elektrische onderdelen afgedicht zijn om ontsteking te voorkomen in het geval van vrijgekomen koelmiddel. Raadpleeg de fabrikant bij twijfel. Het gerecupereerde koelmiddel zal terug gestuurd worden naar de leverancier in de juiste fles en met de correct ingevulde Waste transfer note. Meng koelmiddelen niet in recuperatie-eenheden en vooral niet in cilinders. Verzeker dat, wanneer compressoren of de olie van compressoren verwijderd moet worden, deze leeg gemaakt werden tot een aanvaardbaar peil om te garanderen dat er geen brandbaar koelmiddel achterblijft in het smeermiddel. Het verwijderingsproces zal uitgevoerd worden vooraleer de compressoren teruggestuurd worden naar de leveranciers. Elektrische verwarming van de behuizing van de compressor zal enkel toegepast worden om dit proces te versnellen. Wanneer olie uit een systeem afgelaten wordt, zal dit op een veilige manier gebeuren.