TD2420 - Ontvochtiger Toyotomi - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TD2420 Toyotomi in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Ontvochtiger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TD2420 - Toyotomi en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TD2420 van het merk Toyotomi.
GEBRUIKSAANWIJZING TD2420 Toyotomi
GEBRUIKSAANWIJZING NEDERLANDS
Bedankt om voor een TOYOTOMI-ontvochtiger te kiezen om uw en uw familie een comfortabele omgeving te bieden. Deze gebruikershandleiding bevat waardevolle informatie, noodzakelijk voor goede zorg en onder- houd van uw nieuwe ontvochtiger. Neem de tijd om de instructies aandachtig te lezen en alle operationele aspecten van deze ontvochtiger te leren kennen. GARANTIE Dit apparaat is vervaardigd volgens hoge kwaliteitsnormen en onderworpen aan strenge kwaliteits-controles. Voor dit product geldt een fabrieksgarantie van 2 jaar vanaf de datum van aankoop. In Spanje en Portugal geldt als wettelijke minimale garantietermijn een periode van 3 jaar.WAT DE GARANTIE DEKTDeze garantie dekt materiaal- en fabricagefouten die zich voordoen bij normaal huishoudelijk gebruik van het apparaat, mits het volgens de instructies in deze handleiding wordt gebruikt.WAT NIET ONDER DE GARANTIE VALTDe garantie is niet van toepassing op:• Schade veroorzaakt door onjuist gebruik of onjuiste installatie;• Normale slijtage, bijvoorbeeld van filters of pakkingen;• Reparaties uitgevoerd door niet-geautoriseerde servicepunten;• Schade door ongevallen, vallen, of overbelasting van het apparaat;• Commercieel of industrieel gebruik, tenzij uitdrukkelijk anders vermeld.WAT TE DOEN BIJ EEN DEFECT?Als uw apparaat defect is, neem dan contact op met de verkoper waar u het heeft gekocht. Zij zullen u helpen met uw garantieclaim. Bewaar uw aankoopbewijs (bon of factuur), aangezien dit mogelijk nodig is.
Deze markering geeft aan dat dit product in de EU niet samen met ander huis- houdelijk afval verwijderd mag worden. Recycle het op een verantwoordelijke manier om het duurzaam hergebruik van grondstoffen te promoten en mogelijke schade aan het milieu of gevaar voor de volksgezondheid te voorkomen. Ge- bruik de retour- en inzamelpunten of neem contact op met de handelaar waar het product werd aangekocht om uw gebruikt apparaat in te leveren. Zij kunnen dit product naar een inzamelpunt voor milieuvriendelijke recycling brengen.NL
Koelmiddel R290: Globaal opwarmingspotentieel (GWP) 3 Apparaat gevuld met brandbaar gas R290. Lees eerst de gebruikershandleiding voordat u het appa- raat installeert en gebruikt. Lees eerste de installatiehandleiding, voor installatie van het apparaat. Lees eerste de onderhoudshandleiding, voor reparatie van het apparaat. GEVAAR Geeft een gevaarlijke situatie aan die, indien niet vermeden, zal resulteren in de dood of ernstig letsel. WAARSCHUWING Geeft een gevaarlijke situatie aan die, indien niet vermeden, zal resulteren in de dood of ernstig letsel. OPGELET Geeft een gevaarlijke situatie aan die, indien niet vermeden, kan resulteren in licht of matig letsel. OPMERKING Wijst op belangrijke maar niet aan een gevaar gere- lateerde informatie, gebruikt om te wijzen op het risico op materiële schade.NL
Redenen van uitzondering De fabrikant zal niet verantwoordelijk zijn als persoonlijk letsel of materiële schade werd veroorzaakt door volgende oorzaken:
1. Vernietiging van het product door verkeerd gebruik.
2. Het apparaat inschakelen, gebruiken of blijven gebruiken samen
met een ander apparaat zonder het volgen van de instructies in de handleiding van de fabrikant.
3. Wanneer het defect is veroorzaakt door directe blootstelling van
het product aan corrosief gas.
4. Door slecht transport van het product.
5. Door bediening, reparatie en uitvaltijd van het product zonder de
instructies in de handleiding te volgen.
6. Als het probleem is veroorzaakt door producten van andere fabrikanten.
7. Schade is veroorzaakt door natuurrampen, verkeerd gebruik van
het milieu of overmacht. Als het apparaat onderhoud nodig heeft, neem dan contact op met uw dealer of plaatselijke servicecentrum om het meteen te laten repareren. Het apparaat moet worden on- derhouden door een geautoriseerde technicus. In het tegenover- gestelde geval kan dit ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben. Als er koelmiddel lekt of als dit verwijderd moet worden tijdens installatie, onderhoud of demontage, dan moet dit uitgevoerd worden door erkende professionals of anders conform plaatselijke wetten en regelgeving. HET KOELMIDDEL
- Om de werking van de luchtontvochtiger mogelijk te maken, circuleert een speciaal koelmiddel in het systeem. Het gebruikte koelmiddel is fluoride R290, dat speciaal gereinigd is. Het koel- middel is brandbaar en geurloos. Bovendien kan het in bepaalde omstandigheden een explosie veroorzaken.
- In vergelijking met normale koelmiddelen, is R290 een niet vervui- lend koelmiddel dat de ozonlaag niet zal aantasten. Het heeft ook minder invloed op de vorming van broeikasgassen. R290 heeft zeer goede thermodynamische eigenschappen, waardoor het een zeer hoog energierendement biedt. De units hoeven dus minder vaak gevuld te worden.
- Raadpleeg het typeplaatje voor de vulhoeveelheid R290.NL
- Het apparaat is gevuld met het brandbare gas R290.
- Het apparaat moet worden geïnstalleerd, gebruikt en bewaard in een kamer met een oppervlakte van meer dan 4m².
- Het apparaat moet worden bewaard in een ruimte zonder voort- durend werkende ontstekingsbronnen, bijv. open vlammen, een gastoestel of een werkende elektrische kachel.
- Het apparaat moet worden bewaard in een goed geventileerde ruimte met afmetingen die overeenstemmen met de gespecifi- ceerde afmetingen voor werking.
- Het apparaat moet worden opgeslagen op een manier waarop het NIET mechanisch beschadigd kan worden.
- Plaats geen obstakels op de ventilatieopeningen.
- Het apparaat NIET doorboren of verbranden.
- Houd er rekening mee dat het koelmiddel geurloos is.
- NIET gebruiken betekent het versnellen van het ontdooiproces of reiniging op een andere manier dan aanbevolen door de fabrikant.
- Onderhoud van de apparaten mag alleen worden uitgevoerd door een gekwalificeerde, erkende technicus volgens de instructies van de fabrikant.
- In geval van noodzakelijke reparaties, neem dan contact op met het erkende servicecentrum. Elke reparatie die wordt uitgevoerd door ongekwalificeerd personeel kan gevaarlijk zijn en leiden tot verlies van de productgarantie.
- De nationale regelgeving voor gas moet worden nageleefd. VEILIGHEIDSMAATREGELEN
- Lees deze instructies zorgvuldig door om persoonlijk letsel of ma- teriële schade aan gebruikers en anderen te voorkomen. Begrijp de inhoud van de handleiding en zorg ervoor dat u de vermelde veiligheidsmaatregelen opvolgt.
- Bedien het apparaat NIET met natte handen, spoel het NIET af met water en plaats het NIET in de buurt van een waterbron.
- Steek uw hand NIET in de luchtuitlaat of luchtinlaat.
- Plaats geen zware voorwerpen op de luchtuitlaat en ga er NIET direct op zitten.
- Gooi of plaats GEEN voorwerpen in de luchtontvochtiger.NL
- Gebruik de luchtontvochtiger NIET in de buurt van ontvlambare of explosieve gassen en plaats hem NIET in de buurt van een warmtebron.
- Schakel het apparaat NIET uit via de aan/uit knop; zet de aan/uit knop uit als het apparaat gedurende lange periode NIET gebruikt zal worden.
- Stop onmiddellijk met het gebruik en koppel de stroomtoevoer los als er zich abnormale gebeurtenissen voordoen (zoals een bran- dlucht).
- Koppel de stroomtoevoer los tijdens onweer.
- Vervang het netsnoer NIET zonder goedkeuring, sluit het nets- noer in de helft aan of gebruik het parallel met andere elektrische apparaten met hoog vermogen.
- Demonteer, wijzig, repareer of reinig interne componenten NIET zonder toestemming.
- Verzeker tijdens het reinigen dat het apparaat gestopt is en de de aan/uit knop uit staat. AANDACHTSPUNTEN
- Plaats het apparaat op een vlakke en stevige ondergrond.
- Dompel het apparaat NIET onder in water en plaats het NIET in de buurt van een waterbron.
- Als het netsnoer of andere componenten beschadigd zijn of als er een abnormale situatie is, gebruik het apparaat dan NIET. Neem contact op met de aftersalesservice van de fabrikant of de plaats van aankoop.
- Dit apparaat is alleen bedoeld voor ontvochtiging binnenshuis en mag NIET voor andere doeleinden worden gebruikt.
- Gebruik dit product met de opgegeven voedingsspanning.
- Plaats geen zware voorwerpen op het apparaat.
- Kantel het apparaat NIET om schade aan de compressor te voorkomen.
- Steek geen voorwerpen in het apparaat om storingen te voorkomen.
- Wanneer het apparaat opnieuw moet worden opgestart nadat het is uitgeschakeld, wacht dan 3 minuten voordat u het normaal inschakelt.
- Als u verdeelstekkers of andere stroomverdelers gebruikt alsNL
voeding voor het apparaat, verzeker dan dat deze voldoen aan de nationale veiligheidsregels.
- Als het apparaat per ongeluk wordt gekanteld of omvalt of na een langeafstandstransport, moet het 4 uur rechtop worden gezet voordat u het inschakelt.
- Gebruik het apparaat NIET met een apparaat met een hoog ver- mogen dat hetzelfde stopcontact deelt.
- Gebruik dit apparaat in een omgeving met een kamertempera- tuurbereik van 7°C tot 35°C.
- Gooi verpakkingsmateriaal NIET achteloos weg; recycling maakt deel uit van milieubewustzijn.
- Deze apparatuur is NIET bedoeld voor gebruik door personen met verminderde fysieke, cognitieve of mentale vermogens, of door personen (inclusief kinderen) met een gebrek aan ervaring en kennis, tenzij ze worden begeleid of geïnstrueerd door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Kinderen mo- gen NIET zonder toezicht met dit apparaat spelen.
- Om optimale efficiëntie te verzekeren, moet deze ontvochtiger in een afgesloten ruimte gebruikt worden. Sluit alle deuren, vensters en andere ingangen van de kamer.
- Voorkom slechte warmteafvoer door de machine op minimaal 50 cm afstand van de muren te houden.
- Recycling: Deze markering geeft aan dat dit product in de EU NIET samen met ander huishoudelijk afval verwijderd mag worden. Recycle het op een verantwoordelijke manier om het duurzaam hergebruik van grondstoffen te promoten en mogeli- jke schade aan het milieu of gevaar voor de volksgezondheid te voorkomen. Gebruik de retour- en inzamelpunten of neem contact op met de handelaar waar het product werd aangekocht om uw gebruikt apparaat in te leveren. Zij kunnen dit product naar een inzamelpunt voor milieuvriendelijke recycling brengen.
- Onderhoud mag alleen worden uitgevoerd zoals wordt aanbevo- len door de fabrikant van de apparatuur. Onderhoud en reparaties die de hulp van ander gekwalificeerd personeel vereisen, moeten uitgevoerd worden onder toezicht van een persoon die ervaring heeft met het gebruik van brandbare koelmiddelen.NL
ALGEMEEN Sluit voor een optimale prestatie en maximaal rendement van uw ontvochtiger alle ramen. De capaciteit van de ontvochtiger is afhankelijk van de temperatuur en vochtigheid in de ruimte; bij lagere temperaturen wordt minder vocht afgevoerd. FUNCTIES Krachtig luchtontvochtigingsvermogen De ontvochtiger maakt gebruik van koeltechnologie en verwijdert op krachtige wijze vocht uit de lucht om het vochtigheidsniveau in de ruimte te verlagen en de binnenlucht droog en comfortabel te houden. Lichtgewicht draagbaar design De ontvochtiger is compact en licht. Dankzij de zwenkwielen aan de onderzijde van het apparaat is dit gemakkelijk van de ene naar de andere ruimte te verplaatsen. Werking bij lage temperatuur met automatische ontdooiing Als het apparaat werkt bij een kamertemperatuur tussen 7°C en 12°C, stopt het apparaat elke 30 minuten om te ontdooien. Als het apparaat werkt bij een kamertemperatuur tussen 12°C en 20°C, stopt het apparaat elke 45 minuten om te ontdooien. Aanpasbare vochtigheidsregelaar Selecteer het gewenste vochtigheidsniveau met de vochtigheidsregelaar. Timer aan/uit Programmeer het apparaat om automatisch in- en uit te schakelen. Stille werking De ontvochtiger werkt met een laag geluidsniveau. Energiezuinig Het apparaat heeft een laag energieverbruik.NL
1. Aan/uit-toets 2. Zwenkknop
3. Afsteltoets 4. Timertoets
5. Insteltoets 6. Toets voor ventilatorsnelheden
7. Indicatielampje voor water vol 8. Voedingslampje
13. Lampje lage ventilatorsnelheid 14. IndicatiepaneelNL
Vochtigheidsniveau en 2-cijferig timerdisplay De indicator heeft de drie volgende functies:
1. Na inschakelen geeft het apparaat de luchtvochtigheid in de ruimte aan.
2. Als u de vochtigheid instelt, geeft de indicator het vochtigheidsniveau aan dat u hebt
3. Als u de tijd programmeert voor het apparaat om automatisch in- en uit te schakelen,
toont de indicator deze tijden.
Het voedingsindicatielampje gaat aan als het apparaat aangesloten wordt, ongeacht of het apparaat al dan niet in werking is.
Druk op om het apparaat te starten, wanneer het apparaat is gestopt; of druk op om het uit te schakelen, wanneer het apparaat in bedrijf is.
2. Vochtigheidsinstelling
Druk op de toets om de luchtvochtigheid in te stellen, druk vervolgens op of om de luchtvochtigheid aan te passen van 40% tot 80%, iedere instelling is 5%, het LED-lampje zal knipperen op het display bij de aanpassing. Stop met drukken voor 5 seconden, en het display zal terugkeren naar normaal. De standaard luchtvochtigheid is 40%.
3. Instelling ventilatorsnelheid
Druk op de om de ventilatorsnelheid in te stellen op snel of langzaam, en het bi- jbehorende lampje voor de ventilatorsnelheid gaat branden.
Nadat het apparaat is ingeschakeld, drukken op om het zwenken van de luchtuitlaa- tschoep te starten of stoppen.
Druk op om de starttijd in te stellen wanneer het apparaat is gestopt, vervolgens zal het LED-lampje worden weergegeven, u kunt drukken op de of knop om de automatische starttijd aan te passen van 1 tot 24 uur. Druk op om de instelstatus van de uitschakeltijd in te voeren wanneer het apparaat draait, dan zal de LED de tijd weergeven, u kunt drukken op de of om de automatische stoptijd aan te passen van 1 tot 24 uur. De geprogrammeerde tijd blijft ongewijzigd als het apparaat stopt met werken vanwege vol water of tijdens het ontdooien. Eenmaal in- of uitgeschakeld door de gebruiker, kan het appara at de timingfunctie verliezen.
Uw luchtontvochtiger TD2420 heeft WiFi-connectiviteit, zodat u deze op afstand kunt bedienen met de Smart Life-app. Volg de onderstaande stappen om uw apparaat te verbinden:NL
- Installeer de app en maak een account aan door u te registreren met uw e-mail of tele- foonnummer. Stap 2: Ga naar de WiFi-instellingsmodus
- Zorg ervoor dat de luchtontvochtiger is aangesloten en ingeschakeld.
- Bij de eerste inschakeling zal het apparaat in de stand-bymodus gaan en het POWER- -lampje zal oplichten.
- Om de WiFi-koppelmodus te activeren, houdt u de FAN-knop 3 seconden ingedrukt totdat u een pieptoon hoort. Het WiFi-lampje begint te knipperen, wat aangeeft dat het apparaat klaar is om verbinding te maken. Stap 3: Verbinden met de Smart Life-app
1. Zorg ervoor dat uw mobiele telefoon is verbonden met een 2,4 GHz WiFi-netwerk (5
GHz wordt niet ondersteund).
2. Open de Smart Life-app.
3. Tik op het startscherm op de knop “+” om een nieuw apparaat toe te voegen.
4. Kies “Luchtontvochtiger” of de juiste categorie.
5. De app zal het apparaat automatisch detecteren. Als dit niet gebeurt, selecteert u
handmatige toevoeging en volgt u de instructies op het scherm.
6. Bevestig dat het WiFi-lampje knippert en ga verder met het verbindingsproces.
7. Zodra de verbinding is gelukt, blijft het WiFi-lampje vast branden.
Stap 4: Controleer uw apparaat
- Na een succesvolle koppeling kunt u de luchtontvochtiger via de app bedienen, timers instellen, de luchtvochtigheid aanpassen en de werking op afstand monitoren.
- Zorg ervoor dat uw mobiele apparaat en de luchtontvochtiger verbonden blijven met het internet voor toegang op afstand. Opmerking:
- Als het WiFi-lampje niet knippert, start het apparaat dan opnieuw op en herhaal het proces.
- Als de verbinding mislukt, zorg er dan voor dat uw router een 2,4 GHz-netwerk uitzendt en probeer het opnieuw. Nu is uw TD2420 verbonden en klaar voor gebruik met de Smart Life-app!NL
Als de afvoertank vol is, gaat het indicatielampje voor een volle tank aan en de zoemer piept 15 keer om de gebruiker te waarschuwen. Het water moet uit de afvoertank verwij- derd worden. De werking stopt automatisch.
6. DE AFVOERTANK LEGEN
1. Druk met beide handen licht op de zijkanten van de tank en haal deze er voorzichtig uit.
2. Gooi het verzamelde water weg.
1. Als de afvoertank vuil is, was deze dan met koud of lauw
water. Gebruik geen reinigingsmiddel, schuursponsjes, chemisch behandelde doekjes, benzine, benzeen, ver- dunner of andere oplosmiddelen. Deze kunnen de tank bekrassen en beschadigen en waterlekkage veroorzaken.
2. Als u de afvoertank terugplaatst, druk deze dan met beide
handen stevig op zijn plaats. Als de tank niet juist geplaatst wordt, wordt de “TANK FULL”-sensor geactiveerd en werkt de ontvochtiger niet.
7. DOORLOPENDE WATERAFVOER
Het apparaat beschikt over een afvoeropening voor doorlopende afvoer. Gebruik een plastic buis (met een binnendiameter van 10 mm). Sluit de afvoerbuis aan op de afvoero- pening (in tussenplaat) en leid de buis in de juiste richting. Het water in de afvoertank kan doorlopend worden afgevoerd via de afvoeropening in het apparaat voor doorlopende afvoer.NL
De ontvochtiger schoonmaken De behuizing schoonmaken Neem deze af met een zachte vochtige doek. Het luchtfilter schoonmaken
1. Open eerst het inlaatrooster en verwijder het luchtfilter.
2. Maak het luchtfilter schoon.
Ga met een stofzuiger licht over het oppervlak van het luchtfilter om vuil te verwijderen. Als het luchtfilter erg vuil is, was dit dan met warm water en een mild reinigingsmiddel en laat het goed drogen.
3. Bevestig het luchtfilter.
Steek het filter rustig in het apparaat en zet het inlaatrooster op zijn plaats. De ontvochtiger opbergen Berg het apparaat op deugdelijke wijze op als dit gedurende langere tijd niet gebruikt wor- dt. Volg hierbij de volgende stappen:
1. Gooi eventueel water dat nog in de afvoertank zit weg.
2. Rol de stroomkabel op en stop deze in de watertank.
3. Maak het luchtfilter schoon.
4. Berg het apparaat op op een koele, droge plek.NL
Vrije ruimte Zorg dat tijdens de werking van het apparaat de minimaal vereiste ruimte rondom het apparaat in acht wordt genomen, zoals getoond in de afbeelding links.
9. PROBLEEMOPLOSSING
Als een van onderstaande situaties zich voordoet, controleer dan de volgende items alvo- rens u contact opneemt met de klantenservice. Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing Het apparaat werkt niet Is de voedingskabel uit het stopcontact gehaald? Steek de voedingskabel in het stopcontact. Knippert het indicatielampje voor een volle tank? (De tank is vol of is niet juist geplaatst.) Gooi het water in de afvoer- tank weg en plaats de tank terug. Is de temperatuur van de ruimte hoger dan 35ºC of lager dan 7ºC? De beveiliging is geacti- veerd en het apparaat kan niet gestart worden. De ontvochtigingsfunctie werkt niet Is het luchtfilter verstopt? Maak het luchtfilter schoon zoals beschreven onder “De ontvochtiger schoonmaken”. Is de luchtafvoer of luchtinlaat geblokkeerd? Verwijder de obstructie van de luchtafvoer of luchtinlaat. Er wordt geen lucht afgevoerd Is het luchtfilter verstopt? Maak het luchtfilter schoon zoals beschreven onder “De ontvochtiger schoonmaken”. De werking is lawaaierig Is het apparaat gekanteld of staat dit onstabiel? Plaats het apparaat op een stabiele, stevige locatie. Is het luchtfilter verstopt? Maak het luchtfilter schoon zoals beschreven onder “De ontvochtiger schoonmaken”.NL
1. Controles van de omgeving
Voor aanvang van werk aan systemen met brandbare koelmiddelen zijn er veiligheids- controles nodig om het risico op brand te minimaliseren Bij reparaties aan het koelsys- teem moeten de volgende voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen voordat werk aan het systeem wordt uitgevoerd. Werkprocedure: Werk moet volgens een gecontroleerde procedure worden uitgevoerd om het risico te minimaliseren dat er een brandbaar gas of damp aanwezig is terwijl het werk wordt uitgevoerd.
2. Algemene werkomgeving
Alle onderhoudspersoneel en anderen die in de buurt werken, moeten worden ingelicht over de aard van het werk dat wordt uitgevoerd. Vermijd het werken in beperkte ruimten. De omgeving rond de werkruimte dient te worden afgezet. Zorg ervoor dat de omstandi- gheden in de ruimte veilig zijn door het gebruik van brandbaar materiaal te beperken.
3. Controle op de aanwezigheid van koelmiddel
De ruimte moet voor en tijdens het werk worden gecontroleerd met een geschikte detec- tor voor koelmiddel om ervoor te zorgen dat de monteur op de hoogte is van een moge- lijk brandbare atmosfeer. Zorg ervoor dat de gebruikte detectieapparatuur voor lekkages geschikt is voor gebruik met brandbare koelmiddelen, d.w.z. vonkvrij, goed afgedicht of intrinsiek veilig.
4. Aanwezigheid van een brandblusser
Als er werk aan de koelapparatuur of bijbehorende onderdelen moet worden uitgevoerd waarbij warmte vrijkomt, moet er direct geschikt brandblusmateriaal beschikbaar zijn. Er moet een poeder- of CO2-brandblusser aanwezig zijn in het gebied waar gevuld wordt.
5. Geen ontstekingsbronnen
Iemand die werk uitvoert aan een koelsysteem waarbij leidingwerk betrokken is dat brandbaar koelmiddel bevat of heeft bevat, mag niet op een zodanige manier ontstekin- gsbronnen gebruiken dat dit kan leiden tot risico’s op brand of explosie. Alle mogelijke ontstekingsbronnen, inclusief roken, moeten voldoende ver weg blijven van de plaats van installatie, reparatie of verwijdering zolang er brandbaar koelmiddel kan ontsnappen naar de omliggende ruimte Voordat het werk plaatsvindt, moet de ruimte rond de apparatuur worden onderzocht om zeker te zijn dat er geen brandgevaar of ontstekingsrisico’s zijn. Er moeten “Niet roken”-borden worden geplaatst.
6. Geventileerde ruimte
Zorg ervoor dat het gebied in de open lucht is of dat het voldoende geventileerd wordt voordat u het systeem openmaakt of werk uitvoert waarbij warmte vrijkomt. Tijdens de periode dat het werk wordt uitgevoerd, moet voortdurend in zekere mate geventileerd worden. De ventilatie moet eventueel vrijgekomen koelmiddel veilig verspreiden en bij voorkeur naar buiten afvoeren in de buitenlucht.
7. Controles van de koelmiddelapparatuur
Als elektrische onderdelen worden vervangen, moeten deze geschikt zijn voor hun doel en de juiste specificatie hebben. De onderhoudsrichtlijnen van de fabrikant moeten te allen tijde worden opgevolgd. Bij twijfel kunt u voor advies contact opnemen met de technische dienst van de fabrikant. De volgende controles moeten worden uitgevoerd bij installaties die brandbare koelmiddelen gebruiken: - De grootte van de vulapparatuur moet in overeenstemming zijn met de afmetingen van de ruimte waarin de onderdelen die koelmiddel bevatten zijn gemonteerd; - De ventilatieapparatuur en uitlaten werken afdoende en zijn niet geblokkeerd.NL
Bij reparatie en onderhoud aan elektrische onderdelen moeten veiligheidscontroles en procedures voor inspectie van onderdelen worden uitgevoerd. Als er een storing is die de veiligheid in gevaar brengt, mag er geen elektrische voeding worden aangesloten op het circuit, totdat de storing naar behoren is verholpen. Als de storing niet onmiddellijk kan worden verholpen maar het nodig is dat de apparatuur blijft werken, moet er een afdoen- de tijdelijke oplossing worden gebruikt. De eigenaar van de apparatuur moet worden ingelicht, zodat alle partijen hierover zijn geïnformeerd. De eerste veiligheidscontroles houden onder andere in dat: - De condensatoren ontladen zijn; dit moet op een zodanig veilige manier gebeuren dat er geen vonken ontstaan; - Er geen elektrische onderdelen en bedrading zijn die onder spanning staan tijdens het vullen, terugwinnen of doorspoelen van het systeem; - Er doorlopend verbinding met de aarde is.
9. Reparaties aan afgedichte onderdelen
Tijdens reparaties aan afgedichte onderdelen moeten alle elektrische voedingen worden losgekoppeld van de apparatuur waaraan gewerkt wordt, voordat afdekkingen e.d. worden verwijderd. Als het absoluut noodzakelijk is dat er tijdens het onderhoud een elektrische voeding is naar de apparatuur, dan moet er een doorlopend werkende vorm van lekdetectie worden aangebracht op het meest kritische punt om te waarschuwen voor mogelijk gevaarlijke situaties. In het bijzonder moet er aandacht aan worden bes- teed dat bij werkzaamheden aan elektrische onderdelen de behuizing niet zodanig wordt gewijzigd dat het beschermingsniveau wordt aangetast. Hieronder wordt tevens verstaan schade aan kabels, overmatig aantal aansluitingen, niet originele aansluitklemmen, schade aan afdichtingen, onjuist aanbrengen van doorvoeringen, enz. Zorg ervoor dat de apparatuur stevig gemonteerd is. Zorg ervoor dat afdichtingen of afdichtingsmateriaal niet zodanig zijn verweerd dat ze niet langer geschikt zijn om het binnendringen van brandbare gassen te voorkomen. Vervangende onderdelen moeten overeenkomen met de specificaties van de fabrikant. OPMERKING: Het gebruik van siliconenkit kan de effectiviteit van sommige typen detec- tieapparatuur voor lekkages negatief beïnvloeden. Intrinsiek veilige onderdelen hoeven niet te worden afgeschermd voordat er aan gewerkt wordt.
10. Reparaties aan intrinsiek veilige onderdelen
Breng niet een permanente inductieve belasting of belastingscapaciteit aan op het circuit zonder ervoor te zorgen dat deze niet de toelaatbare spanning en stroom voor de gebruikte apparatuur overschrijdt. Intrinsiek veilige onderdelen zijn de enige onderdelen waaraan gewerkt mag worden in de buurt van brandbare gassen, terwijl er spanning op staat. De testapparatuur moet de juiste specificaties hebben. Vervang onderdelen al- leen door onderdelen die door de fabrikant zijn voorgeschreven. Andere dan de door de fabrikant voorgeschreven onderdelen kunnen ontbranding van koelmiddel veroorzaken dat door een lek in de lucht is terechtgekomen.
Controleer dat de bekabeling niet wordt blootgesteld aan slijtage, corrosie, overmatige druk, trillingen, scherpe randen of andere negatieve effecten uit de omgeving. De con- trole moet ook rekening houden met het effect van veroudering of doorlopende trillingen van bronnen zoals compressoren of ventilatoren.
12. Detectie van lekken van brandbare koelmiddelen
Onder geen enkele omstandigheid mogen mogelijke ontstekingsbronnen worden gebruikt bij het zoeken naar of detecteren van lekkages van koelmiddel. Een halogenide fakkel (of elke andere detector met een onafgeschermde vlam) mag niet worden gebruikt.NL
13. Methodes voor lekdetectie
De volgende methodes voor lekdetectie zijn toegestaan voor koelsystemen met brandbaar koelmiddel. Er moeten elektronische lekdetectoren worden gebruikt voor het detecteren van brandbare koelmiddelen, maar het kan zijn dat de gevoeligheid niet afdoende is of opnieuw gekalibreerd moet worden (detectieapparatuur moet worden gekalibreerd in een ruimte zonder koelmiddel). Zorg ervoor dat de detector niet een mo- gelijke ontstekingsbron is en geschikt is voor het gebruikte koelmiddel. Voor de meeste koelmiddelen kunnen vloeistoffen voor lekdetectie worden gebruikt, maar gebruik van reinigingsmiddelen met chloor moet worden vermeden omdat de chloor kan reageren met het koelmiddel en de koperen leidingen kan corroderen. Als er een lek wordt ver- moed, moeten alle onafgeschermde vlammen worden verwijderd/gedoofd. Als er een lekkage van koelmiddel is ontdekt waarvoor soldeerwerk nodig is, moet alle koelmiddel uit het systeem worden verwijderd. Er moet dan zuurstofvrije stikstof (OFN) door het systeem worden gespoeld zowel voor als tijdens de soldeerwerkzaamheden.
14. Verwijdering en leegmaken
Als het koelcircuit moet worden geopend voor reparaties – of voor andere doeleinden – moeten de conventionele procedures worden gebruikt. Het is echter belangrijk dat de beste methode wordt gebruikt omdat de brandbaarheid in overweging moet worden genomen. De volgende procedure moet worden gevolgd: verwijder koelmiddel; spoel het circuit met inert gas; leegmaken; spoel nogmaals met inert gas; open het circuit door zagen of solderen. De vulling van koelmiddel moet worden opgevangen in de juiste cilinders voor teru- gwinning. Het systeem moet worden “gespoeld” met OFN om de unit veilig te maken. Het kan zijn dat dit proces een paar keer moet worden herhaald. Voor deze taak mag geen perslucht of zuurstof worden gebruikt. Het doorspoelen moet worden uitgevoerd door het vacuüm in het systeem met OFN op te heffen en door te gaan met vullen tot de bedrijfsdruk is bereikt, daarna naar de buitenlucht te ventileren en tenslotte een vacuüm te trekken. Dit proces moet worden herhaald tot er geen koelmiddel meer in het systeem aanwezig is. Als het systeem voor de laatste keer met OFN is gevuld, moet het worden doorgespoeld tot atmosferische druk, zodat de werkzaamheden plaats kunnen vinden. Deze uitvoering is absoluut cruciaal als er gesoldeerd moet worden aan de leidingen. Zorg ervoor dat de uitlaat van de vacuümpomp zich niet dicht bij een ontstekingsbron bevindt en dat er ventilatie aanwezig is.
In aanvulling op de normale vulprocedures moeten de volgende voorschriften worden opgevolgd. - Zorg ervoor dat er geen vervuiling van verschillende koelmiddelen optreedt bij het gebruik van de vulapparatuur. Slangen of leidingen moeten zo kort mogelijk zijn om de hoeveelheid koelmiddel die ze bevatten te minimaliseren. - Cilinders moeten rechtop worden gehouden. - Zorg ervoor dat het koelsysteem geaard is voordat het systeem met koelmiddel wordt gevuld. - Breng labels aan op het systeem als het compleet gevuld is (tenzij ze reeds aanwezig zijn). - Er moet heel goed voor worden gezorgd dat het koelsysteem niet te veel gevuld wordt. Voordat het systeem opnieuw wordt gevuld, moet een druktest met OFN wordenNL
uitgevoerd. Het systeem moet na het vullen, maar voor de inbedrijfstelling, worden getest op lekkages. Voordat de locatie wordt verlaten, moet er nog een vervolgtest op lekkage worden uitgevoerd.
16. Buitenbedrijfstelling
Voordat deze procedure wordt uitgevoerd, is het essentieel dat de monteur volledig bekend is met de apparatuur en alle details. Het is een aanbevolen goede werkwijze dat alle koelmiddelen veilig worden teruggewonnen. Voordat de taak wordt uitgevoerd, moet er een monster van de olie en het koelmiddel worden genomen, indien er een analyse nodig is om het teruggewonnen koelmiddel te kunnen hergebruiken. Het is essentieel dat er stroom beschikbaar is voordat de taak wordt uitgevoerd. Zorg ervoor dat u bekend bent met de apparatuur en zijn werking. a) Isoleer het systeem elektrisch. b) Voordat u de procedure gaat uitvoeren, moet u ervoor zorgen dat: er zo nodig appa- ratuur voor mechanische bewerking aanwezig is voor het werken met cilinders met koelmiddel; alle persoonlijke beschermingsmiddelen aanwezig zijn en juist worden gebruikt; het terugwinningsproces doorlopend door een deskundig persoon wordt bewaakt; de apparatuur en cilinders voor terugwinning voldoen aan de van toepas- sing zijnde normen. c) Pomp het koelsysteem zo mogelijk leeg. d) Als een vacuüm niet mogelijk is, moet er een verdeelleiding worden gemaakt, zodat het koelmiddel uit de diverse onderdelen van het systeem kan worden verwijderd. e) Zorg ervoor dat de cilinder op de weegschaal staat, voordat de terugwinning plaatsvindt. f) Start de machine voor terugwinning en werk volgens de instructies van de fabrikant. g) Vul de cilinders niet te veel (niet meer dan 80% van het volume gevuld met vloeistof). h) Overschrijd de maximale bedrijfsdruk van de cilinder niet, zelfs niet tijdelijk.
i) Als de cilinders op de juiste manier zijn gevuld en het proces afgerond is, moeten de
cilinders en apparatuur direct van de locatie worden afgevoerd en alle afsluitventielen op de apparatuur worden gesloten. j) Teruggewonnen koelmiddel mag niet worden gebruikt voor vulling van een ander koelsysteem voordat het is gereinigd en gecontroleerd.
De apparatuur moet worden voorzien van een label waarop staat dat deze buiten bedrijf is gesteld en het koelmiddel is verwijderd. Het label moet worden gedateerd en onder- tekend. Zorg ervoor dat er op de apparatuur labels zitten die aangeven dat de appara- tuur brandbaar koelmiddel bevat.
Bij het verwijderen van koelmiddel uit een systeem, hetzij voor onderhoud dan wel buitenbedrijfstelling, is een aanbevolen goede werkwijze dat alle koelmiddel veilig wordt verwijderd. Bij het overbrengen van koelmiddel in de cilinders moet u ervoor zorgen dat alleen juiste cilinders voor teruggewonnen koelmiddel worden gebruikt. Zorg ervoor dat het juiste aantal cilinders beschikbaar is voor het opvangen van de totale hoeveelheid in het systeem. Alle gebruikte cilinders moeten geschikt zijn voor het teruggewonnen koelmiddel en worden voorzien van labels voor dat koelmiddel (d.w.z. speciale cilinders voor de terugwinning van koelmiddel). Cilinders moeten voorzien zijn van overdrukklep en bijbehorende afsluitkleppen en in goede staat verkeren. Cilinders voor terugwinning moeten leeg zijn gemaakt en zo mogelijk worden gekoeld voordat de terugwinning plaatsvindt. De terugwinningsapparatuur moet in goede staat verkeren met een set instructies voorhanden over de apparatuur en moet geschikt zijn voor de terugwinning van brandbaar koelmiddel. Daarnaast moet er een set geijkte weegschalen aanwezigNL
zijn die in goede staat verkeren. Slangen moeten compleet zijn met lekvrije verbin- dingskoppelingen en in goede staat verkeren. Voordat u de terugwinningsapparatuur gebruikt, moet worden gecontroleerd dat deze in voldoende goede staat verkeert, juist onderhouden is en dat alle bijbehorende elektrische onderdelen zijn afgedicht om ontbranding te voorkomen als er koelmiddel is vrijgekomen. Neem bij twijfel contact op met de fabrikant. Het teruggewonnen koelmiddel moet teruggestuurd worden naar de leverancier van het koelmiddel in de juiste cilinder en voorzien van het betreffende afvalverzendformulier. Meng koelmiddelen niet in de terugwinningsunits en zeker niet in cilinders. Als compressoren of compressorolie moeten worden verwijderd, moet u ervoor zorgen dat ze op een acceptabel niveau zijn geleegd, zodat zeker is dat er geen brandbaar koelmiddel bij het smeermiddel aanwezig is. Dit proces van leegmaken moet worden uitgevoerd voordat de compressor naar de leverancier wordt teruggezonden. Om dit proces te versnellen mag alleen elektrische verwarming op de compressor- behuizing worden gebruikt. Als de olie uit een systeem wordt afgetapt, moet dit veilig gebeuren.
19. Vervoer van apparatuur die brandbaar koelmiddel bevat
Bepaald door lokale voorschriften.
20. Afgedankte apparatuur die brandbaar koelmiddel bevat
Zie landelijke voorschriften.
21. Verpakking van (onverkochte) opgeslagen apparatuur
Opgeslagen apparatuur dient zodanig te worden verpakt dat mechanische bescha- diging van de apparatuur binnenin de verpakking niet kan leiden tot lekkage van het koelmiddel dat in de apparatuur aanwezig is. Het maximale aantal apparaten dat samen mag worden opgeslagen, is afhankelijk van lokale voorschriften.PT
Notice-Facile