TW011G - Schroevendraaier MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TW011G MAKITA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over TW011G MAKITA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Schroevendraaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TW011G - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TW011G van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING TW011G MAKITA
| Model: TW011G | ||
| Aandraaicapaciteit Standaardbout | M12 - M36 | |
| Bout met hoge trekvastheid M10 | - M27 | |
| Vierkante aandrijfkop 19,0 mm | ||
| Nullasttoerental (t/min) Maximale | slagkrachtinstelling(4) | 0 - 1.800 min^-1 |
| Harde slagkrachtinstelling (3) 0 - | 1.100 min ^-1 | |
| Gemiddelde slagkrachtinstel-ling (2) | 0 - 700 min^-1 | |
| Zachte slagkrachtinstelling (1) 0 - | 500 min ^-1 | |
| Slagen per minuut Maximale slag | skrachtinstelling(4) | 0 - 2.600 min^-1 |
| Harde slagkrachtinstelling (3) 0 - | 2.000 min ^-1 | |
| Gemiddelde slagkrachtinstel-ling (2) | 0 - 1.400 min^-1 | |
| Zachte slagkrachtinstelling (1) | ^-1 min^-1 | |
| Maximaal aandraaimoment ^*2 | Maximale slagkrachtinstelling(4) | 1.500 N · m |
| Beoogd aandraaimoment ^*3 | Harde slagkrachtinstelling (3) 300 | - 450 N·m |
| Gemiddelde slagkrachtinstel-ling (2) | 50 - 150 N·m | |
| Zachte slagkrachtinstelling (1) 30 | - 50 N·m | |
| Moer-losbreekkoppel(bij maximale slagkrachtinstelling (4)) | 1.900 N · m | |
| Totale lengte 329 mm | ||
| Nominale spanning Max. 36 V - 40 V gelijkspanning | ||
| Nettogewicht 4,3 - 5,5 kg | ||
^1 Het gereedschap stopt automatisch zodra de slagwerking is begonnen.
^2 Aandraaimoment met M30 gedurende 6 seconden.
^3 Met M20 - M24.
- In verband met ononderbroken research en ontwikkeling, behouden wij ons het recht voor de bovenstaande technische gegevens zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen.
• De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen.
- Het gewicht kan verschillen afhankelijk van de hulpstukken, waaronder de accu. De lichtste en zwaarste combinaties worden vermeld in de tabel.
Toepasselijke accu's en laders
| Accu | BL4020* / BL4025* / BL4040* / BL4040F* / BL4050F / BL4080F*: Aanbevolen accu |
| Lader | DC40RA / DC40RB / DC40RC / DC40WA / BCC01 / BCC02 |
- Sommige van de hierboven vermelde accu's en laders zijn mogelijk niet leverbaar afhankelijk van waar u woont.

WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend de accu's en laders die hierboven worden genoemd. Gebruik eenige andere accu of lader kan leiden tot letsel en/of brand.
Gebruiksdoeleinden
Dit gereedschap is bedoeld voor het vastdraaien van bouten en moeren.
Geluidsniveau
De typische, A-gewogen geluidsniveaus zijn gemeten volgens EN62841-2-2:
Geluidsdrukniveau (LpA): 104 dB (A)
Geluidsvermogenniveau ( L_WA ): 112 dB (A)
Onzekerheid (K): 3 dB (A)
OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaarde(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te vergelijken met andere gereedschappen.
OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaarde(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling.
⚠ WAARSCHUWING: De geluidsemissie tijdens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt.
⚠ WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veiligheidsmaatregelen worden getroffen ter bescherming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder praktijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgeschakeld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur).
Trilling
De totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) zoals vastgesteld volgens EN62841-2-2:
Gebruikstoepassing: bevestigen met behulp van slagwerking van bevestigingsmiddelen tot de maximale capaciteit van het gereedschap
Trillingsemissie ( a_h ): 15,6 m/s ^2
Onzekerheid (K): 2,4 m/s ^2
OPMERKING: De totale trillingswaarde(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/ kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te vergelijken met andere gereedschappen.
OPMERKING: De opgegeven totale trillingswaarde(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling.
⚠ WAARSCHUWING: De trillingsemissie tijdens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt.
⚠ WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veiligheidsmaatregelen worden getroffen ter bescherming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder praktijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgeschakeld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur).
Verklaringen van conformiteit
Alleen voor Europese landen
De verklaringen van conformiteit zijn bijgevoegd in Bijlage A bij deze gebruiksaanwijzing.
Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap
⚠ WAARSCHUWING Lees alle veiligheidswaarschuwingen, instructies, afbeeldingen en technische gegevens die bij dit elektrisch gereedschap worden geleverd. Als niet alle onderstaande instructies worden opgevolgd, kan dat leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel.
Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen.
De term "elektrisch gereedschap" in de veiligheidsvoorschriften duidt op gereedschappen die op stroom van het lichtnet werken (met snoer) of gereedschappen met een accu (snoerloos).
Veiligheidswaarschuwingen voor een accuslagmoersleutel
- Draag oorbeschermers.
- Controleer de slagdop nauwkeurig op slijtage, scheuren of beschadiging alvorens deze op het gereedschap te monteren.
- Houd het gereedschap stevig vast.
- Houd uw handen uit de buurt van draaiende onderdelen.
- Raak de slagdop, de bout, de moer of het werkstuk niet onmiddellijk na gebruik aan. Zij kunnen bijzonder heet zijn en brandwonden op uw huid veroorzaken.
- Zorg ervoor dat u stevig staat op een vast ondergrond. Bij gebruik van het gereedschap op een hoge plaats dient u ervoor te zorgen dat niemand beneden u aanwezig is.
- Het juiste aandraaimoment kan verschillen afhankelijk van de soort en maat van de bout. Controleer het aandraaimoment met een momentsleutel.
- Verzeker u ervan dat er geen elektriciteitskabels, waterleidingen, gasleidingen, enz. zijn die een gevaarlijke situatie zouden kunnen veroorzaken als ze worden beschadigd door het gebruik van dit gereedschap.
- Draag het gereedschap niet door de slagdop of een ander afneembaar accessoire vast te houden. Het gereedschap kan per ongeluk ervanaf
vallen en letsel veroorzaken bij u of anderen in uw omgeving.
BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN.
⚠ WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betreffende gereedschap altijd strikt in acht.
VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwijzing kan leiden tot ernstige verwondingen.
Belangrijke veiligheidsinstructies voor een accu
- Lees alle voorschriften en waarschuwingen op (1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product waarvoor de accu wordt gebruikt, alvorens de accu in gebruik te nemen.
- Haal de accu niet uit elkaar en saboteer hem niet. Dit kan leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.
- Als de gebruikstijd van een opgeladen accu aanzienlijk korter is geworden, moet u het gebruik ervan onmiddellijk stopzetten. Voortgezet gebruik kan oververhitting, brandwonden en zelfs een ontploffing veroorzaken.
-
Als elektrolyt in uw ogen is terechtgekomen, spoelt u uw ogen met schoon water en roept u onmiddellijk de hulp van een dokter in. Elektrolyt in de ogen kan blindheid veroorzaken.
-
Voorkom kortsluiting van de accu:
(1) Raak de accuklemmen nooit aan met een geleidend materiaal.
(2) Bewaar de accu niet in een bak waarin andere metalen voorwerpen zoals spijkers, munten e.d. worden bewaard.
(3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van een grote stroomafgifte, oververhitting, brandwonden, en zelfs defecten.
-
Bewaar en gebruik het gereedschap en de accu niet op plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50 °C of hoger.
-
Werp de accu nooit in het vuur, ook niet wan- neer hij zwaar beschadigd of volledig versleten is. De accu kan ontploffen in het vuur.
-
Laat de accu niet vallen, sla er geen spijker in, snijd er niet in, gooi er niet mee en stoot hem niet tegen een hard voorwerp. Dergelijke handelingen kunnen leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.
-
Gebruik nooit een beschadigde accu.
-
De bijgeleverde lithium-ionbatterijen zijn onderhevig aan de vereisten in de wetgeving omtrent gevaarlijke stoffen.
Voor commercieel transport en dergelijke door derden en transporteurs moeten speciale vereisten ten aanzien van verpakking en etikettering worden nageleefd.
Als voorbereiding van het artikel dat wordt getransporteerd is het noodzakelijk een expert op het gebied van gevaarlijke stoffen te raadplegen. Houd u tevens aan mogelijk strengere nationale regelgeving. Blootliggende contactpunten moeten worden afgedekt met tape en de accu moet zodanig worden verpakt dat deze niet kan bewegen in de verpakking.
-
Wanneer u de accu wilt weggooien, verwijdert u de accu vanaf het gereedschap en gooit u hem op een veilige manier weg. Volg bij het weggooien van de accu de plaatselijke voorschriften.
-
Gebruik de accu's uitsluitend met de gereedschappen die door Makita zijn aanbevolen. Als de accu's worden aangebracht in niet-compatibele gereedschappen, kan dat leiden tot brand, buitensporige warmteontwikkeling, een explosie of lekkage van elektrolyt.
-
Als u het gereedschap gedurende een lange tijd niet denkt te gaan gebruiken, moet de accu vanaf het gereedschap worden verwijderd.
-
Tijdens en na gebruik, kan de accu heet worden waardoor brandwonden of koude brandwonden kunnen worden veroorzaakt. Wees voorzichtig bij het hanteren van een hete accu.
-
Raak de aansluitpunten van het gereedschap niet onmiddellijk na gebruik aan omdat deze heet genoeg kunnen zijn om brandwonden te veroorzaken.
-
Zorg ervoor dat geen steenslag, stof of grond vast komt te zitten op/in de aansluitpunten, openingen en groeven van de accu. Hierdoor kan oververhitting, brand, een barst en een storing in het gereedschap of de accu ontstaan waar- door brandwonden of persoonlijk letsel kunnen ontstaan.
-
Behalve indien gebruik van het gereedschap is toegestaan in de buurt van hoogspanningsleidingen, mag u de accu niet gebruiken in de buurt van een hoogspanningsleiding. Dit kan leiden tot een storing of een defect van het gereedschap of de accu.
-
Houd de accu uit de buurt van kinderen.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES.
⚠ LET OP: Gebruik uitsluitend originele Makita accu's. Het gebruik van niet-originele accu's, of accu's die zijn gewijzigd, kan ertoe leiden dat de accu ontploft en brand, persoonlijk letsel en schade veroorzaakt. Ook vervalt daarmee de garantie van Makita op het gereedschap en de lader van Makita.
Tips voor een maximale levensduur van de accu
-
Laad de accu op voordat hij volledig ontladen is. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap is afgenomen.
-
Laad een volledig opgeladen accu nooit opnieuw op. Te lang opladen verkort de levensduur van de accu.
-
Laad de accu op bij een omgevingstemperatuur tussen 10 °C en 40 °C. Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden.
- Als de accu niet wordt gebruikt, verwijdert u hem vanaf het gereedschap of de lader.
- Laad de accu op als u deze gedurende een lange tijd (meer dan zes maanden) niet gaat gebruiken.
BESCHRIJVING VAN DE FUNCTIES
ALET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens de functies op het gereedschap af te stellen of te controleren.
De accu aanbrengen en verwijderen
ALET OP: Schakel het gereedschap altijd uit voordat u de accu aanbrengt of verwijdert.
ALET OP: Houd het gereedschap en de accu stevig vast tijdens het aanbrengen of verwijderen van de accu. Als u het gereedschap en de accu niet stevig vasthoudt, kunnen deze uit uw handen glippen en het gereedschap of de accu beschadigen, of kan persoonlijk letsel worden veroorzaakt.
Om de accu aan te brengen lijnt u de lip op de accu uit met de groef in de behuizing en duwt u de accu op zijn plaats. Steek de accu zo ver mogelijk in het gereedschap tot u een klikgeluid hoort. Wanneer het rode deel zichtbaar is, zoals aangegeven in de afbeelding, is de accu niet geheel vergrendeld.
Om de accu te verwijderen verschuift u de knop aan de voorkant van de accu en schuift u tegelijkertijd de accu uit het gereedschap.
▶ Fig.1: 1. Rood deel 2. Knop 3. Accu
ALET OP: Breng de accu altijd helemaal aan totdat het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap vallen en u of anderen in uw omgeving verwonden.
▲LET OP: Breng de accu niet met kracht aan.
Als de accu niet gemakkelijk in het gereedschap kan worden geschoven, wordt deze niet goed aangebracht.
Gereedschap-/accubeveiligingssysteem
Het gereedschap is uitgerust met een gereedschap-/accubeveiligingssysteem. Dit systeem schakelt automatisch de voeding uit om de levensduur van het gereedschap en de accu te verlengen. Het gereedschap kan tijdens het gebruik automatisch stoppen als het gereedschap of de accu aan één van de volgende omstandigheden wordt blootgesteld:
Overbelastingsbeveiliging
Deze beveiliging treedt in werking wanneer het gereedschap wordt gebruikt op een manier waarop een abnormaal hoge stroomsterkte wordt getrokken. In die situatie schakelt u het gereedschap uit en stopt u de toepassing die ertoe leidde dat het gereedschap overbelast raakte. Schakel vervolgens het gereedschap in om het weer te starten.
Oververhittingsbeveiliging
Wanneer het gereedschap oververhit is, stopt het gereedschap automatisch en knipperen de lampen. In die situatie laat u het gereedschap en de accu eerst afkoelen voordat u het gereedschap opnieuw inschakelt.
Beveiliging tegen te ver ontladen
Deze beveiliging treedt in werking wanneer de resterende acculading laag wordt. In die situatie verwijdert u de accu vanaf het gereedschap en laadt u de accu op.
Beveiliging tegen andere oorzaken
Het beveiligingssysteem is ook ontworpen voor andere oorzaken die het gereedschap kunnen beschadigen, en zorgt ervoor dat het gereedschap automatisch stopt. Voer alle volgende stappen uit om de oorzaken op te heffen, wanneer het gereedschap tijdelijk is onderbroken of tijdens het gebruik is gestopt.
- Verzeker u ervan dat alle schakelaars in de uitstand staan en schakel vervolgens het gereedschap in om het weer te starten.
- Laad de accu('s) op of vervang hem/ze door (een) opgeladen accu('s).
- Laat het gereedschap en de accu('s) afkoelen.
Als geen verbetering optreedt nadat het beveiligings- systeem is gereset, neemt u contact op met uw lokale Makita-servicecentrum.
De resterende acculading controleren
Druk op de testknop op de accu om de resterende acculading te zien. De indicatorlampjes branden gedurende enkele seconden.
▶ Fig.2: 1. Indicatorlampjes 2. Testknop
| Indicatorlampjes Resterende | acculading | ||
| Brandt Uit | Knippert | ||
| 75% tot 100% | |||
| 50% tot 75% | |||
| 25% tot 50% | |||
| 0% tot 25% | |||
| Laad de accu op. | |||
| Brandt Uit | ![]() | ![]() | |
![]() | Er kan een storing zijn opgetreden in de accu. | ||
OPMERKING: Afhankelijk van de gebruiksomstandigheden en de omgevingstemperatuur, is het mogelijk dat de aangegeven acculading verschilt van de werkelijke acculading.
OPMERKING: Het eerste (meest linker) indicator-lampje knippert wanneer het accubeveiligingssysteem in werking is getreden.
De trekkerschakelaar gebruiken
ALET OP: Alvorens de accu in het gereedschap te plaatsen, moet u altijd controleren of de trekkerschakelaar goed werkt en bij het loslaten terugkeert naar de stand "OFF".
Om het gereedschap te starten, knijpt u gewoon de trekkerschakelaar in. Hoe harder u de trekkerschakelaar inknijpt, hoe sneller het gereedschap draait. Laat de trekkerschakelaar los om het gereedschap te stoppen.
▶ Fig.3: 1. Trekkerschakelaar
OPMERKING: Het gereedschap stopt automatisch wanneer u de trekkerschakelaar gedurende ongeveer 6 minuten ingeknepen houdt.
OPMERKING: Wanneer de maximaal-toerentalfunctie is ingeschakeld, wordt de draaisnelheid het hoogst, zelfs als u de trekkerschakelaar niet helemaal inknijpt.
Raadpleeg voor gedetailleerde informatie het tekstdeel over de maximaal-toerentalfunctie.
Elektrische rem
Dit gereedschap is voorzien van een elektrische rem. Als het gereedschap continu niet snel stilstaat nadat de trekkerschakelaar is losgelaten, laat u het gereedschap onderhouden door een Makita-servicecentrum.
Beveiliging tegen onopzettelijk herstarten
Zelfs wanneer u de accu aanbrengt terwijl de trek- kerschakelaar ingeknepen wordt gehouden, start het gereedschap niet.
Om het gereedschap te kunnen starten, laat u eerst de trekkerschakelaar los en knijpt u vervolgens de trekkerschakelaar in.
De lampen op de voorkant gebruiken
A LET OP: Kijk niet direct in het lamplicht of in de lichtbron.
Druk op de knop om de lampstatus in te schakelen. Druk nogmaals op de knop om de lampstatus uit te schakelen.
Als de lampstatus is ingeschakeld, knijpt u de trekkerschakelaar in om de lampen in te schakelen. Om de lampen uit te schakelen, laat u de trekkerschakelaar los. Ongeveer 10 seconden nadat u de trekkerschakelaar hebt losgelaten, gaan de lampen uit.
Als de lampstatus uitgeschakeld is, gaan de lampen niet branden, ook al wordt de trekkerschakelaar ingeknepen.
▶ Fig.4: 1. Lampen
▶ Fig.5: 1. Knop
OPMERKING: U kunt de lampstatus te weten komen door de trekkerschakelaar in te knijpen. De lampstatus is nog steeds ingeschakeld als u ziet dat de lampen gaan branden. Zo niet, dan is de lampstatus niet meer ingeschakeld.
OPMERKING: Wanneer het gereedschap oververhit is, knipperen de lampen op de voorkant gedurende één minuut waarna het LED-display op het bedieningspaneel uit gaat. In dat geval laat u het gereedschap afkoelen alvorens het weer in gebruik te nemen.
OPMERKING: Gebruik een droge doek om vuil van de lens van de lamp af te vegen. Wees voorzichtig dat u de lens van de lamp niet bekrast omdat dan de verlichting minder wordt.
OPMERKING: U kunt de lampstatus niet omschakelen, zolang de trekkerschakelaar wordt ingeknepen.
OPMERKING: U kunt de lampstatus omschakelen gedurende ongeveer 10 seconden na het loslaten van de trekkerschakelaar.
Vooruit-achteruitschakelaar
▲LET OP: Controleer altijd de draairichting alvorens het gereedschap te starten.
⚠ LET OP: Verander de stand van de voor-
uit-achteruitschakelaar alleen nadat het gereed-
schap volledig tot stilstand is gekomen. Als u de
draairichting verandert terwijl het gereedschap nog
draait, kan het gereedschap beschadigd raken.
LET OP: Zet de vooruit-achteruitschakelaar altijd in de middenstand wanneer u het gereedschap niet gebruikt.
Verander de draairichting met behulp van de voor- uit-achteruitschakelaar. Druk de schakelaar in vanaf kant A voor de draairichting rechtsom (vooruit), of vanaf kant B voor de draairichting linksom (achteruit). Wanneer de vooruit-achteruitschakelaar in de midden- stand staat, kunt u de trekkerschakelaar niet inknijpen.
▶ Fig.6: 1. Vooruit-achteruitschakelaar
De bedieningsfunctie veranderen
Het gereedschap is voorzien van meerdere bedieningsfuncties voor het efficiënt vastdraaien van bouten/moeren en het regelen van het aandraaimoment. Selecteer een geschikte bedieningsfunctie overeenkomstig uw voorkeur en behoefte.
De bedieningsfuncties kunnen worden omgeschakeld gedurende ongeveer 1 minu(u)t(en) nadat u de trekkerschakelaar hebt losgelaten. U kunt deze tijdsduur verlengen met 1 minu(u)t(en) door op de knop ^MODE te drukken.
OPMERKING: Terwijl het gereedschap is uitgeschakeld, gaat het LED-display op het bedieningspaneel uit om acculading te besparen. OPMERKING: Als het LED-display op het bedieningspaneel leeg blijft, knijpt u de trekkerschakelaar licht in om het display in te schakelen en drukt u vervolgens op de knop MODE.
Bedieningsfuncties voor rechtsom (vooruit) draaien
Er zijn 4 functies beschikbaar voor rechtsom draaien: één functie met een vrije slagkrachtinstelling en 3 functies met automatisch stoppen.
De automatisch-stoppenfuncties begrenzen het aandraaimoment op 3 niveaus. Dit helpt om het bevestigen continu te herhalen met hetzelfde aandraaimoment, waardoor het risico wordt verlaagd dat de bouten/moeren afbreken als gevolg van te strak aandraaien.
De automatisch-stoppenfunctie schakelt het gereedschap uit zodra de bout of moer waaraan u werkt is aangedraaid met een vooraf ingesteld aandraaimoment.
De functie met een vrije slagkrachtinstelling stelt u in staat om het aandraaimoment te regelen met de trekkerschakelaar. U kunt het aandraaimoment handmatig aanpassen met behulp van de trekker tijdens het vastdraaien. Dit wordt aanbevolen voor gebruikers die zich reeds op hun gemak voelen met elektrische gereedschappen.
U kunt omschakelen tussen de instellingen van de bedieningsfuncties door op de knop MODE te drukken.
▶ Fig.7
| Indicator Functie Max. | slagen (min ^-1 ) | Max. toe- rental (t/min) (min ^-1 ) | Beoogd aan- draaimoment (N·m) ^1 | Eigenschappen Toepassing | ||
4 (maximaal)![]() | Slag- kracht (vrije instelling) | 2.600 1.800 | 1.500 | ^*2 *3 | Maximaal toerental, slag- kracht en aandraaimoment kunnen worden verkregen. | Bediening voor vastdraaien die een dynamische rege- ling van het slagkracht-toe- rentalbereik vereist. |
3 (hard)![]() | Auto- matisch stoppen | 2.000 1.100 | 300 - 450 Voorkomt dat het g | reed- schap een te hoog aan- draaimoment toepast bij een tijdelijke bevestiging. | Tijdelijk vastdraaien. | |
| Stopt automatisch onge- veer 0,8 seconde nadat het gereedschap de slagwer- king is begonnen. | Voorkomt dat het gereed- schap nog verder draait voordat het een vooraf ingesteld aandraaimo- ment bereikt. Dit maakt het gemakkelijker om de bouten/moeren daarna definitief vast te draaien. ^*4 | |||||
2 (gemiddeld) Auto-![]() | matisch stoppen | 1.400 700 | 50 - 150 Realiseert een eerste | bevestiging om te voor- komen dat de klemkracht afneemt of de bevestigings- delen verschuiven. | Primair vastdraaien. (Secundaire retentie) | |
| Stopt automatisch onge- veer 0,5 seconde nadat het gereedschap de slagwer- king is begonnen. | Maakt het mogelijk om bouten/moeren vast te draaien met het vereiste aandraaimoment door middel van een kruislingse bevestigingsmethode. | |||||
1 (zacht)![]() | Auto- matisch stoppen | - ^5 | 500 30 - 50 Be | Bevestigt de bouten | /moe- ren met het toerental tot het beoogd aandraaimoment. | Handmatig vastdraaien. |
| Stopt automatisch zodra het gereedschap met de slagwerking is begonnen. | Bevestigt bouten/moeren grofweg om de bevesti- gingsdelen op hun plaats te houden. | |||||
: Het lampje brandt.
^*1 De opgegeven waarden zijn gemeten in overeenstemming met de standaardtestmethode van de fabrikant en garanderen mogelijk niet optimale prestaties voor specifieke taken.
^2 Maximaal aandraaimoment met M30 gedurende 6 seconden.
^23 Het gereedschap vereist dat de juiste druk wordt uitgeoefend op de trekkerschakelaar voor een goede regeling van het aandraaimoment.
^4 Wielmoeren (velgmoeren) van auto's en moeren en bouten voor andere voertuigen en gebouwen moeten worden bevestigd met een specifiek aandraaimoment. Verzeker u ervan een bevestigingsmiddel aan te draaien met het vereiste aandraaimoment met behulp van een momentsleutel.
^25 Het gereedschap stopt nadat de slagwerking is begonnen.
OPMERKING: De timing waarmee het draaien van het gereedschap stopt is afhankelijk van het type bout/moer en het materiaal waarin wordt gedraaid. Test het vastdraaien voordat u de automatisch-stoppenfunctie gebruikt.
Bedieningsfuncties voor linksom (achteruit) draaien
Er zijn 2 functies beschikbaar voor linksom draaien: een functie met een vrije slagkrachtinstelling en een functie met automatisch stoppen.
De automatisch-stoppenfunctie verlaagt het toerental om te voorkomen dat losgedraaide bouten/moeren eraf vallen en het materiaal beschadigen waaraan u werkt.
De functie met een vrije slagkrachtinstelling stelt u in staat om het aandraaimoment te regelen met de trekkerschakelaar. U kunt het aandraaimoment handmatig aanpassen met behulp van de trekker tijdens het losdraaien. Dit wordt aanbevolen voor gebruikers die zich reeds op hun gemak voelen met elektrische gereedschappen.
U kunt omschakelen tussen de instellingen van de bedieningsfuncties door op de knop MODE te drukken.
▶ Fig.8
| Indicator Functie Max. | slagen (min^-1) | Max. toe- rental (t/min) (min^-1) | Beoogd aan- draaimoment (N·m)^1 | Eigenschappen Toepassing | ||
4![]() | Slag- kracht(vrije instelling) | 2.600 1.800 | 1.900 | *2 | Maximaal toerental, slag- kracht en aandraaimoment kunnen worden verkregen. | Bediening voor losdraaien die een dynamische rege- ling van het slagkracht-toe- rentalbereik vereist. |
1/2/3![]() | Auto- matisch stoppen | 2.600 1.800 | 1.900 Verlaagt automatisch | het toerental vanaf het maximale toerental nadat het gereedschap met de slagwerking is gestopt. | Bouten/moeren losdraaien. | |
| Voorkomt dat het gereed- schap bouten/moeren te snel losdraait waardoor deze eraf vallen. | De kans is kleiner dat bouten/moeren tijdens het verwijderen kwijtraken. | |||||
: Het lampje brandt.
^1 De opgegeven waarden zijn gemeten in overeenstemming met de standaardtestmethode van de fabrikant en garanderen mogelijk niet optimale prestaties voor specifieke taken.
^2 Het gereedschap vereist dat de juiste druk wordt uitgeoefend op de trekkerschakelaar om het aandraaimoment te regelen.
OPMERKING: De timing waarmee het toerental wordt verlaagd is afhankelijk van het type bout/moer en het materiaal waarin wordt gedraaid. Test het losdraaien voordat u deze functie gebruikt.
Maximaal-toerentalfunctie
In de maximaal-toerentalfunctie bereikt het toerental onmiddellijk de maximale waarde voor de geselecteerde functie, ongeacht of u de trekkerschakelaar licht of volledig inknijpt.
Druk op de knop om de maximaal-toerentalfunctie in te schakelen. Druk nogmaals op de knop om de functie te verlaten. Het indicatorlampje op het bedieningspaneel brandt terwijl de maximaal-toerentalfunctie is ingeschakeld.
▶ Fig.9: 1. Knop ⓕ 2. Indicatorlampje
OPMERKING: De maximaal-toerentalfunctie blijft ingeschakeld wanneer u de bedieningsfunctie van het gereedschap verandert.
MONTAGE
ALET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens enig werk aan het gereedschap uit te voeren.
Selecteren van de juiste slagdop
Gebruik altijd de juiste maat slagdop voor het vastdraaien van bouten en moeren. Het gebruik van een slagdop met een verkeerde maat zal een onnauwkeurig en onregelmatig aandraaimoment en/of beschadiging van de bout of moer tot gevolg hebben.
Een slagdop aanbrengen of verwijderen
ALET OP: Zorg ervoor dat de slagdop en het bevestigingsdeel niet beschadigd zijn voordat u de slagdop aanbrengt.
ALET OP: Nadat u de slagdop hebt aangebracht, controleert u of deze stevig vast zit. Als deze eraf komt, mag u hem niet gebruiken.
Verwijder de O-ring uit de groef in de slagdop en verwijder daarna de pen uit de slagdop. Plaats de slagdop op de vierkante aandrijfkop zodat het gat in de slagdop is uitgelijnd met het gat in de vierkante aandrijfkop.
Steek de pen door het gat in de slagdop en het gat in de vierkante aandrijfkop. Breng daarna de O-ring weer op zijn oorspronkelijke plaats in de groef in de slagdop aan, zodat de pen op zijn plaats wordt gehouden. Om de slagdop te verwijderen, voert u deze procedure in omgekeerde volgorde uit.
▶ Fig.10: 1. Slagdop 2. O-ring 3. Pen
De haak aanbrengen
⚠ WAARSCHUWING: Gebruik de opgang-/ bevestigingsmiddelen alleen waarvoor ze bedoeld zijn, d.w.z. ophangen aan een gereedschapsgordel tussen werkzaamheden of tijdens pauzes.
⚠ WAARSCHUWING: Wees voorzichtig dat de haak niet overbelast wordt aangezien een te hoge kracht of onregelmatige overbelasting kan leiden tot beschadiging van het gereedschap met persoonlijk letsel tot gevolg.
ALET OP: Als u de haak aanbrengt, bevestigt u deze altijd stevig met de schroef. Als u dit niet doet, kan de haak losraken en tot persoonlijk letsel leiden.
LET OP: Verzeker u ervan dat het gereedschap veilig hangt voordat u het loslaat. Door onzorgvuldig of ongebalanceerd ophangen kan het gereedschap eraf vallen en persoonlijk letsel worden veroorzaakt.
De haak is handig om het gereedschap tijdelijk op te hangen. Hij kan aan iedere zijkant van het gereedschap worden bevestigd. Om de haak te bevestigen, steekt u deze in een groef in een zijkant van de behuizing van het gereedschap en zet u hem vast met twee schroeven. Om te verwijderen, draait u de schroeven los en haalt u deze eruit.
Afhankelijk van het land
LET OP: Alvorens de ring te gebruiken, zorgt u er voor dat de beugel en ring goed bevestigd en niet beschadigd zijn.
LET OP: Gebruik de onderdelen voor ophan-gen of monteren uitsluitend waarvoor ze zijn bedoeld. Het gebruik voor onbedoelde doeleinden kan leiden tot een ongeval of persoonlijk letsel.
De ring is handig om het gereedschap op te hangen aan een takel. Steek eerst het touw door de ring. Hang daarna het gereedschap hoog in de lucht met de takel.
▶ Fig.12: 1. Beugel 2. Ring 3. Bouten
BEDIENING
⚠ LET OP: Druk de accu altijd stevig aan totdat hij op zijn plaats vastklikt. Wanneer het rode deel rondom de knop op de voorkant nog zichtbaar is, is de accu niet geheel vergrendeld. Schuif de accu volledig erop totdat het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk van het gereedschap af vallen en letsel veroorzaken bij u of anderen in uw omgeving.
Houd het gereedschap stevig vast en plaats de slagdop over de bout of moer. Schakel het gereedschap in en draai vast gedurende de juiste aandraaitijd.
Het juiste aandraaimoment kan verschillen afhankelijk van het soort en de maat van de bout, het materiaal van het te bevestigen werkstuk, enz. De relatie tussen het aandraaimoment en de aandraaitijd wordt aangegeven in de afbeelding(en).
▶ Fig.13
Juiste aandraaimoment voor een bout met hoge trekvastheid met maximale slagkrachtinstelling (4)

line
| Label | Value | |-------|-----------| | M24 | 12236 | | M22 | 8157 | | M20 | 6118 | | M24 | 10197 | | M22 | 8157 | | M20 | 6118 | | M24 | 8157 | | M22 | 6118 | | M20 | 6118 | | M24 | 8157 | | M22 | 6118 | | M20 | 6118 | | M24 | 8157 | | M22 | 6118 | | M20 | 6118 | | M24 | - | | M22 | - | | M20 | - | | M24 | - | | M22 | - | | M20 | - | | M24 | - | | M22 | - | | M20 | - | | M24 | - | | M22 | - | | M20 | - | | M24 | - | | M22 | - |- Aandraaitijd (seconden) 2. Aandraaimoment
ALET OP: Als het gereedschap continu gebruikt wordt, raakt u het hamerhuis niet aan. Het hamerhuis kan bijzonder heet worden en brandwonden op uw huid veroorzaken.
OPMERKING: Houd het gereedschap recht voor de bout of moer.
OPMERKING: Een buitensporig hoog aandraaimo- ment kan de bout/moer of slagdop beschadigen. Voordat u aan het werk gaat, dient u altijd even proef te draaien, om de juiste aandraaitijd voor uw bout of moer te bepalen.
OPMERKING: Als u het gereedschap onafgebroken hebt gebruikt totdat de accu helemaal leeg is, laat u het gereedschap eerst 15 minuten rusten voordat u doorgaat met een andere accu.
Het aandraaimoment wordt beïnvloed door een groot aantal verschillende factoren, waaronder de volgende. Controleer na het vastdraaien altijd het aandraaimoment met een momentsleutel.
-
Wanneer de accu bijna leeg is, neemt de spanning af en vermindert het aandraaimoment.
-
Slagdop
- Het gebruik van een slagdop van een verkeerde maat zal resulteren in een lager aandraaimoment.
- Een versleten slagdop (slijtage aan het zeskantig of vierkante uiteinde) zal resulteren in een lager aandraaimoment.
- Bout
- Zelfs wanneer het koppelcoëfficiënt overeenkomt met de boutklasse, hangt het juiste aandraaimoment af van de boutdiameter.
- Zelfs wanneer de boutdiameters gelijk zijn, hangt het juiste aandraaimoment af van het koppelcoëfficiënt, de boutklasse en de boutlengte.
- Door het gebruik van de universeelkoppeling zal de aandraaikracht van de slagmoersleutel iets lager zijn. Hiervoor kunt u compenseren door iets langer aan te draaien.
- De manier van vasthouden van het gereedschap en de positie waar de schroef in het materiaal wordt gedraaid, hebben een invloed op het aandraaimoment.
- Bij lagere toerentallen wordt ook het aandraaimo- ment kleiner.
ONDERHOUD
⚠ LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens te beginnen met onderhoud of inspectie.
KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was-benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt.
Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoud of afstellingen te worden uitgevoerd bij een erkend Makita-servicecentrum of de Makita-fabriek, en altijd met gebruik van Makita-vervangingsonderdelen.
A LET OP: Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschreven. Bij gebruik van andere accessoires of hulpstukken bestaat het gevaar van persoonlijke letsel. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor hun bestemde doel.
Wenst u meer bijzonderheden over deze accessoires, neem dan contact op met het plaatselijke Makita-servicecentrum.
- Slagdop
• Universeelkoppeling - Beschermer
• Originele Makita accu's en acculaders
OPMERKING: Sommige items op de lijst kunnen zijn inbegrepen in de doos van het gereedschap als standaard toebehoren. Deze kunnen van land tot land verschillen.
ESPECIFICACIONES








