DEWALT DWE7492 - Zaag

DWE7492 - Zaag DEWALT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis DWE7492 DEWALT in PDF-formaat.

📄 212 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice DEWALT DWE7492 - page 103
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over DWE7492 DEWALT

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DWE7492 - DEWALT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DWE7492 van het merk DEWALT.

GEBRUIKSAANWIJZING DWE7492 DEWALT

Nederlands (vertaald vanuit de originele instructies) 101

Hartelijk gefeliciteerd!

U hebt gekozen voor een DEWALT gereedschap. Jarenlange ervaring, grondige productontwikkeling en innovatie maken DEWALT tot een van de betrouwbaarste partners voor gebruikers van professioneel gereedschap.

Technische gegevens

DWE7492-QS
Spanning VAC230
Type1
Motorvermogen (opgenomen)W 2000
Motorvermogen (afgegeven) W 1200
Snelheid onbelast min-14800
Zaagbladdiameter mm 250
Zaagbladboring mm 30
Dikte zaagblad-body mm 2,0
Spouwmesdikte mm 2,3
Zaagsnedediepte bij 90° mm 77
Zaagsnedediepte bij 45° mm 55
Verstekhoek ° 45–90
Maximale verstekhoek ° 45–90
Afkorthoek ° 30–90
Afkortcapaciteit mm 825
Totale afmetingen mm 680 x 650 x 330
Gewichtkg 26,5
Geluidswaarden en/of vibratiewaarden (triax-vectorsom) volgen EN62841-3-1:
L_PA (emissie geluidsdrukniveau)dB(A)92,0
L_WA (niveau geluidsvermogen)dB(A)105,2
K(onzekerheid voor het gegeven geluidsniveau)dB(A)2

Het vibratie- en/of geluids-emissieniveau dat in dit informatieblad wordt gegeven, is gemeten in overeenstemming met een gestandaardiseerde test volgens EN62841 en kan worden gebruikt om het ene gereedschap met het andere te vergelijken. Het kan worden gebruikt voor een eerste beoordeling van blootstelling.

WAARSCHUWING: Het verklaarde vibratie- en/of geluids-emissieniveau geldt voor de hoofdtoepassingen van het gereedschap. Als het gereedschap echter voor andere toepassingen wordt gebruikt, dan wel met andere accessoires, of slecht wordt onderhouden, kan de vibratie- en/of geluids-emissie verschillen. Dit kan het blootstellingsniveau aanzienlijk verhogen gedurende de totale werkperiode.

Bij een schatting van het blootstellingsniveau aan vibratieen/of geluid moet ook rekening worden gehouden met

de tijd dat het gereedschap is uitgeschakeld, of aanstaat maar niet werkelijk wordt ingezet bij werkzaamheden. Dit kan het blootstellingsniveau aanzienlijk verminderen gedurende de totale arbeidsduur.

Stel vast of er nog aanvullende veiligheidsmaatregelen zijn ter bescherming van de gebruiker tegen de effecten van trilling en/of geluid, zoals: het onderhouden van gereedschap en de accessoires, de handen warm houden (relevant voor trilling) en de organisatie van werkpatronen.

EG-conformiteitsverklaring

Richtlijn Voor Machines

DEWALT DWE7492 - Richtlijn Voor Machines - 1

Tafelzaag

DWE7492

DEWALT verklaart dat deze producten zoals beschreven onder

Technische gegevens in overeenstemming zijn met:

2006/42/EC, EN62841-1:2015 + AC:2015,

EN62841-3-1:2014 + AC:2015.

Deze producten voldoen ook aan de Richtlijn 2014/30/EU en 2011/65/EU. Neem voor meer informatie contact op met DEWALT via het volgende adres of kijk op de achterzijde van de gebruiksaanwijzing.

De ondergetekende is verantwoordelijk voor de samenstelling van het technische bestand en legt deze verklaring af namens DEWALT.

DEWALT DWE7492 - DWE7492 - 1

text_image M. Rergel

Markus Rompel

D-65510, Idstein, Duitsland

26.06.2018

DEWALT DWE7492 - DWE7492 - 2

WAARSCHUWING: Lees de instructiehandleiding om het risico op letsel te verminderen.

Definities: Veiligheidsrichtlijnen

De definities hieronder beschrijven de ernstgraad voor elk signaalwoord. Gelieve de handleiding te lezen en op deze symbolen te letten.

GFYAAR: Wijst op een dreigende gevaarlijke situatie de, indien niet vermeden, zal leiden tot de dood of ernstige verwondingen.

WAARSCHUWING: Wijst op een mogelijk gevoarlijke staatie die, indien niet vermeden, zou kunnen leiden tot de dood of ernstige letsels.

VORZICHTIG: Wijst op een mogelijk gevaarlijke situatie de, indien niet vermeden, kan leiden tot kleine of matige letsels.

OPMERKING: Geeft een handeling aan waarbij geen persoonlijk letsel optreedt die, indien niet voorkomen, schade aan goederen kan veroorzaken.

DEWALT DWE7492 - Definities: Veiligheidsrichtlijnen - 1

p risico van een elektrische schok.

DEWALT DWE7492 - Definities: Veiligheidsrichtlijnen - 2

p brandgevaar.

Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap

Vangheidswaarschuwingen, instructies, illustraties en specificaties die bij dit gereedschap zijn

meegeleverd. Het niet opvolgen van alle onderstaande instructies kan leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig persoonlijk letsel.

De term „elektrisch gereedschap“ in de waarschuwingen verwijst naar uw (met een snoer) op de netspanning aangesloten elektrische gereedschap of naar (draadloos) elektrisch gereedschap met een accu.

1) Veiligheid Werkplaats

a) Houd het werkgebied schoon en goed verlicht. Rommelige of donkere gebieden zorgen voor ongelukken.
b) Bedien elektrische gereedschappen niet in een explosieve omgeving, zoals in de nabijheid van ontvlambare vloeistoffen, gassen of stof. Elektrische gereedschappen veroorzaken vonken die het stof of de dampen kunnen doen ontbranden.
c) Houd kinderen en omstanders op een afstand terwijl u een elektrisch gereedschap bedient. Als u wordt afgeleid kunt u de controle over het gereedschap verliezen.

2) Elektrische Veiligheid

a) Stekkers van elektrisch gereedschap moeten in het stopcontact passen. Pas de stekker nooit op enige manier aan. Gebruik geen adapterstekkers samen met geaard elektrisch gereedschap. Niet aangepaste stekkers en passende contactdozen verminderen het risico op een elektrische schok.
b) Vermijd lichamelijk contact met geaarde oppervlaktes zoals buizen, radiatoren, fornuizen en ijskasten. Er bestaat een verhoogd risico op een elektrische schok als uw lichaam geaard is.
c) Stel elektrisch gereedschap niet bloot aan regen of natte omstandigheden. Als er water in een elektrisch gereedschap terecht komt, verhoogt dit het risico op een elektrische schok.
d) Behandel het stroomsnoer voorzichtig. Gebruik het stroomsnoer nooit om het elektrische gereedschap

te dragen of te trekken, of de stekker uit het stopcontact te halen. Houd het snoer uit de buurt van warmte, olie, scherpe randen, of bewegende onderdelen. Beschadigde snoeren of snoeren die in de war zijn verhogen het risico op een elektrische schok.

e) Als u een elektrisch gereedschap buitenshuis gebruikt, gebruikt u een verlengsnoer dat geschikt is voor gebruik buitenshuis. Het gebruik van een verlengsnoer dat geschikt is voor buitenshuis, vermindert het risico op een elektrische schok.
f) Als het gebruik van een elektrisch gereedschap op een vochtige locatie onvermijdelijk is, gebruikt u een stroomvoorziening die beveiligd is met een aardlekschakelaar. Het gebruik van een aardlekschakelaar vermindert het risico op een elektrische schok.

3) Persoonlijke Veiligheid

a) Blijf alert, kijk wat u doet en gebruik uw gezonde verstand als u een elektrisch gereedschap bedient. Gebruik het gereedschap niet als u vermoeid bent of onder de invloed van drugs, alcohol of medicatie bent. Een moment van onoplettendheid tijdens het bedienen van elektrische gereedschappen kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
b) Gebruik een beschermende uitrusting. Draag altijd oogbescherming. Beschermende uitrusting zoals een stofmasker, antislip veiligheidsschoenen, een helm, of gehoorbescherming gebruikt in de juiste omstandigheden zal het risico op persoonlijk letsel verminderen.
c) Vermijd onbedoeld starten. Zorg ervoor dat de schakelaar in de 'off' (uit) stand staat voordat u het gereedschap aansluit op de stroombron en/ of accu, het oppakt of ronddraagt. Het ronddragen van elektrische gereedschappen met uw vinger op de schakelaar of het aanzetten van elektrische gereedschappen waarvan de schakelaar aan staat, zorgt voor ongelukken.
d) Verwijder alle stelsleutels of moersleutels voordat u het elektrische gereedschap aan zet. Een moersleutel of stelsleutel die in een ronddraaiend onderdeel van het elektrische gereedschap is achtergelaten kan leiden tot persoonlijk letsel.
e) Rek u niet te ver uit. Blijf altijd stevig en in balans op de grond staan. Dit zorgt voor betere controle van het elektrische gereedschap in onverwachte situaties.
f) Draag geschikte kleding. Draag geen loszittende kleding of sieraden. Houd uw haar, kleding en handschoenen uit de buurt van bewegende onderdelen. Loszittende kleding, sieraden of lang haar kunnen door bewegende delen worden gegrepen.
g) Als er in apparaten wordt voorzien voor het aansluiten van stofverwijdering- of verzamelapparatuur, zorg er dan voor dat deze correct worden aangesloten en gebruikt. Het gebruik

van een stofverzamelaar kan aan stof gerelateerde gevaren verminderen.

h) Denk niet dat u, doordat u het gereedschap veel hebt gebruikt, het allemaal wel weet en dat u de veiligheidsbeginselen kunt negeren. Een onvoorzichtige actie kan in een fractie van een seconde ernstig letsel tot gevolg hebben.

4) Gebruik en Verzorging van Elektrisch Gereedschap

a) Forceer het gereedschap niet. Gebruik het juiste elektrische gereedschap voor uw toepassing. Het juiste elektrische gereedschap voert de werkzaamheden beter en veiliger uit waarvoor het is ontworpen.
b) Gebruik het gereedschap niet als de schakelaar het niet aan en uit kan zetten. Ieder gereedschap dat niet met de schakelaar kan worden bediend is gevaarlijk en moet worden gerepareerd.
c) Haal de stekker uit het stopcontact en/of neem de accu, als deze uitneembaar is, uit het gereedschap voordat u aanpassingen uitvoert, accessoires verwisselt, of het elektrisch gereedschap opbergt. Dergelijke preventieve veiligheidsmaatregelen verminderen het risico dat het elektrisch gereedschap per ongeluk opstart.
d) Bewaar gereedschap dat niet wordt gebruikt buiten het bereik van kinderen en laat niet toe dat personen die onbekend zijn met het elektrische gereedschap of deze instructies het gereedschap bedienen. Elektrische gereedschappen zijn gevaarlijk in handen van ongetrainde gebruikers.
e) Onderhoud elektrisch gereedschap en accessoires goed. Controleer op verkeerde uitlijning en het aanlopen van bewegende onderdelen, breuk van onderdelen en andere omstandigheden die de werking van het gereedschap nadelig kunnen beïnvloeden. Laat het gereedschap voor gebruik repareren, als het is beschadigd. Veel ongelukken worden veroorzaakt doordat elektrisch gereedschap niet goed is onderhouden.
f) Houd snijdgereedschap scherp en schoon. Correct onderhouden snijdgereedschappen met scherpe snijdranden lopen minder snel vast en zijn gemakkelijker te beheersen.
g) Gebruik het elektrische gereedschap, de accessoires en gereedschapsonderdelen enz. in overeenstemming met deze instructies, waarbij u rekening houdt met de werkomstandigheden en de werkzaamheden die dienen te worden uitgevoerd. Gebruik van het elektrische gereedschap voor werkzaamheden die anders zijn dan het bedoelde gebruik, kunnen leiden tot een gevaarlijke situatie.
h) Houd de handgrepen en oppervlakken die u beet pakt, droog, schoon en vrij van olie en vet. Door gladde handgrepen en oppervlakken die u beet pakt,

kan veilig werken en bedienen van het gereedschap in onverwachte situaties onmogelijk worden.

5) Service

a) Zorg dat u gereedschap wordt onderhouden door een erkende reparateur die uitsluitend identieke vervangende onderdelen gebruikt. Dit zorgt ervoor dat de veiligheid van het gereedschap blijft gegarandeerd.

Veiligheidsvoorschriften voor tafelzagen

1) Waarschuwingen over afscherming

a) Houd beschermkappen op hun plaats. Beschermkappen moeten in goede werkende staat zijn en goed zijn gemonteerd. Een beschermkap die los of beschadigd is, of niet goed functioneert, moet worden gerepareerd of worden vervangen.
b) Gebruik altijd een beschermkap, spouwmes en anti- terugslagpallen voor alle zaagwerkzaamheden. Bij zaagwerkzaamheden waarbij het zaagblad het werkstuk geheel doorzaagt helpen de beschermkap en andere veiligheidsvoorzieningen het risico van letsel te beperken.
c) Bevestig de beschermende voorzieningen weer onmiddellijk na het voltooien van een verrichting (zoals rabatzagen) waarbij de beschermkap, het spouwmes en/of de anti-terugslagpallen moeten worden verwijderd. De beschermkap, het spouwmes en de anti-terugslagpallen helpen het risico van letsel te beperken.
d) Let erop dat het zaagblad de beschermkap, het spouwmes of het werkstuk niet raakt, voor dat schakelaar op Aan wordt gezet. Onbedoelde aanraking van deze items met het zaagblad kan tot een gevaarlijke situatie leiden.
e) Stel het spouwmes af zoals wordt beschreven in deze instructiehandleiding. Onjuiste tussenruimte, plaatsing en uitlijning kan maken dat het spouwmes niet goed werkt bij het voorkomen van terugslag.
f) Het spouwmes en de anti-terugslagpallen werken alleen als ze op het werkstuk worden gezet. Het spouwmes en de anti-terugslagpallen werken niet goed wanneer werkstukken worden gezaagd die te kort zijn om door het spouwmes en de anti-terugslagpallen te worden vastgehouden. Onder die omstandigheden kan een terugslag niet door het spouwmes en de anti-terugslagpallen worden voorkomen.
g) Gebruik het zaagblad dat geschikt is voor het spouwmes. Het spouwmes kan alleen goed werken als de diameter van het zaagblad is afgestemd op het spouwmes, de body van het zaagmes dunner is dan het spouwmes en de zaagbreedte van het zaagblad groter is dan de dikte van het spouwmes.

2) Cutting Procedures Warnings

a)

DEWALT DWE7492 - 2) Cutting Procedures Warnings - 1

GEVAAR: Plaats nooit uw vingers of handen in de buurt van of in een lijn met het zaagblad. Een ogenblik van onoplettendheid of een verkeerde beweging kan uw hand bij het

zaagblad brengen en ernstig persoonlijk letsel tot gevolg hebben.

b) Voer het werkstuk uitsluitend tegen de draairichting van het zaagblad in. Wanneer u het werkstuk boven de zaagtafel aanvoert in dezelfde richting als het zaagblad draait, kan ertoe leiden dat het werkstuk, en uw hand, in het zaagblad worden getrokken.
c) Voer nooit met de verstekmeter het werkstuk aan wanneer u delen van het werkstuk afzaagt en gebruik niet de langsgeleiding als een stop bij het afkorten met de verstekmeter. Wanneer u het werkstuk geleidt met de langsgeleiding en de verstekmeter samen, zal het zaagblad gemakkelijker vastlopen en zal eerder terugslag optreden.
d) Pas bij het afkorten altijd de aanvoerdruk van het werkstuk toe tussen de langsgeleiding en het zaagblad. Gebruik een aanduwstok als de afstand tussen de langsgeleiding en het zaagblad korter is dan 150 mm, en gebruik een blok als de afstand korter is dan 50 mm. "Hulpstukken" zorgen ervoor dat uw hand op een veilige afstand van het zaagblad blijft.
e) Gebruik alleen de aanduwstok die wordt geleverd door de fabrikant of die is vervaardigd in overeenstemming met de instructies. De aanduwstok zorgt voor voldoende afstand tussen uw hand en het zaagblad.
f) Gebruik nooit een beschadigde of ingezaagde aanduwstok. Een beschadigde aanduwstok kan breken en dan kan uw hand tegen het zaagblad komen.
g) Gebruik het gereedschap niet uit de "losse hand". Plaats en geleid het werkstuk altijd met de langsgeleiding of de verstekmeter. "Losse hand" betekent dat u met uw handen het werkstuk ondersteunt of geleidt, in plaats van met de langsgeleiding of de verstekmeter. Zagen uit de vrije hand leidt tot verkeerde uitlijning, vastlopen en terugslag.
h) Reik nooit rond of over een draaiend zaagblad. Wanneer u uw hand uitsteekt naar een werkstuk kan dat leiden tot het per ongeluk aanraken van een bewegend zaagblad.
i) Zorg voor aanvullende ondersteuning van het werkstuk aan de achterzijde en/of de zijkanten van de zaagtafel zodat u lange en/of brede werkstukken waterpas kunt houden. Een lang en/of breed werkstuk zal misschien doorhangen op de rand van de zaagtafel, waardoor u de controle kunt verliezen en het zaagblad kan vastlopen en kan terugslaan.
j) Voer het werkstuk aan met een gelijkmatige snelheid. Buig of draai het werkstuk niet. Als het zaagblad vastloopt, schakel het gereedschap dan onmiddellijk uit, maak het stroomloos en verhelp het probleem. Wanneer het zaagblad vastloopt in het werkstuk kan dat leiden tot terugslag of tot het vastlopen van de motor.
k) Verwijder geen delen van afgezaagd materiaal terwijl de zaag loopt. Het materiaal kan vast komen

te zitten tussen de langsgeleiding of aan de binnenzijde van de beschermkap van het zaagblad en dan kan het zaagblad uw vingers naar binnen trekken. Schakel de zaag uit en verwijder pas materiaal wanneer het zaagblad tot stilstand is gekomen.

1) Gebruik een hulpgeleider in contact met het tafelblad bij het afzagen van werkstukken die minder dan 2 mm dik zijn. Een dun werkstuk kan vast komen te zitten onder de langsgeleiding en een terugslag veroorzaken.

3) Oorzaken van terugslag en bijbehorende waarschuwingen

Terugslag is een plotselinge reactie van het werkstuk wanneer het zaagblad bekneld raakt of vastloopt of bij een niet goed uitgelijnde zaagsnede ten opzichte van het zaagblad of wanneer een deel van het werkstuk vast komt te zitten tussen het zaagblad en de langsgeleiding of een ander vast voorwerp.

Heel vaak wordt bij een terugslag het werkstuk van de tafel gelicht door het achterste gedeelte van het zaagblad en wordt het in de richting van de gebruiker geworpen.

Terugslag is het gevolg van een verkeerd gebruik en/of onjuiste gebruiksomstandigheden van de zaag en kan worden voorkomen door de juiste voorzorgsmaatregelen te nemen zoals hieronder worden vermeld.

a) Ga nooit in een rechte lijn achter het zaagblad staan. Plaats uw lichaam altijd aan dezelfde zijde van het zaagblad als de langsgeleiding. Terugslag kan het werkstuk met hoge snelheid werpen naar iemand die voor de zaagtafel en in één lijn met het zaagblad staat.
b) Reik nooit over of achter het zaagblad, bijvoorbeeld om aan het werkstuk te trekken of om er het werkstuk te ondersteunen. U zult misschien per ongeluk het zaagblad aanraken of terugslag kan uw vingers in het zaagblad trekken.
c) Houd het werkstuk dat wordt afgezaagd nooit tegen het draaiende zaagblad en druk het werkstuk nooit tegen het draaiende werkstuk. Wanneer u het werkstuk dat wordt afgezaagd tegen het zaagblad drukt, kan het zaagblad vastlopen en kan terugslag ontstaan.
d) Lijn de langsgeleiding parallel uit met het zaagblad. Fen niet goed uitgelijnde langsgeleiding kan het werkstuk tegen het zaagblad drukken en zo kan terugslag ontstaan.
e) Leid het werkstuk met een veerklemplaat over de tafel en de langsgeleiding wanneer u freeswerk doet zoals rabatzagen. Een verklemplaat helpt het werkstuk onder controle te houden in het geval van terugslag.
f) Ondersteun grote panelen zodat het risico van het bekneld raken van het zaagblad en van terugslag tot een minimum wordt beperkt. Grote panelen kunnen onder hun eigen gewicht doorzakken. Er moeten steunen worden geplaatst onder alle gedeelten van het paneel dat over het bovenblad van de zaagtafel hangt.
g) Ga extra voorzichtig te werk bij het zagen van een werkstuk dat gedraaid, verwrongen of krom is of dat geen rechte rand heeft waarmee u het kunt leiden

langs een verstekmeter of een langsgeleiding. Een werkstuk dat gedraaid, verwongen of krom is, is onstabiel en veroorzaakt verkeerde uitlijning van de zaagplaat met het zaagblad, en veroorzaakt vastlopen en terugslag.

h) Zaag nooit meer dan een werkstuk, stapel werkstukken niet verticaal of horizontaal.

Het zaagblad kan een of meer delen oppakken en terugslag veroorzaken.

i) Centreer het zaagblad in de zaagsnede wanneer u een zaag opnieuw start, zodat de zaagtanden niet in het materiaal vastzitten. Als het zaagblad is vastgelopen, kan het omhoog komen of terugslaan uit het werkstuk wanneer de zaag opnieuw wordt gestart.

j) Houd zaagbladen schoon, scherp en met voldoende gezette vertanding. Gebruik nooit kromme zaagbladen of zaagbladen met gescheurde of afgebroken tanden. Met scherpe en op juiste wijze gezette zaagbladen worden vastlopen en terugslaan tot een minimum beperkt.

4) Waarschuwingen voor de bedieningsprocedure van de tafelzaag

a) Schakel de tafelzaag uit en verwijder de voedingsbron wanneer u de tafelinzet verwijderd, het zaagblad vervangt of aanpassingen aanbrengt aan het spouwmes, anti-terugslagpallen of de zaagbladbeschermkap en wanneer de machine onbeheerd wordt achtergelaten. Voorzorgsmaatregelen zullen ongelukken voorkomen.

b) Laat de tafelzaag nooit draaien zonder dat u er toezicht op houdt. Schakel de tafelzaag uit en laat het gereedschap niet onbeheerd achter voordat het volledig tot stilstand is gekomen. Een werkende zaag waar geen toezicht op wordt gehouden, is een risico dat niet kan worden overzien.

c) Plaats de tafelzaag op een goed verlichte plaats die waterpas is en waar u goed rechtop en in evenwicht kunt blijven staan. De zaag moet worden geïnstalleerd op een plaats waar genoeg ruimte is en waar u gemakkelijk de omvang van uw werkstuk kunt hanteren. In krappe, donkere ruimtes en op ongelijke gladde vloeren zullen gemakkelijk ongelukken gebeuren.

d) Verwijder regelmatig het zaagsel onder de zaagtafel en/of de afzuiginstallatie. Opeenhopingen van zaagsel zijn brandbaar en kunnen vlam vatten.

e) De tafelzaag moet stevig worden vastgezet. Een tafelzaag die niet goed is vastgezet kan van zijn plaats komen of omvallen.

f) Verwijder gereedschap, afgezaagde stukken hout, enz. van onder de tafel voordat u de tafelzaag inschakelt. Afleidingen of een vastgelopen zaag kunnen gevaarlijk zijn.

g) Gebruik altijd zaagbladen met de juiste omvang en vorm (ruitvormig tegenover rond) van het asgat. Zaagbladen die niet passen bij de montagevoorziening

van de zaag, zullen excentrisch lopen, dat kan ertoe leiden dat u de controle verliest.

h) Gebruik nooit een beschadigde of onjuiste montagevoorziening voor het zaagblad, zoals flenzen, zaagbladringen, bouten en moeren. Deze montagevoorzieningen zijn speciaal ontworpen voor uw zaag, voor veilig werken en optimale prestaties.

i) Ga nooit op de tafelzaag staan, gebruik de zaag niet als opstapje. Ernstig letsel kan ontstaan als het zaaggereedschap omvalt of als iemand per ongeluk in aanraking komt met het gereedschap.

j) Let erop dat het zaagblad zo is geïnstalleerd dat het in de juiste richting draait. Gebruik geen slijpschijven, draadborstels of schuurschijven op een tafelzaag. Een onjuiste installatie van het zaagblad of gebruik van accessoires die niet worden aanbevolen kan ernstig letsel veroorzaken.

Aanvullende veiligheidsregels voor tafelzagen

WAARSCHUWING: Door het zagen van kunststoffen, maalout en andere materialen kan zich gesmolten of gedroogd materiaal op de tip van het zaagblad en op het zaagblad zelf afzetten, waardoor het risico van oververhitting en van vastlopen van het zaagblad tijdens het zagen kan toenemen.

- Vermijd vreemde posities, waarbij uw hand kan wegglijden en tegen het zaagblad aan kan komen.

- Probeer nooit materiaal dichtbij het zaagblad van de tafelzaag te pakken als het zaagblad nog draait.

- Reik nooit achter of rond het zaagblad met een hand om het werkstuk vast te pakken.

- Houdt uw armen, handen en vingers uit de buurt van het zaagblad om ernstig letsel te voorkomen.

- Gebruik een geschikte aanduwstok om het werkstuk door de zaag te duwen. Een aanduwstok is een houten of kunststof stok, vaak zelfgemaakt, die moet worden gebruikt als de lengte of vorm van het werkstuk er voor zorgt dat uw hand binnen 152 mm van het zaagblad komt.

- Gebruik klemmen, boormallen, werkstukhouders of veerklemmen om het werkstuk in te voeren en onder controle te houden. Accessoires voor gebruik met uw gereedschap zijn tegen betaling verkrijgbaar bij uw dealer ter plaatse of bij het officiële servicecentrum.

- Nooit uit de losse hand zagen, afkorten of andere handelingen uitvoeren.

- Nooit rond of over het zaagblad reiken las het zaagblad nog draait.

- Stabiliteit. Zorg er voor dat de tafelzaag stevig is gemonteerd op een vast oppervlak, zodat deze tijdens gebruik niet kan bewegen.

- De tafelzaag mag alleen worden gemonteerd op een waterpas en stabiel oppervlak. De werkplek moet opgeruimd zijn zonder obstakels en struikelgevaar.

nEDERLanDs

Er mag nooit materiaal of gereedschap tegen de zaag worden geplaatst.

  • Zaag nooit metaal, cementplaat of metselwerk. Voor sommige materialen gelden speciale instructies tijdens het zagen met een tafelzaag. Volg te allen tijde de instructies van de fabrikant. Dit kan leiden tot beschadiging van het zaagblad en persoonlijk letsel.
  • Monteer nooit een diamanten steenzaag en gebruik de zaagtafel nooit als een natte zaag.
  • Het juiste inlegstuk moet te allen tijde worden gemonteerd om het risico op wegschieten van het werkstuk en mogelijk letsel te beperken.
  • Draag handschoenen wanneer u zaagbladen vastpakt.
  • Gebruik het zaagblad dat geschikt is voor de toepassing. Het zaagblad moet altijd richting de voorkant van de zaag draaien. Draai de moer van de spandoorn altijd stevig vast. Controleer het zaagblad vóór gebruik altijd op barsten en missende tanden. Gebruik nooit een bot of beschadigd zaagblad.
  • Probeer nooit een vastgelopen zaagblad los te krijgen voordat u de machine hebt uitgeschakeld en u het van de stroomvoorziening. Als een werkstuk of een stuk hout vast komt te zitten in de zaagbladbeschermkap, schakel de zaag dan uit en wacht tot het zaagblad stilstaat voordat u de beschermkap omhoog trekt en het stuk verwijderd.
  • Start de machine nooit met het werkstuk tegen het zaagblad, om het risico op wegschieten van het werkstuk en persoonlijk letsel te beperken.
  • Houd nooit een deel van uw lichaam in lijn met het zaagblad. Persoonlijk letsel kan het gevolg zijn. Ga aan de ene of de andere zijde van het zaagblad staan.
  • Voer nooit meet, montage of set-up werkzaamheden uit op de zaagtafel/in het werkgebied als de machine nog aan staat. Als uw hand plotseling wegglijd kan deze tegen het zaagblad komen. Dit kan ernstig letsel veroorzaken.
  • Maak nooit aanpassingen als de zaag nog draait, zoals de langsgeleiding verplaatsten of verwijderen, afschuinvergrendeling aanpassen, of de zaagbladhoogte aanpassen.
  • Reinig de tafel/werkplek voordat u de machine verlaat. Vergrendel de schakelaar in de "UIT" positie en u het van de stroomvoorziening om gebruik zonder toestemming te voorkomen.
  • Altijd vóór het zagen de langsgeleiding en de afschuinvergrendeling vergrendelen.
  • Voorkom oververhitting van de zaagtanden. Houd materiaal in beweging en parallel aan de langsgeleiding. Forceer nooit een werkstuk in het zaagblad.
  • Als u kunststof zaagt, voorkom dan dat het kunststof smelt.
  • Nooit een lange plaat (of ander werkstuk) zonder ondersteuning zagen, omdat de vering van een plaat er voor kan zorgen dat u de controle over het werkstuk verliest, wat letsel kan veroorzaken. Gebruik de geschikte ondersteuning voor het werkstuk, afhankelijk van de maat

en de soort handeling die moet worden uitgevoerd. Druk het werkstuk stevig tegen de langsgeleiding en het werkblad van de tafelzaag.

  • Als de zaag een raar geluid maakt of erg trilt, stop dan onmiddellijk met werken en u het van de stroomvoorziening tot het probleem is ontdekt en verholpen. Neem contact op met een DEWALT servicecentrum, een geautoriseerd DEWALT servicecentrum of ander gekwalificeerd personeel als u de oorzaak niet kunt vinden.
  • Bedien deze machine pas wanneer deze volledig is gemonteerd en geïnstalleerd volgens de instructies. Wanneer een machine niet goed is gemonteerd, kan dat leiden tot ernstig letsel.
  • Probeer nooit een stapel losse stukken materiaal te zagen, omdat dat kan leiden tot verlies van de controle of terugslag. Geef alle materialen een stevige ondersteuning.

Zaagbladen

WAARSCHUWING: om het risico op terugslag te baken en een goede zaagsnede te garanderen, moeten het splijtmes en het spouwmes afhankelijk van het zaagblad de juiste dikte hebben. Controleer wanneer u een ander mes gebruikt dat de bladdikte (inlegstuk) en de zaagsnede (zagen) hetzelfde zijn als de maat op de zaag en op de verpakking. De dikte van het splijtmes en het spouwmes moet groter zijn dan de bladdikte en kleiner dan de breedte van de zaagsnede.

  • Gebruik geen zaagbladen waarvan de afmetingen niet overeenstemmen met de afmetingen die in de Technische gegevens worden vermeld. Gebruik geen tussenringen om een zaagblad passend te maken voor de as. Gebruik alleen de zaagbladen die worden aangeduid in deze handleiding en die voldoen aan EN 847-1, als zij bedoeld zijn voor hout en dergelijke materialen.
  • U kunt overwegen speciaal ontworpen zaagbladen toe te passen die minder lawaai maken.
  • Gebruik geen HS-zaagbladen (High Steel).
  • Gebruik geen gescheurde of beschadigde zaagbladen.
  • Het is belangrijk dat het gekozen zaagblad geschikt is voor het materiaal dat u wilt zagen.
  • Draag altijd handschoenen wanneer u werkt met zaagbladen en ruw materiaal. Zaagbladen kunnen beter altijd in een houder worden gedragen, als dat praktisch mogelijk is.

Overige risico's

De volgende risico's horen bij het gebruik van zagen:

- letsel dat wordt veroorzaakt door het aanraken van draaiende delen

Ondanks het toepassen van de relevante veiligheidsvoorschriften en het implementeren van veiligheidsvoorzieningen kunnen sommige overige risico's niet worden vermeden. Dit zijn: Gehoorbeschadiging.

  • Gehoorbeschadiging.
  • Risico van ongelukken veroorzaakt door onbedekte delen van het roterende zaagblad.

  • Risico van letsel wanneer u het zaagblad vervangt zonder bescherming van uw handen.

  • Risico van het knellen van vingers bij het openen van de beschermkappen.
  • Gezondheidsrisico's door het inademen van stof dat ontstaat bij het zagen van hout, vooral eikenhout, beukenhout en MDF.
    De volgende factoren zijn van invloed op de geluidsproductie:
  • het te zagen materiaal
  • het type zaagblad
    • de aanvoerdruk
    • onderhoud van de machine
    De volgende factoren zijn van invloed op de blootstelling aan stof:
  • versleten zaagblad
  • stofafzuigsysteem met een luchtsnelheid van minder dan 20 m/s
  • werkstuk niet nauwkeurig geleid

Elektrische veiligheid

De elektrische motor is slechts voor een voltage ontworpen. Controleer altijd of de stroomvoorziening overeenkomt met de voltage op het typeplaatje.

DEWALT DWE7492 - Elektrische veiligheid - 1

Uw DEWALT gereedschap s dubbel geïsoleerd in overeenstemming met EN60745; daarom is geen aarding nodig.

Als het stroomsnoer is beschadigd, moet het worden vervangen door een speciaal geprepareerd snoer dat leverbaar is via het DEWALT servicecentrum.

OPMERkInG: Dit toestel is bedoeld voor aansluiting op een stroomvoorzieningssysteem met een maximale toegestame systeemimpedantie Zmax van 0,28 Ω op het interfacepunt (elektriciteitskast) van de voorziening van de gebruiker. De gebruiker moet ervoor zorgen dat dit toestel alleen wordt aangesloten op een elektriciteitssysteem dat aan bovenvermeld vereiste voldoet. Indien nodig kan de gebruiker het elektriciteitsbedrijf vragen naar de systeemimpedantie op het interfacepunt.

Een verlengsnoer gebruiken

Gebruik, als een verlengsnoer nodig is, een goedgekeurd 3-aderig verlengsnoer dat geschikt is voor de stroomvoorziening van dit gereedschap (zie Technische gegevens). De minimale geleidergrootte is 1,5 mm ^2 ; de maximale lengte is 30 m.

Als u een haspel gebruikt, dient u het snoer altijd volledig af te rollen.

Inhoud van de verpakking

De verpakking bevat:

1 Gedeeltelijk gemonteerde machine
1 Langsgeleiding
1 Verstekmeter
1 Zaagblad
1 Bovenste zaagbladbeschermkap

1 Inlegstuk
2 Zaagbladsleutels
1 Aanduwstok
1 Stofextractieadapter
1 Gebruiksaanwijzing
- Controleer of het gereedschap, de onderdelen of accessoires mogelijk zijn beschadigd tijdens het transport.
- Neem de tijd om deze handleiding grondig door te lezen en te begrijpen voordat u de apparatuur gebruikt.

Markering op het gereedschap

De volgende pictogrammen staan op het gereedschap vermeld:

DEWALT DWE7492 - Markering op het gereedschap - 1

Lees gebruiksaanwijzing voor gebruik.

DEWALT DWE7492 - Markering op het gereedschap - 2

Draag gehoorbescherming.

DEWALT DWE7492 - Markering op het gereedschap - 3

Draag oogbescherming.

DEWALT DWE7492 - Markering op het gereedschap - 4

Draag bescherming van de luchtwegen.

DEWALT DWE7492 - Markering op het gereedschap - 5

Houd uw handen verwijderd van het zaaggebied en het zaagblad.

DEWALT DWE7492 - Markering op het gereedschap - 6

Dikte van het spouwmes of het splijtmes

DEWALT DWE7492 - Markering op het gereedschap - 7

Zaagblad dikte en zaagsnede breedte

DEWALT DWE7492 - Markering op het gereedschap - 8

Zaagblad diameter

DEWALT DWE7492 - Markering op het gereedschap - 9

Vrijgavehendel zaagbladbeschermkap

DEWALT DWE7492 - Markering op het gereedschap - 10

vergrendel/ontgrendel deksel bij de hoofdschakelaar.

DEWALT DWE7492 - Markering op het gereedschap - 11

Trek de stekker uit het stopcontact voor u het zaagblad vervangt

DEWALT DWE7492 - Markering op het gereedschap - 12

Bescherm het snoer/de stekker tegen vocht en scherpe randen van het zaagblad

NEDERLANDS

Positie Datumcode (Afb. [Fig.] A)

De datumcode 51, die ook het jaar van fabricage bevat, is binnen in de behuizing geprint.

Voorbeeld:

2019 XX XX

Jaar van fabricage

Beschrijving (Afb. A, B)

WAARSCHUWING: Pas het gereedschap of een onderdeel e nooit aan. Dit kan schade of persoonlijk letsel tot gevolg hebben.

1 Tafel

2 Zaagblad

3 Indicator afkortschaalverdeling

4 Fijnafstellingsknop

5 Hendel railvergrendeling

6 Afstelwiel zaagbladhoogte

7 Hendel vergrendeling verstekzagen

8 AAN/UIT-schakelaar

9 Montagegaten

10 Verstekmeter

11 Zaagbladbeschermkap

12 Vrijgavehendel zaagbladbeschermkap

13 Splijtmes

14 Stofuitlaatpoort

15 Beschermkap stofuitlaatpoort

16 Inlegstuk

17 Langsgeleiding

18 Grendel langsgeleiding

19 Werkondersteuning/smalle langsgeleiding (afgebeeld in opgeborgen positie)

20 Zaagbladsteeksleutels

21 Aanduwstok (afgebeeld in opgeborgen positie)

50 Draaggrepen

52 Spouwmes voor freeswerk (afgebeeld in opgeborgen positie)

Gebruiksdoel

De DWE7492 tafelzaag is ontworpen voor professioneel afkorten, zagen, verstekzagen en afschuinen van diverse materialien, zoals hout, houtproducten en kunststoffen.

NIET GEBRUIKEN bij natte omstandigheden of in de aanwezigheid van ontvlambare vloeistoffen of gassen.

NIET gebruiken voor het zagen van metaal, cementplaat of metselwerk.

NOOIT snijkoppen op deze zaagtafel gebruiken.

NOOIT lapse zaagsneden maken zonder een tapse mal.

NOOIT de zaag gebruiken voor een invalzaagsnede of het zagen van inhammen.

Deze tafelzagen zijn professioneel elektrisch gereedschap.

NOOIT kinderen in contact met het gereedschap laten komen. Toezicht is vereist als onervaren gebruikers dit gereedschap bedienen.

- Jonge kinderen en personen met een zwakke gezondheid. Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door jonge kinderen en personen met een zwakke gezondheid, zonder toezicht. Dit product is niet bedoeld voor gebruik door personen (waaronder kinderen) die verminderde fysieke, zintuiglijke of psychische mogelijkheden hebben; wanneer sprake is van gebrek aan ervaring, kennis of vaardigheden is gebruik alleen toegestaan onder toezicht van een persoon die verantwoordelijk is voor de veiligheid van gebruikers. Laat nooit kinderen alleen met dit product.

MONTAGE

WAARSCHUWING: Om het gevaar op ernstig pertoonlijk letsel te verminderen, zet u het gereedschap uit en ontkoppelt u het van de stroomvoorziening, voordat u enige aanpassing maakt of hulpstukken of accessoires verwijdert/installeert. Het onbedoeld opstarten kan letsel veroorzaken.

Uitpakken

- Neem de zaag voorzichtig uit het verpakkingsmateriaal.

- De machine is volledig geassembleerd met uitzondering van de langsgeleiding, zaagbladbeschermkap, verstekmeter, zaagbladsleutels en de stofafzuiging aansluiting.

- Voltooi de montage door de instructies te volgen die hieronder worden beschreven.

WAARSCHUWING: Houd de aanduwstok altijd op de plaats wanneer u hem niet gebruikt.

Het zaagblad monteren (Afb. A, C)

WAARSCHUWING: Beperk het risico van letsel, zet de uit en trek de stekker uit het stopcontact voordat u accessoires plaatst of verwijdert, voordat u aanpassingen aanbrengt of een andere opstelling kiest of wanneer u reparaties uitvoert. Wanneer de decoupeerzaag per ongeluk wordt gestart, kan dat leiden tot letsel.

WAARSCHUWING: Draag altijd werkhandschoenen and het zaagblad monteert. De tanden van een nieuw zaagblad zijn zeer scherp en gevaarlijk.

WAARSCHUWING: Het zaagbladMOET worden verlangen volgens de aanwijzingen in dit deel. Gebruik ALLEEN zaagbladen die onder Technische Gegevens worden genoemd. Wij adviseren DT4226 te gebruiken. Monteer NOOIT andere zaagbladen.

WAARSCHUWING: Raak het zaagblad na waamheden niet aan totdat het is afgekoeld. Het zaagblad wordt tijdens het werken heel heet.

OPMERKING: Het zaagblad is in de fabriek in dit gereedschap gemonteerd.

  1. Breng de doorn van het zaagblad omhoog naar de maximale hoogte door het afstelwiel voor de hoogte van het zaagblad 6 naar rechts te draaien.

  2. Verwijder het inlegstuk 16 . Raadpleeg Het inlegstuk monteren.

  3. Draai met steeksleutels de moer van de doorn 20 los en verwijder deze 22 en de flens 24 van de zaagdoorn door naar links te draaien.

  4. Plaats het zaagblad op de as 23 en let er daarbij op dat de tanden van het zaagblad 2 omlaag wijzen aan de voorzijde van de tafel. Monteer de ringen en de moer van de doorn op de as en zet de moer 22 met de hand vast, zo veel als mogelijk is, en let er daarbij op dat het zaagblad tegen de binnenste ring zit en de buitenste flens 24 tegen het zaagblad zit. Let erop dat de grootste diameter van de flens tegen het zaagblad zit. Let erop dat de as en de ringen vrij zijn van stof en vuil.
  5. U kunt voorkomen dat de as draait wanneer u de moer van de doorn vastzet, door met het open einde van de zaagbladsteeksteutel 20 de as vast te zetten.
  6. Zet met de steeksleutel voor de doorn de moer van de doorn 22 vast door de moer naar rechts te draaien.
  7. Zet het inlegstuk weer terug.

WAARSCHUWING: Controleer altijd de aanwijzer van de ondergeleiding en de zaagbladbeschermkap wanneer u het zaagblad hebt vervangen.

De zaagbladbeschermkap/het spouwmes monteren (Afb. A, D)

WAARSCHUWING: Gebruik de beschermkap bij dagwerkzaamheden.

WAARSCHUWING: Gebruik het spouwmes als de zijaladbeschermkap niet kan worden gebruikt.

WAARSCHUWING: Monteer nooit de beschermkap en het spoeuvmes voor freeswerk tegelijkertijd in de klem.

OPMERkInG: De zaag wordt geleverd met het spouwmes voor freeswerk gemonteerd.

  1. Breng de doorn van het zaagblad naar de maximale hoogte.
  2. Monteer de beschermkap door de vrijgavehendel 12 naar beneden te trekken en plaats het spouwmes voor freeswerk 52 of de beschermkap 11 tot onderin in het vak.
  3. Laat de hendel los, controleer dat de klemplaten volledig zijn gesloten en klem de splitser stevig vast.

WAARSCHUWING: Inspecteer, voordat u de tafelzaag davuit op de stroomvoorziening of de zaag in gebruik neemt, altijd de zaagbladbeschermkap op de juiste uitlijning en controleer de vrijloop van het zaagblad. Controleer de uitlijning na iedere verandering van de afschuinhoek.

WAARSCHUWING: Beperk het risico van ernstige poonlijk letsel, werk NIET met de zaag als de beschermkap niet stevig is vastgeklemd.

Wanneer het splijtmes 13, of het spouwmes 52 goed is uitgelijnd, staat het in één lijn met het zaagblad, zowel aan de bovenzijde van de tafel als aan de bovenzijde van het zaagblad. Zorg er met behulp van bijvoorbeeld een winkelhaak voor dat het zaagblad 2 is uitgelijnd met het splijtmes 13 of het spouwmes 52. Probeer, terwijl de stroomvoorziening is uitgeschakeld, de uiterste stand van de aanpassingen opzij en omhoog, en controleer dat bij alle werkzaamheden de beschermkap vrijloopt van het zaagblad. Raadpleeg

Beschermkap/Splijtmes uitlijnen met het zaagblad.

WAARSCHUWING: Voor een veilige werking is het van de teel belang dat de zaagbladbeschermkap goed is gemonteerd en uitgelijnd.

De zaagbladbeschermkap/het spouwmes verwijderen (Afb. D)

  1. Trek aan de vrijgavehendel 12 van de beschermkap.
  2. Til de beschermkap 11 of het spouwmes 52 omhoog.

Het inlegstuk monteren (Afb. E)

  1. Lijn het inlegstuk 16 uit zoals wordt afgebeeld in Afbeelding E, en steek de nokjes aan de achterzijde van het inlegstuk in de gaten aan de achterzijde van de tafelopening.
  2. Draai de vergrendelschroef 40 90° zodat de tafelinzet op z'n plaats wordt vergrendeld.
  3. Het inlegstuk heeft vier stelschroeven waarmee 25 het omhoog of omlaag kan worden gebracht. Wanneer het inlegstuk goed is afgesteld, moet het gelijk liggen met of iets lager liggen dan het oppervlak van de bovenzijde van de tafel en op zijn plaats zijn bevestigd. De achterzijde van het inlegstuk moet gelijk liggen met de bovenzijde van de tafel of er iets boven liggen.

WAARSCHUWING: Gebruik de machine nooit zonder het inlegstuk. Vervang het inlegstuk onmiddellijk wanneer het versleten of beschadigd is.

Het inlegstuk verwijderen

  1. Verwijder het inlegstuk 16 door de vergrendelschroef 40 90° naar links te draaien
  2. Gebruik het vingergat 26 en trek het inlegstuk omhoog en naar voren zodat het binnenste van de zaag toegankelijk wordt. Werk NIET met de zaag zonder het inlegstuk. Als u een dado groefzaag gebruikt, gebruik dan een geschikt dado inlegstuk (apart verkocht).

Langsgeleiding plaatsen (Afb. F)

De geleiding voor overlangszagen kan worden geïnstalleerd op twee posities aan de rechterzijde (Positie 1 voor 0 mm tot 62 cm overlangszagen en Positie 2 voor 20,3 cm tot 82,5cm overlangszagen) en één positie aan de linkerzijde van uw tafelzaag.

  1. Maak de vergrendelingen van de langsgeleiding los 18 .
  2. Houd de geleiding in een hoek vast, houd de lokatiepennen (voor en achter) 29 op de rails van de langsgeleiding tegenover de kopsleuven van de geleiding 30.
  3. Schuif de kopsleuven op de pennen en draai de geleiding omlaag tot deze op de rails rust
  4. Vergrendel de geleiding op z'n plaats door de grendels voor en achter 18 op de rails te sluiten.

Montage op een werkbank (Afb. A)

VORZICHTIG: Beperk het risico van persoonlijk letsel, zorg er vooral voor dat de tafelzaag stevig op een stabiel oppervlak wordt gemonteerd.

VORZICHTIG: Let erop dat het oppervlak stabiel genoeg is erlot grote stukken materiaal de tafel niet tijdens het gebruik laten kantelen.

De tafelzaag moet stevig worden gemonteerd. Er zitten vier gaten 9 in de onderplaat van het gereedschap, deze gaten zijn bedoeld voor de bevestiging. Wij adviseren u ten zeerste de tafelzaag met deze gaten op uw werkbank of op een ander stevig onderstel te verankeren.

  1. Zet de zaag in het midden van een vierkant stuk multiplex van 12,7 mm dik.
  2. Markeer met een potlood de posities van de twee achterste montagegaten (op een afstand van 220 mm van elkaar) in het frame van de zaag. Meet daarna 498,5 mm naar voren voor de twee gaten aan de voorkant 230 mm uit elkaar.
  3. Neem de zaag weg en boor gaten van 9 mm op de plaatsen die u zojuist hebt gemarkeerd.
  4. Plaats de zaag over de vier gaten die u hebt geboord in het multiplex en steek vier 8 mm bouten VAN ONDERAF OMHOOG. Plaats er ringen en 8 mm moeren bovenop. Zet stevig vast.
  5. U kunt voorkomen dat de schroefkoppen het oppervlak beschadigen waarop u de zaag klemt, door twee reststukken hout op de onderzijde van de multiplex grondplaat te bevestigen. U kunt deze stukken hout met houtschroeven van bovenaf bevestigen als u er maar wel oplet dat de schroeven niet door onderzijde uitsteken.
  6. Zet met een houtklem de multiplex grondplaat vast op uw werkbank, wanneer u de zaag gebruikt.

AANPASSINGEN

Aanpassing van het zaagblad (Afb. G) Uitlijning van het zaagblad (Parallel aan de versteksleuf)

WAARSCHUWING: Snijgevaar. Controleer het zaagblad i stand 0° en 45° zodat u er zeker van kunt zijn dat het zaagblad niet het inlegstuk raakt, omdat dat persoonlijk letsel zou kunnen veroorzaken.

Als het zaagblad niet uitgelijnd is met de versteksleuf op het zaagtafelblad, moet het zaagblad weer uitgelijnd worden. Ga als volgt te werk voor het uitlijnen van het zaagblad en de versteksleuf:

WAARSCHUWING: Beperk het risico van letsel, zet de uit en trek de stekker uit het stopcontact voordat u accessoires plaatst of verwijdert, voordat u aanpassingen aanbrengt of een andere opstelling kiest of wanneer u reparaties uitvoert. Wanneer de machine per ongeluk wordt gestart, kan dat leiden tot letsel.

  1. Draai met inbussleutel van 5 mm de achterste bevestiging van de draaibeugel los 32, die zich aan de onderzijde van tafel bevindt, draai niet meer los dan nodig is om de beugel heen en weer te kunnen bewegen.
  2. Stel de beugel af tot het zaagblad parallel loopt aan de sleuf van de verstekmeter.
  3. Draai de achterste bevestiging van de draaibeugel vast op een aanhaalmoment van 12,5 - 13,6 Nm.

Aanpassing van de hoogte van het zaagblad (Afb. A)

U kunt het zaagblad hoger of lager zetten door het stelwiel voor de hoogte van het zaagblad te draaien 6.

Het is belangrijk dat de bovenste drie tanden tijdens het zagen net door het bovenste oppervlak van het werkstuk breken. Dat maakt dat het maximumaantal tanden te eniger tijd materiaal verwijderen, en dat het gereedschap maximaal presteert.

Beschermkap/Splijtmes uitlijnen met het zaagblad (Afb. A, H)

  1. Neem het inlegstuk uit. Raadpleeg Het inlegstuk verwijderen.
  2. Breng het zaagblad over de gehele diepte van de zaagsnede omhoog en stel een schuine hoek van 0° in.
  3. Kijk waar zich de drie kleine stelschroeven bevinden 39 naast de vergrendelknop van de beschermkap 38. Met deze schroeven worden wordt de stand van de beschermkap afgesteld.
  4. Leg een rechte lat op de tafel tegen de twee punten van het zaagblad. Het splijtmes 13 mag de rechte lat niet raken. Draai wanneer nodig de twee grotere vergrendelschroeven los 41.
  5. Stel de kleine stelschroeven af 39 zodat het splijtmes naar de positie van stap 4 beweegt. Leg de rechte lat aan de tegenovergestelde zijde van het zaagblad en herhaal de afstelling, als dat nodig is.
  6. Draai de twee grotere vergrendelschroeven licht vast41.
  7. Plaats een vierkant vlak deel tegen de splitser zodat u kunt zien of de splitser verticaal is en is uitgelijnd met het zaagblad.
  8. Als dat nodig is, zet de splitser dan met de stelschroeven verticaal op het vierkante vlakke deel.
  9. Controleer de positie van de splitser door stap 4 en 5 te herhalen.
  10. Draai de twee grotere vergrendelschroeven 41 licht vast.
  11. Plaats en vergrendel het inlegstuk 16.

Parallele aanpassing (Afb. A, I, J, O)

WAARSCHUWING: Een verkeerd ingestelde langsegeleiding, die niet parallel staat aan het zaagblad, kan het risico op terugslag verhogen!

Voor optimale prestaties moet het zaagblad parallel zijn aan de langsgeleiding. Deze afstelling is uitgevoerd in de fabriek. U kunt deze weer afstellen:

Positie 1 uitlijning langsgeleiding

  1. Installeer de langsgeleiding in positie 1 en ontgrendel de vergrendelhendel van de rails 5. Kijk waar zich de beide lokatiepennen 29 bevinden die de langsgeleiding ondersteunen op de voorste en achterste rails.
  2. Draai de schroef van de achterste lokatiepen los en stel de positie van de langsgeleiding in de groef op de langsgeleiding af, totdat het oppervlak van de langsgeleiding parallel aan het zaagblad staat. Meet vooral vanaf het oppervlak van de langsgeleiding tot de voor en achterzijde van het zaagblad, zodat uitlijning is gewaarborgd.
  3. Draai de plaatsingsschroef vast en herhaal de procedure aan de linkerzijde van het zaagblad.
  4. Controleer de aanpassing van de aanwijzer van geleidingsschaal (Afb. J)

Positie 2 uitlijning langsgeleiding

  1. Maak voor het uitlijnen van positie 2 langsgeleiding-lokatiepennen 29 dat de positie 1-pennen zijn uitgelijnd,, raadpleeg Positie 1 Uitlijninng Langsgeleiding.
  2. Draai de positie 2 pennen los, en lijn de pennen uit, gebruik de gaten van de zaagbladsteeksleutels als richtlijn voor de plaatsing (Afb. O).
  3. Draai de lokatiepennen vast (voor en achter).

De afkortschaalverdeling afstellen (Afb. A, J)

  1. Ontgrendel de hendel van de railvergrendeling 5.
  2. Stel het zaagblad af in een hoek van 0° en verplaats de langsgeleiding tot deze het zaagblad raakt.
  3. Zet de hendel van de railvergrendeling vast.
  4. Draai de schroeven van de aanwijzer van de afkortschaalverdeling los 31 en zet de aanwijzer van de afkortschaalverdeling op nul (0). Zet de schroeven van de indicator van de afkortschaalverdeling weer vast. De gele afkortschaalverdeling (boven) geeft alleen een juiste aflezing als de langsgeleiding is gemonteerd aan de rechterzijde van het zaagblad en in positie 1 staat (voor nul tot 62 cm afkorten), niet in de stand voor afkorten van 82,5 cm. De witte schaalverdeling (onder) geeft alleen een juiste aflezing als de langsgeleiding is gemonteerd aan de rechterzijde van het zaagblad en in positie 2 staat (voor 20,3 cm tot 82,5 cm afkorten).

De schaalverdeling voor het afkorten geeft alleen een juiste uitlezing wanneer de langsgeleiding is gemonteerd aan de rechterzijde van het zaagblad.

Afstelling van de railvergrendeling (Afb. A, K)

De railvergrendeling is in de fabriek afgesteld. Ga als volgt te werk als u deze afstelling moet aanpassen.

  1. Zet de hendel van de railvergrendeling 5 vast.
  2. Maak aan de onderzijde van de zaag de borgmoer 33 los.
  3. Zet de zeskantige stang 34 vast tot de veer op het vergrendelsysteem wordt ingedrukt, waardoor de gewenste

spanning op de hendel van de railvergrendeling ontstaat. Zet de borgmoer tegen de zeskantige stang weer vast.

  1. Keer de zaag om en controleer dat de langsgeleiding niet beweegt wanneer de vergrendelhendel is vastgezet. Als de langsgeleiding nog los is, moet u de veer nog vaster zetten.

Aanpassing van de afschuinstop en de aanwijzer (Afb. L)

  1. Breng het zaagblad geheel omhoog door het wiel 6 voor de hoogteafstelling van het zaagblad naar rechts te draaien tot het stopt.
  2. Ontgrendel de hendel voor de afschuinvergrendeling 7 door deze omhoog en naar rechts te duwen. Draai de schroef voor de schuine stop 36 los.
  3. Plaats het vierkante vlakke deel tegen de bovenzijde van de tafel en tegen het zaagblad tussen tanden. Controleer dat de hendel van de afschuinvergrendeling in de ontgrendelde positie, dus omhoog, staat.
  4. Stel met behulp van de hendel van de afschuinvergrendeling de afschuinhoek af tot het zaagblad vlak tegen het vierkant staat.
  5. Zet de hendel van de afschuinvergrendeling vast door deze omlaag te duwen.
  6. Draai de nok van de afschuinstop 35 tot deze stevig tegen het lagerblok aanstaat. Draai de schroef voor de schuine stop 36 vast.
  7. Controleer de schaalverdeling voor de afschuinhoek. Als de aanwijzer geen 0° aangeeft, draai de schroef 37 van de aanwijzer dan los en verplaats de aanwijzer naar de juiste uitlezing. Zet de schroef van de aanwijzer weer vast.
  8. Herhaal dit bij 45°, maar stel de aanwijzer niet af.

Afstelling van de verstekmeter (Afb. A)

Draai als u de verstekmeter 10 wilt afstellen, de knop los, stel de gewenste hoek in en draai de knop vast.

Positie van lichaam en handen

Plaats uw lichaam en handen bij het bedienen van de tafelzaag in de juiste positie, dat maakt het zagen gemakkelijker, nauwkeuriger en veiliger.

WARSCHUWING:

- Haats uw handen nooit in de buurt van het zaaggebied.

  • Plaats uw handen niet op minder dan 150 mm afstand van het zaagblad.
    • Houd uw handen niet kruislings.
  • Houd beide voeten stevig op de vloer en blijf goed in evenwicht.

Voor ingebruikneming

WARSCHUWING:

Stolleer het geschikte zaagblad. Gebruik geen al te versleten zaagbladen. De maximale rotatiesnelheid van het gereedschap mag niet hoger zijn dan die van het zaagblad.

nEDERLanDs

• Probeer niet al te kleine werkstukken te zagen.
- Geef het zaagblad ruimte om te zagen. Oefen er geen kracht op uit.
- Laat de motor eerst geheel op snelheid komen voordat u met zagen begint.

BEDIENING

Instructies voor gebruik

WAARSCHUWING: Houd u altijd aan de v geidsinstructies en van toepassing zijnde voorschriften.

WAARSCHUWING: Om het gevaar op ernstig poonlijk letsel te verminderen, zet u het gereedschap uit en ontkoppelt u het van de stroomvoorziening, voordat u enige aanpassing maakt of hulpstukken of accessoires verwijdert/installeert. Het onbedoeld opstarten kan letsel veroorzaken.

Het is belangrijk dat de machine wordt geplaatst overeenkomstig uw ergonomische condities waar het betreft hoogte en stabiliteit van het werkblad. De plaats van de machine moet zo worden gekozen dat de gebruiker een goed overzicht heeft en voldoende ruimte rond de machine heeft voor het zonder enige beperkingen werken met het werkstuk. Beperk de gevolgen van toegenomen trillingen, zorg ervoor dat de omgevingstemperatuur niet te laag is, de machine en de accessoires goed zijn onderhouden en het formaat van het werkstuk geschikt is voor deze machine.

Leis belangrijk dat de machine wordt geplaatst overeenkomstig de ergonomische condities waar het betreft hoogte en stabiliteit van het werkblad. De plaats van de machine moet zo worden gekozen dat de gebruiker een goed overzicht heeft en voldoende ruimte rond de machine heeft voor het zonder enige beperkingen werken met het werkstuk.
- Plaats het juiste zaagblad. Gebruik geen zeer versleten zaagbladen. De maximale rotatiesnelheid van het gereedschap mag niet hoger zijn dan die van het zaagblad.
• Probeer niet al te kleine werkstukken te zagen.
- Geef het zaagblad ruimte om te zagen. Oefen er geen kracht op uit.
- Laat de motor eerst geheel op snelheid komen voordat u met zagen begint.
- Controleer dat alle vergrendelknoppen en klemhandgrepen vastzitten.
- Plaats nooit één van uw handen in de buurt van het zaagblad wanneer de zaag is aangesloten op de stroomvoorziening.
- Gebruik uw zaag niet voor het zagen uit de losse hand!
- Zaag geen krom- of holgetrokken of gebogen werkstukken. Er moet ten minste één rechte, gladde zijde zijn voor plaatsing tegen de afkort- of versteklangsgeleiding.

  • Ondersteun lange werkstukken altijd zodat terugslag wordt voorkomen.
  • Verwijder geen afgezaagde stukken uit het gebied rond het zaagblad zolang het zaagblad draait.

In- en uitschakelen (Afb. M)

De aan/uit-schakelaar 8 van uw zaagbank biedt meerdere voordelen:

  • Vrijgavefunctie bij geen spanning: als de stroom om een bepaalde reden uitvalt, moet de schakelaar bewust opnieuw worden bediend.
  • Schakel de machine in door op de groene startknop te drukken.
  • Schakel de machine uit door op de rode stopknop te drukken.

Uit-stand vergrendelen instructies

Het deksel boven de schakelaar kunt u naar beneden trekken, zodat u een hangslot kunt bevestigen om de uit-stand te vergrendelen. Wij raden een hangslot aan met een maximale diameter van 6,35 mm en een minimale ruimte van 76,2 mm.

Werken met de langsgeleiding (Afb. N–P)

Hendel railvergrendeling

De hendel van de railvergrendeling 5 vergrendelt de langsgeleiding op z'n plaats zodat beweging tijdens het zagen wordt voorkomen. U kunt de hendel voor de rail vergrendelen door deze omlaag te duwen naar de achterzijde van de zaag. U kunt de hendel ontgrendelen door deze omhoog te trekken naar de voorzijde van de zaag.

OPMERkInG: Vergrendel altijd de hendel van de railvergrendeling wanneer u overlangszaagt.

Uitbreiding werkondersteuning /Smalle langsgeleiding

Uw zaagtafel is voorzien van een uitbreiding voor werkondersteuning zodat werkstukken die buiten de zaagtafel steken, kunnen worden ondersteund.

U kunt de smalle geleiding voor zagen gebruiken voor ondersteuning van een werkstuk door de geleiding uit de opbergpositie te draaien, zoals wordt getoond in Afbeelding O, en de pennen in de lagere sleuven 27 aan beide uiteinden van de langsgeleiding te schuiven.

U kunt de smalle langsgeleiding voor zagen in de smalle positie gebruiken, door de pennen in de bovenste sleuven 28 aan beide uiteinden van de langsgeleiding te schuiven. In deze stand ontstaat 51 mm extra ruimte tot het zaagblad. Raadpleeg Afbeelding P.

OPMERkInG: Trek de uitbreiding van de ondersteuning van werkstukken in of stel deze af in de smalle positie voor de langsgeleiding wanneer u boven de zaagtafel werkt.

OPMERkInG: Als u de smalle langsgeleiding gebruikt, trek dan 51 mm af van de aangegeven afkortschaalverdeling.

Fijnafstellingsknop

De fijnafstellingsknop 4 maakt kleinere aanpassingen mogelijk bij het instellen van de langsgeleiding. Voordat u de

langsgeleiding afstelt, moet u erop letten dat de hendel voor de railvergrendeling omhoog staat in de ontgrendelde stand.

Aanwijzer schaalverdeling overlangszagen

De aanwijzer voor de schaalverdeling overlangszagen moet worden afgesteld voor de juiste werking van de langsgeleiding als de gebruiker overschakelt tussen dikke en dunne zaagbladen. De schaalverdeling kan alleen correct worden afgelezen als de langsgeleiding is ingesteld op positie 1 of 2 aan de rechterkant van het zaagblad. Als u de smalle langsgeleiding gebruikt tijdens overlangszagen (zonder steunen), trek dan 51 mm af van de aangegeven afkortschaalverdeling. Zie De schaalverdeling voor overlangszagen afstellen onder Aanpassingen.

EENVOUDIGE ZAAGSNEDEN

Doorzagen

WAARSCHUWING: Gebruik de beschermkap bij alle door zaag werkzaamheden.

Overlangszagen (Afb. A, B, Q, R)

W!RSCHUWING: Scherpe randen.

  1. Stel het zaagblad in op 0°.
  2. Monteer de langsgeleiding en vergrendel de langsgeleiding grendel 18 (Afb. A).
  3. Breng het zaagblad omhoog tot het ongeveer 3 mm hoger is dan de bovenzijde van het werkstuk. Stel zo nodig de hoogte van de bovenste zaagbladbeschermkap af.
  4. Pas de positie van de langsgeleiding aan en vergrendel de hendel 5, raadpleeg Werken met de langsgeleiding.
  5. Houd het werkstuk vlak tegen de tafel en tegen de langsgeleiding. Houd het werkstuk weg bij het zaagblad.
  6. Houd beide handen weg van het pad van het zaagblad (Afb. Q).
  7. Schakel de machine in en laat het zaagblad volledig op snelheid komen.
  8. Voer het werkstuk langzaam onder de beschermkap aan, terwijl u het stevig tegen de langsgeleiding gedrukt houdt. Laat de tanden zagen en dwing het werkstuk niet door het zaagblad. De snelheid van het zaagblad moet constant worden gehouden.
  9. Gebruik altijd een aanduwstok 21 wanneer u in de buurt van het zaagblad werkt (Afb. R).
  10. Schakel na het voltooien van de zaagsnede de machine uit, laat het zaagblad tot stilstand komen en verwijder het werkstuk.

WAARSCHUWING:

Daw nooit tegen het "vrije" of afgezaagde gedeelte van het werkstuk en houd het niet vast.

• Zaag geen al te kleine werkstukken.
- Gebruik altijd een aanduwstok wanneer u kleine werkstukken zaagt.

Schuine zaagsneden (Afb. A)

  1. Stel de gewenste schuine hoek in door de roterende hendel 7 omhoog en naar rechts te duwen.
  2. Stel de gewenste hoek in, draai de hendel door deze omlaag te duwen en naar links en op z'n plaats te vergrendelen.
  3. Ga verder als bij overlangszagen.

Afkorten en schuin afkorten (Afb. Q)

  1. Verwijder de langsgeleiding en installeer de verstekmeter in de gewenste sleuf.
  2. Vergrendel de verstekmeter op 0°.
  3. Ga verder als bij overlangszagen.

Verstekzaagsneden (Afb. A)

  1. Zet de verstekmeter 10 in de gewenste hoek.

OPMERKING: Houd altijd het werkstuk stevig tegen de voorzijde van de verstekmeter.

  1. Ga verder als bij overlangszagen.

Samengesteld verstek

Deze zaagsnede is een combinatie van verstek en schuine zaagsnede. Stel de hoek van de zaagsnede in en ga verder als een schuine afkortsnede.

Lange werkstukken ondersteunen

  • Zorg altijd voor ondersteuning van lange werkstukken.
  • Ondersteun lange werkstukken op allerlei geschikte manieren, zoals zaagbokken of dergelijke, zodat afgezaagde gedeelten niet kunnen vallen.

Frezen (Groeven en rabatzagen)

WAARSCHUWING: Verwijder de beschermkap 11 en monteer het spouwmes voor freeswerk 52 voor alle freeswerkzaamheden. Gebruik een verklemplaat voor alle freeswerkzaamheden waarbij de beschermkap, anti-terugslagpallen of het spouwmes niet kunnen worden gebruikt.

De instructies in de Overlangszagen, Afkorten, Schuin afkorten, Verstekzagen, en Plinten zagen hoofdstukken zijn geschreven voor zaagsneden door de volledige dikte van het materiaal. De zaag kan ook worden gebruikt voor freeswerkzaamheden zoals het frezen van groeven of sponningen in het materiaal.

Frezen-Afkorten (Afb. D, U)

WAARSCHUWING: U moet ALTIJD een langsgeleiding gebruiken tijdens overlangszagen, zodat u de controle niet kunt verliezen en persoonlijk letsel voorkomt. NOOIT uit de losse hand overlangszagen. ALTIJD de langsgeleiding vastzetten.

WAARSCHUWING: Plaats de langsgeleiding tijdens het aan winen, en wanneer mogelijk altijd, aan de kant van het zaagblad, zodat het zaagblad is weggedraaid van de langsgeleiding en uw handen.

WAARSCHUWING: Houd uw handen uit de buurt van het zaagblad. Tijdens freeswerk is het zaagblad niet altijd zichtbaar tijdens het zagen, let dus extra goed op en houd uw handen uit de buurt van het zaagblad.

WAARSCHUWING: Gebruik een aanduwstok om het werkstuk aan te voeren als er 51–152 mm tussen de langsgeleiding en het zaagblad zit. Gebruik de smalle langsgeleiding en een blok om het werkstuk aan te voeren als er 51 mm of minder tussen de langsgeleiding en het zaagblad zit.

  1. Verwijder de beschermkap 11 en monteer het spouwmes voor freeswerk 52 (Afb. D). Raadpleeg: De zaagbladbeschermkap/het spouwmes monteren.

  2. Vergrendel de langsgeleiding door de railvergrendeling hendel naar beneden te drukken. Verwijder de verstekmeter.

  3. Breng het zaagblad omhoog tot de gewenste zaagdiepte.

  4. Houd het werkstuk vlak tegen de tafel en tegen de langsgeleiding. Houd het werkstuk ongeveer 25,4 mm weg bij het zaagblad.

WAARSCHUWING: Het werkstuk moet met een rechte kand tegen de langsgeleiding worden gedrukt en mag niet scheef, gedraaid of gebogen zijn. Houd beide handen uit de buurt van het zaagblad en weg van het pad van het zaagblad. Bekijk de juiste positie van uw handen in Afbeelding U.

  1. Schakel de machine in en laat het zaagblad volledig op snelheid komen. Gebruik beide handen om de zaagsnede te starten. Zodra er nog ongeveer 305 mm moet worden gezaagd, gebruik dan maar één hand, duw het materiaal met uw duim, houd met uw wijs- en middelvinger het materiaal naar beneden gedrukt en haak uw andere vingers over de langsgeleiding. Houd uw duim altijd naast uw eerste twee vingers en dichtbij de langsgeleiding.

  2. Houd het werkstuk tegen de tafel en de langsgeleiding gedrukt, voer het werkstuk langzaam volledig door het zaagblad. Blijf het werkstuk duwen tot het volledig langs de beschermkap is en het aan de achterkant van de tafel naar beneden valt. Nooit de motor overbelasten.

  3. Probeer nooit om het werkstuk terug te trekken als het zaagblad draait. Schakel de machine uit, wacht to het zaagblad stilstaat en schuif het werkstuk van de tafel.

  4. Gebruik altijd ondersteuning wanneer u lang materiaal of platen zaagt. Een zaagbok, rollers of werkbank zijn geschikte ondersteuning voor dit doeleinde. De ondersteuning moet dezelfde hoogte, of net iets lager, hebben als de zaagtafel.

Frezen-Kleine stukken afkorten (Afb. A)

Het is niet veilig om kleine stukken door te zagen. Het is niet veilig om uw hand dichtbij het zaagblad te houden. In plaats daarvan kunt u een groter stuk zagen om de gewenste lengte te verkrijgen. Wanneer u een dun stuk wilt zagen en uw hand niet veilig tussen het zaagblad en de langsgeleiding kan, gebruik dan één of meer aanduwstokken. Een aanduwstok 21 is bij deze zaag meegeleverd, bevestigd aan de langsgeleiding. Gebruik de aanduwstok(ken) om het werkstuk tegen de tafel en de langsgeleider te drukken, en om het werkstuk volledig langs het zaagblad te drukken.

Frezen-Schuin afkorten (Afb. V)

Deze handeling is hetzelfde als afkorten, met het enige verschil dat de hoek niet op nul graden staat ingesteld. Raadpleeg afbeelding V voor de juiste positie van uw handen.

WAARSCHUWING: Inspecteer voordat u de st. comtoevoer aansluit, of wanneer u de zaag bediend, altijd eerst of het spouwmes correct is uitgelijnd en controleer de vrijloop van het zaagblad. Controleer de uitlijning na iedere verandering van de afschuinhoek.

Frezen-Afkorten (Afb. W)

WAARSCHUWING: NOOIT de langsgeleiding gebruik in combinatie met de verstekmeter.

WAARSCHUWING: Om het risico op letsel te beperken, MELST de langsgeleiding als geleiding of lengtestop gebruiken tijdens het afkorten.

WAARSCHUWING: Wanneer u een blok als lengtemaat gebruikt, moet het blok ten minste 19 mm dik zijn en is het belangrijk dat de achterkant van het blok zo wordt geplaatst dat het blok niet tegen het werkstuk komt voordat het wordt gezaagd, zodat het werkstuk niet wegschiet en mogelijk letsel kan veroorzaken.

  1. Verwijder de langsgeleiding en plaats de verstekmeter in de gewenste sleuf.

  2. Breng het zaagblad omhoog tot de gewenste zaagdiepte.

  3. Houd het werkstuk stevig tegen de verstekmeter 10 met het pad van het zaagblad op één lijn met de gewenste zaagrichting. Houd het werkstuk ongeveer drie centimeter voor het zaagblad. HOUD BEIDE HANDEN UIT DE BUURT VAN HET ZAAGBLAD EN HET PAD VAN HET ZAAGBLAD (Afb. W).

  4. Schakel de machine in en laat het zaagblad volledig op snelheid komen.

  5. Gebruik beide handen om het werkstuk tegen de verstekmeter te houden, houd het werkstuk vlak tegen de tafel, duw het werkstuk nu langzaam door het zaagblad.

  6. Probeer nooit om het werkstuk terug te trekken als het zaagblad draait. Schakel de machine uit, wacht to het zaagblad stilstaat en schuif het werkstuk voorzichtig van de tafel.

Frezen-Schuin afkorten

Deze handeling is hetzelfde als afkorten, met het enige verschil dat de hoek niet op 0° staat ingesteld.

WAARSCHUWING: Inspecteer voordat u de sontoevoer aansluit, of wanneer u de zaag bediend, altijd eerst of het spouwmes correct is uitgelijnd en controleer de vrijloop van het zaagblad. Controleer de uitlijning na iedere verandering van de afschuinhoek.

Frezen-Verstekzagen (Afb. W)

Deze handeling is hetzelfde als verstekzagen, met het enige verschil dat de verstekhoek niet op 0° staat ingesteld. Houd het werkstuk STEVIG vast tegen de verstekhoek 10 en voer het werkstuk langzaam door het zaagblad (om te voorkomen dat het werkstuk beweegt).

Frezen-Verstekmeter bediening

De verstekmeter instellen:

  1. Draai de verstekvergrendeling knop 46 los.
  2. Zet de verstekmeter in de gewenste hoek.
  3. Draai de verstekvergrendeling knop vast.

Frezen-Plinten zagen

Dit is een combinatie van schuin afkorten en verstekzagen. Volg de instructies op van zowel schuin afkorten als verstekzagen.

DEWALT DWE7492 - Frezen-Plinten zagen - 1

Stofafzuiging (Fig. A, AA)

De machine is aan de achterzijde voorzien van een poort voor stofafzuiging 14, die geschikt is voor gebruik met apparatuur voor stofafzuiging met zuigmonden van 57/65 mm. Bij de machine wordt een verloopstuk geleverd voor gebruik van stofafzuigmonden met een diameter van 34-40 mm.

De machine wordt geleverd met een verloopstuk voor gebruik met het DEWALT AirLock systeem (DWV9000-XJ).

De zaagbladbeschermkap is ook voorzien van een stofafzuigmond voor zuigmonden met een diameter van 35mm of directe aansluiting op de DEWALT AirLock (DWV9000-XJ).

Stof van materialen zoals verf met lood en sommige soorten hout zijn schadelijk voor uw gezondheid. Inademen van deze stoffen kan een allergische reactie veroorzaken en/of luchtweginfecties veroorzaken bij de gebruiker of omstanders.

Bepaald stof, zoals van eiken- of beukenhout, wordt geacht kankerverwekkend te zijn, vooral in combinatie met additieven voor houtbehandeling.

Neem de in uw land relevante voorschriften in acht voor de materialen waarmee u werkt.

De stofzuiger moet geschikt zijn voor het materiaal waarmee u werkt.

Gebruik een speciale klasse M stofzuiger wanneer u droog stof opzuigt dat erg schadelijk voor de gezondheid of kankerverwekkend is.

De zaagbladbeschermkap is ook voorzien van een stofafzuigmond voor zuigmonden met een diameter van 35 mm (Klasse M stofafzuiging).

  • Sluit bij alle werkzaamheden een toestel voor stofafzuiging aan dat is ontworpen in overeenstemming met de relevante voorschriften voor stofemissie.
  • Controleer dat de slang van stofafzuigapparatuur geschikt is voor de toepassing en voor het materiaal dat wordt gezaagd. Zorg ervoor dat de slang niet vast komt te zitten of bekneld raakt.

- Bedenk dat geproduceerde materialen zoals spaanplaat of MDF meer stofdeeltjes geven bij het zagen dan natuurlijk hout.

Berging (Afb. B, X–Z)

Berg de machine veilig op als deze niet wordt gebruikt. De berging moet droog zijn en op slot kunnen. Hierdoor kan de machine niet beschadigen tijdens de opslag, en kunnen ongetrainde personen de zaag niet gebruiken.

  1. Bevestig de aanduwstok 21 op de langsgeleiding.
  2. Verwijder de zaagbladbeschermkap. Zie De zaagbladbeschermkap verwijderen. Schuif de zaagbladbeschermkap 11 in de houder zoals afgebeeld, draai vervolgens de vergrendeling 1/4 slag om deze te vergrendelen. Raadpleeg Afbeelding X.

  3. Schuif de zaagbladsleutels 20 in de gaten tot de gele knop op één lijn staat met de gaten om ze vast te zetten, raadpleeg Afbeelding B.

  4. Steek de geleidebalk van de verstekmeter tot onderin in het vak.
  5. Wikkel het snoer hier rond 43. Raadpleeg Afbeelding Z.
  6. U kunt de langsgeleiding opbergen door de werkondersteuning in de opbergpositie te klikken. Haal de langsgeleiding van de rails. Bevestig de langsgeleiding ondersteboven aan de linkerkant van de zaag, raadpleeg Afbeelding Y. NIET de lokatiesleuven aan de linkerkant van de langsgeleiding schroeven. Deze schroeven komen uit tegenover de ruimte op de langsgeleiding, zoals wordt getoond. Sluit de grendels van de langsgeleiding 18 om ze vast te zetten.
  7. Het spouwmes voor freeswerk 52 kan op de zaag worden gemonteerd (werk positie) of met de beschermkap worden opgeborgen. Raadpleeg Afbeelding B.

Vervoeren (Fig. A, B)

Voor transport moet het volgende worden uitgevoerd:

  • Wikkel het snoer
  • Draai het afstelwiel van de zaagbladhoogte 6 linksom tot de tanden van het zaagblad zich onder de zaagtafel bevinden. Zet de hendel 7 vast.
  • Schuif de langsgeleiding helemaal naar binnen en vergrendel deze met de rail vergrendelingshendel 5.
  • Draag de machine altijd aan de aangeduide handgrepen 50, raadpleeg afbeelding A en B.

WAARSCHUWING: Vervoer de machine altijd met de beste ste zaagbladbeschermkap gemonteerd.

ONDERHOUD

Uw DEWALT gereedschap op stroom is ontworpen om gedurende een lange tijdsperiode te functioneren met een minimum aan onderhoud. Het continu naar bevrediging functioneren hangt af van de juiste zorg voor het gereedschap en regelmatig schoonmaken.

WAARSCHUWING: Om het gevaar op ernstig personlijk letsel te verminderen, zet u het gereedschap uit en ontkoppelt u het van de stroomvoorziening, voordat u enige aanpassing maakt of hulpstukken of accessoires verwijdert/installeert. Het onbedoeld opstarten kan letsel veroorzaken.

DEWALT DWE7492 - ONDERHOUD - 1

Smering (Fig. T)

De motor en de lagers hoeven niet extra te worden gesmeerd. Als het omhoog en omlaag brengen van het zaagblad moeilijk wordt, reinig dan de schroeven voor de hoogteafstelling en breng er wat vet op aan.

  1. Trek de stekker uit het stopcontact.
  2. Draai de zaag op z'n kant.
  3. Reinig en smeer de schroefdraad van de schroeven voor de hoogteafstelling 42 aan de onderzijde van deze zaag, zoals in Afbeelding T wordt getoond. Gebruik een vet voor algemene toepassing.

DEWALT DWE7492 - Smering (Fig. T) - 1

Reiniging (Afb. A, S)

WAARSCHUWING: Beperk het risico van ernstig persoonlijk letsel, schakel de unit uit en trek de stekker uit het stopcontact voordat met reinigingswerkzaamheden begint. Wanneer de machine per ongeluk wordt gestart, kan dat leiden tot letsel.

WAARSCHUWING: Blaas vuil en stof uit de behuizing met droge lucht, zo vaak u ziet dat vuil zich in en rond de luchtopeningen ophoopt. Draag goedgekeurde oogbescherming en een goedgekeurd stofmasker als u deze procedure uitvoert.

WAARSCHUWING: Gebruik nooit oplosmiddelen of andere bijtende chemicaliën voor het reinigen van niet-metalen onderdelen van het gereedschap. Deze chemicaliën kunnen het materiaal dat in deze onderdelen is gebruikt verzwakken. Gebruik een doek die uitsluitend met water en milde zeep is bevochtigd. Zorg dat er nooit enige vloeistof in het gereedschap komt; dompel nooit enig onderdeel van het gereedschap in een vloeistof.

WAARSCHUWING: Om het risico op letsel te vondinderen maakt u de bovenkant van de tafel regelmatig schoon.

WAARSCHUWING: Om het risico op letsel te vinkinderen maakt u het stofverzamelingssysteem regelmatig schoon.

De zaagbladbeschermkap 11 en het inlegstuk moeten op hun plaats worden gezet, voordat u de zaag in gebruik neemt.

Controleer vóór gebruik zorgvuldig de bovenste en de onderste beschermkap van het zaagblad en ook de stofafzuigbuis zodat u weet dat zij goed zullen functioneren. Zorg ervoor dat spaanders, stof of deeltjes niet kunnen leiden tot blokkering van één van de functies.

Als er delen van het werkstuk tussen het zaagblad en de beschermkappen bekneld zitten, trek de stekker van de machine dan uit het stopcontact en volg de instructies die worden gegeven bij Het zaagblad monteren. Verwijder de vastgelopen delen en monteer het zaagblad opnieuw.

Houd de ventilatiesleuven vrij en reinig de behuizing regelmatig met een zachte doek.

Maak het stofafzuigsysteem regelmatig schoon:

  1. Trek de stekker van de zaag uit het stopcontact.
  2. Draai de zaag op z'n kant, zodat de onderzijde, het open gedeelte van de machine toegankelijk is.
  3. Open het stofluik 44, afgebeeld in Afbeelding S, door de twee schroeven los te draaien en vervolgens de twee klemmen aan de zijkant naar elkaar te drukken. 45. Haal alle overtollige stof weg en zet het luik weer op z'n plaats door de zijklemmen geheel in te duwen en de vergrendelschroeven vast te zetten.

Optionele accessoires

WAARSCHUWING: Aangezien accessoires die niet de DEWALT zijn aangeboden niet met dit product zijn getest, kan het gebruik van dergelijke accessoires met dit gereedschap gevaarlijk zijn. Om het risico op letsel te verminderen dient u uitsluitend door DEWALT aanbevolen accessoires met dit product te gebruiken.

Neem contact op met uw leverancier voor verdere informatie over de geschikte accessoires.

Vervang de zaagbladbeschermkap wanneer deze versleten is. Neem contact op met uw dichtstbijzijnde DEWALT servicecentrum voor nadere gegevens over een vervangende zaagbladbeschermkap.

ZAAGBLADEN: GEBRUIK ALTIJD zaagbladen van 250 mm met asgaten van 30 mm. Nominale snelheid van het zaagblad moet ten minste 5000 TPM zijn. Gebruik nooit zaagbladen met een kleinere diameter. Deze zullen nooit goed kunnen worden afgeschermd.

BESCHRIJVING VAN ZAAGBLADEN

TOEPASSING DIAMETER TANDEN

Constructiezaagbladen (afkorten)

Algemene toepassing 250 mm 24

Fijne afkortzaagsneden 250 mm 40

Zaagbladen voor houtbewerking

(geven gladde, schone zaagsneden)

Fijne afkortzaagsneden 250 mm 60

Vraag uw dealer nadere informatie over de juiste accessoires.

• DWE74911 Rijdend onderstel voor zaagtafel
• DWE74912 Inklapbaar onderstel

Bescherming van het milieu

DEWALT DWE7492 - Bescherming van het milieu - 1

Gescheiden inzameling. Producten en batterijen die zijn voorzien van dit symbool, mogen niet bij het normale huishoudelijke afval worden weggegooid.

Producten en batterijen bevatten materialen die

kunnen worden teruggewonnen en gerecycled, zodat de vraag naar grondstoffen afneemt. Recycle elektrische producten en batterijen volgens de lokale voorschriften. Nadere informatie is beschikbaar op www.2helpU.com.

BORDSAG

DWE7492

Gratulerer!

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : DEWALT

Model : DWE7492

Categorie : Zaag