PA-1960 - Hifi-systeem Monacor - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PA-1960 Monacor in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over PA-1960 Monacor
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Hifi-systeem in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PA-1960 - Monacor en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PA-1960 van het merk Monacor.
GEBRUIKSAANWIJZING PA-1960 Monacor
100 volt-versterker met hoog vermogen
Deze handleiding is bedoeld voor installateurs met deskundige kennis over 100 volt geluidstechniek. Lees de handleiding voor de installatie grondig door, en bewaar ze voor latere raadpleging.
Op de uitklapbare pagina 3 vindt u een overzicht van de bedieningselementen en de aansluitingen.
Inhoud
1 Overzicht 16
1.1 Frontpaneel 16
1.2 Achterzijde 16
2 Veiligheidsvoorschriften ..... 16
3 Toepassingen 17
4 Bijkomende modules monteren . . . 17
4.1 Foutbewakingsmodule PA-6FD ..... 17
4.1.1 Montage en aansluiting ..... 17
4.1.2 Kalibrering ..... 17
4.2 Foutmeldingsmodule PA-6FM ..... 17
5 De versterker opstellen ..... 17
5.1 De montage in een rack ..... 17
6 De versterker aansluiten ..... 18
6.1 Luidsprekers ..... 18
6.2 Lijnsignaalingangen 18
6.3 100V-ingang ..... 18
6.4 Voorrangrelais en 24 V-uitgang ..... 18
6.5 Afstandsbediend in- en uitschakelen. . 18
6.6 Netvoeding en noodstroomvoeding . . 18
7 Ingebruikneming 18
8 Beveiligingscircuit. 18
1 Volumeregelaar PGM voor het signaal op de ingang PGM INPUT (12)
2 LED PRIORITY: licht op, wanneer de versterker via de aansluiting PRI CTL (15) naar de ingang PRIORITY INPUT (17) is omgeschakeld
3 POWER-LED
4 LED SIGNAL: licht op vanaf een bepaald geluidsvolume op de uitgang SPEAKER OUTPUTS (9)
5 LED's als storingsindicatie
FAULT licht op, wanneer er in de versterker een storing is opgetreden
PROTECT licht op, wanneer de versterker oververhit is, of wanneer er in de versterker een storing is opgetreden
CLIP licht op, wanneer de versterker overstuurd wordt [volumeregelaar PGM (1) of LEVEL (16) terugdraaien]
6 POWER-schakelaar
Opmerking: Als er door de noodstroomeenheid een spanning van 24 V naar de aansluitingen BATTERY (21) wordt gestuurd, kunt u de versterker niet uitschakelen.
7 LED STANDBY: licht op, als de versterker aangesloten is op het 230 V-elektriciteitsnet, met de netschakelaar (6) uitgeschakeld is en geen 24 V-spanning (21) beschikbaar is
8 Luchtaanzuigopeningen voor de ventilator
1.2 Achterzijde
Opmerking: Om comfortabeler tewerk te gaan kunt u alle groene aansluitklemmen bij het vastschroeven van de aansluitleidingen van hun stekkerverbindingen afnemen.
9 Luidsprekeraansluitingen
Belangrijk! De versterker is standaard zo ingesteld, dat voor 100 V-luidsprekers de klemmen COM en 3 moeten worden gebruikt.
10 De relaiscontacten schakelen om, als de versterker via de aansluiting PRI CTL (15) naar de ingang PRIORITY INPUT (17) wordt omgeschakeld
11 Alternatieve ingang SLAVE INPUT voor het aansluiten op een 100 V-luidsprekerkabel
12 Gebalanceerde lijnsignaalingang voor PGM INPUT gewone aankondigingen en achtergrondmuziek; gevoeligheid voor volledige uitsturing 0,775 V (0 dBu)
13 DIP-schakelaars
Nr. 1 voor het in- en uitschakelen van het 400 Hz-hoogdoorlaatfilter (dempt de lage tonen voor een betere verstaanbaarheid)
Nr. 2 onderste stand ON (fabrieksinstelling), wanneer de foutbewakingsmodule PA-6FD (toebehoren) niet is ingebouwd bovenste stand OFF, wanneer de module is ingebouwd
Nr. 3 voor het in- en uitschakelen van het testsignaal van 20 kHz, als de module PA-6FD is ingebouwd (zie hfdst. 4.1.1, bedieningsstap 6)
14 Controle-LED: licht op, als de versterker naar behoren werkt
15 Aansluiting OUT voor de 24 V-uitgang (steeds spanning bij ingeschakelde versterker; belastbaar met 0,5 A) en aansluiting PRI CTL voor een voorrangschakelaar: bij gesloten voorrangschakelaar schakelt de versterker om van de ingang PGM INPUT (12) naar de ingang PRIORITY INPUT (17)
16 Volumeregelaar LEVEL voor het signaal op de ingang PRIORITY INPUT (17)
17 Gebalanceerde lijnsignaalingang PRIORITY INPUT voor belangrijke aankondigingen – zie ook pos. 15 en 16; gevoeligheid voor volledige uitsturing 0,775 V (0 dBu)
18 Afdekplaat, wordt bij het monteren van de foutmeldingsmodule PA-6FM weggenomen
19 Afdekplaat, wordt bij het monteren van de foutbewakingsmodule PA-6FD weggenomen
20 Luchtafzuigopeningen
21 Aansluitingen BATTERY voor een 24 V-nood- stroomeenheid
22 Aansluitingen POWER REMOTE voor een externe schakelaar om afstandsbediend in en uit te schakelen
Opmerking: Voor de afstandsbediening mag de versterker niet via de schakelaar POWER (6) zijn ingeschakeld.
23 Netsnoer voor aansluiting op een stopcontact (230 V/50 Hz)
2 Veiligheidsvoorschriften
Het apparaat is in overeenstemming met alle relevante EU-Richtlijnen en is daarom gekenmerkt met €€
WAARSCHUWI

De netspanning van het apparaat is levensgevaarlijk. Open het apparaat niet, en zorg dat u niets in de ventilatieopeningen steekt! U loopt het risico van een elektrische schok.
Tijdens het gebruik staan de aansluitingen SPEAKER OUTPUTS (9) en SLAVE INPUT (11) onder een levensgevaarlijke spanning tot 100 V. De in- en uitgangen mogen enkel aangesloten en gewijzigd worden, wanneer de geluidsinstallatie is uitgeschakeld.
- Het apparaat is enkel geschikt voor gebruik binnenshuis. Vermijd druip- en spatwater, uitzonderlijk warme plaatsen en plaatsen met een hoge vochtigheid (toegestaan omgevingstemperatuurbereik: 0–40 °C).
- Plaats geen bekers met vloeistof zoals drinkglazen etc. op het apparaat.
- De warmte die in het toestel ontstaat, moet door ventilatie worden afgevoerd. Dek daarom de ventilatieopeningen van de behuizing niet af.
- Schakel het apparaat niet in en trek onmiddel- lijk de stekker uit het stopcontact, wanneer:
- het apparaat of het netsnoer zichtbaar beschadigd is,
- er een defect zou kunnen optreden nadat het apparaat bijvoorbeeld gevallen is,
- een apparaat slecht functioneert. Het apparaat moet in elk geval worden hersteld door een gekwalificeerd vakman.
- Een beschadigd netsnoer mag alleen in een erkende werkplaats worden vervangen.
- Trek de stekker nooit met het snoer uit het-topcontact, maar steeds met de stekker zelf.
- Verwijder het stof enkel met een droge, zachte doek. Gebruik in geen geval chemicaliën of water.
- In geval van ongeoorloofd of verkeerd gebruik, verkeerde aansluiting, foutieve bediening of van herstelling door een niet-gekwalificeerd persoon vervalt de garantie en de verantwoordelijkheid voor hieruit resulterende materiële of lichamelijke schade.

Wanneer het apparaat definitief uit bedrijf wordt genomen, bezorg het dan voor milieuvriendelijke verwerking aan een plaatselijk recyclagebedrijf.
3 Toepassingen
De versterker PA-1960 met een sinusvermogen (W RMS) van 960 W is speciaal ontworpen voor het gebruik in geluidsinstallaties. Voor achtergrondmuziek en voor gewone aankondigingen is een lijnniveau-ingang beschikbaar. Voor noodberichten of andere belangrijke aankondigingen is een tweede lijnniveau-ingang voorhanden. Met een afzonderlijke schakelaar of een extern relais kunt u naar de tweede ingang omschakelen.
De PA-1960 kan ook zeer eenvoudig in de bestaande geluidsinstallaties worden ingebouwd, als er een groter vermogen voor andere luidsprekers noodzakelijk is. Daarom is hij met een 100V-ingang uitgerust.
4 Bijkomende modules monteren
De versterker kan met de volgende bijkomende modules van MONACOR worden uitgebreid:
PA-6FD Foutbewakingsmodule
PA-6FM Foutmeldingsmodule
WAARSCHUWING

De montage van bijkomende modules mag alleen door gekwalificeerd personeel worden uitgevoerd. Trek de netstekker uit het stopcontact, alvorens de versterker te openen. Anders loopt u het risico van een elektrische schok!
Als er een noodstroomeenheid is aangesloten, koppelt u deze van de aansluitingen BATTERY (21) los, zodat de versterker zeker buiten bedrijf is.
4.1 Foutbewakingsmodule PA-6FD
De foutbewakingsmodule PA-6FD die als toebehoren verkrijgbaar is, werd speciaal voor deze versterker ontworpen. De module genereert een sinustestsignaal van 20 kHz die naar de eindversterker wordt gestuurd. Als er door een defect in de versterker geen testsignaal naar de aansluiting SPEAKER OUTPUTS (9) wordt gestuurd, lichten de LED's FAULT en PROTECT (5) op. Bovendien gaat de groene LED (14) op de achterzijde van versterker uit. Via een relais kunt u bovendien een signaalmodule activeren.
4.1.1 Montage en aansluiting

text_image
ON OFF SW 1 CN601 PA-6FD Fault Detector OSC Level min max. Sensitivity PA-6FD COM HOT Sense Line In a b c d e1) Schroef het behuizingsdeksel van de versterker los en verwijder de afdekplaat (19). Maak de 4-polige leiding die aan de afdekplaats is bevestigd, los van de plaat.
2) Steek de jumper SW1 op de module in de stand ON.
3) Breng de module op de plaats van de afdekplaat van buitenaf aan en schroef vast.
4) Steek de 4-polige leiding die op de afdekplaat was bevestigd, in de bus CN 601 van de module. Daarbij moet de bovenste pin van de bus vrij blijven, zie afbeelding van de module.
5) Verbind de aansluitstrook SPEAKER OUTPUT (9) van de versterker als volgt met de aansluitstrook "Line In" (b) van de module:

6) Plaats de DIP-schakelaar nr. 2 (13) op de achterzijde van de versterker in de bovenste stand OFF en de DIP-schakelaar nr. 3 in de onderste stand ON.
Als u echter de ingang SLAVE INPUT (11) gebruikt dat reeds bezet is door een 20 kHz-testsignaal van een andere versterker, plaatst u de DIP-schakelaar nr. 3 in de bovenste stand OFF. Anders overlappen twee testsignalen elkaar!
7) Als de module een fout vaststelt, lichten de led's FAULT en PROTECT (5) op en sluit het relaiscontact ▼(a). Op het contact kunt u voor alarmering een signaalmelder aansluiten. De belastbaarheid van het relaiscontact bedraagt 1 A bij max. \~ 120 V of max. = 24V.
Opmerking: Het relaiscontact sluit ook, wanneer de versterker wordt uitgeschakeld.
4.1.2 Kalibrering
U hebt een oscilloscoop of een voltmeter nodig om wisselspanningen tot ten minste 20 kHz te kunnen meten.
1) Schakel de versterker in en zet de volumeregelaars PGM (1) en LEVEL (16) in de nulstand, zodat alleen het testsignaal van 20 kHz op de luidsprekeruitgangen beschikbaar is.
Bij gebruik van de ingang SLAVE INPUT (11) mag tijdens het kalibreren geen aankondigings- of muzieksignaal naar deze ingang worden gestuurd, tenzij alleen een 20 kHz-testsignaal van een andere versterker. In geval van een testsignaal van 20 kHz slaat u de volgende bedieningsstap over en gaat u verder met stap 3.
2) Meet aan de contacten COM en 3 van de aan sluitklem SPEAKER OUTPUT (9) de spanning van het 20kHz-testsignaal. Stel met de trimregelaar OSC Level (d) het niveau in op 2V (5,6V _ss ).
3) Draai de trimregelaar Sensitivity (e) zo ver open, dat de led Sense (c) brandt. Draai de regelaar dan nog twee streepjes op de schaal verder. De led kan flikkeren tijdens het gebruik; dit is geen storing.
4) Stel de regelaars PGM (1) en LEVEL (16) na het kalibreren opnieuw in op het gewenste geluidsvolume.
4.2 Foutmeldingsmodule PA-6FM

text_image
CN5 PA-6FM
text_image
AC DC FAN MONACOR PA-6FM FAULT MONITOR MODULE fDe foutmeldingsmodule PA-6FM die als toebehoren verkrijgbaar is, werd speciaal voor deze versterker ontworpen. Via drie relaisuitgangen (f) kunnen signaalmodules bij volgende fouten worden geactiveerd:
De relaiscontacten AC schakelen om bij afwezige netspanning, bij doorgesmolten interne netzekering of als het apparaat niet met de netschakelaar (6) is ingeschakeld.
De relaiscontacten DC schakelen om bij doorgesmolten zekeringen voor de noodvoeding of bij afwezige spanning van een noodstroomeenheid op de aansluitingen BATTERY (21).
De relaiscontacten FAN schakelen om bij defecte interne ventilator of bij niet tot stand gebrachte aansluiting.
Opmerking: Alle relaiscontacten schakelen ook om, wanneer de versterker wordt uitgeschakeld.
1) Schroef het deksel van de versterker los en neem de afsluitplaat (18) weg. Koppel de 6-polige leiding, die op de beschermplaat is bevestigd, los van de plaat.
2) Haal de 6-polige leiding, die op de beschermplaat was bevestigd, naar buiten door de nieuwe opening, en steek ze in de aansluiting CN5.
3) Monteer de module PA-6FM van buitenaf op de plaats van de afsluitplaat en schroef ze vast.
4) Sluit de signaalmodules voor het uitsturen van een alarmsignaal aan op de relaiscontacten (f). De opdruk op de module geeft de contactpositie aan in geval van een fout en bij uitgeschakelde versterker. De belastbaarheid van de relaiscontacten bedraagt 1 A bij max. \~ 120 V of max. = 24V.
5 De versterker opstellen
De versterker is voorzien voor montage in een 19"-rack (482 mm), maar kan ook als tafelmodel gebruikt worden. In elk geval moet de lucht door alle ventilatieopeningen kunnen stromen, om voldoende ventilatie van de eindversterkers te verzekeren.
5.1 De montage in een rack
Voor de montage in een rack hebt u 3 HE (rack-eenheden = 133 mm) nodig. Om te voorkomen dat het rack topzwaar wordt, dient de versterker in het onderste gedeelte van het rack gemonteerd te worden. De frontplaat alleen is niet voldoende voor een veilige bevestiging. Het toestel moet links en rechts door rails of onderaan door een bodemplaat extra ondersteund worden.
De lucht die door versterker wordt verwarmd, moet uit het rack kunnen worden afgevoerd. Anders hoopt de warmte zich op in het rack, waardoor niet enkel de versterker maar ook andere apparaten in het rack kunnen worden beschadigd. Bij een onvoldoende warmteafvoer moet u in het rack een ventilator plaatsen (bv. DPVEN-04).
6 De versterker aansluiten
De in- en uitgangen mogen enkel door gekwalificeerd personeel worden uitgevoerd en in elk geval wanneer de versterker is uitgeschakeld!
Opmerking: Om comfortabeler tewerk te gaan kunt u alle groene aansluitklemmen bij het vastschroeven van de aansluitleidingen van hun stekkerverbindingen afnemen.
6.1 Luidsprekers
Sluit de 100 V-luidsprekers aan op de aansluit-strook SPEAKER OUTPUTS (9): Verbind de negatieve aansluitingen met het contact COM en de positieve aansluitingen met het contact 1, 2 of 3, dat overeenkomt met de nominale spanning van de luidspreker. Hierbij mag een totale belasting van 960 W RMS door de luidsprekers niet worden overschreden, anders wordt de versterker beschadigd.
Belangrijk! De versterker is standaard zo ingesteld, dat voor 100 V-luidsprekers de klemmen COM en 3 moeten worden gebruikt.
In de volgende tabel zijn alle mogelijke nominale spanningen weergegeven:
| Jumper in positie | Klem | ||
| 1 2 3 | |||
| A Fabrieksinstelling | 75V85 | V100V | |
| B 60V70V85V | |||
| C 50V60V75V | |||
WAARSCHUWING De fabrieksinstelling mag uit-

sluitend door gekwalificeerd per soneel worden gewijzigd. Trek de netstekker uit het stop-
contact, alvorens de versterker te openen. En als er een noodstroomeenheid is aangesloten, koppel deze dan los van de aansluitingen BATTERY (21). Anders loopt u het risico van een elektrische schok!
Schroef het deksel van de versterker af. Op de printplaat met de aansluitingen SPEAKER OUTPUTS (9) en PRIORITY RELAY (10) ziet u een draadjumper. Wissel de jumper van contact A naar contact B of C. Schroef de behuizingsplaat weer vast.
6.2 Lijnsignaalingangen
Voor aankondigingen en muziekweergave is een voorversterker nodig (bv. PA-1414MX van MONACOR), waarop microfoons en audioapparatuur (bv. cd-speler, radio) kunnen worden aangesloten. Verbind de uitgang van de voorversterker met de ingang PGM INPUT (12).
Voor noodberichten of andere belangrijke aankondigingen is de PA-1960 uitgerust met de ingang PRIORITY INPUT (17). Zodra een op de klemmen PRI CTL (15) aangesloten voorrangschakelaar of relais wordt gesloten, schakelt de versterker van de ingang PGM INPUT om naar de ingang PRIORITY INPUT, en is alleen het noodbericht hoorbaar. Het geluidsvolume voor noodberichten wordt afzonderlijk met de regelaar LEVEL (16) aan de achterzijde ingesteld.
6.3 100V-ingang
In de plaats van de lijnsignaalingangen (12) en (17) kan de 100 V-ingang SLAVE INPUT (17) worden gebruikt om bv. bij een bestaande geluidsinstallatie extra vermogen voor bijkomende luidsprekers te realiseren. Sluit de klemmen SLAVE INPUT aan op de 100 V-luidsprekerleiding van de geluidsinstallatie.
Opmerking: De regelaars PGM (1) en LEVEL (16) hebben geen invloed op het volume van het signaal dat naar de ingang SLAVE INPUT is gestuurd. Stel het signaalvolume in op de versterker waarvan het 100 V-signaal naar de PA-1960 wordt gestuurd.
6.4 Voorrangrelais en 24 V-uitgang
Zodra een op de klemmen PRI CTL (15) aangesloten voorrangschakelaar of relais wordt gesloten, schakelt het interne voorrangsrelais om. Via de aansluitingen PRIORITY RELAY (10) hiervan kunnen verdere processen worden gestuurd, en kunnen bv. geluidsvolumeregelaars met noodbericht / voor rangsrelais op maximaal geluidsvolume worden ingesteld.
Als het noodbericht / voorrangsrelais een spanning van 24 V nodig heeft, kan de spanning bv. van de klem +24 V (15) via de relaiscontacten worden geleid. De spanning van 24 V is belastbaar met 500 mA en kan ook voor andere doeleinden worden aangewend.
6.5 Afstandsbediend in- en uitschakelen
Via een afzonderlijke schakelaar kunt u de versterker afstandsbediend in- en uitschakelen.
1) Verbind de schroefaansluitingen POWER RE MOTE (22) via een tweepolige kabel met een eenpolige POWER-schakelaar.
2) Voor afstandsbediend in- en uitschakelen mag de versterker met de hoofdschakelaar POWER (6) niet ingeschakeld zijn.
6.6 Netvoeding en noodstroomvoeding
1) Als de versterker bij een eventuele stroomuitval verder moet werken, sluit u op de klemmen BATTERY (21) een noodvoeding van 24 V aan (bv. PA-24ESP van MONACOR). De versterker moet via vier leidingen met de noodstroomeenheid worden verbonden (figuur). Voor elke leiding is bij een lengte van max. 4 meter een kabeldoorsnede van ten minste 5 mm ^2 vereist (bv. serie CPC-... van MONACOR).
Opmerking: Als de aansluitingen BATTERY van de noodstroomeenheid onder de spanning van 24 V staan, kan de versterker met de schakelaar POWER (6) niet worden uitgeschakeld. De versterker schakelt bij een stroomuitval of in uitgeschakelde toestand automatisch om naar de noodvoeding.

text_image
BATTERY 24V/80 A +24 V - MONACOR EMERGENCY POWER SUPPLY UNIT2) Plug ten slotte de netstekker van het aansluit-snoer (23) in een stopcontact (230 V/50 Hz).
Opmerking: Ook wanneer de versterker is uitgeschakeld, verbruikt hij een geringe hoeveelheid stroom. Trek daarom de netstekker uit het stopcontact en koppel de noodvoeding eventueel los, wanneer u de versterker langere tijd niet gebruikt.
7 Ingebruikneming
Als de versterker uitgeschakeld is en er is netspanning, dan licht de LED STANDBY op (7).
1) Schakel eerst alle andere apparaten van de ge luidsinstallatie in; zo vermijdt u inschakel ploppen.
2) Alvorens de versterker een eerste keer in te schakelen, plaatst u de regelaars PGM (1) en LEVEL (16) in de nulstand om een te hoog geluidsvolume in het begin te vermijden. Schakel de versterker in met de schakelaar POWER (6) of met een schakelaar die op de klemmen POWER REMOTE (22) is aangesloten. De POWER-LED (3) licht op.
3) Stel de regelaar PGM (1) in op het gewenste geluidsvolume. De LED SIGNAL (4) licht op vanaf een bepaald geluidsvolume. Bij oversturing licht de rode LED CLIP op (5). In dit geval moet u het geluidsvolume met de regelaar verminderen.
4) Het geluidsvolume voor belangrijke aankondigingen die via de ingang PRIORITY INPUT (17) naar de versterker worden gestuurd, moeten met de regelaar LEVEL (16) op achterzijde van het apparaat worden ingesteld. Hiervoor moet de voorrangschakelaar (of het relais), dat met de klemmen PRI CTL (15) is verbonden, gesloten zijn. De LED PRIORITY (2) licht dan op.
5) Voor een betere verstaanbaarheid kunt u met de DIP-schakelaar nr. 1 (13) een hoogdoorlaatfilter (400 Hz) inschakelen (stand ON). Zo onderdrukt u laagfrequente ruis.
8 Beveiligingscircuit
De versterker is uitgerust met een beveiligings-circuit tegen oververhitting, overbelasting en kortsluiting aan de luidsprekeruitgangen. Bij een oververhitting licht de LED PROTECT (5) op. Bij overbelasting, een kortsluiting of een andere storing licht bovendien de LED FAULT op. In elk geval wordt de versterker gedempt. Als een van deze LED's oplicht, schakelt u de versterker uit en laat u de storing door deskundig personeel verhelpen.
Als de foutbewakingsmodule PA-6FD (hoofdstuk 4.) niet wordt gebruikt, plaatst u de DIP-schakelaar nr. 2 (13) op de achterzijde van de versterker in de onderste stand ON; anders schakelt het beveiligingscircuit in.
Nominaal vermogen:... 960W
THD: < 0,4%
Uitgangsspanning/
Uitgangsimpedantie: . . . 75 V/5,6 Ω
85V/7.2Ω
100V/10Ω
Ingangen
PGM + PRIORITY INPUT: 0,775 V/60 kΩ
SLAVE INPUT: ..... 100V
Frequentiebereik: ..... 35–20 000 Hz, –3 dB
Signaal/ruis-verhouding: . > 100 dB (A-gemeten)
Hoogdoorlaatfilter: ..... 400 Hz, 6 dB/octaaf
Voedingsspanning
Netspanning: ..... 230 V/50 Hz
Vermogensverbruik: ... 2600 VA
Noodstroomvoeding: .. 24V(--)/80A
Omgevings-
temperatuurbereik:.... 0–40°C
Afmetingen (B × H × T): . 482 × 133 × 374 mm, 3 HE (rackeenheden)
Gewicht: 25 kg
Wijzigingen voorbehouden.
Deze gebruiksaanwijzing is door de auteurswet be schermd eigendom van MONACOR® INTERNATIONAL GmbH & Co. KG. Een reproductie – ook gedeeltelijk – voor eigen commerciële doeleinden is verboden.