MT ICC3000SI-N - Batterijlader DOMETIC - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MT ICC3000SI-N DOMETIC in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over MT ICC3000SI-N DOMETIC
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Batterijlader in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MT ICC3000SI-N - DOMETIC en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MT ICC3000SI-N van het merk DOMETIC.
GEBRUIKSAANWIJZING MT ICC3000SI-N DOMETIC
Combinatie van omvormer en oplader
Montagehandleiding en gebruiksaanwijzing....106
DA
Inverter-oplader-kombination
Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en volg alle instructies, richtlijnen en waarschuwingen in deze handleiding op om ervoor te zorgen dat u het product te allen tijde op de juiste manier installeert, gebruikt en onderhoudt. Deze gebruiksaanwijzing MOET bij dit product bewaard worden.
Door het product te gebruiken, bevestigt u hierbij dat u alle instructies, richtlijnen en waarschuwingen zorgvuldig hebt gelezen en dat u de voorwaarden zoals hierin beschreven begrijpt en accepteert. U gaat ermee akkoord dit product alleen te gebruiken voor het beoogde doel en de beoogde toe passing en in overeenstemming met de instructies, richtlijnen en waarschuwingen zoals beschreven in deze gebruiksaanwijzing en in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving. Het niet lezen en opvolgen van de hierin beschreven instructies en waarschuwingen kan leiden tot letsel voor uzelf en anderen, schade aan uw product of schade aan andere eigendommen in de omgeving. Deze gebruiksaanwijzing, met inbegrip van de instructies, richtlijnen en waarschuwingen, en de bijbehorende documentatie kan onderhevig zijn aan wijzigingen en updates. Actuele productinformatie vindt u op documents.dometic.com.
Inhoud
Verklaring van de symbolen .....106
Veiligheidsaanwijzingen....106
Omvang van de levering .....109
Accessoires ....110
Doelgroep....110
Beoogd gebruik. 110
Technische beschrijving ..... 111
De combinatie van omvormer en oplader monteren ..... 116
De combinatie van omvormer en oplader aansluiten ..... 116
De combinatie van omvormer en oplader configureren .. 118
Gebruik 121
Reiniging en onderhoud ....123
Garantie....127
Afvalverwijdering....127
Verklaring van de symbolen

GEVAAR!
Veiligheidsaanwijzing: duidt op een gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt voorkomen, leidt tot ernstig letsel of de dood.

WAARSCHUWING!
Veiligheidsaanwijzing: duidt op een gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt voorkomen, kan leiden tot ernstig letsel of de dood.

VOORZICHTIG!
Veiligheidsaanwijzing: duidt op een gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt voorkomen, kan leiden tot licht of matig letsel.

LET OP!
Duidt op een situatie die, indien deze niet wordt voorkomen, kan leiden tot materiële schade.

INSTRUCTIE
Aanvullende informatie voor het gebruik van het product.
Veiligheidsaanwijzingen
Neem ook de veiligheidsaanwijzingen en voorschriften van de voertuigfabrikant en erkende werkplaatsen in acht.
Algemene veiligheid

GEVAAR! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen leidt tot ernstig letsel of de dood.
Gevaar voor elektrische schokken
- Raak blanke leidingen nooit met blote handen aan. Dit geldt vooral bij gebruik van het toestel op het wisselstroomnet.
- Om bij gevaar het toestel snel van het wisselstroomnet te kunnen loskoppelen, moet het stopcontact zich in de buurt van het toestel bevinden en gemakkelijk toegankelijk zijn.

WAARSCHUWING! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot ernstig letsel of de dood.
Gevaar voor elektrische schokken
- Montage en demontage van het toestel mogen alleen door gekwalificeerd personeel worden uitgevoerd.
-
Gebruik het toestel niet als het toestel zelf of de aansluitkabel zichtbaar beschadigd is.
-
Als de stroomkabel van het toestel beschadigd is, moet de stroomkabel, om gevaren te voorkomen, worden vervangen door de fabrikant, diens klantenservice of gelijkwaardig bevoegd personeel.
- Dit toestel mag uitsluitend worden gerepareerd door bevoegd personeel. Ondeskundige reparaties kunnen leiden tot aanzienlijke gevaren.
- Als u het toestel demonteert:
– Maak alle aansluitingen los.
– Zorg ervoor dat alle in- en uitgangen spanningsvrij zijn.
- Gebruik het toestel niet onder vochtige omstandigheden en dompel het niet onder in een vloeistof. Berg het toestel op op een droge plaats.
- Gebruik uitsluitend door de fabrikant aanbevolen accessoires.
- Bewerk de componenten niet zelf en maak geen aanpassingen.
- Ontkoppel het toestel van de stroomvoorziening:
– Voor elke reiniging en elk onderhoud
- Na elk gebruik
– Voor het vervangen van een zekering
- Voor het uitvoeren van elektrische laswerkzaamheden of werkzaamheden aan het elektrische systeem
Brandgevaar/ontvlambare materialen
- Gebruik in geval van brand een brandblusser die geschikt is voor elektrische toestellen.
Gevaar voor de gezondheid
- Elektrische toestellen zijn geen speelgoed.
- Dit toestel mag worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en ouder evenals door personen met verminderd fysiek, zintuiglijk of mentaal vermogen of gebrek aan kennis en ervaring, mits zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilig gebruik van het toestel en zij inzicht hebben in de gevaren die het gebruik van het toestel met zich meebrengt.
Houd en gebruik het toestel buiten het bereik van zeer jonge kinderen.
- Kinderen moeten onder toezicht staan om te garanderen dat ze niet met het toestel spelen.
- Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet door kinderen zonder toezicht worden uitgevoerd.

LET OP! Gevaar voor schade
- Controleer voor de ingebruikname of de spanning op het typeplaatje overeenkomt met de aanwezige stroomvoorziening.
- Let erop dat andere voorwerpen geen kortsluiting bij de contacten van het toestel veroorzaken.
- Let op dat de negatieve en positieve polen nooit in contact komen.
Het toestel veilig monteren

WAARSCHUWING! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot ernstig letsel of de dood.
Explosiegevaar
- Monteer het toestel niet op plaatsen waar gevaar voor gas- of stofexplosie bestaat.
- Monteer en gebruik het toestel in gesloten, goed geventileerde ruimtes.
- Monteer en gebruik het toestel niet onder de volgende omstandigheden:
– in een zouthoudende, vochtige of natte omgeving
– in de buurt van agressieve dampen
– in de buurt van brandbare materialen - In zones waar explosiegevaar heerst

VOORZICHTIG! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot licht of matig letsel.
Gevaar voor letsel
- Let op een stabiele stand.
Het toestel moet zo veilig opgesteld en bevestigd worden, dat het niet kan omvallen of naar beneden kan vallen. - Zorg er bij het opstellen van het toestel voor dat alle kabels veilig zijn bevestigd, om struikelen te voorkomen.

LET OP! Gevaar voor schade
- Zorg ervoor dat het montageoppervlak het gewicht van het toestel kan dragen.
- Gebruik altijd geaarde en door aardlekschakelaars beveiligde stopcontacten.
- Plaats het toestel niet in de buurt van warmtebronnen (verwarming, direct zonlicht, gaskachels enz.).
- Stel het toestel op een droge en tegen spatwater beschermde plaats op.
Veiligheid bij de elektrische aansluiting van het toestel

GEVAAR! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen leidt tot ernstig letsel of de dood.
Gevaar voor elektrische schokken
- Bij installatie op boten:
Bij een verkeerde installatie van elektrische toestellen op boten kan er corrosieschade aan de boot ontstaan. Laat het toestel monteren door een gespecialiseerde (scheeps-)elektricien.
- Als u aan elektrische installaties werkt, zorg er dan voor dat er iemand in de buurt is die u in geval van nood kan helpen.

WAARSCHUWING! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot ernstig letsel of de dood.
Gevaar voor elektrische schokken
- Neem de aanbevolen kabeldoorsneden in acht.
- Leg de kabels zodanig dat deze niet beschadigd kunnen raken door de deuren of de motorkap. Geplette kabels kunnen tot levensgevaarlijke verwondingen leiden.

LET OP! Gevaar voor schade
- Gebruik holle buizen of leidingdoorvoeren, als leidingen door plaatwanden of andere wanden met scherpe randen geleid moeten worden.
- Plaats het 230V-netsnoer en de 12V-gelijkstroomleiding niet samen in dezelfde kabelgoot.
- Leg de leidingen niet los of scherp geknikt.
- Bevestig de kabels op een veilige wijze.
Veiligheid bij het gebruik van het toestel

VOORZICHTIG! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot licht of matig letsel.
Gevaar voor elektrische schokken
- Voordat u het toestel start, moet u ervoor zorgen dat het netsnoer en de stekker droog zijn en de stekker vrij is van roest of vuil.
-
Scheid het toestel bij werkzaamheden altijd van de stroomvoorziening. Maak geen kabels los als het toestel nog in gebruik is.
-
Houd er rekening mee dat onderdelen van het toestel nog onder spanning kunnen staan, zelfs als de zekering is gesprongen.
- Maak geen kabels los als het toestel nog in gebruik is.

LET OP! Gevaar voor schade
- Zorg ervoor dat de luchtinlaten en -uitlaten van het toestel niet afgedekt zijn.
• Zorg voor goede ventilatie. - Trek niet aan de aansluitkabels.
- Het toestel mag niet aan regen worden blootgesteld.
Veiligheid bij de omgang met accu's

WAARSCHUWING! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot ernstig letsel of de dood.
Gevaar voor letsel
- Accu's kunnen agressieve en bijtende zuren bevatten. Vermijd elk lichamelijk contact met de accuvloeistof. Indien uw huid in aanraking komt met accuvloeistof, was dan het desbetreffende lichaamsdeel grondig met water.
Consulteer bij verwondingen door zuren in ieder geval een arts.

VOORZICHTIG! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot licht of matig letsel.
Gevaar voor letsel
- Draag bij het werken met accu's geen metalen voorwerpen zoals horloges of ringen.
Loodzuuraccu's kunnen kortsluitstromen veroorzaken, die tot ernstige verbrandingen kunnen leiden. - Draag een veiligheidsbril en veiligheidskleding als u aan accu's werkt. Raak uw ogen niet aan wanneer u aan accu's werkt.
Explosiegevaar
- Probeer geen bevoren of defecte accu's te laden.
Plaats de accu in een vorstvrije ruimte en wacht tot de accu op omgevingstemperatuur is. Start dan pas de laadprocedure.
- Rook niet, gebruik geen open vuur of veroorzaak geen vonken in de buurt van de motor of een accu.

LET OP! Gevaar voor schade
- Gebruik uitsluitend herlaadbare accu's.
- Voorkom dat metalen onderdelen op de accu vallen. Dit kan leiden tot vonken of kortsluiting van de accu en andere elektrische delen.
- Let bij het aansluiten van de accu op de juiste polariteit.
- Neem de handleidingen in acht van de accufabrikant en van de fabrikant van de installatie of het voertuig waarin de accu wordt gebruikt.
- Als u de accu moet verwijderen, koppel dan eerst de aardverbinding los. Verbreek alle verbindingen en maak alle verbruikers van de accu los, voordat u deze verwijdert.
- Bewaar alleen volledig opgeladen accu's. Laad opgeslagen accu's regelmatig op.
- Laad diep ontladen loodaccu's onmiddellijk op om sulfatering te voorkomen.
- Controleer regelmatig het zuurniveau van open loodzuuraccu's.
Veiligheidsmaatregelen bij het gebruik van lithium-ion-accu's

VOORZICHTIG! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot licht of matig letsel.
Gevaar voor letsel
- Gebruik alleen accu's met geïntegreerd accumanagementsysteem en celbalancering.

LET OP! Gevaar voor schade
- Installeer de accu uitsluitend in omgevingen met een omgevingstemperatuur van ten minste 0 °C.
- Voorkom diepe ontlading van de accu's.
Omvang van de levering
MT ICC 1600 SI-N
Beschrijving Aantal
| Combinatie van omvormer en oplader ICC 1600 SI-N | 1 |
| Temperatuursensor met kabel (3 m) en RJ12-stekker | 1 |
| Montageschroef 4 |
Beschrijving Aantal
| Set accukabels (2 x 1,5 m/35 mm ^2 ) met kabelschoenen (M8) | 1 |
| Afstandsbediening 1 | |
| Wandmontagedoos voor afstandsbedie-ning | 1 |
| Aansluitkabel (5 m) met RJ45-stekkers voor afstandsbediening | 1 |
| Montageschroef voor afstandsbediening 4 | |
| Montagehandleiding en gebruiksaanwij-zing | 1 |
MT ICC 3000 SI-N
Beschrijving Aantal
| Combinatie van omvormer en oplader ICC 3000 SI-N | 1 |
| Temperatuursensor met kabel (3 m) en RJ12-stekker | 1 |
| Wandhouder 1 | |
| Montageschroef 7 | |
| Krimpaansluiting (M10) 2 | |
| Afstandsbediening 1 | |
| Wandmontagedoos voor afstandsbedie-ning | 1 |
| Aansluitkabel (5 m) met RJ45-stekkers voor afstandsbediening | 1 |
| Montageschroef voor afstandsbediening 4 | |
| Montagehandleiding en gebruiksaanwij-zing | 1 |
Accessoires
Verkrijgbaar als accessoires (niet bij de levering inbegrepen):
Beschrijving Artikelnr.
| ICC Info Control 9620000283(MT83124) | |
| MT 5000iQ, 100A-shunt 9620000129(MT01262) | |
| MT 5000iQ, 200A-shunt 9620000218(MT01265) | |
| MT 5000iQ, 400A-shunt 9620000303(MT01268) | |
| Zekeringenset (MT ICC 1600 SI-N) 9620000166(MT06250) | |
| Zekeringenset (MT ICC 3000 SI-N) 9620000346(MT83125) | |
| Zekering, 250 A (MT ICC 1600 SI-N) 9620000212(MT88250) | |
| Zekering, 425 A (MT ICC 3000 SI-N) 9620003903(MTHS520) | |
| Set accukabels (2 x 1,5 m/95 mm ^2 ) met kabelschoenen (M10) | 9620000251(MT83121) |
Doelgroep

De elektrische installatie en instelling van het toestel moeten worden uitgevoerd door een bevoegde elektricien die zijn vaardigheden en kennis met betrekking tot de constructie en werking van elektrische apparatuur en installaties heeft bewezen en die vertrouwd is met de van toepassing zijnde regelgeving van het land waarin de apparatuur moet worden geïnstalleerd en/of gebruikt en die een veiligheidstraining heeft gevolgd om de betrokken gevaren te identificeren en te vermijden.
Alle andere handelingen zijn ook bestemd voor niet-professionele gebruikers.
Beoogd gebruik
De combinatie van omvormer en oplader is bedoeld om de spanning van de huishoudaccu (12 V DC) om te vormen in een zuivere sinusvormige 230V-wisselspanning (AC) voor gebruik en een stabiele voeding van aangesloten 230V-verbruikers. Bovendien kan het toestel, wanneer het is aangesloten op de netspanning, worden gebruikt om de huishoudaccu op te laden of om zwakke wisselstroombronnen met extra energie te ondersteunen (AC-ingangsstroomboost).
De combinatie van omvormer en oplader is geschikt voor het opladen van de volgende accutypen:
De combinatie van omvormer en oplader is niet geschikt voor het opladen van andere typen accu's (bijv. NiCd, NiMH enz.).
De combinatie van omvormer en oplader is geschikt voor:
- Montage in campers
• Stationair of mobiel gebruik - Gebruik binnenshuis
De combinatie van omvormer en oplader is niet geschikt voor:
- Gebruik buiten
Dit product is alleen geschikt voor het beoogde gebruik en de toepassing in overeenstemming met deze gebruiksaanwijzing.
Deze handleiding geeft informatie die nodig is voor een correcte installatie en/of correct gebruik van het product. Een slechte installatie en/of onjuist gebruik of onderhoud leidt tot onbevredigende prestaties en mogelijke storingen.
De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid voor letsel of schade aan het product die het gevolg is van:
- Onjuiste montage of aansluiting, inclusief te hoge spanning
- Onjuist onderhoud of gebruik van andere dan door de fabrikant geleverde originele reserve-onderdelen
- Wijzigingen aan het product zonder uitdrukkelijke toestemming van de fabrikant
- Gebruik voor andere doeleinden dan beschreven in deze handleiding
Dometic behoudt zich het recht voor om het uiterlijk en de specificaties van het product te wijzigen.
Technische beschrijving
Algemene beschrijving
De combinatie van omvormer en oplader is een combinatie van een DC-AC-sinusgolfomvormer met geïntegreerde acculader.
Als er 230 V netspanning beschikbaar is, kan deze externe stroomvoorziening worden gebruikt om zowel de contactdozen in de camper te voeden als de voertuigaccu op te laden.
Als er geen 230 V netspanning beschikbaar is, zet de omvormer de gelijkstroom van de accu om in wisselstroom, zodat de voeding van de aangesloten verbruikers wordt gegarandeerd.
De combinatie van omvormer en oplader biedt de volgende functies:
- Automatische netprioriteitsschakeling: hiermee kunnen de AC-contactdozen met verschillende spanningsbronnen worden gevoed. Als er geen 230 V netspanning beschikbaar is, kan de omvormer de voeding van de contactdozen overnemen. Als er 230 V netspanning is aangesloten, synchroniseert het toestel en worden de AC-contactdozen gevoed door de netspanning.
- AC-ingangsstroomboost: tijdelijke ondersteuning van zwakke AC-ingangsbronnen met extra energie van de huishoudaccu wanneer er hoge startstromen nodig zijn (bijv. airconditioning) of als de aangesloten verbruiker meer stroom vereist dan beschikbaar is op het elektriciteitsnet of een 230V-generator
- Netingangsstroombegrenzing: begrenzing van de 230V-netingangsspanning tot een maximaal beschikbare stroom
- Netingangsspanning met vermogensfactorcorrectie: optimalisatie van de energie-efficiëntie en levering van de maximaal mogelijke laadstroom van de wisselstroombron met aangesloten verbruikers
- Microprocessorgestuurde IUOU-laadprogramma's met temperatuurcompensatie voor verschillende accutypen
- Geïntegreerde lastdetectie: automatische stand-by van de omvormer als deze langdurig niet wordt gebruikt (na 10 minuten)
- Automatische uitschakeling: om onnodig elektriciteitsverbruik te voorkomen, schakelt het toestel automatisch uit wanneer er geen netspanning beschikbaar is
De combinatie van omvormer en oplader heeft de volgende beschermingsmechanismen:
- Uitschakeling bij hoge accuspanning
- Uitschakeling bij lage accuspanning
- Bescherming tegen lage ingangsspanning
- Bescherming tegen hoge ingangsstroom
• Oververhittingsbeveiliging
- Bescherming tegen lage temperaturen (alleen LFP-accu's)
- Beveiliging tegen kortsluiting
- Bescherming tegen hoge rimpelspanning
De combinatie van omvormer en oplader kan via DIP-schakelaars aan verschillende accutypen worden aangepast (zie hoofdstuk „Het laadprogramma instellen“ op pagina 119).
De temperatuursensor bewaakt de accutemperatuur tijdens het laadproces.
De combinatie van omvormer en oplader is uitgerust met een afstandsbediening.
Toestelbeschrijving MT ICC 1600 SI-N
| Nr. in afb. 1, Aanduiding pagina 3 | |
| 1 | B e d i e n |
| 2 | Combinatie van omvormer en oplader |
| 3 | Aansluitpaneel |
| 4 | Aansluitkabel (5 m) met RJ45-stekkers voor afstandsbediening |
| 5 | Temperatuursensor met kabel (3 m) en RJ12-stekker |
| 6 | Afstandsbediening |
| 7 | Wandmontagedoos voor afstandsbedie- ning |
| 8 | Schakelaar voor akoestisch signaal |
| 9 | Aangesloten accukabelset (2 × 1,5 m/35 mm^2) met kabelschoenen (M8) |
MT ICC 3000 SI-N
| Nr. in afb. 1, Aanduiding pagina 3 | |||||
| 1 | B | e | d | i | e |
| 2 Combinatie van omvormer en oplader | |||||
| 3 Aansluitpaneel | |||||
| 4 Aansluitkabel (5 m) met RJ45-stekkers voor afstandsbediening | |||||
| 5 Temperatuursensor met kabel (3 m) en RJ12-stekker | |||||
| 6 Afstandsbediening | |||||
| 7 Wandmontagedoos voor afstandsbedie-ning | |||||
| 8 Schakelaar voor akoestisch signaal | |||||
| 9 | W | a | n | d | h |
Bedieningspaneel op het toestel
| Nr. in afb. 3 A, Aanduiding pagina 4 | |
| 1 Indicatielampjes vermogen | |
| i n g s p a n | |
| 2 Indicatielampjes bedrijfsmodus | |
| 3 Indicatielampjes laadtoestand (100%, 80%, 50%, 0%) | |
| 4 Schakelaar (3-traps) voor AC-ingangs-stroombegrenzing |
Afstandsbediening
| Nr. in afb. 3 B, Aanduiding pagina 4 |
| 1 Indicatielampjes vermogen |
| 2 Indicatielampjes bedrijfsmodus |
| 3 Indicatielampjes laadtoestand (100%, 80%, 50%, 0%) |
| 4 Knop bedrijfsmodusselectie (knop ⏻) |
Indicatielampjes vermogen
| Bedrijfsmodus Beschrijving | |
| Omvormermodus indicaties van afgeven uitgangsvermogen (in %)Opmerking:Lampje wordt rood wanneer het uitgangsvermogen hoger is dan de waarde van het nominale uitgangsvermogen ( P_nom ) | |
| Werking op netspanning | Indicatie van kortstondige laadstroom gerelateerd aan de maximale laadstroom van het toestel (in %) |
u d e r
Indicatielampjes bedrijfsmodus
Led Status Beschrijving
| „Charger ON" (oplader aan) | Aan (groen) Werking op netspanning | |
| Aan (rood) Oplader gedeactiveerd | ||
| Knippert (rood) | Fout (zie hoofdstuk „Fou- tindicatie" op pagina 125) | |
| Uit Geen netspanning | ||
| „Inverter ON" (omvor- mer aan) | Aan (groen) Omvormermodus (continu- bedrijf of netspanningon- dersteuning/vermogensve rsterking) | |
| Aan (rood) Omvormer gedeactiveerd | ||
| Knippert (groen) | Omvormermodus (auto- matische modus of nets- panningondersteuning/ve rmogensversterking) | |
| Knippert (rood) | Fout (zie hoofdstuk „Fou- tindicatie" op pagina 125) | |
| Uit Omvormermodus werkt niet | ||
| „Line" (wissel- stroomin- gang) | Aan (groen) Wisselstroomingang goed- gekeurd, wisselstroomom- schakelaar gesloten | |
| Aan (rood) Wisselstroomomschake- laar gedeactiveerd | ||
| Knippert (groen) | Wisselstroomingang aan- wezig en binnen bereik, toestel synchroniseert | |
| Knippert (rood) | Wisselstroomingang aan- wezig, maar buiten bereik (zie hoofdstuk „Foutindica- tie" op pagina 125) | |
| Uit Geen wisselstroomingang aanwezig, wissel- stroomomschakelaar geopend | ||
Acculaadfunctie
De selecteerbare laadprogramma's (zie hoofdstuk „Het laadprogramma instellen“ op pagina 119) voeren een laadproces uit in vier fasen, die IUOU-karakteristieken worden genoemd.

1: Constante-stroomfase (bulk)
De accu wordt continu opgeladen met de maximale laadstroom (100%). De laadstroom neemt af wanneer de accu een laadtoestand van 75% (90% bij LFP-accu's) heeft bereikt. De duur van de constante-stroomfase is afhankelijk van de toestand van de accu, de belasting door gelijkstroomverbruikers en de laadtoestand.
2: Constante-spanningsfase (absorption)
De constante-spanningsfase begint wanneer de absorptiespanning (U1) is bereikt. De laadstroom wordt verlaagd afhankelijk van de laadtoestand. Tijdens de constante-spanningsfase wordt de accuspanning constant gehouden op een hoog niveau en wordt de laadtoestand verhoogd tot 100%. De duur van de constante-spanningsfase is afhankelijk van het type accu, maar wordt beeindigd na maximaal 4 uur (absorptietime-out).
3: Druppellaadfase (float)
De druppellaadfase begint wanneer de laadstroom onder een minimumwaarde daalt of de absorptietime-out is bereikt. De druppellaadfase dient om de laadtoestand (100%) te handhaven en werkt met een lagere laadspanning (U2) en variabele stroom. Als er gelijkstroomverbruikers zijn aangesloten, worden deze door het toestel van stroom voorzien.
Als het benodigde vermogen hoger is dan de capaciteit van het toestel, wordt dit overtollige vermogen door de accu geleverd en daalt de accuspanning. Zodra de accuspanning tot een bepaalde waarde is gedaald, gaat het toestel weer over op de constante-stroomfase en wordt de accu opgeladen.
Eén keer per week schakelt het toestel voor korte tijd terug naar de constante-spanningsfase (max. 1 uur) om de accu te reactiveren. Dit voorkomt vermoeidheidsverschijnselen zoals sulfatering of elektrolytstratificatie.
Temperatuursensor
Als de temperatuursensor is aangesloten, past de combinatie van omvormer en oplader de laadspanning (voor loodaccu's) of de laadstroom (voor LFP-accu's) aan aan de gemeten temperatuur van de accu.

INSTRUCTIE
• Aanpassing laadspanning: 30 mV/°C (bij 20 °C)
- Aanpassing laadstroom: Verlaging van de laadstroom tot 10% van de maximale laadstroom (bij accutemperaturen <0 °C) of tot 0% (bij accutemperaturen >52 °C)
Alarmrelais (alleen MT ICC 1600 SI-N)

LET OP! Gevaar voor schade
Zorg ervoor dat de maximale belasting van het relaiscontact niet wordt overschreden om schade aan het relais te voorkomen: 30 V==/1 A of 60 V==/0,3 A.
- Het alarmrelais wordt geactiveerd zodra de AC-stroomvoorziening beschikbaar is en de wissel-stroomomschakelaargesloten is. Het alarmrelais kan worden gebruikt om:
- Een detectiesignaal voor de AC-stroomvoorziening op het bedieningspaneel van het voertuig te genereren.
- Minder kritieke verbruikers (bijv. absorptiekoelkast, elektrische verwarming) in en uit te schakelen, die alleen mogen worden gebruikt in combinatie met een AC-stroomvoorziening.
Programmeerbare relais (alleen MT ICC 3000 SI-N)

LET OP! Gevaar voor schade
Zorg ervoor dat de maximale belasting van het relaiscontact niet wordt overschreden om schade aan de relais te voorkomen: 30 V==/16 A of 250 V\~/16 A
- Het programmeerbare relais 1 (Prog.Relay1) wordt geactiveerd zodra het toestel een fout detecteert (zie hoofdstuk „Foutindicatie“ op pagina 125). Het programmeerbare relais 1 kan worden gebruikt om een foutdetectiesignaal op het bedieningspaneel van het voertuig te genereren.
- Het programmeerbare relais 2 (Prog.Relay2) wordt geactiveerd zodra de AC-stroomvoorziening beschikbaar is en de wisselstroomomschakelaar gesloten is. Het programmeerbare relais 2 kan worden gebruikt om:
- Een detectiesignaal voor de AC-stroomvoorziening op het bedieningspaneel van het voertuig te genereren.
- Minder kritieke verbruikers (bijv. absorptiekoelkast, elektrische verwarming) in en uit te schakelen, die alleen mogen worden gebruikt in combinatie met een AC-stroomvoorziening.
- De hulplaaduitgang te activeren of deactive- ren.
Triggeringang

INSTRUCTIE
Voor gebruik van de standaard- of extra functies moet de triggeringang zijn aangesloten (zie hoofdstuk „De triggeringang aansluiten“ op pagina 118).
Af fabriek veroorzaakt de triggeringang gesloten of overbrugd een vertraagde uitschakeling in geval van een stroomstoring: Het toestel schakelt eerst over naar de omvormermodus. Alleen wanneer er binnen 5 minuten geen netspanning bij de wissel-stroomingang wordt gedetecteerd, wordt het toestel uitgeschakeld om elektriciteitsverbruik van de huishoudaccu te voorkomen.
Daarnaast kan de triggeringang worden gebruikt voor externe bediening van bepaalde functies van het toestel, bijv. om de AC-ingangsstroomboost tijdelijk uit te schakelen.
De combinatie van omvormer en oplader monteren
Montageplaats

LET OP! Gevaar voor schade
- Controleer voor het boren of er geen elektrische kabels of andere delen van het voertuig door boren, zagen en vijlen beschadigd kunnen raken.
- Monteer het toestel niet zodanig dat de aansluitingen naar boven wijzen.

INSTRUCTIE
De combinatie van omvormer en oplader kan zowel zittend als hangend worden gemonteerd (afb. 4, pagina 4).
Neem de volgende instructies in acht bij de keuze van de montageplaats:
- Zorg ervoor dat het montageoppervlak vlak en stevig is.
- Neem de aangegeven afstanden in acht (afb. 5, pagina 5).
MT ICC 1600 SI-N
-
Boor 4 gaten aan de hand van de boormal (afb. 7, pagina 5).
-
Bevestig het toestel met behulp van de montageschroeven.
MT ICC 3000 SI-N
- Boor 7 gaten aan de hand van de boormal (afb. 8, pagina 5).
- Ga voor het monteren van het toestel te werk zoals afgebeeld (afb. 9, pagina 6).
Afstandsbediening monteren
De afstandsbediening kan worden gemonteerd afhankelijk van de montagepositie van de combinatie van omvormer en oplader.
Verzonken montage
- Maak een uitsparing aan de hand van de boormal (afb. 6, pagina 5).
-
Boor 4 gaten aan de hand van de boormal (afb. 6, pagina 5).
-
Zet de schakelaar voor het akoestische signaal in de gewenste stand (ON/OFF).
- Ga voor het monteren van het toestel te werk zoals afgebeeld (afb. 10, pagina 6).
Opbouwmontage
- Boor 4 gaten aan de hand van de boormal (afb. 6, pagina 5).
- Zet de schakelaar voor het akoestische signaal in de gewenste stand (ON/OFF).
- Ga voor het monteren van het toestel te werk zoals afgebeeld (afb. 10, pagina 6).
De combinatie van omvormer en oplader aansluiten

WAARSCHUWING! Gevaar voor elektrische schokken
Neem de aanbevolen kabeldoorsneden, kabellengtes en zekering in acht.

Breng de zekeringen in de buurt van de accu's aan om de kabel te beschermen tegen kortsluiting en mogelijk verschroeien.

LET OP! Gevaar voor schade
Zorg ervoor dat de polariteit niet wordt verwisseld.
Neem de volgende aanwijzingen in acht bij het aansluiten van de combinatie van omvormer en oplader:
- Sluit de combinatie van omvormer en oplader altijd aan alvorens de accu's aan te sluiten.
- Bescherm de pluskabel van de huishoudaccu met een zekering:
- MT ICC 1600 SI-N: 250 A
- MT ICC 3000 SI-N: 425 A
- Bescherm de wisselstroomingang met een zekering (≥16 A) of met een mini-stroomonderbreker.
- Sluit een aardlekschakelaar aan en schakel deze in serie met wisselstroomuitgang. Houd bij de bemeting rekening met de totale uitgangsstroom in perioden met piekstroom-vraag en activering van de netstroomboost:
- MT ICC 1600 SI-N: 16 A + 6 A = 22 A (5 kW)
-
MT ICC 3000 SI-N: 16 A + 12 A = 28 A (6,4 kW)
-
Sluit de temperatuursensor aan op de huishoudaccu (zie hoofdstuk „De temperatuursensor aansluiten“ op pagina 118).
- Sluit de aarddraad of massaschroef van de behuizing aan op de aarde (chassis):
- MT ICC 1600 SI-N: afb. 12 1, pagina 8
- MT ICC 3000 SI-N: afb. 16 1, pagina 10
MT ICC 1600 SI-N

LET OP! Gevaar voor schade
Gebruik het toestel nooit als de afdekking van het aansluitcompartiment niet is gemonteerd.
- Verwijder de afdekking van het aansluitcompartiment (afb. 11 A, pagina 7).
- Ga te werk zoals afgebeeld om de combinatie van omvormer en oplader aan te sluiten:
- Wisselstroomaansluiting: afb. 13, pagina 8
- Gelijkstroomaansluiting: afb. 14, pagina 9
Nr. in afb. 13, Beschrijving pagina 8
| 1 DIP-schakelaars | ||||||
| 2 | A | a | n | s | l | u |
| 3 | T | e | m | p | e | r |
| 4 Afstandsbediening | ||||||
| 5 | A | C | - | u | i | t |
| 6 | A | C | - | i | n | g |

Huishoudaccu
Aansluitklemmen (afb. 15, pagina 9)
Nr. Beschrijving
1 Aansluitklemmen (NO/NC/COM) voor alarmrelais (potentiaalvrij, maximale belasting relaiscontact: 30 V/1 A of 60 V/0,3 A)
2 Triggeringang (schakelaar geschikt voor 5 V / 5 mA)
3 Ingang afstandsschakelaar (schakelaar geschikt voor 60 V/10 mA), voor verbreekcontact (A) of relaiscontact (B) gebruikt als afstandsschakelaar
- Configureer de combinatie van omvormer en oplader indien nodig (zie hoofdstuk „De combinatie van omvormer en oplader configure-ren“ op pagina 118).
- Breng de afdekking van het aansluitcompartiment weer aan.
MT ICC 3000 SI-N

LET OP! Gevaar voor schade
Gebruik het toestel nooit als de afdekking van het aansluitcompartiment niet is gemonteerd.
- Verwijder de afdekking van het aansluitcompartiment (afb. 11 A, pagina 7).
- Bepaal de vereiste doorsnede van de accukabels afhankelijk van de kabellengte:
- Kabellengte ≤1,5 m: 95 mm ^2
- Kabellengte 1,5m - 3m: 120mm ^2
- Verbind de minpool van de thuisaccu met de aminpool van de startaccu of met massa (chas-sis).
- Bescherm de kabel van de hulplaaduitgang ^g voor de startaccu met een zekering (10 A).
- Ga te werk zoals afgebeeld om de combinatie van omvormer en oplader aan te sluiten:
- Wisselstroomaansluiting: afb. 17, pagina 10
- Gelijkstroomaansluiting: afb. 18, pagina 11
Nr. in afb. 17, Beschrijving pagina 10
| 1 DIP-schakelaars | ||||||
| 2 | H | u | l | p | l | a |
| 3 | A | a | n | s | l | u |
| 4 Afstandsbediening | ||||||
| 5 | T | e | m | p | e | r |
| 6 | A | C | - | u | i | t |
| 7 | A | C | - | i | n | g |

Huishoudaccu

Startaccu
Aansluitklemmen (afb. 19, pagina 11)
Nr. Beschrijving
1 Ingang afstandsschakelaar (schakelaar geschikt voor 60 V/10 mA), voor verbreekcontact (A) of relaiscontact (B) gebruikt als afstandsschakelaar
2 Triggeringang (schakelaar geschikt voor 5 V / 5 mA)
3 Aansluitklemmen (NO/NC/COM) voor programmeerbaar relais 1 (potentiaalvrij, maximale belasting relaiscontact: 30 V==/16 A of 250 V\~ /16 A)
4 Aansluitklemmen (NO/NC/COM) voor programmeerbaar relais 2 (potentiaalvrij, maximale belasting relaiscontact: 30 V==/16 A of 250 V\~/16 A
- Configureer de combinatie van omvormer en oplader indien nodig (zie hoofdstuk „De combinatie van omvormer en oplader configure-ren“ op pagina 118).
- Breng de afdekking van het aansluitcompartiment weer aan.
De temperatuursensor aansluiten
▶Bevestig de temperatuursensor aan de zijkant van de huishoudaccu met behulp van het bijge-leverde hechtvlak (afb. 14 1, pagina 9 en afb. 18 1, pagina 11).
Voor LFP-accu's van Dometic Büttner: a n gebruik de interne temperatuursensor van de accu:
- Knip de temperatuursensor af.
- Sluit beide draden aan op aansluiting C van de n g 6-polige stekker van de accu.

Meer informatie is online te vinden in de montagehandleiding en gebruiksaanwijzing voor LFP-accu's van Dometic Büttner op https://documents.dometic.com/?object_id=84977
De triggeringang aansluiten
▶Sluit de triggeringang via een draadbrug aan op een externe schakelaar, een potentiaalvrij relaiscontact of op COM (zie aansluitklemmen).
De combinatie van omvormer en oplader configureren
De combinatie van omvormer en oplader kan worden geconfigureerd via de DIP-schakelaars in het aansluitpaneel of via Dashboard (toestelspecifieke configuratiesoftware, alleen voor bevoegd personeel).
- Verwijder de afdekking van het aansluitcompartiment.
- Schuif de DIP-schakelaar naar de positie die is weergegeven in onderstaande tabel om de lokale of externe configuratie in te stellen.

INSTRUCTIE
Gebruik een kleine schroevendraaier om de DIP-schakelaars voorzichtig in de vereiste stand te zetten.
- Breng na de configuratie de afdekking van het aansluitcompartiment weer aan.
| DIP-schakelaar-positie (zwart) | Instelling |
| FabrieksinstellingenDe standaardinstellingen zijn vooraf geconfigureerd. | |
| Lokale configuratie via DIP-schakelaars:Het toestel gebruikt in eerste instantie de fabrieksinstellingen.Verschuif de DIP-schakelaars indien nodig om de instellingen aan te passen. | |
| Alleen voor bevoegd personeel:Externe configuratie via Dashboard:DIP-schakelaarinstellingen worden genegeerd (behalve de ingang voor afstandsschakelaar). Het toestel gebruikt de Dashboard-instellingen.► Neem contact op met een erkende klantenservice voor toestelspecifieke configuratie via Dashboard. |
Het laadprogramma instellen
Selecteer het laadprogramma dat geschikt is voor het gebruikte type huishoudaccu op basis van de specificaties van de fabrikant of de informatie in onderstaande tabel.
Het laadprogramma is standaard ingesteld op gelaccu's (14,4 V).

LET OP! Gevaar voor schade
Gebruik alleen accu's die geschikt zijn voor de aangegeven laadspanning.

INSTRUCTIE
De aangegeven laadtijden zijn van toe-passing op een gemiddelde omgevings-temperatuur van 20 °C.
| DIP-schakelaar-positie (zwart) | Gewenst laadprogramma |
![]() | Loodzuuraccu's (14,4 V)U1: 14,4VU 2 : 1 3 , 2 V |
![]() | Gelaccu's (14,4 V)U1: 14,4VU 2 : 1 3 , 5 V |
![]() | AGM-accu's (14,4 V)U1: 14,4VU 2 : 1 3 , 2 V |
![]() | AGM-accu's (14,7 V)U1: 14,7VU 2 : 1 3 , 2 V |
![]() | LFP-accu's (13,9 V)U1: 13,9VU 2 : 1 3 , 5 V |
![]() | LFP-accu's (14,2 V)U1: 14,2VU 2 : 1 3 , 4 V |
![]() | LFP-accu's (14,4 V)U1: 14,4VU 2 : 1 3 , 8 V |
![]() | LFP-accu's (14,6 V)U1: 14,6VU 2 : 1 3 , 5 V |
De laadstroom verlagen
Als standaardinstelling is de laadstroom ingesteld op 100%.
MT ICC 1600 SI-N (60 A)
| DIP-schakelaar-positie (zwart) | Instelling |
123 4 5 6 7 8 9 10 | DIPON 100% (60 A):LFP-accu's > 100 Ah,Loodzuuraccu's > 200 Ah |
123 4 5 6 7 8 9 10 | DIPON 50% (30 A):LFP-accu's < 100 Ah,Loodzuuraccu's > 100 Ah |
MT ICC 3000 SI-N (120 A)
DIP-schakelaar-
positie (zwart)
Instelling

100% (120 A):
De laagspanningsbeveiliging is standaard geactiveerd.
DIP-schakelaar-
positie (zwart)
Instelling

Laagspanningsbeveiliging geactiveerd:
- Accu wordtlo peld: <10,8 V
- Automatisch starten: >12 V

ON Laagspanningsbeveiliging gedeactiveerd:
- Accu wordtlo peld: <8,0 V
- Automatisch starten: >8,5 V
AC-ingangsstroomboost instellen
De AC-ingangsstroomboost is standaard geactiveerd.
DIP-schakelaar-
positie (zwart)
Instelling

ONAC-ingangsstroomboost geactiveerd
DIP-schakelaar-
positie (zwart)
Instelling

AC-ingangsstroomboost
gedeactiveerd
Ingang voor afstandsschakelaar active- ren of deactiveren
MT ICC 1600 SI-N
De ingang voor afstandsschakelaar is standaard gedeactiveerd.
DIP-schakelaar-
positie (zwart)
Instelling

Ingang afstandsschakelaar
gedeactiveerd
Opmerking: Toestel kan niet worden uitgeschakeld. Elektriciteitsverbruik in stand-bystand ca. 90 mA.

Ingang afstandsschakelaar
geactiveerd
Opmerking: Afstandsschakelaar moet zijn aangesloten om het toestel te kunnen bedienen.
sMTICC 3000 SI-N
De ingang voor afstandsschakelaar is standaard geactiveerd.
DIP-schakelaar-
positie (zwart)
Instelling

PON Ingang afstandsschakelaar
gedeactiveerd
Opmerking: Toestel kan niet worden uitgeschakeld. Elektriciteitsverbruik in stand-bystand ca. 113 mA.

Ingang afstandsschakelaar
geactiveerd
Opmerking: Afstandsschakelaar moet zijn aangesloten om het toestel te kunnen bedienen.
Aardingsschakelaar bij 230V-uitgang instellen (alleen MT ICC 3000 SI-N)
Zijn N en PE standaard aangesloten.
DIP-schakelaar- positie (zwart)
Instelling

ON Nuldraad (N) en beschermingsgeleider (PE) aangesloten

ON Nuldraad (N) en beschermingsgeleider (PE) losgekoppeld
Gebruik
Werking op netspanning: Als er netspanning beschikbaar is, worden de spanning en frequentie van het netingangssignaal continu geanalyseerd. Zolang de spanning en frequentie binnen de vereiste toleranties liggen, synchroniseert het toestel op het netingangssignaal. Aangesloten 230V-verbruikers worden gevoed door de 230V-ingangsbron en de 12V-voertuigaccu wordt opgeladen. Zodra de spanning of frequentie de vereiste toleranties overschrijdt (bijv. geen netspanning beschikbaar) wordt het laadproces gestopt en wordt het toestel uitgeschakeld.
Omvormermodus: Als er geen netspanning beschikbaar is, kunnen de aangesloten verbruikers worden gevoed door de omvormer in automatisch of continubedrijf (zie hoofdstuk „De automatische modus instellen“ op pagina 122 en hoofdstuk „Continubedrijf instellen“ op pagina 122).
Inschakelen

INSTRUCTIE
Het toestel schakelt automatisch in als er netspanning beschikbaar is.
▶Druk als er geen netspanning beschikbaar is op de knop ⏻ op de afstandsbediening om het toestel in te schakelen.
√ Het toestel wordt ingesteld op de automatische modus in de omvormermodus.
In de stand-bystand zetten

INSTRUCTIE
- In de stand-bystand blijft het toestel energie verbruiken (zie hoofdstuk „Technische gegevens“ op pagina 128).
- Het toestel schakelt automatisch over naar de stand-bystand als de belasting op de uitgang langer dan 10 minuten <25 W is in de automatische modus (omvormermodus).
▶Druk twee keer op de knop ⏻ op de afstandsbediening om het toestel in de stand-bystand te schakelen.
Uitschakelen

INSTRUCTIE
- Het toestel schakelt automatisch uit als er geen netspanning beschikbaar is. Optioneel: Vertraagde uitschakeling met de triggeringang aangesloten in de standaardinstelling (zie hoofdstuk „Triggeringang“ op pagina 115).
- Schakel het toestel uit wanneer u het niet gebruikt om onnodig elektriciteits-verbruik te voorkomen.
▶ Schakel het toestel uit met de afstandsschakelaar die is aangesloten op de ingang voor afstandsschakelaar.
Opmerking: Zorg ervoor dat de ingang voor afstandsschakelaar is geactiveerd (zie hoofdstuk „Ingang voor afstandsschakelaar activeren of deactiveren” op pagina 120).
De ingangsstroom van de netspanning beperken
Het toestel kan in drie instelniveaus worden beperkt tot de maximaal beschikbare netingangsstroom.

INSTRUCTIE
De AC-ingangsstroomboost blijft in alle instelniveaus actief. De AC-ingangsstroomboost vult het ontbrekende vermogen aan tot het maximale piekvermogen wanneer de aangesloten verbruikers het beschikbare netingangsvermogen overschrijden.
Zet de schakelaar voor AC-ingangsstroombegrenzing (zie hoofdstuk „Bedieningspaneel op het toestel“ op pagina 112) in de gewenste stand.
Schakelaar positie
Instelling

3 A (bij 230 V)

Maximale stroom (≤16 A)

6 A (bij 230 V)
De nachtmodus instellen

INSTRUCTIE
Bij gebruik van de nachtmodus blijft het systeem voor 10 uur in deze modus en keert het vervolgens automatisch terug naar de normale werking.
In de nachtmodus wordt het laadvermogen met 50% verminderd en wordt de koelventilator in de laagste stand gezet voor een stille werking. De lampjes op het bedieningspaneel en de afstandsbediening worden gedimd.
▶Houd de knop ⏻ op de afstandsbediening ten minste 6 seconden ingedrukt om de nachtmodus te activeren.
√ Er klinken 2 piepjes. Nachtmodus is geactiveerd.
Druk nogmaals op de knop voor bedrijfsmodus-selectie of schakel het toestel uit om de nachtmodus voortijdig te deactiveren.
In de automatische modus werkt de omvormer afhankelijk van de belasting op de wisselstroomuitgang:
• > 25 W: Omvormer aan
- < 25 W (gedurende 10 minuten): Omvormer schakelt in stand-by
Druk op de knop voor bedrijfsmodusselectie (zie hoofdstuk „Afstandsbediening“ op pagina 112) om de automatische modus in te stellen in de omvormermodus.
Continubedrijf instellen
In continubedrijf werkt de omvormer onafhankelijk van de belasting op de AC-uitgang (aanbevolen voor kleine verbruikers < 25 W).
- Druk op de knop voor bedrijfsmodusselectie (zie hoofdstuk „Afstandsbediening“ op pagina 112) om de automatische modus in te stellen in de omvormermodus.
- Houd de knop voor bedrijfsmodusselectie ten minste 3 seconden ingedrukt om continubedrijf in te stellen in de omvormermodus.
De vereffeningslading activeren (alleen voor loodzuuraccu's)
Tijdens de vereffeningslading wordt de accu opgeladen tot 15,5 V bij een verlaagde uitgangsstroom.

LET OP! Gevaar voor schade
- Voer alleen vereffeningslading uit op loodzuuraccu's.
- Koppel tijdens de vereffeningslading alle verbruikers los van de accu.
- Houd het zuurniveau van de accu tijdens het gehele proces in het oog. Stop de vereffeningslading zodra het zuurniveau in overeenstemming is met de technische gegevens van de fabrikant.

INSTRUCTIE
- Vereffeningslading kan alleen worden uitgevoerd als het laadprogramma voor loodzuuraccu's is ingesteld (zie hoofdstuk „Het laadprogramma instellen“ op pagina 119) en het toestel zich in de druppellaadfase bevindt.
-
Door de veiligheidstimer beëindigt het toestel de vereffeningslading na 2 uur en schakelt het terug naar de druppellaadfase. Activeer de vereffeningslading indien nodig opnieuw.
-
Houd de vereffeningsschakelaar (afb. 12 2, pagina 8 en afb. 16 2, pagina 10) ten minste 3 seconden ingedrukt om de vereffeningslading te activeren.
√ Alle indicatielampjes voor de laadtoestand knipperen.
- Druk opnieuw op de vereffeningsschakelaar om de vereffeningslading te stoppen.
√ Het toestel schakelt terug naar de druppellaad-fase.
Reiniging en onderhoud

WAARSCHUWING! Gevaar voor elektrische schokken
Trek de stekker van het toestel voor reiniging en onderhoud uit het stopcontact.

LET OP! Gevaar voor schade
- Reinig het toestel nooit onder stromend water of in afwaswater.
- Gebruik geen scherpe of harde voorwerpen, schurende reinigingsmiddelen of bleekmiddel bij het reinigen. Daardoor kan het toestel beschadigd raken.
▶ Reinig het toestel geregeld met een zachte, vochtige doek.
▶Controleer onder spanning staande kabels regelmatig op beschadigde isolatie, kabelbreuk of losse contacten.
Problemen oplossen
Fout Mogelijke oorzaak Voorgestelde oplossing
| De combinatie van omvormer en oplader werkt niet. | Ingang afstandsschakelaar geactiveerd, maar afstandsschakelaar niet aangesloten. | ► Sluit de afstandsschakelaar aan of deactiveerd de ingang voor de afstandsschakelaar. |
| Afstandsschakelaar aangesloten, maar contact niet gesloten. | ► Controleer of contact van afstandsschakelaar gesloten is. | |
| Er is kortsluiting ontstaan. Als de zekering van het toestel is geactiveerd door overstroom, moet deze worden vervangen door een bevoegde klantenservice. | ||
| De accu is defect of sterk gesulfateerd. | ► Vervang de accu. | |
| De accuspanning is te laag (<8 V). | ► Laad de accu op. | |
| Beschadigde isolatie, kabelbreuk of losse contacten van onder spanning staande kabels. | ► Controleer onder spanning staande kabels op beschadigde isolatie, kabelbreuk of losse contacten. | |
| Werking op netspanning functioneert niet. | De ingangsspanning en ingangsfrequentie liggen niet binnen de vereiste toleranties of zijn instabiel. | ► Zorg ervoor dat de ingangsspanning en ingangsfrequentie binnen de vereiste toleranties liggen (zie hoofdstuk „Technische gegevens“ op pagina 128). |
Fout Mogelijke oorzaak Voorgestelde oplossing
| De volledige laadtoe-stand (100%) wordt niet bereikt. | Het laadprogramma is niet correct ingesteld voor de gebruikte accu. | ► Controleer de instelling van het laadprogramma (zie hoofdstuk „Het laadprogramma instellen“ op pagina 119). |
| De laadstroom is niet correct ingesteld. | ► Controleer de instelling van de laadstroom (zie hoofdstuk „De laadstroom verlagen“ op pagina 119). | |
| Overmatig spanningsverlies in de aansluitkabels of aan de klemmen. | ► Controleer de verbindingen.► Controleer de kabeldoorsneden en -lengtes.► Controleer de spanningen direct aan de klemcontacten. | |
| Te veel verbruikers aangesloten. | ► Verminder de aangesloten verbruikers. | |
| Maximale laadstroom wordt niet bereikt. Ongebruikelijk lange laadtijd. | Bescherming tegen hoge temperaturen van de thuisaccu: De combinatie van omvormer en oplader schakelt over naar een lagere laadstroom als de temperatuur van de accu de uitschakelwaarde overschrijdt (>52 °C). | ► Zorg ervoor dat de luchtinlaten en -uitlaten niet zijn afgedekt of geblokkeerd.► Laat de accu afkoelen.De combinatie van omvormer en oplader keert automatisch terug naar de volledige laadstroom wanneer de temperatuur daalt tot de herstartwaarde (<50 °C). |
| Alleen LFP-accu’s: Bescherming tegen lage temperaturen van de thuisaccu. De combinatie van omvormer en oplader schakelt over naar een lagere laadstroom (tot 10% van de maximale laadstroom) als de temperatuur van de accu onder de uitschakelwaarde daalt (<0 °C). | ► Zorg voor omgevingstemperaturen >0 °C.De combinatie van omvormer en oplader keert automatisch terug naar de volledige laadstroom wanneer de temperatuur de herstartwaarde overschrijdt (>0 °C). | |
| Het toestel bevindt zich in de constante-spanningsfase. | Geen actie noodzakelijk (zie hoofdstuk „Accu-laadfunctie“ op pagina 114). | |
| De netingangsstroom is beperkt. | ► Zet de schakelaar voor AC-ingangs-stroombegrenzing op maximale stroom (zie hoofdstuk „De ingangsstroom van de netspanning beperken“ op pagina 121). | |
| De combinatie van omvormer en oplader schakelt naar de stand-bystand. De indicatie-lampjes vermogen branden rood. | Het uitgangsvermogen overschrijdt permanent het nominale uitgangsver-mogen. | ► Zorg ervoor dat het totale nominale vermogen van de AC-uitgangsbelasting lager is dan het nominale uitgangsvermogen van de omvormer. |
| De accu wordt niet meer opgeladen of kan de lading niet meer vast-houden. | De accu is defect. | ► Vervang de accu. |
Fout Mogelijke oorzaak Voorgestelde oplossing
| De afstandsbediening werkt niet. | De afstandsbediening is niet goed aan-gesloten. | ► Controleer de verbindingen. |
| De afstandsbediening of het bedieningspaneel is slechts gedimd verlicht. | Nachtmodus is geactiveerd. | ► Schakel de nachtmodus uit (zie hoofdstuk „De nachtmodus instellen“ op pagina 122). |
Foutindicatie

INSTRUCTIE
- Alle fouten worden aangegeven door de rood knipperende indicatielampjes bedrijfsmodus (zie hoofdstuk „Indicatielampjes bedrijfsmodus” op pagina 113). Het aantal knipperimpulsen per seconde hangt af van het type storing.
- De combinatie van omvormer en oplader moet handmatig opnieuw worden opgestart als er binnen korte tijd te veel fouten optreden.
| Led | Aantal knip-perimpulsen per seconde | Fout Voorgestelde oplossing | |
| "Inverter ON" + "Charger ON" + "Line" | 1 De accu is defect. | ► Vervang de accu. | |
| Accuspanning te laag (<8 V). ► Laat de accu langzaam opladen. | |||
| Accuspanning te hoog (>16,5 V). ► Verlaag de aangesloten spanningen. | |||
| Accuspanningsrimpel te hoog ► Controleer de verbindingen. ► Vergroot de kabeldoorsneden. ► Verminder de kabellengtes. ► Zorg ervoor dat geen andere appara- ten die zijn aangesloten op dezelfde accu een hoge rimpelspanning gene- reren. | |||
| De combinatie van omvormer en oplader moet handmatig opnieuw worden opgestart. | |||
| 2 Maximale AC-omschakelstroom is overschreden. | ► Verlaag de AC-uitgangsbelasting. De combinatie van omvormer en oplader moet handmatig opnieuw worden opgestart. | ||
| 4 De wisselstroomvoorziening is niet goed aangesloten. | ► Zorg ervoor dat de wisselstroomvoor- ziening is aangesloten op de wissel- stroomingang. | ||
| Interne fout ► Neem voor reparatie contact op met een geautoriseerde klantenservice. | |||
| "Inverter ON" + "Charger ON" | 3 Overhittingsbeveiliging: de combinatie van omvormer en oplader schakelt naar stand-bystand. | ► Verlaag de AC-uitgangsbelasting in de omvormermodus.► Zorg ervoor dat de luchtinlaten en -uit-laten niet zijn afgedekt of geblok-keerd.► Verlaag de omgevingstemperatuur. Plaats het toestel niet in de buurt van warmtebronnen (bijv. direct zonlicht).► Zorg ervoor dat de afstandsspecifica-ties in acht zijn genomen bij de mon-tage van het toestel. | |
| "Inverter ON" 1 Accuspanning te laag (<10 V) | ► Laat de accu langzaam opladen. | ||
| 2 Omvormer is overbelast. Aange-sloten verbruikers vereisen per-manent meer uitgangsvermogen dan het nominale uitgangsver-mogen. | |||
| Aangesloten AC-uitgangsbelas-ting veroorzaakt kortsluiting | |||
| Overstroombeveiliging van de omvormer. Aangesloten AC-uit-gangsbelasting veroorzaakt een te hoge inschakelstroom. | |||
Garantie
De wettelijke garantieperiode is van toepassing. Als het product defect is, neem dan contact op met de detailhandel of met het filiaal van de fabrikant in uw land (zie dometic.com/dealer).
Stuur voor de afhandeling van reparaties of garantie de volgende documenten mee:
- Een kopie van de factuur met datum van aankoop
- De reden voor de claim of een beschrijving van de fout
Houd er rekening mee dat eigenmachtige of niet-professionele reparatie gevolgen voor de veiligheid kan hebben en dat de garantie hierdoor kan komen te vervallen.
Afvalverwijdering
Verpakkingsmateriaal recyclen

Gooi het verpakkingsmateriaal indien mogelijk altijd in recyclingafvalbakken.
Producten met niet-vervangbare batterijen, oplaadbare batterijen of lichtbronnen recyclen

Als het product niet-vervangbare batterijen, oplaadbare batterijen of lichtbronnen bevat, hoeft u die niet te verwijderen voordat u het product afvoert.
Als u het product definitief weg wilt doen, vraag dan bij het dichtstbijzijnde afvalverwerkingsbedrijf of uw dealer naar de betreffende afvoervoorschriften.
▶ Het product kan gratis worden afgevoerd.
Technische gegevens
| MT ICC 1600 SI-N | MT ICC 3000 SI-N | |
| Uitgangsvermogen omvormer | ||
| Nominaal uitgangsvermogen P_nom | 1600 W 3200 W | |
| Maximaal piekvermogen (3 s) P_surge | 2500 W 5000 W | |
| Uitgangsspanningsbereik 230 V~ ± 2 % | ||
| Uitgangsfrequentie 50 Hz ± 0, 0 5 % | ||
| Uitgangsgolfvorm Zuivere sinusgolf | ||
| Vervorming THD THD ≤5% bij P | _nom (weerstandsbelasting) | |
| Nominale ingangsspanning | 12 V--- (± 3%) | |
| Ingangsspanningsbereik 10 – 16,5 V | ||
| Piekefficiëntie 92% | ||
| Elektriciteitsverbruik in stand-by | 90 mA bij 13 V | 113 mA bij 13 V |
| Elektriciteitsverbruik bij nullast [ASB] | <10 W [2,0 W] | <20 W [3,5 W] |
| Oplader | ||
| Ingangsspanningsbereik | 185 – 270 V~ | |
| Bereik ingangsfrequentie | 45 – 65 Hz | |
| Maximum laadspanning | 60 A | 120 A (4 A) |
| Laadspanning (massa/druppel bij 25 °C) | 14,4 V/13,2 V | |
| Hulplaaduitgang | - | 4 A |
| Nominale accuspanning | 12 V--- | 12 V--- |
| Aanbevolen accucapaciteit | 200 – 300 Ah | 400 Ah |
| Wisselstroomomschakelaar | ||
| Maximale nominale stroom | 16 A_rms | 32 A_rms |
| Schakeltijd | 0 – 5 ms | |
| Algemene technische gegevens | ||
| Beschermingsklasse | I | |
| Omgevingstemperatuur voor bedrijf | -20 °C tot +50 °C | |
| Omgevingstemperatuur voor opslag | -40 °C tot +80 °C | |
| Omgevingsvochtigheid | ≤ 95%, niet-condenserend | |
| Afmetingen (b x d x h) | 351 x 210 x 114 mm | 370 x 431 x 132 mm |
| Gewicht | 10,7 kg | 19,0 kg |
| Inspectie/certificering | CE UKCA | |








123 4 5 6 7 8 9 10
123 4 5 6 7 8 9 10