SinePower DSP 1024 - Batterijlader DOMETIC - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SinePower DSP 1024 DOMETIC in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over SinePower DSP 1024 DOMETIC
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Batterijlader in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SinePower DSP 1024 - DOMETIC en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SinePower DSP 1024 van het merk DOMETIC.
GEBRUIKSAANWIJZING SinePower DSP 1024 DOMETIC
Montagehandleiding en gebruiksaanwijzing .... 115

Sinus ensretter
Lees deze handleiding voor de montage en de ingebruikname zorgvuldig door en bewaar hem. Geef de handleiding bij het doorgeven van het product aan de gebruiker.
Inhoudsopgave
1 Verklaring van de symbolen....116
2 Algemene veiligheidsinstructies ..... 116
3 Omvang van de levering ....120
4 Doelgroep van deze handleiding .....120
5 Reglementair gebruik ....120
6 Technische beschrijving....121
7 Omvormer monteren....123
8 Omvormer aansluiten .....124
9 Omvormer gebruiken....126
10 Omvormer onderhouden en reinigen ....128
11 Verhelpen van storingen....129
12 Garantie....130
13 Afvoer ....130
14 Technische gegevens....130
1 Verklaring van de symbolen

GEVAAR!
Veiligheidsaanwijzing: Het niet naleven leidt tot overlijden of ernstig letsel.

WAARSCHUWING!
Veiligheidsaanwijzing: Het niet naleven kan leiden tot overlijden of ernstig letsel.

LET OP!
Het niet naleven ervan kan leiden tot materiële schade en de werking van het product beperken.

INSTRUCTIE
Aanvullende informatie voor het bedienen van het product.
2 Algemene veiligheidsinstructies
2.1 Algemene veiligheid
De fabrikant kan in de volgende gevallen niet aansprakelijk worden gesteld voor schade:
• montage- of aansluitfouten
- beschadiging van het product door mechanische invloeden en overspanningen
- veranderingen aan het product zonder uitdrukkelijke toestemming van de fabrikant
- gebruik voor andere dan de in de handleiding beschreven toepassingen
Neem de volgende essentiële veiligheidsmaatregelen in acht bij het gebruik van elektrische toestellen, ter bescherming tegen:
• elektrische schokken
- brandgevaar
- verwondingen
2.2 Essentiële veiligheid

GEVAAR!
- Gebruik in het geval van brand een brandblusser die geschikt is voor elektrische toestellen.

WAARSCHUWING!
- Gebruik het toestel alleen volgens de voorschriften.
- Let erop dat de rode en zwarte klem elkaar nooit raken.
- Koppel het toestel los van het elektricieitsnet – voor iedere reiniging en ieder onderhoud – voor het vervangen van een zekering
- Als u het toestel demonteert: - Maak alle verbindingen los. - Zorg ervoor dat alle in- en uitgangen spanningsvrij zijn.
- Als het toestel of de aansluitkabel zichtbaar beschadigd zijn, mag u het toestel niet in gebruik nemen.
- Als de aansluitkabel van dit toestel wordt beschadigd, moet deze, om gevaren te vermijden, door de fabrikant, de betreffende klantenservice of een gelijkwaardig gekwalificeerde persoon vervangen worden.
- Reparaties aan dit toestel mogen uitsluitend door vakmonteurs uitgevoerd worden. Door ondeskundige reparaties kunnen grote gevaren ontstaan.
- Dit toestel kan door kinderen vanaf 8 jaar en ouder evenals door personen met verminderde fysieke, zintuiglijke of geestelijke vermogens of tekortschietende ervaring en/of kennis gebruikt worden, als ze worden begeleid of hun is uitgelegd hoe ze het toestel veilig kunnen gebruiken. Ook dienen ze inzicht te hebben in de gevaren die het gebruik van het toestel met zich meebrengt.
- Elektrische toestellen zijn geen speelgoed!
Bewaar en gebruik het toestel buiten het bereik van kinderen.
- Er moet toezicht worden gehouden op kinderen, zodat ze niet met het toestel gaan spelen.

LET OP!
- Vergelijk voor de ingebruikneming de spanning op het typeplaatje met de aanwezige energievoorziening.
-
Let erop dat andere voorwerpen geen kortsluiting bij de contacten van het toestel veroorzaken.
-
Trek de stekker nooit aan de aansluitkabel uit het stopcontact.
- Bewaar het toestel op een droge en koele plaats.
2.3 Veiligheid bij de montage van het toestel

GEVAAR!
- Monteer het toestel niet op plaatsen waar gevaar voor gas- of stofexplosie bestaat.

VOORZICHTIG!
- Let op een stabiele stand! Het toestel moet zo veilig opgesteld en bevestigd worden, dat het niet kan omvallen of naar beneden kan vallen.

LET OP!
- Stel het toestel niet bloot aan een warmtebron (zonnestraling, verwarming enz.). Vermijd zo een extra opwarming van het toestel.
- Stel het toestel op een droge en tegen spatwater beschermde plaats op.
2.4 Veiligheid bij de elektrische aansluiting van het toestel

GEVAAR! Levensgevaar door stroomschok!
- Als u aan elektrische installaties werkt, zorg er dan voor dat er iemand in de buurt is die u in geval van nood kan helpen.

WAARSCHUWING!
- Zorg voor een voldoende grote leidingdoorsnede.
- Leg de leidingen zo aan, dat ze niet door deuren of motorkappen beschadigd kunnen raken.
Geplette kabels kunnen tot levensgevaarlijke verwondingen leiden.

VOORZICHTIG!
- Installeer de leidingen zodanig dat er niet over gestruikeld kan worden en beschadiging van de kabel uitgesloten is.

LET OP!
- Gebruik holle buizen of leidingdoorvoeren, als leidingen door plaatwanden of andere wanden met scherpe randen geleid moeten worden.
- Plaats het 230-V-netsnoer en de 12-V-gelijkstroomleiding niet in dezelfde kabelgoot (holle buis).
- Leg de leidingen niet los of scherp geknikt.
- Bevestig de leidingen goed.
- Trek niet aan leidingen.
2.5 Veiligheid bij het gebruik van het toestel

GEVAAR! Levensgevaar door stroomschok!
- Blanke leidingen nooit met blote handen aanraken.

WAARSCHUWING!
- Gebruik het toestel uitsluitend in gesloten, goed geventileerde ruimtes.

VOORZICHTIG!
- Gebruik het toestel niet
- in een zouthoudende, vochtige of natte omgeving
– in de buurt van agressieve dampen - in de buurt van brandbare materialen
- in explosieve omgevingen
- Let er voor de ingebruikneming op dat de toevoerleiding en de stekker droog zijn.
- Onderbreek bij werkzaamheden aan het toestel altijd de stroomtoevoer.
- Let erop dat ook na het activeren van de veiligheidsinrichting (zekering) delen van het toestel onder spanning kunnen blijven staan.
- Maak geen kabels los als het toestel nog in gebruik is.

LET OP!
- Let erop dat de luchtinlaat- en uitlaatopeningen van het toestel niet worden afgedekt.
- Let op een goede ventilatie.
3 Omvang van de levering
Pos. in afb. 1
Omschrijving
1 Sinusomvormer
2 Afstandsbediening
3 Aansluitkabel afstandsbediening
- Gebruiksaanwijzing
4 Doelgroep van deze handleiding
De hoofdstuk „Omvormer aansluiten“ op pagina 124 is uitsluitend gericht op vak-kundige personen die met de betreffende VDE-richtlijnen vertrouwd zijn.
Alle overige hoofdstukken zijn ook bedoeld voor de gebruikers van het toestel.
5 R e g l e m e n

WAARSCHUWING!
De omvormer mag niet worden gebruikt in voertuigen waarbij de pluspool van de accu met het chassis is verbonden.
De omvormers worden gebruikt om gelijkspanning om te zetten in een wisselspanning van 230 V, 50 Hz.
• 12 V---: DSP612, DSP1012, DSP1512, DSP2012
• 24 V=== DSP624, DSP1024, DSP1524, DSP2024
6 Technische beschrijving
De omvormers kunnen overal gebruikt worden waar een DC-aansluiting voorhanden is.
• 12 V---: DSP612, DSP1012, DSP1512, DSP2012
• 24 V---: DSP624, DSP1024, DSP1524, DSP2024
Door het geringe gewicht en de compacte constructie kan dit toestel zonder problemen in campers, bedrijfsvoertuigen of motor- en zeilboten worden ingebouwd.
De uitgangsspanning komt overeen met de huishoudspanning uit het stopcontact (zuivere sinusspanning, vervorming <5 %).
Neem de waarden voor continu uitgangsvermogen en piekuitgangsvermogen in acht, zoals ze in hoofdstuk „Technische gegevens” op pagina 130 zijn aangegeven. Toestellen met een hogere vermogensbehoefte mogen niet worden aangesloten.

INSTRUCTIE
Houd er bij de aansluiting van toestellen met elektrische aandrijving (bijv. boormachine, koelkast, e.d.) rekening mee dat die voor het opstarten vaak een hoger vermogen nodig hebben dan is aangegeven op het typeplaatje.
De omvormer beschikt over verschillende beveiligingen:
- Overspanningsbeveiliging: De omvormer schakelt uit, als de spanningswaarde boven de uitschakelwaarde stijgt. Hij start weer, als de spanning tot de herstartwaarde daalt.
- Onderspanningsbeveiliging: De omvormer schakelt uit, als de spanningswaarde onder de uitschakelwaarde daalt. Hij start weer, als de spanning tot de herstartwaarde stijgt.
- Oververhittingsbeveiliging: De omvormer schakelt uit, als de temperatuur binnen in het toestel of de temperatuur bij de koelplaat hoger is dan een uitschakelwaarde. Hij start weer, als de spanning tot de herstartwaarde stijgt.
- Overbelastingsbeveiliging en beveiliging tegen kortsluiting: De led op de omvormer meldt een bedrijfsstoring, als er een te grote last is aangesloten of een kortsluiting werd veroorzaakt.

INSTRUCTIE
De afzonderlijke schakelwaarden vindt u in hoofdstuk „Technische gegevens“ op pagina 130.
De omvormer kan in de volgende netvormen worden gebruikt:
•TN-net:
De nulleider van de omvormer is met massa verbonden. Een nageschakelde aardlekschakelaar moet geïnstalleerd zijn
•IT-net:
Beide fasen zijn geïsoleerd. Dit is geschikt voor gebruik van een verbruiker. Als meerdere verbruikers worden aangesloten, moet een veiligheidsconcept worden ontworpen (bijvoorbeeld isolatieschakelaar).
De netvorm wordt via een DIP-switch op de omvormer geconfigureerd.
De omvormer kan met de afstandsbediening in een energiebesparende modus worden geschakeld, zodat de aangesloten accu niet te snel ontladt.
Met een afstandsbediening kan de omvormer worden in- en uitgeschakeld en de energiebesparende modus worden ingeschakeld.
6.1 Bedieningselementen
Pos. in afb. 2
Omschrijving Beschrijving
1 Hoofdschakelaar Schakelt het apparaat in en uit
2 Status-led Zie hoofdstuk „Bedrijfsindicaties“ op pagina 126
3 DIP-switches Stelt de netvorm in
6.2 Aansluitingen

INSTRUCTIE
Afgebeeld is de versie voor Continentaal Europa.
Pos. in afb. 2
Beschrijving
4 Wisselstroomcontactdoos
5 Aansluiting voor afstandsbediening
6 Gelijkstroom-aansluiting
7 Massaklem (aarding aan de carrosserie van het voertuig)
8 Ventilator
6.3 Afstandsbediening
Pos. in afb. 3
Omschrijving
1 Aan/uit-schakelaar
2 Status-led
3 Aansluiting voor afstandsbediening
7 Omvormer monteren
7.1 Benodigd gereedschap
Voor de elektrische aansluiting heeft u de volgende hulpmiddelen nodig:
- krimptang
- 3 flexibele aansluitkabels in verschillende kleuren. De vereiste diameter kunt u vinden in de tabel in het hoofdstuk „Omvormer aansluiten“ op pagina 124.
- Kabelschoenen en adereindhulzen
Voor de bevestiging van de omvormer heeft u de volgende hulpmiddelen nodig:
- machineschroeven (M4) met onderlegschijven en zelfborgende moeren of
- plaat- resp. houtschroeven
7.2 Montage-instructies
Neem bij de keuze van de montageplaats de onderstaande instructies in acht:
- De omvormer kan horizontaal en verticaal worden gemonteerd.
- De omvormer moet op een plaats worden ingebouwd die beschermd is tegen vocht.
- De omvormer mag niet in omgevingen met ontvlambare materialen worden ingebouwd.
- De omvormer mag niet in stoffige omgevingen worden ingebouwd.
- De montageplaats moet goed geventileerd zijn. Bij installaties in gesloten, kleine ruimtes moet er ventilatie mogelijk zijn. De vrije minimumafstand om de omvormer moet minimaal 5 cm bedragen (afb. 4).
- De luchtinlaat aan de achterzijde resp. de luchtuitlaat aan de voorzijde van de omvormer moeten vrij blijven.
- Bij omgevingstemperaturen die hoger zijn dan 40 °C (bijvoorbeeld in motor- of verwarmingsruimtes, direct zonlicht), kan de omvormer uitschakelen hoewel het vermogen van de aangesloten verbruikers onder nominale last ligt (derating).
- Het montagevlak moet vlak zijn en voldoende stevigheid bieden.

LET OP!
Controleer voor het boren of er geen elektrische kabels of andere delen van het voertuig door boren, zagen en vijlen beschadigd kunnen raken.
7.3 Omvormer monteren
▶ Monteer de omvormer zoals weergegeven (afb. 5).
7.4 Afstandsbediening monteren
▶ Monteer de afstandsbediening zoals weergegeven (afb. 6).
8 Omvormer aansluiten
8.1 Algemene instructies

WAARSCHUWING!
- De aansluiting van de omvormer mag alleen door hiervoor opgeleide vakmensen worden uitgevoerd. De volgende informatie is bestemd voor vakmensen die vertrouwd zijn met de betreffende richtlijnen en veiligheidsmaatregelen.
- Bij voertuigen waarbij de pluspool van de accu met het chassis is verbonden, mag de omvormer niet worden gebruikt.
-
Als u geen zekering in de plusleiding van de accu plaatst, kunnen de leidingen overbelast raken. Dit kan brand tot gevolg hebben.
-
De omvormer moet bij installaties in voertuigen of boten met het chassis resp. met massa verbonden zijn.
- Houd u bij de opbouw van een distributiekring via het stopcontact (netopbouw) aan de voorschriften van VDE 0100.
- Gebruik uitsluitend koperkabels.
- Houd de gelijkspanningskabels zo kort mogelijk (< 1 m).
- Houd u aan de vereiste kabeldiameter en plaats een kabelzekering (afb. 7 1) zo dicht mogelijk bij de accu in de plusleiding (zie tabel).
ToestelVereiste kabeldiameter Kabelzekering
| DSP612 25 mm ^2 150 A | ||
| DSP624 25 mm ^2 150 A | ||
| DSP1012 | 35 mm ^2 | 200 A |
| DSP1024 | 25 mm ^2 150 A | |
| DSP1512 | 50 mm ^2 | 250 A |
| DSP1524 | 25 mm ^2 150 A | |
| DSP2012 | 70 mm ^2 | 300 A |
| DSP2024 | 35 mm ^2 | 200 A |
8.2 Omvormer aansluiten

LET OP!
- Zorg ervoor dat de polariteit niet wordt verwisseld. Verkeerde polariteit kan de omvormer beschadigen.
- Neem in acht dat de omvormer alleen met volgende spanning mag worden gebruikt.
-DSP612, DSP1012, DSP1512, DSP2012: 12 V=
-DSP624, DSP1024, DSP1524, DSP2024: 24 V=

INSTRUCTIE
Draai de schroeven of moeren vast met een aanhaalmoment van max. 15 Nm. Losse verbindingen kunnen tot oververhittingen leiden.
▶Sluit de omvormer aan zoals weergegeven:
- Accu aansluiten: afb. 7
– Massaklem aansluiten: afb. 8 - 230 V-uitgangsleiding aansluiten: afb. 9
8.3 Afstandsbediening aansluiten

LET OP!
Steek de aansluiting voor de afstandsbediening alleen in de remote-poort. Door verkeerd aansluiten kan het toestel beschadigd raken.
▶ Sluit de afstandsbediening aan zoals weergegeven (afb. 10).
9 O m v o r m e r
9.1 Omvormer inschakelen
Zet de hoofdschakelaar (afb. 2 1) van de omvormer in schakelaarstand aan:
- „0“: Omvormer compleet uitgeschakeld
- „I“: Normaal bedrijf
- „Il“: Bedrijf via afstandsbediening
√De omvormer voert een zelfdiagnose uit.
√ Na de succesvolle zelfdiagnose toont de statusled (afb. 2 2) de bedrijfstoestand:
- Brandt constant: Normale modus geactiveerd
- Knippert vier keer: Energiebesparingsmodus geactiveerd
9.2 Bedrijfsindicaties
De led (afb. 2 2,) geeft de bedrijfstoestand van de omvormer aan.
Indicatie Ingangsspanning
| Continu branden Normaal bedrijf | |
| Lang knipperen, korte onderbreking Omvormer oververhit/overbelast | |
| Snel knipperen | Overspanning/onderspanning |
| Uit | Andere fout |
De omvormer schakelt uit, als:
- De accuspanning daalt onder 10 V (12 V---aansluiting) resp. 20 V (24 V---aansluiting).
- De acccuspanning stijgt boven 16 V (12 V---aansluiting) resp. 32 V (24 V---aansluiting).
- De omvormer wordt overbelast.
- De omvormer wordt oververhit.
Bij uitschakeling door overspanning of onderspanning schakelt de omvormer weer in, als de ingestelde spanningswaarde weer wordt bereikt.
Bij uitschakeling door overbelasting of oververhitting als volgt te werk gaan:
▶ Schakel de omvormer met de hoofdschakelaar (afb. 2 1) uit.
▶Controleer of de omvormer voldoende geventileerd wordt en of de ventilatoropeningen en ventilatiesleuven vrij zijn.
Wacht ca. 5 – 10 min en schakel de omvormer zonder verbruiker weer in.
9.3 Energiebesparende modus instellen

INSTRUCTIE
De omvormer wisselt automatisch naar normaal bedrijf, als een last boven 45 W wordt aangesloten.
Druk bij uitgeschakelde omvormer gedurende 5 s op de aan/uit-knop (afb. 3 1) van de afstandsbediening om de energiebesparingsmodus te active-ren of te deactiveren.
√ De statusled (afb. 3 2) van de afstandsbediening knippert zes keer.
√ Daarna toont de statusled (afb. 3 2) van de afstandsbediening de bedrijfstoestand:
- Brandt constant: Normale modus geactiveerd
- Knippert: Energiebesparingsmodus geactiveerd
9.4 Netvorm instellen

GEVAAR!
Het wijzigen van de netvorm leidt tot levensgevaar.
Instellingen aan de DIP-switch mogen alleen door vakpersoneel worden uitgevoerd.
Verwijder de beschermkap van de DIP-switch alleen om instellingen uit te voeren. Plaats de beschermkap weer zodat de DIP-switch niet kan worden versteld.
Met de DIP-switch kunt u vastleggen in welke netvorm de omvormer moet worden gebruikt.
Parameter DIP-switches
| TN-net | Aan |
| Een externe, nageschakelde aardlekschakelaar is vereist. | |
| IT-net | Uit |
| Bedrijf alleen met een verbruiker of installatie van een externe isolatieschakelaar. | |
| Nationale normen in acht nemen! |
10 Omvormer onderhouden en reinigen

LET OP!
Geen scherpe of harde voorwerpen of reinigingsmiddelen bij het reinigen gebruiken. Dit kan het product beschadigen.
▶Reinig het product af en toe met een vochtige doek.
11 Verhelpen van storingen

WAARSCHUWING!
Open het toestel niet. Er bestaat gevaar voor een elektrische schok!

INSTRUCTIE
Bij gedetailleerde vragen over de gegevens van de omvormer kunt u contact opnemen met de fabrikant (adressen, zie achterzijde van de handleiding).
De led (afb. 2 2) geeft in rood de storing aan:
Led-indicatie Oorzaak Oplossing
| Snel knipperen Te hoge ingangsspanning Controleer de ingangsspanning en verlaag deze. | |
| Te lage ingangsspanning De accu moet worden opgeladen.Controleer de leidingen en verbindingen. | |
| 2 s branden, korte onderbreking | Thermische overbelasting Schakel de omvormer en de verbruiker uit.Wacht ca. 5 – 10 minuten en schakel de omvormer zonder verbruiker weer in.Verminder de belasting en zorg voor een betere ventilatie van de omvormer.Schakel daarna de verbruiker weer in. |
| Te hoge belasting Schakel de omvormer uit en verwijder de verbruiker.Schakel de omvormer zonder verbruiker weer in. Als er nu geen te hoge belasting meer wordt aangegeven, is er sprake van kortsluiting bij de verbruiker of was de volledige belasting hoger dan het vermogen dat in het gegevensblad stond.Controleer de leidingen en verbindingen. | |
| Uit Andere fout Neem contact op met de klantenservice. | |
12 Garantie
De wettelijke garantieperiode is van toepassing. Als het product defect is, wendt u zich tot het filiaal van de fabrikant in uw land (adressen zie achterkant van de handleiding) of tot uw speciaalzaak.
Voor de afhandeling van de reparatie of garantie dient u de volgende documenten mee te sturen:
- een kopie van de factuur met datum van aankoop,
- reden van de klacht of een beschrijving van de storing.
13 Afvoer
▶Laat het verpakkingsmateriaal indien mogelijk recyclen.

Als u het product definitief buiten bedrijf stelt, informeer dan bij het dichtstbijzijnde recyclingcentrum of uw speciaalzaak naar de betreffende afvoervoorschriften.
Volgende technische gegevens gelden voor alle omvormers:
| Uitgangsspanning: | 230 V~ ± 10 %, zuivere sinusgolf (vervorming <5 %) |
| Uitgangsfrequentie: 50 Hz ± 0,5 Hz | |
| Rendement: >90 % | |
| Warmteafvoer: temperatuur- en lastgestuurde ventilator | |
| Omgevingstemperatuur bedrijf: 0 °C tot +50 °C | |
| Omgevingstemperatuur opslag: -30 °C tot +70 °C | |
| Luchtvochtigheid: 0 – 95 %, niet-condenserend | |
| Keurmerk/certificaat: | CE E9 |
| DSP612 DSP 1012 DSP62 | 4 DSP 1024 | |||
| Artikelnr.: 9600002543 | 9600003597 | 96000025459600003599 | 96000025449600003598 | 96000025469600003600 |
| Nominale ingangs-spanning: | 12 V---24 V--- | |||
| Ingangsspanningsbereik: | 10 - 16,5 V--- | 20 - 33 V--- | ||
| Nominaal vermogen: | 600 W | 1000 W | 600 W | 1000 W |
| Maximaal vermogen gedurende 1 min: | 690 W 1150 | W 690 W 1150 W | ||
| Piekvermogen gedurende 1 s: | 1200 W 2000 | W 1200 W 2000 W | ||
| Stroomverbruik bij nullast: | <0,8 A | <1,0 A | <0,5 A | <0,6 A |
| Stand-bystroomopname: | <0,3 A | <0,35 A | <0,2 A | <0,2 A |
| Afmetingen b x l x h: | afb. 14 | |||
| Gewicht: | 2,8 kg | 3,1 kg | 2,8 kg | 3,1 kg |
| DSP1512 | DSP 2012 | DSP1524 | DSP 2024 | |
| Artikelnr.: 9600002547 | 9600003601 | 960000254996000036039600002561 | 96000025489600003602 | 960000255096000036049600002562 |
| Nominale ingangs-spanning: | 12 V---24 V--- | |||
| Ingangsspanningsbereik: | 10 – 16,5 V--- | 20 – 33 V--- | ||
| Nominaal vermogen: | 1500 W | 2000 W | 1500 W | 2000 W |
| Maximaal vermogen gedurende 1 min: | 1725 W 2300 W 1725 W 2300 W | |||
| Piekvermogen gedurende 1 s: | 3000 W | 4000 W | 3000 W | 4000 W |
| Stroomverbruik bij nullast: | <1,2 A | <1,5 A | <0,6 A | <0,8 A |
| Stand-bystroomopname: | <0,4 A | <0,5 A | <0,25 A | <0,3 A |
| Afmetingen b x l x h: | afb. 14 | |||
| Gewicht: | 4,9 kg | 5,2 kg | 4,9 kg | 5,2 kg |
Veiligheidsinrichtingen
| 12 V 24 V | ||
| Ingang: Onderspanning, beveiliging tegen verkeerd polen (interne zekering) | ||
| AC-uitgang: Overspanning, kortsluiting, overbelasting | ||
| Temperatuur: Uitschakeling | ||
| Bescherming tegen kortsluiting: Ja, Ipk | ||
Overspanningsbeveiliging
| Toestel | Overspanning | |
| Uitschakeling Herstart | ||
| DSP612, DSP1012, DSP1512, DSP2012 16,5 | V 15,5 V | |
| DSP624, DSP1024, DSP1524, DSP2024 33 | V 31 V | |
Onderspanningsbeveiliging
| Toestel | Onderspanning | |
| Uitschakeling Herstart | ||
| DSP612, DSP1012, DSP1512, DSP2012 | 10 V | 12 V |
| DSP624, DSP1024, DSP1524, DSP2024 20 V | 24 V | |
De actuele EG-conformiteitsverklaring voor uw apparaat ontvangt u op de desbetreffende productpagina van dometic.com of direct via de fabrikant (zie achterzijde).