MT BCB1010 - Batterijlader DOMETIC - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MT BCB1010 DOMETIC in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over MT BCB1010 DOMETIC
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Batterijlader in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MT BCB1010 - DOMETIC en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MT BCB1010 van het merk DOMETIC.
GEBRUIKSAANWIJZING MT BCB1010 DOMETIC
Montagehandleiding en
gebruiksaanwijzing. 82
DA Batteristyreboosteren
Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en volg alle instructies, richtlijnen en waarschuwingen in deze handleiding op om ervoor te zorgen dat u het product te allen tjde op de juiste manier installeert, gebruikt en onderhoudt. Deze gebruiksaanwijzing MOET bij dit product bewaard worden.
Door het product te gebruiken, bevestigt u hierbij dat u alle instructies, richtlijnen en waarschuwingen zorgvuldig hebt gelezen en dat u de voorwaarden zoals hierin beschreiben begrijpt en accepteert. U gaat ermee akkoord dit product alleen te gebruiken voor het beoogde doel en de beoogde toepassing en in overeenstemming met de instructies, richtlijnen en waarschuwingen zoals beschreiben in deze gebruksaanwijzing en in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving. Het Niet lezen en opvolgen van de hierin beschreiben instructies en waarschuwingen kan leiden tot letsel voor uzelf en anderen, schade aan uw product of schade aan andere eigendommen in de omgeveing. Deze gebruksaanwijzing, met inbegrip van de instructies, richtlijnen en waarschuwingen, en de bijbehorende documentationie kan onderhevig�n aan wijzigingen en updates. Actuele productinformatie vindt u op documents.dometic.com.
Inhoud
Verklaring van de symbolen 82
Veiligheidsaanwijzingen 82
Omvang van de levering. 85
Accessoires 85
Beoogd gebruik. 86
Technische beschrijving 86
De accuregelbooster monteren 90
Accuregelbooster aansluiten 90
Gebruik 93
Reiniging en onderhoud 95
Problemen oplossen 96
Verwijdering. 98
Garantie 98
Verklaring van de symbolen

GEVAAR!
Veiligheidsaanwijzing:duidt op een gevaarlijke situatie die, indien deze nicht worden voorkomen, leidt tot ernstig letsel of de dood.

WAARSCHUWING!
Veiligheidsaanwijzing:duidt op een gevaarlijke situatie die, indien deze nicht wordt voorkomen, kan leiden tot ernstig letsel of de dood.

VOORZICTIG!
Veiligheidsaanwijzing:duidt op een gevaarlijke situatie die, indien deze nicht worden voorkomen, kan leiden tot Licht of matig letsel.

LET OPI!
Duidt op een situatie die, indien deze nicht worden voorkomen, kan leiden tot materièle schade.

INSTRUCTIE
Aanvullende informatie voor het gebruik van het product.
Veiligheidsaanwijzingen
Neem ook de veiligheidsaanwijzingen en voorschriften van de voertuigfabrikant en erkende werkplaatsen in acht.
Algemene veiligkeit

WAARSCHUWING! Het Niet in acht nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot ernstig letsel of dedood.
Gevaar voor elektrische schokken
- Montage en demontage van de acculader mogen alleen worden uitgevoerd door bevoegd personeel.
- Gebruik het toestel zich als het zichtaar beschadigd is.
- Als de stroomkabel van het toestel beschadigd is,要去 de stroomkabel, om gevaren te voorkomen, worden verrangen door de fabrikant, diens klantenservice of gelijkwaardig bevoegd personeel.
- Dit toestel mag uitsluitend worden gerepareerd door bevoegd personeel. Ondeskundige reparaties konnen leiden tot aanzienlijke bevaren.
-
Als u het toestel demonteert:
-
Maak alle aansluitingen los.
-Zorg ervoor dat alle in- en uitgangen spanningsvrij zichn.
- Gebruik het toestel Niet onder vochtige omstandigheden en dompel het Niet onder in een vloeistof. Berg het toestel op op een droge plaats.
- Gebruik uitsluitend door de fabrikant aanbevolen accessoires.
- Bewerk de componenten nicht zichen maar geen aanpassingen.
-
Ontkoppel het toestel van de stroomvoorzie-ning:
-
Voor elke reiniging en elk onderhoud
- Na elk gebruik
- Voor het verzangen van een zekering
-Voor het uitvoeren van elektrische laswerkzaamheden of werkzaamheden aan het elektrische system
Gevaar voor de gezondheid
- Dit toestel mag worden gebruikt door kinderen vanaf 8aar en ouder evenals door personen met verminderd fysiek, zintuiglijk of mentala vermogen of gebrek aan kennis en ervaring, mits zich onder toezicht staan of+zijn geinstrueerd in het veilig gebruik van het toestel en zichinzicht hebben in de gezaren die het gebruik van het toestel met zich meebrengt.
- Elektrische toestellen zich geen spelgoed.
Houd en gebruik het toestel buiten het bereik van zeerjonge kinderen.
- Kinderen moeten onder toezicht staan om te garanderen dat ze Niet met het toestel spelen.
- Reiniging en gebruikersonderhoudogensiet door kinderen zondertoezicht wordenuitgevoerd.

LET OP! Gevaar voor schade
- Controller voor de ingebruikname of de spanning op het typeplaatje overeenkomt met de aanwezigste stroomvoorziening.
- Let erop dat andere voorwerpen geen kortslui-ting bij de contacten van het toestel veroorza-ken.
- Let op dat de negativie en positieve polen nooit in contactkommen.
Het toestel veilig monteren

GEVAAR! Het Niet in acheit nemen van deze waarschuwingen leidt tot ernstig letsel of de dood.
Explosiegevaar
- Monteer het toestel Niet opplaatsen waar gevaar voor gas- of stofexplosionie bestaat.

VOORZICHTIG! Het nicht in acht nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot Licht of matig letsel.
Gevaar voor letsel
- Let op een stabiele stand.
Het toestel moet zo veilig opgesteld en bevestigd worden, dat het Niet kan omvallen ofaar beneden kan vallen. - Zorg er bij het opstellen van het toestel voor dat alle kabels veilig zijn bevestigd, om struikelen te voorkomen.

LET OP! Gevaar voor schade
- Plaats de acculader Niet in de buurt van warmte-bronnen (verwarming, direct zonlicht, gaskchels enz.).
- Stel het toestel op een droge en gegen spatwater beschermde plaats op.
Veiligheid bij de elektrische aansluiting van het toestel

GEVAAR! Het Niet in acheit nemen van deze waarschuwingen leidt tot ernstig letsel of de dood.
Gevaar voor elektrische schokken
- Bij installment op boten:
Bij een verkeerde installmentie van elektrische toestellen op boten kan er corrosieschade aan de boot ontstaan. Laat het toestel monteren dooreen gespecialiseerde (scheeps-)elektricien.
- Als u aan elektrische installations werkt, zorg er dan voor dat er iemand in de buurt is die u in geval van noood kan helpen.

WAARSCHUWING! Het nicht in acht nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot ernstig letsel of dedood.
Gevaar voor elektrische schokken
-
Neem de aanbevolen kabeldoorsneden in acht.
-
Leg de kabels zodanig dat deze nicht beschadigd können raken door de deuren of de motorkap. Geplette kabels können tot levensgevaarlijke verwondingen leiden.

LET OP! Gevaar voor schade
- Gebruik holle buizen of leidingdoorvoeren, als ledingen door plaatwanden of andere wanden met scherpe randen geleid moeten worden.
- Plaats het 230V-netsnoer en de 12V-gelijktroomleiding Niet samen indezelfde kabelgoot.
- Leg de leidingen nied los of scherp geknikt.
- Bevestig de kabels op een veilige wijze.
- Trek Niet aan de kabels.
Veiligheid bij het gebruik van het toestel

GEVAAR! Het Niet in acht nemen van\ deze waarschuwingen leidt tot ernstig letsel of de dood.
Gevaar voor elektrische schokken
- Raak blanke leidingen nooit met blote handen aan. Dit geldt vooral bij gebruik op het wisselstroomnet.
- Om bij gevaar het toestel snel van het wisselstroomnet te+kunnen loskoppelen, moet het stopcontact zich in de buurt van het toestel bevinden en gemakkelijk toegankelijk+zijn.

WAARSCHUWING! Het Niet in ache nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot ernstig letsel of dedood.
Explosiegevaar
- Gebruik het toestel uitsluitend in gesloten, goed geventileerde ruimtes.

VOORZICHTIG! Het nicht in acht nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot Licht of matig letsel.
Explosiegevaar
- Gebruik het toestel niet on de volgende omstandigheden:
-In een zouthoudende,vochtige of natte omgeving
- In de buurt van agressieve dampen
- In de buurt van brandbare materialen
-Inexplosieveomgevingen
Gevaar voor elektrische schokken
- Voordatu het toestel start, moet uervoortzorgen dat het netsnoer en de stekker droog zichen en de stekker vrij is van roest of vuil.
- Scheid het toestel bij werkzaamheden algijd van de stroomvoorziening.
- Houd er rekening mee dat onderdelen van het toestel nog onder spanning hunnen staan, zichs als de zekering is gesprongen.
Maak geen kabels los als het toestel nog in gebruik is.

LET OP! Gevaar voor schade
- Zorg ervoor dat de luchtinlaten en -uitlaten van het toestel Niet afgedekt zich.
- Zorg voor goede ventilatie.
- Trek de stekker nooit aan de aansluitkabel UIT de contactdoos.
- Het toestel mag zich aan regen worden blootgesteld.
Veiligheid bij de omgang met accu's

WAARSCHUWING! Het nicht in acht nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot ernstig letsel of dedood.
Gevaar voor letsel
- Accu's hunnen agressieve en bijtende zuren bevatten. Vermijd elk lichamelijk contact met de accuvloeistof. Indien uw huid in aanraking komt met accuvloeistof, was dan het desbeteffende lichaamsdeel grondig met water.
Consulteer bij verwondingen door zuren in ieder geval een arts.

VOORZICHTIG! Het nicht in acht nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot Licht of matig letsel.
Gevaar voor letsel
- Draag bij het werkken met accu's geen metalen voorwerpen zoals horloges of ringen.
Loodzuraccu's kennen kortsluitstromen veroorzaken, die tot ernstige verbrandingen kunnen leiden. - Draag een veiligheidsbril en veiligheidskleding als u aan accu's werk. Raak uwogen Niet aan wanner u aan accu's werk.
Explosiegevaar
- Probeer geen bevroren of defeche accu's te laden.
Plaats de accu in een vorstvrije ruimte en wacht tot de accu op omgevingstemperatuur is. Start dan pas de laadprocedure.
- Rook Niet, gebruik geen open vuur of veroorzaak geen vonden in de buurt van de motor of een accu.

LET OP! Gevaar voor schade
- Gebruikuitsluitend herlaadbare accu's.
- Voorkom dat metalen onderdelen op de accu vallen. Dit kan leiden tot vonken of kortsluiting van de accu en andere elektrische delen.
- Let bij het aansluiten van de accu op de juiste polariteit.
- Neem de handleidingen in acht van de accufabrikant en van de fabrikant van de installmentie of het voertuig waarin de accu worden gebruikt.
- Als u de accu要去 verwijderen, koppel dan eerst de aardverbinding los. Verbreek alle verbindingen en maak alle verbruikers van de accu los, voordat u deze verwijdert.
- Bewaar alleen volledig opgeladen accu's. Laad opgeslagen accu's regelmatig op.
- Laad diep ontladen loodaccu's onmiddelijk op om sulfatering te voorkomen.
- Controller regelmatig het zuurniveau van open loodzuuraccu's.
Veiligheidsmaatregelen bij het gebruik van lithium-ion-accu's

VOORZICHTIG! Het nicht in acht nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot Licht of matig letsel.
Gevaar voor letsel
- Gebruik alleen accu's met geintegreerd accumanagementsystem en celbalancing.

LET OP! Gevaar voor schade
- Installer de accuuitsuitend in omgevingen met een omgevingstemperatuur van ten minste 0^ .
- Voorkom diepe ontlading van de accu's.
Omvang van de levering
Aantal Beschrijving
| 1 M T B C B |
| 1 Temperatuursensor met kabel (3 m) |
| 1 Verlengkabel (5 m) met adapter voor dis-playpaneel voor afstandsbediening |
| 1 Montagehandleiding en gebruiksaanwij-zing |
Accessoires
Verkrijgbaar als accessoires (niet bij de levering inbegrepen):
Aanduiding Artikelnr.
| Lastrelais (NC 12 V, 80 A) met | 9620000273 |
| installatiekabelset en klemmen-blok voor laadkabel met | (MT93080) |
| 2 ringkabelschoenen (voor instal- latievariant C1 en C2) | |
| D+ actieve simulator 9620000336 | (MT02159) |
Beoogd gebruik
De acculader (ook wel accuregelbooster genoemd) is bedoeld voor het opladen van 12Vaccu's in voertuigenijdens het rijden en op netspanning. Bovendien kan het apparaat worden gebruikt als een stabiele stroomvoorziening voor consumenten om de accu's volledig opgeladen te honden. Als er geen oplaadbron beschikbaar is, zorgt de pulserende werkung ervoor dat loodzuraccu's worden hersteld.
De accuregelbooster is bedoeld voor het opladen van de volgende accutypen:
De accuregelbooster is Niet bestemd voor het opladen van andere typen accu's (bijv. NiCd, NiMH enz.).
De accuregelbooster is geschikt voor:
- Installatie in caravans, kleine campers en bestelwagens met lage accucapaciteit (max. 70 Ah)
- Stationair of mobiel gebruik
- Gebruik binnenshuis
De accuregelbooster is nicht geschikt voor:
- Gebruik buiten
Dit product is alleen geschikt voor het beoogde gebruik en de toepassing in overeenstemming met deze gebruiksaanwijzing.
Deze handleiding geeft informatie die nodig is voor een correcte installmentie en/of correct gebruik van het product. Een slechte installmentie en/of onjuist gebruik of onderhoud leidt tot onbevredigende prestaties en möglichke storingen.
De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid voor letsel of schade aan het product als gevolg van:
- Onjuiste montage of aansluiting, inclusief te hoge spanning
-
Onjuist onderhoud of gebruik van andere dan door de fabrikant geleverde originele reserveonderdelen
-
Wijzigingen aan het product zonder uitdrukke-lijke toestemming van de fabrikant
- Gebruik voor andere doeleinden dan beschreven in deze handleiding
Domatic behoudt zich hetrecht voor om het uiterlijk en de specificaties van het product te wijzigen.
Technische beschrijving
Algemene beschrijving
Het toestel laadt op met 10 A op het 230V-elektriciteitsnet en 10 A tijdens het rijden.
Als geen van deze laadbronnen beschikbaar is, zorgt de geintegreerde pulsgeber voor het accuonderhoud.
De accuregelbooster heeft 3 bedrijfsmodi:
- Werking op netspanning: Opladen van de huishoudaccu, druppelladen van de startaccu en voeding van 12V-apparatuur via het 230V-elektriciteitsnet.
- Werking als versterker: Opladen van de huishoudaccu door de wisselstroomdynamo tijdens het rijden.
- Werking als pulsgever: De pulsgever kan worden geactiveerd wonneer er geen laadbron beschikbaar is om de accu te beschemmen gegen sulfatering.
De accuregelbooster bildet de volgende functies:
- Microprocessorgusturde IU0U-laadprogramma's met temperatuurcompensatie voorverschillende accutypen
- Hulplaaduitgang voor de startaccu
- Buffermodus: voldoet aan de laadkarakteristieken, zichs wonneer de accu worden opgeladen terwijl er verbruikersংaangesloten
- Filter voor boisnetonderdrukking: zorgt voor parallelle werkung van de accuregelbooster met andere oplaadbronnen, bijvoorbeeld netvoedingsladers of generatoren.
- Automatische compensatie van spanningsverlies veroorzaakt door de lenghte van de laadkabel (huishoudaccu)
De accuregelbooster heeft de volgende beschernende mechanismen:
- Hoogspanningsbeveiliging
- Onderspanningsbeveiliging
- Bescherming gegen hoge temperaturen
- Bescherming gegen lage temperaturen (alleen voor LiFePO4-accu's)
- Beveiling against kortsluiting
- Beveiling against omgekeerde polariteit (alleen voor aansluiting van de huishoudaccu)
De accuregelbooster kan via DIP-schakelaars aan de verschillende accutypen worden aangepast (zie hoofdstuk „Het laadprogramma instellen" op pagina 93).
De temperatuursensor bewaakt de accutemperatuur tijdens het laadproces (zie hoofdstuk „Temperatuursensor" op pagina 89).
De accuregelbooster is voorzien van een afneembaar displaypaneel voor afstandsbediening.
Toestelbeschrijving
| Nr. in afb. 1, Aanduiding pagina 3 | |||||
| 1 Netstekker | |||||
| 2 Displaypaneel | |||||
| 3 DIP-schakelaar | |||||
| 4 Aansluitingen en bedieningselementen | |||||
| 5 | R | u | b | b | e |
| 6 | T | e | m | p | e |
| 7 Verlengkabel (5 m) met adapter voor dis- playpaneel voor afstandsbediening | |||||
Aansluitingen en bedieningselementen
| Nr. in aflb. 2, Aanduiding Beschrijving pagina 3 | |
| 1 DIP-schakelaars Instelling van het laad- programma (zie hoofd- stuk „Het laadprogramma instel- len" op pagina 93) en andere functies. | |
| 2 TT-aansluiting 2 aansluitingen voor temperatuursensors | |
| 3 TR-aansluiting Uitgang voor het rege- len van een onderbre- kingsrelais (aansluitvarianten C, D) of een belastingsrelais (aansluitvariant E) | |
| 4 D+-aansluiting Ingang voor D+-signaal van de wisselstroomdy- namo of contactslotsig- naal (klem 15) | |
| 5 Netz Uitgang voor 12V-sig- naal indien aangesloten op elektriciteitsnet (max. 100 mA) | |
| 6 BORD+ | Aansluiting op de plus- pool van de 12V-huis- houdaccu |
| 7 COM- | Aansluiting op de min- pool van dehuishoyi- daccu/het chassis |
| e n v o | |
| a t u u r s e | pool van de 12V-star- taccu |
Displaypaneel
| Nr. in afb. 3, quota 4 | Aanduiding |
| 1 | Toets Aan/uit |
| 2 | Indicatielampjes |
Indicate-leds op het displaypaneel
| Led Status Beschrijving | |
| Current (rood) | Aan Laadstroom aanwezig; laad-modus netspanning of ver-sterker; Lichtsterkte geeft de intensiteit van de laadstroom aan |
| Uit Laadstroom <0,2 A | |
| Batt. I (geel) | Aan Huishoudaccu worden opgela- den in de laadmodus nets- panning of versterker |
| Knippert • Bescherming gegen hoge temperaturen • Alleen LFP-accu's: Bescher- ming gegen lage tempera- turen (< -20 °C) | |
| Knippert langzaam • Alleen LFP-accu's: Bescher- ming gegen lage tempera- turen (< 0 °C) | |
| Uit Niet opladen | |
| Battery full (groen) | Aan Huishoudaccu volledig opge- laden (100%); U2/U3-fase |
| Knippert Laadproces in U1-fase (loodaccu's: <75%, LFP- accu's: <90%) | |
| Main Charging (geel) | Aan Laadproces in I/U1-fase |
| Knippert • Overspanningsbeveiliging • Alleen LFP-accu's: tempera- ratuursensor is nicht aange- sloten | |
| Batt. II (geel) | Aan Laadmodus versterker; star- taccu laadt de huishoudaccu op |
| Uit Opladen met versterker nicht geactiveerd | |
| Led Status Beschrijving | ||
| Power (groen) | Aan Spanning aanwezig; laadmo-dus netspanning of versterker | |
| Knippert langzaam | Veiligheidsuitschakeling (hoofdstuk „Problemen oplossen" op pagina 96) • Interne storing in apparaat (oververhitting) | |
| Knippert in 20 s interval | Pulserende bedrijfsmodus | |
Acculaadfunctie
In de volgende situates wordt een hoofdlaadcyclus van de huishoudaccu gestart:
- Na stilstand van de wisselstroomdynamo of een stroomstoring
- Nadat de spanning voor 30 s onder de resetspanning van 12,75 V voor loodaccu's of 13,10 V voor LFP-accu's is gedaald.

INSTRUCTIE
In alle laadfasen (U1-fase tot U3-fase) is bijna de gehele möglichke laadstroom beschikbaar voor de aanvullende voeding van gelijkstroomverbruikers zonder de accu te ontladen.
De laadkarakteristieken voor volledig geautomatis-eerd continubedrijf zichonder bewaking worden aangepaste IUOU-karakteristieken genoemd (zie curve in afb. 6, pagina 5).
1: Analysefase
De accu is diepontlagen (>10%) . De accumulating wordt geanalyseerd met een toenemende laadstroom.
2: I-fase (constante-stroomfase)
Aan het begin van het laadproces wordt de lege accu continu opgeladen met de maximale laadstroom (100%). De laadstroom neemt af wanner de accu een laadtoestand van 75% (90% bij LFPaccu's) heeft bereikt. Accu's meteen spanning van 0V worden opgeladen met een lagere laadstroom totdat de accuspanning hoger is dan 9 V. De duur van de l-fase is afhankelijk van de toestand van de accu, de belasting door de gelijkstroomverbruikers en de laadtoestand. Om veiligheidsredenen wordt de l-fase na uiterlijk 15 eer beeindigd (in het geval van defecte accucellen of iets dergelijks).
3: U1-fase (constante-spanningsfase)
De U1-fase begint wanner de accu volledig is opgeladen. De laadstroom wordt verlaagd. Tijdens de U1-fase wordt de accuspanning constant op een hoog niveau gehonden. De duur van de U1-fase is afhankelijk van het accutype en de mate van ontlading.
4: U2-fase (druppelladen)
De U2-fase dient om de accucapaciteit (100%) in stand te houden. De U2-fase werkkt met een lagere laadspanning en variabele stroom. Als er gelijkstroomverbruikers zijn aangesloten, worden deze door het toestel van stroom voorzien. Alleen als het vereiste vermogen de capaciteit van het toestel overschrijdt, worden dit aanvullend vermogen door de accu geleverd. De accu worden verrolgens ontladen totdat het toestel wee in de I-fase komt en de accu oplaadt. De U2-fase is beperkt tot 24 tot 48 eer, afhankelijk van het accutype.
5: U3-fase (bufferladen)
Bij langdurig gebruik op het elektriciteitsnet voorkomt de U3-fase verdere ontlading van de accu (bijv. als deze langerearend Niet worden gebruikt, bij seizoensgebruik of als deze gedurende de winter wordt opgeslagen). Verder minimaliseert deze fase knalgasvorming en hij voorkomtplaatcorrosie.
Twee keer per week schakelt de oplader voor korteijd terug maar de U1-fase (max. 1uur) om de accu te reactiveren. Dit voorkomt vermoeidheids-verschijnsel zoals sulfatering of elektrolytstratifie. catie.
Temperatuursensor
Als de temperatuursensor is aangesloten, past de accuregelbooster de laadspanning (voor loodaccu's) of de laadstroom (voor LFP-accu's) aan aan de gemeten temperatuur van de accu.

INSTRUCTIE
- Voor loodaccu's: zonder de temperatuursensor worden de laadspanning aangepast op basis van een referentietemperatuur van 20^ .
- Voor LFP-accu's: Als de temperatuursensor Niet is aangesloten, werkt de accuregelbooster Niet.
De laadkarakteristieken worden als volgt aangepast:
- Voor loodzuaraccu's zie afb. 7, pagina 5
Voor AGM-accu's zie afb. 8, pagina 5 - Voor gelaccu'szie afb.9, pagina 5
Voor LFP-accu's, zie afb. 10, pagina 5
Legenda
| --- | Laadkarakteristiek zonder aangesloten temperatuursensor |
| — | Laadkarakteristiek met aangesloten temperatuursensor |
De accuregelbooster monteren
Montageplaats

LET OP! Gevaar voor schade
Controleer voor het boren of geen elektrische kabels of andere delen van het voertuig door boren, zagen en vrijlen beschadigd können raken.

INSTRUCTIE
De accuregelbooster kan in elke montagepositie worden gemonteerd.
Neem de volgende instructies in acht bij de keuze van de montageplaats:
- Zorg ervoor dat het montageoppervlak vlak en stevig is.
- Neem de aangegeven afstanden in acht (afb. 4, pagina 4).
Het displaypaneel gebruiken
Het displaypaneel kan worden gemonteerd afhankelijk van de montagepositie van de accuregel-booster.
Ga te werk zoals weergegeven in afb. 11, pagina 6 om het displaypaneel te draaien en weeer aan te brengen .
Ga te werk zoals weergegeven in afb. 12, pagina 6 om het displaypaneel als afstandsbediening te gebruiker.
Accuregelbooster aansluten

De elektrische aansluiting moet worden uitgevoerd door een bevoegde elektricien met aantoonbare kennis en vaardigheden op het gebied van de constructie en werkung van elektrische apparaten en installaties, die is opgeleid om de gevaaren die elektrische apparaten en installaties met zich meebrengen veilig te herkennen en te voorkomen.

WAARSCHUWING! Gevaar voor elektrische schokken
Neem de aanbevolen kabeldoorsneden, kabellentes en zekeringen in acht (zie tabel op pagina 91).

Breng dezekeringen in de buurt van de accu's aan om de kabel te beschemmen gegen kortsluiting en möglichk verschroeien.

LET OP! Gevaar voor schade
Zorg ervoor dat de polariteit Niet worden verwisseld.

INSTRUCTIE
In het geval van twee of meer accu's is parallelle aansluiting toegestaan als de accu's van hetzelfde type,dezelfdecapaciteit endezelfde leeftijd zijn.Sluit de accu's diagonal aan.
- Voor LFP-accu's van Dometic Böttner: om de interne temperatuur van de accu te meten, gebruikt u de aansluiting voor de temperatuursensor om de voeler van de temperatuursensor aan te sluiten op de minpool van de huishoudaccu.
Neem de volgende instructies in acht bij het aansluiten van de accuregelbooster:
- Kies de geschikte aansluitvariant.
Legenda voor afb. 13, vagina 7 t/m afb. 16, vagina 10:

Huishoudaccu

Startaccu
- Sluit algid de accuregelbooster aan voor aanslui- ten van de accu's.
-
Gebruik geen adereindhulzen. Strip de kabelui-teinden als volgt:
-
Signaalkabel 12 mm (0,5-1,5 mm²)
-
Laadkabel 15 mm
-
Bepaal de kabeldoorsnede:
| Kabeldoor-snede | Kabellength START+ haar de star-taccu | Kabellength COM- BORD+ haar huishou-daccu |
| 2,5mm2>4m>2m | ||
| 4mm2>8m>4m | ||
- Bescherm de pluskabel van de thuisaccu met een zekering I (20 A).
- Bescherm de pluskabel van de startaccu met een zekering II (30 A).
- Verbind COM- met de minpool van de thusisaccu of met massa (chassis).
- Verbind BORD+ met de pluspool van de thusisaccu.
- Verbind START+ met de pluspool van de startaccu.
- Verbind de minpool van de accu met de minpool van de startaccu of met de massa (chassis) (afb. 13 2, paginga 7 to afb. 16 2, paginga 10).
- Sluit de voeler van de temperatuursensor aan op de minpool van de accu (afb. 13 1, vagina 7 tot afb. 16 1, vagina 10).
- Selecteer het oplaadprogramma dat geschikt is voor het gebruikte type thuisaccu (zie hoofdstuk „Het laadprogramma instellen" op pagina 93).
Aansluitvariant A (afb. 13, pagina 7)
Aansluitvariant voor caravans, geschikt voor alle 12V-sleepvoertuigen volgens eerdere en toekomstige normen, Euro 6+ .

LET OP! Gevaar voor schade
Gebruik geen uitschakelrelais. Om de aanhangerstekker en de kabels in het sleepvoertuig te beschermen, beperkt de accuregelbooster het stroomverbruik tot 11 A in alle laadfasen.

INSTRUCTIE
- Een 13-polige aanhangeraansluiting (conform ISO 11446) met een 12Vlaadkabel (kabeldoorsnede >2,5mm^2 ) is vereist voor de verbinding met het sleepvoertuig.
-
De accuregelbooster schakelt automatisch de spanning op pin 10 UIT wonneer het contact wordenuitgeschakeld.
-
De accuregelbooster worden geregeld via pin 10 door startaccu van het sleepvoertuig.
-
Zet de DIP-schakelaar (afb. 2 1, pagina 3) in de stand „D+".
- Verbind +START met pin 10 (laadaansluiting aanhangeraccu) van de 13-polige aanhangwagencontactdoos (3).
- Verbind de minpool van de startaccu van het sleepvoertuig met pin 13 van de 13-polige aanhangeraansluiting (4).
- Ga voor het aansluiten van de accuregelbooster te werk zoals weergegeven in aflb. 13, vagina 7.
Aansluitvariant B (afb. 14, pagina 8)
Aansluitvariant voorkleine campers, geschikt voor alle 12V-voertuigen volgens eerdere en toekomstige normen, Euro 6+ .

INSTRUCTIE
- Deze variant is nicht geschickt als aangesloten verbruikers een hogere stroom dan 10 A afnemen, odomat de thusisaccu kan worden ontladen. Gebruik in dit geval verbindingsvariant C1.
-
Als de accuregelbooster is geactiveerd via klem 15 kan de startaccu worden ontladen wanner het contact wordt ingeschakeld werwijl de motor Niet draait. Gebruik een D+ Active simulator als er geen D+ signal beschikbaar is.
-
De accuregelbooster wordt geregeld via het D+ signaal van de dynamo of het contactslotsignaal (klem 15).
-
Zet de DIP-schakelaar (afb. 2 1, pagina 3) in de stand „D+".
-
Verbind de D+ klem met de dynamo (D + ) of het contactslotsignaal (klem 15).
- Ga voor het aansluiten van de accuregelbooster te werk zoals weergegeven in afb. 14, vagina 8.
Aansluitvariant C1 (afb. 15, pagina 9)
Aansluitvariant voorkleine campers met aanwezig uitschakelrelais, geschikt voor alle 12V-voertuigen volgens eerdere en toekomstige normen, Euro 6+ .

INSTRUCTIE
- Gebruik het belastingsrelais (NC 12 V, 80 A) met installmentikelset als er geen uitschakelrelais aanwezig is.
-
Als de accuregelbooster is geactiveerd via klem 15 kan de startaccu worden ontladen wonneer het contact wordt ingeschakeld werwijl de motor nicht draait. Gebruik een D+ Active simulator als er geen D+ signal beschikkaar is.
-
De accuregelbooster worden geregeld via het D+ signal van de dynamo of het contactslotsignal (klem 15).
- Het uitschakelrelais worden geregeld via de TR-aansluiting.
- Als de thuisaccu is ontladen of aangesloten verbruikers een hogere stroom dan 10 A van de thuisaccu afnemen, blijft het uitschakelrelais gesloten om laadstromen van meer dan 10 A möglich te make. Na een daling onder deze stroom of bij een toenemende laadtoestand van de thuisaccu worden het uitschakelrelais geopend en de accuregelbooster neemt het laadproces over.
- Zet de DIP-schakelaar (afb. 2 1, pagina 3) in de stand ^ ^+^
- Verbind de D+ klem met de dynamo (D + ) of het contactslotsignaal (klem 15) (4).
- Verbind het uitschakelrelais (3) met de TR-aansluiting.
- Ga voor het aansluiten van de accuregelbooster te werk zoals weergegeven in afb. 15, vagina 9.
Aansluitvariant C2 (afb. 16, pagina 10)
Aansluitvariant voorkleine campers met een aanwezig uitschakelrelais, Niet geschikt voor voertui-gen volgensnieuwere normen Euro 6+

INSTRUCTIE
Gebruik het belastingsrelais (NC 12 V, 80 A) met installmentekabelset als er geen uitschakelrelais aanwezig is.
- De accuregelbooster worden geregeld via de laadspanning bij de startaccu.
- Na het starten van de motor wordt de accuregel-booster geactiveerd wanner de spanning bij de startaccu toeneemt. Na het uitschakelen van de motor wordt de accuregelbooster gedeactiveerd wanner de spanning bij de startaccu afneemt.
- Het uitschakelrelais wordt geregeld via de TR-aansluiting.
-
Als de thuisaccu is ontladen of aangesloten verbruikers een hogere stroom dan 10 A van de thuisaccu afnemen, blijft het uitschakelrelais gesloten om laadstromen van meer dan 10 A möglichk te make. Na een daling onder deze stroom of bij een toenemende laadtoestand van de thuisaccu worden het uitschakelrelais geopend en de accuregelbooster neemt het laadproces over.
-
Zet de DIP-switch (afb. 2 1, paging 3) in de stand "V".
- Verbind het uitschakelrelais (3) met de TR-aansluiting.
- Ga voor het aansluiten van de accuregelbooster te werk zoals weergegeven in afb. 16, vagina 10.
Gebruik

LET OP! Gevaar voor schade
Voorkom dat het oplaadproces veel wordt onderbroken. Laad de accu's regelmatig volledig op terwijl het apparaat op netspanning werkt.

INSTRUCTIE
Gebruik eenkleine schroevendraier om de DIP-schakelaars voorzigintig in de vereiste stand te zetten.
Het laadprogramma instellen

LET OP! Gevaar voor schade
Gebruik alleen accu's die geschikt zich voor de aangegeven laadspanning.

INSTRUCTIE
- Selecteer het laadprogramma dat geschikt is voor het gebruikte type thuisaccu op basis van de specificaties van de fabrikant, de informatatie in onderstaande tabel en de technische gegevens (zie hoofdstuk „Technische gegevens" op pagina 99).
- Om gevoelige verbruikers te beschermen, is de laadspanning in alle laadprogramma's beperkt tot 15 V.
- De aangegeven laadtijden zijn van toe-passing op een gemiddelde omgevingstemperatuur van 20^ .
Schuif de DIP-schakelaars (afb. 2 1, pagina 3) in de posities die zich weergegeven in onderstaande babel om het laadprogramma voor het betreffende type huishoudaccu in te stellen.
| DIP-schakelaar-positie (grijs) | Gewenst laad-programma | U1 Volledig opladen | U2 Volledig druppelladen | U3 Bufferladen | |
| Lead Acid/AGM 1Off | D+Gel LiFePO4AGM 2Pulser | Lood-zuraccu's/AGM-accu's(14,4V)(afb.7, pagina 5) | 14,4 V(1,5-6 h) | 13,5 V(24 h) | 13,2 V(regenerate 2 keer per week: 14,4 V binnen 1 h) |
| Lead Acid/AGM 1Off | D+Gel LiFePO4AGM 2Pulser | AGM-accu's (14,7 V)(afb.8, pagina 5) | 14,7 V(1,5-5 h) | 13,6 V(24 h) | 13,2 V(regenerate 2 keer per week: 14,7 V binnen 1 h) |
| Lead Acid/AGM 1Off | D+Gel LiFePO4AGM 2Pulser | Gelaccu's(14,4 V)(afb.9, pagina 5) | 14,4 V(4-12 h) | 13,8 V(48 h) | 13,5 V(regenerate 2 keer per week: 14,4 V binnen 1 h) |
| Lead Acid/AGM 1Off | D+Gel LiFePO4AGM 2Pulser | LFP-accu's(14,4 V)(afb.10, pagina 5) | 14,4 V(0,3-1 h) | 13,8 V(24 h) | 13,5 V(geen regeneratie) |
De functie voor de TR-aansluiting selecteren

INSTRUCTIE
- Selecteer de functie voor de TR-aansluiting afhankelijk van de aansluitvariant.
- Als u deinstallingen wilt wijzigen, koppelt u het toestel tijdelijk los van de stroomvoorziening, de startaccu en de huishoudaccu.
Schuif de DIP-schakelaars (afb. 2 1, pagina 3) in de positie die is weergegeven in onderstaande tabel om de functie voor de TR-aansluiting in te stellen.
| DIP-schake- laarpositie (grijs) | Aansluitvariant |
| v | □ | D+ | A, B Opmerking: Functieselectie voor regeling via het D+-signaal van de dynamo of het contactslotsignaal (aansluiting 15). |
| v | □ | D+ | C1, C2 Opmerking: Functieselectie voor regeling via de laadspanning bij de startaccu. |
Schakeldrempel
-
Werking met regelsignal D+:
-
Toename van het laadvermogen bij de START+ aansluiting > 9,8 V
-
Toename van het laadvermogen bij de START+ aansluiting < 9,5V
-
Werking zonderregelsignal D+:
-
Toename van het laadvermogen bij de START+ aansluiting > 13,2 V
- Toename van het laadvermogen bij de START+ aansluiting < 13,0 V
-Uitschakeldrempel:13,0V(30s)
De pulserende bedrijfsmodus instellen

INSTRUCTIE
- Er mag slechts een pulsgeber tengelijk in een accusysteme worden geactiveerd. Zet de DIP-switch in de stand „Off" om het pulsbedrijf uit te schakellen als er al een pulsgeber is geinstalleerd.
- Het pulsbedrijf worden automaticisch gedeactiveerd wonneer het laadprogramma voor LiFePO4-accu's worden ingesteld.
Schuif de DIP-switches (afb. 2 1, pagina 3) in de stand die is weergegeven in de onderstaande babel om de pulserende bedrijfsmoduste activeren of deactiveren.
De groene led „Power" knippert om de 20 s.
Pulsgeber is geactiveerd. De huishoudaccu is getraind.
Functie

DIP-schakelaar-positie (grijs)
De pulsgever wordt automatisch geactiveerd wanneer noch de netspanningsmodus, noch versterkingsmodus is ingesteld:
- Activering van pulsgever bij spanning op klem BORD+ van <13,5 V
- Deactivering van pulsgever bij spanning op klem BORD+ van <11,00 V

Pulsgeber is gedeactiveerd.
De nachtmodus instellen

INSTRUCTIE
Bij gebruik van de nachtmodus blijft het system voor 10aar in deze modus en keert het verwolgens terug maar de normale werking.
In de nachtmodus worden de koelventilator in de laagste stand gezet voor een stille werkung. Het display worden donker gemaakt. Alle leds op het display, behalve de led „Current“, worden uitgeschakeld.
Druk een keer op de knop On/Off op het display om de nachtmodus te activeren of te deactiveren.
Het ledlampje "Current" gaat gedimd rood branden.
De laadstroom beperken
Om de laadstroom in de boostermodus te beperken, de DIP-switches gebruiken aan de城县kant van het displaypaneel (afb. 1 3, pagina 3).
| DIP-schakelaar-positie (grijs) | Functie |
| AB | Laadstroom.beperkt tot10 A (fabrieksinstelling)Opmerking:Aanbevolenvoor campers. |
| AB | Laadstroom.beperkt tot 8 AOpmerking:Aanbevolenvoorkleine caravanaccu's. |
Laadproces onderbreken
Trek de stekker uit het stopcontact om het oplaadproces te onderbreken wanneer het apparatusat op netspanning werkt.
Om het laadproces tijdens boosterbedrijf te onderbreken, de D+ aansluiting ontkoppelen om het D+-signaal van de dynamo of het contactslotsignaal te onderbreken.
Reiniging en onderhoud

WAARSCHUWING! Gevaar voor elektrische schokken
Trek de stekker van het toestel voor reining en onderhoud uit het stopcontact.

LET OP! Gevaar voor schade
- Reinig het toestel nooit onder stromend water of in afwaswater.
- Gebruik geen scherpe of harde voorwerpen, schurende reinigingsmidden of bleekmiddel bij het reinigen. Daardoor kan het toestel beschadigd raken.
Reinig het toestel geregeld met een zachte, vochtige doeK.
Controllerer onder spanning staande kabels regelmatig op beschadigde isolatie, kabelbreuk of losse contacten.
Controller regelmatig of het apparaat goed werkt door de individieleds op het display te controlleren.
Problemen oplossen
| Fout Mogelijk oorzaak Voorgestelde oplossing | ||
| De accuregelbooster werkt nicht. De groene led „Power" brandt nicht. | Beschadigde isolatie, kabelbreuk of losse contacten van onder spanning staande kabels. | ► Controller onder spanning staande kabels op beschadigde isolatie, kabelbreuk of losse contacten. ► Neem contact op met een erkende klantenservice als u geen fout kunt vinden. |
| Er is kortsluiting ontstaan. Als de zekering van het toestel is geacti-veerd door overstroom, moet deze worden verrangen door een bevoegde klantenservice. | ||
| De accuregelbooster werkt nicht. De gele led „Main Char-ging" knippert. | Overspanningsbeveiliging van de huis-houdaccu. Accuspanningen te hoog (>15,5 V). | ► Verlaag de aangesloten spaningen (<12,75 V). ► Reset het apparaat door het regelsig-naal bij D+/ klem 15 te verwijderen. Schakel de motor uit en koppel het toestel los van het elektriciteitsnet. |
| Overspanningsbeveiliging van de star-taccu. Accuspanningen te hoog (>16,5 V). | ► Verlaag de aangesloten spaningen. De accuregelbooster start automatisch opnieuw op wanner de spanning daalt tot de herstartwaarde (<16,5 V). | |
| Aansluiting van defecte laadsystemen. | ► Controller en verwijder defecte laadsystemen indien nodig. | |
| Alleen LFP-accu's: temperatuursensor is nicht aangesloten. | ► sluit de temperatuursensor aan. | |
| Ongebruikelijk lange laad-tijd. De gele led „Batt. I" knippert. | Bescherming gegen hoge temperatu-ren: de accuregelbooster schakelt over� aan een lagere laadspanning (12,8 V) als de temperatuur van de accu boven de uitschakelwaarde kommt (>50 °C). | ► Zorg ervoor dat de luchtinlaten en -uit-laten Niet+zijn afgedekt of geblok-keerd. ► Laat de accu afkoelen. De accuregelbooster keert automatisch terug maar de volledige laadspanning wanner de temperatuur daalt tot de her-startwaarde (<48 °C). |
| Bescherming gegen lage temperaturen (alleen voor LFP-accu's): de accuregel-booster schakelt over� aan een lagere laadspanning (12,8 V) als de tempera-tuur van de accu onder de uitschakel-waarde daalt (<20 °C). | ► Verplaats de accu� een warmere locatie. De accuregelbooster keert automatisch terug� de volledige laadspanning wanner de temperatuur derherstart-waarde overschrijdt (>18 °C). | |
| Ongebruikelijk lange laad-tijd. De gele led „Batt. I"knippert langzaam. | Bescherming gegen lage temperaturen(alleen voor LFP-accu's): De accuregel-booster schakelt over maar een lagere laadstroom als de temperatuur van de accu onder de uitschakelwaarde daalt(<0 °C). | ➢ Verplaats de accu� een warmere locatie (0 °C).De accuregelbooster start automatisch opnieuw wonneer de temperatuur de startwaarde (> 0 °C) overschrijdt. |
| De accuregelbooster stopt het laadproces. Het groene ledlampje „Power" knippert langzaam. | Uitschakeling door veiligheidstimer. De l-fase heeft te lang geduurd (>15 uu). | ➢ Reset het toestel door het regelsignal op D+ te verwijderen. Schakel de motor uit en koppel het toestel los van het elektriciteitsnet. |
| Te veel gelijktroomverbruikers aange-sloten. | ➢ Verminder de aangesloten gelijktroomverbruikers. | |
| De accu is defect. | ➢ Vervang de accu. | |
| Oververhitting van de accuregelbooster. | De accuregelbooster start automatisch opnieuw wonneer de temperatuur daalt. | |
| De accu worden nicht meer opgeladen of kan de lading Nieteer vasthouden. | De accu is defect. | ➢ Vervang de accu. |
| De volledige laadstroom wordt Niet bereikt. De groene led „POWER" brandt. | De thusisaccu is al opgeladen. | ➢ Belasting met krachtige verbruikers. |
| De accuklemen+zijn Niet correct ver-bonden. | ➢ Controller de verbindingen.➢ Controller de kabeldoorsneden en -lengthes (zie tabel op pagina 91).➢ Controller de gestripte kabeluitein-den.➢ Controller de spanningen direct aan de klemcontacten. | |
| De accu is sterk gesulfateerd. | ➢ Vervang de accu. | |
| De DIP-schakelaar aan de achterkant van het displaypaneel is verkeerd inge-steld. | ➢ Controller de instelling van de DIP-schakelaar aan de achterkant van het displaypaneel (zie hoofdstuk „De laadstroom beperken" op pagina 95). | |
| Display is slechts gedim verlicht. | Nachtmodus is geactiveerd. | ➢ Schakel de nachthmodus uit (zie hoofdstuk „De nachthmodus instellen" op pagina 95). |
Verwijdering
Verpakkingsmaterialial recyclen

Gooi het verpakkingsmaterial indien mogelijk.altijd in recyclingafvalbakken.
Producten met nicht-verbargbare batterijen, oplaadbare batterijen of lichtbronnen recyclen

Als het product Niet-verbangbare batterijen, oplaadbare batterijen of lichtbronnen bevat, hoeft u die Niet te verwijderen voordat u het product afvoert.
Als u het product definitief weg wilt doen, vraag dan bij het dichtstbijzijnde afvalwerkingsbedrijf of uw dealer maar de betreffende afvoervoorschriften.
Het product kan gratis worden afgevoerd.
Garantie
De wettelijk garantiperiode is van toepassing. Als het product defect is, neem dan contact op met de detailhandel of met het filial van de fabrikant in uw land (zie dometic.com/dealer).
Stuur voor de afhandeling van reparaties of garantie de volgende documenten mee:
- Een kopie van de factuur met datum van aankoop
- De reden voor de claim of een beschrijving van de fout
Houd er rekening mee dat eigenmachtige of nichtprofessionele reparatie gevolgen voor de veiligheid kan hebben en dat de garantie hierdoor kan komen te vervallen.
Technische gegevens
| Laaduitgang huishoudaccu | |
| Nominale accuspanning 12 - 13,3 | V= |
| Aanbevolen accucapaciteit 40 - 15 | 0 Ah |
| Maximale voorlaadstroom van een diepontlagen accu (0-9 V) | 5 A |
| Minimale accuspanning voor het begin van het laden | 0 V |
| Laadingang/-uitgang startaccu | |
| Nominale accuspanning 12 V= | |
| Aanbevolen accucapaciteit 40 Ah | |
| Werking op netspanning | |
| Nominale bedrijfspanning (AC) 230 V~/45 - 65 Hz | |
| Spanningsbereik • Volledig laadvermogen 190 - 265 V~ • Kortstondig (5 s) 30 5 V~ | |
| Sinusoidaal stroomverbruik, arbeidsfactorcorrectie (CosPhi = 1) | Ja |
| Max. opgenomen vermogen (AC) 165 W | |
| Max. stroomverbruik (AC) | 0,001 A |
| Signaaluitgang „Netz“, indicate-lampje/max. | 12 V/0,1 A |
| Laadstroom, gereguleerd (I-fase) | 10 A |
| Laad-/buffer-/belastingsstroom, gereguleerd (U1-, U2-, U3-fase) | 0 - 10 A |
| Werking als versterker | |
| Max. opgenomen vermogen (DC) 125 W | |
| Max. stroomverbruik (DC) | 11,0 A |
| Minimale accuspanning voor het begin van het laden | 9,5 V |
| Laad-/buffer-/belastingsstroom, gereguleerd (U1-, U2-, U3-fase) | 0 - 10 A |
| Gereduicerde laad-/buffer-/belastingsstroom, gereguleerd (U1-, U2-, U3-fase) | 0 - 8 A |
| Werking op netspanning en als versterker | |
| Sperstroom van accu | 0,003 A |
| Werking als pulsgever | |
| Dubbele-piekstroomimpulsen, kortstondig | < 100 A |
| Algemene technische gegevens | |
| Beschermingsklasse/IP-code | I/IP21 |
| Omgevingstemperatuur voor bedrijf | -20 °C tot +45 °C |
| Omgevingsvochtigheid | ≤ 95%, nicht-con-denserend |
| Afmetingen (b x d x h) | 270 x 223 x 74 mm (afb. 5, paging 4) |
| Gewicht | 2,65 kg |
| Inspectie/certificering | CE UK CA |