008052 - Niet gecategoriseerd Hamron - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 008052 Hamron in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Niet gecategoriseerd in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 008052 - Hamron en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 008052 van het merk Hamron.
GEBRUIKSAANWIJZING 008052 Hamron
- Overschrijd de in de tabellen aangegeven maximale trekkrachten niet. Schokbelastingen mogen de aangegeven waarden niet overschrijden. LIERKOPPLING
- De lierkoppeling moet volledig ontkoppeld zijn wanneer de lier niet in gebruik is en volledig ingekoppeld zijn wanneer de lier wel in gebruik is. ACCU
- Gebruik alleen accu's die in goede staat verkeren. Vermijd contact met accuzuur en andere verontreinigende stoen.
- Draag altijd een veiligheidsbril bij het werken met accu's.
- Laat de motor van het voertuig draaien tijdens het takelen om de accu volledig opgeladen te houden. REPARATIE Gebruik bij reparatie en onderhoud alleen identieke reserveonderdelen - niet-identieke reserveonderdelen kunnen leiden tot ernstige ongevallen en persoonlijk letsel. WAARSCHUWING! Het gebruik van andere dan de aanbevolen accessoires of hulpstukken kan leiden tot persoonlijk letsel. GEBRUIK
- Gebruik de lier niet als de kabel beschadigd is.
- Controleer de lier zorgvuldig vóór gebruik. Alle onderdelen die beschadigd zijn moeten worden gerepareerd of vervangen door een erkend servicecentrum.
- Gebruik de lier nooit als het synthetische touw minder dan 10 keer, of de staalkabel minder dan 6 keer op de trommel is VEILIGHEIDSINSTRUCTIES PERSOONLIJKE BESCHERMING
- Draag geen loszittende kleding, sieraden, horloges of soortgelijke voorwerpen, die in bewegende delen verstrikt kunnen raken. Houd handen en andere lichaamsdelen uit de buurt van de trommel en de kabel tijdens het takelen.
- Draag sterke beschermende handschoenen bij het hanteren van de kabel. Hanteer de kabel niet met blote handen - gebroken draden zijn scherp en kunnen verwondingen veroorzaken.
- Draag antislipschoenen.
- Draag een haarnetje als u lang haar hebt.
- Houd omstanders op veilige afstand van de lijn/kabel en de last wanneer de lier in werking is. De aanbevolen minimale veiligheidsafstand is 1,5 maal de lengte van de lijn/de kabel. Als de kabel loskomt of breekt, wordt het uiteinde met grote kracht teruggeworpen tegen de lier, "zweepslageect" en dit kan ernstig persoonlijk letsel of overlijden tot gevolg hebben.
- Stap nooit over de lijn/kabel.
- Toeschouwers moeten uit de buurt van het werkgebied worden gehouden. Zorg ervoor dat u altijd stevig en in evenwicht staat.
- Draag het product nooit in het snoer. Trek niet aan het snoer om de stekker eruit te trekken.
- Bescherm het snoer tegen hitte, olie en scherpe randen. MOTOR
- Als de motor zo heet wordt dat deze niet kan worden aangeraakt, stop dan met de werkzaamheden en laat de motor een paar minuten aoelen.
- Als de belasting zo groot wordt dat de lier stopt, moet de motor onmiddellijk worden uitgeschakeld. ELEKTRISCHE LIERNL
kabel in het midden op de rollen worden gehouden. In geval van dubbele trekkracht bij stationair takelen moet de haak aan het chassis van het voertuig worden bevestigd.
- Gebruik bij het verankeren aan boomstammen e.d. geschikte ringen of harpsluitingen voor een veilige verankering.
- Een staalkabel moet altijd minimaal 6 keer op de trommel zijn gedraaid en een synthetisch touw moet minimaal 10 keer op de trommel zijn gedraaid. Anders kan het touw/de kabel onder belasting losraken van de trommel en lichamelijk letsel en/of materiële schade veroorzaken.
- Bij levering is de staalkabel voorzien van een rode markering die aangeeft wanneer deze nog 5 slagen op de trommel zit. Zet de kabel nooit onder spanning als deze is afgewikkeld tot voorbij het punt waar de rode markering op de rol zichtbaar is.
- De lier heeft de grootste trekkracht wanneer de draad direct op de trommel ligt, d.w.z. wanneer deze bijna volledig is afgewikkeld. Trek de kabel daarom zoveel mogelijk uit bij zware lasten. Er moeten echter altijd minimaal 10 slagen van het touw en minimaal 6 slagen van het staalkabel op de trommel zitten - zie de rode markering op het kabel. Indien dit niet mogelijk is, gebruik dan klapblokken en dubbele touw-/kabelopstellingen.
- Hang bij voorkeur een zware deken, jas of iets dergelijks over het touw/de kabel in de buurt van het haakuiteinde wanneer u een zware last takelt. Door het gewicht vermindert het risico dat het uiteinde van de kabel wordt weggeslingerd, het "zweepslageect" als het touw/de kabel breekt.
- Zorg ervoor dat het touw/de kabel gelijkmatig wordt opgerold, anders kan het touw/de kabel vast komen te zitten. Als dit gebeurt moet u de lier naar voren en naar achteren rollen, zodat het touw/ de kabel wordt afgewikkeld en opnieuw gedraaid. De enige functie van de eindbevestiging is te voorkomen dat het touw of kabel van de trommel afrolt, het vormt GEEN dragend bevestigingspunt. Onjuiste installatie en/of afwikkelen tot de laatste slag veroorzaakt belasting op de eindbevestiging, waardoor het touw/de kabel losschiet van de eindbevestiging.
- Wikkel voor elk gebruik het touw/de kabel volledig af en wikkel hem op de trommel op met een belasting van minimaal 4500
- Enige oneenheid bij het oprollen veroorzaakt geen problemen bij het takelen, maar het touw/de kabel mag niet volledig aan één kant van de trommel worden opgerold. Als dit gebeurt, rolt u de lier af om de spanning van de lier te halen en het bevestigingspunt dichter bij het midden van het voertuig te brengen. Rol de kabel af en rol hem opnieuw op, en zorg ervoor dat hij zich gelijkmatig op de trommel rolt.
- Bewaar de handbediening afgeschermd in het voertuig. Controleer vóór elk gebruik of deze niet beschadigd is.
- Ontkoppel de liertrommel en sluit de handbediening aan om het takelen te starten. Sluit de liertrommel nooit aan terwijl de motor draait.
- Bevestig de haak nooit rond het touw/de kabel – risico op materiële schade. Gebruik een geschikte kabel of ketting.
- Houd toezicht op de lier tijdens het gebruik. Blijf tijdens het takelen op veilige afstand van het touw/de kabel en de last. Stop de lier na elke opgewikkelde meter touw/kabel en controleer of het touw/de kabel gelijkmatig oprolt. Als het touw/de kabel vast loopt, kan de lier haperen.
- Bevestig een sleepkabel of iets dergelijks nooit aan de bevestiging van de lier, maar aan het chassis van het voertuig.
- Met klapblokken kan de trekkracht van de lier worden verdubbeld, ten koste van een halvering van de takelsnelheid, en kan deNL
kabel licht aan te spannen. Houd het touw/de kabel met één hand vast en houd de handbediening/ afstandsbediening in de andere hand. Begin zo ver mogelijk naar achteren en zo dicht mogelijk bij het midden. Loop langzaam naar de lier toe terwijl het touw/de kabel wordt opgerold, en houd het touw/de kabel daarbij steeds strak.
- Laat het touw/de kabel niet door uw hand glippen en loop niet te dicht naar de lier toe.
- Stop in plaats daarvan de lier, pak hert touw/de kabel een eindje verder opnieuw vast en herhaal de procedure totdat op 1m na alle touw/kabel is opgerold.
- Koppel de handbediening los, ontkoppel de liertrommel en wikkel de resterende meter touw/kabel weer op door de trommel met de hand te draaien.
- Indien de lier zodanig is gemonteerd dat de trommel niet toegankelijk is, moet de gehele lengte van hettouw/de kabel met de liermotor worden opgerold, maar wees zeer voorzichtig en let erop dat uw handen niet bekneld raken. SYMBOLEN Lees de gebruiksaanwijzing. Goedgekeurd volgens de geldende richtlijnen/ verordeningen. Afvoeren als elektrisch afval. wordt opgerold. Probeer nooit een vastgelopen touw/kabel los te maken terwijl deze onder spanning staat. Haal de spanning van het touw/de kabel en maak hem met de hand los.
- Zet de wielen van het voertuig vast met wielblokken wanneer deze op een helling staat.
- Takel nooit een voertuig die in de versnelling of, in het geval een automaat, die in de parkeerstand staat. Hierdoor kan de aandrijnrichting van het voertuig beschadigd raken.
- Wikkel de kabel nooit om een voorwerp en maak de haak nooit vast aan de kabel.
- Zorg ervoor dat niemand zich in de buurt of in de lijn van de kabel bevindt wanneer deze wordt gespannen. Als de kabel loskomt of breekt, wordt het uiteinde met grote kracht teruggeworpen tegen de lier, "zweepslageect" en dit kan ernstig persoonlijk letsel of overlijden tot gevolg hebben. Ga altijd op een veilige afstand naast de kabel staan wanneer deze onder spanning staat.
- Laat de handbediening niet ingekoppeld wanneer de lier niet in gebruik is.
- Gebruik de lier niet als hefgereedschap.
- De lier mag niet worden gebruikt voor het vastzetten van lading.
- Rol niet meer kabel uit dan nodig is om de kabel te ontlasten. Een te lang afgerolde kabel kan de onderdelen van de lier beschadigen.
- De lier mag niet worden gebruikt om ladingen te laten zakken, bijvoorbeeld bij het lossen uit voertuigen.
- Draag sterke beschermende handschoenen bij het oprollen. Om het touw/de kabel weer correct op de trommel te wikkelen, moet het strak worden gehouden door het touw/deNL
(bouten met een sterkteklasse van 8.8 of hoger). Gebrekkige bevestiging doet de garantie vervallen.
2. De schroeven voor de
4bevestigingspunten van de lier moeten M10 x 32 met sterkteklasse 10.9 zijn; deze moeten met minimaal 60 Nm zijn vastgedraaid en zijn voorzien van een geschikte schroeorging om onbedoeld losraken te voorkomen.
3. De touwgeleiderrollen moeten zo worden
gemonteerd dat het touw/de kabel correct op de trommel wordt gerold.
4. De trekkracht moet worden gemonteerd
met de opening aan de beoogde trekrichting. De trekkracht mag niet op de touwgeleiderrollen worden uitgeoefend, het mag alleen de draad in bedwang houden.
5. De afmetingen van de lier en de
bevestigingspunten voor de lier worden samen met de technische gegevens van de lier verstrekt.
1. Plaats de lange beugels (haak naar voren)
met afstandsstukken op de relaiskast en schroef ze vast. AFB. 1
2. Plaats de relaiskast op de trekstangen,
met de beugelhaken naar voren, en draai de schroeven aan de achterkant vast. AFB. 2A-E
3. De montage is hierna voltooid. Sluit de
lier aan volgens het bedradingsschema Verticale montage op de trekstangen boven de trommel TECHNISCHE GEGEVENS Spanning 12 V gelijkstroom Vermogen 4854 W Overbrengingsverhouding 161:28 Trekkracht (max.) 4309 kg Afstandsbediening Ja Kabelsnelheid 2,1 m/min Kabeldiameter 8,0 mm Kabellengte 28,5 m Batterijkabels 1,83 m Beschermingsklasse IP67 Afmetingen 529 x 160 x 196 mm Gewicht 35 kg MONTAGE
MONTAGE OP EEN VOERTUIG
- De lier moet met zijn vier bevestigingspunten worden gemonteerd op een geschikt horizontaal of verticaal stalen frame.
- Het is van het grootste belang dat het stalen frame helemaal vlak is, zodat de liermotor, de tandwielkast en de trommel precies in één lijn liggen.
- Controleer alvorens u met de montagewerkzaamheden begint, of de te gebruiken beugel bestand is tegen de maximale trekkracht van de lier.
- De montage van de lier en/of de voorste beschermplaat kan van invloed zijn op de activatie van de airbags van het voertuig. Controleer daarom, als het voertuig is uitgerust met airbags, of het montagesysteem is goedgekeurd voor de installatie van de lier.
1. Volg de onderstaande instructies als u
een eigen bevestigingssteun voor de lier wilt maken. De montageplaat moet van staal zijn en minimaal 6 mm dik zijn. Bevestigingsonderdelen moeten zijn gemaakt van hoogwaardig staal met een treksterkte van minimaal 640 MPaNL
2. Dunne zwarte draad (A’)
3. Korte gele draad (C’)
4. Korte zwarte draad (D’)
5. Korte rode draad (B’)
6. Lange zwarte draad (–ve)
1. Sluit de korte rode draad (B’) aan op de
rode klem (B) van de motor.
2. Sluit de korte gele draad (C’) aan op de
gele klem (C) van de motor.
3. Sluit de korte zwarte draad (D’) aan op de
zwarte klem (D) van de motor.
4. Sluit de dunne zwarte draad (E’) aan op
de onderste klem (A) van de motor.
5. Sluit het ene uiteinde van de 1,8 m lange
zwarte draad (–ve) aan op de onderste klem van de motor (A’) en het andere uiteinde op de minpool (–) van de accu.
6. Sluit de lange rode draad (+ve) aan op de
2. Plaats de aan elkaar bevestigde beugels
(haak naar voren) op de relaiskast en schroef ze vast. AFB. 4
3. Plaats de relaiskast op de trekstangen,
met de beugelhaken naar voren, en draai de schroeven aan de achterkant vast. De montage is hierna voltooid. Sluit de lier aan volgens het bedradingsschema. AFB. 5 Montage op een motor
1. Draai de schroef aan de zijkant van de
relaiskast los, monteer de kleine beugel aan de zijkant van de kast en schroef deze vast. AFB. 6
2. Draai de trekstangschroeven bij de motor
los en zet de relaiskast op zijn plaats. AFB. 7
3. Draai de trekstangschroeven vast. De
montage is hierna voltooid. Sluit de lier aan volgens het bedradingsschema. AFB. 8 ELEKTRISCHE AANSLUITING Het eigen elektrische systeem van het voertuig is voldoende om te takelen. Het is echter belangrijk dat de accu volledig is opgeladen en dat de elektrische aansluitingen correct zijn aangebracht. Laat de motor van het voertuig draaien tijdens het takelen om de accu volledig opgeladen te houden. Zorg ervoor dat de draden correct worden aangesloten zoals afgebeeld.
Gebruik voordat u de lier gebruikt. Maak uzelf vertrouwd met de bedieningselementen en het gebruik van het product. Maak een planning om te oefenen. Leer uzelf niet alleen te zien, maar ook te horen hoe de lier werkt onder verschillende belastingen. Leer de geluiden te herkennen van soepel en gelijkmatig takelen met lichte en zware belasting en de geluiden van het schokken en verschuiven van de gelierde last. Uiteindelijk zult u vertrouwd raken met zowel de geluiden als de aanblik van het werken met de lier – het werken met de lier zal routine worden. TAKELEN LET OP! Na elk gebruik, rolt u de kabel terug op de trommel met de laagste belasting, 4500 N.
1. Zet het voertuig op de parkeerrem en zet
de wielen vast met wielblokken.
2. Trek de kabel op de gewenste lengte
uit en zet deze vast. De liertrommel kan worden ontkoppeld, waardoor de kabel snel kan worden afgerold. De koppelingshendel op de versnellingsbak wordt gebruikt zoals hieronder afgebeeld. – (A) Ontkoppel de trommel door de koppelingshendel in de stand OUT te zetten. De trommel kan vrij ronddraaien wanneer de kabel wordt afgerold. – (B) Koppel de trommelaandrijving aan door de koppelingshendel in de stand IN te zetten. De lier is dan klaar voor gebruik.
3. Controleer of de kabel en eventuele
hulpmiddelen correct zijn aangebracht voordat u de lier start.
4. Sluit de handbediening aan. Om
- Gebruik alleen accu's die in goede staat verkeren.
- Trek nooit aan de accukabels waardoor ze beschadigd kunnen raken.
- Gecorrodeerde elektrische aansluitingen leiden tot vermogensverlies en kunnen kortsluiting veroorzaken.
- Maak alle elektrische aansluitingen schoon, met name de aansluiting van de handbediening.
- Bescherm tegen corrosie met siliconenspray als het voertuig wordt gebruikt in een kustklimaat of in een andere zoute omgeving.
- Haak de sleutelgatvormige gaten aan de achterkant van de lier over de pennen op de montageplaat.
Gebruik een extra sleutel voor tegendruk onder de moer, om de klem te ontlasten, zodat deze niet breekt. Draai niet te strak aan.
AFB. 11 AANWENDING BELANGRIJK! Lees de veiligheidsinstructies onder het kopjeNL
mogelijk vanaf de bestuurdersplaats van het voertuig worden bediend.
5. Om de lier te starten, start u de motor van
het voertuig, ontkoppelt u de parkeerrem, zet u de versnelling in neutraal en laat u de motor van het voertuig stationair draaien.
6. Bedien de lier met de schakelaar van
de handbediening (stand IN en OUT). Controleer regelmatig of de kabel gelijkmatig op de trommel wordt gewikkeld. De trekkracht moet minimaal 4500 N bedragen. AFB. 12 AFB. 13 ONDERHOUD Om de lier in goede conditie te houden, moet u deze eenmaal per maand inspecteren en de werking ervan controleren volgens de onderstaande instructies.
1. Trek ongeveer 5 m touw/staalkabel
uit met de liermotor. Koppel de lieraandrijving los en trek nog eens minimaal 15 m touw/staalkabel uit. Zorg ervoor dat u altijd minimaal 6 wikkelingen staalkabel en 10 wikkelingen synthetisch touw rond de trommel over hebt.
2. Schakel de lieraandrijving in en wikkel
het touw/de staalkabel terug op de trommel. Inspecteer het touw/de kabel op beschadiging terwijl deze weer op de trommel wordt gewikkeld. Om te voorkomen dat het touw/de kabel vast komt te zitten en beschadigd raakt, moet het touw/de kabel tijdens het oprollen op een spanning van minimaal 4500 N worden gebracht. SMEREN Alle bewegende delen van het product worden vanaf de fabriek permanent gesmeerd met lithiumvet voor hoge temperaturen. Onder normale omstandigheden is geen extra smering nodig. Smeer de draad regelmatig in met een dunne olie met een goed penetrerend vermogen. Controleer de kabel regelmatig op beschadigingen, zoals gebroken draden. Vervang de kabel als deze beschadigd is.
SimpelGids