TCS33EDT - Zaag HiKOKI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TCS33EDT HiKOKI in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over TCS33EDT HiKOKI
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TCS33EDT - HiKOKI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TCS33EDT van het merk HiKOKI.
GEBRUIKSAANWIJZING TCS33EDT HiKOKI
OPMERKING: Sommige apparaten zijn hier niet van voorzien. Symbolen WAARSCHUWING Hieronder staan symbolen afgebeeld die van toepassing zijn op deze machine. U moet de betekenis hiervan begrijpen voor gebruik. Het is belangrijk dat u de volgende veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen leest, goed begrijpt en opvolgt. Nalatig of onjuist gebruik van de machine kan ernstig of zelfs dodelijk letsel veroorzaken. Aan/Start Lees alle waarschuwingen en aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing en op de machine zelf, zorg ervoor dat u ze begrijpt en volg ze stipt op. Uit/Stop Draag altijd oog-, hoofd- en gehoorbescherming wanneer u deze machine gebruikt. Noodstop Waarschuwing, gevaar van terugslag. Let op plotselinge, onverwachte en onbedoelde bewegingen van het zwaard naar boven en/of achteren. Mengsel van benzine en olie Gebruik met één hand is niet toegestaan. Houd de zaag stevig met beide handen vast, met uw duim goed vast om de voorste handgreep bij het zagen. Vullen met kettingolie De zaag is ontworpen voor boomsnoeiing en dient daarom alleen door geschoolde vaklui te worden gebruikt voor het werk boven in de bomen. Carburatorinstelling - Onbelast Het is heel belangrijk dat u beschermende kleding draagt voor voeten, benen, armen, handen en onderarmen. Carburatorinstelling – Lage snelheid Kettingrem Carburatorinstelling – Hoge snelheid Choke – In bedrijf (open) Hete oppervlakte Choke - Startpositie (gesloten) Inhoudsopgave
1. Gashendel: Deze hendel wordt bediend met de vinger om de
snelheid van de motor te regelen.
2. Gashendel-vergrendeling: Deze voorziening voorkomt dat de
gashendel onbedoeld wordt bediend zonder dat deze eerst met de hand ontgrendeld is.
6. Voorste handgreep: Deze handgreep bevindt zich aan de
voorkant van de motorbehuizing.
7. Brandstoftankdop: Hiermee sluit u de brandstoftank af.
8. Achterste handvat: Het ondersteuningshandvat bevindt zich
boven op de motorbehuizing.
9. Chokehendel: Hiermee kunt u het lucht/brandstofmengsel in de
carburateur tijdelijk rijker maken om te helpen bij het starten.
10. Startpomp, om extra brandstof toe te voegen voor het starten.
11. Zwaard: Dit onderdeel steunt en geleidt de zaagketting.
12. Zaagketting: Ketting met punten die het echte zaagwerk doet.
13. Kettingrem (voorste handbeschermer): Voorziening voor het
stoppen of vergrendelen van de ketting.
14. Bevestigingspung: het punt waaraan de eenheid wordt
opgehangen met een veiligheidsriem, karabijnhaak of touw.
15. Kettingvanger: Voorziening om een losse ketting op te vangen.
16. Zijkast: Beschermkap voor de geleidebalk, zaagketting,
koppeling en tandwiel, te gebruiken als de kettingzaag in gebruik is.
17. Geluiddemper: Vermindert het geluid uit de uitlaat en verandert
de richting van de uitlaatgassen.
18. Antitrillingsveer: Vermindert de overdracht van trillingen naar de
handen van de gebruiker.
19. Antitrillingsveerrubber: Vermindert de overdracht van trillingen
naar de handen van de gebruiker.
20. Gepunte schorssteun (los verkrijgbaar): Voorziening die als vast
draaipunt dient in contact met een boom of stam.
21. Zwaardhoes: Hiermee worden het zwaard en de zaagketting
netjes afgedekt wanneer de machine niet wordt gebruikt.
23. Gebruiksaanwijzing: Meegeleverd met de machine. Lees de
gebruiksaanwijzing voor u de machine gaat gebruiken en bewaar hem om later te kunnen raadplegen voor een goede, veilige techniek.
24. Etiket met waarschuwing voor hete oppervlakte.
WAARSCHUWINGEN EN VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Veiligheid van de gebruiker WAARSCHUWING Deze kettingzaag (TCS33EDT) is ontwikkeld voor gebruik als zaag voor boomzorg en -chirurgie. De zaag mag alleen worden gebruikt door personen die ge-schoold zijn in boomzorg en chirurgie. Leef de aanbevelingen, procedures en literatuur van de vakorganisatie na. Het misachten ervan vormt een hoog ongevallenrisico. We bevelen u aan altijd een hefplatform te gebruiken bij het zagen in bomen. Werken, hangend aan touwen, is zeer gevaarlijk en vordert speciale training. De ge-bruiker moet geÔnstrueerd zijn in en bekend met het gebruik van veiligheidsuitrusting en werk- en klimtechnieken. Gebruik altijd valbescherming voor gebruiker en zaag. ○ Gebruik steeds handschoenen, om de uitwerking van trillingen te reduceren. ○ Draag altijd een vizier of veiligheidsbril. ○ Gebruik handschoenen bij het slijpen van de ketting. ○ Draag altijd veiligheidskleding zoals een jas, broek, handschoenen, helm, veiligheidsschoenen of laarzen met stalen neuzen met antislip-zolen wanneer u met de kettingzaag werkt. Voor werkzaamheden in bomen moeten de veiligheidsschoenen geschikt zijn om te klimmen. Draag geen loszittende kleding, sieraden, korte broeken, sandalen en werk nooit blootsvoets. Draag lang haar samengebonden zodat het maximaal schouderlang is. ○ Gebruik deze machine niet wanneer u moe of ziek bent, of alcohol, drugs of medicijnen heeft ingenomen. ○ Laat in geen geval kinderen of onervaren personen de machine gebruiken. ○ Draag gehoorbescherming. Let op uw omgeving. Let op omstanders die eventueel problemen aangeven. Verwijder veiligheidsuitrusting pas nadat de motor volledig gestopt is. ○ Draag hoofdbescherming. ○ Start de motor niet en laat de motor niet lopen in een afgesloten ruimte of gebouw. Inademen van uitlaatgassen kan dodelijk zijn. ○ Om ademhalingsproblemen te voorkomen, moet u een veiligheidsmasker dragen wanneer er oliedamp en zaagsel van de ketting komt. ○ Houd de handgrepen vrij van olie en brandstof. ○ Houd uw handen weg van de zagende onderdelen zelf. ○ Houd of pak de machine niet vast aan de zagende onderdelen. ○ Wanneer de machine uit wordt gezet, moet u controleren of de zagende onderdelen inderdaad helemaal gestopt zijn voor u de machine neerzet. ○ Wanneer de werkzaamheden lang duren, moet u regelmatig pauzeren om lichamelijk letsel als gevolg van de trillingen van de machine (fenomeen van Raynaud/“dode” vingers) te voorkomen. ○ De gebruiker moet alle regelgeving die geldt in het gebied waar de zaag gebruikt zal worden, in acht nemen. WAARSCHUWING ○ Systemen voor het dempen van de trillingen kunnen niet garanderen dat u geen fenomeen van Raynaud (“dode” vingers) of carpale-tunnelsyndroom kunt oplopen. Daarom moeten gebruikers die regelmatig en/of langdurig met de machine werken de toestand van hun handen en vingers zorgvuldig in de gaten houden. Als u merkt dat één van de bovengenoemde klachten zich voordoet, moet u onmiddellijk een arts raadplegen. ○ Langdurige of voortdurende blootstelling aan een hoog geluidsniveau kan leiden tot blijvende schade aan het gehoor. Draag daarom altijd een goedgekeurde gehoorbescherming wanneer u met deze machine of dergelijke apparatuur werkt. ○ Als u medische elektrische/elektronische apparatuur gebruikt, zoals een pacemaker, moet u eerst uw arts raadplegen en contact opnemen met de fabrikant van de apparatuur voor u elektrisch of op andere wijze aangedreven gereedschap gaat gebruiken. Veiligheid/beveiliging van de machine ○ Controleer de machine elke keer voor u hem gaat gebruiken. Vervang beschadigde onderdelen. Controleer of er brandstofl ekken zijn en of alle bevestigingsmiddelen aanwezig zijn en goed vast zitten. ○ Vervang onderdelen met barsten of stukjes eraf, of onderdelen die op een andere manier beschadigd zijn voor u de machine gaat gebruiken. ○ Controleer of de zijkant van de behuizing correct is bevestigd. ○ Houd anderen uit de buurt wanneer u de carburateur afstelt. ○ Gebruik uitsluitend accessoires die speciaal voor deze machine worden aanbevolen door de fabrikant. ○ Let op dat de ketting nergens tegenaan slaat. Als de ketting iets raakt, moet u de machine onmiddellijk stoppen en zorgvuldig controleren. ○ Controleer of de automatische smering werkt. Zorg ervoor dat de olietank gevuld is met schone olie. Laat de ketting nooit droog over het zwaard lopen. ○ Al het onderhoud aan de kettingzaag, behalve wat apart vermeld staat in de gebruiksaanwijzing, moet door een vakkundige onderhoudsmonteur van kettingzagen worden uitgevoerd. (Als bijvoorbeeld niet het juiste gereedschap wordt gebruikt bij het verwijderen van het vliegwiel, of om het vliegwiel vast te houden om de koppeling te kunnen verwijderen, kan het vliegwiel ernstig beschadigd raken en vervolgens breken.) WAARSCHUWING ○ Breng in geen geval wijzigen aan de machine aan. Gebruik de machine in geen geval voor werkzaamheden waar deze niet voor bedoeld is. ○ Gebruik de kettingzaag in geen geval zonder veiligheidsvoorzieningen of als de veiligheidsvoorzieningen defect zijn. Dit kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. ○ Gebruik van een ander zwaard/andere ketting dan wordt aanbevolen door de fabrikant of onderdelen die niet zijn goedgekeurd, kan resulteren in een hoog risico op ongevallen en persoonlijk letsel. Veiligheid en brandstof ○ Meng en tank brandstof in de buitenlucht en buiten bereik van vonken en vlammen. ○ Gebruik een voor brandstof goedgekeurde tank of jerrycan. ○ Rook niet en sta roken ook niet toe in de buurt van brandstof of van de machine zelf wanneer de machine gebruikt wordt. ○ Neem alle gemorste brandstof op voor u de motor start. ○ Ga minstens 3 meter van de plaats waar u getankt heeft vandaan voor u de motor start. ○ Stop de motor en laat hem een paar minuten afkoelen voor u de brandstofdop verwijdert. ○ Maak de brandstoftank helemaal leeg voor u de machine opbergt. We raden u aan de tank elke keer nadat u de machine gebruikt heeft, leeg te maken. Als er brandstof in de tank blijft zitten, moet u ervoor zorgen dat er geen brandstof kan lekken. ○ Bewaar de machine en de brandstof op een plek waar de brandstofdampen niet kunnen worden ontstoken door vonken of open vuur van bijv. geisers, boilers, elektrische motoren of schakelaars, verwarmingstoestellen enz. WAARSCHUWING Brandstof is licht ontvlambaar, kan ontploff en en is schadelijk wanneer de dampen ervan worden ingeademd; wees dus bijzonder voorzichtig wanneer u met brandstof omgaat of tankt. Veilig zagen ○ Zaag geen ander materiaal dan hout of houten voorwerpen. ○ Draag een goed masker om uw luchtwegen te beschermen wanneer u hout zaagt dat met een insecticide is behandeld. ○ Houd iedereen, kinderen, dieren, omstanders en assistenten, buiten de gevarenzone. Stop de motor onmiddellijk als er iemand op u af komt. 000BookTCS33EDTWE.indb46000BookTCS33EDTWE.indb46 2017/12/1217:12:352017/12/1217:12:3547 Nederlands ○ Houd de machine stevig vast met uw rechterhand aan de achterste handgreep en uw linkerhand aan de voorste handgreep. ○ Zorg ervoor dat u stevig staat en goed in evenwicht blijft. Reik niet boven uw macht. ○ Houd uw lichaamsdelen uit de buurt van de uitlaat en de zagende onderdelen wanneer de motor loopt. ○ Houd het zwaard /de ketting onder heuphoogte. ○ Voor de gebruiker begint met zagen, moet hij/zij de techniek van het zagen met de kettingzaag beheersen. ○ Bedenk vooraf een veilige uitwijkmogelijkheid voor wanneer de boom valt. ○ Houd de zaag stevig vast met beide handen, met uw duim stevig rond de voorste handgreep, en sta met plant uw beide voeten stevig op de grond zodat u stevig staat en in evenwicht kunt blijven. ○ Sta naast de zaag wanneer u zaagt - nooit direct achter de zaag. ○ Houd de schorssteun, indien aanwezig, tegen de stam, want de ketting kan plotseling de boom in worden getrokken. ○ Wanneer u aan het eind van een snede komt, moet u erop voorbereid zijn dat de machine plotseling vrij komt, zodat de zaag niet door kan schieten en uw benen of lichaam, of andere voorwerpen kan raken. ○ Pas op voor een eventuele terugslag (wanneer de zaag plotseling omhoog en naar achteren, naar de gebruiker slaat). Zaag nooit met de punt van het zwaard. ○ Wanneer u naar een nieuwe werkplek gaat, moet u eerst de machine uit zetten en controleren of alle zagende onderdelen inderdaad gestopt zijn. ○ Zet de machine in geen geval op de grond terwijl deze nog loopt. ○ Controleer altijd eerst of de motor uit is en of de zagende onderdelen volledig gestopt zijn voor u vuil of zaagsel uit het gereedschap gaat verwijderen. ○ Neem altijd een EHBO-doos mee wanneer u met gemotoriseerd gereedschap werkt. ○ Start de motor niet en laat de motor niet lopen in een afgesloten ruimte of gebouw en/of in de buurt van ontvlambare vloeistoff en. Inademen van uitlaatgassen kan dodelijk zijn. Veilig onderhoud ○ Voer onderhoud aan de machine uit volgens de aanbevolen procedures. ○ Haal de kap van de bougie voor u onderhoud uitvoert, behalve voor het afstellen van de carburateur. ○ Houd anderen uit de buurt wanneer u de carburateur afstelt. ○ Gebruik uitsluitend originele Tanaka vervangende onderdelen, zoals aanbevolen door de fabrikant. LET OP Haal de trekstarter niet uit elkaar. Het risico bestaat dat u gewond raakt doordat de veer van de trekstarter losschiet. WAARSCHUWING Onjuist onderhoud kan leiden tot ernstige schade aan de motor of ernstig persoonlijk letsel. Vervoer en opslag ○ Draag de machine alleen wanneer de motor gestopt is en met de uitlaat weg van uw lichaam. ○ Laat de motor afkoelen, maak de brandstoftank leeg en zorg ervoor dat de machine goed vast zit voor u de machine opbergt of in een voertuig gaat vervoeren. ○ Maak de brandstoftank helemaal leeg voor u de machine opbergt. We raden u aan de tank elke keer nadat u de machine gebruikt heeft, leeg te maken. Als er brandstof in de tank blijft zitten, moet u ervoor zorgen dat er geen brandstof kan lekken. ○ Bewaar de machine buiten bereik van kinderen. ○ Maak de machine schoon, voer het vereiste onderhoud uit en bewaar de machine op een droge plek. ○ Controleer of het contact inderdaad uit staat voor u de machine vervoert of opbergt. ○ Wanneer u de machine vervoert of opbergt, moet u de hoes van de geleidebalk over het zwaard doen. Als er zich situaties voordoen die niet in deze gebruiksaanwijzing behandeld worden, wees dan voorzichtig en gebruik uw verstand. Neem contact op met uw Tanaka dealer als u hulp nodig heeft. Let in het bijzonder op aanwijzingen die beginnen met de volgende woorden: WAARSCHUWING Geeft aan dat er een verhoogd risico bestaat op ernstig persoonlijk letsel of zelfs de dood als de aanwijzingen niet worden opgevolgd. LET OP Geeft aan dat er risico bestaat op persoonlijk letsel of zaakschade als de aanwijzingen niet worden opgevolgd. OPMERKING Nuttige informatie voor correct functioneren en gebruik van de machine. WAARSCHUWING GEVAAR VOOR TERUGSLAG (Afb. 1) Een van de grootste gevaren bij het werken met een kettingzaag is de mogelijkheid van een terugslag. De kettingzaag kan terugslaan wanneer de punt van het zwaard tegen iets aankomt, of wanneer de zaag klem loopt in de zaagsnede. Een terugslag omdat de punt ergens tegenaan komt zodat het zwaard naar boven en naar achteren, dus in uw richting, slaat, gebeurt soms bliksemsnel. Als de zaagketting vastloopt langs de bovenkant van het zwaard, kan het zwaard ook ineens in uw richting slaan. Door allebei deze reacties kunt u de controle over de kettingzaag verliezen, wat kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. Ook al is uw kettingzaag voorzien van ingebouwde veiligheidsvoorzieningen, dan nog doet u er goed aan niet uitsluitend op deze voorzieningen te vertrouwen. Houd de zwaardpunt altijd goed in de gaten. Er kan een terugslag optreden wanneer u iets raakt met de terugslagzone (1) van het zwaard. Gebruik deze zone daarom nooit. Een terugslag door vastlopen van de ketting ontstaat doordat de zaagsnede zich sluit en de bovenkant van het zwaard vastklemt. Let goed op de zaagsnede en zorg ervoor dat de snede open blijft bij het zagen. Houd de kettingzaag onder controle wanneer de motor draait door de machine altijd stevig met uw rechterhand aan de achterste handgreep en uw linkerhand aan de voorste handgreep vast te houden, met uw duimen en vingers helemaal rond de handgrepen. Houd de kettingzaag altijd met beide handen vast wanneer u zaagt met de motor op een hoog toerental. 000BookTCS33EDTWE.indb47000BookTCS33EDTWE.indb47 2017/12/1217:12:352017/12/1217:12:35Nederlands
SPECIFICATIES ○ Code “CS” in de modelnaam betekent “Motor kettingzaag” Model TCS33EDT (30) TCS33EDT (35) Soort apparatuur Motor kettingzaag, draagbaar Cilinderinhoud (cm
) 180 Droog gewicht (kg)(Zonder zwaard en ketting) 3,4 Lengte zwaard (mm) 300 350 Steek zaagketting (mm) 9,53 Dieptemaat kettinggeleider (mm) 1,27 Geluidsdrukniveau LpA (dB (A)) volgens ISO 22868 Gelijkwaardig Onzekerheid
Geluidsdrukniveau LwA (dB (A)) volgens ISIO 22868 Gemeten Onzekerheid Geluidsdrukniveau LwA (dB (A))volgens 2000/14/EC Gemeten Gegarandeerd
) volgens ISO 22867 Voorste handgreep Achterste handgreep Onzekerheid 4,4 6,1 0,8 Max. motorvermogen volgens ISO 7293 (kW) 1,3/9300 Max. toerental (min
) 3000 Specifi ek brandstofverbruik (g/kWh) 567 Soort ketting 91VG045 (Oregon) 91VG052 (Oregon) Max. kettingsnelheid (m/sec) 22,9 Tandwiel (aantal tanden) 6 OPMERKING: Equivalente geluidsniveaus/trillingsniveaus volgens ISO 22868/22867 zijn berekend als de tijdgewogen energiesom van de geluids-/trillingsniveaus onder verschillende werkomstandigheden met de volgende tijdsindeling: 1/3 stationair, 1/3 max. last, 1/3 max. toerental.
- Alle gegevens kunnen zonder kennisgeving gewijzigd worden MONTAGEPROCEDURES WAARSCHUWING Probeer in geen geval de motor te starten zonder dat de zijkant van de behuizing, het zwaard en de ketting goed vast zijn.
1. Trek de kettingrem (18) naar de voorste handgreep om te
controleren of de kettingrem los is. (Afb. 15)
2. Verwijder de klemmoeren van de geleidebalk (2). Verwijder de
zijkant van de behuizing (3). (Afb. 2)
- Als u de schorssteun (4) heeft, kunt u deze met twee schroeven aan de machine bevestigen. (Afb. 3)
3. Bevestig de geleidebalk (5) aan de bouten (6) en druk hem naar
het tandwiel (7) toe tot het niet verder kan. (Afb. 4)
4. Controleer of de zaagketting (10) de goede kant op loopt, zoals
op de afbeelding, en leg de ketting om het tandwiel. (Afb. 5)
5. Leid de schakels van de zaagketting in de groef die helemaal
rond het zwaard loopt.
6. Doe de zijkant van de behuizing (3) weer terug op de bouten (6).
Zorg ervoor dat het uitsteeksel van de stelbout voor de kettingspanning (8) in het gat in het zwaard (9) past. (Afb. 4) Draai vervolgens de klemmoer (2) van de geleidebalk vast zodat het uiteinde van het zwaard gemakkelijk op en neer kan bewegen. (Afb. 2)
7. Til de punt van het zwaard iets op en span de zaagketting (10)
door de stelbout voor de kettingspanning (11) met de klok mee te draaien. Controleer of de ketting correct gespannen is door de ketting midden op het zwaard voorzichtig op te tillen: er moet ongeveer 0,5 – 1,0 mm speling zijn tussen het zwaard en de buitenrand van de schakels van de ketting (12). (Afb. 6, 7) LET OP
DE JUISTE KETTINGSPANNING IS UITERST BELANGRIJK
8. Til de punt van het zwaard iets op en draai de klemmoer van de
geleidebalk goed vast met de combinatiesleutel. (Afb. 7)
9. Een nieuwe ketting zal iets oprekken, dus stel de ketting bij
na een paar keer zagen en houd het eerste half uur zagen de kettingspanning goed in de gaten. OPMERKING Controleer de kettingspanning vaak om optimale prestaties en duurzaamheid te garanderen. LET OP ○ Wanneer de ketting te strak wordt gezet, zullen het zwaard en de ketting sneller slijten. Wanneer de ketting echter te los gezet wordt, kan de ketting uit de groef in het zwaard lopen. ○ Draag altijd handschoenen wanneer u de ketting moet aanraken. 000BookTCS33EDTWE.indb48000BookTCS33EDTWE.indb48 2017/12/1217:12:352017/12/1217:12:3549 Nederlands WAARSCHUWING Houd de kettingzaag stevig met beide handen vast wanneer u hem gebruikt. Gebruik met slechts één hand kan leiden tot ernstig letsel. BEDIENING Veiligheid van de gebruiker WAARSCHUWING Deze kettingzaag (TCS33EDT) is ontwikkeld voor gebruik als zaag voor boomzorg en -chirurgie. De zaag mag alleen worden gebruikt door personen die ge-schoold zijn in boomzorg en chirurgie. Leef de aanbevelingen, procedures en literatuur van de vakorganisatie na. Het misachten ervan vormt een hoog ongevallenrisico. We bevelen u aan altijd een hefplatform te gebruiken bij het zagen in bomen. Werken, hangend aan touwen, is zeer gevaarlijk en vordert speciale training. De ge- bruiker moet geÔnstrueerd zijn in en bekend met het gebruik van veiligheidsuitrusting en werk- en klimtechnieken. Gebruik altijd valbescherming voor gebruiker en zaag. Brandstof (Afb. 8) WAARSCHUWING ○ Deze kettingzaag heeft een tweetaktmotor. Gebruik daarom altijd mengsmering, oftewel benzine gemengd met olie. Zorg voor een goede ventilatie wanneer u tankt of omgaat met brandstof. ○ Brandstoff en zijn uiterst licht ontvlambaar en u kunt ernstig persoonlijk letsel oplopen door de dampen in te ademen of brandstof op lichaamsdelen te morsen. Wees altijd voorzichtig en blijf goed opletten bij de omgang met brandstof. Zorg altijd voor een goede ventilatie wanneer u brandstof binnen een gebouw gebruikt. Brandstof ○ Gebruik altijd 89 octaan loodvrije merkbenzine. ○ Gebruik echte tweetaktbrandstof of een benzine-oliemengsel van 25:1 tot 50:1; raadpleeg voor de juiste verhouding alstublieft de verpakking van de tweetaktolie in kwestie of uw Tanaka dealer. ○ Als er geen echte tweetaktbrandstof beschikbaar is, gebruik dan een kwaliteitsolie die uitdrukkelijk geschikt is voor gebruik in luchtgekoelde tweetaktmotoren (JASO FC GRADE OIL of ISO EGC GRADE). Gebruik geen BIA of TCW (voor watergekoelde tweetaktmotoren) mengolie. ○ Gebruik geen multigrade olie (10 W/30) of afgewerkte olie. ○ Meng de brandstof en de olie in een aparte, schone jerrycan. Begin met de helft van de gewenste hoeveelheid benzine in de jerrycan. Voeg de tweetaktolie toe (alle benodigde olie voor de gewenste hoeveelheid brandstof). Meng het brandstof-oliemengsel (schudden). Voeg tenslotte de resterende hoeveelheid brandstof toe. Meng (schud) het brandstofmengsel nog eens goed voor u het in de tank doet. Tanken WAARSCHUWING (Afb. 9) ○ Schakel altijd eerst de motor uit en laat hem een paar minuten afkoelen voordat u brandstof bijvult. ○ Kom niet met rook, open vuur of vonken bij de plaats waar brandstof wordt bijgevuld. ○ Maak de tank (13) voorzichtig open om eventueel onder druk staande gassen te laten ontsnappen. ○ Draai na het tanken de dop van de brandstoftank weer goed op de tank. ○ Ga minstens 3 m van de plek waar u getankt heeft vandaan voor u de motor probeert te starten. ○ Was eventueel op uw kleding gemorste brandstof er onmiddellijk uit met zeep of een wasmiddel. ○ Controleer of er ergens brandstof lekt na het tanken. Maak voor u gaat tanken de tankdop en omstreken netjes schoon zodat er geen vuil in de tank kan vallen. Zorg ervoor dat de brandstof goed gemengd is door voor het tanken de jerrycan goed te schudden. Kettingsmering (Afb. 9) Maak de olietank (14) langzaam open en vul hem met kettingolie. Gebruik altijd kettingsmering van goede kwaliteit. Wanneer de motor loopt, wordt de ketting automatisch gesmeerd. Vul de olietank (14) steeds met kettingolie als er brandstof wordt bijgevuld. OPMERKING Wanneer u brandstof tankt (13) of het reservoir voor de kettingsmering (14) vult, leg de machine dan op zijn kant, met de vuldoppen boven. (Afb. 9) De koude motor starten (Afb. 10
15) LET OP Controleer voor het starten of het zwaard/de ketting niets raakt.
1. Zorg ervoor dat de kettingrem actief is. (Afb. 10)
2. Zet de contactschakelaar (15) aan (ON). (Afb. 11)
3. Druk ongeveer tien keer op het handpompje van het startgas
(16) zodat de benzine via het pompje in de carburateur stroomt. (Afb. 12)
4. Draai de chokehendel (17) naar de chokestand. (Afb. 12).
Hierdoor wordt de gashendel automatisch in de startstand vergrendeld.
5. Trek stevig aan de trekstarter en let erop dat u de handgreep
goed vast blijft houden en de trekstarter niet laat terugschieten. (Afb. 13)
6. Als u hoort dat de motor aanslaat, kunt u de chokehendel
terugzetten naar de normale stand. (Afb. 12)
7. Trek nog eens stevig aan de trekstarter op de hierboven
beschreven manier. (Afb. 13) OPMERKING Herhaal de stappen 4 t/m 7 als de motor niet start.
8. Zodra de motor start, de gastrekker aantrekken en direct
loslaten. (Afb. 14) Daarna is halfgas vrijgegeven.
9. Controleer of de kettingrem los is. (Afb. 15)
Laat de motor ongeveer 2-3 minuten opwarmen voor u hem belast. Laat de motor niet met een hoge snelheid onbelast draaien om de levensduur van de motor niet te verkorten. Een warme motor starten Gebruik alleen de stappen 1, 2, 7 en 9 van de startprocedure voor een koude motor.Start de motor niet, gebruik dan dezelfde startprocedure als bij een koude motor. De kettingsmering testen Controleer of de kettingolie goed verspreid is. Begint de zaagketting te bewegen, wijs dan met de punt van de geleidebalk naar een boomstomp o.i.d en trek aan de trekker om de motor ongeveer 10 seconden op hoge snelheid te laten draaien. Sproeit de olie over de boomstomp, dan is de olie goed verspreid. (Afb. 16) Werking kettingrem (Afb. 17) De kettingrem (18) is ontworpen om in werking te treden in noodgevallen, zoals bij een terugslag. Controleer of deze voorziening goed werkt voor u de machine gaat gebruiken. De rem wordt in werking gesteld door de voorste handbeschermer naar het zwaard toe te bewegen. Wanneer de kettingrem in werking is, zal ook als de gastrekker wordt ingedrukt het toerental niet hoger worden en zal dus de ketting niet beginnen te lopen. Trek de voorste handkap omhoog om de kettingrem los te laten. De werking controleren:
1) Zet de motor uit.
2) Houd de kettingzaag horizontaal, laat de voorste handgreep
los zodat de punt van het zwaard op een boomstronk of ander stuk hout terecht komt en controleer de werking van de rem. De kracht die hiervoor nodig is hangt mede af van de lengte van het zwaard. 000BookTCS33EDTWE.indb49000BookTCS33EDTWE.indb49 2017/12/1217:12:352017/12/1217:12:35Nederlands
Als de rem niet werkt, moet u uw dealer vragen om inspectie en eventueel reparatie. Als de motor met hoge snelheid blijft draaien terwijl de rem aangrijpt, zal de koppeling oververhit raken, waardoor problemen zullen ontstaan. Wanneer de rem in werking treedt terwijl u de zaag gebruikt, moet u onmiddellijk de gastrekker loslaten om de motor te laten stoppen. WAARSCHUWING Draag de machine niet van de ene plek naar de andere met een lopende motor. Stoppen (Afb. 18) Neem gas terug en druk de contactschakelaar (15) naar de "STOP" stand. WAARSCHUWING Zet de machine niet op ontbrandbaar materiaal zoals gedroogd gras, want de geluidsdemper is nog heet nadat de motor is afgezet. OPMERKING Stopt de motor niet, dan kunt u hem tot stilstand dwingen door de chokehendel naar de startstand te draaien. Voordat u de motor herstart, vraagt u de leverancier om reparatie. WAARSCHUWING ○ Reik niet boven uw macht en zaag niet boven schouderhoogte. ○ Wees extra voorzichtig bij het kappen en gebruik de kettingzaag nooit met de punt omhoog of boven schouderhoogte. KETTINGVANGER De kettingvanger bevindt zich dichtbij de aandrijving, net onder de ketting en dient om te voorkomen dat een gebroken ketting de gebruiker zou kunnen raken. WAARSCHUWING Sta niet in één lijn met de ketting wanneer u aan het zagen bent.
De volgende informatie is bedoeld om u een algemene inleiding te geven in de techniek van het houtzagen. WAARSCHUWING ○ Deze informatie dekt niet alle specifi eke situaties die mede afhankelijk zijn van het terrein, de begroeiing, het soort hout, de vorm en de afmetingen van de boom enz. Raadpleeg uw dealer, houtvester of plaatselijke bosbouwschool of boomkwekerij voor advies met betrekking tot specifi eke bijzonderheden aangaande de houtkap in het gebied in kwestie. Hierdoor zult u veiliger en effi ciënter kunnen werken. ○ Zaag niet bij slecht weer, zoals dichte mist, zware regen, extreme koude, sterke wind enz. Het is doorgaans zeer vermoeiend om in slecht weer te moeten werken en er kunnen gevaarlijke situaties door ontstaan, bijvoorbeeld om de ondergrond glad wordt. Door een sterke wind kan een boom vallen in een andere richting dan u in gedachten had, wat kan leiden tot zaakschade of persoonlijk letsel. LET OP Gebruik de kettingzaag nooit om iets los te wrikken of voor andere doeleinden waar de machine niet voor bedoeld is. WAARSCHUWING ○ Struikel niet over obstakels zoals boomstronken, wortels, stenen, takken en gevelde bomen. Pas op voor gaten en greppels. Wees zeer voorzichtig bij werkzaamheden op hellingen of oneff en terrein. Zet de kettingzaag uit wanneer u naar een andere werkplek gaat. Zaag altijd met de gashendel helemaal open. Een langzaam bewegende ketting zal makkelijker vastlopen en de kettingzaag doen schokken of zelfs terugslaan. ○ Gebruik de kettingzaag in geen geval met één hand. U kunt de zaag dan nooit goed hanteren en u kunt gemakkelijk de controle verliezen en daardoor ernstig letsel oplopen. Houd de behuizing van de kettingzaag dicht bij uw lichaam voor een betere controle en om een te hoge belasting te voorkomen. Wanneer u zaagt met het onderste deel van de ketting, zal de zaag van u weg worden getrokken, als het ware het hout in. De zaag zelf bepaalt de zaagsnelheid en het zaagsel wordt in uw richting geworpen. (Afb. 19) ○ Wanneer u zaagt met het bovenste deel van de ketting, duwt de ketting de zaag juist naar u toe, dus weg van het hout dat u aan het zagen bent. (Afb. 20) ○ Er is een risico op terugslag als de zaag zo ver wordt geduwd dat er met de punt van het zwaard wordt gezaagd. Het is het veiligst om met de onderkant van het zwaard en de ketting te zagen. Zagen met de bovenkant maakt het hanteren en controleren van de zaag veel moeilijker en verhoogt het risico op terugslag. ○ In het geval de ketting blokkeert, de gastrekker onmiddellijk loslaten. Als de motor met hoge snelheid blijft draaien terwijl de ketting geblokkeerd is, kan de koppeling oververhit en defect raken. OPMERKING Houd de schorssteun tegen de stam, want de ketting kan plotseling de boom in worden getrokken. KAPPEN Goed kappen is meer dan gewoon even een boompje omzagen. De kunst is de boom te laten vallen op de gewenste plek, zonder de boom zelf of iets anders te beschadigen. Voor u een boom gaat kappen, moet u alle omstandigheden die invloed hebben op de richting waarin de boom zal vallen in aanmerking nemen, zoals: De richting waarin de boom zelf al helt. De vorm van de kruin. Eventuele sneeuw op de kruin. Windrichting en -sterkte. Obstakels in het bereik van de boom (bijv. andere bomen, stroomleidingen, wegen, gebouwen enz.). WAARSCHUWING ○ Houd altijd rekening met de toestand van de boom zelf. Let op verval en rot in de stam, waardoor de stam kan breken en vallen voor u het verwacht en in een onverwachte richting. ○ Let op dode takken die makkelijk af kunnen breken terwijl u aan het werk bent en op u kunnen vallen. Houd mensen en dieren op een afstand van minstens twee keer de lengte van de boom terwijl u de boom aan het kappen bent. Haal struiken en takken rond de boom van tevoren weg. Bereid een ontsnappingsweg voor, weg van de richting waarin de boom zal worden geveld.
BASISREGELS VOOR HET KAPPEN VAN BOMEN
Normaal gesproken bestaat het kappen uit twee handelingen, namelijk het zagen van inkepingen en het maken van de zaagsnede die de boom velt. Begin met de bovenste zaagsnede van de inkeping aan de kant van de boom in de gewenste valrichting. Kijk langs de onderste zaagsnede van de inkeping of u niet te diep in de stam zaagt. De inkeping moet diep genoeg zijn om een voldoende breed en sterk scharnier te vormen. De inkeping moet breed genoeg zijn om de val van de boom zo lang mogelijk te kunnen blijven sturen. Zaag de velsnede vanaf de andere kant van de stam 3–5 cm boven de punt van de inkeping. (Afb. 21)
Zaag de stam nooit helemaal door. Laat altijd een strook hout over die als scharnier kan dienen. Dit scharnier stuurt de val van de boom. Als de stam helemaal door wordt gezaagd, heeft u geen controle meer over de richting waarin de boom zal vallen. Sla ruim voordat de boom zijn stabiliteit verliest en begint te bewegen een wig of velhefboom (koevoet) in de zaagsnede. Hierdoor voorkomt u dat het zwaard klem komt te zitten in de zaagsnede wanneer u de velrichting verkeerd heeft ingeschat. Zorg ervoor dat er geen mensen in de valzone zijn voor u de boom omduwt. 000BookTCS33EDTWE.indb50000BookTCS33EDTWE.indb50 2017/12/1217:12:352017/12/1217:12:3551 Nederlands VELSNEDE BIJ EEN STAMDIAMETER VAN MEER DAN TWEE
KEER DE LENGTE VAN HET ZWAARD
Zaag een fl inke, brede inkeping. Maak vervolgens een zaagsnede in het midden van de stam, vanaf de punt van de inkeping. Laat altijd een strook hout over als scharnier aan beide zijden van de middensnede. (Afb. 22) Zaag tenslotte rondom de holte in het midden van de stam om de boom te vellen, zoals op Afb. 23. WAARSCHUWING Deze werkwijze is zeer gevaarlijk, omdat er met de punt van het zwaard moet worden gewerkt en er dus een terugslag kan optreden. Deze technieken mogen alleen worden toegepast door geschoolde vaklui. TAKKEN VERWIJDEREN In dit geval bedoelen we het verwijderen van de takken van een gevelde boomstam. WAARSCHUWING De meeste ongelukken door terugslag gebeuren bij het verwijderen van takken. Gebruik in geen geval de punt van het zwaard. Wees zeer voorzichtig en vermijd de stam, andere takken of voorwerpen met de punt van het zwaard. Wees zeer voorzichtig met gebogen takken. Deze kunnen in onverwachte richtingen wegspringen zodat u de controle verliest, wat kan leiden tot letsel. (Afb. 24) Sta aan de linkerkant van de stam. Zorg ervoor dat u stevig staat en laat de zaag op de stam rusten. Houd de zaag dicht bij uw lichaam zodat u er volledige controle over heeft. Blijf uit de buurt van de ketting. Beweeg alleen met de stam tussen u en de ketting. Pas op voor wegspringende gebogen takken.
AFZAGEN VAN DIKKE TAKKEN
Bij het verwijderen van dikke takken kan het zwaard gemakkelijk vastlopen. Gebogen takken kunnen plotseling breken en wegspringen, dus u kunt dergelijke takken het best in kleinere stappen doorzagen. Pas dezelfde principes toe als bij het kappen van een boom. Denk vooruit en blijf letten op de mogelijke gevolgen van wat u doet.
DOORZAGEN VAN DE STAM/AFKORTEN
Voor u begint met het doorzagen van de stam, moet u zich proberen voor te stellen wat er zal gebeuren. Let op de spanning in de stam en zaag op zo'n manier dat het zwaard niet vastloopt.
DOORZAGEN VAN STAMMEN, DRUK VAN BOVEN
Ga stevig staan. Maak eerst een zaagsnede aan de bovenkant. Maak deze snede niet te diep; ongeveer 1/3 van de diameter van de stam is genoeg. Maak het karwei af met een zaagsnede aan de onderkant van de stam. Zorg ervoor dat de twee zaagsnedes samenkomen. (Afb. 25)
28. Relatieve diepte van de zaagsnedes
DIKKE STAM, DIAMETER GROTER DAN DE LENGTE VAN HET ZWAARD Zaag eerst aan de andere kant van de stam. Trek de zaag naar u toe en volg daarna de hierboven beschreven procedure. (Afb. 26) Als de stam op de grond ligt, kunt u eerst een gat zagen om te voorkomen dat u in de grond zaagt. Maak het karwei af met een zaagsnede aan de onderkant van de stam. (Afb. 27) WAARSCHUWING
GEVAAR VOOR TERUGSLAG
Probeer geen gat te zagen als u daarin niet getraind bent. Een gat zagen betekent dat er met de punt van het zwaard gewerkt moet worden, wat kan leiden tot terugslaan van de kettingzaag.
DOORZAGEN VAN STAMMEN, DRUK VAN ONDER
Ga stevig staan. Begin met een zaagsnede aan de onderkant van de stam. De diepte van deze zaagsnede moet ongeveer 1/3 van de diameter van de stam bedragen. Maak het karwei af met een zaagsnede aan de bovenkant. Zorg ervoor dat de twee zaagsnedes samenkomen. (Afb. 28)
34. Relatieve diepte van de zaagsnedes
DIKKE STAM, DIAMETER GROTER DAN DE LENGTE VAN HET ZWAARD Zaag eerst aan de andere kant van de stam. Trek de zaag naar u toe en volg daarna de hierboven beschreven procedure. Maak een gat als de stam te dicht bij de grond ligt. Maak het karwei af met een zaagsnede aan de bovenkant van de stam. (Afb. 29) WAARSCHUWING
GEVAAR VOOR TERUGSLAG
Probeer geen gat te zagen als u daarin niet getraind bent. Een gat zagen betekent dat er met de punt van het zwaard gewerkt moet worden, wat kan leiden tot terugslaan van de kettingzaag. (Afb. 30)
ALS DE ZAAG VASTLOOPT
Stop de motor. Til de stam op of verander de positie van de stam met bijvoorbeeld een dikke tak of koevoet als hefboom. Probeer de zaag niet los te trekken. Als u dat toch doet, kunt u de handgreep beschadigen of gewond raken door de zaagketting wanneer de zaag ineens losschiet. ONDERHOUD
BEVOEGDE BEDRIJVEN OF PERSONEN. Afstellen van de carburateur (Afb. 31) WAARSCHUWING Start de motor in geen geval zonder dat de zijkast op zijn plaats zit. Hierdoor zou de koppeling los kunnen komen, wat kan leiden tot persoonlijk letsel. In de carburateur wordt de brandstof gemengd met lucht. De carburateur wordt bij het testen van de motor in de fabriek afgesteld. Afhankelijk van het klimaat en de hoogte kunnen er verdere aanpassingen nodig zijn. De carburateur heeft één afstelmogelijkheid: T = stelschroef stationair toerental. Afstelling stationair toerental (T) Controleer of het luchtfi lter schoon is. Wanneer het stationaire toerental correct is afgesteld, zal de zaagketting niet bewegen. Als de afstelling aangepast moet worden, kunt u de T-schroef dichtdraaien (met de klok mee) terwijl de motor loopt, totdat de zaagketting begint te bewegen. Draai de schroef vervolgens open (tegen de klok in) tot de ketting stopt. U heeft het juiste stationaire toerental ingesteld wanneer de motor in alle standen soepel blijft lopen bij een toerental dat ruim onder het toerental ligt waarbij de zaagketting begint te bewegen. Als de zaagketting blijft draaien nadat u het stationaire toerental heeft afgesteld, dient u contact op te nemen met uw Tanaka dealer. WAARSCHUWING De ketting mag in geen geval draaien wanneer de motor stationair draait. OPMERKING Sommige modellen die worden verkocht in gebieden met strenge milieuregelgeving ten aanzien van uitlaatgassen zijn niet voorzien van carburateurinstellingen voor hoge of lage snelheden. Dergelijke instellingen kunnen ervoor zorgen dat de motor de limieten van de lokale regelgeving zou overschrijden. Bij deze modellen kan alleen het stationaire toerental op de carburateur worden afgesteld. Als u niet bekend bent met dit type instelling, vraagt u dan uw Tanaka dealer om hulp. Luchtfi lter (Afb. 32) Het luchtfi lter (37) en de reinigingsspons (36), (38) moeten regelmatig vrijgemaakt worden van stof en vuil om te voorkomen dat: ○ de carburateur storingen gaat vertonen. ○ de motor slecht start. ○ de motor minder vermogen levert. 000BookTCS33EDTWE.indb51000BookTCS33EDTWE.indb51 2017/12/1217:12:362017/12/1217:12:36Nederlands
○ de onderdelen van de motor onnodig slijten. ○ het brandstofverbruik abnormaal hoog wordt. Maak het luchtfi lter elke dag of nog vaker schoon als u in een stoffi ge omgeving werkt. Schoonmaken van het luchtfi lter Verwijder het deksel van het luchtfi lter (35) en de reinigingsspons (36). Draai het luchtfi lter (37) 20° naar links en verwijder het. Verwijder vervolgens de reinigingsspons (38). Was alles in warm sop. Controleer of het fi lter goed droog is voor u het terugzet. Een luchtfi lter dat geruime tijd gebruikt is kan niet meestal meer helemaal schoongemaakt worden. Het luchtfi lter moet daarom regelmatig vervangen worden door een nieuw. Een beschadigd of kapot fi lter moet onmiddellijk vervangen worden. Bougie (Afb. 33) De toestand van de bougie ondervindt negatieve invloed van: ○ een verkeerde instelling van de carburateur. ○ een verkeerde mengsmering (teveel olie in de benzine). ○ een vuil luchtfi lter. ○ zware werkomstandigheden (bijv. kou). Deze factoren veroorzaken afzettingen op de elektroden van de bougie, wat kan leiden tot storingen en startproblemen. Als de motor vermogen tekort komt, moeilijk start of slecht stationair loopt, controleer dan eerst de bougie. Als de bougie vuil is, maak hem dan schoon en controleer de afstand tussen de elektroden. Corrigeer de afstand indien nodig. De juiste afstand is 0,6 mm. De bougie moet elke 100 bedrijfsuren vervangen worden, of eerder, als de elektroden weggevreten zijn. OPMERKING In sommige gebieden is een bougie met weerstand vereist om de machine te ontstoren. Als deze machine oorspronkelijk voorzien was van een bougie met ingebouwde ontstoringsweerstand, dient u ter vervanging gebruik te maken van hetzelfde type bougie. Smeerpunt (Afb. 34) Maak het smeerpunt voor de kettingsmering (39) zo vaak mogelijk schoon. Zwaard (Afb. 35) Voor u de machine gaat gebruiken, moet u de groef en het smeerpunt (40) in het zwaard schoonmaken met het speciale, los verkrijgbare, gereedschap. Zijkant behuizing (Afb. 36) Houd de zijkant van de behuizing en de aandrijving vrij van zaagsel en vuil. Breng regelmatig olie of vet aan om corrosie te voorkomen, aangezien sommige bomen een relatief hoge zuurgraad hebben. Brandstoffi lter (Afb. 37) Verwijder het brandstoffi lter van de brandstoftank en was het zorgvuldig in een oplosmiddel of schone benzine. Druk het fi lter daarna weer volledig terug in de tank. OPMERKING Vervang het fi lter als het na verloop van tijd hard geworden is door stof en vuil. Kettingsmeringfi lter (Afb. 38) Verwijder het fi lter en was het zorgvuldig in een oplosmiddel of schone benzine. Daarna duwt u het fi lter volledig in de tank. OPMERKING Is het fi lter hard geworden door stof en vuil, dan moet het vervangen worden. Voor langdurige opslag Tap alle brandstof uit de tank af. Start de motor en laat deze lopen tot hij vanzelf stopt. Repareer eventuele beschadigingen. Maak de machine schoon met een schone doek, of met perslucht. Doe een paar druppels tweetaktolie in de cilinder via het bougiegat en laat de zuiger een paar keer op en neer gaan om de olie goed te verdelen. Dek de machine af en bewaar hem op een droge plek.
SLIJPEN VAN DE ZAAGKETTING
Onderdelen van een zaagschakel (Afb.39, 40) WAARSCHUWING ○ Gebruik handschoenen bij het slijpen van de ketting. ○ Rond de voorste rand af om het risico op terugslag of breken van de kettinggeleiders te verkleinen.
50. Correcte hoek op bovenste plaat (hoek afhankelijk van type
51. Iets vooruitstekende “haak” of punt (curve bij een non-beitel
52. Hoogste punt van dieptestellernok op juiste hoogte onder de
53. Voorzijde dieptestellernok afgerond
LAGER STELLEN DIEPTESTELLERNOKKEN MET EEN VIJL
1) Als u een vijlhouder gebruikt om de zaagschakels te vijlen, kunt
u de diepte controleren en verlagen.
2) Controleer de instelling van de dieptestellernokken elke derde
3) Plaats de dieptemal op de zaagschakel. Als de dieptestellernok
uitsteekt, vijl deze dan terug tot hij weer gelijk ligt met de bovenkant van de mal. Vijl altijd van de binnenzijde van de ketting naar buiten. (Afb. 41)
4) Rond de voorste hoek af om de oorspronkelijke vorm van de
dieptestellernok na gebruik van de mal te herstellen. Houd u aan de aanbevolen waarden voor de diepte zoals vermeld in de gebruiksaanwijzing of onderhoudshandleiding van uw zaag. (Afb. 42)
ALGEMENE AANWIJZINGEN VOOR HET VIJLEN VAN
ZAAGSCHAKELS Vijl (54) de zaagschakels aan de ene kant van de ketting van binnen naar buiten. Vijl alleen in voorwaartse richting, niet heen en weer. (Afb. 43)
5) Zorg ervoor dat alle zaagschakels even lang zijn. (Afb. 44)
6) Vijl voldoende weg om beschadigingen van de snede (zijplaat
(55) en bovenste plaat (56)) van de zaagschakel te verwijderen. (Afb. 45) SLIJPHOEKEN VOOR HET SLIJPEN VAN DE ZAAGKETTING
1. Onderdeelnummer 91VG
4. Vijlhoek zijplaat 80°
5. Hoek bovenste plaat 30°
Onderhoudsschema Hieronder treft u nog enkele algemene onderhoudsinstructies aan. Neem voor verdere informatie alstublieft contact op met uw Tanaka dealer. Inspectie en onderhoud voor gebruik ○ Controleer of de trillingsvrije rubberdelen intact zijn en dat de bevestiging niet loszit of beschadigd is. ○ Controleer of er geen schade is in de trillingsvrije veren en dat de bevestiging niet loszit of beschadigd is. ○ Controleer of er geen schade of vervorming is in het voorste en achterste handvat. ○ Controleer of de bevestigingen van het voorste en achterste handvat goed vastzitten en schadevrij zijn. ○ Controleer of bouten, moeren enz. van elk onderdeel goed vastzitten en schadevrij zijn. 000BookTCS33EDTWE.indb52000BookTCS33EDTWE.indb52 2017/12/1217:12:362017/12/1217:12:3653 Nederlands Dagelijks onderhoud ○ Maak de buitenkant van de machine schoon. ○ Maak het smeerpunt voor de kettingsmering schoon. ○ Maak de groef en het smeerpunt in het zwaard schoon. ○ Verwijder zaagsel van de zijkant van de behuizing. ○ Controleer of de zaagketting nog scherp is. ○ Controleer of de moeren van het zwaard goed vast zitten. ○ Controleer of de zwaardhoes onbeschadigd is en goed blijft zitten. ○ Controleer of alle bouten en moeren goed vast zitten. Inspecteer vooral de bouten van de uitlaat en zorg ervoor dat deze stevig zijn vastgedraaid voordat u de motor start. Als een van de bouten los zit, moet u deze stevig vastdraaien. Wanneer dit niet wordt gedraan, kan een zeer gevaarlijke situatie ontstaan. ○ Controleer de punt van het zwaard. Indien versleten, door een nieuwe vervangen. ○ Controleer de band van de kettingrem. Indien versleten, door een nieuwe vervangen. Wekelijks onderhoud ○ Controleer de oprolstarter, in het bijzonder het koord en de retourveer. ○ Maak de buitenkant van de bougie schoon. ○ Verwijder de bougie en controleer de afstand tussen de elektroden. Corrigeer deze afstand tot 0,6 mm of vervang de bougie. ○ Controleer of de luchtinlaat van de oprolstarter niet verstopt is. ○ Maak het luchtfi lter schoon. Maandelijks onderhoud ○ Spoel de brandstoftank met schone benzine en maak het brandstoffi lter schoon. ○ Maak het fi lter voor de kettingsmering schoon.
Maak de buitenkant en de omgeving van de carburateur schoon. Driemaandelijks onderhoud ○ Maak de koelribben van de cilinder schoon. ○ Maak de ventilator en de omgeving ervan schoon. ○ Haal roet en koolafzetting uit de uitlaat. LET OP Het reinigen van de koelribben, ventilator en uitlaat dient te worden gedaan door een offi cieel Tanaka servicecentrum. OPMERKING Wanneer u onderdelen bestelt bij uw dichtstbijzijnde dealer, maakt u dan alstublieft gebruik van de onderdeelnummers zoals aangegeven in het betreff ende gedeelte van deze gebruiksaanwijzing. ZWAARDNR. LENGTE- TYPE NEUSTYPE KETTINGNR. (OREGON) MODELNR. E&S PO12-50CR PO14-50CR 12″ 14″ TANDWIEL TANDWIEL 91VG045 91VG052 000BookTCS33EDTWE.indb53000BookTCS33EDTWE.indb53 2017/12/1217:12:362017/12/1217:12:36Español
Wij verklaren onder onze eigen verantwoordelijkheid dat Motor Kettingzaag, geïdentifi ceerd door het type en de specifi eke identifi catiecode*1), voldoet aan alle relevante bepalingen van de richtlijnen*2) en normen*3). Technische documentatie bij*4) – zie onder. De Europese Normen Manager bij de vertegenwoordiging in Europa is gemachtigd om het technisch dossier samen te stellen. Aanvulling V (2000/14/EC): Voor informatie over de lawaai-emissie wordt u verwezen naar het hoofdstuk met de specifi caties. Aangemelde instantie: 0404, SMP Svensk Maskinprovning AB, Fyrisborgsgatan 3, SE-754 50, Uppsala, Zweden, heeft de EC typekeuring volgens artikel 12, punt 3b uitgevoerd. De aangemelde instantie heeft een EC typekeuringscertifi caat uitgegeven met het nummer 0404/18/2498 volgens bijlage IX, punt 4. Deze verklaring is van toepassing op producten voorzien van de CE-markeringen. Deutsch Español
SimpelGids