HiKOKI TCS33EDP - Zaag

TCS33EDP - Zaag HiKOKI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis TCS33EDP HiKOKI in PDF-formaat.

📄 84 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice HiKOKI TCS33EDP - page 49
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over TCS33EDP HiKOKI

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TCS33EDP - HiKOKI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TCS33EDP van het merk HiKOKI.

GEBRUIKSAANWIJZING TCS33EDP HiKOKI

OPMERKING: Sommige apparaten zijn hier niet van voorzien.

HiKOKI TCS33EDP - 1Symbolen⚠ WAARSCHUWINGHieronder staan symbolen afgebeeld die van toepassing zijn op deze machine. U moet de betekenis hiervan begrijpen voor gebruik.
HiKOKI TCS33EDP - 2Het is belangrijk dat u de volgende veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen leest, goed begrijpt en opvolgt. Nalatig of onjuist gebruik van de machine kan ernstig of zelfs dodelijk letsel veroorzaken.Noodstop
HiKOKI TCS33EDP - 3Lees alle waarschuwingen en aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing en op de machine zelf, zorg ervoor dat u ze begrijpt en volg ze stipt op.Mengsel van benzine en olie
HiKOKI TCS33EDP - 4Draag altijd oog-, hoofd- en gehoorbescherming wanneer u deze machine gebruikt.Vullen met kettingolie
HiKOKI TCS33EDP - 5Waarschuwing, gevaar van terugslag. Let op plotselinge, onverwachte en onbedoelde bewegingen van het zwaard naar boven en/of achteren.Carburatorinstelling - Onbelast
HiKOKI TCS33EDP - 6Gebruik met één hand is niet toegestaan. Houd de motor kettingzaag tijdens het zagen stevig met beide handen vast, met uw duim goed stevig rondom de voorste handgreep.Carburatorinstelling – Lage snelheid
HiKOKI TCS33EDP - 7Kettingrem Carburatorinstelling – Hoge snelheid
HiKOKI TCS33EDP - 8Choke – In bedrijf (open) Startpomp
HiKOKI TCS33EDP - 9Choke - Startpositie (gesloten)Gegarandeerd geluidsniveau
HiKOKI TCS33EDP - 10Aan/Start Hete oppervlakte
HiKOKI TCS33EDP - 11Uit/Stop Oliepompinstelling

Inhoudsopgave

WAT IS WAT? 50

Overzicht van de onderdelen

WAT IS WAT?

  1. Gashendel: Deze hendel wordt bediend met de vinger om de snelheid van de motor te regelen.
  2. Gashendel-vergrendeling: Deze voorziening voorkomt dat de gashendel onbedoeld wordt bediend zonder dat deze eerst met de hand ontgrendeld is.
  3. Stopschakelaar: Hiermee kan de motor gestart of gestopt worden.
  4. Olietankdop: Hiermee sluit u de olietank af.
  5. Trekstarter: Trek hieraan om de motor te starten.
  6. Voorste handgreep: Deze handgreep bevindt zich aan de voorkant van de motorbehuizing.
  7. Brandstoftankdop: Hiermee sluit u de brandstoftank af.
  8. Achterste handvat: Het ondersteuningshandvat bevindt zich op of bij de achterkant van de motorbehuizing.
  9. Chokehendel: Hiermee kunt u het lucht/brandstofmengsel in de carburateur tijdelijk rijker maken om te helpen bij het starten.
  10. Startpomp, om extra brandstof toe te voegen voor het starten.
  11. Zwaard: Dit onderdeel steunt en geleidt de zaagketting.
  12. Zaagketting: Ketting met punten die het echte zaagwerk doet.
  13. Kettingrem (voorste handbeschermer): Voorziening voor het stoppen of vergrendelen van de ketting.
  14. Kettingvanger: Voorziening om een losse ketting op te vangen.
  15. Luchtfilterafdekking. Afdekking voor luchtfilter en carburateur.
  16. Zijkast: Beschermkap voor de geleidebalk, zaagketting, koppeling en tandwiel, te gebruiken als de kettingzaag in gebruik is.
  17. Spanningstelbout: Bout, die meestal op het zwaard werkt, voor het afstellen van de zaagkettingspanning.
  18. Kettingoliestelschroef: Schroef voor het afstellen van de toevoer van zaagkettingolie naar het zwaard en de zaagketting.
  19. Geluiddemper: Vermindert het geluid uit de uitlaat en verandert de richting van de uitlaatgassen.
  20. Antitrillingsveer: Vermindert de overdracht van trillingen naar de handen van de gebruiker.
  21. Antitrillingsveerrubber: Vermindert de overdracht van trillingen naar de handen van de gebruiker.
  22. Klemmoer van zwaard: Hiermee zijn de zijkant van de behuizing en het zwaard bevestigd.
  23. Gepunte schorssteun: Voorziening die als vast draaipunt dient in contact met een boom of stam.
  24. Zwaardhoes: Hiermee worden het zwaard en de zaagketting netjes afgedekt wanneer de machine niet wordt gebruikt.
  25. Combinatie bougie en spannersleutel: Met dit gereedschap kunt u de bougie los- en vastdraaien en de zaagketting spannen.
  26. Gebruiksaanwijzing: Meegeleverd met de machine. Lees de gebruiksaanwijzing voor u de machine gaat gebruiken en bewaar hem om later te kunnen raadplegen voor een goede, veilige techniek.
  27. Etiket met waarschuwing voor hete oppervlakte.

HiKOKI TCS33EDP - WAT IS WAT? - 1

Let in het bijzonder op aanwijzingen die beginnen met de volgende woorden:

WAARSCHUWING

Geeft aan dat er een verhoogd risico bestaat op ernstig persoonlijk letsel of zelfs de dood als de aanwijzingen niet worden opgevolgd.

LET OP

Geeft aan dat er risico bestaat op persoonlijk letsel of zaakschade als de aanwijzingen niet worden opgevolgd.

OPMERKING

Nuttige informatie voor correct functioneren en gebruik van de machine.

Veiligheid van de gebruiker

○ Draag altijd een vizier of veiligheidsbril.
○ Gebruik handschoenen bij het slijpen van de ketting.
○ Draag altijd veiligheidskleding zoals een jas, broek, handschoenen, helm, veiligheidsschoenen of laarzen met stalen neuzen en antislip-zolen, oog-, oor en beenbescherming wanneer u met de kettingzaag werkt. Neem contact op met een Tanaka dealer voor hulp bij het uitkiezen van de juiste apparatuur. Draag geen loszittende kleding, sieraden, korte broeken, sandalen en werk nooit blootsvoets. Draag lang haar samengebonden zodat het maximaal schouderlang is.

○ Gebruik deze machine niet wanneer u moe of ziek bent, of alcohol, drugs of medicijnen heeft ingenomen.

○ Laat in geen geval kinderen of onervaren personen de machine gebruiken.

○ Draag gehoorbescherming. Let op uw omgeving.

Let op omstanders die eventueel problemen aangeven.

Verwijder veiligheidsuitrusting pas nadat de motor volledig gestopt is.
○ Draag hoofdbescherming.
○ Start de motor niet en laat de motor niet lopen in een afgesloten ruimte of gebouw.

Inademen van uitlaatgassen kan dodelijk zijn.

Om ademhalingsproblemen te voorkomen, moet u een veiligheidsmasker dragen wanneer er oliedamp en zaagsel van de ketting komt.
○ Houd de handgrepen vrij van olie en brandstof.
○ Houd uw handen weg van de zagende onderdelen zelf.
○ Houd of pak de machine niet vast aan de zagende onderdelen.
○ Wanneer de machine uit wordt gezet, moet u controleren of de zagende onderdelen inderdaad helemaal gestopt zijn voordat u de machine neerzet.
○ Wanneer de werkzaamheden lang duren, moet u regelmatig pauzeren om lichamelijk letsel als gevolg van de trillingen van de machine (fenomeen van Raynaud/"dode" vingers) te voorkomen.
○ Het gebruik van de machine kan door wetgeving in uw land worden beperkt.
○ De gebruiker moet alle regelgeving die geldt in het gebied waar de zaag gebruikt zal worden, in acht nemen.

WAARSCHUWING

Systemen voor het dempen van de trillingen kunnen niet garanderen dat u geen fenomeen van Raynaud ("dode" vingers) of carpalé-tunnelsyndroom kunt oplopen.
Daarom moeten gebruikers die regelmatig en/of langdurig met de machine werken de toestand van hun handen en vingers zorgvuldig in de gaten houden. Als u merkt dat één van de bovengenoemde klachten zich voordoet, moet u onmiddellijk een arts raadplegen.
Langdurige of voortdurende blootstelling aan een hoog geluidsniveau kan leiden tot blijvende schade aan het gehoor. Draag daarom altijd een goedgekeurde gehoorbescherming wanneer u met deze machine of dergelijke apparatuur werkt.
○ Als u medische elektrische/elektronische apparatuur gebruikt, zoals een pacemaker, moet u eerst uw arts raadplegen en

contact opnemen met de fabrikant van de apparatuur voor u elektrisch of op andere wijze aangedreven gereedschap gaat gebruiken.

Veiligheid/beveiliging van de machine

○ Controleer het hele apparaat/machine voor elk gebruik en ook nadat deze is gevallen of op andere wijze aan harde schokken is blootgesteld. Vervang beschadigde onderdelen. Controleer of er brandstoflekken zijn en of alle bevestigingsmiddelen aanwezig zijn en goed vast zitten.
○ Vervang onderdelen met barsten of stukjes eraf, of onderdelen die op een andere manier beschadigd zijn voor u de machine gaat gebruiken.

○ Controleer of de zijkant van de behuizing correct is bevestigd.

○ Houd anderen uit de buurt wanneer u de carburateur afstelt.

○ Gebruik uitsluitend accessoires die speciaal voor deze machine worden aanbevolen door de fabrikant.

○ Let op dat de ketting nergens tegenaan slaat. Als de ketting iets raakt, moet u de machine onmiddellijk stoppen en zorgvuldig controleren.

○ Controleer of de automatische smering werkt. Zorg ervoor dat de olietank gevuld is met schone olie. Laat de ketting nooit droog over het zwaard lopen.

Al het onderhoud aan de kettingzaag, behalve wat apart vermeld staat in de gebruiksaanwijzing, moet door een vakkundige onderhoudsmonteur van kettingzagen worden uitgevoerd. (Als bijvoorbeeld niet het juiste gereedschap wordt gebruikt bij het verwijderen van het vliegwiel, of om het vliegwiel vast te houden om de koppeling te kunnen verwijderen, kan het vliegwiel ernstig beschadigd raken en vervolgens breken.)

⚠ WAARSCHUWING

○ Breng in geen geval wijzigen aan de machine aan. Gebruik de machine in geen geval voor werkzaamheden waar deze niet voor bedoeld is.
○ Het knoeien met de motor maakt de EU-typegoedkeuring van deze motor ongeldig.
○ Gebruik de kettingzaag in geen geval zonder veiligheidsvoorzieningen of als de veiligheidsvoorzieningen defect zijn. Dit kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
○ Gebruik van een ander zwaard/andere ketting dan wordt aanbevolen door de fabrikant of onderdelen die niet zijn goedgekeurd, kan resulteren in een hoog risico op ongevallen en persoonlijk letsel.

Veiligheid en brandstof

○ Meng en tank brandstof in de buitenlucht en buiten bereik van vonken en vlammen.
○ Gebruik een voor brandstof goedgekeurde tank of jerrycan.
○ Rook niet en sta roken ook niet toe in de buurt van brandstof of van de machine zelf wanneer de machine gebruikt wordt.
○ Neem alle gemorste brandstof op voor u de motor start.
○ Ga minstens 3 meter van de plaats waar u getankt heeft vandaan voor u de motor start.
○ Stop de motor en laat hem een paar minuten afkoelen voor u de brandstofdop verwijdert.
Maak de brandstoftank helemaal leeg voor u de machine opbergt. We raden u aan de tank elke keer nadat u de machine gebruikt heeft, leeg te maken. Als er brandstof in de tank blijft zitten, moet u ervoor zorgen dat er geen brandstof kan lekken.
○ Bewaar de machine en de brandstof op een plek waar de brandstofdampen niet kunnen worden ontstoken door vonken of open vuur van bijv. geisers, boilers, elektrische motoren of schakelaars, verwarmingstoestellen enz.

⚠ WAARSCHUWING

Brandstof kan gemakkelijk ontvlammen en ingeademd worden, dus wees voorzichtig wanneer u ermee omgaat.

Veilig zagen

○ Zaag geen ander materiaal dan hout of houten voorwerpen.
○ Draag een goed masker om uw luchtwegen te beschermen wanneer u hout zaagt dat met een insecticide is behandeld.
Houd iedereen, kinderen, dieren, omstanders en assistenten, buiten de gevarenzone. Stop de motor onmiddellijk als er iemand op u af komt.

○ Houd de machine stevig vast met uw rechterhand aan de achterste handgreep en uw linkerhand aan de voorste handgreep.
○ Zorg ervoor dat u stevig staat en goed in evenwicht blijft. Reik niet boven uw macht.
○ Houd uw lichaamsdelen uit de buurt van de uitlaat en de zagende onderdelen wanneer de motor loopt.
○ Houd het zwaard/de ketting onder heuphoogte.
○ Voor de gebruiker begint met zagen, moet hij/zij de techniek van het zagen met de kettingzaag beheersen.
○ Bedenk vooraf een veilige uitwijkmogelijkheid voor wanneer de boom valt.
○ Houd de machine stevig vast met beide handen, met uw duim stevig rond de voorste handgreep, en sta met uw beide voeten stevig op de grond zodat u in evenwicht kunt blijven.
○ Sta naast het zwaard wanneer u zaagt - nooit direct achter erachter.
○ Houd de schorssteun, indien aanwezig, naar voren naar de boom gericht, want de ketting kan plotseling de boom in worden getrokken.
○ Wanneer u aan het eind van een snede komt, moet u erop voorbereid zijn dat de machine plotseling vrij komt, zodat de zaag niet door kan schieten en uw benen of lichaam, of andere voorwerpen kan raken.
○ Pas op voor een eventuele terugslag (wanneer de kettingzaag plotseling omhoog en naar achteren, naar de gebruiker slaat). Zaag nooit met de punt van het zwaard.
○ Wanneer u naar een nieuwe werkplek gaat, moet u eerst de machine uit zetten en controleren of alle zagende onderdelen inderdaad gestopt zijn.
○ Zet de machine in geen geval op de grond terwijl deze nog loopt.
○ Controleer altijd eerst of de motor uit is en of de zagende onderdelen volledig gestopt zijn voor u vuil of zaagsel uit het gereedschap gaat verwijderen.
○ Neem altijd een EHBO-doos mee wanneer u met gemotoriseerd gereedschap werkt.
○ Start de motor niet en laat de motor niet lopen in een afgesloten ruimte of gebouw en/of in de buurt van ontvlambare vloeistoffen. Inademen van uitlaatgassen kan dodelijk zijn.

Veilig onderhoud

○ Voer onderhoud aan de machine uit volgens de aanbevolen procedures.
○ Haal de kap van de bougie voor u onderhoud uitvoert, behalve voor het afstellen van de carburateur.
○ Houd anderen uit de buurt wanneer u de carburateur afstelt.
○ Gebruik uitsluitend originele Tanaka vervangende onderdelen, zoals aanbevolen door de fabrikant.

LET OP

Probeer de trekstarter niet te demonteren. Het risico bestaat dat u gewond raakt doordat de veer van de trekstarter losschiet.

⚠ WAARSCHUWING

Onjuist onderhoud kan leiden tot ernstige schade aan de motor of ernstig persoonlijk letsel.

Vervoer en opslag

○ Draag de machine alleen wanneer de motor gestopt is en met de uitlaat weg van uw lichaam.
○ Laat de motor afkoelen, maak de brandstoftank leeg en maak het gereedschap/machine vast alvorens deze op te bergen of te vervoeren.
Maak de brandstoftank helemaal leeg voor u de machine opbergt. We raden u aan de tank elke keer nadat u de machine gebruikt heeft, leeg te maken. Als er brandstof in de tank blijft zitten, moet u ervoor zorgen dat er geen brandstof kan lekken.
○ Bewaar de machine buiten bereik van kinderen.
○ Maak de machine schoon, voer het vereiste onderhoud uit en bewaar de machine op een droge plek.
○ Controleer of de stopschakelaar inderdaad uit staat voor u de machine vervoert of opbergt.
○ Wanneer u de machine vervoert of opbergt, moet u de hoes van de geleidebalk over het zwaard doen.

Als er zich situaties voordoen die niet in deze gebruiksaanwijzing behandeld worden, wees dan voorzichtig en gebruik uw verstand. Neem contact op met uw Tanaka dealer als u hulp nodig heeft.

Een van de grootste gevaren bij het werken met een kettingzaag is de mogelijkheid van een terugslag. De kettingzaag kan terugslaan wanneer de punt van het zwaard tegen iets aankomt, of wanneer de zaag klem loopt in de zaagsnede. Een terugslag omdat de punt ergens tegenaan komt zodat het zwaard naar boven en r achteren, dus in uw richting, slaat, gebeurt soms bliksemsnel. Als de zaagketting vastloopt langs de bovenkant van het zwaard, kan het zwaard ook ineens in uw richting slaan. Door allebei deze reacties kunt u de controle over de motor kettingzaag verliezen, wat kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. Ook al is uw motor kettingzaag voorzien van ingebouwde veiligheidsvoorzieningen, dan nog doet u er goed aan niet uitsluitend op deze voorzieningen te vertrouwen. Houd de zwaardpunt altijd goed in de gaten. Er kan een terugslag optreden wanneer u iets raakt met de terugslagzone (1) van het zwaard. Gebruik deze zone daarom nooit. Een terugslag door vastlopen van de ketting ontstaat doordat de zaagsnede zich sluit en de bovenkant van het zwaard vastklemt. Let goed op de zaagsnede en zorg ervoor dat de snede open blijft bij het zagen. Houd de motor kettingzaag onder controle wanneer de motor draait door de machine altijd stevig met uw rechterhand aan de achterste handgreep en uw linkerhand aan de voorste handgreep vast te houden, met uw duimen en vingers helemaal rond de handgrepen. Houd de motor kettingzaag altijd met beide handen vast wanneer u zaagt en zaag met de motor op een hoog toerental. Let op de instructies van de fabrikant voor het slijpen en onderhouden van de zaagketting. Gebrekkig onderhoud vergroot de kans op terugslag.

SPECIFICATIES

ModelTCS33EDP (35S) TCS33EDP (40S)
Soort apparatuur Motor kettingzaag, draagbaar
Cilinderinhoud (cm3) 32,2
Bougie NGK BPMR-7A
Inhoud brandstoftank (cm3) 290
Inhoud olietank (cm3) 180
Droog gewicht (kg) (Zonder zwaard en ketting) 3,7
Lengte zwaard (mm) 350 400
Steek zaagketting (mm) 9,53
Dieptemaat kettinggeleider (mm) 1,27
Geluidsdrukniveau LpA (dB (A)) volgens ISO 22868Gelijkwaardig1Onzekerheid*1001
Geluidsdrukniveau LwA (dB (A)) volgens ISO 22868Gemeten2OnzekerheidGeluidsdrukniveau LwA (dB (A)) volgens 2000/14/ECGemeten2Gegarandeerd*1121,5112114
Trillingsniveau (m/s2) volgens ISO 22867Voorste handgreep *1Achterste handgreep *1Onzekerheid*3,84,61
Max. motorvermogen volgens ISO 7293 (kW)*1,3
Max. toerental (min1)*13500
Stationair toerental (min-1) 2800 – 3200
Soort ketting91PX(Oregon)
Max. kettingsnelheid (m/sec)25,7
Tandwiel (aantal tanden)6
Type aandrijftandwielRecht

OPMERKING: Geluidsniveaus/trillingsniveaus zijn berekend als de tijdgewogen energiesom van de geluids/trillingsniveaus onder
verschillende werkomstandigheden met de volgende tijdsindeling:
*1: 1/3 stationair, 1/3 max. last, 1/3 max. toerental.
^*2 : 1/2 max. last, 1/2 max. toerental.
Alle gegevens kunnen zonder kennisgeving gewijzigd worden.

MONTAGEPROCEDURES

HiKOKI TCS33EDP - MONTAGEPROCEDURES - 1

WAARSCHUWING

Zet de motor af voordat u controles of onderhoud uitvoert.

Probeer in geen geval de motor te starten zonder dat de zijkant van de behuizing, het zwaard en de ketting goed vastzitten.

  1. Trek de voorste handbescherming (2) naar de voorste handgreep om te controleren of de kettingrem los is. (Afb. 2)
  2. Verwijder de klemmoeren van de geleidebalk (3). Verwijder de zijkant van de behuizing (4). (Afb. 3)

* Als u de schorssteun (5) heeft, kunt u deze met twee schroeven aan de machine bevestigen. (Afb. 4)

  1. Bevestig de geleidebalk (6) aan de bouten (7) en druk hem naar het tandwiel (8) toe tot het niet verder kan. (Afb. 5)
  2. Controleer of de zaagketting (9) de goede kant op loopt, zoals op de afbeelding, en leg de ketting om het tandwiel (8). (Afb. 5)
  3. Leid de schakels van de zaagketting in de groef die helemaal rond het zwaard (6) loopt.
  4. Plaats de zijkant van de behuizing (4) weer terug op de bouten (7).

Zorg ervoor dat het uitsteeksel van de stelbout voor de kettingspanning (10) in het gat in het zwaard (11) past. (Afb. 5)

Draai vervolgens de klemmoeren van het zwaard (3) met de hand vast, zodat het zwaardeind gemakkelijk omhoog en omlaag beweegt. (Afb. 6)

  1. Til de punt van het zwaard iets op en span de ketting (9) door de stelbout voor de kettingspanning (12) met draaien. Controleer of de ketting correct gespannen is door de ketting midden op het zwaard (6) voorzichtig op te tillen: er moet ongeveer 0 - 0,5 mm speling zijn tussen het zwaard en de buitenrand van de schakels van de ketting (13). (Afb. 7, 8)

LET OP

DE JUISTE KETTINGSPANNING IS UITERST BELANGRIJK

  1. Til de punt van het zwaard iets op en draai de klemmoeren van het zwaard (3) goed vast met de combinatiesleutel (14). (Afb. 9)
  2. Een nieuwe ketting zal iets oprekken, dus stel de ketting bij na een paar keer zagen en houd het eerste half uur zagen de kettingspanning goed in de gaten.

OPMERKING

Controleer de kettingspanning vaak om optimale prestaties en duurzaamheid te garanderen.

LET OP

○ Wanneer de ketting te strak wordt gezet, zullen het zwaard en de ketting sneller slijten. Wanneer de ketting echter te los gezet wordt, kan de ketting uit de groef in het zwaard lopen.
○ Draag altijd handschoenen wanneer u de ketting moet aanraken.

HiKOKI TCS33EDP - LET OP - 1

WAARSCHUWING

Houd de kettingzaag stevig met beide handen vast wanneer u hem gebruikt. Gebruik met slechts één hand kan leiden tot ernstig letsel.

BEDIENING

Brandstof (Afb. 10)

HiKOKI TCS33EDP - Brandstof (Afb. 10) - 1

WAARSCHUWING

Deze kettingzaag heeft een tweetaktmotor. Gebruik daarom altijd mengsmering, oftewel benzine gemengd met olie. Zorg voor een goede ventilatie wanneer u tankt of omgaat met brandstof.
Brandstof is uiterst licht ontvlambaar en u kunt ernstig persoonlijk letsel oplopen door de dampen in te ademen of brandstof op uw lichaam te morsen.
Wees altijd voorzichtig bij het werken met brandstof. Zorg altijd voor een goede ventilatie wanneer u brandstof binnen een gebouw gebruikt.

Brandstof

○ Gebruik altijd 89 octaan loodvrije merkbenzine.
○ Gebruik echte tweetaktbrandstof of een benzine-oliemengsel van 25:1 tot 50:1; raadpleeg voor de juiste verhouding alstublieft de verpakking van de tweetaktolie in kwestie of uw Tanaka dealer.

Als er geen echte tweetaktbrandstof beschikbaar is, gebruik dan een kwaliteitsolie die uitdrukkelijk geschikt is voor gebruik in luchtgekoelde tweetaktmotoren (JASO FC GRADE OIL of ISO EGC GRADE). Gebruik geen BIA of TCW (voor watergekoelde tweetaktmotoren) mengolie.
○ Gebruik geen multigrade olie (10 W/30) of afgewerkte olie.
○ Meng nooit brandstof en olie in de brandstoftank van de machine. Meng de brandstof en de olie in een aparte, school jerrycan.

Begin met de helft van de gewenste hoeveelheid benzine in de jerrycan.

Voeg de tweetaktolie toe (alle benodigde olie voor de gewenste hoeveelheid brandstof). Meng het brandstof-oliemengsel (schudden). Voeg tenslotte de resterende hoeveelheid benzine toe. Meng (schud) het brandstofmengsel nog eens goed voor u het in de tank doet.

Menghoeveelheid van tweetaktolie en benzine

Benzine (liter)Tweetaktolie (ml)
Verhouding 50:1Verhouding 25:1
0,510 —— 20
120 —— 40
240 —— 80
480 —— 160

klok mee te Tanken (Afb. 11)

HiKOKI TCS33EDP - klok mee te Tanken (Afb. 11) - 1

WAARSCHUWING

○ Schakel de motor altijd uit en laat deze een paar minuten afkoelen voordat u gaat tanken.
Houd rook en open vuur of vonken uit de buurt van de pla waar getankt wordt.
○ Maak de brandstoftank (15) voorzichtig open om eventueel onder druk staande gassen te laten ontsnappen.
○ Draai na het tanken de dop weer goed op de brandstoftank.
○ Ga minstens 3 m van de plek waar u getankt heeft vandaan voor u de motor probeert te starten.
○ Was eventueel op uw kleding gemorste brandstof er onmiddellijk uit met zeep of een wasmiddel.
○ Controleer of er ergens brandstof lekt na het tanken.

Maak voor u gaat tanken de tankdop en omstreken netjes schd zodat er geen vuil in de tank kan vallen. Zorg ervoor dat de brandstof goed gemengd is door voor het tanken de jerrycan goed te schudden.

Kettingsmering (Afb. 11)

HiKOKI TCS33EDP - Kettingsmering (Afb. 11) - 1

WAARSCHUWING

Gebruik nooit afgewerkte of geregenereerde olie. Het gebruik hiervan kan schadelijk zijn voor uw gezondheid of beschadiging van de machine veroorzaken.

Open de olietank (16) voorzichtig en vul de tank met k Gebruik altijd kettingolie van goede kwaliteit. Wanneer de motor loopt, wordt de ketting automatisch gesmeerd.

Vul de olietank (16) met kettingolie telkens wanneer u brandstof bijvult.

OPMERKING

Wanneer u brandstof tankt of het reservoir voor de kettingsmering vult, leg de machine dan op zijn kant, met de vuldoppen boven. (Afb. 11)

KETTINGSMERING AFSTELLEN

De kettingsmering staat standaard op maximum ingesteld op de fabriek. Pas de hoeveelheid aan de situatie aan.

Draai de afstelschroef (17) tegen de klok om de hoeveelheid te vergroten en met de klok mee om de hoeveelheid te vermindere (Afb. 12)

Werking kettingrem (Afb. 2, 13)

De kettingrem is ontworpen om in werking te treden in noodgevallen, zoals bij een terugslag.

De rem wordt in werking gesteld door de voorste handbeschermer (2) naar het zwaard toe te bewegen. Wanneer de kettingrem in werking is, zal ook als de gashendel wordt ingedrukt het toerental

niet hoger worden en zal dus de ketting niet beginnen te lopen. Trek de voorste handbeschermer (2) weer in de richting van de voorste handgreep om de rem los te laten.

Als de motor met hoge snelheid blijft draaien terwijl de rem aangrijpt, zal de koppeling oververhit raken, waardoor problemen zullen ontstaan.

Wanneer de rem in werking treedt terwijl u de zaag gebruikt, moet u onmiddellijk de gashendel loslaten om de motor te vertragen.

De werking van de kettingrem controleren (Afb. 14)

1) Zet de motor uit.

2) Houd de kettingzaag horizontaal, laat de voorste handgreep los zodat de punt van het zwaard op een boomstronk of ander stuk hout terecht komt en controleer de werking van de rem. De kracht die hiervoor nodig is hangt mede af van de lengte van het zwaard.

Als de rem niet werkt, moet u uw dealer vragen om inspectie en eventueel reparatie

Starten van een koude motor (Afb. 2, 13, 15-18)

LET OP

Voordat u de motor start, moet u controleren of het zwaard/ketting niets aanraakt.

  1. Duw tegen de voorste handbeschermer (2) om de rem te activeren. (Afb. 13)
  2. Zet de stopschakelaar (18) in de stand ON. (Afb. 15)
  3. Druk ongeveer tien maal op de han brandstof van de pomp naar de carburateur stroomt. (Afb. 16)
  4. Draai de chokehendel (19) om deze in de stand START (N) te zetten. (Afb. 16) Hiermee is het gas automatisch vergrendeld op halfgas.
  5. Trek de trekstarter (21) snel uit en let erop dat u de handgreep goed vast blijft houden en deze niet laat terugschieten. (Afb. 17)
  6. Als u hoort dat de motor aanslaat, kunt u de chokehendel (19) terugkeren om deze in de stand RUN ( |+) te zetten. (Afb. 16)

OPMERKING

Wanneer de chokehendel met de hand vanuit de stand START (N) wordt teruggezet in de stand RUN (J) zal de gashendel in de half-open stand (halfgas) blijven staan.

  1. Trek de trekstarter (21) nog eens snel uit op de hierboven beschreven manier. (Afb. 17)

OPMERKING

Herhaal de stappen 4 t/m 7 als de motor niet start.

  1. Zodra de motor start, trekt u de gashendel (23) eenmaal volledig aan met de gashendel-vergrendeling (22) ingedrukt en laat de gashendel (23) dan meteen los. Het halfgas is dan uitgeschakeld. (Afb. 18)
  2. Trek aan de voorste handbeschermer (2) om de rem buiten werking te stellen. (Afb. 2)
    Laat de motor ongeveer 2–3 minuten opwarmen voor u met de werkzaamheden begint.
    Laat de motor niet onbelast met hoge toeren draaien wat dit resulteert in een kortere levensduur van de motor.

Starten van een warme motor

Voer alleen 1, 2, 7 en 9 uit van de startprocedure voor een koude motor.

Als de motor niet start, gebruikt u dezelfde startprocedure als voor een koude motor.

Testen van de kettingsmering (Afb. 19)

Controleer of de kettingolie juist wordt afgegeven. Wanneer de onderdelen van de zaagketting beginnen te draaien, richt u de punt van het zwaard naar een stam enz. en trekt dan aan de gashendel om de machine ongeveer 10 seconden op hoge snelheid draaien. Als er kettingolie over de stam wordt gesproeid, wordt de olie juist afgegeven.

⚠ WAARSCHUWING

Draag de machine niet van de ene plek naar de andere met een lopende motor.

Stoppen (Afb. 20)

Neem gas terug en druk de stopschakelaar (18) in de stopstand.

WAARSCHUWING

Zet de machine na gebruik niet op plaatsen met ontvlambare materialen zoals droog gras, want de uitlaat is nog steeds heet nadat de motor is afgezet.

OPMERKING

Als de motor niet stopt, kunt u de motor geforceerd stoppen door de chokehendel in de stand START (N) te draaien. Voordat u de motor opnieuw start, moet u de machine door een Tanaka dealer laten repareren.

⚠ WAARSCHUWING

○ Reik niet boven uw macht en zaag niet boven schouderhoogte.
○ Wees extra voorzichtig bij het kappen en gebruik de motor kettingzaag nooit met de punt omhoog of boven schouderhoogte.

KETTINGVANGER

De kettingvanger bevindt zich dichtbij de aandrijving, net onder de ketting en dient om te voorkomen dat een gebroken ketting de gebruiker zou kunnen raken.

WAARSCHUWING

Sta niet in één lijn met de ketting wanneer u aan het zagen bent.

BASISTECHNIEKEN VOOR HET MAKEN VAN ZAAGSNEDES VOOR KAPPEN, SNOEIEN EN INKEPEN

De volgende informatie is bedoeld om u een algemene inleiding te geven in de techniek van het houtzagen.

Deze informatie dekt niet alle specifieke situaties die mede afhankelijk zijn van het terrein, de begroeiing, het soort hout, de vorm en de afmetingen van de boom enz. Raadpleeg Tanaka dealer, houtvester of plaatselijke bosbouwschool voor advies met betrekking tot specifieke bijzonderheden aangaande de houtkap in het gebied in kwestie. Hierdoor zult u veiliger en effi ciënter kunnen werken.
○ Zaag niet bij slecht weer, zoals dichte mist, zware regen, extreme koude, sterke wind enz.
Het is doorgaans zeer vermoeiend om in slecht weer te moeten werken en er kunnen gevaarlijke situaties door ontstaan, bijvoorbeeld om de ondergrond glad wordt. Door een sterke wind kan een boom vallen in een andere richting dan u in gedachten had, wat kan leiden tot zaakschade of persoonlijk letsel.

LET OP

Gebruik de kettingzaag nooit om iets los te wrikken of voor andere doeleinden waar de machine niet voor bedoeld is.

WAARSCHUWING

○ Struikel niet over obstakels zoals boomstronken, wortels, stenen, takken en gevelde bomen. Pas op voor gaten en greppels. Wees zeer voorzichtig bij werkzaamheden op hellingen of oneffen terrein.

Zet de motor uit wanneer u naar een andere werkplek gaat.

Zaag altijd met de gashendel helemaal open. Een langzaam bewegende ketting zal makkelijker vastlopen en de motor kettingzaag doen schokken of zelfs terugslaan.

○ Gebruik de motor kettingzaag in geen geval met één hand.

U kunt de motor kettingzaag dan nooit goed hanteren en u kunt gemakkelijk de controle verliezen en daardoor ernstig letsel oplopen.

Houd de behuizing van de motor kettingzaag dicht bij uw lichaam voor een betere controle en om een te hoge belasting te voorkomen.

Wanneer u zaagt met het onderste deel van de ketting, zal de motor kettingzaag van u weg worden getrokken, als het ware het hout in.

te beten De motor kettingzaag zelf bepaalt de zaagsnelheid en het zaagsel wordt in uw richting geworpen. (Afb. 21)

○ Wanneer u zaagt met het bovenste deel van de ketting, duwt de ketting de motor kettingzaag juist naar u toe, dus weg van het hout dat u aan het zagen bent. (Afb. 22)

Er is een risico op terugslag als de motor kettingzaag zo ver wordt geduwd dat er met de punt van het zwaard wordt gezaagd.

Het is het veiligst om met de onderkant van het zwaard en de ketting te zagen. Zagen met de bovenkant maakt het hanteren

en controleren van de motor kettingzaag veel moeilijker en verhoogt het risico op terugslag.

○ In het geval de ketting blokkeert, de gashendel onmiddellijk loslaten.

Als de motor met hoge snelheid blijft draaien terwijl de ketting geblokkeerd is, kan de koppeling oververhit en defect raken.

OPMERKING

Houd de schorssteun, indien aanwezig, naar de boom gericht, want de ketting kan plotseling de boom in worden getrokken.

KAPPEN

Goed kappen is meer dan gewoon even een boompje omzagen. De kunst is de boom te laten vallen op de gewenste plek, zonder de boom zelf of iets anders te beschadigen.

Voor u een boom gaat kappen, moet u alle omstandigheden die invloed hebben op de richting waarin de boor aanmerking nemen, zoals:

De richting waarin de boom zelf al helt. De vorr Eventuele sneeuw op de kruin.

Windrichting en -sterkte. Obstakels in het bereik van de boom (bijv. andere bomen, stroomleidingen, wegen, gebouwen enz.).

HiKOKI TCS33EDP - KAPPEN - 1

WAARSCHUWING

○ Houd altijd rekening met de toestand van de boom zelf. Let op verval en rot in de stam, waardoor de stam kan breken en vallen voor u het verwacht en in een onverwachte richting.
○ Let op dode takken die makkelijk af kunnen breken terwijl u aan het werk bent en op u kunnen vallen.

Houd mensen en dieren op een afstand van minstens twee keer de lengte van de boom terwijl u de boom aan het kappen bent. Haal struiken en takken rond de boom van tevoren weg.

Bereid een ontsnappingsweg voor, weg van de richting waarin de boom zal worden geveld.

BASISREGELS VOOR HET KAPPEN VAN BOMEN

Normaal gesproken bestaat het kappen uit twee handelingen, namelijk het zagen van inkepingen en het maken van de zaagsnede die de boom velt. Begin met de bovenste zaagsnede van de inkeping aan de kant van de boom in de gewenste valrichting. Kijk langs de onderste zaagsnede van de inkeping of u niet te diep i zaagt. De inkeping moet diep genoeg zijn om een voldoende breed en sterk scharnier te vormen. De inkeping moet breed genoeg om de val van de boom zo lang mogelijk te kunnen blijven s Zaag de velsnede vanaf de andere kant van de stam 3–5 cm boven de punt van de inkeping. (Afb. 23)

  1. Velrichting
  2. 45° minimum hoek van de inkeping
  3. Scharnier
  4. Velsnede

Zaag de stam nooit helemaal door. Laat altijd een strook hout ov die als scharnier kan dienen.

Dit scharnier stuurt de val van de boom. Als de stam helemaal door wordt gezaagd, heeft u geen controle meer over de richting waar de boom zal vallen.

Sla ruim voordat de boom zijn stabiliteit verliest en begint te bewegen een wig of velhefboom (koevoet) in de zaagsnede. Hierdoor voorkomt u dat het zwaard klem komt te zitten in wanneer u de velrichting verkeerd heeft ingeschat. Zorg ervoor dat er geen mensen in de valzone zijn voor u de boom omduwt.

VELSNEDE BIJ EEN STAMDIAMETER VAN MEER DAN TWEE KEER DE LENGTE VAN HET ZWAARD

Zaag een flinke, brede inkeping. Maak vervolgens een zaagsnede in het midden van de stam, vanaf de punt van de inkeping. Laat altijd een strook hout over als scharnier aan beide zijden van de middensnede. (Afb. 24)

Zaag tenslotte rondom de holte in het midden van de stam om de boom te vellen, zoals op Afb. 25.

HiKOKI TCS33EDP - VELSNEDE BIJ EEN STAMDIAMETER VAN MEER DAN TWEE KEER DE LENGTE VAN HET ZWAARD - 1

WAARSCHUWING

Deze werkwijze is zeer gevaarlijk, omdat er met de punt van het zwaard moet worden gewerkt en er dus een terugslag kan optreden.

Deze technieken mogen alleen worden toegepast door geschoolde vaklui.

TAKKEN VERWIJDEREN

In dit geval bedoelen we het verwijderen van de takken van een gevelde boomstam.

HiKOKI TCS33EDP - TAKKEN VERWIJDEREN - 1

WAARSCHUWING

De meeste ongelukken door terugslag gebeuren bij het verwijderen van takken.

Gebruik in geen geval de punt van het zwaard. Wees zeer voorzichtig en vermijd de stam, andere takken of voorwerpen met de punt van het zwaard. Wees zeer voorzichtig met gebogen takken. Deze kunnen in onverwachte richtingen wegspringen zodat u de controle verliest, wat kan leiden tot letsel. (Afb. 26)

Sta aan de linkerkant van de stam. Zorg ervoor dat u stevig staat en laat de motor kettingzaag op de stam rusten. Houd de motor kettingzaag dicht bij uw lichaam zodat u er volledige controle over heeft Blijuit de buurt van de ketting. Beweeg alleen met de stam tussen u en de ketting. Pas op voor wegspringende gebogen takken.

^m AFZAGEN VAN DIKKE TAKKEN

Bij het verwijderen van dikke takken kan het zwaard gemakkelijk vastlopen. Gebogen takken kunnen plotseling breken en wegspringen, dus u kunt dergelijke takken het best in kleinere stappen doorzagen. Pas dezelfde principes toe als bij het kappen van een boom. Denk vooruit en blijf letten op de mogelijke gevolgen van wat u doet.

DOORZAGEN VAN DE STAM/AFKORTEN

Voor u begint met het doorzagen van de stam, moet u zich proberen voor te stellen wat er zal gebeuren. Let op de spanning in de stam en zaag op zo'n manier dat het zwaard niet vastloopt.

DOORZAGEN VAN STAMMEN, DRUK VAN BOVEN

Ga stevig staan. Maak eerst een zaagsnede aan de bovenkant. Maak deze snede niet te diep; ongeveer 1/3 van de diameter van de stam is genoeg. Maak het karwei af met een zaagsnede aan de onderkant van de stam.

Zorg ervoor dat de twee zaagsnedes samenkomen. (Afb. 27)

  1. Ontspanningssnede

  2. Dwarsdoorsnede

30d Drukaven boven

  1. Drukzijde

32jnTrekzijde

83 Relatieve diepte van de zaagsnedes

DIKKE STAM, DIAMETER GROTER DAN DE LENGTE VAN HET ZWAARD

Zaag eerst aan de andere kant van de stam. Trek de motor kettingzaag naar u toe en volg daarna de hierboven beschreven procedure. (Afb. 28)

Als de stam op de grond ligt, kunt u eerst een gat zagen om te voorkomen dat u in de grond zaagt. Maak het karwei af met een ver Zaagsnede aan de onderkant van de stam. (Afb. 29)

HiKOKI TCS33EDP - DIKKE STAM, DIAMETER GROTER DAN DE LENGTE VAN HET ZWAARD - 1

WAARSCHUWING

rGEVAAR VOOR TERUGSLAG

Probeer geen gat te zagen als u daarin niet getraind bent. Een gat zagen betekent dat er met de punt van het zwaard gewerkt moet worden, wat kan leiden tot terugslaan van de kettingzaag.

de zaagsnede DOORZAGEN VA

Ga stevig staan. Begin met een zaagsnede aan de onderkant van de stam. De diepte van deze zaagsnede moet ongeveer 1/3 van de diameter van de stam bedragen.

Maak het karwei af met een zaagsnede aan de bovenkant. Zorg ervoor dat de twee zaagsnedes samenkomen. (Afb. 30)

  1. Ontspanningssnede
  2. Dwarsdoorsnede
  3. Druk van onder
  4. Trekzijde
  5. Drukzijde
  6. Relatieve diepte van de zaagsnedes

DIKKE STAM, DIAMETER GROTER DAN DE LENGTE VAN HET ZWAARD

Zaag eerst aan de andere kant van de stam. Trek de motor kettingzaag naar u toe en volg daarna de hierboven beschreven procedure. Maak het karwei af met een zaagsnede aan de bovenkant van de stam. (Afb. 31)

WAARSCHUWING

GEVAAR VOOR TERUGSLAG

Probeer geen gat te zagen als u daarin niet getraind bent. Een gat zagen betekent dat er met de punt van het zwaard gewerkt moet worden, wat kan leiden tot terugslaan van de kettingzaag. (Afb. 32)

ALS DE MOTOR KETTINGZAAG VASTLOOPT

Stop de motor. Til de stam op of verander de positie van met bijvoorbeeld een dikke tak of koevoet als hefboom. Probeer de motor kettingzaag niet los te trekken. Als u dat toch doet, kunt u de handgreep beschadigen of gewond raken door de zaagketting wanneer de motor kettingzaag ineens losschiet.

ONDERHOUD

Afstellen van de carburateur (Afb. 33)

In de carburateur wordt de brandstof gemengd met lucht. De carburateur wordt bij het testen van de motor in de fabriek afgesteld. Afhankelijk van het klimaat en de hoogte kunnen er verdere aanpassingen nodig zijn. De carburateur heeft één afstelmogelijkheid:

T = stelschroef stationair toerental.

Afstelling stationair toerental (T)

Controleer of het luchtfilter schoon is. Wanneer het stationaire toerental correct is afgesteld, zal de zaagketting niet bewegen. Als de afstelling aangepast moet worden, kunt u de T-schroef dichtdraaien (met de klok mee) terwijl de motor zaagketting begint te bewegen. Draai de schroef vervolgens open (tegen de klok in) tot de ketting stopt. U heeft het juiste stationaire toerental ingesteld wanneer de motor in alle standen soepel blijft lopen bij een toerental dat ruim onder het toerental ligt waarbij de zaagketting begint te bewegen. Als de zaagketting blijft draaien nadat u het stationaire toerental heeft afgesteld, dient u contact op te nemen met uw Tanaka dealer

WAARSCHUWING

De ketting mag in geen geval draaien wanneer de motor stationair draait.

OPMERKING

Raak de instelling voor hoge snelheid (H) en lage snelheid niet aan.

Deze zijn alleen bedoeld voor de Tanaka-dealer.

Als u ze verdraait, kan dit ernstige schade aan de machine veroorzaken.

Luchtfi Iter (Afb. 34)

Het luchtfilter (40) moet regelmatig vrijgemaakt worden van stof en vuil om te voorkomen dat:

○ de carburateur storingen gaat vertonen.
○ de motor slecht start.
○ de motor minder vermogen levert.
○ de onderdelen van de motor onnodig slijten.
○ het brandstofverbruik abnormaal hoog wordt.

Maak het luchtfilter elke dag of nog vaker schoon als u in een stoffige omgeving werkt.

Verwijder het deksel van het luchtfilter (41) en het luchtfilter zelf (40). Was alles in warm sop. Controleer of het filter goed droog is voor u het terugzet. Een luchtfilter dat geruime tijd gebruikt is kan niet meestal meer helemaal schoongemaakt worden. Het luchtfilter moet daarom regelmatig vervangen worden door een beschadigd of kapot filter moet onmiddellijk vervangen worden.

Bougie (Afb. 35)

De toestand van de bougie ondervindt negatieve invloed van:

○ een verkeerde instelling van de carburateur.
○ een verkeerde mengsmering (teveel olie in de benzine).
○ een vuil luchtfi Iter.
○ zware werkomstandigheden (bijv. kou).

Deze factoren veroorzaken afzettingen op de elektroden van de bougie, wat kan leiden tot storingen en startproblemen. Als de motor vermogen tekort komt, moeilijk start of slecht stationair loopt, controleer dan eerst de bougie. Als de bougie vuil is, maak hem dan schoon en controleer de afstand tussen de elektroden. Corrigeer

de afstand indien nodig. De juiste afstand is 0,6 mm. De bougie moet elke 100 bedrijfsuren vervangen worden, of eerder, als de elektroden weggevreten zijn.

OPMERKING

In sommige gebieden is een bougie met weerstand vereist om de machine te ontstoren. Als deze machine oorspronkelijk voorzien was van een bougie met ingebouwde ontstoringsweerstand, dient u ter vervanging gebruik te maken van hetzelfde type e stam bougie.

Smeerpunt (Afb. 36)

Maak het smeerpunt voor de kettingsmering (42) zo vaak mogeli schoon.

Zwaard (Afb. 37)

Maak de groef en het smeerpunt (43) in het zwaard schoon voordat u de machine gebruikt.

Zijkant behuizing (Afb. 38)

Houd de zijkant van de behuizing en de aandrijving vrij van zaagsel en vuil. Breng regelmatig olie of vet aan om corrosie te voorkomen, aangezien sommige bomen een relatief hoge zuurgraad hebben.

OPMERKING

Trek de voorste handbeschermer omhoog naar u toe en zet de rem vrij om de zijkant van de behuizing te verwijderen of aan te brengen.

Brandstoffi Iter (Afb. 39)

Verwiider het brandstofffilter (44) van de brandstoftank en was het zorgvuldig in een oplosmiddel of schone benzine. Druk het filter daarna weer volledig terug in de tank.

OPMERKING

Vervang het brandstofffilter (44) als het na verloop van tijd hard geworden is door stof en vuil.

Kettingsmeringfi Iter (Afb. 39)

Verwijder het oliefilter (45) en was het zorgvuldig in een oplosmiddel of schone benzine. Druk het filter daarna weer volledig terug in de tank.

OPMERKING

Vervang het oliefi Iter (45) als het na verloop van tijd hard (L) geworden is door stof en vuil.

Voor langdurige opslag

Tap alle brandstof uit de tank af. Start de motor en laat deze lopen tot hij vanzelf stopt. Repareer eventuele beschadigingen. Maak de machine schoon met een schone doek, of met perslucht. Doe een paar druppels tweetaktolie in de cilinder via het bougiegat en laat de zuiger een paar keer op en neer gaan om de olie goed te verdelen. Dek de machine af en bewaar hem op een droge plek.

SLIJPEN VAN DE ZAAGKETTING

Onderdelen van een zaagschakel (Afb. 40, 41)

⚠ WAARSCHUWING

○ Gebruik handschoenen bij het slijpen van de ketting.
○ Rond de voorste rand af om het risico op terugslag of breken van de kettinggeleiders te verkleinen.

  1. Bovenste plaat

  2. Snijhoek

  3. Zijplaat

  4. Geul

50u WielEen

  1. Chassis

  2. Gat klinknagel

  3. Teen

  4. Dieptestellernok

  5. Correcte hoek op bovenste plaat (hoek afhankelijk van type ketting)

  6. Iets vooruitstekende "haak" of punt (curve bij een non-beitel ketting)

  7. Hoogste punt van dieptestellernok op juiste hoogte onder de bovenste plaat

  8. Voorzijde dieptestellernok afgerond

LAGER STELLEN DIEPTESTELLERNOKKEN MET EEN VIJL

WAARSCHUWING

○ Maak het bovenste gedeelte van de bumperschakels met een vijl glad en vervorm ze niet. (Afb. 42)
○ Breng de dieptestellernok op de voorgeschreven instelling. Wanneer het bovenstaande niet wordt gedaan, bestaat er kans op terugslag met mogelijk letsel tot gevolg.
1) Als u een vijlhouder gebruikt om de zaagschakels te vijlen, kunt u de diepte controleren en verlagen.
2) Controleer de instelling van de dieptestellernokken elke derde slijpbeurt.
3) Plaats de dieptemal op de zaagschakel. Als de dieptestellernok uitsteekt, vijl deze dan terug tot hij weer gelijk ligt met de bovenkant van de mal. Vijl altijd van de binnenzijde van de ketting naar buiten. (Afb. 43)
4) Rond de voorste hoek af om de oorspronkelijke vorm van de dieptestellernok na gebruik van de mal te herstellen. Houd u aan de aanbevolen waarden voor de diepte zoals vermeld in de gebruiksaanwijzing of onderhoudshandleiding van uw motor kettingzaag. (Afb. 44)

ALGEMENE AANWIJZINGEN VOOR HET VIJLEN VAN ZAAGSCHAKELS

Vijl (60) de zaagschakels aan de ene kant van de ketting van binnen naar buiten. Vijl alleen in voorwaartse richting, niet heen en weer. (Afb. 45)

5) Zorg ervoor dat alle zaagschakels even lang zijn. (Afb. 42)
6) Vijl voldoende weg om beschadigingen van de snede (zijplaat (61) en bovenste plaat (62)) van de zaagschakel te verwijderen. (Afb. 46)

SLIJPHOEKEN VOOR HET SLIJPEN VAN DE ZAAGKETTING

1. Onderdeelnummer 91PX
2. Steek 3/8"
HiKOKI TCS33EDP - ALGEMENE AANWIJZINGEN VOOR HET VIJLEN VAN ZAAGSCHAKELS - 13. Instelling dieptestellernok 0,025"
HiKOKI TCS33EDP - ALGEMENE AANWIJZINGEN VOOR HET VIJLEN VAN ZAAGSCHAKELS - 24. Vijlhoek zijplaat 80°
[eskz]5. Hoek bovenste plaat 30°
[tcsc]6. Vijlhoek 90°

○ Controleer de band van de kettingrem. Indien versleten, door een nieuwe vervangen.
○ Controleer of de ketting niet draait wanneer de motor stationair niet loopt.
○ Maak het luchtfilter schoon.

Wekelijks onderhoud

○ Controleer de trekstarter, in het bijzonder het koord.
○ Maak de buitenkant van de bougie schoon.
○ Verwijder de bougie en controleer de afstand tussen de elektroden. Corrigeer deze afstand tot 0,6 mm of vervang de bougie.
○ Controleer of de luchtinlaat bij de trekstarter niet verstopt is.

Maandelijks onderhoud

○ Spoel de brandstoftank met schone benzine en maak het brandstofffilter schoon.
○ Maak het filter voor de kettingsmering schoon.
○ Maak de buitenkant en de omgeving van de carburateur schoon.

Driemaandelijks onderhoud

○ Maak de koelribben van de cilinder schoon.
○ Maak de ventilator en de omgeving ervan schoon.
○ Haal roet en koolafzetting uit de uitlaat.

LET OP

Het reinigen van de koelribben, ventilator en uitlaat dient te worden gedaan door een Tanaka dealer.

OPMERKING

Wanneer u onderdelen bestelt bij een Tanaka dealer, maak dan gebruik van de onderdeelnummers zoals aangegeven in het betreffende gedeelte van deze gebruiksaanwijzing.

Combinaties van zwaard en zaagketting

ZWAARDNR.LENGTE-TYPENEUSTYPEKETTINGNR.(OREGON)
MODELNR.E&SPO14-50CRPO16-50CR14"16"TANDWIELTANDWIEL91PX – 5291PX – 57

Onderhoudsschema

Hieronder treft u nog enkele algemene onderhoudsinstructies aan. Neem voor verdere informatie alstublieft contact op met uw Tanaka dealer.

Inspectie en onderhoud voor gebruik

○ Controleer of de trillingsvrije rubberdelen intact zijn en dat de bevestiging niet loszit of beschadigd is.
○ Controleer of er geen schade is in de trillingsvrije veren en dat de bevestiging niet loszit of beschadigd is.
○ Controleer of de voorste en achterste handgreep niet vervormd zijn of beschadigd.
○ Controleer of de bevestigingen voor de voorste en achterste handgreep stevig vastzitten en niet beschadigd zijn.
○ Controleer of de bouten, moeren enz. van alle onderdelen stevig vastzitten en niet beschadigd zijn.

Dagelijks onderhoud

○ Maak de buitenkant van de machine schoon.
○ Maak het smeerpunt voor de kettingsmering schoon.
○ Maak de groef en het smeerpunt in het zwaard schoon.
○ Verwijder zaagsel van de zijkant van de behuizing.
○ Controleer of de zaagketting nog scherp is.
○ Controleer of de klemmoeren van het zwaard stevig vastzitten.
○ Controleer of de zwaardhoes niet beschadigd is en stevig kan worden bevestigd.
○ Controleer of alle bouten en moeren goed vast zitten.
○ Controleer de punt van het zwaard. Indien versleten, vervangt u het door een nieuwe.

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : HiKOKI

Model : TCS33EDP

Categorie : Zaag